24048.3 - NIEUWE VERSIE - REGELS Bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16 (VERSIE 30-5-2024)
Tekst van het document
4.5.1 Kleinschalige bedrijvigheid Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.1 onder h. voor het gebruik van gronden en bouwwerken voor kleinschalige bedrijvigheid, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
f. g. h. i.
de bedrijvigheid mag worden gevestigd in de woning en/of een bijbehorend bijgebouw, voorzover dit past binnen de vigerende bouwregels die voor de woning en bijgebouwen gelden, de woonfunctie blijft in overwegende mate behouden; er vindt geen detailhandel plaats; het gebruik leidt niet tot een onevenredige aantasting van het woonklimaat; het uitsluitend een bedrijfsactiviteit betreft welke voorkomt in, of gelijk te stellen is aan de lijst kleinschalige bedrijvigheid zoals opgenomen in Bijlage 2 Lijst kleinschalige bedrijvigheid (niet limitatieve lijst), alsmede inpandige statische opslag; er vindt geen buitenopslag plaats; de omvang van de activiteit bedraagt niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning, tot een maximum van 100 m²; er worden geen reclame-uitingen geplaatst, behalve hetgeen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening is toegestaan; de activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner (ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie)
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
33
van het pand. 4.5.2 Omgevingsvergunning nevenactiviteit agrarisch verwant bedrijf of agrarisch technisch hulpbedrijf of een niet agrarisch bedrijf Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.1 onder h. teneinde een vorm van agrarisch verwant bedrijf of agrarisch technisch hulpbedrijf of een niet-agrarisch bedrijf als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. b.
de agrarische functie blijft op het perceel als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar; de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvolume. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; c. de gezamenlijke vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf mag niet meer bedragen dan 50% van de bestaande oppervlakte van bedrijfsgebouwen en niet meer dan 500 m2 gebruiksoppervlakte, met uitzondering van de oppervlakte die nodig is voor statische opslag; d. de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvolume. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenfunctie plaats; e. er zijn uitsluitend agrarisch verwant bedrijven of agrarisch technisch hulpbedrijven toegestaan in milieucategorie 1 of 2 en 3 van de in Bijlage 3 Lijst van bedrijfsactiviteiten opgenomen Lijst van bedrijfsactiviteiten alsmede naar aard en omvang vergelijkbare activiteiten; f. niet- agrarisch bedrijven zijn uitsluitend toegestaan met milieucategorie 1 of 2; g. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; h. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; i. detailhandel ten behoeve van deze nevenactiviteit is niet toegestaan; j.
de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; k. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; l. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; m. er wordt voldaan aan de meest recente Landschapsinvesteringsregelinging (LIR) van de gemeente Best. 4.5.3 Omgevingsvergunning nevenactiviteit zorgvoorziening Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.1 onder h. teneinde een vorm een zorgvoorziening op sociaal, fysiek of psychisch vlak als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. b. c.
d. e. f. g. h. i.
34
de agrarische functie blijft op het perceel als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar; de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvolume. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; de gezamenlijke vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf mag niet meer bedragen dan 50% van de bestaande oppervlakte van bedrijfsgebouwen en niet meer dan 500 m2 vloeroppervlakte, met uitzondering van de oppervlakte die nodig is voor statische opslag; het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; gerelateerde vorm van detailhandel is toegestaan; de verkoopvloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 200 m2 ; de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; er wordt voldaan aan de meest recente Landschapsinvesteringsregelinging (LIR) van de gemeente Best.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
4.5.4 Omgevingsvergunning nevenactiviteit extensieve vormen van dagrecreatieve voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen als bedoeld in 4.4.1 onder h. teneinde een vorm extensieve vormen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals een kinderboerderij, verhuur van fietsen/huifkarren, organiseren van rondleidingen, workshops en exposities. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. b. c.
d. e. f. g. h. i. j. k. l.
de agrarische functie blijft op het perceel als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar; de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvolume. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; de gezamenlijke vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf mag niet meer bedragen dan 50% van de bestaande oppervlakte van bedrijfsgebouwen en niet meer dan 500 m2 vloeroppervlakte, met uitzondering van de oppervlakte die nodig is voor statische opslag; indien de nevenactiviteit (deels) een inpandige activiteit betreft dan dient deze nevenactiviteit plaats te vinden in de bestaande bebouwing; het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; gerelateerde vorm van detailhandel is toegestaan; de verkoopvloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 200 m2 ; ondersteunende horeca is toegestaan; de verkoopvloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2 ; maneges zijn niet toegestaan; de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; er wordt voldaan aan de meest recente Landschapsinvesteringsregelinging (LIR) van de gemeente Best.
4.5.5 Omgevingsvergunning nevenactiviteit ondersteunende horeca Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.1 onder h. teneinde een vorm van ondersteunende horeca in de vorm van verkoop van ijs, een theetuin e.d. als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. b.
c. d. e. f. g. h. i. j. k.
de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvolume. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; de gezamenlijke vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf mag niet meer bedragen dan 50% van de bestaande oppervlakte van bedrijfsgebouwen en niet meer dan 500 m2 vloeroppervlakte, met uitzondering van de oppervlakte die nodig is voor statische opslag. Met dien verstande dat de ondersteunende horeca maximaal 100 m2 mag zijn; er is tevens een terras toegestaan met een maximale oppervlakte van 100 m2 ; de ondersteunende horeca is uitsluitend toegestaan ter ondersteuning van het agrarisch bedrijf en nevenactiviteiten; zelfstandige feesten en partijen zijn niet toegestaan; ontsluiting vindt plaats via de hoofdontsluiting van het perceel; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; er wordt voldaan aan de meest recente Landschapsinvesteringsregelinging (LIR) van de gemeente Best.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
35
4.5.6 Vestiging overig agrarisch bedrijf Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1.2 onder b voor het vestigen van een overig agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij-, paardenhouderij of glastuinbouwbedrijf, waarbij de volgende bepalingen gelden: a. b. c. d. e. f. g.
h.
de afwijking kan uitsluitend worden toegestaan indien het bouwvlak geheel of grotendeels wordt omgeven door de bestemmingen 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' en/of 'Agrarisch'. er is geen sprake van toename van de stikstofemissie; de omvang van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 1,5 ha.; er dient vooraf advies te worden ingewonnen bij de AAB inzake de volwaardigheid van het agrarische bedrijf en de noodzaak van een bedrijfswoning; er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' gaat de ontwikkeling gepaard met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de groenblauwe mantel; buiten deze aanduiding draagt de ontwikkeling bij aan de doelstelling van een gemengd landelijk gebied; er wordt voldaan aan de meest recente Landschapsinvesteringsregeling (LIR) van de gemeente Best.
4.5.7 Kleinere spuitvrije zone Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.1 onder e. teneinde een kleinere afstand aan te houden tussen boom- en/of fruitteelt en voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a.
de afstand is door middel van locatie specifiek onderzoek onderbouwd, eventueel door middel van het aanbrengen/ treffen en instandhouden van driftreducerende maatregelen.
4.5.8 Kleinschalige overnachting Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.1 onder g. teneinde een voorziening voor kleinschalige overnachting toe te staan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
f. g. h. i.
36
de voorziening mag worden gevestigd in de woning en/of een bijbehorend bijgebouw, voorzover dit past binnen de vigerende bouwregels die voor de woning en bijgebouwen gelden; de voorziening is kleinschalig en ondergeschikt aan de woonfunctie: het aantal kamers bedraagt maximaal 5; het aantal gasten per nacht bedraagt maximaal 10; de oppervlakte die voor kleinschalige overnachting mag worden gebruikt, bedraagt maximaal 50% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw van de woning, tot een maximum van 150 m2 . Indien de woning en/of een bijbehorend bijgebouw ook worden gebruikt voor een aan huis verbonden beroep en/of kleinschalige bedrijvigheid, gelden genoemd percentage en oppervlakte als maximum voor het aan huis verbonden beroep en/of kleinschalige bedrijvigheid en kleinschalige overnachting samen; de voorziening mag geen belemmering vormen voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende (bedrijfs)percelen; ter plaatse is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd; permanente bewoning van de voorziening is niet toegestaan; de voorziening wordt geëxploiteerd door de hoofdbewoner of eigenaar van de betreffende woning, die op het adres van het pand is ingeschreven in het GBP. De hoofdbewoner of eigenaar dient tijdens het nachtverblijf op het adres aanwezig te zijn.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
4.5.9 Meergeneratiewoning Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.1 voor het kunnen gebruiken van een deel van de bedrijfswoning of bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning of een tijdelijke woonunit voor een tweede huishouden, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
er is sprake van het wonen van meerdere generaties bij elkaar, uitsluitend in een familierelatie n de 1e lijn; b. het is alleen toegestaan indien een van de bewoners 60 jaar of ouder is; c. het dient te passen binnen de bouwregels van dit bestemmingsplan dan wel de vergunningvrije bouwregels; d. er mag maximaal 100 m2 door het tweede huishouden in gebruik worden genomen; e. in afwijking van het bepaalde onder c kan binnen het bouwvlak een tijdelijke woonunit van maximaal 100 m² worden toegestaan op een maximale afstand van 25 meter tot de bedrijfswoning; f. er blijft planologisch-juridisch sprake van één woning; g. zodra één van de generaties niet meer verblijft in het pand/op het perceel, dient de (bouwkundige) voorziening c.q. tijdelijke woonunit voor het 2e huishouden te worden verwijderd; h. er mag geen kadastrale splitsing plaatsvinden; i. aan het gebruik in relatie tot het meergeneratiewonen kan nimmer het recht worden ontleend voor een planologisch-juridisch gebruik als twee (zelfstandige) (bedrijfs)woningen; j. aan het gebruik kan nimmer het recht worden ontleend op woningsplitsing; k. wanneer in de toekomst mantelzorg noodzakelijk is, dan wordt het gedeelte dat c.q. de (bouwkundige) voorziening c.q. tijdelijke woonunit die bestemd is voor het tweede huishouden gebruikt ten behoeve van deze mantelzorgbehoefte; l.
indien het tweede huishouden in een ander gebouw verblijft dan de bedrijfswoning, dan gelden de volgende aanvullende voorwaarden: 1. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen; waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; 2. er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; m. er wordt voldaan aan de meest recente Landschapsinvesteringsregeling (LIR); n. indien gebruik wordt gemaakt van een tijdelijke woonunit (onder e) is juridisch en financieel geborgd dat de voorzieningen na afloop van het gebruik worden verwijderd.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
37
Artikel 5 5.1
Agrarisch met waarden - Landschapswaarden
Bestemmingsomschrijving
5.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; hobbymatig agrarisch gebruik; behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke waarden; behoud van (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen, in ieder geval ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - onverharde wegen; e. teeltondersteunende voorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. extensief recreatief medegebruik; één en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder perceelsontsluitingen, tuinen tussen Agrarisch Agrarisch bedrijf en de weg; en overeenkomstig de in 5.1.2 opgenomen nadere detaillering van de doeleinden. 5.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 5.1.1: a Voorzieningen Voorzieningen ten behoeve van het agrarisch bedrijf, zoals mestsilo's, sleufsilo's, paardenbakken, waterbassins e.d. zijn niet toegestaan b 1. 2.
5.2
Teeltondersteunende voorzieningen Hoge en lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan; permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - permanente teeltondersteunende voorzieningen', waarbij dit uitsluitend hoge teeltondersteunende voorzieningen met een permanent karakter mogen betreffen in de vorm van gootstellingen, regenkappen en/of hagelnetten. Bouwregels
5.2.1 Algemeen Er mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. 5.2.2 Gebouwen Er zijn geen gebouwen toegestaan. 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat uitsluitend open erf- en terrein afscheidingen zijn toegestaan, alsmede eenvoudige voorzieningen voor recreatief medegebruik, zoals prullenbakken, bankjes, bewegwijzering. b. Verlichting is niet toegestaan, tenzij het bestaande verlichting betreft met de bestaande hoogte als maximum.
38
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
c. d.
5.3
De bouwhoogte van de voorzieningen voor recreatief medegebruik mag niet meer bedragen dan 3,5 m; de bouwhoogte van de open erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - permanente teeltondersteunde voorzieningen' zijn permanente teeltondersteunende voorzieningen met een maximum bouwhoogte van 3 m tot een maximaal oppervlakte van 3 ha toegestaan. De bouw van kassen is niet toegestaan. Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Afwijking ander type bouwwerk Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.3 teineinde een ander type bouwwerk toe te staan, tot een hoogte van maximaal 4 m, onder de voorwaarde dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van landschappelijke en/of hydrologische waarden. 5.3.2 Permanente teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.3 voor het realiseren van bouwwerken, geen gebouw zijnde in de vorm van permanente teeltondersteunende voorzieningen met een oppervlakte van meer dan 3 ha, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d. e.
f.
g.
h. i.
de oppervlakte aan permanente teeltondersteunende voorzieningen mag uitgebreid worden tot een algeheel maximum van 5 ha; de ruimte is binnen het bestemmingsvlak Agrarisch - Agrarisch bedrijf niet aanwezig; ter plaatse zijn geen gebouwen toegestaan; de bouw of uitbreiding van kassen is niet toegestaan; de ontwikkeling is vanuit een goede leefomgeving en gelet op de volgende aspecten, inpasbaar in de omgeving: 1. er is rekening gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de in het plan begrepen gronden en de naaste omgeving, in het bijzonder wat betreft de bodemkwaliteit, de waterhuishouding, de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, de cultuurhistorische waarden, de ecologische waarden, de aardkundige waarden en de landschappelijke waarden; 2. de omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, de omvang van de bebouwing en de beoogde functie, past in de omgeving gelet op de bestaande en toekomstige functies in de omgeving en de effecten die de ontwikkeling op die functies heeft, waaronder de effecten vanwege milieuaspecten en volksgezondheid; 3. een op de beoogde ruimtelijke ontwikkeling afgestemde afwikkeling van het personen- en goederenvervoer is verzekerd; 4. waarbij ook een mogelijke functie van het gebied voor klimaatadaptieve maatregelen is betrokken.
er dient te worden voldaan aan de volgende landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen: 1. Landschappelijke inpassing: er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan. 2. Kwaliteitswinst: er wordt voldaan aan de meest recente Landschapsinvesteringsregelinging (LIR) van de gemeente Best; 3. Verkaveling: Met het initiatief dient aansluiting te worden gezocht bij het bestaand verkavelingspatroon (occupatiegeschiedenis) zowel bij de erfinrichting als de situering van de gebouwen. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' wordt een positieve bijdrage geleverd aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de groenblauwe mantel; er dient aangegeven te worden hoe met water wordt omgegaan via de trits: vasthouden, bergen en afvoeren; er zal in alle gevallen minimaal hydrologisch neutraal gebouwd dienen te worden; er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf en dient noodzakelijk te zijn uit een oogpunt
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
39
j. 5.4
van doelmatige agrarische bedrijfsvoering, waarbinnen de bouw van gebouwen niet is toegestaan; hierover kan advies worden gevraagd aan de AAB; juridisch en financieel is geborgd dat de voorzieningen na afloop van het gebruik worden verwijderd. Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van: a. b. c.
d. e. 5.5
het gebruiken of het laten gebruiken van gronden waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt; voor het beproeven van of racen/crossen met motoren of voertuigen, alsmede voor lawaaisporten; gewasbeschermingsmiddelen voor fruit- en boomteelt op een afstand van minder dan 50 m van bestemmingsvlakken van voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor reeds bestaande fruit- en boomteelt is toegestaan; buitenopslag, anders dan toegestaan op grond van het bepaalde onder 5.1.2 onder a; het (half)verharden van onverharde wegen en paden. Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1 Kleinere spuitvrije zone Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.1 teneinde een kleinere afstand aan te houden tussen boom- en/of fruitteelt en voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a.
de afstand is door middel van locatiespecifiek onderzoek onderbouwd, eventueel door middel van het aanbrengen/ treffen en instandhouden van driftreducerende maatregelen.
5.5.2 Omgevingsvergunning nevenactiviteiten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen als bedoeld in 5.1.1 teneinde recreatieve nevenactiviteiten op gronden grenzend aan de bestemming Agrarisch - Agrarisch bedrijf toe te staan, in de vorm van het agrarisch bedrijf ondersteunende dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen, zoals een kinderboerderij, theehuis, verhuur van fietsen/huifkarren, organiseren van rondleidingen en exposities, toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b.
c. d. e. f. g.
40
de nevenactiviteiten vinden plaats naast en ondergeschikt aan de agrarische bedrijfsvoering; het gebruik van gronden voor recreatieve nevenactiviteiten is uitsluitend toegestaan, indien dit noodzakelijk is voor de betreffende functie en dit niet op passende wijze binnen het bestemmingsvlak Agrarisch - Agrarisch bedrijf kan worden ingevuld; er zijn geen gebouwen en overkappingen ten behoeve van de nevenactiviteit toegestaan; maneges zijn niet toegestaan; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; er wordt op eigen terrein, binnen Agrarisch - Agrarisch bedrijf voorzien in de parkeerbehoefte, als bedoeld in Parkeren er wordt voldaan aan de meest recente Landschapsinvesteringsregelinging (LIR) van de gemeente Best.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.6.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, met een oppervlakte van meer dan 100 m²; het afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem; het vellen of rooien van houtgewas; aanleg van hoge tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, met een omvang van meer dan 3 ha.
5.6.2 Uitzonderingen Het in 5.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b.
het normale onderhoud en/of beheer betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds legaal in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
5.6.3 Toelaatbaarheid De in 5.6.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden van de gronden. Voor zover de aangevraagde ingrepen (mede) effect hebben op de hydrologische waarden, kan bevoegd gezag, voorafgaand aan de vergunningverlening, schriftelijk advies inwinnen bij het waterschap.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
41
Artikel 6 6.1
Leiding - Water
Bestemmingsomschrijving
6.1.1 Algemeen De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een ondergrondse watertransportleiding met de daarbij behorende belemmeringenstrook. 6.1.2 Voorrangsregeling Indien strijd ontstaat tussen het belang van de bescherming van de leiding als bedoeld in dit artikel en het bepaalde in de overige artikelen van dit bestemmingsplan met uitzondering van de dubbelbestemmingen en de bestemming Wonen, prevaleert de regeling zoals opgenomen in de bestemming 'Leiding - Water'. 6.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a. b.
op deze gronden mogen ten behoeve van de in 6.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2 en toestaan dat overeenkomstig de andere bestemmingen van deze gronden wordt gebouwd, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b.
het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de leiding dient te zijn gewaarborgd; het bevoegd gezag dient vooraf schriftelijk advies in te winnen bij de betreffende leidingbeheerder.
6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Water' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.
42
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers of andere wateren.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
6.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 6.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b.
normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.
6.4.3 Voorwaarden De werken of werkzaamheden als bedoeld in 6.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b.
het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad; het bevoegd gezag vooraf schriftelijk advies vraagt bij de betreffende leidingbeheerder omtrent het bepaalde onder a en de eventueel aan de omgevingsvergunning te stellen voorwaarden.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
43
Artikel 7
Groen
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van groenvoorzieningen; het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van landschapselementen; het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijke waarden en kenmerken; behoud, herstel en/of ontwikkeling van de hydrologische betekenis van het gebied; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; extensief recreatief medegebruik.
7.2 Bouwregels Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, behoudens: a. b.
kleinschalige bouwwerken met een oppervlakte van minder dan 10 m², waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m; eenvoudige voorzieningen, in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor recreatief medegebruik, zoals prullenbakken, bankjes, bewegwijzering met een maximale bouwhoogte van 2 m. Verlichting is niet toegestaan;
7.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2 voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c. d.
het bouwen dient ten dienste van de bestemming te staan; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 m; er vindt geen onevenredige aantasting van de natuurwaarden en/of ecologische waarden van de gronden plaats; de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 20 m2 .
7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Groen' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b.
het verwijderen van houtopstanden; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen met een oppervlakte van meer dan 100 m².
7.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 7.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b.
44
het normale onderhoud en beheer betreffen dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
7.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 7.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien is aangetoond dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden en kenmerken van de gronden.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
45
Artikel 8 8.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
8.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning met de daarbij behorende bijgebouwen; b. aan huis verbonden beroepen; één en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals voorzieningen voor verkeer en verblijf, wegen en paden; tuinen en erven; parkeervoorzieningen; erfontsluitingen; groenvoorzieningen (en landschapselementen); water en waterhuishoudkundige voorzieningen; en overeenkomstig de in 8.1.2 opgenomen nadere detaillering van de doeleinden. 8.1.2
Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
a Aantal woningen Voor woningen gelden de volgende bepalingen: 1. 2.
per bestemmingsvlak is maximaal één woning toegestaan; in afwijking van het bepaalde onder 1 geldt: a. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het aangeduide aantal als maximum aantal woningen;
b Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het in gebruik nemen van de gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, is uitsluitend toegestaan indien binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van dit plan de gronden zijn ingericht in overeenstemming met het beplantingsplan zoals opgenomen in Bijlage 4 van de regels en de landschappelijke inpassing in stand wordt gehouden. c Voorwaardelijke verplichting fysieke tegenprestatie omgevingskwaliteit Woningsplitsing en het in gebruik nemen van de gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarde' is uitsluitend toegestaan indien binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van dit plan de gronden zijn ingericht in overeenstemming met de beplantingsplannen zoals opgenomen in Bijlage 4 en in Bijlage 6 van de regels en de landschapsmaatregelen in stand worden gehouden. d Voorwaardelijke verplichting archeologisch onderzoek Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - voorwaardelijke verplichting archelogisch onderzoek' geldt de volgende voorwaardelijke verplichting: 1.
een omgevingsvergunning voor bouw van een woning en/of bijbehorende bouwwerken, waarbij grondwerkzaamheden dieper dan 50 cm -mv worden uitgevoerd, mag uitsluitend worden verleend, indien is aangetoond dat vóór de aanvang van de daadwerkelijke bouw, een proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd.
e Voorwaardelijke verplichting waterbergingsvoorziening Het in gebruik nemen van de gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is slechts toegestaan als binnen het bestemmingsplangebied is voorzien in de realisatie en instandhouding van een waterberging van voldoende omvang, waarbij de capaciteit van de waterbergingsvoorzieningen als volgt wordt berekend: minimaal 60 mm per m2 toename bebouwd/verhard oppervlak.
46
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
f Voorwaardelijke verplichting afgraven verhardingslaag Het in gebruik nemen van de gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is slechts toegestaan als de bovenste verhardingslaag (tot 50 cm beneden maaiveld) verwijderd wordt tijdens de sloop en het opnieuw inrichten van het terrein. 8.2
Bouwregels
8.2.1 Algemeen Voor gebouwen gelden de volgende algemene bouwregels: a.
Nieuwbouw van hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het bestemmingsvlak, echter als binnen dit bestemmingsvlak de aanduiding 'bouwvlak' is opgenomen, dan zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'.
8.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a.
b. c.
d. e. f.
vervangende nieuwbouw van de woning mag uitsluitend worden gesitueerd ter plaatse van de bestaande fundering en, ingeval van uitbreiding, daar direct op aansluitend. De bestaande bouwwijze dient te worden gehandhaafd; ter plaatse van de bouwaanduiding 'twee-aaneen' mogen uitsluitend twee-aaneen gebouwde hoofdgebouwen worden gebouwd; de inhoud mag niet meer bedragen dan 750 m3 per woning, met dien verstande dat: 1. indien de bestaande inhoud reeds meer dan 750 m3 bedraagt, geldt deze bestaande inhoud als de maximum toegestane inhoud; 2. ter plaatse van de bouwaanduiding 'twee-aaneen' de inhoud niet meer mag bedragen dan 500 m3 per woning. 3. Aan- of uitbouwen bij de woning enkel zijn toegestaan indien deze er niet toe leiden dat de maximale inhoud van de woning wordt overschreden. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,50 m, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' de met deze aanduiding aangeduide goothoogte als maximum geldt; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' de met deze aanduiding aangeduide bouwhoogte als maximum geldt; ter plaatse van de aanduiding 'maximum dakhelling (graden), minimum dakhelling (graden)' geldt de aangeduide minimale en maximale dakhelling.
8.2.3 Bijgebouwen bij woningen Voor het bouwen van aangebouwde en/of vrijstaande bijgebouwen gelden per woning de volgende bepalingen: a. b.
c. d. e.
bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 2 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 100 m², met dien verstande dat het bebouwingspercentage niet meer mag bedragen dan 50% van het gebied waar bijgebouwen mogen worden gebouwd met inachtneming van sub a. In afwijking van deze bepaling geldt dat de bebouwde oppervlakte aan bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwde oppervlakte (m2 )' niet meer mag bedragen dan de met deze aanduiding aangegeven bebouwde oppervlakte; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m. ter plaatse van de aanduiding 'maximum dakhelling (graden), minimum dakhelling (graden)' geldt de
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
47
aangeduide minimale en maximale dakhelling. 8.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b.
c. d. 8.3
de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m voor en 2 m achter de voorgevellijn; voor carports en overkappingen, behorende bij de woning, geldt het volgende: 1. ze dienen minimaal 2 m achter de voorgevelrooilijn te worden gesitueerd 2. de hoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; 3. de totale oppervlakte per woning, mag niet meer bedragen dan 50 m2 , met dien verstande dat de maximale oppervlakte aan bijgebouwen inclusief overkappingen/carports in totaal maximaal 150 m2 mag bedragen. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m; Voor onoverdekte zwembaden geldt dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 100 m². Afwijken van de bouwregels
8.3.1 Verplaatsing van de woning Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.2 ten behoeve van het verplaatsen van de woning, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen: a.
b. c.
d. 8.4
er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de stedenbouwkundige structuur (handhaven van open karakter op het perceel en uitgaan van de thematiek van bebouwing in de directe omgeving) en verkeersveiligheid; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; aangetoond dient te worden dat voldaan wordt aan de relevante (milieuhygiënische) wet- en regelgeving en gemeentelijk beleid op het gebied van geluid, geurhinder, hinder van bedrijfsactiviteiten en externe veiligheid. Overtollige bebouwing wordt gesloopt, waaronder sloop van de oude woning. Specifieke gebruiksregels
8.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik of het laten gebruiken van de gronden en bouwwerken voor: a. b. c. d.
het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt; kleinschalige overnachting, behoudens bestaande kleinschalige overnachtingen; voor bedrijvigheid; detailhandel.
8.4.2 Aan huis verbonden beroep Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van aan huis verbonden beroepen gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
48
de vloeroppervlakte voor aan huis verbonden beroepen in de woning en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning tot een maximum van 100 m²; uitsluitend beroepsactiviteiten zijn toegestaan indien deze voorkomen in, of gelijk te stellen zijn aan de lijst aan huis verbonden beroepen, zoals opgenomen in Bijlage 1 Lijst van aan huis verbonden beroepen; detailhandel is niet toegestaan;
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
d.
8.5
de activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner (ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie) van het pand. Afwijken van de gebruiksregels
8.5.1 Kleinschalige bedrijvigheid Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.4.1 voor het gebruik van gronden en bouwwerken voor kleinschalige bedrijvigheid, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
f. g. h. i.
de bedrijvigheid mag worden gevestigd in de woning en/of een bijbehorend bijgebouw, voorzover dit past binnen de vigerende bouwregels die voor de woning en bijgebouwen gelden, de woonfunctie blijft in overwegende mate behouden; er vindt geen detailhandel plaats; het gebruik leidt niet tot een onevenredige aantasting van het woonklimaat; het uitsluitend een bedrijfsactiviteit betreft welke voorkomt in, of gelijk te stellen is aan de lijst kleinschalige bedrijvigheid zoals opgenomen in Bijlage 2 Lijst kleinschalige bedrijvigheid (niet limitatieve lijst), alsmede inpandige statische opslag; er vindt geen buitenopslag plaats; de omvang van de activiteit bedraagt niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning, tot een maximum van 100 m²; er worden geen reclame-uitingen geplaatst, behalve hetgeen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening is toegestaan; de activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner (ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie) van het pand.
8.5.2 Kleinschalige overnachting Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.4.1 teneinde een voorziening voor kleinschalige overnachting toe te staan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
f. g. h. i.
de voorziening mag worden gevestigd in de woning en/of een bijbehorend bijgebouw, voorzover dit past binnen de vigerende bouwregels die voor de woning en bijgebouwen gelden; de voorziening is kleinschalig en ondergeschikt aan de woonfunctie: het aantal kamers bedraagt maximaal 5; het aantal gasten per nacht bedraagt maximaal 10; de oppervlakte die voor kleinschalige overnachting mag worden gebruikt, bedraagt maximaal 50% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw van de woning, tot een maximum van 150 m2. Indien de woning en/of een bijbehorend bijgebouw ook worden gebruikt voor een aan huis verbonden beroep en/of kleinschalige bedrijvigheid, gelden genoemd percentage en oppervlakte als maximum voor het aan huis verbonden beroep en/of kleinschalige bedrijvigheid en kleinschalige overnachting samen; de voorziening mag geen belemmering vormen voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende (bedrijfs)percelen; ter plaatse is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd; permanente bewoning van de voorziening is niet toegestaan; de voorziening wordt geëxploiteerd door de hoofdbewoner of eigenaar van de betreffende woning, die op het adres van het pand is ingeschreven in het GBP. De hoofdbewoner of eigenaar dient tijdens het nachtverblijf op het adres aanwezig te zijn.
8.5.3 Meergeneratiewoning Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.4 voor het kunnen gebruiken van een deel van de woning of bijbehorende bouwwerken bij een woning of een tijdelijke woonunit voor een tweede huishouden, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
49
a.
er is sprake van het wonen van meerdere generaties bij elkaar, uitsluitend in een familierelatie n de 1e lijn; b. het is alleen toegestaan indien een van de bewoners 60 jaar of ouder is; c. het dient te passen binnen de bouwregels van dit bestemmingsplan dan wel de vergunningvrije bouwregels; d. er mag maximaal 100 m2 door het tweede huishouden in gebruik worden genomen; e. in afwijking van het bepaalde onder c kan binnen het bouwvlak een tijdelijke woonunit van maximaal 100 m² worden toegestaan op een maximale afstand van 25 meter tot de bedrijfswoning; f. er blijft planologisch-juridisch sprake van één woning; g. zodra één van de generaties niet meer verblijft in het pand/op het perceel, dient de (bouwkundige) voorziening c.q. tijdelijke woonunit voor het 2e huishouden te worden verwijderd; h. er mag geen kadastrale splitsing plaatsvinden; i. aan het gebruik in relatie tot het wonen kan nimmer het recht worden ontleend voor een planologisch-juridisch gebruik als twee (zelfstandige) (bedrijfs)woningen; j. aan het gebruik kan nimmer het recht worden ontleend op woningsplitsing; k. wanneer in de toekomst mantelzorg noodzakelijk is, dan wordt het gedeelte dat c.q. de (bouwkundige) voorziening c.q. tijdelijke woonunit die bestemd is voor het tweede huishouden gebruikt ten behoeve van deze mantelzorgbehoefte; l.
indien het tweede huishouden in een ander gebouw verblijft dan de bedrijfswoning, dan gelden de volgende aanvullende voorwaarden: 1. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen; waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; 2. er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; m. er wordt voldaan aan de meest recente Landschapsinvesteringsregeling (LIR); n. indien gebruik wordt gemaakt van een tijdelijke woonunit (onder e) is juridisch en financieel geborgd dat de voorzieningen na afloop van het gebruik worden verwijderd.
50
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
Artikel 9
9.1
Leiding - Hoogspanningsverbinding
Bestemmingsomschrijving
9.1.1 Algemeen De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, het beheer en instandhouding van een bovengrondse hoogspanningsverbinding, a. voor 150 KV b. voor 380 KV met de daarbij behorende belemmeringenstrook, masten en voorzieningen. 9.1.2 Voorrangsregeling Indien strijd ontstaat tussen het belang van de bescherming van de leidingen als bedoeld in dit artikel en het bepaalde in de artikelen 3 t/m 26, prevaleert de regeling zoals opgenomen in de bestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding'. 9.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a.
b.
op deze gronden mogen ten behoeve van de in 9.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter. Voor de bouw van hoogspanningsmasten geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 60 meter; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
9.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2 en toestaan dat overeenkomstig de andere bestemmingen van deze gronden wordt gebouwd, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b.
het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de hoogspanningsverbinding dient te zijn gewaarborgd; het bevoegd gezag dient vooraf positief schriftelijk advies in te winnen bij de betreffende leidingbeheerder, waarbij wordt aangetoond dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsverbinding .
9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
51
a. b. c. d. e. f. g.
het aanbrengen en/of verwijderen van hoogopgaande beplanting; het aanbrengen en/of slopen van bovengrondse opstallen, constructies, straatmeubilair, installaties of apparatuur anders dan ten dienste van de in artikel 9.1 opgenomen bestemmingsomschrijving; het opslaan van goederen, materialen of brandbare stoffen; het ophogen, egaliseren, bodemverlaging of afgraven of anderszins wijzigen in maaiveld- of weghoogte; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen en parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen alsmede het verhogen of verlagen van het waterpeil; het aanleggen van zonneparken.
9.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 9.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c. d.
normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. verband houden met de aanleg, aanpassing of onderhoud van de betreffende hoogspanningsverbinding en de daarbij horende voorzieningen; de realisatie, het onderhoud of beheer betreffen van het landschappelijk inrichtingsplan, zoals opgenomen in Bijlage 6 bij deze regels.
9.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 9.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a.
52
het bevoegd gezag vooraf positief schriftelijk advies vraagt bij de betreffende leidingbeheerder, waaruit blijkt dat de veiligheid en leveringszekerheid niet blijvend onevenredig kan worden geschaad en op basis waarvan het bevoegd gezag aan de eventueel ter verlenen omgevingsvergunning voorwaarden dient te stellen, ter bescherming van bedoelde verbinding;
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
Artikel 10 10.1
Leiding - Water
Bestemmingsomschrijving
10.1.1 Algemeen De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een ondergrondse watertransportleiding met de daarbij behorende belemmeringenstrook. 10.1.2 Voorrangsregeling Indien strijd ontstaat tussen het belang van de bescherming van de leiding als bedoeld in dit artikel en het bepaalde in de artikelen 3 t/m 26, prevaleert de regeling zoals opgenomen in de bestemming 'Leiding - Water'. 10.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a. b.
op deze gronden mogen ten behoeve van de in 10.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
10.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.2 en toestaan dat overeenkomstig de andere bestemmingen van deze gronden wordt gebouwd, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b.
het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de leiding dient te zijn gewaarborgd; het bevoegd gezag dient vooraf schriftelijk advies in te winnen bij de betreffende leidingbeheerder.
10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Water' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers of andere wateren.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
53
10.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 10.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b.
normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.
10.4.3 Voorwaarden De werken of werkzaamheden als bedoeld in 10.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b.
het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad; het bevoegd gezag vooraf schriftelijk advies vraagt bij de betreffende leidingbeheerder omtrent het bepaalde onder a en de eventueel aan de omgevingsvergunning te stellen voorwaarden.
54
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
Artikel 11 11.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
11.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. 11.1.2 Meerdere archeologische dubbelbestemmingen Indien een bouwwerk wordt gebouwd, of een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden worden uitgevoerd binnen verschillende archeologische dubbelbestemmingen op een bouwperceel, gelden de meest strenge regels voor het hele bouwperceel. 11.2 Bouwregels Binnen het gebied met 'Waarde - Archeologie 3' mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht ten behoeve van de op deze gronden liggende bestemming(en), indien en voor zover het een bouwplan betreft: a. b. c.
met een oppervlakte van maximaal 250 m2 , of; met een oppervlakte groter dan 250 m2 en een verstoringsdiepte van minder dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld, of; dat betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, dan wel niet meer dan 2,5 m uit de bestaande fundering wordt gebouwd.
11.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de afmetingen en de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden. 11.4
Afwijken van de bouwregels
11.4.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.2 voor het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden voorkomende bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat er geen of nauwelijks behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn dan wel dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende regels worden verbonden: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouwplan) monumenten in de bodem worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
55
11.4.2 Bouwverbod Indien uit het (archeologisch) onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in lid 11.4.1 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd. 11.4.3 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een afwijking van de bouwregels als bedoeld in lid 11.4.1 winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door afwijking van de bouwregels geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 11.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.5.1 Verbod Het is verboden op de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren: a.
het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; c. het ophogen en egaliseren van gronden; d. het verlagen van het waterpeil; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; f. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; g. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; h. het afplaggen van heide- of natuurgebieden; i. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 50 cm bedragen; indien de oppervlakte van het werk of de werkzaamheden groter is dan 250 m2 . 11.5.2 Uitzonderingen Het in lid 11.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a.
b. c. d.
56
het normale onderhoud en/of beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bouwwerk worden uitgevoerd.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
11.5.3 Toelaatbaarheid a. de in lid 11.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, en b. vooraf door de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, waarbij: 1. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld, of; 2. er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; 3. de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig worden geschaad; c. voor zover de in lid 11.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouwplan) monumenten in de bodem worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3.
de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 11.5.4 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld lid 11.5.1 wint zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een afwijking geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 11.6