24048.3 - NIEUWE VERSIE - REGELS Bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16 (VERSIE 30-5-2024)
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Regels -
Mosselaarweg 5-7-16 Gemeente Best
BESTEMMINGSPLAN - Regels -
Mosselaarweg 5-7-16 Gemeente Best
IDN-nummer:
NL.IMRO.0753.bpmosselaarweg7eo-VG01
Status:
vastgesteld
Datum:
10 juni 2024
Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels
5
Artikel 1 Artikel 2
5 24
Begrippen Wijze van meten
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
27
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
27 29 38 42 44 46 51 53 55 58 61
Agrarisch Agrarisch - Agrarisch bedrijf Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Leiding - Water Groen Wonen Leiding - Hoogspanningsverbinding Leiding - Water Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5
Hoofdstuk 3 Algemene regels
65
Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
65 66 67 68 70 72
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
73
Artikel 20 Artikel 21
73 74
Overgangsrecht Slotregel
Regels
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
3
4
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 Plan Het bestemmingsplan 'Mosselaarweg 5-7-16' met identificatienummer NL.IMRO.0753.bpmosselaarweg7eo-VG01 van de gemeente Best. 1.2 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 AAB Adviescommissie Agrarische bouwaanvragen. 1.4 Aan- en uitbouw Een aan een hoofdgebouw gebouwd bijgebouw dat in directe verbinding staat met het hoofdgebouw en dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.5 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6 Aanduidingsgrens Grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7 Aan huis verbonden beroep Een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp-technisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend.
1.8 Aardkundige waarden en kenmerken Waarden en kenmerken van een gebied die vanwege geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en processen en vanwege de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van de bodem, van belang zijn. 1.9 Achtererfgebied al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en gelegen is achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorgevel en van daaruit evenwijdig loopt met de weg waaraan de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
5
1.10 Afhankelijke woonruimte (mantelzorg) Een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met en behoort bij de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg is gehuisvest. 1.11 Agrarisch bedrijf Inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van landbouwhuisdieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf, niet zijnde een agrarisch technisch hulpbedrijf of agrarisch verwant bedrijf. 1.12 Agrarische bodemexploitatie Het telen van gewassen en/of het beweiden door landbouwhuisdieren. 1.13 Agrarisch technisch hulpbedrijf Bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, zoals loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en handel, veetransport en veehandel met uitzondering van mestbewerking.
1.14 Agrarisch verwant bedrijf Bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van landbouwhuisdieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking. 1.15 Andere geluidgevoelige gebouwen: Gebouwen zoals bedoeld in het Besluit geluidhinder. 1.16 Andere geluidgevoelige objecten Voor andere geluidgevoelige objecten dan woningen geldt de definitie als opgenomen in artikel 1 van de Wet geluidhinder juncto artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder. 1.17 Archeologische/cultuurhistorischewaarde De aan een gebied toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit in het verleden. 1.18 Archeologische verwachting De aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten. 1.19 Attentiegebied ecologische hoofdstructuur Gebied gelegen rondom en binnen de ecologische hoofdstructuur waar fysieke ingrepen een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding. 1.20 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
6
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
1.21 Bebouwingscluster vlakvormige verzameling van bebouwing buiten bestaand stedelijk gebied; 1.22 Bebouwingsconcentratie kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster; 1.23 Bebouwingslint min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg buiten bestaand stedelijk gebied; 1.24 Bebouwingspercentage Een op de verbeelding dan wel in de planregels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwperceel, bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.25 Bedrijfsgebouw Een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.26 Bedrijfsmatige exploitatie recreatiebedrijf Het door middel van een bedrijf beheren en/of exploiteren van recreatieverblijven, waarbij voor recreatiewoningen geldt dat daar permanente wisselende recreatieve (nachts)verblijfsmogelijkheden worden geboden 1.27 Bedrijfswoning Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is. 1.28 Beperkingen veehouderij Gebied waar de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen zijn beperkt. 1.29 Bestaand a. t.a.v.
bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Best 2021, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip onherroepelijk verleende omgevingsvergunning; b. t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen. 1.30 Bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.31 Bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.32 Bijbehorende voorzieningen Voorzieningen, die een onderdeel vormen van en ondergeschikt zijn aan het hoofdgebruik van de bestemming.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
7
1.33 Bijgebouw Gebouw dat door zijn ligging, constructie en/of afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.34 Boerderij of boerderijgebouw Eén gebouw, dat bestaat uit één overwegend ongelede (hoofd)bouwmassa, waarbinnen zich de (voormalige) agrarische bedrijfswoning en de (voormalige) agrarische bedrijfsruimten bevinden. Voorbeelden zijn een langgevelboerderij en een kortgevelboerderij. 1.35 Boerderijsplitsing Het opdelen, binnen de bestaande (hoofd)bouwmassa, van een boerderij(gebouw) in niet meer dan 2 woningen of een in de regels aangegeven ander maximum aantal woningen. 1.36 Boringsvrije zone Gebied rondom een waterwingebied waar zich tussen het maaiveld en het watervoerende pakket waaraan het grondwater wordt onttrokken een aaneengesloten slecht doorlaatbare laag bevindt. 1.37 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.38
Bouwmassa
Een complex van aaneengebouwde bouwwerken. 1.39 Bouwperceel Aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en bijbehorende voorzieningen worden geconcentreerd, en dat bestaat uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan; 1.40 Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.41 Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.42 Bouwwijze De wijze van bouwen van een woning, waarbij sprake is van vrijstaande, twee aaneengebouwde of meerdere aaneengebouwde dan wel gesplitste woningen; de bouwwijze wordt bepaald door de mate waarop het hoofdgebouw direct verbonden is met een ander hoofgebouw, dan wel indien het hoofdgebouw gesplitst is in twee of meerdere zelfstandige wooneenheden. 1.43 Carport Een overkapping voor de overdekte stalling van motorvoertuigen.
8
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
1.44 Cultuurhistorische waarden en kenmerken Waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden. 1.45 Dagrecreatie Recreatieve activiteiten in de vorm van ontspanning, sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan. 1.46 Dak Iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.47 Detailhandel Bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Activiteiten die vallen onder het begrip horeca worden niet aangemerkt als detailhandel. 1.48 Deskundige Een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen aangaande een specifiek aspect van de ruimtelijke ordening, zoals een archeologisch deskundige, erfgoeddeskundige, landschapsdeskundige, milieudeskundige en natuurdeskundige. 1.49 Dierenverblijf Gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren, inclusief de daartoe behorende voorzieningen.
1.50 Dikke fractie Het rulle of vaste deel van dierlijke mest dat ontstaat bij scheiding van mest of digestaat in een dik en een dun deel, bijvoorbeeld door mechanische scheiding, gescheiden opvang van mest en urine, bezinking of een strofilter. 1.51 Dove gevel een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, waaronder begrepen het dak, die bestaat uit: a.
b.
een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A); een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.
1.52 Ecologische verbindingszone Vaak langgerekt gebied, waarbinnen natuur- en landschapselementen zijn of worden gerealiseerd, gericht op het verbinden van natuurgebieden.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
9
1.53 Ecologische waarden en kenmerken Aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde. 1.54 Erfbeplanting Visueel afschermende, maskerende en/of het landschapsbeeld versterkende en overwegend opgaande (rand)beplanting binnen, op de rand of direct aansluitend op het bestemmingsvlak of bouwperceel van een bedrijf, een woning of een terrein met een andere functie. 1.55 Escortbedrijf De natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend zoals escortservices of bemiddelingsbureaus.
1.56 Evenement het geheel van al dan niet incidentele dan wel al dan niet kortdurende, maar wel tijdelijke activiteiten, dat plaatsvindt bij een voor publiek toegankelijke gebeurtenis, zoals een feest, kermis, optocht, braderie, wedstrijd of andere bijeenkomst tot ontspanning of vermaak, of een vertoning, voorstelling of herdenking, met uitzondering van bioscoopvoorstellingen, markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en snuffelmarkten als bedoeld in de APV, kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen, het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen, betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties, activiteiten genoemd in het artikel straatartiest en speelgelegenheid als bedoeld in de APV. 1.57 Extensief recreatief medegebruik: een vorm van recreatief medegebruik die nauwelijks of geen invloed heeft op de in de bestemmingsomschrijving van de bestemmingen gegeven doeleinden zoals wandelen, fietsen en dergelijke 1.58 Functie Doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.59 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.60 Geluidgevoelige ruimte Een geluidgevoelige ruimte is een verblijfsruimte of verblijfsgebied van een gebouw met een woonfunctie. Ook een bijeenkomstfunctie die een nevengebruiksfunctie is van een woonfunctie van een verzorgingshuis (bijvoorbeeld een recreatiezaal) is een geluidgevoelige ruimte.
10
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
1.61 Geluidzone industrie Geluidcontour rond een industrieterrein waarbuiten de geluidbelasting vanwege dat terrein niet meer mag bedragen dan 50 dB(A). 1.62 Geurgevoelig object Object als bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij. 1.63 Glastuinbouwbedrijf Agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in kassen plaatsvindt. 1.64 Groencentrum een bedrijf dat is gericht op het telen en voornamelijk verkopen van planten en siergewassen, alsmede het verkopen en leveren van andere goederen en materialen voor het aanleggen, onderhouden en verfraaien van tuinen. 1.65 Grondgebonden veehouderij Veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie, zoals beschreven in de provinciale Interim Omgevingsverordening of opvolger daarvan. 1.66
Handelsbedrijf
Een bedrijf dat is gericht op het te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van goederen, in de vorm van een groothandel met eventueel ondergeschikte detailhandel. 1.67 Hobbymatig agrarisch gebruik activiteiten gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren ondergeschikt aan de hoofdbestemming en in een omvang die niet als een bedrijfsmatige agrarische activiteit kan worden beschouwd. 1.68 Hokdierhouderij Veehouderij met uitzondering van nertsenhouderij, melkrundveehouderij en schapenhouderij. 1.69 Hondenfokkerij Het bedrijfsmatig fokken van honden. 1.70 Hondenpension/hondenkennel Een tijdelijke opvangplaats voor honden, waar het dier na verloop van tijd weer wordt opgehaald door de eigenaren, bijvoorbeeld na vakantie. 1.71 Hoofdfunctie Een functie waarvoor het hoofdgebouw en/of gronden als zodanig mag worden gebruikt.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
11
1.72 Hoofdgebouw Een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt. 1.73 Horecabedrijf Een bedrijf dat is gericht op het verstrekken van een nachtverblijf en/of het ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie, een en ander gepaard gaande met dienstverlening. Tot de hieronder genoemde categorieën Horeca 1 tot en met Horeca 5 worden mede begrepen de niet genoemde, maar naar aard, omvang en uitstraling op het woon- en leefmilieu vergelijkbare horecasoorten:
horeca 1 (winkelgebonden daghoreca): vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm en openingstijden aansluiten bij winkelvoorzieningen en waarbij de activiteiten primair gericht zijn op het bedrijfsmatig verstrekken van etenswaren en/of licht-alcoholische en niet-alcoholische dranken voor nuttiging al dan niet ter plaatse en waarvan de exploitatie doorgaans geen of slechts in lichte mate een aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken, zoals broodjeszaken, ijssalons, eethuisjes en lunchrooms; horeca 2a (maaltijdverstrekkers): vormen van horeca-activiteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse en waarvan de exploitatie doorgaans geen aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt, zoals restaurants, bistro's, grand cafés etc.
horeca 2b (logiesverstrekkers) vormen van horeca-activiteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van logies met bijbehorend bedrijfsmatig verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse en waarvan de exploitatie doorgaans geen aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt, zoals hotels en pensions; horeca 3 (spijsverstrekkers): vormen van horeca-activiteiten die primair gericht zijn op het bedrijfsmatig verstrekken van etenswaren voor nuttiging en/of het al dan niet ter plaatse nuttigen alsmede daaraan ondergeschikt het verstrekken van licht-alcoholische en niet-alcoholische dranken en waarvan de exploitatie doorgaans in enige mate een aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken, zoals cafetaria's, automatieken en afhaalhoreca;
horeca 4 (drankverstrekkers): vormen van horeca-activiteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig verstrekken voor gebruik ter plaatse van alcoholische en niet alcoholische dranken en waarvan de exploitatie doorgaans een lichte aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken, zoals cafés en bars;
horeca 5 (zware horeca): vormen van horeca-activiteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig gelegenheid bieden van dansen op elektrisch versterkte muziek alsmede op het ter plaatse nuttigen van alcoholische en niet-alcoholische dranken en etenswaren, en waarvan de exploitatie een aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt, zoals discotheken en nachtclubs.
12
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
1.74 Huishouden Een alleenstaande, of twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. 1.75 Hostel Tijdelijk recreatief dag- en nachtverblijf aan wisselende personen. Het verstrekken van maaltijden/drankjes aan overnachtende gasten is toegestaan. 1.76 Hydrologische betekenis Gronden met een betekenis binnen het watersysteem van het plangebied als infiltratiegebied, intermediair gebied en/of kwelgebied. 1.77 Hydrologisch waardevol Gronden met waarden in verband met een specifieke waterhuishoudkundige situatie in relatie tot een of meer van de volgende waarden en/of omstandigheden: aanwezige aardkundige waarden; aanwezige waterafhankelijke natuurwaarden; aanwezige mogelijkheden voor ontwikkeling van waterafhankelijke natuurwaarden; Daarbij behoren tevens kwantitatieve aspecten (hoge waterstand, stabiel waterpeil, kwelsituatie) en/of kwalitatieve aspecten (voedselarm, onvervuild). 1.78 Kamerverhuur Het opdelen van een woning in twee of meer onzelfstandige wooneenheden óf het opdelen van een woning in één zelfstandige en één of meer onzelfstandige wooneenheden.
1.79 Kampeermiddel Tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of enig ander onderkomen of verblijf, geen bouwwerk zijnde, dat geschikt is voor tijdelijk recreatief nachtverblijf. 1.80 Kampeerterrein Terrein, geheel of gedeeltelijk ingericht en bedrijfsmatig geëxploiteerd, dat is bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen. 1.81 Kas Agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter. 1.82 Kelder Een nagenoeg geheel ondergronds gelegen ruimte, die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorende bovengronds bouwwerk.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
13
1.83 Kernrandzone Overgangsgebied naar het buitengebied, gelegen langs bestaand stedelijk gebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar en met een ondergeschikte of afnemende agrarische functie. 1.84 Kleindierhouderij Een therapeutische boerderij, waarbij dieren worden gehouden gericht op het organiseren van contact van clienten met deze dieren. 1.85 Kleinschalige bedrijvigheid Het verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk, waarvan de omvang in een woning met bijbehorende gebouwen past en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate blijft behouden. Hieronder wordt mede begrepen consumentenverzorging. 1.86 Kleinschalige bouwwerken Bouwwerken met een geringe oppervlakte en een geringe bouwhoogte. 1.87 Kleinschalige overnachting Een kleinschalige overnachtings- en verblijfsaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een kortdurend verblijf en eventueel het serveren van ontbijt, waarvoor een vergoeding wordt betaald. 1.88
Kunstwerken
Waterstaatkundige bouwwerken die van belang zijn voor de functie die de wateren hebben, dan wel uit andere hoofde behoren tot of gelegen zijn in een watergang. 1.89 Landbouwhuisdier Zoogdier of vogel voor de productie van vlees, eieren, melk, wol, pels of veren of een paard of pony voor het fokken 1.90 Landschappelijke tuin een stuk grond, behorende bij het perceel van de aangrenzende (bedrijfs)woning, in gericht als tuin welke qua karakter en uiterlijk zoveel mogelijk aansluit bij het landschappelijk karakter van de omgeving; 1.91 Landschappelijke waarden en kenmerken Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten. 1.92 Lawaaisporten Een sportactiviteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingslawaai wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model)vliegsport; de jachtsport wordt hieronder niet verstaan. 1.93 LIR Landschapsinvesteringsregeling (LIR) 2019 gemeente Best, en opvolgende beleidsregels, waarin, met betrekking tot de beoordeling van initiatieven, de verschillende vormen van bijdragen aan de kwaliteit van het landschap zijn voorgeschreven.
14
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
1.94 Loonwerkbedrijf Een bedrijf, dat is gericht op het verlenen van diensten aan overwegend agrarische bedrijven en het verrichten van cultuurtechnische werkzaamheden, met behulp van werktuigen. 1.95 Maatschappelijke en culturele voorzieningen Educatieve, (para)medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, religieuze, onderwijsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen. 1.96 Manege Een bedrijf dat op eigen terrein binnen of buiten een gebouw gelegenheid geeft tot het beoefenen van de paardensport en al dan niet mogelijkheden biedt voor het verblijf en de verzorging van paarden. 1.97 Mantelzorg Langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende (fysiek, psychisch en/of sociaal) door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten van elkaar overstijgt. 1.98 Melkrundveehouderij Onder melkveehouderij worden de volgende diercategorieën uit de Regeling ammoniak en veehouderij verstaan, met tussen haakjes de bijbehorende RAV-code: melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (A1); vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (A3); dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor natuurbeheer.
1.99 Mestbewerking De toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygienisatie of indamping van mest. 1.100 Mestverwerking Het bewerken van mest ten behoeve van het exportwaardig maken daarvan. 1.101 Milieucategorie Milieucategorie zoals omschreven in de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering 2009. 1.102 Multifunctionele ruimte een multifunctionele ruimte waar onder meer zijn toegestaan; 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Exposities Tentoonstellingen Ruilbeurzen Voorstellingen (theater, harmonieconcerten, mannenkoor etc.) Symposiums Lezingen Bruiloften Bedrijfsfeesten/-bijeenkomsten
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
15
9.
Bijeenkomsten verenigingen
1.103 NatuurNetwerk Brabant (NNB) Samenhangend netwerk van natuurgebieden van nationaal en internationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuuren bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. 1.104 Natuurwaarden Waarden in verband met de aanwezigheid van bijzondere planten, dieren en leefgemeenschappen in onderlinge samenhang en in samenhang met hun leefomgeving (biotoop) en welke verband houden met zaken als verscheidenheid/zeldzaamheid, natuurlijkheid/ongestoordheid en kenmerkendheid. 1.105 Nevenactiviteiten Activiteiten waarvoor een gedeelte van de vloeroppervlakte van een gebouw dan wel een deel van de gronden als bepaald in de regels als zodanig mag worden gebruikt. 1.106 Nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, apparatuur voor telecommunicatie, voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.107 Omschakeling Geheel of gedeeltelijk overstappen van de ene agrarische bedrijfsvorm naar de andere agrarische bedrijfsvorm.
1.108 Opslagverhuurbedrijf één bedrijf dat bedrijfsruimten verhuurt aan andere bedrijven / particulieren ten behoeve van opslag, waarbij het geen opslag betreft van goederen die bestemd zijn voor handel of ter plaatse worden overgeladen (overslagpunt). Productie, be- of verwerking van producten, repareren, sorteren en inpakken van producten of soortgelijke activiteiten is niet toegestaan uitgezonderd kortdurende en incidentele werkzaamheden. Stalling van voertuigen voor transportbedrijven en opslag van brandgevaarlijke goederen op het buitenterrein is niet toegestaan. 1.109 Overig agrarisch bedrijf Agrarisch bedrijf dat niet binnen de begripsbepaling van veehouderij, (vollegronds)teeltbedrijf of glastuinbouwbedrijf valt. 1.110 Overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak en niet meer dan 1 wand. 1.111 Paardenhouderij Een bedrijf dat gericht is op semi-agrarische activiteiten zoals het fokken en africhten van paarden dan wel op bedrijfsmatige activiteiten, zoals het aanbieden van rijles, het bieden van verblijf aan paarden, bijvoorbeeld paardenpension en paardenstallen en/of de handel in paarden.
16
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
1.112 Peil Voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst; de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang. In andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.113 Pensionstalling een agrarisch verwant bedrijf, waarvan de activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit het houden van paarden van derden of het berijden ervan. Hieronder wordt verstaan de verhuur van stalling met accommodatie en/of weiland en het verzorgen van paarden. Onder pensionstalling wordt geen manege verstaan. 1.114 Perceelsgrens De grens van een bouwperceel.
1.115 Permanente bewoning Het gebruik van een gebouw of ander onderkomen als woonruimte op een wijze, die ingevolge de bepalingen van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, noopt tot inschrijving van de bewoner(s) in het bevolkingsregister van de gemeente waarin dat gebouw is gelegen; of indien betrokkene op meer dan één adres woont, het gebruik van het gebouw of ander onderkomen als verblijf waar betrokkene naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten met dien verstande dat van permanente of tijdelijke bewoning voorts wordt geacht sprake te zijn wanneer buiten het zomerseizoen (dat loopt van 1 mei tot 1 oktober) in een kalenderjaar ter plaatse door betrokkene meer dan 70 maal nachtverblijf wordt gehouden en door betrokkene niet aannemelijk is of kan worden gemaakt, dat elders over een hoofdwoonverblijf kan worden beschikt. 1.116 Productiegebonden detailhandel Detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 1.117 Prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.118 Raamprostitutie Een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee/prostitué tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen.
1.119 Recreatief medegebruik Een recreatief gebruik van gronden dan ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan. Voorbeelden hiervan zijn wandelen, fietsen, paardrijden en sportvissen. 1.120 Recreatieve voorziening Voorzieningen bedoeld voor recreatieve activiteiten die in de vrije tijd plaatsvinden en ontspanning tot doel hebben, zoals musea, sportterreinen, speeltuinen, hondenoefenterreinen, dierenparken en openluchttheaters.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
17
1.121 Regionale waterberging Gebied dat noodzakelijk is om wateroverlast uit regionale watersystemen tegen te gaan. 1.122 Reservering waterberging Gebied dat mogelijk in de toekomst noodzakelijk is om wateroverlast uit regionale watersystemen tegen te gaan. 1.123 Ruimtelijke eenheid Complex van bij elkaar behorende bouwwerken. 1.124 Scouting Groepsgewijze spel- en verenigingsactiviteiten voor kinderen en jongeren tot 21 jaar, inclusief overnachtingsmogelijkheid (groepsaccomodatie en/of kamperen) in weekenden en tijdens vakantieperioden. 1.125 Schuilhut Een solitair gelegen klein bouwwerk dat dient voor de hobbymatige stallen van dieren en het bijbehorende dierenvoer. 1.126 Seizoenarbeiders Werknemers die in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden op een (agrarisch) bedrijf werkzaam zijn. 1.127 Seksinrichting De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
1.128 Stalderingsgebied gebied waarbinnen het oprichten van een dierenverblijf voor een hokdierhouderij is gekoppeld aan de sanering van een bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij met als doel de regionale concentratie van vee te reguleren en verdere leegstand te voorkomen;
Het stalderingsgebied voor Best is als volgt begrensd:
18
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
19
1.129 Statische opslag (binnen)opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, die niet brandgevaarlijk zijn, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke. 1.130 Straatprostitutie Het door handelingen, houding, woord, gebaar of andere wijze passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken. 1.131 Streekgebonden producten producten, gemaakt met grondstoffen die als streekeigen worden beschouwd en/of volgens streektraditie geteelde producten, en/of producten die volgens een specifieke bereidingswijze of receptuur van een bepaalde regio wordt geproduceerd. 1.132 Teeltondersteunende voorziening Ondersteunende voorziening die een onderdeel is van de vollegrondse bedrijfsvoering van een (vollegronds)teeltbedrijf, waarbij het volgende onderscheid wordt gemaakt: a.
teeltondersteunende kas: een teeltondersteunde voorziening in de vorm van een (permanente) kas.
b. hoge teeltondersteunende voorzieningen met een permanent karakter: teeltondersteunende voorzieningen, in de regel hoger dan 1,5 meter, ter bescherming van zaaisels en planten, tegen onkruid en wildschade en tegen weersinvloeden, die vrij makkelijk verwijderbaar zijn, maar waarbij dat niet na elk teeltseizoen plaats vindt. Hieronder worden in ieder geval verstaan: teeltbakken in stellingen of teelttafels, eventueel met regenkappen; ondersteunende (glas)kassen; plastic-/foliekassen, -tunnels en -regenkappen. c.
hoge teeltondersteunende voorzieningen met een tijdelijk karakter: teeltondersteunende voorzieningen, in de regel hoger dan 1,5 meter, ter bescherming van zaaisels en planten, tegen onkruid en wildschade en tegen weersinvloeden, die aanwezig zijn gedurende de periode dat de teelt dat vereist, en die na (een deel van) van het teeltseizoen, en uiterlijk binnen 8 maanden, weer worden verwijderd. Hieronder worden in ieder geval verstaan: menstoegankelijke wandelkappen; schaduwhallen voor het afharden van producten en ter bescherming van plantmateriaal tegen scherpe zon; hagelnetten en vraatnetten.
d. lage ondersteunende voorzieningen met een meer permanent karakter/containervelden ondersteunende voorzieningen voor plantaardige teelten, die op of nabij de grond worden aangebracht, voor zogenaamde containerteelt. Hierbij kan het volgende onderscheid worden gemaakt: containervelden als onomkeerbare voorziening, waarbij gebruik gemaakt wordt van een geheel verharde ondergrond veelal van niet-openbare/gesloten verhardingen, zoals beton; containervelden als omkeerbare voorzieningen, waarbij gebruik gemaakt wordt van anti-worteldoek met daartussen opneembare of open verhardingen, zoals betonplaten, tegel- of klinkerbestratingen.
20
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
e.
lage teeltondersteunende voorzieningen met een tijdelijk karakter teeltondersteunende voorzieningen, met een hoogte van maximaal 1,5 meter, aanwezig gedurende de periode dat de teelt dat vereist, en die na (een deel van) het teeltseizoen, en uiterlijk binnen 8 maanden, weer worden verwijderd. Hieronder worden in ieder geval verstaan: lage tunnels van halfronde bogen waarover plastic of gaasdoek wordt gespannen, insectengaas, afdekfolies, vlakveldfolies.
1.133 Tijdelijke huisvesting seizoenarbeiders het huisvesten van werknemers op een agrarisch bedrijf, die in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden op het desbetreffende agrarisch bedrijf werkzaam zijn om naar aard kortdurend werk te verrichten, voor zover noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering. 1.134 Tuincentrum bedrijf, geheel of in overwegende mate gericht op detailhandel van boomkwekerijproducten, planten, bloembollen, bloemen, kamerplanten, artikelen voor de aanleg en het onderhoud van de tuinen, tuininrichtingsartikelen en aanverwante artikelen. 1.135 Toename van stikstofemissie a. Er is sprake van een toename van stikstofemissie door het gebruik van gronden en bouwwerken wanneer de emissie van stikstof (N/kg/jaar*) meer bedraagt dan de emissie van stikstof (N/kg/jaar*) afkomstig van het feitelijk bestaande, planologisch legale gebruik van gronden en bouwwerken, voorafgaand aan de vaststelling van het plan. b. Indien een gelijkblijvende of een afname van de stikstofemissie (N/kg/jaar*) afkomstig van het feitelijk bestaande, planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken voorafgaand aan de vaststelling van het plan, een hogere stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige en voor stikstof overbelaste habitats in een Natura 2000-gebied, dan wordt dit eveneens beschouwd als een toename van stikstofemissie.
1.136 Veehouderij Agrarisch bedrijf of tak, gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren. 1.137 Veldschuur Een ten tijde van het in ontwerp ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Best 2021 reeds aanwezig (of bestaand) gebouw buiten een agrarisch bouwvlak of een bestemmingsvlak met bouwmogelijkheden, dat buiten de reguliere bouwregels valt en wel als zodanig bestemd dient te worden. 1.138 Verblijfsrecreatie Het verblijf voor recreatieve doeleinden buiten de eerste woning, waarbij ten minste een nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen. 1.139 Verkoopvloeroppervlak (vvo) De totale oppervlakte van de voor het publiek toegankelijke en zichtbare winkelruimte, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de toonbank. 1.140 Vloeroppervlakte de oppervlakte van de vloer van de begane grond.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
21
1.141 (vollegronds)teeltbedrijf Agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. 1.142 Voorgevel De gevel van de voorzijde van een gebouw. 1.143 Voorgevellijn De lijn waarin de voorgevel van een bouwwerk is gelegen alsmede het verlengde daarvan. 1.144 Volwaardig agrarisch bedrijf Bedrijf met de omvang van ten minste één volwaardige arbeidskracht met een daarbij passende arbeidsomvang en een daaruit te verwachten redelijk inkomen. 1.145 Voorzieningen van algemeen nut Voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.146 Vormverandering van een bouwvlak Wijziging van de begrenzing van een bouw- en bestemmingsvlak zonder dat dit gepaard gaat met een vergroting van de totale oppervlakte van dat bouwvlak of bestemmingsvlak. 1.147 Water en waterhuishoudkundige voorzieningen Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voor voorzieningen, die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelinfiltratie en waterkwaliteit.
Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten en dergelijke. 1.148 Waterwingebied Gebied waar waterwinning plaatsvindt ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening door onttrekking van grondwater. 1.149 Werk Een constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde. 1.150 Wet/wettelijke regeling Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp van het bestemmingsplan Buitengebied Best 2021, tenzij anders bepaald.
22
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
1.151 Woning Een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, dan wel voor de huisvesting van één huishouden met daarbij niet bedrijfsmatige kamerverhuur van maximaal 2 personen, danwel voor de huisvesting van maximaal 4 personen, die geen gezamenlijk huishouden vormen maar wel gezamenlijk gebruikmaken van de voorzieningen als ware het één huishouden. In het laatste geval dient sprake te zijn van een gebruiksoppervlakte van minimaal 12 m2 per persoon. Binnen een woning is sprake van één zelfstandige wooneenheid, dat wil zeggen één eenheid waarin een zelfstandig huishouden kan worden gevoerd doordat die eenheid beschikt over de daartoe strekkende voorzieningen (sanitair, kookgelegenheid en dergelijke) en een eigen huisnummer. 1.152 Woonboerderij Een boerderij of boerderijgebouw dat bestaat uit een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met de in hetzelfde gebouw opgenomen (voormalige) bedrijfsruimten, waarbij woon- en stalgedeelte van oudsher aan elkaar verbonden zijn. Voorbeelden hiervan zijn een langgevelboerderij of kortgevelboerderij. 1.153 Zolder Zolder onder een kap voor zover de hoogte van de borstwering ter plaatse van de omtrekmuren minder dan 80 cm boven de vloer is gelegen.
1.154 Zorgvuldige veehouderij Een veehouderij, die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving. Er is sprake van een zorgvuldige veehouderij als is voldaan aan de Nadere regels Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij zoals in de provinciale Interim Omgevingsverordening of opvolger daarvan.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
23
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 De (bouw)hoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 De oppervlakte van zonnepanelen De oppervlakte van geplaatste of geïnstalleerde zonnepanelen is de netto oppervlakte loodrecht gemeten vanuit de lucht. 2.7 De afstand tot de bestemmingsgrens De kortste afstand van het buitenwerkse gevelvlak van een gebouw tot de bestemmingsgrens. 2.8 De afstand tot de bouwperceelsgrens Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.
2.9 De afstand tot de weg De afstand tussen de bebouwing en de as van de weg. 2.10 De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens De kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de zijdelingse grens van het bouwperceel. 2.11 De breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidsmuren. 2.12 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk Vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
24
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
2.13 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- en/of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,50 meter bedraagt.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
25
26
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Agrarisch
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
b. c. d. e.
agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; hobbymatig agrarisch gebruik van de gronden rondom en aansluitend aan de bestemming Wonen is toegestaan; behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke waarden; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; extensief recreatief medegebruik;
een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder perceelsontsluitingen, tuinen tussen Agrarisch Agrarisch bedrijf en de weg; 3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen Er mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. 3.2.2 Gebouwen Er zijn geen gebouwen toegestaan. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat uitsluitend open erf- en terreinafscheidingen zijn toegestaan, alsmede eenvoudige voorzieningen voor recreatief medegebruik, zoals prullenbakken, bankjes, bewegwijzering. b. Verlichting is niet toegestaan tenzij het bestaande verlichting betreft met de bestaande hoogte als maximum. c. De bouwhoogte van de voorzieningen voor recreatief medegebruik mag niet meer bedragen dan 3,5 m; de bouwhoogte van de open erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Afwijking ander type bouwwerk Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.3 teneinde een ander type bouwwerk toe te staan, tot een hoogte van maximaal 4 m, onder de voorwaarde dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van landschappelijke en/of hydrologische waarden.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
27
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van: a. b. c.
d. e.
het gebruiken of het laten gebruiken van gronden waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt; voor het beproeven van of racen/crossen met motoren of voertuigen, alsmede voor lawaaisporten; gewasbeschermingsmiddelen voor fruit- en boomteelt op een afstand van minder dan 50 m van bestemmingsvlakken van voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor reeds bestaande fruit- en boomteelt is toegestaan; buitenopslag; het (half)verharden van onverharde wegen en paden.
3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Agrarisch' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, met een oppervlakte van meer dan 100 m².
3.5.2 Uitzonderingen Het in 3.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b.
het normale onderhoud en/of beheer betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds legaal in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
3.5.3 Toelaatbaarheid De in 3.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud van de agrarische gronden.
28
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
Artikel 4 4.1
Agrarisch - Agrarisch bedrijf
Bestemmingsomschrijving
4.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf, b. agrarisch grondgebruik; c. permanente en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen; d. wonen in een bedrijfswoning; e. aan huis verbonden beroepen; f. de huisvesting van (tijdelijke) seizoenarbeiders; g. nevenactiviteiten; h. extensief recreatief medegebruik. één en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals voorzieningen voor verkeer en verblijf, wegen en paden; tuinen en erven; parkeervoorzieningen; erfontsluitingen; groenvoorzieningen en landschapselementen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; en overeenkomstig de in 4.1.2 opgenomen nadere detaillering van de doeleinden. 4.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 4.1.1: a Agrarisch bouwvlak Voor een agrarisch bouwvlak, te weten de aanduiding 'bouwvlak', gelden de volgende algemene bepalingen: 1. 2.
Uitsluitend binnen deze aanduiding zijn agrarische bedrijfsgebouwen toegestaan; Per bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' is maximaal één agrarisch bedrijf toegestaan.
b Toegestane agrarische bedrijven/bedrijfstakken (vollegronds)teeltbedrijven c Teeltondersteunende voorzieningen Binnen deze bestemming zijn permanente en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen toegestaan, met dien verstande dat het oprichten van teeltondersteunende kassen niet is toegestaan. d Bedrijfswoning Voor bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: 1.
per aanduiding 'bouwvlak' is maximaal één bedrijfswoning toegestaan,
e 1.
Nevenactiviteiten nevenactiviteiten welke ondergeschikt zijn aan het agrarische bedrijf, met dien verstande dat: a. uitsluitend de navolgende nevenactiviteiten zijn toegestaan onder de navolgende voorwaarden: Nevenactiviteiten Ondergeschikte detailhandel
Voorwaarden - ter plaatse geproduceerde/ geteelde producten en/of streekgebonden producten - de verkoopvloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2 ;
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
29
Inpandige statische opslag
Educatie
Kleinschalig kamperen
b.
- de vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 1.000 m2 ; - inpandige statische opslag is uitsluitend toegestaan in de bestaande oppervlakte aan gebouwen (vervangende nieuwbouw is mogelijk); - inpandige statische opslag is niet toegestaan in kassen. - de educatie heeft betrekking op de agrarische bedrijfsvoering, natuur, landschap , cultuurhistorie of het buitenleven; - er mag geen sprake zijn van een geurgevoelig object. Er is geen sprake van een geurgevoelig object indien de educatie niet uitsluitend in één ruimte plaatsvindt, maar ook elders zoals in zichtruimtes op dierenverblijven of buiten; - kleinschalig kamperen, bestaande uit maximaal 15 kampeermiddelen binnen de bestemming Agrarisch - Agrarisch bedrijf, met dien verstande dat de afstand tot een woning of een bedrijfswoning van een derden minimaal 50 m bedraagt; - uitsluitend zijn toegestaan kampeermiddelen met een niet-permanent karakter (tenten, tentwagens, kampeerauto's, campers en toercaravans); - parkeren vindt plaats binnen Agrarisch Agrarisch bedrijf waarbij voorzien wordt in de parkeerbehoefte, als bedoeld in 19.1 - er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing, bestaande uit inheemse beplanting.
de gezamenlijke vloeroppervlakte van nevenactiviteiten mag niet meer bedragen dan 50% van de bestaande oppervlakte van bedrijfsgebouwen tot maximaal 500 m2 , met dien verstande dat de omvang van inpandige statische opslag en kleinschalig kamperen hierbij niet wordt meegerekend;
f Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het in gebruik nemen van de gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, is uitsluitend toegestaan indien binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van dit plan de gronden zijn ingericht in overeenstemming met het beplantingsplan zoals opgenomen in Bijlage 5 van de regels en de landschappelijke inpassing in stand wordt gehouden alsmede alle in rood gemarkeerde bebouwing zoals aangegeven in Bijlage 7 van de regels is gesloopt.
30
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
g Voorwaardelijke verplichting kwaliteitsverbetering van het landschap Het in gebruik nemen van de gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, is uitsluitend toegestaan indien binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van dit plan de achterliggende gronden zijn ingericht in overeenstemming met de beplantingsplannen zoals opgenomen in Bijlage 4 en Bijlage 6 van de regels en de landschapsmaatregelen in stand worden gehouden. h Voorwaardelijke verplichting waterbergingsvoorziening Het in gebruik nemen van de gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is slechts toegestaan als binnen het bestemmingsplangebied is voorzien in de realisatie en instandhouding van een waterbergingsvoorziening van voldoende omvang, waarbij de capaciteit van de waterbergingsvoorzieningen als volgt wordt berekend: minimaal 60 mm per m2 toename bebouwd/verhard oppervlak. De aan te leggen waterbergingsvoorzieningen betreffen naast herbouw van de bestaande watersilo, in ieder geval de aanleg van zaksloten conform de inrichtingsschets, inclusief dwarsprofiel zoals opgenomen in Bijlage 9 bij de regels.
i Voorwaardelijke verplichting archeologisch onderzoek Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - voorwaardelijke verplichting archelogisch onderzoek 2 ' is het in gebruik nemen van de gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving slechts toegestaan als middels een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden in het algemeen de volgende bepalingen: a. b. c. d.
er mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd; de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd mag niet minder bedragen dan 15 m, indien de bestaande afstand reeds minder bedraagt, geldt deze afstand als minimale afstand; de afstand tot de perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 2 m; gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'.
4.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b.
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m.
4.2.3 Bedrijfswoningen Voor een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
de inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3 , tenzij de inhoud van de bestaande bedrijfswoning reeds meer bedraagt, waarbij de bestaande inhoud als maximum geldt. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m, met dien verstande dat bij inpandige woningen de goothoogte niet meer mag bedragen dan 6 m. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m. vervangende nieuwbouw van de bedrijfswoning mag uitsluitend plaatsvinden ter plaatse van de bestaande situering.
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
31
4.2.4 Bijgebouwen bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.
bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 2 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m²; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m; de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 15 m.
4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b.
c. d. 4.3
de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m voor en 2 m achter de voorgevellijn; voor carports en overkappingen, behorende bij de bedrijfswoning, geldt het volgende: 1. ze dienen minimaal 2 m achter de voorgevelrooilijn te worden gesitueerd 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; 3. de totale oppervlakte per bedrijfswoning, mag niet meer bedragen dan 50 m2 , de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m; voor onoverdekte zwembaden geldt dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 100 m². Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Verplaatsing van de bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3 ten behoeve van het verplaatsen van de bedrijfswoning, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen: a. b. c.
d. 4.4
er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de stedenbouwkundige structuur en verkeersveiligheid; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; aangetoond dient te worden dat voldaan wordt aan de relevante (milieuhygiënische) wet- en regelgeving en gemeentelijk beleid op het gebied van geluid, geurhinder, hinder van bedrijfsactiviteiten en externe veiligheid. Overtollige bebouwing wordt gesloopt, waaronder sloop van de oude bedrijfswoning. Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van de gronden en bouwwerken voor: a. b. c. d. e.
f.
32
het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt; kleinschalige bedrijvigheid; bewoning van gebouwen, anders dan het toegestane gebruik als bedrijfswoning van de bedrijfswoning; het beproeven van of racen/crossen met motoren of voertuigen, alsmede voor lawaaisporten; gewasbeschermingsmiddelen voor fruit- en boomteelt op een afstand van minder dan 50 m van bestemmingsvlakken van voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor reeds bestaande fruit- en boomteelt is toegestaan; het houden van dieren binnen gebouwen – al dan niet hokken – anders dan op de begane grond bouwlaag, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden;
bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-16
g. h. i. j.
kleinschalige overnachtingen anders dan bestaande kleinschalige overnachtingen; loonwerkbedrijven en overige bedrijvigheid; het wijzigen van het gebruik van een bestaand gebouw in een dierenverblijf; evenementen.
4.4.2 Aan huis verbonden beroep Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van aan huis verbonden beroepen gelden tevens de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.
een aan huis verbonden beroep is uitsluitend toegestaan bij een bedrijfswoning; de vloeroppervlakte voor aan huis verbonden beroepen in de woning en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning tot een maximum van 100 m²; uitsluitend beroepsactiviteiten zijn toegestaan indien deze voorkomen in, of gelijk te stellen zijn aan de lijst aan huis verbonden beroepen, zoals opgenomen in Bijlage 1 Lijst van aan huis verbonden beroepen; detailhandel is niet toegestaan; de activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner (ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie) van het pand.
4.4.3 Tijdelijke huisvesting van seizoenarbeiders Binnen het bestemmingsvlak is tijdelijke huisvesting van seizoenarbeiders binnen bestaande bedrijfsbebouwing toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. 4.5
de tijdelijke huisvesting is uitsluitend toegestaan voor personen, van wie de huisvesting op het ter plaatse gevestigde agrarisch bedrijf noodzakelijk is in verband met een tijdelijk grote arbeidsbehoefte; er geen mobiele kampeermiddelen, zoals tenten, toercaravans of kampeerauto's worden geplaatst; het aantal seizoenarbeiders dat wordt gehuisvest op het desbetreffende agrarische bedrijfskavel ten hoogste 20 zal bedragen; er vindt uitsluitend huisvesting plaats voor wisselende groepen mensen die tijdelijk arbeidsplaatsen vervullen; er voldoende parkeergelegenheid binnen de agrarische bedrijfskavel aanwezig is. Afwijken van de gebruiksregels