CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

24048.29 - Bijlage 14 bij Toelichting - Landschapsplan met mitigerende maatregelen voor de steenuil

Raadsvergadering 10 juni 2024, gemeente BestBij agendapunt: 24048 - Vaststellen bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-1617.499 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

STEENUIL OP DE AARLESCHE ERVEN LANDSCHAPSPLAN MET MITIGERENDE MAATREGELEN VOOR DE STEENUIL 16 MAART 2023

PRIKKELENDE LANDSCHAPSONTWERPEN.

Archiefexemplaar van BL24-03735

- Mosselaarweg 5-7-16_toelichting_Bijlage 14 Landschapsplan met mitigatie maatregelen steenuil

PRIKKELENDE LANDSCHAPSONTWERPEN.

COLOFON

INHOUDSOPGAVE

Titel document:

1

STEENUIL OP DE AARLESCHE ERVEN Datum: 16 maart 2023

Status: Landschapsplan Document: Enkelzijdig A4 liggend Opdrachtgever: Gemeente Best Postbus 50 5680 AB Best

Auteur/Adviseur: VAN DOOREN LANDSCHAP Derpt 15, 4576 VW Vorstenbosch T 06-26949922

2

E info@vandoorenlandschap.nl

inleiding

3 3 4 4 2 Aarlesche erven 6 3 Flora en Fauna 8 3.1 Flora- en faunaonderzoek 8 3.2 Steenuil 9 3.2.1 Broedmogelijkheden 9 3.2.2 Leefgebied 10 3.3 Mitigatie 10 4 Inventarisatie 13 4.1 Initiatiefnemers 13 4.2 Huidige situatie 14 4.2.1 Mosselaarweg 10 15 4.2.2 Mosselaarweg ongenummerd 15 4.2.3 Achterliggend landschap 16 4.3 Historie 18 4.4 Visie gemeente Best 19 5 Landschap 22 5.1 Programma 22 5.2 Visie 26 5.3 Inrichtingsvoorstel 27 5.2.1 Mosselaarweg 10 27 5.3.1 Mosselaarweg ongenummerd 29 5.3.2 Achterliggend landschap 30 1.1 1.2 1.3

5.4 Beplanting

Aanleiding Locatie Leeswijzer

5.4.1 Mosselaarweg 10 5.4.2 Mosselaarweg ongenummerd 5.4.3 Landschap

6 Conclusie

32 32 35 38 42

Bijlage I - Onderzoek steenuilen Bijlage II -Landschappelijke inpassing erf Mosselaarweg 10 Bijlage III - Landschappelijke inpassing erf Mosselaarweg ong. Bijlage IV - Landschapsplan Bijlage V - Beplantingsplan inpassing erf Mosselaarweg 10 Bijlage VI - Beplantingsplan erf Mosselaarweg ong. Bijlage VII - Beplantingsplan landschap Bijlage VIII - Hoogstam fruitsoorten

1 INLEIDING 1.1

Aanleiding

Gemeente Best heeft de afgelopen jaren ten noorden van de kern Best de woningbouwontwikkeling Aarlesche Erven voorbereid. Het bestemmingsplan is inmiddels vastgesteld op 17 juni 2019 en dit maakt de realisatie van 880 woningen en een school met bijbehorende infrastructuur (wegen en waterlopen) en groenelementen mogelijk. Hiervoor wordt het plangebied opnieuw ingericht. Plangebied mitigatie plan

Het huidige gebied vormt onderdeel

Conform dit onder zoek blijkt dat

van het buitengebied aan de rand van

binnen het plangebied Aarlesche Erven

Best. Hierin liggen enkele (voormalige)

essentiële delen van een territoria

agrarische bedrijven en burgerwoningen

van diverse steenuilkoppels aanwezig

omgeven door agrarische gronden

zijn. Het gaat hier om foerageer- en

en diverse landschapselementen.

leefgebied om de functionaliteit van een

In verband met de bestemmings-

nestplaats te waarborgen.

planprocedure was het noodzakelijk

3

Mosselaarweg

Plangebied Aarlesche Erven

inzicht te krijgen in de aanwezigheid

Met de geplande ruimtelijke ontwik-

van beschermde soorten f lora en

keling gaan deze essentiële foerageer-

fauna en de mogelijke effecten van

en leefgebieden in ieder geval tijdelijk

de voorgenomen plannen hierop. In

v e r l o r e n . D a a r m e e v e r li e z e n d e

het verleden zijn diverse ecologische

nesten van de steenuilkoppels hun

onderzoeken en -analyses uitgevoerd.

functionaliteit. In dat geval is sprake

Het laatste onderzoek betreft SAB,

van overtreding van de Wet natuurbe-

Nader onderzoek Steenuil Wet natuur-

scherming. Om de werkzaamheden toch

bescherming, 6 mei 2019.

door te laten gaan binnen het territoria van de steenuilen is een ontheffing Wet

Aanduiding plangebied op topografische ondergrond met kadastrale ondergrond in paars (Aarlesche erven) en oranje (mitigatieplangebied steenuilen) (bron PDOK.nl)

natuurbescherming nodig in combinatie

Het plangebied van de Aarle sche

een conclusie hoe is omgegaan met de

met het treffen van mitigerende

Er ven en het mitigatieplangebied

kaders uit het beleid en de maatregelen

maatregelen.

bevinden zich in agrarisch gebied in

voor de verschillende beschermde

het buurtschap Aarle (gemeente Best,

soorten.

Het mitigatieplan voor de steenuil is

provincie Noord-Brabant). Aarle ligt

gericht op het verplaatsen van het

ten noordwesten van Best en bestaat

steenuilterritorium naar een locatie

uit enkele straten met boerderijen.

buiten het plangebied Aarlesche Erven.

Verder bestaat het voornamelijk uit

Voorwaarde is dat in dit nieuwe gebied

weilanden en akkers. Best ligt ten

op dit moment geen steenuilterritorium

noordwesten van Eindhoven en aan de

aanwezig is.

zuid-, oost- en noordzijde ingeklemd tussen de snelwegen A58, A50 en A2. Ten

Van Dooren Landschap is gevraagd

zuidwesten en noordoosten van Best

in samenwerking met diverse locale

liggen bossen.

Beeld 1. Mosselaarweg

natuurorganisaties een mitigatieplan voor twee steenuilkoppels op te stellen. In het buitengebied van gemeente Best

4

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 biedt informatie over

nabij het plangebied Aarlesche Erven

d e t o ekom st ig e sit uat ie v an d e

is een locatie aan de Mosselaarweg

Aarlesche Erven. In hoofdstuk 3 worden

gevonden, die aan de voor waarde

de ecologische r and voor w aarden

voor mitigatie voldoet. Het mitiga-

uiteengezet naar aanleiding van eerder

tieplan geeft met name inzicht in de

uitgevoerde onderzoeken. Daarnaast

fysieke landschappelijke inrichting

wordt voor met name de doelsoort

en de twee eigenaren van de locatie

steenuil een beschrijving gegeven over

hebben interesse om mee te denken

zijn habitat en de nodige maatregelen.

in de aanpassingen in het landschap.

Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de huidige

Daarnaast hebben zijn zij voornemens

situatie binnen het mitigatieplangebied,

samen te werken en ieder op hun

een korte historische analyse van het

eigen erf een nieuwe bedrijfsvoering

landschap en de visie van de gemeente

op te bouwen. Ook hiervoor wordt een

Best op het buitengebied. Aan de hand

bestemmingsplanprocedure doorlopen,

van een visie met uitwerking in een

waarbij de landschappelijke inpassing een

landschapsplan worden de mitigerende

onderdeel is. Onderhavig landschapsplan

maatregelen omschreven in hoofdstuk 5.

is een uitwerking hiervan.

Het plan wordt ondersteund door een

1.2

beplantingsplan. Hoofdstuk 6 geeft

Locatie

Beeld 2. Bedrijfswoning Mosselaarweg 10 Best

AARLESCHE ERVEN

2 AARLESCHE ERVEN Het huidige gebied van woningbouwlocatie Aarlesche Erven kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van boerderijen, weilanden en akkers, met relatief veel boomkwekerijen. Vanwege deze afwisseling is het agrarisch gebied enigszins kleinschalig te noemen. In de toekomstige situatie bestaat het plangebied uit een nieuwe woonwijk met 880 woningen. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van een ruimtelijke structuur, die wordt gedragen door gebiedseigen, landschappelijke kenmerken. De omgeving waartoe het plangebied behoort staat bekend als een landelijk kampenlandschap, waarbinnen groene open ruimtes worden afgewisseld door kamers die omringd worden door

Hoofdstructuur Aarlesche Erven (Bron: Beeldregieplan Aarlesche Erven)

houtwallen. Dit principe wordt voortgezet in het stedenbouwkundig plan. Zo zorgen houtsingels voor de basis van

Deze activiteiten sluiten aan bij de

het ruimtelijke raamwerk en bedden ze

omliggende erfstructuren, die aanwezig

de diverse woonvelden als ‘kamers’ in.

zijn bij de linten rondom het plangebied.

Met de realisatie van ‘de wildernis’; een

Door aan deze randen van het plangebied

groene openbare ruimte, dwars door

ook bebouwingsvormen in erfstructuur

het plangebied wordt daarnaast de

terug te laten komen, wordt een

connectie met Het Groene Woud gelegd.

geleidelijke en passende connectie met

Dit groene raamwerk vormt samen

het omliggende landschap gemaakt.

met Het Groene Woud een kleinschalig

(SAB, Nader onderzoek steenuil Wet

voedsellandschap met ruimte voor

natuurbescherming, 6 mei 2019)

bijvoorbeeld fruitbomen. Ook is ruimte voor andere rurale activiteiten, bijvoorbeeld door wonen te combineren met agrarische functies.

6

Groenstructuur Aarlesche Erven (Bron: Beeldregieplan Aarlesche Erven)

FLORA EN FAUNA

3 FLORA EN FAUNA 3.1

Flora- en faunaonderzoek

LEGENDA

Met de realisatie van een woonwijk van ca. 53 hectare

Actieve broedlocatie Steenuil 2017 Broedlocatie steenuil 2013 - 2018

groot, heeft de gemeente ook verplichtingen ten aanzien van geldende wet- en regelgeving voor de natuur. In het kader van de Wet natuurbescherming zijn een aantal floraen faunaonderzoeken uitgevoerd. De bevindingen met de te nemen maatregelen/ontheffingen zijn opgenomen in diverse rapportages. Deze zijn als voorwaarde opgenomen in het bestemmingsplan Aarlesche Erven. Specifiek met betrekking tot de steenuil (categorie 1 jaarrond beschermd nest) wordt door IVN Best aandacht gevraagd voor het jaarrondleefgebied. Uit onderzoek blijkt

Foto bijschrift

dat in het plangebied essentiële delen van een territorium van een steenuilkoppel aanwezig zijn. Het gaat hier om foerageer- en leefgebied om de functionaliteit van een nestplaats te waarborgen. De nestplaats bevindt zich niet in het plangebied Aarlesche Erven. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling gaan deze essentiële foerageer- en leefgebieden in ieder geval tijdelijk verloren. Daarmee verliest het nest van het steenuilkoppel zijn functionaliteit. In dat geval is sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming. Om de werkzaamheden toch door te laten gaan binnen het territorium van de steenuil is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig in combinatie met het treffen van mitigerende maatregelen. In het kader van het opgestelde bestemmingsplan Aarlesche Erven is een nader onderzoek steenuilen uitgevoerd

8

(SAB, Nader onderzoek steenuil Wet natuurbescherming,

Aanduiding broedgevallen steenuil 2017 conform inventarisatie IVN.

Foto bijschrift

6 mei 2019). Dit onderzoek is opgenomen in de bijlage I. Tevens

Een steenuilkoppel gebruikt diverse ruimtes. Tijdens het

is in de regels (artikel 6.5.3) een voorwaardelijke verplichting

broedseizoen blijft het vrouwtje op het nest, waarbij het

opgenomen om de realisatie van mitigerende maatregelen

mannetje elders verblijft. Jonge steenuilen zwerven uit, het

te waarborgen indien de bouw van bouwwerken aan de orde

merendeel vestigt zich op minder dan 10 km van de geboor-

is ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – steenuil’.

teplaats.

Een ontheffing in het kader van Wet natuurbescherming

Binnen het nieuwe compensatiegebied moet de steenuil

voor de steenuil is noodzakelijk. Een ontheffing wordt enkel

voldoende broed- en schuil mogelijkheden hebben. IVN

verleend als voldoende mitigerende maatregelen worden

adviseert minimaal vier nieuwe steenuilkasten te hangen

getroffen om zoveel mogelijk schade aan de steenuil te

binnen het compensatiegebied. Voorkeur is steenuilkasten

voorkomen. Een onderdeel van deze ontheffing is het

te maken die onbereikbaar zijn voor de steenmarters.

mitigatieplan; een plan waarin uitgebreid beschreven staat welke maatregelen genomen worden om de schade aan de betreffende soort tot een minimum te beperken.

3.2

Referentiebeeld steenuilenkast (bron BrabantsLandschap.nl)

Steenuil

Om de maatregelen voor een mitigatieplan te kunnen definiëren is bureauonderzoek verricht en zijn gesprekken gevoerd met betrokken uilenkenners van IVN en Brabants Landschap uit het gebied. Er is gekeken naar de nodige elementen, ruimte en structuren voor een geschikte broedplek en leefomgeving van de steenuil. Deze aspecten vormen de richtlijnen voor de mitigerende maatregelen van deze beschermde soort.

3.2.1

Broedmogelijkheden

De steenuil broedt in allerlei natuurlijke holtes van bomen, vooral knotwilgen en oude (hoogstam)fruitbomen. Ook in rustige hoekjes of nissen van gebouwen of schuren en in speciale nestkasten. Volwassen steenuilen blijven gewoonlijk

9

het gehele jaar in de naaste omgeving van de broedplaats.

Referentie half besloten landschap met knoestige bomen (bron DeVeluwenaar.nl)

3.2.2 Leefgebied

3.3

Mitigatie

De steenuil houdt van veelal kleinschalige cultuurland-

In 2019 heeft een territoriumonderzoek naar de steenuilen

schappen met een variatie aan houtwallen, heggen, weitjes

in en rondom de planontwikkeling van de Aarlesche Erven

en knoestige bomen. Jachtgebied bestaat uit open terrein

plaatsgevonden. Uit dit onderzoek blijkt dat er 4 territoria

met het hele jaar door lage vegetatie (beweiding). Met name

zijn aan te wijzen voor steenuilkoppeltjes.

de randen van weides en akkers met halftransparante

3

landschapselementen zijn interessant. Voorts zijn er

Binnen de territoria is het landschap interessant voor de

voldoende zitplaatsen van één tot anderhalve meter hoogte

steenuilen. Met name de verruigde boomkwekerijpercelen

(paaltjes bijvoorbeeld) om vanaf te jagen. Er zijn schuil-

zijn interessant voor dekking en voedsel. Vanwege het

plaatsen in oude bomen, schuren, gebouwen en dergelijke.

extensieve beheer gedijen muizen hier namelijk goed.

1 4

Ook de afwisseling ten opzichte van de meer intensiever Het voedsel van de steenuil bestaat uit veldmuizen, kleine

beheerde kleinschalige akkers en weilanden in combinatie

vogels, in mindere mate reptielen en amfibieën, insecten als

met kleinschalige landschapselementen in de omgeving, is

nachtvlinders en meikevers en regenwormen.

geschikt voor de steenuilen.

Het leefgebied voor de steenuil is nodig om zijn jongen groot

Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen de

te kunnen brengen. De belangrijkste aspecten voor een

boomkwekerijpercelen en wordt het territorium grotendeels

2

Overzicht van de vastgestelde territoria in en rondom het plangebied (Bron: SAB, Nader onderzoek steenuil Wet natuurbescherming, 6 mei 2019)

geschikt leefgebied zijn: •

Een open tot halfopen landschap met een afwisselend korte en verruigde vegetatie;

•

Erven met bebouwing, beplanting, tuinen, moestuinen en weilandjes met kleindieren;

•

Voldoende nestplaatsen in boomholten, nestkasten,

3

nauwe ruimten in gebouwen of nestkasten; •

Een gevarieerd aanbod van prooien zoals muizen, regenwormen en insecten;

•

1

Voldoende zit- en uitkijkposten om te foerageren en om te rusten;

•

Geen verstoring en versnippering door grote wegen en het spoor;

•

Geen gebruik van insecticiden of andere pesticiden in het territorium of in de directe omgeving.

10

Globale begrenzing van de vastgestelde territorium 1 en 3 in het plangebied (Bron: SAB, Nader onderzoek steenuil Wet natuurbescherming, 6 mei 2019)

bebouwd met woningen en als woonwijk ingericht. Het verdwijnen van essentieel leefgebied en het uitvoeren van de geplande ruimtelijke ingrepen in territorium 1 brengen zeer veel verstoring met zich mee. Het steenuilkoppel zal naar verwachting vanwege deze verstoringen genoodzaakt zijn entieel leefgebied 1 voor eenuil

het territorium te verlaten. Aangezien de bouwontwikkeling aan deze zijde van de planlocatie zal beginnen, wordt voor deze locatie een alternatief leefomgeving voor dit steenuilkoppel ingericht in een zogenaamd compensatiegebied.

leefgebied 2 v mitigatie st

Uit onderzoek blijkt dat aan de noordzijde van de ontwikkellocatie geen bestaand steenuilterritorium aanwezig is. Er zijn reeds geschikte leefomstandigheden in dit gebied, maar er ontbreken nog te veel aspecten voor het leefgebied van de steenuil. Door het gebied aan te passen met nieuwe landschapselementen kan deze leefomgeving geboden worden, waarmee de steenuil kan mitigeren naar het potentiële leefgebied. Twee initiatiefnemers aan de Mosselaar weg willen meedenken om hun erven en agrarische gronden achter

orium

deze erven geschikt te maken voor een ‘nieuwe’ leefomgeving voor de steenuil. Het nu wat kale gebied wordt door de aanleg van nieuwe landschapselementen kleinschaliger en ruiger. Daarnaast wil men op de erven ruimte bieden aan 4 nestkasten. Tevens wordt op het erf rekening gehouden met een optimale leefomgeving voor de steenuil.

Beeld Steenuil (bron waarneming.nl)

11

Verplaatsing leefgebied voor mitigatie steenuil

INVENTARISATIE

4 INVENTARISATIE 4.1

Initiatiefnemers

Twee initiatiefnemers aan de Mosselaarweg liggen op een duurzame bedrijfslocatie op relatief korte tot de nieuwe uitbreiding Aarlesche Erven. Ieder hebben ze hun eigen bedrijfsvoering, maar willen graag bijdragen aan vitalisering van hun erven en het landschap ten gunste van natuur en locale identiteit.

13

Aan de Mosselaar weg 10 ligt een

250m ten westen van Mosselaarweg 10

voormalig koeienbedrijf van familie

is een verplaatsing van de lokale aardbei-

Vermeer. Door omstandigheden heeft

denboer dhr. Van Beerendonk gepland.

men de bedrijfsvoering moeten staken

Hij moet verplaatst worden, aanzien zijn

en is men genoodzaakt te kijken naar

gronden nodig zijn voor de ontwikkeling

Voormalige ligboxenstal

andere mogelijkheden op het erf en

van de nieuwe woonwijk. Op de nieuwe

Mosselaarweg 10

hun gronden. Men ziet kansen om een

locatie kan hij een bedrijfshal met

multifunctioneel bedrijf te starten op

bedrijfswoning en pluktuin realiseren.

het gebied van recreatie, akkerbouw

Achter het erf liggen aaneengesloten

en houtverwerking. Een deel van de

gronden voor de teelt van aardbeien

landbouwgronden wordt ingezet als

(op verschillende manieren), kersen en

hooiland en akkerbouw. Daarnaast wil

bloemen. Beide ondernemers werken

men de huidige boerderij splitsen in twee

s am en en v er p a cht en on der lin g

wooneenheden met ieder een eigen

landbouwgrond.

bijgebouw.

Beeld 3. Broekstraat Beeld 4.

Door middel van diverse sessies is in samenspraak met 3.

de initiatiefnemers en natuurorganisaties een integraal plan opgesteld. In de plannen is rekening gehouden met de toekomstige bedrijfsvoering en is een raamwerk opgezet voor een nieuw leefgebied voor de steenuil. Daarnaast vormt de inrichting een meerwaarde voor lokale biodiversiteit en

7.

recreatieve routes in de omgeving. ad

Het plan wordt onderverdeeld in drie deelgebieden, namelijk

dp

de twee erven (Mosselaarweg 10 en Mosselaarweg ong.) en het achterliggende landschap. De rapportage maakt

r at oo Sp kstra e Bro

n Za 12.

8.

duidelijk onderscheid in deze drie deelgebieden. In de praktijk zullen de erven separaat worden uitgewerkt en het achterliggende landschap in twee fases.

4.2

Huidige situatie

Het plangebied van de twee initiatiefnemers bevindt zich in het agrarisch gebied van het buurtschap Aarle. Dit ligt ten noordwesten van Best en bestaat uit enkele straten met boerderijen. Ten oosten van het plangebied ligt het treinspoor, dat radicaal door het gebied loopt en doorgaande groenstructuren doorbreekt. Onderstaand een korte beschrijving van de huidige situatie van verschillende locaties. Deze beschrijving wordt ondersteund met beelden

6.

op diverse pagina’s in deze rapportage.

10. 5.

11. 9.

14

Aanduiding deelgebieden op luchtfoto met kadastrale ondergrond in paars, oranje en geel. De nummers geven de locaties aan waar de beelden uit deze rapportage zijn genomen.

4.

1.

2.

Mosselaarweg

4.2.1

Mosselaarweg 10

Het erf van Mosselaarweg 10 is functioneel ingericht met schuren, kuilplaten en een mestsilo. Achter het terrein liggen enkele zandhopen, een restant van de bouw van de nieuwe schuur. Rondom de woning ligt een traditionele tuin met enkele bomen en hagen. Het bedrijfsgedeelte is aan de voorzijde afgeplant met struweel en knotberken. Deze staan echter onder de verdrukking van de laanbomen (essen) aan de Mosselaarweg. Daarnaast is er zwaar achterstallig onderhoud. Ten westen van de nieuwe ligboxenstal staan enkele fruitboompjes. De overige inrichting is open.

4.2.2 Mosselaarweg ongenummerd Het huidige perceel op de toekomstige locatie van het nieuwe bedrijf aan de Mosselaarweg ongenummerd is ingericht als weide en akkerland. De Mosselaarweg is ter hoogte van dit perceel landelijk ingericht met een asfaltweg

Beeld 5. Nieuwe ligboxenstal Mosselaarweg 10

Beeld 6. Hopen zand, mestsilo en oude schuur op erf Mosselaarweg 10

Beeld 7. Zandweg vanaf de Broekstraat (bron: Google/maps.com)

Beeld 8. Open gebied vanaf de Broekstraat

en aan weerszijde een groenberm met laanbomen van essen. Aan de oostzijde ligt een buurperceel met in de rand knotwilgen en elzensingel. De andere zijde (west) ligt een agrarisch bedrijf met nauwelijks landschappelijke aankleding.

15

4.2.3 Achterliggend landschap De percelen achter de twee erven zijn in gebruik als weide en akker. Er zijn op de percelen weinig tot geen landschapselementen aanwezig, alleen enkele sloten met grasbermen. Achter het erf Mosselaarweg ongenummerd ligt een herkenbaar oud zandpad met aan beide zijden een sloot. Echter is het zandpad verdwenen en groeit er geen opgaand groen zie beeld 10. Halverwege de percelen loopt een oud zandpad vanaf de Broekstraat. Dit pad is doodlopend. Langs het pad liggen enkele bossages, bomenrijen en een poel. Voornamelijk populier en wilg. Ten zuiden van de bossages liggen enkele kleine graskavels en een kraamkamer voor populieren (deze liggen buiten het plangebied).

Beeld 9. Agrarische percelen op locatie Mosselaarweg ongenummerd. (Bron: Google/maps.com)

16

Beeld 10. Relikwie van een oud zandpad met aan beide zijden een greppel.

Beeld 11. Landschappelijke rand van buurperceel oostzijde Mosselaarweg ongenummerd.

Beeld 12. Huidig zandpad met bossages en bomenrijen

Voor wat betreft de leefomgeving van de steenuil is het gebied op dit moment te open en ontbreekt het aan verruigde vegetatie. De beplanting rondom het zandpad is daar en tegen weer te verdicht en gesloten. Direct naast het plangebied loopt een ommetje van IVN. Het ommetje loopt langs diverse landschappelijke en cultuurhistorische bijzonderheden. Daarnaast worden de bezoekers ook geïnformeerd over diverse weetjes uit de streek door middel van informatieborden.

OMMETJE AARLE

BEST De steenui en in oude schuurt te ‘opgeruimde paren bl leven lang tr leefgebied. W gelegenheid ver bouw, r dieren natuurl achteruit zijn sinds enk de provincie vri het plaatsen van speciaal voor dez vogels ontworpen nestkast inspanning In de omg de Vog naamste pr zijn veldmuis andere vl omvang uil uit de lucht weg

groene en bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.

15 jaar geleden is de oude brandput hersteld. Het is nu een rijk leefgebied voor

rlijn oo Sp sch bo en og ert ’s-H

Van

Mo

en ov dh Ein

sse la

ijk

eD uw

Nie

arw eg

Aa rle se we g

Hagelaarweg

eeuwse t Annakapel ligt op dt elijk in e -

BEST

Rond de Aarlese boer nog wel alti mus - vanouds landsmus’ - als huismus kolonies bebouwde omg De huismus is een cultuur van het oorspr het Midden introductie van de land streken z deze vog vond hij zi geving van de mens op de akk aren te pi

thoniusweg

Kapelweg

s

afische Dienst Kadaster, Emmen

s = startpaneel

17

Lengte Ommetje Aarle: 6,3 km.

Route met ommetje Aarle

Wij raden stevige schoenen of laarz

Landschapsstructuurkaart

4.3

Historie

De omgeving van Best bestaat uit dekzandruggen en -vlaktes. Best ontwikkelt zich in eerste instantie als een agrarische nederzetting, waarbij het ruimtelijke patroon in de omgeving van het dorp wordt gekenmerkt door

is gebleven en op sommige plekken zijn de oude landschapselementen nog zichtbaar, zoals de laanbeplanting en enkele oude houtsingels en boomgaarden op de erven. Nabij het plangebied geldt dit met name voor het oude zandpad in combinatie met de bomenrijen, bossages en poel.

mozaïekachtige verkaveling met onregelmatige percelen midden op de dekzandrug. In de omgeving van Best liggen verschillende agrarische gehuchten, waaronder Aarle. Aarle ligt op de overgang richting de dekzandvlakte, waardoor de noordelijke gelegen gronden te nat waren om te bewonen.

Een opmerkelijk detail is de ligging van het voormalige zandpad op het perceel binnen het paarse plangebied. Het

Hooilanden

zandpad houdt ter hoogte van Mosselaarweg 14 abrupt op. Hier heeft het zandpad plaats gemaakt voor bebouwing en tuin. De pad loopt nu van niets naar nergens, maar is nog wel

Op de kaar t v an 1900 is dit grondgebr uik goed

in het veld goed herkenbaar.

waarneembaar. De meer witte delen waren geschikt voor akkerbouw (hoger en droger) en voor bewoning. De nattere worden gebruikt als hooiland (lichtgroen). Deze gronden Plangebied historische kaart 1900 (bron PDOK)

waren omgeven door diverse landschapselementen, zoals houtsingels, (knot)bomen en struweelhagen voor het keren van vee en lokaal gerief. Hierdoor ontstond een coulisselandschap. Noordelijker werden de gronden natter en minder geschikt voor agrarische activiteiten. Deze gronden waren meer geschikt voor bosbouw (groene vlakken). In de tweede helft van de 19e eeuw kon door de invoering van kunstmest en technische hulpmiddelen de meer natte gronden toch geschikt worden gemaakt voor akkerbouw. De bosbouw werd noordelijker georganiseerd. Het landschap is door de ruilverkaveling in de jaren 70 rationeel ingericht en wordt grootschalig van karakter. De landschapselementen hadden weinig tot geen nut meer voor de agrarische bedrijfsvoering en zijn grotendeels verdwenen. Hierdoor ontstond een open karakter. De bochtige wegenstructuur

18

Plangebied historische kaart 1960 (bron PDOK)

Plangebied historische kaart 2017 (bron PDOK)

De

Visie gemeente Best gemeenteraad

van

Best

heeft

Structuurvisie buitengebied "

"

4.4

op

!

! !

4 april 2016 de Structuurvisie buitengebied vastgesteld. Dit

!

!

!

De Mortelen / De Scheeken

!

!

gemeentelijke beleid voor natuur en landschap, de agrarische

!

!

!

!

!

!

!

"

"

"

visiedocument verbeeldt en verwoordt op hoofdlijnen het

!

Agrarisch-recreatief landschap

sector, recreatie en andere functies in het landelijke gebied.

Recreatielandschap De Vleut De Mortelen / De Scheeken

; !

Conform de structuurvisie ligt het plangebied in een Agrarisch-recreatief landschap, waarbij de landelijke sfeer,

Heide- en bosgebied

cultuurhistorische waarden en de rustiek belangrijke

! ! ! !

kenmerken zijn van dit landschap. De functie landbouw

! ! ! !

! ! ! !

! ! ! !

! ! ! !

! ! ! !

Gebied voor dorpsuitbreiding

; !

blijft in grote delen van het gebied richtinggevend, naast

Recreatieve poort

"

het versterken van dagrecreatief medegebruik.

Recreatief medegebruik

; !

"

"

"

"

akkerranden terug te brengen en op enkele passende plekken nieuwe landschapselementen te realiseren. Hiermee

Wandel- / fietsvoorziening

!

!

!

!

!

!

"

"

"

en ecologische kwaliteit kunnen toenemen.

" !

!

!

!

!

!

!

Aarlesche Heide

!

!

!

!

!

!

!

!

! !

middel van laanbeplanting (bijvoorbeeld eenzijdig) kan

! !

routes markeren en het gebied aantrekkelijker maken en

!

minder kwetsbaar voor verdichting. Dit kan ook middels

! !

agrarisch natuur- en landschapsbeheer.

! ! !

!

Uitsnede kaartbeeld Structuurvisie Buitengebied

19

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

! !

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

Landschappelijke relatie

" " ! !

" Ecologische verbindingszone !

Natuurontwikkeling Aquabest

"

Plangebied

"

!

Het versterken van het landschappelijk raamwerk door

!

!

!

!

!

"

Agrarisch gebruik van de percelen is onverminderd aan

"

ecologische én recreatieve belevingswaarde verhoogd.

impact van de bebouwing verzacht, terwijl de ruimtelijke

; verbinding ! Recreatieve

Nieuwe Heide Natuurbrug

wordt het landschappelijke raamwerk versterkt en de

de orde. Door (erf )beplanting en houtsingels wordt de

"

Groene verbinding

"

"

; !

De intentie is om verdwenen landschapselementen als bosjes, hagen, houtwallen, solitaire bomen en berm- en

! ! ! !

Naast de structuur visie heeft de gemeente een beleidsnotitie voor bebouwingsconcentraties in het buitengebied Best De opstelling van deze beleidsnotitie dient als gemeentelijke uitwerking van de beleidsnota ‘Buitengebied in ontwikkeling’ van provincie Brabant. Het omvat een gebiedsgerichte visie, die benut kan worden als gebiedsprofiel. Het doel van voorliggend beleid is een ontwikkelingskader te bieden voor ruimtelijke initiatieven. Het dient als handvat voor het ontwikkelen van plannen met een meerwaarde voor ruimtelijke kwaliteit. Het plangebied vormt onderdeel van bebouwingsconcentratie Driehoekweg/Mosselaarweg. De bebouwing is voornamelijk geconcentreerd langs de Mosselaarweg en Aarleseweg. Bij nieuwe bouwmogelijkheden dient de huidige lintbebouwing opgepakt te worden als ruimtelijke drager. Binnen de bebouwingsconcentratie wordt door herschikking de mogelijkheid geboden de wegen eenduidig te begeleiden. Door nieuwe bebouwing strategisch nabij de wegen te plaatsen wordt het gevoel van verdichting ervaren. Aan de noordkant van de Mosselaarweg wordt losse/ open bebouwing in lage dichtheid voorgesteld om zo de doorzichten op het achterliggend open landschap te

X

• •• •• • • •• • • •••• ••• • ••• • •• • •• • • •• • • • •

X • •• •• • • •• • • •••• ••• • ••• • •• • •• • • •• • • • •

behouden.

11

20

Uitsnede beleidsnotitie voor bebouwingsconcentraties in het buitengebied Best, locatie Mosselaarweg ongenummerd omcirkeld

LANDSCHAP

5 LANDSCHAP 5.1

Programma

De twee initiatiefnemers aan de Mosselaarweg hebben ieder hun eigen bedrijfsvoering. Deze bedrijfsvoering wordt landschappelijk ingepast. Daarnaast wil men landschappelijke kwaliteit toevoegen op de achterliggende gronden. Hierdoor ontstaat er een recreatieve en cultuurhistorische meerwaarde aan de rand van de nieuwe wijk Aarlesche erven. Daarnaast kan met deze landschappelijke kwaliteit twee nieuwe steenuil leefgebieden ontwikkeld worden. Aan de hand van diverse brainstorm-

houden van koeien. De bestaande

sessies zijn plannen ontwikkeld voor

schuren worden voor een deel ingezet

zowel de ervan als het achterliggende

voor de nieuwe bedrijfsvoering. De

landschap. Uiteraard zijn deze gebaseerd

bedrijfsvoering bestaat uit diverse

op een programma van eisen en wensen

activiteiten, namelijk een houtzagerij

vanuit de initiatiefnemers. Bijgaand

voor het verwerken en opslaan van

een beschrijving en opsomming van de

populieren tot bouwkundige elementen

randvoorwaarden.

(planken, balken, als ook objecten), het

Mosselaarweg 10 Initiatiefnemer is gestopt met het

22

stallen van campers en kleinschalig overnachten in de oude ligboxenstal, een veld voor campers om te verblijven

Referentie camperplaatsen en houtzagerij

ERMEER MELK & MEER

ERMEER MELK & MEER

en een kleinschalig akkerbouwbedrijf voor omliggende gronden.

Voor deze activiteiten zijn de volgende randvoorwaarden

ied D Ontwikkelgeb Tiny Houses

van toepassing: •

000

zie kaart 1:5

ERMEER MELK & MEER

Ontwi Ti

NIEUWE SITUATIE

De activiteiten moeten passen binnen de bestaande

zie

opstal en verharding. 1.

Legenda

Oude ligboxenstal (920m2): ruimte voor campers en kleinschalig overnachten.

Grondoppervlakte gebouw

2.

xxm Oude stal (500m2): xHoutopslag

Gebouwnummer

3.

Nieuwbouw (ca. 300m2): Zagerij van Nok populierenhout

4.

Kuilvoerplaten voor een deel in gebruik als opslag

2

Grondoppervlakte gebouw xxx

van houtvoorraad en in gebruik voor routing Oude Mestsilo (225m2): Houtdrogerij

•

De woonboerderij wordt gesplitst in twee 19 50m2 en tuin.

•

20

20 Camper Grondopp. plaatsen

19

920 m2

A Ontwikkelgebied nerf mperen op boere420m m Ca19

Zonnepanelen

1a

Woonboerderij 19 Adres: Mosselaarweg 10. Gezinswoning

1b

Achterhuis19 Adres: Mosselaarweg 10b Gezinswoning

op dak

6

2

2

225m2

20 camperplaatsen met uitzicht over agrarische

100 m2

920 m2

2

wooneenheden met ieder een eigen bijgebouw van ca.

Nok

3

Camper plaatsen

19

5.

Gebouwnummer

m2

Nok

met educatieruimte en streekwinkel

vrachtverkeer en campers

Grondoppervlakte gebouw xxx

Gebouwnummer

m2

O Ca 2 75 mlen

Zonnepane op dak

6 50 m2

2

Schuur 2 Behorende bij de woning

5

Stal 19 6 Houtopslag

m m2 500

6

Stal 2 9 Stalling campers/caravans, & kleinschalig overnachten

920 m2

7

Silo Houtdrogerij

7

grond. •

19 6

m

Op de bestaande en nieuwe schuren rekening houden

19 6

met mogelijke plaatsing van zonnepanelen. 2

9

Mosselaarweg ongenummerd Met de realisatie van woonwijk de Aarlesche Erven is de Houtdrogerij

verplaatsing van een lokale aardbeienteler noodzakelijk naar een duurzame locatie. Deze locatie is gevonden aan / Educatieruimte streekwinkel de overzijde van de straat. Hier wilenmen de bedrijfswoning

2

Ontwikkelgebied Wonen

9

C

50 m

5

2

Houtdrogerij

2 100m2

1a

500m2

300m2

3000m2 300m

265m2

300m2

9 Ontwikkelgebied Houtzagerij

B

/ 1 Educatieruimte en streekwinkel b

9

C

50 m2

225 m2

2 100m2

75m2

75m2

BIJLAGE 6C | nader TOPOGRAFISCHE KAART 2 Projectie nieuwbouw te bepalen ca. 300m Zagerij van populierenhout/ a 1b 1 Educatieruimte en streekwinkel

Gemeente Best

naar verplaatsen in combinatie met een bedrijfshal voor

Mosselaarweg 10

de verwerking van aardbeien en overige groente/fruit en

Datum: Status: formaat: Opgesteld door: Schaal:

bloemen. Nieuwe situatie Mosselaarweg 10 volgens Westerlaken ontwerp en raadgeving

23

Ontwikkelgebied Wonen

13-07-2022

Studie A1 Jeroen 1:1000 Sprangers MSc.

AARDBEIENKWEKERIJ VAN BEERENDONK

Voor deze activiteiten zijn de volgende randvoorwaarden van toepassing: •

Nieuwe bedrijfshal van 2.100m2 met een aanvoerroute

GEWENSTE NIEUWE SITUATIE

voor vrachtverkeer. •

Te verplaat sen bedrijfswoning van 160m2 met

Legenda

bijbehorend bijgebouw (100m2) en tuin. •

Grondoppervlakte gebouw

Realisatie van een belevings- en pluktuin. Promoten

xxx

lokaal groente/fruit/bloem. Op gezette tijden klanten

3

adres (huisnummer)

m2

Gebouwnummer 2

Nok

kunnen bedienen met kopje koffie en lekkernij vanuit een paviljoen. •

Grondopp.

Zicht vanaf de Mosselaarweg op het open achter-

Populieren brug

1

Gesplitste boederij1924 Adres: Mosselaarweg 7 functie: wonen, cultuurhistorische waarde

150 m2

2

Bedrijfswoning 1996 Adres: Mosselaarweg 5 functie: wonen

140 m2

Ruimte voor ruimte kavel Adres: Mosselaarweg 5a functie: wonen

150 m2

8

Geplitste boederij 1924 Adres: Mosselaarweg 7a functie: wonen, cultuurhistorische waarde

150 m2

9

Nieuwe bedrijfswoning Adres: Mosselaarweg 16 functie: wonen

160 m2

Bedrijfshal functie: Agrarisch bedrijf

2100 m2

Ruimte voor ruimte kavel Adres: Aarleseweg 58 functie: wonen

150 m2

Totaal Bijgebouwen 1,2,7,8,9,11 (max. 100m2) Totaal incl. bijgebouwen

3000m2 600 m2

liggende landschap behouden. •

Op de nieuwe schuur rekening houden met mogelijke plaatsing van zonnepanelen.

7

Achterliggend landschap

Populieren Kraamkamer

Het landschap achter de erven aan de Mosselaarweg wordt ten dienste gesteld aan de akker- en landbouw. Beide bedrijven gaan op hun eigen manier de grond betelen. 10

Vermeer behoud het grasland voor het hooien van gras. Van Beerendonk gaat de grond betelen met diverse gewassen: 1.

Teelt aardbei in volle grond

2.

Teelt aardbei op stellage

3.

Teelt aardbei in pot

4.

Kersenteelt

5.

Teelt vaste planten

11 Wandelpad A= over kapp B= ka ing C = ntine ve D = rkoopp dock unt fru E= it over board kapp ing m achi ne

wv

lak

150

2

10 B 150m 2

16 a

Belevingstuin/pluktuin

C

D A

100m 2

De kavelranden worden ingericht met kenmerkende landschapselementen, die een meerwaarde vormen voor

00m

750m 2

E

Bou 900m 2

300m 2

s

160m 2 16

9

2

7a 7

0m 2 30

2

58

Er wordt aangesloten op het bestaand wandelpad en verbijzonderingen toegevoegd.

24

11 10

0m 2

Nieuwe situatie Mosselaarweg ongenummerd volgens Westerlaken ontwerp en raadgeving

2 2

2

0m

torisch landschap en dient het als stedelijk uitloopgebied.

5 2 140m

100m

10

meerwaarde voor de lokale biodiversiteit en cultuurhis-

7

2

150m

8

100m

5a

het leefgebied van de steenuil. Daarnaast vormen ze een

3600 m2

Voor het landschap zijn de volgende randvoorwaarden van toepassing: •

Landschapselementen toepassen die een meerwaarde zijn voor het leefgebied van de steenuil (zie hoofdstuk 3).

•

Behoud en herstel van het oude zandpad met laanstructuur achter het erf Mosselaarweg ongenummerd.

•

Behoud en herstel van oud pad met groenstructuur achter het erf Mosselaarweg 10.

•

Nieuw wandelpad langs de percelen van Van Beerendonk om geïnteresseerden/wandelaars de bedrijfsvoering te kunnen laten zien.

•

Zoveel mogelijk gescheiden verkeersstructuren over de kavels (tractoren scheiden van wandelaars).

• •

Overhoeken benutten voor meerwaarde landschap. Bestaande kleinschalige agrarische kavels, zandpad en groenstructuren buiten plangebied logisch integreren met aanleg nieuwe groenstructuren.

Globale indeling van de gewassen binnen plangebied

25

5.2

Visie

Op de twee erven zijn diverse mogelijkheden om nieuwe nestkasten op te hangen. Door de erven te vergroenen door het toevoegen van kleinschalige landschapselementen, zoals knot- en fruitbomen en diverse hagen in combinatie met (intensieve) tuinelementen wordt het terrein mogelijk een interessante thuishaven voor de steenuil. Aangezien ten zuiden van de erven de

en een natte structuur. Beide zijn

nieuwe woonwijk De Aarlesche Erven

deels gevormd rondom bestaande

ont wikkeld wordt , zal de steenuil

elementen. De boomstructuur vormt

ver mo e delijk het acht er liggende

een verbinding tussen de Mosselaarweg

noordelijke landschap intrekken. Om

en Broekstraat. De natte structuur ligt

dit gebied te ontwikkelen voor het

naast de bestaande watergang. De

leefgebied van de steenuil wordt een

ruimte rondom de watergang wordt

afwisselend landschap gecreëerd, met

verbeterd en de ecologische kwaliteit

diverse kruidensoorten en grassen

versterkt. In de randen van de landbouw-

(zowel droog als nat), boomstructuren,

gronden worden kleine lijnvormige

singels en knotwilgen in combinatie met

groenstructuren aangebracht door

struweel.

middel van beplanting en kruiden. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de

In en direct rondom het plangebied

grondbewerking van het naastgelegen

vormen

belangrijke

perceel. Zo hebben aardbeien baadt bij

hoofdst r ucturen de dr ager s v an

een windbreker in de vorm van een singel.

twee

Locatie steenuilkast

het plan, namelijk de laanstructuur

26

Groenvisie totaalgebied

5.3

Inrichtingsvoorstel

Op basis van de visie is een landschapsplan opgesteld voor de inrichting van het landschappelijke deel van de opgave. Op basis van de bedrijfsopzet is voor de twee erven een eerste landschappelijke inpassing uitgewerkt. De twee erven en het achterliggende landschap zijn apart uitgewerkt in een inrichtingsvoorstel. De drie elementen hebben onderlinge samenhang en zijn integraal ontworpen. De drie gebieden worden separaat toegelicht.

5.2.1

Mosselaarweg 10

Ten oosten van de oude stal wordt

Op het acht erer f st aat de oude

D e g e s p li t s t e w o o n b o e r d e r ij in

een nieuwe schuur gebouwd voor de

ligboxenst al. Deze wordt aan de

combinatie met de achterliggende

hout zagerij, waarin een educatie-

westzijde beplant met een houtsingel

s ch ur e n v o r mt é é n g e h e e l ; e e n

ruimte en streekwinkel komt. Naast de

van struweel. De singel wordt niet

zogenaamd boerenerf. De woonboerderij

schuren liggen twee inritten voor in- en

hoger dan 5m hoog in verband met

is de traditionele hoofdwoning op het

uitrijdend verkeer. Daarnaast wordt

de gewenste zonnepanelen op het

erf. Rondom de boerderij ligt een tuin

dit terrein gebruikt voor het opslaan

dak. Achter de schuur ligt de camping

met strakke hagen, enkele bomen en een

van boomstammen en overig hout. De

voor campers. Door middel van twee

kleine fruitgaard.

schuren en het opslagterrein worden

‘r o n din g en ’ k unn en 2 0 c am p er s

aan de straatzijde omzoomd door een

plaat snemen . De camping wordt

De fruitgaard vormt de overgang van

ruige gemengde haag. Nabij de entree

omzoomd door een gemengde haag, om

het woongedeelte naar het bedrijfsge-

ligt een bomenweide van populieren, ter

het beeld vanuit het landschap naar het

deelte. Dit gedeelte is wat ruiger van

promotie van de zagerij. De oostzijde

erf wat te verzachten, maar het zicht

opzet. Vanaf de Mosselaarweg is er

van het erf wordt afgeplant met een

op het achterland te behouden. Tussen

daardoor een duidelijk verschil tussen

nieuwe houtsingel als scheiding met de

de haag en campers ligt ruimte voor

het ‘voorerf ’ en ‘achtererf ’; respectie-

bestaande buren.

een bloemrijke rand met enkele (knot)

velijk privé en zakelijk.

27

bomen en struweel.

Ten oosten van de schuur ligt een grote fruitboomgaard. De bestaande sleufsilo wordt landschappelijk ingepast door het aanbrengen van grondtalud langs de randen. Via een zandpad vanaf het erf kunnen de achterliggende gronden worden bereikt met een trekker. Dit zandpad wordt ondersteund door een enkele rij bomen (populier). Deze lijn met lichte kromming wordt daardoor goed herkenbaar in het landschap. Op het er f worden t wee nieu we st eenuilk a st en opgehangen. Tijdens het veldwerk met IVN zijn de locaties in het bestaande bijgebouw achter de woning en aan de achtergevel van de ligboxenstal aangewezen als meest geschikt. In overleg met IVN kunnen andere locaties binnen het erf worden bepaald. De vogelkasten worden zo gemaakt dat steenmarters niet bij het nest kunnen.

28

Inrichtingsvoorstel erf Mosselaarweg 10 (zie voor maatvaste ondergrond Bijlage II)

5.3.1

Mosselaarweg ongenummerd

fruit, bloemen en kruiden. Daarnaast wordt uitleg gegeven

Aan de Mosselaarweg wordt het bedrijf van Van Beerendonk

over natuurinclusieve landbouw en de bedrijfsvoering.

verplaatst met de bouw van een bedrijfswoning en

Gasten en personeel kunnen parkeren voor de bedrijfshal.

bedrijfshal. De nieuwe belevings- en pluktuin wordt ingezet

De belevingstuin wordt aan de achterzijde omzoomd door

als groen tussenlid tussen de bedrijfshal en bedrijfswoning.

een houtsingel en knotwilgenrij. Binnen de belevingstuin is

Vanaf de Mosselaarweg heeft men hierdoor zicht op het

ruimte voor enkele landschapsbomen.

achterliggende landschap. Rondom de bedrijfswoning ligt een tuin, omsloten door een haag van een inheemse soort. Langs de inrit ligt hoogstamfruitboomgaard. Er is rekening gehouden met de grote knotwilgen op grond van de buurman. De twee elementen gaan goed samen. Achter en voor in de tuin staan 4 bomen als markering van de grens tussen de belevings- en pluktuin en particuliere tuin. De loods staat parallel aan het nieuw te maken wandelpad ten westen van het plangebied. Aan de voorzijde is een laaddock voor vrachtverkeer. Het trekkerverkeer rijdt aan de westzijde van de loods. Parallel aan de loods ligt een brede houtsingel met een infiltratiegreppel. Het voorterrein van de loods is ingericht als boomgaard met een gemengde haag van inheems materiaal. Ook de parkeerplaats van het personeel en gasten wordt hierin meegenomen. Het tussenlid tussen de loods en particuliere tuin bestaat uit een verblijfstuin voor passanten. In het midden ligt een terras met een theetuin. Gasten kunnen hier proeven en beleven wat er op de boerderij wordt geteeld. Onder het genot van koffie kan men genieten van de groene omgeving. De belevingstuin bestaat uit diverse soorten beplanting met

29

Inrichtingsvoorstel erf Mosselaarweg ongenummerd (zie voor maatvaste ondergrond Bijlage III)

5.3.2 Achterliggend landschap Naast het erf Mosselaarweg ongenummerd komt een nieuw wandelpad, in het verlengde van het bestaande zandpad vanaf de Broeksteeg. Deze vormt een belangrijke drager over het gehele plan. Het wandelpad krijgt een ‘karrenspoor’ uitstraling. Dat wil zeggen een smal pad, begaanbaar voor een trekker/paard en kar. Het is echter niet de bedoeling dat dit structureel gebruikt wordt door trekkerverkeer. Sterker nog, dit verkeer wordt zoveel mogelijk buiten dit pad omgeleid. Het karrenspoor wordt begeleid door inheemse laanbomen. Vanaf het wandelpad komt de wandelaar langs de verschillende akkerbouwpercelen van dhr. Van Beerendonk, waar hij de gasten kan laten zien hoe men te werk gaat. Een transparante bedrijfsvoering staat hoog in het vaandel. Vanaf het erf Mosselaarweg 10 loopt langs een karakteristieke kromme kavelgrens een nieuw pad naar de omliggende percelen. Dit pad wordt begeleid door een nieuwe bomenrij. Gekoppeld aan dit pad liggen diverse structuren in de randen van de percelen. Er wordt gewerkt met singels als windbreker en wintervoedselrand (mengsel van granen bloemen, die in de winter blijven overstaan) als buffer tussen de akker en het omringende landschap. Deze randen bieden diverse voordelen voor zowel de akkerbouwer als de natuur. Het biedt meer ruimte voor diverse insecten, zoals bijen en vlinders.

Tevens biedt het ruimte aan kleine knaagdieren en vogels, waardoor de biodiversiteit zal worden versterkt. Uiteindelijk vormt dit een verrijking van de voedselvoorraad voor de steenuil.

30

Inrichtingsvoorstel landschap (zie voor maatvaste ondergrond Bijlage IV)

Naast de bestaande watergang ligt het bestaande wandelpad. Ter hoogte van de aarbeistellingen zal een flauw talud worden gemaakt. Dit biedt bufferruimte voor water in de loop, maar ook een meerwaarde voor de natte biodiversiteit. Wandelaars zullen omgeleid worden aan de zijde van Vermeer (oostzijde watergang) en door middel van een brug weer naar de percelen van Van Beerendonk. Ten noorden van de aarbeistellingen is veel ruimte in overhoeken om interessante natuur te maken icm een nieuw wandelpad. Naast de watergang en het wandelpad komt een strook botanische bijenrand in combinatie met verspreidstaande knotwilgen en stukjes struweel. De rand wordt extensief beheerd. De weiderand vertakt zich in oost- en westelijke richting, waarbij ook de bestaande stukken rondom de bossages onderdeel kunnen vormen van het foerageergebied van de steenuil.

Referentie zandpad met dubbele bomenrij

Referentie bomenrij met wintervoedselrand

Referentie knotwilgen

Referentie afrastering weiland

Tussen de rand en de akker/weide van initiatiefnemer wordt paal (onbehandeld hout) en draad/schapengaas geplaatst. De palen zijn geschikt voor de steenuil als gewenst rustplek. Daarnaast wordt hiermee de rand beschermd. Binnen de structuren en velden wordt ook gekeken naar de toepassing van populierenhout wat verwerkt wordt op het perceel van Vermeer. Zo worden er banken en de brug aangelegd met hout van de populierenzagerij. Daarnaast zijn er lanen van populieren, ligt er een kraambed en zullen op andere manieren proefopstellingen worden gemaakt, waarbij het populierenhout wordt ingezet en onderzocht.

31

5.4

Beplanting

In het beplantingsplan worden de nieuwe aan te leggen en bestaande landschapselementen benoemd, beschreven en gemaatvoerd. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van het beheer van het element. Er is voor de erven rekening gehouden dat de tuinen en woningen nog ontworpen moeten worden. Hier is keuzevrijheid voor de aan te leggen beplanting ingebouwd. De erven en het landschap worden separaat beschreven, om het praktisch te houden voor iedere uitvoerder en toetser. Hierdoor is er een herhaling van elementen en beschrijving in deze rapportage.

5.4.1

Mosselaarweg 10

HAAG LAAG 43 meter –172 stuks Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element •

Aanplant 2- en/of 3-jarig inheems bosplantsoen.

1.

Carpinus betulus (Haagbeuk)

2.

Ligustrum vulgare (Liguster)

3.

Fagus sylvatica (Groene beuk)

4.

Acer campestre (Veldesdoorn)

•

Het betreft een éénrijig of tweerijig element.

•

Plantafstand: 4 stuks per meter

Keuze uit de volgende soorten:

Beheervoorschriften •

Knip- en/of scheerwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart.

•

De beheereenheid wordt in een cyclus van minimaal eenmaal per 1 jaar gesnoeid (geknipt/geschoren). Na het knippen of scheren heeft de haag een minimale hoogte van 0,8 meter en maximaal 1,0m voor de voorgevellijn en 0,8 meter tot maximaal 2,0m achter

32

de voorgevellijn.

Inrichtingsvoorstel erf Mosselaarweg 10 (zie voor maatvaste ondergrond Bijlage II)

• •

Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond

HOUTSINGEL

mag niet leiden tot schade aan het element.

135x5m -432st

verwerkt worden voor zover het de stoven die

Het element mag niet worden beschadigd door vee.

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element

opnieuw uit moeten lopen niet schaadt. Als

•

Aanplant met 2- en/of 3-jarig inheems bosplantsoen.

snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers

Het volgende assortiment toepassen:

niet verwerkt worden in het element.

GEMENGDE HAAG LAAG 433 meter –1.732 stuks

-

15%

•

Acer campestre (Veldesdoorn)

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element

-

15%

Corylus avellana (Hazelaar)

•

-

15%

Rhamnus frangula (Vuilboom)

Aanplant 2- en/of 3-jarig inheems bosplantsoen in groepsverband (5 stuks bij elkaar) met de volgende

-

5%

Prunus avium (Zoete kers)

Snoeihout mag op stapels of rillen in het element

•

Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element.

•

Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in het element.

soorten:

-

5%

Sorbus aucuparia (Lijsterbes)

1.

25% Carpinus betulus (Haagbeuk)

-

15%

Ilex aquifolium (Hulst)

2.

25% Cornus mas (Gele kornoelje)

-

15%

Viburnum opulus (Gelderse roos)

37 st

3.

25% Fagus sylvatica (Groene beuk)

-

10%

Amelanchier lamarckii (Krentenboompje)

1 bestaande

4.

25% Acer campestre (Veldesdoorn)

-

5%

Quercus robur (Eik) (niet nabij stalling)

•

Aanpassing van bovenstaande soorten mogelijk,

•

mits streekeigen en meerwaarde biedt voor de biodiversiteit.

•

BOOM

Plantverband van minimaal 1,25 m x 1,25 meter in

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element

kruisverband.

Boom planten in ruim plantvak en goed verankeren.

Raster minimaal op 1 meter uit de voet van de

Bomen in rij minimaal 8m uit elkaar planten.

•

Het betreft een éénrijig of tweerijig element.

buitenste rij indien naastgelegen perceel beweid

Onderlinge afstand bomenrij minimaal 7m.

•

Plantafstand: 4 stuks per meter

wordt.

Onderstaand assortiment toepassen op voorgestelde locatie.

Beheervoorschriften •

Knip- en/of scheerwerkzaamheden worden alleen

Beheervoorschriften

•

Cb - Carpinus betulus (Haagbeuk) 14-16 5st

•

Ten minste 75% van de oppervlakte van het

•

Cs - Castanea sativa (Tamme kastanje) 14-16 4st

element wordt als hakhout beheerd. De gemiddelde

•

verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart. •

•

De beheereenheid wordt in een cyclus van minimaal

diameter van het hakhout, behoudens de eventuele

eenmaal per 1 jaar gesnoeid (geknipt/geschoren). Na

overstaanders, is maximaal 15 cm op 1 m boven de

•

Jr - Juglans regia (Okkernoot) 14-16 4 st

het knippen of scheren heeft de haag een minimale

hakhoutstoof (beheereenheden met grotere dikte

•

Tc - Tilia cordata (Kleinbladige linde) 14-16 3 st

hoogte van 0,8 meter en maximaal 1,8m.

dienen afgezet te worden). Het beheer wordt 1 keer in

•

Pa - Prunus avium (Kers) 14-16 1st

de 10 jaar gefaseerd uitgevoerd.

•

Tp - Tilia platyphyllos (Grootbladige linde) 14-16 2st

•

Er mag maximaal één overstaander per 80m2

•

Qr - Quercus robur (Zomereik) 14-16 1st

•

Snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de

Beheer

periode tussen 1 november en 15 maart; takken die

•

Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element.

•

Het element mag niet worden beschadigd door vee.

worden behouden.

jaar worden teruggesnoeid.

Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren;

over aangrenzende percelen hangen mogen het hele

33

Pc - Populus x canadensis (Canadapopulier) 14-16 of inheemse cultivar 17 st

•

Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.

HOOGSTAM FRUITBOOM

KNOTBOMEN

KRUIDENRIJK GRASMENGSEL

18 stuks

14 stuks

8 are

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element

•

•

Voor de 11 wilgen (Salix alba) kan een 3-jarige

Rand inzaaien met blijvend botanisch weidemengsel

onbewortelde stek met een lengte van ca. 2,5 meter

met inheemse soorten voor voedselrijke zandgrond. Bij

Aanplant inheemse fruitbomen met minimale maat 8-10. Keuze uit soorten die zijn opgenomen in BIJLAGE VIII. Planten naar eigen inzicht op aangewezen locatie in landschapsplan;

•

voorkeur een bijenmengsel. Zaaien in de tweede helft

3 Gewone essen (Fraxinus excelsior) worden geplant

april of eind augustus - begin september.

•

Locatie op de aangewezen plekken, soorten

Beheervoorschriften

gemengd.

•

Het mengsel wordt niet bemest of bespoten.

•

Het mengsel wordt gemaaid na 1 juli en het maaisel

Plantafstand minimaal 8 x8 meter en maximaal 15 x 15 meter;

•

gebruikt worden; •

als laanbomen met maat 10-12 of dikker;

Rond jonge bomen boomkorf aanbrengen indien perceel wordt beweid.

wordt binnen 14 dagen afgevoerd;

Beheervoorschriften Beheervoorschriften •

Knotwerkzaamheden worden verricht in de periode

•

Het mengsel wordt niet beweid;

tussen 1 november en 15 maart;

•

Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen

•

De stam van een knotboom wordt minimaal op

Appel en peer snoeien dat de kroon open blijft en de waterloten verwijderen in de maanden november tot

•

•

februari. Zieke en beschadigde takken verwijderen en

een hoogte van 1,5 meter boven maaiveld afgezet

afvoeren;

(geknot);

Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel verricht in

•

ruwe berk, zie bovenstaand). Bestrijding van

•

•

Het element mag niet worden beschadigd door

ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15

vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het

juli en 15 maart plaats vinden;

element bevestigd worden.

Bij schade aan het landschapselement wordt de schade hersteld.

34

Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element.

de periode tussen 1 november en 15 maart (behalve

niet verwerkt worden in de rand.

5.4.2 Mosselaarweg ongenummerd HAAG LAAG 35 meter – 140 stuks Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element •

Aanplant 2- en/of 3-jarig inheems bosplantsoen. Keuze uit de volgende soorten:

1.

Carpinus betulus (Haagbeuk)

2.

Ligustrum vulgare (Liguster)

3.

Fagus sylvatica (Groene beuk)

4.

Acer campestre (Veldesdoorn)

•

Het betreft een éénrijig of tweerijig element.

•

Plantafstand: 4 stuks per meter

Beheervoorschriften •

Knip- en/of scheerwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart.

•

De beheereenheid wordt in een cyclus van minimaal eenmaal per 1 jaar gesnoeid (geknipt/geschoren). Na het knippen of scheren heeft de haag een minimale hoogte van 0,8 meter en maximaal 1,0m voor de voorgevellijn en 0,8 meter tot maximaal 2,0m achter de voorgevellijn.

•

Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element.

•

35

Het element mag niet worden beschadigd door vee.

Inrichtingsvoorstel erf Mosselaarweg ongenummerd (zie voor maatvaste ondergrond Bijlage VI)

GEMENGDE HAAG LAAG

HOUTSINGEL

340 meter –1.360 stuks

2.230m2 -1.425st

verwerkt worden voor zover het de stoven die

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element

opnieuw uit moeten lopen niet schaadt. Als

•

•

Aanplant met 2- en/of 3-jarig inheems bosplantsoen.

snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers

Het volgende assortiment toepassen:

niet verwerkt worden in het element.

Aanplant 2- en/of 3-jarig inheems bosplantsoen in groepsverband (5 stuks bij elkaar) met de volgende soorten:

-

15%

•

Acer campestre (Veldesdoorn)

1.

25% Carpinus betulus (Haagbeuk)

-

15%

Corylus avellana (Hazelaar)

2.

25% Cornus mas (Gele kornoelje)

-

15%

Rhamnus frangula (Vuilboom)

•

Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element.

•

Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in het element.

3.

25% Fagus sylvatica (Groene beuk)

-

5%

Prunus avium (Zoete kers)

4.

25% Acer campestre (Veldesdoorn)

-

5%

Sorbus aucuparia (Lijsterbes)

•

Aanpassing van bovenstaande soorten mogelijk,

-

15%

Ilex aquifolium (Hulst)

mits streekeigen en meerwaarde biedt voor de

-

15%

Viburnum opulus (Gelderse roos)

24st

biodiversiteit.

-

10%

Amelanchier lamarckii (Krentenboompje)

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element

•

Het betreft een éénrijig of tweerijig element.

-

5%

Quercus robur (Eik) (niet nabij loods)

Boom planten in ruim plantvak en goed verankeren.

•

Plantafstand: 4 stuks per meter

•

• •

Bomen in rij minimaal 8m uit elkaar planten.

kruisverband.

Onderlinge afstand bomenrij minimaal 7m.

Raster minimaal op 1 meter uit de voet van de

Onderstaand assortiment toepassen op voorgestelde

Knip- en/of scheerwerkzaamheden worden alleen

buitenste rij indien naastgelegen perceel beweid

locatie.

verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart.

wordt.

•

•

Cs - Castanea sativa (Tamme kastanje) 14-16 3st

•

Jr - Juglans regia (Okkernoot) 14-16 2 st

Beheervoorschriften

•

Tc - Tilia cordata (Kleinbladige linde) 14-16 3 st

•

Ten minste 75% van de oppervlakte van het

•

Pa - Prunus avium (Kers) 14-16 5st

element wordt als hakhout beheerd. De gemiddelde

•

Tp - Tilia platyphyllos (Grootbladige linde) 14-16 4st

Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond

diameter van het hakhout, behoudens de eventuele

•

Qr - Quercus robur (Zomereik) 14-16 7st

mag niet leiden tot schade aan het element.

overstaanders, is maximaal 15 cm op 1 m boven de

Het element mag niet worden beschadigd door vee.

hakhoutstoof (beheereenheden met grotere dikte

Beheer

dienen afgezet te worden). Het beheer wordt 1 keer in

•

De beheereenheid wordt in een cyclus van minimaal eenmaal per 1 jaar gesnoeid (geknipt/geschoren). Na het knippen of scheren heeft de haag een minimale hoogte van 0,8 meter en maximaal 1,2m.

• •

BOOM

Plantverband van minimaal 1,25 m x 1,25 meter in

Beheervoorschriften

Er mag maximaal één overstaander per 80m2 worden behouden.

•

Snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de periode tussen 1 november en 15 maart; takken die over aangrenzende percelen hangen mogen het hele jaar worden teruggesnoeid.

Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren;

de 10 jaar gefaseerd uitgevoerd. •

36

Snoeihout mag op stapels of rillen in het element

•

Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.

HOOGSTAM FRUITBOOM

KNOTBOMEN

KRUIDENRIJK GRASMENGSEL

18 stuks

12 stuks

21,6 are

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element

•

•

Voor de 9 wilgen (Salix alba) kan een 3-jarige

Rand inzaaien met blijvend botanisch weidemengsel

onbewortelde stek met een lengte van ca. 2,5 meter

met inheemse soorten voor voedselrijke zandgrond. Bij

Aanplant inheemse fruitbomen met minimale maat 8-10. Keuze uit soorten die zijn opgenomen in BIJLAGE VIII. Planten naar eigen inzicht op aangewezen locatie in landschapsplan;

•

voorkeur een bijenmengsel. Zaaien in de tweede helft

3 Gewone essen (Fraxinus excelsior) worden geplant

april of eind augustus - begin september.

•

Locatie op de aangewezen plekken, soorten

Beheervoorschriften

gemengd.

•

Het mengsel wordt niet bemest of bespoten.

•

Het mengsel wordt gemaaid na 1 juli en het maaisel

Plantafstand minimaal 8 x8 meter en maximaal 15 x 15 meter;

•

gebruikt worden; •

als laanbomen met maat 10-12 of dikker;

Rond jonge bomen boomkorf aanbrengen indien perceel wordt beweid.

wordt binnen 14 dagen afgevoerd;

Beheervoorschriften Beheervoorschriften •

Knotwerkzaamheden worden verricht in de periode

•

Het mengsel wordt niet beweid;

tussen 1 november en 15 maart;

•

Wandelpad vrijhouden van overhangend gras;

•

De stam van een knotboom wordt minimaal op

•

Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen

Appel en peer snoeien dat de kroon open blijft en de waterloten verwijderen in de maanden november tot

•

•

februari. Zieke en beschadigde takken verwijderen en

een hoogte van 1,5 meter boven maaiveld afgezet

afvoeren;

(geknot);

Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel verricht in

•

ruwe berk, zie bovenstaand). Bestrijding van

•

•

Het element mag niet worden beschadigd door

ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15

vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het

juli en 15 maart plaats vinden;

element bevestigd worden.

Bij schade aan het landschapselement wordt de schade hersteld.

37

Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element.

de periode tussen 1 november en 15 maart (behalve

niet verwerkt worden in de rand.

5.4.3 Landschap Het beplantingsplan voor het landschap is uitgewerkt met principe-inrichtingen. De lijnen en vlakken geven de locaties aan. Aan de hand van de maatvoering zijn de aantallen bepaald.

HOUTSINGEL Mosselaarweg 16: 2.352m2 - 1.505 stuks Mosselaarweg 10: 225m2 - 144 stuks Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element •

Aanplant met 2- en/of 3-jarig inheems bosplantsoen. Het volgende assortiment toepassen:

-

15%

Acer campestre (Veldesdoorn)

-

10%

Corylus avellana (Hazelaar)

-

15%

Rhamnus frangula (Vuilboom)

-

5%

Prunus avium (Zoete kers)

-

15%

Alnus glutinosa (Els)

-

10%

Ilex aquifolium (Hulst)

-

15%

Viburnum opulus (Gelderse roos)

-

10%

Prunus padus (Vogelkers)

5%

Quercus robur (Eik)

•

Plantverband van minimaal 1,25 m x 1,25 meter in kruisverband.

• •

Singel wordt 6m breed. Raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij indien naastgelegen perceel beweid wordt.

Beheervoorschriften •

Ten minste 75% van de oppervlakte van het element wordt als hakhout beheerd. De gemiddelde diameter van het hakhout, behoudens de eventuele

38

overstaanders, is maximaal 15 cm op 1 m boven de

Inrichtingsvoorstel erf Mosselaarweg 10 (zie voor maatvaste ondergrond Bijlage II)

Bomenrij A

hakhoutstoof (beheereenheden met grotere dikte

•

•

Tc - Tilia cordata(Winterlinde) 14-16 18st

vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het

de 10 jaar gefaseerd uitgevoerd.

•

Pa - Prunus avium (Kers) 14-16 30st

element bevestigd worden.

Er mag maximaal één overstaander per 100m2

•

Snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de

Qr - Quercus robur (Zomereik) 14-16 50st Bomenrij B

•

Populus x canadensis (Canadapopulier) 14-16 of inheemse cultivar 30 st

periode tussen 1 november en 15 maart; takken die

•

over aangrenzende percelen hangen mogen het hele

Beheer

jaar worden teruggesnoeid.

•

verwerkt worden voor zover het de stoven die

Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren;

Snoeihout mag op stapels of rillen in het element •

Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.

opnieuw uit moeten lopen niet schaadt. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element. •

Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element.

•

Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in het element.

BOOM Mosselaarweg 16: 98 stuks Mosselaarweg 10: 30 stuks

Onderlinge afstand bomenrij minimaal 7m. •

Er zijn in het veld twee type bomenrijen. Deze zijn aangeduid met de letters A en B. Bomenrij A is een afwisselende laan, zoals op beplantingsplan bij

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14203447/1