24042.7 - Handboek integriteit BZK
Tekst van het document
Handboek integriteit voor politieke ambtsdragers van decentrale overheden
Archiefexemplaar van BL24-06834
- Bijlage 2 - 2023 Handboek Integriteit BZK
Voorwoord
Onze democratische rechtsstaat kan niet zonder een goed openbaar bestuur. Goed openbaar bestuur hoort bij een overheid die dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is. Een overheid die naast mensen staat, in plaats van tegenover hen. Die het goede doet, ook als niemand kijkt. Dit vraagt veel van mensen die bij de overheid werken, zeker ook van politieke ambtsdragers bij decentrale overheden. Zij staan dichtbij de inwoners van hun gemeenten, provincies en waterschappen en vormen voor hen het gezicht van de overheid. Alle Nederlanders rekenen erop dat het bestuur van de gemeente, provincie of het waterschap zich inzet voor het algemeen belang, in dienst van de samenleving. Dat zij eerlijk, betrouwbaar en integer handelt. Niet voor niets heeft elke politieke ambtsdrager gezworen of beloofd trouw te zijn aan de Grondwet, en daarmee aan de basisregels waar de overheid zich aan moet houden. Bestuurders en volksvertegenwoordigers staan hierin niet alleen. Werken aan een integer decentraal bestuur is een gezamenlijke opgave waarbij het Rijk de decentrale overheden waar mogelijk ondersteunt. Wetten en gedragscodes bevorderen het integer handelen van politieke ambtsdragers. Maar bestuurders zijn ook zelf verantwoordelijk voor het agenderen, bewaken en borgen van integriteit. Integriteit is een grondhouding, waaraan we dagelijks dienen te werken. Dat is niet altijd even makkelijk.
De praktijk van alledag is vaak weerbarstig en ingewikkeld, morele keuzes zijn zelden zwart-wit. Daarom is het belangrijk om met elkaar het gesprek te blijven voeren. De afgelopen jaren heeft BZK verschillende instrumenten ontwikkeld die helpen dit gesprek te voeren en die ons beter in staat stellen de juiste wet- en regelgeving toe te passen. Ze vormen een richtsnoer bij zaken als belangenverstrengeling, verboden handelingen, nevenfuncties en aanbesteden. Bij velen leefde de behoefte om deze instrumenten bij elkaar te brengen. Dit Handboek Integriteit voorziet hierin. Het is een levend document dat van tijd tot tijd – samen met betrokkenen uit de praktijk - zal worden geactualiseerd. Omdat het onderwerp voortdurend in beweging is, zullen ook nieuwe, praktische instrumenten een plek in het handboek krijgen. Deze eerste versie van het handboek is tot stand gekomen dankzij een begeleidingscommissie die bestaat uit vertegenwoordigers van beroeps- en belangenverenigingen van het decentraal bestuur en deskundigen uit de beroepspraktijk. Ik dank hen voor hun inspanningen en moedig u aan het handboek dikwijls te gebruiken. Want alleen in de praktijk krijgt integriteit vorm, elke dag weer. Ook als niemand kijkt.
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Hanke Bruins Slot
< vorige pagina
volgende pagina >
3
Inhoud
1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Algemeen Over integriteit Overzichtspagina volksvertegenwoordigers Overzichtspagina bestuurders Overzichtspagina kroonbenoemden
7 8 9 11 14 15
2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Werving, selectie en screening Inleiding Werving kandidaat-volksvertegenwoordigers en kandidaat-bestuurders Selectie door politieke partijen Screening van kandidaat-bestuurders: thema’s en onderzoeksmethode Screening van kandidaat-bestuurders: proces
18 20 20 21 23 28
3. Integriteitsnormen 3.1 Gedragscodes 3.2 Belangenverstrengeling 3.3 Deelname aan beraadslaging en stemming 3.4 Verboden handelingen 3.5 Proces van ontheffing bij verboden handelingen 3.6 Onverenigbare betrekkingen en nevenfuncties 3.7 Inkopen en aanbesteden 3.8 Omgang met informatie 3.9 Geschenken, diensten en uitnodigingen 3.10 Vergoedingen en verstrekkingen politieke ambtsdragers
40 42 42 43 45 50 55 58 60 63 64
4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Integriteitsschendingen en -onderzoek Inleiding Melden van een vermoeden Beoordeling melding Onderzoek Communicatie Het onderwerp van onderzoek
70 72 76 77 79 82 84
5. 5.1 5.2 5.3 5.4
Bijlagen: Tools (inclusief dilemmakaarten) Vragenlijsten Model gedragscodes Verboden handelingen
86 88 112 123 138
< vorige pagina
volgende pagina >
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Algemeen Over integriteit Overzichtspagina volksvertegenwoordigers Overzichtspagina bestuurders Overzichtspagina kroonbenoemden
8 9 11 14 15
< vorige pagina
volgende pagina >
7
1.1
Algemeen
1.1.1
Het handboek: één plek met alle informatie
Op de overzichtspagina’s (1.2 t/m 1.4) wordt verwezen naar de modules van het handboek waarin voor deze doelgroepen de meest relevante informatie staat.
Dit handboek bundelt alle beschikbare informatie over de integriteit van politieke ambtsdragers binnen de decentrale overheden. Het doel is om de decentrale overheden te ondersteunen bij het bevorderen van de bestuurlijke integriteit en de aandacht voor het onderwerp en het integriteitsbewustzijn bij politieke ambtsdragers te vergroten. Het handboek is primair gericht op volksvertegenwoordigers en bestuurders bij gemeenten, provincies en waterschappen. Daarnaast biedt het handboek praktische handvatten voor (besturen van) politieke partijen.1 Het Handboek is specifiek toegespitst op de decentrale overheden uit het Europese deel van Nederland. Veel onderdelen zijn echter ook toepasbaar voor de decentrale overheden uit het Caribische deel van Nederland. Er was al een uitgebreid ondersteunend instrumentarium (zoals handreikingen, gedragscodes, beleidskaders), maar juist daardoor was het ingewikkeld om eenvoudig de juiste informatie te vinden. In dit handboek is alle beschikbare informatie samengebracht.
Het handboek vervangt een groot deel van de eerder verschenen stukken en handreikingen.2 Een aantal andere stukken en handreikingen (die niet afkomstig zijn van het ministerie van BZK) is in het handboek verwerkt, maar blijven daarnaast wel bestaan.3 Door alle informatie samen te brengen, maakt dit handboek de regels en procedures over integriteit van decentrale politieke ambtsdragers inzichtelijk en gemakkelijk vindbaar. Het handboek is de plek waar de actuele informatie te vinden is, waar aanpassingen op basis van (beleids)ontwikkelingen worden doorgevoerd en waar nieuwe informatie in wordt opgenomen.
1.1.2
Structuur van het handboek Het handboek bestaat uit een inleiding, drie hoofdstukken en een aantal bijlagen. Elk hoofdstuk bestaat uit verschillende modules die zelfstandig leesbaar zijn. Zo is het mogelijk gericht informatie te zoeken. In de inleiding zijn drie overzichtspagina’s te vinden die als wegwijzer kunnen dienen voor de drie doelgroepen waarvoor het handboek is geschreven: 1. kroonbenoemden: burgemeesters, commissarissen van de Koning (hierna: CvdK) en dijkgraven.4 2. bestuurders: college van B&W (burgemeester en wethouders), college van Gedeputeerde Staten (CvdK en gedeputeerden) en het dagelijks bestuur van een waterschap (dijkgraaf en DB-leden). 3. volksvertegenwoordigers: raadsleden, statenleden en leden van het algemeen bestuur van een waterschap (hierna: AB-leden).
8
1.1.4
Het handboek: een levend document Het handboek is een levend document dat in gesprek met de doelgroepen en andere partners en op basis van nieuwe inzichten wordt aangevuld. Het denken over integriteit is namelijk een onderwerp dat constant in ontwikkeling is. Het handboek blijft, door het te actualiseren, een relevante basis om op terug te vallen. Het ministerie van BZK neemt daarvoor het initiatief en betrekt de belanghebbenden van de decentrale overheden daarbij. Zo wordt het handboek van tijd tot tijd aangevuld met best practices, en tips en valkuilen uit de praktijk die vanaf het moment van publicatie zullen worden bijgehouden. Indien er vanuit BZK nieuwe ondersteunende instrumenten – zoals handreikingen en toolkits - worden ontwikkeld op het gebied van bestuurlijke integriteit zullen deze automatisch in het handboek worden geïntegreerd.
1.2
Over integriteit
Status van het handboek De wettelijke vereisten zijn de basis voor het handboek. Daarnaast worden er extra handvatten aangeboden en (praktische) tips gegeven. Het handboek biedt daarmee ook een basis voor politieke ambtsdragers om het over integriteit te hebben en samen (of individueel) te leren en zo te blijven werken aan een integere overheid.
1.1.3
Hoofdstuk 2 gaat in op de periode voorafgaand aan de benoeming van politieke ambtsdragers: de werving- en selectiefase waarin de screening van kandidaat-volksvertegenwoordigers en kandidaat-bestuurders plaatsvindt. Hoofdstuk 3 ziet op de zittingsperiode zelf en hierin wordt een aantal belangrijke integriteitsonderwerpen behandeld waarvoor blijvend aandacht moet zijn. Hoofdstuk 4 gaat over (de omgang met) integriteitsschendingen en de verschillende fasen en aspecten van integriteitsonderzoek.
Handboek Integriteit
/ 1 Inleiding
Wat is integriteit? Integriteit is een belangrijke pijler van de kwaliteit van het openbaar bestuur. Integriteit is van belang voor het vertrouwen van de burgers in hun overheid. Inwoners van Nederland hebben recht op een goed functionerend en integer openbaar bestuur. De decentrale overheden maken daarvan ook een belangrijk onderdeel uit; zij zijn verantwoordelijk voor het oplossen van verschillende maatschappelijke opgaven op lokaal niveau. Een integer en stabiel openbaar bestuur draagt bij aan de legitimiteit van het overheidshandelen en is effectiever en efficiënter in staat om de taken eerlijk uit te voeren en diensten te leveren waar inwoners recht op hebben. Voorop staat dat politieke ambtsdragers primair zelf verantwoordelijk zijn voor het agenderen, bewaken en borgen van eigen integriteit. Politieke ambtsdragers hebben een voorbeeldfunctie voor burgers en voor hun ambtenaren en dienen het algemeen belang te behartigen. Het is daarbij niet toegestaan dat zij hun persoonlijke belangen laten prevaleren. De handel en wandel van politieke ambtsdragers heeft zijn weerslag op de hele organisatie, zowel in positieve als in negatieve zin. Politieke ambtsdragers zijn daarmee verantwoordelijk voor de eigen integriteit en dragen als collectief een belangrijke verantwoordelijkheid voor de integriteit van hun organisatie.
Tegelijkertijd zijn ook in de organieke wetten – zoals de Gemeente- en Provinciewet - diverse bepalingen opgenomen die tot doel hebben het integere handelen en gedrag van de politieke ambtsdragers te sturen en te stimuleren, zodat de zuiverheid in de persoonlijke en bestuurlijke verhoudingen kan worden gewaarborgd.
< vorige pagina
volgende pagina >
9
Integriteitsbeleid
Integriteitsagenda
Om het integriteitsbeleid handen en voeten te geven is het van belang dat het onderdeel is van een samenhangend geheel van openbare gedragsregels en procedures. Een goed integriteitsbeleid omvat daarmee in ieder geval:
Het is belangrijk dat integriteit als onderwerp regelmatig terugkeert op de agenda. Het verdient de voorkeur het onderwerp integriteit minimaal één keer per jaar te bespreken en het beleid en de gedragscode zo nodig bij te stellen. In een integriteitsagenda kunnen een bestuur, volksvertegenwoordiging of politieke partij voor zichzelf vaststellen hoe zij integriteit voortdurend onder de aandacht blijven houden: op welke manier, op welk moment en wie daarvoor verantwoordelijk is. Het is aan te bevelen om in de agenda aan te sluiten op natuurlijke momenten in de bestuursperiode en om, in het bestuur en de volksvertegenwoordiging, daarnaast eenmaal per jaar een dilemmasessie te organiseren. Tijdens zo’n dilemmasessie kan gebruik worden gemaakt van de tool dilemmakaarten integriteit (klik hier voor meer informatie over de tool).
• Openbare gedragsregels met eenduidige onderliggende normen en waarden. • Een heldere verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. • Controleerbaarheid: enerzijds door transparante besluitvormingsprocedures, anderzijds door regels en verantwoording in openbaarheid. Een succesvol integriteitsbeleid heeft – naast de regels en procedures5 – veel aandacht voor de cultuur in de organisatie en in de politieke arena. Integriteit is namelijk een houding, iets waar je aan kunt werken en waar je in kunt groeien. In een open cultuur, waarin bestuurders en volksvertegenwoordigers dilemma’s met elkaar bespreken en elkaar aanspreken op gedrag en handelen, lukt dat beter. Het vaststellen van regels en procedures is van groot belang, maar het mag niet als resultaat hebben dat binnen de organisatie het gevoel leeft dat integriteit daarmee is ‘geregeld’.
Dilemmakaarten integriteit In de kaarten worden 25 dilemma’s beschreven vanuit het oogpunt van politieke ambtsdragers. Elk dilemma sluit aan op verschillende elementen uit de gedragscodes integriteit voor politieke ambtsdragers. Op de achterkant van de dilemmakaarten worden overwegingen en mogelijke oplossingen beschreven. De dilemma’s zijn gericht op de dagelijkse praktijk en kunnen zowel in de werving- en selectiefase als in de beheerfase worden gebruikt. De kaarten zijn gespecificeerd naar gemeenten, provincies, waterschappen en naar verschillende doelgroepen (volksvertegenwoordigers en bestuurders). Klik hier voor de 25 dilemmakaarten.
Hieronder worden tien aanbevelingen gedaan om rekening mee te houden in de vormgeving van het integriteitsbeleid: 1. Kies voor een systematische aanpak die is afgestemd op de (beleidscyclus van de) eigen organisatie. 2. Laat het integriteitsbeleid voor de komende jaren vastleggen in een beleidsplan met daarin een normenkader. De kroonbenoemde zorgt ervoor dat het beleid en normenkader bekend zijn bij de politieke ambtsdragers. 3. Maak integriteit tot een onderwerp dat regelmatig (ten minste 1x per jaar) terugkeert op de (politieke) agenda. 4. Laat politieke partijen een toets uitvoeren naar hun kandidaten voorafgaand aan de benoeming. Daarvoor kunnen de politieke partijen gebruik maken van de beschikbare tools (zie paragrafen 2.1 en 2.2). 5. Het is aan te bevelen dat een divers samengestelde commissie de benoembaarheid van de kandidaten onderzoekt. 6. Maak in het kader van de benoemingsprocedure van bestuurders gebruik van de mogelijkheid om een risicoanalyse integriteit uit te voeren. 7. Het is nuttig om een vertrouwenspersoon of aanspreekpunt integriteit aan te wijzen bij wie politieke ambtsdragers terecht kunnen met vragen of integriteitskwesties. 8. De kroonbenoemde moet bij vermoedens van integriteitsschendingen kunnen optreden. Daarvoor moeten zij de beschikking hebben over de daarbij behorende instrumenten, inclusief de benodigde menskracht en budget. 9.
Maak gebruik van de professionele ondersteuning van de koepelorganisatie, het ministerie van BZK en van andere deskundigen zoals het Steunpunt Integriteitsonderzoek Politieke Ambtsdragers (SIPA). 10. Lees het rapport Monitor Integriteit en Veiligheid Openbaar Bestuur waarin een overzicht is te vinden van integriteitsbevorderende maatregelen.
10
Handboek Integriteit
/ 1 Inleiding
Preventie en intervisie In het kader van preventie is het nuttig om een vertrouwenspersoon of aanspreekpunt integriteit aan te wijzen bij wie individuele politieke ambtsdragers terecht kunnen met vragen of integriteitskwesties. Ook is het goed om afspraken te maken over wat te doen bij vermoedens van integriteitsschendingen (klik hier voor meer informatie). Om met elkaar het gesprek aan te gaan, is intervisie, naast dilemmasessies, een mooie methode. Op deze manier kan alertheid en bewustzijn op integriteitsrisico’s worden gestimuleerd. Intervisie kan binnen de eigen organisatie georganiseerd worden maar ook in samenwerking met anderen. Op de website van Weerbaar Bestuur is hiervoor een toolkit beschikbaar.6
1.3
Overzichtspagina volksvertegenwoordigers Hieronder staat een beknopt overzicht waar voor een volksvertegenwoordiger (raadslid, statenlid of AB-lid) in het handboek de belangrijkste informatie staat.
Rol bij integriteit Volksvertegenwoordigers hebben in de eerste plaats zelf een verantwoordelijkheid op het gebied van integriteit. Voor volksvertegenwoordigers zijn verschillende integriteitsnormen van belang die bepalen hoe zij zich dienen te gedragen in hun hoedanigheid van volksvertegenwoordiger.
< vorige pagina
volgende pagina >
11
Deze zijn zowel te vinden in de organieke wetgeving als in de lokale gedragscodes die zij zelf (wettelijk verplicht) hebben vastgesteld. De leden van de volksvertegenwoordiging kunnen elkaar aanspreken op het naleven van deze normen. Zo mogen zij bijvoorbeeld niet hun persoonlijke belangen laten meewegen in de besluitvorming, dienen zij transparant te zijn over hun nevenfuncties en zijn zij gehouden een aantal handelingen niet te verrichten (verboden handelingen). Zo voorkomen zij dat er sprake kan zijn van (de schijn van) belangenverstrengeling. Volksvertegenwoordigers hoeven bijvoorbeeld geen VOG te overleggen, omdat dit een inperking van hun passief kiesrecht zou opleveren en worden bovendien niet door hun gemeente onderworpen aan enige vorm van screening.
Belangrijkste modules Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Tools bij werving en selectie kandidaat-volksvertegenwoordigers. Een overzicht van alle tools is te vinden in de bijlage.
2.4
Rol volksvertegenwoordigers bij proces risicoanalyse en mogelijke routes.
Hoofdstuk 3 3.1
Onderdelen integriteitsbeleid; de onderwerpen uit H3 komen terug in de model gedragscode volksvertegenwoordigers in de bijlage.
3.2
Aandachtspunten bij (vermoeden van) belangenverstrengeling.
3.3
Onthouding beraadslaging en stemming.
De belangrijkste integriteitsnormen Er is een aantal belangrijke wettelijke integriteitsnormen waar politiek ambtsdragers zich aan moeten houden. Om snel en overzichtelijk de belangrijkste wettelijke integriteitsnormen te vinden, zijn deze hierna op een rij gezet. De wettelijke normen komen natuurlijk daarnaast uitgebreid terug in het handboek met toelichting en handvatten. • Volksvertegenwoordigers maken openbaar welke nevenfuncties zij bekleden – artikel 12 Gemeentewet, artikel 11 Provinciewet, artikel 32 Waterschapswet • Volksvertegenwoordigers vervullen geen andere – limitatief opgenomen ‘onverenigbare betrekkingen’ – artikel 13 Gemeentewet, artikel 13 Provinciewet, artikel 31 Waterschapswet • Volksvertegenwoordigers leggen de eed (verklaring of belofte) af voordat zij functie uitoefenen – artikel 14 Gemeentewet, artikel 14 Provinciewet, artikel 34 Waterschapswet • Volksvertegenwoordigers verrichten geen ‘verboden handelingen’ - artikel 15, lid 1 en 2, Gemeentewet, artikel 15, lid 1 en 2, Provinciewet, artikel 33, lid 1 en 2, Waterschapswet • De volksvertegenwoordiging stelt verplicht een gedragscode integriteit vast voor zijn leden, voor bestuurders en voor de kroonbenoemde.
De inhoud daarvan is vrijgelaten – artikel 15, lid 3, 41c, lid 2, en 69, lid 2, Gemeentewet, artikel 15, lid 3, 40c, lid 2, en 68, lid 2, Provinciewet, artikel 33, lid 3, Waterschapswet • Volksvertegenwoordigers nemen niet deel aan de beraadslaging en stemming over aangelegenheden die hen persoonlijk aangaan of waarbij zij als vertegenwoordiger zijn betrokken, of over de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan zij rekenplichtig zijn of tot welks bestuur zij behoren – artikel 28, lid 1, Gemeentewet, artikel 28, lid 1, Provinciewet, en artikel 38a, lid 1, Waterschapswet
3.4 & Verboden handelingen, wat te doen bij twijfel en aanvragen van een ontheffing. 3.5 3.6
Onverenigbare betrekkingen en melden nevenfuncties.
3.7
Basisregels omgang met informatie, oneigenlijk gebruik, beslotenheid, geheime en vertrouwelijke informatie en gebruik email, internet en sociale media.
3.8
Aandachtspunten geven en ontvangen van geschenken.
Hoofdstuk 4
12
4.1 4.2 4.3 4.4
Informatie over integriteitsonderzoek en rol volksvertegenwoordiging in begeleiding.
4.6
Zelf onderwerp van een integriteitsonderzoek.
Handboek Integriteit
/ 1 Inleiding
< vorige pagina
volgende pagina >
13
1.4
Overzichtspagina bestuurders Hieronder staat een beknopt overzicht waar voor een bestuurder (wethouder, gedeputeerde en DB-lid) in het handboek de meest relevante informatie staat.
Rol bij integriteit Bestuurders hebben in de eerste plaats zelf een verantwoordelijkheid op het gebied van integriteit. Het bestuur besluit onder meer over het verlenen van subsidies en het verstrekken van vergunningen. Daarbij dienen zij een gelijk speelveld te creëren en belangenverstrengeling te voorkomen. Voor bestuurders zijn verschillende integriteitsnormen van belang die bepalen hoe zij zich dienen te gedragen in hun hoedanigheid van bestuurder. Deze zijn zowel te vinden in de organieke wetgeving als in de lokale gedragscodes die (wettelijk verplicht) zijn vastgesteld door hun eigen volksvertegenwoordiging. Daarnaast dienen bestuurders voorafgaand aan hun benoeming een VOG te overleggen. Bovendien worden zij vaak aan enige vorm van screening onderworpen, om zo mogelijke risico’s en kwetsbaarheden omtrent hun integriteit in kaart te brengen.
Belangrijkste modules • 2.2 (tools voor bewustwording mogelijke integriteitsrisico’s bij kandidaatstelling) • 2.3 (waar wordt naar gekeken bij de screening van kandidaat-bestuurders?) • 2.4 (stappen per fase van de screening van kandidaat-bestuurders) • 3.1 (specifiek gedragscodes integriteit en gesprek over integriteit binnen bestuur) • 3.2 (aandachtspunten bij vermoeden van belangenverstrengeling) • 3.3 (onthouding beraadslaging en stemming) • 3.4 en 3.5 (verboden handelingen, wat te doen bij twijfel en aanvragen van een ontheffing) • 3.6 (onverenigbare betrekkingen en nevenfuncties, specifiek meldplicht en q.q. nevenfuncties) • 3.7 (basisregels omgang met informatie, oneigenlijk gebruik, beslotenheid, geheime en vertrouwelijke informatie en gebruik email, internet en sociale media) • 3.9 (geven en ontvangen van geschenken, diensten en uitnodigingen) • 3.10 (handelswijze bij verschillende type (bestuurlijke) kosten) • 3.6 (risico’s bij inkopen en aanbesteden) • 4.2 en 4.3 (melden vermoeden integriteitsschending) • 4.4 (informatie over proces integriteitsonderzoek) • 4.6 (zelf als bestuurder onderwerp van onderzoek)
• bestuurders vervullen geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het wethouderschap, melden het voornemen tot het aannemen van een nevenfunctie aan de volksvertegenwoordiging en maken hun nevenfuncties en (als zij fulltime bestuurders zijn) de inkomsten daaruit openbaar – artikel 41b Gemeentewet, artikel 40b Provinciewet, artikel 44k Waterschapswet • bestuurders leggen de eed (verklaring of belofte) af voordat zij de functie uitoefenen – artikel 14 Gemeentewet, artikel 40a Provinciewet, artikel 34 Waterschapswet • bestuurders verrichten geen ‘verboden handelingen’ - artikel 41c, lid 1, en artikel 15, lid 1 en 2, Gemeentewet, artikel 40c, lid 1, en artikel 15, lid 1 en 2, Provinciewet, artikel 33, lid 1 en 2, Waterschapswet • bestuurders nemen niet deel aan de beraadslaging en stemming over aangelegenheden die hen persoonlijk aangaan of waarbij zij als vertegenwoordiger zijn betrokken, of over de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan zij rekenplichtig zijn of tot welks bestuur zij behoren – artikel 58 en 28 Gemeentewet, artikel 58 en 28 Provinciewet, artikel 38a Waterschapswet • bestuurders zijn bij benoeming in het bezit van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die niet ouder is dan drie maanden - artikel 36a, lid 2, Gemeentewet, artikel 35b, lid 2, Provinciewet, en artikel 41, lid 1,
Waterschapswet
De belangrijkste integriteitsnormen Er is een aantal belangrijke wettelijke integriteitsnormen waar politiek ambtsdragers zich aan moeten houden. Om snel en overzichtelijk de belangrijkste wettelijke integriteitsnormen te vinden, zijn deze hierna op een rij gezet. De wettelijke normen komen natuurlijk daarnaast uitgebreid terug in het handboek met toelichting en handvatten. • bestuurders vervullen geen andere – limitatief opgenomen ‘onverenigbare betrekkingen’ – artikel 36b Gemeentewet, artikel 35c Provinciewet, artikel 31 Waterschapswet
14
Handboek Integriteit
/ 1 Inleiding
< vorige pagina
volgende pagina >
15
1.5
Overzichtspagina kroonbenoemden De belangrijkste integriteitsnormen Hieronder staat een beknopt overzicht waar voor een kroonbenoemde (burgemeester, CvdK of dijkgraaf) in het handboek de meest relevante informatie staat.
Er is een aantal belangrijke wettelijke integriteitsnormen waar politiek ambtsdragers zich aan moeten houden. Om snel en overzichtelijk de belangrijkste wettelijke integriteitsnormen te vinden, zijn deze hierna op een rij gezet. De wettelijke normen komen natuurlijk daarnaast uitgebreid terug in het handboek met toelichting en handvatten.
Rol bij integriteit De burgemeester, CvdK en dijkgraaf hebben de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van de eigen organisatie te bevorderen. Dit betreft bijvoorbeeld het agenderen van het thema integriteit binnen de eigen organisatie en het maken van duidelijke afspraken over hoe er dient te worden omgegaan met meldingen over een (vermoeden van) integriteitsschending. Dit betekent nadrukkelijk niet dat de kroonbenoemde verantwoordelijk is voor de integriteit van de bestuurders en volksvertegenwoordigers zelf. Zij hebben hiervoor in de eerste plaats zelf een verantwoordelijkheid. Wet- en regelgeving en het geldende integriteitsbeleid (o.a. gedragscodes) zijn de basis voor het handelen van de kroonbenoemde. Hij kan zich onder meer laten bijstaan door de ambtelijke organisatie onder leiding van de secretaris, een aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon integriteit, een commissie integriteit en/of door de griffier. De kroonbenoemde is, als er niks anders is afgesproken, regisseur en aanspreekpunt bij integriteitskwesties. Aanvullend op de wettelijke taak om de integriteit van de eigen organisatie te bevorderen, heeft de CvdK als taak om te bemiddelen of adviseren op het moment dat de integriteit in een gemeente in het geding is of als er sprake is van verstoorde bestuurlijke verhoudingen.
Daarnaast hebben de kroonbenoemden ook een verantwoordelijkheid voor hun eigen integriteit. Zij dienen zich – net als bestuurders en volksvertegenwoordigers – te houden aan verschillende integriteitsnormen uit de organieke wetgeving en de lokale gedragscode.
• kroonbenoemden vervullen geen andere – limitatief opgenomen ‘onverenigbare betrekkingen’ – artikel 68 Gemeentewet, artikel 67 Provinciewet, artikel 47 Waterschapswet • kroonbenoemden leggen de eed (verklaring of belofte) af voordat zij functie uitoefenen – artikel 65 Gemeentewet, artikel 64 Provinciewet, artikel 50 Waterschapswet • kroonbenoemden vervullen geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun ambt, melden het voornemen tot het aannemen van een nevenfunctie aan de volksvertegenwoordiging en maken hun nevenfuncties en (als zij fulltime bestuurders zijn) de inkomsten daaruit openbaar – artikel 67 Gemeentewet, artikel 66 Provinciewet, artikel 48 Waterschapswet • kroonbenoemden verrichten geen ‘verboden handelingen’ - artikel 69, lid 1, en artikel 15, lid 1 en 2, Gemeentewet, artikel 68, lid 1, en artikel 15, lid 1 en 2, Provinciewet, artikel 47, lid 3, en artikel 33, lid 1, Waterschapswet • kroonbenoemden nemen – als onderdeel van het college of dagelijks bestuur – niet deel aan de beraadslaging en stemming over aangelegenheden die hen persoonlijk aangaan of waarbij zij als vertegenwoordiger zijn betrokken, of over de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan zij rekenplichtig zijn of tot welks bestuur zij behoren – artikel 58 en 28 Gemeentewet, artikel 58 en 28 Provinciewet, artikel 38a
Waterschapswet.
Belangrijkste modules • 2.3 (waar wordt naar gekeken bij de screening van kandidaat-bestuurders, methode eigen organisatie) • 2.4 (rol kroonbenoemde bij screening in verschillende fasen en route eigen organisatie) • 3.1 (organisatie integriteitsbeleid, gesprekken over integriteit binnen bestuur) • 3.2 (aandachtspunten bij vermoeden van belangenverstrengeling) • 3.3 (onthouding beraadslaging en stemming als onderdeel bestuur) • 3.4 en 3.5 (verboden handelingen, wat te doen bij twijfel en aanvragen van een ontheffing) • 3.6 (onverenigbare betrekkingen en nevenfuncties, specifiek meldplicht en q.q. nevenfuncties) • 3.7 (basisregels omgang met informatie, oneigenlijk gebruik, beslotenheid, geheime en vertrouwelijke informatie en gebruik email, internet en sociale media) • 3.8 (aandachtspunten geven en ontvangen van geschenken) • 3.9 (handelswijze bij verschillende type (bestuurlijke) kosten) • 3.10 (risico’s bij inkopen en aanbesteden) • 4.1 (kroonbenoemde als regisseur bij integriteitskwesties, ondersteuning bij meldingen, instellen van een onderzoek en leren na een onderzoek) • 4.2 en 4.3 (eigen rol kroonbenoemde en beoordeling van meldingen) • 4.4 (onderzoeksprotocol, selectie onderzoeker en aandachtspunten bij het onderzoek) • 4.5 (handvatten voor communicatie met verschillende betrokkenen) • 4.6 (zelf als kroonbenoemde onderwerp van onderzoek)
16
Handboek Integriteit
/ 1 Inleiding
< vorige pagina
volgende pagina >
17
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 2
2.1 2.2 2.3 2.4
Inleiding Werving kandidaat-volksvertegenwoordigers en kandidaat-bestuurders Selectie door politieke partijen Screening van kandidaat-bestuurders: thema’s en onderzoeksmethode
2.5 Screening van kandidaat-bestuurders: proces
< vorige pagina
20 20 21 23 28
volgende pagina >
19
2.1
Inleiding
Bij de werving van politieke ambtsdragers is het belangrijk om aandacht te hebben voor integriteit en daar beleid voor op te stellen. Dat beleid kan mede bestaan uit praktische handvatten. Met de informatie en tools in deze paragraaf kan het integriteitsbewustzijn bij (kandidaat) politieke ambtsdragers worden vergroot en kunnen partijen dit stimuleren.
Voordat een politieke ambtsdrager in functie treedt, zijn er bepaalde procedures te doorlopen. De belangrijkste zijn natuurlijk de verkiezingen waarbij volksvertegenwoordigers door inwoners worden gekozen. Daarnaast is er een aantal stappen die vanuit integriteit erg belangrijk zijn. Deze worden in de figuur kort toegelicht en krijgen meer aandacht in de volgende paragrafen.
2.2
Stap
Werving
Selectie
Screening
De doelgroep van de informatie hierover in dit handboek is…
Bestuursleden van politieke partijen en kandidaat-volksvertegenwoordigers en kandidaatbestuurders
Bestuursleden van politieke partijen en kandidaat-volksvertegenwoordigers en kandidaatbestuurders
Kroonbenoemden en kandidaatbestuurders
De activiteiten zien op de kandidaat-politieke ambtsdragers
Kandidaat-volksvertegenwoordigers en kandidaatbestuurders
Kandidaat-volksvertegenwoordigers en kandidaatbestuurders
Kandidaatbestuurders
Het resultaat is…
De kandidaat stelt zich kandidaat bij de politieke partij
Kandidatenlijst met kandidaat-volksvertegenwoordigers en een of meerdere kandidaat-bestuurders vanuit de politieke partij
Benoeming van de bestuurders
Werving kandidaat-volksvertegenwoordigers en kandidaat-bestuurders Bij de werving van politieke ambtsdragers is het goed om aandacht te hebben voor integriteit. Dit deel is gericht aan bestuursleden van politieke partijen, kandidaat-volksvertegenwoordigers, kandidaat-bestuurders en kroonbenoemden. Er zijn twee tools beschikbaar die handig zijn in de wervingsfase: de vuistregels integriteit en het zelfassessment om volksvertegenwoordiger te worden.
In de wervingsfase vindt de afweging plaats of iemand zich kandidaat stelt om bestuurder of volksvertegenwoordiger te worden. Daarnaast besluit in deze fase het partijbestuur van de politieke partij over de inrichting van het werving- en selectieproces.
20
Handboek Integriteit
/ 2 Werving, selectie en screening
Tools Er zijn twee tools beschikbaar die handig zijn in de wervingsfase. 1. De vuistregels integriteit. Deze tool beschrijft een aantal voorbeelden van vuistregels op het gebied van integriteit waar een partij aan kan denken bij het opstellen van zijn eigen vuistregels die gelden voor ‘hun’ (kandidaat) politieke ambtsdragers. Klik hier voor de tool vuistregels integriteit. 2. Het zelfassessment. Als iemand overweegt zich als volksvertegenwoordiger kandidaat te stellen, is het goed dat de kandidaat zich realiseert waar eventuele integriteitsrisico’s liggen. Het zelfassessment geeft inzicht in deze risico’s. Klik hier voor de tool zelfassessment om volksvertegenwoordiger te worden.
2.3
Selectie door politieke partijen Bij de selectie van (kandidaat) politieke ambtsdragers is het goed om aandacht te hebben voor integriteit. Dit deel is gericht aan bestuursleden van politieke partijen, leden van de selectiecommissie, kandidaat-volksvertegenwoordigers, kandidaat-bestuurders en kroonbenoemden. Er zijn zes tools beschikbaar die de politieke partij kan gebruiken om aandacht te besteden aan integriteit in de selectieprocedure: de vragenlijst integriteit, de antecedentencheck, de lijst red flags ondermijning, de leidraad integriteit selectiegesprek, de bewilligingsverklaring en het netwerk in beeld.
Bij de selectie van (kandidaat) politieke ambtsdragers is het goed om aandacht te hebben voor integriteit. Politieke partijen hebben namelijk de verantwoordelijkheid om integere kandidaten voor te dragen. Met de informatie en handvatten in dit deel kan het integriteitsbewustzijn bij (kandidaat) politieke ambtsdragers en hun politieke partij worden vergroot en kunnen eventuele integriteitsrisico’s in beeld worden gebracht. De informatie in dit deel is in het bijzonder nuttig voor bestuursleden van politieke partijen, leden van de selectiecommissie, kandidaat-volksvertegenwoordigers, kandidaat-bestuurders en kroonbenoemden. Het is van belang dat politieke partijen aandacht besteden aan het thema integriteit bij de selectie van deze politieke ambtsdragers om daarmee bij te dragen aan het integriteitsbewustzijn van kandidaten. In de selectiefase worden kandidaat-volksvertegenwoordigers geselecteerd en op de kieslijst geplaatst. Indien zij worden verkozen, vindt de installatie als volksvertegenwoordiger plaats.
< vorige pagina
volgende pagina >
21
2.4
Tools Elke politieke partij mag zelf haar selectieprocedure vormgeven. Het is verstandig om in die procedure aandacht te hebben voor integriteit, waarbij het uiteraard van belang is om rekening te houden met het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van de kandidaten. Er zijn zes tools beschikbaar die de politieke partij daarbij in deze fase kan gebruiken:
In dit stuk staat informatie over de screening van kandidaat-bestuurders: de onderwerpen die bij een screening aan bod (kunnen) komen en welke onderzoeksmethodes gebruikt (kunnen) worden. De informatie in dit stuk is interessant voor kroonbenoemden als regisseur en aanspreekpunt voor integriteit binnen de organisatie en voor kandidaat-bestuurders ter voorbereiding op de risicoanalyse.
1. De vragenlijst integriteit. Met de vragenlijst kan een selectiecommissie inzicht krijgen in mogelijke integriteitsrisico’s van een kandidaat en vergroot de selectiecommissie het integriteitsbewustzijn van de kandidaat. De vragen kunnen onder andere gaan over nevenfuncties, persoonlijke (financiële) belangen, relaties met de gemeente, provincie of het waterschap, beroep en nevenfuncties van partner en familieleden. Er bestaat een aparte vragenlijst om het netwerk van een kandidaat in kaart te brengen. Klik hier voor de tool vragenlijst integriteit.
Een risicoanalyse integriteit, ook wel screening genoemd, is vrijwel altijd een onderdeel van de benoemingsprocedure van bestuurders. Het voornaamste doel van de risicoanalyse is inzicht verkrijgen in mogelijke risico’s voor benoeming, op persoonlijk, relationeel, financieel en functioneel gebied. Op basis van de uitkomsten van de risicoanalyse kunnen eventueel beheersmaatregelen worden genomen om integriteitsrisico’s te verminderen. De kandidaat kan ook besluiten om zich terug te trekken.
2. De antecedentencheck. Dit is een onderzoek naar het verleden van een kandidaat. Hiermee kan de selectiecommissie zich een beeld vormen van mogelijke integriteitsrisico’s van een kandidaat volksvertegenwoordiger of bestuurder. Er zijn drie opties met een verschillende diepgang: openbare-bronnenonderzoek, aanvraag verklaring omtrent het gedrag en referentieonderzoek (alleen bij kandidaat bestuurders). Klik hier voor de tool antecedentencheck. 3. De lijst red flags ondermijning. Ondermijning is moeilijk te herkennen bij kandidaten die zich bij een partij melden om politieke ambtsdrager te worden. Om het mogelijk herkenbaar te maken is een lijst opgesteld met zogenaamde “red flags ondermijning”. Wanneer één of meer van deze red flags aan de orde zijn, kan de selectiecommissie hier in een gesprek op doorvragen. Klik hier voor de tool lijst red flags ondermijning. 4. De leidraad integriteit selectiegesprek. In het selectiegesprek met de kandidaat is het belangrijk dat de selectiecommissie verschillende vragen over integriteit stelt. Het doel van de leidraad is om integriteit op een gestructureerde wijze onderdeel uit te laten maken van het selectiegesprek. In de leidraad staat een aantal vragen die de tool vragenlijst integriteit aanvullen. Klik hier voor de tool leidraad integriteit selectiegesprek. 5. De bewilligingsverklaring.
Een politieke partij kan ervoor kiezen kandidaat volksvertegenwoordigers een bewilligingsverklaring te laten tekenen met verplichtingen die horen bij het ambt van volksvertegenwoordiger. De politieke partij kan de bewilligingsverklaring naar eigen inzicht aanpassen of aanvullen. Klik hier voor de tool bewilligingsverklaring.
Vragen Voor specifieke vragen kunnen politieke ambtsdragers terecht bij de verschillende bestuurders-verenigingen van politieke partijen of het Kennispunt Lokale Politieke Partijen. Daarnaast is er een Toolkit democratische weerbaarheid voor politieke ambtsdragers beschikbaar om een zelfassessment uit te voeren.
Screening van kandidaat-bestuurders: thema’s en onderzoeksmethode
Daarnaast is de risicoanalyse bedoeld om het bewustzijn van de kandidaat te stimuleren. Daarmee kan tevens een fundament gelegd worden om als bestuur tijdens de bestuursperiode regelmatig en laagdrempelig met elkaar te spreken over dilemma’s die verband houden met bestuurlijke integriteit.
2.4.1
Wetsvoorstel Het ministerie van BZK werkt op dit moment aan een wetsvoorstel waarin het gebruik van een risicoanalyse integriteit zal worden voorgeschreven. Dit wetsvoorstel wordt in 2023 in consultatie gegeven. De relevante wijzigingen die het wetsvoorstel met zich meebrengt zullen in een volgende versie van het handboek worden verwerkt.
2.4.2 Onderwerpen De reikwijdte van de risicoanalyse is voor alle kandidaat-bestuurders binnen een organisatie dezelfde. Tijdens de screening kan wel blijken dat aanvullende stappen nodig zijn om risico’s in kaart te brengen. De kaders die in ieder geval van belang zijn voor een risicoanalyse zijn opgenomen in de verschillende wettelijke bepalingen: de wettelijke benoembaarheidsvereisten (waaronder een VOG), de nevenfuncties, de onverenigbare betrekkingen, stemonthouding en de verboden handelingen. Daarnaast is er een groot aantal verschillende ‘risicogebieden’ (aspecten) waarop navraag wordt gedaan in de risicoanalyse. Er is vaak aandacht voor: • het netwerk van de kandidaat, diens partner en directe familieleden • gedrag op sociale media, ook in het benaderen van inwoners en andere bestuurders
22
Handboek Integriteit
/ 2 Werving, selectie en screening
< vorige pagina
volgende pagina >
23
• het arbeidsverleden en eventuele verlofregeling of terugkeergarantie • juistheid en volledigheid van het CV, waaronder opleiding • (lopende) juridische procedures • schulden en betalingsrisico’s aan de hand van een BKR-uittreksel • financiële en juridische belangen (waaronder aandelenportefeuille, vastgoedbezit, subsidie- en opdrachtrelaties met het decentraal bestuur) De onderzoeker kan ook aandacht besteden aan de onderwerpen uit de gedragscode van de gemeente, provincie of het waterschap. In de bijlage zijn model gedragscodes te vinden. Daarnaast is bij een screening steeds vaker aandacht voor het belang van integriteitsbewustzijn en weerbaarheid van een bestuurder.
Inzicht in netwerken Een gesprek over integriteit blijft vaak abstract, theoretisch en toekomstgericht. Echte integriteits- en veiligheidskwesties ontstaan in de vele contacten die politieke ambtsdragers hebben. Deze contacten zijn van eerder werk, huidige bestuurlijke en ambtelijke connecties of via familie, kennissen en het verenigingsleven. Door een gesprek over integriteit te hebben met aandacht voor de netwerken van de kandidaat, kan het integriteitsbewustzijn van kandidaten toenemen.
Netwerk portefeuille of woordvoerderschap Netwerk familie
Netwerk maatschappelijke carrière
Netwerk activiteiten familieleden
Bron: Saxion, Weerbaarheidsscan lokaal bestuur 2021. Deze scan is opgesteld in opdracht van de gemeente Eindhoven en in samenwerking met de Taskforce RIEC Brabant- Zeeland en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
24
Handboek Integriteit
/ 2 Werving, selectie en screening
2.4.3 Methode Risico’s en kwetsbaarheden van een kandidaat kunnen met behulp van verschillende methodes en bronnen worden onderzocht. De volgende bronnen en methodes worden vrijwel altijd toegepast. Het belangrijkste onderdeel is het gesprek met de kandidaat. Uiteraard blijft er in de opzet en uitvoering van integriteitsanalyses voldoende ruimte voor maatwerk.
Informatie die de kandidaat zelf aanlevert • • Curriculum Vitae • • Verklaring Omtrent het Gedrag
Externe Informatiebronnen • Openbare bronnen • Referenties
Netwerk politieke partij
Politieke netwerken (raad, fracties, college, ambtenaren)
Om dat gesprek goed te voeren, is een weerbaarheidsscan ontwikkeld. Op basis van specifieke eigenschappen van netwerken en de mate van overlap tussen de netwerken kunnen mogelijke risico’s voor bijvoorbeeld belangenverstrengeling, onbedoelde uitsluiting en intimidatie en bedreiging worden ingeschat. Onderstaand netwerkbeeld is een visualisatie van mogelijke (elkaars deels overlappende) netwerken. De vragen die horen bij de weerbaarheidsscan vind je hier.
BKR-verklaring Ingevulde vragenlijst
Gesprek • Analyse bronnen • Gesprek met de kandidaat
Curriculum Vitae: met een uitgebreid CV (dus niet alleen werkervaring) is een check mogelijk op de opleiding en werkervaring en zijn nevenfuncties en –activiteiten in beeld. Verklaring Omtrent het Gedrag: dit is een verklaring waaruit blijkt dat het gedrag van een kandidaat in het verleden geen bezwaar vormt voor het vervullen van de functie van bestuurder. De VOG geeft alleen informatie over het strafrechtelijk verleden van de kandidaat. Bij de aanvraag moet specifiek worden gekozen voor het screeningsprofiel ‘politieke ambtsdrager’. De screening wordt dan toegespitst op de te vervullen functie, waarbij de afgelopen 10 jaar wordt onderzocht. Het duurt 5 dagen tot enkele weken voordat de VOG beschikbaar is. Voor wie is dit verplicht? Vanaf 1 januari 2023 is het kunnen overleggen van een VOG een wettelijk benoembaarheidsvereiste voor kandidaat-bestuurders op decentraal niveau. Dit betekent dat kandidaten die geen VOG hebben verkregen, niet benoemd kunnen worden door de volksvertegenwoordiging.
< vorige pagina
volgende pagina >
25
Wie voert het uit? De kandidaat vraagt zelf, met behulp van de gemeente, de provincie of het waterschap, de VOG aan. De overheid zet het eerste verzoek voor de VOG uit bij de dienst Justis, de screeningsautoriteit van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Vervolgens rondt de kandidaat de aanvraag af en levert deze aan bij de onderzoekende partij.
zij de vragenlijst opstellen, in afstemming met de griffier, de gemeentesecretaris en de integriteitsfunctionaris in de organisatie.
Wie krijgt dit te zien? Van belang is dat de onderzoekende partij kan vaststellen dat een VOG is afgegeven. Voor andere betrokkenen geldt dat de mededeling dat een VOG is afgegeven voldoende is. In de meeste gevallen gaat het origineel naar de gemeente, de provincie of het waterschap ter archivering.
Wie voert het uit? De kandidaat vult deze lijst zelfstandig, zorgvuldig en naar waarheid in. Mocht de kandidaat wijzigingen of aanvullingen hebben op de ingevulde lijst, dan geeft hij dit zo snel mogelijk door.
BKR-verklaring: in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) is te zien welke leningen iemand op het moment van de aanvraag van een BKR-verklaring heeft en welke deze de afgelopen 5 jaar heeft gehad. Een hypotheek wordt alleen geregistreerd als daar een betalingsachterstand op bestaat van meer dan drie maandtermijnen. Over de leningen is het volgende bekend: • het soort overeenkomst • de hoogte van de lening of van de kredietlimiet • de ingangsdatum van de kredietovereenkomst • de maand waarin de overeenkomst wordt afgelost • de maand waarin de overeenkomst daadwerkelijk is beëindigd • eventuele bijzonderheden gedurende de looptijd van de overeenkomst Niet bekend is het inkomen, studieschuld en schulden zoals een huurschuld, belastingschuld of onbetaalde rekeningen bij bedrijven.
Een standaard vragenlijst vind je hier.
Wie krijgt deze te zien? De ingevulde, volledige vragenlijst wordt alleen inzichtelijk gemaakt voor de onderzoekende partij. Na afloop van de analyse wordt de ingevulde vragenlijst vernietigd, dan wel als geheim stuk gearchiveerd. Dit dient in het procesplan vooraf opgenomen te zijn. Indien een stuk wordt gearchiveerd, dient tevens te zijn opgenomen hoe lang het stuk bewaard wordt. Openbare bronnen: dit dient als controle van en aanvulling op de ingevulde vragenlijst. Ook geeft het onderzoek in open bronnen een beeld van opvallende zaken uit het verleden van de kandidaat. De relevante uitkomsten komen in het gesprek met de kandidaat aan bod. De volgende bronnen kunnen worden doorzocht: • online zoekmachine • sociale media (Facebook, Twitter, Instagram, LinkedIn, etc.) • Kamer van Koophandel • krantenartikelen • centraal insolventieregister • centraal curatele register • Company.info • Kadaster
Wie voert het uit? De kandidaat vraagt zelf een uittreksel aan bij Stichting BKR. Wie krijgt dit te zien? Het uittreksel wordt in beginsel niet ter beschikking gesteld aan de gemandateerd opdrachtgever (vaak de kroonbenoemde), maar is enkel bestemd voor de onderzoekende partij. Gelet op de privégegevens van de kandidaat, kan worden volstaan met het inzien van het uittreksel. Als het uittreksel of een kopie daarvan aan de uitvoerders wordt verstrekt, dient het document na afronding van de analyse te worden vernietigd. Ingevulde vragenlijst: vaak wordt aan de kandidaat-bestuurder gevraagd een vragenlijst in te vullen. De vragenlijst maakt het mogelijk een goed beeld te vormen van de kandidaat en de (mogelijke) risico’s in kaart te brengen. De vragenlijst biedt de onderzoekende partij aanknopingspunten en een leidraad voor het gesprek. Vanwege de vertrouwelijkheid van de informatie en de privacy van de kandidaat, is het verstandig om gebruik te maken van een online vragenlijst met een goed beveiligde digitale omgeving. Als de risicoanalyse door een extern bureau wordt uitgevoerd, ligt er meestal een complete vragenlijst klaar. Het is voor de opdrachtgever mogelijk om deze van tevoren te bespreken met het bureau. Als de kroonbenoemde of de commissie het onderzoek uitvoert, kunnen
26
Handboek Integriteit
/ 2 Werving, selectie en screening
Wie voert het uit? De onderzoekende partij voert een onderzoek uit in openbare bronnen. Wie krijgt dit te zien? Net als bij de vragenlijst zijn de volledige uitkomsten van het openbare-bronnenonderzoek alleen inzichtelijk voor de onderzoekende partij. De uitkomsten worden alleen met anderen gedeeld dan wel openbaar gemaakt indien daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door de kandidaat en worden afhankelijk van de vooraf gemaakte afspraken met anderen gedeeld. Referenties: Bij onduidelijkheid over een functie of activiteit uit het verleden van de kandidaat, kan contact met een betrokkene uit die tijd helpen. Deze persoon kan informatie geven die anders niet te verkrijgen is. Met het oog op de privacy van de kandidaat is het van belang dat de kandidaat vooraf op de hoogte is gesteld van deze onderzoeksstap. Wie voert het uit? De onderzoekende partij neemt contact op met de kandidaat alvorens referenties te benaderen. De opdrachtgever van de risicoanalyse wordt geïnformeerd over deze stap. Dit is niet aan te raden als standaardonderdeel van de aanpak, vanwege de reikwijdte en proportionaliteit van de analyse, maar kan wel een aanvullend onderzoeksmiddel zijn om eventuele twijfels weg te nemen of om zaken op te helderen.
< vorige pagina
volgende pagina >
27
Fasering
Analyse bronnen: Bij analyse van alle verzamelde informatie komen mogelijke risico’s, kwetsbaarheden en andere opvallende zaken naar voren. Deze worden voor het gesprek met de kandidaat en de eindconclusie (rapportage) geïnventariseerd. Er kunnen ook mogelijke beheersmaatregelen worden geformuleerd die in het gesprek met de kandidaat worden besproken.
Het voorbereiden op de risicoanalyse vraagt veel tijd. Begin op tijd met het oriënteren op de verschillende mogelijkheden. Sommigen starten 1,5 jaar vóór de verkiezingen met de oriëntatie. Er is nog weinig eenduidigheid als het gaat om het proces van risicoanalyses. Decentrale overheden geven dat verschillend vorm. In algemene zin is een onderscheid te maken in vier fasen:
Gesprek met de kandidaat: Het persoonlijke gesprek met de kandidaat-bestuurder is de kern van de risicoanalyse. De analyse is in hoofdzaak gericht op de kandidaat zelf. In het gesprek kunnen ook zaken aan de orde komen zoals integriteitsbewustzijn, alertheid en handelingsperspectief. Het is voor een kandidaat-bestuurder niet altijd duidelijk wat ‘integer besturen’ precies vraagt en bij integriteit is daarnaast vaak sprake van een grijs gebied. Het voeren van een gesprek biedt de kandidaat de mogelijkheid om te werken aan integriteitsbewustzijn in relatie tot de functie.
1. afspreken: voor de verkiezingen 2. informeren: voor bekendmaking kandidaat-bestuurder 3. uitvoeren: voor benoeming kandidaat-bestuurder 4. borgen: na benoeming bestuurder
Verder komen in het gesprek de uitkomsten van de vragenlijst en het onderzoek in open bronnen aan bod. Het gesprek stelt de onderzoekende partij in staat om (mogelijke) risico’s te bespreken, hierop door te vragen en perspectief te bieden in de vorm van mogelijke beheersmaatregelen. De onderzoeker kan de kandidaat bevragen over opvallende zaken uit de vragenlijst en het openbare-bronnenonderzoek en stelt tijdens het gesprek de kandidaat in de gelegenheid om opvallende zaken toe te lichten. Wie voert het uit? Afhankelijk van de gekozen werkwijze zijn er verschillende opties voor wie het gesprek met de kandidaat-bestuurder voert of deelneemt aan het gesprek: de onderzoekende partij, de kroonbenoemde bestuurder (bijgestaan door de secretaris, een ambtenaar of een externe professional), of de commissie geloofsbrieven. Aandacht voor gespreksvaardigheden: het voeren van gesprekken over integriteit vereist goede interviewvaardigheden. De insteek is om een kritisch gesprek te voeren in de klassieke betekenis: het bespreken en wegen van sterke en zwakke punten. Dat betekent dat de interviewer alert moet zijn op het verloop van het gesprek. Een grote valkuil is het eenzijdige gesprek. Voorbeelden daarvan zijn wanneer de interviewer alleen vraagt naar iemands visie op integriteit, waardoor het gesprek abstract blijft. Een andere valkuil is wanneer het alleen over het verleden gaat.
Ervaringen uit het verleden bieden namelijk niet altijd een garantie voor integer handelen in de toekomst. Klik hier voor voorbeeldvragen en belangrijke thema’s.
2.5
Screening van kandidaat-bestuurders: proces In dit stuk is informatie te vinden over het proces van screening van kandidaat-bestuurders en alle stappen die bij de verschillende fasen van een screening komen kijken. De informatie in dit stuk is interessant voor kroonbenoemden in hun rol als regisseur en aanspreekpunt voor integriteit binnen de organisatie en voor kandidaat-bestuurders als voorbereiding op de risicoanalyse.
28
Handboek Integriteit
/ 2 Werving, selectie en screening
1. Afspreken
2.5.1
2. Informeren
3. Uitvoeren
4. Borgen
Fase 1 Voor de verkiezingen: afspreken Zorgvuldig uitvoeren van risicoanalyses begint met een goede voorbereiding. Die voorbereiding bestaat uit het verkrijgen van helderheid over de methodiek die wordt gebruikt en de procedure die wordt gevolgd. Daarbij staan transparantie en zorgvuldigheid voorop. Uiteraard rekening houdend met de proportionaliteit van de gebruikte onderzoekswerkzaamheden en de privacy van kandidaat-bestuurders. • Organiseer een bijeenkomst voor partijvoorzitters en campagneleiders (en anderen die zich bezighouden met het rekruteren van kandidaten) om hen te informeren over integriteitsaspecten bij het kandidaatstellen van bestuurders. • Gebruik bij de voorbereiding de evaluatie van de risicoanalyses van de laatste verkiezingen. Resultaat • Doel, reikwijdte, opdrachtgeverschap, methode en werkwijze voor de risicoanalyses kandidaat-bestuurders zijn vastgesteld. • De opdrachtgever weet wat hem te doen staat na de verkiezingen. De opdrachtgever De verantwoordelijkheid voor de risicoanalyse ligt primair bij de gemeenteraad, provinciale staten of het algemeen bestuur, het bestuursorgaan dat over de benoeming gaat. In veruit de meeste gevallen wordt de kroonbenoemde gemandateerd als opdrachtgever. Maar het bestuursorgaan kan bijvoorbeeld ook besluiten de griffier, de formateur of een (interne of externe) commissie te mandateren voor het opdrachtgeverschap.
< vorige pagina
volgende pagina >
29
De uitvoerder (opdrachtnemer) Voor de uitvoering van de risicoanalyses wordt doorgaans gekozen voor één van de volgende drie hoofdroutes. Er kan ook gekozen worden voor een combinatie van deze routes, waarin bijvoorbeeld een extern bureau het onderzoek doet in openbare bronnen en de vragenlijst uitstuurt, en de voorzitter of een integriteitscommissie het gesprek voert. Een andere mogelijkheid is een combinatie tussen een commissie en een extern bureau.
Hoofdroute 1. De voorzitter (burgemeester, CvdK of dijkgraaf) voert zelf de risicoanalyse uit (met ambtelijke ondersteuning) De voorzitter kan zelf een risicoanalyse uitvoeren. Meestal heeft dit in ieder geval de vorm van een gesprek. Andere onderzoekswerkzaamheden worden vaak ook gebruikt, bijvoorbeeld het laten invullen van een vragenlijst (klik hier voor informatie over onderzoeksmethodes).
Meer over de rol van de voorzitter Als de voorzitter zelf de risicoanalyse uitvoert, kan die het accent leggen op drie verschillende rollen. De voorzitter mag deze rollen naar eigen inzicht combineren. Dit kan gevolgen hebben voor de aanpak. • de wettelijke zorgplicht (artikel 170, lid 2, Gemeentewet, artikel 175, lid 2, Provinciewet, artikel 94, lid 2, Waterschapswet). Het is belangrijk dat er aandacht en draagvlak is voor het thema integriteit rond de benoemingen van bestuurders. Het doel is dat de voorzitter een beeld krijgt van eventuele integriteitsrisico’s. • het voorzitterschap van de volksvertegenwoordiging. De risicoanalyse is bedoeld als hulpmiddel voor de volksvertegenwoordiging om de kandidaat-bestuurder te benoemen, schorsen of ontslaan. Het doel is vooral het informeren van het bestuursorgaan. • het voorzitterschap van het college/dagelijks bestuur. De nadruk ligt op het vormen van een team dat niet in de integriteitsproblemen komt. Het doel is vooral zicht hebben op de risico’s en het borgen van het uitvoeren van de beheersmaatregelen.
een verwerkersovereenkomst. In de meeste gevallen zal de uitvoerder de status hebben van verwerkingsverantwoordelijke als bedoeld in de AVG. Indien echter de uitvoerder gekwalificeerd dient te worden als verwerker, is een verwerkersovereenkomst noodzakelijk. • Schakel je een extern bureau in? Verifieer dan of dit bureau over de vergunning voor het uitvoeren van de risicoanalyses beschikt, voor zover een vergunningplicht van toepassing is. Vergunningplicht voor externe bureaus (Wpbr) Om de persoonlijke levenssfeer van burgers te beschermen geldt - op basis van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) - voor integriteitsonderzoeken een vergunningplicht. Deze vergunningplicht geldt ook voor risicoanalyses van (kandidaat-)bestuurders. Alleen bureaus met een vergunning mogen deze werkzaamheden verrichten. De screeningsautoriteit Justis van het ministerie van Justitie en Veiligheid geeft deze vergunning af. Bureaus met een vergunning krijgen van Justis een Particulier Onderzoeksbureau (POB) nummer. Deze vergunningplicht geldt niet voor advocatenkantoren, gelet op het feit dat advocaten gebonden zijn aan wettelijke voorschriften, waaronder de Advocatenwet. Dit vloeit voort uit artikel 1, lid 3 Wpbr.
Keurmerken en certificering Naast deze vergunning zijn er diverse keurmerken en certificeringen in deze branche, waar bij de opdrachtverstrekking naar gevraagd kan worden. Deze zijn onder meer gericht op de bescherming van de privacy en zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens.
Hoofdroute 3. Een commissie voert de risicoanalyse uit De commissie geloofsbrieven of een integriteitscommissie kan zelf een risicoanalyse uitvoeren. De commissie geloofsbrieven bestaat altijd uit leden uit de volksvertegenwoordiging. De volksvertegenwoordiging kan er ook voor kiezen een aparte integriteitscommissie in te stellen. Die kan bestaan uit raadsleden, maar ook uit ambtenaren (bijvoorbeeld juristen) uit de eigen organisatie of externen die over de vereiste expertise beschikken.
Meer over de rol van een commissie geloofsbrieven Hoofdroute 2. Een extern bureau voert de risicoanalyse uit Verschillende onderzoeksbureaus kunnen een risicoanalyse voor kandidaat-bestuurders uitvoeren. Een decentrale overheid kan bij hen een offerte opvragen om te kijken welke het beste past. Gebruik in de beoordeling ook dit handboek, bijvoorbeeld over welke onderwerpen een plek moeten krijgen in de risicoanalyse, welke werkzaamheden worden uitgevoerd en de onderlinge rolverdeling.
Tips voor het inschakelen van een extern bureau • Laat je goed informeren over de insteek die de verschillende externe bureaus hanteren. Bureaus hanteren verschillende methodes die in meer of mindere mate bij uw wensen aansluiten. • Vraag de uitvoerder te onderbouwen op welke manier hij borgt dat gehandeld wordt conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Sluit met de uitvoerder
30
Handboek Integriteit
/ 2 Werving, selectie en screening
De rol van de commissie geloofsbrieven is wettelijk verplicht (artikel V 4 Kieswet) en de uitkomsten van een risicoanalyse kunnen relevant zijn voor haar werkzaamheden. De volksvertegenwoordiging voert altijd een onderzoek naar de geloofsbrieven uit. De meest gangbare vorm is de commissie geloofsbrieven die de raad adviseert over de toelating van nieuwe bestuurders. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. De commissie toetst meestal aan de volgende stukken: • ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die de kandidaat bekleedt; • uittreksel uit de basisregistratie personen met woonplaats, geboorteplaats en datum; • de gedragscode, waarin het onder andere gaat over de niet toegestane nevenfuncties (artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet); • en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat de kandidaat voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet.
< vorige pagina
volgende pagina >
31
Voordelen
Nadelen
Route 1. De voorzitter voert zelf de risicoanalyse uit
• Stevige positie op integriteit voor • Geen gespecialiseerde onderde voorzitter zoeker of adviseur • De voorzitter is meer betrokken • Wisselende verhoudingen: eerst bij de screening en kan later beter beoordelen, daarna samenteruggrijpen op wat is gedeeld werken. Dat maakt de voorzitter • Geen extra kosten voor het kwetsbaar onderzoek
Route 2. Een extern bureau7 voert de risicoanalyse uit
• De onderzoekers zijn onafhanke- • Uitvoering kost geld • Mogelijk minder informatie dan lijk en gespecialiseerd • Buiten de politieke en persoonals de opdrachtgever het onderlijke sfeer zoek zelf uitvoert • De voorzitter en de volksvertegenwoordiging worden ontlast in drukke perioden
Route 3. Een commissie voert de risicoanalyse uit
• De volksvertegenwoordiging blijft ‘in control’ tijdens het benoemingstraject • Geen extra kosten voor het onderzoek
• Geen gespecialiseerde onderzoeker of adviseur • De onderzoekers kennen de kandidaten mogelijk al • De risicoanalyse kan als politiek middel ingezet worden