CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

24029.3 - TOELICHTING Bestemmingsplan Kapelweg 18 Best

Raadsavond 25 maart 2024, gemeente BestBij agendapunt: 24029 - Vaststellen bestemmingsplan Kapelweg 18 Best19.253 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting “Kapelweg 18, Best”

6 MEI 2024 STATUS: VASTGESTELD

Archiefexemplaar van BL24-02280

- Toelichting bestemmingsplan Kapelweg 18 Best vastgesteld

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................ 4 1.1 Aanleiding en doel ...................................................................................................................... 4 1.2 Planvoornemen .......................................................................................................................... 4 1.3 Ligging en begrenzing plangebied.............................................................................................. 4 1.4 Geldende bestemmingsplannen ................................................................................................. 5 1.5 Leeswijzer.................................................................................................................................... 7 Hoofdstuk 2 Beschrijving planvoornemen ............................................................................................ 8 2.1 Ontstaansgeschiedenis .............................................................................................................. 8 2.2 Bestaande situatie bebouwingslint ‘Kapelweg’ ........................................................................... 9 2.3 Bestaande situatie plangebied .................................................................................................

11 2.4 Toekomstige situatie................................................................................................................. 13 Hoofdstuk 3 Beleidskader................................................................................................................... 16 3.1 Nationaal beleid ........................................................................................................................ 16 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ..................................................................................... 16 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening .................................................................... 17 3.1.3 Ladder voor duurzame ontwikkeling .................................................................................. 17 2.2 Provinciaal beleid ..................................................................................................................... 19 2.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant ......................................................................................... 19 2.2.2 Brabantse Omgevingsverordening en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ..... 19 2.3 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................

24 2.3.1 Omgevingsvisie ‘Best 2040: dorp van formaat’ ................................................................. 24 2.3.2 Structuurvisie Buitengebied ........................................................................................ 25 Hoofdstuk 4 Milieuhygiënische verantwoording ................................................................................. 26 4.1 Bodem ...................................................................................................................................... 26 4.2 Geluid ....................................................................................................................................... 27 4.3 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................ 28 4.4 Bedrijven en milieuzonering ..................................................................................................... 30 4.5 Externe veiligheid ..................................................................................................................... 31 4.6 Geur .......................................................................................................................................... 34 4.7 Archeologie en cultuurhistorie ..................................................................................................

36 4.7.1 Archeologie ........................................................................................................................ 36 4.7.2 Cultuurhistorie ................................................................................................................... 37 4.8 Water ........................................................................................................................................ 39 4.8.1 Inleiding ............................................................................................................................. 39 4.8.2 Nationaal waterbeleid ........................................................................................................ 39 4.8.3 Provinciaal beleid .............................................................................................................. 40 4.8.4 Beleid waterschap ............................................................................................................. 40 4.8.5 Gemeentelijk beleid ........................................................................................................... 41 4.8.7 Compensatieopgave ..........................................................................................................

41 4.8.8 Conclusie ........................................................................................................................... 44 4.9 Flora en fauna .......................................................................................................................... 45 4.10 Straling, kabels en leidingen................................................................................................... 47 4.11 Vliegveld ................................................................................................................................. 47 4.12 Milieueffectrapportage ............................................................................................................ 49 Hoofdstuk 5 Toelichting op de regels ........................................................................................ 50 5.1 Algemeen ............................................................................................................................ 50 5.2 Regels ................................................................................................................................. 50 Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid ...................................................... 52 6.1 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................

52 6.2 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................... 52 Bijlagen 1.

Verkennend bodemonderzoek

2.

Akoestisch onderzoek

2

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

3.

Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek

4.

Archeologisch Programma van Eisen

5.

Voorstel doorstart opgravingen

6.

Aeriusberekeningen + notitie van invoergegevens

7.

Quickscan flora en fauna

8.

Verslag omgevingsdialoog

9.

Nota van Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan Kapelweg 18 Best

3

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Alruco Serrebouw is gevestigd op het bedrijfsperceel aan Kapelweg 18 in Best. Het bedrijf heeft een perceel van 8.000 m2, waarvan 4.250 m2 bestemd voor bedrijfsdoeleinden. Ten oosten, noorden en noordwesten van Alruco Serrebouw is de gemeente Best voornemens om woningen te realiseren. Het gaat om Aarlesche Erven Fase IV. De geluidemissie van de huidige bedrijfsvoering van Alruco Serrebouw is belemmerend voor een goed woon- en leefklimaat in Aarlesche erven. Met de huidige bedrijfsvoering van Alruco Serrebouw is het niet mogelijk om op de gevels van alle woningen en in de tuinen van Aarlesche Erven Fase IV niet meer dan 45dB(A) aan geluid te hebben. Om in deze situatie een goed woon- en leefklimaat in de woningen en de tuinen te garanderen moeten in Aarlesche Erven fase IV niet-wenselijke maatregelen worden getroffen. Het gaat dan om een meer stedelijke stedenbouwkundige opzet en dove gevels. Een alternatief om in Aarlesche Erven Fase IV een goed woon- en leefklimaat te creëren is het veranderen van de bedrijfsvoering van Alruco Serrebouw. Door het uitbreiden van het bedrijf ter plaatse wordt het mogelijk om bepaalde activiteiten die nu buiten worden uitgevoerd naar binnen te verplaatsen waardoor de geluidemissie wordt verlaagd en kan geluidsafschermende bebouwing worden opgericht.

Gepaard met deze uitbreiding gaat een verlaging van de toegelaten milieucategorie ter plaatse (van 3.1 naar 2 van de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering). Alruco Serrebouw is hiertoe bereid, omdat dit voor hen bijdraagt aan een toekomstbestendige bedrijfsvoering ter plaatse. Dit bestemmingsplan is opgesteld om deze win-win situatie juridisch-planologisch mogelijk te maken. 1.2 Planvoornemen Het planvoornemen dat via dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt is de uitbreiding van Alruco Serrebouw aan Kapelweg 18 in Best. Het bedrijf heeft daar nu een bruto bedrijfsoppervlakte van 4.250 m2 en wil ter plaatse uitbreiden naar 8.000 m2 (volledige perceel). Gepaard met de uitbreiding gaat een verlaging van de toegelaten milieucategorie (van 3.1 naar 2 van de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering) alsook de vermindering van het industrielawaai dat de vigerende bedrijfssituatie produceert (o.a. 45 dB(A) op de noordelijke en oostelijke perceelsgrens). In deze toelichting wordt gemotiveerd dat het planvoornemen (de uitbreiding van Alruco Serrebouw zoals hierboven beschreven) getuigt van een goede ruimtelijke ordening. De regels en verbeelding vormen het juridisch kader. 1.3 Ligging en begrenzing plangebied De locatie waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft ligt in Best, ten noordwesten van de bebouwde kom.

Het plangebied grenst aan oost- en noordzijde aan het nieuwe woongebied Aarlesche Erven fase IV. Aan de westzijde wordt het plangebied begrenst door woonperceel Kapelweg 20 en aan de zuidzijde door de Kapelweg waarop het plangebied ook ontsloten is. Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Best, sectie K, nummer 242 en is 8.000 m2 groot. Op onderstaande luchtfoto met kadastrale ondergrond is het plangebied aangeduid met een blauwe arcering weergegeven.

4

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

1.4 Geldende bestemmingsplannen Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied Best 2002’, vastgesteld op 21 januari 2002 en paraplubestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ vastgesteld op 6 februari 2017. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Best 2002’ heeft het voorste gedeelte van het plangebied de bestemming ‘Bedrijven’, specifiek een glashandelsbedrijf (B11). Ter plaatse is één bedrijfswoning toegelaten. Het achterste gedeelte van het plangebied heeft de bestemming ‘Agrarisch gebied’. Hieronder zijn twee uitsneden van de verbeelding ter hoogte van het plangebied opgenomen (hierop is het plangebied met een rode lijn omkaderd).

5

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

In het paraplubestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ zijn ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4 (gebied met een hoge archeologische verwachting)’ en de gebiedsaanduiding ‘Overige zone – esdekken agrarisch’ van toepassing. Dit betekent dat in geval van grondwerkzaamheden met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte van minder dan 0,5 m ten opzichte van het maaiveld archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Verder zijn in dit bestemmingsplan de beleidsregels zoals in de ‘Nota Parkeernormen 2015’ vastgelegd. Hiermee is geborgd dat bij een bouwplan in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Hieronder is een uitsnede van de verbeelding ter hoogte van het plangebied opgenomen (hierop is het plangebied met een rode lijn omkaderd).

6

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

Aangezien het planvoornemen bestaat uit het volledig gebruiken van het plangebied voor bedrijfsdoeleinden in milieucategorie 2 van de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering is het planvoornemen niet passend in het vigerende juridisch planologisch kader. Om het planvoornemen mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening nodig. 1.5 Leeswijzer Deze toelichting bevat 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk zal in hoofdstuk 2 het planvoornemen meer gedetailleerd worden beschreven. In hoofdstuk 3 komt het beleidskader aan bod. In hoofdstuk 4 worden de milieu hygiënische aspecten toegelicht. Hoofdstuk 5 bevat een toelichting op de regels en verbeelding en in hoofdstuk 6 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan de orde.

7

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

Hoofdstuk 2 Beschrijving planvoornemen Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het om een goed beeld van het planvoornemen te verkrijgen van belang dat de uitgangspositie helder is. In dit hoofdstuk volgt daarom eerst een beschrijving van de bestaande situatie. Daarna wordt het planvoornemen toegelicht, waardoor duidelijk wordt hoe de locatie er in de toekomst uit gaat zien. 2.1 Ontstaansgeschiedenis Het plangebied ligt ten noordwesten van de kern Best, dat behoort tot het zogenaamde Brabants Massief. Het Brabants Massief is gevormd in het Weichselien, een geologisch tijdvak circa 10.000 jaar geleden, dat meer algemeen bekend staat als de Laatste IJstijd. In het Weichselien was sprake van een droog en koud klimaat. Er was nauwelijks enige begroeiing, waardoor de wind vrij spel had. Onder invloed van de wind werd op plekken waar wel begroeiing aanwezig was zand afgezet. Hierdoor ontstonden langgerekte zandophopingen te midden van een relatief vlak gebied. Deze terreinverschillen zijn nu ook nog herkenbaar in de vorm van dekzandruggen en dekzandvlaktes. Best is ontstaan op de rand van een dekzandrug. De eerste bebouwing concentreerde zich langs de doorgaande weg tussen Oirschot en St. Oedenrode (Oirschotseweg – Hoofdstraat – Oranjestraat - St. Oedenrodeseweg). Deze weg liep min of meer parallel aan de hoogtelijnen.

Ook de gehuchten Verren-Best en Naasten-Best, die in principe bestonden uit kleine clusters van agrarische bebouwing, al dan niet geconcentreerd rondom een driehoekig plein, lagen aan deze weg. Echter door latere uitbreiding van Best is het merendeel van de in deze gehuchten gelegen (agrarische) bebouwing verdwenen of opgegaan binnen de huidige ruimtelijke structuur van Best.

Globale aanduiding plangebied (rode cirkel) omstreeks 1900. (Bron: Kadaster Topotijdreis)

Best ontwikkelt zich in eerste instantie als een agrarische nederzetting, waarbij het ruimtelijke patroon in de omgeving van het dorp wordt gekenmerkt door een mozaïekachtige verkaveling met onregelmatige percelen. In de tweede helft van de 19e eeuw verandert het karakter van het dorp,

8

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

dankzij de komst van industrie (onder andere klompenmakerijen), de aanleg van de spoorlijn tussen Boxtel en Eindhoven en de aanleg van de straatweg tussen ’s-Hertogenbosch en Luik (huidige rijksweg). Het oorspronkelijke bebouwingslint wordt verdicht en biedt naast agrarische bebouwing (boerderijen) ook ruimte aan (burger)woningen en voorzieningen als een kerk en klooster. Door de ruilverkaveling is er voor het overige sprake van een ‘kale’ agrarische situatie. In de eerste helft van de 20e eeuw wordt het bebouwingslint verder verdicht en verlengd (Nieuwstraat). Daarnaast vinden de eerste uitbreidingen van enige betekenis plaats. In 1933 wordt het Breeven, een gedeelte van de heide ten zuiden van het kanaal, aangekocht voor de vestiging van schoen- en lederindustrie ‘Bata’. Hierbij verrees ook een afzonderlijke woonwijk, het zogenoemde ‘Batadorp’. Na de Tweede Wereldoorlog komt de ontwikkeling van Best, mede dankzij de uitstekende infrastructurele verbindingen, in een stroomversnelling. Opvallend is echter dat het cultuurlandschap bij de groei van de kern in de tweede helft van de 20e eeuw nauwelijks een rol heeft gespeeld. Bij de naoorlogse uitbreidingen zijn de spoorlijn, de rijksweg en het Wilhelminakanaal gehanteerd als structurerende elementen. Het Wilhelminadorp was, na het Batadorp, de eerste grote uitbreiding van Best.

Begin 1960 werd Best aangewezen als groeigemeente, met als belangrijkste bestemming wonen. Vanaf dat moment werd in hoog tempo gebouwd, waarbij de nadruk lag op woningwetwoningen. In deze periode zijn de wijken ‘De Hoge Akker’ en ‘Naastenbest’ aangelegd. Gevolgd door de wijken ‘De Leemkuilen’, ‘Speelheide’ en ‘De Leeuwerik’ in het begin van de jaren ‘70 van de vorige eeuw en ‘Salderes’ in de jaren ‘80 van de vorige eeuw. In de jaren ’90 en de eerste jaren van de 21e eeuw zijn de wijken ‘Heuveleind’ en ’Heivelden’ gebouwd. Tevens heeft woningbouw plaatsgevonden op diverse inbreidings- en herstructureringslocaties. Na 2000 is de gemeente begonnen met de ontwikkeling van Dijkstraten, Steegsche Velden en Aarlesche Erven. Dijkstraten is voor 2020 gerealiseerd. Steegsche Velden Oost is daarna afgerond. Aarlesche Erven wordt op dit moment in verschillende fasen ontwikkeld, diverse gebieden zijn in realisatie. Voor andere gebieden wordt gewerkt aan het uitwerken van het bestemmingsplan. Zoals voor Aarlesche Erven Fase IV, dat grenst aan het plangebied waarvoor dit bestemmingsplan is opgesteld. 2.2 Bestaande situatie bebouwingslint ‘Kapelweg’ Het plangebied is gelegen aan de Kapelweg, een oost-west georiënteerd bebouwingslint dat loopt tussen De Bollen aan de westzijde en een zessprong aan de oostzijde.

De Kapelweg is een smalle straat die aan beide zijden bijna over het geheel wordt begeleid door bomen. Aan het bebouwingslint zijn diverse functies gelegen. Er wordt aan gewoond, er is nog sprake van agrarische bedrijvigheid en zoals ook zoals in het plangebied niet-agrarische bedrijvigheid, maar ook maatschappelijke-/ recreatieve-/leisure- en sportfuncties (golf, camping, buurtvereniging, kapel). De afbeeldingen hieronder geven een impressie van het straatbeeld.

9

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

Kapelweg vanaf de zessprong:

Kapelweg vanaf de zessprong, met aan de rechterzijde het plangebied:

10

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

Kapelweg vanaf ‘De Bollen’:

2.3 Bestaande situatie plangebied Het plangebied (8.000 m2) ligt direct aan de Kapelweg, waarop het via een in-/uitrit wordt ontsloten. Aan de straat is de bedrijfswoning gelegen, verderop op het perceel zijn de huidige bedrijfsactiviteiten van Alruco Serrebouw (aannemersbedrijf in serres en kozijnen) gesitueerd. Het achterste gedeelte van het perceel is hiervoor niet bestemd (3.750 m2). Deels is het hiervoor ook niet in gebruik (1.900 m2), deels (1.850 m2) – strijdig met het bestemmingsplan – wel. Op het gedeelte dat niet voor bedrijvigheid in gebruik is was tot voor kort beplanting aanwezig, deze in verband met het uitvoeren van onderzoeken voor de uitbreiding van het bedrijf verwijderd. Op de luchtfoto hieronder is een en ander zichtbaar.

11

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

BEDRIJFSACTIVITEITEN NIET TOEGESTAAN

BEDRIJFSACTIVITEITEN ALRUCO SERREBOUW

BEDRIJFSWONING

De bedrijfsactiviteiten van Alruco Serrebouw zijn in verband met de huidige geluidsuitstraling gecategoriseerd als milieucategorie 3.1 bedrijvigheid (VNG-brochure bedrijven en milieuzonering). Dit komt doordat het op dit moment toegelaten bedrijfsoppervlak voor Alruco Serrebouw te klein is om bepaalde geluidveroorzakende activiteiten binnen plaats te laten vinden. De afbeelding hieronder geeft inzicht in de vigerende situatie vanaf maaiveldniveau.

12

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

2.4 Toekomstige situatie 2.4.1 Uiteenzetting planvoornemen Alruco Serrebouw (aannemersbedrijf in serres en kozijnen) wil haar bedrijfsactiviteiten in het plangebied graag uitbreiden. In de nieuwe situatie gaat het om bedrijvigheid op een bedrijfsperceel van 8.000 m2 in milieucategorie 2 van de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering en een daarbij gemaximeerde geluidsuitstraling naar de omgeving. De uitbreiding zorgt voor een voor Alruco Serrebouw toekomstbestendige bedrijfslocatie en voor het nieuwe woongebied Aarlesche Erven Fase IV goed woon- en leefklimaat. In de toekomstige situatie is het de bedoeling dat Alruco Serrebouw haar bedrijfsperceel opnieuw gaat inrichten. De in-/uitrit blijft daarbij op dezelfde plek gelegen, net als de bedrijfswoning. Voor het overige is het de bedoeling dat meer bebouwing wordt gerealiseerd, waarbinnen Alruco Serrebouw het grootste gedeelte van haar bedrijfsactiviteiten – in ieder geval de meest geluidbelastende – uitvoert. Verder vormt de nieuwe bedrijfsbebouwing een geluidafschermende werking richting te omgeving. Hieronder is een voorstel voor de invulling van de nieuwe situatie weergegeven.

13

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

2.4.2 Stedenbouwkundige randvoorwaarden Aan de voorzijde van het plangebied, gelegen aan de Kapelweg, zijn geen veranderingen voorzien. Hier zijn de inrit en bedrijfswoning gelegen. Voor de bedrijfswoning geldt een maximale goothoogte van 5,5 meter en bouwhoogte van 10 meter. De maximale inhoud van de bedrijfswoning is 750 m3. Verderop op het perceel wordt een herinrichting voorzien. Dat gedeelte van het plangebied grenst aan het nieuwe woongebied Aarlesche Erven Fase IV. Van belang is dat bij de uitwerking van het planvoornemen een goede balans ontstaat tussen ‘ondernemen’ en ‘wonen’. Met die reden is bedrijfsbebouwing gewenst met een maximale goothoogte van 5 meter en maximale bouwhoogte van 7 meter en het toepassen van een kapconstructie niet zijnde platte kap. 2.4.3 Verkeer en parkeren Verkeer Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Voor de beoogde bedrijvigheid is uitgegaan van ‘bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief in rest bebouwde kom, matig stedelijk. De verkeersaantrekkende werking van dergelijke bedrijvigheid is 3,9 – 5,7 mvt/etmaal. Voor het planvoornemen dat een bebouwde bruto bedrijfsoppervlakte van circa 3.250 m2 kent betekent dit een totale worst-case verkeersaantrekkende werking van 185,3 mvt/etmaal in de nieuwe situatie.

Ten opzichte van de bestaande situatie, dat een bebouwde bruto bedrijfsoppervlakte van circa 1.435 m2 kent en een bijbehorende verkeersaantrekkende werking van 81,8 mvt/etmaal betekent dit een toename van 103,5 mvt/etmaal. Het plangebied is ontsloten op de Kapelweg, welliswaar een smalle 60km/uur-weg, maar welke via een korte route op een N-weg en snelwegen aansluit en waaraan op relatief grote afstand van elkaar bestemmingen gelegen zijn. Om de verkeersafwikkeling die het planvoornemen extra genereert te beoordelen is de afwikkeling in een spitsuur maatgevend, waarin doorgaans maximaal 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. Hiervoor is eerst omrekening naar een gemiddelde weekdag nodig. Omrekening naar een gemiddelde weekdag vindt plaats met de standaard factor 1,11. Op een gemiddelde weekdag genereert de ontwikkeling 114,9 motorvoertuigen per etmaal. In een gemiddeld spitsuur betekent dit een verkeersgeneratie van circa 12 voertuigbewegingen. Dit is een beperkte extra verkeersgeneratie. De Kapelweg, ook al is deze weg smal en niet bedoeld voor veel verkeer, kan deze verkeersgeneratie prima aan. De verkeersgeneratie van het planvoornemen wordt dan ook als passend beoordeeld. Conclusie met betrekking tot het initiatief Verkeer vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

Parkeren De gemeente Best hanteert bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen haar ‘Nota Parkeernormen 2022’ voor het bepalen van de benodigde hoeveelheid parkeervoorzieningen. Deze parkeernota wordt gehanteerd bij het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen en het nemen van andere ruimtelijke besluiten. Er wordt ook aan getoetst in geval van omgevingsvergunningen voor o.a. de activiteit ‘Bouwen’, dit is geregeld via het paraplubestemmingsplan ‘Parkeernormen en Archeologie’. Op basis van de ‘Nota Parkeernormen 2022’ geldt voor het planvoornemen een arbeidsextensief/ bezoekersextensief bedrijf in rest bebouwde kom een parkeernorm van 0,8 parkeerplaatsen per 100 m2 bebouwd bruto bedrijfsoppervlak. Met een bebouwd bruto bedrijfsoppervlak van 3.250 m2 resulteert dit in een totale parkeerbehoefte van 26 parkeerplaatsen. Op de situatieschets zoals opgenomen in paragraaf 2.4.1 zijn naast 3.250 m2 bvo, 39 parkeerplaatsen ingetekend. Hieruit blijkt dat het plangebied voldoende groot is om op eigen terrein in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien.

14

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

Bij de aanvraag omgevingsvergunning activiteit ‘Bouwen’ moet worden aangetoond dat ook voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. In de regels van dit bestemmingsplan is dit op dezelfde manier geborgd als in het paraplubestemmingsplan ‘Parkeernormen en Archeologie’ dat in de vigerende situatie in het plangebied van kracht is. Conclusie met betrekking tot het initiatief Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 2.4.4 Groen en water Het planvoornemen is gesitueerd aan een straat die aan beide zijden begeleid wordt met bomen. Verder oogt de straat groen, omdat groene voortuinen worden afgewisseld met weitjes en andere inrichting met een groene uitstraling. In de vigerende situatie is dit ook voor het bedrijfsperceel van Alruco Serrebouw het geval. Deze situatie verandert met het planvoornemen niet. Door juist extra bedrijfsruimte aan de achterzijde te creëren is het niet nodig om aan de voorzijde de groene ‘binnenkomst’ teniet te doen. Gepaard met de verharding in het plangebied gaat ook het tijdelijk bergen en vertraagd afvoeren (infiltreren) van het hemelwater dat in het plangebied valt. Hiermee wordt in de nieuwe situatie rekening gehouden door hemelwaterbergingsvoorzieningen te realiseren.

Afhankelijk van de uiteindelijke verharde oppervlakte gaat het om een wadi aan de voorzijde (huidige groene ‘binnenkomst’) in combinatie met ondergrondse voorzieningen in de vorm van infiltratiekratten of een IT-riool. Conclusie met betrekking tot het initiatief Groen en water maken onderdeel uit van het planvoornemen.

15

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

Hoofdstuk 3 Beleidskader Bij het opstellen van beleid dienen gemeenten rekening te houden met het beleid van andere overheden. Zo geven het rijk, de provincie Noord-Brabant en de regio met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten keuzes moeten maken. In dit hoofdstuk wordt het nationale, provinciale en regionale beleid beschreven waarmee de ontwikkeling rekening moet houden. Ook wordt het initiatief getoetst aan het beleid van de gemeente Geertruidenberg zelf. 3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht.

Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: 1. ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen; 3. zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's; 4. stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting uit de Omgevingswet van het begrip fysieke leefomgeving en wordt de noodzakelijke integraliteit van afwegingen benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is dat tussen beschermen en ontwikkelen.

Het doel van de toekomstige Omgevingswet is namelijk het bereiken van een balans tussen: '(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in de omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving. Hiermee moet dus rekening worden gehouden bij het maken van beleidskeuzes. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in dat ontwikkeling van de leefomgeving samengaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw.

16

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. Conclusie relatie met voorliggend initiatief Het planvoornemen getuigt van een omgevingsinclusieve benadering. De omgeving van het plangebied is al geruime tijd aangewezen voor en in ontwikkeling tot een nieuw woongebied. Nu is het nog een buitengebied, op termijn is het getransformeerd naar een stedelijk gebied. De Kapelweg, waaraan het plangebied is gelegen, vormt de rand van dit nieuwe stedelijke gebied dat straks de overgang gaat vormen naar het buitengebied. Deze rand is nu een bebouwingslint waaraan diverse functies zijn gesitueerd. Hiervoor is op deze plek nu en in de toekomst ruimte, ook voor ontwikkelingen, daarbij is het van belang dat een goed woon- en leefklimaat aan de orde is in het nieuwe woongebied.

De uitbreiding van Alruco Serrebouw is passend in het kader van deze transformatie, temeer omdat de uitbreiding – in tegenstelling tot de vigerende situatie - zorgt voor een goed woon- en leefklimaat in het nieuwe woongebied Aarlesche Erven Fase IV. Daarnaast sluit het planvoornemen aan bij een maatschappelijke behoefte. Direct gaat het om de behoefte aan bedrijfsruimte en indirect om de behoefte aan woningen. Het planvoornemen is niet in strijd met de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn dertien nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de 'oude' ontwerp AMvB Ruimte die in 2009 al aan inspraak is onderworpen, en deels uit nieuwe onderwerpen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012.

Het betreft de volgende nationale belangen uit de SVIR: 1) Rijksvaarwegen, 2) Project Mainportontwikkeling Rotterdam, 3) Kustfundament, 4) Grote Rivieren, 5) Waddenzee en waddengebied, 6) Defensie, 7) Hoofdwegen en landelijke spoorwegen, 8) Elektriciteitsvoorziening, 10) Ecologische Hoofdstructuur, 11) Primaire waterkeringen buiten het kustfundament, 12) Ijsselmeergebied (uitbreidingsruimte) en 13) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Conclusie relatie met voorliggend initiatief De hierboven besproken beleidsstukken van het Rijk hebben geen concrete, inhoudelijke gevolgen voor voorliggend bestemmingsplan. Het planvoornemen is niet in strijd met het Barro. 3.1.3 Ladder voor duurzame ontwikkeling Relevante wet- en regelgeving

17

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

Per 1 oktober 2012 is in artikel 3.1.6 Bro een motiveringsplicht opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. De zogenaamde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is bedoeld om te komen tot een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. Per 1 juli 2017 is het aantal treden van de ladder gewijzigd van drie naar in beginsel één trede. In artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening is het volgende opgenomen: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder is alleen van toepassing op plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen.

Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is een uitgebreidere motivering vereist waarbij tevens dient te worden ingegaan op de vraag, waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Of het plan is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied moet worden bepaald aan de hand van de bepalingen in het Bro, artikel 1.1.1,: 'Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Toetsing initiatief Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 3.750 m2 nieuw ruimtebeslag voor bedrijvigheid. Gezien de omvang (meer dan 500 m2) is er op basis van jurisprudentie sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In de provincie Noord-Brabant heeft de provincie in haar Interim omgevingsverordening NoordBrabant het bestaand stedelijk gebied aangeduid, de wijze waarop deze aanduiding tot stand is gekomen sluit aan bij de definitie in het Bro van ‘bestaand stedelijk gebied’. Het plangebied is op dit moment niet gelegen in het bestaand stedelijk gebied, echter maakt een herbegrenzing van het bestaand stedelijk gebied onderdeel uit van het planvoornemen. Met die reden is een nadere motivatie van het plangebied als zijnde ‘bestaand stedelijk gebied’ niet nodig.

Aanvullend is het van belang dat – omdat sprake is van nieuwe stedelijke ontwikkeling – de behoefte aan het planvoornemen wordt gemotiveerd. De huidige bedrijfsbestemming bestaat uit 4.250 m2. Deze oppervlakte is al jaren te krap voor de huidige bedrijfsactiviteiten. Er is op dit moment door het bedrijf ter plaatse – strijdig met het bestemmingsplan - dan ook 5.600 m2 in gebruik. Waar met name te weinig ruimte voor is, is voor opslag en het inpandig uitvoeren van bepaalde bedrijfsprocessen. Waardoor dit elders of buiten plaats moet vinden en meer geluidsuitstraling naar de omgeving wordt gecreëerd dan wenselijk is voor een goed woon- en leefklimaat. Inzichtelijk is gemaakt hoe een optimale bedrijfssituatie eruit kan zien, waarbij rekening is gehouden met de geluiduitstraling richting de omgeving (zie paragraaf 2.2 van deze toelichting). Dit houdt in een uitbreiding van de bedrijfsbestemming met 3.750 m2 tot 8.000 m2. Uit voorgaande blijkt de behoefte aan 8.000 m2 bedrijfsoppervlak. In de regio is geen ruimte om de behoefte van Alruco Serrebouw op te vangen. Er is geen bestaande geschikte locatie van 8.000 m2 beschikbaar waar het bedrijf direct kan landen. Bovendien zal bij een verhuizing de huidige situatie ter plaatse voor wat betreft de juridisch toegelaten geluidemissie niet wijzigen.

Dit houdt in dat ter plaatse van het nieuwe woongebied Aarlesche Erven Fase IV alleen met – niet wenselijke - maatregelen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Uitbreiden ter plaatse is vanuit meerdere perspectieven ruimtelijke gezien de beste oplossing.

18

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

Op het planvoornemen is de ladder van duurzame verstedelijking van toepassing. De ladder voor duurzame verstedelijking is voor het planvoornemen succesvol doorlopen en vormt met die reden geen belemmering voor het planvoornemen. 2.2 Provinciaal beleid 2.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, hebben Provinciale Staten op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Met deze Omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie zal komende jaren nader worden uitgewerkt in diverse programma's.

Inmiddels is er ook een Interim omgevingsverordening vastgesteld, waarop hierna wordt ingegaan. Conclusie relatie met voorliggend initiatief De Omgevingsvisie Noord-Brabant bevat geen specifieke ambities voor de locatie waarop het planvoornemen betrekking heeft. Onderhavig planvoornemen, sluit wel aan bij de in de visie benoemde hoofdopgave ‘concurrerende, duurzame economie’. Met het planvoornemen wordt namelijk binnen het bestaand stedelijk gebied een bestaand bedrijf uitgebreid op een plek waar de beoogde bedrijvigheid passend is. Gepaard met de uitbreiding gaat een verlaging van de toegelaten milieucategorie (van 3.1 naar 2 van de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering) alsook de vermindering van het industrielawaai dat de vigerende bedrijfssituatie produceert. Op basis hiervan is het mogelijk om een goed woon- en leefklimaat in het nieuwe woongebied Aarlesche Erven Fase IV te realiseren, waarmee het planvoornemen ook bijdraagt aan de doelstellingen van ‘een slimme netwerkstad’. Het initiatief is niet in strijd met de Brabantse Omgevingsvisie. 2.2.2 Brabantse Omgevingsverordening en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Brabantse omgevingsverordening Provinciale Staten hebben op 11 maart 2022 de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld.

Nadat in december 2018 de Omgevingsvisie werd vastgesteld, heeft de provincie daarmee weer een belangrijke stap gezet op weg naar de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Naast de omgevingsverordening hebben Provinciale Staten ook besloten over: -

voorbeschermingsregels die straks in het omgevingsplan komen van gemeenten;

-

delegatie aan Gedeputeerde Staten om de Omgevingsvergroening te wijzigen;

-

een wijziging van de Interim omgevingsverordening.

De provincie is vanuit de wet verplicht om één verordening vast te stellen waarin alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving staan. Naast rechtstreeks werkende regels voor activiteiten, die zich richten tot initiatiefnemers staan er in de Omgevingsverordening ook instructieregels aan gemeenten voor het omgevingsplan, instructieregels aan waterschappen maar ook regels over fauna, vaarweg- en zwemwaterbeheer. De verordening voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Daardoor zijn er diverse wijzigingen doorgevoerd. Maar er zijn ook wijzigingen verwerkt vanwege

19

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

nieuwe inzichten of nieuw vastgesteld beleid.

Totdat de Omgevingsverordening in werking treedt, geldt de Interim omgevingsverordening. Daarom wordt nu nog niet getoetst aan de omgevingsverordening maar aan de Interim omgevingsverordening. Interim omgevingsverordening In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma's en waarden worden beschermd via een de omgevingsverordening. De geldende Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is per 1 augustus 2023 van kracht geworden (geconsolideerde versie). Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet per 2024 ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat enkele nieuwe regels, maar voegt vooral bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening Noord-Brabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet.

De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen. Locatiespecifiek In artikel 3.42 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant heeft de provincie opgenomen dat een bestemmingsplan dat voorziet in een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt in het Stedelijk gebied. In artikel 3.43 is geregeld dat een bestemmingsplan in afwijking hiervan onder voorwaarden kan voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als de locatie is gelegen in een gebied dat is aangeduid voor ‘Verstedelijking afweegbaar’. Het plangebied ligt in een gebied dat volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de aanduiding ‘Landelijk gebied’ heeft. Het plangebied ligt dus niet in Stedelijk gebied. De afbeelding hieronder - een uitsnede van de kaart behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant - laat dit zien.

20

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

Het plangebied is wel gelegen in een gebied dat volgens de Interim omgevingsverordening NoordBrabant is aangeduid met ‘Verstedelijking afweegbaar’. De afbeelding hieronder – een uitsnede van de kaart behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant laat dit zien.

Onder voorwaarden kan in een gebied dat is aangeduid als ‘Landelijk gebied’ medewerking worden verleend aan de uitbreiding van een bestaande niet-agrarische functie. In een gebied dat is aangeduid als ‘Verstedelijking afweegbaar’ kan medewerking worden verleend aan een stedelijke

21

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

ontwikkeling. Om onderhavige ontwikkeling mogelijk te maken is het echter de bedoeling om het ‘Stedelijk gebied Concentratiegebied’ te herbegrenzen, zodat het plangebied daarbinnen komt te liggen. Om dit te kunnen realiseren moet de gemeente een herbegrenzingsverzoek bij de provincie indienen. Dat is gebeurd. De motivatie hiervoor is hieronder opgenomen. Motivering herbegrenzing Het planvoornemen is onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van het nieuwe woongebied Aarlesche Erven Fase IV. Door het bedrijf in het plangebied onder voorwaarden uit te breiden wordt een goed woon- en leefklimaat in Aarlesche Erven Fase IV mogelijk. Voor Aarlesche Erven Fase IV wordt om de ontwikkeling mogelijk te maken een uitwerkingsplan op- en vastgesteld. Nadat het uitwerkingsplan onherroepelijk is geworden wordt het nieuwe woongebied conform artikel 5.3 lid 1 onder 5 onderdeel van het ‘Stedelijk gebied – Concentratiegebied’. Omdat het planvoornemen o.a. met die insteek mogelijk wordt gemaakt, ligt herbegrenzing van het ‘Stedelijk gebied – Concentratiegebied’ ter plaatse van het plangebied in de rede. De herbegrenzing in het plangebied vindt gezien voorgaande plaats op basis van artikel 5.3 lid 1 onder 1 (de wijziging is nodig voor een doelmatige uitvoering).

Artikel 6.2 – Procedure grenswijziging werkingsgebied op verzoek De procedure tot herbegrenzing is geregeld in artikel 6.2 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en houdt in dat het voornemen tot herbegrenzing deel uitmaakt van de openbare voorbereidingsprocedure van het bestemmingsplan waarvoor de herbegrenzing aan de orde is. Daartoe worden in het ontwerpbesluit de gebiedsaanduidingen 'overig - in interim omgevingsverordening toe te voegen stedelijk gebied', 'overig - in interim omgevingsverordening toe te voegen concentratiegebied', 'overig - in interim omgevingsverordening te verwijderen verstedelijking afweegbaar', 'overig - in interim omgevingsverordening te verwijderen landelijk gebied' en 'overig - in interim omgevingsverordening te verwijderen gemengd landelijk gebied' opgenomen. In het ontwerp van dit bestemmingsplan is dat gedaan. Na terinzagelegging als bedoeld in artikel 3:11 Algemene wet bestuursrecht, dient de gemeente bij Gedeputeerde Staten het verzoek tot herbegrenzing in. Het verzoek gaat vergezeld van een beschrijving waaruit blijkt dat is voldaan aan de in de Interim omgevingsverordening gestelde voorwaarden waaronder wijziging van de begrenzing mogelijk is en, in voorkomende gevallen, van naar voren gebrachte zienswijzen.

Na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is conform de provinciale regeling bij Gedeputeerde Staten een herbegrenzingsverzoek ingediend. Conform de nieuwe werkwijze voor herbegrenzing draagt de provincie Noord-Brabant na vaststelling van het bestemmingsplan zorg voor de herbegrenzing. Dit doet zij bij de eerstvolgende aanpassingsronde herbegrenzing. Verantwoording Stedelijk gebied Ter plaatse van het plangebied gelden (na herbegrenzing) conform de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant de instructieregels voor gemeenten voor het stedelijk gebied, ‘Concentratiegebied’. Dit houdt in dat de regels zoals opgenomen in artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling van toepassing zijn. Ook gelden basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (paragraaf 3.1.2). Hieronder wordt hierop nader ingegaan. Artikel 3.42 – Duurzame stedelijke ontwikkeling Artikel 3.42 bevat instructieregels aan gemeenten over nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In het artikel is geregeld dat een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen het Stedelijk gebied ligt en een onderbouwing bevat dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken en dat het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.

22

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

Regionaal samenwerken De gemeente Best is onderdeel van het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE). De gemeenten in die regio hebben samen regionale afspraken voor bedrijventerreinen gemaakt: Programmering nieuwe werklocaties SGE 2021 en Samenwerkingsagenda SGE 2023. In deze regionale afspraken is onderscheid gemaakt tussen het scheppen van optimale randvoorwaarden voor plaatselijke ondernemers en vraagstukken die de gemeentegrens overstijgen. In onderhavige situatie gaat het om een ontwikkeling die aan te merken is als eentje gerelateerd aan een plaatselijke ondernemer/ situatie. Dit houdt in dat de individuele gemeente zelf aan zet is en er geen rol ligt binnen de samenwerking in het SGE. Het plan is ter informatie wel gedeeld binnen het SGE. Duurzame stedelijke ontwikkeling Het planvoornemen is een duurzame stedelijke ontwikkeling, omdat: - het een goede omgevingskwaliteit bevordert, doordat het planvoornemen zorgdraagt voor een verlaging van de toegelaten milieucategorie ter plaatse (van 3.1 naar 2 van de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering) en de vermindering van het industrielawaai dat de vigerende bedrijfssituatie produceert. Hierdoor ontstaat een goed woon- en leefklimaat in het nieuwe woongebied Aarlesche Erven Fase IV; - het zorgvuldig ruimtegebruik bevordert.

Door ter plaatse – op een voor deze functie aanvaardbare locatie - een bedrijfsuitbreiding te realiseren is verplaatsing en daarmee herinvulling ter plaatse niet noodzakelijk en kan een goed woon- en leefklimaat in het naastgelegen nieuwe woongebied Aarlesche Erven Fase IV worden gecreëerd; - het plangebied is geschikt voor de productie van duurzame energie, zoals opwekking via zon dat ter plaatse gebruikt kan worden. Onderdeel van het planvoornemen is in ieder geval zo veel als mogelijk opwekking voor eigen gebruik. Vooralsnog gaat het alleen om zonne-energie. Een windmolen maakt geen onderdeel uit van het planvoornemen of dit bestemmingsplan; - het hemelwater dat in het plangebied valt ter plekke zal worden verwerkt door het daar zo lang mogelijk vast te houden en langzaam te laten infiltreren in de bodem, hiervoor is voldoende ruimte in het plangebied boven- (m2’s) en indien nodig ondergronds (goede waterdoorlatendheid van de bodem en GHG is toereikend) aanwezig. Zie verder paragraaf 4.9 die meer gedetailleerd op dit onderwerp ingaat. - het wagenpark langzaam overschakelt op hernieuwbare i.p.v. fossiele brandstoffen; - voor het bedrijf een toekomstbestendige bedrijfslocatie is gecreëerd, waar ze voor de komende decennia vooruit kan op een plek die hiervoor geschikt is.

Motivering paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Iov Verder geldt dat in verband met het planvoornemen moet worden getoetst aan paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Dit betekent dat een zorgplicht geldt voor een goede omgevingskwaliteit, wat inhoud dat invulling moet worden gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied waarbij de lagenbenadering wordt toegepast, sprake moet zijn van meerwaardecreatie en voor zover het het Landelijk gebied betreft: kwaliteitsverbetering van het landschap. Zorgvuldig ruimtegebruik: Door ter plaatse – op een voor deze functie aanvaardbare locatie - een bedrijfsuitbreiding te realiseren is verplaatsing en daarmee herinvulling ter plaatse niet noodzakelijk en kan een goed woon- en leefklimaat in het naastgelegen nieuwe woongebied Aarlesche Erven Fase IV worden gecreëerd. Lagenbenadering: In de occupatielaag was geruime tijd geleden al sprake van bebouwing voor bedrijvigheid, daarnaast is de locatie voor het planvoornemen goed ontsloten. De gemeentelijke visie

23

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

voor de locatie en de omgeving is eveneens gericht op de ontwikkeling van een stedelijk gebied voor hoofdzakelijk wonen en ruimte aan de randen voor een bredere functieinvulling. Hieraan kan met het planvoornemen invulling worden gegeven. Meerwaardecreatie: Sprake is van meerwaardecreatie, omdat door de ontwikkeling een verlaging van de toegelaten milieucategorie ter plaatse (van 3.1 naar 2 van de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering) wordt gerealiseerd en het industrielawaai dat de vigerende bedrijfssituatie produceert wordt verminderd. Hierdoor ontstaat een goed woon- en leefklimaat in het nieuwe woongebied Aarlesche Erven Fase IV. Kwaliteitsverbetering van het landschap: Gezien de locatie vóór herbegrenzing van de werkingsgebieden ‘stedelijk gebied’ en ‘concentratiegebied’ is gelegen in het ‘landelijk gebied’ is kwaliteitsverbetering van het landschap aan de orde. Op basis van de in het RRO gemaakte afspraken en de instemming van de provincie met de landschapsinvesteringsregeling 2019 van de gemeente Best betreft het planvoornemen een categorie 3-ontwikkeling (uitbreiding van nietagrarische bedrijven). Op basis van de bij deze categorie behorende methodiek voor het bepalen van de tegenprestatie geldt voor de uitbreiding van een bestemmingsvlak/bouwvlak/bebouwing niet agrarisch bedrijf een tegenprestatie van € 5,- per m2.

In onderhavige situatie gaat het om de uitbreiding van 3.750 m2 aan bestemmingsvlak. Dit resulteert in een tegenprestatie van € 18.750,-. De tegenprestatie kan worden ingezet door te investeren in het landschap aansluitend op of in de nabijheid van het initiatief. Als dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld door gebrek aan grond, kan de verschuldigde bijdrage in een speciaal daarvoor door de gemeente opgericht landschapsfonds worden gestort. De gemeente zorgt dan voor kwaliteitsverbetering van het landschap. In onderhavige situatie is het niet mogelijk om ter plaatse of in de nabijheid van het planvoornemen in het landschap te investeren. Storting van de tegenprestatie in landschapsfonds is daarom aan de orde. Voldaan wordt aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Omgevingsvisie ‘Best 2040: dorp van formaat’ Met het oog op de komst van de Omgevingswet dienen gemeenten een toekomstvisie op de omgeving op te stellen: een omgevingsvisie. De gemeenteraad van Best heeft op 31 januari 2022 de omgevingsvisie ‘Best 2040: dorp van formaat’ vastgesteld. Deze omgevingsvisie beschrijft op hoofdlijnen hoe de gemeente wil omgaan met belangrijke onderwerpen zoals wonen, gezondheid, economie, bereikbaarheid en de gevolgen van klimaatverandering.

De gemeente heeft voor zichzelf drie kernopgaven gesteld: • Kernopgave 1: ruimte voor comfortabel wonen • Kernopgave 2: versterken van de groene leefomgeving • Kernopgave 3: werken aan een vitale en schone economie De kernopgaven zijn uitgewerkt in ruimtelijke keuzes. Vervolgens zijn de kernopgaven en keuzes samengebracht in gebiedsgerichte opgaven. Hier is op hoofdlijnen aangegeven wat ambities en uitgangspunten zijn voor het centrum- en stationsgebied, de woonwijken, het buitengebied, de werklocaties en Best Zuidrand. Conclusie relatie met voorliggend initiatief Het planvoornemen betreft de uitbreiding van een bestaand bedrijf aan de rand van het nieuwe woongebied Aarlesche Erven Fase IV. Het planvoornemen heeft tot doel om een toekomstbestendige werklocatie voor een lokale ondernemer te creëren alsook een goed woon- en leefklimaat in Aarlesche Erven Fase IV. Door de uitbreiding is dit mogelijk, omdat ermee gepaard gaat dat de milieucategorie zoals benoemd in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering afschaalt van 3.1

24

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

naar 2 en het industrielawaai dat het bedrijf in de vigerende situatie creëert dan wel mag creëren afneemt. Met het planvoornemen worden de ruimtelijke keuzes gemaakt zoals die in de omgevingsvisie zijn benoemd, namelijk de keuzes die nodig zijn om een hoogwaardige groenstedelijke dorpsuitbreiding en toekomstbestendige werklocaties te creëren. Het planvoornemen draagt gezien voorgaande dan ook bij aan kernopgave 1: ruimte voor comfortabel wonen en kernopgave 3: werken aan een vitale en schone economie. Uit bovenstaande blijkt dat het planvoornemen in lijn is met de Omgevingsvisie ‘Best 2040: dorp van formaat’. 2.3.2

Structuurvisie Buitengebied

De gemeenteraad van Best heeft op 4 april 2016 de Structuurvisie Buitengebied vastgesteld. Dit visiedocument verbeeldt en verwoordt op hoofdlijnen het gemeentelijke beleid voor natuur en landschap, de agrarische sector, recreatie en andere functies in het landelijke gebied. Hieronder is het bij de structuurvisie behorende kaartbeeld opgenomen, waarop het plangebied met een rode stip globaal is aangeduid.

Conclusie relatie met voorliggend initiatief In de structuurvisie buitengebied is het plangebied reeds globaal opgenomen in het gebied voor dorpsuitbreiding/stedelijk gebied. Het voorgaande betekent dat de structuurvisie uitgaat van het plangebied als toekomstig onderdeel van het stedelijk gebied. De structuurvisie is met die reden niet specifiek van toepassing op het planvoornemen. Het planvoornemen is niet strijdig met de Structuurvisie Buitengebied.

25

Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024

Hoofdstuk 4 Milieuhygiënische verantwoording Uit de onderbouwing moet blijken dat het planvoornemen een goed woon- en leefklimaat niet in de weg staat. Dit is aan de orde voor bestaande omwonenden, gebruikers van de locatie en in onderhavige situatie ook in verband met toekomstige omwonenden. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. 4.1 Bodem Landelijk beleid bepaalt dat de bodem geschikt dient te zijn voor de nieuwe functie. Met andere woorden, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. Als er sprake is van een functiewijziging of herinrichting van een terrein dient een bodemonderzoek uitgevoerd te worden zodat de bodemkwaliteit bekend wordt. Wanneer een ontwikkeling geen bestemmingswijziging tot gevolg heeft, hoeft er geen bodemonderzoek in het kader van het bestemmingsplan uitgevoerd te worden; de bodemkwaliteit is dan geschikt voor de toegestane functie. Het bodemonderzoek wordt dan op een later moment uitgevoerd en maakt onderdeel uit van de aanvraag van een omgevingsvergunning. In onderhavige situatie is deels sprake van een bestemmingswijziging en deels niet. Voor het gedeelte waar de bestemming wijzigt moet inzicht worden verschaft in de bodemkwaltiteit.

Voor dit gedeelte is met die reden dan door Silt Milieu dan ook een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage van het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (11) en kent de navolgende conclusies en aanbevelingen: “De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen wijziging van de bestemming van deze locatie. Als gevolg hiervan is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. Daarnaast is door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Conclusie Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 2,0 m-mv overwegend uit matig fijn, zwak siltig zand, afgewisseld met laagjes sterk zandig leem. Met name de bovengrond is humushoudend. In de uitkomende grond zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. Tijdens het veldwerk is een bestaande peilbuis aangetroffen. Kort nabij de bestaande peilbuis is een aanvullende boring tot 2,0 m-mv geplaatst.

Grond In de grondmengmonsters MM01 en MM02 (bovengrond) en MM03 (ondergrond) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van de boven- en ondergrond indicatief als klasse AW2000 beschouwd worden. Grondwater In het grondwater uit peilbuis PB01 zijn analytisch licht verhoogde concentraties aan barium, kwik en naftaleen aangetoond. Deze concentraties overschrijden de streefwaarden doch niet de interventiewaarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13917193/1