CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

24016.4 - Bevindingen en bijlagen bij het rapport Armoedebeleid in Best

Raadsvergadering 18 maart 2024, gemeente BestBij agendapunt: 24016 - Rekenkamerrapport "Onderzoek naar het armoedebeleid in Best en de uitvoering daarvan"12.967 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Waar hiervoor de samenwerking met de kernpartners als positief is gekwalificeerd geldt dat minder voor de samenwerking met andere partners, zoals kerken, scholen, huisartsen, ouderenorganisaties en diverse verenigingen. De contacten met deze spelers zijn incidenteel en ad-hoc. Er is geen sprake van een planmatig betrekken. Terwijl deze spelers een belangrijke rol kunnen spelen in de vroegsignalering en de gewenste preventieve aanpak van armoede.

Conclusies over de doorwerking van het beleid in praktijk

Uit het voorafgaande kan worden geconcludeerd: • Een systematische doorvertaling van het beleid naar de uitvoering, bijvoorbeeld in een uitvoeringsprogramma, ontbreekt. Dat laat onverlet dat de uitvoering in de lijn ligt van de beleidsmatige ambities. • Met een grote diversiteit van activiteiten wordt de uitvoering van het armoedebeleid ter hand genomen. Bijvoorbeeld via: o de uitvoering van Inkomensondersteunende Regelingen via het team Werk en Inkomen; o de (gesubsidieerde) inzet van Lumens, de LEV groep, Voedselbank en Stichting Leergeld; o de samenwerking binnen Bestwijzer; o diverse voorlichtingsactiviteiten, al hebben die een sterk ad-hoc karakter en is er geen sprake van systematische planmatige aanpak in de communicatie naar doelgroepen; o overleggen vanuit de gemeente met de uitvoerende partners. • In de afgelopen jaren is in de uitvoering flexibel ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen (bijvoorbeeld ten gevolge van gewijzigd rijksbeleid) en zijn op onderdelen extra middelen beschikbaar gesteld om de uitvoering te stimuleren. • Uit de ‘Minima-effect rapportage’ van het NIBUD blijkt dat de combinatie van rijksbeleid en de gemeentelijke maatregelen tot goede resultaten leidt voor mensen die gebruik weten te maken van de regelingen. In de praktijk blijkt dat laatste lang niet altijd het geval. Een groot 21

•

•

•

5

deel van de inwoners wordt niet bereikt en/of maken geen gebruik van regelingen waarvoor ze in aanmerking komen. De vroegsignalering en het opsporen van verborgen armoede blijft daarmee een belangrijke opgave. De samenwerking tussen gemeente en de professionele organisaties als Lumens en de LEV groep, wordt door betrokkenen positief gewaardeerd (ondermeer door goede afstemming van beleid en uitvoering). De samenwerking van de gemeente met de zogenaamde tweede lijn (organisaties als kerken scholen, sportverenigingen, KBO, PVBE, huisartsen, e.d.) is minder sterk georganiseerd en kent een sterk ad-hoc karakter, terwijl deze een belangrijke rol kunnen spelen om meer mensen in een armoede situatie te bereiken. Bij beschouwing van de beleidsuitvoering komen als sterke punten naar voren: o de samenwerking tussen de verschillende spelers binnen Bestwijzer o de wijze waarop de uitvoeringsorganisaties invloed hebben op het beleid; o flexibel inspelen door de ambtelijke organisatie en externe partners op nieuwe ontwikkelingen en nieuwe regelingen; o de inzet van energiecoaches; o het wijkgericht werken om mensen beter te bereiken.

Daarnaast zijn er ook zwakke punten geconstateerd, zoals: o Onvoldoende invulling van de regiefunctie door de gemeente; o Het ontbreken van overzicht op het totale armoede speelveld en de verschillende spelers daarin; o Het ontbreken van een helder actueel overzicht van de verschillende regelingen en de uitvoerders daarvan (gemeentelijke en externe uitvoerders); daarnaast is maatwerk in de informatievoorziening belangrijk; o Het beter delen van informatie om verborgen armoede beter op te sporen en om dubbel administratiewerk te voorkomen. Het gaat hierbij ook om de samenwerking tussen Bestwijzer en het team Werk en Inkomen.

DE MONITORING EN STURING

In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen over monitoring en sturing: • Worden de ontwikkelingen rondom het armoedebeleid en de uitvoering daarvan gemonitord? • Vindt er op basis van deze monitoring sturing plaats, bijvoorbeeld door bijstelling van het beleid, inzet andere middelen, e.d.?

5.1

De monitoring en bijstellingen in beleid en uitvoering

De monitoring van het armoedebeleid is gebrekkig. Er is geen systematische koppeling tussen beleidsdoelen en de daarmee samenhangende ontwikkelingen. De doelen uit de nota schuldhulpverlening zijn gedateerd en wordt niet systematisch gemonitord. Over de ontwikkelingen in het minimabeleid (uit 2015) wordt aan de hand van enkele indicatoren informatie gegeven in de producten uit de P&C cyclus (begroting en jaarverslag). Zo zijn in het Jaarverslag 2022 als indicatoren opgenomen: 22

•

Aantal gezinnen binnen de doelgroep dat een bijdrage ontvangt van de individuele inkomenstoeslag; • Aantal verstrekkingen voor maatschappelijke participatie binnen de doelgroep volwassenen (Meedoenregeling); • Aantal inwoners dat gebruik maakt van tegemoetkoming in de zorgverzekering. De indicatoren dekken geenszins de armoedeproblematiek. Bovendien hebben ze betrekking op de minimagroepen en geven geen inzicht in andere groepen, die in een armoedesituatie verkeren. Een andere vorm van monitoring is de al eerdergenoemde minima-effect rapportage van het NIBUD. Deze is gehouden in 2023 en daarvoor in 2017. Hoewel de rapportages relevante informatie opleveren, kan niet worden gesproken van een systematische monitoring: een koppeling van de informatie met de beleidsdoelen ontbreekt namelijk. Bijstellingen van beleid vinden niet zozeer plaats als follow-up op een systematische monitoring, maar meer door andere ad-hoc aanleidingen; bijvoorbeeld gewijzigd rijksbeleid, forse stijging energieprijzen, e.d.. Zoals eerder aangegeven wordt daarop overigens flexibel ingespeeld. Ook de raad heeft op de ontwikkelingen rondom energiearmoede ingespeeld, bijvoorbeeld met een motie van het CDA en de PvdA (maart 2022), die unaniem is aangenomen. In deze motie wordt het college opgedragen: ‘1. Het sociaal fonds aan te vullen vanuit de reserve sociaal domein tot een hoogte van 150.000; 2.

Brede bekendheid te geven aan doelstelling en aanvraagprocedure; 3. Bij de uitvoering te streven naar simpele toegankelijkheid, het leveren van maatwerk en zo weinig mogelijk bureaucratie. Verzoekt het College verder om: 4. Gezien de urgentie maximale inspanning te leveren om de SPUK gelden tijdig en adequaat in te zetten; 5. Bij de lokale aanpak niet alleen gebruik te maken van de bestaande infrastructuur zoals woningbouwverenigingen, Leergeld, Voedselbank etc. maar nadrukkelijk ook te zoeken naar creatieve ideeën/initiatieven in de regio, die ook in Best toegepast zouden kunnen worden.’

5.2

Conclusies rondom monitoring en sturing

Uit het voorafgaande kan worden geconcludeerd: • Er is geen sprake van een systematische monitoring van het armoedebeleid. Ad-hoc worden monitoring instrumenten ingezet. De in de begroting en jaarverslag opgenomen indicatoren geven maar een beperkt beeld van de mate, waarin het armoedebeleid wordt gerealiseerd en tot de beoogde effecten leidt. • De armoede-effectrapportage is een informatief instrument, maar daarbij is geen duidelijke koppeling met de gemeentelijke beleidsdoelen. Ook is het modelmatig en gebaseerd op theoretische aannamen. • Bijstelling van beleid als gevolg van de monitoring van beleid vindt niet plaats. Dat laat onverlet dat de raad op basis van eigen inzichten wel besluit tot bijstellingen van beleid op onderdelen. Ook via het college en de ambtelijke organisatie vinden beleidsaanpassingen plaats, zoals intensivering van maatregelen en het extra beschikbaar stellen van geld aan uitvoerende partners. De relatie tussen beleid, monitoring en eventuele beleidsaanpassingen is echter niet uitgewerkt. 23

24

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

Geïnterviewde personen Verslag werksessie Reactie van het College van B&W

25

Bijlage I

Geïnterviewde personen

Tijdens dit onderzoek is gesproken met: • • • • • • • • • •

Een vertegenwoordiger van het college van B&W Drie vertegenwoordigers van de ambtelijke organisatie Twee vertegenwoordigers van de LEV groep Twee vertegenwoordigers van Lumens Twee vertegenwoordigers van de Voedselbank Een vertegenwoordiger van de Stichting Leergeld Drie vertegenwoordigers van de Adviesraad Sociaal Domein Best Een vertegenwoordiger van woningbouwcorporatie ‘thuis Twee vertegenwoordigers van Caritas Best Twee vertegenwoordigers van de Diaconie Lidwinakerk.

Daarnaast is op 27 november 2023 een werksessie belegd met vertegenwoordigers van de gemeente en een aantal externe organisaties, die betrokken zijn bij de aanpak van de armoede in Best.

26

Bijlage 2

Beknopt verslag werksessie

In een korte presentatie geeft de Rekenkamer een toelichting op de opzet van het onderzoek en op de eerste bevindingen. De bedoelding van deze bijeenkomst is om na te gaan in hoeverre die eerste bevindingen herkend worden, waar aanvullingen nodig zijn en welke vervolgacties de aanwezigen met elkaar kunnen bedenken. Over het algemeen worden de eerste bevindingen wel herkend. Wel wordt aangetekend dat inwoners zelf ook stappen moeten zetten om geholpen te worden en om uit de armoedesituatie te komen. Vervolgens spreken de aanwezigen met elkaar over hun vragen en wensen op het gebied van armoedebeleid. Het gaat daarbij vooral over preventie en vroegsignalering en het nog onvoldoende bereiken van inwoners met armoede problematiek. In een levendige discussie worden onder meer de volgende zaken benoemd: • Het niet bereiken van inwoners in armoede is een groot probleem. Vroegsignalering vanuit de gegevens van de BKR, blijkt een goede manier van benaderen te zijn. Want dan is het probleem nog niet heel groot. • Naast de gekende professionele organisaties kunnen ook scholen, kerken, sportverenigingen, bedrijven, huisartsen, e.d. een belangrijke functie vervullen om de vroegsignalering te verbeteren. • De vraag is wie praat met de mensen om te zorgen dat men uiteindelijk uit de armoede komt? Dat gebeurt bij Bestwijzer; de inwoner zelf bepaalt natuurlijk altijd of en wat hij wil en kan.

Je bereikt bij Bestwijzer de groep die komt (en dus ook iets wil). Maar lang niet alle mensen, die in aanmerking komen voor schuldhulpverlening komen daar. • Is het mogelijk om meer energie te zetten op inwoners in armoede, die het meest “kansrijk” zijn om uit de armoede te komen? Hoe doe je dat? Hoe kun je bepalen wie dat zijn? En mag je dat bepalen, is het ethisch verantwoord om dat te doen? • Hoe kun je mensen benaderen op zo’n manier dat het open is en met respect naar de persoon. Persoonlijk contact is essentieel om mensen te attenderen op de mogelijkheden die er zijn. • Er is altijd een warme overdracht nodig als inwoners aangeven iets te willen doen aan hun financiële problemen. • Kun je en mag je (AGV) informatie delen tussen organisaties? Voor de gemeente en Bestwijzer ligt dat lastiger dan bijvoorbeeld voor organisaties zoals Voedselbank en Leergeld. Voor elke organisatie/instelling/vereniging geldt natuurlijk wel dat je altijd eerst aan de mensen zelf moet vragen of ze het goed vinden dat er informatie/gegevens gedeeld worden met andere instellingen/organisaties/verenigingen. • Onderling contact tussen organisaties is ook afhankelijk van elkaar kennen, van beschikbare capaciteit en van tijd hebben en nemen voor samenwerking. Dat is dus niet altijd vanzelfsprekend.

Binnen Bestwijzer wordt nu onder leiding van de gemeente gesproken over een gezamenlijke aanbesteding, zodat alle partijen nog meer als partner met elkaar samenwerken. Dat is een kans. • Er is een zekere spanning tussen gelden ter beschikking stellen (subsidies, geld voor menskracht, ondersteuningsgeld voor inwoners) en de wens/eis tot (politieke) verantwoording. Kunnen we meer uitgaan van vertrouwen? En hoe ziet dat er dan uit? • Er is behoefte aan een soort uitvoeringsagenda, aan afspraken over onderlinge samenwerking tussen professionals, gemeente en maatschappelijke organisaties; gedacht wordt aan een soort Armoede Netwerk dat een paar keer per jaar bij elkaar komt om concrete afspraken en plannen te maken. Accent moet liggen op praktische acties. Focus op de uitvoering. 27

Bijlage 3

Reactie van het college van B&W

Datum Verzonden

30 januari 2024 31 januari 2024

Ons kenmerk

BL24-01027

Betreft: reactie College Rekenkamer rapport Armoedebeleid in Best We hebben het rapport Armoedebeleid in Best met interesse bestudeerd. Wij willen onze waardering uitspreken over het grondige onderzoek dat hieraan ten grondslag ligt. Tevens waarderen wij dat veel betrokken partners hieraan hun tijd en medewerking hebben verleend. Armoede en bestaanszekerheid zijn momenteel zeer actuele onderwerpen waar veel aandacht naartoe gaat. Niet alleen op gemeentelijk niveau, maar ook op landelijk niveau en in de media. De rijksoverheid heeft in 2022 en 2023 extra maatregelen genomen om de armoedeproblematiek aan te pakken. Een goed voorbeeld daarvan is de energietoeslag en de tijdelijke verhoging van de zorgtoeslag. Zoals ook in de minima-effectrapportage Best van het Nibud (2023) wordt gesteld is het minimabeleid een samenspel van landelijk – en lokaal minimabeleid. Op het landelijke minimabeleid heeft een gemeente weinig tot geen invloed en op het lokale minimabeleid heeft een gemeente wel invloed, binnen de kaders die door het rijk worden gesteld. U spreekt bij de essentie in uw rapport onder andere over een forse opgave, verouderd beleid, adhoc aanpassingen, het ontbreken van overzicht op de verschillende regelingen en geen systematische doorvertaling van beleid naar uitvoering. Zowel beleid als de uitvoering is versnipperd en fragmentarisch.

Het College vindt dit stevige uitspraken die wij niet herkennen in de stevigheid. In de bijlage kunt u zien hoe wij kijken naar bovenstaande zaken. In het rapport komt ook naar voren dat een aantal zaken goed gaat, zoals de inzet en betrokkenheid van de ambtelijke organisatie en de uitvoerende partners. Tevens komt naar voren dat een aantal zaken verbeterd kunnen worden om tot een betere beleidsmatige aanpak van armoede te komen. Opvallend is dat deze verbeteringen veelal te maken hebben met samenwerken en communicatie. Het College wil hierbij opmerken dat er met betrekking tot deze twee zaken bij ieder onderzoek altijd verbeterringen mogelijk zijn, de vraag is echter of deze verbeteringen substantieel bijdragen aan de opgave waar we voor staan. Het College is wel van mening dat communicatie naar inwoners een verbeterslag behoeft, met name als het gaat om het niet gebruik van regelingen te verminderen. Ook worden er een aantal aanbevelingen gedaan die te maken hebben sturing en regie. Samenwerken Zoals gezegd is samenwerking iets dat continue aandacht behoeft en waar altijd verbetermogelijkheden liggen. Het College heeft gelezen dat partners tevreden zijn over de samenwerking binnen Bestwijzer. Naar ons idee zijn daarin de belangrijkste partners vertegenwoordigt.

De samenwerking met partners in de sociale basis die meer op afstand staan, én die een signalerende rol hebben, kan beter. Huisartsen zijn hier een goed voorbeeld van. Zij zien en horen veel, maar wat wij als gemeente van hen kunnen vragen is maar beperkt. Het uitgangspunt dat de gemeente een regierol heeft, wordt niet door alle lokale partners met een signalerende rol gedeeld. In de regio zoeken wij nu al samenwerking op gebied van armoedebeleid met omringende gemeenten en dit bouwen we verder uit. We gaan als partner van Brainport voor Elkaar gebruik maken van goede voorbeelden en zoeken elkaar op waar en wanneer nodig. Communicatie Communicatie naar de inwoners van Best over het beter uitkomen met je inkomen en hoe de gemeente en de uitvoerende partners daarbij kunnen helpen, heeft permanent onze aandacht. We gaan dit beter vormgeven zoals wordt aanbevolen. We gaan met name inzetten op het stimuleren 28

van het gebruik maken van regelingen die er zijn door onder andere sportclubs en scholen hierover te informeren. We gaan communicatie naar buiten toe, naar de organisaties waarmee we samenwerken, steviger neerzetten. Hetzelfde gaan we doen inzake de interne communicatie binnen onze gemeente, bijvoorbeeld met betrekking tot de diverse beleidsterreinen rondom armoede. Sturing en regie Het wordt steeds meer duidelijk dat alleen sturen op effectiviteit niet voldoende werkt. Het samenwerken en samen bedenken (co-creëren) is meer van deze tijd, en werkt – waarschijnlijk – beter. Dat betekent dat een gemeente af en toe een faciliterende rol moet hebben en de regierol uit handen geeft. Dat neemt niet weg dat wij in veel gevallen nog wel een sturende rol hebben. Het doel waarnaar we streven moet het uitgangspunt zijn om te kiezen welke rol nodig is. Thematisch (samen)werken kan een goede manier zijn om het doel – aanpak van armoede – te verbeteren. Het college kan zich in een aantal van de aanbevelingen vinden. Daarbij is wel van belang om te realiseren dat de uitvoering van de aanbevelingen soms ook investeringen vergen (financieel, personeel en tijd). Zonder investeringen zijn de aanbevelingen niet altijd uitvoerbaar. In de bijlage hebben wij een reactie per aanbeveling gegeven. Bijlage 1: Reactie College per aanbeveling Rekenkamer rapport Armoedebeleid in Best 1.

Aan de gemeenteraad: Vraag aan het College om een actualisering van het armoedebeleid en verzoek daarbij om de mogelijkheden te bezien dit vorm te geven als thematische uitwerking en onderdeel van de nota ‘sociale basis’. •

•

• •

De gemeente Best heeft afgesproken dat beleid periodiek wordt geëvalueerd. Wanneer het nog inhoudelijk actueel is, dan wordt er geen nieuw beleid gemaakt. Dat is de reden dat er geen nieuwe nota minimabeleid is en wordt geschreven. Alle onderdelen van het minimabeleid zijn en worden regelmatig geactualiseerd. Dit heeft continue onze aandacht. We schrijven momenteel aan een nieuw beleidsplan schuldhulpverlening, omdat wij beleidsmatige aanpassingen willen doen. Dit ronden wij af in de eerste helft van 2024. In de totstandkoming werken we zeer nauw samen met de uitvoerende medewerkers van schuldhulpverlening van Lumens. We gaan conform het advies van de Rekenkamer het armoedebeleid zoals omschreven is in de nota ‘sociale basis’ thematisch vormgeven. Daarbij zal ook een actieprogramma worden opgenomen. Op dit moment denken we erover na om – samen met onze maatschappelijke partners – thematafels te gaan organiseren. Het thema “armoede en de aanpak daarvan” kan dan een van de eerste thema’s zijn waarmee we aan de slag gaan. Dat draagt bij aan gemeenschappelijk eigenaarschap van het probleem en de oplossing. Ervaringen van andere gemeenten die met thematafels werken zullen worden meegenomen.

2. Aan het College en ambtelijke organisatie: Kom tot een stevigere invulling van de regierol, ondermeer door een systematische doorvertaling van het armoedebeleid naar een uitvoeringsagenda te realiseren en de rollen van de verschillende betrokken spelers daarbij duidelijk te benoemen. •

Wij geven de voorkeur aan een dynamische, kort cyclische en wendbare aanpak boven een uitvoeringsagenda, omdat wij dit passender vinden. De huidige sociaalwetenschappelijke literatuur geeft steeds vaker aan dat overheden van het idee van “maakbaarheidssturing” moeten afstappen. Van zowel de overheid als de samenleving wordt gevraagd om ánders op grote maatschappelijke vraagstukken te reageren. Het is balanceren voor een gemeente om de regie te pakken wanneer nodig, maar ook om die regierol wanneer mogelijk, los te laten. We moeten doen wat “werkt”. Door alleen te sturen op effectiviteit lopen we het risico dat we de 29

•

gemeente in het middelpunt van het maatschappelijke en politieke proces plaatsen, en dat is wat we niet willen. De gemeente kan soms ook bewust alleen een faciliterende rol pakken. Wij willen als gemeente samen met de lokale organisaties en zoveel mogelijk inwoners van Best de verschillende kennisposities met elkaar in verbinding brengen. Daarmee willen we de lokale sociale problemen, zoals armoede, van een breed gedragen aanpak voorzien. Dit kun je zien als “emerging governance” omdat wij als bestuur niet van bovenaf willen arrangeren, maar beleid gaan maken dat ontstaat vanuit de praktijk van samenwerking.

3. Aan de ambtelijke organisatie: Zoek een meer actieve en gestructureerde samenwerking op met de organisaties, die actief zijn in de sociale basis. •

•

•

•

•

Er is al een nauwe samenwerking binnen de sociale basis. Partijen die verenigd zijn in Bestwijzer werken iedere dag op een integrale manier samen aan de sociale basis. Zij komen samen in de Regiegroep Bestwijzer, een overleg waar de koers en strategie van de samenwerking op de agenda staat. Zoals hierboven is aangegeven gaan wij dit thematisch vormgeven samen met alle partijen die actief zijn in de sociale basis. Mogelijk kan dit gebeuren door terugkerende thematafels te organiseren. Andere vormen van samenwerking of herhalend overleg behoren ook tot de mogelijkheden. In de samenwerking gaan we onszelf steviger in de regiefunctie zetten, waar dat kan en wanneer dat gewenst is. Voor de samenwerking met partijen in onze gemeente die wat meer op afstand staan of waarmee geen subsidierelatie bestaat, zoals huisartsen, kerken en verenigingen, zijn wij afhankelijk van de wil en de behoefte tot samenwerken van die partijen. We gaan wel actief die verbinding zoeken. De organisaties in Best die een signalerende, en een doorverwijzende rol hebben, – of zouden kunnen hebben, gaan we beter faciliteren door de “vindbaarheid” van de hulpbiedende instanties te verbeteren. Het moet makkelijker worden om door te verwijzen naar hulp en advies bij financiële problemen.

Dit doen we door in te zetten op verbetering van communicatie rondom deze hulpbiedende instanties, zodat signalerende instanties zoals kerken, huisartsenpraktijken, (sport-)verenigingen beter kunnen doorverwijzen, overdragen en samenwerken. Hierbij zoeken we ook regionale samenwerking met gemeenten en instanties rondom Best. Het principe van: niet altijd zélf het wiel willen uitvinden, is een principe waar we achter staan. We merken dat er regionaal steeds meer samengewerkt wordt, ook op gebied van armoede(bestrijding). Wij hebben een actieve rol in deze regionale samenwerking.

4. Aan de ambtelijke organisatie en externe partners: Zet de wijkgerichte aanpak ook bewust in om de vroegsignalering te versterken. • • •

•

Het advies om wijkgerichte aanpak te verstevigen is goed. Wij denken dat in de verschillende wijken de aanpak van armoede op gedifferentieerde wijze moet worden vorm gegeven. Wij sluiten hierbij aan op de structuur die er al ligt. We zorgen dat het signaleren van armoedeproblemen, liefst in een vroeg stadium, is opgenomen in de wijkgerichte aanpak. De wijkgerichte aanpak is een instrument dat volop in ontwikkeling is en blijft. Dit maakt dat de wijkgerichte aanpak met daarin aandacht voor armoedeproblemen er in de toekomst mogelijk anders uitziet. Wij zorgen dat we de ontwikkelingen op de voet volgen en verwerken in onze aanpak. In 2024 gaan we – verder – aan de slag met bovenstaande punten.

5. Aan de ambtelijke organisatie en externe partners: Maak een overzicht van regelingen en activiteiten op het terrein van armoede, geef daarbij aan waar inwoners terecht kunnen en communiceer daar actief over.

30

• • •

Op gebied van communicatie kan er altijd wat worden verbeterd. Op de gemeentelijke website zijn alle minimaregelingen vindbaar. In een aantal gevallen is het aanvragen van een regeling inmiddels laagdrempeliger gemaakt, doordat een digitale aanvraag mogelijk is. In het kader van de communicatie naar de inwoners van Best is het een goed voorstel om samen met de partners in Bestwijzer en de Afdeling Communicatie in 2024 te bekijken hoe wij onze communicatie(uitingen) kunnen verbeteren. We hadden een boekje met daarin alle minimaregelingen (uitkomen met inkomen), dit behoeft actualisatie. Niet alleen dat: er moet gekeken worden hoe we dit in de huidige tijd vorm kunnen geven. We willen met de tijd meegaan en kijken wat de beste aanpak hiervoor is. Hierbij spiegelen we ons ook aan wat andere gemeenten in de regio op dit vlak doen.

6. Aan de ambtelijke organisatie en externe partners: Kom tot een betere deling van de informatie van inwoners die zich melden met geldzorgen, of gebruik maken van inkomensondersteunende diensten. • • •

• •

Wij zijn het eens met het uitgangspunt van de Rekenkamer om zoveel mogelijk informatie van inwoners te delen waar en wanneer dit mogelijk is. Wij gaan zoeken naar de beste – en de juridisch juiste oplossingen voor het delen van de gegevens. De Functionaris Gegevensbescherming wordt hier uiteraard bij betrokken. Vanaf 2024 wordt – mede door voortschrijdende automatiseringsmogelijkheden – gestreefd naar “automatische” toekenning van minimaregelingen, waar dit mogelijk is. Dit doen we binnen de wettelijke grenzen. Een voorbeeld uit 2024 is de Meedoenregeling voor klanten van sociale zaken; deze is automatisch toegekend aan de klanten die bij ons bekend waren. We gaan in 2024 inzetten op betere afstemming tussen Bestwijzer en het team Werk en Inkomen als het gaat om delen van informatie van en over inwoners en (minima-)regelingen. De manier van omgaan met onze inwoners moet meer gebaseerd zijn op vertrouwen dan op controle. Dit gedachtegoed moet zowel door de partners van Bestwijzer, als door het team Werk en Inkomen worden gedragen. Dit proces is inmiddels ingezet.

7. Aan de ambtelijke organisatie : Kom tot een meer systematische monitoring van het armoedebeleid, die breed inzicht geeft over de status van de uitvoering van het armoedebeleid. Zowel preventief als curatief. •

•

•

•

We monitoren wel degelijk het armoedebeleid en de resultaten daarvan, dat is echter niet vastgelegd in een periodiek format. We kennen geen brede monitor, we hebben echter wel een beperkte monitor die intern wordt gebruikt. Met de invoering van een nieuwe applicatie bij sociale zaken gaan wij in 2024 naar verwachting méér en betere management-informatie krijgen. De minima-effectrapportage ervaren wij als zéér nuttig. Er wordt naar de lokale situatie gekeken afgezet tegen de landelijke situatie. De gemeente Best heeft ervoor gekozen om dit met tussenpozen van een jaar of vijf uit te laten voeren door de expert in deze materie, het NIBUD. Daarbij worden alle gemeentelijke minimaregelingen expliciet meegenomen, en de uitkomsten zijn specifiek gebaseerd op ons gemeentelijke beleid. Het is niet mogelijk om te meten zonder gebruik te maken van de NIBUD-modellen. Uiteraard kan dit niet zonder een aantal aannames. Intensivering van maatregelen en het extra beschikbaar stellen van geld aan zowel uitvoerende partners als aan de inwoners zelf, vindt plaats op basis van een groot aantal factoren. De inwoners van Best stellen wij daarbij centraal. Wij moeten wel handelen binnen de grenzen van de wet en van het beschikbare gemeentelijke budget. In de afgelopen jaren hebben we dit telkens gedaan, en dit blijven we doen.

Dit is een samenspel van het bestuur en de ambtelijke organisatie gevoed door ontwikkelingen vanuit de samenleving. Wij maken gebruik van de beschikbare cijfers en informatie die onze uitvoeringspartners opleveren. Met deze partners gaan we regelmatig in overleg om dit te bespreken.

31

Feitelijke onjuistheden in de bevindingenrapportage Onder 2.2. Armoedesituatie Aantal klanten vanuit Best bij de Voedselbank is geen 93 huishoudens, en geen 320 personen. Dit is het getal van 3 gemeenten bij elkaar, Best en Oirschot en Son en Breugel. Dit getal staat ook foutief in de laatste alinea van deze paragraaf. Het moet zijn: 60 huishoudens en 192 personen (op 18-1-2024 gecheckt bij de Voedselbank). Onder 2.2. Armoedesituatie Daar staat over Stichting Leergeld: 274 kinderen en 167 gezinnen, dit moet zijn: 274 kinderen uit 167 gezinnen. Onder 3.1.3 Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS) Er wordt gesproken over een ‘beleidsarme’ aanpassing van vroegsignalering van schulden toen die in 2021 wettelijk verplicht werd. Dit klopt niet. Vooruitlopend op de wet zijn wij al in 2019 begonnen met vroegsignalering van schulden neergelegd bij Lumens. Daardoor konden we in 2021 op de ingeslagen weg verder gaan.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13884353/1