CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

24016.4 - Bevindingen en bijlagen bij het rapport Armoedebeleid in Best

Raadsvergadering 18 maart 2024, gemeente BestBij agendapunt: 24016 - Rekenkamerrapport "Onderzoek naar het armoedebeleid in Best en de uitvoering daarvan"12.967 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bevindingen en bijlagen bij het rapport Armoedebeleid in Best Onderzoek naar het armoedebeleid in Best en de uitvoering daarvan

februari 2024 Archiefexemplaar van BL24-01391

- 20240202 Rapportage bevindingen armoedebeleid Best

INHOUDSOPGAVE 1

2

AANPAK VAN HET ONDERZOEK EN OPZET VAN DE RAPPORTAGE ................................................4 1.1

De aanpak van het onderzoek ..............................................................................................4

1.2

De opzet van de rapportage.................................................................................................4

DEFINIERING ARMOEDE EN ARMOEDESITUATIE IN BEST .............................................................5 2.1

3

2.1.1

Definiëring armoede ....................................................................................................5

2.1.2

Rollen van rijk en gemeenten .......................................................................................6

2.2

De armoedesituatie in Best..................................................................................................6

2.3

Conclusies ...........................................................................................................................7

HET BELEID..................................................................................................................................8 3.1

4.

Definiëring armoede en rollen rijk-gemeenten ....................................................................5

Doelen voor het armoedebeleid ..........................................................................................8

3.1.1

Evaluatie minimabeleid 2015 en voorstel inkomensondersteuning 2016-2019 .............8

3.1.2

Beleidsplan schuldhulpverlening 2018-2021 ................................................................8

3.1.3

Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS) ...........................................................9

3.1.4

Beleidsakkoord 2022-2026 ...........................................................................................9

3.1.5

Kaderbrief 2023-2026 ..................................................................................................9

3.1.6

Begroting 2023 .......................................................................................................... 10

3.1.7

Verordeningen en beleidsregels ................................................................................. 10

3.1.8

Notitie sociale basis ................................................................................................... 11

3.1.9

Opvattingen van gesprekspartners over het beleid .................................................... 12

3.2

Richtinggevend karakter van het beleid ............................................................................. 12

3.3

De benoeming van de rollen .............................................................................................. 13

3.4

Conclusies over het beleid ................................................................................................. 13

DE DOORWERKING VAN HET BELEID IN DE PRAKTIJK ................................................................. 14 4.1

De uitvoering in de lijn van de doelen ................................................................................ 14

4.2

Resultaten van het beleid .................................................................................................. 14

4.2.1

Minima-effectrapportage gemeente Best 2023 .......................................................... 14

4.2.2

Vroegsignalering ........................................................................................................ 15

4.2.3

Diversiteit van activiteiten ......................................................................................... 16

4.3

Positieve en negatieve factoren bij de beleidsrealisatie ..................................................... 20

4.3.1 4.4 5

Positieve en negatieve factoren bij de beleidsrealisatie.............................................. 20

Conclusies over de doorwerking van het beleid in praktijk ................................................. 21

DE MONITORING EN STURING................................................................................................... 22 2

5.1

De monitoring en bijstellingen in beleid en uitvoering ....................................................... 22

5.2

Conclusies rondom monitoring en sturing.......................................................................... 23

BIJLAGEN .......................................................................................................................................... 25 Bijlage I

Geïnterviewde personen............................................................................................ 26

Bijlage 2

Beknopt verslag werksessie ....................................................................................... 27

Bijlage 3

Reactie van het college van B&W ............................................................................... 28

3

1

AANPAK VAN HET ONDERZOEK EN OPZET VAN DE RAPPORTAGE

1.1

De aanpak van het onderzoek

In het onderzoeksprogramma 2023-2024 van de Rekenkamer is het onderwerp ‘armoedebeleid in Best’ opgenomen. Hoge inflatie en sterk gestegen energieprijzen brengen veel mensen in financiële problemen. In armoede leven heeft grote gevolgen voor welbevinden, gezondheid, deelname aan het maatschappelijk verkeer, kansen op werk van inwoners. Bij het overleg met een vertegenwoordiging van de raad over mogelijke onderzoeksonderwerpen is het thema armoede uitdrukkelijk benoemd. In het onderzoeksprogramma 2023-2024 is dit onderwerp dan ook opgenomen. Met de raad is de Rekenkamer (RK) benieuwd naar het armoedebeleid en de uitvoering daarvan in Best. Het onderzoek is als volgt aangepakt: • Gestart is met een verkennend overleg met de bij het armoedebeleid betrokken ambtenaren. • Vervolgens zijn de relevante documenten verzameld en geanalyseerd. • Als aanvulling en verdieping op de documentenanalyse zijn interviews gehouden met ambtenaren en de wethouder, maar ook met externe organisaties, die een rol spelen bij het armoedebeleid. In bijlage 1 wordt een overzicht gegeven van de geïnterviewden. • Om de aanpak in de praktijk te ervaren - vooral ook vanuit de optiek van inwoners - zijn door leden van de Rekenkamer enkele spreekuren in Bestwijzer gevolgd.

• Vervolgens is een werksessie belegd, waarin de eerste bevindingen zijn gepresenteerd en gediscussieerd is over mogelijke verbeteringen en de prioriteiten in de aanpak van de armoede in Best. • Op basis van de conclusies uit het conceptrapport is overlegd met contactambtenaren voor dit onderzoek. • De opbrengsten uit voorgaande informatiebronnen zijn vervat in een concept rapportage, die vervolgens in het kader van de hoor- en wederhoorprocedure is aangeboden aan het college van B&W. De resultaten van de hoor- en wederhoor procedure zijn verwerkt in het onderhavige eindrapport.

1.2

De opzet van de rapportage

Deze bevindingenrapportage behoort bij het Kernrapport ‘Armoedebeleid Best’. In die kernrapportage wordt per onderzoeksvraag verwezen naar de meer uitgebreide beschrijving van de bevindingen in dit onderzoek, zoals opgenomen in deze rapportage. Dit is vooral bedoeld als achtergrondinformatie voor degenen, die zich meer willen verdiepen in de resultaten van het onderzoek en de context van de conclusies en aanbevelingen. In deze Bevindingen rapportage wordt de volgorde van de onderzoeksvragen aangehouden. Daaraan voorafgaand wordt de aanpak van het onderzoek beschreven, armoede gedefinieerd en een beeld gegeven van de armoedesituatie in Best. Vervolgens komen aan de orde: het beleid, de doorwerking van het beleid in de praktijk en de monitoring en sturing.

4

2

DEFINIERING ARMOEDE EN ARMOEDESITUATIE IN BEST

In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de volgende onderzoeksvraag: Wat wordt verstaan onder armoede en wat is de armoedesituatie in Best? Vervolgens wordt ook kort ingegaan op de rol van het rijk en van de gemeente in relatie tot het armoedevraagstuk.

2.1

Definiëring armoede en rollen rijk-gemeenten

2.1.1 Definiëring armoede Door het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) wordt opgemerkt dat er veel verschillende definities en benaderingen van armoede zijn. Gesteld wordt: ‘Vragen over welke mensen arm zijn en welke levensomstandigheden nu daadwerkelijk als arm moeten worden aangemerkt, zijn niet makkelijk te beantwoorden. Wel is er overeenstemming dat armoede in West-Europese landen niet meer een kwestie van fysiek overleven is, maar eerder een kwestie van niet volgens gangbare maatschappelijke opvattingen kunnen leven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen absolute en relatieve armoede.’ Mensen met absolute armoede leven onder de lage-inkomensgrens en beschikken bijvoorbeeld niet over voldoende voedsel, huisvesting, toegang tot gezondheidszorg en onderwijs. Mensen die leven in relatieve armoede hebben onvoldoende middelen om volwaardig te participeren in de samenleving. Armoede heeft grote gevolgen. Financiële problemen geven stress, kunnen ervoor zorgen dat je slecht slaapt en kunnen zelfs leiden tot een depressie. Mensen schamen zich vaak voor hun situatie, sluiten zich af van hun omgeving en voelen zich eenzaam. De mogelijkheden om deel te nemen aan activiteiten in het dagelijks leven nemen ook af. Gebruik van de auto of het openbaar vervoer kost geld. Maar ook het gebruik van de telefoon, computer of internet brengen kosten met zich mee.

De mogelijkheid om ergens te komen of jezelf van informatie te voorzien wordt daardoor lastig. Ook voor kinderen heeft het opgroeien in armoede gevolgen. Deelnemen aan een schoolreisje, de voetbalclub, een dagje naar de dierentuin of een gezonde warme maaltijd is voor veel kinderen niet altijd mogelijk. In verband met de definiëring van armoede worden veelal objectieve grenzen gehanteerd. Dan wordt uitgegaan van een zogenaamd laag inkomen. Vaak wordt dan als norm gehanteerd: 120% van het sociaal minimum. Toch hebben dergelijke zogenaamde objectieve definiëringen beperkte waarde. Sommige huishoudens kunnen met dergelijke bedragen redelijk rondkomen door een sobere levensstijl. Andere huishoudens met veel hogere inkomens kunnen door forse financiële tegenvallers (bijvoorbeeld in de sfeer van banenverlies, ziekte, hypotheek, energiekosten, echtscheiding, e.d.) ook in een armoedesituatie terecht komen. Het terecht komen in een armoedesituatie is dus sterk situationeel bepaald en niet alleen afhankelijk van de hoogte van het inkomen. In de definiëring van armoede spelen huishoudens zelf een grote rol. Het gaat bij armoede niet alleen of altijd om de laagste inkomens, maar ook steeds meer om middeninkomens, die in een armoedesituatie terecht komen. Dit wordt sterk beïnvloed door de toenemende inflatie en sterk gestegen kosten in de primaire levensbehoeften als voedsel en energie.

5

2.1.2 Rollen van rijk en gemeenten In het kader van dit onderzoek wordt ook gewezen op het standpunt van DIVOSA (Vereniging van Directeuren van Overheidsorganen voor Sociale Arbeid) over het thema armoede. De realisatie van gemeentelijk armoedebeleid is noodzakelijk en komt voort uit de inkomenspolitiek op landelijke niveau. Zo stelt DIVOSA: ‘Het huidige beleid slaagt er niet in om structurele bestaanszekerheid te garanderen en doet een bovenmatig beroep op de gemeentelijke uitvoering. Het rijk is wettelijk gezien verantwoordelijk voor het bieden van bestaanszekerheid, maar gemeenten moeten steeds vaker structurele inkomensproblemen oplossen met individueel maatwerk. Zo doen steeds meer inwoners een beroep op de bijzondere bijstand, die als oplossing voor allerlei problemen wordt aangewezen’. Gemeenten hebben de rol van vangnet voor inwoners die het tijdelijk niet zelf kunnen, maar we zien een beweging waarbij mensen blijvende armoedeondersteuning nodig hebben. Er wordt voor gepleit om de structurele bestaansonzekerheid voor inwoners te voorkomen. Dat vraagt om een verandering van reparatie en stutten en steunen aan de onderkant naar het voorkomen van armoede door een structureel toereikend inkomen. Vooralsnog is dat niet de realiteit en ligt het armoedevraagstuk nog steeds uitdrukkelijk op het gemeentelijk bordje en vraagt om stevige inspanningen.

Hierna wordt nader ingegaan hoe in Best met de aanpak van de armoede wordt omgegaan.

2.2

De armoedesituatie in Best

In het verlengde van hetgeen gesteld is in paragraaf 2.1 kunnen over de armoedesituatie in Best slechts indicaties worden gegeven op basis van de objectieve grenzen. Aan de hand van verschillende bronnen kan een summier beeld over de armoedesituatie in Best worden geschetst. De laatste beschikbare gegevens van het Centraal Bureau voor Statistiek (statline) over de inkomens komen uit 2021. Als maat voor een laag inkomen wordt de veel gebruikte definitie van 120% van het sociaal minimum aangehouden. Dan blijkt dat in Best 1000 huishoudens (8,2 %) en 1700 personen (5,7% van de inwoners) een laag inkomen te hebben. In Noord-Brabant liggen deze cijfers wat ongunstiger: 11,1 % en 7,8%. De situatie in Nederland is nog wat ongunstiger: 12,7% en 9.1%. Uit de Gezondheidsmonitor 18-64 jaar van de GGD ZO Brabant (2020-2021) blijkt dat 5% van de huishoudens in Best ‘enige tot grote moeite heeft om rond te komen’ en dat 3% ‘afgelopen 12 maanden één of meer betalingsachterstanden’ heeft gehad. Ook 3% geeft aan ‘veel stress te hebben op het gebied van geldzaken. Overigens scoort Best op deze indicatoren gunstiger dan de regio ZO Brabant. Daarvoor geldt respectievelijk 12%, 5% en 5% en 5%. Een andere indicator over de armoede in Best is het aantal mensen, dat gebruik maakt van de Voedselbank. Zo maakten in januari 2024 60 huishoudens en ruim 190 personen gebruik van de Voedselbank.

Weer een andere invalshoek, die kan worden gebruikt is het aantal kinderen dat via de Stichting Leergeld wordt geholpen. Uit het Jaarverslag 2021 blijkt dat in dat jaar 274 kinderen uit 167 gezinnen zijn geholpen. In het ‘Verslag 2022 Volwassenen en OTB’ van Lumens blijkt dat in 2022 63 nieuw trajecten schuldhulpverlening en 14 nieuwe trajecten van energie-armoede zijn gestart. Wat betreft de Vroegsignalering van armoede gaat het in 2022 totaal om 602 signalen, waarvan er 420 zijn aangeschreven. 6

Uit gegevens van woningbouwcorporatie ‘thuis blijkt dat er in november 2023 op 1850 wooneenheden bij 105 sprake was van huurachterstand, waarvan 27 bij de deurwaarder. Ook de Minima-effectrapportage gemeente Best 2023, samengesteld door het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD), geeft inzicht in de financiële positie van inwoners en de invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen daarop. Daaruit komt een relatief positief beeld naar voren. Zo wordt geconcludeerd dat ‘in de gemeente Best bijna alle onderzochte huishoudens de maandbegroting rond kunnen krijgen, ook wanneer rekening wordt gehouden met kosten voor sociale participatie. Dit wordt in belangrijke mate verklaard door de landelijke maatregelen op het terrein van lastenverlaging in combinatie met het gemeentelijk minimabeleid. Toch wordt daarbij gewaarschuwd dat door het tijdelijk karakter van sommige maatregelen (zoals het kindgebonden budget) het vooruitzicht voor huishoudens met een laag inkomen met de nodige onzekerheid is omgeven. Dat wordt nog eens versterkt door de grote onzekerheid over het verloop van alle prijzen dit en komend jaar. Kijkend naar de verschillende typen huishoudens concludeert het NIBUD dat paren met twee oudere kinderen het vooral moeilijk hebben. Dit komt voort uit het rijksbeleid.

Overigens is erbij deze relatief positieve conclusies van uit gegaan dat inwoners gebruik maken van de beschikbare regelingen. Verder in dit rapport komt naar voren dat dit lang niet altijd het geval is. Kijkend naar de ontwikkelingen in de afgelopen en komende jaren, wordt in de gesprekken de verwachting uitgesproken dat de armoededruk en de vraag naar schuldhulpverlening groter wordt. Zo wordt in het ‘Verslag 2022 Volwassenen en OTB’ van Lumens gesteld: ‘De ureninzet is conform afspraak/begrote inzet. We houden wel ons hart vast voor wat er komen gaat. Gezien de stijgende energieprijzen en kosten van levensonderhoud zien we dat er grotere groepen inwoners op de armoedegrens komen te zitten. Ook corona kent nog zijn financiële naweeën bij een aantal inwoners. Zo moeten zelfstandigen bijvoorbeeld de beschikbaar gestelde coronasteun terugbetalen. Dit zal bij een deel van deze groep problemen en privé en bedrijfsmatig schulden gaan opleveren. De verwachting is dus dat de vraag aan SHV groter wordt.’ In de cijfers van de Voedselbank en de Stichting Leergeld blijkt afgelopen jaren ook sprake van een stijging. Zo is het aantal huishoudens dat in Best gebruik maakt van de Voedselbank gestegen van 69 (2021) naar 97 (2022). Bij de Stichting Leergeld zijn de uitgaven voor de doelgroep in Best gestegen van € 86.000, - (2021) naar 116.000 (2022).

In 2021 zijn 274 kinderen geholpen, terwijl dat er 304 waren in 2022.

2.3

Conclusies

Uit het voorafgaande kan worden geconcludeerd: • Doordat op rijksniveau niet voorzien is in de bestaanszekerheid voor alle Nederlanders, vormt het armoedevraagstuk voor de gemeente Best een belangrijke opgave. • Armoede is niet alleen aan de orde bij mensen met een laag inkomen, maar komt ook voor bij middeninkomens. Dit kan ontstaan door allerlei redenen zoals ontslag, hoge woonlasten, scheiding, e.d.. • Uit diverse bronnen komt naar voren dat in Best relatief minder armoede voortkomt dan bijvoorbeeld in de provincie of in Nederland. Ook het laatste NIBUD onderzoek laat een relatief positief beeld zien. • Dat laat onverlet dat er ook bijna 100 huishoudens en ruim 300 personen in Best naar de Voedselbank gaan en dat er rond 275 kinderen gebruik maken van ondersteuning vanuit de 7

Stichting Leergeld. Voorts blijkt uit onderzoek dat 5% van de huishoudens in Best moeite heeft om rond te komen. De armoededruk is afgelopen jaren groter geworden en verwacht wordt dat dit ook voor komende jaren geldt.

3

HET BELEID

In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen over het armoedebeleid: • Zijn er door de gemeenteraad doelen voor het armoedebeleid vastgesteld? • Geven de doelen duidelijk richting aan de uitvoering van het beleid? • Zijn de rollen en de beoogde bijdragen van de betrokken spelers in het beleid expliciet benoemd?

3.1

Doelen voor het armoedebeleid

In Best wordt in diverse beleidsnota’s, notities en producten uit de P&C cyclus ingegaan op het armoedebeleid. In het navolgende wordt daarop ingegaan.

3.1.1 Evaluatie minimabeleid 2015 en voorstel inkomensondersteuning 2016-2019 In 2015 heeft de raad bovengenoemde nota’s behandeld. Op basis van de evaluatie minimabeleid 2013-2015 en de overwegingen voor nieuw beleid over periode van 2016 tot en met 2018 heeft de raad het volgende raadsvoorstel aangenomen: 1. ‘De Evaluatie Minimabeleid 2015 voor kennisgeving aan te nemen. 2. Kennis te nemen van het collegebesluit tot het verlengen van de subsidie aan de Voedselbank Best e.o. met ingang van 1 januari 2016 voor de duur van drie jaar. 3. Te besluiten met ingang van 1 januari 2016 voor de duur van 3 jaar de volledige kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en -heffingen te verlengen voor alle burgers met een inkomen tot 100% van het sociaal minimum. 4. Te besluiten de ondersteuning van kinderen van 0 tot en met 18 jaar in gezinnen van minima in de gemeente Best met ingang van 1 januari 2016 uit te laten voeren door de Stichting Leergeld Best e.o. 5. Te besluiten tot uitbreiding van de doelgroep kinderen van 0 tot en met 18 jaar voor gezinnen in de gemeente Best met een inkomen tot 120% van het minimumloon. 6. Te besluiten dat voor de doelgroep volwassen een nieuwe regeling voor maatschappelijke participatie opgesteld dient te worden op grond van de Gemeentewet die voor 1 januari 2016 ter besluitvorming aan de gemeenteraad moet worden voorgelegd.’

3.1.2 Beleidsplan schuldhulpverlening 2018-2021 In dit beleidsplan wordt een beknopt overzicht aangegeven wat de essenties zijn: • ‘Voorzetting van de huidige benadering. De contracten met Lumens en de kredietbank inzake schuldhulpverlening worden voortgezet, waarbij maatwerk in het contract is afgesproken.

8

• • •

• •

Primaire preventie: Inzetten van goede communicatie over de beschikbare hulp zodat inwoners tijdig ondersteuning kunnen vinden. Secundaire preventie: Dit gaat over vroegtijdige onderkenning, opsporing en behandeling, meestal bij specifieke risicogroepen. In deze vorm van preventie spelen al onze partners in Bestwijzer samen met het Ondersteuningsteam Best (OTB) de hoofdrol. Overige preventieve activiteiten als een cursus rondkomen met inkomen, workshops aan uitkeringsgerechtigden, gastlessen op scholen, voorlichting aan partners in het veld, trainingen voor vrijwilligers, bijeenkomsten voor werkgevers en spreekuren voor leerlingen (bij het MBO op school). Hierbij is aandacht voor veranderingen in de financiële situatie bij life - events. In te vullen in overleg met Lumens. Werkzaamheden in het kader van stabilisatie van schulden, het treffen van regelingen om tot terugbetaling van schulden te komen, duurzame financiële dienstverlening en alle juridische trajecten via de kredietbank worden voortgezet. Nieuwe accenten: o In de komende planperiode besteden we extra aandacht aan de doelgroepen jongeren beneden de 25 jaar, ouderen, statushouders en anderstaligen. o Daarnaast gaan we kostenreductie voor beschermingsbewind onderzoeken. o Tot slot worden contacten met werkgevers geïntensiveerd met als doel schulden van werknemers in een eerder stadium te kunnen oplossen.’

Hoewel de beleidsplanperiode is afgelopen, is er tot nu toe geen nieuw plan schuldhulpverlening opgesteld. Ten tijde van het onderzoek werd er gewerkt aan een nieuw beleidsplan.

3.1.3 Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS) Met ingang van 2021 is bovenstaande wet ingegaan. Hiermee is vroegsignalering van schulden wettelijk verplicht. Het belang van preventie wordt daarmee onderstreept. Vooruitlopend op deze wet is in Best al in 2019 begonnen met vroegsignalering van schulden. De uitvoering is neergelegd bij Lumens. Daardoor kon in 2021 op de ingeslagen weg verder worden gegaan.

3.1.4 Beleidsakkoord 2022-2026 In het Beleidsakkoord wordt niet specifiek op armoedebeleid ingegaan. Wel wordt in meer algemene termen aandacht gevraagd voor inwoners, die in een moeilijke situatie verkeren. Zo wordt bij de paragraaf over het sociaal domein bijvoorbeeld opgemerkt: ‘De focus ligt op de kwetsbare inwoners, maar we hebben ook aandacht voor een nieuwe (onzichtbare) groep, die mogelijk in de problemen komen door bovengenoemde ontwikkelingen. De afgelopen periode hebben we ingezet op ruimte voor de professional, en dat doen we ook graag deze periode. Daarbij benoemen we zo min mogelijk kaders, maar sluiten we aan bij wat er vanuit de uitvoering nodig is om inwoners te ondersteunen. We geven hiermee vertrouwen aan de professional. Het doel staat centraal niet het middel of het proces.’

3.1.5 Kaderbrief 2023-2026 In de Kaderbrief 2023 wordt op het thema Minimabeleid en schuldhulpverlening het volgende gesteld: ‘In 2022 zijn inwoners geconfronteerd met stijging van de energiekosten en inflatie. Een deel van de inwoners krijgt daardoor te maken met betalingsproblemen. Er is vanuit het Rijk een 9

energiecompensatie geboden voor de lage inkomens die de gemeente verstrekt aan inwoners met inkomen tot 120% van het minimumloon. Daarnaast gebruiken we het beschikbare noodfonds om, in overleg met Lumens-schuldhulp, financieel maatwerk te bieden. De mogelijkheden om minima te ondersteunen zijn de afgelopen maanden extra gecommuniceerd. De integrale werkwijze gericht op bereiken van inwoners, preventie, vroeg-signalering (schuldhulpverlening) en het bieden van maatwerk (vanuit samenwerking) zal ook in 2023 worden gecontinueerd.’

3.1.6 Begroting 2023 In de begroting voor 2023 worden de doelen uit de nota minimabeleid (uit 2015) als basis genomen. Onder de noemer ‘wat willen we bereiken?’ is aangegeven: • ‘Dat onze inwoners geen zorg mijden en deels voor de kosten van hun eigen zorgverzekering en deels voor de kosten van de eigen bijdrage zorgverzekering worden gecompenseerd. • Inwoners met een minimum inkomen doen mee in de samenleving. • Iedereen heeft toegang tot goede medische zorg, ongeacht het inkomen. • Kinderen in een uitkeringsgezin tot 18 jaar monitoren om te sturen op inzet minimabeleid.’ Er zijn geen doelen geformuleerd over een preventieve aanpak en vroegsignalering van armoede, ondanks de onder 3.1.3 genoemde Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening.

3.1.7 Verordeningen en beleidsregels Naast de hiervoor genoemde beleidsdocumenten zijn in verband met de uitvoering van het beleid de zogenaamde verordeningen en beleidsregels van belang. Hieronder worden deze genoemd. Verordening individuele inkomenstoeslag 2023 De raad heeft deze verordening vastgesteld. In het verlengde daarvan heeft het college beleidsregels vastgesteld. De voorwaarden om voor deze regeling in aanmerking te komen, zijn: • ‘U bent ouder dan 21 jaar maar u ontvangt nog geen AOW. • U heeft al 2 jaar of langer een minimuminkomen en uw inkomen is niet hoger dan 110% van de voor u geldende bijstandsnormen (PDF, 62.9 kB) • U heeft niet meer spaargeld of vermogen dan u voor de bijstand mag hebben. • U ontving voor de afgelopen periode van 12 maanden niet eerder een individuele inkomenstoeslag. • U bent niet in staat met werk een hoger inkomen te krijgen. • U heeft geen (verwijtbaar) uitzicht op inkomensverbetering.’ Beleidsregels bijzondere bijstand (febr 2023) Hierin worden de voorwaarden en de procedures beschreven voor de uitvoering van de bijzondere bijstand, gelet op het gestelde in de participatiewet.

Beleidsregel tegemoetkoming kosten kinderopvang sociaal medische indicatie (2019) Wanneer een ouder of één van de ouders niet werkt of een traject naar werk volgt dan valt het gezin niet onder de Wet kinderopvang en komt dit gezin niet in aanmerking voor de kinderopvangtoeslag. Toch kan het soms in het belang van de ouders of van het kind zijn om gebruik te maken van kinderopvang. De tegemoetkoming maakt de financiering van deze kinderopvang mogelijk. Regeling Compensatie eigen risico zorgverzekering 10

Inwoners van Best met een laag inkomen die langdurig hoge zorgkosten hebben, kunnen een tegemoetkoming krijgen voor het eigen risico van de zorgverzekering (in de vorm van bijzondere bijstand). De deelnamegrens is 120% van de bijstandsnorm. Noodfonds energie (2022) De gemeente Best heeft een extra regeling gemaakt om inwoners, die onder andere moeite hebben met het betalen van de energierekeningen, te helpen. De gemeenteraad stelde hiervoor € 150.000 beschikbaar. Het kan daarbij ook gaan om andere schulden. Schulden die ontstaan zijn doordat u hoge energielasten heeft. De regeling kent geen inkomensgrens. Verordening Meedoen in Best 2023 Hiermee wil de gemeente Best bevorderen dat elke inwoner kan deelnemen aan sociale, culturele en sportactiviteiten. Daarom is het via deze regeling mogelijk een vergoeding te krijgen voor kosten voor een zwembadabonnement, lidmaatschap bibliotheek, contributies verenigingen, entreekosten voor attractieparken, concerten, theater en bioscoop, sportwedstrijden en festivals, abonnement krant, telefoonabonnement of een kabelaansluiting.

3.1.8 Notitie sociale basis Hoewel de notitie sociale basis niet officieel als beleid is vastgesteld, wordt er hier toch op gewezen. Aan deze notitie wordt op dit moment nog gewerkt in de ambtelijke organisatie. Er zitten belangrijke aanknopingspunten in voor het toekomstig (armoede)beleid. De sociale basis ‘bestaat uit wat bewoners met en voor elkaar doen en de meer professionele, georganiseerde sociale basisvoorzieningen.’ In september 2022 is een ambitienotitie opgesteld, waarin als belangrijkste thema’s naar voren komen: • ‘De regierol van de gemeente; • Sturing vanuit professioneel accounthouderschap en beleidsgestuurde contractfinanciering; • Het bereiken van gezamenlijke doelstellingen met (het betrekken van) de partners; • Uitwerking van drie ontwikkelingslijnen: o Inclusieve samenwerking In beleid, uitvoering en financiën. Er is sprake van een integraal sociaal domein. We hebben een samenleving waarin plaats is voor iedereen en meedoen naar vermogen het vertrekpunt is. Inwoners zien om naar elkaar vanuit het principe van wederkerigheid en nemen verantwoordelijkheid voor zichzelf en hun rol in de gemeenschap. o Sterke sociale basis. De basisstructuur (en het grote netwerk van verenigingen en vrijwilligers daarachter) is op elkaar afgestemd en kan de meeste hulp- en ondersteuningsvragen zelf oplossen. Preventie wordt gericht ingezet in situaties waar dit effectief is.

We zetten krachtig in waar nodig. We hebben een sterke sociale basis met algemene en preventieve voorzieningen om inwoners zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen laten wonen, werken en leven, zonder de inzet van een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo, jeugdhulp, inkomensondersteuning of reintegratie. o Afgestemde toegang/integraal werken Het voorliggende veld en de toegang op de geïndiceerde zorg zijn op elkaar afgestemd. De dienstverlening tussen de jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, participatie, schuldhulpverlening en het ondersteuningsteam Best (OTB) is op elkaar afgestemd. We hebben een aanbod van geïndiceerde voorzieningen als inwoners het alleen, met hun netwerk of ondersteuning vanuit de sociale basis niet redden. Vragen van inwoners kunnen op 11

verschillende plekken binnenkomen, maar de beantwoording en ondersteuning wordt integraal afgestemd. We bekijken de benodigde inzet in samenhang met de andere ondersteuning in de lokale sociale infrastructuur.’ Daarnaast worden uitgangspunten benoemd voor deze drie ontwikkelingslijnen. Daarbij worden genoemd: o ‘wij focussen bij het uitwerken van de thema’s in acties gericht op een wijkgerichte aanpak met oog voor kwetsbare (groepen) inwoners. o Wij zetten in op het samenwerken met en tussen inwoners. o Wij houden rekening met vrijheid van handelen voor medewerkers en professionele partners. o Wij geven ruimte aan vernieuwende initiatieven en pilots.’

3.1.9 Opvattingen van gesprekspartners over het beleid In de gesprekken is ook ingegaan op het armoedebeleid in Best. Het valt veel gesprekspartners op dat er nog wordt gewerkt met oude beleidsnota’s. Actualiseringen hebben plaatsgevonden op onderdelen van het armoedebeleid. Het geheel maakt een versnipperde indruk, waardoor het ook moeilijk is om overzicht te krijgen. Ad-hoc wordt er ingesprongen op nieuwe aanleidingen. De samenhang tussen de verschillende onderdelen van het armoedebeleid en de uitvoeringsacties is moeilijk traceerbaar. Wat de echte beleidsprioriteiten zijn en welke acties in het verlengde daarvan moeten worden ondernomen is niet uitgewerkt. Als belangrijkste reden hiervoor wordt opgemerkt dat de ambtelijke capaciteit beperkt is. Daardoor moet fors worden geïmproviseerd om de meest noodzakelijke zaken geregeld te krijgen. Dit gebeurt overigens met grote inzet en een grote betrokkenheid, zo is het beeld van de Rekenkamer. En ook externe partners wijzen daarop. Door die beperkte ambtelijke capaciteit is het niet mogelijk gebleken om de beleidsnota’s tijdig te actualiseren en door te vertalen in een uitvoeringsagenda. Het ontbreken daarvan en van een samenhangend overzicht wordt als gemis ervaren.

Verschillende gesprekspartners geven aan dat het voorgaande overigens niet hoeft te betekenen dat er nu een dikke beleidsnota over het armoedebeleid moet worden opgesteld. De wensen gaan meer in de richting van een concrete uitwerking van het thema armoede in het verlengde van de uitgangspunten voor de sociale basis, zoals hiervoor genoemd. De energie zou vooral gericht moeten zijn, zo wordt opgemerkt, op de benoeming van en de afstemming tussen concrete activiteiten van de gemeente en de verschillende bij de aanpak van de armoede betrokken spelers. Met de centrale uitgangspunten als leidraad gaat het er vooral om de vertaling naar ‘het doen’ te maken. Dat vraagt om een vorm van coproductie tussen de betrokken spelers, resulterend in een meerjarig plan. Daarmee wordt focus verkregen en ook duidelijk wat niet gebeurt op korte termijn. Overigens is eerder aangegeven dat er op dit moment gewerkt wordt aan het opstellen van een (wettelijk verplichte) nota schuldhulpverlening. Daarin zou op bovenstaande wensen kunnen worden ingespeeld.

3.2

Richtinggevend karakter van het beleid

In algemene zin geeft het beleid richting aan de uitvoering. In de producten van de P&C cyclus zijn de doelen van de nota minimabeleid opgenomen en daaraan worden verschillende uitvoeringsactiviteiten gekoppeld. Daarnaast geeft de nota schuldhulpverlening richting aan de 12

uitvoering. Ook in de verordeningen en beleidsregels is zichtbaar dat deze (wat verouderde) beleidsrichtingen zijn doorvertaald. Het richtinggevend karakter van het beleid is niet terug te zien in de vorm van een operationeel uitvoeringsprogramma, waarin de acties van de verschillende betrokken spelers worden aangegeven. Met de aanzetten uit de notitie sociale basis dienen zich ook overigens andere richtingen aan, die vragen om een doorvertaling. Daarin worden nieuwe richtingen uitgezet, die ook consequenties hebben voor de aanpak van de armoede in Best. Daarbij kan worden gedacht aan de intensivering van het wijkgericht werken, de integraliteit in de aanpak en de inzet op een stevige sociale basisstructuur.

3.3

De benoeming van de rollen

In het beleid zijn de rollen van de verschillende betrokken spelers niet expliciet benoemd. Daarmee is aan de voorkant niet vastgelegd wat van wie verwacht wordt bij de aanpak van de armoede in Best. En dat terwijl veel spelers in beeld zijn: verschillende gemeentelijke afdelingen, Bestwijzer, waarbinnen weer veel betrokken spelers actief zijn, de Adviesraad Sociaal domein, de Voedselbank, de Stichting Leergeld, scholen, huisartsen, kerken, e.d. Het gevaar van onvoldoende coördinatie, afstemming en eventueel dubbel werk is daarmee aanwezig. Of positiever geformuleerd: op welke wijze kunnen de krachten vanuit de verschillende rollen het meest effectief worden gebundeld? Dat begint met duidelijkheid over de te vervullen rollen van de betrokkenen. In de uitwerking zijn op onderdelen de rollen overigens wel nader geduid, bijvoorbeeld in het kader van de opdrachtverlening aan Lumens en de LEV groep.

3.4

Conclusies over het beleid

Uit het voorafgaande kan worden geconcludeerd: • De beleidsformulering laat een versnipperd beeld zien. De nota minimabeleid stamt uit 2015 en de looptijd van de wettelijk verplichte nota schuldhulpverlening is verlopen. Er is geen samenhangende actuele beleidsnota of beleidsoverzicht over armoede en ook heeft er geen vertaling plaatsgevonden naar een concrete uitvoeringsagenda voor - en in overleg met - de verschillende betrokken spelers. • Recent beleid - mede onder invloed van het rijksbeleid en lokale ontwikkelingen - is ad-hoc tot stand gekomen via aanpassingen op onderdelen. • Vanuit de beschikbare capaciteit wordt met grote inzet en betrokkenheid gewerkt aan de armoedeopgave. Deze capaciteit is echter zodanig beperkt dat er geïmproviseerd moest worden om de meest essentiële beleidsaanpassingen op onderdelen te realiseren. Actualisering van het minimabeleid en de nota schuldhulpverlening kon daardoor niet tijdig worden gerealiseerd. • Voor de nabije toekomst bevat de notitie sociale basis interessante aanknopingspunten: het thema armoede zou daarin aangehaakt kunnen worden, eventueel in combinatie met de wettelijk verplichte beleidsnota schuldhulpverlening. • De verouderde nota’s minimabeleid en schuldhulpverlening geven op dit moment nog het duidelijkst richting aan de beleidsuitvoering. Zo is de nota minimabeleid herkenbaar opgenomen in de producten van de P&C cyclus.

13

•

4.

In het beleid worden de rollen van de bij het armoedebeleid betrokken spelers aan de voorkant nauwelijks benoemd. Het risico van onduidelijkheid en onvoldoende afstemming tussen de verschillende spelers is daarmee aanwezig.

DE DOORWERKING VAN HET BELEID IN DE PRAKTIJK

In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen over de resultaten van het armoedebeleid: • Liggen de uitvoeringsactiviteiten herkenbaar in het verlengde van de beleidsdoelen? • Welke resultaten zijn afgelopen jaren geboekt in de uitvoering van het beleid? • Welke factoren dragen in positieve en welke in negatieve zin bij aan de beleidsrealisatie?

4.1

De uitvoering in de lijn van de doelen

Eerder is geconstateerd dat de vastgestelde doelen voor het armoedebeleid gedateerd zijn en via tal van deelbeslissingen tot stand zijn gekomen. Dat maakt het lastig om een scherp antwoord te geven of de uitvoering van het beleid in de lijn ligt van de doelen. In meer abstracte zin kan overigens wel worden gesteld dat de uitvoering in de lijn ligt van de uitgesproken ambities. De in de volgende paragraaf aangegeven resultaten van beleid liggen in het verlengde van het beleid voor minimainkomens en voor schuldhulpverlening. Ook in de afspraken van de gemeente met Lumens en de LEV Groep komt dit tot uiting. Beleidsmatige uitgangspunten klinken herkenbaar door, bijvoorbeeld over de aanpak van vroegsignalering. Een duidelijke koppeling tussen doelen en de uitvoeringsactiviteiten is echter lang niet altijd aanwezig. Van een systematische uitwerking van doelen in een uitvoeringsprogramma is geen sprake.

4.2

Resultaten van het beleid

De resultaten van het beleid zijn veelsoortig. Het is lastig een goed beeld te krijgen over het volledige pakket van prestaties en effecten. De informatie daarover, indien beschikbaar, is versnipperd. Ondanks dat, wordt hierna een beeld gegeven van de inzet op armoede in Best aan de hand van verschillende typen projecten, rapportages en uitvoeringsmaatregelen. Daarbij wordt achtereenvolgens ingegaan op de minima-effectrapportage, de vroegsignalering en de activiteiten van de verschillende betrokken spelers. Ook worden elementen uit de gesprekken met de verschillende spelers hierbij betrokken.

4.2.1 Minima-effectrapportage gemeente Best 2023 Bij het beeld over de armoedesituatie in Best is ook al geput uit bovengenoemde rapportage. Zoals de titel aangeeft wordt in het rapport ingegaan op de effecten van beleid. De koppeling met de beleidsinspanningen is moeilijk te maken. Het gaat meer om het totaal van effecten, dat is opgetreden onder invloed van het beleid op landelijke en lokaal niveau. 14

Vanuit de optiek van de resultaten van het beleid is de volgende passage relevant: ‘De gemeente Best heeft al een aantal goede beleidskeuzes gemaakt om de bestedingsruimte voor paren met kinderen te verruimen, zoals de collectieve zorgverzekering, de Meedoenregeling en de vergoedingen vanuit Stichting Leergeld. Dit geldt zeker wanneer alle regelingen alsook de energietoeslag wordt meegenomen.’ Om de resultaatgerichtheid te vergroten geeft het rapport nog enkele adviezen. Zo beveelt het rapport aan om een goed financieel beheer te stimuleren. Bijvoorbeeld door het aanbieden van cursussen, begeleiding en budgetcoaching en het verminderen van het niet gebruik van regelingen. Het Nibud adviseert: ’in het beleid sterk de nadruk te leggen op het verminderen van niet-gebruik. Bijvoorbeeld door gerichte communicatie te stimuleren met hulp van verschillende lokale organisaties, waaronder ook die in de gezondheidzorg. En zorg voor eenvoudige procedures met betrekking tot toekenning, bijvoorbeeld door aanvragen te combineren. Het niet-gebruik is vooral groot onder werkenden.’ Voor huishoudens met een hoger inkomen, die vanwege de hoge energieprijzen moeite hebben met rondkomen, adviseert het NIBUD ‘de mogelijkheid van bijzondere bijstand open te houden.

Hetzelfde geldt voor huishoudens met een bovengemiddeld hoog energieverbruik, bijvoorbeeld als gevolg van een medische aandoening of een energie-onzuinige woning. Ook voor deze huishoudens is een (extra) tegemoetkoming vanuit de gemeente zeer wenselijk. Ten aanzien van energieverbruik en isolatie, blijkt uit onderzoek dat juist minima vaak in minder goed geïsoleerde woningen wonen en daardoor een hoger dan gemiddeld verbruik hebben. De energielasten zullen een groter deel van de woonlasten, en daarmee ook van de totale begroting, gaan innemen.’

4.2.2 Vroegsignalering In het armoedebeleid wordt grote betekenis toegekend aan de zogenaamde vroegsignalering om zo vroeg mogelijk (dreigende) armoede op het spoor te komen en op een vroegtijdig moment een verder wegzakken in een armoedesituatie te voorkomen. In het beleidsplan schuldhulpverlening is het belang van een preventieve aanpak benoemd. Ook in de praktijk is Best een van de eerste gemeenten geweest, die hiermee aan de slag ging. Zo is het ‘Project Vindplaats van Schulden’(VPS) opgezet en uitgewerkt. Bij de start van het project is samenwerking voorzien met Bestwijzer, Zorgverzekeraars, Woningbouwcorporaties, Energieleveranciers, Brabant Water en Gemeentelijke Belastingen. Inmiddels is het aantal partners, met wie op dit terrein wordt samengewerkt, verder uitgebreid. In deze uitwerking heeft Lumens een grote rol gespeeld. Door de gemeente zijn per 1-1-2023 hiervoor ook meer uren beschikbaar gesteld. Voor vroegsignalering is contact en zichtbaarheid in de wijk van groot belang. Daarom is Lumens aangesloten bij een project in Wilhelminawijk, dat vanuit de focus veiligheid gestart is. In de context van Brianport wordt voorts ook met werkgevers over het thema vroegsignalering gesproken. Ondanks deze inspanningen worden veel mensen niet bereikt, zo komt in de gesprekken naar voren. Zo wordt het beschikbare budget in het Noodfonds Energie bij lange na niet opgemaakt.

Regelingen zijn lang niet altijd bekend en ook de schaamte voor armoede wordt nogal eens genoemd als argument voor het onvoldoende bereik van de regelingen. Mensen in een armoedesituatie zullen zelf ook over drempels heen moeten, zo wordt opgemerkt. Ook in de werksessie (zie verslag hiervan in de bijlage) is dit als punt genoemd.

15

4.2.3 Diversiteit van activiteiten Uit de documenten en de gesprekken komt een grote diversiteit van activiteiten van veel spelers naar voren, die beogen de armoedesituatie in Best aan te pakken en te verbeteren. Hierbij kan ondermeer worden gedacht aan de activiteiten en regelingen van de gemeente, Lumens, LEV groep. Voedselbank, Stichting Leergeld en Adviesraad Sociaal Domein Best. In het navolgende wordt daarop ingegaan. 4.2.3.1 De activiteiten van de gemeente Het is lastig een compleet beeld te krijgen wat er gebeurt in de aanpak van het armoedebeleid, zo wordt regelmatig opgemerkt. Het is een versnipperd beeld. In dat opzicht is het goed dat er een compleet overzicht komt van de diverse beleidsonderdelen, de regelingen en instrumenten, die betrekking hebben op het armoedebeleid. Dit overzicht ontbreekt nu. Veel gesprekspartners - zowel vanuit de gemeente als van andere organisaties - onderstrepen het belang van een samenhangend overzicht. De activiteiten van de gemeente zijn veelsoortig, bijvoorbeeld door uitvoering van Inkomensregelingen, subsidiëring en diverse andere activiteiten. Uitvoering Inkomensregelingen Op de eerste plaats wordt gewezen op de uitvoering van diverse regelingen, die betrekking hebben op het armoedebeleid. In paragraaf 3.1.7 zijn deze benoemd. Het team Werk en Inkomen voert deze regelingen uit.

In de gesprekken wordt komt naar voren dat de afstemming van het team Werk en Inkomen met de partners in Bestwijzer aandacht behoeft. De kerntaak van het team Werk en Inkomen is rechtmatig uitvoeren van de regelingen en dat gebeurt ook. Een correcte toepassing van de regeling is daarbij essentieel en dat is leidend. Het systeem van regelingen staat voorop. Dat is een andere invalshoek dan de praktijk in Bestwijzer. Daar is de basishouding van de daarin actieve spelers gericht op het helpen van inwoners en wordt meer van vertrouwen uitgegaan. In de gesprekken en bij het ‘formulieren spreekuur’ in Bestwijzer komt ook naar voren dat de onderlinge bereikbaarheid aandacht behoeft. Zo bleek bij het formulieren spreekuur dat informatie over het betreffend dossier niet kon worden verkregen, omdat betreffende medewerk(st)ers van het team Werk en Inkomen niet aanwezig waren en er ook geen andere persoon informatie kon geven over eerdere aanvragen. Overigens wordt deze ‘spanning’ tussen deze benaderingswijzen herkend en aangegeven is dat daaraan wordt gewerkt. Vooral worden mogelijkheden gezien in het meer doorvragen bij cliënten over hun situatie en breder te kijken dan de aanvraag voor een regeling. Een ander aandachtspunt is de deling van informatie tussen de verschillende betrokken spelers. Vaak moeten gegevens meerdere malen worden opgegeven en verwerkt.

Door de onderlinge uitwisseling van informatie en de onderlinge bereikbaarheid te verbeteren, kan irritatie bij inwoners, vrijwilligers en professionals worden voorkomen. Ook met inachtneming van de Privacywet moet dat mogelijk zijn, zo wordt aangegeven. Door koppeling van bestanden zou ook voorkomen kunnen worden dat mensen met een bijstandsuitkering telkens voor iedere regeling apart een aanvraagmoeten doen. Mensen hoeven er dan niet telkens zelf achterheen. Het ‘niet-gebruik’ van regelingen kan daarmee worden afgezwakt. Ook is in de gesprekken gewezen op de praktijk in de gemeente Rotterdam. Daar wordt bij een verlaging van de uitkering het proces van kwijtschelding van heffingen door de gemeente in gang gezet en geregeld. Inwoners hoeven dan niet weer een nieuwe uitgebreide aanvraagprocedure te volgen. Vanuit de gegevens die de gemeente heeft, is dat mogelijk. 16

Subsidiëring Een grote inzet in de aanpak van de armoede wordt geleverd door het beschikbaar stellen van subsidies. Dat gebeurt bijvoorbeeld door subsidies aan Lumens, de LEV groep, de Voedselbank en de Stichting Leergeld. Overige beleidsmatige activiteiten In het verlengde van de (verouderde) beleidsnota’s worden diverse activiteiten ondernomen. • Bijstellingen van beleid op onderdelen, gelet op ondermeer de uitvoering van nieuwe rijksregelingen of actualiseringen van Verordeningen. Gedacht kan hierbij ook worden aan de ‘Meedoenregeling. Met deze regeling wordt beoogd drempels weg te nemen, met name voor huishoudens met een inkomen rond het sociaal minimum. • Periodiek vindt overleg plaats met de uitvoerders van het beleid. De meeste samenwerkingspartners (vooral professionele partners als Lumens, Lev groep, woningbouwcorporatie, e.d.) beoordelen deze samenwerking als zeer positief. Er is oog voor afstemming tussen beleid en uitvoering, • Ook wordt ad-hoc voorlichting gegeven over de mogelijkheden van financiële ondersteuning vanuit de gemeente via het weekblad Groeiend Best, via verschillende organisaties en via de lokale omroep. • Zoals hiervoor al aangegeven is ter stimulering van de vroegsignalering afgelopen periode extra geld beschikbaar gesteld aan Lumens om de aanpak te intensiveren.

Via het wijkgericht werken wordt gepoogd in de wijken in contact te komen met inwoners. • Tenslotte wordt gewezen op de mogelijkheden om aan te haken bij de specifieke uitkering (SPUK) ‘Gezond en Actief Leven Akkoord’ (GALA) en het Integraal Zorgakkoord (IZA). Het Gezond en Actief Leven Akkoord maakt een integraal preventief beleid mogelijk op gemeentelijk niveau en bij het Integraal Zorgakkoord gaat het vooral om de zorgtransformatie op lokaal niveau. Via een integrale aanpak kan dit nieuw geld ook voor armoedeprojecten worden ingezet, zo wordt in enkele gesprekken aangegeven. Ten tijde van het onderzoek was het niet duidelijk op welke wijze dit gebeurt. 4.2.3.2 De activiteiten van Lumens Lumens geeft op verschillende wijzen uitvoering aan het armoedebeleid, zoals: het werk van sociaal raadslieden, schuldhulpverlening en de begeleiding van vrijwilligers op dit terrein. Ook wordt gewerkt aan vroegsignalering en preventieve activiteiten. Er zijn plannen om in 2024 nog meer focus te leggen op vroegsignalering, zowel in de wijken als gemeente breed. In de Jaarrapportage van Lumens wordt erop gewezen dat in 2022 ruim 130 trajecten schuldhulpverlening zijn gestart.

Ook is er gewerkt aan preventie door voorlichtingsactiviteiten over de verschillende regelingen en mogelijkheden voor hulp, aan een cursus budgetteren voor anderstaligen, de informatieverschaffing over witgoedregelingen en de organisatie van informatiebijeenkomsten over geld en armoede. Ondanks die inzet wordt ook hier gesignaleerd dat er mogelijkheden voor verbetering zijn. Zo wordt opgemerkt: ‘Gemeente breed kan nog beter worden ingezet op het informeren van inwoners over regelingen en het vergroten van de zichtbaarheid van mogelijkheden. Niet alleen in publicaties van de gemeente of Bestwijzer, maar ook in de plaatselijke pers, parochieblaadjes, verenigingsnieuws.’ Overigens is in Best in het verleden het boekje ‘Uitkomen met inkomen’ uitgebracht. Daarmee werd ook beoogd de weg te vinden in de wetten en regelgeving rondom inkomen in de meest brede zin van het woord. Alle relevante regelingen waren erin opgenomen. Een actualisering daarvan qua vorm en inhoud zou kunnen helpen, zo wordt vaak opgemerkt. Op die manier ontstaat een goed 17

zicht op de activiteiten, regelingen en organisaties, die bij de uitvoering van het armoedebeleid zijn betrokken. In dat verband wordt in de gesprekken gewezen op een mooi voorbeeld van een dergelijke informatiewijzer in de gemeente Helmond. Daarin zijn op heel overzichtelijke wijze de mogelijkheden en regelingen voor ondersteuning in beeld gebracht. In de gesprekken wordt gewezen op de vele initiatieven rondom armoede in Best. Ook in het Jaarrapport “Volwassenen en OTB’ van Lumens komt dit terug. Daarin wordt gesteld: ‘Er ontstaan allerlei initiatieven rondom armoede in Best. We merken dat het overzicht hierover ontbreekt en dus ook de samenhang en samenwerking. Met de gemeente hebben we de wenselijkheid besproken dat iemand op dit vlak overzicht heeft en zorgt voor coördinatie en verbinding. Zo leggen we een stevigere basis onder dit belangrijke thema en zorgen we ervoor dat de dienstverlening/begeleiding die inwoners van Best nodig hebben, er is, op preventief én curatief vlak. Wat lastig is rondom de situatie van de energietoeslag en het noodfonds, is dat er dingen vanuit de landelijke overheid én op regionaal niveau worden georganiseerd en dat wij hier ‘zomaar’ mee aan de slag gaan. Het komt bij ons dagelijkse werk en er moet eigenlijk nog continu bijgestuurd/aangepast worden.

Ook hierin zou een overkoepelende rol tussen ons en de gemeente ten aanzien van de initiatieven fijn zijn.’ 4.2.3.3 De activiteiten van de LEV groep De activiteiten van de LEV groep zijn vooral gericht op preventie. Daarnaast zijn er spreekuren en is er een informatiepunt praktische ondersteuning aan inwoners. Er zijn 7 beroepskrachten aanwezig, maar het allergrootste deel van alle activiteiten wordt uitgevoerd door 170 vrijwilligers. Ze werken in Bestwijzer, maar ook veel in de wijk; bijvoorbeeld elke maand in Wilhelminawijk met thee/koffie en de bakfiets, en om de twee maanden in de andere wijken. Het doel daarbij is in gesprek te komen met inwoners. Er is sprake van een toenemende vraag. Zo wordt in het Jaarverslag 2022 van de LEV groep opgemerkt: ‘Afgelopen jaar hebben wij een toename gezien van zowel het aantal als de complexiteit van de vragen. Dit heeft geresulteerd in meer en langere trajecten. De verwachting voor de aankomende jaren is dat deze ontwikkeling doorzet. Door in te gaan zetten op netwerkversterking, preventie en het opzetten van collectieve voorliggende voorzieningen dicht bij de inwoners in buurten en wijken, willen wij de toename en complexiteit van deze vragen gaan beteugelen.’ Door de LEV groep wordt ook gewerkt met buurtcoaches, die oog hebben voor thema’s als armoede, eenzaamheid, dementie, mantelzorg en laaggeletterdheid.

De buurtcoaches zijn het aanspreekpunt voor mensen in de wijk die vragen hebben, of ondersteuning nodig hebben. Er zijn verschillende ‘vindplekken’, waar buurtcoaches vragen ophalen, zoals Buurthuis Kadans, ontmoetingsruimte ’t Leeuweriksnest, maar ook via de ronde in de wijk en in contact met bewoners en samenwerkingspartners komen vragen bij LEV binnen. Daarnaast vervult Bestwijzer een belangrijke rol in deze. Uit verschillende gesprekken, ondermeer met de LEV groep, komt de wens over een betere informatiedeling naar voren. Op dit moment moeten cliënten vaak meerdere malen dezelfde informatie aanleveren. Het slimmer organiseren en het delen van informatie (bijvoorbeeld tussen Sociale Zaken en organisaties in Bestwijzer) zou de efficiency vergroten en de irritatie over telkens dezelfde informatie aanleveren verminderen. Zo bleek in een formulieren spreekuur dat informatie, die al in een dossier bij Sociale Zaken beschikbaar was, opnieuw moest worden doorgenomen en ingevuld. Dit mede omdat bij telefonisch navraag geen informatie over de status van het dossier kon worden verkregen door onbereikbaarheid van de gezochte medewerk(st)ers. 18

Uiteraard moeten de eisen van de wet op de privacy daarbij worden gerespecteerd, maar dat kan in de praktijk worden opgelost door vooraf toestemming te vragen aan cliënten. 4.2.3.4 De activiteiten van de Voedselbank De Voedselbank Best is een onderdeel van de Voedselbank Best, Son en Breugel en Oirschot. In Best wordt er voor ca € 320.000, - aan voedsel uitgedeeld. De gemeentelijke bijdrage aan de Voedselbank bedraagt ruim € 9.000, -. De financiële situatie van de aanvragers wordt gecontroleerd bij de aanvraag om gebruik te maken van de Voedselbank. Het gaat in Best om ca 53 huishoudens en ca 150 personen. Vanuit de Voedselbank wordt aangegeven dat veel mensen niet worden bereikt. Een actievere gemeentelijke rol zou helpen dit bereik te vergroten. Een concrete actie zou bijvoorbeeld kunnen zijn om de lijsten van de gebruikers van de Voedselbank eens te leggen naast de lijsten van de gemeente. Het vaak gehoorde argument dat dit niet kan vanwege de privacy kan makkelijk worden opgelost door mensen om goedkeuring te vragen voor een dergelijke actie. De voedselbank heeft dat gedaan voor andere gemeenten en dan blijkt dat de cliënten daarmee instemmen. Met een dergelijke vergelijking van bestanden kunnen mensen worden benaderd en worden geattendeerd op de mogelijkheden voor (financiële) ondersteuning en voor acties om ze financieel onafhankelijk te maken.

Door veel geïnterviewden wordt gewezen op het belang dat de gemeente organisaties opzoekt, die al dieper in die samenleving actief zijn. Dat vergroot het bereik. Daarbij wordt voor de gemeente vooral een rol gezien als regisseur, die zorgt voor stimulering en afstemming van activiteiten. 4.2.3.5 De activiteiten van de Stichting Leergeld De doelstelling van Stichting Leergeld is kinderen te laten participeren in de samenleving. Dat gebeurt door kinderen te helpen, die niet zouden kunnen ‘meedoen’ vanwege onvoldoende financiële middelen van de ouders. Op die manier worden kansen geboden om te kunnen deelnemen aan binnen- en buitenschoolse activiteiten. Volgens het jaarverslag 2022 van de Stichting werd in Best bijna € 116.000 ingezet voor de doelgroep. De doelgroep zijn huishoudens met 120% van het bijstandsniveau. Het ging daarbij om de ondersteuning van 309 kinderen en 179 gezinnen. De ondersteuning betreft contributies van verenigingen, sportartikelen, fietsen, laptops, e.d.. Er wordt overigens op gewezen dat de totale doelgroep bij lange na niet wordt bereikt. Geschat wordt dat ca 35% wordt bereikt. 4.2.3.6 De aanbevelingen van de Adviesraad Sociaal Domein Best (ASDB) op Armoede Hoewel de ASDB primair gericht is op advisering en niet op de uitvoering van beleid, wordt hier toch gewezen op het onlangs uitgebrachte advies over eenzaamheid en armoede.

In dat advies is een aantal aandachtspunten en toetsingscriteria benoemd, die belangrijk worden geacht bij het beleid en de beleidsuitvoering rondom eenzaamheid en armoedebeleid. Gewezen wordt op het belang van: • Maatwerk in de communicatie; • Systematische aanpak armoede met duidelijke regie; • Een integrale en inclusieve aanpak, ondermeer door krachtige samenwerking tussen beleidsvelden, partners en op wijkniveau; • Een preventieve aanpak, die structureel is en continuïteit laat zien; • Experimentele wijkgerichte pilots; • Alertheid op eenzaamheid en de vaak daarmee samenhangende armoede; • Outreachend werken met een externe gerichtheid en open houding. 19

In de gesprekken over armoede, die de Rekenkamer met verschillende partners heeft gevoerd, komen deze aandachtspunten ook vaak terug. In de reactie van het college van B&W op dit advies worden deze aandachtspunten in algemene zin onderschreven en wordt toegelicht op welke wijze daarmee op dit moment wordt omgegaan. 4.2.3.7 De activiteiten van overige organisaties in Best Hoewel soms minder zichtbaar zijn er ook andere organisaties, die een rol spelen in de aanpak van de armoede in Best. Hierbij wordt ondermeer gedoeld op de inzet van woningbouwcorporaties, kerken, moskeeën, huisartsen, sportverenigingen, scholen, KBO en PVBE. Zij hebben geen specifieke taak om armoede te bestrijden en zijn in dat opzicht minder zichtbaar. Dat laat onverlet dat zij van grote betekenis kunnen zijn voor de aanpak van de armoede. Juist bij de aanpak van verborgen armoede kunnen zij een grote impact hebben. Door de directe contacten met de inwoners hebben zij een diep bereik in de samenleving en kunnen daardoor armoedesituaties vroegtijdig op het spoor komen. Daarom is in het kader van dit onderzoek ook gesproken met enkele kerken en een woningbouwcorporatie. Daarbij is een positieve houding geconstateerd om hun bijdrage te leveren aan de aanpak van de armoede. Uitbreiding van een ‘armoede netwerk’ met deze spelers kan helpen de verborgen armoede beter op het spoor te komen.

Vooral wordt waarde gehecht aan het maken van concrete uitvoeringsafspraken en de afstemming hiervan.

4.3

Positieve en negatieve factoren bij de beleidsrealisatie

In het voorafgaande hebben al diverse factoren doorgeklonken, die invloed hebben op de beleidsrealisatie. In een ordening in termen van positieve en negatieve invloed worden ze hier nog eens bij elkaar geplaatst.

4.3.1 Positieve en negatieve factoren bij de beleidsrealisatie Als positieve factoren bij de beleidsrealisatie komen naar voren: • Korte lijnen tussen gemeentelijke beleidsmakers en professionele uitvoerders van het armoedebeleid: beleid en uitvoering worden daardoor goed afgestemd. • De samenwerking binnen Bestwijzer: de client staat centraal, de samenwerking verloopt soepel, mede door snelle schakeling tussen de verschillende organisaties en vrijwilligers. • Flexibel inspelen op nieuwe ontwikkelingen: afgelopen jaren is door de ambtelijke organisatie en externe partners flexibel ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen en regelingen vanuit het rijk, bijvoorbeeld op het terrein van de energie armoede. • De inzet van de ambtelijke organisatie kan worden gekwalificeerd als betrokken, gedreven en vol inzet. Maar de beschikbare capaciteit is beperkt. Dit komt bij de negatieve factoren terug. • De inzet van energiecoaches: hun bezoek bij mensen thuis en de open blik naar eventueel andere problemen dan de mogelijkheden om de energiekosten omlaag te brengen. • De wijkgerichte aanpak: daarmee ontstaan contactkansen met inwoners, die in een armoedesituatie zitten of daarin terecht dreigen te komen.

Als negatieve factoren bij de beleidsrealisatie komen naar voren: • Onvoldoende regie en zicht op het totale armoedespeelveld: de activiteiten van de verschillende spelers worden daarmee niet echt gebundeld of afgestemd. Daarmee is ook onvoldoende duidelijk wie wat doet en de regie daarop ontbreekt. De beperkte ambtelijke capaciteit speelt hierin een belangrijke rol. 20

•

• •

•

•

4.4

Een zwakke schakeling tussen Bestwijzer en het team Werk en Inkomen: het gaat daarbij, ondanks de verschillende taken, om een meer gemeenschappelijke houding om te helpen, ruimer te kijken dan de scope van een regeling en afstemming in de onderlinge bereikbaarheid. Belangrijk is het dan om de hulpvraag centraal te stellen en oog te hebben voor de vragen achter de vraag. De ingewikkeldheid van de regelingen: de aanvraag voor een regeling is voor veel inwoners ingewikkeld. Een goed overzicht van het totaal aan regelingen en wie daarin kan helpen ontbreekt. Bovendien moeten vaak dezelfde gegevens worden aangeleverd. Onvoldoende maatwerk in de informatievoorziening: Met het aanbieden van standaard informatie op de gemeentelijke website, informatiefolders of andere formele kanalen kan niet worden volstaan. De doelgroep wordt daarmee onvoldoende bereikt. Meer informele kanalen (via spelers zowel professionals als vrijwilligers) bieden meer kansen om echt in gesprek te komen met mensen in een armoedesituatie. Onvoldoende delen van informatie over de doelgroepen van het armoedebeleid: door bestanden van de verschillende spelers uit te wisselen en te vergelijken kunnen meer mensen worden bereikt. Door mensen daarvoor toestemming te vragen kan daarbij ook voldaan worden aan de eisen vanuit de Privacywet. Samenwerking met de partners, die dieper in de samenleving actief zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13884353/1