CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

24003.26 - Bijlage 17 bij Toelichting - Quickscan Wet natuurbescherming

Raadsvergadering 5 februari 2024, gemeente BestBij agendapunt: 24003 - Vaststelling Bestemmingsplan Heuveleindseweg e.o. Best10.808 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarnaast wordt grote delen van het terrein in de toekomstige situatie groen ingericht, waardoor permanente effecten op kleine marters niet wordt verwacht.

5.2

Algemeen voorkomende soorten Het onderzoeksgebied is geschikt als leefgebied voor algemeen voorkomende muizensoorten, haas, konijn en egel. Ook kunnen sporadisch algemene amfibieën voorkomen, zoals bruine kikker en kleine watersalamander. Voor deze soorten geldt dat deze door provincie Noord-Brabant voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming (bijlage 3). De omgeving van het onderzoeksgebied biedt ruim voldoende alternatief leefgebied voor een gunstige staat van instandhouding van deze soorten. Permanente negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden worden daarom niet verwacht. De werkzaamheden zelf hebben mogelijk wel een negatief effect op individuen van voorkomende soorten. Kleine zoogdiersoorten kunnen mogelijk worden gedood of vaste rust- en verblijfplaatsen worden vernield (Wnb artikel 3.10.1).

5.3

Beschermde gebieden In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn, zoals beschreven in hoofdstuk 4 beschermde natuurgebieden gelegen. Aangegeven wordt, welke effecten deze gebieden (mogelijk) kunnen ondervinden van de voorgenomen ingrepen. Eventueel te treffen vervolgstappen worden daarbij aangegeven. Tot slot is vermeld welke gevolgen de gebiedsbescherming heeft voor de uitvoering van dit project.

5.3.1

Natura 2000-gebieden Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Kempenland-West en is gelegen op een afstand circa 7 km van het onderzoeksgebied gelegen. Het project ruimte voor ruimte is voornemens op voormalig agrarische gronden kleinschalige woningbouw te realiseren, waarbij ook ruimte is voor groen en landschap. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand van de omliggende Natura 2000-gebieden tot het onderzoeksgebied (het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op een afstand van circa 7 km) en de ligging van de percelen aan de rand van bebouwd gebied, zijn externe effecten zoals veranderingen in waterstanden, licht en geluid uitgesloten. Sinds 1 juli jl. is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en alsmede het Besluit (Bsn) in werking getreden. Dit betekent dat voor de aanlegfase een stikstofdepositieonderzoek niet langer noodzakelijk is. Voor de gebruiksfase is een stikstofdepositieonderzoek nog steeds noodzakelijk, wanneer effecten als gevolg van stikstofdepositie op voorhand niet kunnen worden uitgesloten. Na realisatie van de woningen ontstaat er een toename van het aantal verkeersbewegingen. Gezien de omvang van het project en de verwachte toename van

24

het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van de nieuwbouw, is een toename van de stikstofdepositie (verzuring of vermesting) op omliggende Natura 2000-gebieden niet op voorhand uit te sluiten.

5.3.2

Provinciale gebiedsbescherming Zie hier paragraaf 4.2. Hieruit blijkt dat het onderzoeksgebied niet gelegen is binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en de Ecologische verbindingszone (EVZ). Direct naast het voormalige perceel van de nertsenhouderij ligt het bosgebied (bosschage en talud van Wilhelminastraat) dat is aangewezen als NNB. Door de ontwikkeling worden de wezenlijke kenmerken en waarden van de huidige staat van het NNB en de EVZ niet aangetast. In Noord Brabant dient ook rekening worden gehouden met de externe werking, omdat het terrein van de voormalige nertsenhouderij ten een gebied is gelegen dat is aangewezen als NNB. Het bosgebied dat tegen het plangebied is gelegen is volgens het natuurbeheerplan aangewezen als droog bos met productie. Omdat er recentelijke de nertsenhouderij is afgebroken zijn negatieve effecten door bijvoorbeeld stikstof al behoorlijk afgenomen. Daarnaast wordt een deel van het onderzoeksgebied in de toekomstige situatie ingericht als landschapspark. Hierdoor wordt het naastgelegen bos alleen maar versterkt en effecten kunnen worden uitgesloten.

5.3.3

Houtopstanden Er worden geen bomen en houtopstanden gekapt. Het onderdeel Houtopstanden en bomenlijst van de gemeente Best is niet van toepassing. Zie hiervoor paragraaf 4.3. Indien er toch bomen en/of opstanden worden gekapt dient een nadere beoordeling worden uitgevoerd.

25

6

CONCLUSIES Op basis van de resultaten uit dit verkennend flora- en faunaonderzoek, blijkt dat met de voorliggende werkzaamheden negatieve effecten veroorzaakt kunnen worden op een aantal beschermde diersoorten en beschermde gebieden. Voor de verschillende soort(groep)en wordt beschreven welke verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden en in hoeverre dit de realisatie van het voornemen in gevaar kan brengen. In de onderstaande tabel 3 zijn alle soorten opgenomen die uit het verkennend onderzoek naar voren zijn gekomen en waar aanvullend onderzoek en/of aanvullende maatregelen voor getroffen dienen te worden. Tabel 3. Samenvattende tabel flora en fauna onderzoeken. Soortgroep Effect Huismus Geen Steenuil

Geen

Ransuil

Geen

Overige vogels met jaarrond beschermde nesten Omgevingsscansoorten en algemeen voorkomende broedvogels Vleermuizen

Geen

Kleine marterachtigen Algemeen voorkomende amfibieën-, zoogdieren, enz.

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden NNB/EVZ Houtopstanden

Vervolgstappen Geen negatief effecten. Zie paragraaf 5.1.1.1. Geen negatieve effecten. Zie paragraaf 5.1.1.2. Geen. Indien er bomenkap wordt uitgevoerd controle uitvoeren kraaien en eksternesten en mogelijk vervolgonderzoek. Zie paragraaf 5.1.1.3. Geen. Zie ook paragraaf 5.1.2.

Doden of verwonden van vogels en/of het vernielen van eieren of nesten Mogelijke verstoring van verlichting op vliegroutes en verblijfplaatsen Geen

Rekening houden met het broedseizoen (half maart tot half juli). Zie paragraaf 5.1.2. en 5.1.3. Rekening houden met verlichting in de toekomstige situatie. Zie paragraaf 5.1.4.

De werkzaamheden hebben mogelijk een (tijdelijk) negatief effect op aanwezige algemeen voorkomende amfibieën-, zoogdieren- en leefgebied Effect Mogelijk negatief effect door stikstofdepositie Geen Geen

Rekening houden met de zorgplicht (artikel 1.11). Zie paragraaf 5.2.

Geen. Zie paragraaf 5.1.5.

Vervolgstappen Stikstofdepositieonderzoek Zie paragraaf 5.3.1. Geen. Zie ook paragraaf 5.3.2. Geen. Zie ook paragraaf 5.3.3.

26

7

GERAADPLEEGDE LITERATUUR Chinery, M., 2004. Nieuwe insecten gids. Tirion Natuur, Baarn Diepenbeek, A. van, Twisk, P., 2013. Veldgids, Diersporen. KNNV Uitgeverij, Zeist. Dietz, C. en A. Kiefer, 2017. Veldgids, Vleermuizen van Europa. KNNV Uitgeverij, Zeist Schauer, T., C. Caspari, en S. Caspari, 2016. Nieuwe plantengids voor onderweg. Kosmos Uitgevers, Utrecht. Stumpel, T. en H. Strijbosch 2017. Veldgids, Amfibieën en reptielen. KNNV Uitgeverij, Zeist Svensson, L., 2016. ANWB vogelgids van Europa. ANWB B.V., Den Haag Twisk, P., A. van Diepenbeek en J.P. Bekker, 2016. Veldgids Europese zoogdieren. Stichting Uitgeverij KNNV, Zeist. Nationale Databank Flora en Fauna Nationale Databank Flora en Fauna: gegevensexport op 02-04-2022. Websites www.floron.nl www.minez.nederlandsesoorten.nl www.overheid.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.synbiosys.alterra.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.vlinderstichting.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.brabant.nl www.Best.nl

27

BIJLAGEN

B1 NATUURBESCHERMING In deze bijlage vindt een beknopte toelichting plaats op de bescherming van planten- en diersoorten en Natura 2000-gebieden onder de Wet natuurbescherming. Daarnaast wordt een korte toelichting gegeven op beschermde natuur die valt onder het Natuurnetwerk Nederland, welke is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Daarnaast wordt aangegeven of sprake is van provinciale gebiedsbescherming binnen of nabij het onderzoeksgebied.

B1.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is van kracht sinds 1 januari 2017 en regelt zowel de bescherming van planten- en diersoorten, als de bescherming van Natura 2000-gebieden en houtopstanden. Daarmee vervangt de Wet natuurbescherming de inmiddels vervallen Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Op grond van de Wet natuurbescherming zijn aan Gedeputeerde Staten van de provincies diverse bevoegdheden toegekend. De provincies zijn met ingang van de Wet natuurbescherming (in de meeste gevallen) bevoegd gezag voor ontheffingen, vergunningen en meldingen op grond van deze wet. De provincies hebben allen voor hun eigen provincie de bevoegdheden uitgewerkt in verordeningen of beleidsregels. In de provinciale regelingen komen de volgende thema’s aan de orde: faunabeheer, jacht, schadebestrijding, vrijstelling soorten, gebiedsbescherming, houtopstanden en natuurbeleid. Voor zover relevant, is in de onderstaande paragrafen aandacht besteed aan de provinciale uitwerking van de Wet natuurbescherming.

B1.1.1 Bescherming planten- en diersoorten Bescherming op grond van de Wet natuurbescherming Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van planten- en diersoorten. De wet maakt onderscheid tussen drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Vogelrichtlijnsoorten Voor Vogelrichtlijnsoorten zijn de relevante verbodsbepalingen, in het kader van een verkennend flora- en faunaonderzoek, opgenomen in artikel 3.1. Op grond van dit artikel is het verboden: Opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels te doden of te vangen. Opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Opzettelijk vogels te verstoren. Dit verbod is alleen van toepassing wanneer hierdoor een wezenlijke invloed op de staat van instandhouding optreedt. Een ontheffing van de verbodsbepalingen voor Vogelrichtlijnsoorten kan worden verleend door Gedeputeerde Staten. Provinciale Staten hebben onder deze wet de bevoegdheid gekregen tot het verlenen van vrijstellingen, opgenomen in provinciale verordeningen. Ontheffingen of vrijstellingen worden alleen verleend wanneer is aangetoond dat er geen andere bevredigende oplossingen zijn en wanneer sprake is van (o.a.) een belang: In het kader van volksgezondheid of openbare veiligheid.

In het kader van de veiligheid van het luchtverkeer. In het kader van bescherming van flora en fauna. Daarbij wordt tevens getoetst of de staat van instandhouding van de soort niet verslechtert. Nest- en rustplaatsen van vogels – jaarrond beschermde nesten Voor een aantal vogelsoorten geldt dat het nest ook buiten het broedseizoen beschermd is. Hiertoe is door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in 2009 een indicatieve lijst met soorten opgesteld. De provincies Limburg en Overijssel hebben hiervoor inmiddels eigen beleid ontwikkeld. Voor de andere 10

B1-1

provincies geldt dat de opgestelde lijst door het Ministerie van LNV gehanteerd wordt. Hierbij zijn vijf categorieën vaste nesten te onderscheiden: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, daarbuiten in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (bijvoorbeeld steenuil). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (bijvoorbeeld roek, gierzwaluw, huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die (vrijwel) elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (bijvoorbeeld ooievaar, kerkuil, slechtvalk). 4. Nesten van vogels die jaar in, jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (bijvoorbeeld boomvalk, buizerd, ransuil). 5. Nesten van vogels die vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar tevoren hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (bijvoorbeeld oeverzwaluw, ekster en groene specht).

Een omgevingscheck door een deskundige dient uit te wijzen of in de omgeving voldoende gelegenheid is om zelfstandig een nieuw nest te bouwen of te zoeken. Habitatrichtlijnsoorten De relevante verbodsbepalingen, in het kader van een verkennend flora- en faunaonderzoek, voor Habitatrichtlijnsoorten zijn opgenomen in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Dit artikel stelt een verbod op het: Opzettelijk doden of vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV onderdeel a van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern of bijlage I van het verdrag van Bonn. Opzettelijk verstoren van dieren van genoemde soorten. Opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren van genoemde soorten. Opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren van genoemde soorten. Opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV onderdeel b van de Habitatrichtlijn, bijlage I van het Verdrag van Bern. Ook voor de verbodsbepalingen voor Habitatrichtlijnsoorten kunnen Gedeputeerde Staten een ontheffing verlenen en kunnen Provinciale Staten bij verordening vrijstellingen verlenen.

Ontheffingen of vrijstellingen worden alleen verleend, wanneer is aangetoond dat er geen andere bevredigende oplossingen zijn en wanneer sprake is van (o.a.) een belang: In het kader van bescherming van flora en fauna of de instandhouding van natuurlijke habitats. In het kader van volksgezondheid, openbare veiligheid of andere redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Daarbij wordt tevens getoetst of er afbreuk gedaan wordt aan het streven om de populaties binnen het natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Andere soorten Tot slot zijn een aantal planten- en diersoorten in de Wet natuurbescherming aangewezen als nationaal beschermde soorten. Deze soorten zijn alleen beschermd op grond van de Nederlandse wet en zijn niet genoemd in Europese richtlijnen of verdragen. De relevante verbodsbepalingen, in het kader van een verkennend flora- en faunaonderzoek, voor de nationaal beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 3.10 van de wet. Het is verboden: Opzettelijk in het wild levende dieren van de nationaal beschermde soorten te doden of te vangen. Opzettelijk vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren van nationaal beschermde soorten te beschadigen of vernielen.

B1-2

-

Opzettelijk planten van de nationaal beschermde soorten te plukken, verzamelen, af te snijden, ontwortelen of te vernielen.

Wederom is Gedeputeerde Staten bevoegd ontheffing te verlenen van de verbodsbepalingen en kunnen Provinciale Staten bij verordening vrijstellingen verlenen. Hiervoor gelden dezelfde regels als voor Habitatrichtlijnsoorten, waarbij de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling aanvullend ook verband kan houden met (o.a.): Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van een gebied en het daaropvolgend gebruik van het gebied. Bestendig beheer of onderhoud in landbouw en bosbouw. Bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen of in het kader van natuurbeheer. Bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een gebied. Algemeen belang. Daarbij wordt tevens getoetst of er afbreuk gedaan wordt aan het streven om de populaties binnen het natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Gedragscodes De verboden die in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 zijn neergelegd, zijn niet van toepassing wanneer wordt gehandeld volgens een door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode. Gedragscodes kunnen worden opgesteld voor handelingen in het kader van bestendig beheer en onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Toepassing van een goedgekeurde gedragscode waarborgt dat zorgvuldig wordt gehandeld.

Provinciale verordeningen Op grond van de Wet natuurbescherming hebben Provinciale Staten de bevoegdheid om in provinciale verordeningen algemene vrijstellingen te verlenen van de verbodsbepalingen genoemd in de wet. Van deze bevoegdheid hebben de verschillende provincies gebruik gemaakt. Dit betekent, dat de bescherming die soorten genieten, kan verschillen tussen provincies. De consequenties van de verordening van de provincie NoordBrabant voor de bescherming van planten- en diersoorten zijn hieronder kort beschreven. De provincie Noord-Brabant heeft de Verordening natuurbescherming vastgesteld. In hoofdstuk 3 van deze verordening zijn vrijstellingen opgenomen voor beschermde soorten. Voor verschillende nationaal beschermde diersoorten verleent Provinciale Staten vrijstelling van het verbod op het vangen van dieren en het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen van dieren ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud (zie bijlage 3). Deze vrijstellingen gelden alleen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. De verordening stelt daarnaast dat het opzettelijk verontrusten van overwinterende ganzen in door GS aangewezen ganzenrust- en foerageergebieden moet worden beschouwd als van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van de ganzensoort.

B1.1.2 Bescherming natuurgebieden Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijngebieden). Deze gebieden vormen, samen met Natura 2000-gebieden in andere Europese landen, een samenhangend geheel van natuurgebieden voor behoud, ontwikkeling en herstel van de Europese biodiversiteit. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. De ecologische doelen (instandhoudingsdoelstellingen) die in deze gebieden worden nagestreefd, zijn vastgelegd in de Aanwijzingsbesluiten. In paragraaf 2.3 van de Wet natuurbescherming zijn regels opgenomen voor de beoordeling van effecten van plannen, projecten en andere handelingen op Natura 2000-gebieden.

B1-3

Voor het realiseren van projecten of verrichten van andere handelingen – ongeacht of zij plaatsvinden binnen of buiten de begrenzing van een Natura 2000-gebied – is een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig, wanneer zij de kwaliteit van de natuurlijke habitattypen of de habitattypen van soorten kunnen verslechteren of een verstorend effect kunnen hebben op soorten waarvoor het gebied is aangewezen. De instandhoudingsdoelstellingen die voor het gebied zijn opgesteld zijn leidend bij de beoordeling van de effecten. Gedeputeerde Staten van de provincie zijn bevoegd om een vergunning te verlenen voor projecten die kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Bij vergunningaanvraag dient de initiatiefnemer een zogenaamde “passende beoordeling” in te dienen. Vergunning wordt verleend, wanneer uit deze passende beoordeling blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het gebied met zekerheid niet worden aangetast óf wanneer, indien wel sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Er zijn geen alternatieve oplossingen. Er is sprake van dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard. Er worden compenserende maatregelen getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-gebied behouden blijft.

B1.1.3 Bescherming houtopstanden Tot slot regelt hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming de bescherming van houtopstanden. Het hoofdstuk ziet alleen toe op houtopstanden van minimaal 10 are of rijbeplantingen van meer dan twintig bomen, gelegen buiten de door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Houtopstanden op erven en in tuinen, fruitbomen, windschermen om boomgaarden, kerstbomen en kweekgoed en populieren- en wilgenopstanden langs (water)wegen en landbouwgronden en ten behoeve van biomassaproductie (onder voorwaarden) vallen niet onder de werking van de Wet natuurbescherming. Kap van (delen van) houtopstanden dient vooraf gemeld te worden bij Gedeputeerde Staten. De provincie stelt bij verordening eisen aan de manier waarop deze melding moet worden gedaan. De gevelde houtopstand moet binnen drie jaar na kap worden herplant op deze locatie. Ook aan de wijze van herplant kunnen provincies bij verordening eisen stellen. Tevens kunnen provincies vrijstelling verlenen van de herplantplicht. Daarnaast stellen gemeenten veelal aanvullende regels op ten aanzien van de kap van bomen (kapvergunningplicht). Deze regels betreffen meestal alleen de kap van bomen binnen de bebouwde kom en/of de kap van waardevolle of monumentale bomen.

B1.2 Provinciale gebiedsbescherming Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), is een netwerk van in Nederland bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Hierin is onder andere opgenomen dat provincies het opgestelde rijksbeleid verder vorm moeten geven via een provinciale verordening en daarbij verdere verantwoording dragen voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Binnen de provincie Noord-Brabant is deze begrenzing uitgewerkt in Verordening Ruimte 2014. Op grond van artikel 2.10.3 Barro zijn door de provincies de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNNgebieden vastgelegd, welke erop gericht zijn de gebieden te ontwikkelen, herstellen en behouden. Tevens geldt er een algemeen beschermingsregime voor NNN-gebieden (artikel 2.10.4 Barro). Dit betreft het ‘nee, tenzij'regime. Volgens dit regime dient allereerst vastgesteld te worden of de geplande ingreep significant negatieve effecten heeft op de in het NNN-gebied aanwezige wezenlijke kenmerken en waarden, en of de geplande ingreep leidt tot een significante vermindering van de oppervlakte van of samenhang tussen gebieden. Wanneer dit zo is, geldt in principe dat de ingreep geen doorgang kan vinden.

Uitzondering geldt alleen voor ingrepen waarbij sprake is van groot openbaar belang, ingrepen waarbij geen reële alternatieven voor de plannen beschikbaar zijn en wanneer de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, de oppervlakte en de samenhang worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit et al., 2007).

B1-4

B2 JAARROND BESCHERMDE VOGELNESTEN In onderstaande tabel zijn de jaarrond beschermde vogelnesten in de provincie Noord-Brabant opgenomen. Nederlandse naam

Bescherming

Nederlandse naam

Bescherming

Boomvalk

Categorie 4

Ekster

Categorie 5

Buizerd

Categorie 4

Gekraagde roodstaart

Categorie 5

Gierzwaluw

Categorie 2

Glanskop

Categorie 5

Grote gele kwikstaart

Categorie 3

Grauwe vliegenvanger

Categorie 5

Havik

Categorie 4

Groene specht

Categorie 5

Huismus

Categorie 2

Grote bonte specht

Categorie 5

Kerkuil

Categorie 3

Hop

Categorie 5

Oehoe

Categorie 3

Huiszwaluw

Categorie 5

Ooievaar

Categorie 3

IJsvogel

Categorie 5

Ransuil

Categorie 4

Kleine bonte specht

Categorie 5

Roek

Categorie 2

Kleine vliegenvanger

Categorie 5

Slechtvalk

Categorie 3

Koolmees

Categorie 5

Sperwer

Categorie 4

Kortsnavelboomkruiper

Categorie 5

Steenuil

Categorie 1

Oeverzwaluw

Categorie 5

Wespendief

Categorie 4

Pimpelmees

Categorie 5

Zwarte wouw

Categorie 4

Raaf

Categorie 5

Blauwe reiger

Categorie 5

Ruigpootuil

Categorie 5

Boerenzwaluw

Categorie 5

Spreeuw

Categorie 5

Bonte vliegenvanger

Categorie 5

Tapuit

Categorie 5

Boomklever

Categorie 5

Torenvalk

Categorie 5

Boomkruiper

Categorie 5

Zeearend

Categorie 5

Bosuil

Categorie 5

Zwarte kraai

Categorie 5

Brilduiker

Categorie 5

Zwarte mees

Categorie 5

Draaihals

Categorie 5

Zwarte roodstaart

Categorie 5

Eidereend

Categorie 5

Zwarte specht

Categorie 5

Categorieën 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil) 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen kolonie) 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest 5: Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel

B2-1

B3 PROVINCIALE VRIJSTELLING Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Ten behoeve van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud heeft de provincie Noord-Brabant een vrijstelling verleend voor de soorten zoals opgenomen in de onderstaande tabel. Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Periode vrijstelling

Aardmuis

Microtus agrestis

Onbeperkt

Bosmuis

Apodemus sylvaticus

Onbeperkt

Dwergmuis

Micromys minutus

Onbeperkt

Dwergspitsmuis

Sorex minutus

Onbeperkt

Egel

Erinaceus europaeus

Onbeperkt

Gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

Onbeperkt

Haas

Lepus eauropaeus

Onbeperkt

Huisspitsmuis

Crocidura russula

Onbeperkt

Konijn

Oryctolagus cuniculus

Onbeperkt

Ondergrondse woelmuis

Microtus subterraneus

Onbeperkt

Ree

Capreolus capreolus

Onbeperkt

Rosse woelmuis

Myodes glareolus

Onbeperkt

Tweekleurige bosspitsmuis

Sorex coronatus

Onbeperkt

Veldmuis

Microtus arvalis

Onbeperkt

Vos

Vulpes vulpes

Onbeperkt

Wild zwijn

Sus scrofa

Onbeperkt

Woelrat

Arvicola amphibius

Onbeperkt

Bruine kikker

Rana temporaria

Onbeperkt

Gewone pad

Bufo bufo

Onbeperkt

Kleine watersalamander

Lissotriton vulgaris

Onbeperkt

Meerkikker

Rana ridibunda

Onbeperkt

Middelste groene kikker

Rana esculenta

Onbeperkt

Zoogdieren

Amfibieën

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13727472/1