CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

23065.7 - Bijlage bij de Toelichting Boslaan-Zuid 13

Raadsvergadering 30 oktober 2023, gemeente BestBij agendapunt: 23065 - Vaststellen bestemmingsplan Boslaan-Zuid 1318.168 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

5

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

o

o

Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.

2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.

2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

6

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming

2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.

2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

7

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING

3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Boslaan Zuid 13, ten oosten van de kern van Best, in gelijknamige gemeente. Best is een gemeente in de provincie Noord-Brabant en heeft een totale oppervlakte van 35,35 km2. De gemeente telt 30.648 inwoners (31 januari 2022) en bestaat naast het dorp Best ook nog uit de buurtschappen Aarle en De Vleut. De plaats Best ligt noordwestelijk van Eindhoven. De plaats ligt bij de samenkomst van de snelwegen Eindhoven-Tilburg (A58), Eindhoven-Arnhem (A50) en Eindhoven–’s-Hertogenbosch (A2). Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Best aan de splitsing van de Boslaan Zuid met de Schietbaanlaan, ten oosten van de A2. Direct gelegen aan natuurgebied de Nieuwe Heide en noordwestelijk van het Langven. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit bebossing en bedrijfsbestemmingen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Best

Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.

Het plangebied bestaat uit bebouwing, vegetatie, bomen en verharding. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

8

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

Globaal omlijnde planlocatie in blauw. Bron: Google Earth.

3.2 Voorgenomen ontwikkeling Initiatiefnemer is voornemens om aan de Boslaan Zuid 13 te Best kwaliteitsverbetering van de locatie toe te passen, door middel van het aanplanten van bomen en struweel en de aanleg van een wadi (900m2 totaal). Ook zullen er nestkasten geplaatst worden aan de bestaande gevels, voor o.a. vogels, uilen en vleermuizen. Zo ontstaat er een diversiteit aan omstandigheden en dit bevorderd de diversiteit van soorten. De kwaliteit van het landschap, de bodem, het water en de biodiversiteit zal fors toenemen door de ontwikkeling van natuur. In de toekomst (over enkele jaren) is het plan om bestaande opstallen, zijnde de bedrijfswoning met aanbouw te slopen. De bestaande loodsen en vegetatie zal behouden blijven.

Huidige situatie. Bron: RHO Adviseurs.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

9

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

Beoogde situatie. Bron: RHO Adviseurs.

Beoogde situatie. Rood omcirkeld de in de toekomst te slopen bebouwing. Bron: RHO Adviseurs.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

10

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN

Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.

Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl, zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.

gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant. 4.1.1 Waarnemingen flora en fauna Volgens waarneming.nl zijn er van 2 tot 12 december 2022 64 waarnemingen van flora en fauna soorten in een straal van vijf kilometer rond het plangebied. Dit betreft voornamelijk algemene soorten, maar ook de

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

11

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

zeldzame soort Schaafstro. Binnen een kilometer rond het plangebied zijn er 12 waarnemingen. Dit zijn waarnemingen van algemeen voorkomende soorten.

Recente waarnemingen van flora en fauna soorten. Bron: waarneming.nl. d.d. 12-.12-2022

4.2 Veldonderzoek Op woensdag 14 december 2022 in de middag hebben ecologisch medewerker Marijn de Waard en ecoloog Frenk van de Wal in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren zonnig, onbewolkt met een noordoostenwind met windkracht 2 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond het vriespunt. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.

De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

12

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

4.3 Beschrijving plangebied Zuidwestelijk aan het plangebied ligt de Boslaan-Zuid. De zuidoostelijke grens wordt gevormd door Schietbaanlaan, de noordwestelijk door Achterste Kampweg en de noordoostelijke grens is direct aanliggend aan bos. Het plangebied wordt rondom direct omgeven door NNN-gebied. Binnen het plangebied bevinden zich meerdere loodsen gemaakt van houten wanden met ijzeren opstaanders en golfplaten daken. Er is een bedrijfswoning binnen het plangebied. De woning beschikt over bakstenen wanden met een pannendak. De dakranden zijn bedekt met een houten overstek. Aan de woning is een aanbouw bevestigd op het moment van veldinventarisatie in gebruik als winkel. Deze aanbouw beschikt over houten wanden met enkele bakstenen delen. Gepland is een nieuwe woning te bouwen op de momentele parkeerplaats naast de huidige bedrijfswoning. In de westelijke hoek van het plangebied staat een voormalige kippenschuur in vervallen staat. Deze is gemaakt van betonstenen en een niet geïsoleerde golfplaten dak. Het terrein om deze kippenschuur is afgezet van de rest van het plangebied met ijzeren gaashekwerk. Dit terrein wordt afwisselend gebruikt als motorcross terrein. Het is licht verwilderd met vooral schietwilg en Fijnstraal. Verder staan er meerdere Amerikaanse eiken, twee Kastanjes, een Spar, meerdere Berken, een Taxus en een Hulst. Het volledige plangebied m.u.v.

het terrein om de kippenschuur is bedekt met betonklinkers of asfalt. Voornemen is om tussen de westelijke hoek en de huidige woning een nieuwe woning te realiseren.

Overzicht bedrijfswoning met aanbouw

Overzicht achterzijde bedrijfswoning

Overzicht bouwlocatie nieuwe woning

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

13

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

Overzicht zijde voormalige kippenschuur

Overzicht verwildering om kippenschuur heen

Overzicht voorzijde kippenschuur

Overzicht achterzijde kippenschuur

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

14

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN

Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 9,5 kilometer afstand van noordwestelijk gelegen gronden behorend tot Natura 2000 gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen. Op ongeveer 10 kilometer afstand naar het zuidwesten ligt Natura 2000 gebied Kempenland-West en zuidelijk op 12 kilometer Natura 2000 gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in geel en groen aangegeven.

Minimaal 9,5 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000

Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Atlasleefomgeving.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

15

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

Doordat het plangebied buiten het Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten. Een Aerius berekening kan dit staven. 5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt direct aansluitend aan gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNNgebieden in bruin.

Plangebied ligt direct aansluitend aan gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland

Natuur Netwerk Nederland gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Kaartbank Brabant.

In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt direct aangrenzend en is omsloten door NNN gebied. De werkzaamheden zijn echter van een zodanige aard zodat er geen deel van het NNN gebied wordt aangetast. Met een compensatietoets kan bepaald worden of en welke aanvullende maatregelen getroffen moeten worden wegens de verstoring van het NNN gebied maar de significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten. 5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

16

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

5.2 Soortenbescherming 5.2.1 Flora Volgens de NDFF zijn er bij project Boslaan Zuid met nummer BE-0476 d.d. 12 december 2022 (bijlage 1) de laatste vijf jaar geen waarnemingen van beschermde plantensoorten binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Het plangebied bestaat naast de bebouwing en verharding uit bebossing met vegetatie en biedt vanwege de inrichting, het beheer en gebruik geen geschikt habitat voor beschermde plantensoorten. Conclusie Het volledige plangebied van fase 2 is bebouwd of verhard en wordt gebruikt als winkel en loodsen met voorraden van bouwmaterialen. Hierdoor ontbreekt het volledig aan geschikte plaatsen voor vegetatie en plekken waar beschermde planten kunnen groeien. Enkel algemene soorten van verstoorde en bemeste bodem tussen de betonklinkers en gaten in de erfverharding werden aangetroffen zoals paarse dovenetel, herderstasje, paardenbloem. Het beperkte deel van fase 1 in de meest westelijke hoek is beperkt bebouwd met een vervallen voormalig kippenstalletje. Hier is geen verharding en staan diverse inheemse en uitheemse bomen en struiken. De aanwezigheid van strikt beschermde vaatplanten wordt gezien de aanwezige biotopen uitgesloten. Er worden geen bomen gekapt die vallen onder houtopstanden. Een nadere toetsing houtopstanden is niet nodig.

Door middel van het aanplanten van bomen en struweel en de aanleg van een wadi ontstaat er een diversiteit aan omstandigheden en dit bevorderd de diversiteit van soorten. De kwaliteit van het landschap, de bodem, het water en de biodiversiteit zal fors toenemen door de ontwikkeling van natuur tijdens fase 1.

5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar 6 zoogdiersoorten aangetroffen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Hiertoe behoren 3 vleermuissoorten, 2 marterachtigen en 1 overige soort. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens het NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vleermuis soort Gewone dwergvleermuis Rosse vleermuis Watervleermuis

Afstand plangebied 2 km

Habitat en bescherming

2 km 2 km

Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd

Vooral bebouwing, strikt beschermd

Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. Tijdens het veldbezoek zijn de bomen met voldoende stamdikte gecheckt op geschikte holtes. Geen van de bomen over geschikte holtes beschikte voor vleermuizen in te verblijven. De te slopen kippenschuur beschikt niet over geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. Het golfplaten dak beschikt niet over isolatie of een ander onderschot waardoor dit geen geschikte plaats is voor vleermuizen om in te verblijven. De

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

17

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

wanden beschikken ook niet over een spouw waardoor ook hier geen vleermuizen kunnen verblijven. De schuur beschikt wel over enkele openingen echter zijn deze zelf te groot om als een geschikte verblijfplaats te dienen. In de vervallen kippenschuur is door het open karakter ook teveel tocht voor vleermuizen. De voormalige bedrijfswoning beschikt over meerdere naden en kieren waar vleermuizen zouden kunnen verblijven, zoals tussen de gootbetimmering en de muurranden en tussen de pannen en het dakbeschot. Voor de sloop van deze woning zal dus een vervolgonderzoek naar vleermuizen nodig zijn.

Opening bij houten overstek bedrijfswoning

Opening bij houten overstek bedrijfswoning

Opening bij houten overstek bedrijfswoning

Opening bij raamkozijn bedrijfswoning

Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van de marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. De marterachtigen die volgens het NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Marter soort Bunzing Steenmarter

Afstand plangebied 2 km 2 km

Bescherming Beschermd Beschermd

Bunzing Doordat ze niet kieskeurig zijn wat betreft hun voedsel, komen bunzings voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bebost laagland nabij water, waaronder rivieroevers en

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

18

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

moerassen. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van boerderijen. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. Doordat het volledige plangebied omringt is door NNN-gebied kan uitgesloten worden dat het plangebied een essentieel onderdeel is van het leefgebied van marterachtigen. Het terrein om de voormalige kippenstal zou als mogelijk foerageergebied kunnen dienen. Met de geplande werkzaamheden nemen de foerageergebieden hier tijdelijk af, maar na de uitvoering zullen de foerageermogelijkheden veel groter zijn.

De ruigte aan de randen van het NNN-gebied zouden schuilplaatsen of foerageergelegenheden kunnen herbergen voor kleine marterachtigen zoals de bunzing. Doordat de verdere vegetatie in en rond het plangebied behouden zullen worden, zullen er altijd rustige hoekjes met dekking aanwezig zijn waar de dieren heen kunnen vluchten. In de nieuwe situatie blijven deze schuilhoekjes en vegetatie bestaan en door de landschappelijke inpassing en zal het leefgebied van de kleine marterachtigen verbeteren. Het plangebied is daarom geen essentieel onderdeel van de leefomgeving van marterachtigen en de werkzaamheden hebben geen negatief effect op aanwezige soorten. De aanwezigheid van marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is vooral in de leegstaande kippenstal gelet op sporen van aanwezigheid van voornoemde marterachtigen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van deze. De rest van het plangebied bestaat uit verharding en is volledig opgeruimd met veel menselijke activiteit. Hierdoor het voorkomen van marterachtigen hier ook uitgesloten kan worden.

Overzicht verharding plangebeid

Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten vooral knaagdieren en algemeen voorkomende soorten. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens het NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

19

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

Overige soort Eekhoorn

Afstand plangebied 2 km

Bescherming Beschermd

Er zijn geen eekhoornnesten waargenomen in het plangebied, daardoor uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van een eekhoorn. Het is aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Conclusie Door de sloop van de vervallen kippenschuur wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. De kwaliteit van het landschap, de bodem, het water en de biodiversiteit zal fors toenemen door de ontwikkeling van natuur in dit deel van het plangebied tijdens fase 1.Er is hiervoor geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. Het slopen van de bedrijfswoning heeft mogelijk tot gevolg dat verblijfplaatsen van vleermuizen worden vernietigd en dat individuen worden verstoord. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd; het verstoren en vernietigen is een overtreding van de Wet natuurbescherming. Voor de sloop van de bedrijfswoning is dus nader onderzoek nodig. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden van vleermuizen.

In het plangebied komen geen marterachtigen voor. Daarnaast is het uit te sluiten het plangebied onderdeel is van de essentiële leefomgeving eekhoorns. Het is mogelijke dat er een enkele individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen. Mitigerende maatregelen Voor de sloop van de bedrijfswoning is nader onderzoek nodig om uit te kunnen sluiten of verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan worden bepaald welke effecten optreden, of een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is en welke mitigerende maatregelen genomen dienen te worden. Onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen dient te worden uitgevoerd tussen 15 mei en 30 september.

5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden en (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten die volgens het NDFF de laatste

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

20

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief

Afstand plangebied 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km

Bescherming categorie* en habitat 4, boom bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, boom bewonend 3, gebouw bewonend 4, boom bewonend 1, gebouw bewonend 4, boom bewonend

* Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2.Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Omdat ze moeilijk van de grond kunnen opstijgen hebben ze een sterke voorkeur voor hoge nestplaatsen met een ruime aan- en uitvliegroute, zo kunnen ze makkelijk in vlucht komen door zich eruit te laten vallen. Deze koloniebroeders gebruiken het liefst elk jaar hetzelfde nest. Op de planlocatie zou de bedrijfswoning de enige plaats kunnen zijn waar een gierzwaluw zich zou kunnen nestelen als deze in een meer bebouwde omgeving zou staan. Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Bij voorkeur binnen een straal van enkele honderden meters van het plangebied. Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen gezien. Het pannendak van het woonhuis zou eventueel geschikt kunnen zijn voor nestelende huismussen. Hiervan zijn echter geen aanwijzingen gezien. Het voorkomen van nestlocaties van huismussen kan mede door het afwezig zijn van voedselbronnen en het afwezig zijn van schuilmogelijkheden in het bebouwde deel in het plangebied worden uitgesloten.

Ooievaar, roek, grote gele kwikstaart, uilen en roofvogels Geen van de geschikte habitattypes is aanwezig binnen het plangebied. Hierdoor is het voorkomen van deze vogels binnen het plangebied uit te sluiten. Er zouden enkele individuen van een van deze soorten voor kunnen komen in de NNN-gebieden rondom het plangebied. Deze zullen niet verstoord worden door de geplande ondernemingen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

21

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied veel geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. Met de beoogde herontwikkeling en de bijbehorende robuuste landschappelijke inpassing met streekeigen groen zullen nest- en foerageergelegenheid voor overige tuin, - en struweelvogels toenemen. Conclusie Het voorkomen van beschermde vogelsoorten of geschikte nestlocaties binnen het plangebied uit te sluiten.

Met de geplande sloop van de kippenschuur en bedrijfswoning worden er dus geen beschermde vogels of hun nesten verwond, beschadigd of verstoord. Nader onderzoek is dus niet nodig. Er zullen geen vaste rusten verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen, uilen of roofvogels verloren gaan en er worden geen verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming overtreden. Een ontheffingsaanvraag is niet noodzakelijk. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten als duif en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken. De planlocatie was visueel goed te onderzoeken.

5.2.4 Amfibieën, reptielen, vissen, vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Amfibieën, reptielen en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid reptielen en amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het bij amfibieën en reptielen om een waterstructuur van maximaal 1,5 meter diep. De soorten die volgens het NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Alpenwatersalamander Heikikker Poelkikker Rugstreeppad Levendbarende hagedis

Afstand plangebied 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km

Soortgroep en bescherming Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Reptielen, beschermd

De aanwezigheid van deze beschermde soorten is uit te sluiten. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

22

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

Vlinders en libellen Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar 2 libellensoorten, 1 dagvlindersoort en 1 nachtvlindersoort waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Deze soorten zijn te vinden in de onderstaande tabel. In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders. Er zouden wel algemene vlindersoorten in het plangebied voor kunnen komen zoals klein koolwitje, boomblauwtje en citroenvlinder.

Soort Bosbeekjuffer Gevlekte witsnuitlibel

Afstand plangebied 2 km 2 km

Grote vos

2 km

Teunisbloempijlstaart

2 km

Soortgroep en habitat Libellen, bosbeken Libellen, laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen Dagvlinder, vochtige open bossen, waardplant: Iep, kers en wilgen Nachtvlinder, vochtige bossen en bosranden, waardplant: teunisbloem, wilgenroosje, basterdwederik en kattenstaart

Overige soorten Er zijn de laatste vijf jaar geen waarnemingen van beschermde soorten in een straal van twee kilometer rond het plangebied. Overige beschermde soorten insecten zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Conclusie In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

23

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

6. RESULTATEN EN ADVIES Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie.

6.1 Resultaten De onderzocht planlocatie aan Boslaan 13 te Best ligt midden in een NNN-gebied. Een hogere natuurwaarde is één van doelen van de werkzaamheden. Door de werkzaamheden in fase 1 zal de natuurwaarden van een deel van het plangebied verbeterd worden. Onder de werkzaamheden van fase 1 worden onder andere de sloop van de voormalige kippenstal en aanplanting van vegetatie gezien. Onder de werkzaamheden van fase 2 worden de afbraak van de voormalige bedrijfswoning en bouw van een nieuwe woning gezien. Door de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen in de voormalige bedrijfswoning zal hier een nader onderzoek moeten volgen om deze soortgroep uit te kunnen sluiten. De onderzoeksresultaten geven aan dat de planlocatie weinig biodiversiteit bevat voor wat betreft het bebouwde deel. Het plangebied bestaat uit bebouwing en er is weinig vegetatie. Door natuur inclusieve verbeteringen kunnen er nestgelegenheden en verblijfplaatsen ontstaan voor gebouwbewonende soorten. Ook zal de diversiteit aan omstandigheden toenemen met de voorgenomen ontwikkeling van de westelijke hoek. Door de ontwikkeling van natuur zal de kwaliteit van het plangebied in biodiversiteit toenemen.

6.2 Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van verblijfplaatsen van gebouw bewonende beschermde vleermuizen in de te slopen bedrijfswoning niet worden uitgesloten. Hierdoor wordt dan ook aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek naar vleermuizen uit te voeren.

Wet natuurbescherming o Indien er tijdens het nader onderzoek verblijfplaatsen van vleermuizen worden aangetroffen zal er, voor de sloop van de voormalige bedrijfswoning een ontheffing van de Wet natuurbescherming moeten worden aangevraagd. Indien er geen verblijfplaatsen worden aangetroffen is een ontheffing niet nodig. o Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten, vaste rust-of verblijfsplaatsen of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden (15 maart - 15 juli). Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. o In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor. Het is met de voorgenomen werkzaamheden echter niet uit te sluiten dat deze leiden tot een verhoging van stikstofdepositie op een Natura 2.000 gebied. Voor de ingreep dient daarom een Aerius berekening te worden uitgevoerd. o In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen.

o Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

24

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

Aanbevelingen Bij onvoorziene omstandigheden zoals bijvoorbeeld indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: • Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels). • Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. • Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. • Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen).

Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. (www.checklistgroenbouwen.nl). Daarnaast zijn er op de website www.bouwnatuurinclusief.nl veel tips om natuurinclusief te bouwen.

6.3 Toelichting op nader onderzoek Vleermuizen Het is niet uit te sluiten dat er vaste verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn in buitengevels of dakconstructie van de te slopen woning aan de Boslaan zuid 13, Best. Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd. Tijdens de sloopwerkzaamheden kunnen aanwezige vleermuizen verstoord worden, gewond raken of mogelijk gedood worden. Tussen half mei en eind september worden met een vijftal veldbezoeken de eventueel voorkomende soorten en verblijfsfuncties van het gebouw vastgesteld, dan wel uitgesloten. Als de functies van het plangebied voor vleermuizen in beeld gebracht zijn en er negatieve effecten door de werkzaamheden te verwachten zijn, kunnen passende mitigerende/compenserende maatregelen voorgesteld worden. Door te nemen maatregelen kunnen overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden vermeden. Dit betekent dat er geen dieren gedood, verwond of actief verstoord mogen worden en dat in geval van significant belangrijke verblijfplaatsen deze tijdig op een goede manier vervangen dienen te worden. De ecologische functie die het plangebied mogelijk voor de betreffende populatie vervult moet onverminderd blijven bestaan. Om te voorkomen dat dieren gedood, verwond of actief verstoord worden, kunnen o.a. de volgende maatregelen nodig zijn: • Werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare perioden.

• Alternatieve verblijfplaatsen aanbieden, ruim voordat de sloop/renovatie gaat plaatsvinden. • Bij het verdwijnen van een verblijfplaats kunnen inpandige voorzieningen worden gerealiseerd in de nieuwbouw, zodat deze geschikt is voor vleermuizen om in te verblijven. De voorgestelde maatregelen

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

25

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476 worden opgenomen in een ‘mitigatieplan’. In het mitigatieplan worden maatregelen voorgesteld ter voorkoming van overtreding verbodsbepalingen Wet natuurbescherming en behoud van de functionele leefomgeving. Indien aantoonbaar wordt gewerkt conform Vleermuisprotocol 2021 is een ontheffingsaanvraag/verklaring van geen bedenkingen, niet noodzakelijk. Het Vleermuisprotocol 2021 is een door de Gegevensautoriteit Natuur (GaN) en het Netwerk Groene Bureaus goedgekeurde methodiek. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van gebieden voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen voor de Wet natuurbescherming. Het is een hulpmiddel voor deskundige vleermuisonderzoekers en de beoordelaars van vleermuisonderzoek om te bepalen wat een juridisch redelijke onderzoeksinspanning is voor een specifieke locatie. Het protocol is opgesteld om het onderzoek voor de Wet natuurbescherming optimaal te laten verlopen. Wanneer het protocol in essentie is gevolgd, bestaat grote mate van juridische zekerheid dat voldaan is aan een wettelijke en maatschappelijk verantwoorde inspanning om na te gaan of soorten en functies van gebieden in het geding zijn.

Als er tijdig opdracht gegeven wordt voor het uitvoeren van het nader onderzoek kunnen deze gestart worden in mei en kan de eindrapportage van het onderzoek naar vleermuizen per medio september worden opgeleverd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

26

Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476

7. BRONNEN

Websites kaartbank.brabant.nl www.atlasleefomgeving.nl www.brabant.nl www.floron.nl www.ivn.nl www.natuurmonumenten.nl www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vivarapro.nl www.vogelbescherming.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.wikipedia.nl

Andere bronnen Checklist vleermuisprotocol Limpens et al., 2014, 2017 Baijens et al., 2005 Netwerk groene bureaus

Bijlagen Bijlage 1: de verspreidingslijst van NDFF Bijlage 2: de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming Bijlage 3: de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

27

Uitvoerportaal Boslaan Zuid

BE-0476

4728 records Middelpunt < 1km²

Middelpunt > 5km²

Middelpunt 1km² - 5km²

Vlak

schaal 1 : 5000

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

12 december 2022 15:01:55

1

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Boslaan Zuid

BE-0476 Zoekvraag Soort

Soortgroep

Wet en Beleid

Periode

Alle

Alle

Wnb - andere soorten 1 januari 2017 tot 1 (NB) januari 2023 Jaarrond beschermde nesten Wnb - Vogelrichtlijn Wnb - Habitatrichtlijn

Samenvatting

Bronhouder

Zoekgebied

Alle

Alles rakend aan of binnen zoekgebied

(unieke soorten) / totaal aantal waarnemingen

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

12 december 2022 15:01:55

2

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Boslaan Zuid

BE-0476 Beleid Jaarrond beschermde nesten Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boomvalk Bosuil Buizerd Ekster Gekraagde roodstaart Gierzwaluw Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Kleine bonte specht Koolmees Oeverzwaluw Ooievaar Pimpelmees Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Spreeuw Steenuil Tapuit Torenvalk Wespendief Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht

(38) 3950 80 45 36 284 137 7 5 140 494 51 51 1 57 226 9 22 319 16 12 6 9 799 3 41 571 10 5 21 18 46 1 1 55 5 293 24 25 25

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

12 december 2022 15:01:55

3

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Boslaan Zuid

BE-0476 Beleid Jaarrond beschermde nesten (FL) Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Groene specht Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Kleine bonte specht Oeverzwaluw Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Spreeuw Steenuil Tapuit Torenvalk Wespendief Zwarte specht

(27) 1235 80 45 7 5 140 51 57 226 9 22 319 16 12 6 9 3 41 10 5 21 18 46 1 1 55 5 25

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

12 december 2022 15:01:55

4

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Boslaan Zuid

BE-0476 Beleid Jaarrond beschermde nesten (FR) Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Scholekster Slechtvalk Sperwer Steenuil Torenvalk Wespendief Zwarte specht

(22) 895 80 45 7 5 140 51 9 22 319 16 12 6 41 10 5 2 21 18 1 55 5 25

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

12 december 2022 15:01:55

5

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Boslaan Zuid

BE-0476 Beleid Jaarrond beschermde nesten (LI) Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grauwe klauwier Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Oeverzwaluw Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Spotvogel Steenuil Torenvalk Wespendief Zwarte specht

(24) 900 80 45 7 5 140 51 1 9 22 319 16 12 6 3 41 10 5 21 18 3 1 55 5 25

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

12 december 2022 15:01:55

6

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Boslaan Zuid

BE-0476 Beleid Jaarrond beschermde nesten (OV) Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Tapuit Torenvalk Veldleeuwerik Wespendief Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht

(24) 864 45 7 5 140 51 9 22 319 16 12 6 41 10 5 21 18 1 1 55 1 5 24 25 25

RL: Bedreigd Bosbeekjuffer Grauwe klauwier Tapuit Watersnip

(4) 5 2 1 1 1

RL: Gevoelig Boerenzwaluw Graspieper Grauwe vliegenvanger Huismus Huiszwaluw Levendbarende hagedis Matkop Rugstreeppad Spotvogel Veldleeuwerik Zwarte mees

(11) 438 45 2 1 319 16 12 13 2 3 1 24

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

12 december 2022 15:01:55

7

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Boslaan Zuid

BE-0476 Beleid RL: Kwetsbaar Boomvalk Bunzing Gevlekte witsnuitlibel Grote lijster Grote vos Koekoek Nachtegaal Ransuil Steenuil Torenvalk

(10) 98 7 3 1 14 4 1 2 10 1 55

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

12 december 2022 15:01:55

8

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Boslaan Zuid

BE-0476 Beleid SNL soorten Appelvink Boomklever Boomkruiper Boomleeuwerik Boompieper Braamsluiper Dodaars Fluiter Geelgors Gekraagde roodstaart Gevlekte witsnuitlibel Grasmus Graspieper Grauwe klauwier Grauwe vliegenvanger Groene specht Groenling Grote bonte specht Havik Kleine bonte specht Kuifeend Matkop Nachtegaal Putter Roodborsttapuit Scholekster Slechtvalk Spotvogel Tapuit Veldleeuwerik Vuurgoudhaan Watersnip Wespendief Zanglijster Zwarte specht

(35) 1010 5 284 137 19 47 1 3 1 7 51 1 9 2 1 1 57 7 226 22 9 2 13 2 6 16 2 21 3 1 1 5 1 5 17 25

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

12 december 2022 15:01:55

9

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Boslaan Zuid

BE-0476 Beleid Wnb - andere soorten Alpenwatersalamander Bosbeekjuffer Bunzing Eekhoorn Grote vos Levendbarende hagedis Steenmarter

(7) 169 32 2 3 113 4 12 3

Wnb - andere soorten (DR) Alpenwatersalamander Bosbeekjuffer Eekhoorn Grote vos Levendbarende hagedis Steenmarter

(6) 166 32 2 113 4 12 3

Wnb - andere soorten (EZ) Alpenwatersalamander Bosbeekjuffer Eekhoorn Grote vos Levendbarende hagedis Steenmarter

(6) 166 32 2 113 4 12 3

Wnb - andere soorten (FL) Alpenwatersalamander Bosbeekjuffer Bunzing Eekhoorn Grote vos Levendbarende hagedis Steenmarter

(7) 169 32 2 3 113 4 12 3

Wnb - andere soorten (FR) Alpenwatersalamander Bosbeekjuffer Eekhoorn Grote vos Levendbarende hagedis

(5) 163 32 2 113 4 12

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

12 december 2022 15:01:55

10

Auteur: Jeannette Welten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13314469/1