23065.7 - Bijlage bij de Toelichting Boslaan-Zuid 13
Tekst van het document
BOSLAAN-ZUID 13 Best 30-10-2023
1/2
Archiefexemplaar van BL23-13669
- BoslaanZuid13_20201375_bijlagen toelichting
DATUM KENMERK
30-10-2023 NL.IMRO.0753.bpBoslaanZuid13-VG01
PROJECT PROJECTLEIDER
Boslaan-Zuid 13 R. Verkooijen
OPDRACHTGEVER Gemeente Best PROJECTNUMMER 20201375 AUTEUR STATUS
2/2
R. Verkooijen Vastgesteld
© RHO ADVISEURS BV Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave Bijlagen toelichting Bijlage 1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 2
Kwaliteitsverbeteringsplan
Bijlage 3
Quickscan Flora en Fauna BoslaanZuid 13
Bijlage 4
Toets Externe Veiligheid
Bijlage 5
Nota vooroverlegreacties
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
Bijlage 1 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
- MEMO Memo
DATUM KENMERK
6 maart 2023 20201375PD
PROJECT OPDRACHTGEVER
Bestemmingswijziging Boslaan Zuid 13 Best Van der Vleuten Bouwmaterialen
ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI EN LUCHTVAARTLAWAAI
1. INLEIDING De eigenaar van het perceel aan Boslaan-Zuid 13 te Best is voornemens om het juridisch-planologisch regime ter plaatse in overeenstemming te brengen met de huidige en toekomstige situatie. Hiervoor wordt een bestemmingsplan opgesteld. Hierin blijft de mogelijkheid om ter plaatse een bedrijfswoning te realiseren gehandhaafd, maar dan elders op het perceel dan waar dit eerst mogelijk was. Op grond van de Wet geluidhinder is er voor deze woning sprake van een nieuwe situatie. Omdat de nieuwe woning een geluidgevoelige bestemming op grond van de Wet geluidhinder betreft en deze woning ligt binnen de geluidzone van de A2 en de Boslaan Zuid is akoestisch onderzoek nodig. In het onderzoek wordt ook het luchtverkeerslawaai van vliegveld Eindhoven betrokken. Dit akoestisch onderzoek maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan. In Figuur 1 is het plangebied met de te onderzoeken wegen opgenomen.
Figuur 1 Ligging plangebied en te onderzoeken wegen
Het doel van het onderzoek is om na te gaan in hoeverre de nieuwe woning kan worden gerealiseerd binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid. Op basis hiervan kan worden beoordeeld of er sprake zal zijn van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat.
2. PLANBESCHRIJVING Het plangebied bevindt zich ten oosten van de rijksweg A2 en aan het einde van de doodlopende weg Boslaan Zuid ter hoogte van de kern Best. Hier wordt een nieuw gebouw gerealiseerd bestaande uit kantoren en een nieuwe winkel op de begane grond en een bedrijfswoning in de vorm van een appartement op de 1e verdieping. In figuur 2 is de situering van dit nieuwe gebouw op het perceel weergegeven. De maximale bouwhoogte is 7 meter. Gezien de impressie (figuur 3) zal deze evenredig verdeeld zijn over de twee bouwlagen. Omdat de huidige situatie op het perceel feitelijk niet wijzigt, zijn er geen gevolgen voor de verkeersgeneratie.
Figuur 2 Ligging beoogde nieuwe bedrijfswoning (binnen rood ovaal) op eerste verdieping (bron: LSWA architecten)
2/14
Figuur 3 Impressie
Het appartement is voorzien op de eerste verdieping. De indeling van de eerste verdieping is opgenomen in figuur 4. Het appartement ligt met de lange gevel parallel aan de A2. Aan de noordwestzijde is er een balkon voorzien.
Figuur 4 Beoogde indeling eerste verdieping met appartement (rood vlak) parallel aan A2 en aan de bovenzijde een balkon
3/14
De verbeelding van het bestemmingsplan met onder andere het bouwvlak met de functieaanduiding voor de bedrijfswoning (bw) is weergegeven in figuur 5 en gemarkeerd met een *.
Figuur 5 Verbeelding nieuw bestemmingsplan
Figuur 6 Uitsnede verbeelding met bouwplan geprojecteerd in bouwvlak voor mogelijke bedrijfswoning
4/14
3. TOETSINGSKADER 3.1
Wet geluidhinder
Wettelijke geluidzone Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wgh geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de stedelijke- of buitenstedelijke ligging. Voor de Boslaan Zuid geldt op basis van de Wgh een zonebreedte van 250 meter. Voor de A2 geldt een zonebreedte van 600 meter. Het perceel ligt binnen de geluidzone van deze wegen. Daarom is akoestisch onderzoek noodzakelijk. Grenswaarden nieuwe situaties Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan.
De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (stedelijk- of buitenstedelijk). Bestemmingen met een stedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Het perceel ligt in buitenstedelijk gebied. De voorkeursgrenswaarde bedraagt Lden = 48 dB en de maximale ontheffingswaarde Lden = 53 dB. De geluidbelasting op de nieuwe woning wordt getoetst aan deze grenswaarden. Indien de geluidbelasting hoger is dan de maximale ontheffingswaarde dan is een dove gevel of vliesgevel noodzakelijk. Een dergelijke gevel valt niet onder het regime van de Wet geluidhinder en is een gevelconstructie zonder te openen delen. De geluidbelasting binnen de nieuwe woning dient in alle gevallen te voldoen aan de normen uit het Bouwbesluit Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh.
Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/uur of hoger geldt de volgende aftrek: • 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; • 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt; • 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting.
5/14
3.2
Gemeentelijk geluidbeleid
De gemeente Best beschikt over gemeentelijk ontheffingenbeleid Wet geluidhinder omtrent het vaststellen van hogere waarden. Hierin zijn hoofd- en sub) ontheffingscriteria vermeld waaraan voldaan moet worden om te kunnen afwijken van de voorkeursgrenswaarde. Daarnaast wordt aangesloten bij het ‘Ontheffingenbeleid Wet geluidhinder” van de provincie Noord-Brabant. Hierin wordt aanvullend aanbevolen dat indien er een hogere waarde nodig dat de woning beschikt over een geluidluwe gevel. Op deze gevel is de geluidbelasting Lden = 48 dB of lager. Daarnaast wordt als aanvullende eis gesteld dat tenminste één verblijfsruimte aan deze gevel gesitueerd dient te worden. En verder dat de buitenruimte niet aan de hoogst belaste zijde van de woning mag worden gesitueerd.
3.3
Luchtvaartlawaai
In het Luchthavenbesluit Eindhoven is geregeld welk gebied bestemd is voor gebruik als luchthaven en voor welk gebied daaromheen beperkingen gelden en geeft regels voor gebruik en bestemming van de grond in deze gebieden. In dit onderzoek wordt beoordeeld of de nieuwe woning buiten de Ke-geluidzone van het luchtvaartverkeer ligt en of er beperkingen gelden voor de nieuwe woning.
6/14
4. UITGANGSPUNTEN EN MODELLERING Verkeersgegevens Voor de intensiteiten, snelheden, wegdekverharding en verkeerssamenstelling op de A2 is uitgegaan van het geluidregister 20221123_v2213. De invoergegevens kunnen in het geluidregister worden geraadpleegd en zijn vanwege de omvang ervan niet in de bijlage weergegeven. De Boslaan Zuid ligt aan het einde van een doodlopende weg. De verkeersintensiteit is hier dusdanig laag dat deze akoestisch niet relevant is. Daarom is deze weg niet meegenomen in de berekening van de geluidbelasting. Modellering Op basis van de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012 (RMG 2012) is een overdrachtsmodel opgesteld in het softwareprogramma Geomilieu, versie 2022.4 van dgmr-software. Een overzicht van het akoestisch rekenmodel is gegeven in Figuur 5. Omdat objectgegevens en (de ligging van) bodemgebieden zijn ontleend aan PDOKgegevens zijn deze vanwege de omvang niet in de bijlagen opgenomen. De A2 heeft een verhoogde ligging ten opzichte van het plangebied. Voor de harde, reflecterende ondergronden (wegen, water, oppervlak bedrijfsbestemming op het perceel) zijn bodemgebieden ingevoerd met bodemfactor 0, met uitzondering van de A2. Hier is de bodemfactor 0,5 in verband met het wegdektype 1 en 2 laags ZOAB. Standaard is gerekend met een bodemfactor van 1.
Er is geen rekening gehouden met eventuele afscherming van bestaande bebouwing op het perceel. Op de grens van het bouwvlak zijn rekenpunten ingevoerd net een waarneemhoogte van h0 = 5 meter (eerste verdieping), op 1,5meter boven de verdiepingsvloer.
Figuur 7 Uitsnede modellering rekenmodel
7/14
5. RESULTATEN EN TOETSING 5.1
Wegverkeerslawaai
5.1.1 Resultaten en toetsing Wet geluidhinder Resultaten rijksweg A2 In Figuur 6 is een overzicht gegeven van de berekende geluidbelasting vanwege de A2. In figuur 6 is geen rekening gehouden met de aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh omdat in dit geval de aftrek afhankelijk is van de hoogte van de berekende geluidbelasting. De resultaten per toetspunt zijn opgenomen in bijlage 2.
Figuur 8 Berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege de A2 (exclusief aftrek artikel 110g Wgh)
Uit de berekeningen blijkt dat de hoogst berekende geluidbelasting Lden = 61 dB is exclusief aftrek artikel 110g Wgh. Bij deze geluidbelasting geldt een aftrek van 2 dB en bedraagt daarmee Lden = 59 dB inclusief aftrek. Deze geluidbelasting is hoger dan de maximale ontheffingswaarde van Lden = 53 dB en treedt op aan de zuidwestzijde van de woning parallel aan de A2. Ook aan de zuidoostzijde wordt de maximale ontheffingswaarde overschreden. Hier is de geluidbelasting Lden = 56 dB (inclusief 2dB aftrek ). Aan de noordwestzijde is de geluidbelasting gelijk aan de maximale ontheffingswaarde van Lden =53 dB (= 56 dB – 3 dB aftrek). Onderzoek naar mogelijke maatregelen om de geluidbelasting te reduceren is noodzakelijk. Maatregelenonderzoek Omdat de geluidbelasting op de nieuwe woning als gevolg van het verkeer op de A2 de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB overschrijdt, is (in het kader van de Wgh) onderzoek om de geluidbelasting vanwege deze gezoneerde weg te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde noodzakelijk. De geluidbelasting ter plaatse van het plangebied kan worden gereduceerd door maatregelen aan de bron en/of in het overdrachtsgebied.
8/14
Bronmaatregelen Allereerst is gekeken naar mogelijkheden om maatregelen aan de bron te nemen. Er zijn een aantal maatregelen aan de bron denkbaar. De eerste mogelijkheid zou het beperken van de verkeersomvang, het wijzigen van de snelheid of van de samenstelling van het verkeer kunnen zijn. Deze maatregelen zijn alleen mogelijk als de functie van de weg wordt gewijzigd. De A2 is een belangrijke stroomweg met een verbindende functie voor het verkeer. Het is voor de bereikbaarheid belangrijk deze functie te handhaven. Bronmaatregelen zijn om verkeers- en vervoerskundige redenen dan ook niet gewenst. Een andere maatregel aan de bron is het toepassen van een andere wegdekverharding. De A2 is reeds voorzien van een ZOAB-verharding met een geluidreducerende werking. Deze maatregel is dan ook geen optie. Overdrachtsmaatregelen De tweede vorm van maatregelen die genomen kunnen worden zijn maatregelen in het overdrachtsgebied. De geluidbelasting kan gereduceerd worden door toepassing van geluidschermen. Het realiseren van een geluidscherm langs de A2 wordt als niet doelmatig beoordeeld. Er zou een scherm van zeer grote lengte en hoogte gerealiseerd moeten worden om de geluidbelasting op deze woning te beperken, gezien de relatief grote afstand tot de woning. Bovendien is het financieel niet doelmatig vanwege de ene woning waar het om gaat.
Maatregelen bij de ontvanger De geluidbelasting is op meerdere gevels hoger dan de maximale ontheffingswaarde. Het toepassen van dove gevels is in deze situatie noodzakelijk. Beoordeling Uit het voorgaande wordt geconcludeerd dat er geen aanvaardbare maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting terug te dringen tot de voorkeurswaarde. Het laten vaststellen van een hogere waarde van Lden = 53 dB en het toepassen van een dove gevel aan de zuidoost- en aan de zuidwestzijde is noodzakelijk. 5.1.2 Toets aan geluidbeleid Er wordt voldaan aan de subcriteria dat de nieuwe woning buiten de bebouwde kom nodig is om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid. Op dit moment is er nog geen bouwplan beschikbaar. Daarom wordt indicatief beoordeeld of voldaan kan worden aan het aspect geluidluwe gevel. Alle gevels ondervinden een geluidbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde vanwege de A2. Daarmee beschikt de woning niet over een geluidluwe gevel. Wel kan een geluidluwe gevel worden gecreëerd door het toepassen van gebouwgebonden maatregelen aan het balkon (buitenruimte). Te denken valt aan het toepassen van: - Een (verhoogde), dichte borstwering; - Een (deels) afsluitbaar balkon. Aan deze gevel dient dan tevens een verblijfsruimte te worden gesitueerd. Dit balkon ligt niet aan de hoogst belaste kant van de woning.
Door het toepassen van de maatregelen aan het balkon zal naar verwachting een geluidluwe buitenruimte ontstaan. Hiermee is aangetoond dat voldaan kan worden aan het geluidbeleid. Bij de aanvraag Omgevingsvergunning voor het Bouwen zal de definitieve toetsing plaatsvinden.
9/14
5.2
Luchtvaartlawaai
In figuur 7 geeft een uitsnede van bijlage 3 van het Luchthavenbesluit Eindhoven. Hieruit blijkt dat de nieuwe woning (rode stip) buiten de Ke-geluidzone van het luchtvaartverkeer komt.
Figuur 9 Globale ligging nieuwe woning ten opzichte van Ke-geluidzone
In figuur 8 is de ligging van de nieuwe woning in het Obstakelbeheersgebied (Funnel en IHCS) en in het ILS-verstoringsgebied (rechts) weergegeven. De woning voldoet aan de obstakelvrije hoogte die ter plaatse geldt in beide gebieden.
Figuur 10 Globale ligging nieuwe woning in beperkingengebieden (bron: bestemmingsplan Buitengebied Best 2021, ruimtelijke plannen)
10/14
6. CONCLUSIE Geconcludeerd wordt dat: - ten gevolge van de A2 de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB wordt overschreden én ook de maximale ontheffingswaarde van Lden = 53 dB wordt op twee gevels overschreden; - maatregelen om de geluidbelasting te reduceren ten gevolge van de A2 niet mogelijk worden geacht om verkeerskundige, vervoerskundige en financiële redenen; - een hogere waarde van Lden = 53 dB dient te worden aangevraagd en dat ook dove gevels noodzakelijk zijn omdat maatregelen om de geluidbelasting te reduceren niet mogelijk of ongewenst zijn; - er voldaan kan worden aan het geluidbeleid en dat definitieve toetsing aan dit beleid bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het Bouwen dient plaats te vinden. Dit dient te worden geborgd in de regels van het bestemmingsplan; - de uitvoering als dove gevel in het bestemmingsplan dient te worden geborgd met een voorwaardelijke verplichting; - de nieuwe woning ligt buiten de Ke-geluidzone van het luchtvaartverkeer en daarmee gelden er geen aanvullende eisen voor de gevelgeluidwering; - er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Als de karakteristieke geluidwering van de gevels voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 zal een aanvaardbaar geluidniveau in de woning worden bereikt.
11/14
12/14
BIJLAGEN
Bijlage 1 Rekenmodel
rekenmodel
Rho - Rotterdam Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hoogtelijnen Hulplijnen
391600 0m
200 m schaal = 1 : 5935
WR-A5
391200
BO
BO WR-A5
(bw) [sba-2]
B-1 (sb-hb)
[sba-1]
WR-A5
L-W
Speelheide
390800
15
500
390400
156400 156800 RMG-2012, wegverkeer, [versie van Boslaan-Zuid 13 - basismodel] , Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
157200
uitsnede rekenmodel met bodemfactor en hoogte gebouwen
Rho - Rotterdam
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hoogtelijnen Hulplijnen
0,00 0,00 0,00
0,00
0,00
0,00 0,00
0,00
0,00
0m
0,00
0,00
100 m
0,00
schaal = 1 : 2735
0,00 WR-A5
0,00
0,00
391200
0,00 BO
BO WR-A5
0,00
(bw) [sba-2]
7,00
B-1 (sb-hb)
0,00
[sba-1]
WR-A5
0,00 0,00 0,00
0,00
0,00 0,00
391000
0,00 0,00
L-W
0,00
0,50 0,50 0,50 0,00
0,00 0,00
0,00
0,00 0,00 0,00
0,00
0,00 0,00 0,00 0,00
0,00
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
0,00
Speelheide
390800
0,00 0,00
0,00 0,00
0,00 0,00
0,00
0,00 0,000,00
0,00 0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00 0,00 0,00 0,00
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
156600 156800 RMG-2012, wegverkeer, [versie van Boslaan-Zuid 13 - basismodel] , Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
0,00 0,00 0,00
0,00 0,00 157000
hoogte boven NAP
Rho - Rotterdam
0
,5 0
16
,5 0
16
,5 0
,0 0
17
00
18,
,50
16,0 0 16
17 ,0 0
18
17,50
,5 0 16
0 ,0
156600 156800 16, RMG-2012, wegverkeer, [versie van Boslaan-Zuid 13 - basismodel] , Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
17,50
17,50 17,50
16,,0500 16
17,50
50 17,17,50
18
,00
00
17
17 ,0 0
17 ,00
16,50
Speelheide
0
17, 50
,00 17
390800
17 ,0 0
,5 16
17,5 0
0
17
21, 50 22 ,50 0
20,00
0 1 7 ,0
0 ,5 16
0
,0 0
16,50
22,5
1189 ,500
,0 0 17
17
16,50
50
17,5 0
0
50 17,
16,5 0
7, 17 ,0 1 0
18,00 17,50
50 17,
0 22,0
1 8 ,0
00 17,
,0500 1775, 0 171,
,0 0
18,00
00 17, 00 17,
,50 17
,0 0
17,00
0
16,50
50
0 ,5000,50 ,50 1290,0221,0 21
,5 16
17,00
17, 0 18,000
118,00 8,50
,0 0
17,50
19,0 0
L-W
0
18,5000 19,
17,00
0 ,5 17 16,5 0
16,50 16 ,5 0
,0 0
,0 0 18 18
18 ,0 0
1 6, 50
17,5 0 17 ,0 0
17
17 ,0 0
18,00
17 ,00
16 ,0 0
16,5 0
1 7, 00
17,00
16 ,5 0
0 16 ,5
6, 50
,5 1 0
,5 0 16 ,5 0
16 ,0 0
1 8, 00
18,
21 ,5 0
17,00
50 17,
1 7 ,0
21,00
,00 1616,00 16,0 0 ,0 0 16
0
16,50
16, 0 16,000 0 5 , 7 1 17,50
00
16,0 0
20,50
20,00
50 16,
0 ,5
0 ,0
19,50
0 ,5 17
16,50
17,50
18,00
0 ,5
0 1 7 ,0 0 0 , 17 WR-A5
17,00
18,0
17 ,5 0 ,0 0 17
17,
,50
18
18
,0 0
17
16 ,5 0
16,00 16 ,5
16
BO WR-A5
17
[sba-1]
0
0 16,0
18,00
B-1
(sb-hb)
0 ,5 17
19,00
,0 0 16 1 ,00 166,5 0 0 ,0 1616,0016,0
0 ,0
17,50
18,50
16 ,00
0
0
(bw) [sba-2]
16 ,0 0
391000
,0 16
16
0 ,0 17 17 ,0 0
16,00
,00 16
50
00 176,,5,500 16,00 17
17 17,50 ,50 ,5017 17,00 17,50 1 17,00 7,5107, 17,00 00 ,50 0 0 , 7 7 00 1 , 116,50 17 17,00 17,00 17 ,00 16,00
0 ,5
16
BO
16,50
16
16, 50
17,00
schaal = 1 : 2344
0 16,5
1618,5 ,0 0 0
0 ,0 16
0 ,5
50 16,
0
16,50
16,50
16
16 ,5
18 ,0 16017, 50 ,50511077,0 , 6 ,5100 0 1 16 7,0 ,5 16,50 ,50 01 16 6,0 0 ,5 18,00 17
,50 16
0
16,
1
00 17,
16
00
50 6,
1
16 ,50
16,00
16,50
,5 16
,5 0
0
0
6,5,50 10016m
0m
WR-A5
391200
17 ,00
17
,5 16
17,00
17,
16,50
00 16,
16 ,50
0
50 1 6, 16,5160,50 16,50
0 ,5 16
0 ,0 17
016,50 ,5 50 16,
16
16,50
17,00 ,0 0 17
,0 17
16
16 ,00
16 ,5 0 17 ,0
1 7, 00
0 17
16,50
17,00
0
0 0 6,5 ,5 1 6 1
16 ,5 0
,0 0
,00 0 17 ,5 17
0 ,0
17,0107 ,00 17,00 00 1,070 187,0,5 1 16,50 16,50 17,00 00 70, 50 , 161,5 7 1 17,0
16 ,50
16 ,0 0
16 ,5
16 , 50
17,00
16 ,50
1 17,0 6,00 0 16 ,00
50
17
17,00
16,
50 Wegen 16, Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hoogtelijnen ,050 61,65,50 16 1Hulplijnen
16 ,0 0
0 ,0
00
16,50
16 ,
16
16,00
157000
intensiteit A2 (mvt/etm, gemiddelde weekdag)
Rho - Rotterdam
(bw) [sba-2]
Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hoogtelijnen Hulplijnen B-1 (sb-hb)
[sba-1]
0m
70 m
WR-A5 schaal = 1 : 1814
00 8 , 80 84 8 , 31 214 2
97 ,6 0
20 9, 80 64 6, 21 094 3
391000
68
74 , 96 40 L-W
68 97 ,6 0
96 74 ,4 0
00 8 , 80 84 8 , 31 214 20 2 9 , 80 64 6 , 21 094 3
Speelheide
390800
,80 94 61
74 95 ,6
156600 RMG-2012, wegverkeer, [versie van Boslaan-Zuid 13 - basismodel] , Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
156800
0
Bijlage 2 Resultaten
Resultaat A2
Rho - Rotterdam Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hoogtelijnen Hulplijnen
391400
periode: groep:
Lden geluidregister
0m
100 m schaal = 1 : 2663
WR-A5
391200
BO
56
BO WR-A5
40
(bw) [sba-2]
61
B-1
58
(sb-hb)
[sba-1]
WR-A5
391000
L-W
Speelheide
390800
156600 156800 RMG-2012, wegverkeer, [versie van Boslaan-Zuid 13 - basismodel] , Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
157000
Boslaan-Zuid 13 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel basismodel LAeq totaalresultaten voor toetspunten geluidregister Nee
Naam Toetspunt 1_A 2_A 3_A 4_A
Lden 60,61 58,42 56,40 40,24
Hoogte 5,00 5,00 5,00 5,00
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
31-1-2023 12:19:02
Bijlage 2 Kwaliteitsverbeteringsplan
BOSLAAN ZUID 13 KWALITEITSVERBETERING LANDSCHAP GEMEENTE BEST
HART VAN DE OPGAVE PM • Position paper • Stad en ommeland • Leeuwarden 2028 DATUM: 16-03-2023 • Behoefte aan een omgevingsvisie PROJECT: KWALITEITSVERBETERING LANDSCHAP BOSLAAN ZUID 13 BEST die L helpt bij het maken van keuzes PROJECTNUMMER: 20201375 • Bewuste keuze voor die relatief OPDRACHTGEVER: VAN DER VLEUTEN BOUWMATERIALEN korte termijn, mede bepaald door de uitkomsten van het lopende project LF2028 • Panorama 2028 [Herald] Visie op compleetheid van de positionpaper: de aanzet met drie lagen leefomgeving, samenleving, economie en de koppeling met de Global Goals biedt een interessant kader. Ik denk dat het onderdeel economie nog het minst geladen is met waarden en teveel associeert met de ‘oude’ begrippen van verdienen, groei, bereikbaarheid etc.. Leidraad voor de visie zou de waarde kunnen zijn en het onderscheidende in plaats van het op de kaart zetten en place to be mantra. Toerisme is bijvoorbeeld zoiets. Dit is een economische factor ook in de toekomst maar we moeten niet denken in aantallen [met alle problemen van dien] maar in onderscheidend aanbod op basis van waarden [rust, weidsheid, splendid isolation]. Een sterke economie is gebaseerd op een sterke identiteit en daar liggen de kansen voor de toekomst.
VISIE EN OMGEVINGSWET De omgevingsvisie moet op basis van de Omgevingswet uiterlijk in 2025 gereed zijn. De gemeente heeft de ambitie om eerder al een omgevingsvisie op te stellen. Die omgevingsvisie in de eerste aanzet van de beleidscyclus, zoals die door het Rijk aan het instrumentarium van de Omgevingswet ten grondslag is gelegd. De omgevingsvisie heeft in die cyclus een nauwgezette relatie met programma’s en het omgevingsplan. Uiteindelijk
2 TERUG
omvat de beleidscyclus volgens de Omgevingswet het volledig wettelijke instrumentarium in een voortdurende dynamische cyclus die in kan spelen op ontwikkelingen. Inhoudelijk verhoudt de visie zich dan ook nadrukkelijk met de andere instrumenten. Omdat het omgevingsplan voor het hele eiland pas in 2029 klaar hoeft te zijn en er ook nog geen programma’s zijn gemaakt, functioneert de omgevingsvisie op dit moment, nu er nog geen omgevingsplan ligt dat juridische kaders stelt, anders dan straks wanneer alle instrumenten volwaardig functioneren onder de Omgevingswet. De omgevingsvisie die nu voorligt moet duidelijke kaders stellen en koers bepalen als (juridische) basis voor de toetsing van initiatieven, zolang de cyclus nog niet optimaal functioneert. Een deel van die kaders kan straks naar het omgevingsplan, waarna de omgevingsvisie uiteindelijk een meer strategisch abstractieniveau kan krijgen. De omgevingsvisie is daarmee eveneens een dynamisch document, dat binnen de beleidscyclus telkens om aanpassing en actualisatie vraagt aan ontwikkelingen en opgaves die zich voor gaan doen. Er zijn meer zaken die op dit moment nog niet duidelijk zijn of waarin de gemeente nog geen keuzes heeft gemaakt. Vraagstukken die pas bij het opstellen van het omgevingsplan aan de orde komen, zoals beleidsmatige keuzes met betrekking tot o.a.
de regels uit de Bruidsschat (vooral de gemeentelijke milieuregelgeving), de zorgplichten, de regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving uit de verschillende gemeentelijke verordeningen, en dergelijke. Onderdelen die op grond van artikel 3.2. en 3.3. van de Omgevingswet deel uit moeten maken van een omgevingsvisie, zoals bedoeld onder de Omgevingswet. Deze omgevingsvisie is om die reden nog niet volledig een omgevingsvisie zoals de Wet die voor zich ziet en zoals die in de toekomst binnen een optimale beleidscyclus moet gaan functioneren in relatie tot hogere regelgeving en het eigen gemeentelijke instrumentarium. Om die reden wordt deze omgevingsvisie gezien als een tussendocument, een eerste stap naar de toekomstige volwaardige omgevingsvisie.
BESTUURLIJKE CONTEXT verder zou ik ook aangeven dat we met de visie aansluiting willen zoeken bij de 9 principes van de Omgevingsvisie van de provincie en tot slot zou ik ook de kamerbrief willen noemen waarbij het Rijk heeft aangegeven de regie te pakken in ieder geval op vier voor Leeuwarden relevante onderdelen, namelijk dat verbindingsverhaal van regio’s (ken jij beter dan ik), een nationaal programma voor het landelijk gebied (met name landbouw), een aanpak van de veenweideproblematiek en een beschouwing van het Nederlandse landschap en de betekenis daarvan. Kortom je zit straks met een sterke regie vanuit het Rijk, daaronder komt een zeer strakke regie vanuit de provincie, dus is de vraag wat er voor de gemeente resteert. Dat vraagt van ons wel de nodige creativiteit, maar ook aandacht voor de rol die Leeuwarden in de processen kan innemen en zo.
LOKALE KLEURING De samenhang van thema’s – wat willen we per beleidsthema bereiken – met gebieden – hoe vindt de vertaling plaats per wijk, dorp of gebied – moet in de omgevingsvisie een goede plek krijgen. Juist voor Leeuwarden is dat ook bijzonder relevant: dragende groenen waterstructuren enerzijds en een veelzijdige stand en diverse dorpen met een eigen kleur en identiteit anderzijds. Een thematische aanpak voor bijvoorbeeld leefbaarheid of duurzaamheid die voor alle wijken en dorpen geldt, is weinig effectief. Er zal een gebiedsgerichte uitwerking nodig zijn die specifieke oplossingsrichtingen kan bieden. De omgevingsvisie zet daarbij vooral in op de meest dynamische gebieden. In het proces brengen wij dat onder door de themaambities te vertalen in een beperkt aantal leidende ambities per gebied. In focusgesprekken maken we daar een gebiedsgerichte uitwerking van.
INHOUD 1. Locatie en initiatief
4
2. Historie
6
3. Natuurnetwerk Brabant
7
4. Huidige situatie
8
5. Gemeentelijk beleid 5.1 Landschapsinvesteringsregeling 2019 gemeente Best
9
5.2 Structuurvisie buitengebied
10
6. Bestemmingsplan
12
7. Kwaliteitsverbeterplan
13
8. Investering landschap
19
1. DE LOCATIE EN INITIATIEF
Scouting Best
A2
Best
4
Plangebied
Van der Vleuten bouwmaterialen is gevestigd aan de Boslaan Zuid 13 in het buitengebied van Best. De ligging van de A2 zorgt ervoor dat er een duidelijke splitsing is in binnen- en buitengebied. Ten zuiden van de Rijksweg ligt de bebouwde kom en ten noorden van de Rijksweg ligt het buitengebied met de daarbij behorende natuur. In de bestaande situatie is het plangebied vrijwel geheel in gebruik ten behoeve van het bedrijf. Uitzondering is de noordhoek van het perceel. Deze gronden zijn ingericht als groen/bosgebied. De aanwezige bebouwing is vervallen en niet meer in gebruik en zal dan ook gesaneerd worden. Het is noodzakelijk om binnen de bedrijfsbestemming de bouwmaterialen droog en overzichtelijk te stallen. De bedrijfsbebouwing is dan ook noodzakelijk om de continuïteit van het bedrijf te kunnen waarborgen. De initiatiefnemer is voornemens om de huidige situatie grotendeels vast te leggen in het bestemmingsplan. In dat kader wordt ook verzocht om de maximale oppervlakte aan bedrijfsbebouwing te vergroten en de gewenste oppervlakte, inclusief de kleine uitbreidingen die in de toekomst gepland staan, mogelijk te maken. Deze wijziging van het bestemmingsplan zorgt voor compenserende maatregelen; versterken van de kwaliteit van het landschap.
5
Een deel van het perceel zal dus worden omgevormd naar bos. Daarbij is het belangrijk dat rekening wordt gehouden met het naastliggende natuurgebied. Dit bos maakt deel uit van de NNB (Natuurnetwerk Brabant). In dit document is de kwaliteitsverbetering weergegeven. Door het toevoegen, versterken en/of het herstellen van landschapselementen wordt bijgedragen aan de huidige landschapsstructuur. Bij het opstellen van dit document is rekening gehouden met het Landschapsinvesteringsregeling 2019 van de gemeente Best.
2. HISTORIE
• • • •
anno
anno
anno
- 1980 -
- 1990 -
- 2020 -
Best kent veel akkerbouwgronden; Heide in de directe omgeving locatie; De Rijksweg doorkruist het landschap; Aan de zuidwestzijde van de A2 ontstaan kleine wijken.
Wadi tbv watercompensatie 6
•
De akkerbouw in de huidige bebouwde kom is verdwenen en er is plaats gemaakt voor uitgebreide woonwijken met veel groen; • De voormalige Rijksweg zorgt voor een tweedeling van wonen en natuur. • Ten zuiden van de bebouwde kom vind verdere uitbreiding van de bestaande bedrijvigheid (BATA) plaats.
• •
Ter hoogte van het bedrijventerrein is de A2 verlegd; Bospercelen hebben plaats gemaakt voor agrarische ontwikkeling.
3. NATUURNETWERK BRABANT Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van de beschermde natuurgebieden in Nederland. Onder het netwerk vallen bestaande en nieuwe natuurgebieden die door de ecologische verbindingszone (EVZ) met elkaar verbonden zijn. Het is belangrijk dat veel natuurgebieden met elkaar in verbinding staan. Dieren moeten zich kunnen verplaatsen om voldoende voedsel te kunnen vinden en schuilplaatsen te creëren. Rondom de locatie van Van der Vleuten ligt het Natuurnetwerk Brabant. De natuur rondom het plangebied bestaat vooral uit ‘Droog bos met productie’. Het bos bestaat veelal van oorsprong uit aangeplante bosopstanden van den, eik, beuk, lariks en fijnspar. De voedselarme delen worden gedomineerd door de eik, beuk en den.
7
Natuurnetwerk Brabant
4. HUIDIGE SITUATIE
Op het huidige terrein zijn de dode/zwakke bomen verwijderd.
8
De vervallen bouwwerken worden gesaneerd waardoor er ruimte ontstaat voor kwaliteitsverbetering.
De huidige rand van het perceel is in goede staat en vormt dan ook een goede basis voor de kwaliteitsverbetering van het landschap. Oude resten van bebouwing worden verwijderd.
5. GEMEENTELIJK BELEID 5.1 LANDSCHAPSINVESTERINGSREGELING 2019 GEMEENTE BEST De impact van de ontwikkeling heeft invloed op de natuur. Hoe groot deze impact is, wordt bepaald door de volgende aspecten: • De omvang van de ontwikkeling • De vraag of er sprake is van nieuw ruimtebeslag of dat er gebruik wordt gemaakt van bestaande bebouwing • De aard van de locatie en de omgeving • De aard van de ontwikkeling en de mogelijk hinder voor de omgeving • De “gewenstheid” van de ontwikkeling met betrekking tot een beleidswens De ontwikkeling aan de Boslaan zuid valt onder ‘categorie 3’ van het Landschapsinvesteringsregeling. Dat wil zeggen dat de ontwikkeling ruimtelijk inpasbaar is, maar dat deze een beduidende invloed heeft op de omgeving. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om ontwikkelingen waarbij vergroting van de vigerende bouwmassa/-oppervlakte, vergroting van het vigerende bestemminsvlak en/of bestemmingswijziging aan de orde is. (Bron: landschapsinvesteringsplan 2019) Er kan op verschillende manieren geïnvesteerd worden in kwaliteitsverbetering van het landschap. 1. Aanleg of herstel van de natuur ter versterking van de landschapsstructuur. Afhankelijk van de locatie van de investering kan mede aan de hand van STIKA bepaald worden welke ingreep gewenst is en wat de bijbehorende kosten zijn.
9
2. Voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. De aanleg van recreatieve voorzieningen wordt als onderdeel van de kwaliteitsverbetering van het landschap gezien. Voorbeelden zijn openbaar te gebruiken bankjes, wandelpaden en/of fietspaden. 3. Cultuurhistorie en archeologie. Het is mogelijk om te investeren in cultuurhistorische waardevolle gebouwen, elementen of terreinen. 4. Sloop van gebouwen, stallen, kassen en verhardingen. Het verwijderen van overbodige landschappelijk storende bebouwing en het verwijderen van verharding in het buitengebied vormt een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van het landelijke gebied. 5. Klassieke bijdrage aan de NNB en EVZ’s. Kwaliteitsverbetering kan betrekking hebben op het realiseren van delen van de Natuurnetwerk Brabant en van ecologische verbindingszones. Hierbij wordt veelal agrarische cultuurgrond omgezet in natuur- en of bosbestemming. 6. Maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie. Maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie kunnen leiden tot verbetering van de aanwezige potentiele kwaliteiten van bodem, water, natuur en landschap.
5.2 STRUCTUURVISIE BUITENGEBIED Het plangebied aan de Boslaan Zuid 13 ligt op de grens van het Kampenlandschap en de heide (ontginningen). Het heidegebied rondom het plangebied is een relatief hooggelegen heideterrein op stuifzandruggen. De zandruggen zijn begroeid met droge heide en vliegdennen. Het landschap heeft een besloten karakter door de aanwezige bossen. In de bosgebieden ligt een aantal nieuwe open heideterreinen met vennen. Het agrarische-recreatief landschap, ten noorden en ten oosten van het plangebied, ligt grotendeels op een vlakke dekzandrug. In de ondergrond zijn enkeerd- en laarpodzolgronden aanwezig. In het verleden had dit landschap kleine akkers en graslanden omzoomd door houtsingels en houtwallen. Als gevolg van schaalvergroting in de landbouw is deze verkaveling nog beperkt aanwezig. In de visie van de gemeente is aangegeven dat landschap, natuurwaarden en de ondergrond met de waterhuishouding een natuurlijk kapitaal is. Ruimtelijke ontwikkelingen zonder investering in de omgeving zijn niet meer aan de orde. Het uitbreiden van bestaande of toekennen van nieuwe functies dient gepaard te gaan met kwaliteitsverbetering van het landschap. Als leidraad verwijst de gemeente naar de ‘Landschapsinvesteringsregeling Best’. Landschapseenheden Best 10
Zoals op de kaart op deze pagina te zien, ligt de locatie van Van der Vleuten in het Heide- en bosgebied. Het productiebos van de Nieuwe Heide wordt getransformeerd naar een afwisselend bos- en heidegebied, met open vennen en open plekken. Het gebied wordt veelvuldig gebruikt door wandelaars, trimmers, fietsers en ruiters. Door de kap van naaldbomen vindt minder dan voorheen verdamping plaats, zodat het waterpeil in de vennen op gewenst niveau is. Verdroging van de vennen wordt hiermee voorkomen. Verschillende dieren en planten profiteren van de levendige natuur.
Structuurvisie buitengebied 11
6. BESTEMMINGSPLAN Plangebied Plangrens an
sla
Bo -Z
Enkelbestemmingen
uid
1,7 - 2,5 meter breed
11
WR-A5
B-1
Bedrijf - 1
BO
Bos
Dubbelbestemmingen L-W
Leiding - Water
WR-A5
Waarde - Archeologie 5 (gebied met een middelhoge archeologische verwachting)
Gebiedsaanduidingen luchtvaartverkeerzone - ihcs en invliegfunnel luchtvaartverkeerzone - ils uid -Z an sla Bo
13
overige zone - beperkingen veehouderij
BO baa nla an
overige zone - natuur netwerk brabant vrijwaringszone - radar
BO WR-A5
Functieaanduidingen
Sch
iet
4719m2
(sb-hb)
specifieke vorm van bedrijf - handelsbedrijf bouwmaterialen
(bw) [sba-2]
Bouwvlakken
B-1
1091m2
bouwvlak
uid
-Z
an
sla
Bo
(sb-hb)
[sba-1] 13
iet baa Sch
an nla baa Sch
iet
id Zu n-
a sla
Bo
nla
an
WR-A5
6,4 meter breed s Bo
0
laa
70
Zu
nid Bo
iet baa Sch
uid
-Z
nla
an
an
sla
2,5 meter breed
L-W 0
70
Bestemmingsplan 12
Bestaande situatie
7. KWALITEITSVERBETERINGSPLAN Door de ontwikkeling, het wijzigen van het bestemmingsplan, is natuurcompensatie vereist. Op het noordwestelijke deel van het terrein zal kwaliteitsverbetering plaatsvinden. Door het toevoegen en het versterken van landschapselementen wordt er bijgedragen aan de huidige landschapsstructuur. Uit de analyse is gebleken dat het omliggende bos onder het Natuurnetwerk Brabant valt. Dit bos bestaat uit zowel loof- als naaldbomen zoals den, eik, beuk, lariks en fijnspar. De omliggende bossen zijn met elkaar verbonden zodat dieren zich kunnen verplaatsen, voedsel kunnen vinden en een schuilplaats kunnen creëren. Op de locatie waar kwaliteitsverbetering plaatsvindt, zijn dode en zieke bomen verwijderd. De bebouwing die er staat is vervallen en wordt verwijderd. Vanaf het terrein van Van der Vleuten is het bosperceel aan de zuidoostzijde toegankelijk voor beheer. Aan deze zijde ligt een talud dat in stand gehouden blijft en zo ook het zicht op het terrein ontneemt. Dichte beschoeiing zorgt ervoor dat op enkele plekken het hekwerk onderbroken kan worden. Vanuit het omringende bos is en blijft het perceel van Van der Vleuten toegankelijk voor reeën en kleine zoogdieren.
13
NNB (naald en loof)
Locatie boscompensatie
Huidige naaldbomen; behouden
Huidige sloot afwatering parkeerterrein
Huidig talud
Huidige greppel
A2
Huidig groen Het huidige groen wordt zoveel mogelijk gehandhaafd. De exoten zoals coniferen en laurierkers worden verwijderd en maken plaats voor inheemse boom- en struiksoorten. Naaldbomen worden door loofbomen vervangen. Enkel de hoge coniferen aan de zuidwestzijde van het perceel blijven behouden, de ecologische waarden van deze oude bomen zijn hoog. De huidige inheemse bomen en struiken worden gehandhaafd. Hier vallen de wintergroene hulst en taxushaag ook onder. Er zal maatwerk in het veld plaatsvinden zodat goede en gezonde bomen niet zomaar verdwijnen. In de huidige situatie ligt er achter de grote loods een greppel. Deze greppel blijft in stand, wordt uitgebreid en wordt ingezet voor het opvangen van hemelwater van het terrein. Het parkeerterrein wordt in de huidige situatie afgewaterd in de aangrenzende sloot. Bij de ontwikkeling blijft deze sloot in stand. Nieuw groen Op het perceel wordt de bosstructuur versterkt door het toevoegen van inheemse loofbomen. Door het toevoegen van deze soorten zal het naastgelegen bos versterkt worden. Aan de noordoostzijde van het perceel loopt een wandelpad. Om het bedrijf en de bijbehorende bebouwing uit het zicht te ontnemen, wordt er aan de noordzijde ook een talud aangeplant en wordt het (onderbroken) hekwerk begroeid met klimop en kamperfoelie.
14
Het talud wordt zo aangelegd dat de behouden bomen niet in de problemen komen. De hoogte van het talud zal maximaal 3 meter worden, vergelijkbaar met het huidige talud aan de zuidzijde. Watercompensatie Voor de ontwikkelingen in de toekomst en om de waterhuishouding van het gebied op peil te houden, wordt een wadi aangelegd. De huidige sloten op het perceel fungeren in de huidige situatie ook al als waterberging. De wadi zorgt ervoor dat het regenwater opgeslagen wordt en gebruikt kan worden in tijden van droogte. Het plangebied ligt op de dekzandgronden, dat betekent dat de wadi niet altijd gevuld is met water. Inheemse vegetatie (natte heide vegetatie) zal zich hier vestigen waardoor de biodiversiteit in het gebied extra versterkt wordt. Aan de rand bij de wadi wordt struweel toegepast met soorten als kornoelje, hazelaar, sleedoorn, kardinaalsmuts. Bomen zoals de tamme kastanje, walnoot en lindes worden aan de rand geplant zodat deze bomen genoeg vocht en ruimte hebben om een volwaardige boom te worden. Door open ruimtes te creëren ontstaat er een mooie, geleidelijke overgang naar het open gebied bij de wadi. De wadi is vanuit het bos toegankelijk voor diverse diersoorten, die als er water staat, als drinkpoel kan fungeren. De oppervlakte van de wadi is 900m2 in totaal. Met een aflopend talud en een maximale diepte van 1 meter is de capaciteit van de wadi 675m3.
Nieuwe situatie na kwaliteitsverbetering
De wadi zal niet direct in verbinding staan met het afwatersysteem van het parkeerterrein. Het parkeerterrein wordt afgewaterd op de huidige sloot langs de rand van het parkeerterrein. Met een lengte van circa 135 meter, een diepte van 50 centimeter en een breedte van 80 centimeter en rekeninghoudende met het talud, bedraagt de waterberging circa 40m3.
Wadi t.b.v watercompensatie
Opslag e.d. Van der Vleuten
Aan de noordoostzijde van het terrein ligt een sloot met een lengte van 170 meter en een breedte van gemiddeld 2 meter. Rekening houdend met het talud, is de capaciteit van de sloot 255 m3. Deze sloot wordt in de huidige situatie al ingezet voor de afwatering van het terrein. Door een wadi met een oppervlakte van 260m2 en een diepte van gemiddeld 0.5 meter toe te voegen, wordt de capaciteit vergroot met 130m3. De totale waterbergingscapaciteit binnen het plangebied bedraagt dan circa 1100 m3. Ten opzichte van de bestaande situatie wordt ruim 800 m3 waterbuffercapaciteit toegevoegd. Oppervlakte
Inhoud
Wadi bosgedeelte
900m2
675m3
Sloot parkeerterrein
108m2
40m3
Sloot noordoostzijde
600m2
385m3
Huidige sloot Toegevoegde wadi
Totaal
2
340m 260m2
255 m3 130 m3
1608m2
1100m3
Versterken bosstructuur
Groenstructuur versterken door middel van struweel
Uitbreiding sloot d.m.v wadi
Talud
Hekwerk doortrekken of roosters monteren voor klimplanten
Bomen De bomen die aangeplant worden zijn inheemse loofbomen die ook in het omliggende bos te vinden zijn. De bomen worden voor 50% aangeplant in bosplantsoen en 50% als veren. De soorten die aangeplant worden zijn: - Ruwe berk (20%) - Beuk (20%) - Tamme kastanje (langs de wadi) (5%) - Walnoot (langs de wadi) (5%) - Winterlinde (langs de wadi) (5%) - Inheemse vogelkers (5%) - Boswilg (20%) - Zomereik (20%) De bomen die worden aangeplant in bosplantsoen hebben een onderlinge afstand van 1,5 - 2 meter. Bomen in veren hebben een onderlinge plantafstand van 3 meter. De bomen worden in wildverband en handmatig aangeplant om zorgvuldig met de te behouden bomen om te kunnen gaan. Op de afbeelding hiernaast is weergegeven hoeveel bomen er per 100m2 worden aangeplant en hoe het bos zich ontwikkeld heeft na 10-15 jaar. Bij de bomen wordt onderscheid gemaakt tussen bosplantsoen (donkergroen) en bomen die aangeplant worden als veren (licht groen). De onderlinge afstand is mede bepalend voor het eindresultaat. In 100m2 worden circa 61 bomen handmatig aangeplant. Na 10-15 jaar zijn enkele bomen weg geconcurreerd waardoor de hoeveelheid bomen is afgenomen.
16
Door de wadi en de bewuste open delen zal langs de wadi 61 bomen per 100m2 in het hele bos niet altijd haalbaar zijn. Het uiteindelijke resultaat zorgt ervoor dat het perceel een dicht bladerdak heeft maar ook voldoende zonlicht krijgt voor ontwikkeling van de biodiversiteit. Struweel De wintergroene hulst en de taxushaag blijven gehandhaafd. Op de grondwal worden diverse soorten toegevoegd zoals: - Sleedoorn - Kornoelje - Gewone vogelkers - Hazelaar (onderaan i.v.m vocht)
Nieuwe bomen
Struweel
Aan de noordoostzijde wordt de huidige groenstrook versterkt met een strook struweel. Soorten die toegepast worden komen overeen met het struweel langs de wadi: - Kornoelje (25%) - Hazelaar (25%) - Sleedoorn (25%) - Kardinaalsmuts (25%) Natuurinclusief Er zullen nestkasten geplaatst worden aan de bestaande gevels. Deze nestkasten verschillen in oriëntatie. Zo ontstaat er een diversiteit aan omstandigheden en dit bevorderd de diversiteit van soorten. Voor uilen zal 1 uilenkast geplaatst worden. Deze kast is zuidoost georiënteerd en kan zowel aan de loods als in het bos opgehangen worden. Om kleine soorten niet te verjagen worden verspreid over het terrein vogelhuisjes opgehangen. Kleine soorten 17
Talud
Huidige bomen
Nieuw struweel
zoals de zwarte roodstaart, bonte vliegenvanger en verschillende soorten mezen kunnen een schuilplaats vinden in een divers aanbod van vogelkasten. Waaronder mezenkasten, halfholenbroeders en boomkruiperkasten. In totaal worden er 10 kasten opgehangen, verdeeld over het gehele perceel. Voor vleermuizen worden 3 kasten aan de gevels gemonteerd en 1 kast in het bos. De kasten aan de gevel zijn geschikt voor gebouwbewonende soorten. De kast in het bos is geschikt voor boombewonende soorten en wordt gemonteerd aan een boom. De vleermuiskasten hangen langs de vleermuisroute. Blinde muur Aan de Schietbaanlaan, ten zuidoosten van het plangebied, is de blinde muur van de loods zichtbaar. De bomen die langs de laan staan zijn van de gemeente en blijven behouden. Om de muur meer landschappelijk in te passen, wordt het hekwerk doorgetrokken of worden er rooster aan de gevel gemonteerd (circa 60 meter). Onder aan het hekwerk/roosters worden klimplanten geplant zoals de bosrank (33%), clematis (33%), en de kamperfoelie (34%). In totaal worden er 180 klimplanten aangeplant (3 per strekkende meter). Deze klimplanten zorgen ervoor dat de dichtheid van de groenstructuur toeneemt en het zicht op de muur afneemt. De klimplanten bevorderen de biodiversiteit door bijen en vlinders te voorzien van nectar. Zonder hekwerk/rooster groeien deze planten niet.
18
Blinde muur aan de Schietbaanlaan
Beheer Het bosplantsoen heeft weinig beheer nodig. Groepsgewijze menging zorgt ervoor dat minder dominante beplantingsoorten niet snel verdwijnen. Eén keer per vijf jaar wordt maatwerk uitgevoerd waarbij de dominante en hard groeiende soorten worden terug gesnoeid. Het reguliere onderhoud wordt in fases uitgevoerd (maximaal 45% van het oppervlakte per jaar). Deze methode zorgt ervoor dat genoeg begroeiing over blijft om het broedseizoen niet te betasten. Het reguliere onderhoud wordt 15 jaar uitgevoerd waarvan de eerste 6 jaar jaarlijks en vervolgens om de 3 jaar. Na 15 jaar kan het bosplantsoen zich zonder beheer verder ontwikkelen. Oud hout wordt niet verwijderd, maar zal in het bosgedeelte blijven liggen. Kleine insecten kunnen hier voedsel en een schuilplaats vinden. Rondom de wadi is beheer wel van belang. Deze zone moet enigszins open blijven om zo de beplanting aan de oeverrand voldoende zonlicht te geven. Het stuk bos wordt hier na de eerste 5 jaar uitgedund. Vervolgens gebeurd dit om de 10 jaar. De tamme kastanje, walnoot en de linde worden hiervoor uitgesloten. 1 Keer per jaar zal de wadi gemaaid worden en wordt het maaisel afgevoerd. Rondom de watergang op het terrein wordt jaarlijks gemaaid met de klepelmaaier.
19
Omliggend bos (Cyclomedia, 2022)
8. INVESTERING LANDSCHAP Door bos en struweel toe te voegen aan het perceel, wordt er geïnvesteerd in natuur- en landschapselementen en worden er maatregelen genomen ten behoeve van klimaatadaptatie. De kwaliteit van het landschap, de bodem, het water en de biodiversiteit zal fors toenemen door de ontwikkeling van natuur. In het landschapsinvesteringsregeling van de gemeente Best zijn diverse soorten opgenomen die vallen in de regeling. Deze soorten zijn toegepast in het nieuwe stuk natuur:
niet bewerkt. Het bodemleven zal toenemen waardoor de bodemstructuur verbeterd wordt. Het regenwater wordt opgevangen in de wadi’s. Doordat de grond droog is zullen de wadi’s niet altijd vol met water staan maar in de droge periodes zal natte heide vegetatie zich hier vestigen.
- Ruwe berk - Hazelaar - Beuk - Wilde kamperfoelie - Inheemse vogelkers - Sleedoorn - Zomereik - Boswilg - Winterlinde Onder het rijtje van cultuurhistorische bomen en struiken staan de tamme kastanje en de walnoot benoemd. De diversiteit aan beplanting zorgt ervoor dat de toekomstwaarden betreft biodiversiteit fors zal toenemen. Het nieuwe bos wordt een rustige omgeving waar veel kleine zoogdieren en vogels hun leefgebied kunnen uitbreiden. Dode takken worden niet verwijderd en de bodem wordt 20
Gebied aangegeven voor klimaatadaptatie Waterschap (Bron: stimuleringsregeling Landschap)
Door bos en struweel toe te voegen aan het perceel, wordt er geïnvesteerd in natuur- en landschapselementen en worden er maatregelen genomen ten behoeve van klimaatadaptatie. In de nieuwe situatie zal het perceel hierdoor veel klimaatadaptiever zijn dan in de bestaande situatie. Er is meer capaciteit om regenwater op te vangen, ook bij hevige regenval. Bovendien zullen daken daar waar mogelijk groen worden ingericht. Bij vervanging van daken gelden groene daken ook als voorwaarde. Tot slot zullen binnen het plangebied aan de bestaande gevels en aan de randen van het perceel nestkasten worden geplaatst. Hierbij kan gedacht worden aan schuilplaatsen voor de zwarte roodstaart, bonte vliegenvanger en verschillende soorten mezen. Deze soorten maken veel gebruik van specifieke ecosystemen en biotopen. Biotopen zoals boomholtes en halve holtes zijn in Nederland schaars omdat deze van nature alleen in de oudere bossystemen voorkomen. Door het plaatsen van nestkasten wordt de mogelijkheid tot nestelen voor deze soorten mogelijk gemaakt in de jongere bossen.
Halfholenbroeder nestkast
Voor de uil komt er een uilenkast op het perceel, deze zal zuidoost georiënteerd worden zodat de omstandigheden voor de uil optimaal zijn. Voor verschillende soorten vleermuizen (bouwbewonende en boombewonende) zullen kasten opgehangen worden. Deze kasten hangen zowel aan de gevel als in het bos. 21
Uilenkast
Bijlage 3 Quickscan Flora en Fauna BoslaanZuid 13
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
Locatie: Boslaan Zuid 13 Best Rapportnummer: 2022-BE-0476 In opdracht van: RHO Adviseurs Postbus 150 3000 AD Rotterdam
Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2022-BE-0476 Opdrachtgever RHO Adviseurs Contactpersoon De heer R. Verkooijen Locatie Boslaan Zuid 13 Best Auteur Frenk van de Wal
Opleverdatum 23 december 2022
De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
1
Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476
Inhoudsopgave SAMENVATTING .................................................................................................................................. 3 1.
INLEIDING EN ONDERZOEK .......................................................................................................... 4
1.1 Aanleiding ........................................................................................................... 4 1.2 Doelstelling ......................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling .......................................................................................... 4 1.4 Criteria ............................................................................................................... 4 2.
BELEIDSKADER ........................................................................................................................... 5
2.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming ............................................................................................ 5 2.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................... 7 2.4 Zorgplicht ........................................................................................................... 7 3.
PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ...................................................................................................... 8
3.1 Huidige situatie.................................................................................................... 8 3.2 Voorgenomen ontwikkeling .................................................................................. 9 4.
PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN .........................................................................................11
4.1 Bureauonderzoek................................................................................................ 11 4.2 Veldonderzoek .................................................................................................... 12 4.3 Beschrijving plangebied ....................................................................................... 13 5.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN ................................................................................................15
5.1 Gebiedsbescherming ........................................................................................... 15 5.2 Soortenbescherming ........................................................................................... 17 6.
RESULTATEN EN ADVIES .............................................................................................................24
6.1 Resultaten .......................................................................................................... 24 6.2 Advies en aanbevelingen ...................................................................................... 24 6.3 Toelichting op nader onderzoek............................................................................ 25 7.
BRONNEN .................................................................................................................................27
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
2
Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476
SAMENVATTING
Initiatiefnemer heeft plannen voor de locatie aan de Boslaan Zuid 13 te Best. Het voornemen is om kwaliteitsverbetering van de locatie toe te passen, door middel van het aanplanten van bomen en struweel en de aanleg van een wadi. In de toekomst (over enkele jaren) is het plan om bestaande opstallen, zijnde de bedrijfswoning met aangebouwde winkel te slopen. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. De werkzaamheden van fase 1 kunnen zonder overtreding van de Wet Natuurbescherming uitgevoerd worden en verbeteren de ecologische waarden van het onderzoeksgebied. Door de verbetering van de ecologische waarden is er geen negatief effect te verwachten op het omliggende NNN-gebied.
Bij de sloop van de bedrijfswoning als onderdeel van fase 2 kunnen mogelijk individuen van de soortgroep vleermuis verstoord of verwond raken. Om dit uit te sluiten is nader onderzoek nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Frenk van de Wal Brabant Eco December 2022
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
3
Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476
1. INLEIDING EN ONDERZOEK
1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever RHO Adviseurs heeft initiatiefnemer plannen voor de locatie aan de Boslaan Zuid 13 te Best. Door bos en struweel toe te voegen aan het perceel, wordt er geïnvesteerd in natuur- en landschapselementen en worden er maatregelen genomen ten behoeve van klimaatadaptatie. De geplande wadi heeft een oppervlakte van 900m2 totaal. In de toekomst (over enkele jaren) is het plan om bestaande bedrijfswoning met aanbouw te slopen. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
4
Ecologische quickscan Boslaan Zuid 13 Best, BE-0476
2. BELEIDSKADER
De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.
2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.
2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.
2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.