CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

23065.5 - TOELICHTING ontwerpbestemmingsplan Boslaan-Zuid 13

Raadsvergadering 30 oktober 2023, gemeente BestBij agendapunt: 23065 - Vaststellen bestemmingsplan Boslaan-Zuid 1321.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

68/128

Voor de ontwikkelingen in de toekomst en om de waterhuishouding van het gebied op peil te houden, wordt een wadi aangelegd. De huidige sloten op het perceel fungeren in de huidige situatie ook al als waterberging. De wadi zorgt ervoor dat het regenwater opgeslagen wordt en gebruikt kan worden in tijden van droogte. Het plangebied ligt op de dekzandgronden, dat betekent dat de wadi niet altijd gevuld is met water. De oppervlakte van de nieuwe wadi is 900m² in totaal. Met een aflopend talud en een maximale diepte van 1 meter is de capaciteit van de wadi 675m³. De wadi zal niet direct in verbinding staan met het afwatersysteem van het parkeerterrein. Het parkeerterrein wordt namelijk afgewaterd op de huidige sloot langs de rand van het parkeerterrein. Met een lengte van 135 meter, een diepte van gemiddeld 50 centimeter en een breedte van 80 centimeter en rekeninghoudende met het talud, bedraagt de waterberging van die sloot circa 40m³. Aan de noordoostzijde van het terrein ligt een sloot met een lengte van 170 meter en een breedte van gemiddeld 2 meter en een diepte van 1 meter. Deze sloot wordt in de huidige situatie al ingezet voor de afwatering van het terrein en heeft een capaciteit van circa 255 m³ (170*2*0,75). Door een wadi met een oppervlakte van circa 260 m² en een diepte van gemiddeld 0,5 meter toe te voegen, wordt de capaciteit vergroot met 128 m³ (afgerond 130).

Daarmee komt de totale waterbergingscapaciteit binnen het plangebied op circa 1.100 m³. Oppervlakte

Inhoud

Wadi bosgedeelte

900 m²

675 m³

Sloot parkeerterrein

108 m²

40 m³

Sloot noordoostzijde huidige sloot toegevoegde wadi

600 m² 340 m² 260 m²

385 m³ 255 m³ 130 m³

Totaal

1.608 m²

1.100 m³

In de nieuwe situatie is de bedrijfsbestemming 25.027 m² groot. Zelfs als 75% van dat oppervlak wordt bebouwd en verhard, wat nadrukkelijk niet de bedoeling is, wordt met de capaciteit van 1.100 m³ voldaan aan de norm om 6 mm per vierkante meter verhard oppervlak te kunnen bergen (75% van 25.000 m² = 18.750 * 0,06 = 1.125). Er is in de toekomstige situatie ruim voldoende waterbergingscapaciteit in het plangebied aanwezig om incidentele piekbelastingen op te vangen. Daarmee wordt de bestaande situatie aanzienlijk verbeterd en is er sprake van een klimaatadaptief plangebied. Door middel van de voorwaardelijke verplichting voor de aanleg en instandhouding van het kwaliteitsverbeteringsplan is ook de aanleg en instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen met voldoende bergingscapaciteit geborgd. De voorwaardelijke verplichting is opgenomen in subparagraaf 3.4.2 bij de regels bij dit bestemmingsplan. Overige situaties blijven ongewijzigd, zoals het afvoeren van het huishoudelijk afvalwater en de aansluiting op het gemeentelijk rioolstelsel.

69/128

4.13 Ecologie 4.13.1 Normstelling en beleid Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier­ en plantensoorten en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. In elk geval moet aannemelijk zijn dat vergunning of ontheffing van de van de bij of krachtens deze wet geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Dit is anders indien uit de Wnb voortvloeit dat een passende beoordeling moet worden gemaakt. Deze dient te zijn verricht ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan. Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier­ en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: a. Natura­2000 gebieden; b. Bijzondere nationale natuurgebieden; c. Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura­2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000.

Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000­gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; 2. het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en 3. de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000­netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats.

70/128

Bijzondere nationale natuurgebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) kan buitenom de gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden Natura 2000, ook gebieden aanwijzen als Bijzonder nationaal natuurgebied wanneer het gebied is opgenomen op een lijst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Habitatrichtlijn of het gebied onderwerp is van een procedure als bedoeld in artikel 5 van de Habitatrichtlijn. De beschermende werking die geldt voor gebieden die behoren tot Natura 2000, geldt in dat geval ook voor het bijzondere nationaal natuurgebied. Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Natuurnetwerk Brabant (NNB) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. De provincie Noord­Brabant hanteert daarvoor het begrip Natuurnetwerk Brabant (NNB). Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: a. soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; b. soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; en c. de bescherming van overige soorten.

De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden.

De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Noord­Brabant In de provincie Noord­Brabant wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee, voor het op of in de bodem brengen van meststoffen en voor agrarische beregening uit grondwater. In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 3 bij deze verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone

71/128

pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wild zwijn en woelrat. 4.13.2 Toetsing Beschermde soorten In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier­ en plantensoorten en de bescherming van natuurgebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Het perceel is in zijn geheel in gebruik ten behoeve van het hier gevestigde bedrijf. Alleen aan de randen van het perceel zijn groenvoorzieningen in de vorm van bomen en struiken aanwezig. In die situatie zijn geen wijzigingen voorzien. Er worden geen gebouwen gesloopt of beplanting gerooid. Alleen dode of zieke bomen zullen worden gekapt en worden vervangen door nieuwe loofbomen (zie ook paragraaf 2.2.4 en Bijlage 2). Deze werkzaamheden zullen plaatsvinden buiten het broedseizoen. Desalniettemin is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De resultaten van dat onderzoek zijn opgenomen in Bijlage 3 van deze toelichting. De onderzocht planlocatie aan Boslaan 13 te Best ligt midden in een NNN­gebied. Een hogere natuurwaarde is één van doelen van de werkzaamheden. Door de werkzaamheden in fase 1 zal de natuurwaarden van een deel van het plangebied verbeterd worden.

Onder de werkzaamheden van fase 1 worden onder andere de sloop van de voormalige kippenstal en aanplanting van vegetatie gezien. Onder de werkzaamheden van fase 2 worden de afbraak van de voormalige bedrijfswoning en bouw van een nieuwe woning gezien. Door de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen in de voormalige bedrijfswoning zal hier een nader onderzoek moeten volgen om deze soortgroep uit te kunnen sluiten. De onderzoeksresultaten geven aan dat de planlocatie weinig biodiversiteit bevat voor wat betreft het bebouwde deel. Het plangebied bestaat uit bebouwing en er is weinig vegetatie. Door natuur inclusieve verbeteringen kunnen er nestgelegenheden en verblijfplaatsen ontstaan voor gebouwbewonende soorten. Ook zal de diversiteit aan omstandigheden toenemen met de voorgenomen ontwikkeling van de westelijke hoek. Door de ontwikkeling van natuur zal de kwaliteit van het plangebied in biodiversiteit toenemen. Gebiedsbescherming Het Natura 2000­gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen bevindt zich op circa 9,5 kilometer ten westen van het plangebied. Door de afstand van dit gebied tot het plangebied en de aard van de ontwikkeling wordt geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen of kernkwaliteiten in dit gebied verwacht. Het planvoornemen zorgt niet voor extra verkeersgeneratie (zie ook paragraaf 4.3).

Een voortoets Wet natuurbescherming of stikstofberekening wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Bovendien zal de ontwikkeling met de aanleg van bos ten behoeve van het Natuur Netwerk Brabant een bijdrage leveren aan de ecologische waarden ter plaatse, ook zullen enkele stroken aan de randen van het plangebied die zijn aangewezen als NNB met deze bestemmingsplanwijziging een bosbestemming krijgen. Alle activiteiten die ter plaatse mogelijk worden gemaakt, zijn op basis van het huidige bestemmingsplan reeds toegestaan. Het enige verschil is dat de activiteiten, die vooral bestaan uit de opslag en verkoop van nieuwe en gebruikte bouwmaterialen, in de nieuwe planologische situatie inpandig zullen plaatsvinden. Er zal dan ook geen sprake zijn van externe effecten op het NNB als gevolg van de ontwikkeling.

72/128

Figuur 4.3 Ligging plangebied (zwarte stip) t.o.v. het Natura 2000­gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen (Bron: Natura 2000.eea.europa.eu) 4.13.3 Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.14 Duurzaamheid Het is de ambitie van initiatiefnemer om de bedrijfsvoering ter plaatse in stappen steeds verder circulair te maken. De core­business van het bedrijf, de verkoop van gerecycelde materialen, draagt op zichzelf al bij aan duurzaamheidsdoelstelling. Het bedrijf vormt een schakel in de kringloopeconomie waar goede materialen nog een ronde meegaan en niet als afval verwerkt worden. Het bedrijf beoogt in de toekomst verder in te zetten op duuzaamheid als onderdeel van de bedrijfsvoering en uitstraling. De groene inrichting van het terrein en waterbergingsopgave die samengaan met deze bestemmingsplanwijziging leveren een bijdrage aan het toekomstbestendig houden van de locatie. Door verder in te zetten op duurzaamheidsdoelstellingen in de bedrijfsvoering en inrichting van het terrein wil het bedrijf een nog grotere maatschappelijke bijdrage leveren. Eén van de aanvullende duurzaamheidsambities heeft betrekking op het installeren van groene daken. In de toekomstige situatie zullen daken die vervangen worden meteen geschikt gemaakt voor de toepassing van groene daken. Initiatiefnemer van deze ontwikkeling heeft plannen om gebruik te maken van zonnepanelen. Tevens is de ambitie van het bedrijf om op termijn over te schakelen op CO2­neutraal vervoer en zowel de bedrijfswoning als de winkel in de toekomst duurzaam te vernieuwen in het kader van klimaatadaptatie.

73/128

74/128

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt allereerst aandacht besteed aan de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening en de bindende afspraken die dan bij het opstellen van bestemmingsplannen moeten worden gehanteerd: de wettelijke eisen (paragraaf 5.1). Daarna wordt ingegaan op de opzet van de bestemmingsregeling voor het plan (paragraaf 5.2) en vervolgens wordt een toelichting gegeven op de gehanteerde bestemmingen, de algemene regels en de overgangs­ en slotregels (paragraaf 5.3, 5.4 en 5.5).

5.2

Wettelijke eisen

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en gaat vergezeld van onderhavige bestemmingsplan toelichting met bijlagen. In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle nieuwe ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde standaarden (thans SVBP2012, IMRO2012, STRI2012). Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Daarnaast is in het Bro een aantal bepalingen opgenomen waaraan de regels van het bestemmingsplan moeten voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, wijze van meten, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti­dubbeltelbepaling. Belangrijke eis is dat het bestemmingsplan dient te voldoen aan de eis van rechtszekerheid. Dit betekent dat een bestemmingsregeling duidelijk en voor één uitleg vatbaar dient te zijn. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is van belang voor bestemmingsplannen.

5.3

Opzet van de bestemmingsregeling

Ten aanzien van de opzet van de bestemmingsregeling is het volgende van belang. Opzet verbeelding Belangrijke eis is dat het bestemmingsplan dient te voldoen aan de eis van rechtszekerheid. Dit betekent dat een bestemmingsregeling duidelijk en voor één uitleg vatbaar dient te zijn. In aansluiting hierop en in relatie tot de digitale verplichting verdient het de voorkeur zoveel mogelijk onderdelen van de regeling op de verbeelding zichtbaar te maken en de regels zo transparant mogelijk te houden. Voorts zijn de volgende eisen van toepassing: y de ondergrond waarop de verbeelding is gebaseerd, geeft informatie over de actuele (kadastrale) situatie; y op de verbeelding wordt met de bestemming en de aanduidingen aangegeven of, en zo ja welke bebouwing is toegestaan; y op het renvooi wordt de betekenis aangegeven van de bestemmingen en de aanduidingen;

75/128

y

de volgorde van de bestemmingen in het renvooi komt overeen met de volgorde zoals van de regels (alfabetisch).

Tevens wordt in een hoek op de verbeelding de naam van het bestemmingsplan aangegeven, de datum van terinzagelegging, vaststelling en (eventueel) van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook is het identificatienummer van het bestemmingsplan en het kaartblad aangegeven. De kaart bestaat uit 1 kaartblad op een schaal van 1:1.000. De bestemming wordt door middel van hoofdletters aangeduid, zoals 'B' voor 'Bedrijf'. Verder geldt het volgende: y Op de verbeelding kunnen aanduidingen, zoals een plangrens, bouwvlak, specifieke functieaanduidingen of gebiedsaanduidingen worden aangegeven. Opzet regels De indeling in hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, kent de volgende vaste volgorde. y In Hoofdstuk 1 worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald. y In Hoofdstuk 2 worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven. y Hoofdstuk 3 bevat een aantal regels (voorheen bepalingen genoemd) die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti­dubbeltelbepaling of de bepaling welke wettelijke regeling van toepassing). y Hoofdstuk 4 geeft regels voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan.

Op grond van de wettelijke standaarden moet bij de opstelling van een bestemmingsbepaling (de regels) de volgende vaste volgorde gebruikt worden: y bestemmingsomschrijving; y bouwregels; y nadere eisen; y afwijken van de bouwregels; y specifieke gebruiksregels; y afwijken van de gebruiksregels; y omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; y wijzigingsbevoegdheid. y Een bestemmingsregel behoeft niet al deze elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming. Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels.

5.4

Toelichting op de gehanteerde bestemmingen

Artikel 3 Bedrijf ­ 1 De als 'Bedrijf ­ 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven, wonen in een bedrijfswoning en aan huis verbonden beroepen met bijbehorende voorzieningen voor verkeer, verblijf, wegen, paden, tuinen, erven, parkeren, erfontsluitingen, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Een en ander is nader gespecificeerd in de Tabel Bedrijven.

76/128

Binnen de bestemming bedrijf kent de locatie de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf ­ handelsbedrijf bouwmaterialen'. De tabel die bij deze aanduiding zal een maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing van 7.500 m² ter plaatse toestaan. Artikel 4 Bos De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van bos, bosgroeiplaats, landelijke waarden, kenmerken en natuurwaarden. Binnen deze bestemming zijn water­ en waterhuishoudkundige voorzieningen en extensief recreatief medegebruik ook toegestaan. In de regels is daarnaast een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de realisatie en instandhouding van het kwaliteitsverbeteringsplan zeker te stellen. Artikel 6 Waarde ­ Archeologie 5 Deze bestemming is een zogenoemde dubbelbestemming. De dubbelbestemming is met een arcering (kruizen) op de verbeelding weergegeven. De bestemming valt samen met een groot aantal andere bestemmingen. De regeling heeft tot doel de bescherming en veiligstelling van het archeologisch erfgoed in de bodem. Hiervoor is het beleid zoals dat is vermeld in paragraaf 4.5.1 leidend.

5.5

Toelichting op de algemene regels

Deze algemene regels bestaan uit een aantal algemene, niet aan specifieke bestemmingen gekoppelde, regels. Anti­dubbeltelregel Een antidubbeltelbepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De formulering van de antidubbeltelbepaling wordt bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro). Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is opgenomen dat bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen worden overschreden ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld stoepen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken. Algemene gebruiksregels In dit artikel wordt genoemd welk gebruik van de gronden in ieder geval valt onder strijdig gebruik. Het gaat hierbij om onder andere het gebruik van de gronden ten behoeve van stort­ of opslagplaats van goederen en aan het gebruik onttrokken machines of het gebruik ten behoeve van seksinrichtingen. In dit artikel is ook een parkeerregeling opgenomen.

Een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel wordt slechts verleend, indien is aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. ‘Voldoende’ betekent in dit geval dat tenminste voldaan wordt aan het gemeentelijk parkeerbeleid zoals neergelegd in de meest recente Nota Parkeernormen van de gemeente Best.

77/128

Artikel 10 Algemene aanduidingsregels In dit artikel wordt ingegaan op de regels die gelden ter plaatse van de (grotere) gebieden die meestal plangebiedgrens overschrijdend zijn. In dit geval gaat het om de gebiedsaanduidingen: y 'luchtvaartverkeerzone ­ ihcs en invliegfunnel'; y 'luchtvaartverkeerzone ­ ils'; y 'overige zone ­ beperkingen veehouderij'; y 'overige zone ­ natuur netwerk brabant'; y 'vrijwaringszone ­ radar'.

5.6

Toelichting op de overgangs­ en slotregels

Artikel 11 Overgangsrecht In artikel 11 wordt omschreven hoe wordt omgegaan met het bestaand gebruik en met de bestaande bebouwing ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Artikel 12 Slotregel In dit artikel wordt de naam van de regels vastgesteld.

78/128

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Naast de planologische haalbaarheid van de ontwikkeling zoals getoetst in voorgaande paragrafen, moet ook de financiële uitvoerbaarheid van de ontwikkeling aangetoond worden. In de Wet ruimtelijke ordening is de grondexploitatiewet opgenomen. Hierin is geregeld dat gemeenten de mogelijkheid krijgen om kosten van de planontwikkeling te verhalen op grondeigenaren. Het kostenverhaal dient verplicht door de gemeente opgesteld te worden. De gemeente legt dit kostenverhaal vast in een exploitatieplan. Van een exploitatieplan kan worden afgeweken door in het kostenverhaal anderszins te voorzien (overeenkomst met alle grondeigenaren in het plangebied of volledig grondeigendom). In een bestemmingsplan is sprake van kostenverhaal (6.2.3 tot en met 6.2.5 Bro) als een bouwplan (6.2.1 Bro) wordt mogelijk gemaakt. Er is geen sprake van een bouwplan. De bestemmingswijziging wordt geheel bekostigd door de initiatiefnemer. Met een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente zal in het kostenverhaal worden voorzien.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient inzicht te worden gegeven in de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het gaat daarbij zowel om de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de planvoorbereiding zijn betrokken alsook om de resultaten van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro. Het planvoornemen voorziet in het planologisch vastleggen van een bestaande situatie. De bestaande situatie wordt bestendigd en van een toekomstbestendige bestemming voorzien. Voor de omgeving wijzigt er niets. Geconcludeerd wordt dat het planvoornemen maatschappelijk uitvoerbaar is. Vanzelfsprekend hebben eventueel belanghebbenden wel de gelegenheid om een zienswijze in te dienen mochten zij van mening zijn dat hun belangen worden geschaad. 6.2.1 Omgevingsdialoog In oktober 2022 zijn de naaste bewoners aan huis bezocht en is gesproken over de wijzigingen in het bestemmingsplan en de toekomstige nieuwbouw. Daarbij is gesproken over het mogelijk verplaatsen van het huidige kantoor/winkel/ bedrijfswoning naar de huidige parkeerplaats, enkele meters van de huidige bebouwing. Daarin is ook uitgelegd dat de bedrijfswoning onderdeel zal zijn van deze nieuwbouw en geen losstaande woning zal betreffen. De intentie is om de gevels, van de nieuwbouw, uit te voeren met houten gevelbekleding.

Dit enerzijds omdat initiatiefnemer in hart en nieren een houthandel is, anderzijds omdat dit goed aansluit bij de bosrijke omgeving van het bedrijf. Daarbij is de intentie om, in filosofie met de bedrijfsvoering, zoveel mogelijk gerecycled materiaal te (her)gebruiken. Het huidige kantoor/woonhuis zal ten tijde van de bouw intact blijven en worden gesloopt zodra de nieuwbouw in gebruik genomen wordt.

79/128

Daarnaast is ook de herplanting van de nieuwe bestemming bos besproken en aangegeven dat dit staat te gebeuren met inheemse beplanting, welke volgens de geldende richtlijnen zal gebeuren. En het aanleggen van een wadi in deze zone. Dit is het gedeelte dat het dichtst bij hen percelen ligt. Dit is ter verduidelijking aangegeven op de plattegrond (zie bijlage). De huidige bebouwing in dit gebied zal dan tevens worden verwijderd. De omwonenden waren positief gestemd en enthousiast over de wijzigingen en situatie verbetering, zeker ten aanzien van de nieuwbouwplannen en de sloop van het huidige pand. Dit vinden de bewoners een uitstekend plan. 6.2.2

Vooroverleg

Het concept ontwerpbestemmingsplan “Boslaan­Zuid 13, Best” is in het kader van het vooroverleg gestuurd naar de provincie Noord­Brabant en Waterschap De Dommel. Beide instanties hebben gereageerd op het concept ontwerpbestemmingsplan en hebben enkele opmerkingen gemaakt. De opmerkingen en beantwoording van die opmerkingen is opgenomen in de Nota vooroverlegreacties die als Bijlage 5 bij deze toelichting is opgenomen.

6.2.3 Terinzagelegging Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter visie gelegd. Hierbij wordt eenieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen in te dienen.

80/128

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13314467/1