23054.4 - Rapportage bevindingen 'Naar een tactische uitwerking van de vergrijzingsopgave'
Tekst van het document
Door de extramuralisering wonen meer mensen met ondersteuningsbehoeften in eigen huis/wijk. Zij moeten gebruik kunnen maken van deze infrastructuur. Om dit beter te benutten realiseren we meer afstemming en organiseren we meer bekendheid. Dit is in het kader van de vergrijzing ook zeker nodig voor de senioren. Om dit op een goede manier mogelijk te maken we middelen vrij om een samenhangend pakket van diensten voor de senioren te organiseren. Daarnaast ontwikkelen we gericht algemene voorzieningen binnen de Wmo. Deze middelen maken deel uit van deze begroting. Afgestemde toegang: De vraag van de inwoner moet centraal staan, niet de vraag welke wetgeving van toepassing is en of er wel of geen indicatie nodig is. Vanuit dit uitgangspunt gaan we werken aan een verbetering in de dienstverlening. Daarbij is het ook belangrijk dat er een goede verbinding is met organisaties in de sociale basis. Dan kan dan meer of minder hulp worden ingeschakeld of vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid worden samengewerkt. Ook kan er dan een passend arrangement worden gemaakt. Samenwerking, zowel intern als extern, heeft onze volle prioriteit.’ Voorts wordt in het jaarverslag aandacht gevraagd voor het beheersen van de kosten.
Ingezet wordt daarbij op ‘de zelf- en samenredzaamheid waardoor de gemeente minder uitgaven heeft op de individuele voorzieningen.’ Het jaarverslag heeft op deze wijze meer het karakter van een weergave van beleidsintenties dan dat feitelijke maatschappelijke ontwikkelingen worden gevolgd met het oog op eventuele bijstellingen in beleid en uitvoering. Zo zou het bijvoorbeeld interessant zijn om te bezien: 22
op welke wijze en in welke mate de voorliggende voorzieningen een rol spelen om de duurdere curatieve zorg te voorkomen; of de zelfredzaamheid is toegenomen en de sociale infrastructuur is versterkt; of dat het aantal passende woningen is toegenomen;
Het duiden van maatschappelijke ontwikkelingen gebeurt wel veel meer in de periodieke raadsessies over het sociaal domein. In die sessies worden de verschillende thema’s uit het sociaal domein periodiek belicht en besproken. Tevens komen er vanuit de raad vragen en ervaringen naar voren in relatie met deze ontwikkelingen. In die sessies komen bijvoorbeeld signalen naar voren als: doorgaande vergrijzing, toename eenzaamheid, overbelasting mantelzorgers, mede door de tekorten in zorgpersoneel. Soms wordt daarbij ook de monitor sociaal domein gepresenteerd. Daarbij wordt aangetekend dat de monitoring van de vergrijzingsopgave in de oorspronkelijke monitor sociaal domein weinig aandacht krijgt. Dit hangt samen met het feit dat de monitor sociaal domein de verkokering in de wetgeving volgt: de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet. Wanneer de doelen rondom inclusie, die de basis vormen voor het sociaal beleid in Best, in de monitor een plaats zouden hebben dan biedt dat ook mogelijkheden voor een betere monitoring van de vergrijzingsopgave. Dit ligt temeer voor de hand, omdat bij de laatste discussies over de monitor sociaal domein als een van de uitgangspunten is gekozen: goede aansluiting bij de beleidsdoelen. Bovendien kan dan ingespeeld worden op de beoogde transformatie in het sociaal domein.
In de gesprekken wordt nogal eens aangegeven dat de monitoring van de uitvoering van het beleid scherper zou moeten plaatsvinden. De inhoudelijke vorderingen of het gebrek daaraan, komen weinig aan de orde, zo wordt gesteld. Er is vooral oog voor de financiële beheersing en veel minder voor de inhoudelijke beheersing en de wenselijkheid om beleid bij te stellen. Als oorzaak daarvan wordt ondermeer het capaciteitsgebrek in de ambtelijke organisatie aangegeven.
5.2
Conclusies rondom monitoring en sturing
In de periodieke raadsessies over het sociaal domein wordt er enige aandacht besteed aan de vergrijzingsopgave in Best. Dit gebeurt nauwelijks of niet in het gemeentelijk jaarverslag en ook niet in de oorspronkelijke monitor sociaal domein. Wanneer de centrale beleidsdoelen over inclusief beleid ook scherper de basis vormen voor de sociale monitoring wordt de relatie tussen beleid en monitoring versterkt en komen er ook mogelijkheden om inhoudelijk meer aandacht te schenken aan de ontwikkelingen rondom de vergrijzing en vooral ook de uitvoeringsacties op dit terrein. Kwalitatieve monitoring (het vertellen over de ontwikkelingen) biedt daarbij som meer zinvolle informatie dan kwantitatieve indicatoren, die slecht aansluiten bij de inclusiedoelen. De uitgangspunten en de uitvoering van de beleidsvoornemens rondom seniorenbeleid worden niet geëvalueerd. Van bijstellingen in het beleid en in de beleidsuitvoering rondom de vergrijzing zijn nauwelijks voorbeelden aanwezig.
23
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Geïnterviewde personen Passages uit beleidsdocumenten Reactie van het College van B&W Verslag werksessie
24
Bijlage I
Geïnterviewde personen
Tijdens dit onderzoek is gesproken met:
Een vertegenwoordiger van het college van B&W Vijf vertegenwoordigers van de ambtelijke organisatie Twee vertegenwoordigers van de LEV groep Twee vertegenwoordigers van de Seniorenraad Drie vertegenwoordigers van de Adviesraad Sociaal Domein Een vertegenwoordiger van de PVGE Een vertegenwoordiger van de KBO Best Een vertegenwoordiger van de KBO Brabant
25
Bijlage II
Passages uit beleidsdocumenten
Beleidsnota Wonen en Zorg 2016 De beleidsnota Wonen en zorg is in december 2016 vastgesteld door de gemeenteraad. Een belangrijk uitgangspunt voor Best is om er voor te zorgen dat inwoners langer zelfstandig in hun vertrouwde woonomgeving blijven wonen. In de Beleidsnota Wonen en Zorg is dit als volgt vastgelegd: ‘Het doel van het beleid Wonen en Zorg, is dat alle inwoners met een (toekomstige) beperking, zowel nu als in 2040, zo lang als mogelijk zelfstandig en geschikt kunnen wonen in Best.’ In het uitvoeringsprogramma van de woonvisie worden de uitvoeringsactiviteiten van de beleidsnota Wonen en Zorg geïntegreerd. Daarbij wordt uitdrukkelijk aandacht gevraagd voor het aanbod van geschikte woningen. In dat verband wordt gesteld: ‘Ouder worden gaat vaak gepaard met (mobiliteits)beperkingen, waardoor de verwachting is dat de grootste vraag naar geschikte woningen de komende jaren komt van de groep ouderen boven de 75 jaar. Het percentage inwoners van 75 jaar en ouder stijgt van ruim 7% in 2014 tot bijna 11% in 2025.’ Maar het gaat niet alleen om geschikte woningen, maar ook om een toegankelijke woonomgeving. Daarover wordt opgemerkt: ‘Naast de woning zelf, is ook de geschiktheid van de woonomgeving belangrijk. Op 12 april 2016 is het VN verdrag inzake de rechten van personen met handicap door de Eerste Kamer goedgekeurd. Het verdrag gaat over gelijke rechten en kansen.
Dit betekent dat ook mensen met een beperking op alle levensdomeinen rechten en vrijheden hebben. De verwachting is dat verschillende wetten en regelingen de komende jaren worden gescreend en aangepast op het verdrag. Tijdens de parlementaire behandeling is een eerste belangrijk amendement aangenomen dat regelt dat de Wet gelijke behandeling op grond van handicap en chronische ziekte zodanig wordt aangepast, dat algemene toegankelijkheid de norm wordt, en ontoegankelijkheid de uitzondering. Organisaties en ondernemers moeten stappen zetten om hun gebouwen, diensten, communicatie en informatie toegankelijk te maken. De verwachting is dat dit ten goede komt aan de toegankelijkheid van de (woon)omgeving de komende jaren.’ Ook wordt in het beleid gewezen op het belang van nieuwe woonzorginitiatieven: ‘Dat inwoners met beperkingen langer in de eigen, zelfstandige woning blijven wonen, betekent dat de nodige ondersteuning die voorheen in een zorginstelling werd geboden, in en rond de eigen zelfstandige woning georganiseerd moet worden. Het gaat hierbij om een breed scala van diensten, variërend van vormen van zorg aan huis tot tuinonderhoud, een maaltijdservice, zorg op afstand via digitale media en diensten die gericht zijn op maatschappelijke participatie en zo het voorkomen van eenzaamheid.
Zeker omdat meer dan de helft van de ouderen boven de 75 jaar alleen woont.’ Woonvisie 2017 In de woonvisie ‘Wonen met visie’ uit 2017, die overigens momenteel wordt herzien, wordt ook ingegaan op de demografische ontwikkelingen en de consequenties voor het woonbeleid. In dat verband wordt gesteld: ‘Het is de wens van burgers om veilig, comfortabel en vooral zelfstandig te kunnen leven in hun eigen woonomgeving, ook als zij zorg of ondersteuning nodig hebben. Dit geldt niet alleen voor mensen die vanwege hun leeftijd zorgbehoevend worden, maar ook voor jongeren die gehandicapt zijn of met psychisch-sociale problemen kampen. De meeste mensen die hulp en zorg nodig hebben, willen zoveel mogelijk de regie over hun eigen leven hebben en dus ook zoveel mogelijk zelfstandig blijven wonen. 26
Dit is een fundamentele behoefte aan individuele vrijheid. Tegelijk staat de kwaliteit en de beschikbaarheid van zorg onder druk. De toename van het aandeel 75-plussers in Best tot bijna 13% van de bevolking in 2030, vergroot de vraag naar geschikt wonen.’ Notitie integraal sociaal domein: Beleid in uitvoering (2019) De doelen van de verschillende beleidsnota’s in het sociaal domein zijn in deze notitie samengevat. Centraal staan de volgende doelen: Inclusieve samenleving Versterken basisstructuur Afgestemde toegang Verlaging van de kosten Integraal sociaal domein. Voor deze doelen is aangegeven waar de gemeente over vier jaar wil staan. Hoewel de notitie primair gericht is op de wmo, jeugd en participatie raken de doelen ook het seniorenbeleid. In welke zin is overigens niet nader geduid. Beleidsakkoord 2022-2026 ‘We doen het samen’ In het recente beleidsakkoord wordt op enkele plaatsen verwezen naar de vergrijzing in de gemeente. Zo wordt gesteld: ‘De dubbele vergrijzing zorgt ervoor dat we als gemeente andere keuzes moeten maken.‘ Hulpbehoevenden in Best moeten de mogelijkheid hebben om adequate en passende zorg te krijgen. Hulpvragers moeten zich uitgenodigd voelen om de vraag te stellen. Het is belangrijk dat we vragen in een vroeg stadium beantwoorden.
Als de hulpvraag niet tijdig wordt gesteld lopen we het risico dat zorg uitblijft en uiteindelijk de problemen groter worden of zich opstapelen. Hierdoor blijft zorg uit en stapelen de problemen op. De professionals krijgen voor specifieke gevallen meer ruimte en mandaat om in te spelen op de achterliggende problemen. We willen meer samenwerking en bestuurlijk commitment met Proeftuin Ruwaard als inspiratiebron. Deze proeftuin gaat over een andere manier van samenwerken in wijken. De proeftuin gaat ook over flexibelere wijze van financiering van zorg met actieve wijkbewoners die meer voor zichzelf en elkaar kunnen gaan doen en organisaties die zo zijn ingericht dat ze beter kunnen doen wat nodig is. We volgen dergelijke ontwikkelingen en willen kijken of een opzet zoals deze mogelijk is in Best. Mantelzorgers en vrijwilligers zijn onmisbaar. We horen geluiden dat deze groep (zwaar) belast is. Omdat deze inwoners zo belangrijk zijn voor het laten participeren van kwetsbare inwoners vragen we extra aandacht voor respijtzorg waarbij we opzoek gaan om maatschappelijke initiatieven daarbij te betrekken. Ook staat eenzaamheid hoog op de agenda. We gaan actiever op zoek naar mogelijkheden om vrijwilligers in te zetten voor kwetsbare ouderen. Potentieel hiervoor zou mogelijk te vinden kunnen zijn onder uitkeringsgerechtigden. Zo kan er een win-win situatie voor inwoners ontstaan.
Vanwege de verschillende opgaven durven we in te zetten op vernieuwende concepten en ideeën zoals domotica. Hierbij kijken we naar landelijke ontwikkelingen, maar bieden we onze professionals de ruimte om nog breder te kijken. Ervoor zorgen dat senioren zoveel mogelijk kunnen wonen in een voor hen passende omgeving; inclusief combinaties van wonen en zorg.’
27
Begroting 2022 In het programma sociaal domein van de begroting 2022-2025 wordt gesteld: ‘We werken aan een inclusieve samenleving waar jeugdigen volop kansen krijgen om zich te ontwikkelen en waar inwoners veilig, gezond en prettig kunnen leven. Het taakveld Sociaal Domein is gericht op het in staat stellen van inwoners om mee te (blijven) doen in de gemeente Best . Zelfredzaamheid is daarbij een belangrijk kernbegrip. Een sterke en toegankelijke basis is daarbij een absolute randvoorwaarde.’ Als uitgangspunten in de transformatie-agenda worden genoemd: ‘We streven naar een inclusieve samenleving; een samenleving waarbij we zoveel als mogelijk drempels wegnemen die mensen belemmeren om mee te doen. Drempels kunnen bestaan uit fysieke drempels in de openbare ruimte en vervoer, maar ook, bijvoorbeeld, financiële drempels. Een inclusieve samenleving is een belangrijke basis voor zelfredzaamheid. In 2020 is een start gemaakt met de uitvoering van een plan van aanpak om dit te bevorderen. Ook in 2022 lopen deze acties nog door. Het zijn taakveld-overstijgende acties, die ook bedrijfsvoering en ruimtelijke inrichting raken. We zorgen voor een sterke sociale basis, waarbij inwoners laagdrempelig kunnen deelnemen aan sport, cultuur en (andere) activiteiten. Vragen voor ondersteuning worden zo snel en zo licht mogelijk opgepakt.
Hulp en ondersteuning worden zo dicht bij huis als mogelijk georganiseerd. De vraag van de inwoner staat centraal; niet de vraag welke wetgeving van toepassing is en of er wel of geen indicatie nodig is. Vanuit dit uitgangspunt werken we aan een verbetering in de dienstverlening. Daarbij is de verbinding met organisaties in de sociale basis onmisbaar. Samenwerking, zowel intern als extern, heeft ook in 2022 een hoge prioriteit. Tegelijkertijd houden we de kosten beheersbaar. Door de zelf- en samenredzaamheid van onze inwoners te stimuleren, verwachten we, op den duur, minder uitgaven op individuele voorzieningen. Investeren in de sociale basis kan alleen duurzaam gebeuren, wanneer het een zichtbaar positief effect heeft op de inzet van die individuele voorzieningen.’ In de Begroting 2022 vindt daarvan een doorvertaling plaats aan de hand van de acties als: ‘We voeren het plan van aanpak 'Vitaal ouder worden in Best' uit in samenwerking met Seniorenraad, LEV en andere betrokken partners. Hierbij focussen we ons op het bevorderen van tijdige voorbereiding op het ouder worden aan de hand van de uitgangspunten van positieve gezondheid. We verbeteren de samenwerking tussen de organisaties in de sociale basis en de gemeentelijke uitvoering Sociaal Domein om ondersteuningsvragen van inwoners gezamenlijk op te pakken.
We organiseren een structuur binnen de sociale basis waarbij signalen vanuit de gemeenschap over kwetsbare inwoners worden opgepakt en hierover aan melders wordt teruggekoppeld. We breiden algemeen toegankelijke vormen van dagbesteding uit waarin deelnemers actief bijdragen en de verbinding met andere organisaties en verenigingen wordt opgezocht. We zetten met Tuurlijk sport- en cultuurcoaches in de wijken in. Zij organiseren activiteiten voor alle leeftijden. We werken met Tuurlijk aan een Beweegtuin, onder andere met een beweegaanbod voor ouderen. We zijn aangesloten bij de landelijke coalitie Eén tegen eenzaamheid en werken aan de aanpak eenzaamheid met partners als LEV en Archipel. We activeren inwoners om binnen een passend aanbod aan activiteiten weer verbindingen met anderen aan te gaan. Hierbij maken we gebruik van (financiële) mogelijkheden vanuit het Preventieakkoord.
28
We zetten nadrukkelijk in op bewustzijnsontwikkeling bij mantelzorgers ten aanzien van hun eigen grenzen en kwaliteit van leven alsook het aanbod dat er is om hen en de zorgvrager daarbij te helpen. We werken intensief samen met diegenen die in direct contact staan met de mantelzorgers. Naast de WMO klantmanagers zijn dit de buurtcoaches van LEV en de professionals in de zorgtoeleiding naar onder andere de dagbesteding. Uit deze dialoog komen bijvoorbeeld inzichten naar voren om een basis dagbesteding zo vorm te geven dat zorgvragers hiervoor eerder open zullen staan, duurdere zorg langer uitgesteld wordt en mantelzorgers eerder ontlast worden. We subsidiëren en realiseren een nieuwe vorm van respijtzorg die de lacune vult tussen het aanbod voor enkele uren respijtzorg vanuit het vrijwilligerswerk enerzijds en de residentiële respijtzorg anderzijds We richten het Vrijwilligersoverleg Zorg (VOZ) opnieuw in waarbij we ons erop richten dat de vrijwilligersorganisatie elkaar onderling en waar nodig de coaches van LEV beter en vaker weten te vinden.’
In het programma volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing komt de aandacht voor senioren ook tot uitdrukking. Zo worden als zwaartepunten voor 2022 genoemd: ‘het bevorderen van doorstroming ervoor zorgen dat senioren zoveel mogelijk kunnen wonen in een voor hen passende omgeving het bevorderen van de leefbaarheid in de wijk en verduurzaming van (bestaande) woningen zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor de kleinere huishoudens’. Begroting 2023 Ook in de begroting 2023 komt het thema vergrijzing, direct dan wel indirect terug, ondermeer in de passages over het sociaal domein. Zo wordt opgemerkt: ‘Het taakveld Sociaal Domein gaat over het in staat stellen van inwoners om mee te (blijven) doen in de samenleving. In Best hebben we hiervoor een sterke lokale sociale basis waarbinnen sociale partners een prominente plek innemen. Tegelijkertijd komen er door de veranderende samenleving uitdagingen op ons af, die het Sociaal Domein en de inzet die van daaruit wordt verwacht onder druk zetten. Bijvoorbeeld door de vergrijzing, de toegenomen armoede, extramuralisering (het bieden van zorg buiten een instelling), corona, toenemende lastendruk en personeelstekorten. We zien dat de vraag naar ondersteuning hierdoor groter en complexer is met stijgende kosten tot gevolg.
Door het stimuleren van zelf- en samenredzaamheid van onze inwoners verwachten we over een tijd relatief minder uitgaven aan individuele (algemene en maatwerk-) voorzieningen. Dit betekent dat we voor de komende jaren moeten investeren. Er is ruimte nodig om tot creatieve oplossingen te komen en om de ondersteuning binnen de lokale sociale infrastructuur nog beter op elkaar af te stemmen. Op basis van de notitie ‘Integraal sociaal domein’ geven we daarom verder vorm aan de veranderingen binnen de thema’s zoals hieronder beschreven. We proberen de kosten de beheersen en integraal te werken, zowel vanuit het perspectief van de inwoner als organisatorisch. Inclusieve samenleving : We hebben een samenleving waarin plaats is voor iedereen en meedoen naar vermogen het vertrekpunt is. Inwoners zien om naar elkaar vanuit het principe van wederkerigheid en nemen verantwoordelijkheid voor zichzelf en hun rol in de gemeenschap. Sterke sociale basis : We hebben een sterke sociale basis met algemene voorzieningen om inwoners zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen laten wonen, werken en leven, zonder de inzet van een maatwerkvoorziening wmo, jeugdhulp, inkomensondersteuning of een reintegratievoorziening. 29
Afgestemde toegang : We hebben een aanbod van noodzakelijke voorzieningen als inwoners het alleen, met hun netwerk of ondersteuning vanuit de sociale basis niet redden. Vragen van inwoners kunnen op verschillende plekken binnen komen, maar de beantwoording en ondersteuning stemmen we integraal af. We bekijken de benodigde inzet in samenhang met de andere ondersteuning in de lokale sociale infrastructuur. In lijn met het beleidsakkoord (2022-2026) ligt de focus bij het uitwerken van deze thema’s in acties, op een wijkgerichte aanpak met oog voor kwetsbare (groepen) inwoners en inzet op het samenwerken met en tussen inwoners. Binnen de acties zetten we in op vrijheid van handelen voor medewerkers en professionele partners en gaan we aan de slag met vernieuwende initiatieven en proeven.’ In het programma RO en Wonen van de Begroting 2023 wordt gewezen op de vaststelling van het Woonprogramma in 2023. Aangekondigd wordt dat niet alleen de bekende woonthema’s een plek krijgen. In het kader van de vergrijzing en ontwikkelingen in de zorg, maken de woon-zorgopgaven integraal onderdeel uit van het programma. Ook wordt gesteld dat met de vaststelling meteen de uitvoering start van de acties die in dit programma zijn opgenomen.
Subsidie uitvraag volwassenen 2023 Ook in de zogenaamde ‘subsidie uitvraag volwassenen’ komt een aantal beleidsaccenten naar voren, die aansluiten op het Coalitieakkoord en de nota integraal sociaal domein. Zo wordt gewezen op de volgende gewenste ontwikkelingen: ‘Vanuit het beleidsakkoord (2022-2026) ligt de focus bij het uitwerken van deze thema’s in acties op een wijkgerichte aanpak met oog voor kwetsbare (groepen) inwoners, inzet op het samenwerken met en tussen inwoners, vrijheid van handelen voor medewerkers en professionele partners en vernieuwende initiatieven.’ Daarbij wordt ingezet op: ‘Ondersteunen samenspel en netwerk van inwoners en organisaties. Een van de thema’s uit de nota integraal sociaal domein is een inclusieve samenleving. Hiervoor is inzet op zelf- en samenredzaamheid van inwoners nodig. Dit zien wij als de essentie van het werk van de sociale basis. Met inzet op zelf- en samenredzaamheid bedoelen we het zorgen voor netwerkcontacten tussen inwoners zodat inwoners elkaar helpen met allerlei zaken: dingen ondernemen, sociale contacten, kleine hulpvragen. Het gaat om het ondersteunen van het hele samenspel en netwerk van inwoners, ondernemers, bedrijven, organisaties die relaties met elkaar onderhouden en daardoor een rol kunnen spelen in het welzijn en welbevinden van inwoners. Ondersteuning van verenigingen en (vrijwilligers)organisaties bij hun rol.
Verenigingen en vrijwilligersorganisaties hebben een belangrijke rol in de sociale basis. Ook zij worden geconfronteerd met diverse uitdagingen. We zien voor de genoemde partners in de sociale basis een rol in de (praktische) ondersteuning en begeleiding van deze organisaties opdat zij hun werk kunnen blijven uitvoeren en inwoners mee kunnen blijven doen. Ondersteuning en begeleiding gaat dan onder andere om investeren op afstemming en samenwerking, voorlichting, deskundigheidsbevordering en signaalopvolging. Van gemeentelijke geïndiceerde zorg naar ondersteuning vanuit de basis. Het ondersteuningsaanbod in de sociale basis moet het ook mogelijk maken dat ondersteuningsvragen die vanuit geïndiceerde voorzieningen meer verschuiven naar de sociale basis. We zien een geïndiceerde voorziening als het sluitstuk als er binnen de sociale basis geen of onvoldoende ondersteuning kan worden geboden. Tegelijkertijd zien we het aanbod in de sociale basis juist als waardevolle aanvulling op of ter bestendiging van een geïndiceerde voorziening.’ 30
Vernieuwende activiteiten signaleren en ontwikkelen We willen de beweging naar preventie en normalisatie aanjagen en het ondersteuningsaanbod daarop inrichten. We zien hierin een rol voor onze partners om in samenwerking met de gemeente enerzijds te signaleren wat nodig is en anderzijds (gezamenlijk) initiatieven te ontwikkelen voor aanpassing, uitbreiding en vernieuwing van het aanbod. De sociale basis (professioneel en informeel) als één gemeenschap De sociale basis wordt gevormd door alle professionele partners en het brede netwerk van vrijwilligersorganisaties en verenigingen daarachter. We willen dat deze organisaties nog meer nu een gemeenschap vormen met elkaar. Dat wil zeggen dat ze zich bewust zijn van hun rol, van de rol van anderen, dat ze investeren in elkaar leren kennen en inwoners zorgvuldig begeleiden met warme en persoonlijke overdracht naar de juiste partij die kan helpen bij de vraag. Samenwerking voor passende ondersteuning. We willen samen met partners passende ondersteuning bieden op individueel casusniveau. Waarbij geldt dat we inwoners niet ‘verwijzen naar’ maar ‘warm overdragen aan’ of zelfs ‘aan de hand nemen naar’ partners en denken in arrangementen van ondersteuning. Om deze beweging te realiseren is horizontale (tussen domeinen sociaal domein onderling) én verticale (samenleving - sociale basis - geïndiceerde voorzieningen) samenwerking nodig.
31
Bijlage III
Aandachtspunten uit de werksessie
Aandachtspunten uit de werksessie over seniorenbeleid Best op 25-5-2023 Deelnemers: Vertegenwoordigers van: - Het college van B&W Best - De ambtelijke organisatie Best - Seniorenraad Best - KBO en PVGE - Adviesraad sociaal domein - Lev groep - Archipel - KBO Brabant - Rekenkamer Best (organisator van de bijeenkomst) Over een tactisch uitvoeringsprogramma -
Goede aanhaking op de leefwereld van senioren; Met senioren samenstellen niet alleen via seniorenorganisaties, maar ook senioren zelf; Het uitvoeringsprogramma moet tot stand komen in een participatief proces met als resultante: een gevoel van urgentie en gedeelde problematiek bij de betrokken spelers, een gedragen proces en de benoeming van eigenaarschap van de acties; De uitkomsten van de diverse onderzoeken onder senioren moeten beter worden gebruikt en benut; Moeilijk bereikbare groepen via kanalen als collectanten, e.d.; Erken de differentiatie in de totale groep senioren: de senior bestaat niet; Ingezette lijnen vasthouden en daarop doorgaan; Uitvoeringsprogramma niet te moeilijk maken, beperkt houden en beginnen; Draagvlak is cruciaal; Zorg voor dynamiek en vaart vanuit gedeelde urgentie; Zorg dat in het proces de senioren zelf aan zet zijn en blijven; Gebruik de mogelijkheden van digitalisering, maar ken ook de beperkingen voor een deel van de doelgroep senioren; Na proces om tot afspraken te komen over het uitvoeringsprogramma dat ook vasthouden en daarop ook doorgaan; Het vele goede wat al gebeurt ook benoemen en meenemen.
Over buurtgerichte aanpak -
Een gemeentelijke contactpunt in de buurt en buurtcoaches inzetten; Inrichting senior vriendelijke openbare ruimte en veiligheid; Nabijheid van voorzieningen; Gevarieerde bevolkingssamenstelling (leeftijd, sociale klasse, e.d.); Stimulering sociale contacten om sociaal netwerk te verstevigen; Niet alleen de buurtgerichte aanpak, soms ook kleineer buurtdelen opzoeken en gebruik maken van ander structuren zoals verenigingen; Verbind in de buurtaanpak de verschillende spelers; Laat acties en succesjes zien in de buurten. 32
Over rolverdeling -
Bundel de krachten van de verschillende organisaties en zoek de samenwerking op; Organisaties tekenen in op acties en met bewoners; Eigenaarschappen toekennen in het uitvoeringsprogramma en ook eigenaarschap van het proces; Het strategisch beleid wordt vooral gezien als een zaak van de gemeente. Bij het tactisch programma is er een uitdrukkelijke rol voor de gemeente (als regisseur, stimulator en ondersteuner) en de seniorenraad (mede namens organisaties als KBO en PVGE); De operationele uitvoering van acties kan vaak prima bij vrijwilligersorganisaties en professionele organisaties worden gelegd; Blijven werken met gemaakte afspraken en daaraan vasthouden; Maak slim gebruik van de dynamiek en de initiatieven, die er zijn of binnenkort starten( zoals bijvoorbeeld de actie van Archipel)
33
Bijlage IV
Reactie van het college van B&W
In het kader van de hoor- en wederhoorprocedure heeft de Rekenkamer het concept aangeboden aan het College van B&W met het verzoek om aan te geven: De reactie van het college is als volgt. ‘Bij brief van 22 juni 2023 hebben wij het conceptrapport ‘Naar een tactische uitwerking van de vergrijzingsopgave’ ontvangen. Hartelijk dank daarvoor. Wij hebben dit rapport met bijzondere belangstelling gelezen. In uw aanbiedingsbrief stelt u een drietal vragen: 1. Kloppen de feiten? 2. Wat is uw bestuurlijke reactie op de bevindingen en aanbevelingen? 3. Op welke manier en wanneer gaat uw uitvoering geven aan de aanbevelingen? In een eerdere fase heeft de feitencheck al ambtelijk plaatsgevonden. In deze brief beperken wij ons daarom tot een inhoudelijke reactie op basis van de conclusies en aanbevelingen. We hebben hierbij de volgorde in uw rapport aangehouden. Voorafgaand Aandacht voor de opgaven, volgend uit de dubbele vergrijzing, ligt in het verlengde van ons vastgestelde beleid. U constateert, op basis van uw onderzoek, dat onze visie op hoofdlijnen nog onvoldoende richting geeft aan de uitvoering. Desondanks gebeuren er heel veel mooie dingen en worden er ook goede resultaten geboekt.
De vraag dringt zich op of deze wijze van werken volstaat in een toekomst, waarin de dubbele vergrijzing, in combinatie met ontgroening, oplopende zorgkosten en krapte op de arbeidsmarkt vraagt om dappere keuzes. Uw rapport en aanbevelingen hebben wij in deze overweging als ondersteunend ervaren. Aanbeveling 1 Gericht aan de gemeenteraad: Verzoek het college in het verlengde van de uitgangspunten en doelen over inclusief beleid te komen tot een uitvoeringsprogramma over de vergrijzingsopgave in Best. Overwegingen Rekenkamer - Gelet op de demografische en maatschappelijke ontwikkelingen is een agenda met uitvoeringsprogramma voor de vergrijzingsopgave in Best urgent. - Met een dergelijk programma krijgen de algemeen geformuleerde doelen een gerichte doorvertaling. - De afspraken en acties van de vele betrokken spelers worden meer helder voor elkaar. De afstemming tussen deze acties kan worden bevorderd. Het biedt overzicht, hetgeen nu ontbreekt. - Het eigenaarschap van de acties van de betrokken spelers wordt daarmee helder. De afstemming tussen deze acties kan worden bevorderd. - Een dergelijk uitvoeringsprogramma kan eventueel onderdeel zijn van een breder uitvoeringsprogramma voor het sociaal domein, in het verlengde van de doelen over inclusief beleid.
Reactie Uw rapport beschrijft helder dat de dubbele vergrijzing, mede in combinatie met de actuele ontwikkelingen op onder ander de arbeids- en woningmarkt, een grote integrale opgave met zich meebrengt. Aan deze opgave wordt op elke schaalgrootte en binnen veel leefgebieden samengewerkt. Ook op lokaal niveau wordt hier nadrukkelijk op ingezet en ingespeeld door gemeente, maatschappelijke partners en inwoners. De gemeente voert geen specifiek doelgroepenbeleid zoals een seniorenbeleid en het college acht dit ook niet wenselijk. Neemt niet weg dat, inherent aan de dubbele vergrijzing, veel inspanningen binnen het sociaal domein wel ten goede komen aan deze doelgroep. De tactische vertaling van het vastgestelde beleid is op hoofdlijnen zichtbaar in de programmabegroting. Via inkoop- en subsidiebeleid wordt gericht gestuurd op de activiteiten binnen het sociaal domein van vele maatschappelijke professionele en vrijwilligersorganisaties. Door bundeling van middelen in de regeling SPUK-GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord) en het Integraal Zorgakkoord (IZA) kan de gemeente meer in samenhang inzetten op 34
preventie. Door de veelheid aan spelers, activiteiten en de reikwijdte van de opgave, kost het veel moeite om het zicht op en de samenhang tussen alle activiteiten te bewaken. U beveelt aan om de tactische doorvertaling van visie naar uitvoering steviger vorm te geven aan de hand van een uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma maatschappelijke ondersteuning en zorg is verouderd. Wij onderkennen dat een integraal uitvoeringsprogramma c.q. agenda bijdraagt aan het structureren, prioriteren, plannen, verbinden en beleggen van lopende initiatieven en nieuwe ideeën en staan positief ten opzichte van deze aanbeveling. De activiteiten die volgen uit de SPUK-GALA, het IZA en het volkshuisvestingsplan dienen integraal onderdeel uit te maken van dit programma. Aanbeveling 2 Aan het college: Stel een plan van aanpak vast voor het hiervoor genoemde uitvoeringsprogramma, waarbij uitdrukkelijk ingezet wordt op een coproductie van beleidsmakers, maar vooral ook professionals en vrijwilligers, die betrokken zijn bij de uitvoering van dit programma. Overwegingen Rekenkamer - Veel spelers zijn nu al betrokken bij het werk rondom de vergrijzingsopgave. Hun praktijkervaringen en kennis zijn bijzonder waardevol om te komen tot een uitvoeringsprogramma. - Gebruik vooral ook krachtige organisaties als KBO en PVGE, die een sterke inbreng kunnen leveren vanuit de leefwereld van de senioren.
Gelet op hun directe relaties met veel senioren kunnen zij een goede verbinding vormen naar de uitvoering. Dat geldt ook voor professionele spelers als LEV groep, Lumens, Archipel, e.d. - Het samen tot stand brengen van een dergelijk programma bevordert een gedragen gezamenlijke uitvoering ervan. Reactie Een integraal uitvoeringsprogramma/-agenda in het kader van de vergrijzingsopgave kan enkel tot stand komen in samenspel met interne vakcollega’s, maatschappelijke partners (waaronder KBO en PVGE) en inwoners. Dit vraagt om coördinatie en regie, zowel intern als extern. De vastgestelde visie welke er op hoofdlijnen ligt is hierbij het vertrekpunt. Hierbij past een plan van aanpak/projectplan waarin voorafgaand de stappen in het te doorlopen traject worden omschreven, evenals een probleemdefinitie, planning, betrokkenen, financiën, personele inzet etc.
Aanbeveling 3 Aan de ambtelijke organisatie: Geef bij de uitwerking van het programma speciale aandacht aan: - De versterking van de sociale structuren in de buurten; - Een gebiedsgerichte afstemming tussen wonen en diverse zorgvormen en een scan van geschikte locaties daarvoor per buurt en pas een dergelijke benadering in eerste instantie toe in de buurten met de meest urgente vergrijzingsopgave; - Het benoemen van eigenaren bij de uitvoeringsacties; - Het realisme van de aanpak met aandacht voor een goede balans tussen ambities en capaciteit. Overwegingen Rekenkamer - Met de sterk toenemende vergrijzing, de oplopende zorgkosten, het gebrek aan zorgpersoneel zullen toekomstige oplossingen in de ondersteuning vanuit de sociale structuur moeten komen. - Met een benadering per buurt kan gespeurd worden naar oplossingen, die aansluiten bij de leefwereld van senioren. - Op dit moment is sprake van een onvoldoende bezetting om de vergrijzingsopgave stevig op te pakken. Reactie In ons beleid is veel aandacht voor het versterken van de sociale basis en een wijkgerichte aanpak. Dit zien we ook terug in de activiteiten. Bij de opstelling van een uitvoeringsprogramma -/agenda zal dit dan ook tot uitdrukking komen. Hierbij is het van belang dat het eigenaarschap helder wordt belegd 35
en dat het programma/agenda past bij de uitvoeringskracht. Belangrijk zorgpunt is inderdaad de ambtelijke capaciteit. Door de krapte op de arbeidsmarkt en de vele actuele maatschappelijke vraagstukken neemt de werkdruk toe. Het opstellen van een breed, integraal uitvoeringsprogramma-/agenda in samenspel met alle partijen vraagt om extra ambtelijke inzet (in ieder geval tijdelijk in de vorm van een projecteider) welke we vanuit de huidige bezetting vooralsnog niet kunnen leveren. Wij gaan bezien of we hier tijdelijk extra capaciteit voor kunnen aantrekken of vrijmaken. De mate waarin we opvolging kunnen geven aan uw aanbevelingen hangt hier dan ook in sterke mate af vanaf. Aanbeveling 4 College en ambtelijke organisatie: Kom tot een duidelijke rolverdeling tussen de vele betrokken spelers bij de vergrijzingsopgave. Overwegingen Rekenkamer - Op dit moment wordt er onvoldoende afstemming ervaren in de rollen bij de verschillende activiteiten en projecten. - Er bestaat op dit moment geen goed zicht op de vele spelers en hun rollen. Overlap in activiteiten kan worden voorkomen en bundeling kan worden versterkt. - Vanuit een heldere rol definiëring wordt het ook helderder wat van elkaar mag worden verwacht.
Reactie Het benoemen en beleggen van rollen en eigenaarschap maakt wat ons betreft onderdeel uit van het traject om te komen tot een programma/agenda en dient als zodanig als onderdeel, volgend op de probleemdefinitie, meegenomen worden in het projectplan/plan van aanpak. Aanbeveling 5 College en ambtelijke organisatie: Betrek goede voorbeelden van elders en gebruik de dynamiek van interessante locale initiatieven bij het uitvoeringsprogramma. Overwegingen Rekenkamer - In enkele andere gemeenten zijn succesvolle aanpakken ontwikkeld om in te spelen op de vergrijzingsopgave. Leren daarvan helpt! - In regionaal verband vinden interessante verkenningen plaats bijvoorbeeld via netwerkorganisatie ‘Precies’, die inspirerend kunnen werken voor de praktijk in Best. - Maar ook in Best zelf zijn interessante initiatieven gaande, onder meer de beweging naar senior vriendelijke wijken, zoals Archipel e.a. dit momenteel voorbereiden. Reactie In ons beleidsakkoord onderstrepen wij de kans en noodzaak tot pionieren binnen het sociaal domein, waarbij we willen leren van omliggende gemeenten wat wel of niet goed werkt. Uw aanbeveling sluit hierop aan en ondersteunen wij. De gemeente Best is ambtelijk en bestuurlijk betrokken bij Precies en met Archipel zijn we in gesprek.
Aanbeveling 6 Gemeenteraad: Verzoek aan het college om in de monitoring van het sociaal domein scherper aan te sluiten bij de doelen over het inclusief beleid en in het verlengde daarvan over de vergrijzingsopgaven. Overwegingen Rekenkamer - Noch via het gemeentelijke jaarverslag noch via de monitor sociaal domein worden de ontwikkelingen rondom de vergrijzing in Best gemonitord. - De oorspronkelijke monitor sociaal domein is sterk gericht op drie (verkokerde) wetten: WMO, Jeugdwet en Participatiewet. Onvoldoende wordt aangesloten bij de doelen over inclusie, die momenteel centraal staan in het sociaal beleid en ook de richting kunnen geven voor het seniorenbeleid. - Wanneer in de monitoring de ontwikkelingen rondom de vergrijzing worden gevolgd, biedt dat mogelijkheden te komen tot eventuele bijstellingen in beleid en uitvoering. 36
-
Daarbij is het vertellen over de ontwikkelingen vaak informatiever dan kwantitatieve indicatoren, die niet aan de beleidsdoelen zijn gekoppeld.
Reactie De huidige monitoring aan de gemeenteraad is opgeschort. Er wordt gewerkt aan een nieuwe, minder gedetailleerde vorm van informatievoorziening passend bij de kaderstellende rol van de raad. Dit laat overigens onverlet dat er tal van bronnen zijn op basis waarvan de ontwikkelingen binnen het sociaal domein in Best ambtelijk worden gevolgd en als input worden gebruikt voor beleid. Voorbeelden hiervan zijn monitors van de GGD, Divosa en VNG. Wanneer de ambities en doelen worden gekoppeld aan concrete activiteiten in een programma/agenda in het kader van de vergrijzingsopgave, kunnen deze vervolgens vertaald worden naar een aantal meetbare indicatoren. In afwachting van de nieuwe vorm van informatievoorziening, kunnen deze indicatoren ondergebracht worden binnen de reguliere P&C-cyclus. In de raadsessies is er ruimte voor het verhaal achter de cijfers. Wij vertrouwen erop dat u onze reactie betrekt bij het afronden van uw rapport.’
37