23050.3f - Bijlage bij Toelichting 6 - Nader bodemonderzoek Terraweg (naast 20b) te Best
Tekst van het document
OPGESTELD VOOR:GEMEENTE BEST’ // OPGESTELD DOOR: STANTEC BV
Archiefexemplaar van BL23-11579
Nader bodemonderzoek Terraweg (naast 20b) te Best
327200660 5-7-2023
- Bijlage bestemmingsplan Terraweg herziening 2023, bijlage bij toelichting 6
Nader bodemonderzoek Terraweg (naast 20b) te Best
In opdracht van: Gemeente Best Opgesteld door: Marco van Binsbergen Projectnummer: 327200660 Documentnaam: 327200660.r01
2001
Datum: 5 juli 2023
Versie
Vrijgegeven door
327200660.r01
Carlo van den Broek
Bezoekadres Hoevestein 20b 4903 SC OOSTERHOUT www.stantec.com/nl
Paraaf
Datum 5 juli 2023
KVK Haaglanden 27 18 43 23 BNP Paribas 022 77 40 432 IBAN NL11BNPA0227740432 BIC BNPANL2A Stantec BV is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA** gecertificeerd
Het is niet toegestaan de inhoud en/of vorm van door Stantec opgestelde rapportages aan te passen
SAMENVATTING Algemeen Opdrachtgever Adres onderzoekslocatie Kadastrale registratie Oppervlakte onderzoekslocatie Huidig gebruik Type onderzoek Aanleiding onderzoek
: : : : : : :
Gemeente Best Terraweg (naast 20b) te Best BES00, sectie B, perceelnummer 2756 (gedeeltelijk) Circa 350 m2 Braakliggend Verkennend bodemonderzoek incl. asbest in bodem Voorgenomen bestemmingswijziging van ‘verkeer’ naar ‘wonen’
Conceptueel model Op basis van het conceptueel model zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: 1. Is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging? 2. •Zo ja, wat is de globale omvang hiervan? Uitvoering veld- en laboratoriumonderzoek Datum (grondonderzoek): Veldmedewerkers en protocol
: :
Laboratorium
:
16 mei 2023 De heer K. van Laarhoven conform de BRL SIKB 2000 (protocollen 2001) SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam
Samenvatting resultaten Afperking grondverontreiniging: • Horizontaal afgeperkt • Verticaal afgeperkt Geval van ernstige bodemverontreiniging Omvang verontreiniging
: :
:
Ja, in afperkende boringen koper, lood en nikkel hoogstens > AW Ja, in afperkende boring 11 zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarde aangetoond. Nee
:
Circa 4 m3 (laag 0,4 meter)
Inhoudsopgave 1.0 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid 1.3 Leeswijzer
1 1 1 2
2.0 Vooronderzoek 2.1 Inleiding 2.2 Locatiegegevens 2.3 Gebruik en beïnvloeding van de locatie 2.4 Toekomstig gebruik 2.5 Onderzoeksvragen en conceptueel model
3 3 3 4 5 5
3.0 Veld- en laboratoriumonderzoek 3.1 Onderzoeksopzet 3.2 Veldonderzoek 3.3 Laboratoriumonderzoek 3.4 Toetsingskader en toetsing analyseresultaten
6 6 6 7 8
4.0 Resultaten en interpretatie 4.1 Resultaten grondonderzoek 4.2 Verontreinigingssituatie en ernst van het geval 4.3 Beantwoording onderzoeksvragen
9 9 10 11
5.0 Conclusies en aanbevelingen
12
6.0 Normering en betrouwbaarheid
13
Bijlage 1: Locatiekaart Bijlage 2: Situatietekening met monsternemingspunten Bijlage 3: Boorbeschrijvingen Bijlage 4: Analysecertificaten Bijlage 5.1: Toetsing analyseresultaten conform Wbb Bijlage 5.2: Toetsing analyseresultaten conform Bbk Bijlage 6: Toelichting en achtergrond toetsingskader Bijlage 7: Relevante informatie vooronderzoek Bijlage 8: Fotoreportage Bijlage 9: Kwaliteitsborging en onafhankelijkheidsverklaring Bijlage 10: Gegevens XRF-meting
1.0
INLEIDING
1.1
AANLEIDING EN DOEL
In opdracht van gemeente Best heeft Stantec een nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan een locatie aan de Terraweg (naast 20b) te Best.. De locatie is in gebruik als (deel van een) terrein waarop woonwagens staan en is momenteel braakliggend. Het terreindeel waarop het onderzoek betrekking heeft is circa 350 m2 groot. De aanleiding voor het uitvoeren van het bodemonderzoek vormen de resultaten van het eerder uitgevoerde verkennend bodemonderzoek (Stantec, 20130295-03, 2 maart 2022). Tijdens dit onderzoek zijn ter plaatse van boring 01 in de ondergrond (0,8-1,2 m-mv) sterk verhoogde gehalten koper, lood en nikkel aangetoond. Aanbevolen is een nader bodemonderzoek uit te voeren. Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NTA 5755. Doel van het nader bodemonderzoek is: • Het vaststellen van de omvang van de bodemverontreiniging met koper, lood en nikkel in de grond. • Vaststellen of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en daarmee de noodzaak tot saneren. • Het vaststellen van het saneringscriterium en of sprake is van een spoedeisendheid voor saneren.
1.2
KWALITEITSBORGING EN ONAFHANKELIJKHEID
De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform een gecertificeerd kwaliteitssysteem (ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA**). Voor dit project is Carlo van den Broek van ons kantoor te Oosterhout opgetreden als senior adviseur. Het veldwerk is uitgevoerd onder het procescertificaat van de BRL SIKB 2000: ‘Beoordelingsrichtlijn Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’, protocol 2001: ‘Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’ (1 februari 2018).
2001
Alle procesonderdelen (uitvoering veldwerk, begeleiding erkend projectleider, overdracht monsters aan laboratorium, en rapportage) zijn uitgevoerd door en onder het certificaat van Stantec B.V., voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification B.V. Ons meest recente certificaatnummer kunt u hier vinden: https://www.stantec.com/nl/about/certifications-memberships. In bijlage 9 is de kwaliteitsborging opgenomen. Hierin is de uitvoeringsdatum van het veldwerk en de naam van de uitvoerende medewerker weergegeven.
Stantec | 327200660.r01 1
Stantec B.V. verklaart dat de beschreven uitvoering van kritische functies onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen die de BRL daartoe stelt vanuit de Regeling bodemkwaliteit (13 december 2007). De kwaliteitsborgingsformulieren zijn opgenomen in bijlage 9. Stantec B.V. en haar onderaannemers hebben geen financiële of juridische belangen met betrekking tot het eigendom van de locatie. Voor elk bodemonderzoek geldt dat het is gebaseerd op een beperkt aantal monsterpunten en analyses. De hiervoor voorgeschreven onderzoeksstrategie geeft een goed beeld van de algemene bodemkwaliteit. De analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (RvA geaccrediteerd). De monsters zijn voorbehandeld conform het AS3000 protocol. In deze notitie wordt voor grond de volgende terminologie gehanteerd: • Kleiner of gelijk aan de achtergrondwaarde (AW) of detectiegrens: geen sprake van een verhoogde concentratie; niet verontreinigd. • Groter dan AW, kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (T): licht verhoogde concentratie; licht verontreinigd. Voor de tussenwaarde (T) geldt de volgende berekening: (achtergrondwaarde + interventiewaarde)/2. • Groter dan T, kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (I): matig verhoogde concentratie; matig verontreinigd. • Groter dan I: sterk verhoogde concentratie; sterk verontreinigd.
De resultaten van het onderzoek zijn getoetst aan de normering zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013 per 1 juli 2013 en aan de Regeling bodemkwaliteit.
1.3
LEESWIJZER
Voorliggend rapport is als volgt opgebouwd: • Vooronderzoek, conceptueel model en onderzoeksstrategie (hoofdstuk 2). • Uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden (hoofdstuk 3). • Resultaten en interpretatie (hoofdstuk 4). • Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 6 wordt tenslotte een toelichting gegeven op het normenkader en de factoren die van invloed kunnen zijn op de betrouwbaarheid van het onderzoek.
Stantec | 327200660.r01 2
2.0
VOORONDERZOEK
2.1
INLEIDING
Onderdeel van het nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 is het verrichten van een uitgebreid vooronderzoek conform de NEN 5725. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Omdat bij het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek reeds een vooronderzoek is uitgevoerd en er geen nieuwe, relevante gegevens beschikbaar zijn gekomen is geen aanvullend vooronderzoek verricht. De rapportage van het verkennend bodemonderzoek is opgenomen in bijlage 7. Ten opzichte van het reeds uitgevoerde vooronderzoek zij
2.2
LOCATIEGEGEVENS
Onderstaand zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2.2: Locatiegegevens Aspect Adres Kadastraal Topografie en RD-coördinaten (bijlage 1) Oppervlakte kadastraal perceel(-en)
Gegevens Terraweg ongenummerd (naast 20b) te Best Gemeente: Best Sectie: B Nummer: 2756 (gedeeltelijk) x: 157471 y: 390153 Circa 4.987 m² Onderzoekslocatie: circa 350 m²
In figuur 2.1 is de ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Een situatietekening met begrenzing van de onderzoekslocatie is tevens opgenomen in bijlage 2.
Figuur 2.1: Luchtfoto onderzoekslocatie (met rood aangegeven)
Stantec | 327200660.r01 3
2.3
GEBRUIK EN BEÏNVLOEDING VAN DE LOCATIE
Huidig gebruik en terreinverkenning Tijdens het verkennend onderzoek is er in 2022 een terreinverkenning uitgevoerd. Daaruit is naar voren gekomen dat de locatie momenteel in gebruik is als stallingsplaats- en verblijfsplaats voor woonwagens. Tijdens de terreinverkenning zijn in de directe omgeving geen factoren bekend en waargenomen die van invloed zijn op de kwaliteit van de bodem van onderhavige onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als braakliggend terrein en geheel vrij van bebouwing en verhardingen. Over grote delen van de locatie is een grondwal c.q. depot aanwezig. In bijlage 8 zijn de locatiefoto’s van het terrein uit 2023 opgenomen.
Figuur 2.2: Foto Japanse Duizendknoop
Tijdens de terreinverkenning is waargenomen dat over een deel van de locatie een grondwal aanwezig is en deels (huishoudelijk)afval. Aan het oppervlak van de locatie zijn, behoudens de aanwezigheid van een grondwal, geen indicaties verkregen die in verband kunnen worden gebracht met een mogelijke verontreiniging van de bodem. Voor zover zintuiglijk waarneembaar zijn er bij de indicatieve inspectie geen asbestverdachte materialen in of op de bodem aangetroffen. Wel is tijdens de terreinverkenning van het nader onderzoek op 16 mei 2023 de invasieve exoot Japanse Duizendknoop waargenomen langs de wal/langs de schutting van de standplaats van de buren (zie figuur 2.2).
Asbest De kans op het aantreffen van asbest wordt, vanwege het aantreffen van asbest op het maaiveld in de omgeving en het voorkomen van puin in de bodem, reëel geacht. Stantec | 327200660.r01 4
2.4
TOEKOMSTIG GEBRUIK
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zal ter plaatse van de onderzoekslocatie in de toekomst een extra standplaats voor een woonwagen worden gerealiseerd. Het gebruik van de locatie zal hierbij worden gewijzigd in wonen.
2.5
ONDERZOEKSVRAGEN EN CONCEPTUEEL MODEL
Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek zijn in onderstaande tabel de antwoorden op de onderzoeksvragen geformuleerd. De verontreiniging is waarschijnlijk ontstaan voor 1 januari 1987. Doel van het nader bodemonderzoek is het bepalen van de omvang, ernst en spoedeisendheid van de verontreiniging met koper, lood en nikkel in de grond. Tabel 2.3: Gegevens conceptueel model Aspect Oorzaak van de verontreiniging Afbakening Veroorzaker Kritische stoffen Aard Doel en afperking
Verdacht bodemtraject Onderzoeksopzet
Te beantwoorden vragen
Gegevens Betreft vermoedelijk een lokale storting of verstoring als gevolg van bijmengingen (ijzerdeeltje) in de ondergrond die in 2017 niet bij de sanering van de bovengrond (< 0,4 m-mv) is waargenomen. Gevalsniveau tot klasse industrie als gevolg van aanwezige achtergrondwaarden n.n.b. Gelet op de historie van het terrein historisch (< 1987) Koper, lood en nikkel boven interventiewaarde Immobiel Verifiëren of ter plaatse van de onderzoekslocatie ter plaatse van boring 01 nog sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Afperking dient hierbij minimaal plaats te vinden op het niveau van de klasse industrie. 0,8-1,2 m-mv Binnen de onderzochte locatie is in de ondergrond, onder de ontgravingsbodem van de sanering uit 2017, een verontreiniging vastgesteld die boven de interventiewaarden ligt. Uit het dossier van de sanering blijkt dat op deze plaats ontgraven is tot 0,4 m-mv en de putbodem hier schoon is bevonden. Waarschijnlijk is hier sprake van een lokale storting of dergelijke die vermoedelijk gering in omvang is. Het nader onderzoek wordt uitgevoerd middels het uitvoeren van boringen uitgaande van een spot in de ondergrond bij de bestaande boring 1. Deze spot wordt gering in omvang verwacht. Rond boring 1 worden boringen gezet waarbij veldmetingen met XRF worden verricht. Hierna nemen van grondmonsters ter verificatie.
Daar waar XRF metingen reden zijn extra boringen te verrichten wordt de vermeende spot afgeperkt. • Is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging? • Zo ja, wat is de globale omvang hiervan?
Stantec | 327200660.r01 5
3.0
VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK
3.1
ONDERZOEKSOPZET
In tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de onderzoeksopzet en hierbij behorende veldwerkzaamheden en verrichte analyses. Bij het veldonderzoek is gebruik gemaakt van een XRF meter. Een XRF meter werkt op basis van röntgenstraling en kan het gehalte van meerdere zware metalen in de grond vaststellen. Hierdoor kan globaal worden vastgesteld waar de verontreiniging met zware metalen zich bevindt en kunnen aan de hand van de resultaten van de XRF meting de locatie van de afperkende boringen bepaald worden. Op basis van het conceptueel model en de XRF-metingen zijn binnen een omvang van 5 meter rondom boring 01 boringen 07 tot en met 14 gezet. Boring 11 is ter verificatie binnen 1 meter naast boring 01 uit het verkennend onderzoek geplaatst. De locatietekening met situering van de monsternemingspunten is opgenomen in bijlage 2. Tabel 3.1: Onderzoeksstrategie Boring ca. 1,8 m-mv Grond 7 Koper, lood, nikkel1 1 Koper, lood, nikkel: Lutum- en organische stofpercentage, koper, lood, nikkel.
3.2
VELDONDERZOEK
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op: • Protocol 2001 (plaatsen boringen): op 12 mei 2023. Het veldonderzoek heeft uit de volgende werkzaamheden bestaan: • Het uitvoeren van een terreinverkenning en visuele inspectie van het maaiveld. • Het plaatsen van de boringen zoals opgenomen in tabel 3.1. • Het classificeren van de vrijgekomen grond uit de boringen (vaststellen bodemopbouw) en het beoordelen op de aanwezigheid van verontreinigingen. • Het bemonsteren van de grond. Een grondmonster heeft betrekking op een maximaal bodemtraject van 0,5 meter. Afwijkende bodemlagen (zoals de aanwezigheid van bodemvreemde materialen als bijvoorbeeld puin, verkleuringen van de grond en geurwaarnemingen) zijn apart bemonsterd. Indien bij een boring meerdere grondmonsters zijn genomen, is met een toenemende diepte de codering -1, -2, -3 enz. aan het monsternummer toegevoegd. Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen afwijkingen gerapporteerd die van invloed zijn op de voorschriften en werkwijze van de genoemde protocollen.
Stantec | 327200660.r01 6
Resultaten veldonderzoek In bijlage 3 zijn de resultaten van de boorbeschrijvingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. De bodemopbouw bestaat vanaf maaiveld tot de maximaal verkende boordiepte van 1,8 m-mv uit matig fijn zwak siltig zand. In geen van boringen 07 tot en met 14 zijn antropogene bijmengingen waargenomen. Zintuiglijk zijn op het maaiveld en in de opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Tijdens het veldwerk is het grondwater aangetroffen tussen 1,4 en 1,6 mmv. Het grondwater is niet bemonsterd, omdat dit buiten de scope voor nader onderzoek valt. De kwaliteit van het grondwater is tijdens het verkennend onderzoek voldoende vastgelegd.
Xrf metingen Uit de metingen van de XRF-meter blijkt dat er plaatselijk maximaal 69 ppm voor koper is aangetoond, maximaal 165 ppm voor lood en maximaal 31 ppm voor nikkel. Dit houdt in dat er maximaal matig verhoogde gehalten koper en nikkel en licht verhoogde gehalten lood te verwachten zijn. De grond voldoet naar verwachting aan klasse industrie. De resultaten van de XRF metingen zijn opgenomen in bijlage 10.
Opmerkingen/bijzondere waarnemingen bij het veldwerk Tijdens het veldwerk voor het nader onderzoek op 12 mei 2023 is de invasieve exoot Japanse Duizendknoop waargenomen op de locatie. Deze is aangetroffen langs de wal/langs de schutting bij de standplaats van de buren.
3.3
LABORATORIUMONDERZOEK
Een overzicht van de uitgevoerde grond- en grondwateranalyses is weergegeven in de tabellen 3.4 en 3.5. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is een selectie gemaakt in de te analyseren grondmonsters waarbij een aantal separate grondmonsters is geanalyseerd. De separate grondmonsters zijn benoemd als boornummer-monsternummer (bijvoorbeeld 1-2). Tabel 3.4: Uitgevoerde analyses grond Monster- Samenstelling deelmonsters Traject Bijmenging code (m-mv) (boring-monster) Ondergrond afperking koper, lood en nikkel 07-3 07 0,7-1,0 08-2 08 0,5-1,0 10-3 10 0,9-1,3 11-3 11 1,0-1,5 13-4 13 0,9-1,2 14-3 14 0,7-1,0 1 Lutum- en organische stofpercentage, koper, lood, nikkel (AS3000).
Stantec | 327200660.r01 7
Analysepakket
Koper, lood, nikkel1 Koper, lood, nikkel1 Koper, lood, nikkel1 Koper, lood, nikkel1 Koper, lood, nikkel1 Koper, lood, nikkel1
3.4
TOETSINGSKADER EN TOETSING ANALYSERESULTATEN
De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 4. Door het laboratorium zijn geen afwijkingen van de AS3000 gerapporteerd. De volledige toetsing van de analyseresultaten is opgenomen in bijlage 5. In deze tabellen zijn de analyseresultaten, het geanalyseerde c.q. gehanteerde lutum- en humusgehalte, het toetsingskader en de overschrijdingen ten opzichte van het toetsingskader opgenomen. Daarnaast zijn de resultaten indicatief getoetst aan de waarden van het Besluit bodemkwaliteit bij toepassing op of in de bodem. Een toelichting op de toetsingscriteria en het wettelijk kader is opgenomen in bijlage 6. De resultaten van het laboratoriumonderzoek worden in volgend hoofdstuk weergegeven en geïnterpreteerd.
Stantec | 327200660.r01 8
4.0
RESULTATEN EN INTERPRETATIE
4.1
RESULTATEN GRONDONDERZOEK
In tabel 4.1 zijn de resultaten van het grondonderzoek weergegeven. Tabel 4.1: Toetsingsresultaten grond Monster- Samenstelling Traject code deelmonsters (m-mv) (boring-monster) Ondergrond afperking koper, lood en nikkel 07-3 07 0,7-1,0
Omschrijving en bijzonderheden
Toetsing Wbb > AW
>T
Zand
Indicatieve toetsing Bbk >I
Koper, lood, nikkel 08-2 08 0,5-1,0 Zand 10-3 10 0,9-1,3 Zand Koper, lood, nikkel 11-3 11 1,0-1,5 Zand 13-4 13 0,9-1,2 Zand 14-3 14 0,7-1,0 Zand Lood De gehalten die de betreffende achtergrondwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: > AW : Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde. >T : Het gehalte is groter dan de tussenwaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde. >I : Het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
Stantec | 327200660.r01 9
CROW400
Industrie
Basishygiëne
Altijd toepasbaar Industrie
Basishygiëne Basishygiëne
Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar wonen
Basishygiëne Basishygiëne Basishygiëne
In de monsters van de zandige ondergrond ter plaatse van boringen 08, 11 en 13 van de zintuiglijk schone, zandige ondergrond (0,5-1,5 m-mv) zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden aangetoond. De zandige ondergrond van boringen 07, 10 en 14 bevat licht verhoogde gehalten zware metalen. Een directe bron voor deze licht verhoogde gehalten is niet bekend maar komt overeen met de lokale kwaliteit. Bij indicatieve toetsing van de grondmonsters aan het Besluit bodemkwaliteit is de zandige ondergrond van boringen 07 en 10 beoordeeld als klasse industrie. De zandige ondergrond van boring 14 is ingedeeld in klasse wonen. De zandige ondergrond van boringen 08, 11 en 13 is Altijd toepasbaar. Voor de verontreinigde ondergrond ter plaatse van boring 01 was sprake van een verhoogde veiligheidsklasse op basis van het gehalte lood. Door middel van boring 11 is deze laag geactualiseerd en is geen verhoogd gehalte lood meer aangetroffen ter hoogte van voormalige boring 01, waardoor er geen sprake meer is van een verhoogde veiligheidsklasse. Ter plaatse van boring 01 uit het verkennend onderzoek en boringen 07 tot en met 14 kan gewerkt worden onder veiligheidsklasse ‘Basishygiëne.
4.2
VERONTREINIGINGSSITUATIE EN ERNST VAN HET GEVAL
Uit de verificatie blijkt dat het sterk verhoogde gehalte ter plaatse van voormalige boring 01 niet meer reproduceerbaar is. Er zijn zowel met XRF als analytisch maximaal licht verhoogde gehalten koper, lood en nikkel aangetoond. Er wordt aangenomen dat de aangetroffen verontreinigingen bij boring 01 uit het verkennend onderzoek een incidentele verhoging betreft, mogelijk als gevolg van verstoring en aanwezigheid metalen bijmenging. Voor de bepaling van het verontreinigd bodemvolume is uitgegaan van een worst-case benadering waarbij de omliggende boringen rondom boring 01 (boring 07, 08, 10 en 11) gelden als afperking van het volume van de sterke verontreiniging in de grond te berekenen. In totaal gaat het dan om een oppervlakte van 10 m2 tussen boringen 07, 08, 10 en 11 en een gemiddelde laagdikte van 0,4 meter. Met deze gegevens betreft het maximale sterk verontreinigde bodemvolume grond maximaal 4,0 m3. Onderhavige verontreiniging wordt gezien als een op zichzelf staand geval van bodemverontreiniging. Deze is vermoedelijk historisch (< 1987). Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging en daarmee saneringsnoodzaak als er in een bodemvolume van meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater de interventiewaarde wordt overschreden.
Uit het onderzoek blijkt dat de verontreiniging niet verder aangetoond is en er maximaal <5,0 m3 grond verontreinigd is met koper, lood en nikkel. Hierbij is er geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Risico’s voor mens en milieu zijn in deze situatie verwaarloosbaar. Er is om deze reden dan ook geen nadere risicobeoordeling uitgevoerd.
Stantec | 327200660.r01 10
4.3 • •
• •
BEANTWOORDING ONDERZOEKSVRAGEN Is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging? Nee, de verontreiniging betreft een incident en is nauwelijks reproduceerbaar. Oorzaak hiervan is vermoedelijk de kleinschaligheid en heterogeniteit waarin deze aanwezig is. Uitgaande van worst-case scenario bedraagt de hoeveelheid verontreinigde grond met gehalten boven de interventiewaarde ruimschoots minder dan 25 m3. Wat is de globale omvang hiervan? Uitgaand van de resultaten van onderhavige analyses en de naastgelegen boring 11 naast de kern is er minder dan 4,0 m3 grond verontreinigd.
Stantec | 327200660.r01 11
5.0
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde nader bodemonderzoek wordt geconcludeerd: • • • • • • • •
De bodemopbouw ter plaatse van boringen 07 tot en met 14 vanaf het maaiveld tot de maximale boordiepte 1,8 m-mv uit zand. Er zijn zintuiglijk geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met koper, lood en nikkel. De sterk verhoogde gehalten koper, lood en nikkel zijn niet meer aangetoond in de direct naastgelegen boring in de kern (boring 11) en de omliggende boringen. Conform het Besluit Bodemkwaliteit voldoet de ondergrond aan bodemkwaliteitsklassen ‘industrie’, ‘wonen’ en ‘altijd toepasbaar’. Het grondwater is tijdens het nader onderzoek aangetroffen tussen 1,4 en 1,6 m-mv en derhalve niet onderzocht, daar dit geen deel is van de onderzoeksscope. Voor de werkzaamheden in de ondergrond geldt conform de CROW 400 veiligheidsklasse ‘Basishygiëne’. Op de locatie is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de grond. Tijdens het nader onderzoek zijn geen gehalten boven de tussen- en interventiewaarde aangetoond. Op basis van een worst-case berekening van het maximale volume sterk verontreinigde grond is er maximaal sprake van 4,0 m3 sterk verontreinigde grond.
Aanbevelingen en opmerkingen • •
•
•
Voor het uitvoeren van grondverzet zijn de regels conform het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Afhankelijk van de toekomstige ontwikkelingen van de locatie kan het wenselijk zijn de spot waarin de interventiewaarde aanwezig is te verwijderen. In het geval de ontwikkeling gepaard gaat met ophoging voor verdere nieuwbouw zonder verdere graafwerkzaamheden in de verontreiniging worden sanerende maatregelen niet zinvol geacht. Mocht verwijdering gewenst zijn dan is het aan te raden om hiervoor een Plan van Aanpak op te stellen ter goedkeuring van de gemeente. De voorlopige veiligheidsklasse is vastgesteld op basishygiëne. Bij eventueel toekomstige grondverzetwerkzaamheden dient men alert te zijn op zintuiglijke afwijkingen in de grond. Zintuiglijk met olie verontreinigde grond dient apart te worden ontgraven en aanbevolen deze grond af te voeren naar een erkende verwerker. Voor het uitvoeren van grondverzet zijn de regels conform het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing.
Stantec | 327200660.r01 12
6.0
NORMERING EN BETROUWBAARHEID
De volgende documenten hangen samen met het verrichte bodemonderzoek: • NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (oktober 2017). • NEN 5740+A1 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (april 2016). • NTA 5755 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging (juli 2010). Het bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de geldende normen en in het kader van de BRL SIKB 2000 van toepassing zijnde protocollen. Het uitgevoerde bodemonderzoek is gebaseerd op de thans beschikbare informatie en de hieruit afgeleide onderzoeksstrategie. Ondanks het streven naar een zo groot mogelijke representativiteit en reproduceerbaarheid van het onderzoek kunnen ten gevolge van heterogeniteit in de bodem en onvolledige informatie buiten de schuld van Stantec afwijkingen in de verkregen resultaten voorkomen. Er blijft altijd een kans aanwezig dat een op de locatie aanwezige verontreiniging niet wordt vastgesteld ten gevolge van de aanwezige trefkans en de uitmiddeling bij het samenstellen van (meng-) monsters. Er dient tevens op te worden gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is.
Na uitvoering van het onderzoek kunnen de grond- en grondwaterkwaliteit worden beïnvloed door bijvoorbeeld grondverzetwerkzaamheden zoals de aanvoer van grond van elders, opslag van milieubelastende producten, calamiteiten of verspreiding van verontreiniging vanaf nabij gelegen terreinen. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden bij het gebruik van dit rapport. Stantec acht zich niet aansprakelijk voor de schade die hieruit voortvloeit. Stantec heeft op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en/of de onderzoekslocatie waarop het onderzoek betrekking heeft. Stantec heeft als onderzoeksbureau vastgelegd in haar kwaliteitszorgsysteem dat de (mogelijke) beïnvloeding van werknemers door derden te allen tijde dient te worden vastlegt en vermeld. Mocht hiervan sprake zijn en heeft dit invloed op de onderzoeksstrategie dan wordt dit in de verslaglegging en rapportage vermeld. Stantec garandeert hiermee dat een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek is uitgevoerd.
Stantec | 327200660.r01 13
Bijlagen Bijlage 1: Locatiekaart Bijlage 2: Situatietekening met monsternemingspunten Bijlage 3: Boorbeschrijvingen Bijlage 4: Analysecertificaten Bijlage 5.1: Toetsing analyseresultaten conform Wbb Bijlage 5.2: Toetsing analyseresultaten conform Bbk Bijlage 6: Toelichting en achtergrond toetsingskader Bijlage 7: Relevante informatie vooronderzoek Bijlage 8: Fotoreportage Bijlage 9: Kwaliteitsborging en onafhankelijkheidsverklaring Bijlage 10: Gegevens XRF-meting
Bijlage 1: Locatiekaart
Nader bodemonderzoek Terraweg ong. te Best
Locatiekaart
Legenda Projectcontour
Opdrachtgever: Gemeente Best Datum: 30-06-2023 Schaal: d01 Status: Projectnummer: Formaat: Tekenaar: Akkoord:
327200660 A4 Landscape SK MvB
Bijlage 2: Situatietekening met monsternemingspunten
Nader bodemonderzoek Terraweg ong. te Best
Situatietekening met monsternemingspunten en verontreinigingssituatie
Legenda Projectcontour Projectcontour Boorpunten Nader onderzoek Boring ca. 2,0 m-mv < AW Boorpunten Verkennend onderzoek > AW
>I Asbest proefgat 0,30x0,30x0,50m Proefgat met boring 2,0 m-mv Peilbuis NEN
Opdrachtgever: Gemeente Best Datum:
30-06-2023
Schaal: Status:
Definitief
Projectnummer: 327200660 Formaat:
A3 Landscape
Tekenaar:
SK
Akkoord:
MvB
Bijlage 3: Boorbeschrijvingen
Boring:
07
Boring:
08
X:
157464,04
X:
157461,47
Y:
390163,19
Y:
390160,91
Datum:
12-5-2023
0
0
gras
Datum:
12-5-2023
0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor 1
1
50
50
50
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
2 70
Zand matig fijn, zwak siltig, matig baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
3 100
100
gras Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
100 Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
3
4
130
Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor 150
150
150 Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
5 180
4
180
getekend volgens NEN 5104
Projectcode:
327200660
Projectnaam:
Terraweg ong. Te Best
Boring:
09
Boring:
10
X:
157467,74
X:
157467,68
Y:
390163,17
Y:
390161,45
Datum:
12-5-2023
0
0
gras Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker beigebruin, Edelmanboor
Datum:
12-5-2023
Maaiveldhoogte:
1
gras Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
16.913 1
50
50
0
0
2
50
50 Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs, Edelmanboor
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor
2
80
Zand matig fijn, zwak siltig, donker beigegrijs, Edelmanboor
3 100
90
110
3 Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs, Edelmanboor
4
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs, Edelmanboor
100
130
Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor 150
150
150 Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
5 180
4
180
getekend volgens NEN 5104
Projectcode:
327200660
Projectnaam:
Terraweg ong. Te Best
Boring:
11
Boring:
12
X:
157465,66
X:
157463,15
Y:
390160,11
Y:
390157,82
Datum:
12-5-2023
0
0
Maaiveldhoogte:
gras
Datum:
12-5-2023
0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, licht bruinbeige, Edelmanboor
17.062 1
1
50
50
gras Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
50 Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs, Edelmanboor
2 70
2
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, resten hout, Edelmanboor, Oude boom resten. Geen houtafval
3 100
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
100
120
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
3
4
150
150
150 Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
4
170 180
getekend volgens NEN 5104
Projectcode:
327200660
Projectnaam:
Terraweg ong. Te Best
Boring:
13
Boring:
14
X:
157466,30
X:
157470,06
Y:
390164,31
Y:
390159,55
Datum:
12-5-2023
0
0
Maaiveldhoogte:
gras Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
17.099 1
Datum:
12-5-2023
0
0
Maaiveldhoogte:
gras Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, Edelmanboor
16.9 1
40
50
Zand zeer fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor
2
50 2
65
70
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
3 90
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
100 4
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, resten wortels, resten plastic afval, donkergrijs, Edelmanboor
3 100
100
Zand matig fijn, zwak siltig, grijsbruin, Edelmanboor
4
120
120
Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
Zand matig fijn, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
5
5
150
150
170
170
getekend volgens NEN 5104
Projectcode:
327200660
Projectnaam:
Terraweg ong. Te Best
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Bijlage 4: Analysecertificaten
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
Stantec B.V. Sam Klijberg POSTBUS 270 2600 AG DELFT
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer
Blad 1 van 6
: Terraweg ong. Te Best : 327200660 : 13870866, versienummer: 1.
Rotterdam, 23-05-2023
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 327200660. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 6 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V.
blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
René Eugster Operations Manager Rotterdam
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 2 van 6
Analyserapport Stantec B.V. Sam Klijberg Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Orderdatum 16-05-2023 Startdatum 16-05-2023 Rapportagedatum 23-05-2023
Terraweg ong. Te Best 327200660 13870866 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
07-3 08-2 10-3 11-3 13-4
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 79.2 <1 geen
Ja 86.2 <1 geen
Ja 73.8 <1 geen
Ja 78.2 <1 geen
Ja 82.2 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
5.9
2.9
8.1
4.5
3.6
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
<2
2.0
<2
<2
<2
METALEN koper lood nikkel
S S S
49 35 17
13 15 <3
27 43 14
6.3 31 <3
<5 15 <3
mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
002
003
004
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
005
Blad 3 van 6
Analyserapport Stantec B.V. Sam Klijberg Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Terraweg ong. Te Best 327200660 13870866 - 1
Orderdatum 16-05-2023 Startdatum 16-05-2023 Rapportagedatum 23-05-2023
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
004
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
005
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 4 van 6
Analyserapport Stantec B.V. Sam Klijberg Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Orderdatum 16-05-2023 Startdatum 16-05-2023 Rapportagedatum 23-05-2023
Terraweg ong. Te Best 327200660 13870866 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
006
Grond (AS3000)
14-3
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 64.7 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
12.4
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
2.1
METALEN koper lood nikkel
S S S
24 76 4.6
mg/kgds mg/kgds mg/kgds
006
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 5 van 6
Analyserapport Stantec B.V. Sam Klijberg Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Terraweg ong. Te Best 327200660 13870866 - 1
Orderdatum 16-05-2023 Startdatum 16-05-2023 Rapportagedatum 23-05-2023
Monster beschrijvingen
006
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 6 van 6
Analyserapport Stantec B.V. Sam Klijberg Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Orderdatum 16-05-2023 Startdatum 16-05-2023 Rapportagedatum 23-05-2023
Terraweg ong. Te Best 327200660 13870866 - 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
monster voorbehandeling
Grond (AS3000)
droge stof
Grond (AS3000)
gewicht artefacten
Grond (AS3000)
aard van de artefacten
Grond (AS3000)
Grond: NEN-EN 16179. Grond (AS3000): AS3000 en NEN-EN 16179 Grond: NEN-EN 15934. Grond (AS3000): AS3010-2 en NEN-EN 15934 AS3000 Idem AS3010-3 en NEN 5754. Grond: eigen methode. Grond (AS3000): AS3010-4 AS3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2 (ontsluiting NEN 6961) Idem Idem
organische stof (gloeiverlies)
Grond (AS3000)
lutum (bodem)
Grond (AS3000)
koper
Grond (AS3000)
lood
Grond (AS3000)
nikkel
Grond (AS3000)
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 002 003 004 005 006
O0546697 O0546698 O0546758 O0546699 O0546744 O0546752
16-05-2023 16-05-2023 16-05-2023 16-05-2023 16-05-2023 16-05-2023
16-05-2023 16-05-2023 16-05-2023 16-05-2023 16-05-2023 16-05-2023
ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Bijlage 5.1: Toetsing analyseresultaten conform Wbb
Projectnaam Projectcode
Terraweg ong. Te Best 327200660
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)
07-31 1 or
monster voorbehandeling() Ja droge stof(gew.-%) 79.2 gewicht artefacten(g) <1 aard van de artefacten(-) Geen organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)
br
10-33 3 or
---
-- Ja -- 86.2
--
--
--
<1
-- Geen
-- Ja -- 73.8
--
-- <1
--
-- Geen
br
13-45 5 or
-- Ja -- 78.2
--
--
--
<1
-- Geen
br
14-36 6 or
br
-- Ja -- 82.2
--
-- Ja -- 64.7
--
---
-- <1
--
-- <1
--
--
-- Geen
-- Geen
--
--
-- 8.1
--
-- 4.5
--
-- 3.6
--
-- 12.4
--
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) <2 --- 2.0
--
-- <2
--
--
<2
--
-- <2
--
-- 2.1
--
--
26.1 23.2 6.12
27 43 14
46.2 60.8 40.8
* 6.3 * 31 * <3
12 46.6 6.12
<5 15 <3
6.86 22.9 6.12
24 76 4.6
36.5 100 13.3
*
49 35 17
--
br
11-34 4 or
-- 2.9
METALEN koper lood nikkel
5.9
br
08-22 2 or
89.4 51.4 49.6
* * *
13 15 <3
Monstercode en monstertraject 1 13870866-001 07-3 2 13870866-002 08-2 3 13870866-003 10-3 4 13870866-004 11-3 5 13870866-005 13-4 6 13870866-006 14-3 De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). * ** *** -# a
b
or br
bt)
het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde het gehalte is groter dan de interventiewaarde geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). Origineel resultaat Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 1: lutum 2% humus 5.9% 2: lutum 2% humus 2.9% 3: lutum 2% humus 8.1% 4: lutum 2% humus 4.5% 5: lutum 2% humus 3.6% 6: lutum 2.1% humus 12.4%
Tabel: Toetsingswaarden voor grond (as3000) (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven Toetsingswaarden1)
METALEN koper lood nikkel
1)
AW 1/2(AW+I) I RBK
AW
40 50 35
1/2(AW+I)
115 290 68
I
190 530 100
RBK eis
5.0 10 4.0
achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde interventiewaarde Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-112012).
De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10% humus en 25% lutum.
Overzicht gemeten verontreinigingen in grond en grondwater Grond (AS3000) Humus:5.9, Lutum:2 07-3
Achtergrondwaarde overschrijding koper(49)lood(35)nikkel(17)
Tussenwaarde overschrijding -
Interventiewaarde overschrijding -
Grond (AS3000) Humus:2.9, Lutum:2 08-2
Achtergrondwaarde overschrijding -
Tussenwaarde overschrijding -
Interventiewaarde overschrijding -
Grond (AS3000) Humus:8.1, Lutum:2 10-3
Achtergrondwaarde overschrijding koper(27)lood(43)nikkel(14)
Tussenwaarde overschrijding -
Interventiewaarde overschrijding -
Grond (AS3000) Humus:4.5, Lutum:2 11-3
Achtergrondwaarde overschrijding -
Tussenwaarde overschrijding -
Interventiewaarde overschrijding -
Grond (AS3000) Humus:3.6, Lutum:2 13-4
Achtergrondwaarde overschrijding -
Tussenwaarde overschrijding -
Interventiewaarde overschrijding -
Grond (AS3000) Humus:12.4, Lutum:2.1 14-3
Achtergrondwaarde overschrijding lood(76)
Tussenwaarde overschrijding -
Interventiewaarde overschrijding -
Bijlage 5.2: Toetsing analyseresultaten conform Bbk
Toetsing volgens BoToVa, module T.1-Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem (Toetsversie 3.0.0, toetskader BBK, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 23-05-2023 - 17:41)
Projectcode Projectnaam
327200660 Terraweg ong. Te Best 07-3 Grond (AS3000) Klasse industrie
Monsteromschrijving Monstersoort Monster conclusie Analyse
Eenheid SR
BT
BC
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten organische stof (gloeiverlies)
% g %
Ja 79.2 79.2 <1 Geen 5.9 5.9
-
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS <2
<2
METALEN koper lood nikkel
89.4 51.4 49.6
Monstercode 13870866-001 13870866-002 13870866-003 13870866-004
mg/kg mg/kg mg/kg
49 35 17
IN WO IN
327200660 Terraweg ong. Te Best 08-2 Grond (AS3000) Altijd toepasbaar
327200660 Terraweg ong. Te Best 10-3 Grond (AS3000) Klasse industrie
327200660 Terraweg ong. Te Best 11-3 Grond (AS3000) Altijd toepasbaar
SR
SR
SR
BT
BC
Ja 86.2 86.2 <1 Geen 2.9 2.9
-
BT
BC
Ja 73.8 73.8 <1 Geen 8.1 8.1
-
2.0
2.0
<2
<2
13 15 <3
26.1 <=AW 23.2 <=AW 6.12 <=AW
27 43 14
46.2 60.8 40.8
WO WO IN
BT
BC
Ja 78.2 78.2 <1 Geen 4.5 4.5
-
<2
<2
6.3 31 <3
12 <=AW 46.6 <=AW 6.12 <=AW
Monsteromschrijving 07-3 08-2 10-3 11-3
Toetsing volgens BoToVa, module T.1-Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem (Toetsversie 3.0.0, toetskader BBK, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 23-05-2023 - 17:41)
Projectcode Projectnaam Monsteromschrijving Monstersoort Monster conclusie
327200660 327200660 Terraweg ong. Te BestTerraweg ong. Te Best 13-4 14-3 Grond (AS3000) Grond (AS3000) Altijd toepasbaar Klasse wonen
Analyse
Eenheid SR
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten organische stof (gloeiverlies)
% g %
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)
% vd DS <2
<2
METALEN koper lood nikkel
mg/kg mg/kg mg/kg
6.86 22.9 6.12
Monstercode 13870866-005 13870866-006
Monsteromschrijving 13-4 14-3
BT
BC
Ja 82.2 82.2 <1 Geen 3.6 3.6
-
<5 15 <3
<=AW <=AW <=AW
SR
BT
BC
Ja 64.7 64.7 <1 Geen 12.4 12.4
-
2.1
2.1
24 76 4.6
36.5 100 13.3
<=AW WO <=AW
Verklaring kolommen SR Resultaat op het analyserapport BT Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden. BC Toetsoordeel Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk -Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing --Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat <=AW Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde WO Wonen IN Industrie ,zp Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing. >I Groter dan interventiewaarde >(ind)I INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden somIW>1 Interventiewaarde wordt overschreden door som fractie interventiewaarde > 1 (interventie factor) ^ Enkele parameters ontbreken in de som NT>I Niet toepasbaar > interventiewaarde NT Niet toepasbaar BT/BC gemiddelde op basis van standaard bodemtype (humus 10% en lutum 25%) gem Kleur informatie Rood overschrijding klasse B / Interventiewaarde, nooit toepasbaar Klasse wonen of klasse industrie (monsterniveau) Blauw >= Achtergrond waarde, industrie of wonen op component niveau
Normenblad Toetskeuze: T.1: Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem
Analyse
Eenheid AW Wo Ind
METALEN koper lood nikkel
mg/kg mg/kg mg/kg
I
40 54 190 190 50 210 530 530 35 39 100 100
* Indicatief niveau voor ernstige verontreiniging Legenda normenblad AW = Achtergrondwaarden WO = Maximale waarden bodemfunctieklasse wonen IND = Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie I = Interventiewaarden Normen en definities http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/downloads
Bijlage 6: Toelichting en achtergrond toetsingskader
In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op het toetsingskader dat gehanteerd wordt bij de beoordeling van de resultaten van uitgevoerd bodemonderzoek. Toetsingskader grond en grondwater In de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 zijn interventiewaarden vastgelegd voor grond en streefwaarden en interventiewaarden voor grondwater. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit met bijbehorende Regeling. De monsters zijn getoetst middels BoToVa, waarbij gebruik is gemaakt van de toetsingskaders T12 (Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb) en T13 (Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb). BoToVa corrigeert het ‘gemeten’ gehalte op basis van het lutum- en organische stof gehalte naar standaard bodem met 10% organische stof en 25% lutum. De gehalten worden vervolgens getoetst aan de normwaarden zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en het Besluit bodemkwaliteit met bijbehorende Regeling. Bij de toetsing van de analyseresultaten worden drie toetsingsniveaus gebruikt: 1. Achtergrondwaarden (grond) en streefwaarden (grondwater) Voor de achtergrondwaarden gelden de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. Voor metalen wordt er onderscheid gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. Reden hiervoor is het verschil in achtergrondconcentraties tussen ondiep (< 10 m) en diep (> 10 m) grondwater. 2. Tussenwaarden De tussenwaarde is in beginsel de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek behoort te worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat. Voor grondwater is dit het gemiddelde van streef -en interventiewaarde en voor grond het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden. 3. Interventiewaarden De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Bij de bespreking van de resultaten wordt de volgende gradatie aangehouden: • Niet verontreinigd c.q. geen verhoogde gehalten De gehalten aan verontreinigde stoffen in de grond liggen beneden de landelijke achtergrondwaarden danwel de concentraties aan verontreinigde stoffen in het grondwater liggen beneden de streefwaarden. • Licht verontreinigd c.q.
licht verhoogde gehalten De gehalten aan verontreinigde stoffen liggen boven de landelijke achtergrondwaarden (of voor grondwater streefwaarden), maar beneden de tussenwaarden. • Matig verontreinigd c.q. matig verhoogde gehalten De gehalten aan verontreinigde stoffen liggen boven de tussenwaarden, maar zijn kleiner dan de interventiewaarden. • Sterk verontreinigd c.q. sterk verhoogde gehalten De gehalten aan verontreinigde stoffen liggen boven de interventiewaarden.
Toetsing rapportagegrenzen De normen waaraan getoetst wordt kunnen lager zijn dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze waarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Bij een resultaat ‘< vereiste rapportagegrens AS3000’ mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond, baggerspecie, bodem of bodem onder oppervlaktewater voldoet aan de van toepassing zijnde normen. Indien het laboratorium een waarde ‘< een verhoogde rapportagegrens’ aangeeft (dit is hoger dan de vereiste rapportagegrens AS3000 dan dient de desbetreffende verhoogde rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen waarde wordt getoetst aan de van toepassing zijnde normen. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder < teken), moet dit gehalte aan de van toepassing zijnde norm worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000. Bij het berekenen van een somwaarde, het rekenkundig gemiddelde en een percentielwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten ‘< vereiste rapportagegrens AS3000’ vermenigvuldigd met 0,7.
Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat‘< vereiste rapportagegrens AS3000’ hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond, baggerspecie, bodem of bodem onder oppervlaktewater voldoet aan de van toepassing zijnde normen uit de Regeling bodemkwaliteit. Indien een of meer individuele componenten het resultaat hebben ‘< dan een verhoogde rapportagegrens’, of er een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normen uit de Regeling bodemkwaliteit. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens AS3000. Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor een aantal, niet bij regulier bodemonderzoek gangbare stoffen, zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgesteld. Een interventiewaarde ontbreekt. De indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarden. De status van de indicatieve niveaus is daarom niet gelijk aan de status van de interventiewaarde en derhalve hier buiten beschouwing gelaten.
Geval van ernstige verontreiniging Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m3 poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Er kunnen gevallen zijn waarbij de interventiewaarde niet wordt overschreden en er toch sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Ook in het geval van verontreinigingen met stoffen waarvoor geen interventiewaarde is afgeleid kan sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Als de bodem op een locatie is verontreinigd, maar het betreft geen geval van ernstige verontreiniging, hoeft niet te worden bepaald of er met spoed dient te worden gesaneerd. Verbeteren van de bodemkwaliteit kan niet worden voorgeschreven op grond van de regels voor bodemsanering. Als een gemeente een gebiedskwaliteit heeft vastgesteld op grond van het Besluit bodemkwaliteit, dan kan de gemeente wel bevorderen dat bij bijvoorbeeld bouwactiviteiten de gebiedskwaliteit als uitgangspunt geldt. Als er grond moet worden toegepast kan dat ook verplicht worden gesteld. Het is echter niet zo dat bij niet ernstig verontreinigde grond een verplichting kan worden opgelegd op grond van de bodemregelgeving om de bodem schoner te maken.
Saneringscriterium Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is er sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Het saneringscriterium dient om vast te stellen of sanering van een geval van ernstige bodemverontreiniging met spoed dient te worden uitgevoerd. Wanneer sprake is van spoed, is het nemen van maatregelen verplicht. De werkwijze van het saneringscriterium geldt voor: • Een geval van ernstige verontreiniging. • Een historische verontreiniging. Voor verontreinigingen die sinds 1987 zijn ontstaan is artikel 13 van de Wbb (zorgplicht) van toepassing. • Huidige en voorgenomen gebruik. • Grond en grondwater. • Alle stoffen waarvoor een interventiewaarde is afgeleid, met uitzondering van asbest. Daar asbest heel specifieke chemische en fysische eigenschappen heeft, is voor asbest separaat het ‘Milieuhygiënisch saneringscriterium, protocol asbest’ ontwikkeld. Wanneer sanering niet met spoed hoeft plaats te vinden kan voor de aanpak van de verontreiniging worden aangesloten bij maatschappelijk gewenste ontwikkelingen. Deze saneringen vinden plaats op initiatief van de eigenaar of andere belanghebbende met het oog op gewenst gebruik van de bodem. Uiteindelijk moet het resultaat van de sanering zijn dat de locatie geschikt is voor het (toekomstig) gebruik.
Het saneringscriterium is een instrument voor het bevoegd gezag waarmee zij een (schuldig) eigenaar kan verplichten tot saneren binnen een gestelde termijn. Risico’s hebben een directe relatie met het gebruik van de bodem en daarmee met de functie. Als er aan het gebruik binnen de aanwezige of toekomstige functie onaanvaardbare risico’s zijn verbonden staat voorop dat maatregelen zo snel mogelijk moeten worden genomen. De risico’s die aanleiding kunnen zijn om met spoed te saneren worden verdeeld in: a) risico’s voor de mens, b) risico’s voor het ecosysteem en c) risico’s van verspreiding van verontreiniging. ad a) Er is sprake van onaanvaardbare risico’s voor de mens indien bij het huidige of voorgenomen gebruik van de locatie een situatie bestaat waarbij: • Chronische negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. • Acute negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. Indien de aanwezigheid van bodemverontreiniging bij het huidig gebruik leidt tot aantoonbare hinder voor de mens (door o.a. huidirritatie en stank) dient eveneens met spoed te worden gesaneerd. ad b) Er is sprake van onaanvaardbare risico’s voor het ecosysteem indien bij het huidige of voorgenomen gebruik van de locatie: • De biodiversiteit kan worden aangetast (bescherming van soorten). • Kringloopfuncties kunnen worden verstoord (bescherming van processen).
• Bio-accumulatie en doorvergiftiging kan plaatsvinden. ad c) Er is sprake van onaanvaardbare risico’s van verspreiding van verontreiniging indien: • Het gebruik van de bodem door mens of ecosysteem wordt bedreigd door de verspreiding van verontreiniging in het grondwater waardoor kwetsbare objecten hinder ondervinden. • Er sprake is van een onbeheersbare situatie, dat wil zeggen indien: 1) Er een drijflaag aanwezig is die door activiteiten en processen in de bodem kan verplaatsen en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden.