23039.5 - Regels bestemmingsplan Sint-Annaweg 4
Tekst van het document
a. b. c. d. e. f. g. h.
de afwijking kan uitsluitend worden toegestaan indien het bouwvlak geheel of grotendeels wordt omgeven door de bestemmingen 'Agrarisch'. er is geen sprake van toename van de stikstofemissie; de omvang van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 1,5 ha.; er dient vooraf advies te worden ingewonnen bij de AAB inzake de volwaardigheid van het agrarische bedrijf en de noodzaak van een bedrijfswoning; er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; De ontwikkeling draagt bij aan de doelstelling van een gemengd landelijk gebied; er wordt voldaan aan de meest recente Landschapsinvesteringsregeling (LIR) van de gemeente Best.
4.5.8
Kleinschalige overnachting
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.1 teneinde een voorziening voor kleinschalige overnachting toe te staan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
f. g. h. i.
de voorziening mag worden gevestigd in de woning en/of een bijbehorend bijgebouw, voorzover dit past binnen de vigerende bouwregels die voor de woning en bijgebouwen gelden; de voorziening is kleinschalig en ondergeschikt aan de woonfunctie: het aantal kamers bedraagt maximaal 5; het aantal gasten per nacht bedraagt maximaal 10; de oppervlakte die voor kleinschalige overnachting mag worden gebruikt, bedraagt maximaal 500Zo van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw van de woning, tot een maximum van 150 m2. Indien de woning en/of een bijbehorend bijgebouw ook worden gebruikt voor een aan huis verbonden beroep en/of kleinschalige bedrijvigheid, gelden genoemd percentage en oppervlakte als maximum voor het aan huis verbonden beroep en/of kleinschalige bedrijvigheid en kleinschalige overnachting samen; de voorziening mag geen belemmering vormen voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende (bedrijfs)percelen; ter plaatse is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd; permanente bewoning van de voorziening is niet toegestaan; de voorziening wordt geëxploiteerd door de hoofdbewoner of eigenaar van de betreffende woning, die op het adres van het pand is ingeschreven in het GBP. De hoofdbewoner of eigenaar dient tijdens het nachtverblijf op het adres aanwezig te zijn.
4.5.9
Meergeneratiewoning
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1.1 voor het kunnen gebruiken van een deel van het hoofdgebouw of bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning voor een tweede huishouden, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
28 p)
bestemmingsplan "Sint-Annaweg 4 te Best" (ontwer
bestemmingsplan Sint-Annaweg 4 te Best
a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.
er is sprake van het wonen van meerdere generaties bij elkaar, uitsluitend in familieverband; het is alleen toegestaan indien een van de partijen de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt; het dient te passen binnen de bouwregels van dit bestemmingsplan dan wel de vergunningvrije bouwregels; er mag maximaal 80 m2 door het tweede huishouden worden gebruikt; er blijft sprake van één woning vanuit planologisch oogpunt; zodra één van de generaties het pand/perceel verlaat, moet het perceel weer uitsluitend door één generatie worden gebruikt; er mag niet kadastraal worden gesplitst; aan het tijdelijk gebruik in relatie tot het meergeneratiewonen kan nimmer recht worden ontleend voor een definitief gebruik als twee woningen; aan het gebruik kan nimmer recht worden ontleend op woningsplitsing; wanneer in de toekomst mantelzorg noodzakelijk is, dan wordt het gedeelte dat bestemd is voor het tweede huishouden gebruikt ten behoeve van mantelzorg; indien de huisvesting in een ander gebouw plaatsvindt dan in de woning, dan gelden de volgende aanvullende voorwaarden: er vndt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen; waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven;
2. er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat l. er wordt voldaan aan de meest recente Landschapsinvesteringsregeling (LIR).
4.6
Wijzigingsbevoegdheid
4.6.1
Vormverandering bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf'
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming(en) Agrarisch, ten behoeve van de vormverandering van het bestemmingsvlak van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf, waarbij het te wijzigen gedeelte van het voormalige agrarische bestemmingsvlak een of meerdere van de hiervoor genoemde bestemming krijgt en waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. 1. » »
» 2. » c. 1.
2.
3. d.
er is geen sprake van toename van de stikstofemissie; de vergroting en/of vormverandering mag als volgt plaatsvinden: voor (vollegronds)teeltbedrijven gelden de volgende bepalingen: de omvang mag niet meer bedragen dan 2 ha; indien het bestaande bouwvlak reeds meer bedraagt dan 2 ha, mag dit bouwvlak worden vergroot met maximaal 200Zo; er is een groter bouwvlak toegestaan dan 2 ha indien dit noodzakelijk is voor de plaatsing van permanente teeltondersteunende voorzieningen. In plaats van een groter bouwvlak kan eveneens een differentiatievlak worden opgenomen, waarmee wordt geregeld dat ter plaatse geen gebouwen zijn toegestaan; de bouw of uitbreiding van kassen is toegestaan tot max.
5.000 m2; voor overige agrarische bedrijven, toegestaan op grond van 4.5.7, gelden de volgende bepalingen: de omvang van het bouwvlak bedraagt maximaal 1,5 ha, waarbij de oppervlakte van een eventueel differentiatievlak bij deze oppervlakte meetelt; de ontwikkeling is vanuit een goede leefomgeving en gelet op de volgende aspecten, inpasbaar in de omgeving: er is rekening gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de in het plan begrepen gronden en de naaste omgeving, in het bijzonder wat betreft de bodemkwaliteit, de waterhuishouding, de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, de cultuurhistorische waarden, de ecologische waarden, de aardkundige waarden en de landschappelijke waarden; de omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, de omvang van de bebouwing en de beoogde functie, past in de omgeving gelet op de bestaande en toekomstige functies in de omgeving en de effecten die de ontwikkeling op die functies heeft, waaronder de effecten vanwege milieuaspecten en volksgezondheid; een op de beoogde ruimtelijke ontwikkeling afgestemde afwikkeling van het personen- en goederenvervoer is verzekerd; er dient te worden voldaan aan de volgende landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen:
bestemmingsplan "Sint-Annaweg 4 te Best" (ontwerp) 29
bestemmingsplan Sint-Annaweg 4 te Best
Landschappelijke inpassing: er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan, waarbij de oppervlakte van de inpassing minimaal 100Zo van de oppervlakte van het bestemmingsvlak Agrarisch - Agrarisch bedrijf dient te bedragen. 1. 2.
3. 4. 5. e. f.
g.
h. i.
j.
k.
30 p)
Kwaliteitswinst: er wordt voldaan aan de meest recente Landschapsinvesteringsregeling (LIR) van de gemeente Best. Verkaveling: Met het initiatief dient aansluiting te worden gezocht bij het bestaand verkavelingspatroon (occupatiegeschiedenis) zowel bij de erfinrichting als de situering van de gebouwen. Zuinig ruimtegebruik: de inrichting van het bouwvlak bevordert een gunstige verhouding tussen bruto (bestemmings- of bouwvlak) en netto (bebouwing) ruimtebeslag. Ontstening: met het initiatief wordt eveneens bewerkstelligd, dat alle overtollige bebouwing wordt gesloopt. Bebouwing: de bebouwing is passend bij de aard van de omgeving (hoogte, massa en architectonische kwaliteit).
bij vormverandering mag de totale oppervlakte van het bestemmingsvlak Agrarisch - Agrarisch bedrijf niet worden vergroot; bij toename van bebouwing of verharding dient aangegeven te worden hoe met water wordt omgegaan via de trits: vasthouden, bergen en afvoeren; er zal in alle gevallen minimaal hydrologisch neutraal gebouwd dienen te worden; er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf en dient noodzakelijk te zijn uit een oogpunt van doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling waaronder begrepen het kunnen plaatsen van permanente teeltondersteundende voorzieningen op het agrarisch bouwvlak; hiertoe kan een differentiatievlak worden opgenomen, waarbinnen de bouw van gebouwen niet is toegestaan; hierover kan adves worden gevraagd aan AAB; voldaan wordt aan de bouwregels voor bedrijfsgebouwen als opgenomen in 4.2; binnen gebouwen mag ten hoogste één bouwlaag gebruikt worden voor het houden van dieren, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden; het nieuwe bouwvlak wordt op de verbeelding behorende bij het wijzigingsplan opgenomen; voor zover daarbij sprake is van een vormverandering, worden delen van het bestemmingsvlak Agrarisch Agrarisch bedrijf geschrapt de voorwaarden als opgenomen in 3.7.1 zijn van overeenkomstige toepassing;
bestemmingsplan "Sint-Annaweg 4 te Best" (ontwer
bestemmingsplan Sint-Annaweg 4 te Best
Artikel 5
Waarde - Archeologie 3
5.1
Bestemmingsomschrijving
5.1.1
Algemene bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden.
5.1.2
Meerdere archeologische dubbelbestemmingen
Indien een bouwwerk wordt gebouwd, of een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden worden uitgevoerd binnen verschillende archeologische dubbelbestemmingen op een bouwperceel, gelden de meest strenge regels voor het hele bouwperceel.
5.2
Bouwregels
Binnen het gebied met 'Waarde - Archeologie 3' mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht ten behoeve van de op deze gronden liggende bestemming(en), indien en voor zover het een bouwplan betreft: a. b. c.
met een oppervlakte van maximaal 250 m2, of; met een oppervlakte groter dan 250 m2 en een verstoringsdiepte van minder dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld, of; dat betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, dan wel niet meer dan 2,5 m uit de bestaande fundering wordt gebouwd.
5.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de afmetingen en de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.
5.4
Afwijken van de bouwregels
5.4.1
Algemeen
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2 voor het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden voorkomende bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat er geen of nauwelijks behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn dan wel dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende regels worden verbonden:
a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouwplan) monumenten in de bodem worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
bestemmingsplan "Sint-Annaweg 4 te Best" (ontwerp) 31
bestemmingsplan Sint-Annaweg 4 te Best
5.4.2
Bouwverbod
Indien uit het (archeologisch) onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in lid 5.4.1 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd.
5.4.3
Advies
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een afwijking van de bouwregels als bedoeld in lid 5.4.1 winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door afwijking van de bouwregels geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.5.1
Verbod
Het is verboden op de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; het ophogen en egaliseren van gronden; het verlagen van het waterpeil; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; het afplaggen van heide- of natuurgebieden; het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 50 cm bedragen;
indien de oppervlakte van het werk of de werkzaamheden groter is dan 250 m2.
5.5.2
Uitzonderingen
Het in lid 5.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a.
b. c. d.
32 p)
het normale onderhoud en/of beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bouwwerk worden uitgevoerd.
bestemmingsplan "Sint-Annaweg 4 te Best" (ontwer
bestemmingsplan Sint-Annaweg 4 te Best
5.5.3
Toelaatb aarheid
a.
de in lid 5.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, en
b.
vooraf door de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, waarbij: de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld, of; er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig worden geschaad; voor zover de in lid 5.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende regels worden verbonden: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouwplan) monumenten in de bodem worden behouden;
1. 2. 3. c.
1. 2. 3.
de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
5.5.4
Advies
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld lid 5.5.1 wint zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een afwijking geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
5.6
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
5.6.1
Verbod
Het is verboden binnen de ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen de aanwezige bouwwerken te slopen indien de oppervlakte groter is dan 250 m2 en de diepte meer dan 0,3 m bedraagt.
5.6.2
Nadere eisen
Aan de omgevingsvergunning voor slopen kan in ieder geval de voorwaarde worden verbonden dat de sloop wordt begeleid door een erkende archeologische partij.
5.6.3
Omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 5.6.1 met dien verstande dat de omgevingsvergunning moet worden geweigerd indien sloop onevenredige aantasting van de archeologische waarden tot gevolg heeft.
bestemmingsplan "Sint-Annaweg 4 te Best" (ontwerp) 33
bestemmingsplan Sint-Annaweg 4 te Best
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
34 p)
bestemmingsplan "Sint-Annaweg 4 te Best" (ontwer
bestemmingsplan Sint-Annaweg 4 te Best
Artikel 7 7.1
Algemene bouwregels
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van de bouwwerken, ten behoeve van: a. b.
het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid;
c.
de sociale veiligheid.
7.2
Bestaande afwijkende maatvoering
In die gevallen, dat de (goot)hoogte, de oppervlakte, de inhoud, een bebouwingspercentage en/of de afstand tot de weg of perceelsgrenzen, en andere maten, in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet dan wel Wet algemene bepalingen omgevingswet tot stand is gekomen, op het tijdstip van ter-inzage-legging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die bestaande maatvoering in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan, met dien verstande dat het gebouw is opgericht ten behoeve van een uit de huidige (of vergelijkbare) bestemming voortvloeiende functie.
7.3
Ondergronds bouwen
Voor ondergronds bouwen (bouwen beneden peil) gelden de volgende bepalingen: a. b.
Ondergronds bouwen is toegestaan ter plaatse van een (bedrijfs) woning; de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 m.
bestemmingsplan "Sint-Annaweg 4 te Best" (ontwerp) 35
bestemmingsplan Sint-Annaweg 4 te Best
Artikel 8 8.1
Algemene gebruiksregels
Algemeen
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te doen of laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemmingen.
8.2
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het (laten) gebruiken voor: a. b.
seksinrichtingen; de verkoop van softdrugs;
c. d.
het gebruik van bijgebouwen of bedrijfsgebouwen als zelfstandige woning; het gebruik van gebouwen voor kleinschalige overnachting, behalve kleinschalige overnachtingen die binnen een bestemming expliciet zijn toegestaan, dan wel de bestaande kleinschalige overnachtingen; evenementen, anders dan evenementen die binnen een bestemming expliciet zijn toegestaan; kleinschalig kamperen; anders dan kleinschalig kamperen dat binnen een bestemmming expliciet is toegestaan dan wel anders dan de bestaande kleinschalige kampeerplaatsen; het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of voeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
e. f. g.
h.
8.3
Evenementen
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2 teneinde het tijdelijk gebruik van gronden voor evenementen toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g.
8.4
er dient sprake te zijn van een evenement in de vorm van een voor publiek toegankelijke uitvoering / verrichting van vermaak en/of aan een dergelijk evenement gerelateerde kampeervoorzieningen; het evenement duurt maximaal 3 (aaneengesloten) dagen en mag maximaal 2 keer per jaar op de desbetreffende gronden plaatsvinden; detailhandel is niet toegestaan, behoudens detailhandel ten dienste van en ondergeschikt aan het evenement; er dienen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd; de aan te brengen voorzieningen dienen tijdelijk te zijn. Dit betekent dat het houden van een evenement niet mag leiden tot blijvende Z onomkeerbare voorzieningen Z ingrepen; een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de binnen het gebied aanwezige waarden.
Omgevingsvergunning kleinschalig kamperen
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2 teneinde kleinschalig kamperen bij agarische bedrijven voor meer dan 15 kampeermiddelen toe te staan dan wel kleinschalig kamperen bij woningen toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: a. b.
36 p)
kleinschalig kamperen is uitsluitend toegestaan als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf of als nevenactiviteit bij een woning; het plaatsen van kampeermiddelen is uitsluitend toegestaan op de gronden binnen de bestemming Agrarisch - Agrarisch bedrijf alsmede op de gronden grenzend aan deze bestemming tot een afstand van maximaal 125 m.
bestemmingsplan "Sint-Annaweg 4 te Best" (ontwer
bestemmingsplan Sint-Annaweg 4 te Best
c. d. e.
er dient een afstand van minimaal 50 m tot woningen of bedrijfswoningen van derden in acht te worden genomen; er dient een afstand van minimaal 50 m van een aanwezige bomenteelt en/of fruitteelt in acht genomen te worden. uitsluitend zijn toegestaan kampeermiddelen met een niet-permanent karakter (tenten, tentwagens,
kampeerauto's, campers en toercaravans); kleinschalig kamperen mag bestaan uit maximaal 25 kampeermiddelen per agrarisch bedrijf of per woning; g. de kampeermiddelen zijn uitsluitend toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; h. gebouwde voorzieningen ten behoeve van kleinschalig kamperen zoals sanitaire voorzieningen, zijn uitsluitend toegestaan binnen het bestemmingsvlak Agrarisch - Agrarisch bedrijf i. er vndt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; f.
j. k.
er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de binnen het gebied aanwezige waarden. de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; l. er wordt op eigen terrein, binnen Agrarisch - Agrarisch bedrijf voorzien in de parkeerbehoefte, als bedoeld in 12.1.1 m. er wordt voldaan aan de meest recente Landschapsinvesteringsregelinging (LIR) van de gemeente Best.
bestemmingsplan "Sint-Annaweg 4 te Best" (ontwerp) 37
bestemmingsplan Sint-Annaweg 4 te Best
Artikel 9 9.1
Algemene aanduidingsregels
Luchtvaartverkeerszone - ihcs en invliegfunnel
Al dan niet in afwijking van het elders in de planregels bepaalde, geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - ihcs en invliegfunnel' ten behoeve van een obstakelvrij start en landingsvlak met zijkanten ten behoeve van de vliegverkeersveiligheid een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien deze een bouwhoogte kennen, die de in de bijlagen opgenomen luchtvaartzone Ihcs en invliegfunnel aangegeven waarde (uitgedrukt in meters boven NAP) overschrijdt,
9.2
Overige zone - beperkingen veehouderij
Op de gronden met de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' is: a. b.
9.3
uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een veehouderij niet zijn toegestaan. toename van de bestaande bebouwing ten behoeve van een veehouderij, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning(en), niet is toegestaan.
Vrijwaringszone - radar
Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - radar geldt een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor een hogere bebouwing dan 90 m boven NAP, in verband met het obstakelvrij kunnen functioneren van een radarinstallatie voor vliegbewegingen.
38 p)
bestemmingsplan "Sint-Annaweg 4 te Best" (ontwer
bestemmingsplan Sint-Annaweg 4 te Best
Artikel 10 10.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken:
a. b.
c.
1. 2. 3. d. 1. 2. 3. 4. 5. 6. e.
1. 2.
van de in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10o7o van die maten, afmetingen en percentages. van de regels en toestaan dat de bestemmingsgrenzen of het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft, waarbij geldt dat de natuurlijke, landschappelijke, hydrologische en archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast. van de regels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, met dien verstande dat: de inhoud per gebouwtje niet meer mag bedragen dan 50 m3; de (nok)hoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 m; de bebouwing landschappelijk inpasbaar is en de natuurlijke en landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast; van de regels voor de bouw van dierenverblijven binnen de bestemming Agrarisch - Agrarisch bedrijf, waarbij de volgende voorwaarden gelden: Per bouwperceel mag slechts één dierenverblijf worden gebouwd c.q. aanwezig zijn. Er mogen uitsluitend vrijstaande dierenverblijven worden gebouwd als schuilgelegenheid of nachtverblijf voor het houden van vee met een hobbymatig c.q. geen bedrijfsmatig karakter.
De oppervlakte van het dierenverblijf mag maximaal 20 m2 bedragen en de bouwhoogte maximaal 3 m. Het moet een constructie betreffen die minimaal aan één zijde (half)open is. De afstand tot de as van de weg mag niet minder bedragen dan 15 m. De afstand tot de perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2 m. van de regels ten behoeve van een overschrijding van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, met dien verstande dat: de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer mag bedragen dan 10oZo van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak; de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,50 maal de maximaal toegestane (nok)hoogte van het betreffende gebouw, met dien verstande dat de maximale hoogte van schoorstenen 15 meter bedraagt.
bestemmingsplan "Sint-Annaweg 4 te Best" (ontwerp) 39
bestemmingsplan Sint-Annaweg 4 te Best
Artikel 11
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a.
b.
c. d.
40 p)
overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 100Zo worden vergroot; overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10o7o worden vergroot; het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.
bestemmingsplan "Sint-Annaweg 4 te Best" (ontwer
bestemmingsplan Sint-Annaweg 4 te Best
Artikel 12 12.1
Overige regels
Parkeren
12.1.1 Parkeernormen Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van en gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, staat vast dat voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de normen in de beleidsregels in de Nota Parkeernomen 2022, wordt gerealiseerd.
12.1.2 Afwijken parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen één of meer bepalingen van deze nota buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing - gelet op het belang waarvoor deze nota tot stand is gebracht leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Een en ander dient in een collegebesluit vastgelegd te zijn.
12.1.3 Wijzigen park eernorm Als de onder lid 12.1.1 bedoelde beleidsregels worden gewijzigd, wordt die wijziging rekening gehouden.
bestemmingsplan "Sint-Annaweg 4 te Best" (ontwerp) 41
bestemmingsplan Sint-Annaweg 4 te Best
Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
13.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
13.1.2 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 13.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 13.1.1 met maximaal 1007o.
13.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 13.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
13.2
Overgangsrecht gebruik
13.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
13.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 13.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
13.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 13.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
13.2.4 Strijd met voorheen geldend b estemmingsplan Het bepaalde in 13.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
42 p)
bestemmingsplan "Sint-Annaweg 4 te Best" (ontwer
bestemmingsplan Sint-Annaweg 4 te Best
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan Sint Annaweg 4 Best
bestemmingsplan "Sint-Annaweg 4 te Best" (ontwerp) 43