23027.3 - Toelichting Bestemmingsplan Mosselaarweg 17
Tekst van het document
Low : -15
Afbeelding 11: AHN-hoogte plangebied
frona*
Afbeelding 12: Uitsnede GHG-kaart de Dommel (Bron: Waterschap de Dommel)
Uit de vergelijking van de NAP-gegevens en de GHG-waarden blijkt dat de GHG zich bevindt op 70 cm -mv (gemiddelde van 60 - 80 cm -mv), te weten op 13,6m +NAP. Oppervlaktewater Bestemmingsplan Mosseiaarweg 17
20
Nabij het plangebied zijn diverse watergangen gelezen. Aan de noordelijke zijde van het plangebied is een B-watergang gelegen, zie afbeelding 13. Deze blijft in de huidige staat behouden. Ook de overige watergingen rondom de planlocatie zullen niet wijzigen. A-water (lijnen)
B-water (lijnen)
Afbeelding 13: Uitsnede ieggerkaart de Dommel
Afvalwater Het huishoudelijk afvalwater van de bestaande bedrijfswoning is reeds aangesloten op het gemeente riool, welke al voldoende capaciteit heeft. De twee ruimte-voor-ruimte woningen zullen op eenzelfde wijze hierop worden aangesloten waarbij enkel lozing plaatsvindt van huishoudelijk afvalwater. Het bedrijfsafvalwater is er in de toekomstige situatie niet meer aangezien de veehouderij wordt gestaakt. Hemelwater Zoals aangegeven is waterschap de Dommel de beheerder van de kwaliteit en kwantiteit van het grond- en oppervlaktewater binnen de planlocatie. Door middel van de Keur van Waterschap de Dommel, die in werking is getreden op 1 maart 2015, kan worden bepaald bij welke ontwikkelingen mitigerende maatregen getroffen moeten worden. Dit om versnelde afvoer van hemelwater op het watersysteem te voorkomen. Bij voorkeur wordt er voor gezorgd dat het hemelwater alsnog kan infiltreren in de bodem, eventueel via mitigerende maatregelen zoals een retentievoorziening. De Keur schrijft voor dat mitigerende maatregelen nodig zijn indien sprake is van een toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2, na de inwerkingtreding van de Keur 2009 (22-12-2009). Hoewel de beoogde ontwikkeling leidt tot een afname van de totale verharding, wordt er in de beoogde situatie is er ook 550 m2 verhard oppervlak.
Er dient er een compenserende maatregel getroffen te worden om het hemelwater op te vangen. De grootte van de retentievoorziening wordt berekend conform de rekenregel die in de nieuwe Algemene regels van de Keur van de waterschappen is geïntroduceerd. Deze rekenregel luidt als volgt: Benodigde compensatie (in m3) s toename verhard oppervlak (m2) x 'gevoeligheidsfactor' x 0,06 (m)
Bestemmingsplan Mosseiaarweg 17
21
De gevoeligheidsfactor is af te leiden uit de kaart die bij de nieuwe Keur is gevoegd. Hierbij is het grondgebied van het desbetreffende waterschap, in dit geval de Dommel, verdeeld in drie categorieën. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Er worden drie waarden voor de gevoeligheidsfactor gehanteerd: 1A (Laag), V2 (Gemiddeld) en 1 (Hoog). Zoals uit afbeelding 14 blijkt is er voor de planlocatie een gevoeligheidsfactor van 1 (Hoog) van toepassing.
Afbeelding 14: Gevoeligheidsfactor
De factor 0,06 (m) vertegenwoordigt een waterschijf van 60 mm (600 m^ha) die de hoeveelheid water aangeeft die onder maatgevende omstandigheden daadwerkelijk op het watersysteem terecht zou komen als er geen voorziening wordt aangelegd. Deze is door het waterschap vastgelegd op basis van eigen onderzoek en toekomstscenario's. Dit is een vast gegeven in de formule. Alle onderdelen van de rekenregel zijn bekend. Dit betekent dat de volgende rekensom gemaakt kan worden. Benodigde compensatie = 550 m2 x 1 x 0,06 s 33 m3 Aan de achterzijde van de planlocatie zal een sloot worden gegraven van 68 meter lang. Deze sloot wordt 1,4 meter breed en 0,7 meter diep. De sloot krijgt een V-vorm en zal dus gemiddeld maar 0,35 meter diep worden. De inhoud van de sloot is dan 65m x 0,35m x 1,4m :: 33,32m3. Bij de aanvraag omgevingsvergunning zal de retentievoorziening nader uitgewerkt worden. Het hemelwater dat op de overige erfverharding valt, zal kunnen infiltreren in de tuinen binnen de planlocatie. Op deze manier komt het hemelwater verspreid en niet versneld tot afvoer. Ook niet in extreme langdurige regensituaties zal het water kunnen infiltreren. Conclusie Gesteld kan worden dat het verhard oppervlak in het plangebied afneemt met 726 m2 (1276 - 550) waardoor er sprake is van een verbetering van de waterhuishoudkundige situatie.
Tevens wordt het hemelwater dat op het verhard oppervlak opgevangen in een nieuwe retentievoorziening. Het initiatief passend is in het waterbeleid van de provincie, waterschap en gemeente Best. Bestemmingsplan Mosseiaarweg 17
22
4.3 Natuur Voorafgaand aan de beoogde wijziging dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden op basis van de groene wet- en regelgeving. Onderstaand zijn de diverse aspecten ten aanzien van natuurwaarden beschreven. 4.3.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het Natuurnetwerk Nederland opgericht.
De Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN liggen: Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; - Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de - Waddenzee; - Alle Natura 2000-gebieden. Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan. Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied. Natuur Netwerk Brabant (NNB) Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn Verordening de gebieden opgenomen als Natuur Netwerk Brabant.
Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur. Ongeveer 900Zo van het Natuur Netwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren. De concrete ambities van de provincie Noord-Brabant staan in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2016. De begrenzing van het netwerk is daarnaast ook opgenomen in de Interim omgevingsverordening (Iov). Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor. Conform paragraaf 3.2.3 van de Iov is binnen het plangebied geen NNB aanwezig, zie afbeelding 15. De beoogde ontwikkelingen hebben daarom geen invloed op de concrete ambities uit het Natuurbeheerplan 2016.
Bestemmingsplan Mosselaarweg 17
23
Behoud en herstel van watersystemen Thema: natuur, waterkwantiteit Gebiedsbegrenzing: exact
Natuur Netwerk Brabant ecologische verbindingszone Thema: natuur Gebiedsbegrenzing: exact
Attentiezone waterhuishouding Thema: natuur Gebiedsbegrenzing: exact
Afbeelding 15: Uitsnede kaart 4 Iov
4.3.2 Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming zijn regels gesteld met betrekking tot gebiedsbescherming, soortenbescherming en bescherming van houtopstanden. In deze paragraaf wordt getoetst of de ontwikkeling invloed heeft op de beschermde gebieden en soorten die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is beperkt tot de Natura 2000-gebieden en eventueel buiten het Natuur Netwerk liggende bijzondere provinciale natuurgebieden. De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland is al beschermd in het Barro en provinciale verordening. In Nederland zijn 164 Natura 2000-gebieden aangewezen. Voorbeelden van de Natura 2000-gebieden zijn Kempenland-West, Kampina en Oisterwijkse Vennen en Regte Heide en Riels laag. De provincie Noord-Brabant heeft geen bijzondere provinciale natuurgebieden vastgesteld. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning in het kader van Wet Natuurbescherming (Wnb) wordt aangevraagd.
Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000beheerplannen. Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Het dichtstbij liggende Natura 2000-gebied betreft Kampina en Oisterwijkse Vennen, dat op een afstand van circa 6,5 km ligt. Verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht Middels het rekenprogramma AERIUS wordt de stikstofdepositie berekend op omliggende Natura 2000-gebieden. Hiermee wordt het effect op verzuring en vermesting in beeld gebracht. Indien er sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden moet onderbouwd worden hoe deze toename in depositie ongedaan wordt gemaakt (door het treffen van maatregelen of extern salderen). Uit de AERIUS-berekening, die is bijgevoegd in de bijlage, blijkt dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daarom geen negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstof uit de lucht. Voor de beoogde situatie wordt een vergunning conform art 2.7, lid 2 van de Wnb aangevraagd. Bestemmingsplan Mosseiaarweg 17
24
Overige storingsfactoren De beoogde ontwikkeling leidt verder niet tot andere voorkomende storende factoren op omliggende Natura 2000-gebieden zoals oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten en bewuste verandering soortensamenstelling. Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat negatieve effecten op soorten en habitattypen in beschermde Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Bescherming van soorten De soortenbeschermende werking is rechtstreeks opgenomen in de Wnb. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Hieronder zijn de drie beschermingsregimes weergegeven: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten.
Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage onderdeel A en B van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Bij het beoordelen van de in het plangebied voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: - Zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten); - Zij verstoord worden (toename van geluid of licht); Hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden.
Gelet op de aard van het initiatief aan de Mosselaarweg 17, dient met name bepaald te worden of ter plaatse van de te slopen bebouwing, beschermde natuurwaarden voorkomen, die verstoord zouden kunnen worden. Verboden handelingen dienen te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten is zonder ontheffing niet toegestaan. Gezien het huidige intensieve gebruik van het bouwvlak en de landbouwgronden grenzend aan het bouwvlak is de aanwezigheid van beschermde of bijzondere soorten echter niet te verwachten. Desondanks is een onderzoek naar flora en fauna uitgevoerd welke in de bijlage is toegevoegd. Op basis van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft ten aanzien van de aanwezige flora en fauna ter plaatse. 4.4 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde ontwikkeling dient onderzocht te worden of er sprake is van aantasting van archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden.
Bestemmingsplan Mosselaarweg 17
25
4.4.1 Cultuurhistorie en aardkunde Uit kaart 3 van de Iov blijkt dat het plangebied niet gelegen is in een cultuurhistorisch vlak of een aardkundig waardevol gebied. Daarnaast kent de locatie geen complexen van cultuurhistorisch belang. Hierdoor zal bij uitvoering van het plan geen afbreuk gedaan worden aan cultuurhistorische waarden of aardkundig waardevol gebied.
Cultuurhistorisch waardevol gebied Thema: cultuurhistorie Gebiedsbegrenzing: exact
Afbeelding 16: Uitsnede kaart 3 Iov
In het plangebied bevindt zich het 'klompenhuis'. De initiatiefnemers zijn voornemens dit klompenhuis te behouden bij de reeds bestaande woonboerderij. In de regels van onderliggend bestemmingsplan zal een sloopverbod worden opgenomen ten aanzien van het klompenhuis en tevens wordt dit in een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer vastgelegd. De Mosselaarweg wordt in de erfgoedkaart van de provincie Noord-Brabant aangeduid als een historische geografie lijn met een redelijk hoge waarde (zie afbeelding 16). De beoogde ontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen ten aanzien van de historische geografie lijn, deze blijft gewoon intact en wordt mogelijk nog versterkt door de landschappelijke inpassing ter plaatse van het plangebied.
Historische geografie lijn — Zeer hoog — Hoog Redelijk hoog
Afbeelding 17: Uitsnede kaart erfgoedinformatie CHW2006, plangebied rood omcirkeid
4.4.2 Archeologie De zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Bij deze nieuwe plannen kunnen voorwaarden worden gesteld aan omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, aanleggen e.d. Bestemmingsplan Mosselaarweg 17
26
Uit het vigerende bestemmingsplan blijkt dat de gronden van het plangebied ter plaatse van de nieuwe ruimte-voor-ruimte woningen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde Archeologie 4' hebben gekregen. Deze gronden zijn dan ook mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. Op basis van deze dubbelbestemmingen is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het volledige rapport is opgenomen in bijlage 9, hieronder wordt enkel de conclusie en het advies beschreven. Conclusie In het bureauonderzoek is vastgesteld dat er sprake is van een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit het Laat Paleolithicum - Nieuwe tijd. Deze verwachting is gebaseerd op de veronderstelde ligging van het plangebied op de overgang van een dekzandrug/welving naar een beekdal op een dekzandvlakte, in combinatie met de aanwezigheid van een historische bewoningslint, waar het plangebied deel van uitmaakt. In de top van het dekzand kunnen archeologische resten uit het Laat Paleolithicum tot de Nieuwe tijd worden aangetroffen. Het oud bouwlanddek kan waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd bevatten. Dit bouwlanddek kan ook eventuele resten in de top van het dekzand hebben afgedekt en zo veiliggesteld hebben voor eventuele bodemverstoringen.
Het plangebied is vanaf in ieder geval vanaf 1960 tot op heden bebouwd geweest. Aangezien het plangebied gelegen is langs een historisch bewoningslint is oudere bebouwing op voorhand niet uit te sluiten. Eventuele bodemverstoringen zullen moeten worden gezocht in ploegactiviteiten en bouw- en sloopwerkzaamheden. Bekend is namelijk dat er mestkelders onder de stallen aanwezig zijn tot 120 cm -Mv. Voor de periode Laat Paleolithicum tot Late Middeleeuwen worden jachtkampen, nederzettingsterreinen, grafvelden en sporen van landgebruik verwacht. Voor de periode Late Middeleeuwen tot Nieuwe tijd moet meer rekening worden gehouden met sporen van bebouwing, landgebruik en terreininrichting.
Aan de hand van de boringen is vastgesteld dat het plangebied zich op de overgang van een dekzandwelving- of rug in het oosten naar een dekzandvlakte of beekdal in het westen bevindt. Er is dekzand op leem (als onderdeel van het Laagpakket van Liempde) aangetroffen. In het noorden en zuiden van het plangebied is een (restant van) een intact esdek aangetroffen. Dit esdek heeft de top van het dekzand beschermd voor recente bodemverstoringen. De aanwezigheid van een B-horizont in de top van het dekzand van boringen 2 en 4 wijst eveneens op de aanwezigheid van een intacte top van het dekzand. Hiermee is de hoge archeologische verwachting bevestigd in het noorden en zuiden van het plangebied. De top van het nagenoeg intacte dekzand is aangetroffen vanaf een diepte van 60 - 95 cm -Mv (12,6 - 12,9 m +NAP). In boring 3, dat gezet is tussen de twee stallen is een verstoring waargenomen tot in het leem op 150 cm -Mv (12,1 m +NAP). Ter plaatse van boring 6 is een verstoring waargenomen tot 110 cm -Mv (12,2 m +NAP). Op basis van een vergelijking van de NAP-waardes van de nagenoeg intacte top van het dekzand kan worden vastgesteld dat in het midden van het plangebied een verstoring van het archeologisch relevante niveau van 40 tot 80 cm aanwezig is. Het archeologisch relevante niveau is hierbij geheel verstoord geraakt en de archeologische verwachting kan naar laag worden bijgesteld.
Advies In het plangebied bestaat het voornemen om twee stallen met mestkelders te slopen en twee ruimtevoor-ruimte woningen te realiseren. De woningen zijn gepland ter plaatse van de bestaande stallen. Op basis van dit onderzoek is vastgesteld dat ter plaatse van deze stallen een lage archeologische verwachting geldt vanwege de aanwezige verstoring. Hierom adviseren wij om geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk te stellen, alvorens de sloop- en bouwwerkzaamheden uit te voeren. Mochten er tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan wijzen wij de initiatiefnemer en de uitvoerder van de werkzaamheden op de wettelijke plicht dergelijke toevalsvondsten direct te melden bij de bevoegde overheid, de gemeente Best (Erfgoedwet 2016, artikel 5.10). In het noorden en zuiden van het plangebied is sprake van een hoge archeologische verwachting. Hier zijn geen bodemingrepen voorzien. Wel adviseren wij om deze zone te beschermen door het opnemen van een waarde in het bestemmingsplan. Mochten hier in de toekomst bodemingrepen plaatsvinden, adviseren wij om een onderzoek in de karterende Z waarderende fase uit te voeren. Dit kan het beste
Bestemmingsplan Mosseiaarweg 17
27
plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Voor een proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat door de gemeente is goedgekeurd. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Best) een selectiebesluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
4.5 Bedrijven en milieuzonering De handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering' (editie 2009) is een publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dient als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: Het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; - Aan bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. De VNG-publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet in te vullen. Gemeenten beslissen uiteindelijk zelf over een bepaalde locatie. De handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten en bijbehorende richtafstanden van een scala aan bedrijfsactiviteiten. De richtafstanden worden per onderdeel behandeld in de navolgende paragrafen. 4.6 Geur 4.6.1 Individuele hinder De Wet geurhinder en veehouderij betreft een wet waarmee de nationale regels inzake geurhinder ten opzichte van de tot veehouderijen behorende dierenverblijven vastgesteld staan.
De Wet geurhinder en veehouderij heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van geurbelasting, onder andere als gevolg van emissies door bedrijven. Indirect heeft de Wgv ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten en dus voor de ruimtelijke ordening, dit wordt Omgekeerde werking' genoemd. Voor wat betreft geurhinder van veehouderijen betekent dit dat de volgende aspecten in ogenschouw moeten worden genomen: a) Wordt er een onevenredige inbreuk gemaakt op de mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling van de nabij gelegen veehouderijen? b) Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? Bij deze ontwikkeling is het belangrijk dat uitgesloten wordt dat door de nieuwe woningen ontwikkelmogelijkheden van veehouderijen worden belemmerd. Hiervoor moet in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij rekening gehouden worden met de minimale vereiste afstanden tussen een woning en een veehouderij. Buiten de bebouwde kom geldt een minimaal vereiste afstand van 50 meter. Binnen de bebouwde kom geldt een minimaal vereiste afstand van 100 meter. Er kan geconcludeerd worden dat binnen 50 meter van omliggende veehouderijen (zoals aan de Mosselaarweg 15, 25 en 22B) geen woningen gerealiseerd mogen worden. In het kader van de omgekeerde werking is een onderzoek uitgevoerd middels het programma VStacks gebied.
Het volledige rapport is opgenomen in de bijlage. Uit het rapport blijkt dat de ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor bedrijfsvoering van omliggende bedrijven.
4.6.2 Woon- en leefklimaat Voor het woon- en leefklimaat is tevens een onderzoek uitgevoerd middels het programma V-Stacks gebied. Het volledige rapport is opgenomen in de bijlage. De opgenomen uitgangspunten en conclusie van dit rapport geven aanleiding de beoordeling van het woon- en leefklimaat bij de herbestemming
Bestemmingsplan Mosselaarweg 17
28
van Mosselaarweg 17 als acceptabel te beschouwen. Besluitvorming door het bevoegd gezag vindt plaats bij de vaststelling van het bestemmingsplan. 4.7 Geluid De Wet geluidhinder is sinds 1979 het juridisch kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. Deze wet zorgt voor de bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van zonering en geluidsnormen. Door de bestemmingswijziging van de Mosselaarweg 17 zal er minder verkeer van en naar de locatie plaatsvinden daar er geen agrarische activiteiten meer plaatsvinden op deze locatie. De bestemmingswijziging zal derhalve een positief effect hebben op de aspecten geluidhinder en wegverkeerslawaai voor de omliggende gevoelige objecten. Aangezien de agrarische bestemming wijzigt naar 3 woonbestemmingen (huidige woonboerderij en 2 ruimte-voor-ruimte woningen) is het belangrijk dat deze woningen geen nadelige gevolgen ondervinden van bedrijven in de omgeving. In dit geval is in de nabijheid een agrarisch bedrijf (vleeskalveren) gelegen aan de Mosselaarweg 15, een dressuurstal aan de Mosselaarweg 25 en een varkenshouderij aan de Mosselaarweg 22b.
Volgens de handreiking 'bedrijven en milieuzonering' is de richtafstand tussen de gevel van een woning en een paardenhouderij danwel rundveehouderij en een varkenshouderij voor geluid 30 meter. De afstand tussen de woonboerderij aan de Mosselaarweg 17 en de rand van het bouwvlak aan de Mosselaarweg 15 bedraagt circa 40 meter. De afstand tussen het bouwvlak van de ruimte-voor-ruimte woning aan de Mosselaarweg 17 en de rand van het bouwvlak van de dressuurstal aan de Mosselaarweg 25 bedraagt circa 185 meter. De afstand tussen het bouwvlak van de woning aan de Mosselaarweg 17 en de rand van het bouwvlak van het agrarische bedrijf aan de Mosselaarweg 22B bedraagt 115 meter. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de richtafstanden conform de handreiking 'bedrijven en milieuzonering'. Voor deze en overige bedrijven in de omgeving geldt dat er andere woningen zijn gelegen op een kleinere afstand dan de beoogde woningen in het plangebied. De woningen van derden zullen daardoor altijd meer beperkend zijn dan de beoogde woningen in het plangebied. Voor de bestaande woonboerderij geldt dat sprake is van bestaand recht in relatie tot de afstanden naar de omliggende bedrijven. Tevens is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek heeft tot doel de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai te bepalen en deze te toetsen aan de normen uit de Wet geluidhinder.
Hieronder wordt de conclusie van dit onderzoek beschreven. Het gehele akoestische onderzoek is opgenomen als bijlage bij dit bestemmingsplan. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeurgrenswaarde plaatselijk zal worden overschreden vanwege verkeerslawaai van de Mosselaarweg. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Voor de 2 nieuwe Ruimte voor Ruimte woningen worden beide woningen 2 meter naar achteren gepositioneerd, zodanig dat voldaan zal worden aan de voorkeursgrenswaarde. 4.8 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn geïmplementeerd op het gebied van grenswaarden voor diverse stoffen. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico's van luchtverontreiniging. Voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn in bijlage 2 bij de Wm bepaalde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Deze milieukwaliteitseisen betreffen grenswaarden van concentraties voor zwaveldioxide, stikstofoxiden (NOx als NO2) zwevende deeltjes (PM 10 en PM2,5), lood, koolmonoxide en benzeen. Aangezien deze bestemming wijzigt van een agrarische bestemming naar vier woonbestemmingen is het belangrijk dat deze woningen niet in een overbelast gebied verkeren en geen nadelige gevolgen hebben voor bedrijven in de omgeving.
In dit geval is in de nabijheid een agrarisch bedrijf met rundvee, paarden en schapen gelegen aan de Mosselaarweg 15 en een dressuurstal aan de Mosselaarweg 25. Volgens de handreiking 'bedrijven en milieuzonering' is de richtafstand tussen de gevel van een woning en een paardenhouderij danwel rundveehouderij voor fijnstof 30 meter. De
Bestemmingsplan Mosselaarweg 17
29
afstand tussen de woonboerderij aan de Mosselaarweg 17 en de rand van het bouwvlak aan de Mosselaarweg 15 bedraagt 40 meter. De afstand tussen de gevel van de ruimte-voor-ruimte woning aan de Mosselaarweg 17 en de rand van het bouwvlak van de dressuurstal aan de Mosselaarweg 25 bedraagt circa 185 meter. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de richtafstanden conform de handreiking 'bedrijven en milieuzonering'. Voor deze en overige bedrijven in de omgeving geldt dat er altijd andere woningen zijn gelegen op een kleinere afstand dan onderhavige woningen waardoor deze woningen altijd meer beperkend zullen zijn. Voor de reeds bestaande woning geldt dat sprake is van bestaand recht in relatie tot de afstanden naar de omliggende bedrijven. Tevens is er sprake van een lage achtergrondconcentratie ter plaatse zoals weergegeven in onderstaande afbeelding. De achtergrondconcentratie ter plaatse bedraagt 21,62 ^g /m3. Gezien de beperkte emissie en de lage achtergrondconcentratie ter plaatse zijn geen problemen voor de luchtkwaliteit te verwachten. Hierdoor is wat betreft het aspect luchtkwaliteit sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Al in feterľewra volksgezondheid. Welzijn en Sport
Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN)
Fijn stof (PM 10)
v 2016
~vļ
download
Fijn stof (PM10) [lig/m3]
Detail informatie Locatie:
153018, 392564
Gridcel waarde:
21.62
Gebruik van de kaart - Openen: selecteer een kaartlaag en een jaar - Verschuiven: gebruik de pijltjes, of klik en schuif - Zoomen: [+Ĵ en [-], of: íSHIFT;»klik en een rechthoek trekken - Waarde opvragen: klik in de kaart
Afbeelding 18: Uitsnede Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland, ter plaatse van het plangebied
NIBM Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet, volgens Nederlandse wetgeving, de verandering van luchtkwaliteit die het plan veroorzaakt, worden getoetst. Wat betreft de bijdrage van een ruimtelijk plan aan de luchtkwaliteit is het ^sluit Niet in Betekenende Mate' (NIBM) van belang. Plannen die op jaarbasis niet meer dan 30Zo bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer. Op de website van Infomil is een NIBM tool beschikbaar. Met deze tool kan onderzocht worden of de toename van verkeer in betekende mate is. In de 'worst case' kan er vanuit worden gegaan dat elke woning twee auto's heeft. Deze auto's zullen twee keer van de woning vertrekken en weer terug komen. Dit betekent 16 verkeersbewegingen. Zoals in afbeelding 18 is weergegeven, is de bijdrage van het extra verkeer niet in betekenende mate waardoor er geen nader onderzoek noodzakelijk is.
Bestemmingsplan Mosselaarweg 17
30
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2021
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer
Ũ.0%
NOxinjig/m»
0,01
PM10 in ļjg/m3
0,00
Maximale bijdrage extra V6ľK66ľ
Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in pg/m3
16
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig
Afbeelding 19: NIBM-tool, bron: infomil.nl
De voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied dragen derhalve niet in betekende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens zijn woningen zijn geen luchtgevoelige bestemmingen. De Handreiking luchtkwaliteit gevoelige bestemmingen is niet van toepassing. 4.9 Landschappelijke inpassing Binnen de gemeente Best is de 'Landschapsinvesteringsregeling gemeente Best' van toepassing. Hierin is uitgegaan van onderstaande: - Twee ruimte-voor-ruimte woningen leveren voor het verkrijgen van de titels reeds een dusdanige milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst dat er geen extra kwaliteitsverbetering is vereist. Tevens zijn een stedenbouwkundig inpassingsplan en een beeldkwaliteitsplan opgesteld om een beter totaalbeeld te geven van de toekomstige stedenbouwkundige locatie. Het geeft inzicht in de toekomstige beeldkwaliteiten. Beide zijn opgenomen als bijlage. 4.10 Bodemkwaliteit Aangezien de bestemming wijzigt en er geen agrarische activiteiten op dit bedrijf meer plaats vinden, is er een eindsituatie bodemonderzoek gedaan. Dit omdat er in het verleden bodembedreigende activiteiten zijn uitgevoerd zoals de opslag van mest, voer en diesel. Hieronder wordt enkel de conclusie van dit uitgevoerde bodemonderzoek beschreven, het gehele onderzoek is al bijlage bij dit bestemmingsplan bijgevoegd.
Conclusie Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat zintuiglijk in grond plaatselijk sporen baksteen ^ 1/) zijn aangetroffen. De bijmengingen zijn aangetroffen vanaf het maaiveld tot circa 0,5 m-mv. Conform de NEN 5725 (strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek) worden bijmengingen met bakstenen niet als asbestverdacht beschouwd.
Deellocatie A: grond rondom bedrijfsgebouwen Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met zink en PAK. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met PCB. Het grondwater blijkt licht verontreinigd te zijn met nikkel. De aangetoonde verontreinigingen zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie verdacht is hiervoor. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. Bestemmingsplan Mosseiaarweg 17
31
Deellocatie C: overige terrein Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met koper of PAK. De ondergrond is niet verontreinigd met de onderzochte stoffen. Het grondwater blijkt licht verontreinigd te zijn met barium, cadmium, koper en nikkel. De aangetoonde verontreinigingen zijn in tegenspraak met de hypothese dat de onderzoekslocatie niet-verdacht is. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. De resultaten van onderhavig onderzoek leveren geen beperkingen op ten aanzien van het huidige en voorgenomen gebruik van de locatie en vormen naar mening van Tritium Advies geen belemmering voor de afgifte van een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit. Gelijktijdig met het bodemonderzoek ter plaatse van de deellocaties A en C is ter plaatse van deellocatie B (grond direct rondom opstallen met asbesthoudende dak zonder dakgoot) een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn separaat gerapporteerd. Voor de resultaten van het betreffende onderzoek wordt verwezen naar de rapportage met kenmerk: 1808/158/CV-02 (d.d. 26 oktober 2018). Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is.
Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. Een indicatie van de hergebruiksmogelijkheden is weergegeven in hoofdstuk 5 van dit rapport. Ten aanzien van het aspect bodem zijn er derhalve geen bezwaren voor de gewenste ontwikkeling. 4.11 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Externe veiligheid gaat nadrukkelijk niet over de veiligheid van de mensen die werkzaam zijn binnen het bedrijf of binnen een risicogebied van een transportroute. 4.11.1 Regelgeving De regelgeving rondom externe veiligheid is opgenomen in diverse besluiten en regelingen. Besluiten en regelingen, waarin de aanvaardbare risico's zijn vastgelegd, voor het plangebied gelegen aan de Mosselstraat 17 te Best kunnen zijn: ^ Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), ^ Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), ^ Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt),
De normen in de besluiten zijn vastgelegd in de vorm van grenswaarden en richtwaarden. De grenswaarden geven de milieukwaliteit aan die op een bepaald tijdstip ten minste moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, ten minste in stand moet worden gehouden. De richtwaarden geven de kwaliteit aan die op een bepaald tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt en die, waar zij aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan normen vermeld in bovengenoemde regelgeving. Een ontwikkeling is niet toegestaan indien deze leidt tot een overschrijding van de grenswaarden. Van de richtwaarden kan gemotiveerd worden afgeweken.
4.11.2 Toetsing aan beleid Uit de risicokaart, zie afbeelding 19, blijkt dat er een risicovolle inrichting aanwezig is op 580 m van de planlocatie. Tevens is een gasleiding gelegen op 745 ten westen van de planlocatie en zijn een buisleiding, een spoortraject en een rijksweg gelegen op meer dan 1000 m ten oosten van de planlocatie.
Bestemmingsplan Mosseiaarweg 17
32
^ļV'emgne i asa feta noen 0Risicocontour io-6flr □ Maatregelzone Kerncentrale □Veiligheidsafetand vuuiwerk □ Zone 1 vliegveld □ Zone defensie □ MBasisnei Ē)PR plafond weg 0PR plafond spoor 0PR plafond1 9 Ongevallen gevaarlijke stoften Q 0 Inrichtingen
a A lpg
30 Opslag 00 Ammoniak 00 emplacement 0O Ervoer ļįļjjt Vuurwerk a* Nucleair bq Defensie
Mosse,a
30 Overig 0BRZQ 0'erreingiens El 19 Transport 0 Incident regionale weg 0 Basisnetweg /S mei PAG indicatie /S zonaer PAG inaicadť 0 Basisnet spoor /3 mei PAG indicate /S zonder PAG inōicam 0 Basisnet water zeevaartroutes f/binnenvaartroutes 0 Blusleiding
Afbeelding 20: Uitsnede 'risicokaart', plangebied aangeduid met rode ster
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) De installatie, welke op 580 m van de planlocatie aanwezig is, betreft een bovengrondse propaantank van 3 m3. Hiervoor is geen risicoafstand opgenomen daar de tank kleiner is dan 5 m3 en maximaal 5 keer per jaar bevoorraad wordt. De veiligheidsafstand bedraagt 10 m. Aangezien de locatie aan de Mosselaarweg 17 ruim buiten deze afstanden is gelegen, zijn geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De ontwikkeling is gelegen buiten de invloedsfeer van zowel het spoortraject als de Rijksweg A2. De ontwikkeling is wel gelegen binnen het invloedsgebied van de Rijksweg A58: de afstand van de planlocatie tot de Rijksweg A58 bedraagt ca. 3300 meter, het invloedsgebied van deze Rijksweg bedraagt 4000 meter. Deze risicobron is relevant. Het maatgevende scenario hierbij is het vrijkomen van een giftige gaswolk. Enkele opmerkingen: ^ De afstand van de planlocatie tot de Rijksweg A58 is groot (3300 meter); ^ De planlocatie is niet gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6-contour/jaar); ^ De hoogte van het groepsrisico zal nagenoeg niet wijzigen (realisatie 2 nieuwe woningen); ^ De nieuwe woningen wordt gebouwd conform het Bouwbesluit. Dit betekent dat de woningen gasdicht gebouwd zullen worden.
Bij een eventuele calamiteit op de Rijksweg A58 met een toxisch scenario kan in de woningen worden geschuild. Het groepsrisico moet beperkt worden verantwoord. Het standaard advies van de Veiligheidsregio kan hier worden toegepast. Beperkte verantwoording groepsrisico Conform artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Het groepsrisico neemt nagenoeg niet toe ten gevolge van de wijziging.
Volgens artikel 9 van het Bevt moet in onderhavige situatie bij een beperkte verantwoording van het groepsrisico de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om advies uit te brengen. Dit houdt in dat moet worden ingegaan op: a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en
Bestemmingsplan Mosselaarweg 17
33
b.
voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg een ramp voordoet.
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) De ontwikkeling is gelegen buiten de invloedsfeer van zowel de gasleiding om het westen als de buisleiding in het oosten. Derhalve is verdere beoordeling aan het Bevb niet van toepassing.
Advies Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost De Veiligheidsregio heeft een standaard advisering opgesteld voor algemene situaties. De ontwikkeling voldoet aan de randvoorwaarden, zodat het standaard advies kan worden toegepast. Het standaard advies van de Veiligheidsregio luidt als volgt: ^ Communiceer actief met de omwonenden in het plangebied over de risico's van de gevaarlijke stoffen. Geef daarbij aan wat omwonenden moeten doen bij een incident, namelijk vluchten van de risicobron af. Dit bevordert de zelfredzaamheid van omwonenden. Dit advies geldt ook voor bedrijfshulpverleningsorganisaties. ^ Pas de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening van de VRBZO toe. Wanneer een beoogde oplossing aan de beleidsregels voldoet, kunt u ervan uitgaan dat een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening gerealiseerd wordt. De beleidsregels staan op https://www.vrbzo.nl/wp-content/uploads/2018/04/170307beleidsregelsbereikbaarheid-en-bluswatervoorziening-brabant-definitief-1-0-vastgesteld.pdf. ^ Nieuw op te richten gebouwen moeten aan het Bouwbesluit 2012 voldoen. In dit besluit is geregeld dat gebouwen uitgevoerd moeten worden met een mechanische ventilatie die uitgezet kan worden. Aanvullend op deze regelgeving adviseren wij om de aanzuigopeningen van deze ventilatie bij voorkeur hoog en afgekeerd van de risicobron te realiseren.
Reactie op het standaard advies van de Veiligheidsregio ^ Op de gemeentelijke website is informatie te vinden betreffende het aspect veiligheid. ^ Voor risicobronnen in de omgeving wordt verwezen naar de nationale risicokaart (www.risicokaart.nl), waarin is aangegeven hoe te handelen bij de verschillende scenario's. Ook wordt verwezen naar NL-alert. ^ De beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening zullen worden toegepast. De bereikbaarheid van de locatie is goed. De locatie is vanuit twee verschillende kanten/wegen goed bereikbaar. ^ De bluswatervoorziening zal worden getoetst aan de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening. ^ De mogelijkheid tot het uitschakelen van mechanische ventilatie is geregeld in artikel 3.31 van het Bouwbesluit 2012.
Zelfredzaamheid Het betreft de omzetting van een agrarische woning naar een burgerwoning en de realisatie van twee extra burgerwoningen. Aangenomen kan worden dat de woningen betrokken worden door zelfredzame personen. Deze personen kunnen vluchten van de bron af.
Aanvullend Advies Veiligheidsregio Gezien de ontwikkeling is gebruik gemaakt van het standaard advies van de Veiligheidsregio Brabant Zuidoost. In de bijlage is het gehele advies bijgevoegd in bijlage 8. Er dient wellicht een aanvullend advies te worden aangevraagd in verband met de bluswatervoorziening. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
Bestemmingsplan Mosseiaarweg 17
34
4.12 Verkeer en parkeren Het vaststellen van een bestemmingsplan voor het omzetten van een agrarische bestemming naar een woonbestemming mag nooit tot gevolg hebben dat de verkeersveiligheid in het geding komt door bijvoorbeeld verkeersaantrekkende werking of het belemmeren van uitzichthoeken. Met de beoogde ontwikkelingen op de locatie aan de Mosselaarweg 17 vinden geen wijzigingen plaats aan de verkeerskundige situatie. De weginrichting van de Mosselaarweg blijft ongewijzigd. Tevens worden geen uitzichthoeken belemmerd door de beoogde ontwikkelingen. Op dit moment mag conform het huidige bestemmingsplan op de locatie aan de Mosselaarweg 17 een agrarisch bedrijf met bedrijfswoning gevestigd zijn. In de beoogde situatie worden dit drie burgerwoningen. De verkeersaantrekkende werking zal hierdoor afnemen doordat er geen sprake meer zal zijn van verkeer ten behoeve van het agrarisch bedrijf en dan met name de afname van het aandeel vrachtverkeer (0 vervoersbewegingen ten behoeve van vrachtverkeer in de beoogde situatie). In de 'worst case' kan er vanuit worden gegaan dat elke woning twee auto's heeft. Uitgaande van 3 woningen en dat de auto's twee keer per dag van de woning vertrekken en weer terug komen gaat het in de beoogde situatie om 24 verkeersbewegingen per dag.
Doordat de verkeerssituatie ongewijzigd blijft en de verkeersaantrekkende werking wordt verminderd ontstaat er geen verkeersonveilige situatie. De beoogde ontwikkeling vormt geen belemmeringen voor wat betreft het aspect verkeer. Op 30 november 2015 is door de gemeenteraad de nota Tarkeernormen 2015' vastgesteld. Conform de nota geldt voor vrijstaande woningen in het buitengebied een parkeernorm van 2,0 pp/woning. Voor zowel de vrijstaande ruimte-voor-ruimte woningen als de woonboerderij biedt het bijbehorende perceel in oppervlakte voldoende ruimte om op eigen terrein in deze parkeerbehoefte te voorzien. Tevens heeft een agrarische locatie een grotere aantrekkende werking waardoor de wijziging een positief aspect heeft voor het aantal bezoekers aan de locatie en de daarbij behorende aantal benodigde parkeergelegenheden. De beoogde ontwikkeling vormt geen belemmeringen voor wat betreft het aspect parkeren. 4.13 Technische infrastructuur In of nabij het plangebied liggen geen planologisch relevante buisleidingen en lopen tevens geen relevante straalpaden, zoals weergegeven op de risicokaart in afbeelding 19. Voordat een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor de realisatie van de ruimte-voor-ruimte woningen zal een KLIC-melding gemaakt worden om relevante kabels en leidingen van het plangebied in beeld te brengen.
Bestemmingsplan Mosselaarweg 17
35
5. Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. 5.1 Juridische achtergrond De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan (ook: wijzigingsplan) in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven.
Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meerdere locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Hierbij kan gedacht worden aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling en het monitoren van beleid. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. Voor bestemmingsplannen, zoals voorliggend plan, is het verplicht de regels van de SVBP te volgen. 5.2 Toelichting verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd.
Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: - Enkelbestemming 'Wonen'; - Enkelbestemming 'Agrarisch';' " Dubbelbestemming ^r^eologfe 3' " Dubbelbestemming ^r^eologfe 4' - Overige zone ^sdekken agrarisch' " Functieaanduiding 'cultuurhistorische waarden' " Functieaanduiding ^edf^e vorm wan wonen - ruimte-voor-ruimte' Voor de benaming van de bestemmingen en aanduidingen is aangesloten bij het moederplan bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied Best 2019'. Voor het overige wordt aangesloten bij het SVBP. 5.3 Toelichting regels De regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan bestaan bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels.
uit
inleidende
regels,
De regels bij voorliggend bestemmingsplan worden gewijzigd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Echter waar het mogelijk is wordt aangesloten bij de regels van het vigerende bestemmingsplan. De regels hebben betrekking op de in de verbeelding opgenomen bestemmingen en aanduidingen.
6. Uitvoerbaarheid
Bestemmingsplan Mosselaarweg 17
36
6.1 Financiële uitvoerbaarheid De voorgestane ontwikkeling aan de Mosselaarweg 17 te Best betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit wordt vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voor het gewenste initiatief dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Blijkens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van 6 weken kunnen belanghebbenden hun zienswijzen kenbaar maken. Gedurende de inzagetermijn ligt het ontwerpbestemmingsplan (verbeelding, regels en toelichting, inclusief bijbehorende bijlagen) ter inzage. Binnen 12 weken nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan.
Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt het opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze 6 weken kunnen belanghebbenden die tijdig zienswijzen kenbaar hebben gemaakt bij het ontwerp of belanghebbenden die kunnen aantonen dat zij niet in de gelegenheid zijn geweest om tijdig zienswijzen kenbaar te maken, beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het bestemmingsplan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. Zodra het bestemmingsplan in werking is getreden kunnen de benodigde omgevingsvergunningen voor het beoogde initiatief worden aangevraagd. De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader is de gelegenheid tot inspraak geboden in de vorm van publicatie van het ontwerpbestemmingsplan. Ook heeft vooroverleg plaatsgevonden met de daartoe aangewezen instanties en een omgevingsdialoog met omwonenden (zie bijlage 10). 6.2.1 Vooroverleg In het kader van artikel 3.1.1 Bro is overleg gevoerd over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners, Waterschap De Dommel en provincie Noord-Brabant.
De provincie Noord-Brabant gaf aan dat voor het realiseren van de twee ruimte-voor-ruimte woningen de bouwtitels nog ontbraken, zie bijlage 12. Middels de sanering van de veehouderij is 1,28 titel aanwezig. In bijlage 11 is het aankoopcertificaat bijgevoegd van de resteren 0,72 titel bijgevoegd. Hiermee is aangetoond dat er 2 titels ingezet kunnen worden ten behoeve van de realisatie van de ruimte-voor-ruimte woningen. Waterschap De Dommel gaf in haar vooroverlegreactie onder andere aan dat er een voorwaardelijke verplichting opgenomen dient te worden in de regels horende bij dit bestemmingsplan betreft de realisatie van een waterberging op het perceel. De grootte van deze waterberging is onderbouwd in de toelichting van dit bestemmingsplan waarna in de regels de realisatie en het in standhouden van deze waterberging juridisch is verankerd.
6.2.2 Zienswijzen en beroep De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode
Bestemmingsplan Mosselaarweg 17
37
van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in de zienswijzenota. De eventuele wijzigingen t.o.v. het ontwerp zullen hierin worden verwoord. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
Bestemmingsplan Mosselaarweg 17
38
7. Planologische afweging Onderhavig toelichting betreft de planologische verantwoording voor de voorgenomen ontwikkeling aan de Mosselaarweg 17 te Best. De ontwikkeling bestaat uit het omzetten van de bestemming 'Agrarische bedrijfsdoeleinden' naar de bestemming 'Wonen' waarbij de bestaande woning wordt omgezet naar een burgerwoning en er tevens twee ruimte-voor-ruimtewoningen worden gerealiseerd ter plaatse van de te saneren stallen. De ontwikkeling is niet toegestaan binnen het vigerende bestemmingsplan. Middels deze toelichting wordt aangetoond dat met onderhavig initiatief geen nadelige gevolgen ontstaan voor milieu, mens en leefomgeving. Het initiatief is getoetst aan alle relevante beleidskaders op provinciaal en gemeentelijk niveau. Het beleid op provinciaal en gemeentelijk niveau vormt geen belemmering voor het initiatief. In deze toelichting is getoetst aan de verschillende beleidskaders. Tevens is het initiatief getoetst aan alle relevante milieu-hygiënische en planologische aspecten. Hieruit is gebleken dat met onderhavig initiatief geen nadelige effecten ontstaan voor de omgeving. De onderzoeken naar geluid, bodem, geur, ammoniak en luchtkwaliteit tonen aan dat onderhavig initiatief milieu-hygiënisch aanvaardbaar is.
Door de onderzoeken van natuur, archeologie, externe veiligheid en de waterparagraaf wordt aangetoond dat onderhavig initiatief planologisch aanvaardbaar is. Daarnaast wordt de gehele locatie aan Mosselaarweg 17 te Best landschappelijk ingepast. Resumerend kan worden geconcludeerd dat onderhavig initiatief een verantwoord initiatief betreft. Derhalve kunnen de voorgenomen ontwikkelingen op de projectlocatie aan de Mosselaarweg 17 doorgang vinden.
Bestemmingsplan Mosselaarweg 17
39
8. Separate Bijlagen Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 3: Aerius berekening Bijlage 4: Akoestisch onderzoek Bijlage 5: Bodemonderzoek Bijlage 6: Onderzoek cumulatieve geurbelasting Bijlage 7: Quickscan Flora en fauna Bijlage 8: Advies externe veiligheid Bijlage 9: Archeologisch onderzoek Bijlage 10: Omgevingsdiaioog Bijlage 11: Certificaat bouwtitel
Bestemmingsplan Mosseiaarweg 17
40
m o n www.ontwerp-planologie.nl