CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

23015.3 - Bijlage 1 - Toelichting Bestemmingsplan Trekzaag

Raadsvergadering 20 maart 2023, gemeente BestBij agendapunt: 23015 - Vaststelling Bestemmingsplan Trekzaag25.789 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

3.2.5 a.

b.

Voorwaardelijke verplichting trillingen

Het bouwen van bouwwerken voor de functie wonen conform artikel 4.1 sub a is uitsluitend toegestaan wanneer minimaal uit een dynamische berekening van de trillingssterkte blijkt dat de streefwaarden voor Wonen nieuwe situatie, zoals bedoeld in Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch, niet worden overschreden. 1. Dag- en avondperiode: A1 s 0,1 A2 s 0,4 A3 s 0,05; 2. Nachtperiode: A1 s 0,1 A2 s 0,2 A3 s 0,05; In afwijking van de regel onder a is het bouwen van bouwwerken voor de functie wonen conform artikel 4.1 sub a ook toegestaan op voorwaarde dat alle doelmatige en kosteneffectieve maatregelen om de trillingssterkte te verminderen worden getroffen en uit een dynamische berekening blijkt dat tenminste de streefwaarden voor Wonen in bestaande situatie, zoals bedoeld in Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch, niet worden overschreden. 1. Dag- en avondperiode: A2 s 0,8 A3 s 0,1; 2. Nachtperiode: A2 s 0,4 A3 s 0,1.

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

11

3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

3.4

Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden tevens de volgende bepalingen: a.

b. c.

aan huis verbonden beroepen en bedrijven voldoen aan de volgende kenmerken: 1. de vloeroppervlakte voor aan huis verbonden beroepen in de woning en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 400Zo van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning tot een maximum van 80 m2; 2. uitsluitend beroepsactiviteiten zijn toegestaan indien deze voorkomen in, of gelijk te stellen zijn aan de lijst aan huis verbonden beroepen, zoals opgenomen in de bijlage; 3. detailhandel is niet toegestaan; 4. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; 5. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige toename van de parkeerbehoefte. 6. reclame-uitingen zijn niet toegestaan, behalve hetgeen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening is toegestaan; 7. het aan huis verbonden beroep dient te worden uitgeoefend door een bewoner (ingeschreven in de Basisregistratie Personen) van het pand. het is niet toegestaan (vrijstaande) bijgebouwen te gebruiken als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; onder strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van een woning en/of bijbehorend bijgebouw voor kleinschalige overnachting.

3.5

Afwijken van de gebruiksregels

3.5.1

Mantelzorg

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 3.4 onder c voor het gebruik van een bijgebouw als afhankelijke woonruimte, mits: a. b. c.

12

een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg; de afhankelijk woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m2; er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

Artikel 4 4.1

Leiding - Riool

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de ander daar geldende bestemming(en), mede bestemd voor een ondergrondse brandstofleiding. 4.2

Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a.

b.

4.3

Op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 4.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m; Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag- met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)-regels- uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van deze gronden, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b.

Het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de leiding dienen te zijn gewaarborgd; Het bevoegd gezag dient schriftelijk advies in te winnen bij de betreffende leidingbeheerder.

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

13

Artikel 5 Waarde - Archeologie 4 (gebied met een hoge archeologische verwachting) 5.1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4 (gebied met een hoge archeologische verwachting)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. 5.2

Bouwregels

Binnen het gebied met 'Waarde - Archeologie 4 (gebied met een hoge archeologische verwachting)' mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht ten behoeve van de op deze gronden liggende bestemming(en), indien en voor zover het een bouwplan betreft: 1. 2. 3.

met een oppervlakte van maximaal 500 m2, of; met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte van minder dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld, of; dat betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, dan wel niet meer dan 2,5 m uit de bestaande fundering wordt gebouwd.

5.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de afmetingen en de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden. 5.4

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 voor het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden voorkomende bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat er geen of nauwelijks behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn dan wel dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende regels worden verbonden: 1. 2. 3.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouwplan) monumenten in de bodem worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

5.4.1

Bouwverbod

Indien uit het (archeologisch) onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in lid 5.4.1 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd.

14

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

5.4.2

Advies

Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over een afwijking van de bouwregels als bedoeld in lid 5.4 winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door afwijking van de bouwregels geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.5.1

Verbod

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 4 (gebied met een hoge archeologische verwachting)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren: 1.

het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; 2. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; 3. het ophogen en egaliseren van gronden; 4. het verlagen van het waterpeil; 5. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; 6. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; 7. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; 8. het afplaggen van heide- of natuurgebieden; 9. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 50 cm bedragen; indien de oppervlakte van het werk of de werkzaamheden groter is dan 500 m2.

5.5.2

Uitzonderingen

Het in 5.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1.

2. 3. 4.

het normale onderhoud en/of beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bouwwerk worden uitgevoerd;

5.5.3

Toelaatbaarheid

De omgevingsvergunning wordt verleend indien is gebleken dat: 1.

2.

de in lid 5.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, en vooraf door de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, waarbij: a. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld, of;

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

15

3.

b. er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; c. de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig worden geschaad. Voor zover de in lid 5.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende regels worden verbonden a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouwplan) monumenten in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

5.5.4

Advies

Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.5.1 winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een afwijking geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 5.6

Wijzigingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan de verbeelding van het bestemmingsplan zodanig wijzigen dat de bestemming 'Waarde - Archeologie 4 (gebied met een hoge archeologische verwachting)': 1. naar ligging wordt verschoven, dan wel; 2. naar omvang wordt vergroot of verkleind, dan wel; 3. van bestemming wijzigt in een andere 'Waarde - Archeologie 1,2, 3 of 5'; 4. wordt verwijderd. Alvorens de wijzigingen worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de archeologisch deskundige.

16

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

Artikel 6 Waarde - Archeologie 5 (gebied met een middelhoge archeologische verwachting) 6.1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 5 (gebied met een middelhoge archeologische verwachting)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. 6.2

Bouwregels

Binnen het gebied met 'Waarde - Archeologie 5 (gebied met een middelhoge archeologische verwachting)' mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht ten behoeve van de op deze gronden liggende bestemming(en), indien en voor zover het een bouwplan betreft: 1. 2. 3.

met een oppervlakte van maximaal 2.500 m2, of; met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en een verstoringsdiepte van minder dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld, of; dat betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, dan wel niet meer dan 2,5 m uit de bestaande fundering wordt gebouwd.

6.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de afmetingen en de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden. 6.4

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 voor het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden voorkomende bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat er geen of nauwelijks behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn dan wel dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende regels worden verbonden: 1. 2. 3.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouwplan) monumenten in de bodem worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

6.4.1

Bouwverbod

Indien uit het (archeologisch) onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in lid 6.4.1 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd.

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

17

6.4.2

Advies

Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over een afwijking van de bouwregels als bedoeld in lid 6.4 winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door afwijking van de bouwregels geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.5.1

Verbod

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 5 (gebied met een middelhoge archeologische verwachting)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren: 1.

het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; 2. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; 3. het ophogen en egaliseren van gronden; 4. het verlagen van het waterpeil; 5. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; 6. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; 7. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; 8. het afplaggen van heide- of natuurgebieden; 9. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 50 cm bedragen; indien de oppervlakte van het werk of de werkzaamheden groter is dan 2.500 m2.

6.5.2

Uitzonderingen

Het in 6.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1.

2. 3. 4.

het normale onderhoud en/of beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bouwwerk worden uitgevoerd;

6.5.3

Toelaatbaarheid

De omgevingsvergunning wordt verleend indien is gebleken dat: 1.

2.

18

de in lid 6.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, en vooraf door de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, waarbij: a. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld, of;

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

3.

b. er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; c. de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig worden geschaad. Voor zover de in lid 6.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende regels worden verbonden a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouwplan) monumenten in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

6.5.4

Advies

Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.5.1 winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een afwijking geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 6.6

Wijzigingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan de verbeelding van het bestemmingsplan zodanig wijzigen dat de bestemming 'Waarde - Archeologie 5 (gebied met een middelhoge archeologische verwachting)': 1. naar ligging wordt verschoven, dan wel; 2. naar omvang wordt vergroot of verkleind, dan wel; 3. van bestemming wijzigt in een andere 'Waarde - Archeologie 1,2, 3 of 4'; 4. wordt verwijderd. Alvorens de wijzigingen worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de archeologisch deskundige.

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

19

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

20

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

Artikel 8 8.1

Algemene bouwregels

Afstand voorste perceelsgrens

Indien de voorgevel van een hoofdgebouw niet evenwijdig aan de voorste perceelsgrens wordt gebouwd, dan dient de kortste afstand van de voorgevel tot de voorste perceelsgrens te voldoen aan de minimale en/of maximale afstand tot de voorste perceelsgrens, zoals geregeld in hoofdstuk 2.

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

21

Artikel 9 9.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. b.

22

het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie; het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte.

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

Artikel 10 10.1

Algemene aanduidingsregels

geluidzone - spoor

Ter plaatse van de aanduiding ‘geluidzone - spoor’ mag uitsluitend worden gebouwd indien de voorwaarden die gesteld zijn in het Besluit hogere waarde (zoals opgenomen in Bijlage 1 bij de regels) in acht wordt genomen.

10.2

geluidzone - weg

Ter plaatse van de aanduiding ‘geluidzone - weg’ mag uitsluitend worden gebouwd indien de voorwaarden die gesteld zijn in het Besluit hogere waarde (zoals opgenomen in Bijlage 1 bij de regels) in acht wordt genomen.

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

23

Artikel 11

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van: a. b.

c. d.

e.

f.

g.

24

de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 100Zo van die maten, afmetingen en percentages; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bebouwingsgrenzen tot maximaal 0,5 m worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte per gebouwtje niet meer dan 20 m2 zal bedragen; 2. de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m zal bedragen; de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot: 1. ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 20 m; 2.

ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 10 m; het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, mits: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer dan 1007o van het betreffende bouwvlak zal bedragen; 2. de bouwhoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen. de onder a tot en met f genoemde afwijkingen kunnen uitsluitend verleend worden mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

Artikel 12 12.1

Overige regels

Parkeernormen

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, staat vast dat voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de normen in de beleidsregels in de 'Nota Parkeernormen 2022', wordt gerealiseerd.

12.2

Afwijken parkeernormen

Burgemeester en wethouders kunnen één of meer bepalingen van deze nota buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing - gelet op het belang waarvoor deze nota tot stand is gebracht - leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Een en ander dient in een collegebesluit vastgelegd te zijn. 12.3

Wijzigen parkeernormen

Als de onder 12.1 bedoelde beleidsregels worden gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden.

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

25

Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1 a.

b. c.

b.

c.

d.

26

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 100Zo. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

13.2 a.

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Trekzaag'.

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

27

T rekzaag

Inhoudsopgave

Bijlagen bij regels

3

Bijlage 1

4

2

Ontwerpbesluit Hogere Grenswaarde Geluid

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

Bijlagen bij regels

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

3

Bijlage 1

4

Ontwerpbesluit Hogere Grenswaarde Geluid

Bestemmingsplan "Trekzaag" (ontwerp)

HOGERE GRENSWAARDE GELUID Besluitnummer Documentnummer IN22-03035

Ontwerp­ besluit

Onderwerp Beslissing van burgemeester en wethouders van Best op het verzoek van 19 september 2022. Dit verzoek betreft het opleggen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als gevolg van railverkeerslawaai. Het verzoek heeft betrekking op 3 te bouwen woningen in bestemmingsplan Trekzaag.

Procedure Voor de totstandkoming van dit besluit is de procedure toegepast die is beschreven in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht overeenkomstig het bepaalde in artikel 110c van de Wet geluidhinder.

Beslissing Burgemeester en wethouders van Best besluiten, gelet op het bovenstaande, op hetgeen in bijgevoegde afweging staat vermeld en op het bepaalde in de Wet geluidhinder, het Besluit geluidhinder en de Algemene wet bestuursrecht

1.

de hogere waarden vast te stellen die in onderstaande tabel zijn opgenomen;

Hogere waarden als gevolg van railverkeerslawaai afkomstig van de spoorlijn Eindhoven-Boxtel Waarneem- Aantal woningen waarop WaarneemGeluidbelasting in dB punt (wnp) wnp betrekking heeft hoogte in m Vóór maatregelen Na evt. maatregelen ^verzochte hogere waarde) T0^B

W-1 Oostgevel

4,5

59

59

T01JC

W-1- Oostgevel

7,5

63

63

T02 A

W-1- Oostgevel

56

W-1- Oostgevel

1,5 4,5

56

T02 B

60

60

T02JC

W-1- Oostgevel

7,5

64

64

T03 A

W-2- Oostgevel

57

W-2- Oostgevel

1,5 4,5

57

T03 B

61

61

T03JC

W-2- Oostgevel

7,5

64

64

T04 A

W-2- Oostgevel

58

58

T04 B

W-2- Oostgevel

1,5 4,5

61

61

T04JC

W-2- Oostgevel

7,5

64,

64,

T05 A

W-3- Oostgevel

60

60

T05 B

W-3- Oostgevel

1,5 4,5

64

64

T05^

W-3- Oostgevel

7,5

65

65

T06 A

W-3 Oostgevel

60

60

T06 B

W-3 Oostgevel

1,5 4,5

65

65

T06JC

W-3 Oostgevel

7,5

66

66

T07 A

W-3 Noordgevel

60

T07 B

W-3 Noordgevel

1,5 4,5

60 65,

65,

T07JC

W-3 Noordgevel

7,5

66

66

T08 A

W-3 Noordgevel

58

W-3 Noordgevel

1,5 4,5

58

T08_B

64

64

T08JC

W-3 Noordgevel

7,5

65

65

T15-C

W-1 Zuidgevel

7,5

58

58

T16-B

W-1 Zuidgevel

4,5

57

57

T16JC

W-1 Zuidgevel

7,5

60

60

2.

dat de eerder verleende hogere waarde voor de rekenpunten R29, R30 en R31 zoals opgenomen in het besluit hogere waarde behorende bij het bestemmingsplan Dijkstraten, HOWA-11-00165, d.d. 16 augustus 2011, zijnde een hogere waarde voor 1 woning, met dit besluit komt te vervallen;

3.

dat de volgende gewaarmerkte stukken deel uitmaken van het besluit: ^ Verzoek, d.d. 19 september 2022 ^ Akoestisch onderzoek, d.d. 8 september 2022, opgesteld door Kragten, rapportnummer 20220908-BR0 119-AKO-VL 2.0 ^ Bijlage 1, Situatietekening met de toetspunten van te verlenen hogere waarde ^ Bijlage 2, Afwegingen ^

4.

Bijlage 3, Cumulatieve geluidbelasting

aan dit besluit de volgende voorwaarden te verbinden: ^ dat voor voldoende gevelisolatie wordt gezorgd zodat een binnenniveau van 33 dB gerealiseerd wordt conform NEN 5077. Dit staat in artikel 3.3, lid 1 (verblijfsruimten) en lid 2 (slaapruimten) van het Bouwbesluit 2012. De toets aan het binnenniveau moet plaatsvinden op basis van de cumulatieve geluidbelasting op de gevel. Daarbij mag de aftrek overeenkomstig artikel 110g van de Wet geluidhinder niet worden toegepast; ^ dat voor alle woningen ten minste een geluidluwe zijde met een geluidbelasting van maximaal 48 dB vanwege wegverkeerslawaai en 55 dB vanwege railverkeerslawaai en een geluidluwe buitenruimte aanwezig is. Voor wegverkeer is dit is inclusief een aftrek van 5 dB overeenkomstig artikel 110g Wet geluidhinder; ^ dat de verblijfsruimten zoveel mogelijk aan de geluidsluwe of aan de minst geluidbelaste zijde gerealiseerd worden. Aan de meest belaste zijde worden geen verblijfsruimten gesitueerd. Alleen als overwegingen op basis van stedebouw of volkshuisvesting zich hiertegen verzetten mag hiervan afgeweken worden; ^ Op de bouwtekeningen voor de omgevingsvergunning geeft u duidelijk aan op welke manier u zorgt dat de woning(en) voldoen aan het bovenstaande. ^ Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van de woning(en) voegt u een berekening.

De berekening toont de geluidreductie aan van de geluidwerende voorzieningen van de uitwendige constructie. Deze berekening voert u uit volgens NEN 5077. In de verblijfsruimten van de woning(en) mag het geluidniveau niet hoger zijn dan 33 dB.

Best, Namens burgemeester en wethouders

Monique van Merriënboer medewerker Omgevingszaken

2

Zienswijze Als u het niet eens bent met deze voorgenomen beslissing, laat het ons dan weten. U kunt dit schriftelijk doen bij burgemeester en wethouders van Best, Postbus 50, 5680 AB Best. U kunt uw zienswijze ook mondeling geven. Hiervoor maakt u een afspraak met de heer Henk Janssen, tel. 14-0499. U hebt hiervoor zes weken de tijd. Alleen als u op tijd zienswijzen indient, kunt u tegen het definitieve besluit in beroep gaan.

3

BIJLAGE 1

1,107160/65/67

JTÖCS58/64/65

iTC®: 60/65/66

ļT09: 45/49/50 60/64/65

,TŴ: 58/61/64

;,T 10: 46/50/50

,T11: 45/49/49 jT03) 57/61/64

aTOâ 56/60/64

įT 12: 44/48/49 ,,

gT 13: 43/48/48

aTOlj 55/59/63

52/57/60 ,T14: 41/48/48

İTĨ5\l9/54/58

Afbeelding 4

Figuur 1: punten te verlenen hogere waarde

4

BIJLAGE 2 AFWEGINGEN Inleiding Burgemeester en wethouders van Best zijn voornemens om voor een locatie in Best het bestemmingsplan te wijzigen. Het gaat om de locatie Trekzaag langs de spoorlijn Eindhoven -Boxtel Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Om het initiatief juridisch en planologisch mogelijk te maken wordt voor de locatie een bestemmingsplan opgesteld. De huidige bestemming van het gebied is vastgelegd in het bestemmingsplan Dijkstraten, vastgesteld door de gemeenteraad. Het plan is onherroepelijk geworden na uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 september 2011 Voor het plangebied geldt op dit moment de bestemming: Woongebied -5 en Wonen. We hebben onderzocht of we voor deze locatie een hogere geluidsgrenswaarde als gevolg van weg- en railverkeerslawaai kunnen verlenen. Voor wegverkeer wordt de voorkeursgrenswaarde niet overschreden. Voor railverkeer leest u de bepalingen hierover in artikel 4.10 van het Besluit geluidhinder. Deze artikelen hebben een relatie met artikel 110a lid 1 en 3 van de Wet geluidhinder.

Procedure De voorbereiding van het besluit heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 110c van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. Het besluit tot het vaststellen van een hogere waarde wordt gecombineerd met de procedure voor het bestemmingsplan.

Coördinatie met de Wet ruimtelijke ordening De (ontwerp)beschikking op basis van de Wet geluidhinder en het bestemmingsplan worden gelijktijdig ter inzage gelegd.

Beoordelingskader In de Wet geluidhinder zijn grenswaarden opgenomen voor de geluidsbelasting van weg- en railverkeerslawaai. De Wet geluidhinder maakt daarbij onderscheid in een voorkeurswaarde en een maximale waarde. Een geluidsbelasting lager dan of gelijk aan de voorkeurswaarde is zonder meer toelaatbaar. De effecten van geluid worden dan aanvaardbaar geacht. Een geluidsbelasting hoger dan de maximale waarde is ontoelaatbaar. De maximale ontheffingswaarde voor een woningbouwlocatie bedraagt 68 dB vanwege het railverkeerslawaai en 63 voor wegverkeerslawaai. Een geluidsbelasting lager dan of gelijk aan de maximale waarde, maar hoger dan de voorkeurswaarde is alleen toelaatbaar na een afwegingsproces. Het afwegingsproces heeft vorm gekregen in de procedure "Vaststelling hogere waarde voor geluid". Het

vaststellen van een hogere waarde wordt getoetst aan de Wet geluidhinder en het op 4 maart 2008 vastgestelde Gemeentelijke ontheffingenbeleid hogere waardeprocedure ingevolge de Wet geluidhinder (hierna: de beleidsregel). Als het uitvoeren van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting op de gevel van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen, onvoldoende doeltreffend is, of stuit op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeers- of vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard, is een hogere waarde mogelijk. Daarnaast moet de geluidsbelasting op de gevels van de verblijfsruimten en de eventuele gecumuleerde geluidsbelasting worden beoordeeld.

Beoordeling Uit het akoestisch onderzoek, opgesteld door Kragten, nr. 20220908-BR0 119-AKO-VL 2.0, d.d. 8 september 2022 blijkt dat de geluidsbelasting op de te toetsen gevels van de woningen maximaal ten

5

hoogste 67 dB bedraagt ten gevolge van het railverkeer op de spoorlijn Eindhoven - Boxtel. Ten gevolge van het wegverkeer van de Spoorweglaan, zijnde een 50 km/u weg maximaal 40 dB bedraagt De overige wegen in de omgeving hebben geen zone en kunnen in het kader van de Wet geluidhinder buiten beschouwing gelaten worden. Nader onderzoek en een afweging van maatregelen zijn daarom alleen noodzakelijk vanwege het railverkeer.

Onderzoek naar de maatregelen 1. Hoofdcriteria Stedenbouwkundige overwegingen Een ontheffing kan worden verleend, wanneer wordt aangetoond dat woningbouw ter plaatse dringend noodzakelijk is én dat de bebouwing niet anders gesitueerd kan worden. Het gaat dus om locatiespecifieke kenmerken. Landschappelijke overwegingen Een ontheffing kan worden verleend, wanneer geluidreducerende voorzieningen bijvoorbeeld een doorsnijding van een waardevol open landschap zouden veroorzaken, grondwaterstromen zouden beïnvloeden of flora en fauna zouden belemmeren. Dat is hier niet het geval. Verkeerskundige overwegingen Het verlagen van de intensiteiten en het aanpassen van de maximale snelheid zijn te beschouwen als verkeers- en vervoerskundige activiteiten. Het verlagen van de intensiteiten en/of het aanpassen van de snelheid van het railverkeer is niet mogelijk. Financiële overwegingen Bron- en overdrachtsmaatregelen brengen extra kosten met zich mee. Dit is niet altijd een argument om af te wijken van de voorkeursgrenswaarde. Wel moet er een afweging gemaakt worden tussen de kosten van de maatregelen en het effect van de maatregelen. Zo zal een geluidsscherm eerder financieel haalbaar zijn als er veel geluidsgevoelige gebouwen bij het plan betrokken zijn. Hetzelfde geldt ook voor geluidreducerende maatregelen bij de bron.

Bij slechts weinig geluidsgevoelige gebouwen zal de maatregel minder snel doelmatig zijn en zullen de kosten van de gevelisolatie lager zijn dan de bron- en overdrachtsmaatregelen. Bronmaatregelen Een bronmaatregel is het aanbrengen van raildempers over een deel van het traject. Hiermee wordt een reductie van 2-3 dB gerealiseerd. De voorkeursgrenswaarde wordt dan echter nog steeds overschreden. Tevens is deze maatregel voor 3 woningen financieel niet haalbaar. Deze maatregel is daarmee niet doelmatig. Overdrachtsmaatregelen Om de geluidsbelasting ten gevolge van het railverkeer op de gevels van het bouwplan te reduceren, is gezocht naar een overdrachtsmaatregel welke passen binnen het de omgeving van het plangebied en zowel stedenbouwkundig als architectonisch akkoord is. Ter hoogte van het plangebied is een scherm met een hoogte van 1 oplopend van 2,5 naar 3,5 meter aanwezig. Om op de verdieping een geluidbelasting te realiseren die onder de voorkeursgrenswaarde is moet een scherm met een hoogte van 5 meter gerealiseerd worden. Voor 3 woningen is dit financieel niet haalbaar en stedenbouwkundig niet wenselijk. Deze maatregel is daarmee niet doelmatig. 2.

Subcriteria ontheffingscriterium Naast de beschouwde hoofdcriteria die als doel hebben de overschrijdingen zo klein mogelijk te houden, gelden er ook subcriteria waaraan het bouwplan dient te voldoen om voor ontheffing in aanmerking te komen. Voor wegverkeerslawaai in een binnenstedelijke situatie zijn deze als volgt: a. opname in een stads- of dorpsvernieuwingsplan; 6

b. het door de gekozen situering of bouwvorm een doelmatige akoestische afscherming gaan vervullen voor andere woningen of voor andere geluidgevoelige gebouwen of geluidgevoelige objecten; c. ter plaatse noodzakelijk zijn om reden van grond- of bedrijfsgebondenheid; d. het ter plaatse situeren als vervanging van bestaande bebouwing; e. het door de gekozen situering opvullen van een open plaats tussen aanwezige bebouwing; In de onderhavige situatie wordt voldaan aan de subcriteria onder a, b, en e. 3. Aanvullende criteria In het geluidbeleid van de Gemeente Best is opgenomen dat bij een ontheffing één zijde per wooneenheid geluidluw moet zijn en dat bij ontheffing van meer dan Lden 55 dB railverkeerslawaai (het volgende een vereiste is: Geluidsluwe buitenruimte/geluidsluwe zijde De woningen waarvoor ontheffing wordt verleend, dienen een geluidluwe zijde te hebben. In het geluidbeleid van de gemeente Best is verder opgenomen dat voor het opleggen van een hogere waarde hoger dan 55 dB tenminste één van de tot de woning behorende buitenruimten een gecumuleerde geluidsbelasting moet hebben die niet hoger is dan Lden 55 dB. ^

Indelingsvereisten verb/ijfsruimten In het geluidbeleid van de gemeente Best is opgenomen dat een hogere waarde hoger dan 53 dB (inclusief aftrek) veroorzaakt door weg- en railverkeerslawaai alleen wordt vastgesteld indien voldoende verzekerd is dat de verblijfsruimten niet aan de uitwendige scheidingsconstructie worden gesitueerd waar de hoogste geluidsbelasting optreedt, tenzij overwegingen van stedenbouw of volkshuisvesting zich daartegen verzetten. Hiermee wordt bedoeld dat de verblijfsruimten zoveel mogelijk (doch minimaal 1 ruimte) aan de geluidsluwe dan wel aan de minst geluidbelaste zijde gesitueerd zijn. Ter plaatse van de meest belaste zijde dienen geen verblijfsruimten te worden gesitueerd, tenzij overwegingen van stedenbouw of volkshuisvesting zich daartegen verzetten. De geluidsbelasting op de gevels van de woning bedraagt meer dan 53 dB (inclusief aftrek). Daarmee dient aan deze voorwaarde te worden voldaan. Deze indelingsvereiste zal bij de aanvraag voor een bouwvergunning door gemeente Best worden verlangd. Uit de tekeningen bij de bouwaanvraag dient te blijken of wordt voldaan aan de indelingsvereisten. De ontwikkellocatie biedt derhalve voldoende mogelijkheden om aan de aanvullende voorwaarden in de beleidsregel te kunnen voldoen. ^

Voor de betreffende woonlocatie dient te worden voldaan aan de volgens het Bouwbesluit geldende minimale geluidweringseis voor de uitwendige scheidingsconstructies van verblijfsgebieden c.q. -ruimten in woningen. In dat kader dient nader onderzoek plaats te vinden naar de toe te passen gevelmaterialen. Een dergelijk onderzoek wordt bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning door de Gemeente Best verlangd.

Conclusie Uit bovenstaande beoordeling van de hoofd- en subcriteria en de overige uitgangspunten zoals geformuleerd in de beleidsregel van de gemeente Best kan geconcludeerd worden dat geen aanvullende bronmaatregelen en overdrachtsmaatregelen mogelijk zijn en dat aan de subcriteria wordt voldaan. Omdat voldaan wordt aan de criteria van het ontheffingenbeleid verlenen burgemeester en wethouders van de gemeente Best op basis van de onderzoeksresultaten voor de ontwikkelingslocatie een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde. Omdat aanvullende maatregelen niet mogelijk zijn en een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde noodzakelijk is, is het vereist dat de karakteristieke geluidwering van de gevel zodanig is dat een binnenniveau van 33 dB gerealiseerd wordt.

7

Overige wetten en regels Het vaststellen van deze hogere grenswaarden houdt niet in dat hiermee is voldaan aan de bepalingen die in andere regelgeving, zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Bouwverordening en het bestemmingsplan, zijn gesteld dan wel op grond hiervan worden voorgeschreven.

8

Hogere waarden als gevolg van railverkeerslawaai afkomstig van Eindhoven Boxtel Waarneempunt (wnp)

Rijksdriehoekscoördinaten X Y

Aantal woningen waaarop wnp betrekking heeft

T01-B

154988,26

391390,5

W-1 Oostgevel

4,5

59

59

T01JC T02.A T02.B T02JC T03 A T03.B T03JC T04.A T04 B T04JC T05.A T05.B T05.C T06.A T06.B T06JC T07.A T07 B T07JC T08.A T08 B T08JC T15-C T16-B

154988,26 154984,5 154984,5 154984,5 154979,15 154979,15 154979,15 154975,12 154975,12 154975,12 154969,38 154969,38 154969,38 154965,07 154965,07 154965,07 154960,02 154960,02 154960,02 154955,24 154955,24 154955,24 154981,42

391390,5 391397,22 391397,22 391397,22 391401,52 391401,52 391401,52 391408,19 391408,19 391408,19 391413,11 391413,11 391413,11 391420,44 391420,44 391420,44 391422,61 391422,61 391422,61 391419,61 391419,61 391419,61 391383,3 391386,34 391386,34

W-1- Oostgevel W-1- Oostgevel W-1- Oostgevel W-1- Oostgevel W-2- Oostgevel W-2- Oostgevel W-2- Oostgevel W-2- Oostgevel W-2- Oostgevel W-2- Oostgevel W-3- Oostgevel W-3- Oostgevel W-3- Oostgevel W-3 Oostgevel W-3 Oostgevel W-3 Oostgevel W-3 Noordgevel W-3 Noordgevel W-3 Noordgevel W-3 Noordgevel W-3 Noordgevel W-3 Noordgevel W-1 Zuidgevel

7,5 1,5 4,5 7,5 1,5 4,5 7,5 1,5 4,5 7,5 1,5 4,5 7,5 1,5 4,5 7,5 1,5 4,5 7,5 1,5 4,5 7,5 7,5

W-1 Zuidgevel W-1 Zuidgevel

4,5 7,5

63 56 60 64 57 61 64 58 61 64, 60 64 65 60 65 66 60 65, 66 58 64 65 58 57

63 56 60 64 57 61 64 58 61 64, 60 64 65 60 65 66 60 65, 66 58 64 65 58 57

60

60

T16-C

154986,85 154986,85

9

Waarneemhoogte in m

Geluidbelasting in dB Vóór Na evt. maatregelen maatregelen ^verzochte hogere waarde)

BIJLAGE 3 CUMULATIEVE GELUIDBELASTING ZONDER AFTREK Cumulatie goede RC Woningen Rail

Wegverkeer

Toetspunt

U (dB]

L*Rl [dB]

W [dB]

Ľ\L [dB]

Į^, [dB] La.™. (dB]

TŪl-A 101,6 T01,C T02,A T02,B IŪ2,C

55,28 59,2 63,39 55.B9 59,53 63,35 57,3 60,7

51,116 54,54 58,6205 51,6955 55,201 59,2575 53,035

46,08 47,64 4Br13 46,34 47,64 48,04 45,33

46,08 47,64 4B.1Ï 46,34 47,64 43,04 45,33

52,30 55,60 59,18 52,81 55,90 59,57

56,38572299 59,84733517 63,60479873 56,91631952 60,16779668 64,0225078

53,72

56,265 59,OS65

46,26 46,54 46,69 47,37

46,26 46,54

56,83 59,32 54,24

57,87890673 60,38239617

47,5 45,36

47,5 45,36

57,34 59,72 55,57

T03,A

T03l,a T03,C T04,A T04,B TŪ4,C T05,A

63,67 57,60 61,35 64,05 59,51

53,396 56,8325 59,4475 55,1345

TŪ5,B T05,C 106, A T06-B

63,63 65,44 60,24 64,39

59,096 60,763 55,823 60,2455

45,77 45,91 45,34 46,41

45,77 45,91 45,34 46,41

59,29 60,91 56,24 60,42

T06,C T0T,A T07,B TŪ7,C TŪS,A T08,B T08,C T09,A I09,B T09-C tio,a

66,2 S 60,13 65,45

61,5375 55,7235 60,7775 61,8415 53,605 59,077 60,673 40,913 45,511 45,739 42,7275

46,61 40,57 41,04

46,61 40,57 41,04

61,67

41,44 39 40,21 41,16 34,14 35,94 38,36

41,44 39 40,21 41,16 34,14 35,94 38,36 34,26

TlŪ.B T1Ū,C T1L,A T11,B T11,C T12,A T12,B 112,C Tl jí,A

50,19 49,5 45,36 49,24 46,99 44,09 48,47 49,53

34,26 36,15 37,6 33,89 35,75 37,7 34,41 36,23 38 34,23 36,38

36,88 38,99 34,92 37,9 40,01 39,45 41,67 46,02 43,52 45,66 47,23

66,57 57,9 63,66 65,34 44,54 49,33 49,62 46,45

Tl 3.6 T13,C

43,22 47,92 47,90

46,2805 45,625 41,692 45,378 45,1405 40,4355 44,6465 44,751 39,659 44,124 44,131

T14,A T14,B T14,C T1B,A T1S,B T1S,C Iİ6,A Tie,a Iİ6,C

41,17 47,51 48,13 49,33 54,01 57,7 51,72 56,75 59,73

37.7İ1E 43,7345 44,3235 45,4635 49,9095 53,415 47,734 52,5125 55,3435

38,99 34,92 37,9 40,01 39,45 41,67 46,02 43,52 45,66 47,23

46,69 47,37

55,85 60,82 61,88 53,75 59,13 60,72 41,74 46,97 46,47

36,15 37,6 33,89 35,75 37,7 34,41 36,23 38 34,23

10

63,75772076 58,41022161 61,68023055 64,17217533 59,81738847 63,72803724 65,42301328 60,52517009 64,91252994 66,22869716 60,11678782 65,33456160 66,4449608 57,9105099 63,55966255 65,22737893 45,29377279 49,73401215 50,26171975

43,31 46,88 46,26 42,36 45,83 45,86 41,44 45,23 45,58 40,76 44,87

46,34062585 50,48686013 50,04353409 45,94647437 49,58344754 49,62337193 44,98585927 43,96228175

45,33 39,55 44,74 45,69 46,43 50,52 54,14 49,13 53,33 55,97

49,06564200 47,99390636 48,44353673 49,44651264 50,22572209 54,51224532 53,31392675

49,33269395 44,77243873 40,53817228

53,05601165 57,46335636 60,23542014

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12387039/1