22047.4 - Toelichting Oirschotseweg tussen 109 en 111
Tekst van het document
adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling
Bestemmingsplan | Toelichting
Best, Oirschotseweg tussen 109 en 111
Gemeente Best
Datum: 10 februari 2022 Projectnummer: 200339 ID: NL.IMRO.0753.bpOirschotseweg111-ON01
Archiefexemplaar van BL22-14194
- Toelichting Oirschotseweg tussen 109 en 111
INHOUD TOELICHTING
1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
3 3 4 6
2
Planbeschrijving
7
2.1 2.2
Huidige situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied
7 8
3
Beleid en regelgeving
10
3.1 3.2 3.3
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
10 12 13
4
Milieu- en omgevingsaspecten
17
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Milieueffectrapportage Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Water Natuur Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren Kabels en leidingen
17 17 18 19 20 22 22 25 29 31 32 32 33
5
Wijze van bestemmen
34
5.1 5.2
Algemeen Dit bestemmingsplan
34 35
6
Uitvoerbaarheid
38
6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
38 38
Bijlagen: -
Bijlage 1: Bodemonderzoek Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3: Ontwerpbesluit hogere grenswaarden geluid Bijlage 4: Quick scan bedrijven en milieuzonering Bijlage 5: Onderzoek agrarisch geur Bijlage 6: Quick scan natuur Bijlage 7: Onderzoek stikstofdepositie Bijlage 8: Nader soortgericht onderzoek Bijlage 9: Archeologisch onderzoek
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Het voornemen bestaat om op de onbebouwde gronden tussen de percelen aan de Oirschotseweg 109 en 111 te Best te voorzien in woningbouw. Naast de woning aan de Oirschotseweg 109 zal een vrijstaande woning worden gerealiseerd. Daarnaast zal naast de woning aan de Oirschotseweg 111 een twee-onder-één-kapwoning worden gerealiseerd. In het bestemmingsplan ‘Heuveleind, Heivelden en De Zessprong’ zijn de gronden voorzien van de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Groen’. Daar waar de wonin gen zijn beoogd beschikken de gronden niet over een bouwvlak, waarmee het plan niet binnen de bouwregels van het geldende bestemmingplan past. Om de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan voor het gebied noodzakelijk. Voorliggend plan voorziet hierin.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied betreft de gronden tussen de percelen aan de Oirschotseweg 109 en 111 te Best. Het plangebied kent een oppervlakte van circa 3.500 m en grenst aan de noordzijde aan de Oirschotseweg, aan de west- en oostzijde aan woningen en aan de zuidzijde aan een gemeentelijke groenstrook en een geluidswal. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging in Best en de globale begrenzing van het plange bied zelf weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeel ding, behorende bij dit bestemmingsplan.
Ligging plangebied (rode cirkel) in relatie tot de directe omgeving (Bron: PDOK viewer).
3
.WH
Plangebied
Het plangebied bij benadering globaal rood omlijnd (Bron: PDOK viewer).
1.3
Geldend bestemmingsplan Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan ‘Heuveleind, Heivelden en De Zessprong’ (vastgesteld d.d. 27 mei 2013) en kent momenteel de enkelbestemmingen ‘Groen’ en ‘Wonen’. Daarnaast is het plangebied door middel van het thematische bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 3’ en ‘Waarde - Archeologie 4’. Groen Het zuidoostelijk gedeelte van het plangebied beschikt over de bestemming ‘Groen’. Deze gronden zijn bedoeld voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, paden voor langzaam verkeer, speelvoorzieningen, water- en waterhuishoudkundige voor zieningen en een hondentoilet. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Wonen Een groot gedeelte van het plangebied beschikt reeds over de bestemming ‘Wonen’. De gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn bedoeld voor het wonen in het bestaan de aantal woningen en in samenhang daarmee aan huis verbonden beroepen. Ook daarbij behorende voorzieningen zoals wegen, paden, parkeervoorzieningen, groen, speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen en erven zijn toegestaan. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden ge bouwd. Een bouwvlak is echter niet in het plangebied aanwezig.
Een gedeelte van het plangebied, nabij de Oirschotseweg 111, beschikt over de bouwaanduiding ‘bijgebou wen’. Dit betekent dat hier mag worden voorzien in aan- en uitbouwen en bijgebou wen.
4
Waarde - Archeologie 3 Raadpleging van het geldende bestemmingsplan wijst verder uit dat het grootste ge deelte van het plangebied de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde - Archeolo gie 3’ kent. Uit raadpleging van de regels blijkt dat bij een bodemingreep groter dan 250 m en dieper dan 0,3 meter een archeologisch onderzoek moet worden overlegd om aan te tonen dat archeologische waarden voldoende beschermd worden bij even tuele ruimtelijke ontwikkelingen. Waarde - Archeologie 4 Daarnaast kent een gedeelte van het plangebied de archeologische dubbelbestem ming ‘Waarde - Archeologie 4’. Uit raadpleging van de regels blijkt dat bij een bodem2 ingreep groter dan 500 m en dieper dan 0,3 meter een archeologisch onderzoek moet worden overlegd om aan te tonen dat archeologische waarden voldoende be schermd worden bij eventuele ruimtelijke ontwikkelingen. — *
t
t
t
ï
**
H-
Î+ t
" t t - t +Í+ 4 * -f •f t +M
4 4
4 4 H 4 4 4
4 4,
wn
4 4 4 4 4
4 4 4 4 4 4
4 4 4 4 4 4 4 4 4, 4 4 4
4
I 4 V
4 4 4 4 4\ 4
4 4 4
4 4 4\4 4 4 4 4 ļt 4 4
i
Plangebied
[.3245] '4 4 4
* *
4 4 4 4 4 4 4
«id 4 4 4
414 4
4 *
4 4
4 4 4 4
4 4, 4
4 4 4
4 4 4 4 4
4 4
■liii
CSE
Uitsnede vigerend bestemmingsplan Heuveleind, Heivelden en De Zessprong met daarop het plangebied globaal in rood begrensd (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl).
Als gevolg van de geldende bestemmingen en het ontbreken van bouwvlakken is de realisatie van de nieuwe woningen niet mogelijk op grond van het geldende bestem mingsplan. Daarom is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk.
5
1.4
Leeswijzer Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De toe lichting is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofd stuk 2 ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en komt de planbeschrijving aan de orde. In hoofdstuk 3 wordt de toets aan het beleidskader weergegeven, waarna in hoofdstuk 4 de haalbaarheid van het plan aangetoond wordt voor wat betreft milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische planopzet. Het laatste hoofdstuk behandelt de economische en maat schappelijke uitvoerbaarheid.
6
2 2.1
Planbeschrijving Huidige situatie plangebied Historische ontwikkeling Best Het plangebied ligt in de kern Best. Best is ontstaan op de rand van een dekzandrug. De eerste bebouwing concentreerde zich langs de doorgaande weg tussen Oirschot en St. Oedenrode (Oirschotseweg - Hoofdstraat - Oranjestraat - St. Oedenrodeseweg). Deze weg liep min of meer parallel aan de hoogtelijnen. Ook de gehuchten Verren-Best en Naasten-Best, die in principe bestonden uit kleine clusters van agrarische bebouwing, al dan niet geconcerteerd rondom een driehoekig plein, lagen aan deze weg. Echter door latere uitbreiding van Best is het merendeel van de in deze gehuch ten gelegen (agrarische) bebouwing verdwenen of opgegaan binnen de huidige ruim telijke structuur van Best. Best ontwikkelt zich in eerste instantie als een agrarische nederzetting, waarbij het ruimtelijke patroon in de omgeving van het dorp wordt gekenmerkt door een mozaïek achtige verkaveling met onregelmatige percelen. In de tweede helft van de 19de eeuw verandert het karakter van het dorp, dankzij de komst van industrie (onder andere klompenmakerijen), de aanleg van de spoorlijn tussen Boxtel en Eindhoven en de aanleg van de straatweg tussen ’s-Hertogenbosch en Luik (huidige rijksweg).
Het oor spronkelijke bebouwingslint wordt verdicht en biedt naast agrarische bebouwing (boerderijen) ook ruimte aan (burger)woningen en voorzieningen als een kerk en klooster. In de eerste helft van de 20e eeuw wordt het bebouwingslint verder verdicht en verlengd (Nieuwstraat). Na de Tweede Wereldoorlog komt de ontwikkeling van Best, mede dankzij de uitstekende infrastructurele verbindingen, in een stroomver snelling. Begin 1960 werd Best aangewezen als groeigemeente, met als belangrijkste bestemming wonen. Vanaf dat moment werd in hoog tempo gebouwd, waarbij de na druk lag op woningwetwoningen. In deze periode zijn de wijken ‘De Hoge Akker’ en ‘Naastenbest’ aangelegd. Gevolgd door de wijken ‘De Leemkuilen’, ‘Speelheide’ en ‘De Leeuwerik’ in het begin van de jaren ‘70 van de vorige eeuw en ‘Salderes’ in de ja ren ‘80 van de vorige eeuw. In de jaren ‘90 zijn de wijken ‘Heuveleind’, ’Heivelden’ en ’De Zessprong’ gebouwd. Oirschotseweg Onderhavig plangebied is gesitueerd aan het bebouwingslint van de Oirschotseweg. De Oirschotseweg vormt de doorgaande weg tussen Best en Oirschot. Langs de Oir schotseweg bevinden zich woningen in de vorm van lintbebouwing. Zoals in voor gaande alinea is beschreven bevindt zich hier de eerste bebouwing van Best. Aan de Oirschotseweg 117 staat de Armenhoef boerderij.
De boerderij is vanwege de stal, waarvan het houtskelet gedeeltelijk uit 1263 dateert, mogelijk de oudste boerderij van West-Europa waarvan nog bovengrondse delen bestaan. De bebouwing aan de Oirschotseweg heeft een overwegend kleinschalig karakter. Het gaat voornamelijk om grondgebonden woningen bestaande uit één of twee bouwlagen met een kapconstructie. De percelen aan de Oirschotseweg kenmerken zich overwe gend onder meer door een groene voortuinzone. De omvang van de percelen is rela tief groot te noemen. Naast de Armenhoef boerderij is de bestaande bebouwing langs
7
de Oirschotseweg vooral gerealiseerd in de eerste helft van de 19e eeuw. Daarnaast bevinden zich in het bebouwingslint meerdere (vrijstaande) woningen die recent zijn gerealiseerd. Functioneel gezien is de woonfunctie langs de Oirschotseweg dominant. Direct grenzend aan de locatie bevinden zich eveneens woonpercelen. Aan de ach terzijde grenst het plangebied aan de in de jaren ‘90 gerealiseerde woonwijk ‘Heivel den’. Plangebied Het plangebied wordt gevormd door de gronden tussen de adressen Oirschotseweg 109 en 111. De totale oppervlakte is circa 3.500 m2. De gronden zijn op dit moment onbebouwd, terwijl het bebouwingslint ter hoogte van het plangebied een hoge mate van verdichting kent. Wel zijn in het plangebied een kleine paardenstal, schuurtje en tuinhuisje aanwezig. Het plangebied heeft een groen, maar vrij intensief beheerd ka rakter. Door het plangebied loopt een pad naar de achtergelegen woonwijk Heivelden. Aan de achterzijde van het plangebied, langs de sloot, bevindt zich een gemeentelijke groenstrook. Navolgende afbeelding geeft een impressie van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied.
Impressie huidige situatie plangebied (bezien vanaf de Oirschotseweg) (Bron: Google Streetview).
2.2
Toekomstige situatie plangebied Met de beoogde ontwikkeling doet zich de kans voor om de locatie op passende wijze te ontwikkelen ten behoeve van woningen. Met woningbouw wordt de mogelijkheid geboden om het bebouwingslint langs de Oirschotseweg zowel ruimtelijk als functio neel verder af te ronden. Functioneel gezien is langs de Oirschotseweg immers de woonfunctie dominant en hier zijn de laatste jaren meerdere nieuwbouwwoningen ge realiseerd.
8
Voor de ontwikkeling is een inrichtingsschets opgesteld waarbinnen het realiseren van een dorps karakter, met aansluiting op de ruimtelijke kenmerken en karakteristieken van de omgeving, als uitgangspunt is gehanteerd. Daarom wordt de lintbebouwing aan de Oirschotseweg voortgezet door de realisatie van een vrijstaande woning en een twee-onder-één-kapwoning. De woningen worden gerealiseerd op relatief grote percelen met een oppervlakte van circa 700 m per perceel. De maximum goot- en bouwhoogte bedraagt respectievelijk 4 en 10 meter, waarmee wordt aangesloten bij andere woningen langs de Oirschotseweg. In het plan is veel aandacht voor het behouden en versterken van de groene kwalitei ten. Zo wordt aan de Oirschotseweg de gemeentelijke groenstrook, aan de randen van het plangebied, gehandhaafd. De groenstrook kent een breedte van 6 meter en wordt ingericht met een mix van bomen en heesters. Aan de achterzijde van de gron den zullen inritten worden gerealiseerd die kunnen worden bereikt via het bestaande pad dat richting de woonwijk Heivelden loopt. Hier is ruimte voor 2 parkeerplaatsen voor iedere woning, waardoor het parkeren uit het zicht plaatsvindt en wordt bijgedra gen aan de realisatie van een groene voortuinzone zoals dat op meer plekken langs de Oirschotseweg het geval is.
Ten behoeve van het functioneren van de geluidswal wordt er geen bebouwing gerealiseerd binnen het onderhoudspad van de wal. Gelet op het voorgaande wordt gesteld dat voorliggend plan ruimtelijk en functioneel gezien aansluit bij de karakteristieken van het plangebied en haar omgeving. Navol gende afbeelding geeft een impressie van de toekomstige situatie van het plangebied. įggm ř
r..
ļ* ļļļtřì
zmpi'eo
ļejļeoipuļ
a
U0ļļUU| ■31
sa
-.í
't: [iqŚfiŴ' Impressie toekomstige situatie ter plaatse van het plangebied (Bron: gemeente Best).
9
3
Beleid en regelgeving
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefom geving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leef omgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioritei ten voor Nederland geformuleerd: - ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; - duurzaam economisch groeipotentieel; - sterke en gezonde steden en regio's; - toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de ver schillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van in woners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
Toetsing Gelet op het feit dat er met voorliggend plan wordt voorzien in een duurzame en toe komstbestendige inrichting, waarbij de bestaande kwaliteiten en identiteit van de om geving van het plangebied centraal staan, is dit plan in lijn met het gedachtegoed van de NOVI. Met woningbouw wordt de mogelijkheid geboden om het bebouwingslint langs de Oirschotseweg zowel ruimtelijk als functioneel verder af te ronden. Daarbij wordt aangesloten op de kenmerken en karakteristieken van de omgeving, zoals be schreven in paragraaf 2.2.
3.1.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruim telijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uit spraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat on der meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische Hoofd structuur (thans NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwe gen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. 10
Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofd structuur (thans NNN) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de EHS (thans NNN) is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing Het voorgenomen plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het bepaalde in de SVIR en het Barro. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede lid) Vanuit het rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hier voor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen.
Een stede lijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijven terrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of ande re stedelijke voorzieningen’. Uit jurisprudentie blijkt dat een woningbouwplan die voorziet in de realisatie van maximaal 11 woningen binnen een kern niet hoeft te wor den aangemerkt als woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als be doeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Daarmee hoeft er voor dit plan geen toets aan de Ladder worden doorlopen. Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met het rijksbeleid.
11
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Brabantse Omgevingsvisie De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomge ving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De basisopgave binnen de Omgevingsvisie is het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Daarnaast bevat de visie ambities op het gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme net werkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Het gaat om de volgende kernwaarden: - meerwaarde-creatie; - technische en sociale innovatie; - kwaliteit boven kwantiteit; - steeds beter; - proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel. Toetsing Voorliggende ontwikkeling geeft verdere invulling aan de afronding van de Oirschotseweg. De lintbebouwing aan de Oirschotseweg wordt voortgezet door de realisatie van een vrijstaande woning en een twee-onder-één-kapwoning. De woningen worden gerealiseerd op relatief grote percelen met een oppervlakte van circa 700 m per per ceel. Er is sprake van een plan waarbij kwaliteit prevaleert boven kwantiteit met veel aandacht voor groen.
Zodoende sluit voorliggende ontwikkeling aan bij de ambities en kernwaarden uit de Brabantse Omgevingsvisie.
3.2.2
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In de Brabantse Omgevingsvisie hebben provinciale staten de visie op de fysieke leefomgeving verwoord. Met de totstandkoming van de Interim omgevingsverordening zijn de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samengebracht. Dit betekent dat de regels uit de Interim omgevingsverordening be trekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter en is vooral bedoeld om bestaande regelingen samen te voegen. Uitgangspunt van de Interim omgevings verordening is dat de huidige regels met het huidige beschermingsniveau zijn ge handhaafd. In het algemeen geldt daarbij dat de inzet van de verordening in de pro vincie Noord-Brabant is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor het vanuit provinciale belangen nodig is om regels in te zetten of waarvoor het vanuit de wet verplicht is om regels te stellen in de verordening. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussen stap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe moge lijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt.
Er is wel zo veel als mogelijk
12
aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving). Toetsing In algemene zin geldt voor ontwikkelingen dat voldaan moet worden aan de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (artikel 3.5). Dit bestaat uit het rekening houden met een zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6), de waarden in een gebied (artikel 3.7) en meerwaardecreatie (artikel 3.8). Aangezien de ontwikkeling is voorzien in bestaand stedelijk gebied en voldoet aan de principes van de Ladder voor duurzame verstede lijking geldt dat sprake is van een zorgvuldig ruimtegebruik. Ook wordt de ontwikkeling ingepast in de bestaande ruimtelijke structuur van de Oirschotseweg en sluit het aan op de aard, schaal en maat van haar omgeving. Zo wordt rekening gehouden met de verschillende waarden in het plangebied en haar omgeving. Tot slot geldt dat een bij drage wordt geleverd aan het realiseren van meerwaardecreatie: de ontwikkeling draagt bij aan de woningbouwopgave, passend binnen de ruimtelijke structuur van de omgeving van het plangebied. Dit maakt dat de ontwikkeling in lijn is met de regels uit de Interim omgevingsverordening. Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met het provinciale beleid.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
Structuurvisie Best 2030 De Structuurvisie Best 2030 is op 9 mei 2011 vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie schetst een toekomstbeeld van de gemeente Best tot 2030 en bestaat uit twee delen. In Deel A (structuurvisie) is een visie geformuleerd op Best, bestaande uit een ontwikkelingskader (bestaand en nieuw beleid) en een droombeeld voor de lange termijn. Deze visie vormt een ruimtelijk casco voor concrete projecten en plan nen en fungeert enerzijds als afwegingskader en anderzijds als inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Deel B bevat het ruimtelijk programma voor de korte en middellange termijn en een uitvoeringsprogramma waarin concrete projecten en plan nen zijn benoemd. Deel B wordt periodiek geactualiseerd. Toetsing In de Structuurvisie is een kaartbeeld ‘Ruimtelijk Fundament’ opgenomen, waarin de toekomstvisie voor de gemeente Best is geformuleerd. Het plangebied ligt in het ‘Ge bied voor dorpsuitbreiding’, zoals op navolgende afbeelding te zien is. Met andere gemeenten in de regio (BOR (Bestuurlijk Overleg Rand)-gemeenten) heeft Best afgesproken om vanaf 2010 een gedeelte van de Eindhovense woningbehoefte op te vangen. In deze afspraken staat een netto bouwtaak voor circa 2.600 woningen tot 2020. Voor de periode 2020-2030 worden circa 1.500 woningen voorzien.
Een deel hiervan wordt gerealiseerd in reeds bekende uitbreidingslocaties, die in de structuurvi sie zijn aangeduid als ‘Gebied voor dorpsuitbreiding’. Deze gebieden komen als eer ste in aanmerking om te worden getransformeerd van onbebouwd gebied naar be bouwd gebied in de vorm van wonen en daarbij horende voorzieningen. Bij de inrichting van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de kwaliteiten 13
en structuren in het gebied en de omgeving. De natuurlijke ondergrond en de histo risch gegroeide structuur van Best dienen te worden meegenomen bij de planvorming. Het programma moet gerealiseerd worden binnen de maat en schaal van het land schap.
S *
* \»
« * » » s*
» »» ». »
-'e j
Gebied voor dorpsuìtbreiding
/rt
Cultuurhistorisch waardevolle structuur
Kaart Structuurvisie Best 2030 met daarop het plangebied globaal rood omlijnd (Bron: gemeen te Best).
Het plangebied ligt aan de Oirschotseweg, dat in de structuurvisie is aangewezen als cultuurhistorische waardevolle structuur. De Oirschotseweg wordt gekenmerkt door de variatie in functie en bebouwingsmassa en het landelijk en dorps karakter. Eventuele nieuwbouw moet het bestaande karakter respecteren. Verdichting van het lint is in be paalde gevallen mogelijk, indien dit tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering leidt. De bestaande doorzichten naar het landschap dienen hierbij gehandhaafd te blijven. De beoogde ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Structuurvisie omdat een bijdrage wordt geleverd aan de woningbouwopgave van de gemeente Best in één van de gebieden die is aangewezen als ‘gebied voor dorpsuitbreiding’. Doordat het plangebied aansluit op de woonwijk Heivelden worden doorzichten naar het landschap niet doorbroken. Verder geldt dat dit plan ruimtelijk en functioneel gezien aansluit bij de karakteristieken van de Oirschotseweg, zoals beschreven in paragraaf 2.2.
14
3.3.2
Woonvisie Best 2017 De Woonvisie van de gemeente Best ‘Wonen met visie’ is op 6 maart 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. De Woonvisie uit 2008 is door de economische crisis, de vele veranderingen in de maatschappij en nieuwe wet- en regelgeving niet actueel meer. In de nieuwe Woonvisie worden nieuwe keuzes op het vlak van volkshuisves ting voor de komende jaren gemaakt. De Woonvisie gaat specifiek in op een aantal aandachtspunten, namelijk: - regionaal bouwperspectief; - rol van woningcorporaties; - een evenwichtige verdeling tussen huur en koop; - uitbreiding van het woningbestand met gemiddeld 160 woningen per jaar; - starters; - stimuleren van CPO projecten; - maken van afspraken met woningcorporaties over betaalbare woningen voor soci aal zwakkere. De gemeente Best zet tevens nadrukkelijk in op de kwalitatieve toevoeging van wo ningen. De nieuwe ruimtelijke koers van Best biedt de mogelijkheid voor kwalitatieve toevoeging in bestaand gebied door herstructurering of transformatie, maar laat ook ruimte voor verdunning en het toevoegen van groen of parkeren. Groeien in inwo nersaantal is geen doel op zich. Beide kwaliteiten van Best (het stedelijk voorzienin genniveau en de dorpse woonwijken) kunnen nog versterkt worden. In de komende 10 jaar gaat de gemeente het woningbestand uitbreiden met 1.600 woningen.
Deze uitbreiding vindt vooral plaats in Steegsche velden, Dijkstraten, Aarle en door particuliere initiatieven (vaak inbreidingslocaties). Toetsing Met voorliggend project wordt op gepaste wijze invulling gegeven aan de woning bouwopgave van de gemeente Best. Het bestaande woningbestand wordt met een drietal woningen uitgebreid middels efficiënt ruimtegebruik (verdichting van het bebouwingslint grenzend aan bestaande woningbouw). Gezien de stedenbouwkundige structuur van het gebied waarin het plan gelegen is en de opbouw/ samenstelling van de wijk is het op deze plek meer voor de hand liggend om uit te gaan van nieuwbouw zonder sociale component. Door met een verlaagde goothoogte van 4 meter te wer ken wordt in dit plan gestimuleerd om woningen met een levensloopbestendig ka rakter te realiseren (woonkamer, sanitaire voorzieningen en tenminste één slaapka mer op de begane grond). Zo sluit dit plan aan op de gemeentelijke woonambities.
3.3.3
Best duurzaam Het klimaat is aan het veranderen. De energietransitie, het massaal overstappen op duurzame, onuitputtelijke energiebronnen, moet de CO2-uitstoot en die klimaatveran dering zoveel mogelijk tegengaan. De gemeente Best pakt haar maatschappelijke verantwoordelijkheid in de energietransitie door een ambitieus doel te stellen: een energieneutraal en afvalloos Best. Het concrete doel is om samen met de Metropoolregio Eindhoven als eerste regio in Nederland energieneutraal te zijn. Dit doel is door de Raad vastgesteld. De ambitie van een energieneutraal Best betekent dat alle be-
15
nodigde energie, ná energiebesparing, in de hele gemeente wordt opgewekt uit duur zame, ook wel hernieuwbare, bronnen (zon, wind, biomassa, aardwarmte, water kracht, etc.). Daarmee wordt het gebruik van fossiele brandstoffen (aardgas, aardolie, kolen) teruggedrongen. De materiaalkeuze bepaalt de mogelijkheid tot circulariteit en het scheidingsbeleid tijdens de bouw en heeft impact op de hoeveelheid afval. Daar naast de vraag op welke wijze duurzame waterhuishouding wordt toegepast. Toetsing Voorliggende ontwikkeling sluit aan bij de duurzaamheidsambities die de gemeente Best heeft. De woningen worden gasloos gerealiseerd. Daarnaast zal worden voldaan aan de voorwaarden voor een duurzame waterhuishouding en wordt de bestaande groenstrook in deze ontwikkeling ingepast en waar mogelijk versterkt. Zo is in deze ontwikkeling ook aandacht voor aspecten als biodiversiteit en klimaatadaptatie. Tot slot zal bij de bouw van de woningen gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke en duurzame bouwmaterialen. Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met het gemeentelijk beleid.
16
4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten Milieueffectrapportage Algemeen Voor plannen en activiteiten, die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, kan het noodzakelijk zijn dat een milieueffectrapport wordt opgesteld. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage is dit geregeld. Er is een m.e.r.-plicht voor plannen (planMER) en een m.e.r.-plicht voor besluiten. Een plan is plan-m.e.r.-plichtig als het plan kaders stelt voor m.e.r.-plichtige activiteiten. Toetsing Onderhavig plan betreft de bouw van 3 woningen op een onbebouwd perceel. De om geving van het plangebied is veelal omringd en gevormd door stedelijke functies en bebouwing. Met dit plan wordt slechts in zeer geringe mate het areaal aan stedelijke functies vergroot en zijn gelet op het feit dat het een woningbouwontwikkeling betreft niet tot nauwelijks milieueffecten te verwachten. Dit maakt dat, gelet op de aard (wo nen) en omvang (3 woningen) van de ontwikkeling, gesteld wordt dat er geen sprake is van een activiteit zoals genoemd in het Besluit m.e.r. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
4.2
Bodem Algemeen In het kader van het bestemmingsplan moet zijn aangetoond dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Hiertoe is het uitvoeren van een verkennend milieukundig bodem- en grondwateronderzoek noodzakelijk. Toetsing Ten behoeve van de ontwikkeling in het plangebied is een verkennend bodem- en asbestonderzoek (NEN5740 en NEN 5707) uitgevoerd. Uit de resultaten kan het vol gende geconcludeerd worden: - De bodem op de locatie bevat zeer plaatselijk sporen baksteen; - In de baksteenhoudende bovengrond zijn licht verhoogde gehalten koper en zink aangetroffen; - In de zintuiglijk schone bovengrond zijn licht verhoogde gehalten OCB’s (Drins en DDD) aangetroffen; - In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen; - n het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen; - Ter plaatse van de druppelzone is zowel visueel als analytisch geen asbest in de grond aangetroffen. 1
De Klinker B.V. (2021). Verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek volgens NEN 5740 en NEN 5707 Oirschotseweg tussen 109-111 Best. Rapportnummer: K21002921. 6 mei 2021. 17
Op basis van deze resultaten wordt de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ge schikt geacht voor het beoogde gebruik. Het uitvoeren van nader onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
4.3
Geluid Algemeen De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbe lasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omlig gende (spoor)wegen en industrieterreinen. Toetsing Met voorliggend plan is sprake van de realisatie van nieuwe geluidgevoelige functies. SAB heeft middels een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai de geluidsbelasting op de nieuwe woningen als gevolg van de omliggende wegen onderzocht. Op basis van het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: - De geluidbelasting vanwege de Aarleseweg, Broomsedijk, Burgstraat, Dorsvelden, Heidevelden-West, en de Heuveleindseweg zijn lager dan de voorkeursgrens waarde (48 dB). Maatregelen zijn voor deze wegen niet nodig. - De geluidbelasting vanwege de Oirschotseweg bedraagt maximaal 56 dB. Dit is hoger dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB) maar lager dan de maximaal te ont heffen geluidsbelasting (63 dB). Maatregelen dienen derhalve te worden onder zocht.
- Onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen wijst uit dat deze niet voldoende soelaas bieden, financieel niet doelmatig zijn, stedenbouwkundig onwenselijk zijn en landschappelijk niet acceptabel zijn. Er dienen derhalve maatregelen aan de ontvanger zijde te worden getroffen. - Door het treffen van gevelmaatregelen zal de binnenwaarde van 33 dB worden gewaarborgd. Voor de oostelijke woning dient de karakteristieke geluidwering van de gevel 28 dB te bedragen, voor de beide westelijke woningen dient de karakte ristieke geluidwering van de gevel 27 dB te bedragen. - Voor het plan dienen hogere grenswaarden te worden aangevraagd, 56 dB ten ge volge van de Oirschotseweg voor de oostelijke woning en 55 dB voor de beide westelijke woningen ook ten gevolge van de Oirschotseweg. Deze dienen voor de vaststelling van het plan verkregen zijn. Conclusie Met inachtneming van het voorgaande vormt het aspect geluid geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 2
SAB (2021). Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Oirschotseweg, Best. Projectnummer: 200339. 8 juni 2021. 18
4.4
Luchtkwaliteit Algemeen Eisen met betrekking tot luchtkwaliteit zijn verankerd in de Wet milieubeheer hoofd stuk 5, titel 5.2 en vormen een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de bui tenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stik stofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toet sen aan de grenswaarde voor PM2|5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet vol doen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkings programma Luchtkwaliteit (NSL). De derogatiebeschikking van de EU is in 2015 ver lopen.
De NSL is na 2015 twee maal verlengd en betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Doordat de derogatiebeschikking van de EU na 2015 niet is verlengd, dient Nederland overigens op dit moment te voldoen aan de Europese luchtkwaliteitsnormen. Plannen die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europe se grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 30Zo van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het plan tot maximaal 1,2 gg/m3 verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële rege ling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aan vaardbaar is het project op deze plaats te realiseren.
Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project ‘niet in betekenende mate’ bij draagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwsvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen
19
zich onder de grenswaarden bevinden waardoor geen onacceptabele gezondheidsri sico’s optreden. Uitvoeringsprogramma Lucht 2015-2020 In 2009 heeft de gemeente Best haar beleid omtrent luchtkwaliteit vastgelegd in het Luchtkwaliteitsplan 2009 In het Uitvoeringsprogramma 2015-2020 is de vervolgaan pak uitgewerkt. Het doel van het opstellen van een luchtkwaliteitsplan is het ontwikke len en uitvoeren van en communiceren over maatregelen. Dit heeft tot gevolg dat de luchtkwaliteit op leefniveau (een locatie waar burgers zich gedurende enige tijd kun nen bevinden) verbetert en blijft voldoen aan de grenswaarden, zoals gesteld in de Wet luchtkwaliteit. De maatregelen leiden tot een positief effect op de gezondheid van en bewustwording bij de Bestse burgers en zorgen ervoor dat de noodzakelijke ruim telijke ontwikkelingen ten aanzien van wonen en werken kunnen doorgaan. Naast de wettelijke regels voor luchtkwaliteit geldt er voor ruimtelijke planvorming ook een al gemeen juridisch kader voor het afwegen van ruimtelijke aspecten, aangeduid als “goede ruimtelijke ordening”. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening zal afgewogen moeten worden of het aanvaardbaar is om een project op een bepaalde locatie te realiseren. Daarbij spelen zowel de mate van blootstelling als de gevoelig heid van bepaalde groepen mensen een rol.
(Voor de toetsing van ruimtelijke- en in frastructurele plannen zie paragraaf 7.2 van het Uitvoeringsprogramma Lucht). Inven tarisatie van de locatie in dat kader houdt in dat wordt gekeken of er sprake is van een gevoelige bestemming, zoals gedefinieerd in de Handreiking luchtkwaliteit gevoelige bestemmingen Noord-Brabant. Als dit het geval is, is er sprake van een verdachte lo catie. Als omschrijving van de begrippen “drukke weg” en “korte afstand” hanteren we voor een “drukke weg” snelwegen, provinciale wegen en gemeentelijke wegen met ca. 10.000 motorvoertuigen of meer en voor een “korte afstand” hanteren we 300 meter van een snelweg en 50 meter van een provinciale weg of een drukke weg. Toetsing Dit plan voorziet in de realisatie van 3 nieuwe woningen. Het plan draagt daarom ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Raadple ging van de NSL-monitoringstool heeft aangetoond dat er geen sprake is van (drei gende) grenswaarde-overschrijdingen. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Vanuit zowel de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening vormt het plan op het ge bied van luchtkwaliteit daarom geen belemmering. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.5
Bedrijven en milieuzonering Algemeen Indien door middel van een ruimtelijke ontwikkeling nieuwe, gevoelige functies moge lijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu mogelijk kan worden gemaakt. Hierbij moet rekening worden gehouden met omliggende functies met een milieuzone. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikke-
20
lingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van een nieuwe gevoelige functie. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) als leidraad voor milieuzone ring gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere func ties dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningenhoreca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden wor den verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoe lige functies gelegen buiten betreffend perceel. Toetsing Het plangebied ligt aan de Oirschotseweg. Langs de Oirschotseweg bevindt zich lint bebouwing.
Deze lintbebouwing bestaat overwegend uit woningbouw, met enkele ver spreid liggende niet-woonfuncties. Aan de achterzijde van de lintbebouwing, achter de ontwikkellocatie, bevindt zich een planmatig opgezette woonwijk. De omgeving van het plangebied is in de basis aan te merken als een rustige woonomgeving. Woningen moeten worden aangeduid als milieuhindergevoelig. Aangezien er in de omgeving van de ontwikkellocatie op grond van het bestemmingsplan enkele hinderveroorzakende functies mogelijk zijn en feitelijk gezien zijn gevestigd, zijn deze geïn ventariseerd. In de bijgevoegde quick scan bedrijven en milieuzonering is getoetst aan de indicatieve richtafstanden uit de VNG-brochure. Daaruit volgt dat de afstand tussen het plangebied en de omliggende hinderveroorzakende functie in alle situaties voldoende groot is om aan de richtafstanden te kunnen voldoen. Ten aanzien van hinder van bestaande bedrijvigheid op de beoogde ontwikkeling wordt dan ook gecon cludeerd dat deze gronden met bijbehorende functies niet onevenredig worden ge schaad in hun ontwikkelingsmogelijkheden en ter plaatse van de ontwikkellocatie een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Aangezien ‘Wonen’ geen hinderveroorza kende functie betreft is een nadere toetsing naar de woningen niet noodzakelijk.
Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaar heid van dit bestemmingsplan.
3
SAB (2021). Quick scan bedrijven en milieuzonering. Oirschotseweg tussen 109 en 111 te Best. Projectnummer: 200339. 6 april 2021. 21
4.6
Geur Algemeen De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt in eerste instantie het wettelijk kader bij de beoordeling van een aanvraag om een milieuvergunning voor dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft hiervoor geurbelastingsen afstandsnormen in relatie met geurgevoelige objecten in de nabijheid van de (ge projecteerde) veehouderij. De Wgv heeft betrekking op twee aspecten. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenafweging voor een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Toetsing In de omgeving van het plangebied zijn enkele veehouderijen gelegen. Daarom is in een agrarisch geuronderzoek4 onderzocht of er door het plan geen inbreuk wordt ge pleegd op de milieurechten en planologische geurruimte van de omliggende veehou derijen. Tevens is onderzocht of ter plaatse van de planontwikkeling een acceptabel woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd als gevolg van de voorgrond- en achtergrondgeurbelasting.
Vergunde en planologische rechten Op basis van het agrarisch geuronderzoek is geconcludeerd dat de realisatie van de woningen aan de Oirschotseweg te Best géén inbreuk maakt op de vergunde en/of planologische geurrechten van de nabijgelegen veehouderijen. Woon- en leefklimaat De voorgrondbelasting ten gevolge van de veehouderij aan de Broomsedijk 7 ligt naar grote waarschijnlijkheid lager dan 3,0 ou^m . Hiermee is het woon- en leefklimaat als gevolg van de voorgrondbelasting te kwalificeren als ‘goed’. De achtergrondconcentratie is op basis van de achtergrondbelasting kaart van de provincie Noord-Brabant eveneens te kwalificeren als ‘goed’. Conclusie Het aspect geur zorgt niet voor een belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
4.7
Externe veiligheid Algemeen Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire bronnen (chemische fabriek, lpg-vulpunt) en de mobiele bronnen (route gevaarlijke stoffen). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico.
4
SAB (2021). Onderzoek agrarisch geur. Best, Oirschotseweg tussen 109-111. Projectnummer: 200339. 23 maart 2021. 22
Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (of wel 10-6). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang perma nent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dode lijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risi co van 10-6 als grenswaarde. Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhan kelijk van de omvang van de ramp. Toetsing Risico-inventarisatie Dit plan voorziet in de toevoeging van drie nieuwe kwetsbare objecten (woningen). Raadpleging van de risicokaart wijst uit dat in de omgeving van het plangebied één re levante risicobron aanwezig is, namelijk de rijksweg A58.
De risicobronnen ligt op meer dan 1.500 meter zodat het plangebied buiten de meest relevante zones van het groepsrisico (de 200 meter zone), een plasbrandaandachtsgebied en een veiligheids zone liggen. Over de transportroute worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Gelet op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de routes dient conform artikel 7 Bevt het groeps risico beperkt verantwoord te worden voor het scenario toxische wolk. Verantwoording groepsrisico (beperkt) toxisch Vanwege de ligging van de planlocatie in het invloedsgebied van een risicobron waar van een toxische wolk het maatgevende scenario is, dient een beperkte verantwoor ding van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij wordt de Veiligheidsregio om advies gevraagd. Scenario(S) Het relevante scenario voor het plangebied i.r.t. het transport van gevaarlijke stoffen is het overdrijven van een toxische wolk. Door bijvoorbeeld een incident tijdens de verlading of door een mechanische impact op de tank ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreidt. De kans op een dergelijk ongeval is bijzonder klein. De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof. Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan.
Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld.
23
De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied. De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. De aanwezige per sonen zullen over het algemeen zelfredzaam zijn. De aanwezigen zijn normaal gesp roken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van ge bouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaats vinden. Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang, dat het plangebied: - goed te alarmeren is; - goed te schuilen is; - goed te ontvluchten is. In geval van een calamiteit zal NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen.
Schuilen in de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de cala miteit met het scenario toxische wolk te overleven. Schuilen voor een toxische wolk is mogelijk binnen de bebouwing op de planlocatie. Om veilig schuilen binnen de be bouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen te vol doen. Als gevolg van energieprestatie-eisen zijn nieuwe woningen goed geïsoleerd en bieden daarom een goede bescherming. Eventuele aanwezige ventilatieopeningen moeten afgesloten kunnen worden. Het plangebied wordt ontsloten door de Oirschotseweg. Via deze weg is het plange bied goed bereikbaar voor hulpdiensten en kan van de bron af worden gevlucht, via de onder meer de Bestseweg dan wel Ringweg en verder. Advies Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost De Veiligheidsregio heeft een standaard advisering opgesteld voor algemene situa ties. Deze ontwikkeling voldoet aan de randvoorwaarden, zodat het standaard advies kan worden toegepast. Het standaard advies van de Veiligheidsregio luidt als volgt: - Communiceer actief met de omwonenden in het plangebied over de risico’s van de gevaarlijke stoffen. Geef daarbij aan wat omwonenden moeten doen bij een inci dent, namelijk vluchten van de risicobron af. Dit bevordert de zelfredzaamheid van omwonenden. Dit advies geldt ook voor bedrijfshulpverleningsorganisaties.
- Pas de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening van de VRBZO toe. Wanneer een beoogde oplossing aan de beleidsregels voldoet, kunt u ervan uit gaan dat een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate blus watervoorziening gerealiseerd wordt.
24
- Nieuw op te richten gebouwen moeten aan het Bouwbesluit 2012 voldoen. In dit besluit is geregeld dat gebouwen uitgevoerd moeten worden met een mechanische ventilatie die uitgezet kan worden. Aanvullend op deze regelgeving adviseren wij om de aanzuigopeningen van deze ventilatie bij voorkeur hoog en afgekeerd van de risicobron te realiseren. Reactie op het standaard advies van de Veiligheidsregio: - Op de gemeentelijke website is informatie te vinden betreffende het aspect veilig heid. Voor risicobronnen in de omgeving wordt verwezen naar de nationale risico kaart (www.risicokaart.nl), waarin is aangegeven hoe te handelen bij de verschil lende scenario’s. Ook wordt verwezen naar NL-alert. - De beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening zullen worden toegepast. De bereikbaarheid van de locatie is goed. De locatie is vanuit twee verschillende kanten/wegen goed bereikbaar. - De mogelijkheid tot het uitschakelen van mechanische ventilatie is geregeld in arti kel 3.31 van het Bouwbesluit 2012. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
4.8
Water Rijksbeleid - Het Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 vastgesteld. Het Natio naal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbe leid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromin gen te voorkomen. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: - Nederland blijft de veiligste delta in de wereld. - Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater. - Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. - Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement. - Nederlanders leven waterbewust. Het Rijk onderkent het belang van verbinden van ruimte en water. Bij het aanpakken van wateropgaven en de uitvoering van watermaatregelen vindt daarom afstemming plaats met andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied, zodat scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of, beter nog, elkaar versterken. Het kabinet streeft daarbij ook naar integrale combinaties, waarbij ruimtelijke inrichting een belangrijke rol speelt bij het oplossen van wateropga ven.
Omgekeerd is het van belang om bij ruimtelijke opgaven vroegtijdig rekening te houden met wateropgaven en de veerkracht van watersystemen. De gewenste betere verbinding tussen water en ruimte geldt voor alle opgaven op het gebied van waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit.
25
Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie De relevante beleidsontwikkelingen op het gebied van water worden bij het Rijk opge nomen in het Deltaprogramma. Hierin is voor verschillende thema’s beschreven wat het beleid is en hoe het Rijk dat in overleg met overige partners wil gaan bereiken. Het Deltaprogramma bestaat uit verschillende onderwerpen op het gebied van water. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie het meest re levant, omdat hierin de consequenties van de klimaatontwikkelingen voor Nederland zijn opgenomen, evenals de maatregelen die we moeten nemen om ‘klimaatadaptief te worden. Een deel van deze maatregelen zal ruimtelijke impact hebben. Met ‘klimaatadaptief’ wordt bedoeld: het klimaatrobuust en klimaatbestendig inrichten van Nederland, gegeven de klimaatontwikkelingen die op ons afkomen. Op basis van de internationale en nationale klimaatmodellen is de verwachting dat het weer in Ne derland extremer gaat worden. Dat betekent: meer hevige regenbuien (veel neerslag in korte tijd) en langere periodes met droogte en hitte. Dit heeft consequenties voor de leefbaarheid in steden en dorpen en voor bijna alle (economische) sectoren in Neder land.
Met het nemen van klimaatrobuuste maatregelen wordt ingespeeld op deze verande ringen waarmee we steden en dorpen leefbaar houden en (economische) schade door wateroverlast, droogte en hitte beperken. Provinciaal beleid - Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 Het PMWP bevat het strategische milieu- en waterbeleid van de provincie NoordBrabant voor de periode 2016-2021. Daarnaast is voor het waterdomein ook toet singskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water, met name voor waterschappen. De beleidsdoelen zijn ondergebracht in drie integrale thema’s: gezonde fysieke leef omgeving, veilige fysieke leefomgeving en groene groei. De verschillende wateronderwerpen zijn ondergebracht bij deze drie integrale the ma’s. Deze onderwerpen zijn: - Voldoende en schoon water voor mens, dier en plant - Aanvaardbare risico’s vanuit hoogwater - Duurzame zoetwatervoorziening Belangrijke thema’s hierbij zijn de verbetering van de waterkwaliteit, de verdrogingsbestrijding en een meer natuurlijke inrichting van de watersystemen (waaronder beekherstel en de aanleg van ecologische verbindingszones). Recent is er vanuit het pro vinciale beleid steeds meer aandacht voor een klimaatbestendige stedelijke en landelijke ontwikkeling. Het PMWP fungeert voor een aantal ruimtelijk relevante wa teronderwerpen tevens als structuurvisie.
Beleid Waterschap De Dommel - Waterbeheerplan De Dommel 2016 - 2021 en Keur In het Waterbeheerplan ‘Waardevol Water’ is aangegeven wat de doelen van het wa terschap zijn voor de periode 2016 - 2021 en hoe het waterschap dit wil bereiken. Het waterbeheerplan geeft vier uitgangspunten weer die de richting aangeven van de plannen en oplossingen van het waterschap voor de periode 2016 - 2021.
26
Deze vier uitgangspunten luiden als volgt: 1 De beekdalbenadering: Door het beekdal als groter geheel steeds voor ogen te houden, kan het waterschap integraler en effectiever werken. Wel is samen werking met andere overheden, andere waterpartners en inwoners daarbij es sentieel. Water verbindt de stad met het ommeland. Water verbindt mensen. 2 De gebruiker centraal: De omgeving wordt op heel veel verschillende manieren gebruikt. Ook veranderen de behoeften en belangen van gebruikers. De waarde van water verandert met de maatschappij mee. Daar heeft het waterschap oog voor en speelt daarop in. 3 Samen sterker: Door de handen ineen te slaan met andere overheden en wa terpartners, boeren en bedrijven, bereikt het waterschap meer dan op eigen houtje. Zij aan zij zoekt het waterschap naar de beste oplossingen en maakt daar werk van. Het waterschap wil inspireren en ruimte geven. Door flexibel te zijn in de samenwerking met ideeën van derden versterkt het waterschap de uitvoeringskracht. 4 Gezonde toekomst: Ook toekomstige generaties wil het waterschap voldoende, veilig en schoon water kunnen bieden. Overal in de maatschappij streeft het waterschap naar duurzaamheid. Het denken in kringlopen is daarbij de basis. Mensen bewust maken van de waarde van water om zo tot duurzaam gebruik te komen zal de komende jaren in het werk van het waterschap verweven zijn.
Het waterschap heeft haar regels vastgelegd in de Keur. Voor waterhuishoudkundige ingrepen in het plangebied is de ‘Keur Waterschap De Dommel 2015’ van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelin gen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Toetsing De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een even wichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimte lijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wa teroverlast en verdroging. Waterkering Raadpleging van de legger van het Waterschap De Dommel wijst uit dat onderhavig plangebied niet is gelegen in de beschermingszone van een waterkering. Waterwingebied f grondwaterbescherming Raadpleging van de provinciale viewer wijst uit dat onderhavig plangebied niet is ge legen in een grondwaterbeschermingsgebied of een waterwingebied.