CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

22046.10 - Bijlage 8.6 - Ruimtelijke onderbouwing Aarleseweg 34

Raadsvergadering 26 september 2022, gemeente BestBij agendapunt: 22046 - Bestemmingsplan Buitengebied19.892 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Figuur: Planviewer, Ruimtelijke plannen weergave op 24 oktober 2020

Op basis van het vigerende bestemmingsplan uit 2002 heeft het plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch bedrijf’ (artikel 1 lid 4; agrarisch bedrijf = “een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of houden van dieren”) en op grond van artikel 16 van de voorschriften (AB = agrarische bedrijfsdoeleinden) is van belang dat de gronden bestemd zijn voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. De locatie aan de Aarleseweg 34 is gelegen binnen een bestemmingsvlak met een oppervlak van ca. 8.154 m².

Figuur: Vigerende bestemmings-/bouwvlak Aarleseweg 34 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

35

Conclusie Op grond van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Best 2002 passen de onderstaande gevraagde activiteiten (nieuwe situatie) rechtstreeks binnen het plan van 2002. Begripsbepalingen en planvoorschriften: Agrarisch-Agrarisch bedrijf, Agrarische bedrijfsdoeleinden (AB): ‘een bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het houden van dieren’ Nieuwe situatie: - Enkelbestemming ‘Agrarisch-Agrarisch bedrijf’; - Dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 3’; - ‘specifieke vorm van agrarisch--ki-station’; - ‘specifieke vorm agrarisch—varkens’; - ‘specifieke vorm agrarisch – hondenfokkerij’; - ‘ondergeschikte vorm van detailhandel van ter plaatse geproduceerde producten’, maximaal 100 m2; - De locatie aan de Aarleseweg 34 is gelegen binnen een bestemmingsvlak met een oppervlak van ca. 8.154 m². Uit bovenstaande motivering blijkt dat het voorgenomen vormverandering ten dienste van de varkens- en hondenfokkerij, inclusief KI-station en ondergeschikte detailhandel aan de Aarleseweg 34, past binnen de geldende rijks-, provinciale en gemeentelijk beleidskaders (bestemmingsplan Buitengebied Best 2002).

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

36

4. Ruimtelijke aspecten 4.1

Stedenbouwkundige inpassing

De huidige inrichting aan Aarleseweg 34 bestaat uit een bedrijfs- en een mantelzorgwoning in de bestaande langgevelboerderij. Daarnaast worden de bestaande bedrijfsgebouwen gehandhaafd. Naast de langgevelboerderij wordt een nieuw bedrijfsgebouw ten dienste van het ki-station gerealiseerd met een omvang van ca. 95 m² gerealiseerd.

Figuur 11. Aanzicht nieuw te bouwen ki-station.

Het gebouw, ki-station, moet vanuit het straatbeeld zichtbaar en herkenbaar zijn. Vanuit het straatbeeld wordt de nadruk gelegd op de aanwezige langgevelboerderij en wordt het bijgebouw in het achtererfgebied geplaatst waardoor de landelijke uitstraling evenals het kleinschalige blijft benadrukt. Het geheel wordt in de omgeving landschappelijk ingepast.

4.2

Verkeer en Parkeren

Als gevolg van het beoogd plan zal ontsluiting van en naar het plangebied niet wijzigen. Er is een privé-oprit en een oprit naar het bedrijf. Het parkeren wordt voorzien op eigen terrein. Op basis van de Nota Parkeernormen Best, gebaseerd op de CROW-parkeernormen en richtlijnen, kan de parkeerbehoefte worden afgeleid. Aantal parkeervakken Wonen ; vrijstaande woning in het buitengebied 2,3 Werken ; commerciële dienstverlening, ki-station 3,3 100 m2 b.o. ; bezoekers extensieve bedrijvigheid - Varkenshouderij 2,1 - Hondenfokkerij 2,1 Totaal aantal parkeervakken RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

9,8 = 10

37

Binnen de locatie Aarleseweg 34 is voldoende ruimte aanwezig om minimaal 10 parkeervakken aan te leggen. Verder worden in de planregels geborgd dat binnen het plan in totaal minimaal 10 parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn.

4.3

Voorzieningen en verzorgingsstructuur

Binnen het plangebied zijn geen voorzieningen aanwezig. Het plangebied is qua voorzieningen en verzorgingsstructuur gericht op de kern Best. De kern Best beschikt over een uitgebreid voorzieningenniveau. De ontwikkeling van de bedrijfsbestemming heeft geen gevolgen voor deze voorzieningen- en verzorgingsstructuur.

4.4

Landschappelijke inpassing

Ruimtelijke ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied dienen te allen tijde invulling te geven aan de “Meerwaardecreatie en een kwaliteitsverbetering van het landschap” aan de hand van artikel 3.8 en 3.9 uit de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De gemeente Best heeft dit vertaald in de zogenaamde landschapsinvesteringsregeling (LIR). De verplichting om de kwaliteit te verbeteren komt bovenop de ‘basis’-verplichting om de zorgen voor de (handhaving) van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. Afhankelijk van de impact wordt bepaald hoe invulling wordt gegeven aan artikel 3.8 en 3.9 van de Interim omgevingsverordening NoordBrabant. Hierin zijn drie categorieën te onderscheiden. Hierin zijn drie categorieën te onderscheiden: • Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen die geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen. • Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing. • Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering wordt genormeerd in euro’s (op basis van forfaitaire bedragen) De voorgenomen ontwikkeling aan de Aarleseweg 34, vormverandering en de toename van de omvang activiteiten valt onder categorie 2 dan wel daarmee vergelijkbaar qua milieubelasting.

De kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing op of direct grenzend aan het bouwblok. De bestaande groene structuren worden versterkt zoals in het landschapsplan is uitgewerkt. Middels inlandse beplanting, passend in het buitengebied, krijgt het bedrijf meer een landschappelijk aanzicht en wordt het kleinschalige karakter te benadrukt. Middels een voorwaardelijke bepaling wordt de uitvoering en behoud van de landschappelijke inpassing gewaarborgd. Als bijlage 1 treft u het landschapsplan aan. RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

38

Figuur 12. Landschappelijke inpassing

Conclusie: Als gevolg het Wijzigingsplan geldt er een verplichte kwaliteitsverbetering vanuit de landschapsinvesteringsregeling. Het voorzien in landschappelijk inpassing om met name het

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

39

kleinschalige karakter van te benadrukken en aansluiting te hebben bij het beeld in de directe omgeving.

4.5

Archeologie

4.5.1 Wet op de archeologische monumentenzorg Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. In de Wamz zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Valletta voor Nederland nader uitgewerkt. Eén van de uitgangspunten van de Wamz is dat op gemeentelijk niveau op verantwoorde wijze wordt opgegaan met het archeologisch erfgoed. De Wamz heeft dan ook een decentraal karakter en heeft gemeenten tot bevoegd gezag gemaakt wat betreft de zorg voor het archeologische bodemarchief binnen hun grondgebied. 4.5.2 Regionaal archeologiebeleid In 2010 heeft gemeente Best aan de SRE Milieudienst opdracht gegeven om een Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg en een gemeentelijke Erfgoedkaart op te stellen, waarin zowel de archeologische waarden en verwachtingen als de cultuurhistorische waarden zijn opgenomen. Doel van de erfgoedkaart is om het erfgoed een betere bescherming te kunnen geven via het bestemmingsplan. Bij de inventarisatie zijn niet alleen de nog zichtbare overblijfselen uit het verleden opgenomen, maar wordt vooral ook een overzicht van voormalige elementen en structuren met hun landschapsgenetische context, ongeacht de mate waarin deze thans aan de oppervlakte nog zichtbaar zijn, meegenomen.

Om de relaties tussen de fysische ruimte en hetgeen in de loop van de eeuwen door de mens tot stand is gebracht te begrijpen, is verder een analyse gemaakt van zowel fysische (reliëf en bodem) als antropogene (grondgebruik, bewoning, percelering) landschapscomponenten en hun samenhang. Dit biedt de mogelijkheid om gericht archeologische waarden te beschermen, maar ook om de planvorming te adviseren over het bewaren en eventueel herstellen van cultuurhistorische waarden. Daarbij moet niet alleen gedacht worden aan stedenbouwkundige plannen, maar ook aan de planning rond landinrichting en natuurbeheer en natuurbouw. 4.5.3 Archeologiebeleid Best De archeologische beleidskaart is door vertaald in het (voorontwerp) bestemmingsplan ‘Buitengebied 2019’ van de gemeente Best. Bestemmingsplan De locatie is in het bestemmingsplan aangeduid met de dubbelbestemming waarde Archeologie 3.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

40

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Binnen het gebied met 'Waarde - Archeologie 3' mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht ten behoeve van de op deze gronden liggende bestemming(en), indien en voor zover het een bouwplan betreft: a. met een oppervlakte van maximaal 250 m2, of; b. met een oppervlakte groter dan 250 m2 en een verstoringsdiepte van minder dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld, of; c. dat betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, dan wel niet meer dan 2,5 m uit de bestaande fundering wordt gebouwd. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken voor het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden voorkomende bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat er geen of nauwelijks behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn dan wel dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.

Figuur 13. Dubbelbestemming _ Waarde-Archeologie 3

Archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeente Best Op de archeologische onderscheiden:

beleidskaart

(kaartbijlage)

zijn

de

volgende

categorieën

1. Wettelijke beschermde archeologische monumenten. 2. Gebieden van archeologische waarde. 3. Historische kernen met een hoge archeologische verwachting. RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

41

4. Gebieden met een hoge archeologische verwachting. 5. Gebieden met een middelhoge archeologische verwachting, waaronder ook de beekdalen met een specifieke archeologische verwachting. 6. Gebieden met een lage archeologische verwachting. 7. Gebieden zonder archeologische verwachting. De bescherming van de categorieën wordt geregeld met behulp van voorschriften in de erfgoedverordening en/of in het bestemmingsplan. Hieronder wordt kort ingegaan op de typering van de daartoe behorende gebied categorie 3 waarin het plangebied is gelegen. Categorie 3: Historische kernen met een hoge archeologische verwachting. De historische kernen met een hoge verwachting betreffen de van oorsprong laatmiddeleeuwse gehuchten en historische woonlinten. In deze woonkernen is in ieder geval vanaf de Late Middeleeuwen tot heden geconcentreerde bebouwing aanwezig geweest. De archeologische resten bevinden zich dan ook op geringe diepte onder het huidige maaiveld. De meeste bebouwingsresten zijn te verwachten langs de oude straten maar ook op achterterreinen kunnen archeologische resten aanwezig zijn. Daarnaast weten we uit historische bronnen dat de kernen van de gehuchten door de tijd heen zijn verschoven, waardoor een grotere zone rondom de historische kernen als gebied met een hoge archeologische verwachting is aangegeven.

Figuur 14. Archeologische verwachtings- en beleidskaart Best RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

42

Conclusie In de planregels wordt de dubbelbestemming waarde – Archeologie 3 opgenomen. Door het opnemen van deze dubbelbestemming wordt voorkomen, dat bij toekomstige ontwikkelingen er ontgravingen plaatsvinden, die de bescherming van de mogelijke archeologische vondsten teniet doen. Er wordt voor een tweetal bedrijfsgebouwen een Omgevingsvergunning voor het onderdeel Bouwen gevraagd. Bedrijfsgebouw 1:

ki-station (kantoor / distributie) Grootte 95 m2 = <250 m2, geen archeologisch onderzoek vereist Bedrijfsgebouw 2: Sloop van twee bedrijfsgebouwen (70+158 = 228 m2) Ter plaatse wordt een nieuw bedrijfsgebouw van 385 m2 herbouwd. Toename oppervlakte bebouwing van 157 m2 De totale toename oppervlakte bebouwing bedraagt 252 m2 waarvoor geen nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

4.6

Cultuurhistorie

Het plangebied is gelegen in een cultuurhistorische waardevol gebied conform de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart 2016. Het is gebied van lokaal belang in een stad of dorp met een bijzonder cultuurhistorisch karakter vanwege historische samenhang. Dat wil zeggen dat de structuur beschermd is, de gebouwen echter niet (tenzij in ander regime objectgericht beschermd).

Figuur 15. Cultuurhistorische waardenkaart 2016

Het plangebied is grotendeels gelegen in een archeologisch landschap. Het bestaande bestemmingsvlak wordt op zeer beperkte schaal qua vorm veranderd, hetgeen geen invloed heeft op het landschap. Voor de locatie Aarleseweg 34 hebben de gebouwen geen beschermde status, waardoor er geen belemmering optreedt voor (her-)bouwen van een tweetal bedrijfsgebouwen. Conclusie De locatie Aarleseweg 34 is grotendeels gelegen in een gebied met archeologisch waardevol landschap. Desondanks zal dit geen belemmeringen opleveren voor de (vervangende) nieuwbouw gezien de geringe wijziging van het bestemmingsvlak. Daarnaast is de bebouwing is niet aangeduid met enige cultuurhistorische waarde. De planontwikkeling staat het thema cultuurhistorische waarden niet in de weg. RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

43

5

Milieu hygiënische- en planologische aspecten

5.1

Waterparagraaf

5.1.1 Algemeen Per 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets te doorlopen. Hierin dient inzicht te worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente advies in te winnen bij de waterbeheerder. De gemeente en het waterschap kunnen praktische afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. 5.1.2 Beleidskader De 'watertoets' van Waterschap De Dommel is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Meestal neemt de gemeente het initiatief om namens een particulier of ondernemer, voor de watertoets contact te zoeken met de waterbeheerder. Vaak is dat het waterschap. Het waterschap denkt dan al in een vroeg stadium mee over het ruimtelijke plan en beoordeelt of het plan genoeg rekening houdt met water. Vervolgens geven wij een ‘wateradvies' waar de bedenker van het plan rekening mee moet houden. Soms moet het plan worden aangepast.

In de handreiking watertoets staan de onderdelen van de watertoets die in ruimtelijke plannen terug moeten komen. Zo is het principe van “hydrologisch neutraal ontwikkelen” een belangrijk uitgangspunt voor het Waterschap. Met de speciale Watertoetsviewer krijgt u eenvoudig en snel inzicht in de belangrijkste waterbelangen voor een bepaalde locatie. Belangrijke uitgangspunten hiervoor zijn: • Toename verhard oppervlak; • Bodemkenmerken; • Grondwaterstand; Lid 15.2.4. Indien de toename van verhard oppervlak tussen 2.000 m2 en 10.000 m2 moet een compenserende maatregelen worden getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale compensatie conform de rekenregel. Benodigde compensatie (m3) = toename verhard oppervlak (m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m). 5.1.3 Huidige waterhuishoudkundige situatie Ligging en gebruik Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied van de gemeente Best en maakt onderdeel uit van het agrarisch gebied. De omgeving is landelijk met diverse woningen en bedrijven in een lintbebouwing. RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

44

Bodem en grondwater De bodem in het plangebied bestaat uit Humuspodzolgronden. De grondwaterstanden zijn voor het plangebied globaal als volgt: • Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand 40-60 cm-mv • Gemiddelde Voorjaarsgrondwaterstand 60 - 80 cm-mv • Gemiddeld Laagste Grondwaterstand 120-140 cm-mv • Grondwatertrap VI 40-80 cm en meer dan 120 cm Op basis van bodemgesteldheid en grondwaterstanden kan worden geconcludeerd dat de locatie geschikt is voor de ontwikkeling. Ten opzichte van de bestaande situatie vindt een vormverandering van het bestemmingsvlak en realisatie van het ki laboratorium / distributieruimte / hondenhuisvesting plaats. De toename oppervlakte bebouwing en verharding sinds 2010 is minder dan 1.000 m2. Hierdoor is geen extra waterafvoer / infiltratie noodzakelijk. Beschermende gebieden Het dagelijks bestuur van Waterschap De Dommel heeft op 26 november 2019 de legger waterberging 2019 vastgesteld. In de legger staan de bergingsgebieden die door het waterschap concreet zijn ingericht voor waterberging en de natuurlijke overstromingsgebieden. Laatstgenoemde zijn gebieden die van oudsher al regelmatig overstromen. De gebiedsbegrenzing voor normen wateroverlast is bijgesteld in de Verordening water en de regionale waterberging is opnieuw begrensd in de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant. Daarom is een actualisatie van de legger waterberging nodig.

De nieuwe begrenzing in de Verordening ruimte is gebaseerd op een betere aanpassing van de beekdalgebieden en op het klimaatscenario 2014 en de nieuwe neerslagreeks. Het plangebied is niet gelegen in een gebied op de kaart van waterschap De Dommel ‘Beschermde gebieden’. Het bestemmingsvlak is geheel gelegen buiten de zonering van de Waterbeschermingsgebieden en Overstromingsgebieden. Het plangebied is niet gelegen in een aandachtsgebied voor ‘grondwaterbescherming’ zoals deze zijn vastgelegd in de PMV van de provincie Noord-Brabant. De planvorming heeft geen negatief effect op het grondwater.

Figuur 16.

Legger Waterschap De Dommel.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

45

Oppervlaktewater Rond de inrichting zijn diverse sloten gelegen welke bijdrage aan een goede afwatering van het gebied.

Figuur 17. Afwatering via sloten in de omgeving

Riolering De bestaande bebouwing aan de Aarleseweg 34 zijn voor wat betreft de huishoudelijk afval water aangesloten op de bestaande riolering (drukriolering) van de gemeente Best. Hemelwater van de bestaande bebouwing wordt niet afgevoerd naar de riolering, maar ter plaatse geïnfiltreerd. Het afvalwater van de dierverblijven en spuitplaats wordt opgeslagen in de mestkelders en afgevoerd volgens de regels uit de meststoffenwet. 5.1.4. Water in relatie tot de beoogde ontwikkeling Hydrologisch Neutraal ontwikkelen In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen is een watertoets verplicht. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen zodanig te worden vormgegeven dat er geen negatieve gevolgen ontstaan voor de plaatselijke waterhuishouding en de waterhuishouding in de omgeving. Zo mag een ruimtelijk plan niet tot een structurele verandering van de grondwaterspiegel leiden of tot een structurele toename van het afvloeiend hemelwater naar het omliggende watersysteem leiden. Ook mag de kwaliteit van gronden oppervlaktewater niet worden aangetast. Kort gezegd dient een ruimtelijke ontwikkeling zoveel mogelijk ‘hydrologisch neutraal’ te geschieden. Toename verhard oppervlak / bebouwing Voor de varkensstal (nr. 5) en overkapping (nr. 8) is in 2008 een bouwvergunning is verleend, echter in 2020 gerealiseerd. Daarnaast is de hondenfokkerij doorontwikkeld, incl. ca. 840 m2 uitloopruimte.

De toename verhard oppervlak bedraagt ca. 3.068 m2.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

46

KI-station 325 m2 parkeren 95 m2 bedrijfsgebouw

157 m2 uitbreiding bebouwing na herbouw opstal 2

Varkensstal 434 m2 verharding 1038 m2 varkensstal 5 179 m2 overkapping

840 m2 uitloop hondenfokkerij

Figuur 18. Toename verhard oppervlak

Waterkwaliteit Zoals in buitengebieden gebruikelijk, zal afvloeiend hemelwater niet worden afgevoerd via de riolering. Hemelwater van daken zal ter plaatse in het milieu worden gebracht en worden geborgen in de gerealiseerde waterbergingen. Voor het waarborgen van een goede gronden/of oppervlaktewaterkwaliteit is het van groot belang dat oppervlakken waarvan water afstroomt niet worden vervaardigd van uitlogende bouwmaterialen (zoals koper, lood en zink), zonder dat daarbij gebruik wordt gemaakt van een coating. Maatwerk, geen infiltratievoorzieningen In de beoogde situatie wordt GEEN infiltratie-voorziening van het regenwater gerealiseerd. Op basis van Europese Veterinaire eisen voor KI-stations is het voorzien van zaken die aantrekkelijk zijn voor het verblijf van ongedierte, niet toegestaan. Rondom het bedrijf licht een waterloop die vrijwel het gehele jaar leeg staat. Deze waterloop is uitermate geschikt voor de opvang en infiltratie van overtollig hemelwater. gemeente of een adviesbureau) moet in een vroeg stadium het waterschap betrekken in de watertoets. RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

47

Bouwpeil / ontwateringsdiepte De afstand tussen maaiveld en grondwaterspiegel is voldoende groot om zonder ophoging bebouwing te realiseren. De ontwateringdiepte vormt geen belemmering voor de gebruiksfase. Vuilwaterafvoer Het bedrijfshuishoudelijk vuilwater van het bedrijfsgebouw wordt afgevoerd naar het gemeentelijk rioleringsstelsel. Conclusie Deze ontwikkeling heeft een toename van verhard oppervlakte tot gevolg. In de beoogde situatie wordt GEEN infiltratie-voorziening van het regenwater gerealiseerd. Op basis van Europese Veterinaire eisen voor KI-stations is het voorzien van zaken die aantrekkelijk zijn voor het verblijf van ongedierte, niet toegestaan.

5.2

Milieubelasting

5.2.1 Dierentabel De milieubelasting is bepaald aan de hand van het vergunde en beoogde aantal dieren in onderstaande dierentabel.

Tabel: Referentievergunning 3-11-2004 (stal 5 van rechtswege vervallen)

Tabel: Nieuwe situatie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

48

5.2.2 Overzicht afstanden, milieubelasting Norm

Aantal beren Aantal honden Ammoniak emissie

Nvt Nvt Nvt

Ammoniakdepositie Geuremissie Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting Fijnstof emissie Fijnstof concentratie Afstand stal – woning Afstand Ep

Toename 0

Nvt 7 Ou 20 Ou Nvt 31,2 25 mtr 50 mtr

Bestaande / Vergunde situatie 128 0 660,0 kg NH3 280,5 kgNH3 Wnb 0,03 2244 Ou 2,0

Nieuwe situatie

+/-

222 70 261,3 kg NH3

21600 mg PM10 19,68 25 mtr Ventilator 72mtr

8856 mg PM10 19,67 25 mtr Luchtwasser 72mtr

+ + 0 + + + 0 0 0

0,03 2337 Ou 2,3

Nvt Nvt Nvt Voldoet Nvt Voldoet Voldoet Nvt Voldoet Voldoet Voldoet

Afstanden Bestaande situatie: Varkensstal 4 is gerealiseerd en voor varkensstal 5 is de bouwvergunning in 2007 verleend en rechtsgeldig (niet ingetrokken). De stal wordt in 2020 gerealiseerd.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

49

Afstand tot dichtstbij gelegen woning Aarleseweg 34: Vaste afstand Aarleseweg 34 – stal 5 = 25 meter Vaste afstand Aarleseweg 34 – Ep 4 = 72 meter Nieuwe situatie: Afstand tot dichtstbij gelegen woning Aarleseweg 34: Vaste afstand Aarleseweg 34 – stal 5 = 25 meter Vaste afstand Aarleseweg 34 – Ep 5 = 72 meter

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

50

5.3

Natuur

5.3.1 Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming vervangt vanaf 1 januari 2017 drie wetten: 1. Natuurbeschermingswet 1998; 2. Boswet; 3. Flora en Faunawet. Het doel van de Wet natuurbescherming is eveneens drieledig, te weten bescherming van de biodiversiteit in Nederland, decentralisatie van verantwoordelijkheden en vereenvoudiging van regels. Als gevolg van het voorgenomen plan kunnen er gevolgen optreden voor de aanwezige Natura2000 gebieden en de aanwezige flora en fauna. Hierna zal op deze twee aspecten verder worden ingegaan. Gebiedsbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming moet elk ruimtelijk plan worden onderzocht of dit gevolgen heeft de omliggende Natura2000 gebied en of dit tot significant negatieve gevolgen kan leiden. Het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied is het gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen (figuur 9). De locatie ligt op een afstand van circa 6,6 kilometer ten opzichte van dit gebied. Aangezien de grote afstand tot het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied zijn er negatieve effecten op het gebied te verwachten. Enkel de emissie van ammoniak uit de dierverblijven kan op de omliggende gebieden significante effecten hebben. Echter voorziet de ontwikkeling niet in een wijziging van bijhorende ammoniakemissie. De beschermingsstatus van de Natura-2000 gebieden staat deze bestemmingswijziging niet in de weg.

Figuur 19. Dichts bij zijnde Natura2000 gebied van de inrichting aan de Aarleseweg 34. RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

51

5.3.2 Gebiedsbescherming Wanneer er een wijziging van bestemming optreedt, moet er worden berekend of als gevolg van deze wijziging er een significante negatief effect optreedt op omringende Natura-2000 gebieden. Of er sprake is van een effect wordt berekend met behulp van AERIUS. Als gevolg van het voorgenomen plan is een verschilberekening (referentie – nieuwe situatie) uitgevoerd (referentie – nieuwe situatie). Omdat het bedrijf niet beschikt over een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming wordt teruggevallen op de vigerende Hinderwetvergunning ten tijde dat de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden zijn aangewezen. Voor het bedrijf zijn milieuvergunningen verleend in de volgende jaren met de navolgende kilogrammen ammoniak: Datum 1978 1995 1998 2001 2004

Kg NH3 535,2 986,6 914,0 660,0 660,0

De Kampina is het dichtbij gelegen Natura-2000 gebied waarvoor de volgende referentiedata van toepassing zijn; Vogelrichtlijngebied 10-06-1994 en Habitatrichtlijngebied 7-12-2004. De vergunning uit 1978 en tevens laagste emissie is voor de referentie bepalend.

a.

Het effect van wijzigen naar de bestemming ‘Agrarisch bedrijf’

Voor het berekenen van de nieuwe situatie is rekening gehouden met de stikstof uitstoot ammoniak (NH3) en stikstofoxide (NOx) van zowel: - de woning; - het houden van varkens; - het houden van honden; - verkeersbewegingen (lichtverkeer, middelzwaar vrachtverkeer en zwaar vrachtverkeer); - stookinstallaties. Door de toepassing van luchtwassers op de varkensstallen neemt de stikstofemissie af en als gevolg van de toename van verkeersbewegingen en het houden van honden neemt de stikstofemissie toe. Er zijn een tweetal verschilberekeningen gemaakt. 1. In het kader van het project is een aanvraag Wet natuurbescherming aangevraagd. De vergunning voor 1994 en tevens de vergunning met de laagste ammoniakbelasting uit 1978 is in het kader van de Nbw-procedure leidend.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

52

Uit de verschilberekening d.d. 7 december 2020 (kenmerk RtACGXwnGYof) blijkt dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie.

2. In het kader van planologie zijn de maximale planologische mogelijkheden ten opzichte van de feitelijk bestaande legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan in 2002 (milieuvergunning 2001 (stal 5 van rechtswege vervallen)) en tevens feitelijke situatie bepalend (referentiesituatie RO). Uit de verschilberekening d.d. 7 december 2020 (kenmerk S3nRrBkJJf3i) blijkt dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie.

Verschilberekening 1. Referentie project 1978 - Beoogd

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

53

Verschilberekening 2. Referentie RO (rechtsgeldig deel vergunning 2001) - Beoogd

b.

Sloop en realisatie nieuwe bedrijfsgebouwen

Voor de nieuwe situatie wordt de bestaande loods herbouwd en een nieuw bijgebouw ten behoeve van het ki-station gerealiseerd. Voor de realisatie van deze opstallen zullen er sloop- en opbouw werkzaamheden verricht moeten worden. Conclusie Als gevolg van de voorgenomen bestemmingswijziging en de hiermee verband houdende verbouw en herstelwerkzaamheden treedt er geen toename van effecten op ten aanzien van de Natura-2000 gebieden. Dat betekent dat het voornemen niet leidt tot een significant negatief effect.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

54

5.3.3 Soortenbescherming Zowel in de Flora- en faunawet als in de Wet natuurbescherming blijft het doel het beschermen van de in het wild voorkomende levende planten en dieren met het oog op de instandhouding van soorten. Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Welke soorten beschermd zijn, staat in de lijst van beschermde soorten, die verdeeld zijn in 2 categorieën, zijnde strikt beschermde soorten, waaronder de soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn en de soorten uit de Rode Lijst. Bij de afweging van de soortenbescherming moet rekening gehouden met de navolgende drie criteria: 1. Is er sprake van bepaalde, in de wet genoemde belangen? 2. Is er een ‘andere bevredigende oplossing’ mogelijk? 3. Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort? In het kader van de eventuele mogelijke effecten die op kunnen treden voor aanwezige wettelijk beschermde soorten is de effecten indicator van het ministerie geraadpleegd. Het overzicht van de effecten indicator is bijgevoegd als bijlage. Hieruit komt naar voren dat in de bestemde gronden, in combinatie met de beoogde activiteit(en), geen Wettelijk beschermde soorten voor waarbij schadelijke effecten worden verwacht. De beoogde gronden worden op dit moment gebruikt als landbouwgrond.

Ter plaatse (en in de directe omgeving) zijn geen habitattype aanwezig waarin eventuele beschermde flora en fauna aanwezig kan zijn.

5.4

Omgekeerde werking / geurhinder varkenshouderij

5.4.1 Inleiding De Wet geurhinder en veehouderij vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft onder andere normen voor de voorgrondbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). De voorgrondbelasting is de individuele belasting van een veehouderij op een geurgevoelig object. Voor de geurbelasting voor geurgevoelige objecten gelden wettelijke geurnormen. Voor een concentratiegebied geldt een maximale geurbelasting van 3 odour units per kubieke meter lucht binnen de bebouwde kom en 14 odour units per kubieke meter lucht buiten de bebouwde kom. De gemeente Best heeft in aanvulling op de Wet geurhinder en veehouderij de ‘Verordening geurhinder en veehouderij’ opgesteld. Deze stelt een norm van 1 ou/m³ voor de maximale geurbelasting op de woonkernen en 7 ou/m³ binnen de invloedsgebieden. Voor onderhavig plan is deze normen ook van toepassing.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

55

In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan medewerking verleend worden indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. Door de bestemmingswijziging worden andere veehouderijen niet benadeeld in hun ontwikkelingsmogelijkheden. 2. Ter plaatse van de geurgevoelige objecten dient sprake te zijn van een acceptabel woon- en verblijfklimaat. Hierbij dient gekeken te worden naar zowel de achtergronden voorgrondbelasting. 5.4.2 Beoordeling woon- en leefklimaat Enerzijds is overwogen dat de voor veehouderijen toepasselijke individuele geurnorm niet wordt overschreden. Indien de voor veehouderijen de toepasselijke individuele norm niet wordt overschreden, kan er niet zonder meer van worden uitgegaan dat ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Inzichtelijk moet worden gemaakt in hoeverre ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Ook indien in een verordening bepaalde geurnormen zijn vastgelegd, moet inzichtelijk zijn dat de toegestane milieubelasting in overeenstemming is met de uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbare inrichting van het gebied. Hiervoor dient de achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied is onderzocht of berekend te worden.

Nu in de omgeving van het plangebied ook andere veehouderijen zijn gevestigd, moet de cumulatie van geurhinder vanwege alle omliggende veehouderijen bij de beoordeling dienen te worden betrokken. De mate waarin sprake is van een goed woon- en leefklimaat kan worden getoetst met behulp van de door het RIVM onderzochte relatie tussen hinder en geurbelasting (zie onderstaande tabel).

Tabel : Relatie tussen hinder en geurbelasting VROM 2007b

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

56

Geurbelasting (Odour Units) Voorgrondbelasting Bij de Wet geurhinder en veehouderij horen twee verspreidingsmodellen: V-Stacks vergunning en V-Stacks gebied. V-stacks vergunning dient gebruikt te worden bij de individuele berekening van de geurhinder van een veehouderij. V-stacks gebied dient gebruikt te worden bij de berekening van de totale geurhinder van een gebied. Onderscheid is gemaakt tussen bedrijven waarvoor vaste afstanden gelden en bedrijven met dieren waarvoor geen vaste afstand gelden. Aan de hand van het aantal Odour Units (geur varkenshouderij) wordt middels het rekenmodel V-stacks-Vergunning de voorgrond belasting bepaald. Dit rekenprogramma is geschikt om de verspreidingsberekeningen uit te voeren met de vastgestelde normen uit de Wet geurhinder en veehouderij. Met het programma zijn de odeur units berekend. Ten behoeve van de berekeningen zijn de gegevens van de verschillende stallen ingevoerd. De geuremissiefactoren zijn afkomstig uit de Regeling geurhinder en veehouderij. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de verschillende huisvestingssystemen en de eventuele aanwezigheid van luchtwassers. Tevens zijn de X- en Y-coördinaten van de geurgevoelige objecten ingevoerd. In de aanvraag OBM zijn de invoergegevens opgenomen en zijn de locaties van de rekenpunten weergegeven. De uitdraai uit het rekenprogramma is als bijlage toegevoegd.

Van de rekenresultaten afkomstig uit het is een samenvatting van de resultaten en de toetsing opgenomen. In onderstaande tabel is de geurbelasting ten opzichte van het geurgevoelig object weer en de bijbehorende geurnorm.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

57

Geurverordening gemeente Best. De gemeente Best heeft een Geur Verordening (datum inwerkingtreden 16 juli 2008). Voor verblijfsobjecten die zich bevinden binnen plangebieden Aarle, Hokkelen, Dijkstraten is een maximale geurbelasting vastgesteld op 7 ouE/m3. Dit in afwijking van de bestaande bebouwde kom waarvoor een norm van 1 ouE/m3 is vastgesteld.

Norm 14 Ou

Norm 7 Ou Norm 1 Ou

Figuur 20. Kaart geurverordening gemeente Best

Geurgevoelige objecten. De geurbelasting is berekend op alle geurgevoelige objecten, woningen van niet agrariërs. Als op een adres de vergunning voor het bedrijfsmatig houden van dieren is ingetrokken na 19 maart 2000, wordt deze woning alleen beschermd op basis van vaste afstanden op basis van artikel 14 van de Wet geurhinder en veehouderij.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

58

Aarleseweg 23 Agrarisch bedrijf

Aarleseweg 25/27, GGO Burgerwoningen

Aarleseweg 42, GGO Bedrijfswoning

Aarleseweg 19/19a, GGO Burgerwoningen Aarleseweg 34, Plangebied Aarleseweg 15, geen GGO Burgerwoning Milieuvergunning ingetrokken 07-03-2007

Aarleseweg 38, geen GGO Burgerwoning Milieuvergunning ingetrokken 08-03-2010

Aarleseweg 11, GGO Burgerwoning

Aarleseweg 32, Agrarisch bedrijf Ingetrokken 17-03-2017 Aarleseweg 30, Agrarisch bedrijf Melding Activiteitenbesluit 13-01-2011 Aarleseweg 26/28, GGO Burgerwoningen Figuur 21. Geurgevoelige objecten

Berekening voorgrondbelasting Uit de berekeningen met V-stacks blijkt dat de geurbelasting van het varkensbedrijf enigszins toeneemt maar ruimschoots voldoet aan de normstelling op basis van de gemeentelijke geurverordening. De hoogste belasting is 2,3 Ou op de dichtstbij gelegen woning Aarleseweg 38 en maximaal 0,1 Ou op de woningen in het bestaande bebouwde kom waarvoor de norm 1,0 Ou van toepassing is. De nieuwbouwwijken Dijkstraten en Aarlese Erven zijn niet in beeld gebracht omdat deze ruimschoots voldoen aan de norm van 7,0 Ou. Belangen van

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

59

omliggende geurgevoelige objecten worden niet geschaad en is op basis van de voorgrondbelasting een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd. Vergund

Beoogd

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

60

Volg nr

GGLID

Norm

Vergund

Beoogd

4

Aarleseweg 19a

14,0

0,5

0,6

5

Aarleseweg 19

14,0

0,4

0,6

6

Aarleseweg 23a

14,0

0,6

0,8

7

Aarleseweg 46

7,0

0,3

0,4

8

Aarleseweg 42

7,0

1,0

1,3

9

Aarleseweg 40

7,0

1,1

1,4

10

Aarleseweg 28

7,0

0,3

0,4

11

Aarleseweg 26

7,0

0,3

0,3

12

Aarleseweg 11

14,0

0,3

0,4

13

Aarleseweg 32

Nvt

1,2

1,5

14

Aarleseweg 30

Nvt

0,3

0,4

15

Aarleseweg 38

Nvt

2,0

2,4

16

Spoorweglaan 15a

1,0

0,0

0,0

17

Gansvelden 16

1,0

0,0

0,1

18

Gansvelden 18

1,0

0,0

0,1

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

61

Figuur 21. Berekening voorgrondbelasting V-stacks

Achtergrondbelasting Het gezamenlijk effect van alle veehouderij bedrijven in de omgeving worden berekend middels het rekenmodel V-Stacks-Gebied. Er is sprake van een goed-/ aanvaardbaar woon- en leefklimaat als de achtergrondbelasting de waarde van 10 respectievelijk 20 Ou niet overschrijd.

Volg nr

GGLID

Norm

Beoogd

Bijdrage bedrijf

4

Aarleseweg 19a

20

3.960

0.528

5

Aarleseweg 19

20

3.931

0.522

6

Aarleseweg 23a

20

4.958

0.617

7

Aarleseweg 46

20

7.160

0.336

8

Aarleseweg 42

20

4.467

1.000

9

Aarleseweg 40

20

4.433

1.068

10

Aarleseweg 28

20

3.851

0.410

11

Aarleseweg 26

20

3.850

0.364

12

Aarleseweg 11

20

3.836

0.363

13

Spoorweglaan 15a

10

3.502

0.034

14

Gansvelden 16

10

2.400

0.045

15

Gansvelden 18

10

2.429

0.044

Figuur 22. Berekening achtergrondbelasting V-stacks-gebied

Vaste afstanden Afstand tot dichtstbijzijnde woning: x Aarleseweg 38, voormalige veehouderij (intrekking gehele veestand 8-3-2010) x Aarleseweg 32, agrarisch object x Aarleseweg 19, burger object x Aarleseweg 23, burger object x Woonwijk Heivelden

Afstandseis Stal 5

Stal 2 Stal 2 Stal 5 Stal 5

Geen wijzingen ten opzichte van de vigerende situatie*** Geen toename van dieren en belasting >30 meter** Voldoet Ca. 34 meter >30 meter** voldoet Ca. 136 meter >50 meter* voldoet Ca. 110 meter >100 meter* voldoet Ca. 130 meter

*Afstandseis Wgv Artikel 4 Dierverblijf 100 meter bebouwde kom en 50 meter buitengebied emissiepunt. *Afstandseis Wgv Artikel 5 Dierverblijf 50 meter bebouwde kom en 25 meter buitengebied dierverblijf. ** Afstandseis bedrijven en milieuzonering honden *** Artikel 3.3 Wet geurhinder en veehouderij

Afstand tot: x Voeropslag Opslag kuilvoer X Opslag vaste mest

Aarleseweg 32 Aarleseweg 32

>50 meter >50 meter >50 meter

Ca. 62 meter 60 meter

Figuur 23. Vaste afstanden RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

62

Houden van varkens. Voor het houden van landbouwhuisdieren (varkens) gelden minimale vaste afstanden voor de stallen en emissiepunten tot woningen van derden in het buitengebied 25/50 meter en tot woningen in de bebouwde kom 50-100 meter. De omvang en situering van de varkensstallen 7 (deels), 4-8-5 wijzigt niet ten opzichte van de situatie waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en milieu is verleend. Alleen als gevolg van de plaatsing van twee luchtwassers, achter op de stallen 4 en 5, wordt de afstand tot het emissiepunt gewijzigd. Op basis van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) wordt voldaan aan de minimaal vereiste afstand van de varkensstallen tot woningen van derden (25 mtr buitengebied / 50 mtr bebouwde kom). Tot de Aarleseweg 38 (buitengebied) bedraagt de afstand van varkensstal 5, 25 meter. De afstand van de varkensstallen tot de toekomstige dichtstbij gelegen woningen van het plan Aarlesche Erven bedraagt 100 meter. Belangen van omliggende gevoelige objecten worden niet geschaad als gevolg van de vormverandering ten behoeve van de functie KI-station, daar de situering van de varkensstallen 7 (deels), 4-8-5 niet wijzigt.

5.5

Omgekeerde werking / overige activiteiten

Nader onderzocht is of de overige activiteiten bijdragen aan een verantwoord woon- en leefklimaat. Ki-station a. Invloedssfeer van het Ki-station op de omgeving. Als gevolg van de vormverandering wordt planologische ruimte gefaciliteerd voor de realisatie van een bedrijfsgebouw ten behoeve van de KI-activiteiten met de functie kantoor, laboratorium en distributie. Op basis van de richtlijnen ‘bedrijven en milieuzonering’ geldt voor KI-stations een advies afstand van 30 meter voor geur en geluid. De afstand tot de dichtstbij gelegen woning Aarleseweg 34 bedraagt 42 meter. Belangen van omliggende gevoelige objecten worden niet geschaad als gevolg van de vormverandering ten behoeve van de functie KI-station (kantoor, laboratorium en distributie). b. Effect Ki-station als extra geurgevoelig object De belangen van nabijgelegen bedrijven zijn eveneens beoordeeld in relatie tot het feit dat het Kistation moet worden aangemerkt als een extra geurgevoelig object. Uit jurisprudentie is gebleken dat in een bedrijfsgebouw waarin een kantoor is voorzien waar minimaal twee personen gedurende de gehele dag werkzaam zullen zijn, dient te worden aangemerkt als geurgevoelig object behorend bij een veehouderij. Het voorziene kantoor moet worden beschouwd als object dat bij de beoordeling van het woon- en leefklimaat moet worden beschermd tegen onevenredige geurhinder.

Bij de beoordeling voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan is bij de beoordeling van een goed woon- en leefklimaat wordt gemeten vanaf de rand van het bouwvlak. Noodzakelijk wordt RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

63

geacht dat het kantoor van het KI-station omliggende agrarische rundveebedrijven Aarleseweg 23, 30 en 32 niet extra hindert ten opzichte van de bestaande situering van overige geurgevoelige gebruiksfuncties.

50 mtr

Bedrijfswoning Bestaand Ki-station nieuw

De bedrijfsgebouwen die gerealiseerd zijn / worden binnen het naastgelegen bouwperceel Aarleseweg 32 worden reeds in de bestaande situatie beperkt door de dichterbij gelegen bedrijfswoning Aarleseweg 38, afstand ca. 9 meter. Het KI-station Aarleseweg 34 wordt gerealiseerd op grotere afstand (ten minste 50 meter) van de bedrijfsgebouwen Aarleseweg 32. Als gevolg van de veel dichterbij gelegen bestaande bedrijfswoning Aarleseweg 34 worden de agrarische activiteiten op de locatie nr. 32 niet extra gehinderd door de geplande bouw van een kantoor / laboratorium / distributie ruimte ten behoeve van het KI-station.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

64

Hondenfokkerij In de bestaande (voormalig agrarische) bebouwing is de afgelopen 10 jaar een hondenfokkerij als nevenactiviteit ontstaan. Op basis van de richtlijnen ‘bedrijven en milieuzonering’ geldt voor het fokken en houden van huisdieren (honden) een advies afstand van 30 meter voor geur en 50 meter voor geluid (milieucategorie 3.1). De afstand tot de dichtstbij gelegen woning Aarleseweg 32 bedraagt ca. 35 meter. Belangen van omliggende gevoelige objecten worden niet geschaad als gevolg van de ontwikkeling van de hondenfokkerij daar voldaan wordt aan de minimale afstandseis van 30 meter en uit het akoestisch rapport blijkt dat op basis van getroffen akoestische maatregelen (zie paragraaf geluid) wordt voldaan aan de maximale geluidswaarden. Middels akoestische maatregelen wordt de impact verkleind tot milieucategorie 2, zijnde 30 meter zodat de activiteit ingepast kan worden in de omgeving. Om te kunnen voldoen aan de geluidnorm van 40, 35 en 30 dB(A) voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode zijn aanvullend akoestische maatregelen noodzakelijk. Inhoudelijk wordt verwezen naar het akoestisch rapport R2019/32038 laatst gewijzigd juni 2021. Door de akoestische maatregelen wordt de invloed van geluid terug gebracht tot maximaal 30 meter (gelijkwaardig aan een milieucategorie 2 activiteit).

De honden worden gehuisvest in voormalige varkensstallen 2 en 3 (oorspronkelijk milieucategorie 4) en de nieuwe uitlopen. Maatregelen: 3. De dagperiode is bepalend daar de honden. In de avond- en nachtperiode worden de honden uitsluitend binnen in de hondenverblijven 2 en 3 gehuisvest; 4. De daken van de hondenverblijven 2 en 3 worden voorzien van sandwich dakplaten 60 mm; 5. De plafonds worden voorzien van beplating met een reductie van -7 dB(A), zie akoestisch rapport; 6. Het maximaal toegestane aantal honden in de buitenuitloop blijft beperkt tot 3 perioden à 2 uur gelijktijdig 24 honden buiten worden gelaten(totaal 6 uur in de dagperiode); 7. Er wordt rondom de uitloop een geluidscherm geplaatst op 2 meter afstand uit de perceelsgrens zoals in het akoestisch rapport is weergegeven (geknikt scherm, nokhoogte 3,5 meter) met aan de binnenzijde van de dak- en wandconstructie een geluid absorberend plaatmateriaal van bijvoorbeeld 25 mm houtwolcementplaten.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

65

De dagperiode is bepalend daar de honden in de avond- en nachtperiode binnen worden gehuisvest.

Figuur 24: Geluidniveau 30 mtr contour hondenuitloop/verblijf = max. 40 dB(A) dagperiode met MAATREGELEN. RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

66

30 mtr afstand bouwblok _ KI-station (1)

25/ 50 mtr afstand Gevel / Ep (stal 5)

30 / 50 mtr afstand hondenfokkerij 2 /3 Figuur 25a. Buitengebied, vaste afstand 50 meter

100 meter afstand bouwblok – bebouwde kom

Plan aanpassing - Ontwerp Plangebied bebouwde kom ‘Aarlesche Erven’

Figuur 25b. Bebouwde kom, vaste afstand 100 meter

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

67

5.6

Geluid

5.6.1 Wegverkeerslawaai Bij de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke functies is het noodzakelijk inzicht te verkrijgen in de mogelijke geluidshinder in het kader van de Wet geluidhinder. Langs alle wegen, wegen met een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur en woonerven daargelaten, zijn geluidzones aanwezig waarbinnen de geluidhinder getoetst dient te worden. De maximumsnelheid ter plaatse op de Aarleseweg 34 is 60 km/uur buiten de bebouwde kom. Het wegdek bestaat uit asfalt. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat voertuigbewegingen van en naar de inrichting over de openbare weg, indirecte hinder veroorzaken ter plaatse van geluidsgevoelige objecten. Echter geen geluidsniveaus hoger dan de in de VROM-circulaire van 29 februari 1996 gestelde voorkeursgrenswaarde. 5.6.2 Industrielawaai Als gevolg van het voornemen kunnen de akoestische gevolgen naar de omgeving enigszins wijzigen. Om de geluidsbijdrage van de wijziging van de nevenactiviteit in beeld te brengen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door K&M akoestisch adviseurs (R2018/31032) d.d. 20 november 2019 / gewijzigd 17 december 2019. Uit dit rapport kan geconcludeerd worden dat aan de gestelde normen wordt voldaan. Akoestische Situatiebeschrijving Fokkerij Centrum Nederland BV is een inrichting bestemd voor het houden en fokken van varkens en honden alsmede voor de opslag van hiertoe benodigde diervoeders en mest.

Varkensfokkerij. In de inrichting worden 218 fokberen gehouden in een tweetal stallen (KI-station) 4. Voor de varkensfokkerij is in 2000 een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de aanvraag van een revisievergunning ingevolge de toenmalige Wet milieubeheer bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Best (rapportnr. R2000/13099, K&M Akoestisch Adviseurs d.d. 7-12-2020). Hondenfokkerij. In de inrichting worden 70 fokteven, incl. puppy's gehouden in een kennelgebouw 6. Het betreft kleine rashonden zoals keeshonden (akita, shiba, pomeriaan) en boomers etc. Over het algemeen kleinere hondenrassen met een schofthoogte van 20 tot 50 cm en met een gewicht van 3 tot 10 kg. Aan de zuidoostzijde van het kennelgebouw bevindt zich een uitloopweide (ca. 1.000 m2), waaromheen een geluidscherm wordt geplaatst (hoogte 3,5 meter). De honden bereiken de uitloopweide vanuit het kennelgebouw via een hondenluik (20×40 cm2) in de zuidoost gevel.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

68

De veranderingen. De veranderingen in de inrichting ten opzichte van de actuele situatie betreffen: − de legalisatie van het aantal fokteven (55, excl puppy’s), − de realisatie van een kennelruimte voor 15 honden in de voormalige stal 2, − de realisatie van een KI-distributieruimte voor de varkensstallen 4 en 5, − de realisatie van luchtwassers achter de varkensstallen 4 en 5. Representatieve bedrijfssituatie. -Varkenshouderij / Distributie KI stationDe varkenshouderij is 7 dagen per week in bedrijf. Voor de aanwezige machines, installaties en uitgevoerde werkzaamheden geldt daarbij in de representatieve bedrijfssituatie (RBS) het volgende: - De varkensstallen 4 en 5 worden continue op mechanische wijze geventileerd. De lucht in varkensstallen wordt naar buiten afgevoerd via een luchtwasinstallatie, die aan de achterzijde van de stallen wordt geplaatst - Het legen van de spuiwatersilo van de luchtwasinstallaties vindt in de dagperiode plaats met tankwagens. Het overpompen van het spuiwater met behulp van de pompinstallatie op de tankwagen duurt effectief 30 minuten. - Het schoonspuiten van voertuigen op de wasplaats met behulp van een hogedrukreiniger met spuitlans vindt dagelijks gedurende effectief 60 minuten in de dagperiode plaats. - De inrichting beschikt over een tractor en een loader voor incidentele werkzaamheden (1x daags).

- Het verkeer met personenauto's en bestelbussen (dagelijks 11× respectievelijk 6× in de dagperiode) t.b.v. de distributie KI station op weekdagen en zaterdagen . - De afvoer van bedrijfsafval en spuiwater en de aanvoer van stro, diervoeders met vrachtwagens (1× in de dagperiode). -HondenfokkerijDe hondenfokkerij is 7 dagen per week in bedrijf. Voor bezoekers is de hondenfokkerij geopend op weekdagen en zaterdagen geopend van 08.00 uur 's-morgens tot 21.00 uur 'savonds. Voor de aanwezige machines, installaties en uitgevoerde werkzaamheden geldt daarbij in de representatieve bedrijfssituatie (RBS) het volgende: - Het voeren van honden en schoonmaken van hokken vindt plaatst tijdens openingstijden en duurt per activiteit effectief 1 uur. - Het halen/bezichtigen van puppy's vindt hooguit 6× per dag tijdens openingstijden plaats. - De ventilator voor de kennelventilatie (ca. 1.000 m3/uur) is continu (24 uur per etmaal) in werking. - Maximaal 6 uur in de dagperiode kunnen 3 groepen à 24 honden à 2 uur continu op eigen gelegenheid via het hondenluik van het kennelgebouw naar de uitloopweide. In de periode van 19.00 uur 's-avonds tot 07.00 uur 's-morgens mogen geen honden in de

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

69

-

uitloopweide aanwezig zijn (het hondenluik van het kennelgebouw in deze periode gesloten houden). De afvoer van bedrijfsafval (waaronder hondenmest in tonnen) met vrachtwagens (1× per week in de dagperiode). De aanvoer van goederen (waaronder hondenvoer) met bestelbusjes (1× per maand in de dagperiode). Het verkeer van bezoekers en personeel met personenauto's (dagelijks 4× in de dagperiode en 2× in de avondperiode).

Incidentele afwijkingen. Binnen de inrichting ook een aantal activiteiten met een beperkte frequentie. Het betreft hier: 1. activiteiten met een beperkte frequentie maar vaker dan 12×/jaar (regelmatige afwijking RBS), waarbij een hogere geluidsemissie optreedt dan onder de representatieve bedrijfsomstandigheden: − De aanvoer van droogvoer/diervoeders vindt 2× per maand in de dagperiode plaats met bulkwagens. Het vullen van de diervoedersilo's met behulp van de compressor op de bulkwagen duurt effectief 15 minuten. − Het verladen van varkens vindt 1× per week in de dagperiode plaats met veewagens. Het laden van de veewagens met varkens duurt effectief 90 minuten. 2. activiteiten met een frequentie dan 12×/jaar of minder (incidentele bedrijfssituatie) welke niet worden gerekend tot de representatieve bedrijfssituatie: − De afvoer van mest/gier uit de mestkelders vindt 1× per maand in de dagperiode plaats met een mengmesttonwagen. Het pompen van mest/gier met behulp van de compressor op de mengmesttonwagen duurt effectief 4 uren.

Conclusie / Maatregelen Op basis van de berekening en de rapportage kan samenvattend gesteld worden dat als gevolg van de voorgenomen activiteiten aan de Aarleseweg 34 te Best er geen onoverkomelijke knelpunten worden veroorzaakt en als gevolg van het aspect geluid een goed woon- en leefklimaat voor de omgeving is gewaarborgd, indien de vermelde maatregelen worden doorgevoerd: 1. In de periode van 19.00 uur ’s-Avonds tot 07.00 uur ’s-Morgens mogen geen honden in de uitloopweide aanwezig zijn (het hondenluik van de hondenkennel wordt in deze periode gesloten gehouden); 2. De daken van de hondenverblijven 2 en 3 worden voorzien van sandwich dakplaten 60 mm; 3. De plafonds worden voorzien van beplating met een reductie van -7 dB(A), zie akoestisch rapport;

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

70

4. Het maximaal toegestane aantal honden in de buitenuitloop blijft beperkt tot 3 perioden à 2 uur gelijktijdig 24 honden buiten worden gelaten(totaal 6 uur in de dagperiode); 5. Wordt rondom de uitloop een geluidscherm geplaatst op 2 meter afstand uit de perceelsgrens zoals in het akoestisch rapport is weergegeven (geknikt scherm, nokhoogte 3,5 meter) met aan de binnenzijde van de dak- en wandconstructie een geluid absorberend plaatmateriaal van bijvoorbeeld 25 mm houtwolcementplaten. Deze maatregelen worden middels maatwerkvoorschriften geborgen.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

71

Figuur 26. Geluidscherm-hondenuitloop

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

72

5.7

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door middel van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstand wordt voor onderhavig plan gebruik gemaakt van de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering'. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 5.5.1 Eigen bedrijfsactiviteiten Op de locatie Aarleseweg 34 vinden verschillende bedrijfsmatige activiteiten plaats. Naast het houden van varkens, is er een hondenfokkerij en ki-station gevestigd. Varkenshouderij.

Voor de varkenshouderij is een apart toetsingskader van toepassing op basis van de wet geurhinder en veehouderij. Op basis van het aantal geureenheden (odour units) wordt de geurbelasting berekend. Daarnaast zijn de vaste afstanden van toepassing. De varkenshouderij wordt qua bebouwing en dieren (dekberen) gerealiseerd conform eerder verleende omgevingsvergunningen. Uit paragraaf 5.3.1.1 blijkt dat de geurbelasting verder afneemt als gevolg van het plaatsen van luchtwassers. De afstand van de bedrijfsgebouwen tot omliggende geurgevoelige objecten wijzigt niet en de afstand van de ventilatoren tot derden wordt niet verkleind.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2

73

Activiteiten ki-station / hondenfokkerij. In de beoogde situatie wordt de nevenactiviteit hondenfokkerij toegevoegd en het ki-station verder uitgebreid. In de VGB brochure zijn de volgende afstanden van toepassing: • Hondenfokkerij, Fokken van huisdieren (SBI 0149) Geur 30 meter, stof 0 meter, geluid 50 meter, gevaar 10 meter en 50 meter voor grootste afstand(richtafstand). • Ki-station (SBI 0162) Geur 30 meter, stof 10 meter, geluid 30 meter, gevaar 0 meter en 30 meter voor grootste afstand(richtafstand). De richtafstand is echter gebaseerd op een ‘rustige woonwijk’ of ‘rustig buitengebied’. Wanneer de bestemming in een ‘gemengd gebied’ ligt wordt de richtafstand verlaagd naar 10 meter. Zowel de ruimten waarin de honden verblijven (binnen en buiten) als het ki-station is gelegen op een afstand van minimaal 30 meter afstand van woningen van derden. Uit de beoordeling van de richtafstanden blijkt dat wordt voldaan aan de hiervoor vermelde richtafstanden. Enkel voor geluid wordt er niet aan de gestelde afstand voldaan. Er onderbouwing is een akoestisch rapport opgesteld. Hieruit komt naar voren dat aan de grenswaarde uit de wet geluidshinder wordt voldaan. Zie paragraaf 5.4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11755764/1