CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

22046.10 - Bijlage 8.4 - Plan Mer Deel B Onderbouwing

Raadsavond 5 september 2022, gemeente BestBij agendapunt: 22046 - Bestemmingsplan Buitengebied34.268 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021 – Deel B

95

P186126.006

In het gebied zijn ook enkele wederopbouwboerderijen te vinden. Door schaalvergroting zijn grotere kavels gerealiseerd. De oorspronkelijke onregelmatige verkaveling is hierbij herkenbaar gebleven. Zowel de hoofdstructuur van de wegen als die van de waterlopen is gebaseerd op de oorspronkelijke, veelal kronkelige structuur. In de Wederopbouwperiode is een samenhangend afwateringssysteem aangelegd met de Grote Waterloop als centrale as. Het slotenpatroon is grootschaliger geworden en meer gerationaliseerd. De betreffende percelen zijn ook voorzien van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – cultuurhistorisch waardevol vlak’, waarmee de specifieke cultuurhistorische waarden van het gebied beschermd worden. Beplanting, verkaveling, percelering en bebouwing dienen hier behouden te blijven. Cultuurhistorisch dijklichaam ‘het Walkamps Dijkje Op de grens van de gemeenten Best en Son en Breugel is een historisch dijklichaam gesitueerd, behorend tot het lokaal cultuurhistorisch erfgoed van de gemeente. Ter voorkoming van eventuele afgraving is deze dijk in dit bestemmingsplan voorzien van een beschermingsregeling, in afstemming op de regeling zoals opgenomen in het aangrenzende bestemmingsplan van de gemeente Son en Breugel. Hiertoe is het gedeelte van dijk binnen het plangebied op de verbeelding voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’.

Cultuurhistorische monumenten De rijks- en gemeentelijke monumenten zijn in de rijks- en gemeentelijke monumentenlijst vastgelegd. Daarnaast zijn er nog diverse overige cultuurhistorisch waardevolle panden. De gemeente heeft een quickscan cultuurhistorische waarden laten uitvoeren op basis waarvan ca. 75 panden in het buitengebied zijn geselecteerd. Deze quickscan is als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen. De monumenten en gemeentelijke cultuurhistorisch waardevolle panden zijn op de verbeelding opgenomen met de functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ en worden planologisch beschermd. Sloop van deze panden is niet toegestaan.

Archeologische waarden In 2011 is de gemeentelijke archeologiekaart met bijbehorend rapport en bijlagen vastgesteld door de gemeenteraad. Deze kaart vormt samen met het archeologisch beleidsplan de grondslag voor het gemeentelijk archeologiebeleid. De archeologiekaart uit 2011 is in 2014 geactualiseerd, waarbij nieuwe archeologische vindplaatsen, uitgevoerde archeologische onderzoeken en bodemverstorende werkzaamheden (nieuwbouw, ontgrondingen e.d.) zijn geraadpleegd, geanalyseerd en verwerkt. Deze geactualiseerde archeologiekaart is vervolgens opgenomen in het paraplubestemmingsplan Parkeernormen en Archeologie, dat op 9 maart 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het hierin opgenomen beleid voor de gebieden met archeologische verwachtingswaarden is overeenkomstig in dit nieuwe plan opgenomen. De verschillende gebieden zijn door middel van dubbelbestemmingen overgenomen in het bestemmingsplan, waarbij regels gelden om het bodemarchief te beschermen. Omdat de Rijksbeschermde archeologische monumenten (categorie 1) zijn beschermd via de Monumentenwet, is voor deze monumenten geen aanvullende beschermende regeling opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Deze zijn ook niet aanwezig binnen het plangebied.

96

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021 – Deel B

P186126.006

Voor gebieden zonder archeologische verwachting (categorie 7) gelden geen beperkingen ten aanzien van archeologie, zodat het opnemen van een dubbelbestemming voor deze categorie niet zinvol is. Voor gebieden met een lage archeologische verwachting geldt voor het bouwen, aanleggen en slopen ook geen onderzoeksplicht (categorie 6), en daarom is deze ook niet opgenomen. De dubbelbestemmingen voor de overige categorieën (categorie 2 tot en met 5) bevatten een beschermende regeling. Ter bescherming van de archeologische waarden kunnen burgemeesters en wethouders, als daar op basis van een archeologisch onderzoek aanleiding toe bestaat, voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen. Daarnaast is een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en/of werkzaamheden opgenomen. Per dubbelbestemming gelden ondergrenzen voor wat betreft de oppervlakte en diepte van de verstoring. Voor verstoringen met een beperkt oppervlak of een beperkte verstoringsdiepte is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. De ondergrenzen variëren, overeenkomstig het erfgoedplan, per dubbelbestemming.

4.8.3 Effecten en effectbeoordeling De gebiedsbestemmingen en aanduidingen zijn afgestemd op de aanwezige waarden en kwaliteiten in het plangebied. De regels zijn gericht op behoud en ontwikkeling van deze specifieke waarden. Het bestemmingsplan buitengebied bevat een aanlegvergunningstelsel om te voorkomen dat bepaalde specifieke waarden in het plangebied door bepaalde activiteiten op onevenredige wijze worden geschaad. Dit speelt met name in die gebieden waar sprake is van verweving van functies, zoals in het ‘Agrarisch met waarden –Landschap’ en ‘Agrarisch’. Voor de omgevingsvergunning wordt getoetst aan de in het bestemmingsplan opgenomen criteria. Hierbij kan een ter zake deskundige worden gehoord. Uitgangspunt van het opgenomen stelsel vormt het eerdere vergunningstelsel dat is opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2006’. Dit is zonodig aangepast aan de eisen, die worden gesteld door de IOV. In beide scenario’s is de invloed van de ontwikkelingsruimte voor met name agrarische bedrijven op landschap zeer beperkt ten opzichte van de referentiesituatie, omdat ruimtelijke ontwikkelingen, met name wijzigingen van veehouderijbedrijven, alleen mogelijk zijn wanneer voldaan wordt aan een breed scala aan landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen.

Door tijdelijke voorzieningen rechtstreeks toe te staan is het niet mogelijk een afweging te maken of er sprake is van een onaanvaardbare aantastingen van cultuurhistorische- en aardkundige waarden. De aanwezige waarden zijn daarmee niet beschermd tegen de gevolgen van het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. De invloed van uitbreidingen van het bouwblok van veehouderijen op archeologische waarden zal beperkt zijn omdat archeologische verwachtingswaarden zijn voorzien van een dubbelbestemming, die het verrichten van onderzoek naar archeologische waarden verplicht stelt.

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021 – Deel B

97

P186126.006

Effectbeoordeling De scenario’s zijn op het criterium historische cultuurhistorische patronen, elementen of objecten en elementen en aardkundige waarden beoordeeld als licht negatief in het trendmatig scenario (0/-) en negatief in het worstcase scenario (-) ten opzichte van de referentiesituatie. De scenario’s zijn op het criterium archeologische waarden beoordeeld als neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie vanwege de bescherming die in het bestemmingsplan is opgenomen. Tabel 22: Totale effectscores cultuurhistorie en archeologie

Criterium

Trendmatig scenario

Beïnvloeding cultuurhistorische waarden Beïnvloeding van archeologische waarden

Worstcase scenario

0/0

0

Score:++ = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; -= negatief; - - = zeer negatief

Mitigerende en compenserende maatregelen Om significante aantasting van de cultuurhistorische (landschaps)waarden te voorkomen kunnen ook de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen alleen mogelijk gemaakt worden via een afwijkingsbevoegdheid, waarin als voorwaarde wordt gesteld dat cultuurhistorische en aardkundige waarden niet onaanvaardbaar aangetast mogen worden. Eventueel kunnen tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen gemaximaliseerd worden in omvang en gedifferentieerd naar gebiedswaarden.

4.8.4 Leemten in kennis en informatie Er zijn geen leemten in kennis en informatie geconstateerd die van invloed zijn op de oordeels- en besluitvorming.

4.9

Geluid

4.9.1 Methodiek De geluidbelasting in het buitengebied wordt voornamelijk bepaald door de agrarische bedrijven, bestemmings- en doorgaand verkeer. De geluidbelasting van de agrarische bedrijven (vooral ventilatoren bij intensieve veehouderijen, laden en lossen) wordt gereguleerd via de vergunningverlening. Hierdoor wordt voorkomen dat op gevoelige objecten en terreinen (zoals woningen in het buitengebied) geluidhinder boven de gestelde (voorkeurs-) grenswaarde komt. Op basis van algemeen beschikbare gegevens is globaal ingeschat of en waar (indicatief) de veehouderij van invloed kunnen zijn op de geluidgevoelige functies: bebouwde kom, geluidgevoelige gebouwen en terreinen, woningen en stiltegebieden. Ook kan er overlast worden ervaren in andere gebieden, zoals bos- en natuurgebieden, hoewel deze niet wettelijk zijn beschermd. Volgens het VNG-handboek Bedrijven en Milieuzonering (2009) bedraagt voor het thema geluid de aan te houden afstand minimaal 50 meter tussen een inrichting en een gevoelige functie (zoals wonen).

98

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021 – Deel B

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11749775/1