CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

22046.10 - Bijlage 8.23 - Ruimtelijke onderbouwing Kruisbeemdenweg 16

Raadsvergadering 26 september 2022, gemeente BestBij agendapunt: 22046 - Bestemmingsplan Buitengebied19.620 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ROS

Ruimtelijke onderbouwing,

Kruisbeemden 16, Best

projectnummer

21.0501

status

Definitief

versie

1

aantal pagina’s

20

datum

28 september 2021

auteur

M. Hartgerink

© Buro ROS, Leeuweriklaan 24, 5527 HC Hapert. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Voortman Ingenieurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

20

ROS

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING

2

2

HUIDIGE (PLANOLOGISCHE) SITUATIE

3

3

GEWENSTE SITUATIE

6

4

BELEIDSKADERS

7

4.1

Interim Omgevingsverordening

7

4.2

Structuurvisie buitengebied Best 2030

9

5

MILIEUASPECTEN

11

5.1

Bedrijven en milieuzonering

11

5.2

Industrielawaai

11

5.3

Wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai

11

5.4

Geur

12

5.5

Externe veiligheid

12

5.6

Bodem

13

5.7

Cultuurhistorie en archeologie

13

5.8

Parkeren

14

5.9

Verkeersgeneratie

14

5.10

Flora en fauna

14

5.11

Water

16

5.12

Luchtkwaliteit

16

5.13

Duurzaamheid

17

5.14

Milieueffectrapportage (M.e.r.)

18

6

UITVOERBAARHEID

20

6.1

Financiële uitvoerbaarheid

20

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

20

Bijlagen:

datum

-

Akoestisch onderzoek

-

Stikstofdepositieonderzoek

-

Landschappelijke inpassing

28 september 2021

pagina 1 van 20

20

ROS

1

INLEIDING Aan de Kruisbeemdenweg 16 te Best exploiteert de familie een hondenkennel, -fokkerij en -pension. Om deze bedrijfsactiviteiten te borgen is in december 2016 het bestemmingsplan ‘Kruisbeemdenweg 16’ vastgesteld. Inmiddels zijn we enkele jaren verder en loopt het bedrijf goed. Om het bedrijf toekomstbestendig te houden, wil de familie de bestaande bedrijfsactiviteiten verder uitbreiden en de daarbij behorende gebouwen. Omdat de beoogde uitbreiding niet direct mogelijk is volgens het vigerende bestemmingsplan dient hiervoor aparte juridisch-planologische procedure doorlopen te worden. In afstemming met de gemeente Best is besproken om deze ontwikkeling onderdeel uit te laten maken van het nieuwe bestemmingsplan ‘Buitengebied Best 2021’. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat de gewenste bedrijfsuitbreiding past binnen de relevante beleidskaders en milieuaspecten en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

datum

28 september 2021

pagina 2 van 20

20

ROS

2

HUIDIGE (PLANOLOGISCHE) SITUATIE De locatie betreft Kruidbeemdenweg 16 te Best en staat kadastraal bekend als de percelen 4128, 4129, 4130, 4131 en 4132 sectie K. De locatie ligt in het buitengebied van de gemeente ten noorden van de kern Best. Aan de westzijde loopt de spoorlijn Den Bosch – Eindhoven en de directe omgeving bestaat uit landbouwgronden.

Figuur 1 Locatie van Kruisbeemdenweg 16 Ter plaatse geldt het bestemmingsplan ‘Kruisbeemdenweg 16’. De locatie is bestemd als ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – hondenpension en hondenfokkerij’. De gronden zijn uitsluitend bedoeld voor een hondenpension en hondenfokkerij. Er is een bouwvlak openomen waarbinnen het oppervlakte aan bedrijfsgebouwen niet meer mag bedragen dan 400 m2.

datum

28 september 2021

pagina 3 van 20

20

ROS

Figuur 2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan In de huidige situatie is er een bedrijfswoning met bedrijfsgebouw (oppervlakte 480 m2) aanwezig. De locatie is in gebruik als hondenkennel, -pension en -fokkerij. Aan de zuidzijde van de bedrijfswoning is een uitloopterrein voor de honden aanwezig en achter het bedrijfsgebouw zijn speelweides aanwezig. De overige gronden van de locatie zijn in gebruik als tuin en grasland. Navolgend is de huidige situatie schematisch weergegeven.

datum

28 september 2021

pagina 4 van 20

20

ROS

Figuur 3 Schematisch weergave huidige situatie Kruisbeemdenweg 16

datum

28 september 2021

pagina 5 van 20

20

ROS

3

GEWENSTE SITUATIE Het bedrijfsgebouw is in 2016 gebouwd en betreft een modern gebouw, alleen biedt het niet meer genoeg ruimte aan de bedrijfsactiviteiten. De hondenkennel en het pension lopen goed en eigenaar merkt nog een grote behoefte naar de opvang van honden. Om een toekomstbestendig bedrijf te behouden willen ze graag investeren in de uitbreiding van ons bedrijf. De uitbreiding betreft het uitbouwen van het bestaande bedrijfsgebouw naar een oppervlakte van 800 m2. De uitbouw wordt dan aan de achterzijde van het gebouw, ter plaatse van de speelweides, gerealiseerd. De speelweides worden dan verplaatst en naast het bedrijfsgebouw gepositioneerd. De voorgestane bedrijfsuitbreiding pas qua aard en schaal bij het bestaande bedrijf en de omgeving. Omdat de uitbreiding aan het bestaande gebouw wordt aangebouwd is de ruimtelijke impact beperkt. De locatie is tevens al landschappelijk ingepast vanwege de bestemmingsplanherziening in 2016. Navolgend is de gewenste toekomstige situatie schematisch weergegeven.

Figuur 4 Schematisch weergave gewenste situatie Kruisbeemdenweg 16

datum

28 september 2021

pagina 6 van 20

20

ROS

4

BELEIDSKADERS Voor de haalbaarheid van een plan dat niet direct binnen de kaders van een geldend bestemmingsplan past zijn met name de provinciale Interim Omgevingsverordening en de gemeentelijke Structuurvisie van belang.

4.1

Interim Omgevingsverordening Op de locatie is conform de Interim Omgevingsverordening het werkingsgebied “Landelijk gebiedGemengd landelijk gebied’ van toepassing. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1. Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2. Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a.

dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of

b.

de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen.

Lid 3. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a.

de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing;

b.

het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land;

c.

het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen;

d.

het wegnemen van verharding;

e.

het slopen van bebouwing;

f.

de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones;

g.

het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.

Lid 4. Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. De landschappelijke maatregelen zijn voor een deel reeds gerealiseerd naar aanleiding van het bestemmingsplan “Kruisbeemdenweg 16” (2016). Tevens zijn toen de verouderde stallen gesloopt en het huidige moderne bedrijfsgebouw gerealiseerd. Destijds is dus al een aanzienlijke landschappelijke en ruimtelijke verbetering op de planlocatie bereikt.

datum

28 september 2021

pagina 7 van 20

20

ROS

In relatie tot voorgenomen uitbreiding van de hondenkennel is de locatie voorzien van een nadere landschappelijk inpassing. Hiervoor is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld wat als bijlage bij deze zienswijze is opgenomen. De voorgestane bedrijfsuitbreiding doet daarbij geen afbreuk aan deze inpassing of de ruimtelijke kwaliteit van de locatie en omgeving. Daarnaast dient er sprake te zijn van kwaliteitsverbetering. Navolgend is de kwaliteitsbijdrage berekend op basis van de ‘Landschapsinvesteringsregeling 2019 gemeente Best’ (LIR), waarbij als uitgangspunt is gehanteerd dat de speelweide ook een bedrijfsbestemming krijgt. Op basis van de LIR betreft de voorgenomen ontwikkeling een categorie 3 ontwikkeling. Dat houdt in, dat naast een goede landschappelijke inpassing tevens een kwaliteitsverbetering moet worden geleverd. Voor de voorgenomen ontwikkeling op de locatie Kruisbeemdenweg 16 bedraagt deze kwaliteitsverbetering: 400 m2

x

€5 m2

=

€2.000,-

Uitbreiding bestemmingsvlak onbebouwd: 450 m2

x

€1/m2

=

€ 450,-

Uitbreiding bestemmingsvlak bebouwd: Totaal:

€2.450,-

De kwaliteitsbijdrage wordt gestort in het landschapsfonds van de gemeente Best. Artikel 3.71 Bestaande niet-agrarische functie in Landelijk gebied Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaande nietagrarische functie die: a.

de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen;

b.

een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking uitsluiten;

c.

kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1.

een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving;

2.

welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders;

3.

hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk Gebied.

De gewenste uitbreiding betreft een redelijke uitbreiding die past bij de schaal en omvang van het huidige bedrijf en de omgeving. In de omgeving zijn, op ruime afstand, slechts enkele woningen aanwezig waartussen de uitbreiding bedrijfsactiviteiten goed passen. Er is derhalve sprake van een goede gebiedsgerichte benadering. Omdat het vraaggericht ontwikkeling betreft op een bestaande bedrijfslocatie leidt dit plan tevens niet tot leegstand elders. Uit het onderdeel ‘milieuaspecten’ in deze brief wordt duidelijk dat het plan geen negatieve effecten heeft op de omgeving. De ruimtelijke impact blijf beperkt omdat het een uitbreiding van een bestaand gebouw betreft en de locatie reeds

datum

28 september 2021

pagina 8 van 20

20

ROS

landschappelijk is ingepast. Op de locatie is verder geen overtollige bebouwing aanwezig die gesloopt kan worden. Artikel 3.32 Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a.

strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken;

b.

stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied;

c.

borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.

De huidige ontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de ontwikkeling van de natte natuurparel de Mortelen. In 2016 is reeds een landschappelijke inpassing gerealiseerd waarbij het behoud en de versterking van landschapselementen en verdere uitwerking van de natuur- en landschapsdoelstellingen vanuit de ecologische hoofdstructuur is verwerkt. Daarnaast moet de uitbreiding van de bedrijfsgebouw voldoen aan de gemeentelijke voorwaarden uit de Landschapsinvesteringsregeling (LIR). De voorgestane ontwikkeling doet derhalve geen afbreuk aan deze inpassing of de ruimtelijke kwaliteit van de locatie en omgeving. Gezien het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling een passende ontwikkeling is binnen de kaders van de Interim omgevingsverordening.

4.2

Structuurvisie buitengebied Best 2030 De gemeente Best heeft op 4 april 2016 de Structuurvisie buitengebied vastgesteld. Dit visiedocument verbeeldt en verwoordt op hoofdlijnen het gemeentelijke beleid voor natuur en landschap, de agrarische sector, recreatie en andere functies in het landelijke gebied van de gemeente. Het vormt tevens de basis voor een nieuw bestemmingsplan buitengebied. Het plangebied is gelegen in het gebied dat is aangeduid als agrarisch-recreatief landschap. De intentie in dat gebied is om verdwenen landschapselementen, zoals bosjes, hagen, hotwallen, solitaire bomen en berm- en akkerranden terug te brengen en op enkele passende plekken nieuwe landschapselementen te realiseren. Hiermee wordt het landschappelijke raamwerk versterkt en de ecologische en recreatieve belevingswaarde verhoogd. Verdichting is geen probleem mits dit wordt aangegrepen om de ontwikkelingen groen in te passen. In paragraaf 3.1.4 wordt het beleid beschreven voor niet agrarische bedrijvigheid in het buitengebied. Deze niet-agrarische bedrijvigheid wordt als oplossing van de problematiek van de terugloop van agrarische activiteiten positief opgepakt.

datum

28 september 2021

pagina 9 van 20

20

ROS

Er wordt onder voorwaarden de mogelijkheid gecreëerd voor verbreding bij agrarische bedrijven Ter plaatse van het voormalige boerenbedrijf kan worden gewoond, is ruimte voor bedrijfjes aan huis en kan de bestemming gewijzigd naar andersoortige, op die plek én in de omgeving passende bedrijvigheid. Door brede, flexibele bestemmingen zijn maatwerk en bedrijfsverkleuring mogelijk. Naast agrarisch verwante en niet-agrarische bedrijven als bijvoorbeeld opslag van openhaardhout, caravanstalling, kweken van vis of insecten of een speelboerderij, gaat dat om moderne recreatieve en zorggerelateerde bedrijven. In de bedrijfsvoering wordt met waardering gebruik gemaakt van de rustieke omgevingskwaliteiten. Bij vestiging van nieuwe bedrijven en/of activiteiten mogen bestaande (agrarische) bedrijven niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering. Daarnaast wordt in de Structuurvisie de kwaliteiten van de Mortelen en De Scheeken onderstreept, deze gebieden liggen naast de planlocatie. De uitbreiding van de bestaande hondenfokkerij , -pension en -kennel levert hiervoor geen bedreiging op. Voor het overige past de vestiging op een bestaand bouwvlak ook binnen het beleid dat in de Structuurvisie is beschreven.

datum

28 september 2021

pagina 10 van 20

20

ROS

5

MILIEUASPECTEN Navolgend wordt beschouwd of de gewenst bedrijfsuitbreiding milieutechnisch haalbaar is.

5.1

Bedrijven en milieuzonering Er is er sprake van een omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Met het plan worden geen nieuwe milieugevoelige functies ontwikkeld. Het plan is dan ook niet van negatieve invloed op andere bestaande bedrijven. Wel kan de bedrijfsuitbreiding negatief effect hebben op het woon- en leefklimaat van omliggende milieugevoelige functies. In de directe omgeving ligt de burgerwoning Kruisbeemdenweg 6. De bedrijfsactiviteiten op de planlocatie vallen onder milieucategorie 3 met een grootste richtafstand van 100 meter. De afstand naar Kruisbeemdenweg 1 bedraagt 104 meter. Er wordt derhalve aan de richtafstand voldaan. Vanuit bedrijven en milieuzonering is er daarom geen belemmering voor het realiseren van de geplande bebouwing.

5.2

Industrielawaai Ondanks dat aan de richtafstanden wordt voldaan is in het kader van een goede ruimtelijke ordening door Greten een akoestisch onderzoek uitgevoerd, d.d. 3 juni 2021. Dit onderzoek is als bijlage bij deze zienswijze opgenomen. Uit het akoestische rapport blijkt dat de hondenfokkerij en hondenpension in de gewenste opzet voldoen aan de eisen die de Wet geluidhinder en de Handleiding industrielawaai stellen aan de geluidsbelasting op de gevels van de meest nabijgelegen woning. Op basis van de resultaten kan worden geconcludeerd dat: •

de streefwaarden geldig voor landelijk gebied worden gerespecteerd;

•

de streefwaarden behorende bij een milieucategorie 2 bedrijf worden gerespecteerd.

Daarnaast bedraagt de geluidbelasting vanwege indirecte hinder maximaal 40 DB(A)etmaalwaarde ter plaatse van de woning Kruisbeemdenweg 6. De voorkeurgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde wordt hiermee ruimschoots gerespecteerd. Dit geldt ook voor de geluidbelasting op de referentiepunten.

5.3

Wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat voor locaties in het bestemmingsplan waar woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen kunnen worden gerealiseerd, de geluidbelasting wordt onderzocht binnen de zones behorende bij verkeerswegen en spoorwegen. Met dit planvoornemen worden geen nieuwe geluidgevoelige functies ontwikkeld. Het betreft een uitbreiding van een bestaande bedrijfsgebouw. De Weg geluidhinder legt geen restricties aan het plan.

datum

28 september 2021

pagina 11 van 20

20

ROS

5.4

Geur In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten. In de directe omgeving zijn geen agrarische bedrijven of bedrijven die stank kunnen veroorzaken. De ontwikkeling vindt niet plaats binnen een geurcontour van een veehouderijbedrijf, daarnaast wordt met dit plan geen nieuw geurgevoelig object gerealiseerd. De ontwikkeling vormt dan ook geen belemmering voor omliggende bedrijven.

5.5

Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van risico's die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Externe veiligheid kan betrekking hebben op inrichtingen of op transportroutes (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Risicovolle inrichtingen Volgens de Risicokaart (Bron: risicokaart.nl, maart 2016) bevinden zich in de nabije omgeving van het plangebied geen Bevi-inrichtingen die van invloed zijn op de planontwikkeling. De invloedsgebieden van de dichtstbijzijnde Bevi-inrichtingen reiken niet over de locatie. Andersom zorgt de ontwikkeling van het plangebied niet tot een beperking van deze Bevi-inrichtingen. Binnen de locatie zijn geen Beviinrichtingen aanwezig en worden ook geen nieuwe Bevi-inrichtingen opgericht die van invloed zijn buiten de planlocatie. Vervoer van gevaarlijke stoffen In de directe omgeving van de planlocatie bevinden zich een gasleiding en een tweetal transportassen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en waarvan de invloedsgebieden over de planlocatie reiken. Het gaat om de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Eindhoven en de Rijksweg A2 (traject ’s-Hertogenbosch-Eindhoven).

In het bestemmingsplan ‘Kruisbeemdenweg 16’ (vastgesteld 19 december 2016) is de invloed van deze leiding en transportroutes uitgebreid beschouwd en is een verantwoording van het groepsrisico gegeven. Hieruit blijkt dat de huidige bedrijfsactiviteiten en bedrijfswoning passend zijn binnen de kaders van externe veiligheid. Met onderhavig planvoornemen wordt het bestaande bedrijfsgebouw uitgebreid. Dit leidt niet tot een toename van de personendichtheid op de locatie. Tevens wordt er geen nieuw kwetsbaar object gerealiseerd. Externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor de ontwikkeling.

datum

28 september 2021

pagina 12 van 20

20

ROS

5.6

Bodem De bodemkwaliteit is voor het bestemmingsplan ‘Kruisbeemdenweg 16’ (vastgesteld 19 december 2016) nader onderzocht dor Econsultancy, d.d. 19 februari 2015. Hieruit blijkt dat de ter plaatse van de locatie geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. Met dit planvoornemen wordt het bestaande bedrijfsgebouw uitgebreid. Na het bodemonderzoek uit 2015 zijn de gronden ter plaatse van de uitbreiding afgedekt met oppervlakteverharding en hebben er geen bodemvervuilende activiteiten plaatsgevonden. De conclusies uit het onderzoek van 2015 kunnen derhalve gehandhaafd blijven.

5.7

Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorie Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient aandacht te worden besteed aan het aspect cultuurhistorie. De gemeente Best heeft hiervoor in juni 2014 gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart opgesteld. Uit de cultuurhistorische waardenkaart blijkt dat er geen sprake is van cultuurhistorische waarden op planlocatie of de onmiddellijke omgeving daarvan. Het planvoornemen heeft derhalve geen negatieve invloed op cultuurhistorische waarden.

Archeologie Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Hiermee zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de 35 Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: ‘de veroorzaker betaalt’. Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van dit erfgoed in situ (ter plekke), omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Het archeologiebeleid van de gemeente Best is vastgelegd op de archeologische beleidskaart van de gemeente Best. Op basis van de archeologische beleidskaart gaat het hier om een terrein van lage archeologische waarde. Uit toetsing van de archeologische beleidskaart blijkt dat de ontwikkeling binnen de wettelijke regels valt die bij categorie 6 van toepassing is. Indien men echter tijdens de uitvoering een monument (archeologisch restant) vindt, is men overigens op grond van 36 de Monumentenwet 1988 wel verplicht om deze (toevals)vondst te melden aan de Minister van OCW (Rijksdienst voor het cultureel erfgoed) en de gemeente Best. De Minister is bevoegd om naar aanleiding van deze melding aanwijzingen te geven met betrekking tot de uitvoering van het werk.

datum

28 september 2021

pagina 13 van 20

20

ROS

5.8

Parkeren In de Nota Parkeernormen 2015 is de functie ‘dierenpension’ niet specifiek opgenomen. Gezien de activiteiten van het dierenpension kan voor het bepalen van de parkeernorm het beste worden aangesloten bij de normen die gelden voor de functie 'werken'. De parkeernormen voor de functie ‘werken’ lopen in het buitengebied uiteen van 0,8 parkeerplaatsen per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte voor een loods, opslag of transportbedrijf tot 3,3 parkeerplaatsen per 100 m 2 bvo voor commerciële dienstverlening. De parkeernorm voor een dierenpension ligt ergens tussen deze normen in. Voor het dierenpension is sprake van een arbeidsextensief bedrijf. Gelijktijdig trekt een dierenpension wel relatief veel bezoekers en is het bedrijf dus bezoekersintensief. Deze combinatie komt niet terug in de Nota Parkeernormen. De praktijk van het dierenpension is zodanig dat er een beperkt aantal bezoekers zal komen. Voor het bezoeken van de fokhonden komt dit hooguit één of twee keer per dag voor. Het bedrijf stelt prijs op het behoud van maximale rust zodat de honden niet worden gestoord. In de praktijk leidt dit tot 2,5 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo ruimschoots voldoende zullen zijn. In de gewenste situatie is sprake van 800 m2 bvo. De parkeeropgave voor de bedrijfsfunctie bedraagt daardoor 20 parkeerplaatsen. Daarnaast is nog de bedrijfswoning op de locatie aanwezig.

Hiervoor geldt een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen in het buitengebied. In totaal bedraagt de parkeeropgave voor de locatie dus 22 parkeerplaatsen. Op eigen terrein is meer dan voldoende om hierin te voorzien.

5.9

Verkeersgeneratie Om de verkeersgeneratie te bepalen wordt uitgegaan van een ‘worst case’ benadering door aan te sluiten bij de normen voor commerciële dienstverlening. Bij een dergelijke functie hoort in het buitengebied een verkeersgeneratie van 17,7 mvt/etmaal per 100 m2 bvo. Door de voorgestane ontwikkeling wordt de oppervlakte bedrijfsgebouwen uitgebreid met 400 m2. Dat leidt tot een worstcase toename van de verkeersgeneratie met 70,8 mvt/etmaal. Het omliggend wegennet kan deze verkeersbewegingen gemakkelijk verwerken.

5.10

Flora en fauna Gebiedsbescherming De locatie bevindt zich niet in de nabijheid van gebieden die zijn aangewezen in het kader van de natuurbeschermingswet 1998. Het dichtstbijzijnde beschermde gebied ligt op grote afstand van tenminste 6 kilometer ten noordwesten van het plangebied en betreft het Natura 2000-gebied “Kampina/Oisterwijkse Vennen”. De voorgenomen ontwikkeling heeft gelet op de kleinschaligheid, planinvulling en de tussenliggende afstand geen invloed op dit gebied.

datum

28 september 2021

pagina 14 van 20

20

ROS

De projectlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Brabant. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is het gebied “Kampina/Oisterwijkse Vennen” en ligt op een afstand van tenminste 6 kilometer. Indien er sprake is van een negatief effect op het Natura 2000gebied betreft dit, gezien de afstand tot het Natura gebied is, een extern effect. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid door de voorgenomen plannen zijn niet te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn vanwege de aard van de ingreep en realisatie van nieuwbouw, op voorhand niet uit te sluiten. Om deze reden is er een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd, deze is als bijlage bij deze brief opgenomen. Het onderzoek is als bijlage bij dit bestemmingsplan toegevoegd. Uit het onderzoek volgt dat zowel in de bouw- als gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Er is derhalve geen sprake van een negatief extern effect op het Natura 2000 gebied. Soortbescherming De beoogde bedrijfsuitbreiding vindt plaats op gronden die momenteel in gebruik zijn als speelweide. Deze speelweide is geheel verhard, zie onderstaande impressie. Beschermde soorten zijn hier redelijkerwijs dan ook uit te sluiten. Deze verharding wordt verplaatst naar gronden die momenteel in gebruik zijn als onverharde speelweide.

Aangezien hier dagelijks grote honden in aanwezig zijn en het gras regelmatig wordt gemaaid zijn ook hier beschermde soorten redelijkerwijs uitgesloten. Het plan heeft geen negatief effect op beschermde soorten.

Figuur 5 Impressie van de verharde speelweides

datum

28 september 2021

pagina 15 van 20

20

ROS

5.11

Water Waterbeheer is een essentieel onderdeel bij elke ruimtelijke ontwikkeling. Sinds 2003 is de waterparagraaf een verplicht onderdeel van elke ruimtelijke onderbouwing. 39 Het waterschap is verantwoordelijk voor het waterbeheer (waterkwaliteit en kwantiteit) binnen het plangebied. Het perceel valt binnen het beheersgebied van Waterschap de Dommel. Het waterschap hanteert voor de toetsing van de waterbelangen een Handreiking watertoets. Tevens is een viewer beschikbaar waarop de waterbelangen zijn aangegeven. Hemelwater In het bestemmingsplan ‘Kruisbeemdenweg 16’ (vastgesteld 19 december 2016) is het wateraspect uitgebreid beschouwd. Voor de huidige oppervlakteverharding is een bergvijver aangelegd. Uitgaande van 1400 m2 verhard oppervlak heeft de bergingsvijver een capaciteit van minimaal 84 m3. De beoogde bedrijfsuitbreiding leidt tot een beperkte uitbreiding van het verhard oppervlakte. De gronden ter plaatse van het nieuwe bedrijfsgebouw zijn namelijk al reeds verhard door de aanwezige verharde speelweide. Enkel de verplaatsing van deze verharde speelweide leidt tot een toename van het verhard oppervlakte. Deze toename bedraagt ca. 450 m2. Om het extra volume hemelwater te verwerken kan de bestaande bergingsvijver gemakkelijk worden uitgebreid naar 111m 3. Daarmee wordt aan de eisen ten aanzien van waterberging voldaan.

Voor de overige onderdelen van het wateraspect wordt verwezen naar het bestemmingsplan ‘Kruisbeemdenweg 16’ (vastgesteld 19 december 2016). Afvalwater In de huidige situatie is een afvalwatersysteem waarbij het afvalwater via een drukriolering wordt weggepompt. Deze drukriolering kan het extra afvalwater wat in de toekomstige situatie geproduceerd wordt verwerken. Er is geen aanpassing nodig van het huidige afvalwatersysteem.

5.12

Luchtkwaliteit De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: •

het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM;

•

het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2μg/m3 )

datum

28 september 2021

pagina 16 van 20

20

ROS

De verkeersgeneratie van dit initiatief neemt met maximaal 70,8, mvt/etmaal toe. Om de bepalen of het plan ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit wordt deze verkeersgeneratie gebruikt in de NIBM-tool. In navolgende tabel worden de resultaten weergegeven. Geconcludeerd wordt dat het plan NIBM bijdraagt aan de luchtkwaliteit.

Figuur 6 NIBM-tool

5.13

Duurzaamheid In het Coalitieakkoord 2018 – 2022 wordt de gemeentelijke visie op de energietransitie omschreven. Best zet in op verduurzaming en neemt daarbij focus op de thema’s afval en energie. Gemeente Best ziet verduurzaming als een bovenlokale opgave, die in de regio moet worden opgepakt. Best maakt onderdeel uit van de Brainportregio. De Brainportregio heeft de ambitie gesteld om de eerste energie neutrale regio te zijn. Duurzaamheid gaat over de balans tussen mens, milieu en financiën en kan op verschillende niveaus worden bezien. Op het niveau van gebiedsontwikkeling gaat het naast technische maatregelen bij gebouwen om het functioneren van het gehele gebied. De kracht zit in het zoeken naar goede combinaties voor een specifieke locatie waardoor een prettige leefomgeving kan worden ontwikkeld. Bepaalde randvoorwaarden en/of de ruimtelijke omgeving van een plan kunnen kansen voor duurzaamheid opleveren. Duurzaam bouwen gaat dus verder dan alleen energie. Het gaat ook over duurzaam materiaalgebruik, comfort, binnenmilieu, bouwen voor de toekomst en slim bouwen. Duurzaam bouwen wordt vaak afgekort als 'dubo' en beoogt naast vermindering van de uitstoot van CO2 ook zaken als:

• • •

datum

bij te dragen aan het welzijn van gebruikers (kwaliteitsbevordering); uitputting van grondstoffen te verminderen; vervuiling van bodem, water en lucht tegen te gaan.

28 september 2021

pagina 17 van 20

20

ROS

De voorgestane ontwikkeling staat de uitvoering van de ambities op het gebied van duurzaamheid uit het Beleidsplan energie- en materiaaltransitie 2012-2015 niet in de weg. Het nieuwe bedrijfsgebouw zal voldoen aan BENG en er wordt gestreefd naar nul-op-de-meter of energiepositief, door het plaatsen van zonnepanelen (hier nieuwbare elektriciteit). De daken en gevels worden geïsoleerd en voldoen aan Bouwbesluit + (Rc= 10 of beter) en de beglazing zal bestaan uit triple HR++ (geluid, isolatie). De verlichting (met uitzondering van de led) in de bedrijfsgebouwen wordt voorzien van aanwezigheid sensoren en dimmers (zeker langs daglicht/ramen) en de buitenverlichting zal spaarzaam zijn en ’s nachts uit of maximaal gedimd worden. Het regenwater wordt opgevangen in ondergrondse tanks en overgestort via een bergvijver, zodat het hemelwater kan infiltreren in de bodem (zie onderdeel ‘water’).

5.14

Milieueffectrapportage (M.e.r.) Op grond van het Besluit milieueffectrapportage, mede in relatie tot bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, moet voor bepaalde projecten een m.e.r. worden gemaakt of een m.e.r.beoordeling worden uitgevoerd. Met een m.e.r. worden vooraf de milieugevolgen van een besluit in beeld gebracht. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een planm.e.r-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht.

Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die - ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden - aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd.

datum

28 september 2021

pagina 18 van 20

20

ROS

De uitbreiding van de hondenkennel, -fokkerij en -pension staan niet genoemd in deze lijsten. De activiteit is dus niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. Desondanks dient een vormvrije m.e.r. beoordeling te worden gedaan. Hierin wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: -

Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.beoordeling noodzakelijk;

-

Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.

De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. De criteria vallen uiteen in criteria betreffende de: -

Kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen;

-

Plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu;

-

Kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect

Deze aspecten komen allen in deze ruimtelijke onderbouwing voor. In het kader van de planologische wijziging is in voldoende mate inzicht verkregen in de milieugevolgen van deze ontwikkelingen. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van “belangrijke nadelige milieugevolgen”. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r. beoordelingsprocedure of m.e.r. procedure.

datum

28 september 2021

pagina 19 van 20

20

ROS

6

UITVOERBAARHEID

6.1

Financiële uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van een ruimtelijk plan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: -

het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;

-

het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;

-

het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.

Doorwerking plangebied Dit planvoornemen heeft gelet op artikel 6.2.1 Bro geen betrekking op een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan. De beoogde ontwikkeling is nagenoeg volledig al toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan. Daarnaast maakt het voorliggende plan maakt geen extra woning mogelijk en wordt om die reden niet aangemerkt als een bouwplan. Er hoeft daarmee geen exploitatieplan vastgesteld te worden of voorzien te worden in het anderszins verhalen van kosten van de grondexploitatie. De gemeentelijke kosten kunnen via leges op de initiatiefnemer verhaald worden.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het plan wordt als onderdeel van het bestemmingsplan buitengebied Best voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode hebben belanghebbenden de mogelijkheid beroep in te dienen.

datum

28 september 2021

pagina 20 van 20

Bijlage 1: Figuren akoestisch model (3 pagina’s)

AKOESTISCH ONDERZOEK RAILVERKEERSLAWAAI & INDUSTRIELAWAAI KRUISBEEMDENWEG 16 BEST UITBREIDING/WIJZIGING 2021

1

De Roever Omgevingsadvies Heidebloemstraat 15 Postbus 64 5480 AB Schijndel T 073 594 10 11 F 073 594 11 20 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 NL21 INGB 0001 0833 26 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01

Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:

Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai & industrielawaai, Kruisbeemdenweg 16 Best BuroRos.1411 4 oktober 2021 Hondenhotel Meulencor / Kennel van de Cormeulen

Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai & industrielawaai, Kruisbeemdenweg 16 Best Datum: 4 oktober 2021 ; Referentie: BuroRos.1411

2

INHOUDSPGAVE 1.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 4

1.1. 1.2. 1.3.

Algemeen ..................................................................................................................................... 4 Situatie ......................................................................................................................................... 5 Akoestisch onderzoek ................................................................................................................. 7

2.

TOETSINGSKADER ....................................................................................................................... 8

2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6.

Voorkeursgrenswaarde en hoogst toelaatbare geluidbelasting railverkeerslawaai .................... 8 Beoordelingskader ruimtelijke ordening ...................................................................................... 8 Beoordelingskader ruimtelijke ordening (milieucategorie) .......................................................... 9 Beoordelingskader Activiteitenbesluit ........................................................................................ 10 Strafcorrectie geluid ................................................................................................................... 11 Definitie periodes ....................................................................................................................... 11

3.

REKENONDERZOEK ................................................................................................................... 12

3.1. Railverkeerslawaai..................................................................................................................... 12 3.2. Hondenhotel Meulencor / Kennel van de Cormeulen................................................................ 12 3.2.1. Representatieve bedrijfssituatie ........................................................................................ 12 3.2.2. Akoestische bronvermogens en bedrijfsduur honden ....................................................... 13 3.2.3. Akoestische bronvermogens overige bronnen .................................................................. 17 3.2.4. Indirecte hinder .................................................................................................................. 18 3.3.

Berekeningswijze ....................................................................................................................... 18

4.

REKENRESULTATEN .................................................................................................................. 20

4.1. 4.2. 4.3. 4.4.

Railverkeerslawaai..................................................................................................................... 20 Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ..................................................................................... 21 Maximaal geluidniveau .............................................................................................................. 22 Indirecte hinder .......................................................................................................................... 22

5. CONCLUSIES ............................................................................................................................... 23 BIJLAGE I. GEGEVENS ............................................................................................................... 25 BIJLAGE II. AFBEELDING REKENMODELLEN ......................................................................... 26 BIJLAGE III. INVOERGEGEVENS REKENMODELLEN ............................................................... 27 BIJLAGE IV. REKENRESULTATEN RAILVERKEERSLAWAAI .................................................. 28 BIJLAGE V. REKENRESULTATEN LA_EQ HONDENKENNEL ................................................. 29 BIJLAGE VI. REKENRESULTATEN LA_MAX HONDENKENNEL .............................................. 30 BIJLAGE VII. REKENRESULTATEN INDIRECTE HINDER HONDENKENNEL .......................... 31

Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai & industrielawaai, Kruisbeemdenweg 16 Best Datum: 4 oktober 2021 ; Referentie: BuroRos.1411

3

1.

INLEIDING

1.1. Algemeen In opdracht van Hondenhotel Meulencor / Kennel van de Cormeulen te Best is een akoestisch onderzoek verricht in het kader van een ruimtelijke onderbouwing met betrekking tot het bestemmingsplan Kruisbeemdenweg 16 te Best. Het onderzoek bestaat uit de volgende onderdelen: Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai: • het bepalen van de geluidbelasting op de bestaande woning en een nieuw te realiseren kantoor vanwege railverkeerslawaai conform de Standaard Rekenmethode II, bijlage IV van het Reken- en Meetvoorschrift Geluidhinder 2012; • het beoordelen van de geluidbelasting in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Akoestisch onderzoek industrielawaai: • inventarisatie van de omgeving; • inventarisatie van de representatieve bedrijfsomstandigheden (rbs) behorende bij de gewijzigde inrichting; • het bepalen van de geluidbelasting ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen en referentiepunten en of vanwege geluidbronnen en geluidproducerende activiteiten binnen de gewijzigde inrichting. De geluidbelasting zal worden bepaald conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (VROM 2004); • het bepalen van de geluidbelasting vanwege de verkeersaantrekkende werking van het bedrijf (indirecte hinder); • het beoordelen van de geluidbelasting in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De locatie van het plangebied is weergegeven op afbeelding 1.

Afbeelding 1. Locatie plangebied Bron: PDOK

Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai & industrielawaai, Kruisbeemdenweg 16 Best Datum: 4 oktober 2021 ; Referentie: BuroRos.1411

4

1.2.

Situatie

De bestaande woning Kruisbeemdenweg 16 te Best ligt op een afstand van circa 40 meter tot het spoor (centrum baanvakken) in oostelijke richting en op een afstand van circa 890 meter van de snelweg A27 in westelijke richting, zie afbeelding 2 (bron: Google Maps).

Afbeelding 2. Situatie (woning, spoor en snelweg)

De woning is gelegen in een landelijk gebied met sterk verspreide woningen. Afbeelding 3 bevat de ligging van de woning ten opzicht van het spoor in detail.

Afbeelding 3. Ligging van de bestaande woning ten opzichte van het spoor

Afbeelding 4 bevat een afbeelding van de bestaande woning.

Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai & industrielawaai, Kruisbeemdenweg 16 Best Datum: 4 oktober 2021 ; Referentie: BuroRos.1411

5

Afbeelding 4. Afbeelding bestaande woning

Ten opzichte van de uit te breiden fokkerij/ hondenpension ligt de kortst bijzijnde woning van derden op een afstand van circa 100 meter in noordelijke richting (Kruisbeemdenweg 1). In zuidelijke richting is de kortst bijzijnde woning gelegen op een afstand van circa 370 meter (Kruisbeemdenweg 10). Afbeelding 5 (bestaande toestand) en afbeelding 6 (nieuwe toestand, uitbreiding) bevatten een plattegrond van de inrichting.

Afbeelding 5. Bestaande toestand

Afbeelding 6. Gewenste toestand na uitbreiding

Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai & industrielawaai, Kruisbeemdenweg 16 Best Datum: 4 oktober 2021 ; Referentie: BuroRos.1411

6

Binnen de gewijzigde inrichting zal er sprake zijn van de volgende objecten: • de bestaande woning; • 20 parkeerplaatsen; • een privé bijgebouw; • een hondenpension; • een hondenkennel (hondenfokkerij); • een scherm (geheel gesloten, massa ≥ 10 kg/m2, langs de noordelijke terreingrens met een hoogte van minimaal 1,8 meter hoog). Dit (minimaal benodigde) scherm loop vanaf het begin van het bedrijfsgebouw tot het einde van de uitlooprennen. In de praktijk kan het scherm eventueel verlengd worden of iets hoger uitgevoerd worden, dit heeft enkel een positief effect op de geluiduitstraling naar de omgeving. De beschreven afmetingen zijn gebaseerd op het kunnen voldoen aan de richt- en grenswaarden die gelden.

1.3. Akoestisch onderzoek Om de geluidbelasting vanwege het spoorverkeerslawaai en het hondenpension ter plaatse van de woningen in de omgeving vast te stellen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform bijlage IV/ V uit het Reken- en Meetvoorschrift Geluidhinder 2012 (railverkeerslawaai) en overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, 1999 (industrielawaai). Het onderzoek geeft inzicht in de volgende aspecten: - geluidbelastingen door railverkeerslawaai ter plaatse van de woning aan de Kruisbeemdenweg 16 te Best; - de akoestisch relevante representatieve bedrijfssituatie van het hondenpension; - het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; - de maximale geluidniveaus; - indirecte hinder.

Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai & industrielawaai, Kruisbeemdenweg 16 Best Datum: 4 oktober 2021 ; Referentie: BuroRos.1411

7

2.

TOETSINGSKADER

2.1.

Voorkeursgrenswaarde en hoogst toelaatbare geluidbelasting railverkeerslawaai

De grenswaarden voor railverkeerslawaai zijn vastgelegd in art. 4.9 tot en met 4.12 van het Besluit geluidhinder (Bgh). In tabel 2 zijn de voorkeursgrenswaarden en de maximale ontheffingswaarde per situatie beschreven. Tabel 1. Grenswaarden railverkeerslawaai Ligging object

Railverkeer

Situatie

Voorkeursgrenswaarde

Hoogst toelaatbare geluidbelasting

woning

55 dB

68 dB

andere geluidgevoelige gebouwen

53 dB

68 dB

geluidgevoelige terreinen

55 dB

63 dB

De maximaal toelaatbare geluidbelasting in de woning bedraagt 33 dB Lden.

2.2.

Beoordelingskader ruimtelijke ordening

Bij de toetsing of de gewenste bestemming inpasbaar is in de omgeving wordt aangesloten bij de Handreiking Bedrijven en milieuzonering1. Het beoordelingskader bij een bestemmingsplanwijziging is opgenomen in bijlage B5.3 van die publicatie. Bij de toetsing wordt onderscheid gemaakt in de gebiedstypen rustige woonwijk / rustig buitengebied en gebiedstype gemengd gebied. Een omschrijving van deze gebieden wordt gegeven in hoofdstuk 2.3 van de publicatie. Voor de omgeving van het plangebied wordt met oog op een goede ruimtelijke ordening uitgegaan van een rustig buitengebied. Stap 1 Als de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Stap 2 Als stap 1 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op geluidgevoelige objecten in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: - 45 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, ofwel; ▪ 45 dB(A) in de dagperiode ▪ 40 dB(A) in de avondperiode ▪ 35 dB(A) in de nachtperiode - 65 dB(A) maximaal geluidniveau (piekgeluiden), ofwel; ▪ 65 dB(A) in de dagperiode ▪ 60 dB(A) in de avondperiode ▪ 55 dB(A) in de nachtperiode 1

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), 2009

Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai & industrielawaai, Kruisbeemdenweg 16 Best Datum: 4 oktober 2021 ; Referentie: BuroRos.1411

8

-

50 dB(A) etmaalwaarde indirecte hinder, ofwel; ▪ 50 dB(A) in de dagperiode ▪ 45 dB(A) in de avondperiode ▪ 40 dB(A) in de nachtperiode

Stap 3 Als stap 2 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op geluidgevoelige objecten in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: - 50 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, ofwel; ▪ 50 dB(A) in de dagperiode ▪ 45 dB(A) in de avondperiode ▪ 40 dB(A) in de nachtperiode - voor het maximaal geluidniveau (piekgeluiden) exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer; ▪ 70 dB(A) in de dagperiode ▪ 65 dB(A) in de avondperiode ▪ 60 dB(A) in de nachtperiode - 50 dB(A) etmaalwaarde indirecte hinder, ofwel; ▪ 50 dB(A) in de dagperiode ▪ 45 dB(A) in de avondperiode ▪ 40 dB(A) in de nachtperiode Het bevoegd gezag dient echter te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Stap 4 Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Beoordeling Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom van Best. Er is sprake van een gebied met weinig functiemenging.

Het plangebied wordt aangemerkt als gelegen in het omgevingstype rustige woonwijk / rustig buitengebied. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt het geluid afkomstig van de inrichting getoetst aan bovenstaande vervolgstappen.

2.3. Beoordelingskader ruimtelijke ordening (milieucategorie) In de vigerende Verordening ruimte van de provincie Noord Brabant is een bepaling opgenomen waarbij omschakeling van functies (in het onderhavige geval van woning naar niet-agrarisch bedrijf) mogelijk is onder de voorwaarde dat het niet-agrarisch bedrijf niet in milieucategorie 3 of hoger valt. Een hondenpension en een hondenkennel/ -fokkerij vallen in respectievelijk de milieucategorieën 3.2 en 3.1, waarbij aldus niet wordt voldaan aan deze bepaling. De provincie heeft uitgesproken dat hondenpensions en hondenkennels zijn toegestaan, mits wordt aangetoond dat deze gelijk te stellen zijn aan een categorie 2 bedrijf. Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai & industrielawaai, Kruisbeemdenweg 16 Best Datum: 4 oktober 2021 ; Referentie: BuroRos.1411

9

Dit moet door middel van een akoestisch onderzoek worden aangetoond. Uit bijlage B5.2 van die publicatie is op te maken dat het bedrijf ter plaatse van de richtafstand moet voldoen aan de richtwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. Een bedrijf van milieucategorie 2 heeft een richtafstand van 30 meter. Als op 30 meter van de inrichting de 45 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau niet wordt overschreden, is het bedrijf vergelijkbaar met een bedrijf van milieucategorie 2. Het maximaal geluidniveau (piekgeluiden) en de indirecte hinder zijn daarnaast ook genoemd in bijlage B5.2 met bijbehorende richtwaarden. Deze richtwaarden zeggen echter weinig over de milieucategorie. Een enkel piekgeluid van een vrachtwagen of in dit geval blaffende hond zal op 30 meter in alle gevallen voor een overschrijding zorgen (open veld). Om deze reden worden piekgeluiden enkel ter plaatse van woningen in de omgeving getoetst. De toetsing in het kader van de indirecte hinder hoeft niet plaats te vinden op een bepaalde afstand van de inrichtingsgrens aangezien deze geluidbronnen zich buiten de inrichtingsgrens voordoen.

2.4. Beoordelingskader Activiteitenbesluit In dit onderzoek wordt de inpasbaarheid van de hondenkennel ten aanzien van de woningen in de omgeving getoetst. De normstelling volgt uit het Artikel 2.17, lid 1 van het Activiteitenbesluit: Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a. de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2.17a

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen LAr,LT in in- en aanpandige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen LAmax in in- en aanpandige gebouwen

07:00–19:00 uur

19:00–23:00 uur

23:00–07:00 uur

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

b. de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten;

Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai & industrielawaai, Kruisbeemdenweg 16 Best Datum: 4 oktober 2021 ; Referentie: BuroRos.1411

10

2.5. Strafcorrectie geluid De geluidproductie vanwege honden heeft een impulskarakter en dient op de volgende wijze te worden beoordeeld: In het algemeen geldt dat sprake is van impulsachtig geluid als in het geluidsbeeld met enige regelmaat geluidstoten voorkomen die minder dan 1 seconde duren. Een bijzondere vorm is impulsachtig geluid met een continu (soms periodiek) karakter. Voor de definitie van impulsachtig geluid wordt verder verwezen naar de Handleiding Meten en Rekenen industrielawaai (VROM 2004). Als criterium moet worden aangehouden dat het impulsachtig karakter duidelijk hoorbaar moet zijn bij de ontvanger. Verwacht mag worden dat sprake is van impulsachtig geluid als de geluidsbelasting bij de ontvanger wordt bepaald bijvoorbeeld door geluid uit een constructiewerkplaats ten gevolge van hameren, bikken, het geluid van een stansmachine (continu en periodiek) of door blaffende honden. Als er sprake is van impulsachtig geluid dient er, zie hiervoor ook het gestelde in de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai, op het gemeten of berekende equivalente geluidsbelasting vanwege de gehele inrichting in de betreffende etmaalperiode een toeslagfactor van 5 dB in rekening te worden gebracht.

Op welke wijze de correctiefactor moet worden toegepast als het impulsachtige geluid niet continu optreedt, zij verwezen naar de Handleiding Meten en Rekenen industrielawaai: de correctiefactor wordt toegepast voor dat deel van de tijd dat er sprake is van impulsachtig geluid.

2.6. Definitie periodes De periodes worden als volgt gedefinieerd: - dagperiode: 07.00 tot 19.00 uur - avondperiode: 19.00 tot 23.00 uur - nachtperiode: 23.00 tot 07.00 uur

Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai & industrielawaai, Kruisbeemdenweg 16 Best Datum: 4 oktober 2021 ; Referentie: BuroRos.1411

11

3.

REKENONDERZOEK

3.1. Railverkeerslawaai Conform bijlage IV/ V uit het Reken- en Meetvoorschrift Geluidhinder 2012 is de geluidbelasting vanwege railverkeerslawaai op de woning Kruisbeemdenweg 16 bepaald. Hiervoor is het rekenpakket Geomilieu V2021.1 gehanteerd. De gehanteerde gegevens voor het spoortraject zijn afkomstig van het geluidregister Spoor, geïmporteerd op 4 juni 2021.

Afbeelding 7. Uitsnede rekenmodel railverkeerslawaai inclusief locatie rekenpunten.

De rekenpunten wnp_01 tot en met wnp_04 zijn gesitueerd ter plaatse van de woning op hoogtes van respectievelijk 1,5 en 5,0 meter boven lokaal maaiveld. De rekenpunten zijn gekoppeld aan hun achterliggende gevel zodat het invallend geluid is bepaald. De waarneempunten wnp_05 tot en met wnp_07 zijn gesitueerd ter plaatse van het privégedeelte/kantoor op een hoogte van 1,5 meter boven lokaal maaiveld.

3.2. Hondenhotel Meulencor / Kennel van de Cormeulen In paragraaf 1.2 (afbeelding 6) is de plattegrond van de nieuwe situatie, zijnde een hondenfokkerij evenals hondenpension, weergegeven.

3.2.1.

Representatieve bedrijfssituatie

Er is sprake van de volgende representatieve bedrijfssituatie: • hondenfokkerij kan maximaal 100 honden bevatten. Hierbij is er sprake van het type Beagle, Engelse Staffords en Bull-Mastiffs. In het akoestisch onderzoek wordt uitgegaan van een evenredige verdeling over deze rassen; • het hondenpension kan maximaal 180 honden bevatten, bestaande uit alle voorkomende rassen; • alle honden worden circa 3x per etmaal uitgelaten gedurende de dagperiode.

Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai & industrielawaai, Kruisbeemdenweg 16 Best Datum: 4 oktober 2021 ; Referentie: BuroRos.1411

12

•

3.2.2.

In de resterende perioden zitten de honden in de binnenverblijven. Voor het uitlaten van de honden worden de buitenverblijven gebruikt; Volgens de initiatiefnemer bezoeken in de huidige situatie dagelijks 10 personenauto’s het plangebied. Omdat na de uitbreiding de hondenkennel ongeveer twee maal zo groot is zal dit aantal verdubbelen naar 20, wat resulteert in 40 voertuigbewegingen per etmaal. Het aantal voertuigbewegingen van en naar het plangebied is eveneens bepaald met behulp van de ‘kencijfers werken’ van het kennisplatform CROW. In het buitengebied van Best geldt een maximale verkeersgeneratie van 5,7 bewegingen per 100 m2 bvo voor een ‘bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)’. Het totaal aantal bewegingen voor de 800 m2 bvo komt dan neer op maximaal 46 bewegingen per etmaal. Worst-case is in dit akoestisch onderzoek uitgegaan van dit laatste aantal. De bewegingen vinden plaats in de dagperiode.

Akoestische bronvermogens en bedrijfsduur honden

Bron: artikel Akoestisch adviseur een hondenbaan; vakblad Geluid; nummer 1, maart 2006; auteurs: K. Beijsterbosch en D. Valkenburg Bij de akoestische beoordeling van hondenverblijven in het kader van de Wet milieubeheer bestaat onduidelijkheid over de toe te passen meet- en rekenmethodiek. Om die reden zijn vergunningaanvragen in het verleden mogelijk onterecht geweigerd. Het in kaart brengen van de representatieve situatie vraagt om maatwerk waarbij onder meer het aantal blaffen en de rassenverdeling moeten worden beschouwd. Met name het op juiste wijze vaststellen van een bronsterkte van een hondenblaf is cruciaal om dergelijke verblijven conform de richtlijnen te kunnen beoordelen. In het onderzoek van Beijsterbosch en Valkenburg zijn de volgende hondenrassen bestudeerd: • Duitse dog; • Rottweiler; • Herder; • Labrador; • Collie; • Westy; • Tekkel; • Mopshond. Vaststellen van aantal blaffen: Het blaffen van honden is sterk afhankelijk van de situatie waarin de honden zich bevinden. Gebeurtenissen zoals het voeren van honden, het benaderen door vreemden, het passeren van verkeer leiden vaak tot verhoogd blafgedrag. Het aantal blaffen wordt in een groep honden in praktijk bepaald door het aantal rumoerige honden in de groep en niet door de grootte van de groep. Rumoerige honden beïnvloeden het blafgedrag van andere honden niet/ nauwelijks.

Er is geconstateerd dat slechts sporadisch een reactie van andere honden op een rumoerige hond optreedt. Het uitlopen van bijvoorbeeld veertig honden in twee groepen van twintig zal een vergelijkbaar aantal blaffen opleveren als het uitlopen van dezelfde veertig honden in kleinere groepen (bijvoorbeeld tien groepen van vier honden).

Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai & industrielawaai, Kruisbeemdenweg 16 Best Datum: 4 oktober 2021 ; Referentie: BuroRos.1411

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11755804/1