22010.7 - Regels ontwerpbestemmingsplan Steegsche Velden-Noord
Tekst van het document
ŴARCADISlSä-""
Bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord Gemeente Best
NL.IMRO.0753.bpSteegscheVNoord-ON01 ONTWERP 3 augustus 2021
Archiefexemplaar van BL22-00990
- Bijlagen Raadsvoorstel BP regels
ŴARCADIS
Contactpersoon T M E
Arcadis Nederland B.V. Maastricht
DesignSi Consultancy for natural and built assets
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Inhoudsopgave
Regels
Hoofdstuk 1
5
Inleidende regels
6
Artikel 1
Begrippen
6
Artikel 2
Wijze van meten
11
Bestemmingsregels
12
Artikel 3
Bos
12
Artikel 4
Groen - Water
14
Artikel 5
Verkeer
15
Artikel 6
Verkeer - Verblijf
17
Artikel 7
Wonen
19
Artikel 8
Waarde - Archeologie 5
25
Algemene regels
28
Artikel 9
Anti-dubbeltelregel
28
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
29
Artikel 11
Algemene aanduidingsregels
30
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
31
Artikel 13
Algemene wijzigingsregels
32
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
3
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Overige regels
33
Overgangs- en slotregels
34
Artikel 15
Overgangsrecht
34
Artikel 16
Slotregel
35
Artikel 14
Hoofdstuk 4
Bijlage bij de regels Bijlage 1
Besluit hogere waarden
37 38
4
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Regels
5
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan: het bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord met identificatienummer NL.IMRO.0753.bpSteegscheVNoord-ON01 van de gemeente Best; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aan huis verbonden beroep: een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp-technisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.7 aan huis verbonden bedrijf: het bedrijfsmatig verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk, waarvan de omvang in een woning met bijbehorende gebouwen past en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende
mate blijft behouden; 1.8 achtergevelrooilijn: de denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw/woningblok, zonder aan- en uitbouwen of aangebouwde bijgebouwen, alsmede het verlengde daarvan; 1.9 afhankelijke woonruimte: een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.10 ander gebouw: een aanbouw, uitbouw of een bijgebouw; 1.11 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.12 bestaande situatie: a. t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; b. t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen;
6
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
1.13 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.14 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15 bijgebouw: een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zowel qua afmeting als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.16 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.17 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen/plafonds is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw/kelder en zolder/vliering/kaplaag; 1.18 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.19 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.20 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.21 carport: een dakconstructie vrijstaand zonder wanden, dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als gebouw; 1.22 dak: iedere
bovenbeëindiging van een gebouw; 1.23 detailhandel: Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Een webwinkel, zonder toonbankfunctie wordt niet als detailhandel aangemerkt; 1.24 erf: de grond deel uitmakende van een bouwperceel, behorende bij één woning, waarop geen hoofdgebouw is of mag worden gebouwd krachtens de vigerende woonbestemming; 1.25 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.26 gebouw van openbaar nut: gebouwen voor telecommunicatie, water- en energiedistributie, wachthuisjes voor busdiensten en dergelijke; 1.27 gestapelde bebouwing: bebouwing bestaande uit zich, in één hoofdgebouw, boven en/of naast elkaar bevindende zelfstandige woningen;
7
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
1.28 grondgebonden woning: een woning die direct grenst aan en toegankelijk is vanaf de weg; 1.29 hoekperceel: een perceel, gelegen aan een hoek van twee wegen c.q. het openbaar gebied; 1.30 hoofdgebouw: een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht; 1.31
kap:
de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm danwel met een dakhelling van ten minste 10o en ten hoogste 750; 1.32 kelder: een geheel ondergronds gelegen ruimte, die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorende bovengronds bouwwerk; 1.33 landschapselementen: punt-, lijn- en vlakelementen die voor de identiteit van het landschap van algemeen belang zijn vanwege hun leeftijd of om andere redenen, zoals hun schoonheids- of plaatselijke zeldzaamheidswaarde of hun beeldbepalende functie voor de omgeving; 1.34 mantelzorg: het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 1.35 ondergeschikte functie: een activiteit van zeer beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft; 1.36 oorspronkelijk hoofdgebouw/woningblok: het hoofdgebouw/woningblok zoals dat ten tijde van de afronding vna de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw/woningblok verleende vergunning, is gebouwd; 1.37 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak; 1.38 perceelsgrens: de grens van een bouwperceel; 1.39 peil: a.
voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; 1.40 uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.41 verbeelding: de verbeelding met bijbehorende legenda, analoog bestaande uit een blad, waarop de bestemmingen van de in het plan aangewezen gronden zijn aangeven;
8
ŴARCADIS
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord (ontwerp)
1.42 vloeroppervlakte: de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen; 1.43 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door Burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.44 voorgevelrooilijn: de denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de voorgevel van het hoofdgebouw, zonder aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen, alsmede het verlengde daarvan; 1.45 water- en waterhuishoudkundige voorzieningen: al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen; alsmede onderhoudstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud en andere voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelinfiltratie en waterkwaliteit, waarbij gedacht kan worden aan duikers, stuwen infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etcetera; webwinkel: 1.46 een specifieke vorm van detailhandel zonder uitstalling, verkoop en levering van goederen ter plaatse, waarbij de goederen via internet worden aangeboden en overwegend per post worden geleverd; 1.47 wolfseind: het afgeschuinde deel aan de korte kant van een schilddak; 1.48 woning: een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, met dien
verstande dat: a.
b.
c.
onder een aaneengebouwde woning wordt verstaan een woning, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen en/of andere functies, waarvan het hoofdgebouw aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd; ook de "eindwoningen" van een blok van aaneengebouwde woningen wordt als een "aaneengebouwde woning" aangemerkt; onder een twee-aaneengebouwde woning wordt verstaan een woning die deel uitmaakt van een blok van twee woningen, waarvan het hoofdgebouw aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd; onder een geschakelde woning wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw door middel van één aangebouwd ander gebouw geschakeld is ("één-aan-één-koppeling") met het hoofdgebouw op het aangrenzende bouwperceel en waarvan het hoofdgebouw met één zijgevel in de zijdelingse perceelgrens of in de bouwgrens is gebouwd; ook woningen die dezelfde uiterlijke basiskenmerken hebben van een reeks geschakelde woningen en die onderdeel zijn van deze reeks, worden als geschakelde woning aangemerkt; Al deze woningen zijn, op grond van de definitie, aan te merken als geschakelde woningen
II I d.
I I
i I
I I
I I
I I
onder een vrijstaande woning wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw niet aan een op een aangrenzend bouwperceel gelegen gebouw is aangebouwd;
1.49 zadeldak: dak met twee gelijkhellende dakschilden die aan de bovenzijde van de nok samenkomen; 1.50 zijerf: de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel;
9
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
1.51 zijgevel: een gevel van een gebouw, die niet een voorgevel of een achtergevel is.
10
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.7 meten: Bij de toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van de lijn.
11
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Hoofdstuk 2
Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Bos
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
behoud, herstel en/of ontwikkeling van het bos en bosgroeiplaats; behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke waarden en natuurwaarden; behoud, herstel en/of ontwikkeling van de hydrologische betekenis; behoud van (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal', tevens voor een geluidwal; ter plaatse van de aanduiding 'waterberging', tevens voor waterberging; landschapskunst; extensief recreatief medegebruik.
3.2
Bouwregels
Op deze gronden zijn mogen geen bouwwerken worden gebouwd, behoudens: a. b. c.
kleinschalige bouwwerken voor het bosbeheer met een oppervlakte van minder dan 10 m2 en een bouwhoogte van maximaal 3 meter; een geluidwal inclusief topscherm met een bouwhoogte van minimaal en maximaal 8 meter, waarbij de bouwhoogte van het topscherm minimaal en maximaal 2 meter bedraagt; overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van de bestemming met een bouwhoogte van 2 meter.
3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c.
de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
3.4 a.
b.
Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval gerekend: 1. het opslaan van oude metalen, schroot, lompen, papier, puin of vuilnis; 2. het gebruik van gronden en bouwwerken als verkooppunt voor brandstoffen. Binnen deze bestemming dient te worden voorzien in een waterbergende capaciteit van ten minste 998 m3.
3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1
Verbod
Het is verboden op de gronden met de bestemming 'Bos' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren: a. b. c. d.
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, met een oppervlakte van meer dan 100 m2; het afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem; het graven en dempen van poelen, sloten en greppels; het vellen van bos en/of het verwijderen van houtopstanden.
12
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
3.5.2
Uitzonderingen
Het in artikel 3.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b. c. d.
het normale onderhoud en/of beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; betrekking hebben op de aanleg en instandhouding van de geluidwal ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal'; betrekking hebben op de aanleg en instandhouding van de waterberging ter plaatse van de aanduiding 'waterberging'.
3.5.3
Toelaatbaarheid
De omgevingsvergunning wordt verleend indien is gebleken dat de in artikel 3.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een onevenredige aantasting van de waarden genoemd in artikel 3.1 onder a, b en c.
13
ŴARCADIS
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord (ontwerp)
Artikel 4 4.1
Groen - Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen - Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. 4.2
beplantingen; fiets- en wandelpaden; parkeren; kunstuitingen; water; waterberging; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; gebouwen van openbaar nut; nutsvoorzieningen. Bouwregels
Op deze gronden zijn uitsluitend gebouwen van openbaar nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van de bestemming toegestaan, met dien verstande dat niet mag worden gebouwd ter plaatse van de watergang alsmede binnen een afstand van 4 meter aan één zijde van deze watergang, gemeten vanuit de insteek van de watergang. 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b.
de bouwhoogte van gebouwen van openbaar nut mag niet meer bedragen dan 4 m; de bebouwde oppervlakte van gebouwen voor telecommunicatie, water- en energiedistributie alsmede wachthuisjes voor busdiensten mag per gebouw niet meer bedragen dan 20 m2; voor overige gebouwen van openbaar nut geldt een bebouwde oppervlakte van maximaal 4 m2.
4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: bouwwerk geen gebouw zijnde bewegwijzeringen licht- en andere masten antenne-installaties kunstuitingen overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 4.3
bouwhoogte maximaal 8m 8m 8m 6m 4m
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. 4.4
een samenhangend straat en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 4.2 aanhef sub 2 voor het bouwen van bouwwerken ten dienste van de bestemming 'Groen Water', met inachtneming van de volgende regels: a. voldaan wordt aan de overige eisen zoals vermeld in artikel 4.2.
14
ŴARCADIS
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord (ontwerp)
Artikel 5 5.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
wegen, voet- en fietspaden; verkeerstunnels; groen; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; gebouwen van openbaar nut; nutsvoorzieningen; geluidwerende voorzieningen; parkeren; overige bij deze bestemming behorende voorzieningen.
5.2
Bouwregels
Op deze gronden zijn uitsluitend gebouwen van openbaar nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. 5.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b.
de bouwhoogte van gebouwen van openbaar nut mag niet meer bedragen dan 4 m; de bebouwde oppervlakte van gebouwen voor telecommunicatie, water- en energiedistributie alsmede wachthuisjes voor busdiensten mag per gebouw niet meer bedragen dan 20 m2; voor overige gebouwen van openbaar nut geldt een bebouwde oppervlakte van maximaal 4 m2.
5.2.2
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: bouwwerk geen gebouw zijnde bewegwijzeringen licht- en andere masten antenne-installaties kunstuitingen geluidwerende voorzieningen overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 5.3
bouwhoogte maximaal 8 m 12 m 8 m 6 m 10 m 4 m
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. 5.4
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 5.2.2 voor: a. b.
het bouwen van antenne-installaties tot een hoogte van maximaal 40 m; het bouwen van bewegwijzering, licht- en andere masten en overige bouwwerken geen gebouwen zijnde met een grotere hoogte;
15
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
één en ander met inachtneming van de volgende regels: » » » « 5.5 a. b.
tegen deze hoogte bestaan geen bezwaren vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid of in verband met ontsluiting van percelen; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; er bestaan geen bezwaren vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige inrichting en vormgeving. Specifieke gebruiksregels Voor wegen geldt dat deze uit niet meer dan 2 rijstroken mogen bestaan, waarbij de breedte per rijstrook niet meer dan 3,5 m mag bedragen. Verkooppunten voor motorbrandstoffen zijn niet toegestaan.
16
ŴARCADIS
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord (ontwerp)
Artikel 6 6.1
Verkeer - Verblijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
wegen, voet- en fietspaden; pleinen; groen; parkeren; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; gebouwen van openbaar nut; nutsvoorzieningen; geluidwerende voorzieningen; overige bij deze bestemming behorende voorzieningen.
6.2
Bouwregels
Op deze gronden zijn uitsluitend gebouwen van openbaar nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. 6.2.1
Gebouwen - algemeen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b.
de bouwhoogte van gebouwen van openbaar nut mag niet meer bedragen dan 4 m; de bebouwde oppervlakte van gebouwen voor telecommunicatie, water- en energiedistributie alsmede wachthuisjes voor busdiensten mag per gebouw niet meer bedragen dan 20 m2; voor overige gebouwen van openbaar nut geldt een bebouwde oppervlakte van maximaal 4 m2.
6.2.2
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: bouwwerk geen gebouw zijnde bewegwijzeringen licht- en andere masten antenne-installaties kunstuitingen geluidwerende voorzieningen overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 6.3
bouwhoogte maximaal 8 m 8 m 8 m 6 m 10 m 4 m
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. 6.4
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 6.2.2 voor: a. b.
het bouwen van antenne-installaties tot een hoogte van maximaal 40 m; het bouwen van bewegwijzering, licht- en andere masten en overige bouwwerken geen gebouwen zijnde met een grotere hoogte;
17
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
één en ander met inachtneming van de volgende regels: » » » « 6.5 a. b.
tegen deze hoogte bestaan geen bezwaren vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid of in verband met ontsluiting van percelen; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; er bestaan geen bezwaren vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige inrichting en vormgeving. Specifieke gebruiksregels Voor wegen geldt dat deze uit niet meer dan 2 rijstroken mogen bestaan, waarbij de breedte per rijstrook niet meer dan 3,5 m mag bedragen. Verkooppunten voor motorbrandstoffen zijn niet toegestaan;
18
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Artikel 7 7.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. 7.2
wonen; tuinen, erven en parkeren; paden; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' voor een parkeerterrein. Bouwregels
7.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen enkel worden gebouwd in de vorm van grondgebonden woningen, waarbij aan de volgende eisen moet worden voldaan:
19
ŴARCADIS
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord (ontwerp)
Ter plaatje van Aantal aanduiding woningen
Typologie
Aantal woningblokken Aanvullende eis
sw-1
Max. 14
Vrijstaand
Min. 12, max. 14 Georienteerd op Nieuwe Dijk
sw-2
Max. 14
Aaneengebouwd*, tweeaaneengebouwd, geschakeld en vrijstaand
Min. 6, max. 10
sw-3
Max. 13
Aaneengebouwd*, tweeaaneengebouwd, geschakeld en vrijstaand
Min. 7, max. 9
sw-4
Max. 7
Aaneengebouwd*, tweeaaneengebouwd, geschakeld en vrijstaand
Min. 3, max. 4
sw-5
Max. 9
Aaneengebouwd** en twee-aaneengebo uwd
Min. 2, max. 4
SW-6
Max. 16
Gestapelde bebouwing en aaneengebouwd*
Min. 2, max. 2
sw-7
Max. 13
Aaneengebouwd*, tweeaaneengebo uwd, geschakeld en vrijstaand
Min. 7, max. 9
sw-8
Max. 7
Aaneengebouwd*, tweeaaneengebo uwd, geschakeld en vrijstaand
Min. 3, max 4
sw-9
Max. 13
twee-aaneengebo uwd „ geschakeld en vrijstaand
Min. 7, max 11
sw-1 Ū
Max. 16
Aaneengebouwd**, tweeMin. 4, max. 7 aaneengebo uwd, geschakeld en vrijstaand
sw-11
Max. 10
Aaneengebouwd**’, tweeaaneengebouwd en Min. 4, max. 5 geschakeld
| sw-12
Max. 4
Vrijstaand
Min. 4, max. 4
* minimaal 4, maximaal 4 aaneengebouwd ** minimaal 3, maximaal 5 aaneengebouwd *** minimaal 3, maximaal 3 aaneengebouwd
Een en ander met dien verstande dat ten minste 120Zo van de woningen moeten voldoen aan de categorie sociale woningbouw. b. c.
een hoofdgebouw/woningblok mag uitsluitend in of achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd, behoudens het bepaalde onder c van dit lid; de voorgevelrooilijn mag uitsluitend worden overschreden met een erker, portiek, balkon of luifel, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 6 m2; 2. de afstand tot de aan de weg gelegen perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2 m; 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw, behoudens voor balkons waarvan de bouwhoogte, gemeten vanaf de onderkant van de balkonvloer, niet meer dan 1,5 meter mag bedragen; 4. de afmetingen van een luifel boven de toegang van een woning mag ten hoogste 1,5 m x 1 m bedragen;
20
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
d.
e. f. g.
h. i. j. k. l.
De diepte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan: 1. 15 meter bij vrijstaande hoofdgebouwen; 2. 12 meter bij de overige hoofdgebouwen; de onderlinge afstand tussen hoofdgebouwen/woningblokken binnen dezelfde strook bedraagt 0 m of ten minste 3 m; indien niet in de zijdelingse perceelgrens wordt gebouwd, bedraagt de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens ten minste 1 m; de goothoogte van hoofdgebouwen/woningblokken bedraagt ten hoogste 6,5 m, met dien verstande dat: 1. elk hoofdgebouw/woningblok één goothoogte mag hebben; 2. een hoofgebouw/woningblok een andere goot- en nokhooge dient te hebben als het naastgelegen hoofdgebouw/woningblok binnen dezelfde strook; deze laatste bepaling geldt niet voor hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'sw-1'; hoofdgebouwen/woningblokken dienen met de voorgevel naar de weg gekeerd te zijn; hoofdgebouwen/woningblokken dienen te worden afgedekt met een zadeldak; wolfseinden zijn niet toegestaan; De nok van het dak van hoofdgebouwen/woningblokken heeft niet meer dan één richting; de dakhelling van hoofdgebouwen/woningblokken bedraagt niet minder dan 40° en niet meer dan 60^ kelders zijn, voor zover geheel onder het maaiveld gesitueerd, overal toegestaan waar hoofdgebouwen zijn toegestaan.
7.2.2
Aam/uitbouwen en bijgebouwen
Voor het bouwen van aam/uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a.
aam/uitbouwen en bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 6 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw gebouwd te worden; b. de gronden buiten het bouwvlak, die zijn gelegen achter de achtergevelrooilijn van het hoofdgebouw, mogen voor maximaal 500Zo worden bebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van aam/uitbouwen en bijgebouwen, voor zover gesitueerd buiten het bouwvlak, mag: 1. op bouwpercelen tot 300 m2, niet meer bedragen dan 70 m2; 2. voor zover de oppervlakte van het bouwperceel meer bedraagt dan 300 m2 mag in afwijking van de onder 1 genoemde oppervlakte worden vermeerderd met 1007o van de overmaat, met dien verstande dat de totale bebouwde oppervlakte aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet meer dan 250m2 mag bedragen; d. de oppervlakte per bijgebouw mag niet meer bedragen dan 60 m2; e. per woning mogen niet meer dan 2 vrijstaande bijgebouwen gebouwd worden; f. de goothoogte van een aam/uitbouw mag bij hoofdgebouwen met een goothoogte: 1. die lager is dan 6 m niet meer dan 3 m bedragen; 2. die hoger is dan of gelijk is aan 6 m niet meer dan 4 m bedragen; g. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 3 m bedragen. h. de bouwhoogte van een aam/uitbouw mag bij hoofdgebouwen met een goothoogte: 1. die lager is dan 6 m niet meer dan 5 m bedragen; 2.
die hoger is dan of gelijk is aan 6 m niet meer dan 7,5 m bedragen; met dien verstande dat de bouwhoogte van een aanbouw niet meer mag bedragen dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; i.
de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 5 m bedragen.
7.2.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak gebouwd worden; carports en overkappingen mogen worden gebouwd, mits aan de volgende eisen wordt voldaan: 1. de carports en overkappingen mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn van de woning worden gebouwd; 2. de goothoogte mag niet meer dan 3 m bedragen;
21
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
3. 4.
c.
d.
e.
de oppervlakte mag niet meer dan 20 m2 bedragen; de gronden die zijn gelegen achter de achtergevelrooilijn, mogen voor maximaal 50oZo worden bebouwd. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 m mag bedragen; ten behoeve van de bouw van een openluchtzwembad mag het in lid 7.2.2 onder c genoemde bebouwingspercentage worden verhoogd tot maximaal 7507o, met dien verstande dat de oppervlakte van het openluchtzwembad niet meer dan 100 m2 mag bedragen. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 2 meter mag bedragen.
7.3 a.
b.
Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot de afmetingen en de plaatsing van de bebouwing ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de milieusituatie; 4. de sociale veiligheid; 5. externe veiligheid; 6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 7. het na te streven stedenbouwkundig beeld zoals neergelegd in het in bijlage 15 bij de toelichting opgenomen beeldregieplan. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen met betrekking tot het realiseren van voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernormen, met dien verstande dat: 1. daardoor de gebruikswaarde van het te bebouwen perceel niet onevenredig wordt geschaad; 2. geen inbreuk wordt gemaakt op het maximaal te bebouwen oppervlak van de gronden.
7.4
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning van te wijken van de bouwregels in lid 7.2.3 voor: a.
het bouwen van terreinafscheidingen tot een hoogte van maximaal 2 m vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan; b. het bouwen van antenne-installaties tot een hoogte van maximaal 40 m; c. het bouwen van bewegwijzering, licht- en andere masten en overige bouwwerken geen gebouwen zijnde met een grotere hoogte; één en ander met inachtneming van de volgende regels: » « » »
tegen deze hoogte bestaan geen bezwaren vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid of in verband met ontsluiting van percelen; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; er bestaan geen bezwaren vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige inrichting en vormgeving;
7.5
Specifieke gebruiksregels
7.5.1
Voorwaardelijke verplichting geluidafscherming
De in deze bestemming bedoelde woningen mogen niet eerder in gebruik worden genomen dan nadat de in artikel 3 (Bos) bedoelde geluidwal is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden. De hoogte van deze geluidwal (eventueel inclusief topscherm) mag niet minder dan 8 meter bedragen.
22
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
7.5.2 a. b.
Parkeren
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeren 1' mogen niet minder dan 20 openbare parkeerplaatsen worden gerealiseerd en in stand gehouden; Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeren 2' mogen niet minder dan 18 openbare parkeerplaatsen worden gerealiseerd en in stand gehouden.
7.5.3
Strijdig gebruik
Tot een gebruik in strijd met de bestemming wordt gerekend: a. b. c.
detailhandel; het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte. het gebruik van de kaplaag voor geluidgevoelige (verblijfs)ruimten, voor zover deze kaplaag is gesitueerd bovenop twee bouwlagen. Dit verbod is niet van toepassing indien het dakvlak waarbinnen de kaplaag zich bevindt als dove gevel in de zin van de Wet geluidhinder is/wordt uitgevoerd dan wel indien het een bestaande woning betreft.
7.5.4 a.
7.6 a.
b.
c.
Toegestaan gebruik
Binnen de bestemming 'Wonen' is de uitoefening van aan-huis-gebonden beroep uitsluitend toegestaan in het hoofdgebouw/woning, mits: 1. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft; 2. het bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu oplevert en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de buurt of wijk; 3. het niet betreft een zodanige verkeersaantrekkende activiteit die kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; 4. geen detailhandel plaatsvindt, met uitzondering van een beperkte verkoop in verband met een beroepsmatige activiteit in of bij de woning; 5. geen oneveredige verstoring van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur mag plaatsvinden. Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 7.5.3 onder b voor het gebruik van een bijgebouw als afhankelijke woonruimte, mits: 1. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg; 2. de afhankelijke woonruimte binnen de ingevolge dit artikel voorgeschreven maatvoering inzake bijgebouwen wordt ingepast met een maximaal oppervlakte van 80 m2; 3.
er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 7.5.3 onder c teneinde de kaplaag, voor zover deze kaplaag is gesitueerd bovenop twee bouwlagen, voor geluidgevoelige (verblijfs)ruimten aan te wenden, mits uit akoestisch onderzoek blijkt dat dat de geluidbelasting vanwege weglawaai op het dakvlak niet meer bedraagt dan de voorkeursgrenswaarde. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 7.5.4 voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep in de bijgebouwen en/of aan-huis-gebonden bedrijf in de woning of bijgebouwen, met dien verstande dat: 1. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft; 2. het bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de buurt of wijk; 3. het niet betreft een zodanige verkeersaantrekkende activiteit die kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; 4. geen detailhandel plaatsvindt, met uitzondering van een beperkte verkoop in verband met een beroepsmatige activiteit in of bij de woning; 5.
geen oneveredige verstoring van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur mag
23
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
plaatsvinden; 6. maximaal 40 “/o van het vloeroppervlak van de woning en de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten in gebruik mag zijn, zulks met een absoluut maximum van 80 m2.
24
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Artikel 8 8.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. 8.2
Bouwregels
Binnen het gebied met 'Waarde - Archeologie 5' mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht ten behoeve van de op deze gronden liggende bestemming(en), indien en voor zover het een bouwplan betreft: a. b. c.
met een oppervlakte van maximaal 2.500 m2, of; met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en een verstoringsdiepte van minder dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld, of; dat betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, dan wel niet meer dan 2,5 m uit de bestaande fundering wordt gebouwd.
8.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de afmetingen en de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden. 8.4
Afwijken van de bouwregels
8.4.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2 voor het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden voorkomende bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat er geen of nauwelijks behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn dan wel dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende regels worden verbonden: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouwplan) monumenten in de bodem worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
8.4.2 Bouwverbod Indien uit het (archeologisch) onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in lid 8.4.1 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd. 8.4.3
Advies
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een afwijking van de bouwregels als bedoeld in lid 8.4.1 winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door afwijking van de bouwregels geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
25
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
8.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.5.1
Verbod
Het is verboden op de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren: a.
het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; c. het ophogen en egaliseren van gronden; d. het verlagen van het waterpeil; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; f. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; g. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; h. het afplaggen van heide- of natuurgebieden; i. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 50 cm bedragen; indien de oppervlakte van het werk of de werkzaamheden groter is dan 2.500 m2. 8.5.2
Uitzonderingen
Het in lid 8.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a.
b. c. d.
het normale onderhoud en/of beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bouwwerk worden uitgevoerd.
8.5.3 a.
b.
c.
Toelaatbaarheid
de in lid 8.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, en vooraf door de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, waarbij: 1. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld, of; 2. er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; 3. de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig worden geschaad; voor zover de in lid 8.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouwplan) monumenten in de bodem worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de
26
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 8.5.4
Advies
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld lid 8.5.1 wint zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een afwijking geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
27
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Hoofdstuk 3 Artikel 9
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
28
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
10.1
Parkeren
10.1.1
Parkeernormen
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, staat vast dat voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de normen in de beleidsregels in de 'Nota Parkeernormen 2015', wordt gerealiseerd. 10.1.2 Afwijken parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen één of meer bepalingen van deze nota buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing - gelet op het belang waarvoor deze nota tot stand is gebracht - leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Een en ander dient in een collegebesluit vastgelegd te zijn. 10.1.3 Wijzigen parkeernormen Als de in artikel 10.1.1 bedoelde beleidsregels worden gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden.
29
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Artikel 11
Algemene aanduidingsregels
11.1
Vrijwaringszone - weg
11.1.1
Verbod
Het is niet toegestaan gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - weg' (50 m-lijn) op te richten. 11.1.2 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.1.1 onder a teneinde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - weg' (50 m-lijn) op te richten mits de belangen vanuit de weg niet in het gedragen komen; hiertoe wordt de wegbeheerder gehoord. 11.2
Geluidzone - weg
Ter plaatse van de aanduiding ‘Geluidzone - weg’ mag uitsluitend worden gebouwd indien de voorwaarden die gesteld zijn in het Besluit hogere waarde (zoals opgenomen in Bijlage 1 bij de regels) in acht worden genomen, inclusief het bouwen van dove gevels en/of geveldelen en/of tuinmuur.
30
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Artikel 12
12.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen -tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds kan worden afgeweken- bij omgevingsvergunning afwijken van de regels in het plan voor afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 1007o. 12.1.1
Afwegingskader
Een in 12.1 genoemde afwijking wordt slechts verleend met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f.
er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; er bestaan geen bezwaren vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige inrichting en vormgeving; de verkeersveiligheid mag niet in gedrang komen; het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast; de brand-, verkeers- en openbare veiligheid komen niet in het gedrang.
31
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Artikel 13
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag niet meer dan 100Zo worden vergroot. Een en ander met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g.
er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in de omgeving aanwezige landschapselementen; de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; er bestaan geen bezwaren vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige inrichting en vormgeving; de verkeersveiligheid mag niet in gedrang komen; het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast; de brand-, verkeers- en openbare veiligheid komen niet in het gedrang.
32
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Artikel 14 14.1
Overige regels
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
33
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Hoofdstuk 4 Artikel 15 15.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
15.2
Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 15.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 15.1 met maximaal 10oZo. 15.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Lid 15.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.4
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 15.5
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 15.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 15.6
Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in lid 15.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan vooreen periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 15.7
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Lid 15.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
34
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Artikel 16
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord.
35
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
36
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Bijlage bij de regels
37
bestemmingsplan Steegsche Velden - Noord
ŴARCADIS
(ontwerp)
Bijlage 1
Besluit hogere waarden
38
O
HOGERE GRENSWAARDE GELUID Besluitnummer Documentnummer IN21-01626
Ontwerp besluit^
Onderwerp Beslissing van burgemeester en wethouders van Best op het verzoek van 2 augustus 2021. Dit verzoek betreft het opleggen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai. Het verzoek heeft betrekking op te bouwen woningen in bestemmingsplan Steegsche Velden-Noord.
Procedure Voor de totstandkoming van dit besluit is de procedure toegepast die is beschreven in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht overeenkomstig het bepaalde in artikel 110c van de Wet geluidhinder.
Beslissing Burgemeester en wethouders van Best besluiten, gelet op het bovenstaande, op hetgeen in bijgevoegde afweging staat vermeld en op het bepaalde in de Wet geluidhinder, het Besluit geluidhinder en de Algemene wet bestuursrecht 1.
de hogere waarden vast te stellen die in onderstaande tabel zijn opgenomen;
Hogere waarden als gevolg van wegverkeerslawaai afkomstig van A2 Waarneempunt (wnp)
Aantal woningen waarop wnp betrekking heeft
Waarneemhoogte in m
Vóór maatregelen
Geluidbelasting in dB inclusief aftrek art. 110g Wgh Na evt. maatregelen ^verzochte hogere waarde)
002JC
1
7,5
50
50
010JC
1
7,5
50
50
022^
1
7,5
50
50
027JC
1
7,5
50
50
031JC
1
7,5
51
51
034JC
1
7,5
52
52
039JC
1
7,5
53
53
042JC
1
7,5
53
53
046^
1
7,5
50
50
047^
1
7,5
52
52
050JC
1
7,5
51
51
05^C
1
7,5
49
49
054^
1
7,5
53
53
059JC
1
7,5
53
53
060JC
2
7,5
50
50
063JC
1
7,5
52
52
066JC
1
7,5
53
53
070JC
1
7,5
53
53
074 B
1
4,5
51
51
074^
1
7,5
53
53
079 B
2
4,5
50
50
079JC
2
7,5
53
53
082JC
4
7,5
52
52
085 B
2
4,5
50
50
085JC
2
7,5
53
53
089 B
1
4,5
49
49
089 C
1
7,5
53
53
095 C
3
7,5
51
51
096 C
1
7,5
52
52
099JC
3
7,5
51
51
100 C
1
7,5
51
51
104 C
5
7,5
52
52
107 C
2
7,5
50
50
110j:
1
7,5
51
51
112^
1
7,5
51
51
113j:
2
7,5
49
49
116j:
1
7,5
50
50
117C
1
7,5
49
49
119j:
2
7,5
49
49
124 C
1
7,5
51
51
125:
2
7,5
49
49
l27:
1
7,5
53
53
l3l:
2
7,5
52
52
132JC
2
7,5
52
52
l33:
5
7,5
50
50
l40:
2
7,5
50
50
l43:
4
7,5
50
50
l45:
1
7,5
50
50
146j:
1
7,5
49
49
l49:
1
7,5
51
51
150 C
2
7,5
49
49
155 C
3
7,5
51
51
158 C
2
7,5
53
53
162JC
2
7,5
51
51
165 C
2
7,5
52
52
170 C
1
7,5
53
53
174 C
1
7,5
49
49
177 C
1
7,5
49
49
180JC
1
7,5
51
51
182 C
1
7,5
52
52
185 C
2
7,5
53
53
190 C
1
7,5
53
53
194 C
1
7,5
50
50
197JC
1
7,5
50
50
205 C
1
7,5
49
49
209 C
1
7,5
50
50
213 C
1
7,5
49
49
241 C
1
7,5
52
52
245JC
1
7,5
52
52
249 C
1
7,5
53
53
253 C
1
7,5
52
52
Opm: per leeflaag is voor de hoogst berekende waarde een ontheffing gevraagd 2
2.
dat de volgende gewaarmerkte stukken deel uitmaken van het besluit: » Verzoek, d.d. 2 augustus 2021 » Akoestisch onderzoek, d.d. 10 augustus, opgesteld door Arcadis, project nr. C05022.214050 en ref. nr.: D10016146:56 » Bijlage 1, Situatietekening met rekenpunten en rekenresultaten » Bijlage 2, Afwegingen » Bijlage 3, Cumulatieve geluidbelasting » Bijlage 4, Woningen verblijfsruimte met mogelijkheid te open raam onder kaplaag » Bijlage 5, Wal 6 meter met topscherm 2 meter (totaal 8 meter)
3.
aan dit besluit de volgende voorwaarden te verbinden: » dat voor voldoende gevelisolatie wordt gezorgd zodat een binnenniveau van 33 dB gerealiseerd wordt conform NEN 5077. Dit staat in artikel 3.3, lid 1 (verblijfsruimten) en lid 2 (slaapruimten) van het Bouwbesluit 2012. De toets aan het binnenniveau moet plaatsvinden op basis van de cumulatieve geluidbelasting op de gevel. Daarbij mag de aftrek overeenkomstig artikel 110g van de Wet geluidhinder niet worden toegepast; » dat voor alle woningen ten minste een geluidluwe zijde met een geluidbelasting van maximaal 48 dB en een geluidluwe buitenruimte aanwezig is. Dit is inclusief een aftrek overeenkomstig artikel 110g Wet geluidhinder; » dat conform de regels van het bestemmingsplan Steegsche Velden-Noord (artikel 7.5.3 lid c), onder de kaplaag (voor zover deze kaplaag is gesitueerd bovenop twee bouwlagen) geen geluidgevoelige ruimte aanwezig mag zijn als deze te open delen heeft. Conform de regels van het bestemmingsplan (artikel 7.6 lid b) mag hiervan afgeweken worden voor de woningen zoals opgenomen in bijlage 4 van dit besluit en het te openen deel tevens aanwezig is aan de zijde zoals aangeven in bijlage 4 van dit besluit. » dat de verblijfsruimten zoveel mogelijk aan de geluidsluwe of aan de minst geluidbelaste zijde gerealiseerd worden. Aan de meest belaste zijde worden geen verblijfsruimten gesitueerd.
Alleen als overwegingen op basis van stedenbouw of volkshuisvesting zich hiertegen verzetten mag hiervan afgeweken worden; » dat voor de aanvang van de bouw van de woningen een geluidswal/scherm met een totaal hoogte van 8 meter (wal 6 m en daarop topscherm van 2 m) gerealiseerd dient te zijn zoals opgenomen in bijlage 5 van dit besluit; » dat op de bouwtekeningen voor de omgevingsvergunning duidelijk aangegeven dient te zijn op welke manier de woning(en) voldoen aan de benodigde gevelisolatie; » dat bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van de woning(en) een berekening gevoegd dient te zijn. Deze berekening toont de geluidreductie aan van de geluidwerende voorzieningen van de uitwendige constructie. Deze berekening voert u uit volgens NEN 5077. In de verblijfsruimten van de woning(en) mag het geluidniveau niet hoger zijn dan 33 dB.
Best, 10 augustus 2020 Namens burgemeester en wethouders
Monique van Merriënboer medewerker Omgevingszaken
3
Zienswijze Als u het niet eens bent met deze voorgenomen beslissing, laat het ons dan weten. U kunt dit schriftelijk doen bij burgemeester en wethouders van Best, Postbus 50, 5680 AB Best. U kunt uw zienswijze ook mondeling geven. Hiervoor maakt u een afspraak met de heer Henk Janssen, tel. 14-0499. U hebt hiervoor zes weken de tijd. Alleen als u op tijd zienswijzen indient, kunt u tegen het definitieve besluit in beroep gaan.
4
ûcessi
O ZSA
İİUJ2 +UJ9 | uuiK p'M ett iiõoų lug )» uj
ooisst
CEOS
u*pn»/, eip*ŵ»*ns |ap(MIUt9|M su « ooûssi
m 6 m6jmomji *0eilq| 'Z io Z AUVH l*e*MP|*J*#ni*AB#JY\
BIJLAGE 1
1A: Rekenpunten
ff á
k
ín
*p
-+Ũ W
W\J
- 1 cc
a 3ďē|[iē
pjoofj usppA 3udē6m;s
5
Steegsche Velden Noord
1B: rekenresultaten 4,5 meter hoogte exclusief aftrek
HjMaipũuļj, |
■it.
íŕ'jrļ’í1
6
Steegsche Velden Noord
1C: rekenresultaten 7,5 meter hoogte exclusief aftrek
ÍÇ C ^ ŌJ Ş LT 2i' ^ 3sa -JU ra jj ra iťi c» P
ū^»aipťuja,ļ
7
BIJLAGE 2
AFWEGINGEN Inleiding Burgemeester en wethouders van Best zijn voornemens om voor een locatie in Best het bestemmingsplan te wijzigen. Het gaat om een locatie die gelegen is ten noorden van de bebouwde kom van Best en ten westen van de rijksweg A2. Een overzichtskaart van het stedenbouwkundig plan is hieronder weergegeven.
M. růV
Hokkelslraat
Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Om het initiatief juridisch en planologisch mogelijk te maken wordt voor de locatie een bestemmingsplan opgesteld. De huidige bestemming van het gebied is vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied Best 2002, vastgesteld op 21 januari 2002. Voor het plangebied geldt op dit moment de bestemming: Agrarisch Gebied. We hebben onderzocht of we voor deze locatie een hogere geluidsgrenswaarde als gevolg van wegverkeerslawaai kunnen verlenen. Voor wegverkeer leest u de bepalingen hierover in artikel 83 van de Wet geluidhinder. Dit artikel heeft een relatie met artikel 110a lid 1 en 3 van de Wet geluidhinder.
Procedure De voorbereiding van het besluit heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 110c van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. Het besluit tot het vaststellen van een hogere waarde wordt gecombineerd met de procedure voor het bestemmingsplan.
Coördinatie met de Wet ruimtelijke ordening De (ontwerp)beschikking op basis van de Wet geluidhinder en het bestemmingsplan worden gelijktijdig ter inzage gelegd.
Beoordelingskader In de Wet geluidhinder zijn grenswaarden opgenomen voor de geluidsbelasting van wegverkeerslawaai. De Wet geluidhinder maakt daarbij onderscheid in een voorkeurswaarde en een maximale waarde. Een geluidsbelasting lager dan of gelijk aan de voorkeurswaarde is zonder meer toelaatbaar. De effecten van geluid worden dan aanvaardbaar geacht. Een geluidsbelasting hoger dan de maximale waarde is ontoelaatbaar. De maximale ontheffingswaarde voor woningbouwlocatie binnen de bebouwde kom 8
bedraagt 63 dB en buiten de bebouwd kom 53 dB. Voor een rijksweg betreft het een buiten stedelijke situatie waardoor een maximale ontheffingswaarde van 53 aan de orde is. Een geluidsbelasting lager dan of gelijk aan de maximale waarde, maar hoger dan de voorkeurswaarde is alleen toelaatbaar na een afwegingsproces. Het afwegingsproces heeft vorm gekregen in de procedure "Vaststelling hogere waarde voor geluid". Het vaststellen van een hogere waarde wordt getoetst aan de Wet geluidhinder en het op 4 maart 2008 vastgestelde Gemeentelijke ontheffingenbeleid hogere waarde procedure ingevolge de Wet geluidhinder (hierna: de beleidsregel). Dit betreft over het algemeen beleid voor inbreidingssituaties. Steegsche Velden Noord is een uitbreidingslocatie. Alleen onder bijzondere omstandigheden is hier een hogere geluidsgrenswaarde mogelijk. Voor de afronding van Steegsche Velden is daarom voor het noordelijk deel van dit gebied (Steegsche Velden Noord) op 18 december 2018 de beleidsnotitie 'Nadere uitwerking Hogere Waarde beleid voor uitbreiding Steegsche Velden', vastgesteld. In deze notitie zijn de bijzondere omstandigheden en argumenten om hogere geluidsgrenswaarden toe te staan in uitbreidingsgebied Steegsche Velden-noord en voor drie woonbestemmingen in Steegsche Velden-oost nader onderbouwd. Aan deze vastgestelde beleidsnotitie is eveneens getoetst.