22007.6 - Bijlage 4 - Toelichting en regels Bestemmingsplan J.P. Coenstraat ongenummerd
Tekst van het document
Omdat er nog wel een kans aanwezig is op het aantreffen van losse archeologische vondsten, adviseren wij om in de omgevingsvergunning de volgende voorwaarde op te nemen: De start van het ontgraven van de bouwput dient minstens een week van tevoren gemeld te worden bij de ODZOB. Zij zal zorgen dat het graafwerk waargenomen wordt door vrijwilligers die aangesloten zijn bij de Archeologische Vereniging Kempen- en Peelland (AVKP) en/of heemkundekring. Deze vrij willigers zullen bij het uitgraven waarnemingen verrichten om te controleren of er wel of geen archeo logische vondsten aanwezig zijn. Dit veroorzaakt geen vertraging voor uw civiele werkzaamheden! Tij dens deze archeologische inspectie kunnen de volgende werkzaamheden worden verricht: » Het inspecteren van de graafvlakken, waarbij gelet wordt op aardewerkscherven, voorwerpen van steen, metaal, organische resten en grondsporen. » Het inspecteren van het graafvlak met behulp van een metaaldetector. » Verzamelen van vondstmateriaal, zo mogelijk per spooreenheid.
Hoofdstuk 4
26
B il O
»
Eventuele vondsten zullen als archismelding worden geregistreerd bij de Rijksdienst voor Cultu reel Erfgoed (Erfgoedwet 2016, artikel 5.4 en 5.5).
Omdat de aanwezigheid van archeologische resten nooit geheel kunnen worden uitgesloten op basis van het uitgevoerde onderzoek, blijft de wettelijke meldingsplicht (op basis van de Erfgoedwet 2016) ten aanzien van archeologische vondsten gelden. Dit betekent dat als tijdens toekomstige grondwerk zaamheden toch belangwekkende archeologische vondsten en structuren worden aangetroffen, dat men dit zo spoedig mogelijk dient te melden bij de gemeente Best.
4.11 Flora en fauna De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbe scherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebieds bescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In deze paragraaf wordt een beoordeling gemaakt van de effecten die het plan zal hebben op be schermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. Doorwerking plangebied Het planvoornemen voorziet in de sloop van reeds aanwezige bebouwing en het realiseren van zeven nieuwbouwwoningen. In de huidige bebouwing zijn mogelijk beschermde diersoorten te vinden. Te vens kan de ontwikkeling invloed hebben op omliggende beschermde natuurgebieden. Er is door BRO een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) gedaan voor het plangebied. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwe zen naar de bijlagen. Overzicht (potentiele) aanwezigheid beschermde soorten/gebieden en te nemen vervolgstappen
Soortgroep
Potentieel
Sprake van
Vervolgtraject Z maatre
Bijzonderheden Z opmerkin
aanwezig
overtreding
gelen
gen
Plangebied buiten broedAlgemeen
Ja
Te voorkomen
of controle vooraf
Broedvogels Jaarrond beschermd
Vleermuizen
Hoofdstuk 4
seizoen bouwrijp maken
Verblijfplaatsen
Nee
Nee
-
Ja
Mogelijk
Vervolgonderzoek naar gebruik van gebouw door vleermuizen
Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus
-
Bij aanwezigheid is voor de sloop een ontheffing nodig
27
BÜO
Soortgroep
Foerageerhabitat
Potentieel
Sprake van
Vervolgtraject Z maatre
Bijzonderheden Z opmerkin
aanwezig
overtreding
gelen
gen
Ja
Nee
-
Er blijft voldoende groen aan wezig
Vliegroutes
Ja
Nee
-
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Reptielen
Nee
Nee
-
Amfibieën
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
Afstand tot
Sprake van
gebied
aantasting
Natura 2000
ca. 8 km
Nee
-
Natuurnetwerk Nederland
ca. 1,4 km
Nee
-
Houtopstanden
-
Nee
-
Gebiedsbescherming
Vervolgtraject
Heeft betrekking op een soort als de egel Heeft betrekking op een soort als de gewone pad
Bijzonderheden Z opmerkin gen
Geen externe verstorende fac toren Wezenlijke ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk Niet van toepassing
Conclusie Soortbescherming Gelet op de potentiele ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits vooraf gaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming, onderdeel soorten, in acht te worden genomen: » Met betrekking tot de sloop zijn overtredingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen van ver blijfplaatsen van een vleermuissoort op basis van de quickscan niet uit te sluiten. Vervolgonder zoek gedurende het juiste seizoen heeft hieromtrent uitsluitsel gegeven. De muziekschool is on dertussen gesloopt. Voorafgaand aan de sloop is door Miecon onderzocht of het gebouw gebruikt wordt door vleermuizen. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Het gebouw was niet in gebruik door vleer muizen. De sloop kon zonder verdere gevolgen voor vleermuizen worden uitgevoerd.
Hoofdstuk 4
28
BÜO
»
»
Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten. Voor het verwijderen van nest- en verblijfplaatsen dient een ontheffing te worden aangevraagd bij de Omgevingsdienst Brabant Noord; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Kampina & Oisterwijkse Vennen”, bevindt zich op circa 8 kilometer afstand ten noorden van het plangebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of de positie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van enkele woningen betreft, is een toe name aan verkeersbewegingen te verwachten. Het gebouw was echter gasgestookt, met een laag energielabel. De toekomstige woningen zullen gasloos worden gerealiseerd. Hierdoor is, in combinatie met de geruime afstand, een netto toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied niet te verwachten. Er is een aerius-berekening uitgevoerd. Deze is opgenomen in de bijlagen. Uit de uitge voerde berekeningen blijkt dat bij gebruiksfase geen depositieresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Vervolgonderzoek naar effecten op beschermde gebieden (Natura 2000/NNB) wordt niet noodzakelijk geacht.
Evenmin is er sprake van een noodzaak tot het indienen van een ontheffingsaanvraag ten aanzien van houtopstanden dan wel een vergunningsaanvraag in het kader van gebiedsbescherming.
4.12 Water Het is verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets te doorlopen. Hierin dient inzicht te worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente een wateradvies in te winnen bij de waterbeheerder. Het waterschap en de gemeente kunnen praktische afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is op genomen. Er is door Aeres Milieu BV een onderzoek uitgevoerd voor het plangebied. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen.
Hoofdstuk 4
29
B il O
Beleidskader Waterschap De Dommel Waterschap De Dommel hanteert het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht dient te worden hoe omgegaan kan worden met het schone hemelwater. Hierbij worden de afwegingsstappen “hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer” doorlopen. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. De doelen van Waterschap De Dommel voor de periode van 2016 tot 2021 staan beschreven in het waterbeheer-plan “Waardevol Water” en zijn gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, vol doende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Het waterschap is verantwoordelijk voor het waterke ringenbeheer, het waterbeheer en het transporteren en zuiveren van afvalwater. Het Water- en rioleringsplan 2016-2020 van de gemeente Best is overeenkomstig met het beleid van het waterschap. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van be lang zijn als vertrekpunt bij planontwikkelingen.
Onderzoek Door de planontwikkeling neemt het verhard oppervlak licht af. Hiervoor is geen compenserende voor ziening benodigd. Aan de (milieuhygiënische) randvoorwaarden kan worden voldaan. Al de neerslag binnen het plangebied zal niet of zeer gering verontreinigd zijn. In onderstaande tabel is een overzicht van de (toekomstige) verharde oppervlaktes weergegeven. Hierbij is voor de tuinen uitgegaan van een maximale verhardingsgraad van 9007o. Bruto (verharde) oppervlakten Dak oppervlakte, circa Overig verhard oppervlak (wegen, parkeren), circa Onverharde oppervlakte, circa Totaal verhard oppervlak
Huidige situatie [m2] 625
Toekomstige situatie [m2] 420
tegels 390 parkeren 170 792
tuin en pad 570 parkeren 170 817
1.185
1.160
Tabel 1:Toe- en afname verhard oppervlak binnen het plangebied (Bron: Onderbouwing wateraspect, Aeres Milieu)
Door de planontwikkeling neemt het verhard oppervlak licht af. Hiervoor is geen compenserende voor ziening benodigd. Bij de nieuwbouw zal een gescheiden stelsel aangelegd te worden dat op het gemeentelijk stelsel aangesloten wordt. Hiermee wordt reeds ingespeeld op de toekomstige scheiding van de rioolstelsels binnen Best en ten tijde kan dan eenvoudig afgekoppeld worden. Ter plaatse zijn weinig aanvullende mogelijkheden tot beperking van de hemelwaterhoeveelheid of stroomsnelheid realiseerbaar. Herge bruik van hemelwater voor toiletspoeling kan overwogen worden maar is vanuit milieuhygiënisch oog-
Hoofdstuk 4
30
punt niet geadviseerd. Omdat infiltratie ter plaatse slechts beperkt mogelijk is, is ter plaatse geen infiltratievoorziening geadviseerd. Aanvullend kan de afvoerhoeveelheid en -snelheid verder beperkt wor den door vermindering van de verharding in de tuin of de aanleg van halfverhardingen. Door de sloop van de muziekschool en planontwikkeling met 14 woningen is een lichte toename (to taal 4 m'Vdag) in de hoeveelheid afvalwater te verwachten. Het bestaande stelsel kan dit probleemloos verwerken. Voor de wijzigingen aan de aansluiting dient een aanvraag ingediend te worden bij de ge meente Best. Ter plaatse is voldoende drooglegging aanwezig en is er geen grondwateroverlast te verwachten (GHG dieper dan 80 cm-mv). Bij het stedenbouwkundig ontwerp dient rekening gehouden te worden met de afstroming van het hemelwater. Geadviseerd wordt om het toekomstig vloerpeil ge lijkaardig aan de omliggende bebouwing of 20 cm boven het huidige wegpeil aan te leggen.
Conclusie Door rekening te houden met de genoemde aandachtspunten is er geen (grond)wateroverlast te ver wachten door de voorgenomen planontwikkeling.
4.13 Luchtvaart Luchtverkeerslawaai De normstelling in wet- en regelgeving is het resultaat van een afweging tussen belangen van gezond heid (incl. hinder) en vliegverkeer. De normstelling voor militair vliegverkeer wordt uitgedrukt in de Kosteneenheid (Ke). De kosteneenheid is een eenheid om geluidsbelasting te kwantificeren.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De belangen van defensie zijn vastgelegd in het Barro en de Regeling algemene regels ruimtelijke or dening (Rarro). In het Barro is geregeld dat bij een herziening van een bestemmingsplan de beperkingengebieden zoals opgenomen in de Luchtvaartwet (de Luchtvaartwet wordt stapsgewijs vervangen door de Wet Luchtvaart) en de Wet geluidhinder in acht genomen moeten worden. De beperkingengebieden zijn vastgelegd in het Luchthavenbesluit Eindhoven.
Luchthavenbesluit Eindhoven Op basis van de Wet luchtvaart (artikel 10.15) is het Luchthavenbesluit Eindhoven vastgesteld. In het luchthavenbesluit worden het luchthavengebied en het beperkingengebied vastgesteld. Voor bestem mingsplan die geleden zijn in de omgeving van de militaire luchthaven Eindhoven is het beperkingen gebied van belang. Het luchthavengebied zelf bestaat alleen uit de gronden van de militaire luchtha ven Eindhoven. In de bijlagen bij het luchthavenbesluit zijn beperkingengebieden opgenomen die ge volgen kunnen hebben voor het gebruik van de gronden: » bijlage 3: op deze kaart zijn gebieden aangewezen waar de waarden van de geluidsbelasting ho ger zijn dan 40, 45 en 65 Kosteneenheden; » bijlage 4 en 5: op deze kaarten zijn gebieden aangewezen waar een maximaal toelaatbare hoogte van objecten in vastgelegd in verband met de veiligheid van het luchthavenverkeer;
Hoofdstuk 4
31
B il O
»
bijlage 6: op deze kaart is een gebied aangewezen waar grond gebruik of een bestemming van de volgende categorieën: oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare, natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden, vishouderijen met extramurale bassins, extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal, afvalwaterzuiveringsinstallaties niet is toegestaan.
De beperkingengebieden moeten bij een herziening van een bestemmingsplan in acht worden geno men. Uit onderstaande afbeeldingen blijkt dat het plangebied buiten de geluidsruimte voor luchtverkeer is gelegen.
-lí-ìi-"
—~
y
1PIME2KI
VVTŠ
Figuur 5: Kaart geluidsruimte voor het burgerluchtverkeer (links) en militair luchtverkeer (rechts)
Uit onderstaande afbeeldingen blijkt dat het plangebied binnen de obstakelbeheergebieden is gele gen.
Hoofdstuk 4
32
B il O
MtJf
nfåTfī Luchthavenbesluit Luchthaven Eindhoven Obstakelbeheef gebied (Funnel en IHCS)
J Figuur 6: Kaart obstakelbeheergebied vliegfunnel en IHCS
VvH
Luchthavenbesluit Luchthaven Eindhoven ILS-vetstotlngagebied
Figuur 7: Kaart obstakelbeheergebied instrument landingssysteem
Hoofdstuk 4
33
De funnel ten behoeve van het vliegverkeer dat gebruik maakt van vliegveld Eindhoven is opgebouwd uit een obstakelvrije rechthoek (strook) rond de start- en landingsbaan met aansluitend twee zijvlak ken, waarvan de hoogte oploopt tot 45 meter. In de zone van de Inner Horizontal Surface en Conical Surface (IHCS) mogen geen objecten staan die hoger zijn dan de maximaal toelaatbare hoogte. Conform de ICAO-normen is rondom de gehele lucht haven een obstakelvrij vlak van 45 meter boven NAP is gelegen met een straal van 4 km rond de landingsdrempels, dat overgaat in een conisch vlak met een helling van 50Zo tot 145 meter over een af stand van 2 km. De IHCS leidt voor het plangebied niet tot een beperking van de maximale bouw hoogte. De gebouwen binnen het plangebied zijn lager dan maximaal toegestaan op basis van de IHCS. Onderstaande afbeelding toont het gebied waar beperkingen gelden voor vogelaantrekkende bestem mingen. De herbestemming van het plangebied trekt geen vogels aan en leidt derhalve niet tot een toename van het risico op vogelaanvaringen voor het luchtverkeer van en naar de luchthaven. De lig ging van het plangebied in deze zone levert geen belemmering op voor de ontwikkeling. r^ĒÖE
Legenda
L-L-y
Luchthavenbesluit Luchthaven Eindhoven Vogefcehee«sgeb«ed
Figuur 8: Kaart vogelbeheergebied
Hoofdstuk 4
34
B il O
Conclusie Dit bestemmingsplan vormt geen belemmering voor het vliegverkeer van vliegveld Eindhoven. De ge bouwen binnen het plangebied zijn lager dan maximaal toegestaan op basis van de IHCS en de nieuwe bestemming trekt geen vogels aan.
Hoofdstuk 4
35
B il O
5.
WIJZE VAN BESTEMMEN
5.1
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit de juridisch bindende regels en verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, be palingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij de harde randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en de overheid bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.
5.2 Systematiek In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd die nen te worden, uiteengezet. De planregels van het bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de vigerende bestemmingsplannen in het plangebied, het Aan- en bijgebouwenbeleid 2008 en de algemene systematiek van de gemeente Best voor nieuw op te stellen bestemmingsplannen. In onderstaande paragrafen zullen de regels nader worden uiteenge zet.
5.2.1 Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen no dig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meer dere uitleg vatbaar zijn.
Hoofdstuk 5
36
BÜO
Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uit leg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Hiervoor is aangesloten bij de SVBP 2012. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
5.2.1 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk komen alle (enkel)bestemmingen aan de orde. Het betreft een indeling van bestem mingen in hoofdgroepen waarin de meest voorkomende functies kunnen worden ondergebracht. De indeling in hoofdgroepen maakt het raadplegen van een bestemmingsplan en het zoeken naar be paalde functies eenvoudiger. De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Boven dien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen heeft verleend. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt verleend indien zij voldoet aan onder meer de regels van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit, de Bouwverordening en de voor dit gebied van toepassing zijnde welstandscriteria. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: » bestemmingsomschrijving; » bouwregels; » nadere eisen; » afwijken van de bouwregels; » specifieke gebruiksregels; » afwijken van de gebruiksregels; Daarnaast zijn in de bestemmingen soms nog de volgende elementen opgenomen: » omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaam heden; » omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; » wijzigingsbevoegdheid.
5.2.2 Beschrijving van de bestemmingen In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor.
Groen De gronden met de bestemming ‘Groen’ zijn bestemd voor groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en overige bij de bestemming behorende voorzieningen. Dit zijn bijvoor beeld nutsvoorzieningen, paden, in- en uitritten, speelvoorzieningen en hondentoiletten. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van de vergunningsvrije ge bouwen ten behoeve van bijvoorbeeld nutsvoorzieningen. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mo gen wel worden gebouwd.
Hoofdstuk 5
37
BÜO
Verkeer - Verblijfsgebied De gronden met de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ zijn bestemd voor wegen, fiets- en voetpa den, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en overige bij de bestemming behorende voorzie ningen. Dit zijn bijvoorbeeld parkeerplaatsen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en hondentoiletten. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van vergunningsvrije gebouwen ten behoeve van bijvoorbeeld nutsvoorzieningen. Bouw werken, geen gebouwen zijnde, mogen wel worden gebouwd.
Wonen De gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn bestemd voor het wonen in een woning en voor aan huis verbonden beroepen. Voor de aan huis verbonden beroepen zijn binnen de bestemming gebruiksre gels opgenomen. Bij de bestemming behorende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen, water, tui nen en erven zijn toegestaan. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gerea liseerd. Voor de voorgevelrooilijn mogen alleen kleine erkers, portieken, balkons of luifels worden ge bouwd. Op de verbeelding is binnen het bouwvlak de maximale goot- en bouwhoogte aangeduid. De bouwvlakken mogen volledig worden bebouwd, met inachtneming van de minimale afstand tot de zij delingse perceelsgrens die in de regels is opgenomen. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gereali seerd. Voor percelen kleiner dan 300 m2 mag in totaal per perceel 70 m2 bijgebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits de gronden achter de achtergevelrooilijn voor mimimaal 5007o onbe bouwd blijven. In de regels zijn voor aan- en uitbouwen de maximale goot- en bouwhoogte opgeno men. In de regels zijn voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximale maten opgenomen. Er is onder meer een regeling opgenomen voor carports en overkappingen. Deze mogen zowel binnen als buiten bouwvlak worden gebouwd, mits ze achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw staan.
De maximale oppervlakte aan carports en overkappingen bedraagt 20 m2. Deze oppervlakte telt mee in de maxi male oppervlakte die voor bijgebouwen geldt.
Waarde - Archeologie Deze dubbelbestemming is opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden (zie hiervoor ook paragraaf 4.10.2 van onderhavige toelichting. In de dubbelbestemming is opgenomen dat vooraf gaand aan de werkzaamheden ter realisatie van een bouwpunt een melding dient te worden gemaakt bij de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Deze kunnen andere voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.
5.2.3 Algemene regels Antidubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
Hoofdstuk 5
38
BüO
Algemene gebruiksregels In deze bepaling wordt geregeld wat in ieder geval als strijdig gebruik van gronden of bouwwerken wordt verstaan. De specifieke gebruiksregels, zoals deze kunnen worden opgenomen in de afzonder lijke bestemmingen, is aanvullend op de algemene gebruiksbepaling van het bestemmingsplan.
Algemene afwijkingsregels In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om voor alle in het plan voorkomende bestemmingen af te wijken van de planregels ten behoeve van onder andere maatvoerings- en situeringsbepalingen. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven.
5.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In deze regels wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik.
Slotregel Als laatste wordt de slotregeling opgenomen. Deze regeling bevat de titel van het plan.
Hoofdstuk 5
39
BÜO
6.
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID EN MAATSCHAPPELIJKE HAALBAARHEID
6.1
Exploitatie
In het kader van het bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is het onder omstan digheden verplicht om aan het opstellen van een bestemmingsplan een exploitatieplan te koppelen. Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro als onderdeel van afdeling 6.4 inzake de grondexploitatie. Een exploitatieplan is niet verplicht indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie van de in het bestemmingsplan opgenomen gronden op een andere wijze is ver zekerd (artikel 6.12, lid 2 sub a Wro), het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is (arti kel 6.12, lid 2 sub b Wro) en het stellen van eisen, regels of uitwerking van regels m.b.t. bouwrijp ma ken, aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van openbare ruimte niet noodzakelijk is (artikel 6.12, lid 2 sub c Wro).
6.2
Maatschappelijk uitvoerbaarheid
6.2.1 Inleiding De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangege ven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Pas daarna wordt de wettelijke proce dure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro).
6.2.2 Overleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voor bereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimte lijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van artikel 3.1.1. Bro is het concept ontwerpbestemmingsplan ‘J.P. Coenstraat ongenum merd’ voorgelegd aan de volgende overlegpartners:
Hoofdstuk 6
40
BÜO
Naam Waterschap De Dommel Rijkswaterstaat Provincie Noord-Brabant Veiligheidsregie Brabant Zuidoost
6.2.3 Inspraak en omgevingsdialoog De gemeente heeft ervoor gekozen geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Eenie der kan zijn/haar zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan kenbaar maken (zie paragraaf 6.2.4). Tijdens de planvorming hebben diverse communicatiemomenten met de omgeving plaatsgevonden in de vorm van een informatiebijeenkomst en rondetafelgesprekken.
6.2.4 Kennisgeving voorbereiding Op grond van artikel 1.3.1 Bro is kennisgegeven van de voorbereiding van het bestemmingsplan ‘‘J.P. Coenstraat ongenummerd’.
6.2.5 Tervisielegging en zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft conform artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening van XX tot en met XX ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon eenieder zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Gedurende deze periode zijn in totaal XX zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samen gevat, geanonimiseerd en van een reactie voorzien in de Nota van zienswijzen. Deze is als bijlage bij het plan opgenomen.
6.2.6 Vaststelling De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan is op XX met inachtneming van de in de Nota van zienswijzen beschreven wijzigingen vastgesteld. Na vaststelling wordt het plan wederom gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze periode onherroepelijk.
Hoofdstuk 6
41
BÜO
BIJLAGEN
Bijlage 1: Verantwoording groepsrisico Bijlage 2: Externe veiligheid Bijlage 3: Akoestisch onderzoek Bijlage 4: Quickscan flora en fauna Bijlage 5: Onderbouwing wateraspect Bijlage 6: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 7: Verkeersgeneratie en parkeren Bijlage 8: Aanmeldingsnotitie m.e.r. Bijlage 9: Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 10: Archeologisch onderzoek Bijlage 11: Endoscopisch onderzoek Bijlage 12: Selectieadvies archeologie
J.P.Coenstraat ongenummerd
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 8
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
9
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Groen Verkeer - Verblijfsgebied Wonen Waarde - Archeologie
9 10 11 15
Hoofdstuk 3
Algemene regels
16
Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Anti-dubbeltelregel Algemene afWijkingsregels Overige regels
16 17 18
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
19
Artikel 10 Artikel 11
Overgangsrecht Slotregel
19 20
2
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
Regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
1.1
Plan
Het bestemmingsplan J.P.Coenstraat ongenummerd met identificatienummer NL.IMRO.0753.bpJPCoenstraatong-0001 van de gemeente Best.
1.2
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3
Aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4
Aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5
Aan- en uitbouw
Een aan een hoofdgebouw gebouwd bijgebouw.
1.6
Aaneengebouwde woning
Woning die deel uitmaakt van bebouwing welke wordt gekenmerkt door een rij van minimaal drie aan elkaar gebouwde hoofdgebouwen.
1.7
Aan huis verbonden beroep
Een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp-technisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend.
1.8
Achtergevel
Gevel aan de achterzijde van een gebouw, tegenover de voorgevel.
1.9 a. b.
4
Achtergevelrooilijn de achterste grens van een bouwvlak, gezien vanaf de weg waarop het hoofdgebouw is georiënteerd; indien er geen sprake is van een achterste grens van een bouwvlak dan wel geen bouwvlak is aangegeven: de denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het hoofdgebouw zonder aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen - alsmede het verlengde daarvan.
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
1.10
Afhankelijke woonruimte
Een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.
1.11
Bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
1.12
Bestaand
Een bouwwerk dat op het moment van het ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan: » «
bestaat of in uitvoering is; mag worden gebouwd krachtens een bouwvergunning, waarvoor de aanvraag vóór dat tijdstip is ingediend.
1.13
Bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak.
1.14
Bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.15
Bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van het hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk, met een dak.
1.16
Bijgebouw
Gebouw dat door zijn ligging, constructie en/of afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
1.17
Bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
1.18
Bouwgrens
De grens van een bouwvlak.
1.19
Bouwlaag
Een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
5
1.20
Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.21
Bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel.
1.22
Bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
1.23
Bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.24
Carport
Een overkapping voor de overdekte stalling van motorvoertuigen.
1.25
Detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
1.26
Gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.27
Gestapelde bebouwing
Bebouwing bestaande uit zich in één hoofdgebouw boven en/of naast elkaar bevindende zelfstandige woningen en/of bijzondere woonruimten. Onder dit begrip kunnen onder andere appartementen- en flatgebouwen worden geschaard.
1.28
Hoofdgebouw
Een gebouw, dat door zijn ligging, constructie en/of afmetingen gezien de bestemming als belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel valt aan te merken.
1.29
Kleinschalige bedrijvigheid
Het verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk, waarvan de omvang in een woning met bijbehorende gebouwen past en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate blijft behouden. Hieronder mede begrepen consumentenverzorging.
6
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
1.30
Overkapping
Elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand;
1.31 a. b. c.
Peil voor een gebouw, gelegen op een afstand van maximaal 4 meter uit de wegkant: de hoogte van de kruin van de weg; voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; indien in, op of over het water wordt gebouwd: het gemiddelde waterpeil.
1.32
Voorgevel
Gevel aan de voorzijde van een gebouw.
1.33
Voorgevellijn
De denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel (i.c. de meest gezichtsbepalende gevel) van het hoofdgebouw wordt getrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen.
1.34
Voorgevelrooilijn
De aangegeven lijn die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten afwijkingen.
1.35
Vrijstaand bijgebouw
Een van het hoofdgebouw en aangebouwde bijgebouwen vrijstaand gebouw dat ten dienste staat van het hoofdgebouw en door zijn ligging, constructie en/of afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
1.36
Werk
Een werkzaamheid of constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde.
1.37
Water en waterhuishoudkundige voorzieningen
Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.
1.38
Wonen
Het bewonen van een woning.
1.39
Woning
Een (gedeelte van een) gebouw dan dient voor de zelfstandige huisvesting van één huishouden.
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
7
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
De afstand tot de bestemmingsgrens
De kortste afstand van het buitenwerkse gevelvlak van een gebouw tot de bestemmingsgrens.
2.2
De afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens
De kortste afstand van het buitenwerkse gevelvlak van een gebouw tot de (zijdelingse) perceelsgrens.
2.3
De afstand tussen gebouwen
De kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van gebouwen.
2.4
De bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van kleine bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.5
De breedte van bouwpercelen
De afstand tussen de zijdelingse perceelsgrenzen.
2.6
De dakhelling
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vak.
2.7
De goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.8
De inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.9
De oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,00 meter bedraagt.
8
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals nutsvoorzieningen, paden, in- en uitritten ten behoeve van aangrenzende bestemmingen, speelvoorzieningen en hondentoiletten;
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b.
de bouwhoogte van speeltoestellen mag niet meer bedragen dan 5 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
9
Artikel 4 4.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
wegen; fiets- en voetspaden; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals parkeerplaatsen, groen en beplantingen, bermen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen en hondentoiletten.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer bedragen dan 10 m.
10
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
wonen in een woning; aan huis verbonden beroepen; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals wegen, paden, parkeervoorzieningen, groen, speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen en erven.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Hoofdgeb ouw
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.
d.
e.
f.
hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; De volgende bebouwingstypologie dient te worden aangehouden: 1. ter plaatse van de aanduiding ‘aaneengebouwd’: aaneengebouwde woningen; 2. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld': gestapelde woningen; de voorgevelrooilijn mag uitsluitend worden overschreden met een erker, portiek, balkon of luifel, met inachtneming van de volgende regels: 1. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 6 m2; 2. de afstand tot de aan de weg gelegen bouwperceelgrens mag niet minder bedragen dan 2 m; 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw; 4. de afmetingen van een luifel boven de toegang van een woning mag ten hoogste 1,5 m x 1 m bedragen; de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ter plaatse van de bouwaanduiding 'aaneengebouwd', alleen bij de eindwoning tot één van de zijdelingse perceelsgrenzen ten minste 3 m; de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’.
5.2.2
Aan- en uitbouwen en bijgebouwen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en vrijstaande bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
e.
aan- en uitbouwen en vrijstaande bijgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak als ter plaatse bij de aanduiding 'bijgebouwen'; aan- en uitbouwen en vrijstaande bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 2 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw gebouwd te worden; de gronden buiten het bouwvlak, die zijn gelegen achter de achtergevelrooilijn van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mogen voor maximaal 50oZo worden bebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en vrijstaande bijgebouwen, voor zover gesitueerd buiten het bouwvlak en aanduiding 'bijgebouwen', bedraagt per perceel niet meer dan voor: 1. percelen kleiner dan 300 m2: 70 m2; 2. percelen vanaf 300 m2: de onder 1 genoemde oppervlakte vermeerderd met 1007o van de overmaat, met dien verstande dat de totale bebouwde oppervlakte aan aan- en uitbouwen en vrijstaande bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 250 m2; de oppervlakte per bijgebouw mag niet meer bedragen dan 70 m2;
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
11
f
g.
h. i.
j.
de goothoogte van een aan- of uitbouw mag bij hoofdgebouwen met een goothoogte: 1. tot 6 m niet meer dan 3 m bedragen; 2. van meer dan 6 m niet meer dan 4 m bedragen; De bouwhoogte van een aan- of uitbouw mag bij hoofdgebouwen met een goothoogte: 1. tot 6 m niet meer dan 5 m bedragen; 2. van meer dan 6 m niet meer dan 7,5 m bedragen; de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 3 m bedragen; de bouwhoogte van een aan- en uitbouw mag niet meer dan 5 m bedragen met dien verstande dat de bouwhoogte van een aan- en uitbouw niet meer mag bedragen dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 5 m.
5.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. b.
c.
d.
5.3
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; carports en open overkappingen mogen worden gebouwd, mits aan de volgende eisen wordt voldaan: 1. de carports en overkappingen mogen uitsluitend achter de voorgevellijn van de woning worden gebouwd; 2. de goothoogte mag niet meer dan 3 m bedragen; 3. de oppervlakte mag niet meer dan 20 m2 bedragen; 4. aan het gestelde in artikel 3.2.2 onder c; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 m mag bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.
5.4
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden tevens de volgende bepalingen: a. aan huis verbonden beroepen voldoen aan de volgende kenmerken: 1. de vloeroppervlakte voor aan huis verbonden beroepen in de woning en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 40oZo van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning tot een maximum van 80 m2; 2. uitsluitend beroepsactiviteiten zijn toegestaan indien deze voorkomen in, of gelijk te stellen zijn aan de lijst aan huis verbonden beroepen, zoals opgenomen in de bijlage; 3. detailhandel is niet toegestaan; 4. het gebruik mag geen nadelige invoed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; 5. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige toename van de parkeerbehoefte. 6. reclame-uitingen zijn niet toegestaan, behalve hetgeen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening is toegestaan; 7. het aan huis verbonden beroep dient te worden uitgeoefend door een bewoner (ingeschreven in de Basisregistratie Personen) van het pand.
12
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
b. c. d.
kleinschalige bedrijvigheid is niet toegestaan; het is niet toegestaan (vrijstaande) bijgebouwen te gebruiken als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; onder strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van een woning en/of bijbehorend bijgebouw voor kleinschalige overnachting.
5.5
Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1
Mantelzorg
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 5.4 onder c voor het gebruik van een bijgebouw als afhankelijke woonruimte, mits: a. b. c.
een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg; de afhankelijk woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m2; er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
5.5.2
Kleinschalige b edrijvigheid
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 5.4 onder b voor het gebruik van gronden en bouwwerken voor kleinschalige bedrijvigheid, mits: a. b.
c. d. e. f. g. h. i. j.
de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft; parkeren op eigen terrein plaatsvindt, met dien verstande dat wanneer dit niet mogelijk is, aangetoond dient te worden dat geen sprake is van een onevenredige toename van de parkeerdruk op de omgeving; er geen detailhandel plaatsvindt; er geen milieuvergunningplichtige of meldingsplichtige activiteiten plaatsvinden; er geen onevenredige aantasting van het woonklimaat plaatsvindt; het uitsluitend een bedrijfsactiviteit betreft welke voorkomt in, of gelijk te stellen is aan de lijst kleinschalige bedrijvigheid zoals opgenomen in de bijlage (niet limitatieve lijst); er geen buitenopslag plaatsvindt; de omvang van de activiteit niet meer bedraagt dan 40oZo van de vloeroppervlakte van de woning, tot een maximum van 80 m2; er geen reclame-uitingen worden geplaatst, behalve hetgeen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening is toegestaan; de activteit wordt uitgeoefend door een bewoner (ingeschreven in de Basisregistratie Personen) van het pand.
5.5.3
Kleinschalige overnachting
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in 5.4 onder d teneinde een voorziening voor kleinschalige overnachting toe te staan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b.
de voorziening mag worden gevestigd in de woning en/of een bijbehorend bijgebouw, voorzover dit past binnen de vigerende bouwregels die voor de woning en bijgebouwen gelden; de voorziening is kleinschalig en ondergeschikt aan de woonfunctie: 1. het aantal kamers bedraagt maximaal 5; 2. het aantal gasten per nacht bedraagt maximaal 10; 3. de oppervlakte die voor kleinschalige overnachting mag worden gebruikt, bedraagt maximaal 4007o (buiten de bebouwde kom is dit 5007o) van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw van de woning, tot een maximum van 80 m2 (buiten de bebouwde kom is dit 150 m2). Indien de woning en/of een bijbehorend bijgebouw ook worden gebruikt voor een aan huis verbonden beroep en/of kleinschalige bedrijvigheid, gelden genoemd percentage en oppervlakte als maximum voor het
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
13
c. d. e.
f. g.
14
aan huis verbonden beroep en/of kleinschalige bedrijvigheid en kleinschalige overnachting samen; de voorziening mag geen belemmering vormen voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende (bedrijfs)percelen; ter plaatse is een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd; permanente bewoning van de voorziening is niet toegestaan. Dit betekent dat de maximale verblijfsduur voor eenzelfde persoon of groep van personen 4 aaneengesloten maanden per keer bedraagt, en maximaal 122 nachten per jaar; de voorziening wordt geëxploiteerd door de hoofdbewoner of eigenaar van de betreffende woning en/of het bijbehorend bijgebouw; er wordt voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de gemeentelijke 'Nota Parkeernormen 2015', gerealiseerd, met dien verstande dat het bevoegd gezag hiervan kan afwijken indien strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Indien de ‘Nota Parkeernormen 2015’ wordt gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden.
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen
a.
b.
Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemming(en) dient de aanvrager van een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen bij de start van het ontgraven van de bouwput ten minstens een week van tevoren gemeld te worden bij de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant kunnen nadere voorschriften vastleggen in de omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen ter behoud en bescherming van de waarden zoals bedoeld in lid 6.1
6.2.2
Voorwaarden
Indien uit het in 6.2.1 genoemde voorschriften blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.
6.3
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een gecertificeerde dienst, bedrijf of instelling zoals bedoeld in de Erfgoedwet 2016.
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de bestemming "Waarde - Archeologie" geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
15
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
16
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van: a. b.
c. d.
e.
f.
g.
de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 100Zo van die maten, afmetingen en percentages; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bebouwingsgrenzen tot maximaal 0,5 m worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte per gebouwtje niet meer dan 20 m2 zal bedragen; 2. de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m zal bedragen; de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot: 1. ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 20 m; 2.
ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 10 m; het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, mits: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer dan 10o7o van het betreffende bouwvlak zal bedragen; 2. de bouwhoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen. de onder a tot en met f genoemde afwijkingen kunnen uitsluitend verleend worden mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
17
Artikel 9 9.1
Overige regels
Parkeernormen
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, staat vast dat voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de normen in de beleidsregels in de 'Nota Parkeernormen 2015', wordt gerealiseerd.
9.2
Afwijken parkeernormen
Burgemeester en wethouders kunnen één of meer bepalingen van deze nota buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing - gelet op het belang waarvoor deze nota tot stand is gebracht - leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Een en ander dient in een collegebesluit vastgelegd te zijn.
9.3
Wijzigen parkeernormen
Als de onder 9.1 bedoelde beleidsregels worden gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden.
18
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1 a.
b. c.
b.
c.
d.
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 100Zo. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
10.2 a.
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
19
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'J.P.Coenstraat ongenummerd'.
20
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl