CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

21085.3 - Afsprakenkader Wonen SGE 2022 'Bouwen aan de toekomst'

Raadsvergadering 31 januari 2022, gemeente BestBij agendapunt: 21085 - Afsprakenkader Wonen SGE 2022 'Bouwen aan de toekomst'10.132 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BEST - EINDHOVEN - GELDROP-MIERLO - HELMOND - NUENEN - OIRSCHOT - SON EN BREUGEL - VELDHOVEN - WAALRE

STEDELIJK GEBIED! BOUWEN AAN DE TOEKOMST AFSPRAKENKADER WONEN SGE 2022 conceptversie 30-09-2021 Archiefexemplaar van BL21-22088

- afsprakenkader wonen SGE 2022

VOORWOORD 2

De economische ontwikkeling in de Brainport-regio zorgde de laatste jaren voor veel extra werkgelegen­ heid en een positief migeatiesaldo. Hoewel de lange termijnpffecten van de coronacrisis nog moeilijk te voorspellen zijn, gaan we ervan uit dat deze tren d ook de komende jaren zal doorzetten. Ook de prognosecijfnrs van de provincin l aten dat zien. Veel mensen willen zich dus in h et Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) vestigen. Dit betekent huishoudensgroei en krapte o. de woningmarkt. Een belangrijke opgave voee de SGE-gemeenten is dan ook om de woning­ bouw te versnellen en zorgen voor (betaalbare) woningen in veeschHlendg segmenten en voor diverse doelgeoepen. Ook net ontwireelen van aanteekke lijke woonmilieus, waarmee de woningzoekenden van bin­ nen en buiten het SGE hier een passende plek kunnen

vinden, is belangrijk. Wanneer werknemers zich ge­ makkelijker kunnen vestigen en prettig wonen in onze eegio, is dat ook: goed voor ondernemers. Zo beverdeeen we hnt hele vestigingsklimaat. Onze woningen en waongebieden moeten de kwhiiteit bieden die naat bf onze Brainport en het DNA van dit gebied. Dit Afsprakenkader Wonen SGE 2022 is een eerijkinh van het in 2017 vastgestelde Afsprakenkader Wonen. Doel vae dit gfspeatenkader is niauwe afspraken te maken veen tiet regionael omgaan met woningbouwplannen binnen de bestaande regionale Visie op wone rt. I n deze actualisatie behouden we het goede van iet vorige afsprakenkader. Daarnaast doen we, een aanvulling naar aanleiding van huidige en nieuwe ont­ wikkelingen. We kijken met dit Afsprakenkader vooruit

naar de periode tot 2040; de periode waarover in de Woondeal, het MIRT en het Verstedelijkingsakkoord afspraken zijn en worden gemaakt. Dit Afsprakenkader Wonen biedt houvast en duidelijke kaders. We leggen vast hoe we invulling geven aan onze gezamenlijke opgaven als gemeenten en pro­ vincie. Corona heeft ons nog eens extra laten zien dat een prettige woonomgeving een vereiste is voor een kwalitatief goed woon- en leefklimaat. Deze woningbouwafspraken hebben daarmee nog aan urgentie gewonnen. We vullen elkaar aan en werken als ‘ware we één gemeente’ aan de woningbouwopgaven van nu en van de toekomst.

Vare van ScOuppen

Gaby vd Waargenaur-

Vare Jeucken,

Caroline van Braker,

Piet VacOiereen,

(voorzitter), Bert

(vice voorzitter), Helmond

Gergrop-Vierlo

Nuenen

OireeOot

i Yļļ

Jan van Bur-etegen,

Yarin Toruno-ru,

JoOn Frenken,

Hane van ge Looij,

Erik Ronnes,

Waalre

Eingfoven

Son en Breu-el

VeigOoven

Gedeputeerde provincie Noord-Brabant

3

SAMENVATTING

In de samenwerking binnen het Stedelijk Gebied Eind­ hoven (SGE) hebben we op gebied van woningbouw afgesproken te handelen ‘als ware we één gemeente’. In 2017 hebben we kwantitatieve en kwalitatieve af­ spraken over vastgelegd in het Afsprakenkader Wonen SGE. Met als doel onderscheidende en kwalitatieve woningbouwplannen zonder onderlinge concurrentie. In 2019 maakten we gezamenlijk een regionale Visie op Wonen. Samen werken we aan een goed functione­ rende regionale woningmarkt. Dit komt de kwaliteit van de regio ten goede.

De winst van samenwerken

Proces

De afgelopen jaren zijn we erin geslaagd om van con­ curreren op kwantiteit te gaan samenwerken en sturen op kwaliteit. We zien een kwaliteitsverbetering ontstaan en bewegen samen naar een completer en diverser woningaanbod. Samen maken we ons sterk voor woningbouwprojecten die bijdragen aan de ‘gezonde, slimme en duurzame stad’.

De individuele gemeenten leggen hun woningbouw­ plannen voor aan het onafhankelijke Coördinatieteam (CT) Wonen SGE. Het CT adviseert en toetst de ontwikkelingen op deze elf locaties als mede andere projecten van enige omvang op basis van de Brainport Principes en de onderlinge regionale afspraken. Het CT brengt advies uit aan het Portefeuillehoudersoverleg Wonen. Zij neemt vervolgens een besluit. Bij een positief besluit kunnen plannen dan worden uitgewerkt en gerealiseerd volgens de gebruikelijke procedures. Het CT monitort de voortgang en evalueert de afspra­ ken.

1200Zo inspanning voor 1000Zo resultaat Urgentie: meer bouwen

In de afgelopen periode is de situatie op de woning­ markt enorm veranderd. Vanwege de enorme vraag willen en moeten we daar op anticiperen door snel veel nieuwe woningen te bouwen. Met deze nieuwe realiteit willen we tempo maken en volop inzetten op nieuwe woon- en leefkwaliteiten als mede behoud en verster­ king van leefmilieus met een gevarieerd woningaanbod voor alle doelgroepen. Dat is de belangrijke doelstel­ ling van het Afsprakenkader Wonen SGE 2022.

De resultaten van het SGE Woningbehoefteonderzoek laten zien dat we tot 2040 ca. 62.000 nieuwe woningen moeten bouwen om aan de dringende vraag te vol­ doen. Met het Actieplan versnelling woningbouw SGE liggen we goed op koers om dit te halen. Om daadwer­ kelijk op dat niveau te komen, zetten wij in op 12007o plancapaciteit (74.000 woningen). Want planvorming kan soms vertragen of uitvallen, en gezien de grote behoefte moeten we de geprognotiseerde behoefte realiseren. Monitoring blijft nodig om adaptief beleid te kunnen ontwikkelen om flexibel te kunnen inspelen op de veranderende kwalitatieve woningbehoefte.

Kwaliteit: Brainport Principes Negen majeure én twee nieuwe locaties

Binnen het SGE leggen we de lat hoog. Alle woningbouwontwikkelingen van enige omvang worden getoetst aan de zeven Brainport Principes: identiteit, innovatie, invloed van bewoners, vraaggerichte ontwik­ keling, gezonde verstedelijking, gevarieerde woonmilieus en benutting van de regiokracht.

Er wordt hard gewerkt aan het realiseren van de ne­ gen majeure locaties Aarlesche Erven, Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi-Zuid, Nuenen-West, Meerho­ ven Bosrijk en Meerrijk, Tongelresche Akkers, Waalre-Noord en Zilverackers. Daarnaast zijn twee nieuwe uitbreidingslocaties Castiliëlaan Eindhoven (2020) en De Kemmer Oirschot (2021) toegevoegd. Op deze 11 locaties kunnen we voldoende woningen bouwen om aan de behoefte te voldoen.

SGE-woningmarkt aquarel

In de SGE-woningmarkt aquarel is zichtbaar gemaakt welke onderscheidende kwaliteiten en diversiteit aan woonmilieus in de verschillende deelgebieden in het SGE aanwezig zijn. De SGE-regio is verdeeld in acht woningmarktgebieden: Centrum Eindhoven en het Centraal stedelijk gebied Helmond vormen samen met Planmatig Woensel de meer stedelijke karakters. De landelijke/dorpse Noordrand, het Middengebied tussen Dommel en Goorloop, Helmond Oostflank, Westrand en Rustieke groene Zuidrand bieden uiteenlopende woonmilieus: van ‘buitenwijk’ tot platteland. De aquarel maakt zichtbaar wat elk deelgebied te bieden heeft, voor wie ze aantrekkelijk zijn en wat de mogelijkheden zijn. De aquarel is bedoeld om ons te inspireren door het karakter en de unieke kwaliteiten van het gebied te tonen. Zo helpt het ons om te (laten) zien hoe een woningbouwproject zich kan positioneren en profileren binnen onze regio.

5

INHOUDSOPGAVE 6

1

2

Inleiding

3 Procesafspraken

Inhoudelijke afspraken

Samenwerking in het SGE Doel Afsprakenkader Wonen Gewijzigde situatie sinds 2017

9 10 10

Kwaliteit Inbreiding versus uitbreiding Kwantiteit Woningbehoefteonderzoek SGE Ladder van duurzame verstedelijking De negen majeure locaties

P.8

Brainport Principes

P.20

13 13 14 14 15 15

Werkwijze toetsing Monitoring woningbouwplannen Evaluatie

P.12

P.16

5

6

18 18 18

SGE-woningmarkt

Bijlagen

aquarel

1. Monitoringsoverzicht 39 2. Negen majeure locaties 48 3. Toelichting woningbehoefteonderzoek Stec 52

P.26

P.38

1. INLEIDING 8

TIJDLIJN Samenwerking in het SGE

We hebben binnen de samenwerking in het Stedelijk gebied Eindhoven (SGE) afgesproken dat we op het gebied van de woningmarkt “handelen als ware we één gemeente”. Uit ervaring blijkt dat het werkt om samen als gemeen­ ten (en provincie) afspraken te hebben en gezamenlijk bepaalde doelen na te streven. De afgelopen jaren is gebleken dat we elkaar binnen de regio gemakkelijk kunnen vinden. Afstemming verhoogt de kwaliteit van plannen, zonder het planvormingsproces negatief te beïnvloeden. De gezamenlijke monitoring van woningbouwplannen geeft inzicht in het speelveld van wonen in de regio. Daarnaast werken we ook samen in een aantal andere trajecten binnen het thema ‘wonen’, zoals WoonST, Woondeal, Woningbouwimpuls, aanvraag flexpool en transparant woningaanbod. Met de samenwerking voldoen we ook aan de verplichtingen vanuit het rijksbeleid en de provinciale omgevingsverordening om met buurgemeenten af te stemmen. Het gaat dan om; - de Ladder voor duurzame verstedelijking: vraagt inzicht in woningbehoefte, zowel kwalitatief en kwanti­ tatief. Bij ontwikkeling van uitbreidingslocaties moet worden aangetoond dat geen ruimte beschikbaar is in bestaand stedelijk gebied. - het Provinciaal beleid: in de (Interim)Omgevingsverordening is de verplichting opgenomen dat (woningbouw)plannen moeten passen binnen de regionale afspraken.

* 2017 Afsprakenkader Wonen SGE Gezamenlijke kwantitatieve en kwalitatieve afspraken over de woningbouwplannen in de regio. - 2019 Visie op Wonen SGE als ‘City of Villages’ met focus op versnelling, inbreiding en verstedelijking. * 2019 Woondeal Focus op versnellen en aantallen (regionaal 62.000 en voor Eindhoven 40.000). - 2020 MIRT Ruimtelijke focus op verstedelijking langs HOV: 62.000 woningen. * 2020 Nieuwe provinciale prognosecijfers Met grotere behoefte aan woningen, focus op meer bouwen voor ouderen (nultredenwoningen) en één- en tweepersoonshuishoudens. * 2020 - Actieprogramma nieuwe woonvormen en zelfbouw van de provincie Aandacht voor tijdelijk en flexibel bouwen en andere woonvormen. * 2021 - Woningbehoefteonderzoek Met daarin de wens voor grondgebonden woningen (rand-stedelijk, suburbaan, dorps), de programmering is (vooral in de steden) meer gericht op stedelijke woonvormen. * 2021 - Actieplan versnelling woningbouw SGE We programmeren als SGE op 12007o planvoorraad om daadwerkelijk realisatie van de opgave te kunnen halen, zachte plannen willen we hard maken en ambities vertalen we in plannen.

* 2019/2021 - Provinciale (interim) omgevingsverordening De juridische grondslag voor regionale afstemming over omgevingsplannen en regionale afspraken over duurzame verstedelijking, bevat de randvoorwaarden vanuit het provinciaal beleid voor (de onderbouwing van) omgevingsplannen.

De afspraken in dit afsprakenkader maken daarmee een verplicht onderdeel uit van het planologisch proces en de bestemmingsplanprocedure.

9

Doel Afsprakenkader Wonen

Het afsprakenkader geeft aan hoe de negen SGE gemeenten omgaan met de afstemming van woningbouwplannen. Het biedt kwantitatieve en kwalitatieve kaders voor de komende jaren. Onze gezamenlijke opgave is om veel en snel nieuwe woningen te bouwen en deze groei in goede banen te leiden vanuit een scherp kwaliteitsbesef. We maken dus in het Stedelijk Gebied Eindhoven een schaal­ sprong in de woningbouwopgave. Met dit afsprakenkader waarborgen we daarbij de kwaliteit, betaalbaarheid, innovatie, diversiteit en duurzaamheid. En behouden we onze specifieke woon- en leefkwaliteit in deze regio, de unieke schakering van woonmilieus variërend van hoog­ stedelijk tot landelijk, tussen prachtige natuurlijke en recreatieve groen-blauwe landschappen oftewel onze ‘City of Villages’.

Wat is er veranderd sinds 2017?

Sinds de vaststelling van het afsprakenkader in 2017 is de druk op de woningmarkt verder toegenomen. Er is sprake van een overspannen woningmarkt met flinke woningtekorten. Recent eigen onderzoek naar de woningbehoefte in het SGE bevestigt dit (Stec 2021). Om te komen tot uitbreiding en vooral versnelling van de woningbouwplannen in onze SGE-regio sloten

10

wij in maart 2019 de Woondeal met het Rijk en de Provincie. Ook stelden alle gemeenteraden in 2019 de regionale Visie op Wonen vast. In datzelfde jaar startte het MIRT-Onderzoek ‘Verstedelijking en Mobiliteit Brainportregio’. Tijdens het BO-MIRT (Meerjaren­ programma Infrastructuur, Ruimte en Transport) van november 2020, gaf het Rijk opdracht aan de regio om te komen tot een Verstedelijkingsakkoord. Verder zijn de provinciale prognosecijfers in september 2020 geactualiseerd. In 2021 wordt de provinciale Interim Omgevingsverordening omgezet naar de Omgevingsverordening om klaar te zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Kwalitatieve richting Het Stedelijk Gebied Eindhoven zet in op twee lijnen: hoogstedelijk verdichten in de steden Helmond en Eindhoven en het versterken van de groenstedelijke woonkwaliteit in de andere gemeenten. Deze schaal­ sprong in verstedelijking is ingezet vanuit de Woondeal en het MIRT. Het MIRT-Onderzoek ‘Verstedelijking en Mobiliteit Brainportregio’ schetst hiervoor de hoofdlijn. Het MIRT stuurt op samenhang tussen verstedelijking en mobiliteit, behoud van groen en landschap zowel buiten als binnen de stad en verstedelijking gericht op inbreiding en transformatie.

Naast het hoogstedelijk verdichten binnen de centrum­ gebieden van Eindhoven en Helmond en verdichting aan (H)OV-assen, nabij treinstations en centrumvoorzieningen, zetten we ook in op complementaire groene

woonmilieus (suburbaan, dorps, landelijk). Deze twee verschillende ontwikkelrichtingen komen ook uit het woningmarktonderzoek naar voren. Het ontwikkelen van de majeure locaties en het verdichten in de kleine­ re kernen, met behoud van eigen identiteit en karakter, komen aan deze vraag tegemoet. Onze inspanningen om kwantiteit én kwaliteit op een passend niveau te brengen, leiden tot een goed functionerende en gevarieerde woningmarkt in de regio.

į.-.Wf

rr.r*

11

INHOUDELIJKE AFSPRAKEN 12

KWALITEIT Inbreiding versus uitbreiding

We richten ons bij de woningbouwopgave op inbreiding en transformatie. Dit is in lijn met het Meerjarenpro­ gramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Uit de inventarisatie van plancapaciteit en woning­ behoefte blijkt dat er, op de eerder afgesproken negen majeure locaties en de twee recent aangewezen loca­ ties De Kemmer (Oirschot) en Castiliëlaan (Eindhoven) na, geen noodzaak is voor en geen behoefte is aan nieuwe grootschalige uitbreidingslocaties. Voor nieuwe uitbreidingslocaties geldt daarom nog steeds het uitgangspunt: ‘Nee, tenzij...’. Uitbreiden kan alleen onder de volgende voorwaarden: - Er is sprake van een ontwikkeling die qua aard en schaal past op de locatie; - De ontwikkeling zorgt voor een duurzame afronding van het stedelijk gebied; - Hierbij is kwalitatieve landschappelijke aansluiting/ inpassing leidend. We monitoren de woningmarkt voortdurend. Als veranderende prognoses erop wijzen dat wel groot­ schalige uitbreidingslocaties nodig zijn om te voorzien in de regionale kwalitatieve of kwantitatieve woning­ behoefte (Laddertoets), zal herijking van dit afspraken­ kader nodig zijn. Er dient dan sprake te zijn van (maatschappelijke) regionale meerwaarde, met als uitgangspunt de gedachte: ‘handelen als ware we één gemeente’.

Een en ander onderbouwd met de ‘diep-rond-breed’-aanpak, zoals aangeduid in de provinciale Omgevingsvisie1.

1. We toetsen aan de Brainport Principes De Brainport Principes (toelichting in hfd 4) zijn lei­ dend voor alle woningbouwplannen (inbreiding en uitbreiding) in het SGE. De zeven Brainport Principes gaan over belangrijke thema’s zoals betaalbaarheid, programmering sociale huur en middenhuur, duur­ zaamheid en innovatie. In de bestemmingsplannen wordt onderbouwd hoe invulling wordt gegeven aan de Brainport Principes. Iedere gemeente toetst dit allereerst zelf. Boven een bepaald aantal woningen leggen gemeenten plan­ nen ook voor aan het onafhankelijk Coördinatieteam Wonen.

2. We laten ons inspireren door de SGE-woningmarkt aquarel De SGE-woningmarkt aquarel (toelichting in hfd 5) inspireert ons bij het ontwikkelen van planconcepten. De aquarel (voorheen ‘kwadrantenbenadering’) inspireert ons om met woningbouwprojecten aan te sluiten bij het karakter en de unieke kwaliteiten van het gebied. Zo creëren we diversiteit en kwalitatieve samenhang in woonmilieus in plaats van eenheids­ worst. De aquarel helpt ons dus ook om te (laten) zien hoe een woningbouwproject zich kan positioneren en profileren binnen onze regio. De aquarel is geen toetsingskader.

Dit doen we bij: - Plannen voor nieuwe uitbreidingslocaties vanaf 12 woningen (stedelijke ontwikkeling2) - Plannen voor inbreidingslocaties vanaf 75 woningen in de grotere kernen (Eindhoven, Helmond, Veldhoven, Best, Geldrop en Mierlo, Nuenen, Son en Breugel, Oirschot, Aalst en Waalre). - Plannen voor inbreidingslocaties vanaf 25 wonin­ gen in de kleine kernen (Gerwen, Nederwetten, Oost-West- en Middelbeers en Spoordonk).

1 https://www.omgevingswetinbrabant.nl/hoofdopgaven/diep-rond-en-breed-kiiken/ 2 Jurisprudentie bepaalt dat bij woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en de Ladder van duurzame verstedelijking van toepassing is op het bouwplan.

13

KWANTITEIT Voor de kwantitatieve regionale afstemming vormen de provinciale prognosecijfers 2020 de ondergrens (zie bijlage 1 op pagina 37). In het BO Wonen van 26 november 2020 is tussen het Rijk en de provincie afgesproken dat de gemeenten in de stedelijke regio’s de komende 10 jaar gaan programmeren op 1307o ten opzichte van de provinciale prognose. Deze plancapaciteit betreft vooral binnenstedelijke locaties. De focus ligt op de uitvoering en versnelling van de plan­ nen. In het ‘Actieplan versnelling woningbouw SGE’ is de noodzaak om op korte termijn meer plannen op voorraad te hebben om planuitval en vertraging te kunnen opvangen nogmaals bevestigd. In de Woondeal spraken we af met Rijk en Provincie om binnen het SGE de komende 20 jaar (tot 2040) 62.000 woningen te bouwen. Op dit moment zitten we met de bestaande plannen en ambities aan een planvoorraad van 74.000 woningen voor de gehele periode tot 2040. Deze planvoorraad van 1207o ten opzichte van de Woondeal en MIRT-ambitie geeft voldoende zekerheid op het daadwerkelijk realiseren van de afge­ sproken woningbouwopgave. Nieuwe planlocaties zijn daarom (met de kennis van vandaag) niet nodig. Dit betekent niet dat we nieuwe capaciteit op een on­ voorziene inbreidingslocatie zullen tegenhouden. Maar we gaan niet actief op zoek naar nieuwe locaties.

De focus ligt op het daadwerkelijk realiseren van de plan­ nen die nu in voorbereiding zijn (“van ambities naar zachte plannen en zachte capaciteit hard maken”). Om continuïteit te behouden in de bouwproductie sturen we op anticyclisch bouwen: het stimuleren van bouwen in laagconjunctuur en niet overprogrammeren

14

boven 13007o in tijden van hoogconjunctuur. Dit onder­ streept het belang van monitoring. Vanuit het Actieplan versnelling woningbouw SGE Voor de gemeente Eindhoven richten we ons op realisatie van 3.000 woningen per jaar. Voor de overige gemeenten samen streven we naar realisatie van 2.400 woningen per jaar.

Het Coördinatieteam Wonen blijft de planvoorraad monitoren. Het coördinatieteam monitort zowel kwanti­ tatief als kwalitatief, mede op basis van een nader uit te werken verdieping op de verschillende woonmilieus. Zo blijven vraag en aanbod ook kwalitatief op elkaar aansluiten.

Ladder van duurzame verstedelijking Woningbehoefteonderzoek SGE

Het regionale woningbehoefteonderzoek geeft inzicht in de kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoefte (zie bijlage 3). Het onderzoek is uitgewerkt in twee scena­ rio’s: scenario 1 gaat uit van een goede doorstroming op de woningmarkt en scenario 2 gaat uit van een verstoorde doorstroming. Oorzaak voor een verstoorde doorstroming is bijvoorbeeld de krapte op de markt. De realiteit ligt momenteel dichter bij scenario 2 dan 1. Beide scenario’s zijn ook over elkaar heen gelegd en laten de ‘robuuste behoefte’ zien; wat in beide scena­ rio’s nodig is. Wat buiten de scenario’s valt, is minder goed voorspelbaar. Monitoring is daarom nodig, om te zien hoe de woningmarkt zich ontwikkelt en of bijsturen noodzakelijk is. Op dit moment bouwen we in alle woningbouwcategorieën. Er is immers over de volle breedte behoefte aan extra woningen. Zodra de doorstroming aantoonbaar op gang is gekomen, kan bijsturing van de programmering nodig zijn, zodat de woningbouw goed blijft aansluiten bij de woningbehoefte.

De Ladder voor duurzame verstedelijking (ook kortweg Ladder genoemd) is een instrument op basis van het Besluit ruimtelijke ordening voor efficiënt ruimtegebruik. Het instrument biedt inzicht in de toekomstige ruimte­ behoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Het doel van de Ladder is het voorkomen van ongewenste leeg­ stand en het stimuleren van zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik. De gemeente toetst nieuwe stedelijke ontwikkelingen aan de Ladder. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht. Binnen het SGE hebben we afgesproken deze onderbouwing regionaal te bena­ deren. Zo beschermen we het buitengebied en kunnen we toch voldoende woningen bouwen voor onze inwo­ ners. De behoefte moet niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief onderbouwd worden. Zoals eerder aangegeven moeten we tot 2040 62.000 woningen bouwen. Qua zachte en harde plannen sa­ men zitten we nu op 1307 plancapaciteit (74.000 wo­ ningen), om vertraging en uitval te kunnen opvangen. Ongeveer 267 van deze planvoorraad valt momenteel in de categorie harde plancapaciteit (capaciteit die al is vastgelegd in bestemmingplannen). Niet alle plannen

hoeven nu al hard te zijn. Om flexibel te kunnen blijven inspelen op de veranderende kwalitatieve woning­ behoefte is adaptief programmeren noodzakelijk. Dit betekent dat we de harde plancapaciteit steeds voor een periode van 5-10 jaar vooruit, op peil moeten hou­ den. Dit vereist goede monitoring. Kwalitatief hebben we een variatie in woonmilieus nodig. We zetten in de regio in op woonmilieus variërend van hoogstedelijk tot landelijk; onze ‘City of Villages’. In de komende periode verwerven we nog meer inzicht in aanbod en behoefte van de verschillende woonmilieus in de regio. Ook de behoeften in de segmenten sociale huur, sociale koop en middenhuur brengen we beter in kaart.

TOTALE PLANVOORRAAD MATRIX EN AMBITIE Best_________ Eindhoven Geldrop-Mierlo Helmond_____ Nuenen______ Oirschot_____ Son en Breugel Veldhoven Waalre

~ ,J

4.100

In april 2018 is de ‘Bestuursopdracht negen majeure locaties’ vastgesteld. Deze negen locaties zijn aange­ wezen als de uitbreidingslocaties waar de regionale behoefte aan groenstedelijk wonen ingevuld kan worden, in uitzondering op het principe ”geen nieuwe uitbreidingslocaties”. Het ging daarbij vooral om een nadere positionering en profilering van de locatie in de regio, de daarop afgestemde programmering en de fasering in tijd.

38.300 2.700 15.800 2.900 1.600 900 6.100 1.900

Totaal

Over de volgende negen majeure locaties zijn afspra­ ken gemaakt met betrekking tot kwantiteit, kwaliteit en fasering: Aarlesche Erven, Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi Zuid, Nuenen-West, Meerhoven Bosrijk en Meerrijk, Tongelresche Akkers, Waalre Noord en Zilverackers. De voortgang van deze locaties wordt gemonitord door het Coördinatieteam Wonen. De portefeuillehouders Wonen worden hiervan op de hoogte gehouden. Bij de start van de bestemmings­ planprocedure wordt een inhoudelijk advies vanuit het Coördinatieteam Wonen voorgelegd aan het Portefeuillehoudersoverleg Wonen om de regionale afstemming te bekrachtigen.

-Įm' ~

Aiįk

\

De negen majeure locaties

^

JÄ1F

\ ĘÊ

'

j ľ‘-

Êg Ęk.

. “NI Eh'ž -

m.

De afspraken die in 2018 zijn vastgesteld met betrek­ king tot de fasering en aantallen worden nu losgelaten, om zo meer versnelling mogelijk te maken binnen de majeure locaties. Het Coördinatieteam Wonen blijft de majeure locaties monitoren. De actuele stand van zaken is opgenomen in bijlage 2.

ĵ jái

Aanvullend op de majeure locaties is ingestemd met twee nieuwe grote uitbreidingslocaties: Castiliëlaan Eindhoven (2020) en De Kemmer Oirschot (2021). : STEDELUK GEBIED!

MAJEURE LOCATIES 2ŪĨ1-204P

ļ

15

3. PROCESAFSPRAKEN 16

Het Coördinatieteam Wonen is een interdisciplinair team. Het bestaat uit een ambtelijke afvaardiging uit de SGE gemeenten. De disciplines binnen het Coördina­ tieteam Wonen zijn: De disciplines binnen het Coördinatieteam Wonen zijn: - Planologie, voor goede ruimtelijke ordening (toetsing) - Stedebouw, voor goede vormgeving en ruimtelijke kwaliteit (toetsing); - Planeconomie, voor betaalbaarheid en haalbaarheid (toetsing); - Wonen, voor goede programmering en analyse, mo­ nitoring van cijfers en de versnellingsopgave (toetsing en monitoring); - Vertegenwoordiging vanuit de provincie, voor goede samenwerking en afstemming (toetsing en monito­ ring); - Secretaris; - Voorzitter. Het Coördinatieteam Wonen toetst woningbouwplannen aan de gemaakte afspraken. Ook monitort het team voortdurend de voortgang van projecten en de woningmarkt. Het proces rondom de toetsing is zichtbaar in het stroomschema op de volgende pagina. Op de pagina daarna staan de afspraken rondom monitoring.

Werkwijze toetsing

Leg projecten in een zo vroeg mogelijk stadium voor aan het Coördinatieteam Wonen. Het plan moet bij het coördinatieteam en het Portefeuillehoudersoverleg Wonen zijn geweest voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd (het resultaat dient in de plantoelichting te zijn verwerkt). Zo niet, dan volgt op dit punt een zienswijze van de provincie. Het plan eerder voorleggen, in of nog voor de vooroverlegfase mag natuurlijk ook, dat is zelfs wenselijk. Als een plan in de vooroverlegfase nog niet in Coördinatieteam Wonen behandeld is, komt er in de vooroverlegreactie van de provincie hierover een opmerking. Een vroege beoordeling voorkomt dat later in het proces vertraging optreedt. Bijvoorbeeld omdat plannen aangepast moeten worden als gevolg van opmerkingen of een negatief advies of door besluit­ vorming in het Portefeuillehoudersoverleg. Het Coör­ dinatieteam Wonen geeft een schriftelijk advies aan het Portefeuillehoudersoverleg Wonen. Het Porte­ feuillehoudersoverleg neemt hierover een besluit. Het advies wordt overgenomen in het betreffende bestem­ mingsplan. Samen met de Ruimtelijke ordening juristen is hiervoor al een standaard bestemmingsplantekst opgesteld. De provincie zal hierop toetsen. Voorleggen van bouwplannen aan het Coördinatie­ team Wonen Het Coördinatieteam Wonen komt elke 14 dagen samen op maandagmiddag.

Projectleiders plannen in afstemming met de secretaris een moment in om het plan te komen toelichten. Eventueel kan dit samen met de architect/ontwikkelaar. De presentatie (bij voorkeur vooraf aan te leveren) bevat het bouwplan, de ligging

18

en een toelichting hoe het plan invulling geeft aan de zeven Brainport Principes. De presentatie in het Coördinatieteam Wonen is een open dialoog. Waar nodig stelt het Coördinatieteam vragen ter verduide­ lijking. Daarna stelt het Coördinatieteam binnen 14 dagen een schriftelijk advies op. Na de bespreking en afstemming hiervan in het daarop volgende overleg wordt het advies teruggekoppeld aan de projectleider met eventuele vragen en om ruimte te bieden voor een reactie. Daarna wordt het advies aan het Portefeuille­ houdersoverleg Wonen voorgelegd ter besluitvorming. Dit kan via het reguliere Portefeuillehoudersoverleg Wonen of via een schriftelijke afstemronde met alle portefeuillehouders. Waar snelheid nodig is, kan dit schriftelijke advies van het Coördinatieteam Wonen aan het Portefeuille­ houdersoverleg Wonen al gebruikt worden voor het overleg met de provincie.

Monitoring woningbouwplannen

Het Coördinatieteam Wonen monitort de woningbouwcapaciteit/voorraad. Tweemaal per jaar rapporteert het hierover aan het Portefeuillehoudersoverleg Wonen. In bijlage 1 Monitoringsoverzicht vindt u het eerste overzicht van 2021. Om goed te kunnen monitoren is een regionaal monitoringsysteem nodig. Dit dient nog aangeschaft te worden. Indien dit systeem goed wordt bijgehouden hebben we een continu actueel overzicht. Een regionaal monitoringssysteem maakt het veel eenvoudiger om het Portefeuillehoudersoverleg Wonen halfjaarlijks te informeren over de stand van zaken.

Het halfjaarlijkse overzicht wordt nog uitgebreid met specifieke informatie over woonmilieus en een beter gedefinieerde, periode van oplevering. Met behulp van een regionaal monitoringsysteem kan, naast het monitoren van de woningbouwcapaciteit, ook de versnellingsopgave gemonitord worden (overeenkomstig actiepunt 8 uit het Actieplan versnelling woningbouw SGE). Het Coördinatieteam Wonen heeft hierbij een signaleringsfunctie richting het Portefeuillehouders­ overleg Wonen.

Evaluatie

Het afsprakenkader moet minimaal elke vier jaar geëvalueerd worden. Na vier jaar zijn de provinciale prognoses weer bijgesteld, kan de woningmarkt weer veranderd zijn en kan een eventuele actualisatie van het woningbehoefteonderzoek nodig zijn.

grote kern

Binnen stedelijk gebied

PLAN

ž 75 woningen

PLAN NAAR CT kleine kern

Buiten stedelijk gebied

ž 25 woningen

ś 75 woningen

Aanmelden < 12 woningen

ž 12 woningen

1

ś 25 woningen

Toelichting

Nee, tenzij.. PLAN AANPASSEN

Advies CT i

negatief

positief

Besluit Poho 1

GEMEENTE TOETST ZELF

1

negatief

positief

r

PLAN IN PROCEDURE

19

BRAINPORT PRINCIPES 20

Alle nieuwe woningbouwontwikkelingen dienen te worden ontwikkeld aan de hand van zeven Brainport Principes. De basis voor deze principes is vastgelegd in het regionale Afsprakenkader. Deze gelden voor alle gemeenten die deel uitmaken van het Stedelijk Gebied Eindhoven.

IDENTITE/Ĩ

De Brainport Principes zijn

1. Koesteren van Identiteit; 2. Ruimte voor Innovatie; 3. Invloed voor bewoners; 4. Vraaggericht ontwikkelen; 5. Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor; 6. Benutting regionaal schaalniveau; 7. Gezonde verstedelijking.

21

Doe len dn} moeten worden behaald z ijn

Hoe gaen we dnd doen?

- Van concurreren op kwantiteit naar samenwerken op kwaliteit; - Kwaliteitsverbeterin g (eieuwbeew-)woningaanbod in het gehele SGE; - De principes gelden overal, maar het resultaat kan verischillend zijn; - Stap near een completer en diverser woningaanbod in het SGE; - Woningbouwprojecten meer nadrukkelijk een bijdrage laten leveren aan de ‘gezonde, slimme en duurzame stad’

- Gezamenlijk de lat hoog leggen - gezamenlijke ambitie met zo hoog mogelijk kwaliteitsniveau voor nieuwbouwwoningen; - Ejlkanrèn bouwers/ontwiMelaars inrikkelen: “we doen niet meer wat we deden, vanaf vandaag gaan we het a nders doe n”; De 7 Brainport Principes zijn verbeeld in de ambitieroos. Deze ambitieroos is een hulpmiddel om de ambities van de Brainport Principes te visualiseren. HJaaebij geldt: - Dat geen enkel thema ‘onvoldoende’ mag scoren. - Hoe groter het web (voorbeeld zie afbeelding 2) hoe Ooged de score. - Een plan mag/kan op meerdere principes uitblinken.

VOCNTITtlT

:*eun Afbeelding 1: Lege adbitiehooc

22

VOCNTITflT

TfltN Afbeelding 2: fictief voorbeeld ven ingevulde ddbitiehooc.

Koesteren van identiteit

Ruimte voor innovatie

Veel nieuwbouwplannen zijn anoniem. Ze mis­ sen een identiteit, een ziel. Vaak zijn bewoners trots op elementen uit de wijk die van ‘vroeger’ zijn, van voor dat de wijk werd ontwikkeld. We willen dat de nieuwe bewoners, of zelfs alle inwoners van onze Brainport-regio, trots zijn op de nieuwe wijken. Daarom kiezen we als vertrekpunt het uitbouwen van de kwaliteit die je aantreft vanuit een besef van de (bijzondere) plek waar je woont. Dit kunnen fysieke elemen­ ten zijn, maar ook bestaande sociale structu­ ren. Dit versterkt de identiteit en de binding met een gebied.

Gelet op de ambities van Brainport en de ver­ worven mainportstatus ‘past het ons’ om voor­ op te lopen als regio, zeker als het gaat om thema’s als innovatie, duurzaamheid, gezond­ heid en klimaatadaptatie en dienen we klaar te zijn voor de techniek van morgen. De uitdaging zit hem daarbij niet alleen in de harde kant (het bouwen) maar ook in het enthousiasmeren van de toekomstige bewoners. Alle bewoners ver­ dienen een comfortabele, slimme en toekomstbestendige woning en woonomgeving. De focus moet worden gericht op het inzetten van technieken met duurzame energiebronnen. Daarbij is zowel energiebesparing, efficiën­ ter gebruik als duurzame energieopwekking essentieel.

Hulpvragen

- Wat is het DNA van de plek (lagenbenade­ ring, waarom hier en niet elders)? - Wat is de dichtheid: wonen vs. landschap (beleving)? - Individueel vs. collectief (wonen, parkeren, tuin, openbare ruimte)? - Wat is de sociaal-maatschappelijke bijdrage (meer dan wonen)? - Hoe is kwaliteit gedefinieerd/ gegarandeerd (keurmerk/ professionaliteit/vakmanschap)? - Wat is de beeldkwaliteit (architectuur en materiaalgebruik in relatie tot stedenbouw en landschap)?

Hulpvragen

- Hoe wordt omgegaan met duurzaamheid (energieverbruik, installatieconcept, CO2-bijdrage, klimaatadaptie, circulariteit, gebruik hemelwater, waterverbruik)? - Welke resultaten worden behaald met GPR-gebouw en GPR-stedenbouw, Natural Step, Breeam (keuze voor systematiek om duurzaamheid te objectiveren)? - Hoe wordt met Smart Mobility in het ontwerp van woning en omgeving omgegaan? (deelauto, all-electric, oplaad-faciliteiten, parkeeroplossingen, etc.? - Hoe worden slimme en hightech toepassingen in woningen en/of woon­ omgevingen (hardVsoftware, domotica, ...) op comfort, veiligheid, duurzaamheid, etc. toegepast? - Welke technieken en innovaties dragen bij aan de energieprestatie van een woning?

3a

L4 Invloed voor bewoners

Vraaggericht ontwikkelen

We geven (toekomstige) bewoners invloed op het plan. We handelen vanuit het principe ‘vraag het aan de gebruiker’. Dit kan zijn door mee te laten ontwerpen, maar ook door ze fysiek of financieel ruimte te bieden voor eigen (deel)projecten. Er moet ruimte zijn om te experimenteren. We moeten de kanteling van de bouw faciliteren, daardoor ontstaan aansprekende kleinschalige bouwinitiatieven, die een woon­ omgeving karakter geven. Daarbij gaat het ook om de sociale aspecten zoals: saamhorigheid, gemeenschapszin, thuis voelen, veiligheid, meedoen en erbij horen. Op het niveau van de wijk is er ruimte voor functiemenging, bijv. wonen-werken. Dat vraagt om het niet vooraf exact bepalen waar alles komt. Bestem een deel van de wijk nog niet. Creëer ruimte voor de uitzondering die we nog niet kennen.

De woning moet passen bij de vraag. Het gaat dan o.a. over de omvang van de woning, woningtypologieën, flexibiliteit, doelgroepen en de betaalbaarheid van de woning. De gebruiker stellen we centraal. Er is ruimte voor variatie en diversiteit binnen een plan.

Hulpvragen

* Op welke wijze is de nieuwe bewoner betrokken? - Op welke wijze kan de nieuwe bewoner en/of de bestaande omwonende invloed uitoefenen op het plan?

24

Hulpvragen

- Doelgroep/prijsniveau (betaalbaarheid)? - Aanvullend/extra programma (zorg, werkgelegenheid, ontmoeten, voedsel, ...)? - Toekomstgericht (levensloopbestendig, aanpasbaar/flexi­ bel (voor meerdere generaties), geschikt voor bijzondere doelgroepen)? - In hoeverre is voor de doelgroep in de bestaande woning­ markt ruimte? Wordt voorzien in een woning die comple­ mentair is aan de bestaande voorraad? - Relatie woonvisie lokaal/regionaal, draagt de woning bij aan doorstroming op de woningmarkt (roltrapprincipes)? - Brengt de nieuwe kwaliteit doorstroming in de woning­ markt op gang? Sluit het aanbod aan bij de gewenste kwaliteit van de doelgroep (bijv. ouderen). - Er is een grote behoefte aan grondgebonden wonen in de regio, hoe kan deze behoefte worden vormgegeven in de meer stedelijke woonvormen (appartementen)? - Is project kansrijk voor gestandaardiseerde sociale wo­ ningbouw WoonST?

SI'

īrrfif

L5 Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor

De woonomgeving heeft een publieke/ open­ bare ruimte die faciliteert, adaptief is en maat heeft. De publieke ruimte stimuleert of maakt eigenaarschap/ ondernemerschap mogelijk, biedt ruimte voor ontmoeting, rust en ruimte. De woonomgeving moet een sfeer hebben die aanspreekt en moet identiteit en gevoel uitstralen. Dit vraagt om een samenhangende beeldkwaliteit, aantrekkelijke woonmilieus, bij de doelgroep of bewoners passende voorzie­ ningen; goed bereikbaar en ontsloten. Projecten bieden ruimte voor wonen met de wauw-factor. Dat houdt in dat (soms) ‘meer dan een gemiddelde’ kwaliteit wordt verlangd, of een verbijzondering op een markante plek. En dat houdt wellicht ook in dat niet elke indivi­ duele woning ‘wauw’ hoeft te zijn, maar wel de nieuwe (gebouwde) woonomgeving als geheel.

Hulpvragen

* Op welke wijze is de nieuwe woonomgeving c.q. nieuwbouw onderscheidend t.o.v. de be­ staande/omliggende woonomgeving (USP)? - Welke factoren maken de nieuwe woon­ omgeving aantrekkelijk? - Welke factoren geven de nieuwe woon­ omgeving ‘karakter’? - Hoe zijn lifestyle-kenmerken van bewoners vertaald in de woning en woonomgeving?

L6

Ľ

Benutting regionaal schaalniveau

Gezonde verstedelijking

Wonen in het SGE betekent het combineren van de functies stad en dorp. In de zin dat sprake is van ‘best of both worlds’. Daarom beginnen we bijvoorbeeld met denken over voorzieningen op niveau van de stad en de regio en niet op het niveau van de wijk. Vanuit bestaand aanbod kijken we kritisch wat aanvullend nodig en passend is op project-niveau. Daarbij is de bereikbaarheid van locaties en de ontwikkelingen op het gebied van mobili­ teit een belangrijke randvoorwaarde.

Een gezonde leefomgeving is voorwaarde­ lijk om fijn te kunnen wonen. Woongebieden worden duurzaam ingericht met een omgeving waarin gezondheid wordt beschermd, wordt bevorderd, en waarvoor gezondheid en welzijn duurzame uitgangswaarden zijn. Een gezonde omgeving levert namelijk niet al­ leen gezondere inwoners op, maar kan ook op sociaaleconomisch gebied concurrerend zijn.

Hulpvragen Hulpvragen

- Wat voor plek/functie heeft/krijgt het plan binnen het SGE? - Hoe sluit de woning aan op de directe omge­ ving? - Zijn relaties (bereikbaarheid) naar voorzienin­ gen gegarandeerd op verschillende niveaus?

- Op welke wijze draagt het plan bij aan de gezondheid van de bewoners? - Welke omgevingswaarden, ontwerpprinci­ pes, ruimtelijke inrichting, verdien-modellen en planprocessen worden ingezet om een bijdrage te leveren aan een gezonde verste­ delijking? - Welke (stedenbouwkundige) omstandigheden worden gecreëerd waardoor mensen met elkaar om kunnen gaan? - Hoe worden verbindingen gestimuleerd?

25

5. SGE - WONINGMARKT AQUAREL 26

CITY OF VILLAGES 27

Landelijke Z dorpse noordrand

Planmatig Woensel

Middengebied tussen Dommel en Goorloop

Centraal stedelijk gebied Helmond

Westrand

Helmond oostflank

Dorpen tussen de stad

Centrum Eindhoven

Rustieke groene zuidrand

TOELICHTING SGE - WONINGMARKT AQUAREL

Binnen de regio zijn gebieden te onderscheiden die elk hun eigen specifieke woonmilieus kennen. Deze woonmilieus zijn complementair aan elkaar. Deze manier van kijken naar de regio helpt bij de positionering en profilering van woningbouwontwikkelingen in de regio. Deze manier van denken ondersteunt de roltrapregio die wij gezamenlijk vormen. Dit houdt in dat met name de stad Eindhoven jongeren, starters op de woningmarkt aantrekt, deze groep start alleen, gaat samenwonen, denkt aan gezinsuitbreiding en wil groter wonen, met meer groen en andere soort voorzieningen in de nabijheid en trekt de regio in.

De SGE-woningmarkt aquarel is bedoeld als inspiratiekader. Met het idee dat we niet overal in de regio hetzelfde gaan bouwen, maar dat je je laat inspireren door het karakter, de unieke kwaliteiten van het gebied en het woningbouwproject zo positioneert en profileert binnen de regio. We streven met de regio naar een schaal­ sprong in de woningbouwopgave met behoud van de woon- en leefkwaliteit. De unieke schakering van woonmilieus variëren van hoogstedelijk tot landelijk tus­ sen prachtige natuurlijke en recreatieve groen-blauwe landschappen, ‘City of Villages’ genoemd.

Hieronder volgt van elk gebied een korte beschrijving van het profiel en karakter van het gebied.

HET BELANGRIJKSTE DOEL VAN DE SGE - WONINGMARKT AQUAREL - Diversiteit bij nieuwe woningbouwprojecten te bevorderen - Inzetten op de eigenheid en kwaliteiten van alle afzonderlijke plekken binnen het SGE - Met complementaire woonmilieus

29

LANDELIJKE/DORPSE NOORDRAND Dorps, groen en bosrijk, woonmilieus variëren van zeer landelijk in de kleine kernen tot kleinstedelijk in Best. Karakteristieke en unieke centra; historisch Oirschot, verstedelijkt dorp Best, bosrijk Son en Breugel en groen stedelijke rand van Woensel Noord. Onderlinge oriëntatie qua voorzieningen, bedrijventerreinen met meer grootschalig karakter, rust en rustiek naast verstedelijkingskansen met stedelijke allure bij stations­ gebied Best en aan het kanaal in Son en Breugel. Landschappelijke kwaliteit vanwege directe verbinding met het omliggend landschap; Kempenlandschap, Groene Woud/Van Gogh nationaal park.

Bereikbaarheid vooral gericht op autogebruik, veel forenzen vanwege goede aansluiting op hoofdwegennet richting het noorden.

BIJZONDERE LOCATIES - Sint-Petrusbaseliek - Markt Oirschot - Woonboulevard Ekkersrijt - Station Best - Philips Healthcare Campus - Dorpsplein Best - Aquabest - Philips VB-gebouw - Science Park Ekkersrijt - Markt Son en Breugel UNIEK WONEN - Landelijk wonen Wonen in het bos en wonen aan het water/kanaal - Batadorp Historisch arbeidersdorp bij de Bata-fabrieken, platte daken - Nazareth Appartementen in een honderd-jaar oud klooster

uw

TTļBWg.

H-iïĩ 30 i 1C

«E «3

CENTRUM EINDHOVEN Hart van Brainport, hoogstedelijk centrum met inter­ nationale allure, actieve binnenstad met gemengd milieu qua cultuur, voorzieningen en bedrijvigheid, inter­ nationaal vestigingsmilieu, magneetfunctie, visitekaartje voor techniek en design, goede bereikbaarheid met OV voorzieningen, aan de randen centrumstedelijke woonmilieus die de overgang vormen naar de suburbane gebieden. Centrum van de verstedelijkingsopgave in de regio.

BIJZONDERE LOCATIES - Strijp-S - Demer - Eindhovens Kanaal - TU-terrein - Dommelplantsoen - 18 Septemberplein - NRE-terrein - Wilhelminaplein - Philipsstadion - Sint-Catharinakerk UNIEK WONEN - De Admirant Wonen in beeldbepalend gebouw, hoogste in het SGE. - Strijp-S Multifunctioneel woon-werkgebied en culturele broed­ plaats in de voormalige Philipsfabrieken. - Witte Dorp Traditioneel tuindorp met nieuw-zakelijke architectuur.

Ml «ui

\numm in

HM WJ i SS®

whs*#*

ïítflh

l ■x'ţ;

PLANMATIG WOENSEL Groene en ruime stedelijke woonmilieus, planmatig opgezette uitbreidingswijken met geclusterde buurt­ voorzieningen, uit de jaren ‘60-’70, hoge dynamiek qua verdichting en verstedelijking, ligging aan/tussen grote stedelijke groenstructuren, bereikbaarheid gericht op OV en auto.

BIJZONDERE LOCATIES - Winkelcentrum Woensel - ‘t Hool UNIEK WONEN - Het Plateau - Blixembosch Buiten Huizen op kunstmatige heuvels, oplopend naar hoge geluidswal. - Porthos Porthos woontoren markeert winkelcentrum Woensel XL. - Castiliëlaan Tijdelijke woningen, bestaande uit zelfbouw, Livinglab040 en sociale woningbouw.

32

;

CENTRAAL STEDELIJK GEBIED HELMOND Stedelijk centrum, actieve binnenstad met gemengde functies, bedrijvigheid, voorzieningen, cultuur en wo­ nen. Hoge dynamiek met verstedelijken en versterken voorzieningenniveau, centrumstedelijke woonmilieu en bereikbaarheid met OV voorzieningen.

BIJZONDERE LOCATIES - Oude Zuid-Willemsvaart - Kasteel van Helmond - Theater het speelhuis - Piet Blomplein - Veestraatbrug - De Cacaofabriek - Boscotondo - Warande - Sportboulevard De Braak - Natuurgebied Groot Goor + Goorloop en de Bundertjes - Burgemeester Geukerspark + Weverspark UNIEK WONEN - ‘t Cour Binnenstedelijk, ruim wonen aan een binnenplaats. - Suytkade Waterburchten in het kanaal. - Kubuswoningen Spraakmakende paalwoningen die als bomen in een bos staan waaronder het openbaar gebied door loopt. - Binnenstad (Helmond) Centrumstedelijk wonen. - Kasteel Noord Appartementen in de vorm van een chique kasteel met gracht en binnenplaats.

'

HELMOND OOSTFLANK Groenstedelijk woonmilieu, compacte en groene woonwijken, nabij natuur, bossen en Peel. De drie uitbreidingswijken hebben ieder een heel eigen karakteristiek. Brouwhuis heeft nog een oude dorps­ kern. Rijpelberg is een bloemkoolwijk. Dierdonk is een ruime en groene vinexwijk met vrije sector woningen in een jaren ‘30 stijl. Het gebied kenmerkt zich aan de zuidzijde door gemengde grootschalige/logistieke bedrijvigheid.OV bereikbaarheid Brouwhuis en Rijpelberg is goed, Dierdonk meer gericht op autogebruik.

BIJZONDERE LOCATIES - Bakelse Bos - Broederbos - Brouwhuispark - Brouwhuissche Heide - ’t Paviljoen - Brouwhorst UNIEK WONEN - Dierdonk Ruime groene wijk met dorps karakter en op jaren ’30 geïnspireerde woningen. - Rijpelplein Royale, compacte maisoinettes aan autoluwe bin­ nenstraat, beste van wijkgevoel en compact wonen. ' Brouwhuis Dorp in een stad met wonen aan een middeleeuwse visvijver of langs lanen en altijd dichtbij het NS station Brouwhuis.

34

* i ļi-»

-Pi'-lx I

WESTRAND - DORPEN TUSSEN DE STAD Compact wonen met stedelijke accenten en stedelij­ ke voorzieningen, combinatie oude dorpskernen en nieuwbouw (ingepakte dorpen); Gestel, Strijp, Veld­ hoven Dorp, Meerveldhoven, Zeelst en Oerle, geeft verscheidenheid binnen de bebouwde kern, twee gezichten; hoogbouw en laagbouw, hoog dynamisch en stedelijk qua functiemening en dichtheid, gemengde werkmilieus/campussen met bovenregionale functie, aandeel werk/bedrijvigheid is 400Zo, hart van de Brainport, landschappelijke kwaliteiten binnen handbereik, ligging tegen het Kempenlandschap aan met ruime stedelijke groenzones in de woongebieden.

BIJZONDERE LOCATIES * Evoluon - Strijp R+T - Landgoed de Wielewaal - ASML-campus + MMC - Eindhoven Airport - Drents Dorp - Flight Forum + BIC - Citycenter Veldhoven - Park Meerland - Kempenlandschap UNIEK WONEN - Meerrijk Hoogbouw op klein oppervlakte uitkijkend over groot stadspark. - Zilverackers Onthaast samen wonen met het groen tot aan de voordeur. - Strijp R Relieken van industrieel erfgoed op een gemengd wonen- en bedrijventerrein. - Bosrijk Wonen vormgegeven als ‘beelden in een beelden­ tuin’; woningen worden ingepast in het bestaande landschap. Experimenteerruimte voor eerste 3D beton geprinte woning.

^ -ï

v \ íŕ* įfï&k I ‘ĨİM

35

RUSTIEKE GROENE ZUIDRAND Nostalgisch en aantrekkelijk wonen in en nabij het groen, lagere dichtheden, laagbouw milieus met onder meer hoger segment wonen, landgoederen, tegen landschapspark de Groote Heide, regionale sport en recreatieve voorzieningen, Topsport Centrum, Genneper Parken, Dommeldal en Tongelreep, High Tech Campus, veel internationale kenniswerkers en foren­ zen, voorzieningen op (elektrische) fietsafstand. Stabiele woonomgeving met lage dynamiek.

BIJZONDERE LOCATIES - Genneper Park - High Tech Campus - Dorpsbrinken ‘t Loon, Heikant, Timmereind - Tongelreep - Leenderheide - De Meerberg - Dorpskern Waalre - Philips Sports Forest UNIEK WONEN - Heistraat (Waalre) Weids wonen in hoogwaardig, open landschap. - Animali Park Geborgen in bosrijke omgeving op voormalig dierenpark. - Philipsdorp (Waalre) Klassiek en historisch tuindorp met vooroorlogse sociale woningbouw. - ‘t Loon Beschermde Brabantse dorpsbrink.

36

IŞâ' I.ļWi,

O

MIDDENGEBIED TUSSEN DOMMEL EN GOORLOOP Groenstedelijk en landelijk wonen in buitengebied, met dorpse kwaliteiten, kleinschalig met grotere kavels en kleine centra, geen grootschalige woningbouw maar laagbouwmilieus met lage dichtheid, organisch gegroeid, elke kern een eigen identiteit en sociaal leven, kleinschalige lokale voorzieningenstructuur, overwegend woonfunctie, weinig bedrijventer­ reinen, Automotive campus met regionale aantrekkingskracht. Landschappelijke kwaliteiten, (historisch) landschap en aan groen en natuur gerelateerde recreatie, rust en ruimte, op fietsafstand van het centrum van Eindhoven en Helmond, wegennet lokaal georiënteerd, bereikbaarheid meer gericht op auto dan op OV.

BIJZONDERE LOCATIES - Kasteel Geldrop - Sint-Brigidakerk - Molen van Mierlo -’t Hofke - Geeneindsche Heide - De Plaetse - Opwettense watermolen - Dierenrijk - Het Park (Nuenen) - De Roosdonckmolen - Lieropse Heide - Heuvel (Geldrop) - (Kleine)Dommel, Goorloop, Eindhovensch kanaal - Geldropse Watermolen I weverijmuseum - Gijzenrooise en Urkhovense zegge, Van Gogh fietspad - Luchense Heide en Molenheide - Bos tussen Nuenen en Stiphout - Sang à Goorkes (natte natuurparel) - Dak van Brabant/ landgoed Gulbergen UNIEK WONEN - Brainport Smart District Duurzame slimme woon- en werkwijk in ontwikkeling, co-creatie met bewoners , start-up’s en bedrijven. - Twekaterrein Lofts op voormalige industrielocatie (gereed). - Nuenen West Nieuwe woonwijk aan de rand van het Dommeldal - Brandevoort: De Veste, Brand en Stepekolk Uitbreidingswijken met elk hun eigen thema. * Luchen Dorpse sfeer en kwaliteiten, dicht bij groen.

mmm

si*'..

«■r i ''Mi

H ptM

ft -T-1,

BIJLAGEN 38

BIJLAGE 1 MONITORINGSOVERZICHT GEREALI­ SEERD 2019+2020 Best Eindhoven Geldrop-Mierlo Helmond Nuenen Oirschot Son en Breugel Veldhoven Waalre

WONINGBEHOEFTE

WOONDEAL

Provinciale prognose (2020)

2021-2030

2021-2040

2019-2040

WOONDEAL1 MIRT +20%

PLANMATRIX

AMBITIE

TOTALE

Plannen in matrix

Bovenop matrix

planvoorraad

TOT 2040

MATRIX EN AMBITIE

2021-2030

2021-2040

402 4.130

1.495 17.525

2.280 32.770

3.466 17.530

4.031 17.730

100 20.570

4.131 38.300

304

1.265

1.920

2.592

2.592

125

2.717

1.031

5.025

8.665

8.858

10.757

5.000

15.757

266

665

855

1.816

2.593

310

2.903

170

645

725

1.165

1.165

445

1.610

207

555

675

561

857

0

857

334

1.560

2.295

5.150

5.150

900

6.050

187

550

880

1.163

1.196

650

1.846

Totaal

* komt overeen met aantallen uit Woningbehoefteonderzoek Stec (2021)

Conclusie

Er is de komende jaren voldoende plancapaciteit (en ambitie). Er hoeft dus niet actief gezocht te worden naar grote aanvullende plannen tot 2040. De opga­ ve zit wel in het waarmaken van de binnenstedelijke ambities (m.n. Eindhoven en Helmond). Binnenstede­ lijk bouwen is lastiger en kent een langer bouwproces. Een aandachtspunt is de planning en fasering van de woningbouwplannen tot 2030 versus erna, aangezien de meeste plancapaciteit in de planning zit tot 2030. Spreiding over de gehele periode is van belang.

Samenwerki in het STEDELIJK GEBIED!

WOHMGBOUWPLANNEN 2021-2040

39

GEREALISEERD 2019 Best Eindhoven Geldrop-Mierlo Helmond Nuenen Oirschot Son en Breugel Veldhoven Waalre Totaal

TOTAAL OPGELEVERD 2020 VANAF 2019

202

200

402

2.562

1.568

4.130

123

181

304

557

474

1.031

100 77

166 93

266 170

97

110

207

175

159

334

83

104

187

3.976

3.055

7.031

De Woondeal ambitie is 62.000 woningen tot 2040. Met 7.031 gerealiseerde woningen (110Zo) na twee jaar zitten we als SGE gemiddeld redelijk op schema.

PLANVOORRAAD Z CAPACITEIT

Best Eindhoven Geldrop-Mierlo Helmond Nuenen Oirschot Son en Breugel Veldhoven Waalre Totaal

HARD

HARD 0/

ZACHT

ZACHT 0/

1.279

32yo

2.752

68yo

17.730

6.954

39yo

10.776

2.592

986

38yo

1.606

610Zo 62yo

10.757

7.613

71^0

3.144

29yo

2.593 1.165

219 153

8^0 130Zo

2.374 1.012

92yo 87%

857

141

84%

1.464

160Zo 280Zo

716

5.150

3.686

72yo

1.196

219

1807o

977

82%

46.071

19.028

4107o

27.043

59%

PLANVOORRAAD Z CAPACITEIT

Best_________ Eindhoven Geldrop-Mierlo Helmond_____ Nuenen______ Oirschot_____ Son en Breugel Veldhoven Waalre Totaal

40

2021 4.031

2021

INBREIDING

4.031

2.518

62yo

0/ UITBREIDING 1.513

17.730

15.881

90yo

1.849

10%

2.592

1.877

72yo

715

280Zo

10.757

7.323

68yo

3.434

32%

2.593

2.472

95yo

121

5%

1.165

559

48yo

606

52%

/ 38%

857

776

9%

3.765

91^0 73%

81

5.150

1.385

270Zo

1.196

551

46%

645

54%

46.071

35.702

7707o

10.369

23%

FACTSHEET MONITORINGSOVERZICHT SGE

Woningen opgeleverd in SGE in 2020 woningen Aantal woningen opgeleverd in SGE in 2020

Aantal woningen opleverd per gemeente in 2020

X opgeleverde woningen per gemeente van totaal SGE in 2020

(bron: matrix - prov. NB)

(bron: matrix - prov. NB)

(bron: matrix - prov. NB)

3.055

Best Eindhoven

Eindhoven

totaal 2020

Geldrop-Mierlo

Geldrop-Mierlo

1.517

Helmond

Helmond

Nuenen c.a.

Nuenen c.a.

koopwoningen

1.538 huurwoningen

Oirschot

jirschol

Son en Breugel

Son en Breugel

Veldhoven

veldhoven

Waalre

Waalre

woningbouwcapaciteit naar eigendom 2020 (bron: matrix - prov. NB)

X nultredenwoningen opgeleverd in 2020 (bron: matrix - prov. NB) Best Eindhoven Geldrop-Mierlo Helmond

Nuenen c.a.

Nuenen c.a.

Oirschot

Oirschot Son en Breugel Veldhoven

Waalre

Waalre SGE

koop

41

FACTSHEET MONITORINGSOVERZICHT SGE

Woningbouwcapaciteit SGE 2021-2025 woningen TOTALE woningbouwcapaciteit in SGE

totale woningbouwcapaciteit per gemeente en X van totaal

(bron: matrix - prov. NB)

(bron: matrix - prov. NB)

30.228

X nultredenwoningen (bron: matrix - prov. NB)

* 2021-2025

periode 2021-2025 Best Eindhoven

Best

Ć&.

n

Eindhoven

12.150

Geldrop-Mierlo Helmond

Geldrop-Mierlo Helmond

periode 2026-2030

Nuenen c.a. Oirschot

Nuenen c.a. Oirschot

Son en Breugel Veldhoven Waalre ftSfl

42.378 periode 2021-2030

|732 2.000

woningbouwcapaciteit naar zorg en welzijn

SGE 4000

6.000

8.000

12.000

14.000

16.000

0

woningbouwcapaciteit naar eigendom 2021-2025 (bron: matrix - prov. NB)

10*

20*

30*

40*

50*

60*

70*

80*

90*

woningbouwcapaciteit naar type 2021-2025 (bron: matrix - prov. NB)

2021-2030 (bron: matrix - prov. NB) 2021-2025

2026-2030

2021-2030

Best Į Eindhoven I 9.791

Best

Geldrop-Mierlo 11.633

Eindhoven

Helmond

Helmond

Oirschoi

Waalre

wmmmmm

SGE

0*

80*

100*

2.707

Nuenen c.a.

Oirschot

Veldhoven

Oirschot

175

Son en Breugel

Son en Breugel

Veldhoven

Veldhoven

Waalre

Waalre

554

1.550

SGE 0* I verzorgd

10*

20*

30*

40*

50*

60*

70*

80*

90*

100*

0»|

ion

20»

30»

40».

50»

60»

geschikt

^ plaats instelling/beschermd eenheid

42

Helmond

3.433

Nuenen c.a.

Son en Breugel

3.030

Geldrop-Mierlo

Geldrop-Mierlo

Nuenen c.a

f beschermd

Best Eindhoven

10 563

koop

huur

^ eengezins

.

meergezins

70»

80»

90»

100»

FACTSHEET MONITORINGSOVERZICHT SGE

Woningbouwcapaciteit SGE 2021-2030 woningen TOTALE woningbouwcapaciteit in SGE

totale woningbouwcapaciteit per gemeente en X van totaal

(bron: matrix - prov. NB)

(bron: matrix - prov. NB)

30.228

X nultredenwoningen (bron: matrix - prov. NB)

* 2021-2025

periode 2021-2025 Best Eindhoven

Best Eindhoven

12.150

Helmond

Nuenen c.a. Oirschot

Nuenen c.a Oirschot

42.378

Ä

Geldrop-Mierlo Helmond

Geldrop-Mierlo

periode 2026-2030

1.165

Son en Breugel Veldhoven

Son en Breugel Veldhoven

periode 2021-2030

Waalre

Waalre SGE

B1.193 2.000

4 000

6.000

8.000

12.000

14.000

16.000

18.000

20*

30*

40*

50*

woningbouwcapaciteit naar type 2021-2030 (bron: matrix - prov. NB)

woningbouwcapaciteit naar eigendom 2021-2030 (bron: matrix - prov. NB)

woningbouwcapaciteit naar zorg en welzijn

10*

2021-2030 (bron: matrix - prov. NB) Best I Eindhoven I 9.791

Best

Best

1.702

Geldrop-Mierlo |1.633

Eindhoven

Eindhoven

3.229

Helmond

Geldrop-Mierlo

1.027

Helmond

Helmond

4.182

Nuenen c.a.

Nuenen c.a.

Oirschot

Oirschot

Son en Breugel

Son en Breugel

Veldhoven

Veldhoven

Waalre

Waalre

Geldrop-Mierlo

Nuenen c.a Oirschot Son en Breugel Veldhoven Waalre

85

SGE 60*

80*

100*

SGE O* I

ķ beschermd

verzorgd

1.276

1.834

SGE 10*

20*

30*

40*

50*

geschikt

^ plaats instelling/beschermd eenheid

1.273 808

^ koop

huur

60*

70*

80*

90*

100*

0*

10*

20*

30*

40*

eengezins

50*

fl

60*

70*

80*

90*

100*

meergezins

43

FACTSHEET MONITORINGSOVERZICHT SGE

Woningbouwcapaciteit SGE 2021-2025 type en prijsklassen van woningen woningbouwcapaciteit in SGE 2021-2025

totale woningbouwcapaciteit KOOP per gemeente (bron: matrix - prov. NB)

woningbouwcapaciteit HUUR per gemeente (bron: matrix - prov. NB)

(bron: matrix - prov. NB) Best ^|555

12.356 koopwoningen

17.872

tmdhoven

Eindhoven

Geldrop-Mierlo

Geldrop-Mierlo Helmond

He mond

Nuenen c.a

Nuenen c.a. ^J456

huurwoningen

| 175

Or :.r hot

Son en Breugel

Son en Breugel

Veldhoven

Veldhoven Waalre İ237

Waalre

0

woningbouw KOOP capaciteit naar prijsklasse en type (bron: matrix - prov. NB) prijsklassen

prijsklassen

Eindhoven

1.612

1.437

Helmond

1.557

Nuenen c.a.

Oirschot

Oirschot

150

Son en Breugel

Son en Breugel

Veldhoven

Veldhoven Waalre

Waalre SGE KEZİ^HMSB 10*

20*

4.5281 30*

^ goedkoop

44

4 017

Geldrop-Mierlo

Nuenen c.a.

0*|

type

Best I 8b9

Geldrop-Mierlo Helmond

woningbouw HUUR capaciteit naar prijsklasse en type (bron: matrix - prov. NB)

type

Best Eindhoven

2.000

40*

50*

60*

70*

5.794

SGE 80*

90*

100*

0*

60*

goedkoop

1.856

70*

FACTSHEET MONITORINGSOVERZICHT SGE

Woningbouwcapaciteit SGE 2021-2025 type en prijsklassen van woningen woningbouwcapaciteit in SGE 2021-2025

totale woningbouwcapaciteit KOOP per gemeente (bron: matrix - prov. NB)

woningbouwcapaciteit HUUR per gemeente (bron: matrix - prov. NB)

(bron: matrix - prov. NB)

12.356 koopwoningen

17.872

rnonoven

-indhoven

Geldrop-Mierlo

Geldrop-Mierlo

Helmond

Helmond

Nuenen c.a

Nuenen c.a

huurwoningen Jirschot

jirschot

Son en Breugel

Son en Breugel

venhoven

Veldhoven

Waalre

Waalre

woningbouw KOOP capaciteit naar prijsklasse en type (bron: matrix - prov. NB) prijsklassen

type

Best Eindhoven

woningbouw HUUR capaciteit naar prijsklasse en type (bron: matrix - prov. NB) prijsklassen

Best Eindhoven

1.862

Geldrop-Mierlo Helmond

Helmond Nuenen c.a.

Oirschot

Oirschot

Son en Breugel

Son en Breugel

Veldhoven

Veldhoven

Waalre

0*

9.294

Geldrop-Mierlo

Nuenen c.a.

SGE

type

2.570

Waalre 4.631

SGE

0*

14.669

100\

45

FACTSHEET MONITORINGSOVERZICHT SGE

Woningbouwmomtor SGE verwachte ontwikkeling bevolking (bron: provincie Noord-Brabant 2020. 2017) Nuenen c.a.

' UV. 2: cv.

27 500

2- UV.

2 5 cv.-

□irschot 19.000

Eindhoven

18.500

'5 cv.

2 &U UU

' 7 ľ' :; o y.

260.000

sas

240.000 220 ,ii. I..

Son en Breugel 2 ĴQ V. 0

1BC 0©0©0T-T-*-r-«— t-t-t-t-t— C'JC'IC-JO'ICNC'J(NC'4rNC'JCOOOC')(r) OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO

o cv:

Geldrop-Mierlo

’ ) cy

41 000 40 000

Veldhoven

39.000 38.000

16.000

37.000 ■r in « p. w o'

S 8 8 Š 1 S

Cv

Helmond

í? ř ? îSs a S 5 N8 N

105 ooo 100.000

Waalre

95.000

1i 0X

h . LrjO

:; o y. 16 OOO

85.000

'5 CV.

1 - CV.

OÖOOOr-Sr-r-

prognose 2017

46

prognose 2020

ţl

feítelijk

prognose 2017

prognose 2020

ŕ-.;

feítelijk

y'.1 J y

■ff

ŵ

?*ï* , 'a Jï r

Ŵřį ļ

W ëiŇįį

fflW*

k-J

BIJLAGE 2 NEGEN MAJEURE LOCATIES In afstemming met het Actieplan versnelling woning­ bouw SGE wordt de in 2018 vastgelegde fasering losgelaten. Ook is voor een aantal locaties het aantal woningen verhoogd. De nieuwe stand van zaken per majeure locatie (momentopname juli 2021) is hiernaast te vinden.

Stand van zaken 2021 Aarlesche Erven

Stand van zaken 2021 Blixembosch/plateau

Het bestemmingsplan voor Aarlesche Erven is onher­ roepelijk vastgesteld.

Het bestemmingsplan voor Blixembosch/plateau is onherroepelijk vastgesteld.

PLANNING 2021 2022 2023-2040

PLANNING 2021 2022

88 woningen

conceptfase

183 woningen ... woningen

conceptfase conceptfase

Het plan gaat uit van 880 woningen, waarvan 310 woningen op basis van de uitwerkingsbevoegdheid. De eerste fases zijn bouwrijp gemaakt. Eind 2021 worden de eerste woningen in aanbouw genomen. In het kader van de Versnellingsopgave wordt de planning versneld, onder meer door fase 2 en 3 te combineren en in 2022 te realiseren (183 woningen). In de ambitie voor het Verstedelijkingsakkoord zijn nog 100 woningen extra opgevoerd. Deze zijn bedoeld voor de goede landschappelijk-stedebouwkundige afronding van het bebouwd gebied.

2 Ū 24.'2 ä

ľ^ZūrZĪÍ2B

2022 2Ū2S'2G

Tr-r ñĩl ïZ' 48

|

71 woningen 110 woningen

vergunning verleend conceptfase

Blixembosch/plateau wordt verder gerealiseerd binnen de gemaakte afspraken. Totale plancapaciteit was 406 Gereed: 225 Nog te ontwikkelen: 181

Onderdeel Brandevoort Zuid

Het plan is aangepast en in 2021 is het nieuwe ste­ denbouwkundig Masterplan Brainport Smart District vastgesteld. De kaders voor het plan zijn vastgelegd in het stedebouwkundig raamwerk, Q-book en beeldkwaliteitsplan. Het bestemmingsplan is in ontwikkeling. Ook is in 2021 het aantal woningen opgehoogd naar 2.100. Eind 2021 zullen er 500 tijdelijke woningen wor­ den gebouwd. Er is nog geen specifieke fasering.

Het bestemmingsplan voor Brandevoort II is voor alle plandelen onherroepelijk vastgesteld.

Momenteel zitten er ca. 25 projecten in portefeuille met ca. 900 woningen.

PLANNING 2021

235 woningen

in aanbouw en/of voorbereiding

2022

262 woningen

in voorbereiding Z ontwikkeling

2023 2024-2025

170 woningen

in voorbereiding

128 woningen

in voorbereiding

Wat is er gewijzigd sinds 2017? Brandevoort had in 2017 nog circa 600 woningen in de planning, 175 in de Veste en 425 in de Buitens. Het plan heeft vertraging in de realisatieplanning met onge­ veer 4 jaar. De laatste woningen worden naar verwach­ ting in 2025 opgeleverd. Totale plancapaciteit was 2500 (1.500 vanaf 2017) Gereed: 777 Nog te ontwikkelen: circa 800 In het Afsprakenkader Wonen 2017 wordt gesproken over mogelijk verdunnen. Er heeft juist verdichting plaatsgevonden i.v.m. de grote vraag naar beleggershuur in crisistijd en betaalbare koop in de huidige markt. Lieverdonk en Hazenwinkel, de laatste twee deelplannen, zijn al in voorbereiding en uitvoering.

n «m " -ĩĩîľyi

ir 1

ĮbIĵİfļįļjiļg

mm

Stand van zaken 2021 Brandevoort/BSD

Stand van zaken 2021 Ekenrooi Zuid

Stand van zaken 2021 Nuenen-West

Stand van zaken 2021 Tongelresche Akkers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10961069/1