CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

21084.3 - Rekenkamerrapport MRE & SGE Regionale opgaven

Raadsvergadering 31 januari 2022, gemeente BestBij agendapunt: 21084 - RKC Rapport Gezamenlijk Onderzoek functioneren MRE/SGE25.332 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

MRE & SGE regionale opgaven Rekenkamerrapport

Rekenkamer(commissie)s Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Nuenen, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre November 2021

Inhoudsopgave inleiding 3 1.

Conclusies, aanbevelingen EN CONCEPTRAADSBESLUIT 4 1.1 Conclusies 4 1.2 Aanbevelingen 4 1.3 Concept raadsbesluit 5

2.

Probleemstelling 6

3.

Bevindingen 7 3.1 Doelen, kaders en middelen van de samenwerkingsagenda’s 7 3.2 Taken, verantwoordelijkheden en werkwijzen 11 3.3 Voortgang van de thema’s 13 3.4 De opvolging van de aanbevelingen van de berenschotevaluatie 14 3.5 Invulling van gemeenten aan de samenwerkingsafspraken 15 3.6 Effecten 15

4.

aanpak 16

Bijlage Rapportage TwynstraGudde

17

Colofon November 2021 Werkgroep met de voorzitter Mevr. S. van Breugel Rekenkamer(commissie)s Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Nuenen, Son en Breugel, Veldhoven, Waalre S. van Breugel voorzitter Geldrop-Mierlo, Son en Breugel W. Hartmann voorzitter Eindhoven J. van den Heuvel, voorzitter Best, Veldhoven en Waalre W. van Maaren voorzitter Nuenen T. van den Biggelaar secretaris/onderzoeker Eindhoven

2

Regionaal rekenkamerrapport

MRE & SGE, regionale opgaven

inleiding Gemeenten in de regio Zuidoost Brabant werken in diverse constructies samen. Dit onderzoek focust zich op de samenwerkingsagenda’s van MetropoolRegioEindhoven (MRE1) en het StedelijkGebiedEindhoven (SGE). De MRE richt zich vooral op economie, mobiliteit, de energietransitie en de transitie landelijk gebied. Het SGE richt zich op economie, wonen, voorzieningen en evenementen, en ruimte.

De MRE en het SGE zijn in 2017 parallel geëvalueerd (Berenschot, 2017). Gezien de grote maatschappelijke opgaven als de energietransitie, de woonopgaven, en de transitie landelijk gebied, is de vraag hoe de voortgang is in de thema’s van de MRE en het SGE. Dit is de aanleiding van het rekenkameronderzoek.

1 De Metropoolregio Eindhoven (MRE) is een netwerk waarin eenentwintig regiogemeenten samenwerken aan strategische grensoverschrijdende opgaven. De deelnemende gemeenten zijn: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Son en Breugel, Someren, Reusel-De Mierden, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.

3

Regionaal rekenkamerrapport

MRE & SGE, regionale opgaven

1. Conclusies, aanbevelingen EN CONCEPTRAADSBESLUIT 1.1 Conclusies De doelmatigheid en doeltreffendheid geven een wisselend beeld. 1. De ambities en doelen van de MRE zijn niet in overeenstemming met de procesmatige rol en het strategische niveau. 2. Gezien de verwevenheid van de huidige maatschappelijke opgaven is de thematische verdeling van werkzaamheden van MRE, SGE en gemeenten niet adequaat. 3. De uitvoeringskracht bij MRE en SGE en gemeenten is kwetsbaar. 4. Het gemeenten eigenaarschap van MRE is sinds de laatste evaluatie weinig verbeterd. 5. Nog niet alle aanbevelingen uit de vorige evaluatie (2017) zijn gerealiseerd. 6. De kaderstelling door de gemeenteraden is vooral financieel gericht. 1.2 Aanbevelingen De rekenkamercommissie beveelt aan: Aan de gemeenteraden het college te vragen: 1. De ambities en doelen van MRE aan te passen zodat deze beter aansluiten op de strategische procesmatige rol. Behoud daarbij de verbindende functie van MRE voor de versterking en branding van Brainport.

4

Regionaal rekenkamerrapport

De ambities en doelen van MRE en de acties dienen uitgelijnd. De kracht van MRE is verbinden op strategisch niveau, afstemming op regiovraagstukken en de overheidspoot van Brainport. Het uitlijnen biedt ruimte om de verbindingskracht te versterken door bijvoorbeeld de betrokkenheid en de inzet van de gemeenten te verstevigen. 2. Te komen tot een andere verdeling van werkzaamheden tussen MRE, SGE en gemeenten.

Nu zijn de thema’s verdeeld over gemeenten, subregio en regio. Dit past niet meer bij de verwevenheid van de opgaven (zoals werklocaties, mobiliteit en energietransitie). MRE is minder in staat om ambities te realiseren. Bij een andere rolverdeling kan MRE vooral visie en strategie bepalen. SGE richt zich dan vooral op de (wijze van) uitvoering met een taakverdeling in subregio’s aan de hand van leidende opgaven. 3. Een deel van de capaciteit op MRE-niveau in te zetten om de subregio’s te versterken.

Als de rol en ambitie van de MRE meer gefocust is, kan MRE meer de samenwerking en uitvoeringskracht in subregio’s versterken. Voor de gezamenlijke regionale opgaven dienen gemeenten zelf capaciteit in te zetten. MRE kan de samenwerking faciliteren.

MRE & SGE, regionale opgaven

4. RHCe en Gulbergen buiten de MRE te plaatsen of expliciet te besluiten dat dat niet meer nodig is.

De taken van RHCe en Gulbergen leiden af van de inhoudelijke opgaven van MRE. Een expliciet besluit is nodig zodat de positie van Gulberen en RHCe duidelijk is in de samenwerking. Aan college en gemeenteraden: 5. Denk en handel regionaal.

Samenwerking kan alleen slagen als gemeenten er zelf voor kiezen. Van belang is denken en handelen vanuit en voor de gemeenschappelijke regionale opgaven. Dat vraagt: het regionale belang voor het lokale belang te laten gaan; de goede gesprekken op regioniveau en in de raden. Het regionale belang en welke activiteiten hier hoe aan bijdragen moeten helder zijn. De gemeenten zijn immers eigenaar van de samenwerkingsverbanden en hebben instrumenten om sturing te geven aan de samenwerkingsagenda’s. De gemeenten zijn zelf aan zet. 1.3 Concept raadsbesluit De rekenkamercommissie stelt de raad voor om het college op te dragen1: • Om in samenwerking met de andere colleges te rapporteren hoe de aanbevelingen 1 tot en met 5 worden geïmplementeerd en • Na een jaar de stand van zaken van de implementatie inzichtelijk te maken.

1 De gemeenteraden kunnen individueel raadsbesluiten nemen. Voorkeur heeft om de besluiten daarnaast in gezamenlijkheid in het AB te nemen.

5

Regionaal rekenkamerrapport

MRE & SGE, regionale opgaven

2. Probleemstelling

De centrale vraag is: In hoeverre is de regionale samenwerkingsagenda in de MRE & het SGE doelmatig en doeltreffend in het licht van de maatschappelijke opgaven? En meer specifiek: • Wat zijn doelen, kaders, middelen van de samenwerkingsagenda’s? • Wat zijn taken, verantwoordelijkheden en werkwijzen? • Wat is de voortgang van de thema’s? • Hoe is de opvolging van de aanbevelingen van de Berenschotevaluatie? • Hoe geven gemeenten invulling aan de regionale samenwerkingsafspraken? • Wat zijn effecten? In het vervolg lichten we de bevindingen nader toe.

6

Regionaal rekenkamerrapport

MRE & SGE, regionale opgaven

3. Bevindingen 3.1 Doelen, kaders en middelen van de samenwerkingsagenda’s Doelen, kaders en middelen van de MRE De missie van MRE is “[…] het handhaven en uitbouwen van het kenmerkende economische profiel van de regio, om op die manier het vestigings- en verblijfsklimaat voor onze inwoners en bedrijven te stimuleren. Het verbeteren van de leef-, verblijf- en werkomstandigheden van onze inwoners, bezoekers en bedrijven draagt bij aan de brede welvaart van onze samenleving in stad of dorp en voor de regio als samenhangend geheel. Daarbinnen staan duurzaamheid en inclusiviteit centraal. Hoe succesvoller we in onze opdracht zijn, des te beter het is voor onze gemeenten, onze regio, ons land en de wereld daaromheen1.” De Metropoolregio Eindhoven vormt ‘de overheidspoot’ van de ‘triple helix’ samenwerking in Brainport Eindhoven. De Brainport triple helix samenwerking bestaat - naast MRE als overheidstak - uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en kennisinstellingen. Via MRE worden de financiële en inhoudelijke bijdragen geleverd aan de Brainportsamenwerking. MRE sluit aan bij de Brainportagenda en beoogt daarmee door economische groei de brede welvaartsontwikkeling op duurzame wijze te consolideren en uit te bouwen. MRE acteert vooral op strategisch niveau en opereert vooral procesmatig. De kerntaken zijn na de evaluatie (Berenschot, 2017): 1.

Economie, inclusief het Stimuleringsfonds 2. Mobiliteit 3. Energietransitie 4. Transitie landelijk gebied Naast deze vier kerntaken is ‘samenwerking en strategie’ belangrijk. Elk kernthema kent regionale opgaven. Deze opgaven zijn ambities en zijn niet concreet of meetbaar. Het zijn strategische doelstellingen met termen als ‘verbinden’, ‘versterken’ en ‘verbeteren’.

1 Samenwerkingsakkoord 2019-2022, 27 maart 2019 7

Regionaal rekenkamerrapport

MRE & SGE, regionale opgaven

Economie

Mobiliteit

Verbinden van gemeentelijke en subregionale economische agenda’s met de Brainportagenda Bevorderen van kennis & innovatie via het stimuleringsfonds

Verbinding Brainport met economische hoofdcentra (nationaal en internationaal) Verbeteren bereikbaarheid en leefbaarheid in de regio, samen, slim en co-modaal Doorontwikkelen van het regionaal mobiliteitssysteem

Versterken van de basiseconomie, het signaleren en verkennen van mogelijke opkomende kansen en opgaven en het doen van voorstellen hoe deze op te pakken

Energietransitie Door ontwikkelen en opleveren RES

Transitie Landelijk gebied Streefbeeld landelijk gebied nader uitwerken en de activiteiten

Samenwerking en strategie Doorontwikkeling regionale samenwerking (actualiseren GR, coördinatie)

Versnellen van de energietransitie door het verbinden van partijen

Versterken van de verbinding tussen stad en landelijk gebied

Impactanalyse regionale brede welvaartsmonitor (bovenlokale effecten) Versterken bovenregionale positionering (o.a. via afstemming omgevingsagenda)

Versterken Economische structuur, met name een nieuwe economische structuur in het buitengebied

Versterken Ruimtelijke en Ecologische kwaliteit met aandacht voor bodemkwaliteit, circulaire landbouw en Natuurnetwerk

Proces doorontwikkeling samenmenwerkingsakkoord 2022 e.v. (incl. nieuwe thema’s met bovenlokale effecten)

Figuur 1. Werkprogramma MRE 2021

De jaarlijkse werkprogramma’s geven de vertaling weer in doelstellingen en acties. Ook deze zijn vooral procesmatig (verbinden, regisseren, organiseren, afstemmen etc.). Zoals voor economie: 2019 Aanpak om economische agenda’s subregio’s te verbinden met de Brainport Actieagenda

2020 Instemming met Meerjarenplanning en Financiering Brainport Development 2021-2024

2021 Nieuwe Brainport meerjarenagenda verbinden op vastgestelde prioriteiten met bovenlokale agenda’s

2022 Brainport meerjarenagenda verbinden op vastgestelde prioriteiten met agenda’s subregio’s/gemeentes

Figuur 2. Voorbeeld thema economie uit het werkprogramma MRE 2021

MRE is verantwoordelijk voor het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) en Landgoed Gulbergen - het voornemen is Gulbergen op verantwoorde wijze en op korte termijn te vervreemden.

8

Regionaal rekenkamerrapport

MRE & SGE, regionale opgaven

Kaders Het vierjaarlijks samenwerkingsakkoord is leidend. MRE volgt de planning- & controlcyclus van een gemeenschappelijke regeling. De deelnemende raden kunnen jaarlijks op de begroting en het werkprogramma een zienswijze indienen.

Figuur 3. P&C cyclus MRE

Middelen De totale MRE begroting 2022 bedraagt € 14,2 miljoen. Afgerond is begroot voor de kerntaken: Economie 0,3 miljoen Mobiliteit 0,4 miljoen Energietransitie 0,3 miljoen Transitie landelijk gebied 0,4 miljoen De inwonersbijdrage in de begroting van MRE is voor 2022 €10,017. Met de bijdrage voor het RHCe (€ 4,153) is de inwonersbijdrage voor 2022 € 14,17. De bijdragen van de gemeenten zijn: Gemeenten die deel uitmaken van dit onderzoek Best Eindhoven Geldrop-Mierlo Nuenen Son en Breugel Veldhoven Waalre

Totale bijdrage (exclusief RHCe) € 302.612 € 2.360.991 € 401.256 € 237.404 € 175.822 € 455.757 € 175.732

Figuur 4. Tabel van de gemeentelijke bijdragen aan MRE.

Een aanzienlijk deel van de MRE middelen gaat naar Brainport (€ 4,7 miljoen), het Stimuleringsfonds (€ 3 miljoen) en RHCe (€ 3,2 miljoen). De doelmatigheid van Brainport maakt geen deel uit van dit onderzoek. Het RHCe is een op zichzelf staand onderdeel van MRE met een eigen wettelijke taak. Het Stimuleringsfonds is een wezenlijk onderdeel van MRE, met een innovatietaak. Inzicht in de resultaten ontbreekt om te beoordelen of de kosten opwegen tegen de opbrengsten. Over de overheadkosten MRE 1,1 miljoen zijn respondenten verdeeld. Een aantal vindt dit relatief hoog voor de vooral procesmatige opdracht. Anderen vinden het reëel gezien de omvang van de samenwerkingsorganisatie van eenentwintig gemeenten en het belang van het (divers) takenpakket. 9

Regionaal rekenkamerrapport

MRE & SGE, regionale opgaven

Doelen, kaders en middelen van het SGE De gemeenten Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen, Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre vormen samen het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE). De negen gemeenten hebben als belangrijkste opdracht de ambities van de Brainport en de doorontwikkeling daarvan te faciliteren met hoogwaardige werkgebieden, een gevarieerd wervend woonklimaat en een aansprekend pakket aan voorzieningen. Gewezen wordt op de nauwe samenhang tussen de gemeenten. Inwoners wonen in de ene en werken in een andere plaats. Ook maken zij dagelijks gebruik van alle kwaliteiten en voorzieningen binnen het stedelijk gebied. “Het is dan logisch om, daar waar het meerwaarde heeft, bestuurlijk ook de handen ineen te slaan.” Thema’s SGE De Samenwerkingsagenda 2018-2025 kent vier thema’s (drie actieprogramma’s en het thema ruimte): • Economie (actieprogramma) • Wonen (actieprogramma) • Voorzieningen en evenementen (actieprogramma) • Ruimte De jaarprogramma’s melden per thema, wat het komende jaar te doen staat. De opgaven per thema’s zijn in lijn van de Samenwerkingsagenda op hoofdlijnen: Thema’s Economie

Wonen

Voorzieningen & evenementen

Ruimte

Opgaven Steviger participeren in Brainport Eindhoven Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties (ROW) Kwaliteitsslag werklocaties Doorontwikkeling 1-Loket Verbeteren ondernemersklimaat voor (startende) ondernemers Verbinden arbeidsmarktregio’s Grondprijssystematiek Regionale Visie op Wonen Gezamenlijke woningbouwprogrammeringsafspraken Sterke samenwerking met partners Woonruimteverdeling Monitoren en kennisontwikkeling Inventariseren huidig aanbod regionale topvoorzieningen en evenementen Gezamenlijke toekomststrategie regionale en topvoorzieningen en evenementen Regionale profilering voorzieningen en evenementen Ondersteuning lobby naar Den Haag en lokale triple helix partners Verrijken Gebiedsvisie en Uitvoeringsprogramma Brainport City Portefeuillehoudersoverleg Ruimte als platform voor afstemming

Figuur 5. Overzicht SGE opgaven per thema

10

Regionaal rekenkamerrapport

MRE & SGE, regionale opgaven

Kaders Het SGE is een informeel (niet geformaliseerd) samenwerkingsverband op basis van een convenant. Er is een bestuurlijk platform dat sturing geeft aan de samenwerking tussen de gemeenten. In het bestuurlijk platform is elke gemeente bestuurlijk vertegenwoordigd. Middelen SGE beschikt over een beperkt secretariaat, een secretaris en een adviseur (2 fte) die worden betaald door de deelnemende gemeenten en in dienst zijn van de gemeente Eindhoven. SGE is ‘van en door’ de gemeenten en heeft een beperkt eigen budget. Het werkbudget kent een plafond van € 100.000. De bekostiging van activiteiten verloopt via de afzonderlijke, eigen begrotingen. Als er iets gezamenlijks moet worden bekostigd, is instemming van elke afzonderlijke gemeente nodig. De personeelslasten van het secretariaat en het werkbudget worden door de negen gemeenten gedragen. Dit naar rato van de omvang van de gemeenten (inwonersaantallen). Het personeel staat op de loonlijst van en budgetten zijn gealloceerd bij de gemeente Eindhoven, die de kosten naar rato doorbelast aan de negen gemeenten. Alle overige ambtelijke ondersteuning wordt geleverd door de individuele gemeenten met gesloten beurs. Elke gemeente verwerkt dit binnen de eigen begroting en de jaarrekening.

Wel wordt gevolgd of de inspanning van elke gemeente recht doet aan het beginsel dat elke gemeente naar draagkracht bijdraagt aan de samenwerking binnen SGE. Zo nodig vindt hierover afstemming plaats tussen de gemeentesecretarissen. SGE werkt met een jaarprogramma en jaarverslagen, waarin activiteiten en resultaten worden vastgelegd.

Figuur 6. P&C-cyclus SGE

3.2 Taken, verantwoordelijkheden en werkwijzen De Gemeenschappelijke Regeling MRE is ingesteld door colleges en raden met een Algemeen en Dagelijks Bestuur. Het DB is bestuurlijk opdrachtnemer en verantwoordelijk voor de uitvoering van het Samenwerkingsakkoord 2019-2022. Het DB bestaat uit drie leden: voorzitter (burgemeester van Eindhoven), vicevoorzitter (burgemeester van Helmond) en een lid uit het AB (door het AB aangewezen). Het AB besluit op basis van voorstellen, voorbereid door het DB. Het AB besluit ook over nieuwe thema’s en opgaven.

11

Regionaal rekenkamerrapport

MRE & SGE, regionale opgaven

Figuur 7. Overzicht MRE netwerk

Per inhoudelijke opgave is een portefeuillehoudersoverleg (poho) waarin de belangrijkste inhoudelijke besprekingen plaatsvinden. Voor elk thema (inclusief de bestuurlijke samenwerking en financiën) zijn met de eenentwintig gemeenten ambtelijke werkgroepen ingericht. Per beleidsopdracht zijn kleinere ambtelijke werkgroepen met vertegenwoordigers van de subregio’s. Elke gemeente kiest daarin zelf de afvaardiging. Werkwijze SGE

Per actieprogramma is een Portefeuillehouder met taken als: • Integrale realisatie en aansturen van het actieprogramma, zoals vastgesteld in de samenwerkingsagenda • Periodiek informeren van het bestuurlijk platform en gemeenteraden over de voortgang, • Voorbereiden van het jaarprogramma met acties voor het komend jaar.

12

Regionaal rekenkamerrapport

MRE & SGE, regionale opgaven

SAMENWERKINGSAGENDA’S De MRE legt de inhoudelijke verbinding tussen de eenentwintig gemeenten en de Stichting Brainport en Brainport Development. MRE fungeert als ‘de overheid’ binnen de triple helix. En de gemeenten Eindhoven, Helmond, Best en Veldhoven maken samen met de MRE vertegenwoordiging deel uit van het bestuur van Stichting Brainport. In zowel de Samenwerkingsagenda 2018-2025 van SGE als het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 van MRE wordt gesproken over de relatie met Brainport. Zo is afgesproken dat de direct in de Stichting Brainport/Brainport Development deelnemende gemeenten (Eindhoven, Helmond, Veldhoven, Best) de informatievoorziening aan de overige SGE gemeenten op zich nemen. In de SGE Samenwerkingsagenda is verder afgesproken dat de voortgang van de Brainportstrategie een vast onderwerp van gesprek is in het portefeuillehoudersoverleg Economie. Er zijn ook afspraken gemaakt over de samenwerking en de samenhang tussen MRE en SGE. Het MRE Samenwerkingsakkoord stelt: “De samenwerking van onze eenentwintig gemeenten in de Metropoolregio Eindhoven maakt deel uit van een dicht samen-werkingslandschap binnen Zuidoost-Brabant. Dat geeft ons de verantwoordelijkheid opgaven op de meest gepaste schaal, met en door de juiste partners op te pakken. Oftewel, opgaven en taken worden eenduidig belegd.

We voorkomen dubbel werk.” In de SGE Samenwerkingsagenda staat een soortgelijke passage: “Dit dichte en complexe samenwerkingslandschap vraagt om voortdurende alertheid en afstemming om er voor te zorgen dat zaken op het juiste niveau en niet op meerdere tafels tegelijk besproken worden.” De Samenwerkingsagenda van SGE verwijst verder naar de rol van MRE als het gaat om onderwerpen of SGE activiteiten zoals de ontwikkelingen op de woningmarkt en Brainport City. Daarnaast benadrukt de SGE dat de SGE-Samenwerkingsagenda ruim een jaar vóór de MRE samenwerkingsagenda is vastgesteld. Dit heeft gevolgen voor de aansluiting en verbinding tussen de samenwerkingen in de teksten van de agenda van het SGE bij de MRE. Uit de documenten blijkt niet dat er sprake is van gestructureerde en systematische afstemming tussen MRE en SGE. 3.3 Voortgang van de thema’s MRE De jaarstukken van MRE geven niet per resultaat expliciet aan in hoeverre het resultaat overeenkomt met de acties uit de werkprogramma’s. Het is beperkt navolgbaar in hoeverre alle geplande acties en projecten in het werkprogramma dat jaar ook werkelijk zijn gerealiseerd en dus in hoeverre de doelen per thema gerealiseerd zijn. Bij het Stimuleringsfonds valt op dat bij gebrek aan concrete definities of criteria niet helder is in hoeverre de doelstelling ‘het bevorderen van kennis en innovatie’ behaald is.

Daarbij merken we op dat in de tweede helft van 2019 is gestart met een onderzoek naar de effectiviteit van het fonds2. De respondenten noemen als een van de belangrijkste resultaten dat MRE zorgdraagt voor het samenbrengen van de overheidspoot binnen Brainport. 2 Ten tijde van het schrijven van dit rapport was de evaluatie nog niet verschenen. 13

Regionaal rekenkamerrapport

MRE & SGE, regionale opgaven

SGE In de SGEjaarverslagen wordt overzichtelijk weergegeven in hoeverre de opgaven zijn gerealiseerd in relatie tot de jaarprogramma’s. Met name binnen de thema’s ‘wonen’ en ‘ruimte’ worden veel van de gestelde doelen jaarlijks behaald. Echter, uit de jaarverslagen blijkt ook dat sommige projecten in de praktijk minder goed lijken aan te sluiten bij de doelstellingen. Met name voor de thema’s ‘economie’ en ‘voorzieningen en evenementen’ geldt dat de gestelde doelen in 2019 en 2020 maar beperkt behaald worden. Dit heeft er voor het thema ‘voorzieningen en evenementen’ mee te maken dat dit thema nog in de begin-/ opstartfase zit. Hierop wordt in de jaarverslagen ook een toelichting gegeven. Tevens is een aantal samenwerkingsprojecten niet gerealiseerd als gevolg van de verspreiding van het coronavirus. Ook voor het thema ‘economie’ geldt dat veel van de geplande activiteiten in 2020 in de planning zijn doorgeschoven door de impact van de coronapandemie. De recente kwestie rond bedrijventerrein Eeneind West toont het belang van regionale samenwerking. Wanneer een bepaald onderdeel van een doel niet behaald is, wordt niet altijd helder toegelicht waarom dit niet is gelukt. Zo is in het jaarprogramma voor het thema ‘wonen’ het doel ‘financiering van het verduurzamen en levensloopbestendig maken van de bestaande woningvoorraad’ niet behaald.

Uit de tekstuele toelichting valt niet op te maken wat hiervan de oorzaak is noch wat het vervolgproces is. 3.4 De opvolging van de aanbevelingen van de berenschotevaluatie Aanbevelingen Berenschot MRE In de evaluatie (2017) zijn aanbevelingen gedaan met betrekking tot het scherper bepalen van ambities en doelen, het uitplaatsen van RHCe en Gulbergen, het meer verantwoordelijkheid nemen voor de uitvoering van de regionale agenda en het verduidelijken van de rol van de Raadstafel 21. Wij constateren dat met een aantal aanbevelingen actief aan de slag is gegaan. Zo zien we dat er meer focus is aangebracht in de thema’s waar MRE voor staat. Ook is aandacht besteed aan de informatievoorziening richting de raden. Wij zien echter dat op een aantal punten de aanbevelingen nog onvoldoende zijn geïmplementeerd. Zo is het gevoel van eigenaarschap bij de gemeenten nog steeds onvoldoende aanwezig en is de rol van de Raadstafel niet voor iedereen duidelijk. Heel duidelijk is ook dat Gulbergen en RHCe niet buiten MRE zijn geplaatst. Aanbevelingen Berenschot SGE De aanbevelingen van Berenschot richten zich enerzijds op de versterking van de publieke waarde en legitimiteit en anderzijds op de versterking van de organisatie.

Onder de eerste categorie vallen aanbevelingen als het doorgaan met bestaande thema’s en het oppakken van andere thema’s, het opstellen van een overkoepelende agenda, het versterken van de positie van de raad en het vergroten van het mandaat van de portefeuillehouders. Onder de tweede categorie vallen aanbevelingen als het versterken van de capaciteit vanuit de gemeenten, het versterken van de rolinvulling van het bestuurlijk platform, het verminderen van de kwetsbaarheid van het secretariaat en het verduidelijken van de verdeling van rol en verantwoordelijkheden tussen (de sub regio) het SGE en de Metropoolregio.

14

Regionaal rekenkamerrapport

MRE & SGE, regionale opgaven

Het SGE heeft op een aantal aanbevelingen actie ondernomen. Zo is de verdeling van thema’s met de MRE verbeterd, heeft het SGE additionele thema’s opgepakt en is er een samenwerkingsagenda opgesteld. Op andere fronten hebben de aanbevelingen niet geleid tot acties, bijvoorbeeld over de governance en mandaten binnen het SGE. Maar ook niet over kwetsbaarheid van het secretariaat of de capaciteit van de gemeenten. Overigens draagt de huidige wijze van werken bij aan het gevoel van eigenaarschap. Het heeft daarmee ook voordelen. 3.5 Invulling van gemeenten aan de samenwerkingsafspraken De afstemming in de driehoek gemeenten, SGE en MRE moet primair verlopen via de gemeenten. Die zijn vertegenwoordigd en actief in beide samenwerkingsverbanden. Deze afstemming vindt plaats, maar dit gebeurt niet gestructureerd en consistent. Afstemming is veelal afhankelijk van onderlinge relaties en personele unies. De onderlinge dwarsverbanden worden niet systematisch afgestemd waardoor kansen worden gemist om elkaar te versterken en overlap te beperken. Voorbeelden hiervan zijn binnen de onderwerpen economie, werken en het daarmee samenhangende wonen. Ook als het gaat om mobiliteit, is de samenhang groot. Waar MRE zich bezighoudt met mobiliteitsoplossingen, houdt SGE zich bezig met aanverwante thema’s als werklocaties, voorzieningen en evenementen, en wonen.

Bij aanvang van de metropoolregio zijn de opgaven inhoudelijk verdeeld. Daarbij is ook gekeken naar het meest passende schaalniveau om verschillende opgaven op te pakken. Echter, in de praktijk komen ook de opgaven die elders belegd zijn weer in beeld bij de subregio (en vice versa) door snelle economische ontwikkeling en regionale interactie. Zo wordt voor de RES- verantwoordelijkheid van MRE - ook gewerkt met subregio’s. 3.6 Effecten Uit gesprekken met de betrokken gemeenten blijkt dat betrokkenen onvoldoende zicht hebben op dan wel gevoel hebben bij de doelmatigheid van MRE. Oftewel: of de kosten in verhouding staan tot de baten. De baten betreffen vooral procesmatige zaken als het uitvoeren van onderzoek, het opstellen van een werkprogramma/plan van aanpak, het agenderen van een thema in een bepaald overleg of het faciliteren van afstemming. Dit past bij het schaalniveau en het strategische karakter van MRE, maar maakt het lastig om in te schatten of de gemaakte kosten in verhouding staan tot de doelen. Tegelijkertijd geven betrokkenen aan dat, in vergelijking tot andere samenwerkingsverbanden, zij tevreden zijn over de behaalde resultaten ten opzichte van de kosten.

Vrijwel alle respondenten geven aan dat MRE een belangrijke meerwaarde heeft als het gaat om de relatie met het Rijk en de provincie, als het gaat om Brainport én als het gaat om de uitstraling naar buiten toe: “Andere regio’s kijken met afgunst naar hoe het in onze regio is geregeld.” Door de betrokken gemeenten wordt niet gestructureerd gereflecteerd op de doelmatigheid van MRE samenwerking. Voor SGE geldt dat, hoewel het bij gebrek aan financiële uiteenzetting niet inzichtelijk is hoe het beperkte budget binnen SGE besteed wordt, de respondenten de investering ten opzichte van de resultaten over het algemeen positief beoordelen. Dit komt natuurlijk vooral doordat SGE zelf weinig kosten maakt en de gemeenten zelf direct bepalen wat waarvoor wordt uitgegeven.

15

Regionaal rekenkamerrapport

MRE & SGE, regionale opgaven

4. aanpak

De voorzitters van de rekenkamer(commissie)s van Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a., Son en Breugel, Veldhoven en Waalre verrichten dit onderzoek samen als vervolg op het gezamenlijke rekenkameronderzoek naar de ODZOB. Het object van onderzoek: de samenwerkingsagenda’s van de gemeenten in MRE en SGE verband, bakent het onderzoek af tot de SGE gemeenten. De rekenkamers van Helmond en van Oirschot zijn benaderd, Helmond deed om hen moverende redenen niet mee. Bij Oirschot was een voorzittersvacature. Het onderzoek richt zich op de doelen, kaders, kosten en doelmatig- en doeltreffendheid van het beleid ten aanzien van de samenwerkingsverbanden van MRE en SGE en de governance door de betrokken gemeenten in de periode van 2018 tot aan de begroting 2022. Het onderzoek vindt plaats vanaf juli ’21 tot en met november ’21. De werkgroep van de rekenkamercommissies selecteert TwynstraGudde voor het veldonderzoek. Het onderzoek is verricht door documentanalyse en interviews met de ambtelijk en bestuurlijke verantwoordelijken en met medewerkers en directie van de MRE en SGE. Tijdens de raadsbijeenkomsten van het SGE en de MRE bleek geen mogelijkheid om raadsleden te bevragen. Griffiers zijn geraadpleegd over de sturing en controle van de betreffende gemeenteraden.

Zoals te doen gebruikelijk in Eindhoven, is het feitenrelaas gecontroleerd op onjuistheden, de bestuurlijke reactie volgt separaat.

16

Regionaal rekenkamerrapport

MRE & SGE, regionale opgaven

Bijlage

Rapportage TwynstraGudde

17

Regionaal rekenkamerrapport

MRE & SGE, regionale opgaven

RAPPORT TWYNSTRAGUDDE

Rekenkameronderzoek MRE en SGE In opdracht van de rekenkamer(commissie)s van Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Nuenen, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre Dr. mr. R. Lauwerier, drs. S. Blair-Zuijderhoff, L. van Dordrecht MSc.

november 2021

Inhoudsopgave

Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Onderzoeksvragen 1.3. Aanpak en leeswijzer

Doelen van de samenwerking 2.1. Beschrijving MRE 2.2. Beschrijving SGE 2.3. Analyse 2.3.1. Missie en doelen 2.3.2. Aansluiten gemeentelijke kaders 2.4. Samenvattend (toetsing op de normen)

Wijze van (samen)werken 3.1. Beschrijving MRE 3.1.1. MRE - governance 3.1.2. MRE - organisatie 3.1.3. MRE – begroting en kosten 3.2. Beschrijving SGE 3.2.1. SGE – governance 3.2.2. SGE – organisatie 3.2.3. SGE – begroting en kosten 3.3. Beschrijving samenwerkingslandschap 3.4. Betrokkenheid raden 3.5. Analyse 3.5.1. Governance en organisatie 3.5.2. Kosten, baten en begroting 3.5.3. Samenwerking en versterking 3.6. Samenvattend (toetsing op de normen)

Doelrealisatie 4.1. Beschrijving MRE 4.2. Beschrijving SGE 4.3. Analyse 4.3.1. Realisatie doelen en de bijdragen aan de maatschappelijke opgaven

4 4 5 6

7 7 10 12 12 14 15

18 18 18 19 19 20 20 22 22 23 24 25 25 26 26 28

30 30 33 35 35

2

4.3.2. Tussentijdse sturing 4.3.3. Kosten versus baten 4.4. Samenvattend (toetsing op de normen)

36 37 37

5. Conclusies en aanbevelingen

40

5.1. Conclusies 5.2. Aanbevelingen

Bijlagen Bijlage 1. MRE Samenwerkingsakkoord 2019-2022 Bijlage 2. SGE Samenwerkingsagenda 2018-2025 Bijlage 3. Voorbeeld MRE Overzicht kosten en baten Bijlage 4. Overzicht van geïnterviewde personen

40 42

45 45 47 48 49

3

Inleiding 1.1. Aanleiding Gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant werken in verschillende constructies samen. Naast samenwerkingsverbanden in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE), de A2-gemeenten, de Kempengemeenten, de Dommelvallei en de Peelgemeenten, zijn er gemeenschappelijke regelingen als de Metropool Regio Eindhoven (MRE), VRZOB, ODZOB, GGD, GRWRE, CURE. Daarnaast is er Brainport Development NV; het samenwerkingsverband tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheden dat bijdraagt aan de economische structuurversterking van Brainport Eindhoven, het vestigingsklimaat en een toename van de werkgelegenheid.1 MRE richt zich vooral op economie, mobiliteit, de energietransitie en de transitie van het landelijk gebied. SGE richt zich op economie, wonen, voorzieningen en evenementen en ruimte. MRE en SGE zijn in 2017 parallel geëvalueerd (Berenschot, 2017). De conclusies uit die evaluatie over het functioneren van MRE waren in grote lijnen dat MRE bijdraagt aan het verbeteren van het bestuurlijke en triple helix netwerk, dat MRE door externe partners als provincie, waterschappen en het Rijk als collectiviteit gezien worden om mee in gesprek te gaan en dat er binnen MRE aandacht wordt besteed aan de goede thema’s. Aandachtspunten waren o.a.

draagvlak bij colleges (resultaten in verhouding tot inspanningen), doelstellingen, onderling vertrouwen, schaalniveau en gedeeld eigenaarschap van de regionale agenda. Maar ook de helderheid van rollen, taken en bevoegdheden verdiende verbetering. De algemene conclusie van de evaluatie van het SGE was dat de samenwerking voortgang boekte. Er was meer vertrouwen, transparantie en flexibiliteit en gezamenlijk eigenaarschap in de samenwerking ontstaan. Concrete resultaten op het gebied van werken en wonen waren nog te recent om effecten voor de ontwikkeling van Brainport vast te stellen. Ook bij de evaluatie van SGE waren de resultaten in verhouding tot de inspanningen een aandachtspunt, naast o.a. de bestuurlijke slagkracht en het verduidelijken van de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden tussen MRE en SGE. Gezien de grote maatschappelijke opgaven als de energietransitie, de woonopgave en de transitie landelijk gebied, is het de vraag hoe MRE en SGE anno 2021 functioneren. Hierin ligt de aanleiding van het rekenkameronderzoek. De rekenkamer(commissie)s van Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Nuenen, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre2 willen de raden inzicht geven in de huidige stand van zaken van de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de samenwerkingsagenda’s van MRE en SGE, en komen tot aanbevelingen ter mogelijke verbetering.

1

Onder Brainport Development NV (100% aandeelhouder) hangt ook het Regiofonds Brainport BV. Via de regiodeal investeren het Rijk en de regio

gezamenlijk € 370 miljoen in de regio. Hiervan is € 130 miljoen afkomstig van het Rijk. Het betreft een eenmalige extra impuls voor een aantal concrete en aanvullende investeringen op het gebied van het voorzieningenniveau, het aantrekken en behouden van talent (op alle onderwijsniveaus) en innovaties met een maatschappelijke impact. De Rijksmiddelen uit de Regio Deal Brainport Eindhoven (€ 130 miljoen) zullen gedurende vier jaar (2018-2021) naar projecten van de triple helix partners in de regio stromen. Het bestuur van Regiofonds Brainport BV berust bij de Stichting Brainport die ook bepalend is bij de toekenning van de Rijksmiddelen aan projecten. 2

Helmond en Oirschot maken ook deel uit van het SGE en de MRE; deze rekenkamercommissies doen niet mee met het onderzoek.

4

1.2. Onderzoeksvragen In het onderzoek staat de volgende hoofdvraag centraal: In hoeverre zijn de regionale samenwerkingsagenda’s in de MRE en het SGE doelmatig en doeltreffend in het licht van de maatschappelijke opgaven? De nadruk van het onderzoek ligt op het bieden van heldere en inzichtelijke informatie aan de raad over de effectiviteit en de efficiëntie van MRE en SGE en op de wijze waarop de beide samenwerkingsverbanden op elkaar zijn afgestemd. De nadruk ligt niet op de democratische legitimatie of veranderende wetgeving rondom gemeenschappelijke regelingen. Op basis van deze focus zijn de onderstaande onderzoeksvragen geformuleerd, geclusterd in drie categorieën: de doelen van de samenwerking, de wijze van samenwerking en de opbrengsten van de samenwerking. Onderzoeksvragen

Categorie Doelen van de samenwerking

- Wat zijn doelen, kaders en middelen van de samenwerkingsagenda’s?

Toelichting Hierbij kijken we ook naar de gezamenlijke ambitie en in hoeverre inzichtelijk is gemaakt op welke wijze deze doelen bijdragen aan de realisatie van de opgaven.

Wijze van samenwerken

- Wat zijn taken, verantwoordelijkheden en werkwijzen? - Hoe geven gemeenten invulling aan de regionale samenwerkingsafspraken?

Hierbij kijken wij ook naar de onderlinge taakafbakening, mogelijke overlap en in hoeverre dit elkaar al dan niet versterkt.

- Hoe is de opvolging van de aanbevelingen van de Berenschot-evaluatie? Doelrealisatie

- Wat is de voortgang van de thema’s van MRE en SGE?

Hierbij kijken wij ook naar de samenhang

- Wat zijn effecten?

tussen de drie onderdelen: wat, hoe en waarom.

Voor de beantwoording van deze vragen is onderstaand normenkader opgesteld, waarbij dezelfde categorieën zijn gehanteerd. Aspect

Normen

Doelen van de

Voor het desbetreffende samenwerkingsverband zijn duidelijke maatschappelijke opgaven geformuleerd die

samenwerking

gedragen worden door de deelnemende gemeenten (toetsend bij de betrokken gemeenten in het onderzoek). De afgesproken opgaven sluiten aan op de eigen gemeentelijke beleidskaders (toetsend bij de betrokken gemeenten in het onderzoek). De afgesproken opgaven zijn volledig vertaald in concrete en realistische doelen. De afgesproken doelen zijn volledig vertaald in projecten en acties. Er is oog voor ontwikkelingen die de afgesproken opgaven, doelen, projecten en acties kunnen beïnvloeden op basis waarvan zo nodig tot bijstelling van de afspraken wordt overgegaan. De afgesproken opgaven geven inzicht in de te bereiken output/outcome.

Wijze van

Er zijn duidelijke schriftelijke afspraken vastgelegd over de verdeling van taken, verantwoordelijkheden en

samenwerking

werkwijzen. De uitvoering is conform de daarover gemaakte afspraken. Er vindt afstemming plaats tussen gemeenten, MRE en SGE die leidt tot het voorkomen van ongewenste overlap. De gemeenten hebben de uitvoering van de afspraken in de eigen ambtelijke organisaties geborgd.

5

De kosten van MRE en SGE zijn duidelijk begroot en de uitvoering vindt binnen de begroting plaats. De begrotingen van MRE en SGE zijn transparant en herleidbaar tot de afgesproken doelen. Doelrealisatie

De uitvoering van de acties en projecten en de realisatie van de doelen en maatschappelijke opgaven worden op een navolgbare wijze gemonitord en periodiek besproken. Zo nodig vindt bijsturing op de samenwerking plaats. De vastgestelde acties en projecten worden uitgevoerd. Aantoonbaar is gemaakt dat met de acties en projecten de doelen en maatschappelijke opgaven worden gerealiseerd. Het is voor de betrokken gemeente helder wat de MRE en SGE voor hen verrichten in temen van te behalen doelen. De relatie naar het budget dat door de gemeente is ingezet, is helder. Ook de gemeenteoverstijgende doelen zijn helder voor de gemeenten en helder is in hoeverre deze doelen gerealiseerd zijn. De gerealiseerde kosten zijn evenredig met de doelrealisatie. Afwijkingen hiervan worden geëxpliciteerd en onderbouwd.

Het onderzoek is afgebakend tot de genoemde gemeenten die deel uitmaken van SGE. Dit betekent dat andere MREgemeenten niet zijn meegenomen. De bevindingen en de conclusies en aanbevelingen zijn gebaseerd op die gemeenten en moeten in dat licht worden bezien. Om verwarring te voorkomen wordt in het rapport verwezen naar de respondenten wanneer het gaat over de bij het onderzoek betrokken gemeenten.

1.3. Aanpak en leeswijzer Onze aanpak bestaat uit opeenvolgende stappen die wij hebben gebaseerd op de vraag. Figuur 1 geeft de verschillende stappen en (tussen)resultaten, weer.

Figuur 1. Onderzoeksaanpak

Wij gaan in dit rapport achtereenvolgens in op de in paragraaf 1.2 genoemde aspecten van dit onderzoek. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de doelen van de samenwerkingsverbanden. In hoofdstuk 3 gaan we in op de wijze van samenwerken. In hoofdstuk 4 staat de doelrealisatie centraal. Hoofdstuk 5 bevat de conclusies en aanbevelingen.

6

Doelen van de samenwerking 2.1. Beschrijving MRE De Metropoolregio Eindhoven (MRE) is een netwerk waarin 21 regiogemeenten samenwerken aan strategische grensoverschrijdende opgaven. De deelnemende gemeenten zijn: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Son en Breugel, Someren, Reusel-De Mierden, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. De missie van MRE is volgens het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 “[…] het handhaven en uitbouwen van het kenmerkende economische profiel van de regio, om op die manier het vestigings- en verblijfsklimaat voor onze inwoners en bedrijven te stimuleren. Het verbeteren van de leef-, verblijf- en werkomstandigheden van onze inwoners, bezoekers en bedrijven draagt bij aan de brede welvaart van onze samenleving in stad of dorp en voor de regio als samenhangend geheel. Daarbinnen staan duurzaamheid en inclusiviteit centraal. Hoe succesvoller we in onze opdracht zijn, des te beter het is voor onze gemeenten, onze regio, ons land en de wereld daaromheen”.3 MRE is een samenwerkingsverband dat vooral acteert op strategisch niveau en vooral procesmatig opereert.

De werkwijze van de MRE is het ondersteunen en organiseren van processen en besluitvorming, het verbinden van inhoudelijke agenda’s, het agenderen van nieuwe opgaven en vraagstukken, bovenregionale vertegenwoordiging en het organiseren van het regionale debat en kennisdeling. MRE vormt tevens ‘de overheidspoot’ van de ‘triple helix’ samenwerking in Brainport Eindhoven. De Brainport triple helix samenwerking bestaat - naast MRE als overheidstak uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en kennisinstellingen. Via MRE worden de financiële en inhoudelijke bijdragen geleverd aan de Brainportsamenwerking. MRE sluit aan bij de Brainportagenda en beoogt daarmee door economische groei de brede welvaartsontwikkeling op duurzame wijze te consolideren en uit te bouwen. Dit door samen te verkennen en de opgaven voor de lange termijn - in het belang van de eenentwintig samenwerkende gemeenten én de regio als een geheel - te agenderen. Kernthema’s MRE Na de evaluatie van Berenschot in 2017 zijn de kerntaken van MRE aangepast en beperkt tot vier thema’s: 1. Economie, inclusief het Stimuleringsfonds 2. Mobiliteit 3. Energietransitie 4. Transitie landelijk gebied Naast deze vier thema’s wordt ‘samenwerking en strategie’ als afzonderlijk thema benoemd. Samenwerken als zodanig is volgens de werkprogramma’s geen inhoudelijk thema.

Aandacht voor de samenwerkingsstructuur én -cultuur zijn binnen de samenwerking MRE echter van belang c.q. zijn randvoorwaardelijk voor het blijven boeken van inhoudelijke resultaten. Dat betekent volgens de werkprogramma’s dat MRE vooruitkijkt naar wat er op de gemeenten afkomt via de regionale strategie. Dit doet de MRE langs de lijn van verkennen via kennisontwikkeling en monitoring, het verbinden op de inhoud via verschillende gremia bovenlokaal én bovenregionaal en het agenderen van opgaven. Een voorbeeld is de gezamenlijke coördinatie en afstemming richting de halfjaarlijkse ontwikkeldagen met de provincie en de beide waterschappen via de gezamenlijke inzet in de Omgevingsagenda Zuidoost-Brabant en de Omgevingsagenda Brabant/Limburg (met provincie én Rijk) 4. De samenwerkingsopgaven hebben een continu karakter en kunnen gezien 3

MRE Samenwerkingsakkoord 2019-2022, 27 maart 2019.

4

MRE Werkprogramma 2021.

7

worden als de ‘basisdienstverlening’. Daarnaast worden in de werkprogramma’s binnen dit kader acties gespecificeerd die dat jaar moeten worden uitgevoerd. Zo moet in 2021 de volgende actie gerealiseerd worden in het kader van ‘samenwerking en strategie’: “Aanpassen van de Gemeenschappelijke Regeling en Statuut met als doel het formaliseren van de in 2019 gewijzigde samenwerkingspraktijk en de ervaringen daarmee én waar nodig in lijn brengen van de Gemeenschappelijke Regeling met de (aanstaande) wetswijziging Wgr.”5 Landgoed Gulbergen Ook geldt dat MRE (vooralsnog) verantwoordelijk is voor Landgoed Gulbergen. Het voornemen is dit te vervreemden. De verantwoordelijkheid voor Landgoed Gulbergen betekent dat MRE voor de opgave staat om het volledige gebied te gaan ontwikkelen. Doel is het landgoed te ontwikkelen tot een aantrekkelijk toeristisch en recreatief gebied met een duurzame uitstraling, passend binnen de Brainport-ambitie van de regio. Berenschot (2017) heeft hierover geadviseerd: “Maak serieus werk van het buiten de Metropoolregio plaatsen van relicten uit het verleden zoals de commissie van advies voor Gulbergen en het RHCe.

Deze taken leiden af van de inhoudelijke doelstellingen van de Metropoolregio op het gebied van economie, ruimte en mobiliteit en hebben geen enkele link met de regionale agenda.”6 RHCe Het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven is onderdeel van MRE en heeft een wettelijke taak met betrekking tot de archiefzorg. Het RHCe voert de wettelijke taken uit voor alle overheidsorganen binnen Zuidoost-Brabant met uitzondering van Gemert-Bakel. Op basis van de Archiefwet houdt het RHCe als uitvoeringsorganisatie toezicht op de archiefzorg door gemeenten en op het overbrengen van gemeentelijke archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats, adviseert zij over archiefzorg en -beheer en over informatiebeheer van gemeenten, draagt zij zorg voor het beheer en het raadpleegbaar stellen van naar de archief-bewaarplaats overgebrachte analoge en digitale archieven, en beheert zij particuliere archieven uit de regio voor zover dat past bij het aan het RHCe opgedragen cultuurbeheer. Ook ten aanzien van het RHCe heeft Berenschot in 2017 reeds geadviseerd om deze buiten MRE om te organiseren. Stimuleringsfonds Het Stimuleringsfonds betreft de cofinanciering van projecten op het gebied van innovatie en nieuwe bedrijvigheid die de economie in de regio versterken. Het fonds bestaat al sinds de SRE-tijd. Per jaar worden tientallen projecten ondersteund voor circa € 3 miljoen.

Opgaven MRE Per thema worden in het Samenwerkingsakkoord een aantal concrete (hoofd)opgaven benoemd; zie bijlage 1 voor een overzicht van de opgaven per thema. In het Samenwerkingsakkoord wordt echter ook expliciet gewezen op wat MRE niet doet: “Het aanbrengen van focus houdt ook in dat de Metropoolregio Eindhoven het primaat op sommige thema’s hier valt te denken aan zaken als wonen, arbeidsmarkt, bedrijventerreinen en detailhandel, klimaatadaptatie, zorg, recreatie en toerisme, voorzieningen - aan andere verbanden laat”7. De opgaven die in het Samenwerkingsakkoord zijn benoemd als hoofdopgaven worden in de jaarlijkse werkprogramma’s nader geconcretiseerd in de vorm van doelstellingen (’concrete opgaven’), acties (‘wat doen we hiervoor‘) en resultaten (’wat willen we bereiken’). Om een beeld hiervan te geven staan in onderstaande tabel enkele voorbeelden van de uitwerking van de thema’s vanuit de werkprogramma’s8. Dit is geen volledig overzicht.

5

MRE Werkprogramma 2021.

6

Berenschot. “Evaluatie Metropoolregio Eindhoven” Juni 2017.

7

MRE Samenwerkingsakkoord 2019-2022.

8

MRE Werkprogramma 2021.

8

Opgaven

Acties (voor Metropoolregio Eindhoven)

Resultaten

Verbinden van gemeentelijke en

Verbinden, afstemmen en ophalen input bij

(o.a.) Zorgen voor een stevige verbinding tussen

bovenlokale economische

gemeenten en vertalen van de Brainport

Brainport agenda, stichting Brainport en 21

agenda’s met de

Nationale Actieagenda naar kansen en acties

gemeenten en een gecoördineerde en

Brainportagenda

voor de gemeenten

afgestemde inbreng vanuit de 21 gemeenten in

Economie

het jaarplan van Brainport Bevorderen van kennis en

Het uitvoeren van de (stimulerings)regeling

Versterking van brede economische ontwikkeling

innovatie

en het organiseren van twee tenders per jaar

in de regio door het financieren van relevante, innovatieve samenwerkingsprojecten (Stimulerings-fonds) gericht op het regionaal MKB

Mobiliteit Verbinding Brainport met

Organiseren van afgestemde inbreng van

(o.a.) Belangen van de hele regio worden op het

economische hoofdcentra

betrokken partijen en zorgdragen voor een

gebied van Mobiliteit door de wethouders zo

(nationaal en internationaal)

gezamenlijk beeld waardoor gemeenten en

goed mogelijk ingebracht bij projecten en

regionale partners in Brainport regio worden

programma’s die een bijdrage kunnen leveren

gestimuleerd om actieve lobby te

aan het realiseren van onze ambitie

organiseren bij provincie en Rijk voor de regio Doorontwikkelen van het

(o.a.) Inventariseren en delen trends en

Het gezamenlijk beeld op het regionaal

regionaal mobiliteitssysteem

ontwikkelingen, Ontwerpen en organiseren

mobiliteitssysteem doorontwikkelen (2030 en

proces om te komen tot een Streefbeeld

richting 2040). Dit in aansluiting op ruimtelijke

mobiliteit.

visies vanuit de subregio’s en de drie regionale thema’s van de Metropoolregio Eindhoven. Streefbeeld mobiliteit.

Energietransitie Opleveren en door- ontwikkelen

Coördineren, organiseren en regisseren van

Een door alle 21 gemeenten, 2 waterschappen en

van een Regionale

het RES proces, waaronder zorgen voor

provincie gedragen RES 1.0

Energietransitie (RES).

verbinding met externe stakeholders en aansturing inhoudelijke externe adviseurs.

Transitie landelijk gebied Streefbeeld

(o.a.) Agenderen monitoring uitvoering

Het streefbeeld vormt ons handelingsperspectief

streefbeeld in ambtelijk en bestuurlijk

en agenda voor ons als gemeenten, maar ook

regionaal overleg.

voor afstemming en samenwerking met rijk en

Voorbereiden bestuurlijke inbreng en

provincie

regionale afstemming en behartigen dat belangen van ZO-Brabant in de gebieds-samenwerking worden geborgd.

In de werkprogramma’s wordt jaarlijks ook de benodigde inzet van andere partijen (met name gemeenten) per opgave expliciet gemaakt. Het gaat hier bij gemeenten veelal om het leveren van inhoudelijke bijdragen, of het zorgen van verbinding met de MRE-agenda in eigen gemeente. Bij het thema's mobiliteit wordt bij de opgave ‘doorontwikkelen van het regionaal mobiliteitssysteem’ als activiteit voor de gemeente bijvoorbeeld omschreven: “Zorgen voor verbindingen met de thema's die invloed hebben op het mobiliteitssysteem binnen eigen gemeenten en subregio.”9

9

MRE Werkprogramma 2021.

9

2.2. Beschrijving SGE De gemeenten Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen, Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre vormen samen het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE). De negen gemeenten hebben als belangrijkste opdracht de ambities van de Brainport en de doorontwikkeling daarvan te faciliteren met hoogwaardige werkgebieden, een gevarieerd wervend woonklimaat en een aansprekend pakket aan voorzieningen. Gewezen wordt op de nauwe samenhang tussen de gemeenten. Inwoners wonen in de ene en werken in een andere plaats. Ook maken zij dagelijks gebruik van alle kwaliteiten en voorzieningen binnen het stedelijk gebied. “Het is dan logisch om, daar waar het meerwaarde heeft, bestuurlijk ook de handen ineen te slaan”, aldus de website van het Stedelijk Gebied Eindhoven10. Daarnaast is in de Samenwerkingsagenda voor 2018-2025 opgenomen dat de ambitie van SGE verder gaat: “We willen niet alleen in stand houden, maar ook doorgroeien.” Dat doen zij met twee speerpunten: ‘quality of life’ en ‘economic welfare’. Quality of life gaat over het realiseren van gelukkige inwoners. Dat vraagt om een prettig en gezond leefklimaat en betrokkenheid en verantwoordelijkheid van alle inwoners.” Kortom: het Stedelijk Gebied moet een fijne plek zijn voor iedereen11.

Het tweede speerpunt - ‘economic welfare’ - vertaalt zich in het realiseren van een gunstig economisch klimaat voor ondernemingen, start-ups en talent. Hier wordt ook de verbinding gelegd met de Brainport Nationale Actieagenda waarin de economische strategie voor de regio Zuidoost-Brabant (de Metropoolregio Eindhoven) is geformuleerd. Deze is binnen SGE verwerkt in de doelstellingen binnen de actieprogramma’s Economie, Wonen, en Voorzieningen en Evenementen. Thema’s SGE In de Samenwerkingsagenda 2018-2025 worden vier thema’s benoemd (drie actieprogramma’s en het thema ruimte), met daaraan gekoppeld de beoogde resultaten voor de samenwerking in het Stedelijk Gebied (zie bijlage 2 voor een samenvatting hiervan). De thema’s zijn: - Economie (actieprogramma) - Wonen (actieprogramma) - Voorzieningen en evenementen (actieprogramma) - Ruimte In de jaarprogramma’s wordt per thema, aan de hand van de in de Samenwerkingsagenda vastgestelde opgaven, omschreven wat er in het komende jaar te doen staat. In de jaarprogramma’s worden de opgaven ook wel ‘afspraken’ genoemd. Per opgave wordt aangegeven wat er het komende jaar aan activiteiten plaats zal vinden om de doelstelling of de afspraak te realiseren.

Zo wordt één van de activiteiten, behorend bij het thema ‘economie’, de opgave ‘kwaliteitsslag werklocaties’ en de actie ‘monitoring en actualiseren programmeringsafspraken’, als volgt omschreven: “We hebben stevige afspraken gemaakt over werklocaties. In 2019 ontwikkelen we een monitor werklocaties. Naast inzicht in planvoorraad willen we ook beter inzicht in de marktontwikkelingen (analyses en marktconsultatie). Hierbij maken we onder andere gebruik van de provinciale prognoses die begin 2019 gepubliceerd worden. Op basis van de monitor worden de afspraken op het gebied van bedrijventerreinen tegen het licht gehouden. Het is belangrijk dat de afspraken actueel blijven en passen bij de ontwikkelingen en behoeften in de regio.”12 Daarnaast worden voor bijna alle thema’s in de programma’s additionele doelstellingen geformuleerd onder de paragraaf ‘extra samenwerkingsprojecten’. Het gaat hier bijvoorbeeld om activiteiten rondom samenwerking met de

10

https://www.stedelijkgebiedeindhoven.nl/over-sge/

11

SGE Samenwerkingsagenda 2018-2025.

12

SGE jaarprogramma 2019.

10

provincie en samenwerking op het gebied van detailhandel. Daarbij staat in het jaarprogramma ook steeds per actie (op hoofdlijnen) de aangewezen bestuurlijke trekker aangegeven. De opgaven binnen de thema’s zijn - in lijn met de Samenwerkingsagenda - op hoofdlijnen als volgt. Thema’s

Opgaven

Economie

- Steviger participeren in Brainport Eindhoven - Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties (ROW) - Kwaliteitsslag werklocaties - Doorontwikkeling 1-Loket - Verbeteren ondernemersklimaat voor (startende) ondernemers - Verbinden arbeidsmarktregio’s - Grondprijssystematiek - Regionale Visie op Wonen - Gezamenlijke woningbouwprogrammeringsafspraken - Sterke samenwerking met partners - Woonruimteverdeling - Monitoren en kennisontwikkeling

Wonen

Voorzieningen

Ruimte

- Inventariseren huidig aanbod regionale topvoorzieningen en evenementen - Gezamenlijke toekomststrategie regionale en topvoorzieningen en evenementen - Regionale profilering voorzieningen en evenementen - Ondersteuning lobby naar Den Haag en lokale triple helix partners - Verrijken Gebiedsvisie en Uitvoeringsprogramma Brainport City - Portefeuillehoudersoverleg Ruimte als platform voor afstemming

11

2.3. Analyse 2.3.1. Missie en doelen MRE Binnen MRE ligt momenteel de focus op vier thema’s als uitwerking van de missie om het regionale leefklimaat voor inwoners, bedrijven, kenniswerkers en bezoekers te verbeteren. Respondenten geven aan dat de thema’s, globaal genomen, de thema’s zijn waar MRE voor zou moeten staan. Het zijn thema’s die op grotere schaal spelen en op grotere schaal opgepakt moeten worden. De thema’s geven tevens de diversiteit weer van de deelnemende gemeenten, en de keuzes voor de thema’s worden gezien als een compromis zodat alle gemeenten zich kunnen herkennen in de agenda van MRE. De een hecht bijvoorbeeld meer waarde aan de transitie landelijk gebied, terwijl de ander vooral waarde hecht aan economie. Dit zorgt voor verbinding van gemeenten op thema’s. Het risico dat daarmee echter samengaat, is dat de verbinding vooral gericht is op afzonderlijke thema’s (‘staat mijn thema op de agenda?’) en dat collectieve verbinding op de totale agenda (‘dit is onze agenda’) beperkt is. Uit de gesprekken blijkt ook dat de gezamenlijkheid van de agenda beperkt is. Dit komt vooral door het aantal deelnemende gemeenten en de verschillen tussen deze gemeenten en de subregio’s. Alhoewel extern niet heel zichtbaar, wordt de functie van MRE als overheidspoot van Brainport gezien als nuttig en van meerwaarde.

Brainport geeft aan dat deze functie van MRE belangrijk is om de triple helix samenwerking binnen Brainport goed te kunnen laten functioneren. Dat ziet zowel op het inhoudelijk samenbrengen van de input vanuit gemeenten in het portefeuillehoudersoverleg Economie als op de financiële bijdrage die de gemeenten gezamenlijk leveren aan Brainport via MRE. De vraag speelt of voor elk thema de schaal van MRE daadwerkelijk de meest optimale schaal is en zo ja voor welke aspecten. Zo blijkt bijvoorbeeld uit de gesprekken dat het passend wordt gevonden dat MRE mobiliteit als thema heeft, vooral wat betreft de lobby richting het Rijk en het totaal aan infrastructuur en mobiliteit. De nadere uitwerking en uitvoering zouden nog effectiever opgepakt kunnen worden op de schaal van de subregio’s. Voor het realiseren van de doelstellingen op het gebied van de energietransitie is op onderdelen juist de samenwerking tussen stad en platteland essentieel is (en daarmee de schaal van MRE) en op onderdelen kan de uitvoering wellicht effectiever op een kleinere schaal. Per thema zijn opgaven geformuleerd die jaarlijks in werkprogramma’s worden vertaald in doelstellingen en acties. De geformuleerde opgaven zijn veelal niet concreet of meetbaar en hebben vooral het karakter van ambities.

Het betreft vaak meer strategische doelstellingen op een hoger abstractieniveau met een nadruk op termen als ‘verbinden’, ‘versterken’ en ‘verbeteren’. Voor het thema ‘economie’ geldt bijvoorbeeld dat de doelstellingen met name procesmatig zijn geformuleerd als het gaat om het ‘verbinden’ van de gemeentelijke en bovenlokale economische agenda’s met de Brainport-agenda. De daaraan gekoppelde doelstellingen en acties zijn vooral procesmatig van aard (regisseren, organiseren, afstemmen etc.). Zo gaat het ook bij het thema mobiliteit veelal om het organiseren van afgestemde inbreng van betrokken partijen13.

13

MRE Werkprogramma 2021. Zie bijvoorbeeld thema mobiliteit.

12

Er is echter een aantal uitzonderingen waarbij de doelstellingen concreter worden geformuleerd. Dit geldt bijvoorbeeld voor doelstellingen bij het thema transitie landelijk gebied: ‘Streefbeeld landelijk gebied nader uitwerken’ en bij het thema energietransitie: ‘Doorontwikkelen en opleveren RES’14. De rollen van de partners zijn in de jaarlijkse werkprogramma’s uitgewerkt; dit zijn met name de individuele gemeenten en de metropoolorganisatie. Hieruit blijkt dat de MRE(-werkorganisatie) zich richt op de coördinatie van de gezamenlijke processen, strategievorming en signaleren, verkennen, agenderen en aanjagen. Ook hieruit blijkt de met name procesmatige rol van de MRE(-werkorganisatie). De feitelijke uitvoering moet door de gemeenten gebeuren. Ook de afstemming met andere samenwerkingsverbanden, zoals SGE, moet vooral via de gemeenten verlopen die eigenaar zijn van die samenwerkingsverbanden. Tegenover het procesmatige karakter van opgaven, doelstellingen en acties, staat echter dat de missie van MRE op dit moment meer uitvoeringsgericht is. Bijvoorbeeld ‘verbeteren van de leef-, verblijf- en werkomstandigheden’. De missie ziet daarmee toe op het realiseren van maatschappelijke impact, bijvoorbeeld ten aanzien van het versterken van de basiseconomie en het creëren van een landelijk gebied dat leefbaar, uitnodigend, toekomstbestendig en economisch vitaal is.

De daadwerkelijke activiteiten van de MRE zijn meer procesmatig van aard en met die vooral procesmatige vertaling van de missie is slechts beperkt geborgd dat de beoogde maatschappelijke impact daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Oftewel, strategieën, streefbeelden en visies alleen leiden niet tot impact. Deze kunnen worden geformuleerd, maar uitvoering is noodzakelijk om impact te realiseren. Dit betekent dat er sprake is van een zogenaamde mismatch tussen de missie enerzijds en de rol, doelen en activiteiten van MRE anderzijds, waardoor het beeld ontstaat dat MRE in de praktijk niet handelt in de geest van haar missie. Stimuleringsfonds Het imago van het Stimuleringsfonds is binnen de deelnemende gemeenten goed. Het wordt gezien als een goed instrument om innovatie in ondernemerschap te stimuleren. Berenschot zegt hierover in 2017: “Hoewel het niet is onderzocht, kan worden aangenomen dat dit een bijdrage levert aan de economische ontwikkeling in de regio en/of het vestigingsklimaat.” Wij onderschrijven dit. Ook de respondenten geven in meerderheid aan tevreden te zijn over de activiteiten van het Stimuleringsfonds. Echter, wij constateren ook dat - ondanks dat een aanzienlijk deel van de bijdrage aan MRE hieraan wordt besteed - de bereikte resultaten niet altijd systematisch geëxpliciteerd en concreet zijn gemaakt.

Wij begrijpen dat het kenmerkend is voor innovatie dat vooraf de uitkomst van de beoogde innovatie niet met zekerheid is te voorspellen. Daarom is er bij het Stimuleringsfonds ook sprake van een inspanningsverplichting voor de projectpartners in plaats van een resultaatverplichting. Dit brengt met zich dat uit de documenten niet altijd zichtbaar is af te leiden wat het Stimuleringsfonds (en de daaruit gefinancierde activiteiten) daadwerkelijk bijdraagt aan de economische ontwikkeling in de regio en/of het vestigingsklimaat. Een onderzoek naar de effectiviteit van het Stimuleringsfonds wordt, zo is het voornemen, binnenkort uitgevoerd15. RHCe en Gulbergen De RHCe en Landgoed Gulbergen zijn onderwerpen die van oudsher tot MRE behoren maar waarvan respondenten het er overwegend mee eens zijn dat deze niet tot de kerntaken van MRE behoren. Deze respondenten geven ook aan niet te begrijpen waarom niet al eerder uitvoering is gegeven aan het advies van Berenschot. Uit de gesprekken ontstaat een beeld dat dat vooral komt doordat niemand binnen MRE daadwerkelijk eigenaar is van het doorzetten en implementeren van de wijzigingen. Overigens zijn inmiddels zijn wel stappen gezet in deze. Met betrekking tot het RHCe is de toekomstige koers van het RHCe voorbereid. Gemeenteraden hebben medio 2020 hun zienswijze kunnen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10968631/1