CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

21072.3 - Regionale Eneregie Strategie (RES) van de MRE 1.0

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente BestBij agendapunt: 21072 - Vaststellen Regionale Energie Strategie 1.021.144 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

57

Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven

ì

INHOUDSOPGAVE

|

Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven

58

INHOUDSOPGAVE

Organisatiemodel/governance Wij hebben een verkenning laten uitvoeren over de te zetten stappen naar een efficiënte en effectieve uitvoering van de RES. Belangrijkste vraagstuk hierbij was hoe we de sturing in ons proces goed kunnen organiseren. De verkenning is gebaseerd op een documentenanalyse, een enquête bij bestuurders en ambtenaren van de 21 gemeenten, en interviews met stakeholders uit de Adviesgroep RES MRE, waterschappen en provincie. Ook is gekeken naar ervaringen in andere regio's. De enquête bij de gemeenten heeft inzichtelijk gemaakt op welke taken er een algemene voorkeur ligt tot samenwerking op regionale dan wel subregionale schaal. Vanuit de interviews zijn aandachtspunten meegegeven voor het vervolg van de organisatie van de samenwerking. Uit deze verkenning komen de volgende aanbevelingen voor ons proces: 1. Kies voor een stapsgewijze doorontwikkeling. Dit betekent een verbetering van de huidige sturing en organisatie en op termijn een doorontwikkeling en forsere verandering naar sturing en organisatie door bijvoorbeeld een Programmaraad vanuit een gezamenlijk regionaal verantwoordelijkheidsbesef. 2. Kies voor (meer) sturing op programmaniveau, door een stuurgroep of programmaraad. Betrek hierbij stakeholders, ook kaderstellend. 3. Focus op samenwerking in de RES-organisatie.

Met een programmateam dat verantwoordelijk is voor de samenhang, organisatie en uitvoering van het programma. 4. Om meer grip te krijgen op de uitvoering kan gewerkt worden met een matrix-model. 5. Kies voor gemeentelijke of subregionale accounthouders die uitvoering van taken/projecten afstemmen met programmamanagers en werkgroeptrekkers van de RES.

6. Kies voor flexibiliteit in de uitvoering. Dit kan door de uitvoering te organiseren in de vorm van een 'coalition of the willing' met vrijwillige deelname. Dit is maatwerk. Deze aanbevelingen nemen we mee in de uitwerking van het Samenwerkingsen uitvoeringsprogramma. Financiën en capaciteit In het Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma zal inzicht worden gegeven in de benodigde capaciteit en middelen. De benodigde ambtelijke capaciteit zal worden uitgewerkt vanuit de RES-werkgroepen, op basis van de lijst met thema's en taken. Daarnaast zal een nieuw Bestedingsplan worden opgesteld. Kern hiervan zijn de middelen die vanuit het Rijk aan de RES-regio's beschikbaar worden gesteld, aangevuld met de middelen vanuit de reguliere MRE-begroting. Wanneer het vervolgproces aanvullende financiële middelen van gemeenten of provincies vraagt, dan wordt dit voorstel separaat voorgelegd aan de betrokken raden, provincie en waterschappen. Planning Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma Met alle hiervoor benoemde bouwstenen stellen we - in afstemming met de betrokken stakeholders - het Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma RES op. Vervolgens zal het Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma worden voorgelegd aan de besturen van de gemeenten, provincie en waterschappen.

1». Ilí'll ļ III 111 1 lirnļf, “I iiiii j^ľì Iu 1. aŕļļįk ,

Afr. \ģ

Bijdrage van het Rijk Als regio zetten we onze schouders onder de realisatie van onze energieambities. In onze RES is een aantal knelpunten in beeld gebracht, die we alleen in samenwerking tussen de verschillende partijen tot oplossingen kunnen brengen. Dit omdat we vaak te maken hebben met verschillende inzichten en tegenstrijdige belangen. De uitvoering vergt ook concrete inzet en bijdragen van het Rijk. Onderstaand hebben we onze belangrijkste vragen aan het Rijk samengevat.

H‘ m

.l m

We zien het Rijk als een partner in de energietransitie. Dat betekent dat we van het Rijk, als grondbezitter van bijvoorbeeld infrastructuur en als bevoegd gezag voor projecten in de regio, ook verlangen dat wordt gehandeld conform de afspraken in deze RES. Deze zijn in lijn met afspraken in het Klimaatakkoord. De RES uitwerking is een uitwerking van plannen voor overmorgen (lees: 2025-2030) maar vraagt nu al om keuzes. Sturing vanuit het Rijk op het grotere geheel is hierbij van belang. Niet alleen communicatief waar het gaat om nut en noodzaak en de doelstellingen, maar ook als het gaat om de integraliteit van de verschillende klimaattafels, aanpassingen aan het elektriciteitssysteem en de lange termijn koers. Zorg ervoor dat financiële stimulering voor grootschalige en kleine energieprojecten (subsidie, fiscale regelingen, gebouwgebonden financiering, saldering), gericht op het betaalbaar maken/houden van de energietransitie, wordt gegarandeerd tot 2030. We vragen om bijdragen en maatregelen gericht op het (om)scholen van voldoende technici voor de realisatie van de vele energieprojecten in de komende jaren, bij netbeheerders, gemeenten, waterschappen, energiecoöperaties, woningbouwcorporaties, omgevingsdienst etc.

Een deel van de geplande en extra windturbines heeft naar verwachting te maken met beperkingen vanwege radarinstallaties voor vliegverkeer. Dit kan soms worden ondervangen met lagere turbines, die alleen (technisch-financieel) haalbaar zijn als het Rijk er voldoende subsidie voor beschikbaar stelt. Er is een speciale SDEt-categorie voor lage turbines rondom vliegvelden. We vragen het Rijk deze categorie ook open te stellen voor turbines rondom de vliegbases in onze regio. Tot slot zal het Rijk gemeenten ook financieel in staat moeten stellen om het Klimaatakkoord en de RES ook daadwerkelijk uit te voeren (zie hiervoor ook advies van de Raad voor Openbaar Bestuur van januari 2021). We vragen middelen om de uitvoeringskosten van de RES te dekken en om de financiering van onze RES-organisatie te continueren.

|

^ Het is belangrijk dat het Rijk maatregelen neemt, die leiden tot een financieel aantrekkelijke businesscase voor projecten als grootschalige warmtenetten (gericht op financiering, financiële risico's en marktordening). ^ Ook roepen we op tot het wegnemen van belemmeringen die corporaties en particuliere woningeigenaren hinderen in de verduurzaming van woningen. Bijvoorbeeld door het vervangen van de heffingskorting voor woningcorporaties door een isolatie/duurzaamheidssubsidie, of het inzetten van instrumenten die het mogelijk maken de energierekening in te zetten als investering voor het energiezuinig maken van de woning. ^ Biedt extra mogelijkheden om te kunnen sturen op de netcapaciteit, onder andere door: ^ het wettelijk mogelijk te maken elektriciteitsbronnen op piekmomenten af te koppelen; ^ het mogelijk maken van een flexibele inzet van de reservecapaciteit in de stations en het net; ^ het mogelijk maken van 'Meerdere Leveranciers Op Een Aansluiting ('Mloea'), bijvoorbeeld voor de combinatie van zonnepark en windpark; ^ het wettelijk mogelijk maken om nieuwe bronnen op een 'wachtlijst voor aansluiting' te zetten.

^ Zorg voor een extra stimulans voor 'zon op dak' door: ^ subsidie te verlenen voor 'niet-aan-het-net-leveren'; ^ 'zon op bedrijfsdaken' te stimuleren door verplichtingen bij nieuwbouw en het geven van financiële impulsen; ^ het voor particulieren aantrekkelijk te maken om meer zonne-energie op te wekken dan voor eigen gebruik nodig is.

61

Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven

INHOUDSOPGAVE

|

Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven

62 INHOUDSOPGAVE

Vínden

Zoek of typ hier

INHOUDSOPGAVE

Begrippenlijst A - Z

Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. Dit betekent niet gasloos; er kan groen gas worden toegepast. Adaptatie Adaptatie omvat het aanpassen aan de gevolgen van een probleem, bijvoorbeeld aan veranderende omstandigheden zoals een veranderend klimaat. Onder klimaatadaptatie valt ook het verminderen van de kwetsbaarheid van de samenleving voor klimaatverandering of het profiteren van de kansen die een veranderend klimaat kan bieden.

De basisinfrastructuur is de noodzakelijke infrastructuur die aanwezig moet zijn om energiebesparing te stimuleren. Voor elke doelgroep zijn elementen benoemd die behoren tot de zogenaamde basisinfra: taken die in de RES opgepakt worden met alle 21 gemeenten, provincie en waterschappen. Dit betreft veelal RES-kerntaken als kennisdelen, monitoring en evaluatie, maar ook verplichte instrumenten (routekaart maatschappelijk vastgoed), lopende trajecten op regionaal niveau (pilots bedrijventerreinen VNO-NCW), of trajecten bij partnerpartijen (energie-plan ODZOB). Bio-energie en biomassa Energie die gewonnen wordt uit biomassa heet bio-energie. Biomassa bestaat uit hout en organisch afval, zoals planten, groente- en fruitresten. Bij de verbranding van deze materialen komt energie vrij en die energie noemen we bio-energie.

Afwegingskader Afwegingen en keuzes ten aanzien van de RES worden gemaakt op basis van een afwegingskader. Dit omvat een viertal onderdelen: ^ Kwantitatieve bijdrage ^ Ruimtelijke kwaliteit ^ Energiesysteemefficiëntie ^ Bestuurlijk en maatschappelijke draagvlak Aquathermie Bij aquathermie wordt gebruik gemaakt van de temperatuur van het water voor de verwarming en/of koeling van gebouwen. De warmte en/of koude wordt daarbij gewonnen uit oppervlaktewater (zoals meren, rivieren en kanalen), uit (gezuiverd)afvalwater of uit drinkwater.

Biogas Biogas is een gasmengsel dat ontstaat als gevolg van gisting van biologisch materiaal, zoals GFT-afval, mest of rioolslib. Het gas kan gebruikt worden als brandstof in warmtekrachtcentrales, of worden bijgemengd in het aardgasnet. Wanneer dit laatste gebeurt, spreken we van 'groen gas'. Broeikaseffect Het broeikaseffect is de werking van gassen in de atmosfeer die warmte op aarde vasthouden. Zonder broeikaseffect is leven op aarde niet mogelijk. Het zou hier namelijk gemiddeld zo'n -30 graden Celsius zijn. Broeikasgassen zijn onder andere methaan, koolstofdioxide en waterdamp. Door verbranding van fossiele brandstoffen worden er meer broeikasgassen uitgestoten, die bijdragen aan de klimaatverandering. Dit noemt met het versterkte broeikaseffect.

|

Aardgasvrij

Basisinfrastructuur

Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven

Ter verduidelijking van de begrippen en ander jargon die in de RES 1.0 regelmatig worden gebruikt, is de onderstaande begrippenlijst opgesteld.

63

64

INHOUDSOPGAVE

Cultuurhistorische waarden en kenmerken Waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden.

Energietransitie De energietransitie omvat het omschakelen van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen, zoals overeengekomen in het Parijs­ akkoord. Gebouwde omgeving

|

Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven

Duurzame energie Duurzame energie of groene energie is energie die is opgewekt met behulp van duurzame, hernieuwbare energiebronnen. Bij winning en omzetting van duurzame energie zijn er nauwelijks schadelijke effecten voor het klimaat. Voorbeelden zijn windenergie of zonne-energie.

De verzameling van alle gebouwen, waaronder woningen en maatschappelijk en commercieel vastgoed (incl. bedrijfsgebouwen). Bedrijfsprocessen in de industrie en landbouw maken geen onderdeel uit van de gebouwde omgeving. Geothermie

Ecologische verbindingszone (EVZ) De ecologische verbindingszones vormen een essentiële bouwsteen van het Natuurnetwerk Brabant. Door groene verbindingen te leggen tussen de natuurgebieden zorgen zij ervoor dat dieren en planten niet geïsoleerd raken.

Dit wordt ook vaak aardwarmte genoemd. Bij geothermie wordt gebruik gemaakt van warmte uit de grond. Warm water wordt hieruit omhoog gepompt om bijvoorbeeld water in een warmtenet te verwarmen. Dit kan als alternatief dienen voor aardgas.

Energie infrastructuur

Groene energie

De energie infrastructuur omvat het gehele netwerk van opwek en transport van energie, van de energiebron via de leidingen, verdeelinstallaties naar de gebruiker. Dit kan per energietype worden uitgesplitst, bijvoorbeeld elektriciteitsinfrastructuur en warmte-infrastructuur.

Groene energie of duurzame energie is energie die is opgewekt met behulp van duurzame energiebronnen. Duurzaam betekent dat de energiebron onuitputtelijk is, dat de groene energie schoon en betrouwbaar is en dat er bij winning en omzetting nauwelijks schadelijke effecten voor het klimaat zijn.

Energiecorridor Zone (bijvoorbeeld een snelweg) waarlangs veel duurzame/groene energie wordt opgewekt. Energieneutraal Dit houdt in dat alle gebruikte energie uit duurzame/hernieuwbare bronnen wordt opgewekt.

Grootschalige opwek Elektriciteit welke door middel van omzetting van zonne- en windenergie op grootschalige wijze wordt opgewekt. Het gaat hier om windparken van tenminste 3 moderne windmolens (op basis van de Provinciale Interim Omgevingsverordening), PV-systemen op daken van tenminste 500 m2 en zonnevelden.

INHOUDSOPGAVE

Joule Een joule is de natuurkundige eenheid voor energieverbruik. Een megajoule (MJ) is een miljoen joule. Een gemiddeld huishouden verbruikt circa 1.500 m3 gas en 3.300 KWh. Dit staat gelijk aan jaarlijks 54.000 MJ aan warmte en 11.880 MJ aan elektriciteit. In totaal gebruikt dus een huishouden 65.880 MJ aan energie. Een petajoule (PJ) is een biljard joule. Het totale energieverbruik (elektriciteit en warmte) in Nederland is ongeveer 3.000 PJ per jaar.

Klimaattafels

Voor de leesbaarheid van de RES is er gekozen om alle informatie aan te duiden in TWh.

Kilowattuur In Nederland wordt elektrische energie veelal uitgedrukt in het aantal Watt per uur. Bijvoorbeeld van een machine met een vermogen van 1.000 Watt (1 kW) en die een uur draait, is het energieverbruik 1 kilowattuur (kWh). Het gemiddelde Nederlandse huishouden gebruikt jaarlijks ongeveer 3.300 kWh aan elektriciteit en 15.000 KWh aan warmte. Het elektriciteitsverbruik wordt op nationaal en regionaal niveau vaak uitgedrukt in terrawattuur (TWh). Dit is 1 miljard kWh. Om 1 TWh op te wekken zijn er circa 50/60 windturbines van 5,6 MW of 110/130 windturbines van 3 MW of 1100 tot 1500 HA zonnepark nodig.

Klimaatakkoord Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd en zijn we begonnen met de uitvoering. In het akkoord staan meer dan 600 afspraken om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Op regionaal niveau wordt onder andere via de RES vorm gegeven aan de afspraken in het Klimaatakkoord. De RES gaat over de klimaattafels gebouwde omgeving en elektriciteit.

Circa 150 partijen overlegden in het kader van het Klimaatakkoord aan vijf klimaattafels over Elektriciteit, Industrie, Gebouwde Omgeving, Landbouw en Landgebruik en Mobiliteit. Daarnaast en ten dienste van die tafels hebben vele werkgroepen en taakgroepen gewerkt aan onderdelen van sectoren en aan gemeenschappelijke thema's zoals innovatie, financiering en de arbeidsmarkt.

Het bod voor grootschalige opwek van elektriciteit is op basis van TWh. Voor de leesbaarheid van de RES is er gekozen om de meeste cijfers daarom aan te duiden in TWh. Als uitgangspunt is gehanteerd dat 1 TWh gelijk staat aan 3,6 Petajoule. Landschappelijke waarden en kenmerken

Klimaatneutraal Dit betekent dat bij het opwekken van de energie die gebruikt wordt geen broeikasgassen worden uitgestoten, waardoor deze opwek niet bijdraagt aan de klimaatverandering.

Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten.

|

Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven

Kleinschalige opwek Kleinschalige zon-op-dak installaties met een vermogen van 15kWp en minder, worden in het klimaatakkoord niet meegeteld voor het 35 TWh doel. Met de autonome groei van kleinschalig zon op dak tot ongeveer 7 TWh, is al rekening gehouden in de CO2-doelstellingen.

65

|

Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven

66

INHOUDSOPGAVE

Leidende principes De concept-RES wordt uitgewerkt op basis van een kader van (maatschap­ pelijke) uitgangspunten, richtinggevende afspraken en hoofdlijnen: dit zijn de leidende principes. Voor de Metropoolregio Eindhoven zijn de volgende leidende principes benoemd: 1. Een toekomstgerichte strategisch visie; 2. Een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij; 3. Focus op maximaal behouden van ruimtelijke kwaliteit; 4. De energietransitie als kans voor de regio; 5. Maatschappelijk draagvlak en bewustzijn staan centraal. Meekoppelkansen Meekoppelkansen zijn de kansen die zich aandienen om de RES te koppelen aan andere projecten, waardoor er een win-win situatie ontstaat. Denk hierbij aan bouwprojecten, waarin klimaatmaatregelen mee kunnen worden genomen. Mitigatie Mitigatie omvat het aanpakken van een probleem door de oorzaak weg te nemen. In het geval van het klimaat omvat dit maatregelen om de opwarming van de aarde tegen te gaan, door bijvoorbeeld de uitstoot van broeikasgassen te reduceren via besparing en duurzame opwek.

Modules Een module is een mogelijk energiebesparingsproject, -proces of -programma. In RES-verband wordt voor de diverse doelgroepen modules voorgesteld met een palet van acties en instrumenten. Gemeenten, provincie en waterschappen kunnen hieraan deelnemen en deze gezamenlijk verder ontwikkelen. Zij kunnen daarbij de hele aanpak overnemen, maar ook onderdelen daarvan. Zo ontstaat een soort 'cafetaria-model'.Deelname is dus geen verplichting. Maar de aanname is dat door samen te werken via eenzelfde aanpak er kennis, capaciteit, ontwikkel- en uitvoeringskosten gedeeld kunnen worden waardoor de ambtelijke organisaties ontzorgd kunnen worden. Daarnaast ontstaat er een duidelijker speelveld voor maatschappelijke partijen, die al vaak regionaal georiënteerd zijn. Vooruitlopend op de totstandkoming van een RES uitvoeringsprogramma start de werkgroep samen met welwillende gemeenten en relevante stakeholders met het voorbereiden van een aantal modulecombinaties die een logische samenhang hebben. Natura 2000 Om kwetsbare natuurgebieden te beschermen is er Natura 2000. Dit is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden.

Natuur Netwerk Brabant Samenhangend netwerk van natuurgebieden van nationaal en internationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuuren bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. Netbeheerder Het bedrijf verantwoordelijk voor het beheer van het elektriciteitsnet. Voor de provincie Noord-Brabant is dit Enexis.

INHOUDSOPGAVE

Regionale Structuur Warmte (RSW) Dit is een onderdeel van de RES. Hierin maken gemeenten, waterschappen en de netbeheerder in de Metropoolregio Eindhoven op hoofdlijnen regionale afspraken over hoe in de nabije toekomst om te gaan met de beschikbare bronnen, ruimte en infrastructuur ten aanzien van warmte. De RSW wordt door gemeenten op lokaal en wijkniveau vertaald naar een transitievisie warmte. Restwarmte Restwarmte is warmte-energie die overblijft bij een energieomzetting. Bijvoorbeeld warmte die ontstaat bij een productieproces. Deze warmte kan worden opgevangen en nuttig worden ingezet door koppeling met een warmtenet. Ruimtelijke kwaliteit De kwaliteit van een plek of gebied die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde.

Terrawattuur (TWh) Het elektriciteitsverbruik wordt op nationaal en regionaal niveau vaak uitgedrukt in terrawattuur (TWh). Dit is 1 miljard kWh. Om 1 TWh op te wekken zijn er circa 50/60 windturbines van 5,6 MW of 110/130 windturbines van 3 MW of 1100 tot 1500 HA zonnepark nodig. Transitievisies Warmte (TVW) Naar aanleiding van de RES werken de gemeenten met hun partners op lokaal niveau de plannen voor duurzame warmte verder uit in de zogeheten Transitievisies Warmte (TVW). Hierin staat de aanpak omschreven hoe een gemeente, onder andere op wijkniveau, de overstap naar een duurzame warmtevoorziening wil realiseren. Warmtenet Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond, waardoor warm water stroomt. Dat warme water wordt gebruikt om huizen en gebouwen te verwarmen. Het water in een warmtenet kan verwarmd worden door duurzame warmtebronnen zoals zonthermie, geothermie en aquathermie. Daardoor hoeft er niet meer in ieder huis een cv-ketel te hangen die op aardgas brandt.

|

Opgave De landelijke opgave is om voor 2030 ten minste 35 TWh aan schone elektriciteit op te wekken.

SDE Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie. Dit omvat subsidies voor het realiseren van schone en duurzame energiebronnen. Deze subsidie kent verschillende latere versies zoals SDE+. Vanaf 2020 heet deze regeling SDE++. De regeling richt zich met name op bedrijven en (non-profit) organisaties.

Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven

Netvisie Netvisie beschrijft een studie en integraal ontwerp voor noodzakelijke aanpassingen in de elektriciteitsinfrastructuur van Enexis en TenneT op basis van toekomstige ontwikkelingen.

67

INHOUDSOPGAVE

Zoekgebieden Gebieden die potentieel in aanmerking kunnen komen om grootschalige opwek door zonneparken en windparken te realiseren. De zoekgebieden in concept-RES zijn tot stand gekomen door de maximale potentie te bepalen op basis van de geldende restricties, technische haalbaarheid en ruimtelijke onderbouwing. De zoekgebieden worden in het vervolgproces naar RES 1.0 verder op milieueffecten gewogen door middel van een PlanMER. Ook wordt het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak getoetst met gemeenteraden en inwoners. Zonthermie Zonthermie is het opwarmen van water met behulp van zonlicht. Dit gebeurt door zonnecollectoren. Zie dit als zonnepanelen die de energie van de zon niet omzetten in elektriciteit, maar in warmte.

|

Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven

68

Zonne-energie Bij zonne-energie wordt zonlicht opgevangen op zonnepanelen en direct omgezet in elektriciteit. Zonne-energie is een duurzame energiebron.

|

Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven

INHOUDSOPGAVE

69

INHOUDSOPGAVE

ooo Regionale Energiestrategie 1.0 (RES) Metropoolregio Eindhoven September 2021

Metropoolregio Eindhoven Regionale

IH

Energie Strategie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10728585/1