21072.3 - Regionale Eneregie Strategie (RES) van de MRE 1.0
Tekst van het document
Energieloket Informeren gemeenten over mogelijkheden nieuw energieloket
Kennis delen tussen gemeenten
Voor woningcorporaties liggen er kansen/uitdagingen op het gebied van: ^ De ruimtelijke ordening en vergunningen (b.v. beperkingen bestem-mingsplan, leges). ^ Het stimuleren van duurzaam gedrag van huurders. ^ De warmtetransitie (innovatie en het gebrek aan zekerheid van duurzame oplossingen). ^ Renovatie- en herontwikkelingsprojecten.
Handelingsperspectief voor iedere vorm van besparing. Wat kan ik doen?
Energiecoaches/ambassadeurs Kennis delen tussen gemeenten
De routes voor woningcorporaties
We gaan met woningcorporaties in gesprek om afspraken te maken over de kansen en uitdagingen. We werken vanuit Besparing samen met woningcorporaties in de sub-regio SGE aan een pilot rond duurzame gedragsverandering van huurders.
Campagne of middelen
Elke gemeente deelt informatie en kennis over bespaarroutes en onderzoeken
Elke gemeente monitort de voortgang van de besparingsaanpakken
Kees Bakker, Energiehuis Helmond "Eigenaren van woningen volgen verschillende routes als het gaat om energiebesparing of verduurzaming van hun woning. De route hangt af van het doel, van de mogelijkheden en omstandigheden."
Regionale communicatie
Kennis en informatie delen
Regeling Reductie Energieverbruik (Woningen) Onderzoeken gezamenlijke aanpak
Gezamelijk ontzorgingsproject Verkennnen mogelijkheden
Inventarisatie __ In beeld brengen mogelijkheden woningcorporaties
BASIS
ADDITIONEEL
m m
h
Modules Een module is een mogelijke energiebesparingsaanpak. In RES-verband worden voor de diverse doelgroepen modules uitgewerkt met een palet van acties en instrumenten. Gemeenten, provincie en waterschappen kunnen hieraan deelnemen, er gebruik van maken en deze gezamenlijk verder ontwikkelen. Zij kunnen daarbij de hele aanpak overnemen, maar ook onderdelen daarvan. Zo ontstaat een soort 'cafetaria-model'. Deelname is dus geen verplichting. Maar de aanname is dat door samen te werken via eenzelfde aanpak er kennis, capaciteit, ontwikkel- en uitvoeringskosten gedeeld worden waardoor de ambtelijke organisaties ontzorgd worden. Daarnaast ontstaat er een duidelijker speelveld voor maatschappelijke partijen, die al vaak regionaal georiënteerd zijn. Basisinfrastructuur De basisinfrastructuur biedt de deelnemende gemeenten, provincie en waterschappen een aantal middelen, die helpen om samen binnen alle doelgroepen energiebesparing te stimuleren. Denk daarbij aan middelen als kennisdeling, monitoring en evaluatie, maar ook verplichte instrumenten (routekaart maatschappelijk vastgoed) of trajecten bij partnerpartijen (energieplan ODZOB).
De Willem en De Zwijger in Best winnen duurzaamheidsprijs Het bouwproject De Willem en De Zwijger van corporatie 'Thuis'aan de Willem de Zwijgerweg in Best heeft in 2018 de prijs voor het meest duurzame bouwproject van vakblad Cobouw gewonnen. De twee appartementencomplexen zijn een project van aannemer BAM Wonen BV, NB-Architecten uit Best en woonstichting 'Thuis' uit Eindhoven. Eindhovense corporatie Thuis: 'Aan de slag gaan belangrijker dan doelen halen’ De Brabantse corporatie Thuis, met het hoofdkantoor in Eindhoven, wil graag vooroplopen in verduurzaming van het woningbezit en is bereid om daarvoor meer te doen dan nodig is volgens het Bouwbesluit. "Verduurzaming is een van de grote maatschappelijke opgaven. Wij voelen ons als corporatie verantwoordelijk om daar een bijdrage aan te leveren. Dat past binnen het Klimaatakkoord."
|
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
32
INHOUDSOPGAVE
Omgevingsagenda Zuidoost-Brabant: goede en betaalbare woningen Om te komen tot een voldoende aanbod van kwalitatief goede en betaalbare woningen moet het kwantitatieve woningtekort in de regio worden aangepakt. Deze opgave betreft het gehele stedelijke netwerk, inclusief de vitale kernen van het landelijk gebied. Belangrijk bij deze opgave is dat deze nieuwe woningen voldoen aan nieuwe eisen op het gebied van energie, circulair bouwen en klimaat. (Omgevingsagenda Zuidoost-Brabant, MRE 2020) Wonen: zorgen voor een goede basis Op basis van een inventarisatie in welke modules interesse is, doen we de volgende aanbevelingen: 1. Om energiebesparing binnen een gemeente voldoende te kunnen stimuleren zijn de modules energieloket en energiecoaches onontbeerlijk. 2. Bij het proces van duurzame gedragsverandering spelen lokale energiecoöperaties (LEC's) een essentiële rol. Daar waar mogelijk en wenselijk faciliteren gemeenten de LEC's
Doelgroep bedrijven: 'handreiking en handhaving' Méér handelingsperspectief We creëren meer urgentie; we ondersteunen bedrijven met besparen zodat ze zich op hun business kunnen richten. We willen ze ontzorgen door bijvoorbeeld Greendeals op te zetten. Daarnaast zijn er landelijke subsidies en zijn er belastingvoordelen die het financieel aantrekkelijker maken om te verduurzamen. Daarbij combineren we modules om tot een effectieve aanpak te komen. De focus van deze modules ligt op het bieden van meer handelingsperspectief. We faciliteren bedrijven die aan de slag willen, maar dit is niet vrijblijvend. We zetten handhaving in bij bedrijven die niet of onvoldoende met energiebesparing aan de slag gaan, waarbij de Omgevingsdienst uiteraard ook een rol heeft. Daarnaast heeft in het kader van de zonneladder een aanpak voor zon op dak prioriteit.
Focus B urgentie op bedrijventerreinen en kantoren Een viertal modules worden uitgewerkt tot handleidingen voor de uitvoering: 1. Energiecoaches, 2. Wijkaanpak, 3. Duurzame Communicatie- strategie en 4. De Groene Zone 2.0. Daarnaast loopt er voor de module 'Duurzame gedragsverandering woningcorporaties' een pilot-aanpak binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven, waarbij de werkgroep Besparing betrokken is om kennis te delen en verbanden te leggen met de andere modules. Meer informatie over de besparingsaanpak voor de doelgroep wonen is opgenomen in bijlage 3.1.
Binnen de doelgroep Bedrijven zijn er vier sub doelgroepen: bedrijven terreinen, kantoren, retail en agrarische bedrijven. In de eerste fase van de RES 1.0 zal de focus op bedrijventerreinen en kantoren liggen. Met name bij kantoorgebouwen is er urgentie om aan de slag te gaan met besparing: het ministerie van Binnenlandse Zaken voert per 1 januari 2023 de energielabel C-verplichting in voor kantoren van minimaal 100 vierkante meter. Daarnaast geldt voor alle bedrijven met een verbruik van minimaal 50.000 kWh aan elektriciteit of 25.000 m3 gas dat zij gebonden zijn aan het doorvoeren van energiebesparende maatregelen (EML) en moeten hierover te rapporteren. Voor meer informatie zie bijlage 3.2.
Helmondse Energie Community gericht op duurzaam en energiebewust ondernemen In 2013 ondertekenden 18 Helmondse bedrijven het Helmondse Energie Convenant (HEC). Het doel was om in drie jaar tijd gezamenlijk 10ozo energie te besparen en te verduurzamen, onder andere door ~y~ te leren van elkaar. Inmiddels is het samenwerkingsplatíorm uitgegroeid tot de Helmondse Energie Community, een netwerk van bedrijven die kennis en ervaring uitwisselen op het gebied van duurzaam en energiebewust ondernemen.
H andelingsperspectief voor bedrijven
Gebiedsbenadering
^ Bedrijventerreinen ^ Winkel-horeca gebieden
Aanpak kantoren: van energielabel C naar beter
1 Wetgeving en handhaving
Ontmoeting kennis
Convenanten en Green Deals
• Activiteitenbesluit ^ Vergunningen ^ EED • ... Push
• Kennis ^ Business cases ^ Innovatieve technieken ^ Processen
^ Sector- en ketenorganisaties ^ Publiek- private samenwerking ^ Collectieve inkoop • ... Pull
Individuele bedrijven
• Terugverdientijd ^ Belastingregelingen
Deze aanpak combineert meerdere modules: meerjarige Green Deal opzetten ten behoeve van verduurzaming kantoren naast de standaard aanpak, energielabel C voor individuele kantoren en extra toezicht en handhaving. Door deel te nemen aan een regionale Green Deal Kantoren en te verduur zamen tot minstens label B krijgen kantooreigenaren meer tijd, begeleiding en hulp om hun pand aan te passen. Bij bedrijven die niet deelnemen wordt toezicht gehouden op het voldoen aan de energielabel C plicht.
34
INHOUDSOPGAVE
|
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
Verduurzaming bedrijventerreinen Voor de verduurzaming van bedrijventerreinen combineren we de aanpak met de additionele modules 'Gebiedsgerichte aanpak VNO-NCW' en 'Opzetten ondernemersfonds'. Voor het gros van de bedrijven op bedrijventerreinen gelden wettelijke RVOregels m.b.t. besparing en verduurzaming. Maar voor veel ondernemers en vastgoedeigenaren is niet duidelijk welke maatregelen ze kunnen nemen, of welke verduurzamingsmaatregelen de grootste impact op hun CO2-emissie of energieverbruik zouden hebben. Door met ondernemers, ondersteund door ondernemersverenigingen en parkmanagement, aan de slag te gaan, starten we projecten die enthousiasme creëren t.a.v. samenwerking en verduurzaming. Tegelijkertijd werken we samen met ondernemersverenigingen, gemeenten, VNO-NCW om robuuste financiering en organisatie van een nieuwe 'groene' beweging vorm te geven. Overige modules De module Zon op dak wordt meegenomen in de no-regretmaatregelen van de RES. In de volgende fase (RES 2.0 en verder) wordt gekeken welke van de overige modules opgepakt kunnen worden, afhankelijk van de capaciteit en het draagvlak bij gemeenten, provincie, waterschappen en stakeholders. Voor een uitwerking van de modules kantoren, bedrijventerreinen en ondernemersfonds verwijzen we naar bijlage 3.2.
Ambitie 2021 - 2022 Besparing bij bedrijven Handhaving en handreiking
Kennis en informatie delen
Green deals opzetten
Elke gemeente deelt informatie en kennis over bespaarroutes en onderzoeken
Aanpak Energielabel C kantoren
Monitoring Elke gemeente monitort de voortgang van de besparingsaanpakken
Aanscherpen handhaving
Rapporteren en evalueren Elke gemeente deelt resultaten zodat andere gemeenten hiervan kunnen leren
Ondernemersfonds
Q Gebiedsgerichte aanpak VNO-NCW
Pilots VNO-NCW archetypen Aanpak voor archetypen van bedrijven opstellen en delen op basis van pilots VNO-NCW
Energieplan ODZOB Toezicht en vergunning verlening gericht op energiebesparing
m
Online platform voor bedrijven
Aanpak agrarische bedrijven
Data-analysee Inzicht bieden in data op het gebied van besparing bij bedrijven om kansen inzichtelijk te maken
BASIS
Duurzaamheidsafspraken nieuwbouw Å*)ļ/, ^A- Aanpak zon op dak
ADDITIONEEL
Binnen de MRE regio zijn er ruim 3.600 (geregistreerde) maatschappelijke vastgoedobjecten. De gemeenten zijn van ruim 2.700 objecten eigenaar. Dat zorgt voor 370 van de totale uitstoot in de gebouwde omgeving. Een groot deel van de vastgoedobjecten is toe aan duurzaam onderhoud, renovatie of complete ombouw. Om forse stappen te maken in deze verduurzaming is het van belang dat gemeenten prioriteit geven aan duurzame projecten en daarvoor voldoende financiële middelen en capaciteit toewijzen. Gemeenten hebben een belangrijke (voorbeeld)rol bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving.
"Er is nog veel te leren over het verduurzamen van het maatschappelijk vastgoed. Gemeenten krijgen bij het opstellen en uitvoeren van hun eigen portefeuilleroutekaart te maken met nieuwe vraagstukken; er komt veel kijken bij het verduurzamen van bijvoorbeeld zwembaden, schoolgebouwen, buurthuizen, bibliotheken en gemeentelijke kantoorpanden. De vraagstukken gaan over de inhoudelijke aanpak, ook over hoe je dit het beste kunt organiseren. De samenwerking tussen gemeentelijke vastgoedadviseurs in de RES-regio Eindhoven is een fantastisch voorbeeld van slim organiseren. Gemeenten kunnen zo optimaal gebruik maken van de beschikbare kennis en capaciteit." Inka Vogelaar, projectleider Verduurzamen Maatschappelijk Vastgoed, VNG
Bekijk het volgende filmpje over hoe we samenwerken aan de opgave verduurzaming vastgoed op youtube. (youtu.be/-BHXP9Xiiss) Maatschappelijk vastgoed: voorbeeldfunctie Veel gemeenten hebben al stappen gezet als het gaat om het verduurzamen van gebouwen. Ook zien we dat diverse faciliterende partijen (o.a. VNG en kennisinstituten) aanpakken en instrumenten ontwikkeld hebben die toegepast kunnen worden. Actief bezig zijn met verduurzaming wekt vertrouwen en werkt enthousiasmerend in gesprekken met ondernemers, organisaties en inwoners. Daartegenover zien we ook dat het bij gemeenten ontbreekt aan capaciteit, middelen en kennis om daadwerkelijk tot actie over te gaan. Om gemeenten te ondersteunen bij het verduurzamen van het vastgoed is een regionale aanpak opgesteld.
Goed voorbeeld doet goed volgen. Gemeenten laten zich zien!
Stappenplan voor verduurzaming ambtelijke huisvesting, onderwijs en sport Binnen de besparingsaanpak voor het gemeentelijk vastgoed ligt de focus op 'ambtelijke huisvesting', 'onderwijs' en 'sport'. Dit betreft ruim de helft van al het gemeentelijk vastgoed. De behoeften die binnen de thema-clusters worden opgehaald worden ingevuld door onderlinge kennisuitwisseling en hulp van gespecialiseerde kennisinstituten. Doel van deze aanpak is om door structurele samenwerking van vastgoed-ambtenaren en instituten te voorzien in de kennis-en capaciteitsbehoeften om zo meer duurzame resultaten te behalen, zonder extra tijdsbesteding en tegen gelijke of lagere kosten. Kijk voor vervolgstappen naar bijlage 3.3.
|
Doelgroep maatschappelijk vastgoed: voorbeeldfunctie
35
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
INHOUDSOPGAVE
36
INHOUDSOPGAVE
Wat we gaan doen! ^ We komen gezamenlijk tot keuzes voor besparen en kleinschalig duurzaam opwekken. ^ We verlagen de warmte- en elektriciteitsbehoefte: wat je bespaart, hoef je
|
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
ook niet op te wekken. ^ Gemeenten geven het goede voorbeeld door eigen vastgoed te verduur
de afspraken geven partijen invulling aan de landelijke energieopgave én de gemeentelijke doelstelling om de effecten van klimaatverandering tegen te gaan. Daarnaast wordt op tal van andere gebieden gewerkt aan verduurzaming, zoals vermindering van afval, zorgvuldige keuze van vervoersmiddelen (o.a. ten gunste van de luchtkwaliteit) en bewuste inrichting van gebouwen en terreinen met het oog op de toekomst.
zamen. ^ We zetten in op gedragsverandering; de sleutel voor het in beweging brengen van bewoners, bedrijven en gemeenten. ^ De acht bespaarroutes vormen de basis van concrete besparingsactiviteiten. ^ We stimuleren inwoners, bedrijven en gemeenten om mee te doen. ^ We monitoren de voortgang om zicht te krijgen op de opbrengst en haalbaarheid van de besparingsaanpakken. ^ Samenwerking gemeenten & stakeholders is de basis voor duurzame versnelling: kennis en ervaring delen, monitoren en slim bijsturen.
Green Deal Zorg De Greendeal zorg is bedoeld als ondersteuning van de transitie van de zorgsector als onderdeel van de energieopgave en het verduurzamen van Nederland. In Zuidoost Brabant zijn er gefaseerd 3 Greendeals opgezet voor de zorgsector die uiteindelijk in 2021 leiden tot een vrijwel regio dekkende Greendeal Zorg met alle grote zorgpartijen. De Greendeal zorg Eindhoven 1.0 opgevolgd in oktober 2021 met Greendeal 2.0, Helmond/ De peel en de Greendeal MRE in Oktober 2021. De Green Deal Zorg duurt 3 jaar en heeft als doel de milieuprestaties van de zorginstellingen te verbeteren. Met
Ambitie 2021 - 2022 Gemeentelijk vastgoed Samen werken aan de individuele opgave
Collectieve projecten
Opwek duurzame energie
Uitvoering van projecten die een collectief doel hebben
Opstellen pve
Elke gemeente heeft een actueel inzicht in het eigen gebruik
87
Routekaart
/T\ Sport
Monitoring
Elke gemeente beschikt over een portefeuille routekaart
Samenwerking Kennis delen en samenwerken aan de opgave
BASIS
MJt,
Visie Beleid DMJOP Kennisdeling en samenwerken
Kennisdeling
Verduurzaming vastgoed kleine eigenaren Ontzorgingsprogramma
ADDITIONEEL
r*»
Mil I* İ."* I * »í
ft.
ŵVŵVV'
ÉrS&í
«Ätř{VîV.'į ijiVft
įvŵ*ît»íi'jŵív..ŵ iVi î v»i î.îi'ĩ JÖSÍŴŴ ŠiêpŞ&iïïï* ÍŴV.ŵįíŵ **
ŵtiivŵŵ:^
a ā À
Green Deal Zorg Met de Green Deal Zorgsector Eindhoven krijgen ondertekenaars drie jaar de tijd om hun bedrijfsvoering te verduurzamen en toe te werken naar een integraal milieukeurmerk zoals de Milieuthermometer Zorg. In 2021 wordt de green deal van gemeente Eindhoven, gestart in 2018, opgeschaald naar alle gemeenten in de Metropoolregio Eindhoven.
a5 í
'
Actueel informatieplatform "We werken aan een platform waarop alle \ informatie is verzameld. Dit platform biedt een actueel overzicht van de beschikbare I . bronnen en hun potentie, de lopende en de geplande warmteprojecten."
INHOUDSOPGAVE
4.2 Duurzame warmte: Regionale Structuur Warmte op hoofdlijnen Nog hogere netbelasting op sommige plekken Dit betekent dat er een forse toename is van de belasting op het elektriciteitsnet en de vraag naar duurzame elektriciteit. Op sommige plekken in de regio komt mogelijk de warmtevraag uit volledig elektrische oplossingen (met individuele warmtepompen bijvoorbeeld), wat betekent dat de belasting op het net op deze locaties nog hoger is. Dat pleit ervoor om maximaal in te zetten op besparing.
Doelstellingen Regionale Structuur Warmte (RSW)
|
Met de Regionale Structuur Warmte willen we: ^ de bovenlokale I regionale bronnen optimaal benutten; * desinvesteringen voorkomen; * Maatschappelijke kosten laag houden en daarbij rekening houden met inwoners en bedrijven in nabijgelegen gemeenten.
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
Geen regio van overvloed De Metropoolregio Eindhoven kent geen overvloed aan bovenlokale warmte-bronnen. Er is bijvoorbeeld geen grote industriële sector die veel restwarmte produceert. Ook heeft een gedeelte van de regio grondwaterbeschermingszones, waardoor er voorzichtig om moet worden gegaan met de bodem en het gebruiken van aardwarmte. Daarnaast staat de duurzaamheid van biomassaverbranding ter discussie. Meer elektriciteitsverbruik voor lokale duurzame opwekking van warmte zorgt voor veel extra belasting van ons net. Vanwege deze redenen is het van belang dat de 21 gemeenten, de provincie en de 2 waterschappen samenwerken om te komen tot keuzes voor de regio met een optimale inzet en verdeling van de bovenlokale bronnen die we wél hebben. Daarom maken we als regio gezamenlijk een 'Regionale Structuur Warmte'.
39
De Metropoolregio Eindhoven kent geen overvloed aan bovenlokale warmtebronnen.
1,5 TWh aan elektrische (hulp)energie Het overschakelen op duurzame warmte betekent, afhankelijk van de toegepaste duurzame warmtebron, meestal een toename in het gebruik van elektrische (hulp)energie. Dit leidt tot een extra belasting van het toch al zwaar belaste elektriciteitsnet. Als de gehele warmtevraag gedekt wordt door duurzame warmtebronnen moet gemiddeld genomen een derde van deze warmteproductie komen uit elektriciteit. Bij een optimale warmtetransitie betekent dit, in 2050 bij een verwachte warmtevraag van 4,4 TWh een toename van 1,5 TWh aan elektriciteitsvraag.
Visievorming in de steigers De Regionale Structuur Warmte geeft inzicht in de potentie van verschillende warmtebronnen in de regio. De RSW brengt vraag en aanbod in beeld, zodat op lokaal niveau vraag en aanbod aan elkaar kunnen worden gekoppeld. Echter, deze informatie is nog grofmazig en moeten we aanvullen met lokale informatie. Gelijktijdig aan het opstellen van de RSW wordt op lokaal niveau beleid geschreven voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Elke gemeente stelt uiterlijk in december 2021 een Transitie Visie Warmte vast, waarin staat in welke wijken voor 2030 wordt begonnen en welke duurzame warmtebron daarvoor in aanmerking komt. Om de informatie en bestuurlijke keuzes op lokaal en regionaal niveau zoveel mogelijk op elkaar aan te laten sluiten is goede afstemming nodig. Naarmate er meer duidelijkheid komt over de lokale invulling van duurzame warmte, geeft dit op regionaal niveau inzicht in waar het schuurt enIof kansen biedt. Zo vindt er een wisselwerking plaats tussen lokale beleidsontwikkeling en regionale
40
INHOUDSOPGAVE
Ook kijken we welke knelpunten en ondersteuningsvragen de gemeenten tegenkomen, waarbij we gezamenlijk met provincie en waterschappen tot oplossingen kunnen komen. Op verzoek van de gemeenten kunnen we onderzoek doen, innovaties stimuleren, proeftuin projecten inrichten of waar nodig een lobby naar het Rijk opzetten. Daarnaast willen we in een vroeg stadium kunnen signaleren wanneer twee of meerdere gemeenten van dezelfde bron gebruik willen maken. Zo voorkomen we dat er suboptimale verdeling of mogelijke desinvesteringen plaatsvinden. r
|
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
visievorming. Vroegtijdige en regelmatige uitwisseling van informatie voorkomt de ontwikkeling van onuitvoerbare plannen en desinvesteringen. Richting RES 2.0 worden afspraken gemaakt hoe deze uitwisseling structureel vorm gaat krijgen.
^
De gemeenten in de MRE hebben maar beperkte toegang tot duurzame warmtebronnen. Het is waarschijnlijk dat er situaties ontstaan waarin meerdere gebieden aanspraak kunnen maken op eenzelfde warmtebron. Op basis daarvan wordt dan besloten hoe en waar de bron wordt ingezet en door wie de bron wordt ontsloten? Daarom is het essentieel om regionaal afspraken te maken over hoe we met deze (sub)regionale bronnen omgaan en op basis waarvan een bepaalde bron wordt toegekend aan een bepaalde (deel)wijk. Hiervoor ontwikkelen we richting RES 2.0 een methodiek waarin de maatschappelijke kosten en baten kunnen worden gewogen. Met de 21 gemeenten komen we tot overeenstemming over de weging van deze maatschappelijke kosten en baten en het belang van verschillende indicatoren, zoals landschappelijke inpassing, de invloed op andere (gebieds) opgaves, laagste kosten eindgebruiker, toegang tot alternatieve oplossingen, draagvlak, etc.
Regionale Structuur Warmte Lokale warmtevraag. Plannen en afwegingen
r
^
Lokale Transitie Visie Warmte
Overzicht, aanbod en verdeling regionale bronnen
Voor de regio is bijvoorbeeld relevant welk tempo de MRE-gemeenten kiezen voor het aardgasvrij maken van woonwijken en welke bronnen zij daarvoor in willen zetten. Zo ontstaat een beeld van het toekomstige regionale energiesysteem, wat een mix van warmte, elektriciteit, duurzaam gas, opslag en conversie zal worden.
Actueel informatieplatform Regionaal afwegingskader Richting RES 2.0 werken we verder aan een methodiek waarin de kosten en baten kunnen worden gewogen. Die zal de basis vormen voor een regionaal afwegingskader. Mogelijk kan een dergelijk kader gemeenten ook helpen in hun functie als warmteregisseur, in dialoog met marktpartijen die bronnen willen ontsluiten en warmteleverancier worden.
We werken aan een platform waarop alle informatie is verzameld. Dit platform biedt een actueel overzicht van de beschikbare bronnen en hun potentie, de lopende en de geplande warmteprojecten. Dit platform helpt gemeenten bij het opstellen en aanscherpen van hun lokale Transitievisies Warmte en geeft inzicht in mogelijke samenwerkingen (bijvoorbeeld met buurgemeenten, een waterschap of bedrijven). De opgave om de bebouwde omgeving duurzaam en aardgasvrij te verwarmen is een groot en langdurig
Wisselwerking tussen lokale beleidsontwikkeling en regionale visievorming.
Des te meer omdat in onze regio geen overvloed aan bronnen is. Omdat we deze moeilijke opgave slim aan willen pakken, maken we afspraken over een gezamenlijke kennis- en leeragenda waarbij we samenwerken met kennisinstellingen en bedrijven.
Dit actueel informatieplatform ontwikkelen we samen met de provincie en de NP RES Community of Practice. De provincie heeft met de Energiewerkplaats, het Warmtebronnenregister en het Expertiseteam Warmte mooie bouwstenen ontwikkeld om gemeenten te ondersteunen. Om nog beter aan te sluiten bij de beoogde gebruikers onderzoeken we hoe we deze bestaande platforms kunnen koppelen aan de MRE RES website, de TVW's van de MRE-gemeenten en de (actuele) inhoud van de Regionale Structuur Warmte.
Voor meer informatie zie bijlage 4.1 (Regionale Structuur Warmte).
RSW als dynamisch document De ontwikkelingen in wet- en regelgeving, in projecten en haalbaar heidsstudies en in maatschappelijke inzichten volgen elkaar snel op. RSW is een dynamisch document maken waarin actuele informatie en kennis wordt gedeeld over de warmtetransitie in de regio.
Kennis- en leerprogramma Gemeenten krijgen met de warmtetransitie een regierol, terwijl het momenteel nog ontbreekt aan kennis en expertise op dit vlak. In een korte tijd leren we al doende in projecten rondom duurzame warmte. Een gezamenlijk kennis- en leerprogramma kan dan een grote hulp zijn om grote hoeveelheden informatie begrijpelijk en toepasbaar te maken. Denk hierbij aan de nieuwe warmtewet of het proces omtrent ontwikkeling van een warmtenet, verschillende vormen van eigendom en eigenaarschap. Daarnaast staat de MRE bekend als technologische topregio. Een regio bij uitstek waar we inzetten op innovatie en kennisontwikkeling. Deze innovatie hebben we hard nodig in de transitie naar duurzame aardgasvrije warmte.
Wat we gaan doen! ^ Gemeenten, provincie en waterschappen werken samen om optimaal gebruik te maken van de schaarse bovenlokale bronnen en/of gezamen lijke voorzieningen. ^ Gemeenten kunnen voor het opstellen van hun lokale Transitie Visies Warmte gebruik maken van de informatie uit de Regionale Structuur Warmte. ^ We besparen maximaal om de toename in het elektriciteitsverbruik voor de warmtetransitie te minimaliseren en daarmee de aanvullende belasting op het net te beperken, evenals de vraag naar duurzame elektriciteit. ^ In december 2021 weten we met welke wijken we beginnen en welke duurzame (regionale) warmtebron wordt ingezet. ^ Er is een online platform met een actueel overzicht van de beschikbare bronnen, de potentie en de lopende en geplande projecten. ^ Er komt een gezamenlijke kennis- en leeragenda.
Er komt een gezamenlijke kennis- en leeragenda. Hiermee maken we informatie begrijpelijk en toepasbaar.
|
traject. Met de tijd wordt er meer ervaring opgedaan en komt er nieuwe informatie beschikbaar. De kennis neemt dus toe en daarmee nemen de onzekerheden in warmteprojecten af. Een actueel informatieplatform helpt om de ervaringen en kennis te delen en uiteindelijk het proces te versnellen.
41
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
INHOUDSOPGAVE
42
INHOUDSOPGAVE
|
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
Zonneladder Metropoolregio Eindhoven
1. Zon op dak 2. Op braakliggende grond en pauzelandschappen 3. Langs grootschalige infrastructuur en op industriële plassen (geen natuur) 4. Combinatie van energie met andere opgaven en functies, zoals: ^ Langs stads- of dorpsrand: bijv. gecombineerd met recreatie- en natuurfunctie ^ Landbouwgronden met meervoudig ruimtegebruik ^ Op recreatieplassen (geen natuur) ^ Buffer rondom natuurgebieden: ter vervanging van agrarisch gebruik ^ Recreatiegebieden, zoals: landgoederen, uitloopgebieden, parken en tuinen
5. Op landbouwgronden, mits: ^ Goed ingepast ^ In verbinding met andere gebiedsopgaven Dus. Niet in natuurgebieden:
^ Niet in Natura 2000 ^ Niet in Natuurnetwerk Brabant; uitzondering mogelijk langs infrastructuur
Onze uitdaging voor 2030 Op basis van onderzoek en de doorrekening van het bod door Enexis hebben we in de concept-RES geconcludeerd dat we 2 TWh kunnen en willen bijdragen aan de landelijke doelstelling van 35 TWh in 2030. Deze inschatting is gemaakt door enerzijds de bestaande en geplande projecten in kaart te brengen en anderzijds een inschatting te maken van de nog toekomstige realisatie van 'no regret' maatregelen (o.a. zon op grote daken) en van duurzame energieprojecten in zoekgebieden, zoals windparken en zonneparken. Hoe staan we ervoor?
Zonneladder We willen zorgvuldig omgaan met onze ruimte. Om deze reden is de zonneladder ontwikkeld. Uitgangspunt van de zonneladder voor de Metropoolregio Eindhoven is de voorkeursvolgorde die het Rijk is overeengekomen met decentrale overheden, de landbouwsector, de zonneenergiesector en netbeheerders. We zetten hierbij zoveel mogelijk in op meervoudig ruimtegebruik. De eerste trede gaat daarom uit van plaatsing van zonnepanelen op gebouwen. Daarna op ongebruikte terreinen in bebouwd gebied (trede 2) en (voormalige) stortplaatsen en in bermen van spoor- en autowegen (trede 3). We hebben in onze zonneladder ook aandacht voor zonnevelden in combinatie met andere opgaven en functies, trede 4. Pas daarna kijken we naar mogelijkheden van efficiënte opwek van zonneenergie op landbouwgronden, trede 5, waarbij nadrukkelijk wordt gekeken naar de landschappelijke inpassing en integrale gebiedsontwikkeling. De zonneladder is onze leidraad in volgorde van projecten.
De afgelopen jaren hebben we in totaal 0,46 TWh aan zonnedaken, -velden en windturbines gerealiseerd. De gerealiseerde projecten rekenen we mee in ons totale bod. Ook 0,58 TWh zonnedaken, -velden en windturbines die in voorbereiding zijn (pijplijn)worden meegenomen. We hebben dus in totaal 1,04 TWh aan grootschalige duurzame opwek gerealiseerd of in voorbereiding. Gerealiseerde en pijplijn projecten die onder de "no regret' maatregelen vallen, dragen ook bij aan deze 1,04 TWh. Naast deze projecten, zetten we ons maximaal in voor de realisatie van resterende 'no regret' maatregelen. We verwachten hiermee nog 0,39 TWh te kunnen opwekken, wat bijdraagt aan ons bod. Dit betekent dat we nog een restopgave van 0,57 TWh hebben, die we willen invullen met wind en zon op land. Ook zal er een percentage van het geheel aan projecten onder de noemer "overige opwek op land/opwek ten dienste van andere opgaven" worden gerealiseerd.
We willen in totaal 2TWh bijdragen aan grootschalige duurzame energie-initiatieven in 2030.
43
|
4.3 Duurzame opwek: op weg naar concrete projecten
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
INHOUDSOPGAVE
44
INHOUDSOPGAVE
De verdeling van het bod is weergegeven in onderstaand schema. Opbouw bijdrage duurzame opwek bod MRE
Om ons volle potentieel aan no regret maatregelen in te zetten, hebben we alle ketenpartners nodig; van wetgevers, tot bedrijven tot adviseurs, eigenaren etc. Aan het Rijk vragen we specifiek om ons te helpen een aantal belemmeringen voor realisatie van "no-regret' projecten weg te nemen.
1,50 TWh -
0,39 TWh Categorie B:
1,00 TWh -
|
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
2,00 TWh -|
veel projecten gerealiseerd of ze zitten in de pijplijn. Hierbij zijn we een aantal uitdagingen tegengekomen, die we in een apart plan hebben opgenomen Dit plan kunt u vinden in bijlage 4.1 'Optimale realisatie no-regret maatregelen'. Hier gaan we in op de realisatie van de no-regret maatregelen, de regionale aanpak voor belemmeringen en bieden we enkele handvatten voor de praktische uitvoering.
0,58 TWh 0,50 TWh -
0,46 TWh 0,00 TWh 0 gerealiseerd
pijplijn
no-regret
zoekgebieden
Categorie A: Inzet van no-regret maatregelen De Metropoolregio Eindhoven zet zich maximaal in voor het optimaal benutten van grootschalige daken voor opwek van zonne-energie. Opwek op grootschalige daken beslaat het grootste deel van deze categorie. Er zijn al
Overige opwek op land/opwek ten dienste van andere opgaven Gemeenten geven lokaal ook invulling aan energieopwekking binnen de categorie overige opwek op land/ opwek ten dienste van andere opgaven. In deze categorie vallen de mogelijkheden voor kleinschalige energieopwek die gemeenten hebben bij de ontwikkeling van andere gebiedsopgaven. In elke gemeente in de regio kunnen kansen liggen voor deze vorm van energieopwekking en ook deze categorie draagt, zij het beperkt, bij aan ons bod. Een voorbeeld is de combinatie van opwek door middel van PV-systemen als onderdeel van gebiedsgerichte verduurzaming van boerenbedrijven. Een ander voorbeeld is de realisatie van kleinschalige zonnevelden bij de transformatie van uitloopgebieden van de stedelijke regio's naar stadsboerderijen of nieuwe natuur. De inkomsten uit de duurzame energieprojecten kunnen dan worden gebruikt om de businesscases rendabel te maken. Vanwege het detailniveau waarop naar inpassing van deze categorie moet worden gekeken, heeft de regio de ruimtelijke visualisatie op regionaal niveau in de concept-RES 1.0 achterwege gelaten.
INHOUDSOPGAVE
Bij het opstellen van de concept-RES hebben we onszelf de vraag gesteld: hoe kan het landschap op een gedragen manier geladen worden met duurzame energie en hoe kunnen we andere opgaven in het gebied combineren met de energie opgave om zo een grotere meerwaarde voor de regio te creëren? Om de zoekgebieden te bepalen hebben we enerzijds de maximale potentie op basis van de wet- en regelgeving en technische haalbaarheid berekend en anderzijds hebben we de ruimtelijke mogelijkheden en belemmeringen onderzocht op basis van de waarden van de landschappen in de regio. We hebben per landschapstype de mogelijkheden voor inpassing in het landschap, aanpassing van het landschap en transformatie van het landschap onderzocht. Daarbij hebben we nadrukkelijk gezocht naar de kansen voor verbinding van de energieopgave met andere gebiedsopgaven. Om inzicht te krijgen in de ruimtelijke impact hebben we landschapstegels ontworpen die kunnen dienen als basis voor de ruimtelijke invulling van de energieopgave in de verschillende landschapstypen (bijlage 5.3 bij de RES 1.0).
De opwekpotenties van de zoekgebieden zijn vervolgens doorgerekend door Enexis Netbeheer. Hiernaast is onderzocht wat de impact is van de grootschalige duurzame opwek in de zoekgebieden op het elektriciteitsnetwerk met betrekking tot tijd, geld en ruimtebeslag. De zoekgebiedenkaart is de basis voor vervolgonderzoek dat we in het proces naar RES 1.0 hebben uitgevoerd.
Onderzoek 2: Het Plan-milieueffectrapport (planMER) Het planMER geeft ons een beeld van de keuzemogelijkheden in onze regio en gebruiken we om de verschillende (conflicterende) belangen af te wegen. De betrokken overheden in de regio kunnen de milieu-informatie inzetten in de besluitvorming en planprocedures op lokaal en intergemeentelijk niveau voor de aanwijzing en invulling van zoekgebieden. Het planMER is te vinden in bijlage 5.2. Van concept RES 1.0 naar RES 1.0 De concept-RES 1.0 en tussenresultaten van het planMER hebben we voorgelegd aan volksvertegenwoordigers en stakeholders. Tegelijkertijd is het planMER afgerond en gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegd. De ontvangen zienswijzen zijn beantwoord middels een Nota van Beantwoording. Ook hebben we advies gevraagd aan de Commissie voor de milieueffectrapportage en Brabant Advies. De Commissie voor de milieueffectrapportage heeft de uitvoering van het planMER positief beoordeeld.
We gaan stap voor stap van (globale) zoekgebieden naar concrete locaties voor zonne- en windenergie.
|
Onderzoek 1: Onderbouwing van zoekgebieden door ontwerpend onderzoek in de concept-RES
De combinatie van het onderzoek naar de technische mogelijkheden/ belemmeringen en naar de ruimtelijke mogelijkheden in de regio heeft geleid tot de zoekgebiedenkaart in de concept-RES.
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
Categorie C: Zonne- en windenergie op land in onderzochte zoekgebieden Naast de inzet op de 'no-regret maatregelen' en 'overige opwek op land/ opwek ten dienste van andere opgaven', zullen we ons ook moeten richten op realisatie van (grotere) zonnevelden en windparken om aan ons bod te kunnen voldoen. De zonneparken vallen onder trede 5 (en soms 4) van de Zonneladder. Om de potentiële locaties voor deze projecten te bepalen, hebben we een zorgvuldig proces in gang gezet. Tijdens de ontwikkeling van de concept-RES zijn we aangevangen met ontwerpend onderzoek, zie onderstaand kader.
45
46
INHOUDSOPGAVE
|
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
Zoekgebieden: van concept RES naar RES 1.0 en verder
Concept-RES Globale zoekgebieden op basis van: ^ Landschapsanalyse ^ Verbinding met andere opgaven ^ Technische en wettelijke belemmeringen
Concept RES 1.0 Verfijning en detaillering zoekgebieden op basis van planMER: ^ Belemmeringenkaart en randvoorwaarden ^ Milieueffecten ^ Verbinding met andere opgaven ^ Netwerkoptimalisatie
RES 1.0 ^ Realisatie no-regret ^ Afweging zoekgebieden ^ Vaststelling RES 1.0
RES 2.0 ^ Realisatie no regret en in zoekgebieden
^ Lokale processen ^ Regionaal overleg
Vervolgstappen na de RES 1.0 Om het bod van 2 TWh in 2030 te verwezenlijken moet de RES vertaald worden naar beleid, regels en uitvoeringsprojecten. Het realiseren van de no-regret maatregelen heeft prioriteit omdat dit leidt tot de kleinst mogelijke belasting van de schaarse ruimte in onze regio. Het realiseren van grootschalige zon en windprojecten vraagt veel voorbereidingstijd en resulteert direct in grote stappen richting ons doel. Beide routes moeten we tegelijk bewandelen om ons doel voor 2030 te halen. Met de informatie die beschikbaar komt krijgen we ook inzicht in de zoekgebieden die waarschijnlijk een langer traject vragen en pas na 2030 in beeld komen. Gemeenten gaan aan de slag met de invulling van de zoekgebieden of hebben hierin al stappen gezet. Zij doen dit door het maken van beleid en regels om de uitvoering in goede banen te leiden. Dit vergt altijd lokaal maatwerk wat betreft de ruimtelijke inpassing en de lokale situatie. Bijvoorbeeld het ontwikkelen van grootschalige opwek van duurzame energie langs bestaande doorsnijdingen in het landschap (snelwegen en spoorwegen). Omdat er belemmeringen kunnen zijn op basis van de huidige regelgeving
zal hiervoor het gesprek moeten worden aangegaan met het bevoegd gezag voor de betreffende locaties en andere partijen zoals natuurorganisaties. Voor alle belemmeringen geldt dat er alleen aan kan worden getornd als: er wordt 1) aangetoond dat er zwaarwegende redenen zijn om dat te doen èn 2) gedurende het hele projecttraject (tot en met afbraak aan het einde van de looptijd) aantoonbaar het maximale wordt gedaan om schade te voorkomen, te beperken, te herstellen, te compenseren èn, specifiek voor natuurwaarden, 3) een netto meerwaarde wordt gerealiseerd. Naast de ruimtelijke aspecten zijn de sociaal-maatschappelijke aspecten van groot belang. In het beleid worden daartoe participatietrajecten opgenomen die doorlopen worden. Inwoners worden zo goed mogelijk meegenomen, ook in het vervolgtraject. Als betrokken inwoner, organisatie of stakeholder is het goed om de gemeentelijke communicatiekanalen te blijven volgen.
|
Concretisering wind en zon op land Het schema hiernaast laat op hoofdlijnen zien hoe we de zoekgebieden voor wind en zon op land van concept-RES naar RES 1.0 hebben geconcretiseerd. Voor de zoekgebieden in de voorliggende RES 1.0 is de input van gemeenten, overige overheden en stakeholders op de concept-RES 1.0 als basis gebruikt. Deze zijn vervolgens getoetst aan de beoordeling van milieueffecten, gerelateerde thema's en aan de inspraakreacties. Bij het verder in beeld brengen van de zoekgebieden hebben we zowel de zienswijzen van de volksvertegenwoordigers als de zienswijzen die we hebben ontvangen op het planMER, meegenomen. Het draagvlak bij gemeenten en inwoners is immers een belangrijk aspect.
47
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
INHOUDSOPGAVE
Wat we gaan doen! ^ Het stimuleren van no-regret maatregelen. Dit gaat ons naar verwachting 0,39 TWh aan duurzame opwek opleveren; ^ We gaan pijplijn projecten tot realisatie brengen; ^ We zetten de zoekgebieden wind en zon op land in voor de restopgave van 0,57 TWh voor 2030; ^ Gemeenten geven lokaal invulling aan de RES en vertalen hun bijdrage voor grootschalige zonne- en windenergie naar beleid, regels en uitvoeringsprojecten; ^ We bewaken de voortgang. Actualisatie en nadere duiding van data nemen we op in het monitoringssysteem.
48
Ruimtelijke weergave zoekgebieden op basis van zienswijzen raden (ğėéfïlerť
•Beek éfľDonlć
LĜun Efeugel
'Antl^Pį}
ÿw-Vļ^
ÿèįuŵén isuŕne
HîpçļKi6v|řy ŵìé/io GëŕgLř'òp
flėŕie»
INHOUDSOPGAVE
\ Legenda O Globale zoekgebieden concept RES O Gerealiseerd wind (categorie A, B en C) O Gerealiseerd zon (categorie A, B en C) O Pijplijn wind (categorie A, Ben C)* O Pijplijn zon (categorie A, B en C) * 0 Resterende no-regret (categorie A) Voorlopig zoekgebied wind op land op O basis van gemeentelijke zienswijzen (Categorie C) Voorlopig zoekgebied zon op land op basis van gemeentelijke zienswijzen (Categorie C) •fa Verkenning ontwikkeling langs A67 a Combinatie van zonne- en windenergie " is één van de opties V ______ __________________ Z
49
De ruimtelijke weergave van de mogelijkheden voor duurzame opwek is gelaagd opgebouwd: ^ Het eerste deel van ons bod voor grootschalige opwek omvat alle gerealiseerde grootschalige hernieuwbare elektriciteitsprojecten uit de drie categorieën (no regret, overige opwek op land/opwek ten dienste van andere opgaven en zonne- en windenergie op land in onderzochte zoekgebieden). ^ Het tweede deel bestaat uit de projecten, uit de drie categorieën, die nu in de pijplijn zitten. Dit zijn windturbineparken, grootschalige zonnedaken en zonnevelden waarvoor een SDE+ subsidie is aangevraagd. Niet alle projecten in deze categorie worden uiteindelijk uitgevoerd. We rekenen daarom met een realisatiepercentage van 600z0. Er is vanuit gegaan dat 600z0 van deze projecten daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
*
|
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
f
Vervolgens gaan we de no-regret kansen voor zon optimaal benutten (categorie A). Het resterende gedeelte van ons bod realiseren we in de vorm van grootschalige zonnevelden en windturbineparken in de geel gemarkeerde gebieden (categorie C). Daarnaast gaan we op zoek naar mogelijkheden om met verspreide opwek van energie andere doelen te bereiken (energie ten dienste van). Deze gebieden dragen bij aan grote opgaven zoals natuurbehoud of biodiversiteit (deze categorie staat niet op de kaart).
Mogelijk zijn niet alle pijplijn projecten op kaart weergegeven. In het kader van programmering en prioritering wordt een compleet overzicht opgesteld en periodiek geactualiseerd.
Netinfrastructuur en programmering Elektriciteitsnetwerk Elektriciteitsnetten zijn in het verleden ontwikkeld met een capaciteit die is gebaseerd op de vraag naar elektriciteit. In meer landelijke gebieden is deze vraag relatief beperkt en de netten zijn daarom niet berekend op het afvoeren van grote volumes elektriciteit vanuit deze gebieden. De uitbreiding van de elektriciteitsnetten, die nodig is om elektriciteit uit deze buitengebieden te transporteren, kost veel tijd en houdt geen gelijke pas met de snelle realisatie van onder andere zonnevelden op land en zonnepanelen op (grote) daken. Dit zet grote druk op het elektriciteitssysteem en leidt tot transportschaarste op het netwerk, ook in de Metropoolregio Eindhoven. De vergunningen voor zon- en windprojecten moeten uiterlijk in 2025 zijn afgegeven om realisatie van projecten in 2030 ook daadwerkelijk mogelijk te maken. Al deze projecten zullen uiteindelijk op het elektriciteitsnetwerk aangesloten moeten worden. Om dit in goede banen te leiden, qua timing,
Samenwerking rondom systeemefficiëntie NETBEHEERDER RES-REGIO
Ijl3p i IIM . .14 11 ' q kruim
■«ţ1,' r 1 . .W ‘VĨ,'Zŕ**- í-r*
Maatregelen
^ Locatiekeuze laten aansluiten bij bestaande netcapaciteit. ^ Transport minimaliseren door combineren van energievraag en -aanbod ^ Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon (idealiter een 50-50 verdeling) en waar mogelijk op één aansluiting (cablepooling).
I (•^■?' -:
ažãsš 'iJsSSaS
atíčm
mm
Maatregelen
^ Storingsreserve (redundantie) gebruiken voor het transport van elektriciteit uit duurzame opwek op land.
WIND-ZON INITIATIEF NEMERS SYSTEEM EFFICIËNTIE
Maatregelen
^ Aansluiten van wind en zon op één aansluiting (cablepooling). ^ Afspraken maken over het aftoppen (aansluiten op bijv. 70'ŭ van het productievermogen).
INHOUDSOPGAVE
51
^ Gebruik van H2 als alternatieve brandstof voor verkeer en vervoer. Er komen steeds meer voertuigen en vaartuigen (en mogelijk zelfs vliegtuigen) die op waterstof lopen. Er wordt dan ook gezocht naar plekken (Clean Energy Hubs) in de regio om vulpunten (tankstations) voor alternatieve brandstoffen aan te leggen, waar ook waterstof getankt zou moeten kunnen worden. ^ Gebruik van H2 als brandstof of grondstof in procesindustrie. Waterstof kan ook dienen als brandstof voor verhittingsprocessen in de proces industrie. Of als grondstof voor productieprocessen, waarbij ook het 'rest'product zuurstof uit het omzettingsproces van elektriciteit naar waterstof goed benut kan worden. Een waterstof hub als tussenstation op de tracés van duurzame opwek initiatieven kan dus enerzijds zorgen voor opslag van de overcapaciteit van de duurzame opwek initiatieven in een andere energiedrager en daarmee voor een oplossing van de netcongestie zorgen. Anderzijds kan watertof als aanjager fungeren - ter verduurzaming van verkeer en vervoer en in de warmtetransitie.
|
Waterstof wordt - naast metal fuels, mierezuur en andere substanties - veelvuldig aangedragen als een goede energiedrager ter vervanging van aardgas en andere fossiele brandstoffen. Een uitdaging bij de inzet van waterstof is dat een positieve businesscase voor een waterstofstation vanwege de opstartende markt van vraag en aanbod nog moeilijk te maken is. Daarom moeten stimuleringsregelingen ingezet worden om de financiering rond te krijgen. De businesscase wordt op dit moment echter gunstiger vanwege de optredende congestie op het electriciteitsnet vanwege de teruglevering van het grote aantal geplande duurzame opwek initiatieven. Het electriciteitsnet van Enexis/TeneT kan deze teruglevering op dit moment maar moeilijk verwerken - bijvoorbeeld in de Kempen is teruglevering via Station Hapert bijvoorbeeld al voorlopig op slot gezet. Er kunnen daar geen nieuwe grootschalige opwek initiatieven (zon en wind) op het net aangesloten worden voor teruglevering, noch op daken, noch op land. Omzetting van elektriciteit in een makkelijk op te slaan energiedrager als waterstof is daarmee een interessant alternatief. De overcapaciteit van elektriciteitsopwek kan worden omgezet in waterstof, wat vervolgens op meerdere manieren in de MRE regio ingezet kan worden: ^ Direct geïnjecteerd in het gasnet.
Op dit moment laat de wet maar een beperkte hoeveelheid bijmenging van H2 in het gasnet toe vanwege mogelijke veiligheidsoverwegingen. Er wordt op dit moment onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden. ^ Aanleg van warmtenetten met H2 als warmtebron. Waterstof verbran dingsovens kunnen ingezet worden als duurzame energiebron voor warmte opwek via losgekoppelde warmtenetten.
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
De kansen voor de inzet van waterstof (H2)
52
INHOUDSOPGAVE
|
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
capaciteit van mensen en middelen, kostenefficiëntie en ruimtelijke afstemming over gemeentegrenzen heen, is continue afstemming tussen de regionale overheden en de netbeheerder noodzakelijk. Onderzoek naar nieuwe aansluit- en opslagmogelijkheden, afstemming in de regio over verdeling van de beschikbare capaciteit en juiste prioritering van toekomstige investeringen in het elektriciteitsnet, is noodzakelijk. Ook de blik op de toekomst voor gezamenlijke agendering - zoals met het provinciale programma Energiek Brabant - is relevant. Net als inzicht in welke aanpassingen in wet- en regelgeving nodig zijn om onze doelstellingen te kunnen bereiken. Een Netimpactanalyse van Enexis Enexis heeft een Netimpactanalyse opgesteld die inzicht geeft in de noodzakelijke aanpassingen in het elektriciteitsnetwerk om ontwikkelingen in de verschillende zoekgebieden uit de concept RES 1.0 van de MRE te kunnen faciliteren. De analyse gaat een stap verder dan de Netimpactanalyse die is gemaakt voor de concept-RES van de MRE. Op basis van een eerste ambtelijke inventarisatie is een overzicht gemaakt van wenselijke ontwikkelingen in de zoekgebieden op basis van huidig(e) beleids(ontwikkelingen), zodat daarmee een eerste verkenning kon worden gedaan van de mogelijke impact op het elektriciteitsnetwerk. De netimpactanalyse toont ook aan dat er methoden zijn om de netimpact te beperken.
Hiervoor zijn enkele gebieden geduid waar zulke optimalisaties denkbaar zijn. Bijvoorbeeld door wind en zon te combineren op dezelfde aansluiting (cable-pooling) of het 'aftoppen' van het terugleveren van elektriciteit van zonneparken. Deze werken we verder uit in het samenwerkings- en uitvoeringsprogramma. Daarnaast zien we ook nieuwe ontwikkelingen op ons afkomen die meerdere oplossingsrichtingen geven om de transportcapaciteit efficiënter te benutten.
Uitkomsten van de Netimpactanalyse De doorrekening levert een eerste inschatting op dat 5 HS/MS stations uitgebreid moeten worden door Enexis. Voor deze stations geldt dat de beschikbare capaciteit op het net van Enexis pas benut kan worden na uitbreiding van het hoogspanningsnet door TenneT. Op alle 11 stations zijn investeringen van TenneT benodigd voor uitbreiding van het hoogspanningsnet. Daarnaast verwachten we uitbreiding van 2 nieuwe HS/ MS-stations, in aanvulling op de investeringen in de 11 bestaande stations. We zien de grootste uitdagingen ontstaan in de omgeving Hapert en in geringere mate het gebied tussen de regio's Hart van Brabant, Noordoost Brabant en Metropoolregio Eindhoven. De Netimpactanalyse is als bijlage 6.1 toegevoegd. TenneT rondt op dit moment een netvisie voor Zuid Nederland af, waarmee zij inzicht zal geven in noodzakelijke aanpassingen in de configuratie van het Hoogspanningsnet en hoe zich dat verhoudt tot de uitdaging in omgeving Hapert. Deze netvisie is dus van belang om invulling te geven aan de ambitie van de metropoolregio Eindhoven. Daarnaast zal Enexis verdere analyses gaan uitvoeren naar de haalbaarheid van deze noodzakelijke uitbreidingen. Afstemming en programmering De netbeheerders Tennet en Enexis en de gemeentelijke overheden, die het bevoegd gezag zijn voor het verlenen van vergunningen, gaan intensiever samenwerken.
De netbeheerders zijn gebonden aan wet- en regelgeving, maar door goede samenwerking kunnen slimme keuzes worden gemaakt in het haalbaar en betaalbaar houden van het elektriciteitsnetwerk. Afstemming en regie aan de voorkant betekent ook dat gemeenten onderling en in samenspraak met de netbeheerder de bestaande capaciteit in een gebied zo goed mogelijk kunnen benutten. Dit voorkomt teleurstelling op het moment dat ontwikkelende partijen een omgevingsvergunning hebben
INHOUDSOPGAVE
53
Door samen te werken, kan regie gevoerd worden aan de voorkant van het proces in plaats van reageren achteraf.
Afstemming in de regio over verdeling van de beschikbare capaciteit.
In de energietransitie werken we samen volop aan technologische en sociale innovaties. Daarmee maken we in onze regio het verschil. Met de RES zorgen we voor een versterking van die samenwerking. Bestuurders, volksvertegenwoordigers, stakeholders en inwoners vragen ons nadrukkelijk om innovatie in te zetten en ruimte te bieden aan lokale initiatieven. De RES moet flexibel zijn en voortdurend inspelen op verbeterde technieken en innovaties. Bijvoorbeeld door te kijken naar slimme oplossingen om in onze regio met de netschaarste om te gaan. We zoeken naar innovaties die het mogelijk maken meer energie op te wekken met minder ruimte. We kijken ook naar innovaties die zorgen voor minder energievraag of innovaties waarmee we los kunnen koppelen van het elektriciteitsnet. Het toepassen en opschalen van innovaties is ook noodzakelijk om de kosten van innovaties te verlagen. Zodat we ze, na 2030, op grotere schaal kunnen gebruiken. Veel oplossingen zijn al beschikbaar Voor een groot deel zijn oplossingen al beschikbaar, in onze regio en daarbuiten. We willen gebruik maken van die beschikbare technieken. We leren van de goede voorbeelden en zetten in op kennisdeling en opschaling. Dat geldt ook voor pilots met betrekking tot sociale innovatie en/of nieuwe financiële en juridische constructies.
|
gekregen maar op dat moment geen aansluitcapaciteit beschikbaar is. In dat soort gevallen kan, in samenspraak met de netbeheerder en andere partijen, gekeken worden of andere oplossingen mogelijk zijn. Aangezien de netbeheerders TenneT en Enexis grote investeringen moeten doen om het elektriciteitsnetwerk geschikt te maken voor de toekomstige energieopgaven worden investeringsplannen opgesteld. Uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk vergt langdurige processen met grote ruimtelijke impact zowel onder- als bovengronds. Een degelijke en afgestemde uitvoeringsplanning biedt zekerheid om te komen tot nieuwe investeringen. Realisatie van uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk kunnen worden gekoppeld aan het ontwikkelen van projecten. Hiermee kan efficiënt gebruik worden gemaakt van maatschappelijk geld en komt ook niemand voor verrassingen te staan. Hiermee creëren we eerlijke en transparante verwachtingen naar elkaar.
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
Innovatie door samenwerken
INHOUDSOPGAVE
Bestse accu voor het opslaan van zonne-energie Oud-Philipsingenieur Cees van Nimwegen uit Best ontwikkelt een accu die zonne-energie opslaat. Zijn batterij bij ecodorp Boekel is bijna klaar. Via zonnepanelen opgewekte elektriciteit worden door stalen buizen geleid in bijvoorbeeld een container. Om die stalen buizen liggen basalten (vulkanisch gesteente) of staalslakken, steenachtig spul dat vrijkomt bij staalproductie. Die pikken de warmte van de elektriciteit op en bereiken na verloop van tijd een temperatuur van zo'n 500 graden. Door een dikke laag steenwol rondom de stenen koelen die nauwelijks af. Zo kun je in de zomer opgewekte energie bewaren voor de winter. Door koude lucht door het systeem te blazen, koelen de stenen weer af. De koude lucht wordt warm en kan gebruikt worden om bijvoorbeeld water te verwarmen.
|
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
54
INSPIRATIEBŨEK ONTWIKKELAARS DUURZAAMHEID
’;
įíiÿ' řiV'V ŅŞfŞT
energietransitie.
*V EINDHOVEN
Naast oplossingen die nu al of binnen afzienbare tijd beschikbaar zijn, kijken we ook naar de langere termijn en de uitdagingen van het toekomstige energiesysteem. Dit doen we onder andere samen met onze kennisinstellingen - zoals de TU/e en Fontys -, de netbeheerders, het Rijk, provincie en andere RES-regio's. Dit biedt niet alleen mogelijke oplossingen voor de energieopgave in onze eigen regio, maar ook economische kansen voor de innovatieve bedrijven in onze regio. Wat we gaan doen!
-o
Inspiratieboek voor ga&vrije nieuwbouw en de bijdrage van nieuwbouw aan de
Infefcod* «eitw WH f* K*t complete mepiret*boek ontvanfen? Stuur ma mail naarduuizaaTheidÿoindiovaf' ŗţļ.
We willen leren van de goede voorbeelden en inzetten op kennisdeling en opschaling In de Kempen werken de gemeenten op dit moment samen met Brainport Development, de BOM en andere partijen aan de realisatie van een 'GreenH2UB'. Wind- en zonne-energie wordt daarbij omgezet naar groene waterstof die vervolgens gebruikt kan worden voor de mobiliteit, de industrie en woningen. Dit is een interessant alternatief om de belasting van het elektriciteitsnet te verminderen. De ambitie is om dergelijke initiatieven ook in andere delen van de regio op te starten. Samen met Brainport Development verkennen we welke trajecten we samen kunnen oppakken.
-1
^ Er is continue afstemming tussen netbeheerder en de lokale en regionale r’ - . ------ -- - i
overheden. ^ We stemmen de verdeling van de beschikbare capaciteit en noodzakelijke investeringen in de toekomst regionaal af. ^ Er wordt gewerkt aan een systeemstudie door de provincie om inzicht te krijgen in de wenselijke energiemix voor 2050. ^ Netbeheerders ontwikkelen uitbreidingen van het net en voeren (locatie) studies uit voor deze uitbreiding (o.a. hoogspanningsstations). ^ We zetten in op opslag van elektriciteit en innovatie om met netschaarste om te gaan.
V
vc
.
56 5. Stap voor stap naar uitvoering
Bouwstenen samenwerking- en uitvoeringsprogramma
|
Regionale E nergiestrategie 1.0 M e tro p o o lre g io Eindhoven
Organisatiemodel/governance
Naar een Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma We hebben als gemeenten, provincie en waterschappen binnen de regio grote ambities op het gebied van de energietransitie die we met elkaar, en alle betrokken partijen, gerealiseerd willen zien. Om deze RES naar een efficiënte en effectieve uitvoering te brengen zijn grote stappen nodig. Onze ambities vragen om langjarige samenwerking tussen overheden, netbeheerders, het bedrijfsleven, (samenwerkende) inwoners en andere stakeholders. De uitvoering is bij verschillende partijen belegd, op verschillende schaalniveaus (lokaal, subregionaal, regionaal). De uitdaging is om dit samen goed te organiseren met gemeenten, provincie, netbeheerders en andere maatschappelijke partners. De beleidsmatige afspraken/plannen moeten worden omgezet in concrete (uitvoerings)programma's en onderliggende projecten. Hoe organiseren de gemeenten dit, met maatschappelijke partners, die ook van de gemeenten vragen om eenduidig op te treden? Waarbij veel kleine gemeenten te maken hebben met een gebrek aan capaciteit?
Welke organisatiestructuur past het beste bij onze samenwerking in de uitvoering? Op welk schaalniveau kunnen de taken het beste worden gelegd? Hoe kunnen de taken het beste worden aangestuurd? Dit zal verschillen per thema en taak.
Om invulling te geven aan de te zetten vervolgstappen stellen we met de partners uit de RES-regio MRE een regionaal Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma op, zoals ook in onze Startnotitie RES is vastgelegd. In dit Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma komen de volgende elementen, of puzzelstukken, bij elkaar:
Overzicht thema's en taken
Thema's en taken die voortvloeien uit de RES 1.0 worden opgepakt in de periode 2022-2023.
Financiën en capaciteit
Inzicht in de benodigde capaciteit (ambtelijke inzet van gemeenten, provincie en waterschappen) en middelen.
«w
İlķ
r Herijken en verrijken RES 1.0 naar RES 2.0
Ontwikkeling strategie en beleid
Uitvoering gezamenlijke projecten
L
j ^ Monitoring ^ Herijken en verrijken RES 1.0 naar een RES 2.0
^ Kennisdeling- en leeragenda voor de regiogemeenten, provincie en waterschappen op alle RES-thema's ^ Informatieplatform warmte ^ Kennisplatform besparing ^ Programmering en prioritering m.b.t. aansluiten elektriciteitsnetwerk. ^ In beeld brengen kansen innovatie, i.s.m. Brainport Development. Op zoek naar proeftuinen. ^ Agenderen thema Arbeidsmarkt en innovatie, i.s.m. Brainport Development en arbeidsmarktregio's. ^ Inventarisatie proeftuinen sociale innovatie, i.s.m. Provincie. ^ Ondersteunen gemeenten bij communicatie en participatie* (directe verantwoordelijkheid communicatie ligt bij gemeenten).
met specifieke aandacht voor mensen met een smalle beurs, jongeren en ouderen.
^ Realisatie 'no regret'-maatregelen duurzame opwek, in de volgorde van de zonne-ladder. We starten met de volgende trajecten: » Versnelling realisatie grootschalige zonne-daken bedrijven/agrariërs » Versnelling duurzame energie langs infrastructuur (b.v. Energiecoridor A58) » Versnelling duurzame energie op defensieterreinen ^ Ondersteuning gemeenten bij het verankeren van de keuzes in de RES 1.0 in het eigen omgevingsbeleid. ^ Gemeenten en stakeholders gaan samen aan de slag met de besparingsmodules: » Voor bedrijven (i.s.m. o.a. VNO/NCW en ODZOB) » Voor woningeigenaren (i.s.m. o.a. woningcorporaties en energiecoörperaties) » Voor maatschappelijk vastgoed ^ Ontwikkeling afwegingskader voor warmtebronnen. ^ Ondersteuning gemeenten bij het opnemen van het streven naar minimaal 500Zo participatie bij zon- en windprojecten in het eigen beleid.
|
Overzicht thema's en taken Als basis voor het Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma is vanuit de ambtelijke RES-werkgroepen een overzicht van thema's en taken, voortvloeiend uit de RES 1.0, opgesteld. Deze thema's en taken kunnen worden onderverdeeld langs drie sporen: 1. Herijken en verrijken van de RES 1.0 tot een RES 2.0 (monitoring, aanpassen/ aanscherpen doelstellingen, maken van gezamenlijke keuzes en kaders). 2. Ontwikkeling van strategie en beleid (ondersteuning gemeenten bij uitvoering RES doelstellingen inclusief de organisatie van kennisuitwisseling). 3. Uitvoering van gezamenlijke projecten (zoals De Groene Zone, modules Besparing).