CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

21052.3 Verslag nieuw leven voor de Zevensprong Best

Raadsvergadering 27 september 2021, gemeente BestBij agendapunt: 21052 - Huisvestingsopgave De Zevensprong11.172 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

STICHTING MEVROUW MEIJER

'ţ 'íķ'

Verslag Nieuw leven voor De Zevensprong in Best door

Stichting Mevrouw Meijer in opdracht van

Gemeente Best 7 juli 2021

STICHTING MEVROUW MEIJER ANDREAS BONNSTRAAT 25-111 1091 AW AMSTERDAM

Archiefexemplaar van BL21-15483

NL48 INGB 0005823424 BTW NL8207.92.251.B01 KVK 24461878

- VERSLAG NIEUW LEVEN VOOR DE ZEVENSPRONG BEST

WWW.MEVR0UWMEIJER.NU WK@MEVR0UWMEIJER.NU TWÊMEVROUWMEIJER.NU

ínhoud

1. Inleiding 2. De Zevensprong ontmoet Mevrouw Meijer 2.1. Opgave 2.2. Methode Mevrouw Meijer 3. Fase 1: Geschiedenis van gebouw en omgeving 4. Fase 1: Inventarisatie van eisen, ervaringen en wensen 4.1. Hoofdlijnen inventarisatie 4.2. Concept-PVE en inpassingsstudie 4.3 Bouwkundige en bouwtechnische opname 4.4. Financiën 4.5. Selectie architectenbureaus 5. Fase 2: Ontwerpend onderzoek 5.1. Inleiding 5.2. Uitwerking scenario 1: KettingHuls 5.3. Uitwerking scenario 2: Werkstatt 5.4. Uitwerking scenario 3: NB architecten 6. Fase 2: Financiële calculatie 6.1. Uitgangspunten 6.2. Calculatie 7. Bespreking door Mevrouw Meijer 7.1 Uitgangspunten 7.2 Beoordeling per criterium 7.3 Samenvatting en conclusie

Bijlagen 1. Winket Technische staat in relatie met bouwkosten en C02-impact 2. Nul25 Programma van Eisen, 21 oktober 2021 3. Presentaties Ontwerpend Onderzoek * Eindpresentatie 4. Verslagen bijeenkomsten Ontwerpend Onderzoek *

Startpresentatie

*

Tussenpresentatie

* Eindpresentatie 5. Winket calculatie ontwerpend onderzoek

2

1. Inleiding

Stichting Mevrouw Meijer biedt u hierbij het verslag aan van het ontwerpend onderzoek 'Nieuw leven voor De Zevensprong' dat zij heeft uitgevoerd in opdracht van de gemeente Best. Mevrouw Meijer kreeg de formele opdracht voor fase 1 van dit onderzoek op 19 december 2019 en voor fase 2 op 12 december 2020. Het doel en het kader van het onderzoek is verwoord in de inhoudelijke offerte door Mevrouw Meijer d.d. 11 november 2019. Het onderzoek is uitgevoerd tussen januari 2020 en juni 2021. Het onderzoek laat zien hoe het bestaande schoolgebouw aan de Haktol in Best kan worden verbeterd, uitgebreid en geschikt kan worden gemaakt voor het onderwijs van de toekomst. Onder auspiciën van Mevrouw Meijer hebben drie architectenbureaus ieder een ontwerpvariant uitgewerkt. Het is een gezamenlijk onderzoek en geen ontwerpwedstrijd; de drie voorstellen vullen elkaar aan. Ze maken zichtbaar welke mogelijkheden er zijn, en welke voor- en nadelen elk ervan heeft. Dit stelt de school in staat om een gefundeerde keuze te maken. Drie belangrijke onderzoeksvragen waren de optimalisering van het gebouw, de uitbreiding en de relatie tussen binnen en buiten. Voor elk van deze opgaven zijn meerdere voorstellen gedaan. Het participatieproces waarin het ontwerpend onderzoek was ingebed, heeft geleid tot een sterke betrokkenheid die ook de kwaliteit van het vervolg ten goede kan komen.

De betrokkenheid van Mevrouw Meijer eindigt met de aanvaarding van dit verslag door de opdrachtgever. Het staat de opdrachtgever vrij om naar eigen inzicht een vervolg te geven aan de bevindingen en de adviezen in het verslag. Voor dit vervolg draagt Mevrouw Meijer geen verantwoordelijkheid. Dit verslag is als volgt opgebouwd: H 2: Inleiding op de achtergronden van de school en de werkwijze van Mevrouw Meijer. H 3: Een schets van de geschiedenis en omgeving van het schoolgebouw als onderdeel van fase 1. H 4: Een inventarisatie van de eisen, ervaringen en wensen; de hoofdmoot van fase 1. H 5: Presentatie van de scenario's en de drie ontwerpen uit fase 2. H 6: De financiële toetsing van de drie ontwerpen. H 7: De conclusies van Mevrouw Meijer, en een samenvatting. Aanvullende gegevens zijn te vinden in de bijlagen.

3

2. De Zevenspong ontmoet Mevrouw Meijer

2.1. Opgave IKC De Zevensprong De Zevensprong is momenteel gehuisvest op twee locaties. De hoofdlocatie is gehuisvest op de Haktol in een prachtige groene omgeving midden in de groene woonwijk Speelheide. De dependance is, samen met Korein Kinderplein gehuisvest op de Burgemeester Nootermanstraat. Samen met Korein Kinderplein zal een Integraal Kindcentrum komen op locatie 'de Haktol'. Het gebouw stamt uit 1975. Dit betekent een forse uitbreiding van het bestaande gebouw. Daarom zal het onderzoek zich richten op de belangrijke keuze tussen huisvesting in het bestaande gebouw (met hoogwaardige renovatie en uitbreiding) en huisvesting in nieuwbouw. Belangrijke vragen voor IKC De Zevensprong zijn: De keuze tussen hergebruik van het bestaande schoolgebouw en nieuwbouw. - Sport op de eigen locatie of elders. In het bestaande gebouw worden de ruime lokalen gewaardeerd. Het middengebied is in de loop- der tijd door allerlei kleine verbouwingen dichtgeslibd, maar zou weer kunnen worden opgeschoond. De relatie met buiten verbeteren en een echte groene school worden

2.2. Methode Mevrouw Meijer Stichting Mevrouw Meijer is een onderzoeksbureau op het gebied van onderwijs en architectuur. Ze heeft zich gespecialiseerd in onderzoek naar de mogelijkheden om bestaande, meestal naoorlogse, schoolgebouwen hoogwaardig te renoveren en daarmee geschikt te maken een volwaardige nieuwe toekomst. Het onderzoek schrijft niet voor 'wat er moet gebeuren', maar geeft de opdrachtgever inzicht in 'watje kunt willen'. De methode van Mevrouw Meijer heeft twee pijlers: brede participatie en ontwerpend onderzoek. Zij worden uitgewerkt in de twee fasen van het onderzoek.

Fase 1. Participatie en inventarisatie, uitgevoerd samen met Nu125 Deze fase bestaat uit twee grote inventarisaties. Bureau Nul25 heeft de eisen en wensen voor het toekomstige gebruik geïnventariseerd. Het resulteert in een 'concept-PVE' als basis voor de vervolgfase. Bureau Winket heeft de staat van het gebouw geïnventariseerd, zowel bouwkundig als financieel. De bouwkundige inspectie en de 'financiële nulmeting' geven inzicht in de constructieve en financiële mogelijkheden en grenzen. 4

De financiële nulmeting maakt duidelijk hoeveel geld feitelijk te besteden is voor nieuwe ingrepen. Het voorgestelde budget is het uitgangspunt. Maar de nulmeting houdt er rekening mee dat de aanpak van een bestaand gebouw een andere relatie tussen investeringskosten en onderhoudskosten kent dan nieuwbouw. Onderhoud, renovatie en transformatie kunnen in de praktijk mengvormen aangaan, en dan is het gewenst om ze ook in de financiering goed op elkaar af te stemmen. De bouwkundige inspectie maakt duidelijk wat nodig en beschikbaar is voor lopend en achterstallig onderhoud, bouw- en installatietechnische maatregelen. Zo wordt ook duidelijk hoe groot de 'vrije speelruimte' voor nieuwe ingrepen is. Voor de opdrachtgever en financier kan deze nulmeting fungeren als een reality check die noden, ambities en budget tegen elkaar afzet. Fase 1 wordt bij voorkeur afgesloten met een commitment over het concept-PVE en de bijbehorende budgetten. Afhankelijk van de vrije speelruimte kan dan de precieze uitwerking van het ontwerpend onderzoek worden bepaald.

Fase 2. Ontwerpend onderzoek De tweede pijler is ontwerpend onderzoek. Het concept-PVE is een papieren stuk waarin de knelpunten en tegenstrijdigheden worden benoemd maar nog onopgelost blijven. Hoe de school er op basis van dit concept-PVE uit kan zien, en welke keuzen denkbaar zijn, wordt beeldend duidelijk gemaakt in het ontwerpend onderzoek. Mevrouw Meijer nodigt voor het onderzoek drie architectenbureaus uit. Zij krijgen de opdracht om de ruimtelijke en architectonische mogelijkheden te onderzoeken. Dat doen ze in de vorm van een ruimtelijke analyse en een voorlopig ontwerp. Wij selecteren drie bureaus met onderling verschillende benaderingen, en wij vragen hen om ieder een eigen variant uit te werken. Zij hebben twee à drie maanden voor hun onderzoek. Mevrouw Meijer begeleidt het onderzoek en vraagt de architecten zo nodig hun koers te verleggen zodat er drie concepten ontstaan die onderling duidelijk verschillende oplossingen bieden. Tijdens het onderzoek ontmoeten de school en de architecten elkaar op vier momenten. Dat zijn de gelegenheden voor de wisselwerking tussen participatie en onderzoek. De startbijeenkomst is een kennismaking en is tevens operationeel gericht: het doel is om de architecten te voeden met informatie en inzichten, en hierbij zoveel mogelijk te praten over de ínhoud en formele posities los te laten.

- Tijdens de tussenpresentatie, halverwege het onderzoek, lichten de architecten hun oplossingsrichting toe en kunnen de betrokkenen reageren. De reacties worden meegenomen in het vervolg. Na de tussenpresentatie vindt uitgebreid overleg plaats tussen de school en elk

architectenbureau afzonderlijk. Het onderzoek resulteert in drie alternatieven voor deze opgave, ieder op VO-niveau (voorlopig ontwerp). De ontwerpen worden feestelijk gepresenteerd en toegelicht op een slotbijeenkomst. 5

Bouwkostenbureau Winket toetst in deze fase of de drie concepten aan de financiële randvoorwaarden voldoen. Dit gebeurt na de tussenpresentatie en bij de eindpresentatie. De tussentijdse toetsing maakt het mogelijk het onderzoek zo nodig bij te sturen. De financiële toets is, zoals gezegd, ook een reality check voor de opdrachtgever. Uiteraard hebben de calculaties een globaal en voorlopig karakter, passend bij een ontwerp op VOniveau.

6

3. Fase 1: Geschiedenis van gebouw en omgeving

1

mm

7

Bestaand klaslokaal: overmaat In hoogte en van twee zijden licht

In 1967 begon De Zevensprong als kleuterschool met de naam de Hoge Akker. De school ontstond als initiatief van ouders, die zelf een stichting en bestuur oprĩchtten. Sommige leerkrachten, die van begin af aan betrokken waren bij de school, zijn pas recentelijk weggegaan. De kleuterklassen kwamen al snel vol te zitten en er kwam een lagere school bij. Voor die tijd was het erg vooruitstrevend om een kleuterschool en een lagere school samen te brengen in een gebouw. In 1978 kwam de school op de huidige locatie en kreeg toen de naam De Zevensprong, nog altijd met alles onder een dak en ouderparticipatie als belangrijk onderdeel. Inmiddels is het gebouw verouderd, maar er zitten nog veel grote voordelen in het ontwerp, zowel in de binnen- als buitenruimte. Omgeving De Zevensprong ligt in de bloemkoolwijk Speelheide opgebouwd uit woonerven die ontsloten worden vanaf de ringweg die door de wijk loopt. De wijk bestaat uit koopwoningen. De wijk is ontworpen rondom een langwerpige groene kern die van zuidoost naar noordwest loopt. Deze groene zone is al terug te vinden op oudere kaarten. Dit verklaart ook de grote oude bomen die rondom de school staan. De school is onderdeel van deze groene centrale zone en ligt daardoor voor een groot gedeelte in het groen. Aan de zuidwestzijde grenst het aan nieuwe bebouwing en aan de noordwestzijde aan de ontsluitingsweg van de wijk.

Deze mooie ligging is een belangrijke kwaliteit van de school. Het Zandpad vormt nu een doorgaande fietsroute, waardoor de school goed bereikbaar is op de fiets. Alleen in het noorden is ruimte voor auto's, waardoor dit soms een druk punt kan zijn. Er zijn ook informele verbindingen met de school, zoals het olifanten pad dat is ontstaan in het bos, en het Haasje over.

8

4. Fase 1: Inventarisatie van eisen, ervaringen en wensen

4.1. Hoofdlijnen inventarisatie Fase 1 bestaat uit een inventarisatie van enerzijds het huidige en gewenste gebruik en anderzijds het gebouw en de financiën. De inventarisatie is uitgevoerd op basis van het beschikbare schríftelijke materiaal, eigen inspectie en tal van gesprekken. De input voor dit concept-PVE komt uit vijf bronnen. Het PVE opgesteld door bureau Nul25. De basisgegevens die ons door de gemeente zijn verschaft over het gebouw (cijfers, plattegronden) en de leerlingenprognoses die mede de kwantitatieve opgave bepalen. Een ruimtelijke analyse van het gebouw door Mevrouw Meijer. Een bouwtechnische en financiële inspectie ten behoeve van een 'nulmeting', uitgevoerd door Bouwkostenbureau Winket in opdracht van Mevrouw Meijer. - Gesprekken die wij hebben gevoerd met de directie en medewerkers van de school. En met deskundigen van de gemeente Best van onderwijs, verkeer, stedebouw en groen. Hieruit hebben we eisen en wensen afgeleid. Het resultaat is een 'concept-PVE' conform het 'Plan van Aanpak' van Mevrouw Meijer. In dit Plan van Aanpak hebben wij een onderzoeksvoorstel gedaan met daarin twee fasen. Het concept-PVE sluit de eerste fase af. Kenmerken en beperkingen van het concept-PVE Het concept-PVE brengt zoveel mogelijk duidelijkheid over de eisen en wensen. Maar het brengt ook de nog onbeantwoorde vragen, de lastige kwesties en de unieke keuzemomenten in beeld.

Deze open vragen kunnen vervolgens de inzet zijn van het 'ontwerpend onderzoek'. In dit ontwerpend onderzoek verkennen drie architectenbureaus de kansen en mogelijkheden binnen de marges van het concept-PVE. Zo krijgt het schoolbestuur letterlijk een beeld van de mogelijkheden: waaruit kun je kiezen, en wat zijn van elke keuze de consequenties. Met deze keuzen is de weg vrij naar een definitief PVE. Daarnaast zijn er enkele open vragen en knelpunten Tenslotte is uit overleg met de school en de gemeente duidelijk geworden welke ruimtelijke aandachtspunten er zijn. Het concept-PVE wordt kort behandeld in paragraaf 4.2. De opgave en scenario's worden behandeld in par. 4.3 De bouwkundige opgave en de begroting komen aan de orde in par. 4.4. In deze fase heeft Mevrouw Meijer ook drie architectenbureaus geselecteerd. Zij worden geïntroduceerd in par. 4.5.

9

4.2. Concept-PVE

Nul25 PVE In opdracht van de gemeente Best heeft Wendie Hardeman van Nul25 een Programma van Eisen opgesteld. Dit PVE vindt u in de bijlage 2. Hoofdpunten uit het PVE zijn: Het realiseren van huisvesting voor IKC De Zevensprong aan de Haktol in Best waarin gehuisvest worden: * Een basisschool voor 325 leerlingen; * Één groep peuterspeelzaal en twee groepen dagopvang van Korein; drie groepen: (1) baby's, (2) peuters en (3) peuterwerk/BSO-jong. BSO in ruimtes van de school. In totaal ca. 2.235 m2 m2 BVO (bruto vloeroppervlak) plus Kinderopvang Korein heeft een ruimtebehoefte ca.400 m2 bruto. Kavel Het terrein is ca. 4.000 m2 groot. Het gehele terrein staat ter beschikking voor het nieuwe plan. Kiss and ride vindt plaats buiten het perceel en valt buiten de kaders van dit project.

Vlekkenplan:

Vlekkenplan

Middenbouw

Bovenbouw

Groep 3

Onderbouw

Öfefļt

10

Een herkenbare hoofdentree geeft toegang tot het hart van de school. Aan die hal zitten verschillende ruimtes zoals kantoren, met de bovenbouw apart maar wel in contact met hart van de school. Een tweede hal, met een apart "hart", geeft toegang tot de kinderopvang. In de overgang tussen de kinderopvang en het centrale "hart" zit groep 3, die een grensgebied vormt doordat deze kinderen vaak tussen spelen en leren înzìtten. Ruimtelijke kader Opdrachtgever

Gemeente Best

Project Datum

De Zevensprong 3 maart 2021

School

groepen

nuİ25 leerlingen norm vaste voet

13 groepen

32S

5,03

200

Begane grond

m2 bvo 1.835

650

390

390

10

10

2.235

1.050

Buitenruimte

Totaal

Dagopvang 2 groepen dagopvang (16 kinderen) 1 groep peuters/BSO-jong BSO BSO in ruimte van de school alleen een eigen berging -

TOTAAL BVO

1.416

2.466

11

rľ.'

Programma van Eisen Buitenruimte

nu 125 iintr Opdrachtgever

Gemeente Best

Project

De Zevensprong

Datum

3 maart 2021

«Komst

ff

m2/tt

mZ

verhard speelveld

1

600

600

buitenberging

1

15

15

zandbak onder overkapping

1

15

15

speeltoestellen (niet kant en klaar)

1

20

20

De Schuur

1

60

60

paden, randen en groen om te spelen

1

140

140

BUITENRUIMTE

m2

850

SCHOOL

170

c 4 jaar (omheind] verhard omheind speelveld, grenst aan verhard speelveld onderbouw

1

55

55

natuurlijke tuin met paden, randen en groen

1

70

70

veilig voor kruipende baby's)

1

20

20

berging met elektrische aansluiting

1

5

5

zandbak en speeltoestel (eventueel te delen met de onderb

1

10

10

buitenberging

1

10

10

afvalberging

1

15

15

fietsen leerlingen

200

1,5

300

fietsen personeel (omheind, maar niet overdekt)

30

1,5

45

parkeren personeel (0,5/gr,r 11,1/100 m2 kdv)

1

10,9

11

fietsen ouders, parkeren, kiss and ride buiten het terrein

-

-

-

leverancīers/MIVA parkeerplaats bij de voordeur

1

25

25

babyluin (onderdeel van natuurlijke tuin, met schaduw en

GEZAMENLIJK

395,9

TOTAAL BUITENRUIMTE FOOTPRINT GEBOUW TOTAAL BENODIGDE BUITENRUIMTE BEBOUWD EN ONBEBOUWD TOTAAL BESCHIKBAAR TERREIN

1415,9

1162 2578 3464

12

Sfeer: binnen hout en warme materialen, wel wat kleurtjes maar uiteindelijk die warme en natuurlijke materialen. Dit is kortom de sfeer waar men naartoe wil. Voor de buitenruimte gelden vergelijkbare sferen van warme en natuurlijk materialen.

Sfeer en uitstraling (in beelden)

mf.

* Buiten (in beelden)

«ïPļ

fHHK

itäüŗ

m1

i

13

De Zevensprong: Onderwijskundige visie Uit het project Spring Mee!, een inventarisatie door de Zevensprong samen met ouders en kinderen kwamen vier thema's naar voren die passend zijn bij De Zevensprong: ik spring eruit, samen ver springen, spring in het veld, spring in het diepe. Met name het thema 'spring het veld' is vandaag belangrijk, waarbij de vraag wordt gesteld over hoe we kunnen leren van onze groene omgeving. Een van de dingen die vaak naar voren kwam is dat er kippen moeten komen, maar ook ideeën als een foodtruck werden genoemd. Er is een grote wens voor een moestuin, om op die manier zowel binnen als buiten ruimte in te richten om te leren en spelen. De school wil niet langer wachten tot het nieuwe gebouw af is en er zijn al verschillende initiatieven van start gegaan. Er zijn 7 "sprongen" opgesteld om binnen 4 jaar groener te worden: 1. Zaaien, oogsten en leren van groen 2. Groeien van en met elkaar, binnen en buiten 3. Leren over en zorgen voor mens en dier 4. Actief bijdragen aan een duurzame toekomst 5. Spelen met natuurlijke en duurzame materialen 6. Bewegend leren in groene ruimte 7. Ondernemen en koken van enthousiasme De dingen die werden benadrukt als belangrijk zijn de aanwezigheid van groen, zowel binnen als buiten, een buitenlesplaats, en een moestuin.

Dit leidde tot het thema "de wereld binnenhalen en de wereld in", waar de moestuin goed bij past doordat de leerlingen op die manier de natuur kunnen voelen en ervaren. Ook wil de school bezig gaan met verduurzaming, bijvoorbeeld de gymzaal. Er is hard gestreden om de huidige gymzaal te behouden, maar dit gebouw moet wel duurzamer worden. Wat Erik de Ruijter vertelde over een verbinding met buiten en de rest van wijk is inderdaad ook heel belangrijk. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door de onnatuurlijke scheiding van de hekken weg te halen. Als entree van de wijk moet het gebouw een welkom gevoel geven, ook buiten schooltijd. Hiervoor moet buiten ook ruimte worden gemaakt voor spel buiten schooltijd.

4.3. Opgave en scenario's

Opgave Het Concept-PVE dat door Nul25 is opgesteld is gebaseerd op nieuwbouw van De Zevensprong. Het is erg gedetailleerd uitgewerkt. Hier noemen we de hoofdpunten uit de opgave: Kwantitatief: de school wordt groter. Het oppervlakte groeit van 1.300 naar 2.300 m2 BVO.

14

Kwalitatief: tot de kwalitatieve onderwijskundige eisen behoren m.n. groene school, de vorming van een IKC met een 'knip' bij de leeftijd van 6 jaar (0-6 en 6-12 jaar), vaklokalen en gemeenschappelijke keuken/koffiehoek. Onderzoeksvraag. Het ontwerpend onderzoek richt zich op de verhouding tussen renovatie en nieuwbouw: De school wil bij voorkeur het bestaande gebouw zo veel mogelijk behouden. Door de groei in omvang zal er in alle gevallen ook (gedeeltelijke) nieuwbouw moeten plaatsvinden. Om een nieuwe uitbreiding goed om het bestaande gebouw te laten aansluiten, kan gedeeltelijke sloop van, of doorbraak in, het bestaande gebouw nodig zijn. De groei van het gebouw maakt ook interne ingrepen in het bestaande gebouw mogelijk en nodig. De gemeente wil naast deze renovatiemodellen ook een nieuwbouwvariant laten onderzoeken. In alle gevallen blijft de gymzaal in stand. Uitgangssituatie. In de bestaande situatie kunnen we vier gebouwdelen onderscheiden: De oorspronkelijke school, bouwjaar 1979 (oranje). Het lijkt één geheel maar bestaat in feite uit twee bouwdelen. Het is een bouwkundige en een brandscheiding, maar ook een functionele scheiding, met onder- en middenbouw in het ene deel en bovenbouw in het andere deel. Uitbreiding 1985 (blauw). Gymzaal met nevenruimten (groen). Deze blijft gehandhaafd.

Op basis hiervan hebben wij drie scenario's opgesteld als startpunt van het ontwerpend onderzoek. Twee scenario's gaan uit van renovatie en uitbreiding; zij verschillen onderling in de plaats waar de uitbreiding komt. Het derde scenario gaat uit van volledige sloop/nieuwbouw. Scenario 1: in dit scenario kunnen de bestaande bouwdelen 1979-A en 1985 worden gesloopt om te worden vervangen door een nieuw en groter bouwdeel. Scenario 2: in dit scenario kan het bestaande bouwdeel 1979-B worden gesloopt om te worden vervangen door een nieuw en groter bouwdeel. Scenario 3: in dit scenario wordt de hele bestaande school (minus de gymzaal) gesloopt en vervangen door nieuwbouw.

W»/ 3.'

gymzaal

gymzaal

Het verschil tussen scenario 1 (links) en 2 (rechts). Het paarse vak geeft het 'zoekgebieď voor sloop en nieuwbouw aan.

15

De uitwerking van deze scenario's is verzorgd door resp. de architectenbureaus KettingHuls, Werkstatt en NBA Architecten. KettingHuls en Werkstatt zijn hiertoe geselecteerd door Mevrouw Meijer. NBA is als lokaal gevestigd bureau voorgedragen door de gemeente Best.

4.4. Bouwkundige en bouwtechnische opname en begroting Winket heeft een beknopte technische inventarisatie gemaakt. Daaruit blijkt dat het gebouw overwegend in een 'redelijk tot goede' staat verkeert. De kwaliteit van de oorspronkelijke gebouwdelen (uit 1979) is duidelijk minder dan die van de uitbreiding (uit 1985). Bij een renovatie voor duurzaam (her-) gebruik als school betekent dit, dat bouwkundige elementen in principe veelal hergebruikt kunnen worden, maar dat vrijwel alle afbouw en afwerking moet worden vernieuwd. Ook de installaties zullen bij renovatie grotendeels vernieuwd moeten worden. Bij wijze van financiële oriëntatie is uitgerekend, op welk investeringsniveau men zou uitkomen bij een aanpak van renovatie in combinatie met gedeelten sloop/nieuwbouw volgens een aantal scenario's. Scenario 1: renoveren ZW-deel school (580m2) en gymzaal (470m2) nieuwbouw 2 lagen (1.800m2) Scenario 2: renoveren NO-deel school (630m2) en gymzaal (470m2) nieuwbouw 2 lagen (1.760m2) Scenario 3: renoveren gymzaal (470 m2) nieuwbouw 2 lagen (2.265m2). Behalve voor de verbouw-scenario's zijn ook voor een nul-scenario en een nieuwbouwscenario begrotingen opgesteld. Onder nul-scenario verstaan wij een renovatie van de bestaande toestand, zodanig dat die weer 40 jaar voor onderwijs geschikt is, maar zonder verandering van het programma waaraan het gebouw onderdak moet bieden.

Het scenario voor (vergelijkbare) nieuwbouw gaat uit van het realiseren van hetzelfde programma als het nul-scenario, maar dan door middel van sloop en volledige nieuwbouw. De begrotingen zijn samengesteld met behulp van het begrotingsmodel voor transformatie van scholen, dat wij voor Mevrouw Meijer ontworpen hebben. Dit begrotingsmodel is gebaseerd op de elementenbegrotingen-systematiek en de bouwkosten- en milieu-impactdatabase van EcoQuaestor. Hieronder een overzicht van de begrotingsresultaten. In de bijlage 1 is per scenario een specificatie opgenomen.

16

De Zėvensprong Scenario 0

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario N

Scen.N-basis

470 m2

470 m2

400 m2

400 m2

1.210 m2

180 m2

230 m2

1.800 m2

1.760 m2

1.865 m2

1.865 m2

1.865 m2

1.680 m2

2.850 m2

2.860 m2

2.735 m2

2.735 m2

2.365 m2

Totaal (prijspeil 1-1-2021)

6 3.200.000

C 6.250.000

C 6.200.000

6 6.400.000

C 6.850.000

C 5.700.000

Per m2 BVO

«

C

C

«

C

Sport en spel

Renovatie Nieuwbouw

Kinderopvang

Renovatie

470 m2

470 m2

Nieuwbouw School

Renovatie

Bruto vloeroppervlakte

Totaal

400 m2

Nieuwbouw

470 m2

100 m2

400 m2

400 m2

Investeringskosten 1.916

in Va t.o.v. nieuwbouw

2.192 91 Va

2.164 91 Va

2.347 937,

met avmzaal in Va t.o.v. zonder avmzaal

2.512 C 10070

2.404

1207.

1007.

Global Warming Potential Totaal C02-impact bouw- en verbouw Per m2 BVO in Va t.o.v. nieuwbouw met avmzaal in Va t.o.v. zonder avmzaal

725 ton 432 ka/m2

1.646 ton

1.610 ton

1.714 ton

1.865 ton

578 ka/nté

563 ka/n-12

627 ka/nrê

682 ka/m2

1.531 ton 647 ka/nrë

887.

860/»

927,

1007. 1227.

1007.

De investeringskosten van de verschillende verbouw-scenario's blijven (7 tot 996) onder die van vergelijkbare nieuwbouw. Het investeringsniveau van een programma met een gymzaal is bij (vervangende) nieuwbouw ongeveer 2296 hoger dan het investeringsniveau van een programma zonder gymzaal. De (bruto) vloeroppervlakte van een gerenoveerde school zal mogelijk iets groter zijn dan die van de normatief vastgestelde vloeroppervlakte bij nieuwbouw. De tabel laat zien, dat daarmee rekening gehouden is in het opstellen van de scenario's. De lagere investeringskosten gaan in scenario 1 en 2 dus gepaard met meer vierkante meters. De milieu-impact van het bouwen, uitgedrukt in tonnen C02-equivalent, is bij renovatie lager dan bij nieuwbouw. Uit de berekeningen blijkt, dat scenario's met een groter aandeel renovatie in dat opzicht betere resultaten laten zien: 150 tot 250 ton minder C02-uitstoot.

17

Technische staat Hieronder een overzicht van de technische staat bij de opname op 11-11-2020 in tabelvorm In de bijlage 1 krijgt elk bouwdeel in tekst een toelichting.

plaatsen

entree kleuters ķ

Us/ŕç/

3'm

İéS®

į»fi 1 įw b9ì"

gymzaal

18

Conditiescore (NEN 2767) bouwdeel 1979 oorspronkelijk

uitbreiding

berging

entree

gymzaal c.a.

bodem

in put berging

skelet

2

2

3

3

2

daken

2

2

2

2

2

dakopeningen gevel’/daklichten bovendaks gesloten gevels (afwerking)

2

2 2 2

nvt nvt

nvt nvt

gevelpanelen gevelopeningen

4 3

2 2

nvt 3 3

nvt 2 2

3 nvt 3

binnenwanden vloeren

2 2

2 2

3 3

2 2

4 4

trappen plafonds

nvt 3

nvt 2

nvt

nvt 2

nvt 4

W-brand, afvoer, water, gas

3 2

2 2

3

W-klimaat cv W-klimaat Ib

1 2 3

bouwdeel 1985 aanpassing 1999 aanpassing 1999

3 3

put bij entree

nvt 2

2 nvt

3 3

3

3

nvt nvt

nvt

5

W-regelingen

3

3

nvt

nvt

5

E-centraal

2

nvt

3 3 nvt

3 3 nvt

nvt 3 3 nvt

3

E-energie E-signaal T-lift

nvt 3 3 nvt

uitstekend goed redelijk

3 3 nvt

nieuwbouwkwaliteit, incidenteel geringe gebreken incidenteel beginnende veroudering plaatselijk zichtbare veroudering, functievervulling van bouw- en installatiedelen niet in gevaar

4 matig 5 slecht

duidelijke veroudering, functievervulling van bouw- en installatiedelen niet in gevaar veroudering is onomkeerbaar

6 zeer slecht

technisch rijp voor sloop

19

4.5. Selectie architectenbureaus Mevrouw Meijer selecteerde tijdens fase 1 drie architectenbureaus voor het ontwerpend onderzoek in de tweede fase. Het voorstel is voorgelegd aan, en aanvaard door de stuurgroep. Mevrouw Meijer hanteert de volgende criteria voor de selectie. Het onderzoek is bedoeld om meerdere scenario's of oplossingsrichtingen naast elkaar te onderzoeken. Dit bereiken we door drie architectenbureaus te selecteren die onderling duidelijk verschillen in benadering of signatuur. Hoe uiteenlopend ook, ze moeten alle drie realistisch zijn. De opdrachtgever kan dus vervolgens op inhoudelijke gronden een keuze maken. - We kiezen meestal kleine, relatief jonge en getalenteerde architectenbureaus. We stellen als voorwaarde dat ze niet eerder een school hebben gebouwd maar zich wel in andere opdrachttypen hebben bewezen. - Als criteria hanteren we analytisch vermogen, architectonische kwaliteit en communicatieve vaardigheid. Plus, zoals gezegd, onderlinge verscheidenheid. De drie bureaus staan niet in onderlinge competitie maar vullen elkaar aan in het onderzoek. Wij verwachten van hun dan ook collegialiteit. - Voorts zijn ze vertrouwd met de eisen van duurzaamheid en leveren ze een goede architectonische kwaliteit. Het is aan de opdrachtgever om te beslissen wat er met de uitkomsten van het ontwerpend onderzoek wordt gedaan.

Niet uitgesloten is dat de opdrachtgever besluit om met een van de drie bureaus verder te gaan. KettingHuls en Werkstatt zijn geselecteerd door Mevrouw Meijer. NBA is als lokaal gevestigd bureau voorgedragen door de gemeente Best. Hieronder geven we een korte typering van de drie bureaus. Voor meer informatie verwijzen wij naar de websites van de bureaus. KettingHuls architecten (Amsterdam) - Amsterdams bureau opgericht door Danielle Huls en Monica Ketting, met totaal 8 medewerkers. Beide directieleden hebben lange ervaring en in vorige bureaus ook leidinggevende directieposities bekleed. Naast architectuuropgaven werken ze ook aan stedenbouwkundige opgaven met daarbij de inrichting van de buitenruimte. Beiden hebben ruime ervaring in middelgrote en grote projecten bij voorgaande bureaus; ze hebben onder meer gewerkt aan de uitbreiding van een school. Recentelijk projecten gerealiseerd met huidig bureau op basis van beperkte budgetten in bestaande situaties. Bureau is nu bezig met plannen voor grotere projecten, waarin deze opgave goed past. - Ze hebben een benadering waarbij ze uitgaan van de alledaagse schoonheid, (zie ook site bureau)

20

-

De ervaring met grotere projecten in hun beroepscarrière in combinatie met recente projecten op basis van bestaande gebouwen maakt dat ze geschikt zijn voor deze opgave. Zie: www.kettinehuls.com

Werkstatt architecten (Eindhoven) - Startend bureau van Niels Groeneveld en Raoul Vleugels. Zij werken bij grotere opgaven in een netwerk samen met andere bureaus. Beiden zijn cum laude afgestudeerd aan de TU Eindhoven. Zij hebben eerst ervaring opgedaan bij erkende bureaus in binnen- en buitenland, waar ze aan diverse projecten gewerkt hebben. - Ze hebben elkaar gevonden in de passie voor een duurzame gezonde architectuur na zelf ervaring opgedaan te hebben in meer hightech bureaus. Kortom, ze zijn thuis in beide architectuurbenaderingen. Het bureau heeft een eigen werkplaats waar ze ook hands-on modellen en prototypes maken. - Van de drie bureaus het kleinste bureau maar met kennis in specifieke niche. Na het realiseren van een aantal kleinere gebouwen is deze schoolopgave een volgende stap in de ontwikkeling. - Zie: www.werkstatt.nu

NB Architecten (Best). Lokaal bureau uit Best met lange ervaring. Bureau met ongeveer 15 medewerkers. Het bureau heeft aantal járen geleden de omslag gemaakt naar een meer duurzame benadering van het vak. Het toetreden van een jonge bureaupartner heeft deze verandering in werking gezet. Bouwervaring met projecten van diverse omvang, gecombineerd met een nieuwe meer circulaire benadering. De kennis die NBA inbrengt op dit gebied kan aanvullend zijn voor alle drie de bureaus. - Zie: www.nbarchitecten.nl

21

5. Fase 2: ontwerpend onderzoek

5.1. Inleiding Na de inventarisatie (zie hoofdstuk 4) zijn de toekomstmogelijkheden voor De Zevensprong onderzocht in de vorm van een ontwerpend onderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd tussen 4 maart en 19 mei 2021, door drie architectenbureaus: KettingHuls, Werkstatt en NB Architecten, (Zie par. 4.5.) De werkwijze van Mevrouw Meijer is reeds geïntroduceerd (zie par. 2.2.). Hier willen wij specifiek ingaan op de methode van het 'ontwerpend onderzoek'. Dit is een werkwijze waarbij architecten als onderzoekers optreden. Zij analyseren het bestaande gebouw, leggen sterke en zwakke punten bloot, en wijzen aanknopingspunten voor de toekomst aan. Zij laten vervolgens in een ontwerp zien wat er mogelijk is. Doordat er meerdere mogelijkheden naast elkaar worden uitgewerkt, krijgt de school een goede indruk van de keuzeruimte, en van de kenmerken van elke keuze. De drie architecten werken nadrukkelijk niet in onderlinge competitie; hun ontwerpen vullen elkaar aan of contrasteren met elkaar, en tijdens het proces kunnen ze van elkaar leren. Dankzij een open en participatief proces zorgt Mevrouw Meijer ervoor dat alle betrokkenen in dit onderzoek kunnen meedenken en meepraten. In deze fase worden zij ook bij het ontwerpproces betrokken. Dit gebeurt op drie momenten. Tijdens de startbijeenkomst presenteren alle betrokkenen hun ervaringen, wensen en vragen, en ze wisselen ideeën uit.

Deze bijeenkomst is bedoeld om de architecten met zoveel mogelijk informatie te voeden. Tijdens de tussenpresentatie, halverwege het onderzoek, presenteren de architecten hun analyse van het gebouw en hun voorgenomen aanpak. Alle betrokkenen kunnen hierop reageren, ook de architecten onderling, als input voor het resterende onderzoek. Tijdens een workshop met gebruikers worden de plannen nog eens grondig doorgenomen met het betreffende architectenbureau apart. Tijdens de eindpresentatie presenteren de architecten hun ontwerp en reageren de betrokkenen. Parallel aan, en na afloop van, het ontwerponderzoek vindt een calculatie van de kosten plaats door bouwkostenbureau Winket. Het ontwerpend onderzoek duurt drie maanden. De afsluiting vond plaats op 19 mei 2021. In dit hoofdstuk worden de drie ontwerpen beschreven. Voor de financiële beoordeling zie hoofdstuk 6. Tenslotte sluit Mevrouw Meijer af met een bespreking van de drie ontwerpen aan de hand van de eerder opgestelde criteria. Voor uitgebreidere documentatie en discussieverslagen zie de bijlagen 3 en 4.

22

5.2 Scenario 1, KettingHuls KettingHuls besloot na bestudering van het bestaande gebouw om af te wijken van het zoekgebied in het scenario. De tweelaagse uitbreiding komt in de lengte naast het bestaande schoolgebouw, parallel aan het sportterrein.

lam

iN |L. f' ļ?| pļį

P'rEyl*!

□E3 gymzaal

gymzaal

i r Scenario 1, het verschil tussen het uitgangspunt (links) en de uitwerking door KettingHuls (rechts). In deze opzet hoeft er minder te worden gesloopt dan voorzien. KH noemt hiervoor twee belangrijke argumenten, (a) Vanuit het oogpunt van duurzaamheid en circulariteit is het gunstig zoveel mogelijk te handhaven, onder het motto "het groenste gebouw is het gebouw dat al bestaat", (b) De bestaande school heeft ruimtelijke kwaliteiten die bij de huidige nieuwbouwbudgetten onmogelijk kunnen worden teruggebracht. Dat geldt in het bijzonder voor de ruime, hoge en lichte klaslokalen. Het zijn kwaliteiten om zuinig op te zijn. De nieuwbouw maakt het mogelijk om het centrale deel van de bestaande school opnieuw in te delen. Momenteel wordt het 'harť van de school vooral ingenomen door bergingen, toiletten e.d.. Door deze te verplaatsen kan hier een centrale ontmoetingsruimte ontstaan die nieuw- en oudbouw tot een gebalanceerd geheel samenvoegt. De nieuwbouw verbindt de school en de buitenruimte; de 'schuur' op de kopse kant, met een openluchtlokaal op de verdieping, draagt hieraan bij. Balkons, trappen, een tribune en een glijbaan nodigen uit tot spelen en bewegen. De nieuwbouw is zo geplaatst dat omwonenden qua bezonning en uitzicht zo min mogelijk last hebben. Rond de school is veel ruimte voor sport, spel en voor moestuinen.

23

5.3 Scenario 2, Werkstatt

gymzaal

Werkstatt zet zoveel mogelijk karakter van de bestaande school voort in de nieuwe uitbreiding, zodat oud en nieuw een vanzelfsprekend geheel vormen. Kenmerkend voor het gebouw, aldus Werkstatt, is de ordening van de lokalen rond een grillig gevormde gemeenschappelijke ruimte. Deze jarenzeventig-kwaliteit leent zich nu uitstekend voor het hedendaagse onderwijs waarin naast klaslokalen behoefte is aan leerpleinen en individuele leerplekken. De bestaande gemeenschappelijke ruimte is doorgetrokken in de nieuwe vleugel over twee verdiepingen. In deze ruimte vindt zich ook de keuken en er is direct toegang tot de buitenruimte met een buitenlokaal. De vleugel met de peuterspeelzaal Korein grenst aan een besloten buitenruimte, als een beschut hofje. De bovenbouw, met de lokalen op de verdieping, heeft een eigen buitentrap naar het plein.

poort

24

5.3 Scenario 3, NBA

BEGANE GROND

NBA werkt een níeuwbouwscenario uit waarbij alle bestaande bebouwing is gesloopt (behalve de gymzaal). Doordat er geen rekening hoeft te worden gehouden met het bestaande biedt dit scenario in principe de grootste ontwerpvrijheid. NBA heeft zichzelf echter een andere beperking opgelegd door een groot deel van het gebouw uit te voeren in unitbouw. Het gaat om alle klaslokalen/groepsruimten. Het schoolgebouw bestaat in feite uit twee blokken in systeembouw (eenlaags en tweelaags) verbonden door een dubbelhoge hal. Het argument voor deze unitbouw is flexibiliteit op de lange termijn. Mocht in de toekomst de school niet meer nodig zijn, of van functie veranderen, dan kunnen de units die nu de lokalen vormen, eenvoudig hier of elders worden hergebruikt. Gekozen is voor een duurzaamheidsstrategie met een sterke nadruk op toekomstige hergebruiksmogelijkheden voor de gebruikte materialen. De consequentie voor deze vastgoedstrategie is dat het gebouw slechts beperkt, en weinig gedifferentieerd, inspeelt op de bijzondere eisen en wensen van het onderwijs. De groepsruimten hebben alle hetzelfde formaat en dezelfde vorm.

25

6. Fase 2: Financiële calculatie

6.1. Uitgangspunten Voor de financiële aspecten van het onderzoek heeft Mevrouw Meijer bouwkostenadviesbureau Winket ingeschakeld. Winket heeft op ons verzoek een rekenmodel ontwikkeld dat alle kosten van de onderwijshuisvesting meerekent. Dit model is, parallel aan het architectonisch onderzoek, ingezet om de financiële kaders helder te krijgen en de verschillende varianten door te rekenen. De financiële uitgangspunten van het onderzoek zijn eerder uiteengezet in par. 4.4. In paragraaf 6.2 volgen de belangrijkste bevindingen. De uitgebreide resultaten van het kostenonderzoek van Winket zijn opgenomen in bijlage 5. Na de inventarisatie van de technische staat van de schoolgebouwen heeft Winket een begroting gemaakt van de kosten van een basisrenovatie. Dat wil zeggen een renovatie die de gebouwen in principe weer geschikt maakt voor het gebruik als school voor een periode van 40 jaar.

6.2. Calculatie Begroting scenario's In de vorige paragraaf zijn drie ruimtelijke scenario's onderzocht. Hier worden van deze drie scenario's de te verwachten kosten en milieulasten berekend, zowel van de investeringen als van het energiegebruik (voor verwarming, ventilatie etc.) en het (bouwkundig en installatietechnisch) onderhoud. Voor elk scenario is naast de bouwkosten ook het broeikaseffect ('Global Warming Potential' volgens NEN-EN 15804) begroot. Dit is van belang in verband met de beleidsdoelstellingen van de Gemeente, het Rijk en de Europese Unie aangaande de C02-reductieZklimaatproblemen. Voor een goede afweging in dit verband moet de C02-impact van de investering afgezet worden tegen de C02-impact van het energiegebruik in exploitatieperiode van de verschillende scenario's. Als referentie zijn op basis van de VNG-rekenregels de budgetten berekend voor een genormeerde nieuwbouw, passend bij het aantal leerlingen (en kinderen in de kinder­ opvang). Ook hier berekeningen voor investeringen, energiegebruik en onderhoud. Vervolgens is een schatting gemaakt van de bij die budgetten behorende C02-impact. 26

Hieronder een overzicht van de kosten en de C02-impact van de onderzochte scenario's (prijspeil 1-1-2021). Balansventilatie Triple-glas Investering Investering in 96 Kapitaalslast/jaar Energie ì jaar Onderhoud 1 jaar Jaarlijkse last totaal Jaarlijkse last 1 m2 TCO-30 in 96 C02-lnvestering CO2-30 jr energie CO2-30 jr onderhoud Totaal C02-emissie C02-emissie in 96

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Nieuwbouw

Ketting-Huls

Werkstatt

NBA

budget cf VNG

2.086 m2 bvo

2.222 m2 bvo

2.282 m2 bvo

2.365 m2 bvo

5.092.000 Ê 5.377.000 C 6.232.000 C 5.675.000 9596 11096 10096 9096 e Ê

195.352 17.624 66.929 279.905 134 8896

206.286 18.289 66.714 291.289 131 9296

239.087 14.712 69.254 323.053 142 10296

1.241 1.184 408 2.833 8196

1.393 1.229 413 3.034 8796

1.598 984 426 3.008 8696

C C C C C

217.718 20.694 78.636 317.048 134 10096 1.570 1.395 540 3.505 10096

Wat betreft investeringskosten blijft scenario 1 zo'n 1096 onder het budget voor nieuwbouw en scenario 2 zo'n 596, terwijl scenario 3 ca. 1096 boven het investeringsbudget uitkomt. Kijken we echter naar het totaal van de jaarlijkse lasten, dan zien we dat scenario 1 ca. 1296 onder het normbudget blijft, scenario 2 ruim 896 en scenario 3 een kleine 296 erboven. Dat de scenario's op energie en onderhoud goed scoren komt enerzijds doordat in alle plannen hoog ingezet is op energiezuinigheid. Anderzijds zijn de budgetten voor energie en onderhoud (nog) afgestemd op qua energie en onderhoud minder goede prestaties dan met de huidige bouwpraktijk gerealiseerd kunnen worden. Opmerkelijk is, dat scenario 3 duidelijk lagere energielasten heeft dan scenario 1 en 2, maar dat dat voordeel niet opweegt tegen de hogere (kapitaalslast van de) investering. De C02-emissies zijn weergegeven in tonnen (1.000 kg) C02 voor een periode van 30 jaar vanaf de (ver-) bouw. Uiteraard geldt: hoe minder C02-uitstoot, hoe beter dat is voor de klimaatdoelen. Alle scenario's scoren gunstig in vergelijking met de referentie. Scenario 2 en 3 ontlopen elkaar niet veel: 13 à 1496 beter dan de referentie. Scenario 1 scoort nog beter: 1996 minder C02-uitstoot dan de referentie. Bij scenario 3 ligt het vooral aan het lage energieverbruik.

Bij scenario 1 en 2 vooral aan de lagere C02-uitstoot van - materiaalgebruik en processen van het (ver-) bouwen. Daarbij speelt bij scenario 1 ook nog een rol, dat de binnenruimten in het plan extra compact gemaakt zijn met meer buitenruimte (balkons e.d.), aansluitend bij de onderwijsvisie. Dat is ook nog eens gunstig voor de energiehuishouding. Minder duurzame varianten in de bijlage 5 In dit hoofdstuk staan de getallen voor de meest duurzame varianten van de scenario's, aansluitend bij de duurzaamheidsambities van de gemeente. In bijlage 5 zijn ook de getallen 27

van de minder duurzame varianten te zien. Investeringskosten zijn in alle gevallen marginaal lager, maar het totaal van de jaarlijkse lasten blijft nagenoeg gelijk (door de verschillen in energieprestaties). De C02-uitstoot is bij de minder duurzame varianten hoger, zeker als afgezien wordt van balansventilatie. Actuele ontwikkelingen van bouwkosten Door mondiale tekorten in het aanbod van (bouw-)materialen zijn er sinds het begin van dit jaar enorme prijsstijgingen van de bouwkosten. Die lopen op tot 1596 en in sommige gevallen zelfs tot 3096 bouwkostenstijging ten opzichte van de prijzen van begin dit jaar. Deze prijsstijgingen zijn in bovenstaande getallen niet verwerkt; niet in onze begrotingen, maar ook niet in de budgetten volgens het VNG-rekenmodel voor bekostiging van scholenbouw. Hieronder zijn de investeringsbudgetten voor de verschillende scenario's berekend op basis van een bouwkostenstijging van 1596 en 3096 Daarbij is aangehouden, dat 8596 van de investeringskosten direct door de bouwkostenstijging wordt beïnvloed (het gaat om posten zoals BTW, leges e.d.). Investeringskosten bij een bouwkostenstijging van 1596 Scenario 1

Investering Investering in 96

Scenario 2

Scenario 3

Nieuwbouw

Ketting-Huls

Werkstatt

NBA

budget cfVNG

2.086 m2 bvo

2.222 m2 bvo

2.282 m2 bvo

2.365 m2 bvo

C 5.741.000 6 6.063.000 C 7.027.000 C 6.399.000 9096 9596 11096 10096

Investeringskosten bij een bouwkostenstijging van 3096

Investering Investering in 96

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Nieuwbouw

Ketting-Huls

Werkstatt

NBA

budget cfVNG

2.086 m2 bvo

2.222 m2 bvo

2.282 m2 bvo

2.365 m2 bvo

f 6.390.000 C 6.748.000 ê 7.821.000 C 7.122.000 9096 9596 11096 10096

28

7. Bespreking door Mevrouw Meijer

7.1. Uitgangspunten De drie architectenbureaus hebben dezelfde opgave op uiteenlopende wijzen benaderd aan de hand van 3 scenario's. Dit leidt tot drie verschillende concepten die een leidraad kunnen vormen voor de gedachtevorming en de keuze door het schoolbestuur, de school en de gemeente. Beoordeling per criterium In april 2021 zijn voor de beoordeling van de ontwerpen 8 criteria opgesteld. Wij nemen deze criteria hier als ijkmaat. Wij hebben op één punt de volgorde veranderd door 'Draagvlak' van 2 naar 5 te verplaatsen. Hierdoor ontstaat een logischer opbouw. Bij de criteria 1 t/m 4 geven wij ons oordeel over de ontwerpen. Bij criterium 5 wordt het oordeel vermeld van de direct betrokkenen bij de school. De criteria 6 t/m 8 vormen een feitelijke check van het programma, kosten, milieulast en ruimte/kosten-verhouding:

1. Onderwijskundige visie. 2. Ruimtelijke kwaliteiten. 3. Flexibiliteit. 4. Omgeving. 5. Draagvlak. 6. Programma. 7. Kosten en milieulast.

8. Ruimte/kosten-verhouding.

7.2

Beoordeling per criterium

1. Onderwijskundige visie.

Hoe passend is de ruimtelijke organisatie van het ontwerp op de voorgestelde onderwijskundige visie? De onderwijskundige visie is nog in ontwikkeling, en er is dus een wisselwerking mogelijk in de gedachtevorming over de visie en het gebouw. Welke aanknopingspunten bieden de ontwerpen voor wijziging of verfijning van de onderwijskundige visie? Kernpunten van de visie zijn de groene school, en de vorming van een kindcentrum met een 'knip' bij de leeftijd van 6 jaar (0-6 en 6-12 jaar). Samen betekent dit een groen kindcentrum waar leren en spelen ook in de groene buitenomgeving plaats vindt. De basis is de eigen 29

groep maar groepoverschrijdend werken moet mogelijk zijn. Het lesprogramma wordt georganiseerd op basis van activiteiten, niet op basis van leeftijd. De school wenst goede vaklokalen voor handvaardigheid en techniekonderwijs. Onder-, midden- en bovenbouw zijn georganiseerd rond eigen leerpleinen, en er is een gemeenschappelijke keuken en koffieplek in het hart van de school. Groene school: -

Algemeen: Alle drie ontwerpen laten een verwevenheid zien met de groene buitenruimte, niet alleen van het eigen schooiert maar ook het aangrenzende park en sportveld. Door de hekken te laten vervallen lopen erf en park in elkaar over.

-

Lokalen en buitenruimte: Bij alle drie zijn de lokalen op de begane grond direct met deuren gekoppeld aan de buitenruimte. Bij KettingHuls zijn ook de lokalen op de verdieping buitenlangs bereikbaar.

-

Buitenlokaal: Alle drie voorzien in een buitenlokaal. Het meest prominent gebeurt dit bij KettingHuls, met een buitenlokaal op de verdieping van de 'schuur', met de uitstraling van een veranda. Deze plek biedt ook beschutting.

-

Werkstatt heeft een overdekte speelruimte op de begane grond die deels als lesplek kan worden ingezet. Op de verdieping is dit een open terras dat aansluit op het leerplein van de bovenbouw en ook als lesplek in gezet kan worden. NBA architecten heeft op de eerste verdieping een balkon dat via het trappenbordes aan het einde van de gang bereikbaar is. Dit kan ook als buitenlesruimte ingezet worden. Plan kettinghuls is een overdekte ruimte die ook meer beschutting biedt.

-

Schooltuinen: KettingHuls heeft de schooltuin een prominente plaats gegeven bij de hoofdentree. De andere bureaus hebben geen plek aangewezen waar schooltuinen het beste een plek kunnen vinden.

-

Spelen en sporten: Bij KettingHuls zijn buitenspelen, buitensporten en schooltuin geïntegreerd in het plan. De 'schuur' op de kop van de nieuwbouw functioneert tevens als poort van het park naar het erf. De nieuwbouwvleugel met veranda ligt langs het sportveld en kan dienst doen als tribune. Zowel NBA architecten als Werkstatt leggen de nadruk op het groene spelen - NBA doet dit door buitenbergingen en schuur te verdelen over het terrein (niet eigen terrein) zodat diverse activiteiten verspreid een plek vinden. Werkstatt heeft geen verdere uitwerking gemaakt van de buitenruimte, alleen in de directe omgeving van de school.

-

Overig: NBA ziet de centrale hal van de school als een schakel in een doorgaande looproute tussen het bos en de buurt ('Walk-ln School'). Het is de vraag of dit te combineren is met de functie van de hal als speellokaal en hart van de school met bibliotheek etc.

Opdeling in onder-, midden- en bovenbouw, knip bij 6 jaar: -

KettinaHuls, onderbouw: De leeftijdsgroep 0-6 jaar is ondergebracht in het bestaande gebouw. De ruime lokalen voldoen aan de gewenste m2 en de extra hoogte maakt een speelhuis met insteekvloer mogelijk. Het centrale deel van de bestaande school wordt opengebroken en ingezet als speelleerplein voor 0-6 jaar. Dit speel/leerplein staat niet in direct contact met de buitenwereld en buitenruimte. Met in het midden een centrale 30

ontmoetingsruimte voor de hele school die ook grenst aan de entree van de midden- en bovenbouw.

Middenbouw: De groepsruimten van de middenbouw zijn op de begane grond van de nieuwbouw. Het zijn ruime lokalen, terwijl de gang fungeert als leerplein. Dit herhaalt zich op de verdieping.

Bovenbouw: De groepsruimten van de bovenbouw zijn op de verdieping boven de middenbouw.

Overig: De keuken bevindt zich in het nieuwbouwdeel. Deze kan desgewenst worden gekoppeld aan de centrale ruimte, of meer in de buurt van de schuur een plek vinden. Het handvaardigheidslokaal grenst op de verdieping aan het buitenlokaal in de schuur, waardoor binnen en (overdekt) buiten werken mogelijk is. Indien gewenst kan het handvaardigheid lokaal ook meer gekoppeld worden aan het hart van de school.

Werkstott, onderbouw: In dit ontwerp gaat een kind als het ware op reis door het hele gebouw. Kinderopvang en onderbouw zijn geplaatst in de nieuwbouw aan de zuidzijde. De kinderopvang heeft in een eigen entree en patio, en daarmee een afgeschermde en deels overkapte buitenruimte. Het speelplein voor de kinderopvang grenst aan het speel/leerplein van de onderbouw en kan indien gewenst gekoppeld worden. Dit speel/leerplein grenst weer aan een afgeschermde buitenruimte. Zo is de doorlopende lijn van 0-6 jaar als eenheid herkenbaar en beleefbaar in de school.

Middenbouw: De middenbouw zit in het bestaande deel van de school, in lokalen gegroepeerd rond een opdeelbaar leerplein, met diverse afgesloten ruimten (voorlees, instructie, stilte). Bibliotheekmeubels schermen het leerplein af van het centrale hart.

Bovenbouw: De bovenbouw op de eerste verdieping is bereikbaar via de centrale trap. Vanuit de middenbouw heb je zicht op deze trap, en daarmee op je eigen volgende stadium. Op de bovenverdieping is een logische scheiding tussen de loopzone langs de lokalen en een zone met kleinere en grotere werkplekken.

Overig: De meanderende vorm van de verkeersruimte zorgt voor een gedifferentieerd leerplein. Het hart van de school wordt gevormd door de keuken als bindend element voor alle groepen. Het handvaardigheid lokaal bevindt zich op de begane grond in de buurt van de middenbouw, met openslaande deuren naar de buitenruimte.

NBA, onderbouw: De onderbouw ligt aan de zuidzijde. Alle groepsruimten liggen aan een rechthoekig speel/leerplein dat daarmee ingesloten is en geen contact met buiten maakt. Via een doorgang is dit verbonden met de centrale hal.

Middenbouw: De middenbouw ligt op de begane grond aan de noordzijde, met een deels excentrisch gelegen leerplein dat grenst aan de centrale hal, naast de tribune annex trap naar de verdieping. De tribunetrap en een element met het mindervalide toilet schermen het leerplein deels af van de centrale hal.

Bovenbouw: De bovenbouw ligt op de verdieping boven de middenbouw, en heeft een excentrische omloop als leerplein met zicht op de hal. Opvallend is dat de leerpleinen c.q. werkplekken voor de midden- en bovenbouw vooral zijn georiënteerd op de centrale hal, en minder in contact staan met de groepsruimten waartoe zij behoren.

31

Overig: De centrale hal is het centrum van de school waarin diverse nevenfuncties een plek krijgen. De tribune trap is daar ook op gericht. De keuken/koffieruimte ligt iets meer excentrisch van de hal en grenst aan het leerplein van de middenbouw.

2. Ruimtelijke kwaliteiten.

Ruimtelijkheid, daglichttoetreding, natuurlijke ventilatie,... De kwaliteit van de architectuur,... Buitenruimte, schoolerf,... Ruimtelijk hebben de plannen alle drie een kenmerkende typologie.

Ketting HuIs: Duidelijk verschil in typologie en ruimtelijke organisatie tussen de bestaande school en de uitbreiding. Door verplaatsing van een aantal kleinere ruimten (bergingen, toiletten,...) wordt een grote centrale ruimte gecreëerd. Aan drie zijden liggen hieraan de lokalen van de bestaande school (met kinderopvang en onderbouw), aan de vierde zijde ligt de toegang tot het nieuwbouwdeel. Het nieuwbouwdeel met midden- en bovenbouw heeft een eigen typologie zodat het verschil tussen de school uit de járen zeventig en nu zichtbaar is. Het is een langgerekt volume met lesruimten op een rij aan een brede gang, die op de begane grond deels grenst aan het centrale hart van de school. Onderbouw en kinderopvang hebben hierdoor een duidelijk andere ruimtelijke typologie dan het bouwdeel van de midden- en bovenbouw. De bestaande en nieuwe delen krijgen in het interieur dezelfde afwerking waardoor de sferen aan elkaar worden gekoppeld. Het nieuwbouwdeel wordt overduidelijk als skelet vormgegeven en herkenbaar. De bestaande bouw is deels ook en skelet maar niet als zodanig herkenbaar.

Werkstatt: heeft in het ontwerp ernaar gestreefd om bestaand en nieuw zo logisch mogelijk in haast een vergelijkbare typologie aan elkaar te koppelen. Lesomgeving en algemene ruimten vormen een meanderende doorlopende vorm die versmalt en verbreedt. Het verschil tussen bestaande bouw en nieuwbouw zal herkenbaar blijven, maar is ondergeschikt. Door de ruimtelijke koppeling en afwerking van de binnenwanden en het bijbehorend meubilair streeft Werkstatt ernaar het gebouw als één geheel te ervaren, met één ruimtelijk concept. Het nieuwbouwdeel wordt nadrukkelijk als skelet vormgegeven en herkenbaar. De bestaande bouw is deels ook en skelet maar niet als zodanig herkenbaar.

NBA: de typologie wordt voor een belangrijk deel bepaald door de keuze om de blokken met groepsruimten uit te voeren in unitbouw. De blokken met groepsruimten zijn via gangzones en het leerplein aan de centrale hal gekoppeld. Door de bouwwijze maken de lokalen een uniforme indruk.

32

De hal is daarentegen expressief vormgegeven. De hal heeft een vrije vorm die wordt bepaald door een groot schuin zwevend dak. Er is daarmee een extreem verschil in beleving tussen de centrale hal en de rest van de school.

3. Flexibiliteit.

De gebruikseisen van een school veranderen regelmatig. Dat gebeurt onder invloed van de onderwijskundige visie, van leerlingenaantallen, van externe wensen zoals kinderopvang, medegebruik door de buurt, en tal van andere factoren. Dat zal ook in de toekomst gebeuren. Heeft het ontwerp een ingebouwde flexibiliteit waardoor het gebruik in de loop der tijd gemakkelijk kan veranderen? KettinaHuls en Werkstatt: beide gaan voor het nieuwbouwdeel uit van een houten skelet met invullingen. Dit maakt het mogelijk en betrekkelijk eenvoudig om in de toekomst ruimten groter en kleiner te maken, te koppelen of te ontkoppelen, als dit vanuit de onderwijskundige visie gewenst is. De plek van de toiletruimten kan soms bepalend zijn voor de mate van de flexibiliteit. Doordat de toiletgroepen verdeeld zijn in meerdere kleine units in overgang lesruimte gang staan die een volledige vrije indeling in de weg bij KettingHuls.

NBA: hanteert een ander concept van flexibiliteit door het gebouw op te bouwen uit herbruikbare units. Mocht de school in de toekomst overbodig zijn of van functie veranderen, dan kunnen deze units naar een andere locatie worden verplaatst. De keerzijde is dat er tot die tijd binnen de school geen eenvoudige aanpassingen mogelijk zijn. De onderwijskundige flexibiliteit is daarmee gering.

4. Omgeving.

Hoe past het gebouw in de stedenbouwkundige setting? Past het binnen het bestemmingsplan? Is de uitstraling van de totale massa opbouw en gevelcompositie een juist antwoord op de plek? Hierover heeft in de eerste plaats de afdeling stedenbouw een opinie, maar ook de gebruikers van de school en de buurt. -

Kavel en bestemmingsplan: Alle drie de ontwerpen passen met de hoofdmassa binnen de grenzen van het eigen terrein. In de opzet van BLA architecten is een aantal kleinere gebouwtjes ook deels buiten de kavel geplaatst. Mocht een probleem zijn is het binnen de kavel wel op te lossen. Bebouwingshoogtes passen binnen het bestemmingsplan.

-

Plaatsing tweelaaas deel: Alle drie de plannen hebben een deel van de bouwmassa in twee lagen. Waar deze gelegen is hangt samen met de voorgestelde scenario's. Het scenario dat door Werkstatt is uitgewerkt heeft de hoogste bouwmassa aan de zuidzijde staan. In het scenario van KettingHuls architecten staat de hogere massa tegen het 33

sportveld aan de oostzijde van de kavel. Deze oplossing is een bewuste keuze door het voorgestelde scenario anders uit te werken waardoor meer van het bestaande gebouw gehandhaafd blijft. In het nieuwbouwscenario van NBA architecten is het hoogste volume bijna in lijn met de bestaande gymzaal geplaatst. Hiermee ontstaat aan de noordzijde een lange dubbelhoge massa. Van de drie scenario's is het scenario van Werkstatt het meest aanwezig voor de bestaande bewoners, omdat hierbij de hoge bouwmassa het meest dicht bij de bestaande huizen komt. Het scenario van KettingHuls belemmert het zicht van de omwonenden het minst. -

Entrees: Alle drie de plannen hebben in de opzet twee entrees gemaakt. De eerste entree zit globaal op de plek waar deze nu ook zit naast de gymzaal. De tweede entree ligt ertegenover aan de parkzijde.

-

Brenaen/holen, fietsoarkeren: Door vanaf het fietspad Haasje over ook een afslag te maken met fietsparkeerplekken aan de parkzijde zoals voorgesteld door KettingHuls vindt er een betere spreiding plaats. Deze oplossing kan op alle drie de plannen worden toegepast. Hierdoor ontstaat een veiliger situatie bij het halen en brengen omdat verkeerstromen meer gescheiden kunnen worden.

-

Parkeren: Het grotere programma op deze locatie vraagt een flink aantal extra parkeerplekken en meer plekken om het halen en brengen van de kinderen soepel te laten verlopen. De afdeling verkeer van de gemeente Best heeft een aantal scenario's getekend met parkeer oplossingen, (deze zijn aangeleverd na de eindpresentaties van de architecten dus niet verwerkt in de plannen). Daarin is getekend hoe deze parkeerplekken gerealiseerd kunnen worden. De plekken voor het halen en brengen zijn in de openbare ruimte geplaatst. De extra parkeerplekken moeten op eigen grond gerealiseerd worden. Door het grote ruimte beslag dat dit inneemt is de nadelige invloed op het ene scenario groter dan op het andere. Het scenario van KettingHuls heeft het minste last van de verschillende oplossingen omdat de nieuwe bouwmassa volledig aan de oostzijde is geplaatst en het parkeren aan de west en zuidzijde van de kavel moet worden opgelost.

5. Draagvlak.

Hoe groot is het draagvlak bij de gebruikers, primair bij de directie en het team? Het gaat hier niet alleen om onderwijskundige aspecten, maar ook over de kwaliteiten als verblijfsgebouw, welbevinden en praktische gebruikservaringen. Hierover hebben de directie en het team een oordeel, terwijl ook meningen van leerlingen en ouders kunnen worden gepeild. Tijdens de presentaties en extra overleggen op de school hebben de teamleden van school en kinderopvang volop meegesproken over de plannen en naar de plannen gekeken. Ouders waren deels ook aanwezig bij de presentaties. De tekeningen en maquettes zijn na de eindpresentaties op de school gebleven en zijn daar nog besproken. In een aantal sessies onder begeleiding van Mevrouw Meijer zijn de plannen verder doorgesproken, mede op basis van de criteria in deze lijst. 34

6. Programma.

De ontwerpen worden getoetst aan het programma van eisen en wensen. Zijn alle gevraagde functies naar behoren ondergebracht? Hoeveel m2 biedt het ontwerp? Zijn er oplossingen bedacht die extra programma mogelijk maken binnen de gestelde m2 -

Gymzaal: Vergeleken met het oorspronkelijke PvE is de speelzaal vervallen en blijft de gymzaal behouden. De inrichting van de gymzaal vraagt nog aanpassing; dit zal in de verdere uitwerking worden meegenomen.

-

Oppervlakte: Alle ontwerpen komen in de buurt van het aantal m2 volgens het PvE.

-

Groepsruimten: Het aantal groepsruimten en de grootte komt overeen met het PvE. Vooral de vormgeving van speelleerpleinen en algemene voorzieningen is per plan anders uitgewerkt.

-

Bij het plan van Kettinghuls is de onderbouw en de opvang ondergebracht in het gerenoveerde deel en zijn alle groepsruimten rond één centrale ruimte gegroepeerd die als speelleerplein functioneert maar ook wat gemeenschappelijke voorzieningen voor de hele school door het hergebruik van oude puien zijn verschillende zones ingedeeld. Deze ruimte biedt daarmee een divers inzetbare algemene ruimte die het hart van de school vormt. Voor de middenbouw en bovenbouw zijn de leerpleinen deel van de brde gang en loiggen de werkplekken recht tegenover de lokalen verdeeld in kleine groepjes. Een extra kwaliteit boven op het pve is dat alle lokalen een eigen buitenruimte in de vorm van een overdekt balkon of terras. Op de kop is een mooi buitenlokaal met zicht op het groen gelegen. In het plan van Werkstatt is de algemene ruimte vormgegeven met een meanderende vorm die je vanuit de opvang via de onderbouw naar de midden bouw en uiteindelijk de trap op naar de verdieping brengt waar de bovenbouw groepen zitten. Door op een aantal plekken deze ruimte te verbreden ontstaan de diverse leerpleinen voor de verschillende leeftijdsgroepen. De ruimte heeft daarmee een hoge belevingswaarde. De plek waar de beide entrees en de centrale trap zich bevinden voelt als het hart van de school. Het is ook daar waar de keuken is en gegeten en gedronken kan worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10457377/1