CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Zoggelsestraat 74_Toelichting

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Zoggelsestraat 74, Heesch'17.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De voorgestelde plannen moeten aansluiten bij de bestaande ruimtelijke en stedenbouwkundige structuur van de kern.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

30

•

Bij de inrichting van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de kwaliteiten en structuren in het gebied en de omgeving.

•

Onderhavige ontwikkeling is passend in de structuurvisie Bernheze.

•

Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen is het uitgangspunt zorgvuldig met de ruimte om te gaan.

•

De natuurlijke ondergrond en de historisch gegroeide structuur van Bernheze moeten meegenomen worden bij de planvorming.

Onderhavige ontwikkeling, welke de functie ‘Wonen’ betreft, sluit aan bij de huidige stedenbouwkundige structuur. Die kan getypeerd worden als een bebouwingslint. Doordat er één woning aan het lint wordt toegevoegd (in de vorm van een bijgebouw) en bestaande doorzichten zoveel als mogelijk blijven behouden kan gesproken worden van aansluiting van het plan op de huidige stedenbouwkundige structuur. Aangezien herstel van cultuurhistorische waarden onderdeel zijn van de planvorming en een bestaand agrarisch bouwblok worden opgeheven wordt zowel voldaan aan de eis zorgvuldig ruimtegebruik als de kwaliteiten en structuren van het gebied en de omgeving. Met onderhavige ontwikkeling wordt voldaan aan de structuurvisie Bernheze.

3.3.3

Woonvisie 2022-2026

In samenwerking met onder andere woningcorporaties, huurdersorganisaties, dorpsraden, zorg- en welzijnsinstellingen heeft de gemeente Bernheze een woonvisie opgesteld. Deze is op 2 november 2021 door de gemeenteraad van Bernheze vastgesteld. Met deze woonvisie wordt ingezet op betaalbaarheid, waarbij de aandacht hoofdzakelijk wordt gericht op de doelgroepen senioren, jongeren en jonge gezinnen. In 2021 zijn de woonwensen en -behoeften van de inwoners gepeild middels presentaties en bijeenkomsten. De uitkomsten van dit specifieke onderzoek, alsmede het gebruik van diverse algemene onderzoeken (Woonwensenonderzoek 2019 Bernheze, Woonwensen onderzoek 2019 van de regio Noordoost Brabant en de regionale woningmarktmonitor 2020), zijn gebruikt voor het opstellen van de nieuwe woonvisie. Deze spitst zich toe op vijf thema’s: 1. Voldoende woningen bouwen, snel en voortvarend o

In de periode tot en met 2026 worden er 1.160 woningen toegevoegd.

o

Er wordt in ieder kern gebouwd.

o

Er wordt ingezet op woningbouw op inbreidings- en op uitbreidingslocaties.

o

Meer regie op de woningbouwproductie.

o

De keten van idee naar uitvoering waar mogelijk versnellen.

o

Voorrang aan grotere woningbouwplannen.

2. De juiste woningen op de juiste plek Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

31

o

Focus op betaalbaarheid.

o

Meer woningen voor jongeren en senioren.

o

Meer variatie in het woningaanbod.

o

Maatwerk per kern.

o

Openstaan voor experimenten in woonvormen en gronduitgiften.

o

Meerdere, uiteenlopende doelgroepen in één woningbouwontwikkeling.

o

Een bij de behoefte passend woningbouwprogramma.

o

Steviger regie voeren op de programmering en realisatie (in aantal en kwalitatief).

o

‘’Out of the box” denken voor aanvullend instrumentarium.

o

Committeren aan de taakstelling voor vergunninghouders.

o

RvR-woningen anders insteken: clusteren in kernrandzone, een gevarieerder programma dat voldoet aan de woonvisie, dus: meer betaalbaar, woonzorg en alternatieve woonvormen.

3. Toekomstbestendig en duurzaam Duurzame bestaande voorraad en nieuwbouw: o

Energieneutraal in 2050.

o

Nieuwbouw BENG en gasloos.

o

De hele woningvoorraad van het gas af in uiterlijk 2050.

o

Op kortere termijn focus op no regret maatregelen.

o

In 2030 heeft het woningbestand van iedere corporatie gemiddeld energielabel A en zijn alle sociale huurwoningen waar mogelijk voorzien van zonnepanelen.

Wonen en zorg: o

Alle inwoners leven in een veilige thuissituatie.

o

Voldoende woonaanbod om mensen met en zonder zorgvraag zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen laten wonen.

o

Samenwerking met betrokken partijen intensiveren.

4. Maatwerk voor onze kernen o

Voldoende en de juiste woningen bouwen in iedere kern.

o

Werken aan een toekomstbestendige woonomgeving, fysiek en sociaal.

o

Ontmoeten stimuleren.

o

Samenwerken met Dorpsraden voortzetten.

5. Samenwerken aan uitvoering In deze woonvisie zijn per dorp ook accenten gelegd. Voor Heesch zijn dit, per thema, de volgende accenten. o

Uitgangspunt op basis van notitie ‘Bouwen voor de Toekomst’: vergroten voorraad woningen met 580 woningen

o

Gevarieerd programma conform differentiatie woningbouwprogramma

o

Nieuwbouw van circa 175 sociale huurwoningen

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

32

o

Project opzetten met mix voor jongeren en ouderen

o

In totaal is 20 tot 25% van de nieuwe woningen levensloopbestendig en/of bestaat uit nieuwe woonzorgconcepten

o

Kleinschalige collectieve woonzorgvormen en hofjeswoningen nabij bestaande zorglocaties en voorzieningen, en in woonboerderijen

o

Langer thuis wonen mogelijk maken

o

Huiskamers in de wijken (geclusterd wonen of ruimtes maken dan wel aanwijzen voor ontmoeten)

De ontwikkeling vindt aansluiting bij de woonvisie in die zin dat aandacht zal worden besteed aan duurzaamheid en levensloopbestendigheid. Dit zal zichtbaar worden in het gebruik van o.a. duurzame materialen. Onderhavig plan is in lijn met de woonvisie 2022-2026

3.3.4

Welstandsbeleid

In de gemeente Berheze zijn veel gebieden welstandsvrij. Voor enkele locaties blijft welstandstoezicht wel van toepassing. Dit geldt voor cultuurhistorische waardevolle gebieden die het bijzondere karakter van Bernheze bepalen. Er zijn in deze nota 15 gebieden aangewezen waar welstandseisen gelden. De welstandseisen zijn samengebracht in drie gebiedstypen: • • •

het agrarisch cluster; het historisch dorpscentrum; de woningbouw uit de wederopbouwperiode.

Onderhavige ontwikkeling ligt niet in één van deze welstandsgebieden. Zie daartoe de uitsnede van de kaart die bij de welstandsnota hoort hieronder. De locatie is met een rode pin aangeduid.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

33

Dit betekent dat de welstandscommissie de omgevingsvergunning niet toetst.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

34

4

Milieuhygiënische aspecten 4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan, zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan. 4.2 Akoestiek Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Woningen worden als geluidgevoelige objecten aangemerkt.

Consequenties Wegverkeerslawaai Een woning is een geluidgevoelige bestemming en dient – als geen sprake is van situering ervan in een geluidszones - in het kader van een goede ruimtelijke ordening te worden onderzocht. Dit is dan ook gebeurd. Nipa milieutechniek heeft een onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd (zie bijlage 4 bij deze toelichting). De conclusies van dat onderzoek zijn hieronder weergegeven. “De nieuwe woonbestemming is gelegen in de wettelijke geluidzone (= akoestisch aandachtsgebied) van de Zoggelsestraat in Heesch, gemeente Bernheze. De geluidbelasting op de maatgevende gevels van de woonbestemming vanwege het verkeer op de Zoggelsestraat inclusief de correctie ex art. 110g van de Wet geluidhinder, bedraagt ten hoogste 45 dB. Bij deze locatie wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van wegverkeerslawaai van 48 dB. Een procedure voor een hogere waarde voor de nieuwe bestemming is niet van toepassing. Met de berekende geluidbelastingen tot ten hoogste 47 dB is het woon- en leefklimaat in de woning zonder nader onderzoek gewaarborgd.”

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

35

Industrielawaai In de omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven gelegen die een belemmering kunnen vormen voor onderhavige ontwikkeling. Andersom vormt de ontwikkeling geen belemmering voor eventueel omliggend gelegen bedrijfsfuncties. Het dichtsbij gelegen bedrijf is een intensieve veehouderij (Bosschebaan 27, Heesch) op meer dan 200 meter van het plangebied. Voor dergelijke bedrijven geldt op basis van de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ een richtafstand van maximaal 50 meter voor geluid. Deze richtafstand wordt gehaald. Rail of luchtverkeerlawaai Er is geen onderzoek naar rail- en luchtverkeerslawaai uitgevoerd, omdat de ontwikkeling niet is gelegen in de geluidszone van een spoorweg of aanvliegroute van een vliegveld. Onderzoek hiernaar is derhalve niet nodig. Akoestiek vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en omliggende functies worden niet beperkt.

4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1. Archeologie Beleidskader Op basis van het Europese Verdrag van Valletta (Malta, 1992) bestaat de verplichting om: • te streven naar behoud en bescherming van archeologische waarden in de bodem; • de kosten van archeologische werkzaamheden voor rekening te laten komen van de initiatiefnemer van bodemverstorende activiteiten (veroorzakerprincipe); • de archeologische monumentenzorg een geïntegreerd onderdeel van het ruimtelijke ordeningsproces te laten zijn. De gemeente Bernheze heeft een eigen gemeentelijk archeologiebeleid geformuleerd. Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de "Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze" en de "Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze". Op basis van deze documenten implementeert de gemeente Bernheze haar archeologiebeleid waarbij zij rekening houdt met de juiste balans tussen een goede omgang met het archeologisch erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen. Consequenties Volgens het archeologiebeleid van de gemeente Bernheze geldt op onderhavige locatie een middelhoge archeologische verwachting. Hierbij is archeologisch onderzoek vereist als dieper dan 0,40 m en meer dan 2500 m2 aan verstoringsoppervlakte geldt. Zie de volgende twee uitsneden uit dit archeologiebeleid.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

36

Omdat ter plaatse van onderhavig plangebied niet meer grond geroerd gaat worden dan 2500 m2 is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. Dit betekent dat dergelijk onderzoek in het kader van onderhavige ontwikkeling niet is uitgevoerd. Wel wordt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ conform het gemeentelijke beleid opgenomen, om te verzekeren dat, mocht ooit toch meer dan 2500 m2 geroerd worden, alsnog archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Op deze manier blijven de mogelijke – nog resterende - archeologische waarden in het plangebied beschermd. Hoewel ten behoeve van deze kleinschalige ontwikkeling geen onderzoek zal worden verlangd, dient men wel attent te blijven op mogelijk nog aanwezige archeologische waarden. Te allen tijde geldt een meldingsplicht bij het aantreffen van archeologische toevalsvondsten op basis van art. 5.10 van de Erfgoedwet. Archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

37

4.3.2 Cultuurhistorie Beleidskader Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De gemeente Bernheze heeft een eigen Cultuurhistoriekaart die in 2014 is vastgesteld. Consequenties Het gebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft is getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is volgens de cultuurhistorische waardenkaart gelegen in de regio Meierij. Cultuurhistorische waardenkaart, provincie Noord-Brabant Regio Meijerij De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond. Aan de noordkant wordt het gebied begrensd door de grote en brede oost-west lopende dekzandrug tussen Oss en Waalwijk. Het water van de beken (Essche Stroom, Beerze, Dommel en Aa) stroomt in de richting van 's-Hertogenbosch, waar een doorgang in de dekzandrug aanwezig is. In het verleden leidde deze situatie hier en daar tot problemen met de waterafvoer, waardoor natte broekgebieden, vennen en kleine veengebieden ontstonden.

De Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Vanouds waren de randen van de beekdalen en de dekzandruggen de meest geschikte plek voor bewoning. De beekdalen zelf en de uitgestrekte broekgebieden waren te nat om te wonen of om akkerbouw te bedrijven. Deze terreinen werden gebruikt als weide, hooiland of hakhout. Op de hogere delen bevonden zich vroeger uitgestrekte heidevelden, bossen en stuifzanden. Door overbeweiding ontstonden op enkele plekken stuifzanden (bijvoorbeeld de Loonse en Drunense duinen). Een en ander had tot gevolg dat het agrarische landschap over het algemeen heel kleinschalig was. De beekdalen waren heel besloten. De percelen waren er klein en vrijwel allemaal omgeven door opgaande beplanting. De oude akkercomplexen waren wat grotere, open ruimten in deze besloten wereld. De heidevelden vormden hiermee een groot contrast: dit waren zeer grote, open gebieden. Een van de beeldbepalende aspecten van de Meierij is de populierenteelt, aanvankelijk vooral in de vorm van weg- of perceelrandbeplanting, later ook in de vorm van populierenbosjes. In de negentiende en twintigste eeuw zijn veel van de 'woeste gronden', de heidevelden en de broekgebieden, omgezet in landbouwgrond. Nieuwe boerderijen werden gebouwd op plaatsen die tot dan onbewoond waren geweest.

In de jonge heideontginningen is een rationele verkaveling en ontwatering gerealiseerd. De Meierij wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met ieder hun eigen karakter en relatie met het landschap.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

38

Door de achteruitgang van de populierenteelt en de introductie van het prikkeldraad, waardoor de perceelrandbegroeiing zijn functie als veekering verloor, is de kleinschaligheid van de beekdalen op veel plaatsen verloren gegaan. Dit proces werd versterkt door de uitvoering van ruilverkavelingen in de tweede helft van de twintigste eeuw. Hierdoor zijn de markante verschillen tussen de hoge zandgronden, de oude cultuurgebieden en de beekdalen voor een deel verloren gegaan. Cultuurhistorisch belang De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het gebied zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Twee andere aspecten die het landschap van de Meierij kenmerken zijn de landgoederen en buitenplaatsen en de populierenteelt. Ingezoomd naar de locatie De locatie ligt op een dekzandrug met middelhoge oude bouwlanden. Van oorsprong het Bra- bantse slagenlandschap met langgerekte percelen en elzenhagen. Tot in de jaren 80 van de vorige eeuw was dit landschap herkenbaar aanwezig. Hierna zien we verdichting van bebou- wing en het verdwijnen van de hagen na ruilverkaveling.

In de husige situatie is een kavelstruc- tuur met grotere percelen. Landschappelijke beplanting is beperkt tot de erven van bedrijven en woningen.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

39

Onderhavige ontwikkeling brengt de waarden van de Meierij niet in gevaar. In het plangebied liggen geen rijksmonumenten en komen geen bouwkundige punten, lijnen of vlakken van enige waarde voor. Cultuurhistorische Waardenkaart 2014, gemeente Bernheze Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart 2014 van de gemeente Bernheze is in het plangebied geen monument of iets dergelijks gelegen, eromheen wel, maar daaraan wordt met onderhavige ontwikkeling niets gewijzigd. Zie onderstaande uitsnede uit de Cultuurhistorische Waardenkaart 2014, waarbij de symbolen het volgende betekenen: • • • •

rode stip: overige historische bouwkunst; groene stip: monumentale boom; blauwe pijl: gemeentelijk monumenten; rode cirkel: plangebied.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

40

Op basis van bovenstaande informatie ligt het voor de hand te concluderen dat geen sprake is van cultuurhistorische waarden in het plangebied. Echter is deze conclusie onjuist gezien er nadat bovenstaande informatie openbaar is geworden er nieuwe informatie is ontstaan. Door de gemeente Bernheze is een oude schuur binnen het plangebied geinspecteerd en is geconcludeerd dat de schuur waardevolle cultuurhistorische waarden bevat. Een en ander is nader geformuleerd in een redegevende beschijving voor het pand ‘Zoggelsestraat 74 te Heesch’, wat bijgevoegd is bij deze toelichting (bijlage 5). Onderhavig plan strekt er onder andere toe de cultuurhistorisch waardevolle schuur te herstellen zodat deze behouden kan blijven. In het plangebied is dus wel degelijk een cultuurhistorisch waardevol object aanwezig. Op dit moment is het object wegbestemd en dus onder het overgangsrecht gevallen. Met dit bestemmingsplan wordt het object weer positief bestemd en krijgt het een aanduiding (via de daarvoor aan de regels gekoppelde lijst) in het kader van de bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Er zal een gebouw (woning in de vorm van een bijgebouw) bij de schuur geplaatst worden, echter op voldoende afstand zodat deze niet af zal doen aan de cultuurhistorische waarde van de schuur. Dit gebouw is nodig om het herstel van de schuur te kunnen financieren.

Het restauratieplan voor de oude schuur moet worden goedgekeurd door de monumentencommissie. Waardevolle bomen/ bestaande groenstructuur Hieronder is een uitsnede opgenomen van het BOR-systeem van de gemeente Bernheze. Daarop is te zien in hoeverre de bestaande groenstructuur eruit ziet en hierop zijn de waardevolle bomen opgenomen.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

41

Aan de straatzijde is een grasberm welke ecologisch beheerd wordt. Hierin staan 2 berken en een monumentale zomereik (stamdiameter 60-80 cm). De beplanting zal door de ontwikkeling niet worden aangetast. Concluderend kan gesteld worden dat onderhavige plan geen cultuurhistorische waarden aantast, maar deze juist versterkt. 4.4 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: • ter plaatse van de woning(en) een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Consequenties Het betreft hier de ontwikkeling van een nieuwe woning, een gevoelige bestemming. Het

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

42

dichtsbij gelegen bedrijf betreft een intensieve veehouderij (Bosschebaan 27, Heesch), deze ligt op meer dan 200 meter van het plangebied. Voor dergelijke bedrijven gelden op basis van de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ de volgende maximaal aan te houden richtafstanden totaan gevoelige bestemmingen zoals woningen: geluid: 50 meter; stof: 30 meter en gevaar 10 meter. Aan deze richtafstanden wordt voldaan. Voor wat betreft geur kan in onderhavige situatie niet afgegaan worden op de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Het betreft hier namelijk een bedrijf met een geuremissiefactor. Voor de onderbouwing van dit onderdeel wordt dan ook verwezen naar paragraaf 4.11 van deze toelichting. Hier wordt slechts gemeld dat voldaan wordt aan de geurnormen die voor dit gebied gelden en dat daaruit geconcludeerd kan worden dat er plaatse van het plangebied voor wat betreft geurhinder sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Geen sprake is van bedrijven die een belemmering vormen voor de ontwikkeling of andersom waarvoor de ontwikkeling een belemmering vormt. Conclusie Samenvattend blijkt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Nader onderzoek kan achterwege blijven.

4.5 Bodem Beleidskader Vastgelegd is dat in bestemmingsplannen moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Voor het betrekken van bodeminformatie bij het opstellen van bestemmingsplannen zijn enkele vragen relevant: • is er bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; • zijn er gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies; • wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers. Consequenties Er is ter plaatse geen verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Gebruik wordt gemaakt van het vrijstellingsbeleid bodemonderzoek, daartoe is het formulier “Historische toets ten behoeve van vrijstelling bodemonderzoek” ingevuld en bijgevoegd bij deze toelichting (zie bijlage 3). Bodem vormt geen belemmering voor het wijzigen van de bestemming ten behoeve van onderhavige ontwikkeling. Wel dient bij de aanvraag omgevingsvergunning een bodemonderzoek overgelegd te worden, waaruit blijkt dat geen sprake is van bodemverontreiniging.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

43

4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moetenkomen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden?

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

44

Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb)

Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)

Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. De beleidsvisie bevat geen gebiedstypering of uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden voor de verantwoording van het groepsrisico. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enz.. Consequenties Met behulp van de nationale risicokaart2 is gekeken, welke risicobronnen in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen.

2

www.risicokaart.nl, professionele versie.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

45

Uit de risicokaart blijkt dat de beoogde ontwikkeling plaatsvindt buiten de plaatsgebonden risicocontour en het invloedsgebied van transportroutes, inrichtingen en buisleidingen3. Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.

4.7 Natuur Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd. De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. De wet regelt ook de jacht in ons land.

Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan 3

Bij buisleidingen kan volstaan worden met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager isdan 0,1 keer de oriëntatiewaarde of 2) de toename minder is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

46

een gebied. Voor dergelijke schadelijke activiteiten kan alleen een vergunning worden verleend als er geen alternatief is en als het gaat om een dwingende reden van groot openbaar belang. De kokkelvisserij in de Waddenzee is nu bijvoorbeeld verboden. Er kon namelijk niet worden aangetoond dat er géén schade zou ontstaan aan de natuur, en er was geen van de andere redenen aanwezig om toch een vergunning te verlenen. De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen voor het natuurnetwerk Nederland en verleent hen de bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen. De Minister van Economische Zaken kan daarnaast op grond van de wet nationale parken aanwijzen die vooral een educatieve en communicatieve functie hebben. De voormalige beschermde natuurmonumenten zijn met bijbehorende doelen opgeheven met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming. Consequenties Voor wat betreft gebiedsbescherming het volgende. De afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is ongeveer 12.570 meter (Rijntakken).

De ontwikkeling heeft gezien zijn aard en karakter (functietype ‘Wonen’ met daaraan ondergeschikte activiteiten zoals een aan huis gebonden beroep en recreatieve nevenactiviteiten) en afstand tot het meest nabij gelegen natuurgebied geen te verwachten effect daarop. Directe effecten zijn door de afstand in ieder geval uitgesloten. Indirecte effecten zouden wel aan de orde kunnen zijn (depositie van stikstof op Natura 2000-gebieden). Om dit inzichtelijk te maken zijn voor zowel de gebruiks- als realisatiefase aeriusberekeningen uitgevoerd (bijlage 6 bij deze toelichting). Hieruit volgt de conclusie dat de ontwikkeling geen effect heeft op Natura 2000 gebieden (0,00 mol/ha/j). Voor wat betreft soortenbescherming is door De Roever Omgevingsadvies een quickscan soortenbescherming Wet natuurbescherming uitgevoerd. Dit onderzoek (bijgevoegd als bijlage 2 bij deze toelichting) kent de volgende conclusies. “Flora Van het plan worden geen negatieve effecten op beschermde flora verwacht. Nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Soortenbescherming is niet noodzakelijk. Zoogdieren Vleermuizen: van het plan zijn geen negatieve effecten op beschermde vleermuissoorten te verwachten, doordat de aanwezigheid van rust- of verblijfsplaatsen uitgesloten is. Nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Soortenbescherming is niet noodzakelijk.

Overige zoogdieren: negatieve effecten op overige zoogdieren zijn uitgesloten. Nader onderzoek of een ontheffing Soortenbescherming is niet noodzakelijk. Vogels Jaarrond beschermde vogels: gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op vogelsoorten uitgesloten. Nader onderzoek of een ontheffing Soortenbescherming is niet noodzakelijk.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

47

Broedvogels: binnen de Soortenbescherming zijn alle bewoonde vogelnesten beschermd. In het plangebied bevinden zich mogelijke nestplaatsen. Het is aan te raden om te werken buiten het broedseizoen van de meeste vogels (grofweg 15 maart -15 juli), of te werken op een manier waarbij vogels in de directe omgeving niet aan broeden beginnen. Op deze manier kan zonder nader onderzoek, mitigatie of compensatie worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Soortenbescherming worden overtreden voor wat betreft algemene vogelsoorten. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er, met het werken volgens een werkprotocol, geen nesten van broedvogels worden verstoord. Zo’n werkprotocol dient te worden opgesteld door een ter zake deskundige, en te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. Ook zijn werkzaamheden binnen het broedseizoen mogelijk zonder werkprotocol, indien ter plaatse door een deskundige wordt vastgesteld dat er geen bewoonde vogelnesten aanwezig zijn. Een ontheffing is dan niet noodzakelijk. Vissen Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op vissen uitgesloten. Reptielen Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op reptielen uitgesloten. Nader onderzoek volgens het kennisdocument is niet noodzakelijk.

Amfibieën Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op amfibieën uitgesloten. Ongewervelden Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op ongewervelden uitgesloten. Nader onderzoek of een ontheffing van de Soortenbescherming is niet noodzakelijk gebleken. De in het plangebied te verwachten soorten genieten hooguit lichte bescherming onder de Soortenbescherming; een algehele vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht is onverminderd van toepassing. In de nabijheid waargenomen beschermde soorten, zijn bij het terreinbezoek niet waargenomen binnen het plangebied. De aangetroffen biotopen zijn bovendien niet geschikt als leefgebied voor beschermde soorten. Hiermee is aangetoond dat de Soortenbescherming niet zal worden overtreden met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging.” Conclusie Natuur vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

48

4.8 Kabels en leidingen Naar verwachting zijn in de directe omgeving van de projectlocatie geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de nieuwbouw. In het vigerende bestemmingsplan worden geen kabels- en leidingen beschermd. Mochten er grondwerkzaamheden plaats gaan vinden dan zal te zijner tijd voorafgaand aan de werkzaamheden een KLIC-melding opgevraagd moeten worden bij de betrokken netwerk-/leidingbeheerders.

4.9 Luchtkwaliteit Beleidskader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In het besluit NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m³ NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, infrastructuur, kantoor- en woningbouwlocaties en activiteiten of handelingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook indien aannemelijk gemaakt kan worden dat een gepland project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Voor woningen wordt hierbij een ondergrens van 1500 woningen aangehouden voor locaties waarbij sprake is van één ontsluitingsweg. Consequenties Onderhavige planontwikkeling voorziet in de realisatie van één nieuwe woning. Derhalve kan dit plan gezien worden als een project dat een niet in een betekenende mate bijdrage levert op het gebied van de luchtkwaliteit. Via de NIBM-tool is dit inzichtelijk gemaakt, zie de uitsnede daarvan hieronder.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

49

Via de Atlas Leefomgeving van de Rijksoverheid is getoetst of ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Dat is het geval. Zie onderstaand normenoverzicht en de uitsneden van de Atlas Leefomgeving, waarop zichtbaar is dat de normen ter hoogte van het plangebied niet worden overschreden.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

50

Conclusie Het onderhavige plan heeft geen nadelige invloed op de luchtkwaliteit omdat het niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, daarnaast is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmerende factor.

4.10 Water Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater. De gemeente dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Aa en Maas, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer van regionale wateren.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

51

Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. Waterbeheerplan 2022-2027 In het waterbeheerplan 2022 – 2027 staan de doelen van waterschap Aa en Maas beschreven en hoe zij die doelstellingen gaan halen. De centrale missie van Waterschap Aa en Maas hierbij is als volgt: “Het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten.” De doelen en maatregelen waar het waterschap voor staat en gaat, zijn onderverdeeld in drie programma’s: 1. Waterveiligheid Het programma Waterveiligheid draait om de bescherming tegen verstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. Hiervoor moeten de waterkeringen (dijken en kunstwerken) periodiek worden getoetst aan de veiligheidsnormen. Daarnaast omvat het programma de zorgplicht voor de instandhouding van deze waterkeringen met alle activiteiten die daarbij horen, inclusief gegevens- en informatiemanagement en een goede afstemming tussen beheer en inrichting. 2.

Klimaatbestendig en gezond watersysteem Dit programma draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij wordt gelet op de kwantiteit (goede waterpeilen, waterconservering, en het omgaan met wateroverlast en droogte) en op de kwaliteit (chemisch en ecologisch). Het gaat daarbij niet alleen over het watersysteem zelf, maar ook over hoe er met het watersysteem en met de aanpak en manier van (samen)werken kan worden bijdragen aan bijvoorbeeld een vitaal platteland, gezondheid, goede biodiversiteit en aan mogelijkheden voor recreatie. 3. Schoon water In dit programma worden de doelen en activiteiten binnen de afvalwaterketen beschreven. Het zuiveren van afvalwater speelt hierin een centrale rol. Met goed gezuiverd afvalwater wordt immers een belangrijke bijdrage geleverd aan een gezond en natuurlijk watersysteem. Dit geldt voor het werkgebied van Waterschap Aa en Maas, maar ook voor de Maas, die een bron is voor de drinkwatervoorziening van WestNederland. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebodsen verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

52

hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Het waterschap maakt bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote (toename verhard oppervlak groter dan 10.000 m2) en kleine plannen (toename verhard oppervlak tussen de tussen de 500 m2 en 10.000 m2). Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Dit heeft ertoe geleid dat voor kleine plannen kan worden volstaan met het toepassen van een eenvoudige rekenregel voor het bepalen van de compensatie-eis, namelijk 60 mm waterberging per m2 verhard oppervlak. Voor plannen met een toename van het verharde oppervlak minder dan 500 m2 geldt geen compensatie-eis. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Digitale Watertoets De watertoets moet ervoor zorgen dat bij ruimtelijke plannen en besluiten voldoende rekening wordt gehouden met water en watervoorzieningen. Slim gebruik van water en ruimte kan de leefomgeving van mens en dier verbeteren.

En het verkleint de kans op problemen zoals onvoldoende veilige dijken, wateroverlast of een slechte waterkwaliteit. Het resultaat is een ruimtelijk plan dat waterbestendig is. Waterschap Aa en maas doet een eerste toets via www.dewatertoets.nl. Daar kan voor ieder plan een vragenlijst ingevuld worden en worden de waterbelangen automatisch getoetst. Beleid gemeente Bernheze In het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ staat omschreven dat de gemeente Bernheze een - niet-verplichtende - verwachting uitspreekt dat inwoners van de gemeente hemelwater zoveel mogelijk zelf opvangen en bergen. De hydrologische uitgangspunten van de Brabantse waterschappen zoals bovenstaand omschreven worden door de gemeente Bernheze in principe nageleefd maar zijn niet leidend; de gemeente Bernheze is het bevoegde gezag aangaande het verwerken van hemelwater. De ondergrens van de toename van het verharde oppervlak met 500 m2, waarbij volgens de Keur van de Brabantse waterschappen geen compensatie noodzakelijk wordt geacht, wordt door de gemeente Bernheze bijvoorbeeld niet gehanteerd. In Bernheze geldt conform het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ dat bij (her)ontwikkeling in de vorm van ver- of nieuwbouw het gehele plan aan 60 mm berging dient te voldoen.

Naast het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ heeft de gemeente op 1 november 2021 de ‘Verordening fysieke leefomgeving’ vastgesteld. Hierin is met betrekking tot het onderwerp hemelwater opgenomen dat per m2 toevoeging aan verharding 20 mm berging gerealiseerd moet worden.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

53

Consequenties Voor dit plan is de toename van het verhard oppervlak maximaal 300 m². Dit bestaat uit een hoofdgebouw, bijgebouwen en verharding zoals in-/ uitritten, paden, terras. Voor deze verhardingstoename gelden de gemeentelijke regels (< 500m2). In onderhavige situatie gaat het dan om een vereiste van 60 mm per verharde m2. Het gaat hier namelijk om een nieuwe situatie waarvoor het bestemmingsplan moet worden aangepast en dus de eisen die in het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ zijn opgenomen gelden. De eisen zoals opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving zijn aan de orde voor niet vergunningsplichtige en vergunningsplichte gevallen op basis van vigerend beleid. In onderhavige situatie dient met die reden een voorziening van 18 m3 (300 m2 verharding * 0,06 (m) * 1 = 18 m3) aangelegd te worden. Gekozen wordt voor de afvoer van het hemelwater richting een infiltratiegeul (zie landschappelijk inpassingsplan). De infiltratiegeul heeft een minimaal bergend vermogen van 18 m3. Met vorenstaande voorziening wordt aan de compensatie-eis i.v.m. de berging en afvoer van hemelwater voldaan. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is op www.dewatertoets.nl e.e.a. ingevuld. De uitkomst hiervan is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 1). Hieruit blijkt dat er geen sprake is van een waterbelang v.w.b. het waterschap.

Ten behoeve van de borging (aanleg, beheer en instandhouding) van een dergelijke hemelwatervoorziening is een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen. Afvalwater Aangaande de afvoer van afvalwater is de gemeente bevoegd gezag. Het huidige pand is (nog) niet aangesloten op het vrijvervalstelsel in de straat. Voor de nieuwe situatie is dit wel wenselijk. De kosten die met een nieuwe aansluiting op het vrijvervalstelsel gepaard gaan zullen door de initiatiefnemer worden vergoed. Conclusie Het waterschap adviseert positief over onderhavig plan. Voldaan wordt aan de door de gemeente gestelde aanvullende eisen. Uit deze waterparagraaf blijkt dat het initiatief geen nadelige gevolgen heeft voor de waterhuishouding ter plaatse.

4.11

Geur Beleidskader Belangrijkste voorwaarden voor de ontwikkeling van geurgevoelige bebouwing in de omgeving van veehouderijen is dat voor de (toekomstige) bewoners een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat andere belanghebbenden (veehouders en derden) niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Op grond van de vervallen brochure Veehouderij en Hinderwet en circulaire Veehouderij en Stankhinder was sprake van stankcirkels waarbinnen, volgens constante

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

54

jurisprudentie, geen stankgevoelige bebouwing mocht worden gebouwd. Deze regeling is in 2007 opgevolgd door de Wet geurhinder en veehouderij. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) in werking getreden. Deze wet biedt de gemeente de mogelijkheid om een eigen geurhinderbeleid op te stellen. De gemeente heeft dergelijk beleid opgesteld, de bijbehorende regels zijn opgenomen in de ‘Verordening fysieke leefomgeving’. Verder geldt in Bernheze sinds 2013 ook de beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder Bernheze. Consequenties De nieuwe woning beteft een geurgevoelig object. Voor wat betreft geurhinder wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgrondbelasting, vaste afstanden en de achtergrondbelasting. Deze worden hieronder ieder apart beschouwd. Voorgrondbelasting De planlocatie is gelegen buiten de komgrens van de gemeente Bernheze, maar wel in een gebied dat op de kaart van de “Verordening fysieke leefomgeving” is aangewezen als woon-werk ontwikkelingsgebied. In dit gebied geldt ten aanzien van de voorgrondbelasting een geurnorm van 8 ou/m³. Zie onderstaande afbeelding waarin het plangebied (rode cirkel) oranje gekleurd is (extensiveringsgebied rond kernen; extensiveringsgebied natuur; woonwerkontwikkelingsgebieden).

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

55

In de nabijheid van onderhavige ontwikkeling is één intensieve veehouderij met geuremissiefactor gelegen. Het gaat om een veehouderij aan de Bosschebaan 27 in Heesch. In verband met deze veehouderij is een geuronderzoek uitgevoerd, waarvan onderstaande afbeelding een uitsnede van de kaart vormt waarop te zien is welke geurhinder het bedrijf ter plaatse van het plangebied (rode cirkel) veroorzaakt.

Het plangebied is gelegen in de 3 OuE/m3 – contour. Dit betekent dat de geurhinder die veroorzaakt wordt onder de ter plaatse geldende norm van 8 OuE/m3 ligt en voldaan wordt aan het beleid. Vaste afstanden In de nabijheid van onderhavig plangebied zijn geen veehouderijen gelegen waarvoor vaste afstanden gelden waarmee in onderhavige situatie rekening gehouden moet worden. Achtergrondbelasting Op basis van de beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder Bernheze is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij een gecumuleerde geurbelasting tot 13 OuE/m3 bij bebouwde kom, woonkernen en nieuwe woongebieden en tot 20 OuE/m3 bij de overige gebieden. De afbeelding hieronder, een uitsnede van de brabantscan van de GGD, laat zien wat de indicatieve achtergrondbelasting ter hoogte van het plangebied is. Hieruit blijkt dat voldaan wordt aan de gestelde norm.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

56

Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het initiatief. Andersom vormt het initiatief ook geen belemmering voor de veehouderij aan de Bosschebaan 27 te Heesch, omdat tussen de ontwikkeling en de veehouderij reeds andere geurgevoelige objecten zijn gelegen die maatgevend zijn. 4.12

Milieueffectrapportage (M.e.r.) Beleidskader Op grond van het Besluit milieueffectrapportage, mede in relatie tot bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling, moet voor bepaalde projecten een m.e.r. worden gemaakt of een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Met een m.e.r. worden vooraf de milieugevolgen van een besluit in beeld gebracht. Op 7 juli 2017 het Besluit m.e.r. gewijzigd in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet: - door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; - het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; - de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Het maakt daarvoor niet uit of het een activiteit onder of boven de D-drempel betreft. Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU. Consequenties Onderzocht is of een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling nodig is. In bijlage C en D van het Besluit m.e.r.

is aangegeven in welke gevallen voor een project een mer (beoordeling)

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

57

nodig is. In overweging kan worden genomen of het initiatief een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. betreft, echter kan afgaande op jurisprudentie (201901439/1/R1) worden beoordeeld dat dit gezien de aard en de omvang van de ontwikkeling niet het geval is. De omvang is te klein (minder dan 12 woningen), het ruimtebeslag beperkt. Het initiatief komt gezien voorgaande motivatie niet voor in bijlage C of D van het Besluit m.e.r. en is met die reden niet m.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig. 4.13

Volksgezondheid Gezondheid is in de ruimtelijke ordening steeds meer een thema. Er is echter geen specifieke wet- en regelgeving dan wel beleidskader voor het meenemen van het aspect gezondheid in bestemmingsplannen of andere ruimtelijke besluiten. Van belang is dat een ruimtelijk besluit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Hiervoor is het belangrijk dat ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling sprake is van een goed woonen leefklimaat en bedrijven en dergelijke door een ruimtelijke ontwikkeling niet in hun belangen/ bedrijfsvoering geschaad worden. In deze ruimtelijke onderbouwing zijn diverse thema’s die van invloed zijn hierop en daarmee mogelijk ook op de gezondheid aan de orde gekomen. Aspecten die nog niet aan bod zijn gekomen, maar mogelijk wel van invloed zijn op de gezondheid van mens, dier en natuur komen in deze paragraaf nog aan de orde. Geitenhouderijen Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen gevallen van longontsteking voordoet. Nog onduidelijk is hoe deze verhoogde kans precies wordt veroorzaakt. Komen de ziekteverwekkende stoffen uit stal, dier, mest, transport, voedsel et cetera? Dat onderzoekt het Rijk momenteel nader. Binnen een straal van 2 km rondom het plangebied zijn geen geitenhouderijen aanwezig.

Pluimvee- en varkenshouderijen Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 2.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van pluimvee- en varkenshouderijen. Rond de pluimvee- en varkenshouderijen in Noord-Brabant zijn individuele endotoxine cirkels getrokken, gebaseerd op de fijnstof emissie, de situering en de diersoort volgens Web-BVB, gecombineerd met de afstandsgrafieken uit bijlage 2 van het toetsingskader. Deze zijn in onderstaand kaartje met blauw aangegeven. Hieromheen zijn rode cirkels ingetekend met een dubbele straal van de blauwe cirkels. Als de blauwe cirkels elkaar overlappen geeft dit een indicatie dat er sprake is van een verhoogd cumulatief risico. In die gevallen zouden ook woningen binnen de rode contour door cumulatie een te hoge endotoxinebelasting kunnen ondervinden. Uit onderstaand kaartje blijkt dat het plangebied (groen bolletje) in een rode cirkel is gelegen; omdat de blauwe cirkels elkaar echter niet overlappen is er geen sprake van een verhoogd gezondheidsrisico.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

58

Spuitzones In de omgeving van het plangebied liggen geen gronden waarbij mogelijk sprake is van een spuitzone. Het aspect spuitzones vormt geen belemmering voor het plan. Conclusie Ter plaatse van de ontwikkeling is het niet aannemelijk dat de omgeving negatieve effecten op de volksgezondheid van de nieuwe bewoners veroorzaakt of de ontwikkeling negatieve effecten in het kader van de volksgezondheid op omwonenden veroorzaakt. 4.14

Straling Beleidskader Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is door het ministerie verder verduidelijkt in een brief van november 2008. Het advies is gebaseerd op onderzoek naar kinderleukemie in relatie tot blootstelling aan bepaalde hoeveelheden aan microtesla. Alhoewel geen sprake is van een bewezen oorzakelijk verband adviseert het ministerie gemeenten en netbeheerders om nieuwe situaties te voorkomen waarin kinderen (tot 15 jaar) langdurig (1 jaar, minimaal 14 uur per dag) worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla. Dit geldt in geval nieuwe hoogspanningslijnen worden aangelegd of nieuwe woningen/ scholen/ crèches of kinderdagverblijven worden ontwikkeld. In alle andere situaties kan de grenswaarde

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

59

van 100 microTesla – internationaal gehanteerde (veilige) grenswaarde van ICNIRP (1999/519/EG) - aangehouden worden. Consequenties Onderhavige plangebied is gelegen op voldoende afstand van een hoogspanningslijn waardoor ter plaatse geen sprake is van een veldsterkte van meer dan 0,4 microTesla. Conclusie Straling vormt geen belemmering voor het initiatief.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

60

5

Toelichting, verbeelding en regels 5.1 Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding tezamen bieden het juridische kader. Voor de regels en de verbeelding is naast aansluiting bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ (vastgesteld op 26 juni 2012 door de gemeenteraad van Bernheze) ook aansluiting gezocht bij de SVBP2012. Dit betekent onder meer dat de opbouw van de regels standaard is. 5.2 Toelichting op de regels Wijze van bestemmen Onderstaand is een korte toelichting opgenomen van de in de regels opgenomen bestemmingen.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in de regels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'wijze van meten' is een regeling opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingen De regels in verband met de bestemmingen kennen allen een min of meer gelijke opbouw en bestaan in ieder geval uit bestemmingsregels en bouwregels. Voor enkele bestemmingen zijn daarbij bijzondere gebruiksregels opgenomen en/of een afwijkingsbevoegdheid. De bestemmingsregels betreffen de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan (=het gebruik). In een aantal gevallen is een specificering opgenomen van de toegestane functie, welke correspondeert met aanduidingen op de verbeelding. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsregels. Bouwregels zijn in ieder geval van toepassing bij de toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning en activiteiten die vallen onder artikel 3 van bijlage II Bor.

Binnen het plan worden de volgende bestemmingen gebruikt: Artikel 3 Agrarisch Deze bestemming maakt het doordat een aanduiding is opgenomen mogelijk om één vrijstaande woning te bouwen, de huidige cultuurhistorisch waardevolle schuur heeft een aanduiding gekregen zodat deze beschermd wordt en vormt het bijgebouw bij de woning.

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

61

Artikel 4 Waarde – Archeologie 3 De dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 dient ter bescherming van archeologische waarden. Voor deze gronden geldt een onderzoeksplicht, welke gekoppeld is aan een verstoringsdiepte van minimaal 40 cm en een oppervlakte van 2.500 m2. Tevens is er een vergunningstelsel gekoppeld aan deze dubbelbestemmingen. Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk worden, in aanvulling op de bestemmingsregels, aanvullende regels gesteld. Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 6 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn ‘Algemene aanduidingsregels’ opgenomen. Specifiek bevat het artikel regels ten aanzien van de wetgevingszone – woonwerkontwikkelingsgebied opgenomen. Artikel 7 Algemene afwijkingsregels Het artikel ‘Algemene afwijkingsregels’ bevat algemene afwijkingsregels. Artikel 8 Algemene wijzigingsregels Het artikel ‘Algemene wijzigingsrgels’ bevat algemene wijzigingsregels. Artikel 9 Overige regels Het artikel ‘Overige regels’ stelt regels ten aanzien va de werking van wettelijke regels, volgorde van dubbelbestemmingen en parkeerregels.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht In de overgangsrechtregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Artikel 11 Slotregel In de 'slotregel' is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan aangehaald worden

Bestemmingsplan ‘Zoggelsestraat 74 Heesch’ – 23 mei 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=b55d55f2-994d-44af-a26e-e778b9485cc3