CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Woonlocatie_Nobisweg_Hommelsedijk,_Heeswijk-Dinther_Toelichting[1]

Raadsvergadering 20 november 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Herstelbesluit Woonlocatie Hommelsedijk/Nobisweg *34.713 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De verwachting is dat dit voor deze kern populaire woonvormen zijn die de doorstroming op gang zullen brengen. Analyse Met de beoogde ontwikkeling worden planologisch maximaal 208 woningen, in het buitengebied, aangrenzend aan de kern Heeswijk-Dinther, gerealiseerd.

59

Deze locatie biedt een geschikte plek voor woningbouw, aangezien met de beëindiging van de agrarische bedrijven ruimte vrij komt voor het realiseren van woningen in het buitengebied. Het plan kent een gedifferentieerd woningbouwprogramma voor verschillende doelgroepen, waarvan minimaal 25% van het woningbouwprogramma uit sociale huur bestaat: Type Vrijstaand Tweekapper Hoekwoning Hoekwoning Tussenwoning Tussenwoning Tussenwoning Appartement Rug aan Rug Rijwoning levensloopbestendig Rijwoning levensloopbestendig Speciale woonvorm

segment duur duur betaalbaar sociaal betaalbaar goedkoop sociaal sociaal goedkoop betaalbaar sociaal middenhuur

percentage (afgerond) 11% 18 % 8% 3% 12 % 3% 3% 16 % 9% 7% 3% 7%

Dit programma is gebaseerd op de woonbehoefte, zoals omschreven in de gemeentelijke woonvisie. Het toevoegen van deze nieuwe woningen draagt bij aan de kwantitatieve behoefte naar 1.800 woningen binnen de gemeente Bernheze in de aankomende 10 jaar en 232 woningen specifiek voor de kern Heeswijk-Dinther. Op basis van de bovengenoemde ambities en behoeften, zoals omschreven in de gemeentelijke woonvisie, wordt met deze ontwikkeling ingespeeld op de kwalitatieve behoefte aan onder meer (huur)woningen en woningen voor jongeren/starters en senioren voor het betaalbare en goedkope segment in Heeswijk-Dinther. Verder wordt met voorliggend initiatief ingespeeld op de behoefte naar kleinschalige collectieve woonvormen en woongroepen voor het betaalbare segment. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen de Woonvisie 2022-2026, 'Perspectief op goed wonen in onze kernen’.

4.3.6 Woondeal Op 9 maart 2023 is de regionale Woondeal ondertekend. De inzet van de woondeal is er vooral op gericht om bestaande plannen daadwerkelijk en sneller te realiseren. Naast het versneld realiseren van woningen verhogen we het aandeel betaalbare woningen in nieuwbouwprojecten te vergroten (tot 67%) voor zover mogelijk en wenselijk. De nadruk ligt daarbij op de realisatie van sociale huurwoningen (30%). Daarmee is de Regionale Woondeal een inspanningsverplichting. In deze paragraaf toetsen we voorliggende woningbouwontwikkeling aan de Woondeal. Reeds in 2021 is Ruimte voor Ruimte in gesprek gegaan met de 3 agrarische bedrijven (gesitueerd binnen het plangebied) over de beëindiging van hun bedrijf en een (gedeeltelijke) verwerving van hun bedrijf met omliggende landbouwgronden. In samenwerking met BVH projectontwikkeling is een integraal stedenbouwkundig plan opgesteld voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied. Dit stedenbouwkundige plan resulteert in een uiterst gevarieerd woningbouwprogramma en een hoogwaardige afronding van de kern Heeswijk-Dinther. Waarbij de sanering van de drie intensief agrarische bedrijven aan de dorpsrand bovendien een aanzienlijke verbetering zal opleveren van het woon- en leefklimaat ter plaatse. Het principe verzoek voorziet in de ontwikkeling van 119 woningen in een divers woningbouwprogramma gericht op verschillende doelgroepen.

Specifiek  31 starterswoningen met de volgende differentiatie  12 starterswoningen in een rug-aan-rug opzet  19 starterswoningen in rijwoningen  19 seniorenwoningen in een Knarrenhof  6 vrijstaande woningen  35 twee onder één kap woningen  5 kavels, die vanuit de provinciale Ruimte voor Ruimte regeling worden gelegitimeerd door  beëindiging van de 3 veehouderijen in het plangebied en sloop van de aanwezige opstallen.  23 Ruimte voor Ruimte kavels.

60

Medio januari 2022 heeft voornoemde ontwikkelcombinatie een principeverzoek ingediend. Op 1 juni 2022 heeft het college van B&W van de gemeente Bernheze een positief principe besluit genomen op dit verzoek. In haar besluit heeft het College van B&W als uitgangspunt meegegeven dat het woningbouwplan dient aan te sluiten bij de recent opgestelde gemeentelijke woonvisie, paragraaf 4.3.5. In de periode na 1 juni 2022 is het woningbouwprogramma in, overleg met gemeente Bernheze, in overeenstemming gebracht met deze woonvisie. Hierbij is tevens bewaakt dat er binnen dit gewijzigde woningbouwprogramma nog altijd sprake is van:  het realiseren van en een hoogwaardige afronding van de kern Heeswijk-Dinther,  de sanering van de drie intensief agrarische bedrijven aan de dorpsrand,  het realiseren een aanzienlijke verbetering zal opleveren van het woon- en leefklimaat ter plaatse. Het resultaat van voornoemde inspanning heeft geleid tot het planvoornemen zoals toegelicht in Hoofdstuk 4. De gemaakte afspraken dateren hiermee van vóór de Woondeal. Daarmee is het niet mogelijk noch wenselijk (in het kader van woningbouwversnelling) om het programma volledig in lijn met de afspraken in de Woondeal te brengen. Voorliggend plan komt wél overeen met de gemeentelijke woonvisie waarmee er, in de geest van de Woondeal, aandacht geweest is voor aanpassingen in het programma.

Dit heeft ertoe geleid dat er een hoger aandeel sociale en levensloopbestendige woningen in het plan zijn gebracht. Conclusie Voorliggend plan komt deels overeen met de afspraken in de Woondeal. Het is niet mogelijk noch wenselijk het programma volledig in lijn met de afspraken in de Woondeal te brengen.

4.3.7 Welstandsnota Bernheze Op 8 oktober 2015 is de Welstandsnota Bernheze vastgesteld. Bouwaanvragen van inwoners en bedrijven in Bernheze worden aan het welstandsbeleid getoetst. De verschillende welstandsgebieden heeft de gemeente in de welstandsnota benoemd. De regels die bij de welstandsgebieden horen, zijn onder 'welstandscriteria' omschreven. Als de bouwaanvraag in een welstandsgebied valt, dan wordt de aanvraag getoetst aan welstand. Als de bouwaanvraag niet in een welstandsgebied valt, dan wordt de aanvraag niet getoetst aan welstand. Uitzondering hierop zijn bouwwerken die vallen onder de algemene regels. Dit kunnen reclame-uitingen zijn of nieuwbouwwoningen die in een beeldkwaliteitplan (BKP) liggen. Het BKP vormt een belangrijk instrument voor de kwaliteitsbewaking van ruimtelijke plannen. Het BKP regelt het uiterlijk van de gebouwen en de openbare ruimte. Dit instrument kan worden ingezet bij nieuwe ontwikkelingen. Ondanks dat Bernheze kiest voor welstandsvrij, wil de gemeente de mogelijkheid behouden om te sturen op ruimtelijke kwaliteit bij nieuwbouwontwikkelingen. De gemeente kan met het beeldkwaliteitplan toezien dat afspraken met bouwpartijen over de ruimtelijke kwaliteit worden nagekomen. Bij iedere nieuwbouwontwikkeling beslist de raad of er welstandscriteria moeten gelden door wel of geen BKP vast te stellen.

Analyse Voorliggend plan voorziet in een nieuwbouwontwikkeling van planologisch maximaal 208 woningen in het buitengebied van Heeswijk-Dinther, zoals omschreven in paragraaf 1.1 Om de ruimtelijke kwaliteit van deze nieuwe woningen te bewaken is een beeldkwaliteitsplan (BKP) opgesteld. Het BKP is als bijlage 2 bijgevoegd. Bij het ontwerpen van de woonwijk dient rekening te worden gehouden met de in het BKP gestelde randvoorwaarden en de plannen dienen aan het BKP worden getoetst (zie paragraaf 3.1.4). Conclusie Ten borging van de beoogde ruimtelijke kwaliteit is een Beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de plannen zullen worden getoetst.

4.3.8 Parkeerbeleid gemeente Bernheze Bij nieuwe bouwprojecten dient aan het aspect parkeren te worden getoetst. Hiervoor heef de gemeente beleid vastgesteld met als doel om de toepassing van de parkeernormen te onderbouwen, zodat het voor burgers, bedrijven en ontwikkelaars duidelijk is welke normen gehanteerd worden bij een woningbouwontwikkeling en/of bouwaanvraag. De parkeernorm is een middel om bij nieuwbouw, verbouw of functieverandering te zorgen dat er voldoende parkeerplaatsen zijn. Dat wil zeggen dat het bedoeld is voor nieuw- en verbouwsituaties en niet voor bestaande situaties.

61

Het uitgangspunt bij de parkeernormering is dat voorzien wordt in de gestelde parkeereis van de verschillende te onderscheiden functies. Achterliggend doel is dat de parkeeroverlast in de omgeving van de functies wordt voorkomen. Analyse Zoals in paragraaf 3.3.2 beschreven, is in de parkeerbalans (bijlage 5) op basis van het meeste actuele stedenbouwkundig ontwerp (d.d. 30 juli 2024) uitgegaan van in totaal 195 woningen. Om de parkeerbehoefte te berekenen is uitgegaan van de parkeernormen uit de op 18 april 2024 door de raad vastgestelde Nota Parkeerbeleid Bernheze (2024). Voor de 195 ingetekende woningen is er een behoefte aan afgerond 273 parkeerplaatsen. In het meest actuele stedenbouwkundig ontwerp (d.d. 30 juli 2024) zijn in totaal 302 parkeerplaatsen voorzien. Hiervan liggen 143 parkeerplaatsen op eigen terrein en 159 in de openbare ruimte. Hiermee biedt voorliggend plan ruim voldoende parkeerplaatsen om te voorzien in de parkeerbehoefte. De recente vaststelling van het nieuwe parkeerbeleid heeft geleid tot een lagere behoefte. In de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan kan het overschot aan parkeren worden vervangen door bijvoorbeeld groen. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning zal worden aangetoond dat met het aantal parkeerplaatsen dat is opgenomen is het stedenbouwkundig plan voldaan wordt aan de op dat moment geldende parkeernormen.

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen de ‘Nota Parkeerbeleid Bernheze (2024)’.

4.3.9 Duurzame energieagenda 2021-2025: op weg naar energieneutraal Bernheze De gemeente Bernheze heeft de ambitie om in 2050 over te stappen naar een duurzame energievoorziening, waarbij de gebruikte energie in Bernheze bestaat uit energie die in Bernheze wordt opgewekt. Om deze ambitie na te streven, heeft de gemeente Bernheze de 'Duurzame energieagenda 2021-2025: op weg naar energieneutraal Bernheze' opgesteld. Deze energieagenda heeft als horizon het jaar 2025. Dat is een tussendoel op weg naar 2050. Voor 2025 heeft de gemeente twee doelstellingen geformuleerd. Deze doelstellingen zijn gekoppeld aan de nationale doelstellingen uit de Klimaatwet:  15,0% van de energie is opgewerkt uit duurzame bronnen (2018: 9,4%)  20,0% reductie van de CO2-uitstoot ten opzichte van de uitstoot in 1990 (2018: 13,8%) Er wordt eerst ingezet op energiebesparing en het opwekken van meer duurzame energie. Voor het deel waarin de gemeente nog fossiele brandstof nodig heeft, wordt gekozen voor de minst milieubelastende vormen. In de energieagenda staan de verschillende projecten waarmee de komende jaren invulling wordt gegeven aan de gemeentelijke doelstellingen en ambitie op het gebied van duurzaamheid.

Deze projecten zijn onderverdeeld in de volgende 4 overkoepelende strategische doelen voor de energietransitie:  energieneutrale gemeente  energieneutrale woningen  energieneutrale sportverenigingen en bedrijven  schoon vervoer Door samen te werken met inwoners, ondernemers, corporaties en andere partners wordt bijgedragen aan een energieneutraal Bernheze. Analyse Zoals in paragraaf 3.4 omschreven wordt met de ontwikkeling van planologisch maximaal 208 woningen ingespeeld op de ambities, zoals omschreven in de gemeentelijke duurzame energieagenda. Om invulling te geven aan een duurzame en gezonde leefomgeving draagt het plan bij aan de energietransitie en is sprake van een klimaatbestendige ontwikkeling. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de 'Duurzame energieagenda 2021-2025: op weg naar energieneutraal Bernheze'.

62

Hoofdstuk 5 Uitvoeringsaspecten In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsaspecten beschreven. Achtereenvolgens komen de volgende thema's aan de orde: 1. milieu; 2. waarden; 3. waterhuishouding. In de uitgevoerde onderzoeken is uitgegaan van de realisatie van planologisch maximaal 208 woningen, aangezien ten tijde van de uitvoering van de onderzoeken het exacte woningaantal nog niet bekend was. De 208 woningen betreffen daarom een worst-case aantal. Op de situatietekening van het stedenbouwkundig plan (d.d. 30 juli 2024 in bijlage 1) is momenteel sprake van maximaal 195 woningen. Hiermee wordt het worst-case aantal woningen niet overschreden. Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid voor de bouw van in totaal drie extra woningen op de percelen De Dieppoel 1, Hommelsedijk 31a, Hommelsedijk 35. Het betreft hier de drie genoemde meeloopinitiatieven. Deze 3 woningen maken onderdeel uit van de maximaal 208 die binnen het plangebied worden toegestaan en zijn op structuurniveau betrokken in de onderzoeken ten behoeve van de totale planontwikkeling. Op perceelsniveau dienen nog aanvullende onderzoeken plaats te vinden alvorens de vergunningen voor deze woningen kunnen worden verleend. In de regels van dit plan is een ten behoeve van de uitvoering van deze aanvullende onderzoeken een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

5.1 Milieu Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een toetsing plaatsvinden van de voorgenomen ontwikkelingen aan de relevante milieuaspecten, teneinde het toekomstige gebruik af te stemmen op de omgeving. In deze paragraaf worden de milieuaspecten afzonderlijk beschreven.

5.1.1 Bodemkwaliteit 5.1.1.1

Inleiding

Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit past bij deze nieuwe functie.

5.1.1.2

Analyse

Om de huidige bodemkwaliteit binnen het plangebied inzichtelijk te maken, is een milieutechnisch bodemonderzoek uitgevoerd: rapport 'Milieutechnisch bodemonderzoek plangebied Heeswijk-Dinther Oost (28 maart 2023; 2208/004/KB-01). De rapportage is als bijlage 7 bijgevoegd. Op basis van het milieutechnisch bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat: Deelgebied 1 (koffiestraat 2a e.o.) en deelgebied 3 (Nobisweg 15 e.o.) De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling. De grond en het grondwater in deze deelgebieden blijken maximaal licht verontreinigd te zijn met enkele parameters. De watergang bij deelgebied 1 was niet toegankelijk als gevolg van hekwerk en begroeiing. Aanbevolen wordt de kwaliteit hiervan na verwijdering van de obstakels vast te stellen. Deelgebied 2 (Hommelsedijk 4a en 4b e.o.) De onderzoeksresultaten vormen een belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling.  Op de locatie Hommelsedijk 4a is reeds sprake van drie gevallen van ernstige bodemverontreiniging met asbest waarbij mogelijk sprake is humane risico's. Na de sloop van de bebouwing dient nader bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd te worden. Daarnaast dient daarbij een risicobeoordeling uitgevoerd te worden om vast te stellen of sprake is van spoedeisende bodemverontreinigingen.

 Daarnaast dient ter plaatse van de toegangsweg en rondom de schuren van Hommelsedijk 4a een nader asbestonderzoek uitgevoerd te worden.

63

 

Ter plaatse van de Hommelsedijk 4a dient ook een nader bodemonderzoek uitgevoerd te worden naar de sterke verontreiniging met barium en matige verontreiniging met zink in het grondwater. Ter plaatse van de Hommelsedijk 4b dient tevens een nader asbestonderzoek uitgevoerd te worden.

Algemeen Het openbaar gebied maakt geen onderdeel uit van onderhavig onderzoek. Indien toekomstige (graaf)werkzaamheden in het openbaar gebied zijn voorzien, wordt aanbevolen aanvullend onderzoek te verrichten. Hierbij wordt geadviseerd om rekening te houden met potentieel verdachte puntbronnen zoals (puin)dammen. Er is vooralsnog geen aanleiding zinkassen te verwachten. Overwogen kan worden aan de randen van het openbaar gebied aanvullende werkzaamheden hiernaar te verrichten om hierover meer zekerheid te krijgen. Opgemerkt wordt dat (graaf)werkzaamheden in de bodem ter plaatse van de (vermoedelijke) gevallen van ernstige bodemverontreiniging niet zondermeer mogelijk zijn zonder toestemming van het bevoegd gezag. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een saneringsplan/BUS-melding ter goedkeuring te worden ingediend bij het bevoegd gezag. 5.1.1.2.1

Conclusie

Het aspect bodemkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan wanneer de geconstateerde mogelijke verontreinigingen nader worden onderzocht en de aanwezige gevallen van ernstige bodemverontreiniging te worden gesaneerd om de bodem geschikt te maken voor het beoogde toekomstige gebruik. Dit is middels een voorwaardelijke verplichting in de regels geregeld. Ter plaatse van de drie meeloopinitiatieven dient er nog bodemonderzoek nog uitgevoerd te worden. Ook hiervoor is een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen.

5.1.2 Bedrijven en milieuzonering 5.1.2.1

Inleiding

Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of:  de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen;  bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Basis voor deze toetsing vormt de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009), waarin richtafstanden zijn opgenomen voor diverse bedrijfstypen.

5.1.2.2

Analyse

Omgevingstype Het omgevingstype van voorliggend plangebied is een rustige woonwijk. In de omgeving is slechts van beperkte functiemenging sprake en er is weinig verstorend verkeer. Invloed plan op de omgeving Het plan betreft woningbouw. Er is daarom geen sprake van milieutechnische uitstraling van het plan op de omgeving. Invloed omliggende inrichtingen op plan. In de directe omgeving van het plangebied zijn twee niet-agrarische bedrijven aanwezig (Zandstraat 1 en Hommelsedijk 6a). Hierna wordt voor beide bedrijven de situatie beschreven. Zandstraat 1 Vergunde situatie Op dit moment zijn andere, minder zware, bedrijfsactiviteiten vergund. Wanneer getoetst wordt op de feitelijke situatie dan dient rekening gehouden te worden met de (onder voorschriften) vergunde situatie: een 'aannemersbedrijf met timmerwerkplaats en machinale houtbewerking met werf'. Wordt er dan naar de gebouwinvulling gekeken dan kan worden geconstateerd dat in het dichtst bij het plangebied gelegen gebouw A (504 m2) vooral opslag (van antiek) aanwezig is en midden in het gebouw een kleine werkplaats (<200m2) in de andere gebouwen ten noorden van gebouw A vinden de overige activiteiten plaats.

64

Wanneer naar de vergunning wordt gekeken kan de bedrijvigheid daarom volgens de VNG lijst vallen onder:  Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2  Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m² Beide vormen van bedrijvigheid vallen onder milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter (vanaf rand perceel). De werkelijke afstand tussen de bedrijvigheid en het dichtstbijzijnde bouwvlak bedraagt meer dan 50 m. Er wordt voldaan aan de vereiste richtafstanden. Planologische mogelijkheden Op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Bernheze' heeft de Zandstraat 1 de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - timmerbedrijf'. Op basis van bijlage 7 bij het vigerend bestemmingsplan is alleen een timmerbedrijf en geen ander bedrijf toegestaan. Bij dit timmerbedrijf is een bedrijfsoppervlak van 1.300 m2 toegestaan en daarom zou er, ook op basis van de feitelijke aanwezige bedrijfsbebouwing, worden uitgegaan van SBI 162.0 met categorie 3.2. Dit zijn de theoretische planologische mogelijkheden. Analyse onderzoek industrielawaai Op basis van een analyse van de directe omgeving van het plangebied is nader geluidonderzoek uitgevoerd naar het bedrijf Zandstraat 1. Het rapport 'Akoestisch Onderzoek Industrielawaai Woningbouwlocatie Heeswijk-Dinther' (1 augustus 2024) is als bijlage 8 bijgevoegd.

Vanuit de gronden Zandstraat 1 (bestemming Agrarisch met functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – timmerbedrijf') zijn er beperkingen ten aanzien van de ontwikkeling van woningen binnen het deelgebied C. Ter plaatse van de woningen aan de noordzijde van deelgebied C is sprake van (maximale) geluidniveaus die meer bedragen dan de richtwaarde uit de VNG-publicatie. Het bedrijf wordt op basis van de langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus vanuit planologisch oogpunt niet beperkt in haar (toekomstige mogelijkheden van) bedrijfsvoering, aangezien er ter plaatse van de woningen in het deelgebied geen geluidniveaus van meer dan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer optreden en het bedrijf bij benutting van de gronden al rekening dient te houden met beperking door bestaande woningen (waaronder Zandstraat 4, gelegen ten oosten van de bedrijfslocatie). Ten aanzien van de berekende maximale geluidniveaus wordt opgemerkt dat deze zijn bepaald op basis van de maximale planologische mogelijkheden (lees: bronnen ter plaatse van de zuidelijke grens van de bestemming). In de praktijk zullen timmeractiviteiten, met uitzondering van laden/lossen en verkeersbewegingen, intern plaatsvinden en daarmee niet gepaard gaan met relevante piekgeluiden.

Ook gezien de ontsluiting (aan de Zandstraat) en de indeling van het terrein is het niet aannemelijk dat laden/lossen en verkeersbewegingen aan de zuidzijde van het terrein plaatsvinden. Op basis van situering van de representatieve activiteiten (geluidbronnen) ten noorden van de aanwezige bebouwing, aansluitend bij de huidige vergunning met beperkte activiteiten, zullen de maximale geluidniveaus ook ter plaatse van de woningen aan de noordzijde van deelgebied C voldoen aan de richtwaarde voor een rustige woonwijk en zijn er geen belemmeringen voor de woningbouw. Ook voor de overige deelgebieden zijn er geen beperkingen ten aanzien van de ontwikkeling van woningen in relatie tot de gronden Zandstraat 1. Hommelsedijk 6a Volgens het bestemmingsplan is er planologisch een paardenhouderij en een boertel mogelijk. Er is een vergunning verleend voor een boertel, groepsaccommodatie en manege. De verschillende onderdelen vallen onder een verschillende bedrijfsactiviteiten: 1.

De activiteiten van het boertel (boerenhotel in de vorm van 2 appartementen), de teambuilding/vergaderlocatie en het nachtverblijf van de groepsaccommodatie kunnen geschaard worden onder de categorie 'Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra', omdat ter plaatse nachtverblijf wordt aangeboden in de vorm van kamers en appartementen en omdat de vergaderlocatie vergelijkbaar is met een de activiteiten van een congreslocatie. Deze activiteiten betreft daarmee milieucategorie 1 activiteiten (geur 10 m, geluid 10 m, gevaar 10 m). 2. De dagactiviteiten van de groepsaccomodatie (geschikt van 10 -24 personen) kunnen geschaard worden onder de activiteit 'Kinderopvang', omdat hier binnen en buitenactiviteiten voor diverse leeftijden worden aangeboden. Deze activiteit betreft een milieucategorie 2 activiteit (geluid 30 m); 3. De activiteiten van de manege vallen binnen de milieucategorie 3.1 (geur (50 meter), stof (30 meter) en geluid (30 meter)).

65

Ad 1 De afstand van de bestemmingsgrens tot het dichtstbijzijnde bouwvlak is 10 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand van alle bij deze bedrijfsactiviteiten behorende aspecten (geur, geluid en gevaar). Een nader onderzoek is niet noodzakelijk. Ad 2. De activiteiten met betrekking tot de groepsaccommodatie hebben een richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid. Omdat de afstand van het dichtstbijzijnde bouwvlak 10 meter betreft wordt niet voldaan aan de gewenste richtafstand. Mogelijk dient er een geluidwerende voorziening gerealiseerd te worden om een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Hiervoor dient een nader akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. Ad 3. Hierna wordt voor elk afzonderlijk milieuaspect gemotiveerd waarom er als gevolg van deze activiteiten geen belemmeringen voor de omliggende woningen is te verwachten. Geur In de regels van het vigerende bestemmingsplan is vastgelegd dat de geurveroorzakende activiteiten (dierstallen) binnen het bouwvlak op de verbeelding dienen plaats te vinden (zie ook geuronderzoek in bijlage 11). Voor de beoordeling van eventuele hinder vanuit het aspect geur is daarom de rand van het bouwvlak van de manege, dan ook maatgevend.

De bouwvlakken van de woningen zijn gelegen op een grotere afstand dan 50 m vanaf het opgenomen bouwvlak van de manege, waarmee de richtafstand van 50 meter voor geur richting de woningen wordt gerespecteerd. Er worden geen belemmeringen vanuit het aspect geur verwacht. Een nader onderzoek is niet noodzakelijk. Stof Het milieuaspect stof wordt met name veroorzaakt door de activiteiten in de rijbak. Volgens het vigerende bestemmingsplan mogen rijbakken alleen binnen het bouwvlak worden gesitueerd. De richtafstand van 30 meter voor stof richting de woningen wordt gerespecteerd. Tevens is de heersende windrichting zuidwest en daarmee van het plangebied af. Hiermee wordt er geen significante geur- en stofhinder verwacht ter plaatse van de woningen. Een nader onderzoek is niet noodzakelijk. Geluid Ten behoeve van het akoestisch onderzoek is voor het vaststellen van uitgangspunten gebruikt gemaakt van de in het akoestisch rapport beschreven bronnen op basis waarvan aannames zijn gedaan. Zoals hierboven beschreven ligt het dichtstbijzijnde bouwvlak op 10 meter afstand. Hiermee wordt dus niet voldaan aan de richtafstand van 30 meter. Daarom dient een nader akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd.

Om aan te tonen dat ter plaatse van de beoogde woningen een goed woon- en leefklimaat heerst én dat de (toekomstige) bedrijfsvoering niet wordt belemmerd is een akoestisch onderzoek opgesteld met betrekking tot de noodzakelijke geluidwerende voorzieningen (zie volgende kopje). Op de verbeelding en in de regels is in de groenzone een aanduiding opgenomen waarmee de realisatie van geluidwerende voorzieningen is toegestaan. Ter borging van de uitvoer van dit onderzoek is in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Wanneer het onderzoek is uitgevoerd zal deze verwijderd of gewijzigd worden naargelang de uitkomst van het onderzoek. Analyse onderzoek industrielawaai Op basis van een analyse van de directe omgeving van het plangebied is nader geluidonderzoek uitgevoerd naar het bedrijf Hommelsedijk 6a. Het rapport 'Akoestisch Onderzoek Industrielawaai Woningbouwlocatie Heeswijk-Dinther' (1 augustus 2024) is als bijlage 8 bijgevoegd. Aanvullend is een oplegnotitie opgesteld (opgenomen als bijlage 9) waarin, naar aanleiding van beroep van de eigenaren van de paardenhouderij, aanvullend is onderzocht of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd.

Vanuit de activiteiten ter plaatse van Hommelsedijk 6a (bestemming Agrarisch met planologisch mogelijkheden voor een paardenhouderij en een boertel) zijn er op basis van de langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus voor geen van de deelgebieden beperkingen ten aanzien van de ontwikkeling van woningen. Wel is er ter plaatse van de woningen aan de noordoostzijde van deelgebied B sprake van maximale geluidniveaus die meer bedragen dan de richtwaarde uit de VNG-publicatie.

66

Hoewel deze geluidniveaus veroorzaakt worden door stemgeluid, wat op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer bij het bepalen van de geluidniveaus buiten beschouwing blijft, dient dit in het kader van een goede ruimtelijke ordening echter wel beoordeeld te worden. In het kader daarvan is onderzoek uitgevoerd naar een geluidwerende voorziening. Met een scherm in de groenzone evenwijdig aan de zuidwestelijke perceelsgrens van Hommelsedijk 6a met een hoogte van 4 meter wordt de richtwaarde voor maximale geluidniveaus in de avond- en nachtperiode met ten hoogste 3 dB(A) overschreden. Daar waar maximale geluidniveaus meer dan de richtwaarde bedragen betreft dit de verdiepingen van de vrijstaande woning (die eventueel aan de zijde van de speelweide zonder te openen delen (= dove gevel) uitgevoerd kan worden) en een noordelijk appartement (als die in het noordelijk deel van het bouwvlak gestapeld komt te liggen). Bij een scherm met een hoogte van 4 meter wordt dus niet overal voldaan aan de richtwaarden uit stap 2 van de VNG-publicatie. Bij een scherm met een hoogte van 4 meter kan, met uitzondering van de (noord)oostgevels ter plaatse van de 2e verdieping van de vrijstaande woning en de 3e verdieping van een deel van de appartementen, wel voldaan worden aan de richtwaarden uit stap 3 van de VNG-publicatie.

Om, op alle maatgevende gevels, te kunnen voldoen aan de richtwaarden uit stap 3 van de VNG-publicatie dient een scherm met een hoogte van 6,25 meter te worden gerealiseerd. Om aan de richtwaarden uit stap 2 te voldoen is een minimale schermhoogte van 8 meter nodig. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt heeft de gemeente geoordeeld dat dergelijke (6,25 meter en meer dan 8 meter) hoge schermen niet wenselijk zijn. Beoordeeld is of voldaan kan worden aan benodigde motivering voor toepassing van stap 3 uit VNG-publicatie (zie navolgende uitsnede).

Het bevoegd gezag kan vanuit de volgende inhoudelijke argumenten motiveren waarom zij in deze situatie de verhoogde geluidbelasting acceptabel acht: 1. De geluidbelastingen voldoen bij een schermhoogte van 4 meter en lengte van 83 meter nagenoeg overal aan stap 3 van de VNG-richtlijn; 2. Uitzondering op punt 1 zijn de geluidniveaus op de (noord)oostgevels ter plaatse van de 2e verdieping van de vrijstaande woning en de 3e verdieping van een deel van de appartementen. 3. De geluidniveaus treden enkel op tijdens enkele keren per week waarop gebruik gemaakt wordt van de grasmaaier, waarbij het gebruik van de grasmaaier kortdurend van aard en seizoensgebonden is. 4. Op de dagen dat geen gebruik gemaakt wordt van de grasmaaier kan zondermeer worden voldaan aan stap 3 VNG-richtlijn en ook aan stap 2 van de VNG-richtlijn; 5. De berekening gaat ervan uit dat álle mogelijke bezoekers van het Boertel (dus ook uit de andere verblijven) samen gebruik maken van de buitenruimte en terras tussen de groepsaccommodatie en het plangebied. Dit zal het slechts incidenteel voorkomen. Het bedrijf geeft in haar bedrijfsvoering immers aan ( via de website https://www.herkenhoek.nl/groepsaccommodatie-in-brabant ) dat het groepen van maximaal 30 personen accommodeert.

67

6. 7. 8.

Het is immers niet realistisch dat verschillende groepen op hetzelfde moment gebruik maken van dezelfde buitenruimte. Er vindt geen relevante cumulatie met andere geluidbronnen plaats; Het realiseren van een geluidsscherm hoger dan 4 meter is stedenbouwkundig niet wenselijk, er ontstaat een te grote zichtbelemmering voor de woningen; De geluidniveaus ín de woningen/appartementen voldoen op basis van de conform de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving vereiste geluidwering ruimschoots aan 35 dB(A).

5.1.2.3

Conclusie

Op basis van het akoestisch onderzoek industrielawaai kan worden geconcludeerd dat er geen beperkingen ten aanzien van de ontwikkeling van woningen in relatie tot de gronden Zandstraat 1 zijn. De eerder opgenomen voorwaardelijke verplichting ten aanzien van dit bedrijf is hiermee komen te vervallen. Voor wat betreft het bedrijf Hommelsedijk 6a heeft het bevoegd gezag besloten dat er voldoende argumenten zijn om de verhoogde geluidniveau ten opzichte van de standaardwaarde op een beperkt aantal woningen acceptabel te achten en dus toe te staan en is in het vastgestelde en herstelde bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting (artikel 8.5.1) opgenomen. Hier is vastgelegd dat het gebruik als woning alleen dan is toegestaan als (binnen de bestemming 'Groen') in een geluidwerende voorziening die voldoet aan de gestelde eisen is voorzien. Na realisatie van deze geluidwerende maatregelen vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.3 Externe veiligheid 5.1.3.1

Inleiding

Bij het mogelijk maken van nieuwe gevoelige functies is het aspect externe veiligheid van belang. Dit heeft betrekking op inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, met fatale gevolgen voor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit. Aangezien het plan nieuwe kwetsbare objecten bevat en het aantal personen dat binnen het plangebied verblijft toeneemt, is het noodzakelijk nader in te gaan op het aspect externe veiligheid.

5.1.3.2

Beoordelingskader

Het kader voor het beoordelen van externe veiligheid bestaat met name uit:  Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);  Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb);  Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt daarnaast getoetst aan de van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit onder meer het Activiteitenbesluit en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Kernbegrippen In het beoordelingskader staan twee kernbegrippen centraal:  Plaatsgebonden risico: Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, van overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico kan op een kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten met eenzelfde plaatsgebonden risico verbinden. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is de risicocontour van 10-6/jaar het meest relevant. Binnen deze contour mogen geen nieuwe kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze contour niet als grenswaarde, maar als richtwaarde.  Groepsrisico: Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer).

Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en kent geen vaste norm, maar een oriëntatiewaarde (= '1'). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.

68

Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre eventuele externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag , waardoor het externe veiligheidsaspect wordt meegewogen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. In onderstaand overzicht (volgend uit de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico) zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb)

Transportroutes (Bevt)

Wanneer en opzet verantwoording groepsrisico Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 200 meter-zone bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn.

5.1.3.3

Analyse

Om de risico's vanuit externe veiligheid voor de ontwikkeling als gevolg van activiteiten in de directe omgeving te inventariseren is een quickscan externe veiligheid uitgevoerd: rapport 'Quickscan Externe Veiligheid Heeswijk-Dinther' (21 december 2022; RVR007-0001). Het rapport is als bijlage 10 bijgevoegd. Op basis van de resultaten uit de quickscan externe veiligheid wordt geconcludeerd dat:  het plangebied niet gelegen is binnen een invloedsgebied van een water-, spoor- en autoweg, waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, waardoor de risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over water, spoor en weg vormen geen belemmering vormen voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is voor deze aspecten niet aan de orde.  het plangebied niet binnen het invloedsgebied van een buisleiding ligt, waardoor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleiding geen belemmering vormt voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.  het plangebied zich niet binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving bevindt, waardoor de risico's als gevolg van inrichtingen vormen geen aandachtspunt vormen voor de planvorming en een verantwoordingsplicht niet aan de orde is.

5.1.3.4

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen planologische belemmering voor het plan.

69

5.1.4 Geurhinder veehouderijen 5.1.4.1

Inleiding

Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven is het aspect geurhinder van belang. Er moet worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat sprake is van een goed woonen leefklimaat ter plaatse van het plan.

5.1.4.2

Analyse

Om uit te sluiten of er al dan niet sprake is van inbreuk op de milieurechten van bestaande veehouderijen en of de planontwikkeling geen inbreuk veroorzaakt op de planologische geurruimte van de bestaande veehouderijen, is een Agrarisch geuronderzoek uitgevoerd: rapport: 'Agrarisch Geuronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther' (5 april 2023; RVR007-0001). Tevens is in dit onderzoek onderzocht of ter plaatse van de planontwikkeling een voldoende woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd als gevolg van de voorgrond- en achtergrondgeurbelasting. Het rapport is als bijlage 11 bijgevoegd. Op basis van de resultaten uit het agrarisch geuronderzoek wordt geconcludeerd dat:  de planontwikkeling geen inbreuk maakt op de milieurechten en planologische geurruimte van omliggende veehouderijen wanneer voor de manege aan de Hommelsedijk 6A de minimale afstand van 50 meter tussen de geurgevoelige objecten binnen het plan en de dierverblijven/bouwvlak wordt gerespecteerd. Op de navolgende afbeelding zijn de geurcontouren inzichtelijk gemaakt.  de berekende voorgrondgeurbelasting ten gevolge van de veehouderij aan de Koffiestraat 6 ten hoogste 0,1 OUE/m³ bedraagt . Hiermee is het woon- en leefklimaat op basis van de voorgrondgeurbelasting te classificeren als ‘zeer goed’.

De berekende voorgrondgeurbelasting ten gevolge van de veehouderij aan de Justitieweg 2 bedraagt ten hoogste 1,4 OUE/m³. Hiermee is het woon- en leefklimaat op basis van de voorgrondgeurbelasting te classificeren als ‘zeer goed’.  de berekende achtergrondgeurbelasting ten hoogste 3,34 OUE/m³ bedraagt ter plaatse van de randen van het zuidelijkste gelegen deelgebied en ter plaatse van de randen van de andere deelgebieden ten hoogste 2,87 OUE/m³. Hiermee is het woon- en leefklimaat op basis van de achtergrondgeurbelasting te classificeren als ‘goed’ ter plaatse van het zuidelijkste deelgebied en ter plaatse van de andere twee deelgebieden ‘zeer goed’.  conform de vuistregel ‘dat de voorgrondgeurbelasting maatgevend is indien die tenminste de helft van de achtergrondgeurbelasting bedraagt’ is in onderhavige situatie voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat de achtergrondgeurbelasting maatgevend voor het woningbouwplan. Het woon- en leefklimaat als gevolg van de achtergrondgeurbelasting is te kwalificeren als ‘goed’ ter plaatse van de rand van het zuidelijkste deelgebied tot ‘zeer goed’ ter plaatse van de andere deelgebieden.  de berekende achtergrondgeurbelasting ter plaatse van het woningbouwplan aan de ‘Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder Bernheze 2013’ voldoet.

In deze beleidsregel staat dat voor nieuwe woongebieden sprake is van een ‘voldoende’ woon- en leefklimaat als de achtergrondgeurbelasting (cumulatieve geurhinder) niet meer dan 13 OUE bedraagt.

70

GEURCONTOUREN HOMMELSEDIJK 6A

5.1.4.3

Conclusie

Het aspect geurhinder veehouderijen vormt geen planologische belemmering voor het plan, mits voor de manege aan de Hommelsedijk 6A de minimale afstand van 50 meter tussen de geurgevoelige objecten binnen het plan en de dierverblijven/bouwvlak wordt gerespecteerd.

5.1.5 Geluid 5.1.5.1

Inleiding

Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de regelgeving inzake geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt in verkeerslawaai en industrielawaai. In de Wgh zijn normen voor maximaal toelaatbare geluidsbelasting op (de gevels van) geluidgevoelige objecten vastgelegd.

5.1.5.2

Analyse

Verkeerslawaai Het plan omvat nieuwe geluidgevoelige objecten. Om de geluidbelasting ten gevolge van de zoneringsplichtige geluidbronnen te onderzoeken is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is geactualiseerd op basis van de geactualiseerde verkeerstoets. Het rapport 'Akoestisch Onderzoek Wegverkeerslawaai woningbouwlocatie Heeswijk-Dinther' (1 augustus 2024) is als bijlage 12 bijgevoegd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de relevante 30 km/uur-wegen binnen en in de directe nabijheid van het plan in het onderzoek opgenomen.

71

Op basis van de resultaten uit het geactualiseerde akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai worden de volgende conclusies getrokken. Wet Geluidhinder - toetsingskader In het akoestisch onderzoek is het plangebied opgedeeld in zone 1 en zone 2. Beide zones zijn op onderstaande afbeelding in kaart gebracht.

ZONE 1 EN 2 VAN HET PLANGEBIED

Beide zones liggen (deels) buiten de bebouwde komgrens conform de Wegenverkeerswet. Als gevolg hiervan ligt zone 1 in de huidige situatie in het geheel in buitenstedelijk gebied en zone 2 deels in stedelijk en deels in buitenstedelijk gebied. In het geactualiseerde onderzoek is als uitgangspunt opgenomen dat in de nieuwe situatie de Hommelsedijk tot aan De Dieppoel een 30 km/uur zone wordt. Voor de Hommelsedijk is daarom deels een snelheid van 30 km/uur aangehouden. Ook de verlegging van de bebouwde komgrenzen ter plaatse van de Vorstenbosseweg en De Dieppoel (met invoering 30 km/uur regime) zijn als uitgangspunt opgenomen. Wet geluidhinder – toetsingskader De zones 1 en 2 liggen in de huidige situatie (deels) in buitenstedelijk gebied, op basis hiervan bedraagt de voorkeursgrenswaarde 48 dB en de maximale ontheffingswaarde 53 dB. Wet Geluidhinder- zone 1  Ten gevolge van De Dieppoel bedraagt de geluidbelasting maximaal 50 dB ter plaatse van de noordzijde van bouwvlak DA WG08. De voorkeursgrenswaarde (48 dB) wordt niet gerespecteerd. De maximale ontheffingswaarde voor zowel buitenstedelijk gebied (53 dB) als stedelijk gebied (63 dB) wordt wel gerespecteerd.  Ter plaatse van de overige bouwvlakken wordt de voorkeursgrenswaarde (48 dB) wel gerespecteerd.

Wet Geluidhinder- zone 2  Ten gevolge van de Zandstraat bedraagt de geluidbelasting maximaal 55 dB ter plaatse van de oostzijde van bouwvlak DB WG01. De voorkeursgrenswaarde (48 dB) en de maximale ontheffingswaarde voor buitenstedelijk gebied (53 dB) worden niet gerespecteerd. De maximale ontheffingswaarde voor stedelijk gebied (63 dB) wordt wel gerespecteerd.

72

Ter plaatse van de overige zijden van het bouwvlak en de overige bouwvlakken van zone 2 wordt de voorkeursgrenswaarde wel gerespecteerd.

Wet Geluidhinder - maatregelen zone 1 en 2 Maatregelen ter reductie van de geluidbelasting kunnen bestaan uit bronmaatregelen (vervangen wegdek), maatregelen bij de ontvanger (verplaatsen bouwvlakken) en overdrachtsmaatregelen (plaatsen scherm). Deze maatregelen zijn onderzocht en stuiten op overwegende bezwaren. Daarom is ten behoeve van bovengenoemde twee locaties met een hogere waarde dan de voorkeursgrenswaarde een besluit op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk. Goede ruimtelijke ordening - 30 km/uur-weg  Ten gevolge van De Dieppoel (30 km/uur wegvak), Heuvelstraat, Koffiestraat en de Nobisweg wordt ter plaatse van beide deelgebieden de voorkeursgrenswaarde gerespecteerd. Ten gevolge van deze wegen is daarom sprake van een goede ruimtelijke ordening.  Ten gevolge van de Hommelsedijk bedraagt de geluidbelasting ter plaatse van de bouwvlakken DA WG 01 en DA WG 04 t/m 07 meer dan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. De maximale geluidbelasting bedraagt 53 dB ter plaatse van het bouwvlak DA WG 01 van zone 1. Op de gevels van te realiseren woningen binnen deze bouwvlakken die niet georiënteerd zijn op deze weg zal de geluidbelasting niet meer dan 48 dB bedragen. Zodoende is sprake van een aanvaardbaar akoestische woon- en leefklimaat.

Goede ruimtelijke ordening - cumulatie  De maximale cumulatieve geluidbelasting ter plaatse van deelgebied A bedraagt 58 dB en ter plaatse van deelgebied B 61 dB. Voor een volledig overzicht van de rekenresultaten wordt verwezen naar bijlage B3.  In het kader van een goed woon- en leefklimaat wordt geadviseerd om voor woningen binnen de bouwvlakken met een cumulatieve geluidbelasting van meer dan 53 dB rekening te houden met extra geluidwering van de gevel op basis van deze geluidbelastingen. Aanbeveling Op dit moment zijn de zones 1 en 2 deels in buitenstedelijk gebied gesitueerd waardoor de maximale ontheffingswaarde 53 dB bedraagt. De maximale ontheffingswaarde ten gevolge van wegen ter plaatse van woningen binnen stedelijk gebied bedraagt 63 dB. Bij de realisatie van het plan is het noodzakelijk om de grens stedelijk/buitenstedelijk gebied te verplaatsen. Wanneer de grens stedelijk gebied wordt verplaatst is het wel mogelijk om een hogere waarde te verlenen aan de woningen in het oostelijk deel van zone 2 (bouwvlak DB WG01). Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een procedure hogere waarde Wet geluidhinder benodigd. In bijlage 13 is het Beluit Hogere Waarde opgenomen. Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen een geluidszone van een gezoneerd industrieterrein. Er is geen akoestisch onderzoek industrielawaai nodig.

In paragraaf 5.1.2.2 is de onderbouwing ten aanzien van het aspect geluid in gevolge de bedrijfsactiviteiten van bedrijven in de directe omgeving opgenomen.

5.1.5.3

Conclusie

Het aspect geluid vormt geen planologische belemmering voor het plan. Voor een woning aan De Dieppoel (maximaal 50 dB ter plaatse van de noordzijde van bouwvlak DA WG08) en voor de oostzijde van het bouwvlak DB WG01 (maximaal 55 dB) heeft het college van burgemeester en wethouders een hogere waarde Wet geluidhinder vastgesteld. Dit besluit is gebaseerd op de besluiten tot verplaatsing van de grenzen bebouwde kom en daarmee de ligging van het gehele plangebied in stedelijk gebied.

5.1.6 Luchtkwaliteit 5.1.6.1

Inleiding

Om personen tegen de gevolgen van luchtverontreiniging te beschermen zijn in de Wet milieubeheer normen opgenomen voor bepaalde stoffen. Bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit moet enerzijds aangetoond worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een (significante) overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen en anderzijds dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

73

5.1.6.2

Analyse

Effecten plan op luchtkwaliteit In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" zijn categorieën van gevallen genoemd die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Zo is een project met maximaal 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg één van de genoemde gevallen. Voorliggend plan omvat in totaal maximaal 175 woningen en betreft daarmee een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Er is geen nader onderzoek nodig. Goed woon- en leefklimaat Het plan ligt niet in de nabijheid van zware industrie, (een concentratie van meerdere) intensieve veehouderijen of drukke vaarwegen. Voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat wordt alleen gekeken naar luchtverontreiniging van verkeer op wegen in de omgeving. In de Wet milieubeheer zijn voor een groot aantal stoffen grenswaarden opgenomen, maar uit onderzoek blijkt dat langs wegen alleen overschrijdingen van de grenswaarden voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) kunnen optreden. Voor de overige stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wm treden naar verwachting nergens langs het Nederlandse wegennet overschrijdingen van deze grenswaarden op. De volgende afbeeldingen betreffen uitsnedes uit de kaart van Atlas leefomgeving.

Op de kaart is de concentratie van fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) in beeld gebracht Het plangebied is rood omlijnd.

UITSNEDE ATLAS LEEFOMGEVING NO2

UITSNEDE ATLAS LEEFOMGEVING PM10

De grenswaarde voor de gemiddelde concentratie NO2 bedraagt 40 µg/m³ per jaar. Voor PM10 bedraagt de gemiddelde grenswaarde eveneens 40 µg/m³ per jaar. Op bovenstaande kaarten is zichtbaar dat:  de concentratie stikstofdioxide (NO2 ), die er in 2020 ter plaatse van het plangebied gemiddeld in de lucht zat, tussen de 12 - 14 µg/m ³ bedroeg.  De concentratie PM10 in dat jaar tussen de 16 - 18 µg/m ³ bedroeg. Hiermee worden de grenswaarden niet overschreden en is er sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. Bovendien wordt met de beëindiging van de intensieve veehouderijen aan Hommelsedijk 4a en 4b en de Hommelsedijk 15 een positieve bijdrage geleverd aan de luchtkwaliteit.

5.1.6.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.

74

5.1.7 Volksgezondheid 5.1.7.1

Inleiding

Het aspect volksgezondheid heeft de laatste jaren meer aandacht gekregen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. Een beoordeling van de effecten op de volksgezondheid doet zich met name voor bij de ontwikkeling van of in de buurt van veehouderijen, boom- en fruitteelt en hoogspanningsverbindingen. In deze paragraaf wordt het plan aan deze aspecten getoetst.

5.1.7.2

Veehouderijen

Bij het beoordelen van de effecten van veehouderijen op de volksgezondheid wordt onderscheid gemaakt in endotoxinen en geitenhouderijen. De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie 30 april 2018)- die bedoeld is bij de nieuwvestiging of verandering van veehouderijen - biedt een stappenplan dat ook deels geschikt is voor de beoordeling van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van veehouderijen. Endotoxinen Endotoxinen zijn bouwstenen van bepaalde bacteriën die een giftig effect op de mens kunnen hebben en tot gezondheidsklachten kunnen leiden. Endotoxinen komen vaak voor in fijnstof van intensieve veehouderijen. Conform stap 5 van het stappenplan moet de ligging van het initiatief ten opzichte van veehouderijen worden beoordeeld. Bij een afstand van meer dan 1 kilometer tot pluimveehouderijen en van meer dan 250 meter tot overige veehouderijen (behoudens geitenhouderijen) is er geen gevaar voor de volksgezondheid als gevolg van endotoxinen. Het Bestand Veehouderijbedrijven biedt de benodigde gegevens van de veehouderijen. Analyse Het plan omvat nieuwe, milieugevoelige objecten. In een straal van 1000 meter rondom het plangebied is één pluimveeveehouderij met 49 dieren actief, op een afstand van circa 100 meter van het plangebied, aan de Dodenhoeksestraat 1. Binnen de richtafstand van 250 meter van het plangebied zijn geen andere veehouderijen gelegen.

De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie 30 april 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of er sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico en of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Stap 1 Endotoxine Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Na de beëindiging van de intensieve veehouderijen aan de Nobisweg 15 en de Hommelsedijk 4a en 4b is er sprake van een zeer grote afname van het fijnstof gehalte in de lucht ten gevolge van pluimveehouderijen. Hierdoor is sprake van een grote verbetering van de luchtkwaliteit waardoor de gezondheidsrisico's met betrekking tot endotoxine voor de bewoners van Heeswijk-Dinther verminderen. De in de nabijheid van het plangebied gelegen pluimveehouderij aan de Dodenhoeksestraat 1 wordt geclassificeerd als zijnde van zeer geringe omvang. Deze heeft een fijnstofemissie van circa 4,1 kg jaar.

75

GRAFIEK FIJN STOFEMISSIE LEGKIPPEN

Het plangebied ligt op minimaal 100 meter afstand van de pluimveehouderij aan de Dodenhoeksestraat 1. De concentratie endotoxine in het plangebied is met 4,1 kg/jaar kleiner dan in bovenstaande grafiek bij 100 m is aangegeven. Hiermee ligt de concentratie beneden de adviesnorm van 30 EU/m³. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Stap 2 Emissies De ontwikkeling betreft een wijziging naar een woonbestemming en leidt niet tot een toename van emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Stap 3a Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/-leefklimaat a.d.h.v. wettelijk kader De ontwikkeling vindt niet plaats in een gebied met een overbelaste geursituatie. Stap 3b Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/ -leefklimaat. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de geursituatie in het gebied. Stap 4a Meerdere diersoorten in één veehouderij Er zijn geen bedrijven met meer dan één diersoort rondom het plangebied gelegen. Stap 4b De afstand tussen een varkensbedrijf en pluimveebedrijf De afstand tussen het plangebied en de dichtstbijzijnde varkensbedrijf en pluimveebedrijf is groter dan 100 meter. Stap 5a, b en c De afstanden tot geitenhouderijen, pluimveehouderijen Uit onderzoek is gebleken dat omwonenden in een straal van 2 km rondom geitenhouderijen een verhoogde kans hebben op longontsteking.

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen moet beoordeeld worden of er een effect is op de volksgezondheid. Binnen een straal van 2 kilometer bevinden zich twee geitenhouderijen. Op circa 1.100 meter van het plangebied is aan de Meerstraat 29 een geitenhoudenrij vergund. Op circa 1.800 meter van het plangebied is aan de Fokkershoek 1 eveneens een geitenhouderij vergund. Stap 6 Mestbewerking Er wordt in de nabijheid geen mest bewerkt of verwerkt. Stap 7 Ongerustheid over de volksgezondheid Voor zover bekend, zijn er geen klachten/vragen bekend in de omgeving wat betreft de volksgezondheid in relatie tot veehouderijen.

76

Conclusie Ten aanzien van de beoordeling op basis van de ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden gesteld dat het plangebied is gelegen buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkensbedrijven in de omgeving. Er is dus geen sprake van een verhoogd risico. Het plangebied is wel gelegen binnen de richtafstand tot een pluimveehouderij. Het aantal dieren is echter zeer beperkt en de fijnstofconcentratie ligt beneden de adviesnorm van 30 EU/m³. Er is dus een zeer beperkt verhoogd risico. Het plan voorziet niet in bijzondere gevoelige bestemmingen en er worden geen klachten vanwege veehouderijen verwacht. Een GGD advies hoeft niet te worden gevraagd. Binnen 2 kilometer zijn 2 geitenhouderijen aanwezig, deze zijn gelegen op meer dan 1 kilometer van het plangebied. Uit het stappenplan blijkt dat ten aanzien van de geitenhouderijen overwogen dient te worden om advies van de GGD in te winnen. Op 24 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders de notitie ''Woningbouwontwikkelingen nabij geitenhouderijen'' vastgesteld. Wanneer één of meerdere nieuwe woningen worden geprojecteerd binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij, dient volgens dit beleid terughoudendheid worden betracht: a. Op basis van cumulatie dient de specifieke gezondheidssituatie in beeld te worden gebracht.

Bij een te slechte gezondheidssituatie kan worden besloten géén medewerking te verlenen; b. Nieuwe bewoners dienen expliciet op de gezondheidssituatie en – risico's te worden gewezen; c. Er wordt géén medewerking verleend aan ontwikkelingen die zijn gericht op voorzieningen waar (grote groepen) meer kwetsbare mensen gebruik van maken; d. Situaties zijn denkbaar waarin het maatschappelijk belang een rol speelt zoals uitbreidingen van de dorpen ten behoeve van woningbouw (het gaat dan om meer dan 11 woningen) of daar waar het toevoegen van woningen gepaard gaat met een (sterke) verbetering van de gezondheidssituatie (bijvoorbeeld via bedrijfssanering). Binnen een straal van 250 meter geldt volgens dit beleidskader een 'nee, tenzij principe. Op een afstand van 1 kilometer van het plangebied zijn 2 geitenhouderijen aanwezig. Met dit plan is sprake van een maatschappelijk belang volgens sub d omdat wordt voorzien in een woningbouwlocatie van 208 woningen. Dit in combinatie met de sanering van drie intensieve veehouderijen. Deze sanering levert binnen en in de directe omgeving van het plangebied een sterke verbetering van de gezondheidssituatie op.

5.1.7.3

Boom- en fruitteelt

Bij boom- en fruitteelt worden vaak gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Deze middelen kunnen een risico vormen voor de volksgezondheid. Als gevolg van de wind kunnen gewasbeschermingsmiddelen verwaaien. Dit wordt drift genoemd. Om te voorkomen dat derden als gevolg van drift in aanraking komen met gewasbeschermingsmiddelen wordt een spuitzone van 50 meter gehanteerd. Analyse Het plan leidt tot het toevoegen van woningen waar personen gedurende langere tijd verblijven. Er wordt opgemerkt dat de gronden rondom het plangebied thans niet in gebruik zijn voor boom- en fruitteelt en bovendien ook niet expliciet zijn aangewezen als boomteeltbedrijf. Boomteelt is alleen mogelijk ter plaatse van de aanduiding 'bomenteelt'. In de nabije omgeving van het plangebied is deze aanduiding niet aanwezig. Aan de buitenzijde van het plangebied zijn reeds woonfuncties aanwezig, die een belemmering vormen voor een eventuele ontwikkeling van fruitteelt. De percelen tussen deelgebied B en C maken onderdeel uit van de visie 'Bebouwingsconcentraties', waarbinnen geen nieuwe ontwikkeling van fruitteelt is voorzien. Om te voorkomen dat gewasbeschermingsmiddelen nabij de nieuwe woningen worden gebruikt, is in het bestemmingsplan ter hoogte van de Heuvelstraat een strook van 50 meter (een spuitzone) opgenomen waarbinnen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet is toegestaan.

Daarnaast is binnen de aangrenzende bestemmingen een strook van 7 meter opgenomen met de mogelijkheid om binnen deze strook ter bescherming tegen gewasbeschermingsmiddelen voorzieningen te plaatsen in de vorm van een constructie met driftdoek. Conclusie Het plan bevat een verbod op de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en de mogelijkheid om beschermingsmaatregelen te treffen. Geconcludeerd wordt dat het aspect gewasbeschermingsmiddelen als gevolg van boom- en fruitteelt geen planologische belemmering vormt voor het plan.

77

5.1.7.4

Hoogspanningsverbindingen

De magnetische velden in de buurt van hoogspanningsverbindingen kunnen invloed hebben op de gezondheid. Het beleid van de Rijksoverheid is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rondom bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Analyse Het plan leidt tot het toevoegen van woningen waar kinderen gedurende langere tijd verblijven. Er wordt echter opgemerkt dat er sprake is van een zeer grote afstand tot hoogspanningsverbindingen, namelijk ruim 3 kilometer, en dat het schadelijke magneetveld zich tot maximaal enkele honderden meters van de hoogspanningsverbinding uitstrekt. Conclusie Gelet op de zeer grote afstand tot hoogspanningsverbindingen (namelijk 3 kilometer ") is nader onderzoek niet nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=082f1c4a-9780-4c2a-9d03-5fa77e13966b