CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Vast te stellen bestemmingsplan Wijziging Golfbaan The Duke - Bijlage 2 bij toelichting - Natuurtoets

Raadsvergadering 28 januari 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan wijziging Golfbaan The Duke, Nistelrode - NIET BEHANDELD11.977 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

29

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

5

TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING

In dit hoofdstuk is een analyse gemaakt van de te verwachten effecten op de soorten die aanwezig zijn of verwacht worden; het betreft in dit geval verschillende zoogdieren (das en vleermuizen), vogels (waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is en algemene broedvogels) en amfibieën, waarvan het voorkomen niet is uitgesloten of is te verwachten. Het voorkomen van beschermde vaatplanten, vissen, reptielen (hazelworm) en ongewervelde diersoorten is niet te verwachten of uitgesloten. Hierdoor is het optreden van negatieve effecten op deze soorten of soortgroepen niet aan de orde en worden zij onderstaand niet verder behandeld. 5.1

Effectbeoordeling ten aanzien van beschermde zoogdiersoorten

Dassen Zowel bij de gebieden waar het voornemen is om de holes 5, 9-11 uit te breiden als rondom de golfbaan zijn sporen of exemplaren van de das waargenomen. Het gaat bij de sporen om wroetsporen en wissels die door het plangebied lopen, maar ook in een straal van 1-2 km rondom het golfbaan aanwezig zijn. Onderzoek met behulp van cameravallen in het bosperceel in holes 9-11 heeft de aanwezigheid van de das aangetoond, het gaat hierbij om één of twee exemplaren. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat het om meer dassen gaat. In hetzelfde bosperceel als waar de uitbreiding van hole 5 gaat plaatsvinden, bevinden zich 2 vluchtburchten van de das. Deze vluchtburchten zijn een minder bestendig onderdeel van het leefgebied, hoewel ze evenzeer beschermd zijn binnen de Wet natuurbescherming, ze zijn ondiep en dienen als snelle schuilmogelijkheid tegen bijvoorbeeld honden of andere verstoringen. De voorgenomen kwaliteitsimpuls van het golfterrein leidt niet tot een directe aantasting of verstoring van meerdere vluchtburchten van de das, aangezien de afstand van de uitbreiding van hole 5 op 65-75 meter afstand van deze vluchtburchten plaatsvindt. Doordat de huidige locaties van de vluchtburchten ten opzichte van de golfbaan nu 520 meter bedraagt, kan worden uitgesloten dat de toekomstige situatie van hole tot verstoring van de vluchtburchten leidt.

Hierdoor is er geen sprake van overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Daarentegen wordt het foerageergebied (wroetsporen) en/of migratieroutes (wissels) van das negatief beïnvloed door de voorgenomen ingreep en werkzaamheden ter uitbreiding van de golfbaan bij hole 5 en holes 9-11. Hierdoor is er sprake van overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Ten behoeve van deze overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming dient een ontheffing aangevraagd te worden en dient het verloren leefgebied van de das gecompenseerd te worden. Eekhoorn Verblijfplaatsen van de eekhoorn gaan door de kap van de bospercelen niet verloren. De te kappen bospercelen beslaan ten opzichte van het gehele bosperceel rondom golfterrein The Duke een klein oppervlak. Hierdoor zijn de te kappen bospercelen niet essentieel voor de eekhoorn. De kap leidt dan ook niet tot overtreding van verbodsartikelen binnen de Wet natuurbescherming. Vleermuizen Toetsing soortbescherming Vernietiging van kraamverblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen door de voorgenomen werkzaamheden zijn uit te sluiten, de aanwezige mogelijk te kappen bomen zijn gering in diameter en hebben geen zichtbare holtes. Binnen het plangebied bevinden zich meerdere bomen met loszittende bast. Deze kunnen fungeren als zomeren/of paarverblijfplaats van boombewonende vleermuizen.

Hierdoor kan niet worden uitgesloten dat de voorgenomen werkzaamheden binnen het plangebied leiden tot vernietiging van zomer en/of paarverblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om de functionaliteit van deze bomen met de loszittende bast voor boombewonende vleermuizen vast te stellen. Het plangebied kan vanwege de aanwezigheid van lijnstructuren fungeren als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. Vanwege het geringe oppervlak van het plangebied en direct grenzend verschillende lijnstructuren die behouden blijven, vinden geen overtredingen van verbodsartikelen binnen de Wet natuurbescherming plaats.

30

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

Indien de inrichtingswerkzaamheden uitsluitend overdag plaatsvinden, is het uitgesloten dat foeragerende vleermuizen verstoord worden. Indien gebruik gemaakt wordt van verlichting op de opslag van de werkzaamheden is verstoring op overvliegende en foeragerende vleermuizen langs de lijnstructuren en bospercelen grenzend het plangebied aan de orde. Vleermuizen zijn namelijk lichtgevoelig. In het volgende hoofdstuk is een advies opgenomen ten aanzien van deze werkzaamheden, om zo negatieve effecten te voorkomen. Er hoeft, met inachtneming van de voorzorgsmaatregel, geen ontheffing voor verstoring van vleermuizen te worden aangevraagd. Toetsing naar aanleiding aanvullend onderzoek Tijdens het aanvullend onderzoek zijn geen verblijfindicerende waarnemingen gedaan van boombewonende vleermuizen binnen het plangebied. Hierdoor zijn verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied uit te sluiten. Uit het aanvullend onderzoek blijkt eveneens dat het plangebied onderdeel uit maakt van het foerageergebied en in mindere mate als vliegroute voor vleermuizen. Vanwege het geringe oppervlak van het bos dat daadwerkelijk gekapt gaat worden, blijft de functionaliteit van het totale bos door de lijnstructuren als foerageergebied en vliegroute behouden.

De voorgenomen werkzaamheden leiden dan ook niet tot significant negatieve effecten op vleermuizen en daardoor is geen sprake van overtreding van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Vervolgstappen zijn niet nodig. Kleine marterachtigen Toetsing soortbescherming Kleine marterachtigen zijn binnen de Provincie Noord-Brabant beschermd. Door de aanwezige vervallen konijnburchten, maar ook aanwezige muizenholen in het bosperceel rondom holes 10-11 kan het voorkomen van kleine marterachtigen als de bunzing, hermelijn en wezel niet worden uitgesloten. De voorgenomen werkzaamheden leiden mogelijk tot het vernietigen van deze verblijfplaatsen. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om de functionaliteit en hiermee de aanwezigheid van kleine marterachtigen in dit bosperceel vast te stellen en/of uit te sluiten. Toetsing aanvullend onderzoek Uit het aanvullend onderzoek blijkt het gebied in de actieve periode van kleine marterachtigen niet in gebruik te zijn door kleine marterachtigen. Incidenteel is het mogelijk dat een kleine marterachtigen het gebied gebruikt. Echter blijkt het gebied aan de hand van de bevindingen van het aanvullend onderzoek en ook vanwege de fysieke kenmerken (weinig tot geen ondergroei en dichte houtstapels) geen essentiële functie te hebben voor kleine marterachtigen.

De voorgenomen werkzaamheden leiden dan ook niet tot overtreding van verbodsartikelen binnen de Wet natuurbescherming. Vervolgstappen zijn niet nodig. Nationaal beschermde grondgebonden zoogdiersoorten Het plangebied is voor meerdere nationaal beschermde zoogdiersoorten geschikt. Het gaat om soorten als muizen, vos, egel, ree en konijn. Deze soorten of hun habitat worden gedurende de uitvoering van de werkzaamheden verstoord. Na afloop van de werkzaamheden kunnen zij niet langer op eenzelfde wijze van het terrein gebruik maken (omvorming van bos naar golfbaan). Omdat in de omgeving meer dan voldoende alternatief leefgebied beschikbaar blijft, kunnen deze soorten daar tijdens de uitvoering van de werkzaamheden heen vluchten. Zij ondervinden geen significant negatieve effecten. Het effect van de omvorming zal geen significant negatief effect hebben op de staat van instandhouding van deze soorten. De algemene zorgplicht geldt te allen tijde en houdt in dat zorgvuldig en met zo min mogelijk schade de ingreep en werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Hierover is in het volgende hoofdstuk een advies opgenomen.

5.2

Effectbeoordeling ten aanzien van vogels

Vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen Verblijfplaatsen van vogels, die hun verblijfplaats het hele jaar door gebruiken of elk jaar terugkeren naar hetzelfde nest, zijn permanent beschermd. Nesten van deze soorten zijn aanwezig rondom het golfterrein. Echter vinden de voorgenomen kapwerkzaamheden buiten het gebied plaats waar de jaarrond beschermde nestplaatsen het bos aanwezig zijn. Hierdoor vindt geen vernietiging van deze nesten plaats, waardoor geen sprake is van overtreding

31

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

van de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Door de voorgenomen werkzaamheden verdwijnt potentieel leefgebied voor deze soorten. Echter door het geringe oppervlak blijven voldoende alternatieven over en vindt door de voorgenomen (kap)werkzaamheden geen overtreding van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming plaats. Doordat bestaand bos rondom de nestlocaties die in de directe omgeving bij holes 10-11 behouden blijft, is van externe werkingen als wind en menselijke activiteit op de golfbaan geen sprake. Hierdoor vindt door de voorgenomen werkzaamheden geen overtreding van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming plaats. In het plangebied bevinden zich locaties die kunnen fungeren als broedlocatie voor vogels (raaf, boomklever, grote bonte specht etc.) met jaarrond beschermde nesten indien er sprake is van zwaarwegende ecologische redenen. Het betreft (mogelijke) nestplaatsen van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. In de omgeving van het plangebied is daarom gekeken naar alternatieven, deze zijn ruim voldoende aanwezig in de vorm van andere vergelijkbare bomen grenzend aan het plangebied.

Bovendien komen deze soorten zowel landelijk als regionaal algemeen voor, waardoor geen sprake is van significante effecten op populatieniveau. Er zijn geen zwaarwegende ecologische redenen om eventuele nestplaatsen van de hierboven genoemde soort jaarrond te beschermen. Algemene broedvogels De meeste vogelsoorten maken elk jaar een nieuw nest. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd wanneer zij in gebruik zijn. De aanwezige ruigtestroken kunnen fungeren als broedgebied voor algemene broedvogels. Indien de werkzaamheden buiten de periode plaatsvinden dat vogels broeden, is verstoring van broedende vogels en in gebruik zijnde nestplaatsen niet aan de orde. Indien wel in de periode wordt gewerkt dat vogels een nestplaats (kunnen) hebben, mogen de werkzaamheden niet worden uitgevoerd indien dit leidt tot een verstoring van deze nestplaatsen. Mocht het niet mogelijk zijn om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren, dan is het nodig om door een ecoloog een controle uit te laten voeren op aanwezigheid van in gebruik zijnde vogelnesten. Hierover is in het volgende hoofdstuk een advies opgenomen.

5.3

Effectenbeoordeling ten aanzien van amfibieën

Net als bij de algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, geldt voor de voorkomende algemene amfibieën dat in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling geldt ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Soorten van de soortgroep, zoals bruine kikker of gewone pad, kunnen voorkomen in de om te vormen terreindelen, en hun aanwezigheid is, vanwege hun algemene verspreiding en de geschiktheid van het terrein, niet uit te sluiten. De algemene zorgplicht geldt te allen tijde en houdt in dat zorgvuldig en met zo min mogelijk schade de ingreep en werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Hierover is in het volgende hoofdstuk een advies opgenomen. Een uitzondering geldt voor de beschermde soorten alpenwatersalamander en kamsalamander. De voorgenomen werkzaamheden leiden rondom de uitbreiding van holes 9, 10 en 11 tot vernietiging van het potentiële landbiotoop en dus mogelijk tot overtreding van verbodsartikelen. Om overtreding te voorkomen, moeten de werkzaamheden onder begeleiding van een ecoloog worden uitgevoerd. Het is noodzakelijk om ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden een ecologisch werkprotocol op te stellen om zorgvuldig handelen te borgen. Wanneer gewerkt worden conform het ecologische werkprotocol, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig.

5.4

Volledigheid van de onderzoeksgegevens en effectbeoordeling

De verspreidingsgegevens, het oriënterend veldbezoek en de gegevens uit het soortgerichte vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van das en hazelworm, geven een voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van beschermde vaatplanten, grondgebonden zoogdiersoorten, vleermuizen, vogels met jaarrond beschermde nesten, algemene broedvogels, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelde diersoorten.

32

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

6

CONCLUSIE EN ADVIES

In dit hoofdstuk is de conclusie en het advies opgenomen. Er is aangegeven of er sprake kan zijn van een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, of er voorzorgsmaatregelen genomen kunnen worden om overtreding te voorkomen, of dat mitigerende maatregelen dan wel een ontheffing noodzakelijk zijn. Onderstaand volgend de conclusies en aanbevelingen per soortgroep. 6.1

Vaatplanten

Er zijn geen beschermde soorten aanwezig of te verwachten. De voorgenomen ingreep leidt niet tot overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde vaatplanten.

6.2

Grondgebonden zoogdiersoorten

Er zijn verschillende grondgebonden zoogdiersoorten aanwezig of te verwachten. Dit zijn nationaal beschermde soorten en de Europees beschermde das. Voor de te verwachten nationaal beschermde grondgebonden zoogdiersoorten (o.a. muizen, vos, egel, konijn, mol) geldt in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat in gevallen waar de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, geen ontheffing aangevraagd hoeft te worden. Wel moet voldaan worden aan de algemene zorgplicht. Dit houdt o.a. in dat soorten de gelegenheid krijgen om te vluchten. Bij hole 5 houdt dit in dat de omvorming van het bos, vanaf de wegzijde richting het westen dient plaats te vinden, om aanrijdslachtoffers te voorkomen. Das Voor de das geldt dat wel een ontheffing nodig is voor de omvorming van het bos, omdat de voorgenomen kwaliteitsimpuls van het golfterrein leidt tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (vernietiging leefgebied, naast verblijfplaatsen zijn zowel het foerageergebied als de migratieroute van de das beschermd). Met de uitbreiding van de holes 5,9, 10 en 11 en de daarbij horende kap van de bospercelen, wordt het leefgebied voor de das doorsneden en dus ongeschikt.

Het vernietigen van het leefgebied is niet te voorkomen met de bestaande voorgenomen werkzaamheden (uitbreiding van het golfterrein). Voor de das is een Kennisdocument (BIJ12, 2017) beschikbaar. Er dienen mitigerende maatregelen genomen te worden om optredende negatieve effecten zo veel als mogelijk te verzachten. Door deze maatregelen moet worden geborgd dat de das in het bos rondom het golfterrein kan stand houden. Er is daardoor geen significant negatief effect op de staat van instandhouding. Dit houdt wel in dat, door oppervlakteverlies, maatregelen moeten worden gerealiseerd die de kwaliteit van het gebied voor das verbeteren (dekkende geleidende structuren en voedselaanbod). Hierbij dient het huidige leefgebied zoveel mogelijk ontzien te worden. Dit kan worden gedaan door bijvoorbeeld de dassenwissels voor zonsondergang (of uiterlijk 19.00 uur als de zon later onder gaat) weer vrij te maken van geveld hout en gevelde takken en de omvorming gefaseerd te laten plaatsvinden. De maatregelen moeten in overleg met de golfbaan en de ecoloog van idverde advies worden bepaald en worden vastgelegd in een activiteitenplan voor das. Deze wordt als bijlage bij de aanvraag voor een ontheffing toegevoegd. Eveneens dient een inrichtingsplan ten behoeve van het leefgebied van de das opgesteld te worden. De kap van het bosperceel ter hoogte van hole 5 dient gefaseerd uitgevoerd te worden.

Dit dient onder ecologische begeleiding van een ecoloog van idverde Advies te gebeuren. Kleine marterachtigen Uit het aanvullend onderzoek blijkt dat het bosperceel rondom holes 10-11, het te kappen bosperceel, niet in gebruik is als (essentieel) leefgebied (verblijfplaats, foerageer- en migratiegebied) door kleine marterachtigen. De voorgenomen kap leidt dan ook niet tot overtreding van verbodsartikelen binnen de Wet natuurbescherming.

6.3

Vleermuizen

De voorgenomen werkzaamheden leiden niet tot significant negatieve effecten op vleermuizen en daardoor is geen sprake van overtreding van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Uit het aanvullend onderzoek blijkt dat het te kappen bosperceel rondom holes 10-11 niet in gebruik is als verblijfplaats door boombewonende vleermuizen. De voorgenomen kap leidt dan ook niet tot overtreding van verbodsartikelen binnen de Wet natuurbescherming.

33

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

Indien de inrichtingswerkzaamheden uitsluitend overdag plaatsvinden, is het uitgesloten dat foeragerende vleermuizen verstoord worden. Indien gebruik gemaakt wordt van verlichting op de opslag van de werkzaamheden is verstoring op overvliegende en foeragerende vleermuizen langs de lijnstructuren en bospercelen grenzend aan het plangebied aan de orde. Vleermuizen zijn namelijk lichtgevoelig. Bij gebruik van licht op opslag: deze dient niet op het bos en lijnstructuren van het bos te schijnen om lichtverstrooiing te voorkomen. Hierdoor wordt voldoende voorkomen dat verstoring van in het plangebied langs vliegende en/of foeragerende vleermuizen significant negatief worden beïnvloed. Er is meer dan afdoende geschikt alternatief foerageergebied aanwezig.

6.4

Vogels

De voorgenomen werkzaamheden zijn mogelijk verstorend voor vogels. Indien in het broedseizoen gewerkt wordt, moet zorgvuldig gecontroleerd worden op de aanwezigheid van nesten van broedende vogels en moeten de werkzaamheden door een ter zake kundige begeleid worden. Het is niet mogelijk om een ontheffing aan te vragen voor het verstoren van broedgevallen. Het is uitdrukkelijk aan te bevelen om de werkzaamheden in het najaar te plannen, vanaf eind augustus tot medio februari. In deze periode is de kans op de aanwezigheid van broedende vogels en daarmee de kans op overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, het kleinst en het efficiënts beheersbaar. De wijze waarop de begeleiding plaatsvindt, dient in een ecologisch werkprotocol te worden opgenomen.

6.5

Amfibieën

De aanwezigheid van beschermde amfibieën kan niet worden uitgesloten, ten behoeve het zorgvuldig handelen in het landbiotoop van de alpenwatersalamander en kamsalamander dient gewerkt te worden via een ecologisch werkprotocol. Dit ecologische werkprotocol dient voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden opgesteld te worden. Indien aantoonbaar conform het ecologische werkprotocol gewerkt wordt, is het aanvragen van een ontheffing voor overtreding van de verbodsbepalingen voor deze soorten niet nodig. Voor de mogelijk aanwezige algemene amfibieën geldt in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat in gevallen waar de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, geen ontheffing behoeft aangevraagd te worden. Wel moet voldaan worden aan de algemene zorgplicht. Dit houdt o.a. in dat soorten de gelegenheid krijgen om te vluchten. Bij hole 5 houdt dit in dat de omvorming van het bos, vanaf de wegzijde richting het westen dient plaats te vinden, om aanrijdslachtoffers te voorkomen. We adviseren om te werken volgens de gedragscode ‘Natuurbeheer 2016-2021’van de VBNE.

6.6

Vissen, reptielen en ongewervelde diersoorten

Er komen geen beschermde vissen, reptielen of ongewervelde diersoorten binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden voor. Het is uitgesloten dat zij negatieve effecten ondervinden. Hierdoor is geen sprake van overtreding van de verbodsbepalingen.

34

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

7

LITERATUURLIJST

Geraadpleegde literatuur • Bouwens, S. (2017). Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming. Provincie NoordBrabant. •

Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center. P. 236-264.

•

Creemers, R., Delft van, J. (2009). Atlas de amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse fauna 9. RAVON. P. 87-279.

•

Dietz, C., Helversen von, O., Nill, D., Vleermuizen, alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, Utrecht 2011.

•

Kennisdocument Das, Meles meles, BIJ12, 2017.

•

NDFF-database. (2019). https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/secure/index.zul, d.d.: 11-04-2019.

35

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=27a52e30-de1c-46df-bb93-d4dac737810a