CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Vast te stellen bestemmingsplan Wijziging Golfbaan The Duke - Bijlage 2 bij toelichting - Natuurtoets

Raadsvergadering 28 januari 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan wijziging Golfbaan The Duke, Nistelrode - NIET BEHANDELD11.977 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

1

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

COLOFON Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode OPDRACHTNEMER

Idverde Advies B.V. Willemsplein 2-4 5211 AK ‘s-Hertogenbosch T: 073 205 11 00 E: advies@idverde.nl

OPGESTELD DOOR

Matthias Koster (Adviseur ecologie)

GETOETS DOOR

Ingeborg Bax (Senior adviseur ecologie)

OPDRACHTGEVER

AGEL Adviseurs Mw. H. Wenting Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout

FOTO VOORBLAD

Impressie van het golfterrein The Duke te Nistelrode

PROJECTNUMMER STATUS VERSIE DATUM

722190116

DEFINITIEF 1.4 8 december 2020

geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van idverde. idverde is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport. In deze rapportage is gebruik gemaakt van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op deze gegevens rusten auteursrechten. Het schriftelijk of digitaal delen of publiceren van (een deel van) de gegevens uit de NDFF is niet toegestaan zonder toestemming van BIJ12, uitgezonderd aan bevoegd gezag in het kader van een vrijstellings- of ontheffingsprocedure of voor intern gebruik van de opdrachtgever voor de duur van het betreffende project. Idverde Advies is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden, kaartmateriaal inclusief getoonde begrenzingen of andere gegevens verkregen van Idverde Advies. De opdrachtgever vrijwaart Idverde Advies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Idverde Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologische adviesbureaus. Hierdoor zijn wij goed op de hoogte van de nieuwste ontwikkeling op het gebied van ecologie en wetgeving.

Door de inzet van conform de wet ter zake kundige ecologen, waarborgen wij daarnaast onze onderzoekskwaliteit. Omdat ecologisch (veld)onderzoek een momentopname is, kan aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Idverde Advies is niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie.

2

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

INHOUD COLOFON

2

INHOUD

3

1

INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Onderzoeksvragen 1.3 Afbakening van het onderzoek 1.4 Leeswijzer

4 4 4 4 5

2

PLANGEBIED 2.1 Ligging van het plangebied 2.2 Beschrijving van de werkzaamheden en toetsing aan de Wnb 2.3 Algemene biotoopomschrijving plangebied

6 6 7 7

3

WERKWIJZE 3.1 Bronnenonderzoek 3.2 Veldonderzoek QuickScan Soortenbescherming 3.3 Vervolgonderzoeken 3.4 Effectenbeoordeling

10 10 10 11 17

4

ONDERZOEKSRESULTATEN 4.1 Vaatplanten 4.2 Grondgebonden zoogdieren 4.3 Vleermuizen 4.4 Vogels 4.5 Vissen 4.6 Amfibieën 4.7 Reptielen 4.8 Ongewervelde diersoorten

18 18 18 23 24 26 26 27 29

5

TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING 5.1 Effectbeoordeling ten aanzien van beschermde zoogdiersoorten 5.2 Effectbeoordeling ten aanzien van vogels 5.3 Effectenbeoordeling ten aanzien van amfibieën 5.4 Volledigheid van de onderzoeksgegevens en effectbeoordeling

30 30 31 32 32

6

CONCLUSIE EN ADVIES 6.1 Vaatplanten 6.2 Grondgebonden zoogdiersoorten 6.3 Vleermuizen 6.4 Vogels 6.5 Amfibieën 6.6 Vissen, reptielen en ongewervelde diersoorten

33 33 33 33 34 34 34

7

LITERATUURLIJST

35

3

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

1

INLEIDING

Idverde Advies heeft in opdracht van AGEL Adviseurs een natuurtoets in het kader van de soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming uitgevoerd voor de voorgenomen kwaliteitsimpuls van het golfbaanterrein The Duke bij de holes 5, 9, 10 en 11. Onderstaand is de aanleiding van het onderzoek beschreven en zijn de onderzoeksvragen toegelicht. 1.1

Aanleiding

Golfterrein The Duke is voornemens om enkele holes op het golfterrein een kwaliteitsimpuls te geven door deze verder uit te breiden. Ruimtelijke ingrepen, zoals het herinrichten van de golfbaan en de uitbreiding ervan, kunnen (negatieve) effecten hebben op beschermde flora en fauna. Om na te gaan of dit voor het voorgenomen plan het geval is, is door Idverde Advies op verzoek van AGEL Adviseurs een natuurtoets in het kader van de soortenbescherming van de Wet natuurbescherming (afgekort: Wnb) uitgevoerd.

1.2

Onderzoeksvragen

Door middel van een effectenanalyse wordt in onderhavige rapportage onderzocht op welke wijze sprake is van negatieve effecten en hoe deze kunnen worden voorkomen. Voor vier soorten heeft, op basis van de gegevens van de QuickScan (BTL Advies, d.d. 18 juni 2019) soortgericht vervolgonderzoek plaatsgevonden om te bepalen of deze soorten aanwezig zijn en welke effecten zij kunnen ondervinden van de voorgenomen kwaliteitsimpuls van het golfterrein. Onderhavig rapport geeft advies met betrekking tot de mogelijkheden om de geplande herinrichting en kwaliteitsimpuls in overeenstemming met de Wet natuurbescherming uit te voeren. Onderzoek in het kader van de soortenbescherming De Wnb beschermt alle in Nederland voorkomende planten en dieren. Als beschermde soorten aanwezig zijn, worden door de voorgenomen ingreep mogelijk verbodsbepalingen van het onderdeel soortenbescherming van de Wet natuurbescherming overtreden. In het geval nader vervolgonderzoek nodig is en/of het aanvragen van een ontheffing voor de voorgenomen ontwikkeling noodzakelijk is, is dat beschreven. Ook zijn de bevindingen van de naderonderzoeken beschreven.

Onderzoeksvragen Voorliggende rapportage geeft antwoord op de volgende onderzoeksvragen: Zijn in het plangebied en de directe omgeving daarvan beschermde plant- of diersoorten en/of verblijfplaatsen van deze soorten aanwezig of te verwachten? Ondervinden de aanwezige beschermde plant- of diersoorten negatieve effecten van de voorgenomen ruimtelijke ingreep en werkzaamheden? Zo ja, is het mogelijk om optredende negatieve effecten te voorkomen of te mitigeren? En op welke wijze dient dit te geschieden? Is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen voor het overtreden van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming?

1.3

Afbakening van het onderzoek

De Wnb beschermt, naast soorten, ook gebieden en houtopstanden. Het onderdeel gebiedenbescherming is niet van toepassing op het plangebied, omdat het plangebied niet gelegen is binnen de begrenzing van een Natura 2000-gebied, of in de directe nabijheid. De dichtstbijzijnde wettelijke beschermde gebieden liggen op meer dan 15 km afstand van het plangebied. Vanwege de ligging op ruime afstand tot wettelijk beschermde Natura 2000gebieden en de (lokale en tijdelijke) aard van de voorgenomen ingreep, is het uitgesloten dat negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen aan de orde zijn. Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming is wel aan de orde: voor de ontwikkeling is het namelijk nodig om bomen te kappen. Wanneer de plannen voor de inrichting definitief zijn, moet worden nagegaan of het onderdeel houtopstanden van toepassing is, en in beeld worden gebracht welke consequenties dit heeft voor de verdere uitvoering, zoals herplant van bomen en meldplicht bij het bevoegd gezag. Dit maakt geen onderdeel uit van onderhavige rapportage. Toetsing en advies aan dit onderdeel is opgenomen in een separate rapportage.

4

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de ligging van het plangebied en de voorgenomen ingreep beschreven, in dit hoofdstuk is ook een algemene beschrijving van de aanwezige biotoop opgenomen. In hoofdstuk 3 is de onderzoeksmethode beschreven. In hoofdstuk 4 zijn de onderzoeksresultaten gepresenteerd en in hoofdstuk 5 is voor de aanwezige of niet uit te sluiten soorten een effectenbeoordeling uitgevoerd. In hoofdstuk 6 zijn de conclusie en het advies beschreven. Tot slot is de geraadpleegde literatuur in hoofdstuk 7 opgenomen.

5

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

2

PLANGEBIED

Onderstaand is de ligging van het plangebied beschreven, een algemene biotoopbeschrijving, en zijn de geplande werkzaamheden toegelicht. 2.1

Ligging van het plangebied

Het plangebied bevindt zich ten noorden van het dorp Nistelrode en is omzoomd door verschillende bosgebieden en wegen (afbeelding 2.1). Het omliggende gebied kenmerkt zich door diverse bosgebieden, een golfterrein, agrarische gebieden, gebouwen, watergangen en wegen. Het plangebied zelf bestaat uit een bosperceel, onverharde paden en een weiland.

Afbeelding 2.1. Ligging en begrenzing van het deelgebieden van het plangebied golfterrein The Duke te Nistelrode. Linker inzet: deelgebieden waarbinnen holes 9, 10 en 11 vallen. Rechter inzet: deelgebied hole 5.

Afbeelding 2.2. Planvorming uitbreiding van onder andere hole 9, 10 en 11 op golfterrein The Duke te Nistelrode.

6

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

Afbeelding 2.3. Planvorming uitbreiding van hole 5 op golfterrein The Duke te Nistelrode.

2.2

Beschrijving van de werkzaamheden en toetsing aan de Wnb

Golfbaan The Duke zal enkele banen op haar terrein verbeteren en daarbuiten uitbreiden. The Duke heeft het voornemen om kwaliteitsverbeteringen aan te brengen aan hole 5, hole 9, hole 10 en hole 11 (zie afbeelding 2.2 en afbeelding 2.3). Deze wijzigingen vinden op bepaalde plekken buiten de golfbaan plaats. Hiervoor vindt een bestemmingsplanwijziging plaats, welke door AGEL Adviseurs wordt verzorgd. De werkzaamheden bestaan uit o.a. het kappen van een deel van de aanwezige houtopstanden op het terrein van de golfbaan (met name bij hole 5) en ten zuiden van het terrein (nabij hole 11). De uitvoering vindt na vaststelling van het bestemmingsplan plaats. Dit zal begin 2021 zijn. Bij de beoordeling van de effecten op aanwezige soorten wordt uitgegaan van een ‘worstcase’ scenario, omdat geen concrete planning beschikbaar is, en de periode waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd nog niet bekend is. Er wordt aangegeven in welke periode wel of niet gewerkt kan worden binnen de kaders van de Wet natuurbescherming.

2.3

Algemene biotoopomschrijving plangebied

Het biotoop van het gehele plangebied bestaat hoofdzakelijk uit een bosperceel. Het gaat hierbij vooral om loofbos met soorten als beuk, eik en berk. Daarnaast bevinden zich verspreid door het gebied naaldbomen in de vorm van Corsicaanse den, grove den en fijnspar. Een impressie is te zien in de onderstaande foto’s (afbeelding 2.4 en 2.5). Aangrenzend bevinden zich meerdere holes van de golfbaan. De bospercelen bevatten overal een (dikke) strooisellaag. Grenzend aan de oostzijde ligt het golfterrein met enkele waterpartijen. Aan de westzijde bevindt zich een in extensief beheerd weiland. Hier staan soorten als herderstasje, kleine brandnetel en kleine pimpernel. Binnen het bosperceel bevinden zich verschillende onverharde wandel- en ruiterpaden.

7

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

Hole 5 Het plangebied van de uitbreiding van hole 5 bestaat een bosperceel dat gekenmerkt wordt door Corsicaanse den, berk en opslag van wilde lijsterbes, Amerikaans krentenboompje en Amerikaanse Vogelkers. Ondergroei, bestaande uit braam en diverse grassen, is nauwelijks aanwezig. Het bos bevat een strooisellaag en kenmerkt zich door een dichte structuur.

Afbeelding 2.4. Situering bosgebied ter hoogte van hole 5.

Hole 9 Het plangebied van de uitbreiding van hole 9 bestaat uit een bosperceel dat gekenmerkt wordt door een gemengd bos. Het overgrote deel bestaat uit grove dennen met berken, Amerikaanse vogelkers en eik. Ondergroei is nauwelijks aanwezig. Het plangebied bevat een strooisellaag en kenmerkt zich door een relatief dichte structuur. Hole 10 Het plangebied van de uitbreiding van hole 10 bestaat uit een bosperceel dat gekenmerkt wordt door een gemengd bos van grove den, berk, eik en opslag van wilde lijsterbes en Amerikaans krentenboompje. Ondergroei is nauwelijks aanwezig. Deze bestaat uit diverse grassen. Het plangebied bevat een strooisellaag en kenmerkt zich door een relatief open structuur.

8

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

Hole 11 Het plangebied van de uitbreiding van hole 11 bestaat voor een groot deel uit het terrein van de golfclub. De afslagplaatsen worden naar het zuiden gelegd, waardoor de baan verlengd wordt. Hiervoor moet het deel van het bos dat zich tussen het wandelpad en de hole 11 in ligt, worden gekapt. Het betreft eveneens een bosperceel dat gekenmerkt wordt door een gemengd bos van grove den, berk, eik en opslag van wilde lijsterbes en Amerikaans krentenboompje.

Afbeelding 2.5. Impressie plangebied rondom holes 10 en 11, kijkend richting het oosten, wat gekenmerkt wordt door grove dennen, een open bosstructuur, takkenrillen en een strooisellaag.

Afbeelding 2.6. Impressie plangebied rondom holes 9 en 10, kijkend richting het noordoosten, wat gekenmerkt wordt door een jong bos van berken met een hoge bedekking aan roodzwenkgras.

9

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

3

WERKWIJZE

Voor de natuurtoets is eerst een verkenning gedaan bestaande uit een bronnenonderzoek en een veldbezoek. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek, is een inschatting gemaakt van de aanwezige natuurwaarden en is beoordeeld of het plan (negatieve) effecten kan hebben op beschermde soorten (effectenanalyse). Voor de soorten die op basis van de verkenning niet uitgesloten kunnen worden, heeft een soortgericht vervolgonderzoek plaatsgevonden om de effectenbeoordeling te kunnen doen. Onderstaand is per onderdeel de werkwijze toegelicht. 3.1

Bronnenonderzoek

Voor het bronnenonderzoek zijn gegevens opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). In de NDFF is rondom het plangebied een polygoon ingetekend. Het polygoon is ruimer ingetekend dan het plangebied. Binnen dit polygoon zijn alle verspreidingsgegevens van beschermde soorten opgevraagd van de afgelopen vijf jaar. Door het polygoon ruimer in te tekenen dan het plangebied, is de verkregen dataset voldoende groot om te kunnen benutten voor dit onderzoek. Door de gegevens van de laatste 5 jaar op te vragen ontstaat een voldoende actueel beeld van waargenomen soorten in en rondom het plangebied. De uit de NDFF opgevraagde dataset bestaat in totaal uit 1.527 ‘records’. Op basis van de beschikbare gegevens is een inschatting gemaakt van het voorkomen van beschermde soorten binnen het plangebied. Aangezien voor algemeen voorkomende amfibieën, reptielen en zoogdieren de gegevens uit NDFF een niet volledig beeld weergeven, is aanvullend de Atlas van de Nederlandse zoogdieren en de Atlas van de amfibieën en reptielen van Nederland als bron geraadpleegd ten aanzien van de algemene verspreidingsgegevens.

3.2

Veldonderzoek QuickScan Soortenbescherming

Het veldbezoek bestaat uit een biotooptoets met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. De bevindingen van het bronnenonderzoek zijn hierbij in het veld getoetst en waar nodig aangevuld. In het bijzonder is gelet op het voorkomen van (dassen)burchten, jaarrond beschermde nesten van vogels en voor vleermuizen potentieel geschikte holtes in de aanwezige bomen binnen het plangebied. Het verkennende veldonderzoek is op 11 april 2019 uitgevoerd door een ter zake kundig ecoloog van BTL Advies, ter plaatse van het plangebied, het golfterrein The Duke te Nistelrode. De weersomstandigheden waren op deze dag onbewolkt, droog, 11 ⁰C en windstil. Op het moment dat een veldbezoek wordt uitgevoerd, zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig. Verschillende diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar aan- of afwezig. Zo houden vleermuizen, amfibieën en kleine zoogdieren als de egel een winterslaap op een beschutte plaats. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen, met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, foerageergebieden en migratierouten, aan hun leefomgeving stellen, vergeleken met en getoetst aan de situatie in het veld. Tijdens het veldbezoek is o.a. gelet op voor vleermuizen potentieel geschikte verblijfplaatsen (in bomen), essentieel foerageergebied en vaste vliegroutes.

Voor reptielen, amfibieën en ongewervelden zijn aanwezige rommelhoekjes bekeken om zo te beoordelen of soorten behorend tot deze soortgroepen aanwezig zijn in het plangebied en/of het plangebied kan fungeren als leefgebied voor soorten binnen deze soortgroepen. Voor planten is gelet op de vegetatiestructuur en de abiotische omstandigheden van de groeiplaats. Op deze manier is ook het belang van het plangebied beoordeeld voor flora en fauna die niet zijn waargenomen gedurende de biotooptoets, maar desondanks toch mogelijk kunnen voorkomen ter plaatse van het plangebied. Ook is gelet op de aanwezigheid van invasieve exoten zowel binnen als directe grenzend aan het plangebied. Invasieve exoten als Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw hebben door menselijke activiteiten zich gevestigd in Nederland. Deze soorten verspreiden zich zeer snel en concurreren hierbij de oorspronkelijke vegetatie weg.

10

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

3.3

Vervolgonderzoeken

Noodzaak voor soortgericht vervolgonderzoeken Op basis van het verkennende terreinbezoek is duidelijk geworden dat das en hazelworm in de omgeving aanwezig zijn. Daarnaast kan het plangebied fungeren als onderdeel van het leefgebied voor kleine marterachtigen en vleermuizen. Het is niet zondermeer uitgesloten dat het terrein waar de ingreep plaatsvindt, in potentie onderdeel is van het leefgebied van deze soorten. Onderstaand is de werkwijze van het soortgericht vervolgonderzoek naar deze vier soorten nader toegelicht. De uitkomsten van het onderzoek is integraal opgenomen in hoofdstuk 4. 3.3.1.

Soortgericht onderzoek naar das

Aanleiding en doel Tijdens het uitvoeren van het verkennende terreinbezoek in 2019 zijn sporen van das waargenomen. Deze zijn in eerste instantie alleen aangetroffen rondom hole 9-11. In het te kappen bosperceel rondom deze holes zijn enkele foerageerplekken en wissels aangetroffen. Het doel van het aanvullend onderzoek is het vaststellen van het gebruik van het plangebied door de das en de effecten van de voorgenomen werkzaamheden hierop. Om de aanwezigheid van das in het gebied na te gaan, zijn voor het onderzoek cameravallen in het gebied geplaatst. Naar aanleiding van opmerkingen vanuit het bevoegd gezag is in 2020 een extra veldbezoek uitgevoerd. Tijdens dit veldbezoek stond de omgeving rondom hole 5 centraal, maar ook de aanwezige wissels en burchten van de das binnen een straal van 1-2 km rondom het plangebied centraal. Dit veldbezoek is uitgevoerd om de functionaliteit van het golfterrein en het omliggende gebied voor de das in kaart te brengen. Dit veldbezoek is uitgevoerd op 28 oktober 2020.

Onderzoek met behulp van wildcamera’s Het uitgevoerde onderzoek naar de functionaliteit van het plangebied voor de das is conform het soortenkennisdocument Das van BIJ12 uitgevoerd. Hiervoor zijn 4 wildcamera’s op 4 verschillende potentiële locaties opgehangen in de periode april-mei 2019. Het onderzoek met de wildcamera’s heeft alleen plaatsgevonden rondom holes 9-11. De wildcamera’s hebben daar ruim 2 weken gehangen (zie afbeelding 3.1). In het onderstaande overzicht worden de onderzoeksperiode weergegeven (tabel 3.1). Locaties van de wildcamera’s en onderzoeksperiode De wildcamera’s zijn op 25 april 2019 geplaatst. De locaties zijn dermate uitgekozen dat deze bij mogelijke wissels en open plekken in het bos zijn geplaatst. Na 2,5 week zijn de camera’s opgehaald en uitgelezen (tabel 3.1).

1

2

3

4

Afbeelding 3.1. Locaties geplaatste wildcamera’s ten behoeve van het dassenonderzoek, wildcamera’s 1-3 zijn geplaatst in het plangebied en wildcamera 4 is buiten het plangebied geplaatst ter controle (deel waar ook sporen van das zijn aangetroffen tijdens het eerste verkennende onderzoek, d.d. 11 april 2019).

11

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

Tabel 3.1. Onderzoeksperioden ten behoeve van de das conform het soortenprotocol. DATUM

TIJD

WAARNEMER

WEERSOMSTANDIGHEDEN

TYPE VELDWERK/ WAARNEMING

25 april 2019

14:45-16:15

M. Koster

Droog, 8/8 bewolkt, 1-2 Bft, ca. 11 °C

Ophangen wildcamera’s

25 april t/m 10 mei 2019

24/07

Wildcamera

Variërend per dag en tijdstip

Opnamen maken

10 mei 2019

15:30:17:00

M. Koster

Droog, 2/8 bewolkt, 1-2 Bft, ca. 17 °C

Ophalen wildcamera’s

Veldbezoek 2020 Tijdens het veldbezoek in 2020 is het gebied in een straal van 1-2 km rondom het plangebied geïnventariseerd op de functionaliteiten als wissels en burchten van de das. Deze zijn in kaart gebracht. 3.3.2.

Soortgericht onderzoek naar hazelworm

Aanleiding en doel In het plangebied bevinden zich elementen (open bossen met strooisellaag en lage vegetatie) die kunnen fungeren als geschikt leefgebied voor de hazelworm. Een dikke strooisellaag, open structuren in het bos waar zonlicht op de bodem kan vallen en zandige bospaden sluiten niet uit dat het plangebied, de deelgebieden waarbinnen de uitbreiding van hole 10 en 11 vallen, potentieel geschikt leefgebied vormt voor de hazelworm. Hierdoor kan de aanwezigheid van de hazelworm in het gebied niet worden uitgesloten en dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om het gebruik van het plangebied door de hazelworm nader vast te stellen. Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek kan beoordeeld worden in hoeverre de voorgenomen kwaliteitsimpuls van de golfbaan effecten heeft op hazelworm en/of haar leefgebied. Mogelijk is het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk, als het nemen van voorzorgsmaatregelen niet leidt tot het uitsluiten van een overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van hazelworm. Hier wordt via het soortgericht vervolgonderzoek antwoord op gegeven. Onderzoek met behulp van plaatjes Hazelwormen leiden een verborgen leven. Het grootste deel van de dag leven ze onder vegetatie en dood hout of ze verblijven in holen in de grond. De hazelworm heeft een voorkeur voor enigszins vochtige, met dichte vegetatie bedekte gebieden.

Het onderzoek naar hazelworm heeft plaatsgevonden conform het beschikbare onderzoeksprotocol van het Netwerk Groene Bureaus (versie juli 2017). Er is gebruik gemaakt van een combinatie van verschillende plaatjes, namelijk zowel tapijttegels als damwandplaatjes. Beide plaatjes zijn geschikt. Aanvullend zijn geschikte schuilplaatsen gecontroleerd (omkeren van (dood) hout, schors, etc.). De plaatjes zijn op 27 juni 2019 in het veld geplaatst. De plekken zijn zodanig gekozen dat deze in geschikt habitat van hazelworm liggen in de delen van het terrein waar omvorming van de habitat plaatsvindt. Daarbij is rekening gehouden met de stand van de zon, de plaatjes zijn zo neergelegd dat zij in de ochtend door de opkomende zon beschenen kunnen worden (en daardoor opwarmen). De tegels zijn allen voorzien van een (handgeschreven) sticker waarop staat dat het plaatsjes voor hazelwormonderzoek betreft. Data waarop plaatjes zijn uitgelegd en gecontroleerd De eerste controle heeft na 4 weken plaatsgevonden, conform het onderzoeksprotocol is dit de minimale gewenningstijd die nodig is. De spreiding tussen het eerste en laatste bezoek moet minimaal een maand zijn, alle tegels zijn 4 maal gecontroleerd/omgekeerd. Een deel van de tapijttegels die uitgelegd waren, zijn door medio juli opgeruimd (onbekend door wie). Op 18 juli 2019 zijn daarom vervangende plaatjes in het veld geplaatst.

In totaal zijn in eerste instantie 40 plaatjes geplaatst, waarvan er 14 zijn herplaatst. Uiteindelijk zijn 29 plaatjes gedurende het gehele onderzoek aanwezig geweest; door de ligging en spreiding van deze plaatjes is een afdoende gedegen indruk gekregen om een effectenbeoordeling uit te voeren. Onderstaand zijn de data waarop de plaatjes zijn uitgelegd, gecontroleerd en opgehaald weergegeven (tabel 3.2). De controles zijn door twee ter zake kundig ecologen van BTL Advies uitgevoerd, door W. van Vijfeijken en P. Maas. In het onderstaande overzicht is dit aangegeven door middel van de kleuren rood en blauw.

12

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

Tabel 3.2. Overzicht van de data waarop plaatsjes zijn uitgelegd en gecontroleerd, waarbij elke plaat ten minste 4 maal gecontroleerd is met een spreiding van 1 maand tussen het eerste en laatste bezoek, conform het onderzoeksprotocol.

CONTROLES WEEKNR. Uitleggen plaatjes 1e controle 2e controle 3e controle 4e controle Vervangende plaatjes uitleggen 1e controle 2e controle 3e controle 4e controle Opruimen van de plaatjes

26

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

37

40

27-6 30-7 13-8 19-8 6-9 18-7 13-8 19-8 23-8 16-9 1-10

ROOD: W. van Vijfeijken, BLAUW: P. Maas.

Locaties en ligging van de uitgelegd plaatjes In de onderstaande figuren zijn de locaties weergegeven waar de plaatjes in het veld hebben gelegen (afbeelding 3.2 t/m afbeelding 3.5). De betekenis van de kleuren in de figuren is als volgt: - Gele cijfers: locatie van de plaatjes uitgelegd op 27 juni 2019. - Rode cirkels met kruis: oorspronkelijke uitleglocatie van een plaatje dat is weggehaald (hierdoor valt het gele cijfer weg op de afbeelding). - Blauwe cijfers: ter vervanging uitgelegde nieuwe plaatjes, uitgevoerd op 18 juli 2019. - Paarse cirkels met kruis: weggehaald vervangend plaatje.

Afbeelding 3.2. Locaties geplaatste plaatjes ten behoeve van het hazelwormonderzoek, in het bosgedeelte ten noorden van hole 5; alle 10 de uitgelegde plaatjes hebben het gehele onderzoek in het plangebied gelegen.

13

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

Afbeelding 3.3. Locaties geplaatste plaatjes ten behoeve van het hazelwormonderzoek, op het terrein en rondom hole 11; 7 van de geplaatste plaatjes zijn opgeruimd, waarna 7 nieuwe vervangende plaatjes geplaatst zijn, waarvan er vervolgens nog 3 zijn opgeruimd. In totaal zijn 6 plaatjes gedurende de onderzoeksperiode in dit deel van het plangebied aanwezig geweest.

Afbeelding 3.4. Locaties geplaatste plaatjes ten behoeve van het hazelwormonderzoek, langs het (openbare) bospad, van hole 11 naar hole 10. Alle in het veld geplaatste plaatjes zijn aangezien voor afval en vervangen door 7 nieuwe plaatjes vervangen, hiervan hebben 6 plaatjes gedurende het onderzoek continue in het veld gelegen.

14

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

Afbeelding 3.5. Locaties geplaatste plaatjes ten behoeve van het hazelwormonderzoek, in het bosgedeelte ter hoogte van hole 10, 3 plaatjes zijn verdwenen, de overige 7 plaatjes hebben gedurende het onderzoek onafgebroken in het veld gelegen.

3.3.3.

Soortgericht onderzoek naar kleine marterachtigen

Periode en planning onderzoek Het onderzoek naar kleine marterachtigen is uitgevoerd conform de ‘Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming’. Hiervoor zijn in het gebied 2 cameravallen geplaatst gedurende een periode van 6 weken. De plaatsing van de cameravallen heeft plaatsgevonden in de actieve periode van de kleine marterachtigen (15 maart t/m 1 september). Hiervoor zijn zogeheten struikrovers gebruikt. Deze struikrovers zijn op 13 juli 2020 in het gebied geplaatst. Na het plaatsen van de struikrovers (13 juli 2020) zijn de struikrovers 6 weken niet bezocht. Op 27 augustus 2020 zijn de struikrovers opgehaald en zijn de beelden geanalyseerd. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in het plangebied rondom holes 9-11. Vanwege het ontbreken van ondergroei, houtstapels en konijnholen is geen onderzoek gedaan in het plangebied van hole 5. Inzet materiaal Tijdens het aanvullend onderzoek is gebruik gemaakt van cameravallen die zijn geplaatst in een struikrover. De struikrover bestaat uit een korte buis, met in het doodlopend einde een camera. In de entree van de buis is lokaas (blik sardientjes) bevestigd, waarin gaatjes zijn geprikt. Dit laatste voorkomt dat het lokaas wordt geconsumeerd. De camera registreert middels foto’s het door de geur gelokte dier dat op het lokaas afkomt.

Door het lokaas is het individu geneigd om met zijn kop op ooghoogte te komen met de camera. Vanwege de grootte van het plangebied zijn 2 struikrovers in het plangebied uitgezet. Dit is conform de Handreiking kleine marters. In deze handreiking is aangeduid hoeveel camera’s geplaatst moeten worden in verhouding tot de grootte van het onderzoeksgebied. De struikrovers zijn zo volledig mogelijk verspreid over het gebied geplaatst (afbeelding 2). Hierbij zijn beide struikrovers geplaatst in of in de buurt van potentieel leefgebied (verblijfplaatsen en migratieroute) van kleine marterachtigen geplaatst. Door de struikrovers geregistreerde waarnemingen zijn geregistreerd in de NDFF. Locaties van de cameravallen Struikrover 1 Geplaatst langs een takkenhoop. Ondergroei is niet aanwezig. Struikrover 2 Geplaats op een locatie met meerdere liggende dikke bomen. De ondergroei bestaat uit brede stekelvarens.

15

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

Afbeelding 3.6. Situering locaties geplaatste struikrovers

2 1

Afbeelding 3.7. Locaties geplaatste struikrovers ten behoeve van het kleine marteronderzoek, Beide struikrovers bevinden zich binnen het plangebied rondom hole 9-11.

16

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

3.3.3.

Soortgericht onderzoek naar vleermuizen

Uit de eerder uitgevoerde QuickScan is gebleken dat bomen binnen het te kappen bosperceel kan fungeren als verblijfplaats door vleermuizen. Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol uit 2017 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging). Hiervoor zijn veldbezoeken uitgevoerd in de kraam- en paarperioden. Alle bezoeken zijn uitgevoerd door één ecoloog, aangezien voldoende zicht op de locaties voor potentiële in- en uitvliegers is. Vleermuizen zijn nachtactieve dieren. Om deze reden zijn de veldbezoeken in de schemering en in de nacht uitgevoerd. Tijdens de veldbezoeken is gewerkt met een bat-detector (type Pettersson D240x) om eventueel aanwezige vleermuizen waar te nemen. Daarnaast is gebruik gemaakt van een waterbeeldcamera (type Flyr). Specifiek is gelet op verblijfindicerend gedrag, zoals zwermen, in- en uitvliegen en baltsgedrag. In tabel 3.3 is een overzicht weergegeven van de uitgevoerde onderzoeken. Tabel 3.2. Overzicht van de data waarop vleermuisrondes in de kraam- en paarperiode zijn uitgevoerd, conform het vleermuisprotocol 2017. DATUM

TIJD

WAARNEMER

13-07-2020

02:30-05:30 uur

M. Koster

27-08-2020

20:30-21:30 uur

M. Koster

01-09-2020

21:30-23:30 uur

N. van Boekel

17-09-2020

20:45-22:45 uur

N. van Boekel

3.4

WEERSOMSTANDIGHEDEN

TYPE VELDWERK

Droog, onbewolkt, windstil, ca. 11 graden Celsius Droog, bewolkt, windstil, ca. 16 graden Celsius Droog, onbewolkt, windstil, ca. 10 graden Celsius Droog, onbewolkt, windstil, ca. 21 graden Celsius

Onderzoek zomerverblijfplaatsen (kraamperiode) Onderzoek paarperiode (eerder gestopt vanwege regen) Onderzoek paarperiode Onderzoek paarperiode

Effectenbeoordeling

Op basis van de uitkomsten van het bronnen-, veld- en soortgericht vervolgonderzoek is beoordeeld of het plan (negatieve) effecten kan hebben. Hierbij is de uitvoeringsperiode meegewogen, en is waar mogelijk onderscheid gemaakt in effecten op korte en lange termijn. Indien sprake is van een conflictsituatie tussen de aanwezigheid van strikt beschermde soorten en de geplande ruimtelijke ingreep, is in onderhavige rapportage aangegeven welke voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen. Indien negatieve effecten door het nemen van voorzorgsmaatregelen niet te voorkomen zijn, is aangegeven dat mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn en/of een ontheffing aangevraagd dient te worden.

17

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

4

ONDERZOEKSRESULTATEN

Onderstaand zijn de onderzoeksresultaten per soortgroep beschreven. Hierbij zijn zowel de resultaten van het verkennende bronnen- en veldonderzoek als van het soortgerichte vervolgonderzoek naar das, hazelworm, vleermuizen en kleine marterachtigen beschreven. 4.1

Vaatplanten

Beschermde vaatplanten Uit de gegevens van de NDFF zijn geen meldingen bekend van beschermde vaatplanten. Bloeiende beschermde plantensoorten zijn tijdens geen van de veldbezoeken waargenomen. Grenzend aan het plangebied zijn wel exemplaren van de kleine pimpernel aangetroffen (een Rode lijst-soort). Het uitvoeren van een nader onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten wordt niet noodzakelijk geacht, doordat het plangebied meerdere keren is onderzocht op verschillende momenten in het jaar. Vanwege het ontbreken van voor beschermde planten geschikte standplaatsen in het plangebied zelf, zoals onder andere grashellingen, worden geen beschermde vaatplanten verwacht in het plangebied. Invasieve vaatplanten In de NDFF zijn meldingen bekend van verschillende invasieve exoten. Nabij het plangebied gaat het hierbij om de invasieve reuzenbalsemien. De meldingen bevinden zich ruim buiten het plangebied en langs de N603 (4001000 meter). Tijdens het veldbezoek zijn geen invasieve exoten aangetroffen. Het is niet de verwachting dat invasieve soorten in het plangebied voorkomen.

4.2

Grondgebonden zoogdieren

Grondgebonden zoogdiersoorten In de NDFF zijn binnen een straal van ca. 1 km rondom het plangebied meerdere meldingen bekend van grondgebonden zoogdieren. Er zijn meerdere meldingen bekend van de eekhoorn in de verspreidingsgegevens uit de NDFF. Deze meldingen bevinden zich op 200-1000 meter van het plangebied. Andere meldingen buiten het plangebied zijn van de steenmarter en bunzing. Deze meldingen bevinden zich ruim buiten het plangebied (>1000m) en betroffen verkeersslachtoffers op de A59. Uit de geraadpleegde Atlas van Nederlandse Zoogdieren blijkt daarnaast dat algemeen beschermde soorten als vos, wezel en hermelijn voorkomen in de omgeving.

Afbeelding 4.1. Een van de aangetroffen konijnburchten buiten het plangebied.

Afbeelding 4.2. Wroetsporen van de das zijn op verschillende plekken in en rondom het plangebied aangetroffen.

18

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

Tijdens het veldbezoek in 2019 zijn meerdere waarnemingen gedaan van grondgebonden zoogdieren. Het gaat hierbij om twee levende exemplaren van ree en meerdere levende exemplaren van verschillende muissoorten. Daarnaast zijn burchten van konijn aangetroffen (afbeelding 4.1). Ook zijn sporen in de vorm van poepresten van de das, vos en konijn in het plangebied aangetroffen. Eveneens zijn meerdere graaf- en vraatsporen aangetroffen van de das (afbeelding 4.2), evenals diverse wissels van deze soort. Uit de gegevens van de NDFF blijken eveneens meerdere meldingen bekend te zijn van de das nabij het plangebied. Deze bevinden zich zowel direct grenzend aan het plangebied als ruim buiten het plangebied (200-1000 meter). Tijdens het veldbezoek in 2020 is een exemplaar van de eekhoorn bij hole 5 aangetroffen. Zowel tijdens het veldbezoek in 2019 als in 2020 zijn zowel in de bospercelen rondom holes 9-11 en hole 5 geen nesten van de eekhoorn aangetroffen. Rommelhoekjes en aaneengesloten goed ontwikkelde weelderige vegetatie zijn in het gebied niet of nauwelijks aanwezig. Deze elementen kunnen fungeren als leefgebied voor kleine marterachtigen. Wel bevinden zich oude vervallen burchten van konijnen en meerdere muizenholen in het plangebied. Deze kunnen fungeren als verblijfplaats voor kleine marterachtigen. Deze elementen zijn alleen aanwezig in het bosgebied bij hole 9-11.

Verder kan het plangebied fungeren als leefgebied voor algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren als egel en muizen. Onderzoeksresultaten soortgericht onderzoek naar das Onderzoek 2019 Vanwege de meldingen en aangetroffen sporen van das in en rondom holes 9-11, heeft op deze locatie nader soortgericht onderzoek plaatsgevonden. In en rondom deze percelen zijn meerdere sporen aangetroffen van de das. Het gaat hierbij om poep- en wroetsporen. De werkwijze van het onderzoek is in het voorgaande hoofdstuk beschreven. Uit een eerder uitgevoerd verkennend flora- en faunaonderzoek (AGEL Adviseurs, 2016) blijkt tijdens het destijds uitgevoerde veldbezoek binnen het plangebied een dassenwissel aanwezig te zijn (groene lijn, afbeelding 4.3).

Afbeelding 4.3. Uitbreidingslocatie hole 10 rood omkaderd, deelgebieden oranje en waargenomen dassenwissel bureau Schenkeveld 2012 groene lijn (BRON: QuickScan Flora- en faunawetgeving uitbreiding hole 10 te Slotenseweg 11 te Nistelrode).

Bij het uitlezen van de wildcamera’s zijn meerdere malen dassen te zien. Het betreft de volgende vastleggingen van de das: Op meerdere dagen zijn dassen bij de wildcamera’s op de locaties 1 en 3 vastgelegd. Vastleggingen van meerdere dieren tegelijkertijd op dezelfde locatie zijn niet gemaakt, het betreft vermoedelijk één migrerende/foeragerende solitaire das (zie afbeelding 4.4 en afbeelding 4.5). Bij de locaties 2 en 4 zijn geen dassen vastgelegd op de wildcamera’s.

19

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

Uit de beelden blijkt de das met een omtrekkende beweging het golfterrein passeert om bij de locatie te komen. Het individu komt vanuit westelijke richting de bossen binnengelopen. Uit dit veldbezoek kan met zekerheid vastgesteld worden dat het plangebied waarbinnen de uitbreiding van zowel de holes 10 en 11 vallen in gebruik is door minimaal 1 das. Vermoedelijk betreft het één of twee solitaire dassen. Naast de vastlegging van de das zijn camerabeelden vastgelegd van vos, haas, konijn, ree en loslopende honden.

Afbeelding 4.4. Vastlegging das op locatie 1, hier is de das meerdere malen vastgelegd.

Afbeelding 4.5. Vastlegging das op locatie 3. Hier is de das een enkele keer vastgelegd.

Onderzoek 2020 Tijdens het extra veldbezoek in 2020 zijn ter hoogte van hole 5 meerdere dassenwissels aangetroffen en twee vluchtburchten van de das. Deze bevinden zich direct grenzend aan wissels. Eveneens bevindt zich hier een kleine faunatunnel die onder de Berghemseweg doorgaat. Aan de wissels te zien, aan beide zijden van de weg, worden deze wissels in bepaalde perioden in het jaar frequent gebruikt. Dit is terug te zien aan de inkepingen van de wissel in het landschap. Plekgewijs zijn meerdere dassenputjes aangetroffen. Doordat de klein faunatunnel verdiept in het landschap ligt, vindt er veel inspoeling van zand en blad plaats. Aan de hand van ontbreken van verse sporen, kan geconcludeerd worden dat de faunatunnel al enige tijd voorafgaand aan het veldbezoek (oktober 2020) niet gebruikt is. Eveneens zijn de omgeving, straal van 1-2 km rondom het plangebied, de functionaliteiten voor de das in kaart gebracht. Het gaat hierbij om de wissels en de burchten van de das. Uit dit uitgebreide veldbezoek blijkt dat rondom het golfterrein zich meerdere dassenburchten bevinden. Het gaat hierbij om zowel actieve hoofdburchten als vluchtburchten en bijburchten (zie afbeelding 4.6). Zo bevindt zich in het bosgebied ten noorden van de golfbaan, een actieve bijburcht (zie afbeelding 4.8). Binnen het deelgebied van de uitbreiding van hole 5 liggen meerdere (2) vluchtburchten.

Deze burchten bevinden direct grenzend aan enkele wissels die door dit bosperceel lopen. Eén van de vluchtburchten bevindt zich op 5 meter afstand van de golfbaan de andere vluchtburcht bevindt zich op 1 meter afstand langs een extensief gebruikt wandelpad dat in het bosperceel is gelegen.

20

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

Afbeelding 4.6. Aangetroffen vluchtburcht van de das in bosgebied bij hole 5 (inzet links); dassenwissel ter hoogte van hol 5 (inzet rechts) Naar verwachting worden deze vluchtburchten/pijpen vooral in de nazomer en najaar door de das gebruikt, aangezien sporen in dit bosperceel in 2019 niet zijn aangetroffen. Ook zijn hier, zowel in het bosperceel als langs de bosrand op de golfbaan, meerdere dassenputjes aangetroffen. Deze dassenputjes zijn indicerend voor foeragerende dassen. De hoofdburchten bevinden zich ruim een kilometer buiten het plangebied. Deze bevinden zich ten noorden van het plangebied. In alle bospercelen rondom het golfterrein zijn wissels aangetroffen. Zonder cameraval onderzoek kan niet met zekerheid worden vastgesteld of alle aangetroffen wissels in gebruik zijn door één of meerdere dassen. Echter vanwege de aanwezigheid van de soort in en rondom het gehele plangebied en ook vanwege de eerdere vastleggingen is het aannemelijk dat een groot deel van de aangetroffen wissels in gebruik is door één of meerdere dassen. De wissels lopen hoofdzakelijk vanuit het noorden in zuidelijke richting en visa versa. Ook bevinden zich meerdere wissels die oost-west georiënteerd zijn. Meerdere wissels lopen door op de golfbaan. In de bospercelen bij hole 9-11 lopen eveneens meerdere wissels. Ook deze wissels hebben dezelfde oriënterende richtingen.

In het gehele bosgebied rondom het golfterrein is duidelijk een verschil te zien in gebruiksintensiviteit van de wissels. Op een enkele wissels na worden de wissels extensief gebruikt door de das. De wissel die uitkomt op de kleine faunatunnel onder de Berghemseweg door is één van de weinig intensief gebruikte wissels. Hierdoor kan deze als essentieel gezien worden als verbinding tussen het leefgebied ten oosten van de Berghemseweg en ten westen ervan.

21

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

Afbeelding 4.7. Aangetroffen dassenwissel ter hoogte van hole 5 richting kleine faunapassage Berghemsweg

Afbeelding 4.8. Functionaliteiten das in en rondom het plangebied (rood omkaderd) golfterrein The Duke naar aanleiding van het veldbezoek in 2020.

Onderzoeksresultaten soortgericht onderzoek naar kleine marterachtigen Bij het uitlezen van de struikrovers zijn bij beide camera’s gedurende 1,5 maand geen exemplaren van kleine marterachtigen vastgelegd.

22

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

4.3

Vleermuizen

Bij het gebruik van het landschap door vleermuizen kan onderscheid gemaakt worden in vaste rust- en/of verblijfsplaatsen, essentiële vliegroutes en essentiële foerageergebieden. Op basis van literatuuronderzoek is het bekend dat in de directe omgeving van het plangebied vleermuizen voorkomen. Uit de Atlas van de Nederlandse zoogdieren blijkt dat soorten als rosse vleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis en watervleermuis in de omgeving van het plangebied voorkomen. Uit de gegevens van het eerder uitgevoerde verkennende flora- en faunaonderzoek blijkt een foerageergebied aanwezig te zijn binnen het plangebied van een gewone grootoorvleermuis (AGEL Adviseurs, 2016). Alle meldingen uit de NDFF van vleermuizen zijn afkomstig buiten het plangebied. Veel meldingen van de gewone dwergvleermuis zijn bekend in de omgeving van het plangebied. Verder zijn meldingen bekend van de gewone of grijze grootoorvleermuis. Ook de meldingen van deze soort bevinden zich ruim buiten het plangebied (>1000 meter). Verblijfplaatsen In de bomen in het plangebied (zowel langs de randen als midden in het bosperceel) zijn geen, voor vleermuizen potentieel geschikte, holtes aangetroffen. Wel bevinden zich in het bosperceel grenzend aan holes 10-11 meerdere oude spechtenholtes, echter zijn deze niet naar boven toe ingerot. Hierdoor zijn deze niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen.

In hetzelfde bosperceel bevinden meerdere bomen die loszittende bast bevatten. De loszittende bast zit zowel aan de bovenzijde als onderzijde los, waardoor deze suboptimaal geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Doordat deze suboptimaal geschikt zijn, kunnen verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen niet worden uitgesloten. Met de voorgenomen kapwerkzaamheden kan niet worden uitgesloten dat overtredingen van verbodsartikelen binnen de Wet natuurbescherming plaatsvinden. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om verblijfplaatsen van verblijfplaatsen van vleermuizen vast te stellen of uit te sluiten. Binnen het bosperceel rondom hole 5 bevinden zich enkele dikke bomen. Deze bomen bevatten geen holtes en ook geen loszittende bast. De overige bomen zijn dermate dun dat deze niet geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. De voorgenomen werkzaamheden leiden in het bosperceel rondom hole 5 niet tot overtreding van verbodsartikelen die gericht zijn op vleermuizen. Op het golfterrein zelf hangen diverse vleermuiskasten en zijn eveneens verschillende geschikte holtes in bomen aanwezig. Het is daardoor mogelijk dat vaste rust- en/of verblijfplaatsen van vleermuizen rondom het plangebied aanwezig zijn. Vliegroutes en foerageergebied Het plangebied en het omliggende gebied kan fungeren als foerageergebied voor vleermuizen.

Vleermuizen kunnen daarnaast ook boven het golfterrein en de aanwezige oppervlaktewateren foerageren. De lijnstructuren door de bospercelen en de aanwezige grotere paden vormen verschillende lijnstructuren (afbeelding 4.6). Deze lijnstructuren zijn verbonden met lijnstructuren in de directe omgeving. Hierdoor kan het plangebied fungeren als onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen. Het naastgelegen golfterrein en de zijde van het bosperceel behorend bij het plangebied kan eveneens fungeren als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen.

23

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

Afbeelding 4.6. De lijnstructuren binnen het plangebied in de vorm van de randen van de bospercelen en bospad kunnen fungeren als onderdeel van een vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen.

Onderzoeksresultaten soortgericht onderzoek naar verblijfplaatsen vleermuizen Tijdens het veldbezoek in de kraamperiode zijn meerdere exemplaren (4) van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Deze exemplaren gebruikten de lijnstructuur van de bosrand en het bospad als vliegroute. Een enkel exemplaar foerageerde kortstondig rond deze plek. Eveneens is een overvliegende gewone grootoorvleermuis waargenomen. Ook dit exemplaar gebruikte het bospad en de bosrand als vliegroute en als foerageergebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen verblijfindicerende waarnemingen van boombewonende vleermuizen binnen het te onderzoeken bosperceel gedaan. Tijdens de paarperiode zijn meerdere vleermuissoorten aangetroffen in en rondom het plangebied. Het gaat hierbij om de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. Tijdens het eerste bezoek is een baltsend exemplaar van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Het exemplaar foerageerde voornamelijk en liet zijn baltsroep slecht sporadisch horen. Doordat het exemplaar deze sociale roep slechts sporadisch liet horen en ook een zeer groot gebied bestreek (geen vaste binding aan 1 gebied) is het uitgesloten dat het exemplaar een verblijfplaats in het te onderzoeken bosperceel heeft. De overige exemplaren (5) gebruikten het bospad en de bosrand als foerageergebied en vliegroute.

Hetzelfde geldt voor de gewone grootoorvleermuis die tijdens beide bezoeken in de paarperiode is waargenomen. Het exemplaar van de gewone grootoorvleermuis heeft tijdens beide bezoeken geen baltsroep laten horen en dus verblijfindicerend gedrag vertoond. Aan de hand van de warmtebeeldcamera zijn eveneens geen uitspringen warmteplekken in bomen waargenomen die indicerend zijn voor verblijfplaatsen van vleermuizen of aanwezige vleermuizen. De exemplaren van de laatvlieger vlogen hoog over het bosgebied en hebben hierdoor geen duidelijke binding met het plangebied.

4.4

Vogels

Vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen In de gegevens uit de NDFF zijn meerdere meldingen van vogels met jaarrond beschermde nesten bekend. In de omgeving van het plangebied zijn meldingen bekend van exemplaren van de buizerd, havik en gierzwaluw (7001000 meter). Meldingen van jaarrond beschermde nesten zijn niet bekend binnen het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn meldingen bekend van soorten als de zwarte specht, boomklever, boomkruiper, bonte vliegenvanger, ekster, kleine bonte specht, raaf, groene specht, grote bonte specht, pimpelmees, koolmees, huiszwaluw, torenvalk, gekraagde roodstaart en zwarte kraai. Dit zijn soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn indien er sprake is van zwaarwegende ecologische omstandigheden. In het plangebied zelf zijn geen meldingen bekend van soorten met jaarrond beschermde nesten. Tijdens het veldbezoek zijn meerdere vogelsoorten in en rondom het plangebied aangetroffen waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn indien er sprake is van zwaarwegende ecologische omstandigheden. Het gaat hierbij om

24

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

soorten als grote bonte specht, boomklever, raaf, koolmees en pimpelmees. Het plangebied zelf kan ook fungeren als foerageer- en broedgebied voor deze soorten. Daarnaast zijn rondom het plangebied groene specht en zwarte specht waargenomen. Het plangebied zelf kan ook voor deze soorten fungeren als foerageer- en broedgebied. Nesten behorend tot soorten binnen de jaarrond beschermde nesten zijn eveneens aangetroffen in de omgeving van het plangebied. Het gaat hierbij om meerdere nesten/verblijfplaatsen van de buizerd. Deze soort is ook rondom de nesten aangetroffen. Eveneens zijn nesten van de raaf in en rondom het plangebied aangetroffen. Daarnaast is verder van het plangebied af, maar binnen het golfterrein eveneens een baltsende (roepende) havik waargenomen. Ook voor deze soort kan het plangebied en de omgeving ervan fungeren als broed- en foerageergebied. Vanwege het ontbreken van bebouwing worden verblijfplaatsen van soorten als huismus of gierzwaluw niet verwacht in het plangebied.

Legenda Haviknest (in gebruik) Buizerdnest (niet in gebruik) Raafnest (in gebruik) Plangebied Afbeelding 4.7. Aangetroffen jaarrond beschermde nesten tijdens het veldbezoek 2019 in en rondom golfterrein The Duke.

25

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

Legenda Haviknest Buizerdnest Plangebied Afbeelding 4.8. Aangetroffen jaarrond beschermde nesten vanuit inventarisaties door de Brabantse Milieufederatie in en rondom golfterrein The Duke.

Algemene broedvogels In de gegevens uit de NDFF zijn vele meldingen van algemene broedvogels bekend die afkomstig zijn uit de omgeving van het plangebied. Het gaat hierbij om soorten als spotvogel, winterkoning, fluiter, zwartkop, tjiftjaf, vink en fitis. In het plangebied zelf is slechts één melding bekend, namelijk van een winterkoning. De bospercelen en takkenrillen kunnen fungeren als nestlocatie voor algemeen voorkomende broedvogels. Tijdens het veldbezoek zelf zijn meerdere algemene broedvogels in en rondom het plangebied aangetroffen. Het gaat hierbij om soorten als putter, witte kwikstaart, vink, roodborst, merel, houtduif en winterkoning. Meerdere nesten van de houtduif en kleine zangvogels zijn aangetroffen in het plangebied. Nesten van kleine soorten als winterkoning en roodborst zijn lastig waar te nemen en kunnen desondanks wel aanwezig zijn in het plangebied.

4.5

Vissen

In de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vissen in de omgeving van het plangebied. Aan de hand van het veldbezoek worden soorten behorend tot deze soortgroep ook niet in het plangebied verwacht, aangezien in het plangebied geen geschikt biotoop (geen watergangen aanwezig in het plangebied) voor deze soorten aanwezig zijn.

4.6

Amfibieën

In de NDFF zijn meerdere meldingen bekend van amfibieën. Het betreffen meldingen van onder andere de alpenwatersalamander. Deze meldingen bevinden zich hoofdzakelijk aan de oostzijde van de A50 en dus buiten het plangebied. Enkele waarnemingen van de alpenwatersalamander zijn tussen de A50 en het golfterrein bekend en bevinden zich 300-400 meter van het plangebied. Eveneens zijn meldingen bekend van de kamsalamander. Ook deze waarnemingen bevinden zich buiten het plangebied (>200-1000 meter). Verder is een melding bekend van de rugstreeppad. Deze melding bevindt zich op 700 meter van het plangebied. Uit de Atlas van amfibieën en reptielen blijkt dat algemeen voorkomende amfibieën als gewone pad, groene kikker en kleine watersalamander voorkomen in de omgeving van het plangebied.

26

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

Tijdens het veldbezoek is gelet op het voorkomen van voor amfibieën geschikte biotopen. Geschikte watergangen of waterpartijen zijn in het plangebied niet aanwezig. Hierdoor zijn voortplantingswateren voor algemeen voorkomende amfibieën als kleine watersalamander, bruine kikker en groene kikker en beschermde soorten als alpenwatersalamander en kamsalamander niet aanwezig in het plangebied. Daarentegen kan de strooisellaag en takkenrillen in het plangebied fungeren als geschikt landbiotoop/overwinteringsbiotoop voor amfibieën die aanwezig zijn in de directe omgeving van het plangebied. Het voorkomen van amfibieën is daardoor niet zondermeer uitgesloten. Het plangebied fungeert door het ontbreken van een stenige ondergrond, opslag, kuilen en zandige zonnige open vlaktes niet als landbiotoop/overwinteringsbiotoop voor in de directe omgeving voorkomende beschermde rugstreeppadden. Op het golfterrein zelf liggen wel meerdere vijvers en poelen die kunnen fungeren als voortplantingsbiotoop voor alpenwatersalamander, kamsalamander en algemeen voorkomende amfibieën als kleine watersalamander. Deze oppervlaktewateren worden binnen dit project niet aangepast.

4.7

Reptielen

In de NDFF zijn meerdere meldingen bekend van reptielen. Het gaat hierbij om meldingen van de levendbarende hagedis en hazelworm. Deze meldingen zijn ruim buiten het plangebied afkomstig (>500-1000 meter). Levendbarende hagedis komt met name voor op heide en hoogveen, maar ook open bossen en ruige graslanden zijn een geschikte biotoop. Het terrein ten noorden van het golfterrein is geschikt, hier komt de soort dan ook voor. Het terrein van de golfbaan, is vanwege het ontbreken van een soortenrijke vegetatie en zonovergoten gedeeltes, niet erg geschikt. Het voorkomen wordt op basis van de biotoop niet verwacht binnen het plangebied. Onderzoeksresultaten soortgericht onderzoek naar hazelworm Vanwege een dikke strooisellaag, open structuren in het bos waar zonlicht op de bodem kan vallen en zandige bospaden is het niet uit te sluiten dat het plangebied, in dit geval de deelgebieden waarbinnen de uitbreiding van hole 10 en 11 vallen, het leefgebied vormt voor de hazelworm (afbeelding 4.7). De onderzoeksmethode en de ligging van de uitgelegde plaatjes is beschreven in het vorige hoofdstuk.

Afbeelding 4.7. Verspreid in het plangebied bevinden zich relatief open plekken met een strooisellaag: ideale opstandigheden voor de hazelworm als leefgebied.

De omstandigheden tijdens de veldcontroles waren altijd droog en warm. Zeker in de zomerperiode was het vanaf de ochtend al merkbaar warm en liep de temperatuur tijdens de controle al op. Onderstaand zijn per locatie de

27

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

bevindingen weergegeven, dit is gedaan voor hole 5 (tabel 4.1), hole 11 (tabel 4.2), het bospad (tabel 4.3) en het bosgebied (tabel 4.4). Onderzoeksresultaten plaatjesonderzoek bosgebied ten noorden van hole 5 De tegels liggen in een relatief dicht bos, ze zijn zo geplaatst dat zij op open plekken liggen, waardoor zij door de zon opwarmen (zonnig geplaatst waar mogelijk). Aanvullend zijn verschillende houtblokken en andere geschikte schuilgelegenheden voor hazelworm omgedraaid. De onderzoeksresultaten zijn in het onderstaande overzicht weergegeven (tabel 4.1). Tijdens geen van de veldbezoeken zijn waarnemingen gedaan van hazelworm of andere beschermde soorten. Op basis van deze resultaten is het niet te verwachten en redelijkerwijs uitgesloten dat hazelworm in dit deel van het terrein voorkomt. Tabel 4.1. Overzicht van de onderzoeksresultaten van de plaatjescontroles, ter hoogte van hole 5. ID.PLAATJE

30 JULI

19 AUGUSTUS

23 AUGUSTUS

6 SEPTEMBER

Geel nr. 1 Geel nr. 2 Geel nr. 3 Geel nr. 4 Geel nr. 5 Geel nr. 6 Geel nr. 7 Geel nr. 8 Geel nr. 9 Geel nr.10

zwarte mieren vliegende mieren zwarte mieren zwarte mieren -

zwarte mieren vliegende mieren zwarte mieren zwarte mieren -

zwarte mieren zwarte mieren zwarte mieren zwarte mieren -

zwarte mieren zwarte mieren zwarte mieren zwarte mieren -

Onderzoeksresultaten plaatjesonderzoek ter hoogte van hole 11 Op het golfterrein zijn een aantal voor hazelworm geschikte biotoop aanwezig, het betreft met name de bosrand ten noorden van hole 11, de aanwezige heide op het terrein en het deel langs het openbare wandelpad. Vanwege de open ligging, zijn door wandelaars en/of passanten de uitgelegde plaatjes aangezien voor zwerfafval. Hierdoor is een deel van de in eerste instantie uitgelegde tegels weggehaald, waarna zij vervangen zijn door nieuwe plaatjes. De onderzoeksresultaten zijn in het overzicht op de volgende pagina weergegeven (tabel 4.2). Tijdens geen van de veldcontroles zijn waarnemingen gedaan van hazelworm of andere beschermde soorten. Op basis van deze bevindingen is het uitgesloten dat hazelworm in dit deel van het terrein voorkomt. Tabel 4.2. Overzicht van de onderzoeksresultaten van de plaatjescontroles, ter hoogte van hole 11. ID.PLAATJE

30 JULI

19 AUGUSTUS

23 AUGUSTUS

6 SEPTEMBER

16 SEPTEMBER

Geel nr. 6 Blauw nr. 2 Blauw nr. 4 Blauw nr. 5 Blauw nr. 6

-

zwarte mieren -

-

-

-

Onderzoeksresultaten plaatjesonderzoek wandelpad door het bos ter hoogte van hole 10 De uitgelegde plaatjes liggen allen direct grenzend aan het (openbare) wandel- en ruiterpad door het bos. Vanwege het gegeven dat de plaatjes in het zicht lagen, zijn ook hier de plaatjes door wandelaars en/of passanten aangezien voor zwerfafval. Hierdoor zijn alle oorspronkelijk uitgelegde tegels weggehaald, waarna zij vervangen zijn door nieuwe plaatjes. De onderzoeksresultaten zijn in het onderstaande overzicht weergegeven (tabel 4.3). Tabel 4.3. Overzicht van de onderzoeksresultaten van de plaatjescontroles, ter hoogte van het openbare wandelpad. ID.PLAATJE

19 AUGUSTUS

23 AUGUSTUS

6 SEPTEMBER

16 SEPTEMBER

Blauw nr. 1 Blauw nr. 2 Blauw nr. 4 Blauw nr. 5 Blauw nr. 6 Blauw nr. 7

-

zwarte mieren 2 muizen -

-

-

Onderzoeksresultaten plaatjesonderzoek bosgebied ten westen van hole 10 De tegels liggen in een relatief dicht bos, ze zijn zo geplaatst dat zij op open plekken liggen, waardoor zij door de zon opwarmen (zonnig geplaatst waar mogelijk). Aanvullend zijn verschillende houtblokken en andere geschikte schuilgelegenheden voor hazelworm omgedraaid. De onderzoeksresultaten zijn in het onderstaande overzicht

28

Natuurtoets Wet natuurbescherming Golfterrein The Duke, Nistelrode

weergegeven (tabel 4.3). Ook hier zijn tijdens de veldbezoeken geen waarnemingen gedaan van hazelworm of andere beschermde soorten. Op basis van deze resultaten is het niet te verwachten en redelijkerwijs uitgesloten dat hazelworm in dit deel van het terrein voorkomt. Tabel 4.4. Overzicht van de onderzoeksresultaten van de controles, ter hoogte van het bosgebied ten westen van hole 10. ID.PLAATJE

Geel nr. 1 Geel nr. 2 Geel nr. 4 Geel nr. 6 Geel nr. 7 Geel nr. 8 Geel nr. 9

30 JULI rode bosmier rode bosmier rode bosmier

19 AUGUSTUS

23 AUGUSTUS

6 SEPTEMBER

rode bosmier rode bosmier rode bosmier pissebedden rode bosmier

rode bosmier -

rode bosmier rode bosmier -

Tijdens geen van de veldcontroles zijn waarnemingen gedaan van hazelworm of andere beschermde soorten. Er hebben gedurende het onderzoek voldoende plaatjes in de voor hazelworm geschikte delen gelegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het voorkomen van hazelworm in dit deel van het terrein niet te verwachten.

4.8

Ongewervelde diersoorten

In de literatuur zijn meerdere meldingen bekend van het voorkomen van beschermde ongewervelde diersoorten in de omgeving van het plangebied. Het gaat hierbij om meldingen van de dagvlinder grote vos. Beide meldingen zijn ruim buiten het plangebied afkomstig (>1000 meter). Daarnaast is een enkele melding bekend van de beekrombout. Deze melding is buiten het plangebied afkomstig (>500 meter). In het plangebied zelf zijn tijdens het veldbezoek meerdere waarnemingen gedaan van ongewervelde diersoorten. Het gaat hierbij om algemeen voorkomende dagvlinders als het oranjetipje, bont zandoogje, groot koolwitje, klein geaderd witje en diverse bijen en zweefvliegen. Beschermde ongewervelde diersoorten zijn niet aangetroffen in en rondom het plangebied. Vanwege het ontbreken van waterpartijen met stroming en waterplanten wordt een soort als de beekrombout niet verwacht in het plangebied. Het aangetroffen exemplaar tijdens het bronnenonderzoek betreft hoogstwaarschijnlijk een zwervend exemplaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=27a52e30-de1c-46df-bb93-d4dac737810a