Vast te stellen bestemmingsplan 'Achterstraat 3, Heesch' - Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Achterstraat 3 te Heesch Toelichting d.d. 31-08-2021
INHOUD
BLZ
1.
INLEIDING ...................................................................................... 3
1.1. 1.2. 1.3.
Aanleiding ........................................................................................ 3 Ligging & begrenzing plangebied ........................................................ 3 Geldend bestemmingsplan................................................................. 3
2.
BESCHRIJVING VAN HET PROJECT .................................................... 5
2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6.
Inleiding ........................................................................................... 5 Kadastrale situatie............................................................................. 5 Stedenbouwkundig plan & randvoorwaarden ...................................... 5 Bouwplan ......................................................................................... 6 Erfontsluiting en parkeren.................................................................. 8 Landschappelijke inpassing ................................................................ 8
3.
VIGEREND BELEID ......................................................................... 11
3.1. 3.2. 3.3. 3.4.
Rijksbeleid ...................................................................................... 11 Provinciaal beleid ............................................................................ 13 Gemeentelijk beleid ........................................................................ 18 Conclusie beleid .............................................................................. 21
4.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING PROJECT ....................................... 22
4.1. 4.2. 4.3.
Wijdere omgeving ........................................................................... 22 Directe omgeving ............................................................................ 22 Ruimtelijke effecten project ............................................................. 24
5.
MILIEUASPECTEN ......................................................................... 25
5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6. 5.7. 5.8. 5.9. 5.10. 5.11. 5.12.
Bodemkwaliteit ............................................................................... 25 Wet geluidhinder ............................................................................ 28 Waterparagraaf .............................................................................. 30 Luchtkwaliteit ................................................................................. 36 Externe Veiligheid ........................................................................... 36 Brochure Bedrijven en Milieuzonering .............................................. 43 Wet geurhinder en veehouderij ........................................................ 44 Verkeer .......................................................................................... 46 Volksgezondheid i.r.t. veehouderijen ................................................ 47 Hoogspanningslijnen ....................................................................... 49 Spuitzones gewasbescherming ......................................................... 50 M.er.-beoordeling ........................................................................... 50
6.
WAARDEN ................................................................................... 53
6.1. 6.2.
Archeologie en cultuurhistorie ......................................................... 53 Flora en Faunawet en ecologie ......................................................... 56
7.
BELEMMERINGEN......................................................................... 61
8.
TOELICHTING OP DE BESTEMMINGSREGELING ............................... 62
8.1. 8.2. 8.3.
Inleiding ......................................................................................... 62 Verbeelding .................................................................................... 62 Bestemmingsplanregels ................................................................... 62
9.
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ............................................... 64
10. BIJLAGEN ..................................................................................... 65
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
2
1.
INLEIDING
1.1. Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens om op het perceel aan de Achterstraat 3 te Heesch de bestaande woning te verplaatsen en een extra woonbestemming te verkrijgen middels een Ruimte-voor-Ruimte-titel. De ligging van het plangebied is hieronder aangegeven.
Ligging plangebied in groter verband (rode ballon) Deze kaart is noord gericht - bron: Google Maps
Binnen het vigerende bestemmingsplan is de vormverandering van de bestaande woning en het toevoegen van een nieuwe woonbestemming niet mogelijk. De gemeente is wel bereid medewerking te verlenen aan het initiatief via een nieuw bestemmingsplan. De gemeente heeft dit aangegeven in hun brief van 26 november 2018 met als kenmerk 1296830/1303521. 1.2. Ligging & begrenzing plangebied De planlocatie bevindt zich buiten de bebouwde kom van Heesch, aan de westzijde van Heesch. De planlocatie ligt op de hoek van de Achterstraat – Achterste Groes. De openbare weg, Achterstraat, ligt aan de westelijke grens van de planlocatie. Aan de noordelijke grens ligt de Achterste Groes. Aan zowel de oostelijke als westelijk grens van de planlocatie bevinden zich agrarische gronden. 1.3. Geldend bestemmingsplan De planlocatie valt binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ zoals dit is vastgesteld op 26 juni 2012 door de gemeenteraad van de gemeente Bernheze. Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
3
De betreffende planlocatie heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch’, de functieaanduiding ‘wonen’, de gebiedsaanduidingen ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ en ‘wro-zone – woonwerkontwikkelingsgebied’. De gemeente is bereid medewerking te verlenen om de bestaande woning te verplaatsen en het toevoegen van een Ruimte-voor-Ruimte woning op de hoek van Achterstraat – Achterste Groes. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient een compleet bestemmingsplan opgesteld te worden. Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels, toelichting en enkele haalbaarheidsonderzoeken. Deze toelichting dient als motivering bij de te volgen procedure.
Schets gemeente omtrent verlenen medewerking
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
4
2.
BESCHRIJVING VAN HET PROJECT
2.1. Inleiding De planlocatie is gelegen aan de Achterstraat 3 in het buitengebied van Heesch in gemeente Bernheze. Op het perceel is momenteel één vrijstaande woning met bijgebouw gelegen. De rest van het plangebied is in gebruik als weiland. De initiatiefnemer is voornemens om de bestaande woning te verplaatsen en één Ruimte-voor-Ruime woning toe te voegen. Het bestaande bijgebouw zal worden gerenoveerd of vervangen. 2.2. Kadastrale situatie De kadastrale situatie is hieronder weergegeven. De locatie is kadastraal bekend onder gemeente Bernheze sectie F, nummer 1138. Het perceel is 3.020 m2 groot en in eigendom van de initiatiefnemer.
Kadastrale situatie – Heesch F 1138 (plangebied is blauw gearceerd) bron: www.kadastralekaart.com
2.3. Stedenbouwkundig plan & randvoorwaarden Door de gemeente Bernheze is op 26 november 2018 en op 11 december 2018 een stedenbouwkundig advies geschreven voor de planlocatie. De stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn: •
Er mag één woning worden toegevoegd;
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
5
•
Afstand van de Ruimte-voor-Ruimte woning tot het hart van de weg Achterste Groes is minimaal 12 meter (of te wel 5,5 meter vanaf de erfgrens);
•
Afstand van de Ruimte-voor-Ruimte woning tot het hart van de weg Achterstraat is minimaal 13 meter (of te wel 5,5 meter vanaf de erfgrens);
•
De afstand van het hoofdgebouw perceelgrenzen is minimaal 5 meter;
•
De Ruimte-voor-Ruimte woning wordt uitgevoerd als één laag met een kap met een goothoogte van maximaal 4 meter en een bouwhoogte van maximaal 8 meter;
•
De Ruimte-voor-Ruimte woning krijgt een dubbele oriëntatie op zowel de Achterste Groes als de Achterstraat;
•
Bijgebouwen worden minimaal 5 meter achter beide voorgevels gesitueerd;
•
De ontsluiting van het perceel is aan de Achterste Groes;
• •
Er worden 2 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd; Verder hoort u te voldoen aan de overige eisen inzake Ruimtevoor-Ruimte woningen;
•
De bestaande woning mag worden gesloopt en maximaal 20 meter zuidelijker nieuw worden teruggebouwd;
•
De nieuwe woning dient binnen het bestaande bouwvlak te vallen, zodat dit mogelijk is middels een vormverandering.
tot
de
zijdelingse
2.4. Bouwplan Voor de planlocatie is nog geen bouwplan ontwikkeld. Wel is een eerste indicatieve indelingsschets gemaakt. De bestaande en nieuwe situatie is op de volgende bladzijden weergegeven. Verdere invulling van het bouwplan zal uitgewerkt worden voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning. In dit bouwplan zal aansluiting worden gezocht met de karakteristieken van de omgeving qua massa, hoofdvorm en materialisering. Tevens wordt rekening gehouden met het nieuwe erfgoedbeleid ‘Ode aan het boerenleven’. Specifieke voor dit plangebied is Zoggel, wat een historisch ontginningsgebied was, dat werd gekenmerkt door diepe smalle percelen (slagenlandschap) en kort- of langgevelboerderijen. De nieuwe bebouwing zal op deze historie worden geïnspireerd om op deze manier aansluiting te zoeken met de aanwezige ruimtelijke uitstraling.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
6
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
7
2.5. Erfontsluiting en parkeren Erfontsluiting De planlocatie is gesitueerd aan zowel de Achterstraat als de Achterste Groes. De bestaande woning wordt, gelijk aan de bestaande situatie, direct aan de openbare weg, Achterstraat, ontsloten. De nieuwe Ruimtevoor-Ruimte woning wordt direct aan de openbare weg, Achterste Groes, ontsloten. Hiervoor zal een nieuwe inrit worden aangevraagd. Parkeren Op 09 juli 2015 is het ‘Parkeernormennota gemeente Bernheze’ vastgesteld door de raad van Gemeente Bernheze. De parkeernorm die hierin gesteld is staat hieronder weergegeven.
Parkeernormen wonen – bron: Parkeenormennota gemeente Bernheze
Onderhavig plan ligt buiten de bebouwde kom en is groter dan 60 m2. De parkeernorm die hiervoor geldt is 2,0 parkeerplaatsen per woning. De parkeerplaatsen zullen op eigen terrein worden gerealiseerd. 2.6. Landschappelijke inpassing Voor onderhavig plangebied dient sprake te zijn van een goede landschappelijke inpassing. Volgens het Landschapsontwikkelingsplan Bernheze 2012-2022 ligt de kavel in het landschapstype ‘dekzandruggen en -vlaktenlandschap’. Binnen dit landschapstype zijn er natte en droge delen te onderscheiden. De Groes en omgeving valt binnen een natter en lager gedeelte. Dit is terug te zien aan het smalle kavel patroon, de vele sloten en hoge grondwaterstand. Dit is ook duidelijk terug te zien aan de beplanting in de omgeving, welke veelal bestaat uit wilg, es, els en populier. Op oude kaarten (1925 en 1955) is te zien dat in het verleden op deze hoek ook een woning heeft gestaan. Opvallend hieraan is de oude
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
8
groenstructuur langs de zandweg aan de achterzijde van de kavels die aan de huidige Bosschebaan en Zoggelsestraat. Dit zandpad en de kavelstructuur is nog altijd aanwezig. Echter zijn de houtsingels langs dit zandpad verdwenen, op enkele populieren, eiken en essen na. Deze staan voornamelijk nog aan de noordzijde van het pad richting de Beemdstraat. Deze groenstructuur zal zoveel mogelijk worden teruggebracht naar de oude situatie, voor zover de plangrens het toelaat. Tevens worden aan de Achterstraat 3 stuks bomen bijgeplaatst op eigen terrein ter versterking van de bomenrij langs de Achterstraat. Ook worden aan de straatzijde en naast de inrit van de nieuwe rvr-woning een groene, inheemse kavelafscheiding geplaatst in de vorm van een haag. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt tussen de woning en de aangrenzende weilanden een haag geplaatst. Verder komt er geen aanvullende landschappelijke inpassing aan deze zijde. Van oudsher is dit een open grasland en volgen de huidige kavelgrenzen niet het oude patroon van sloten en houtsingels. Met nog meer houtsingels zal er een coulisselandschap ontstaan die hier in deze richting niet wenselijk is. Ook zal de nadruk moeten liggen op de oude houtsingel tussen de kavels. Deze zijde zal daarom zo open mogelijk moeten blijven.
Wel zal aan de oostzijde enkele kleine fruitbomen worden geplaatst ter versterking van de historische noord-zuid-verkaveling. Onder deze fruitbomen kun je wel onder doorkijken, zodat het zicht open blijft. Een landschappelijk inpassingsplan is opgesteld, en als bijlage toegevoegd, waarin aan is gegeven welke (groen) elementen verdwijnen en welke gehandhaafd blijven. Tevens is de nieuwe en bestaande inrit aangegeven in het plan. Op de volgende bladzijde is een impressie van deze landschappelijke inpassing weergegeven.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
9
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
10
3.
VIGEREND BELEID
In deze paragraaf worden kort de relevante beleidskaders beschreven waarbinnen de ruimtelijke ontwikkeling zijn plek krijgt. Achtereenvolgens komen aan de orde: - rijksbeleid; - provinciaal beleid; - gemeentelijk beleid.
3.1. Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Gebiedsgericht De SVIR benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. Voorts betreft het enkele specifieke gebieden zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam en Schiphol. In het Barro heeft het Rijk voor deze onderwerpen regels opgesteld waarmee de SVIR juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. In de SVIR worden, naast de onderwerpen van nationaal belang, accenten geplaatst op het gebied van bestuurlijke verantwoordelijkheden. Het beleid betekent een decentralisatie van rijkstaken en bevoegdheden. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en lagere overheden, burgers en bedrijven krijgen, zolang het nationaal belang niet in het geding is, de ruimte om oplossingen te creëren.
Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is "duurzame verstedelijking". Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied. Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2).
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
11
De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen, waarbij de toelichting een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is. Daar wordt het volgende onder verstaan: 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. In de jurisprudentie1 is deze definitie verder vormgegeven. Voor woningbouwlocaties geldt dat vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, waarbij de twaalf (of meer) woningen samen wel één woningbouwlocatie vormen. Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Door het ministerie van Infrastructuur en Milieu is een handreiking gemaakt, waarin aan is gegeven hoe met de ladder omgegaan moet worden. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik.
Toetsing aan de ladder werkt volgens de stappen: 1. Beoordeling of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2. Indien er een vraag is aangetoond, beoordeling of deze binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Planspecifiek Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van SIVR of Barro. Onderhavig initiatief voorziet in het toevoegen van één woning en is daarom een dermate kleinschalige ontwikkeling dat het niet valt onder een stedelijke ontwikkeling. Het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking is niet noodzakelijk. 1
Zo heeft de Afdeling bestuursrechtspraak – Raad van State - ten aanzien van woningbouwplannen geoordeeld dat de realisatie van 1 woning (AbRvS 14 januari 2014, nr. 201308263/2/R4), 4 woningen (AbRvS 27 augustus 2014, nr. 201311233/1/R4), 6 woningen, waarvan 3 rechtstreeks bestemd en 3 eerst na toepassing van een wijzigingsbevoegdheid (Vz AbRvS 4 juni 2014, nr. 201401129/1/R4) of 10 woningen, behoudens samenhang met een groter woningbouwproject (AbRvS 4 maart 2015, nr. ECLI:NL:RVS:2015:653), niet zijn aan te merken als een stedelijke ontwikkeling.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
12
3.2. Provinciaal beleid Omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. In deze visie staat de ambitie beschreven tot 2050 en stelt mobiliserende tussendoelen voor 2030. Die visie is zelfbindend, dat wil zeggen dat een overheidslaag zich aan haar eigen visie moet houden. Een overheid kan de keuzes uit de Omgevingsvisie vastleggen in regels, de Omgevingsverordening. Aan die regels moeten overheden, bedrijven en burgers zich houden. De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie pakt complexe maatschappelijke uitdagingen integraal en samen met publiek, private en maatschappelijke partners aan. Door verschillende doelen met elkaar te verweven en slimme combinaties te maken, ontstaat een grotere meerwaarde voor het gebied. De provincie richt zich op het verknopen en verweven van opgaven en het zoeken naar synergie en meerwaarde. Daarbij kijken we vanuit verschillende richtingen naar een ontwikkeling: •
Een ‘diepe’ manier van kijken: we kijken niet alleen naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar betrekken hierin de dynamiek en randvoorwaarden die de onderste lagen meegeven. Daarbij kijken we op verschillende schaalniveaus naar gelang een vraagstuk daarom vraagt en benutten we de factor tijd actief. Hierbij kijken we ook naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek.
•
Een ‘ronde’ manier van kijken: we kijken niet sectoraal maar combineren opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Vanuit een gebiedsgerichte insteek. Een nieuwe ronde manier van kijken naar een balans tussen people, planet en profit.
•
Een ‘brede’ manier van kijken: wij kijken niet vanuit één gezichtspunt maar betrekken daar veel partijen bij, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
13
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 01 januari 2022 in werking. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In principe zijn de huidige regels gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau. Onderhavig plangebied valt binnen de structuur ‘gemengd landelijk gebied’ en ‘verstedelijking afweegbaar’, zie onderstaande afbeeldingen.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
14
Fragmenten kaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, plangebied is ter plaatse van rode ballon
Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen: •
bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving;
•
bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden;
•
geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie;
•
houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water;
•
geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit;
•
draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.
Planspecifiek Binnen onderhavige ontwikkeling wordt de bestaande woning aan de Achterstraat 3 gesloopt, waardoor er geen sprake is van een nieuwe woning in de zin van de verordening maar wordt voldaan aan het
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
15
gestelde ten aanzien van vervangende nieuwbouw. Verder zijn de volgende voorwaarden gesteld aan het toevoegen voor Ruimte-voorRuimte woningen conform artikel 3.80, lid 1 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant: a. Er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. De ruimte-voor-ruimtekavel op een planologische aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. Een goed landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. Er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Aan sub a. van bovenstaande voorwaarden wordt voldaan doordat een ruimte-voor-ruimte bouwtitel wordt aangeschaft, voordat het plan wordt vastgesteld, die voldoet aan de genoemde voorwaarden uit artikel 3.80, lid 2 van de Interim Omgevingsververordening Noord-Brabant. Aangaande sub b. wordt het volgende opgemerkt. Onderhavig plan is gelegen in bebouwingsconcentratie ‘Zoggel’. De bebouwingsconcentratie kenmerkt zich door de landelijke omgeving en het wonen op ruime percelen. De sfeer die deze bebouwingsconcentratie uitstraalt is heel bijzonder. Hoewel het aan de noordoost zijde op relatief korte afstand omsloten is door stedelijke functies als een snelweg en een bedrijventerrein, heerst hier rust en een landelijke sfeer.
Onderhavige ontwikkeling respecteert en versterkt dat en is bovendien opgenomen in de (in ontwikkeling zijnde) Gebiedsvisie Heesch, welke naar verwachting op korte termijn wordt vastgesteld. In de volgende paragraaf 3.3 wordt hier dieper op in gegaan. Verder ligt de locatie voor de ruimte-voor-ruimte woning op een zeer bijzondere historische ligging. Onder meer op topptijdreis is terug te zien dat ooit op de beoogde locatie al een woning heeft gestaan.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
16
Fragmenten topotijdreis (1910, 1956, 1970 en 1979)
Deze woning, ingekaderd in een duidelijke en groene structuur, is met de tijd gesloopt en later is de huidige woning aan de Achterstraat 3 gebouwd. Een deel van de oude (groen)structuur is nog steeds aanwezig. Met de herbouw van de bestaande woning en de toevoeging van de ruimte-voor-ruimte woning op de oude woninglocatie wordt deze oude structuur weer (deels) hersteld. De oude groenstructuur wordt weer hersteld zoals beschreven in paragraaf 2.6 van deze toelichting. Daarnaast wordt de nieuwe ruimte-voor-ruimte woning op dezelfde locatie gesitueerd als de oude woning was gelegen. Op deze manier wordt de oude structuur in ere hersteld. Beide woningen passen in het bouwritme en de historie van het bebouwingslint en liggen daarmee op een planologische aanvaardbare locatie binnen een bebouwingsconcentratie. Ad sub c. wordt verwezen naar paragraaf 2.6, waarin is aangetoond dat een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd. Ad sub d. is niet van toepassing aangezien onderhavig plangebied valt binnen de structuur ‘Verstedelijk afweegbaar’. Verder is paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing.
Het gaat in onderhavige situatie dan vooral om de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en voor zover het het landelijk gebied betreft ook kwaliteitsverbetering van het landschap. Met onderhavig plan wordt hieraan invulling gegeven. Sprake is van het principe ruimte voor ruimte. De ene bebouwing (veehouderijen) wordt verruild voor de andere (woningen), op plekken waar het passend is. Hierdoor wordt de verstedelijkingsimpact lager. Onderdeel van het planvoornemen is een landschappelijke inpassing. Verder wordt rekening gehouden met alle
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
17
van toepassing zijnde milieuaspecten, waarop verderop in deze toelichting nader ingegaan wordt. Op basis van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is er in verband met onderhavige ontwikkeling geen sprake van strijdigheden. Voldaan wordt aan de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3. Gemeentelijk beleid Structuurvisie Bernheze De gemeenteraad van Bernheze heeft op 11 februari 2010 de structuurvisie Bernheze vastgesteld. Deze visie geeft een doorkijk tot het jaar 2025. Heesch is hierin getypeerd als de grootste kern, die ook op Oss georiënteerd is. Als sterke elementen zijn de ligging, het groen en de diversiteit daarbinnen, en het woon- en leefklimaat aangegeven. Als zwakten zijn het financieel draagvlak, het imago en de belevingswaarde van de kernen aangegeven. Bernheze wil een gemeente met een dorpse uitstraling blijven. Kleinschalige verstedelijking wil de gemeente niet uitsluiten, maar dient groen ingepast te zijn. Wat betreft dorpsontwikkeling wordt ingezet op het behoud van de diversiteit van de kernen en linten. Het afwisselende karakter van kleinschalige bedrijvigheid, agrarisch gebruik en woningbouw zorgt dat het gebied dynamisch blijft. Om te voorkomen dat zowel senioren als jongeren de gemeente verlaten, wordt ingezet op kleinschalige woningbouw met passende woningtypen. Deze kwalitatieve woningbehoefte is leidend bij de locatiekeuze.
Waardevolle doorzichten naar het buitengebied dienen behouden te blijven. In eventuele nieuwe uitbreidingen komt het onderliggende landschap terug in het stedenbouwkundig ontwerp. Dit alles vraagt grote aandacht voor stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteit. Plaatselijk kan ingezet worden op de realisatie van exclusieve woonbuurten. Ook hierbij wordt het onderliggende landschap als inspiratiebron gebruikt. Het landelijk wonen nabij een verstedelijkte omgeving is een kwaliteit van de gemeente. Toepassing van de regeling Ruimte voor Ruimte is op grond van deze regeling mogelijk binnen het zoekgebied dat door de gemeenteraad is aangewezen bij raadsbesluit van 9 juli 2009. Dit betreffen onder andere extensiveringsgebieden, overig en specifiek aangewezen bebouwingsconcentraties.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
18
Momenteel is er voor Heesch een nieuwe gebiedsvisie in ontwikkeling. Deze wordt naar verwachting in september 2021 door de gemeente Bernheze vastgesteld. In deze gebiedsvisie is het perceel gelegen in een gebied dat is aangewezen als bebouwingsconcentratie ‘Zoggel’: “Zoggel Algemene beschrijving Bijna aan de kern van Heesch vast ligt aan de oostzijde de bebouwingsconcentratie Zoggel. Hoewel het bedrijventerrein rond de Cereslaan hier niet ver vanaf ligt heeft Zoggel duidelijk een heel andere en eigen uitstraling. Hier wordt in een landelijke omgeving op ruime percelen gewoond. Een aantal van deze woningen laten zien dat dit niet een nieuwe ontwikkeling is. De historische kaarten bevestigen dit en laten zien dat hier al in 1868 gewoond wordt. Op dat moment ligt Heesch nog op ruime afstand en bestaat Heesch enkel nog uit lintbebouwing langs enkele straten. Vandaag de dag zijn in Zoggel enkele woningen zichtbaar (ook) in gebruik als bedrijf. Dit verstoord het karakter niet. Ook de grote stallen die voornamelijk achter de woningen liggen verstoren de landelijke uitstraling niet, in een aantal gevallen versterken ze de strokenverkaveling juist. De Achterste Groes, waaraan de bebouwingsconcentratie ligt, is een smalle doodlopende weg die aan beide zijden brede, grasbermen heeft. Op sommige plekken wordt deze weg begeleid door de aanwezigheid van grote bomen.
Bij de bebouwingsconcentratie is een deel met essen, kastanjes en esdoorns ingericht. In het buitengebied ontstaat een regelmatiger patroon en staan aan weerszijden van de weg linden. Binnen de bebouwingsconcentratie geldt dat wanneer in de berm geen bomen aanwezig zijn, de weg zijn groene en landelijke uitstraling behoudt door de aanwezigheid van de ruime en met groen ingerichte percelen. Door het ontbreken van een doorgaande verkeersstructuur heeft zich hier een heel eigen en beschermd karakter kunnen ontwikkelen. In Zoggel wordt duidelijk aandacht besteed aan de woningen en de eigen leefomgeving. In de komende jaren wordt ten oosten van de bebouwingsconcentratie het nieuwe bedrijventerrein Heesch West ontwikkeld. Aan de zuidoostzijde van Zoggel, met iets meer afstand, komt de nieuwbouwwijk De Erven. Deze stedelijke ontwikkelingen bedreigen het landelijke karakter van de buurtschap en hier zal met zorg
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
19
moeten worden omgesprongen met het behouden van de kenmerkende Zoggelse waarden. Karakteristieken Eigen sfeer. De sfeer die deze bebouwingsconcentratie uitstraalt is heel bijzonder. Hoewel het aan de noordoost zijde op relatief korte afstand omsloten is door stedelijke functies als een snelweg en een bedrijventerrein, heerst hier rust en een landelijke sfeer. Het aaneengroeien met de kern Heesch moet voorkomen worden (zie landschappelijke schakel ‘A’). Geen verbinding. Het ontwikkelen van die sterk eigen sfeer is ook het gevolg van de ligging van deze bebouwingsconcentratie. Dit is niet enkel het gevolg van de doodlopende weg Achterste Groes. De A59 gelegen in het noorden vormt een andere barrière. De ontsluiting vanuit Heesch via het bedrijventerrein maakt het voor toeristen en recreanten geen aantrekkelijke concentratie ‘om even mee te nemen’ in hun route. Hoewel Zoggel dus wel degelijk ontsloten is, ligt het in een bijzondere hoek waardoor het in de praktijk haast functioneert als een eiland. Ook met de ontwikkelingen in de omgeving is het de verwachting dat Zoggel hier geen verbinding mee maakt, wel wordt het er meer door ingesloten.” De bebouwingsconcentratie kenmerkt zich door de landelijke omgeving en het wonen op ruime percelen. De sfeer die deze bebouwingsconcentratie uitstraalt is heel bijzonder.
Hoewel het aan de noordoost zijde op relatief korte afstand omsloten is door stedelijke functies als een snelweg en een bedrijventerrein, heerst hier rust en een landelijke sfeer. De onderhavige ontwikkeling respecteert en versterkt dat en is bovendien opgenomen in de visie. Woonvisie 2016-2021 In de Woonvisie 2016-2021 van de gemeente Bernheze, welke is vastgesteld door de gemeenteraad op 14 juli 2016, komt als hoofddoel naar voren om te voorzien in de eigen woningbehoefte. Onderdeel van het voorzien in de eigen woningbehoefte is strategische nieuwbouw in de vorm van particulier opdrachtgeverschap en consumentgerichte ontwikkeling. Onderdeel hiervan is het betrekken van consumenten bij het ontwerp- en bouwproces.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
20
Planspecifiek Onderhavig initiatief voorziet in het toevoegen van één ruimte voor ruimte woning, waarbij het plangebied ligt binnen een extensiveringsgebied. Hierdoor valt het plangebied binnen het aangewezen zoekgebied. 3.4. Conclusie beleid De ontwikkeling past binnen het rijks-, provinciaal- en regionaal ruimtelijk beleid. De ontwikkeling past dan ook binnen de op alle niveaus gestelde beleidskaders.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
21
4.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING PROJECT
Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de ruimtelijke en functionele situatie in de wijdere en de directe omgeving van het plangebied als ruimtelijke onderbouwing van voorliggend initiatief. 4.1. Wijdere omgeving Heesch is de grootste kern en de hoofdkern van de gemeente Bernheze. In de stedenbouwkundige structuur en de groenstructuur zijn de geschiedenis en ontwikkeling van het dorp afleesbaar. Heesch ligt op de overgang van de Peelhorst in het oosten, de jonge ontginningen in het zuiden en het dekzandlandschap in het noorden. De oudste bebouwing staat aan de noordrand van het dorp, met de slingerende Mgr. van den Hurklaan als centrale ontsluiting. Na de aanleg van de doorgaande wegen Bosschebaan, ’t Dorp - Graafsebaan en de Nistelrodeseweg Osseweg is Heesch sterk uitgebreid met woonwijken uit verschillende perioden. Ten westen van het dorp zijn bedrijventerreinen gerealiseerd. Het huidige dorpscentrum bevindt zich aan De Misse, het centrale plein in Heesch. Het groen in de kern bestaat voornamelijk uit laanbeplanting langs de linten. De randen van Heesch zijn vanaf het buitengebied nauwelijks waar te nemen. Andersom geldt ook dat het buitengebied vanuit de kern nauwelijks te ervaren is. Ten zuidoosten van de kern ligt het bosgebied van de Maashorst. Ten zuiden en westen van de kern liggen agrarische gronden.
Cultuurhistorisch waardevolle elementen in de kern zijn met name de oude dorpslinten. Rondom de kern liggen daarnaast enkele historische groenstructuren. 4.2. Directe omgeving Het perceel ligt binnen het gebiedstype ‘halfopen landschap’. In de beekdalen en op de dekzandruggen rond de historische bebouwingsconcentraties heeft het agrarische gebruik van het open landschap geleid tot een halfopen landschap met oude bouwlanden, boscomplexen en kronkelende wegen. Het halfopen landschap wordt voor het grootste deel gebruikt als landbouwgrond. Door de variatie in dit halfopen landschap is er een coulisselandschap gevormd. Het voegt een kwaliteit tot aan het beeld van de gemeente Bernheze en dient geconserveerd te worden. In de directe omgeving van de planlocatie wordt de functie wonen afgewisseld met agrarisch/open gebied, waardoor een doorkijk wordt gecreëerd naar de achterliggende akkers.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
22
Luchtfoto planlocatie (plangebied is blauw omkaderd)
Planlocatie gezien vanaf Achterste Groes (richting Bosschebaan)
Planlocatie gezien vanaf hoek Achterstraat – Achterste Groes
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
23
Planlocatie Achterstraat 3
Planlocatie gezien vanaf Achterstraat (richting Zoggelsestraat)
4.3. Ruimtelijke effecten project Om te laten zien dat onderhavig plan stedenbouwkundig aanvaardbaar is worden onderstaande punten weergegeven. Deze punten tonen aan dat onderhavig plan aansluit bij de beleidsvisie van de gemeente en de provincie, dat het binnen het betrokken gebied past en dat het positieve ruimtelijke effecten heeft op de omgeving. 1. Het plan past met de benoemde stedenbouwkundige voorwaarden binnen het straatbeeld en de omgeving; 2. Het plan is in overeenstemming met het volkhuisvestingsbeleid; 3. Het plan is landschappelijk ingepast in de omgeving; 4. Het plan is in overeenstemming met het rijksbeleid, provinciale beleid en het gemeentelijke beleid. Conclusie Op basis van voorgenoemde punten kan gesteld worden dat het onderhavig plan stedenbouwkundig aanvaardbaar is.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
24
5.
MILIEUASPECTEN
5.1. Bodemkwaliteit Op het perceel zijn een tweetal bodemonderzoeken uitgevoerd om de bodemkwaliteit inzichtelijk te maken. Dit om te bekijken of er geen belemmeringen aanwezig zijn voor de bestemmingswijziging en de toekomstige nieuwbouw. Door Van Oort Bodemonderzoek uit Heesch is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: rapport “Verkennend bodemonderzoek Achterstraat 3 te Heesch” (23-04-2020, AST.310120). De relevante delen van de samenvatting uit het rapport zijn hieronder weergegeven. “Op de locatie aan de Achterstraat 3 te Heesch is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in verband met een bestemmingswijziging en inrichting van twee bouwkavels. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Heesch, sectie F, nummer 1138. De oppervlakte van de locatie bedraagt circa 3.000 m2. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er milieutechnische bezwaren zijn tegen het wijzigen van de bestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning. Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 en NEN 5740. De strategie van het onderzoek is afgestemd op het vooronderzoek (historie). Gebruik is gemaakt van de onderzoeksopzet voor een niet lijnvormige onverdachte locatie (ONV-NL). Aansluitend op het onderzoek is een indicatie asbestonderzoek uitgevoerd.
Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000. De analyses (AS3000) zijn uitgevoerd door Synlab Analytics & Services BV uit Rotterdam. Zintuigelijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen waargenomen. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met PAK (>Aw). De ondergrond is niet verontreinigd (<Aw) en het grondwater licht verontreinigd met koper (>Sw).
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
25
Het indicatief asbestonderzoek heeft aangetoond dat de toplaag ter plaatse van de drupzone van de garage/overkapping sterk verontreinigd is met asbest (niet-hechtgebonden). De resultaten geven in principe aanleiding tot een vervolgonderzoek volgens NEN 5707. Vermoedelijk is de asbestverontreiniging beperkt van omvang. Er is geen aanleiding tot vervolgonderzoek ter plaatse van de overige onderzochte terreindelen. Het onderzoek heeft aangetoond dat hier geen sprake is van ernstige bodemverontreinigingen die bezwaarlijk zijn voor het wijzigen van de bestemming en het realiseren van nieuwbouw. Geadviseerd wordt de resultaten van het bodemonderzoek voor te leggen aan de gemeente Bernheze. Als onderzoeksbureau hebben we een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaald of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is.” Vervolgens is door Nipa Milieutechniek uit Oss een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd: rapport “Verkennend asbestonderzoek NEN5707 Achterstraat 3 te Heesch” (11-03-2021, N215450.004/JVS). De relevante delen van de samenvatting uit het rapport zijn hieronder weergegeven. “Uit de resultaten van het verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op het perceel Achterstraat 3 te Heesch blijkt dat ter plaatse van de drupzone noordelijk van de schuur en bij het lozingspunt van de dakgoot van het dierenverblijf losse asbestvezels in de bodem aangetroffen zijn.
Het aantreffen van losse asbestvezels vormt in principe aanleiding voor het uitvoeren van een aanvullende SEM-analyse. Echter gezien de staat van het dak en het feit niet hechtgebonden asbest aangetroffen is, is het zeer aannemelijk dat het gehalte respirable vezels > 10 mg/kg d.s. bedraagt en dat derhalve sprake is van een actueel risico. Aanbevolen wordt de asbesthoudende grond samen met het asbesthoudende dak te verwijderen en af te voeren naar een erkende verwerker. Ter plaatse van de drupzone zuidelijk van de schuur en de bodem rondom het dierenverblijf is geen (noemenswaardige) asbestverontreiniging aangetoond. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van nader of aanvullend onderzoek vaststelt.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
26
Afhoewel het onderzoek met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor gestelde normen en richtlijnen is uitgevoerd dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal inspectiepunten en analyses wordt uitgevoerd. Niet geheel uitgesloten kan worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. Asbest kan zeer heterogeen verdeeld of zeer plaatselijk voorkomen.” Plan van Aanpak Naar aanleiding van bovenstaande onderzoeken is besloten om de verdachte locaties preventief te saneren, zie onderstaande afbeelding.
Fragment situatie, te saneren locaties in de bodem zijn paars omkaderd
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
27
De sanering van de bodem wordt separaat uitgevoerd ten opzichte van de sanering van de asbesthoudende dakplaten. De bodemsanering zal middels een BUS melding plaatsvinden. Na sanering worden controle monsters genomen om aan te tonen dat alle verontreiniging is verwijderd. In de regels zal een voorwaardelijke verplichting worden opgenomen dat de asbest volledig gesaneerd wordt alvorens een omgevingsvergunning voor het onderdeel ‘bouwen’ kan worden verleend. Wettelijk kader en juridische grondslag In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Conclusie De bodemkundige situatie vormt geen planologische belemmering voor het wijzigen van het bestemmingsplan.
Wel dient voorafgaand aan het sloop van de opstallen het asbesthoudende dak en grond te worden verwijderd en afgevoerd te worden naar een erkende verwerker. Hiervoor zal een voorwaardelijke verplichting worden opgenomen in de planregels. 5.2. Wet geluidhinder Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. Deze wet biedt geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Deze bescherming vindt plaats door middel van zonering. Er gelden grenswaarden op basis waarvan de bouw van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen de geluidszone wordt beperkt. Op grond van de Wet geluidhinder dient bij de voorbereiding van de vaststelling van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek ingesteld te worden naar geluidbelastingen op de gevels van woningen afkomstig van wegverkeerslawaai. Uit dit onderzoek moet naar voren komen wat de te verwachten Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
28
geluidsbelasting voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen is en welke maatregelen worden getroffen om de maximaal toelaatbare grenswaarden niet te overschrijden. Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) hebben alle wegen in het buitengebied een geluidszone van 250 meter aan weerszijden van de weg, berekend vanaf de wegkant. Wegen van vier rijstroken hebben een geluidszone van 400 meter. Verder komen volgens de Wgh alleen wegen in aanmerking waar harder dan 30km/uur gereden mag worden. In de omgeving van onderhavig plan zijn verschillende wegen aanwezig met een geluidszone, namelijk de Achterstraat, Achterste Groes en de Bosschebaan. Voor deze straten is een toets vereist aan wegverkeergeluid op de gevel in het kader van een verzoek hogere grenswaarde Wet geluidhinder. Door Ingenieursburo Ulehake uit Oss is recent een akoestisch onderzoek uitgevoerd: rapport “Akoestisch onderzoek - Geluidsbelasting Bouwplan Achterstraat 3 Heesch” (08 juni 2020, 16234-01). De relevante delen van de samenvatting en advies uit het onderzoeksrapport zijn hieronder weergegeven. “De nieuw te realiseren woonbestemmingen gelegen aan de Achterstraat 3 te Heesch, liggen in de geluidszone van de Bosschebaan, de Achterste Groes en de Achterstraat. De optredende geluidbelasting ten gevolge van de Bosschebaan, de Achterste Groes en de Achterstraat is bepaald.
De geluidbelasting van de gevel, gelegen binnen de geluidzone van een weg, mag volgens de Wet geluidhinder, ten hoogste de voorkeursgrenswaarde bedragen. Is de geluidbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde maar niet hoger dan de maximale grenswaarde kan door het bevoegd gezag een hogere waarde worden vastgesteld. In deze situatie bedraagt de voorkeurgrenswaarde 48 dB en de maximale grenswaarde 53 dB. De geluidbelasting van de gevel ten gevolge van wegverkeerslawaai is berekend met behulp van standaardrekenmethode II. Bij de berekeningen is uitgegaan van de situatie volgens bijlage I conform opgave van de gemeente Bernheze.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
29
Uit de resultaten blijkt dat de hoogst berekende geluidbelasting ten gevolge van zowel de Bosschebaan, de Achterste Groes als de Achterstraat lager is dan de voorkeurgrenswaarde. Dit geldt voor het volledige bouwvlak.” Conclusie Het aspect geluidhinder vormt geen planologische belemmering voor onderhavig plan. 5.3. Waterparagraaf In een ruimtelijke onderbouwing resulteert een watertoets in een waterparagraaf. In deze waterparagraaf wordt aangegeven op welke wijze rekening wordt gehouden met het advies van de waterbeheerder. Beleid en regelgeving Waterschap Aa en Maas Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Aa en Maas. Het waterschap heeft een waterbeheerplan ‘Werken met water. Voor nu en later.’, waarin de doelen van het waterschap voor de periode van 2016 tot 2021 staan beschreven. Deze worden ingedeeld in de volgende thema’s: •
Veilig en bewoonbaar;
•
Voldoende water en robuust watersysteem;
•
Gezond en natuurlijk water;
• •
Schoon water; Leveren van een maatschappelijke meerwaarde. o water in bebouwd gebied; o kennisontwikkeling en innovatie; o energiegebruik en grondstofvoorziening; o internationale samenwerking; o water en ruimte.
Het waterschap geeft in het waterbeheerplan zich continu te laten leiden door zijn missie: “Het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten”.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
30
Het waterschap is verantwoordelijk voor het waterkeringengebied, het waterbeheer en het transporteren en zuiveren van afvalwater. In aansluiting op het landelijke gebied hanteert het Waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen onderzocht dient te worden hoe omgegaan wordt met het schone hemelwater. Hierbij worden de afwegingsstappen ‘hergebruik – infiltratie – buffering – afvoer’ doorlopen, waarbij het Waterschap bij alle in- en uitbreidingsplannen adviseert en toetst op hydrologische effecten. Het uitgangspunt is om ontwikkelingen hydrologisch neutraal uit te voeren. Dit betekent dat de ontwikkeling geen verandering mag aanbrengen in de waterhuishoudkundige situatie op de locatie en in de directe omgeving. Verder is het streven om het schone en verontreinigde water zoveel mogelijk te scheiden. Het waterschap heeft algemene regels en beleidsregels wanneer er specifieke werkzaamheden of activiteiten uitgevoerd worden in een attentiegebied volgens de Keur. Vanuit de keur wordt bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlakte onderscheid tussen grote en kleine plannen. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn; minder dan 2.000 m2, tussen de 2.000 en 10.000m2 en meer dan 10.000m2. Met een verhardingstoename van circa 300m2 is er vanuit de Keur geen algemene regel van toepassing. De retentievoorziening dient daarom te voldoen aan het gemeentelijk beleid.
Voor een dergelijke verhardingstoename is de rekenregel van toepassing. In formulevorm luidt deze regel: benodigde retentiecapaciteit (m3) = toename verhard oppervlakte (m2) * gevoeligheidsfactor * 0,06 (m1). Gemeente Bernheze Het beleid van de gemeente Bernheze sluit aan op het landelijke en provinciale beleid. De gemeente zelf heeft een Gemeentelijk Rioleringsplan en het Gemeentelijk Waterplan opgesteld. In het Gemeentelijk Rioleringsplan zijn doelstellingen en maatregelen in de waterketen opgenomen, waartoe de gemeente wettelijk verplicht is. In het waterplan worden extra, niet wettelijk verplichte maatregelen opgenomen, die nodig zijn om de gewenste inrichting en functioneren van water te kunnen bereiken. De hoofddoelstelling van het waterplan is “Het ontwikkelen van een integrale visie in de omgang met water in de breedste zin van het woord’. Het integrale aspect betekent dat het gehele systeem van grond- en oppervlaktewater centraal staat, inclusief aan- en afvoer van water. De keten van drinkwater, riolering en
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
31
afvalwaterzuivering wordt in de visie betrokken daar waar deze het watersysteem beïnvloedt. Locatiestudie Achterstraat 3 In onderhavig plan wordt de bestaande woning verplaatst en een nieuwe ruimte-voor-ruimte woning toegevoegd. We gaan hierbij uit van een verhard oppervlak van 150m2 dakoppervlakte en 150 m2 terreinverharding per woning. Kortom neemt het verhard oppervlak in totaal toe met 600 m2. Bij beide woningen komt er geen aansluiting van het hemelwater op het gemeentelijke rioleringsstelsel, maar wordt het hemelwater op eigen terrein geborgen. Het huishoudelijke afvalwater van beide woningen wordt wel aangesloten op het gemeentelijke rioleringsstelsel. Uit locatiespecifiek onderzoek (verkennend bodemonderzoek, zie paragraaf 5.1) blijkt de volgende bodemopbouw aanwezig te zijn; fijne en grove zanden van 0-10 m-mv, fijne en grove grindrijke zanden van 1045 m-mv, fijne slibhoudende zanden en kleilagen van 45-75 m-mv en fijne en grove zanden van 75-200 m-mv. De grondwaterstand is ingeschat op een diepte van 0,7 tot 1,3 m-mv. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (www.ahn.nl) op een hoogte van circa 6,8 m +NAP. De GHG bevindt zich op circa 0,6 tot 0,8 mmv (bron: bodematlas provincie Noord-Brabant).
Aan de noordrand van het perceel is een sloot aanwezig die behouden dient te blijven, zie bijgaande afbeelding waarin de sloot roze is gearceerd. Deze sloot fungeert als waterberging van de wegen Achterste Groes en Achterstraat in pieksituaties. Deze sloot kan tevens gebruikt worden om het hemelwater te infiltreren van de nieuwe verharding. Wateropgave Bij de watertoets gaat het om het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten. De waterbeheerder ‘toetst’ het ontwerpplan aan de afgesproken criteria. Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van Waterschap Aa en Maas. Door het waterschap zijn een aantal principes opgesteld waar ruimtelijke ontwikkelingen aan worden ‘getoetst’, te weten:
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
32
• •
wateroverlastvrij bestemmen; gescheiden houden van vuil water en schoon regenwater;
•
doorlopen van de afwegingsstappen: “hergebruik – infiltratie – buffering – afvoer”;
•
hydrologisch neutraal ontwikkelen;
•
water als kans;
• •
meervoudig ruimtegebruik; voorkomen van vervuiling;
•
rekening houden met waterschapsbelangen.
1. Wateroverlastvrij bestemmen Bij de locatiekeuze voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden gezocht naar een plek ‘die hoog en droog genoeg’ is. De planlocatie is ‘hoog en droog genoeg’ om aan het Nationaal Bestuursakkoord Water te voldoen. 2. Gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater Het streefbeeld is het afvoeren van het vuile water via de riolering en het binnen het plangebied verwerken van het schone hemelwater. Voor de nieuwe woning zal binnen het plangebied het vuile en schone water gescheiden worden aangeboden. Het vuile water wordt gekoppeld aan de gemeentelijke riolering en het schone water blijft binnen het plangebied. 3. Doorlopen van de afwegingsstappen: “hergebruik - infiltratie buffering -afvoer” Hergebruik Hergebruik van het regenwater ter plaatse wordt alleen gestimuleerd bij bedrijfsmatig gebruik. Zodoende is dit niet van toepassing. Infiltratie Bij de tweede stap zal het schone water worden afgekoppeld en is de keuze te maken in infiltratie of berging in het plangebied. Het verhard oppervlak is toegenomen met 300 m2 per woning. Conform de gevoeligheidskaart van Waterschap Aa en Maas moet gerekend worden met 60mm berging per m2 verharding, wat neerkomt op een totale voorziening met een minimale capaciteit van 18 m3 per woning. Binnen onderhavig plangebied (circa 3.000 m2) is voldoende ruimte om deze waterbergingsopgave te kunnen bergen.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
33
De initiatiefnemer kan kiezen voor verschillende manieren van opvang en/of infiltratie van het hemelwaterafvoer: • infiltreren door middel van een vijver of wadi; • vasthouden/infiltreren door middel van grindbed/grindkoffer; • infiltreren door middel van een zaksloot; • opvangen en gebruiken voor bewateren van de tuin. De keuze voor de manier van opvang en/of infiltratie wordt bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning gemaakt. De infiltratievoorziening moet zodanig berekend worden dat deze ruim voldoende is om de regenbuien op te kunnen vangen en te infiltreren. Een infiltratievoorziening bevindt zich boven de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand. De k-waarde van de infiltratiesnelheid wordt afgeleid van het bodemtype. De bodemsamenstelling van het terrein bestaat globaal uit matig grof zand, derhalve is uitgegaan van een theoretische k-waarde van 1,0 m/dag. Indien een bovengrondse voorziening (zaksloot of vijver) wordt gerealiseerd mag maximaal een k-waarde van 0,3 m/dag worden gehanteerd. Om inzicht te krijgen in het ruimtebeslag van de (potentiele) voorziening is een optie uitgewerkt waarbij hemelwater wordt geborgen in een wadi/laagte in de tuin. Indien de wadi wordt aangelegd met een diepte van 0,3 meter en een talud van 1 op 3 is er, uitgaande van een volledige vulling tot aan maaiveld, 73 m2 nodig om de volledige wateropgave te kunnen bergen.
Deze voorziening kan circa 10% groter gedimensioneerd worden om te voorkomen dat de voorziening overstroomt en overlast kan veroorzaken op het perceel van de buren. Buffering naar watergang waterschap Indien een watergang aanwezig is in onderhavig plangebied komt deze als derde stap in aanmerking, echter is deze niet aanwezig. Afvoer via gescheiden rioolstelsel Mocht infiltratie niet (geheel) mogelijk of anderszins onwenselijk zijn, dan wordt op de locatie een gescheiden rioolstelsel aangelegd. Tot de gemeente overgaat op gescheiden inzamelen, kan op het bestaande gemengde stelsel worden geloosd. Deze werkwijze voorkomt extra kosten en biedt in ieder geval de mogelijkheid van een toekomstige afkoppeling.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
34
4. Hydrologisch neutraal ontwikkelen In het beleid van het waterschap is opgenomen dat moet worden nagestreefd naar een hydrologisch neutrale situatie. Hiermee wordt bedoeld dat het regenwater het gebied niet sneller mag verlaten dan dat het geval is vóór aanvang van de in dit plan opgenomen ontwikkelingen. In onderhavig plan blijft in de nieuwe situatie het hemelwater op eigen terrein en/of zal worden hergebruikt, daarmee is er sprake van een verbetering van de hydrologische situatie. 5. Water als kans Het aspect ‘water’ kan een meerwaarde geven aan een plangebied, bijvoorbeeld in de vorm van oppervlaktewater. De sloot aan de noordzijde van het perceel kan gebruikt worden voor infiltratie van hemelwater. Daarnaast is op het perceel voldoende ruimte om een dergelijke voorziening voor oppervlaktewater aan te leggen. 6. Meervoudig ruimtegebruik Bij de inrichting van een plangebied moet er ruimte gecreëerd worden voor water. In onderhavig plangebied is voldoende ruimte aanwezig en zal dit meegenomen worden bij de terreininrichting. Hierdoor is sprake van meervoudig ruimtegebruik. 7. Voorkomen van vervuiling Voor dit onderdeel zijn geen bijzondere maatregelen getroffen. Overeenkomstig de eis van het waterschap worden in principe geen uitlogende materialen toegepast. 8. Waterschapsbelangen Er zijn ‘waterschapsbelangen’ met een ruimtelijke component.
In onderhavig plan zijn geen belemmeringen aanwezig voor de ‘waterschapsbelangen’ Conclusie Onderhavig plan voldoet aan alle voorwaarden uit het watercontract tussen de gemeente Bernheze en Waterschap Aa en Maas. Het vuile water wordt op het gemeentelijk rioolstelsel geloosd, het schone water wordt ter plaatse hergebruikt en/of geïnfiltreerd. Deze waterberging zal worden geborgd in het bestemmingsplan. Kortom het plan wordt hydrologisch neutraal ontwikkeld.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
35
5.4. Luchtkwaliteit Conform de Wet Milieubeheer, titel 15.2 Luchtkwaliteitseisen wordt aangegeven dat alleen indien een voorgenomen plan substantiële invloed heeft, is het overleggen van een berekening noodzakelijk. Onderhavig plan voorziet in het toevoegen van een Ruimte-voor-Ruimte woning en verschillende zorgvoorzieningen. Gezien de beperkte omvang hiervan is geen onderzoek nodig. Verder valt het plan binnen de kwalitatieve grenzen van het Besluit NIBM. Per ontsluitingsweg zullen minder dan 1.500 woningen en 100.000 m2 kantoren worden gerealiseerd. Het project draagt daarom niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op basis van de NSL-monitoringstool blijkt dat de achtergrondconcentraties fijn stof (PM2.5/PM10) en stikstofdioxide (NO2) ter plaatse lager zijn dan de wettelijke norm, namelijk <40 ug/m3 voor NO2 en PM10 en <25 ug/m3 voor PM2.5. In de omgeving van het plangebied zijn geen relevante bronnen aanwezig die tot een dreigende normoverschrijding zullen leiden.
Fragment NSLmonitoringstool (rode cirkel is planlocatie) bij blauwe punten is achtergrondbelasting
NO2 < 35 ug/m3, PM2.5 < 20 ug/m3 en PM10 < 35 ug/m3 5.5. Externe Veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen.
Bestemmingsplan – toelichting – Plan Achterstraat 3 te Heesch
36
Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders staan voor deze risicobronnen twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder zijn deze begrippen verder uitgewerkt Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.