CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Vaststelling TAM-IMRO Omgevingsplan 'Hoofdstuk 22R, Bedafse Hoeve, Vorstenbosch'

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 18 juni 2026, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling TAM-IMRO Omgevingsplan 'Hoofdstuk 22R, Bedafse Hoeve, Vorstenbosch'24.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke motivering TAM-omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch’ Lendersgat 15 te Vorstenbosch Gemeente Bernheze

Colofon TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch Rapportnummer: 2018.0301 Status: Vastgesteld Datum: 24 maart 2026 IMRO-code: NL.IMRO.1721.TAM22r-VG1 Projectlocatie Lendersgat 15 5476 VR Vorstenbosch Opdrachtnemer Reland Adviseurs B.V.

Bezoekadres:

Mgr. Bekkersstraat 56 5846 AJ Ledeacker

Hurksestraat 60 5652 AL Eindhoven

Correspondentieadres: Postbus 186 5830 AD Boxmeer www.reland.nl Projectleiding Reland

Telefoon 085 043 1949

Email info@reland.nl

© maart 2026 Reland

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Reland. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Reland verwerpt elke aansprakelijkheid voor een ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor deze wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan worden veranderd zonder voorafgaande kennisgeving.

Inhoud HOOFDSTUK 1 Inleiding..................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en doel ............................................................................................ 5

1.2

Begrenzing projectgebied ................................................................................. 6

1.3

Het tijdelijke Omgevingsplan gemeente Bernheze .............................................. 7

1.4

Medewerking opheffen strijdigheid ................................................................... 9

1.5

Leeswijzer ....................................................................................................... 9

HOOFDSTUK 2 Planbeschrijving ....................................................................................... 10 2.1

Ruimtelijke vertaling (ontwerp en inrichtingsplan)............................................. 10

2.1.1

Bestaande situatie....................................................................................... 10

2.1.2

Plan (ontwerp en eindsituatie) ...................................................................... 16

HOOFDSTUK 3 Voorbereiding ......................................................................................... 24 3.1

Vooroverleg .................................................................................................. 24

3.2

Participatie omgeving .................................................................................... 24

HOOFDSTUK 4 Toetsing aan het omgevingsplan ..............................................................25 HOOFDSTUK 5 Beleid en regelgeving .............................................................................. 29 5.1

Rijksbeleid ..................................................................................................... 29

5.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ............................................................... 29

5.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB’s) ....................................................................... 29

5.2

Provinciaal beleid ........................................................................................... 31

5.2.1

Brabantse Omgevingsvisie ........................................................................... 31

5.2.2

Omgevingsverordening Noord-Brabant ...................................................... 31

5.3

Gemeentelijk beleid ........................................................................................38

5.3.1

Omgevingsvisie Bernheze ............................................................................38

5.3.2

Beleidsregel landschappelijke kwaliteitsverbetering ..................................... 41

5.3.3

Archeologiebeleid Bernheze ......................................................................... 41

HOOFDSTUK 6 Aspecten fysieke leefomgeving................................................................ 43 6.1

Kwaliteit leefomgeving .................................................................................. 43

6.1.1

Veiligheid ................................................................................................... 43

6.1.2

Beschermen van de waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl) ............................................ 46

6.1.3

Gezondheid en milieu .................................................................................. 48

6.1.4

Landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed ......... 61

6.2

Besluit milieueffectrapportage ....................................................................... 64

6.3

Groen en natuur .............................................................................................67

6.3.1

Groen..........................................................................................................67

6.3.2

Soortenbescherming ................................................................................... 70

6.3.3

Natuur - Gebiedsbescherming ...................................................................... 71

6.4

Wegen, verkeer en parkeren .......................................................................... 74

6.5

Bedrijven en milieuzonering ............................................................................. 77

6.5.1

VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering...................................................78

HOOFDSTUK 7 Juridische planopzet ................................................................................. 81 7.1

Wijzigingsbesluit ............................................................................................. 81

7.2

Analoge kaart ................................................................................................83

HOOFDSTUK 8 Uitvoerbaarheid...................................................................................... 84 8.1

Economische uitvoerbaarheid ........................................................................ 84

8.1.1

Kostenverhaal ............................................................................................ 84

8.1.2

Nadeelcompensatie .................................................................................... 84

8.2

Maatschappelijk ............................................................................................ 84

8.2.1

Procedure .................................................................................................. 84

8.2.2

Bezwaar/beroep ..........................................................................................85

HOOFDSTUK 9 Belangenafweging en conclusie ............................................................... 86 9.1

Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)? 86

9.3

Verwerken TAM-omgevingsplan .....................................................................87

BIJLAGEN Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV Bijlage V Bijlage VI Bijlage VII Bijlage VIII Bijlage IX Bijlage X Bijlage XI Bijlage XII Bijlage XIII Bijlage XIV

Toelichting ontwerp nieuwe situatie Landschappelijke inpassing/ erfbeplantingsplan Onderbouwing provinciaal beleid Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Geuronderzoek Handreiking veehouderij en volksgezondheid Waterparagraaf Flora en fauna Quickscan AERIUS-berekening Nadeelcompensatie risicoanalyse Omgevingsdialoog BZV toets

4

HOOFDSTUK 1.1

1 Inleiding

Aanleiding en doel De initiatiefnemers zijn jonge gedreven en ambitieuze mensen. Mensen die graag buiten zijn en de verbinding tussen mens, natuur en landbouw willen versterken. Dat doen ze onder andere door hun bedrijven Natuurgrazers Landschapsbeheer en VDT Horses. Tot voor kort woonden en werkten zij in Odiliapeel, maar hun wortels liggen in Vorstenbosch. Ze hebben de mogelijkheid gekregen om een agrarisch bedrijf te kopen aan Lendersgat 15. Een plek die op de rand van agrarisch landschap, heide en stuifduinen is gelegen. Een ideale plek voor hun (gewenste) activiteiten met betrekking tot Natuurgrazers Landschapsbeheer, VDT horses in combinatie met een ontmoetingsruimte. De aangekochte gronden hebben niet alleen betrekking op het agrarisch bouwvlak, maar ook op de aangrenzende gronden. Hierdoor sprake is van een huiskavel van ruim 8 hectare. Aan de overzijde van de Leeghandseweg zijn ook nog enkele gronden die ze hebben aangekocht, waardoor het totale areaal ruim 19 hectare bedraagt. De bedrijfsactiviteiten van de initiatiefnemers richten zich op landschaps- en natuurbeheer door begrazing (schapen), recreatie, educatie en fokken, africhten en berijden van paarden. Alle activiteiten zijn gerelateerd aan natuur, landschap, cultuurhistorie en beleving.

In de huidige situatie gebeurt dit veel op locatie en hebben de initiatiefnemers geen echte thuisbasis om die activiteiten te laten landen. De locatie aan Lendersgat 15 te Vorstenbosch is perfect gelegen voor hun gewenste bedrijfsactiviteiten. Aan de rand van de Bedafse Bergen, waar landschaps- en natuurontwikkeling een plek heeft, waar recreatieve routes lopen en ook een plek is voor agrarische activiteiten. In feite is De Bedafse Hoeve een ontmoetingscentrum, waar verschillende onderdelen een logisch concept vormen. Om het bedrijfsconcept te laten landen is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Het huidige bouwvlak is te klein (0,5 hectare) en moet worden uitgebreid naar 1,5 hectare. Daarnaast bieden de huidige regels te weinig ruimte om het concept te kunnen laten functioneren. Tot slot is er geen bedrijfswoning aanwezig, welke noodzakelijk is om ter plaatse te kunnen functioneren. Via het doorlopen van een procedure voor de wijziging van het omgevingsplan kan het plan worden gerealiseerd. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bernheze heeft op 28 oktober 2024 besloten om medewerking te verlenen aan deze ontwikkeling. Dat houdt in dat ze bereid zijn om de wijziging van het omgevingsplan op te starten en de initiatiefnemer daarin te faciliteren.

Onderliggend document betreft de ruimtelijke motivering voor het wijzigen van het omgevingsplan ten behoeve van de ontwikkeling van een natuurinclusief en verbreed agrarisch bedrijf, de realisatie van een bedrijfswoning en de realisatie van natuur aan Lendersgat – Leeghandseweg te Vorstenbosch. 5

1.2

Begrenzing projectgebied Het projectgebied heeft betrekking op de percelen die kadastraal bekend staan als Gemeente Nistelrode, sectie G, nummers 593, 594 en 595. De totale oppervlakte is circa 3 hectare. In figuur 1 is het projectgebied op luchtfoto weergegeven. In figuur 2 is deze verder ingezoomd.

Figuur 1 Ligging projectgebied ten opzichte van de omgeving

6

Figuur 2 Eigendom (blauw) en projectgebied (rood) indicatief op luchtfoto aangegeven

1.3

Het tijdelijke Omgevingsplan gemeente Bernheze Voor het projectgebied is het tijdelijke deel van het Omgevingsplan van de gemeente Bernheze (identificatie /akn/nl/act/gm1721/2020/omgevingsplan, in werking sinds 6 december 2024) geldend. Dit tijdelijke Omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, aangevuld met regels van het Rijk, de zogenaamde bruidsschat. Voor het projectgebied zijn derhalve de regels zoals vastgelegd in de (voormalige) bestemmingsplannen ‘Buitengebied Bernheze’ (vastgesteld 8 oktober 2014) en ‘Lendersgat 15-18 Vorstenbosch’ (vastgesteld 13 augustus 2018) van toepassing op het projectgebied. Conform het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ heeft het projectgebied de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels’ en is deels voorzien van een bouwvlak en de functieaanduiding ‘agrarisch bedrijf’ (figuur 3). Daarnaast heeft een gedeelte van het projectgebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Tenslotte zijn de gebiedsaanduidingen ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ en ‘wro-zone – woonwerkontwikkelingsgebied’ van toepassing.

7

Figuur 3 Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Bernheze' projectgebied (indicatief) rood omkaderd

Conform het bestemmingsplan ‘Lendersgat 15-18 Vorstenbosch’ heeft het projectgebied heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels’ met een bouwvlak en de functieaanduidingen ‘agrarisch bedrijf’ en ‘bedrijfswoning uitgesloten’ (figuur 4). Daarnaast heeft een gedeelte van het projectgebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Tenslotte is de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – woonwerkontwikkelingsgebied’ van toepassing.

Figuur 4 Uitsnede bestemmingsplan 'Lendersgat 15-18 Vorstenbosch' projectgebied (indicatief) rood omkaderd

8

De gewenste ontwikkelingen zijn niet rechtstreeks mogelijk conform de geldende planregels. De agrarische activiteiten zijn rechtstreeks mogelijk, binnen het huidige bouwvlak. Een deel van de ontwikkeling vindt plaats buiten het bouwvlak, waardoor het bouwvlak dien te worden vergroot. Daarnaast zijn de recreatie- en horecawensen niet rechtstreeks mogelijk op basis van het geldende omgevingsplan. Tot slot is er geen mogelijkheid om een bedrijfswoning op te richten. . Om de gewenste situatie mogelijk te maken is dan ook een wijziging van het omgevingsplan (WOP) van Bernheze noodzakelijk. 1.4

Medewerking opheffen strijdigheid In oktober 2024 is het verzoek van het initiatief behandeld op de intaketafel door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bernheze. Uit de brief van 28 oktober 2024 blijkt dat het verzoek wenselijk is bevonden, onder de voorwaarden dat aan verschillende haalbaarheidscriteria wordt voldaan. De punten die in deze brief zijn opgenomen worden in onderhavige onderbouwing toegelicht.

1.5

Leeswijzer Deze ruimtelijke motivering ten behoeve van onderhavige wijziging van het omgevingsplan (WOP) bestaat uit negen hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het gebiedsprofiel en de huidige situatie van het projectgebied. Daarnaast betreft hoofdstuk 2 een beschrijving van de voorgenomen ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het vooroverleg en de omgevingsdialoog besproken. Hoofdstuk 4 geeft een toetsing aan het omgevingsplan weer. Hoofstuk 5 geeft een beschrijving van het relevante beleid en de regelgeving. In hoofdstuk 6 is getoetst of de ontwikkeling al dan niet effect heeft op de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 7 wordt de juridische planopzet weergeven. In hoofdstuk 8 zijn de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan getoetst en hoofdstuk 9 betreft een afweging van de belangen.

9

HOOFDSTUK

2 Planbeschrijving

2.1

Ruimtelijke vertaling (ontwerp en inrichtingsplan)

2.1.1

Bestaande situatie De initiatiefnemer is eigenaar van het agrarische bedrijf op de locatie aan Lendersgat 15 te Vorstenbosch. Ter plaatse zijn een ligboxenstal en sleufsilo’s aanwezig. Daarnaast ligt er 8 hectare landbouwgrond aansluitend aan de ligboxenstal. Een plek die niet alleen bij de persoonlijke wensen van de initiatiefnemer past, maar vooral ook bij de bedrijfsvoering van ‘Natuurgrazers Landschapsbeheer’. De locatie ligt op de grens van de gemeenten Bernheze, Uden en Meierijstad (zie figuur 5). De locatie grenst aan de Maashorst en ligt tegen het stuifduinengebied, de Bedafse Bergen. In dit hoofdstuk wordt de omgeving toegelicht.

Figuur 5 Ligging projectgebied (rode stip) binnen gemeente Bernheze en t.o.v. de Maashorst

2.1.1.1

Landschap, ontsluiting en functies in de omgeving De locatie ligt op de kruising Lendersgat – Leeghandseweg en grenst aan de Maashorst, specifiek de Bedafse Bergen. De Maashorst is niet alleen een natuur-, maar ook een cultuurlandschap. De Maashorst is een groot aaneengesloten gebied dat bestaat uit agrarische gronden, kleine nederzettingen en natuurgebieden. De Maashorst ligt op het grondgebied van de gemeenten Landerd, Oss, Bernheze en Uden. Tussen Uden en Vorstenbosch zijn de “Bedafse Bergen” gelegen. De ‘Bedafse Bergen’ is een stuifduinengebied en daardoor een uniek landschap met een grote aantrekkingskracht. Veel

10

mensen gaan er wandelen, fietsen of recreëren. Het plangebied grenst aan de Bedafse Bergen. Omdat er niet echt een centrale toegang met voorzieningen is, parkeren veel mensen langs de weg. Dit gebeurt ook aan Lendersgat, waar een toegang tot de Bedafse bergen ligt. Mensen rijden nu via Lendersgat of Leeghandseweg en parkeren nabij de kruising van die twee wegen. De wegen worden vooral gebruikt voor bestemmings- en recreatief verkeer. Het zijn rustige wegen in een landelijke, maar aantrekkelijke omgeving (zie figuur 6). In de omgeving van het plangebied worden agrarische productiegronden (open), afgewisseld met natuur (gesloten), wat een afwisselend karakter geeft aan het gebied en daardoor interessant is voor recreatie. Lendersgat sluit aan de zuidzijde aan op de Bedafseweg (de (oude) verbindingsweg tussen Uden en Vorstenbosch). Aan de noordzijde sluit deze aan op de Brakkensedijk. Lendersgat loopt parallel aan de verbindingsweg tussen Vorstenbosch en Nistelrode, de Nistelrodesedijk. De Leeghandseweg verbindt Lendersgat met de Nistelrodesedijk. Op de kruising met de Bedafseweg is sprake van relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar en is ook sprake van een diversiteit van functies.

Richting het noorden neemt de bebouwing af aan de Leeghandseweg, dit vormt een grens tussen het zuidelijk deel (meer bebouwing, meer functies en kleinschalig verkaveld) en het noordelijk deel (nauwelijks functies/ bebouwing, grote open percelen). Met name aan het zuidelijk deel van Lendersgat zijn functies gevestigd. De locatie Lendersgat 15 valt precies op de grens van functionele en ruimtelijke verschillende plekken en is daarom een interessante plek voor de initiatiefnemer (zie figuur 6).

Figuur 6 Functionele en ruimtelijke structuur (plangebied rood omcirkeld)

11

De initiatiefnemer ziet kansen om natuur-inclusieve landbouw te realiseren en landbouw te ontwikkelen in samenhang met de aanwezige natuur en cultuur (o.a. terugbrengen van oude cultuurgewassen). Vanwege de ligging ziet de initiatiefnemer ook kansen voor recreatie en educatie. De initiatiefnemer wordt nu regelmatig gevraagd voor presentaties en demonstraties met het hoeden van zijn schapen. In de toekomst kan hij mensen op deze plek ontvangen voor educatie, beleving, gezellig samenzijn en evenementen, maar ook voor een hapje en drankje van zijn eigen producten en overnachten (max. 30 personen). Het verbinden van mensen met de natuur en de landbouw is zijn doel. Het gaat hier dan specifiek om groepen die deel kunnen nemen aan een workshop (bijvoorbeeld koken) en blijven overnachten in het wat luxere segment. De verblijfsaccommodatie zal hierop moeten worden ingericht zodat er geen sprake is van slaapzalen o.i.d., maar van 15 tweepersoonskamers. De activiteiten vinden zowel binnen als buiten plaats. Op de locatie wordt tevens een terras gemaakt. De Bedafse Hoeve wil een totaalbeleving aanbieden, vandaar ook het terras op het westen, zodat de gasten kunnen genieten van de zonsondergang. Het terras zal daarom gesloten worden, maximaal 1,5 uur na zonsondergang.

Vanwege de totaalbeleving rondom buiten/natuur wordt het terras niet voorzien van een permanente/vaste zal geen vaste muziekinstallatie aanwezig zijn op te terras.

2.1.1.2

Bedrijfsprofiel Ontstaan De initiatiefnemers hebben van jongs af aan meegeholpen op de boerderij bij familie en kennissen. Ze hebben altijd graag met dieren gewerkt en zijn het liefst buiten bezig. Hij is een geboren en getogen Vorstenbosche en heeft daardoor een altijd grote affiniteit met Vorstenbosch en omgeving gehouden. Tijdens zijn opleiding (dier- en veehouderij aan de Hogere Agrarische School) heeft hij zijn kennis vergroot en na het voltooien van die opleiding het bedrijf ‘Natuurgrazers Landschapsbeheer’ opgericht. Het bedrijf richt zich op het beheer van openbare gronden door gebruik te maken van schapen. Het bedrijf voert opdrachten uit voor overheden en semioverheden. Onderdeel van de bedrijfsvoering is een stukje educatie en voorlichting van mensen (recreanten, scholen en bedrijven) en daardoor de bewustwording van de natuur, (historie van) het landschap, beheer, maar ook de landbouw vergroot. Zij exploiteert VDT horses momenteel deels in Zijtaart en deels in Vorstenbosch. De wens is om dit gehele bedrijf verder door te zetten in Vorstenbosch en ook aan huis uit te kunnen voeren. VDT horses richt zich op het fokken, africhten en berijden van paarden. Huisvesting huidige situatie Het bedrijf heeft een kudde van ongeveer 840 Kempische heideschapen. De schapen worden tijdens het lammerseizoen, in de maanden januari tot en met april-mei, gehuisvest in de stallen.

De rest van het jaar worden de schapen ingezet als grazers in (natuur)gebieden in de Maashorst (Bernheze, Oss, Uden, Landerd) en omgeving (bijv. gemeente Meierijstad, waterschap Aa en Maas). De schapen worden vanwege de afstand momenteel per veewagen naar de

12

beheersgebieden vervoerd. Vanuit Lendersgat kan de kudde direct de Maashorst op. 2.1.1.3

Bedrijfsambitie De initiatiefnemer heeft de ambitie om ter plekke van Lendersgat 15 een natuur-inclusieve boerderij te exploiteren met ruimte voor educatie, recreatie en horeca. Op de agrarische gronden zou hij dan granen en cultuurgewassen gaan telen. Naast zijn huidige kudde schapen worden hier ook paarden gehouden en verzorgd. Het combineren van de natuurgrazers en de paarden biedt verbreding voor de bedrijfsvoering en is een recreatieve meerwaarde voor het bedrijf en het cultuurlandschap (hooien van het land en begrazen van weides). Hieronder worden de ingrediënten om te komen tot een natuurboerderij in onderdelen beschreven.

Landschaps- en natuurbeheer

Het bedrijf Natuurgrazers Landschapsbeheer onderhoudt het landschap door middel van schapen. Er wordt gewerkt met Kempische heideschapen, een ras dat van oudsher uit de streek komt. Inmiddels is dit bedrijf uitgegroeid tot zo’n 840 ooien die in verschillende natuurgebieden grazen. De gronden zijn veelal in eigendom van gemeenten en waterschappen. Tijdens het lammerseizoen moeten de schapen overdekt kunnen staan. Dit betreft circa 4 á 5 maanden in de maanden januari tot en met april/mei. De ooien en lammeren moeten droog en uit de wind kunnen verblijven. Daarnaast is ruimte rondom het bedrijf noodzakelijk, waar schapen in kuddes of individuen voor relatief korte tijd in een wei kunnen/kan verblijven.

VDT Horses

Het bedrijf VDT horses betreft een professionele paardenfokkerij in de dressuurrichting op zeer hoog niveau. Deze hoge doelen vergen in basis merries uit de best presterende moederlijnen aangepaard met de best presterende hengsten van het internationaal toneel. Net zo belangrijk als de genetica zijn de juiste voorzieningen om paarden op te fokken en te trainen. Om dit te bereiken heeft men niet alleen goede rassen in hengsten en merries, maar ook goede voorzieningen om de paarden op te fokken en trainen. Hiervoor is een familiestal nodig voor de stalling van paarden en de opslag van het voer en stro. Buiten zijn enkele paddocks om de paarden te laten bewegen. In de weilanden kunnen de paarden grazen. Voor deze activiteit is een familiepaardenstal van 20 x 40 meter nodig.

Landschap

Initiatiefnemers zijn erg bewust van de landschappelijke waarde van het Brabants platteland. Mede door het hoeden van de schapen hebben ze hier grote waardering voor en wil men graag hun huisperceel in een functioneel cultuurlandschap opbouwen. Door gebruik te maken van lokale landschapselementen en -structuren wil de initiatiefnemer het eigendom herinrichten. De percelen liggen aan de rand van een belangrijk natuurgebied. De locatie is voor de initiatiefnemers erg belangrijk, aangezien het een dubbele waarde voor hen heeft. Met hun bedrijfsvoering zijn zij de onderhouders van het 13

natuurgebied zoals de Maashorst en zij hebben vanuit deze locatie direct toegang tot een groot natuur(beheers)gebied. Daarnaast is het voor de mensen/gasten een mooie locatie om vanuit het natuurgebied het bedrijf te bezoeken en/of andersom.

Cultuur

Zowel in het landschap als in architectuur willen de initiatiefnemers werken met oog voor kwaliteit en historie. Door gebruik te maken van kenmerkende materialen, stijlen zullen ze een eyecatcher zijn voor de (directe) omgeving. Door het beheer en onderhoud van de percelen te richten op een soort van natuur inclusieve landbouw wordt de identiteit van de locatie versterkt. Daarnaast wil men voedselbossen maken, die teruggrijpt naar de zelfvoorzienendheid van een boerenerf van weleer. Deze vruchten en noten kunnen geplukt worden voor productie, zoals okkernoten, tamme kastanjes en hazelaars.

Recreatie

De locatie moet gaan functioneren als de entree naar de ’Bedafse Bergen’ in de vorm van een ontmoetingscentrum. Er moet ruimte zijn om elkaar te ontmoeten in combinatie met een horecafunctie. Op de locatie moet ruimte zijn voor parkeerplaatsen, maar ook een (klein) terras. Door een kleinschalig ontmoetingscentrum willen zij mensen ontvangen voor educatieve doeleinden (tentoonstellingen), workshops, gebiedsverkenning en het geven demonstraties met bijvoorbeeld het hoeden van schapen (door honden). Tevens wil hij overnachtingen aanbieden voor groepen met een maximum groepsgrootte van 30 personen. Het doel is bewustwording van de grote bijdrage die de schapen en paarden leveren aan de natuur en het landschap. Hier kunnen mensen de samenhang van mens, natuur en landbouw beleven. De initiatiefnemer wil workshops geven in thema’s, bijvoorbeeld wol (scheren, spinnen, bewerken en breien) of eten. Nabij de landelijke schuur kunnen mensen in een proeftuin ruiken, zien en voelen hoe de gewassen geteeld en verbouwd worden op zijn landbouwpercelen. Daarna kunnen deze gewassen geplukt, gerooid en geoogst worden en door middel van een kookworkshop verwerkt worden in recepten. Daarnaast bestaat de mogelijkheid voor groepen om in de vroege ochtend met de herder en zijn kudde mee de heide op te gaan.

Om mede deze ultieme ervaring te verzorgen, zal er op het authentieke erf een mogelijkheid tot overnachten gerealiseerd worden. Het wordt uitdrukkelijk geen groepsaccomodatie voor jongeren o.i.d. het gaat om 15 tweepersoonskamers en afhankelijk van de groepsgrootte en de wensen kunnen een aantal kamers worden gebruikt voor de groepen. Uiteraard kan er ook in kleiner verband verbleven worden (per 2 personen). Er is geen sprake van een vaste/permanente geluidsinstallatie op het terras en het terras wordt ’s-avonds (1,5 uur na zonsondergang) gesloten. De Bedafse Hoeve is een zelfvoorzienend erf. Door gebruik te maken van zonnepanelen en warmtepompen kan men zelf in levensonderhoud voorzien. Daarnaast worden de gebouwen goed geïsoleerd en geventileerd. Ondanks de 14

nieuwste technieken willen initiatiefnemers het erf wel een authentieke uitstraling meegeven in architectuur en materialisering.

Ecologie

De provincie heeft de ambitie om de ecologische verbinding van de ‘Bedafse Bergen’ met de ‘Heeswijkse bossen’ te versterken, vastgelegd in haar beleid. In dit beleid is een ecologische verbindingszone gepland parallel aan de Leeghandseweg. Deze zone zou betekenen dat het agrarische perceel compleet geïsoleerd raakt en het bedrijf weinig relatie zou krijgen met de openbare weg. Dit is niet wenselijk. Er is daardoor ook een opgave ontstaan om de ecologische verbinding op een andere manier tot stand te laten komen. Deze opgave sluit aan op de ambitie van de initiatiefnemers om landschap, natuur en cultuurhistorie als basis te laten dienen voor hun activiteiten. Graag willen ze bijdragen aan een goede robuuste ecologische verbinding tussen deze twee natuurgebieden. Inmiddels is er al een eerste stap gezet voor de bijdrage aan de ecologische verbindingszone. De initiatiefnemers hebben al afspraken gemaakt met de gemeente en provincie over de plaats van de Ecologische verbindingszone en er is al een houtwal aangekocht. Deze houtwal maakt onderdeel uit van dit omgevingsplan en zal de functie ‘natuur’ krijgen, waardoor de natuurstatus juridisch geborgd is.

Wonen

Initiatiefnemers voelen zich verantwoordelijk voor de dieren op het bedrijf en het bezoekerscentrum. Om de veiligheid op het erf voor zowel dieren als de gasten te garanderen wil men toezicht kunnen houden. Dit kan alleen door nabij het bedrijf een bedrijfswoning te realiseren.

Dieren

Het doel is om op de locatie de volgende dieren en dieraantallen te gaan houden: • 840 stuks schapen; • 12 volwassen paarden en 16 stuks jonge paarden. 2.1.1.4

Proces tot op heden Voordat de initiatiefnemer overging tot aankoop van de gronden (2018), moest er eerst duidelijkheid zijn over de haalbaarheid voor realisatie van de ambitie die hij had met zijn bedrijf ‘Natuurgrazers Landschapsbeheer’ op deze plek. De ambitie is besproken en uiteindelijk voorgelegd als principeverzoek aan het college van B&W. Het College van B&W van de gemeente Bernheze heeft besloten medewerking te verlenen aan deze ambitie (d.d. 15-03-2018), mits deze ambitie verder uitgewerkt zou worden in een ontwerpplan (hoe landt de functie (ambitie) op deze plek?). In navolging van het positieve principebesluit van 15 maart 2018 is dit plan gepresenteerd aan de wethouder van de gemeente Bernheze. De wethouder heeft daarbij verklaard dat het ontwerp in lijn is met het principebesluit uit 2018. In 2019 is het initiatief daarop uitgewerkt en gepresenteerd aan de wethouder (22-8-2019). Het plan is vervolgens uitgediept, genuanceerd en diverse malen, intensief besproken met de gemeente, provincie, belanghebbende organisaties, VAB-Impuls en wethouders. Er heeft zelfs een uitgebreid veld-atelier op locatie plaatsgehad 15

waar het plan tot in detail is besproken. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een aangepast, uitgewerkt plan. In oktober 2024 is vervolgens een gewijzigd verzoek bij de gemeente in gediend. Op 28 oktober 2024 heeft de gemeente aangegeven dat het verzoek is behandeld op de intaketafel en zij het verzoek wenselijk (voorstelbaar) hebben bevonden. Het uitgewerkte, ruimtelijke plan (ontwerp, inrichting, beplantingsplan etc.), dat Van Dooren Landschap in samenwerking met VABImpuls en Reland is uitgewerkt is als bijlage I aan dit plan toegevoegd. Naast de ruimtelijk component heeft de initiatiefnemer veel energie gestoken in de mogelijkheden voor beheer, inrichting en onderhoud van de gronden. Daarvoor zijn concrete afspraken gemaakt met het Groen ontwikkelfonds Brabant. Door die afspraken zijn de gronden direct rondom de huiskavel (circa 8 hectare) opgenomen in het Natuurbeheerplan van de provincie. De status wijzigt in planologisch opzicht niet in Natuur Netwerk Brabant, maar de afspraken zijn bindend. Dat betekent dat de gronden wel gebruikt mogen worden voor agrarische productie, maar dat er sterke eisen aan gekoppeld zijn (geen kunstmest, geen bestrijdingsmiddelen, geen drijfmest, uitsluitend stalmest etc.). Deze eisen zijn notarieel vastgelegd (kwalitatieve verplichting). 2.1.2

Plan (ontwerp en eindsituatie) Binnen de te realiseren natuurboerderij moeten verschillende onderdelen gehuisvest en geëxploiteerd worden. Uitgangspunt is de verbondenheid met de omgeving (natuur, landschap, agrarisch en beleving). Daardoor is in ieder geval huisvesting van dieren (schapen en paarden) noodzakelijk en een ontvangst/ verblijfsruimte voor recreatie, educatie en horeca. Tot slot moet er ruimte zijn voor stalling, voeropslag en machines. Het voer wordt zoveel als mogelijk geteeld op eigen gronden. De teelt moet in lijn zijn met de filosofie van het bedrijf. Dat betekent op een biologische manier, zonder het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Daarnaast worden de gronden voorzien van natuurakkerranden zodat een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit en bijvoorbeeld aan de bijenpopulatie. Een pluktuin maakt het geheel af. Er moet ruimte zijn om mensen te ontvangen voor educatie en recreatie. Een stukje horeca mag daarbij niet ontbreken. Recreatie, educatie en horeca zullen een belangrijk onderdeel vormen van de natuurboerderij (kringlooplandbouw). Tot slot wil de initiatiefnemer graag bij zijn bedrijf wonen.

Concreet bestaat het plan van de initiatiefnemer uit: - Realiseren dierenverblijf, hooimijt voor recreatieve, educatieve en horecageoriënteerde nevenactiviteiten (150 m² binnen bebouwing en 100 m² terras) en een landelijke schuur voor overnachtingsmogelijkheden (voor max. 30 personen); - Behoud oude ligboxenstal ten behoeve van het houden van schapen; - Exploitatie en huisvesting paardenhouderij; - Extern en open bedrijfsvoering gericht op recreatie, educatie en horeca. - Het realiseren bedrijfswoning; 16

-

2.1.2.1

Inrichting, beheer en exploitatie van de gronden conform notariële afspraken met het GOB; Realisatie zorgvuldige en robuuste ecologische verbindingszone tussen Bedafse Bergen en Heeswijkse Bossen.

Randvoorwaarden gebruik en ontwerp Om tot een goed ontwerp te komen zijn de randvoorwaarden geanalyseerd die hiervoor bepalend zijn. Hieronder wordt kort toegelicht hoe ieder aspect invloed heeft gehad op de gemaakte keuzes.

Gebruik gronden

De percelen die aan het huiskavel liggen worden verdeeld in 5 percelen, waarvan er jaarlijks 1 wordt ingezaaid met een graanras (elk jaar een ander perceel). Dit graan wordt met een evenement gedorst en door de lokale molenaar gemalen tot meel. Het brood dat hiervan wordt gemaakt, wordt weer geserveerd in het bezoekerscentrum. Dit is één van de voorbeelden wat de initiatiefnemers van plan zijn te gaan doen. Lokale gebruiken en cultuurlandschap combineren en presenteren in het bezoekerscentrum. Groenontwikkelfonds Brabant Het verbinden van mens, natuur en landbouw is de kern van het totale plan. In dat kader is contact gezocht met Groenontwikkelfonds Brabant om afspraken te maken over de mogelijkheden om de gronden anders in te richten en te beheren, conform doelstellingen ten aanzien van natuur en landschap, vastgesteld door de (provinciale) overheid. Het Groenontwikkelfonds Brabant houdt zich onder andere bezig met de realisatie van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Om dit netwerk te kunnen realiseren stimuleert dit fonds projecten die bijdragen aan het verbinden van Brabantse natuurgebieden door onder andere het aanleggen van verbindingszones. De initiatiefnemers hebben met het bedrijf Natuurgrazers Landschapsbeheer het beheer van een deel van de ecologische verbindingszone voor hun rekening genomen.

Bij het beheer van deze zones kwam het inzicht wat het belang is van de aanleg en instandhouding van dit soort verbindingen. Zodoende ontstond het idee om een deel van het perceel wat grenst aan het Natuurnetwerk Brabant onderdeel van dit netwerk te laten uitmaken. Met de realisatie van de natuurstrook op het perceel zal de ecologische verbinding tussen de Maashorst en Heeswijkse bossen robuuster worden. De kans om deze natuurstrook te kunnen realiseren sluit aan op de ambitie die de initiatiefnemers hebben en past binnen de bedrijfsfilosofie waarin de verbinding tussen mens, natuur en landbouw centraal staat. Het concrete plan bestaat uit de realisatie van circa 9 hectare ondernemende natuur waarvan een deel als wijstherstel is aangemerkt. Nadat dit plan bij het Groenontwikkelfonds Brabant was ingediend, kon er een beschikking worden afgegeven waardoor de initiatiefnemers de gronden hebben kunnen kopen en kon er gestart worden met de omzetting naar Ondernemende natuur. De grond 17

die wordt omgezet naar ‘Ondernemende natuur’ is in het omgevingsplan als landbouwgrond aangemerkt. Door middel van een kwalitatieve verplichting is vastgelegd dat het stuk grond op een natuurvriendelijke manier beheerd gaat worden. Zo zijn er in een contract een aantal eisen opgesteld: bij de bemesting van het stuk grond kan alleen maar gebruik worden gemaakt van stalmest en is het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen niet toegestaan. De bebouwing en functionele ontwikkeling vindt zoveel als mogelijk plaats ter plekke van de bestaande bebouwing. Het is logisch om de ontwikkeling zoveel als mogelijk op de bestaande bebouwde situatie aan te sluiten. De westzijde van het eigendom zal daarom gebruikt blijven worden als agrarische productiegrond. De gronden aan de oostzijde (ter plaatse van de bebouwing), komen in aanmerking voor de functionele ontwikkeling.

Figuur 7 Deel van het projectgebied waar de gronden worden ingezet voor een natuurlijke extensieve agrarische exploitatie

Plek van de bebouwing en ontsluiting

Het huidige agrarische bouwvlak en de reeds aanwezige ligboxenstal, vormen de basis voor de situering van de toe te voegen bedrijfsbebouwing en de bedrijfswoning. Het dient in het kader van het zorgvuldig ruimtegebruik een logisch geheel te vormen. Zoals eerder aangegeven zal dit moeten landen op de percelen die in eigendom zijn. Daarnaast zullen de bedrijfswoning en de nieuwe bedrijfsactiviteiten ontsloten moeten worden. Ontsluiting via Lendersgat is niet mogelijk om een aantal redenen, namelijk dat perceel 172 niet in eigendom is, de ruimte om de bestaande bebouwing beperkt is en parallel aan Lendersgat een robuuste houtwal op gerealiseerd is met natuurwaarden (zie figuur 8). De meest logische plek voor de ontsluiting en situering van de gebouwen is hierdoor beperkt tot de percelen 593 en 595. Op deze manier kan het geheel ontsloten worden door de Leeghandseweg, waarvoor reeds sprake is van een vergunde en gerealiseerde inrit.

18

Naast de ontsluiting op de weg, de huidige feitelijke natuurstructuren en de eigendomssituatie is ook de verbinding met de omgeving van belang voor het ontwerp. Belangrijk hierin is de oriëntatie van de wegen en zandpaden, maar ook de zichtlijnen op en vanuit de Bedafse Bergen. Door hier rekening mee te houden ontstaat er een verbinding met de omgeving en is het geheel beter inpasbaar.

Figuur 8 Bestaande elementen die de functionele ontwikkeling (bebouwing) bepalen

Milieucontour Voor de bedrijfswoning zijn er twee redenen dat de woning niet aan de zuidzijde gesitueerd kan worden. De belangrijkste is dat deze grond sterk verontreinigd is en de grond is en de initiatiefnemer deze grond niet in eigendom heeft. Realisatie van de bedrijfswoning ten zuiden van de ligboxenstal is daardoor onrealistisch en niet haalbaar. De meest logische plek voor de bedrijfswoning ligt dan ook aan de Leeghandseweg. 2.1.2.2

Bedafse Hoeve De Bedafse Hoeve moet niet alleen de uitvalsbasis worden van de beheersfunctie van natuurgronden, maar zal ook dienen als een ontmoetingscentrum om deze natuur en mensen in verbinding brengen met alle facetten van landbouw, natuur en landschap. Het uitgangspunt van de initiatiefnemer is om een natuur-inclusief bedrijf te gaan exploiteren met ruimte voor educatie, recreatie en horeca-activiteiten. Totaalplan Wanneer de stappen zoals hiervoor beschreven allemaal gecombineerd worden, ontstaat er een integraal plan voor de gewenste natuurboerderij. Op de volgende pagina (figuur 9) is de inrichtingsschets van dit plan weergegeven. Met deze ontwikkeling is een uitbreiding van het huidige agrarisch bouwvlak noodzakelijk om zo de ligboxenstal te behouden ten behoeve van schapen, een nieuwe schuur te realiseren voor het houden van schapen en opslag van agrarische werktuigen, het realiseren van een familiestal voor paarden, het realiseren van een landelijke schuur voor werkatelier en overnachtingen, het 19

realiseren van een hooimijt met bakhuisje voor ondergeschikte horeca, detailhandel en ontvangstruimte en het realiseren van een bedrijfswoning met bijgebouwen. De bedrijfswoning ligt in het noordwesten van het bouwvlak en bepaald de ligging voor de overige gebouwen. De overige gebouwen liggen minimaal 1 meter achter de voorgevellijn van de woning. Het bouwvlak wordt vergroot tot maximaal 1,5 hectare en er worden mogelijkheden geboden voor educatie, recreatie en horeca. Daarnaast ontstaat een plek voor een nieuwe bedrijfswoning. In figuur is het bouwvlak rood omkaderd. In figuur 9 is het concrete plan te zien. De tabel die er onder hangt correspondeert met de nummers in de ontwerpschets. In bijlage I van dit plan is een vergrote versie opgenomen.

Figuur 9 Toekomstige situatie Bedafse Hoeve met bouwvlakken (indicatief met rood aangegeven)

20

Tabel 1 Verklaring ontwerp nieuwe situatie

Cijfer 1 2 3 4 5 6 7 8 9

Verklaring Dierenverblijf met opslag werktuig Familiestal paarden met vrije uitloop 40x20 m Vaste mest- en voederopslag 45x20 m Landelijke schuur voor werkatelier en overnachting voor maximaal 30 personen 25x15 m Hooimijt met ondergeschikte horeca, detailhandel en ontvangstruimte recreanten 15x10 m Bakhuisje 7x4 m Boerderij en bijgebouw als bedrijfswoning Terras/werkatelier (excl. Permanente muziekinstallatie, terras wordt niet met heaters verwarmd in de winter) Paardenbak 40x20 m

2.1.2.3

Landschappelijke inpassing/ erfbeplantingsplan Ten aanzien van de landschappelijke inrichting van de percelen en de bebouwing verwijzen we naar bijlage II van dit omgevingsplan. In die bijlage is een uitgebreid rapport opgenomen waarin de herinrichting is verwoord en onderbouwd. Kern en uitgangspunt van deze herinrichting is de verbinding tussen mens, natuur en landbouw. Het herinrichtingsplan bestaat uit de aanleg van nieuwe karresporen, de inpassing van de bebouwing en de functies van het perceel, een plek voor parkeerplaatsen, de aanleg van een boomgaard, het gebruik van de agrarische gronden (kruidenrijk akker- en grasland) en realisatie van de ecologische verbindingszone. Een concreet beplantingsplan maakt onderdeel uit van het herinrichtingsplan en is in bijlage II opgenomen.

2.1.2.4

Natuur Zoals is aangegeven in paragraaf 2.1.1.4 zorgt de ligging van de ecologische verbindingszone voor een geïsoleerde ligging van het agrarisch bouwvlak. Wanneer aan deze zone wordt vastgehouden dient de ontsluiting plaats te vinden via de huidige ontsluiting. Op dat moment zou een situatie ontstaan die niet past binnen de huidige stedenbouwkundige en landschappelijke kenmerken van de omgeving. Daar komt nog bij dat de ecologische verbindingszone eigenlijk aan de verkeerde kant van de Leeghandseweg is gelegen. Door de huidige ligging zijn er meer barrières voor de ecologische verbindingszone (Lendersgat, Leeghandseweg, Nistelrodesedijk). De initiatiefnemer is daarom gaan onderzoeken, in overleg met de gemeente en de provincie, welke plek beter geschikt is om te functioneren voor een ecologische verbindingszone. Daarbij is hij uitgekomen bij een houtwal die ten noorden van de Leeghandseweg is gelegen (figuur 10). Hierdoor komt de Leeghandseweg als barrière te vervallen. De houtwal is aangekocht van de gemeente en wordt conform natuurdoeltype ingericht, beheerd en onderhouden en zal robuuster worden gemaakt. Doordat de initiatiefnemer meerdere gronden in bezit heeft ten noorden van de Leeghandseweg, heeft hij de mogelijkheid om de ecologische verbindingszone een niveau hoger te tillen, dan alleen een lijn in het landschap.

21

Tijdens de quickscan Flora en fauna is gekeken naar de bestaande waarde van de ecologische verbindingszone (het noordelijk deel van het plangebied). In rapportage ‘Onderzoek naar de natuurwaarden van het perceel Lendersgat 15 in gemeente Bernheze van 16 december 2019’ is ook een advies uitgebracht voor de waardevergroting van dit element. Dit advies is overgenomen. De bestaande houtwal is lange tijd niet onderhouden, zodat veel bomen hoog zijn opgeschoten. De bomen zijn gefaseerd teruggezet en enkele karakteristieke oude exemplaren, zoals ruwe berk wordt gespaard. De ondergroei is door stikstofdepositie vooral door bramen en Amerikaanse vogelkers overgroeid. Deze zijn teruggezet. Hierdoor wordt de zuidzijde van de houtwal aantrekkelijk voor hagedissen. De droge EVZ is versterkt door de aanleg van een 7m brede strook ten noorden van de bestaande houtwal. Om de houtwal aantrekkelijker te maken voor flora en fauna zijn enkele open plekken gemaakt in de houtwal, zodat er meer licht in de wal komt. In de nieuwe aangrenzende strook zijn andere soorten struiken aangeplant, die voor vogels en insecten aantrekkelijk zijn door de bloesem en de vruchten. Door enkele poelen in de nieuwe strook aan te leggen ontstaat een biotoop voor amfibieën en een drinkplek voor vogels en zoogdieren. Deze poelen dienen ook als stapsteen voor amfibieën naar andere gebieden.

De open delen bestaan uit kruidenrijk grasland. De bedoelde gronden zijn in figuur 11 aangeduid. De houtwal krijgt de bestemming natuur en de gronden worden, net als de huiskavel onderdeel van de afspraken met het GOB.

Figuur 10 Buitengebied Bernheze houtwal ten noorden van het projectgebied

22

Figuur 11 Natuurverbinding

23

HOOFDSTUK 3.1

3 Voorbereiding

Vooroverleg Voordat de initiatiefnemer overging tot aankoop van de gronden, moest er eerst duidelijkheid zijn over de haalbaarheid voor realisatie van de ambitie die hij had met zijn bedrijf ‘Natuurgrazers Landschapsbeheer’ op deze plek. De ambitie is besproken en uiteindelijk voorgelegd als principeverzoek aan het college van B&W. Het College van B&W van de gemeente Bernheze heeft besloten medewerking te verlenen aan deze ambitie (d.d. 15-03-2018), mits deze ambitie verder uitgewerkt zou worden in een ontwerpplan (hoe landt de functie (ambitie) op deze plek?). Op 8 oktober 2024 is een aangepast verzoek ingediend bij de gemeente Bernheze. Op 28 oktober 2024 heeft de gemeente aangegeven dat het verzoek is behandeld op de intaketafel en zij het verzoek wenselijk hebben bevonden.

3.2

Participatie omgeving Om de directe buurt/buren kennis te geven van de ontwikkelingsplannen van de Bedafse Hoeve heeft de initiatiefnemer een rondgang gemaakt bij de directe buren. Er zijn geen opmerkingen gekomen op het voornemen waaruit blijkt dat de omgeving geen bezwaar zal hebben op het voornemen. De omgevingsdialoog is bijgevoegd in bijlage XIII.

24

HOOFDSTUK

4 Toetsing aan het omgevingsplan

Voor het projectgebied is het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Bernheze geldend. Dit tijdelijke omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, aangevuld met regels van het Rijk, de zogenaamde bruidsschat. Voor het projectgebied zijn derhalve de regels zoals vastgelegd in de (voormalige) bestemmingsplannen ‘Buitengebied Bernheze’ (vastgesteld 8 oktober 2014) en ‘Lendersgat 15-18 Vorstenbosch’ (vastgesteld 13 augustus 2018) van toepassing op het projectgebied. Buitengebied Bernheze Conform het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ heeft het projectgebied heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels’ met een bouwvlak en de functieaanduiding ‘agrarisch bedrijf’ (figuur 12). Daarnaast heeft een gedeelte van het projectgebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Tenslotte zijn de gebiedsaanduidingen ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ en ‘wro-zone – woonwerkontwikkelingsgebied’ van toepassing.

Figuur 12 Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Bernheze' projectgebied (indicatief) rood omkaderd

Verder is er ten noorden van het projectgebied een houtwal gelegen met de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Landschapselementen’ (figuur 13). Op deze locatie zitten tevens de gebiedsaanduidingen ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ en ‘wro-zone – recreatie-ontwikkeling’. 25

Figuur 13 Bestemmingsplan Buitengebied Bernheze ten noorden van het projectgebied

Ter plaatse Lendersgat 15 en het agrarisch bouwvlak van Lendersgat 18 was sprake van een koppelteken tussen het agrarisch bouwvlak. De woning aan Lendersgat 18 betrof namelijk de voormalige bedrijfswoning behorende bij het agrarisch bedrijf. Via een aparte bestemmingsplanprocedure (bestemmingsplan ‘Lendersgat 15-18 Vorstenbosch’) is de koppeling opgeheven en is ter plaatse van Lendersgat 15 een aanduiding opgenomen waarmee een nieuwe bedrijfswoning wordt uitgesloten. De bestemmingen en aanduidingen zijn ongewijzigd gebleven, met uitzondering van de aanduiding bedrijfswoning uitgesloten. Door het verwijderen van het koppelteken is ook het recht om een bedrijfswoning te bouwen komen te vervallen. Lendersgat 15-18 Vorstenbosch Conform het bestemmingsplan ‘Lendersgat 15-18 Vorstenbosch’ heeft het projectgebied de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels’ met een bouwvlak en de functieaanduidingen ‘agrarisch bedrijf’ en ‘bedrijfswoning uitgesloten’ (figuur 14). Daarnaast heeft een gedeelte van het projectgebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Tenslotte is de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – woonwerkontwikkelingsgebied’ van toepassing.

26

Figuur 14 Uitsnede bestemmingsplan 'Lendersgat 15-18 Vorstenbosch' projectgebied (indicatief) rood omkaderd

Conclusie bestemmingsplannen Uit de twee vigerende bestemmingsplannen is een aantal conclusies te trekken. Ter plaatse van Lendersgat 15 is sprake van een agrarisch bouwvlak, waardoor op die plek een agrarisch bedrijf geëxploiteerd mag worden. In het bestemmingsplan is een mogelijkheid opgenomen om het bouwvlak te vergroten tot maximaal 1,5 hectare. De locatie biedt dan ook potentie voor de gewenste functies. Sommige functies zijn via een afwijkingsbevoegdheid mogelijk (recreatie tot maximaal 500 m² met ondersteunende horeca). Deze afwijkingsbevoegdheid biedt onvoldoende houvast voor de ambities voor de Bedafse Hoeve. Daardoor wordt een nieuw juridisch kader voorgesteld dat alleen met een buitenplanse (omgevingsplan) procedure kan worden gerealiseerd. Het bestemmingsplan biedt geen mogelijkheid om een nieuwe bedrijfswoning op te richten. Om dat te kunnen doen is een buitenplanse procedure noodzakelijk. Tot slot is de noordkant en de oostkant voorzien van een bestemming ‘Natuur’. Voor de noordkant geldt ook nog de aanduiding ‘behoud en herstel watersysteem, Wro-zone ecologische verbindingszone en Wro-zone natuurontwikkelingsgebied’. Deze bestemming inclusief aanduidingen voorzien in de verwezenlijking van natuur/ een ecologische verbindingszone. De ontwikkeling is hiermee in strijd.

Naast het feit dat in de huidige situatie geen natuur is of is gerealiseerd, is de huidige situatie niet in overeenstemming met de juridische situatie. In juridisch opzicht is daardoor wel sprake van een beschermingsregime van waarden die er feitelijk nog niet zijn. Echter verklaart de initiatiefnemer het doel heilig en niet het middel. Het doel van deze 27

bestemming is om de natuurgebieden de Bedafse Bergen met de Heeswijkse Bossen te verbinden. Hiervoor heeft de initiatiefnemer een betere plek waardoor een robuustere invulling van dit doel kan worden gegeven. Deze bestemming (Natuur) zal met dit omgevingsplan verdwijnen en vervangen worden door de omliggend bestemming (Agrarisch met waarden – leefgebied struweelvogels). De nieuwe ecologische verbindingszone krijgt de bestemming ‘Natuur’. Ter plaatse van die plek is momenteel de bestemming Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels’ de geldende bestemming. De gewenste ontwikkelingen zijn dus niet rechtstreeks mogelijk conform de geldende planregels. Om de gewenste situatie mogelijk te maken is dan ook een wijziging van het omgevingsplan (WOP) van Bernheze noodzakelijk.

28

HOOFDSTUK

5 Beleid en regelgeving

In dit hoofdstuk wordt het beleid dat relevant is voor de activiteit toegelicht getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het beleid van Rijk, provincie en gemeente. 5.1 5.1.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. Het gaat om het strategisch beleid, omdat de NOVI een visie is en de hoofdzaken bevat van het beleid voor de fysieke leefomgeving. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) richt zich op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten. De Nationale Omgevingsvisie helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes: a) Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; b) De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; c) Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken; d) Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Bij kleinschalige ontwikkelingen op lokaal niveau dient rekening te worden gehouden met een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan is een kleinschalig initiatief passend binnen de NOVI.

Toetsing initiatief

In hoofdstuk 5 van deze motivering is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de van toepassing zijnde omgevingsaspecten en is beoordeeld of (en zo ja, in hoeverre) deze van invloed is op de fysieke leefomgeving. Op basis hiervan is gebleken dat er vanuit de NOVI geen belemmeringen bestaan voor het initiatief. 5.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB’s) De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

29

In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: • Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl); • Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl); • Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (paragraaf 5.1.4 Bkl); • Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 5.1.5 Bkl); • Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (paragraaf 5.1.6 Bkl); • Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (paragraaf 5.1.7 Bkl); • Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen.

In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.

Analyse projectgebied

Ten aanzien van dit project wordt in hoofdstuk 6 getoetst aan de volgende instructieregels uit het Bkl: • Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl), nader toegelicht in paragraaf 6.1.1; • Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl), nader toegelicht in paragraaf 6.1.2; • Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl), nader toegelicht in de paragrafen 6.1.3. • Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl), nader toegelicht in de paragrafen 6.1.4. Hieruit volgt dat voldaan wordt aan de instructieregels opgenomen in het Bkl.

Conclusie

Het plan geeft invulling aan de instructieregels opgenomen in het Bkl.

30

5.2 5.2.1

Provinciaal beleid Brabantse Omgevingsvisie Op 14 december 2018 heeft de provincie de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie bevat de visie van het provinciale bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). Naar de uitgangspunten van de Omgevingswet zijn daarbij geen routes naar de gestelde doelen vastgelegd, omdat daarmee een beter samenspel en draagvlak kunnen ontstaan. De Omgevingsvisie kent één basisopgave: "werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit". Elke ruimtelijke ontwikkeling moet - ongeacht de omvang - hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: 1. werken aan de Brabantse energietransitie; 2. werken aan een klimaatproof Brabant; 3. werken aan een slimme netwerkstad; 4. werken aan een concurrerende, duurzame economie. Analyse projectgebied Het initiatief heeft betrekking op één van de provinciale belangen die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie, omdat met de ontwikkeling de bedrijfsmogelijkheden van de initiatiefnemers verbreed zullen worden. Door het verplaatsen van de bedrijven naar de projectlocatie zal in de omgeving de economie verbeteren.

Conclusie Wanneer de ontwikkeling aan de regels van de Omgevingsverordening (voorlopig de TAM-omgevingsverordening) en de juiste procedure doorloopt is de ontwikkeling in lijn met de Omgevingsvisie. 5.2.2

Omgevingsverordening Noord-Brabant De Provinciale Staten van Noord-Brabant heeft op 11 maart 2022 de ‘Omgevingsverordening Noord-Brabant’ vastgesteld. Per 1 januari 2024 is de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant, gelijktijdig met de Omgevingswet, inwerking getreden. Binnen de omgevingsverordening NoordBrabant worden onder voorwaarden mogelijkheden geboden voor de beoogde ontwikkeling. Inmiddels heeft een aantal wijzigingen plaats gehad en is de laatste versie van de Omgevingsverordening gepubliceerd op 16 september 2025. Conform de omgevingsverordening ligt het project gebied in het landelijk gebied. Er is getoetst of de ontwikkeling passend is binnen dit gebied. Daarnaast maakt de omgevingsverordening onderscheid in een aantal instructieregels voor gemeenten voor bepaalde thema’s, namelijk: -

Stedelijke ontwikkeling en erfgoed; Natuur en stiltegebieden; Grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging; 31

-

Basiskaart Landelijk gebied; Specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen.

Om deze instructieregels voor gemeenten duidelijk weer te geven voor locaties, zijn er kaarten opgesteld. Ook voor de beleidsbeoordeling van onderhavig plangebied en bijbehorende ontwikkelingen is een aantal van deze kaarten van belang. De kaarten behorende bij ‘stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ en ‘grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging’ zijn niet relevant, omdat voor deze thema’s in dit gebied geen aanduidingen zijn opgenomen. Wel zijn er ontwikkelingsrichtingen en aanduidingen opgenomen op de kaarten behorende bij ‘Landelijk gebied’, ‘Specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen’ en ‘Natuur en stiltegebieden’. Landelijk gebied Op de basiskaart Landelijk gebied is te zien dat het plangebied is gelegen binnen het Landelijk gebied. Daarnaast valt het plangebied onder de subzone ‘gemengd landelijk gebied’ (zie figuur 15). Op de kaart specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen is tevens aangegeven dat het plangebied valt binnen het ‘stalderingsgebied’ en de aanduiding ‘beperkingen veehouderijen’. Binnen het gemengd landelijk gebied is ruimte voor een menging van functies. Zo zijn hier naast agrarische ontwikkelingen tevens ontwikkelingen op het gebied van natuur, recreatie, wonen en bedrijvigheid mogelijk.

De ontwikkeling voorziet in een natuur-inclusieve boerderij waar dieren worden gehouden die bijdragen aan de ontwikkeling en het behouden van de natuur in de omgeving. Tevens wordt er voorzien in meer recreatieve en educatieve waarden.

32

Figuur 15 Uitsnede TAM-omgevingsverordening, landelijk gebied

Natuur en stiltegebieden Op de kaart behorende bij ‘Natuur en stiltegebieden’ is te zien dat een gedeelte van het projectgebied is aangeduid als ‘Natuur Netwerk Brabant’ (zie figuur 16). Met het plan wordt een ecologische verbindingszone gerealiseerd op een andere plek toegepast (noordelijker). In figuur 16 is deze met een blauwe cirkel aangeduid. In de omgevingsverordening is deze reeds binnen het NNB gebracht.

33

Figuur 16 Uitsnede TAM Omgevingsverordening instructieregels gemeenten, natuur en stiltegebied

Noord-Brabant,

Vanuit de omgevingsverordening is een groot gedeelte van het projectgebied aangeduid als NNB. Het gaat hier echter om Ondernemend Natuur netwerk Brabant, waar de initiatiefnemer aan deelneemt. Het is juist het doel dan deze gronden in agrarisch gebruik blijven en ook als zodanig bestemd worden. Op deze gronden liggen restricties ten aanzien van het gebruiken van drijfmest, gewasbeschermingsmiddelen en omkeerbaarheid van de gronden. De begrenzing in de Verordening komt niet overeen met de begrenzing zoals opgenomen in dit bestemmingsplan. In de loop der tijd is het plan een flink aantal keer aangepast tot de uiteindelijke versie zoals die in dit TAM-IMRO plan is opgenomen. De oppervlakte aan Ondernemend NatuurNetwerk Brabant is ongewijzigd gebleven, de vorm is echter wel aangepast. De juiste, definitieve vorm is in dit TAM-IMRO plan via een aanduiding aangegeven. Ter plaatse geldt een natuurbeheertype Kruiden- en faunarijk grasland. Dit is in afstemming opgesteld met het GOB.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=a804d2f1-5b32-481c-8f63-bf09213c893e