CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting rvr vinkelsestraat tegenover 34 heesch

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Vinkelsestraat ongenummerd (tegenover 34), Heesch*18.538 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Met deze woonvisie wordt ingezet op betaalbaarheid, waarbij de aandacht hoofdzakelijk wordt gericht op de doelgroepen senioren, jongeren en jonge gezinnen. In 2021 zijn de woonwensen en -behoeften van de inwoners gepeild middels presentaties en bijeenkomsten. De uitkomsten van dit specifieke onderzoek, alsmede het gebruik van diverse algemene onderzoeken (Woonwensenonderzoek 2019 Bernheze, Woonwensen onderzoek 2019 van de regio Noordoost Brabant en de regionale woningmarktmonitor 2020), zijn gebruikt voor het opstellen van de nieuwe woonvisie. Deze spitst zich toe op vijf thema’s: 1. Voldoende woningen bouwen, snel en voortvarend -

In de periode tot en met 2026 worden er 1.160 woningen toegevoegd.

-

Er wordt in ieder kern gebouwd.

-

Er wordt ingezet op woningbouw op inbreidings- en op uitbreidingslocaties.

-

Meer regie op de woningbouwproductie.

-

De keten van idee naar uitvoering waar mogelijk versnellen.

-

Voorrang aan grotere woningbouwplannen.

2. De juiste woningen op de juiste plek -

Focus op betaalbaarheid.

-

Meer woningen voor jongeren en senioren.

-

Meer variatie in het woningaanbod.

-

Maatwerk per kern.

-

Openstaan voor experimenten in woonvormen en gronduitgiften.

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

31

-

Meerdere, uiteenlopende doelgroepen in één woningbouwontwikkeling.

-

Een bij de behoefte passend woningbouwprogramma.

-

Steviger regie voeren op de programmering en realisatie (in aantal en kwalitatief).

-

‘’Out of the box” denken voor aanvullend instrumentarium.

-

Committeren aan de taakstelling voor vergunninghouders.

-

RvR-woningen anders insteken: clusteren in kernrandzone, een gevarieerder programma dat voldoet aan de woonvisie, dus: meer betaalbaar, woonzorg en alternatieve woonvormen.

3. Toekomstbestendig en duurzaam Duurzame bestaande voorraad en nieuwbouw: -

Energieneutraal in 2050.

-

Nieuwbouw BENG en gasloos.

-

De hele woningvoorraad van het gas af in uiterlijk 2050.

-

Op kortere termijn focus op no regret maatregelen.

-

In 2030 heeft het woningbestand van iedere corporatie gemiddeld energielabel A en zijn alle sociale huurwoningen waar mogelijk voorzien van zonnepanelen.

Wonen en zorg: -

Alle inwoners leven in een veilige thuissituatie.

-

Voldoende woonaanbod om mensen met en zonder zorgvraag zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen laten wonen.

-

Samenwerking met betrokken partijen intensiveren.

4. Maatwerk voor onze kernen -

Voldoende en de juiste woningen bouwen in iedere kern.

-

Werken aan een toekomstbestendige woonomgeving, fysiek en sociaal.

-

Ontmoeten stimuleren.

-

Samenwerken met Dorpsraden voortzetten.

5. Samenwerken aan uitvoering In deze woonvisie zijn per dorp ook accenten gelegd. Voor Heesch zijn dit, per thema, de volgende accenten. -

Uitgangspunt op basis van notitie ‘Bouwen voor de Toekomst’: vergroten voorraad woningen met 580 woningen

-

Gevarieerd programma conform differentiatie woningbouwprogramma

-

Nieuwbouw van circa 175 sociale huurwoningen

-

Project opzetten met mix voor jongeren en ouderen

-

In totaal is 20 tot 25% van de nieuwe woningen levensloopbestendig en/of bestaat uit nieuwe woonzorgconcepten

-

Kleinschalige collectieve woonzorgvormen en hofjeswoningen nabij bestaande zorglocaties en voorzieningen, en in woonboerderijen

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

32

-

Langer thuis wonen mogelijk maken

-

Huiskamers in de wijken (geclusterd wonen of ruimtes maken dan wel aanwijzen voor ontmoeten)

De ontwikkeling vindt aansluiting bij de woonvisie in die zin dat aandacht zal worden besteed aan duurzaamheid en levensloopbestendigheid. Dit zal zichtbaar worden in het gebruik van o.a. duurzame materialen. Onderhavig plan is in lijn met de woonvisie 2022-2026 3.3.5 Welstandsbeleid In de gemeente Berheze zijn veel gebieden welstandsvrij. Voor enkele locaties blijft welstandstoezicht wel van toepassing. Dit geldt voor cultuurhistorische waardevolle gebieden die het bijzondere karakter van Bernheze bepalen. Er zijn in deze nota 15 gebieden aangewezen waar welstandseisen gelden. De welstandseisen zijn samengebracht in drie gebiedstypen: • het agrarisch cluster; • het historisch dorpscentrum; • de woningbouw uit de wederopbouwperiode. Onderhavige ontwikkeling ligt niet in één van deze welstandsgebieden. Zie daartoe de uitsnede van de kaart die bij de welstandsnota hoort hieronder. De locatie is met een rood pijltje aangeduid.

Dit betekent dat de welstandscommissie de omgevingsvergunning niet toetst.

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

33

4. Milieuhygiënische aspecten 4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan, zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan. 4.2 Akoestiek Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Onderhavige ontwikkeling wordt als geluidsgevoelig aangemerkt.

Consequenties Wegverkeerslawaai Het plan omvat twee nieuwe geluidgevoelig objecten. De projectlocatie is gelegen aan de Vinkelsestraat (westzijde) en de Ruitersweg-Oost (zuidzijde). Rondom zijn ook nog andere wegen gelegen, namelijk de Denneboomstraat, Dwarsstraat en Kruishoekstraat. De locatie ligt in de wettelijke geluidzone (= akoestisch aandachtsgebied) van de Vinkelsestraat en de Kruishoekstraat. In verband daarmee is door Nipa Milieutechniek een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 2 bij deze toelichting. Het onderzoek richt zich op één woning. Het is echter ook toereikend voor het plan dat uit twee woningen bestaat, omdat het bouwvolume en de positionering niet wijzigt. De onderzoeksresulaten zijn zowel voor één als twee woningen relevant. De conclusies van het onderzoek zijn als volgt. “De nieuwe geprojecteerde woonbestemming is gelegen in de wettelijke geluidzone (= akoestisch aandachtsgebied) van de Vinkelsestraat in Heesch, gemeente Bernheze. De geluidbelasting ter plaatse van de maatgevende gevels van de nieuwe woonbestemming vanwege het verkeer op de Vinkelsestraat inclusief de correctie ex art. 110g van de Wet geluidhinder, bedraagt ten hoogste 53 dB. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Een aanvraag om een ‘hogere waarde’ is noodzakelijk.

De motivatie voor het verzoek om hogere waarde is beschreven in hoofdstuk 4.4 van het onderzoek.

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

34

Met de berekende geluidbelastingen (exclusief correctie ex. art. 110g) tot ten hoogste 58 dB is het woon- en leefklimaat in de woning zonder nader onderzoek niet gewaarborgd. Met eventuele extra gevelmaatregelen dient het woon- en leefklimaat te worden gewaarborgd.” De uitkomsten van dit onderzoek zijn van toepassing in geval de voorgevel op 17 meter van de voorste perceelsgrens wordt gesitueerd. Situering op een kortere afstand tot de voorste perceelsgrens heeft een hogere geluidsbelasting tot gevolg, waarvoor op deze plek geen hogere waarde kan worden verleend. De locatie van de twee-onder-één-kapwoningen is met die reden in de regels en op de verbeelding vastgelegd op minimaal 17 meter van de voorste perceelsgrens. Om het woon- en leefklimaat te kunnen waarborgen zijn maatregelen aan de woningen noodzakelijk. Op basis van ervaringen met dergelijke geluidsbelastingen kan worden gesteld dat een binnengeluidsniveau van 33 dB haalbaar is. Dit moet wel nog aangetoond worden in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen. Daarbij is het ook een vereiste dat sprake is van een geluidluwe buitenruimte. Uit het uitgevoerde geluidsonderzoek is af te leiden dat hiervan sprake is. Namelijk, de buitenruimte aan de achterzijde van de woningen is geluidluw. Industrielawaai Dit aspect komt in paragraaf 4.4. aan de orde.

Rail of luchtverkeerlawaai Er is geen onderzoek naar rail- en luchtverkeerslawaai uitgevoerd, omdat de ontwikkeling niet is gelegen in de geluidszone van een spoorweg of aanvliegroute van een vliegveld. Onderzoek hiernaar is derhalve niet nodig. In verband met wegverkeerslawaai is sprake van een hogere grenswaarde. De procedure om deze te verlenen wordt door de gemeente separaat aan de procedure van dit bestemmingsplan doorlopen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning moet aanvullend nog worden aangetoond dat het binnengeluidsniveau in de woningen (om een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen) niet hoger is dan 33 dB. Sprake is van een geluidluwe buitenruimte. Geluid vormt, als een hogere waarde is verleend en een nader onderzoek naar het binnengeluidsniveau is uitgevoerd, geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie Beleidskader Sinds 1 september 2007 is de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht. In deze herziening van de Monumentenwet van 1988 zijn de uitgangspunten van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992) voor Nederland nader uitgewerkt.

De belangrijkste veranderingen betreffen: • het streven naar behoud en bescherming van archeologische waarden in de bodem; • de kosten van archeologische werkzaamheden komen in principe voor rekening van de initiatiefnemer van bodemverstorende activiteiten (veroorzakerprincipe); Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

35

•

de archeologische monumentenzorg wordt een geïntegreerd onderdeel van het ruimtelijke ordeningsproces.

De gemeente Bernheze heeft ervoor gekozen om in het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz, 2007) en de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008) een eigen gemeentelijk archeologiebeleid te formuleren. Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de "Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze" en de "Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze". Op basis van deze documenten implementeert de gemeente Bernheze haar archeologiebeleid waarbij zij rekening houdt met de juiste balans tussen een goede omgang met het archeologisch erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen. Consequenties Volgens het archeologiebeleid van de gemeente Bernheze geldt op onderhavige locatie een lage en middelhoge archeologische verwachting. Voor wat betreft de lage archeologische verwachting geldt geen onderzoeksplicht. Aangaand de middelhoge archeologische verwachting is archeologisch onderzoek vereist als dieper dan 0,40 m en meer dan 2500 m2 aan verstoringsoppervlakte geldt. Zie de volgende twee uitsneden uit dit archeologiebeleid.

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

36

Omdat ter plaatse van onderhavig plangebied niet meer grond geroerd gaat worden dan 2500 m2, is nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Dit betekent dat dergelijk onderzoek in het kader van onderhavige ontwikkeling niet is uitgevoerd en de dubbelbestemming in het kader van de van toepassing verwachtingswaarde ook in dit bestemmingsplan weer opgenomen wordt. Op deze manier blijven de mogelijke archeologische waarden in het plangebied beschermd. Hoewel ten behoeve van deze kleinschalige ontwikkeling geen onderzoek wordt verlangd, dient men wel attent te blijven op mogelijk nog aanwezige archeologische waarden. Te allen tijde geldt een meldingsplicht bij het aantreffen van archeologische toevalsvondsten op basis van art. 5.10 van de Erfgoedwet. Archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.3.2 Cultuurhistorie Beleidskader Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De gemeente Bernheze heeft een eigen Cultuurhistoriekaart die in 2014 is vastgesteld.

Consequenties Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart 2014 van de gemeente Bernheze is zichtbaar de planlocatie is gelegen aan een oud wegtracé van redelijk hoge waarde (gele lijn: Vinkelsestraat). Verder zijn er ter hoogte van het plangebied geen bijzonderheden van toepassing. Het plangebied zelf is namelijk als ‘blanco’ aangeduid op de kaart (zie de rode cirkel op onderstaande afbeelding voor de weergave van het plangebied).

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

37

De ontwikkeling wordt ontsloten op de Vinkelsestraat. Dit doet geen afbreuk aan de waarden die deze straat als oud wegtracé kent. Het gebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft is ook getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is volgens de cultuurhistorische waardenkaart gelegen in de regio Meierij. Hieronder is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant weergegeven.

Regio Meierij

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

38

De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond. Aan de noordkant wordt het gebied begrensd door de grote en brede oost-west lopende dekzandrug tussen Oss en Waalwijk. Het water van de beken (Essche Stroom, Beerze, Dommel en Aa) stroomt in de richting van 'sHertogenbosch, waar een doorgang in de dekzandrug aanwezig is. In het verleden leidde deze situatie hier en daar tot problemen met de waterafvoer, waardoor natte broekgebieden, vennen en kleine veengebieden ontstonden. De Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Vanouds waren de randen van de beekdalen en de dekzandruggen de meest geschikte plek voor bewoning. De beekdalen zelf en de uitgestrekte broekgebieden waren te nat om te wonen of om akkerbouw te bedrijven. Deze terreinen werden gebruikt als weide, hooiland of hakhout. Op de hogere delen van de broekgebieden bevonden zich vroeger uitgestrekte heidevelden, bossen en stuifzanden. Door overbeweiding ontstonden op enkele plekken stuifzanden (bijvoorbeeld de Loonse en Drunense duinen). Een en ander had tot gevolg dat het agrarische landschap over het algemeen heel kleinschalig was. De beekdalen waren heel besloten. De percelen waren er klein en vrijwel allemaal omgeven door opgaande beplanting.

De oude akkercomplexen waren wat grotere, open ruimten in deze besloten wereld. De heidevelden vormden hiermee een groot contrast: dit waren zeer grote, open gebieden. Een van de beeldbepalende aspecten van de Meierij is de populierenteelt, aanvankelijk vooral in de vorm van weg- of perceelrandbeplanting, later ook in de vorm van populierenbosjes. In de Meierij zijn verschillende kastelen, abdijen en kloosters gebouwd. Enkele middeleeuwse kastelen zijn bewaard gebleven. Nog veel rijker is het gebied aan landgoederen, buitenplaatsen en statige villa's, vooral in de omgeving van 's-Hertogenbosch. Een voorbeeld van een oud landgoed is 't Veldersbosch bij Boxtel. De landgoederen en buitenplaatsen uit de negentiende en twintigste eeuw liggen vaak op vroegere heidevelden die hun functie voor de boeren verloren hadden door de komst van kunstmest. Tussen Boxtel en Vught liggen verschillende van deze jonge landgoederen en buitenplaatsen, zoals Dommeloord (ook wel Wilhelminapark genoemd), De Oude Hondsberg, Sparrenrijk, Beukenhorst, Halsche Barrier en De Eikenhorst. In de negentiende en twintigste eeuw zijn veel van de 'woeste gronden', de heidevelden en de broekgebieden, omgezet in landbouwgrond. Nieuwe boerderijen werden gebouwd op plaatsen die tot dan onbewoond waren geweest. In de jonge heideontginningen is een rationele verkaveling en ontwatering gerealiseerd.

De Meierij wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met ieder hun eigen karakter en relatie met het landschap. Ook zijn een aantal plattelandsdorpen uitgegroeid tot middelgrote steden of industriekernen, zoals Veghel en Schijndel. De grote stedelijke gebieden van '''s-Hertogenbosch, Eindhoven en Tilburg zijn met elkaar verbonden door een netwerk van snelwegen, provinciale wegen, kanalen en spoorlijnen. Door de achteruitgang van de populierenteelt en de introductie van het prikkeldraad, waardoor de perceelrandbegroeiing zijn functie als veekering verloor, is de kleinschaligheid van de beekdalen op veel plaatsen verloren gegaan. Dit proces werd versterkt door de uitvoering van ruilverkavelingen in de tweede helft van de twintigste eeuw. Hierdoor zijn de markante verschillen tussen de hoge zandgronden, de oude cultuurgebieden en de beekdalen voor een deel verloren gegaan. Cultuurhistorisch belang De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het gebied zijn in hoge mate bepaald door de Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

39

natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Twee andere aspecten die het landschap van de Meierij kenmerken zijn de landgoederen en buitenplaatsen en de populierenteelt. Essentiële aspecten In de regio liggen de volgende cultuurhistorische landschappen van provinciaal belang: o Groene Woud; o Beerse en Baardwijkse Overlaat (gedeeltelijk); o Loonse en Drunense Duinen; o Landgoederenzone ten zuiden van Tilburg (gedeeltelijk); Dragende structuren in de regio zijn: o de oude agrarische cultuurlandschappen met akkercomplexen, beemden, o broekgebieden; o de dorpen en buurtschappen met langgevelboerderijen; o de woeste gronden met heidevelden, vennen en zandverstuivingen; o de kastelen, kloosters, landgoederen en buitenplaatsen; o de populieren; o de Zuid-Willemsvaart. Ontwikkelingsstrategie 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; 2. De cultuurhistorische waarden van de Meierij in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten.

Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen:“Groene Woud” (ook deels in gebiedspaspoort Kempen) en “De Loonse en Drunense Duinen”; 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: “Loonse en Drunense Duinen”, “Dekzandrug Tilburg-Den Bosch” en “Dommeldal Nuenen-Gestel”. Onderhavige ontwikkeling brengt de geformuleerde essentiele aspecten en ontwikkelingsstrategie niet in gevaar. In het plangebied zelf liggen verder geen rijksmonumenten en komen geen bouwkundige punten, lijnen of vlakken van enige waarde voor. Met het plan worden geen cultuurhistorische waarden aangetast. Met de ontwerpuitgangspunten, zoals benoemd op p. 10/11 van deze toelichting, wordt tevens aansluiting gezocht bij de karakteristiek van de omgeving. Uit oogpunt van cultuurhistorie geen bezwaar tegen de voorgenomen bouw van de ruimte voor ruimte woningen.

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

40

4.4 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: • ter plaatse van de woning(en) een goed woon- en leefklimaat wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Consequenties Het betreft hier de ontwikkeling van twee nieuwe woningen, gevoelige bestemmingen. Nabijgelegen is één bedrijf en diverse vrijstaande woningen. Alleen voor dit ene bedrijf gelden richtafstanden tot aan gevoelige bestemmingen. Het gaat om het volgende bedrijf (e.e.a. o.b.v. de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering): •

Mastersound, SBI-code (2008) 772, verhuurbedrijf voor roerende goederen, milieucategorie 2, richtafstanden: geur (10m), stof (10m), geluid (30m), gevaar (10m);

Sprake is van een minimale afstand van 57 meter tussen de nieuwe ontwikkeling en Mastersound. Gemeten van bestemmingsvlak tot plangebied/ perceelsgrens. Dit betekent dat voldaan wordt aan de in acht te nemen afstanden en er dus geen sprake is van belemmeringen als het gaat om geur, stof, geluid en gevaar. Conclusie Samenvattend blijkt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat bedrijven in de omgeving niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Nader onderzoek kan achterwege blijven. 4.5 Bodem Beleidskader Vastgelegd is dat in bestemmingsplannen moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Voor het betrekken van bodeminformatie bij het opstellen van bestemmingsplannen zijn enkele vragen relevant: 1. is er bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; 2. zijn er gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies; 3. wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers. Consequenties Door Van Oort Bodemonderzoek is voor onderhavige locatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 3 bij deze toelichting). De conclusies, samenvatting en het advies uit het onderzoek zijn als volgt.

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

41

“Conclusies Grond Zintuiglijk zijn tijdens de uitvoering van de boringen geen verontreinigingen waargenomen. Bij een aantal boringen zijn in de bovengrond resten van puin aangetroffen (niet asbestverdacht). Op basis van het laboratoriumonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: - In beide mengmonsters van de bovengrond is ten opzichte van de achtergrondwaarde een verhoogd PAK-gehalte aangetoond. - In het mengmonster van de ondergrond zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde geen verhoogde gehaltes waargenomen. De bovengrond is licht verontreinigd met PAK. Op basis van het vooronderzoek is hier geen directe verklaring voor te geven. De ondergrond is niet verontreinigd. De kwaliteit van de bovengrond is op basis van het Besluit bodemkwaliteit indicatief beoordeeld als achtergrondwaarde-grond en wonen-grond. Grondwater Zintuiglijk zijn verontreinigingen of bijzonderheden waargenomen tijdens het plaatsen van de peilbuis en het bemonsteren van het grondwater. Op basis van het laboratoriumonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: - In het grondwatermonster zijn ten opzichte van de streefwaarde geen verhoogde gehaltes aangetoond. Het grondwater is niet verontreinigd. Hypothese Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese ‘niet verdacht’ verworpen. In de bovengrond is een lichte verontreiniging aangetoond.

Zintuiglijk zijn geen verontreinigingen waargenomen. Analytisch is geen overschrijding waargenomen van de tussenwaarde voor aanvullend onderzoek. Er is geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. Samenvatting en advies Op een locatie aan de Vinkelsestraat (ong) te Heesch is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in verband met een bestemmingswijziging en toekomstige nieuwbouw. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Heesch, sectie D, nummer 2827. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 2370 m2. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er bezwaren zijn tegen een woonbestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning. Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5740. De strategie van het onderzoek is afgestemd op het vooronderzoek (historie). Gebruik is gemaakt van de onderzoeksopzet voor een niet lijnvormige onverdachte locatie (ONV-NL).

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

42

Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000. De analyses zijn uitgevoerd door Synlab BV (AS3000). Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen waargenomen. Plaatselijk zijn de bovengrond bijmengingen van puin aangetroffen (niet asbestverdacht). Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat de bovengrond licht verontreinigd is met PAK (>Aw). De ondergrond en het grondwater zijn niet verontreinigd (<Aw/<Sw). Op basis van het totaal aan onderzoeksresultaten behoeft de bodemkwaliteit naar ons inziens geen belemmering te vormen voor een woonbestemming en nieuwbouw. Er is geen aanleiding tot een vervolgonderzoek.” Conclusie De gemeente Bernheze is bevoegd gezag, het onderzoeksbureau heeft slechts een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaalt dan ook of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Het bevoegd gezag heeft uitgevoerde verkennende bodemonderzoek beoordeeld en is ermee akkoord. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. Bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

43

eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moetenkomen.

Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb) Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)

Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. De beleidsvisie bevat geen gebiedstypering of uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden voor de verantwoording van het groepsrisico. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

44

aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enz.. Consequenties Bevi, bevb, bevt Met behulp van de nationale risicokaart1 is gekeken, welke risicobronnen in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen. Hieruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling plaatsvindt buiten de plaatsgebonden risicocontour en het invloedsgebied van transportroutes en inrichtingen. Verder geldt dat op circa 500 meter van het plangebied de HD-aardgasleidingen A-527 en A-643 liggen. Hieronder is een uitsnede van de risicokaart weergegeven waarop de leidingen en de afstand tot het plangebied zichtbaar zijn.

Leiding A527 heeft een werkdruk van 66 bar en een diameter van 48 inch. Voor deze leiding geldt een invloedsgebied van 540 meter. De leiding A-643 heeft een werkdruk van 80 bar en een diameter van 48 inch. Voor deze leiding geldt een invloedsgebied van 580 meter. Het plangebied ligt daarmee binnen de 1% letaliteitscontour van deze leidingen. De Veiligheidsregio heeft de situatie beoordeeld en erover geadviseerd. De beoordeling en het advies van de Veiligheidsregio is bijgevoegd bij deze toelichting, bijlage 7. Op basis van de beoordeling en het advies is het navolgende hier opgenomen. Conform artikel 12 Bevb moet het groepsrisico worden verantwoord. Formeel dient dit te geschieden via een groepsrisicoberekening. Hier kan echter conform Bevb artikel 12 lid 3 gemotiveerd van worden afgezien. Aangenomen kan worden dat gezien de lage 1

www.risicokaart.nl, professionele versie.

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

45

bevolkingsdichtheid in de omgeving het groepsrisico < 0.1 OW bedraagt. Het oprichten van twee woningen in het plangebied leidt tot zeer marginale toename van de personendichtheid en zal rekenkundig niet zichtbaar zijn in een groepsrisicoberekening. Op basis van de aannames is het uitvoeren van een groepsrisicoberekening niet zinvol. Om invulling te kunnen geven aan de andere onderdelen van de verantwoording is hieronder het scenario, een beoordeling over de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid opgenomen. Afgesloten is met een advies. Scenario Het relevante scenario in relatie tot het plangebied is een fakkelbrand. Vanwege (graaf)werkzaamheden ontstaat een breuk in een hogedruk aardgasleiding. Het aardgas stroomt onder hoge druk uit. Het brandbare gas ontsteekt waardoor een fakkelbrand optreedt. De effecten van een fakkelbrand zijn hittestraling en rook. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan. De effecten in het plangebied worden zichtbaar gemaakt in de tabel hieronder.

Indien men binnen blijft of vlucht waarbij dikkere kleding wordt gedragen is de kans op letaal/ ernstig letsel klein. De kans op het ontstaan van een fakkelbrand is overigens zeer klein. Zelfredzaamheid Gezien de aard en de activiteiten van de bestemming mag aangenomen worden dat de mate van zelfredzaamheid van de personen van het plangebied goed is. Aangenomen mag worden dat de bewoners in staat zijn om op de juiste manier op een dreiging te reageren. De woningen bieden initieel bescherming tegen de hoge hittestaling. Er bestaat een kans dat de woningen als gevolg van de hoge hittestraling ontbrand waarna de woningen ontvlucht moeten worden. Via het omliggende wegennet kan meer afstand van de fakkelbrand worden genomen. Bestrijdbaarheid Voor het scenario fakkelbrand bij de buisleiding is de bestrijdbaarheid slecht. Bij een incident met een buisleiding kan de fakkelbrand alleen worden bestreden door de toevoer dicht te draaien. Hiervoor dient contact opgenomen te worden met de leidingbeheerder en dit kost veel tijd. De brandweer en andere hulpverleners kunnen tot de leiding is afgesloten niet handelend optreden waardoor personen aanwezig binnen het invloedsgebied tot het doven van de brand op zichzelf zijn aangewezen.

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

46

Advies Veiligheidsregio Uit de beoordeling volgt dat het beste ingezet kan worden op het optimaliseren van de mate van zelfredzaamheid: informeer de initiatiefnemers c.q. de toekomstige bewoners actief over het aanwezige risico en handelingsperspectief. Deze informatie kan worden meegenomen in het besluit om zich op deze locatie te vestigen. Hiermee wordt in optimale vorm invulling gegeven aan het risicobewustzijn van- en het nemen van een eigen verantwoordelijkheid door de burger. Deze informatie zorgt er ook voor dat de bewoners op het moment dat een incident plaats vindt direct weten hoe te handelen, dit heeft een positieve invloed op de mate van zelfredzaamheid. Beleidsvisie externe veiligheid Toetsing van het plan aan de voorwaarden uit de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente geeft geen belemmeringen voor het voorgenomen plan. Overige wet- en regelgeving In de omgeving van het plangebied is geen LPG-tankstation gelegen. Derhalve is de circulaire LPG-tankstations niet van toepassing op dit plan. Daarnaast zijn er geen veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit van toepassing op het onderhavige plan. Conclusie Het aspect externe veiligheid levert geen belemmeringen op voor het plan.

4.7 Natuur Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd. De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. De wet regelt ook de jacht in ons land.

Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

47

Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied. Voor dergelijke schadelijke activiteiten kan alleen een vergunning worden verleend als er geen alternatief is en als het gaat om een dwingende reden van groot openbaar belang. De kokkelvisserij in de Waddenzee is nu bijvoorbeeld verboden. Er kon namelijk niet worden aangetoond dat er géén schade zou ontstaan aan de natuur, en er was geen van de andere redenen aanwezig om toch een vergunning te verlenen. De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen voor het natuurnetwerk Nederland en verleent hen de bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen. De Minister van Economische Zaken kan daarnaast op grond van de wet nationale parken aanwijzen die vooral een educatieve en communicatieve functie hebben. De voormalige beschermde natuurmonumenten zijn met bijbehorende doelen opgeheven met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming. Consequenties In verband met het aspect soortbescherming is door Buro Maerlant een quickscan flora en fauna uitgevoerd (zie bijlage 4 bij deze toelichting). Hieronder zijn de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek opgenomen.

“Soorten In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden: » Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd) nabij de randen. Effecten op soorten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Advies m.b.t. soorten Doordat de kans bestaat dat broedende vogels aanwezig zijn nabij randen (bomen en ruigte) van het plangebied, wordt aanbevolen rekening te houden met de broedperiode en werkzaamheden met zwaar materieel (grondwerk bijvoorbeeld) uit te voeren buiten het broedseizoen: na half juli en vóór half maart. Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels, dat leidt tot het permanent verlaten van een nest, is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan. Beschermde gebieden Onderhavige locatie is niet gelegen in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op 13,1 kilometer en is Rijntakken. Door het initiatief is daarom geen sprake van van versnippering, verdroging, vernatting et cetera van een Natura 2000-gebied.

Om aan te tonen dat het initiatief geen indirecte effecten op Natura 2000-gebieden heeft, zoals de depositie van stikstof is voor zowel de gebruiks- als Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

48

realisatiefase een aeriusberekening gemaakt met notitie van de invoergegevens. Zie bijlage 6 bij deze toelichting. Hieruit blijkt de volgende conclusie: “De AERIUS-berekeningen hebben aangetoond dat de stikstofdepositie van het project op Natura 2000-gebieden gelijk is aan 0,00 mol N/ha/jaar. Dat betekent dat het project niet leidt tot stikstofdepositie op een Natura 2000 gebied. Op basis hiervan hoeft er geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd of verder onderzoek naar de stikstofdepositie uitgevoerd te worden.” Bomen De gemeentelijke bomen langs de Vinkelsestraat en Ruitersweg zijn structuurbomen en mogen derhalve niet weg. De initiatiefnemer mag deze bomen niet schaden met zijn bouwof aanlegwerkzaamheden. Inritten moeten zodanig worden gepositioneerd dat duurzaam behoud van de bomen mogelijk is. Eerder is een Boomeffectanalyse opgesteld voor bomen verderop aan de Vinkelsestraat, die in vergelijkbare omstandigheden staan. Conclusie: aanleggen van een inrit tussen de bomen is mogelijk mits: • • • •

De insteek van het cunet op ten minste 3 meter afstand van de stamvoet wordt gerealiseerd. De uitgraving van het cunet tot maximaal 30 cm. beneden maaiveld plaatsvindt. Het cunet wordt afgevuld met grof zoet zand en verdicht tot max. 2,5 Mpa. Betonklinkers tot max. 10 cm dik worden aangebracht.

Voor wat betreft het aanleggen van de inritten kan aan bovenstaande eisen worden voldaan. Verder zal de initiatiefnemer tijdens de bouw- en aanlegwerkzaamheden zorgvuldig omgaan met de bomen op gemeentelijk grondgebied. In het landschappelijke inpassingsplan (bijlage 1 bij deze toelichting) is opgenomen dat de inritten worden afgestemd op de aanwezige boomstructuur, waarbij bovendien de bovengenoemde uitgangspunten zijn benoemd. Conclusie De ontwikkeling van onderhavig plan zal geen nadelige invloed hebben op de (mogelijk) aanwezige flora en fauna op de locatie en de toestand van flora en fauna in de directe omgeving. Het projectgebied is verder niet gelegen binnen of in de nabijheid van een beschermd (natuur)gebied. Geen sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Er zijn geen strijdigheden met de Natuurbeschermingswet. 4.8 Kabels en leidingen Naar verwachting zijn in de directe omgeving van de projectlocatie geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de nieuwbouw. In het vigerende bestemmingsplan worden ter hoogte van het plangebied geen kabels- en leidingen beschermd. Mochten er grondwerkzaamheden plaats gaan vinden dan zal te zijner tijd voorafgaand aan de werkzaamheden een KLIC-melding opgevraagd moeten worden bij de betrokken netwerk/leidingbeheerders.

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

49

4.9 Luchtkwaliteit Beleidskader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In het besluit NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m³ NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, infrastructuur, kantoor- en woningbouwlocaties en activiteiten of handelingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook indien aannemelijk gemaakt kan worden dat een gepland project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Voor woningen wordt hierbij een ondergrens van 1500 woningen aangehouden voor locaties waarbij sprake is van één ontsluitingsweg. Consequenties Onderhavige planontwikkeling voorziet in de realisatie van twee nieuwe woningen. Derhalve kan dit plan gezien worden als een project dat een niet in een betekenende mate bijdrage levert op het gebied van de luchtkwaliteit. Op basis van de GCN-kaarten is getoetst of ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Dat is het geval. Zie onderstaande uitsnede van de GCN-kaart (PM10) die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 14,26 (lichtblauw, gridcelwaarde tussen 14 en 16).

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

50

Hieronder is de PM2,5-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 7,64 (lichtblauw, gridcelwaarde tussen 6 en 8).

Hieronder is de NO2-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 9,66 (lichtblauw, gridcelwaarde < 10).

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

51

Conclusie Het onderhavige plan heeft geen nadelige invloed op de luchtkwaliteit omdat het niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, daarnaast is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmerende factor. 4.10 Water Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater. De gemeente dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Aa en Maas, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer van regionale wateren. Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. Waterbeheerplan 2022-2027 In het waterbeheerplan 2022 – 2027 staan de doelen van waterschap Aa en Maas beschreven en hoe zij die doelstellingen gaan halen.

De centrale missie van Waterschap Aa en Maas hierbij is als volgt: “Het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

52

voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten.” De doelen en maatregelen waar het waterschap voor staat en gaat, zijn onderverdeeld in drie programma’s: 1. Waterveiligheid Het programma Waterveiligheid draait om de bescherming tegen verstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. Hiervoor moeten de waterkeringen (dijken en kunstwerken) periodiek worden getoetst aan de veiligheidsnormen. Daarnaast omvat het programma de zorgplicht voor de instandhouding van deze waterkeringen met alle activiteiten die daarbij horen, inclusief gegevens- en informatiemanagement en een goede afstemming tussen beheer en inrichting. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem Dit programma draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij wordt gelet op de kwantiteit (goede waterpeilen, waterconservering, en het omgaan met wateroverlast en droogte) en op de kwaliteit (chemisch en ecologisch). Het gaat daarbij niet alleen over het watersysteem zelf, maar ook over hoe er met het watersysteem en met de aanpak en manier van (samen)werken kan worden bijdragen aan bijvoorbeeld een vitaal platteland, gezondheid, goede biodiversiteit en aan mogelijkheden voor recreatie. 3.

Schoon water In dit programma worden de doelen en activiteiten binnen de afvalwaterketen beschreven. Het zuiveren van afvalwater speelt hierin een centrale rol. Met goed gezuiverd afvalwater wordt immers een belangrijke bijdrage geleverd aan een gezond en natuurlijk watersysteem. Dit geldt voor het werkgebied van Waterschap Aa en Maas, maar ook voor de Maas, die een bron is voor de drinkwatervoorziening van West-Nederland. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Het waterschap maakt bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote (toename verhard oppervlak groter dan 10.000 m2) en kleine plannen (toename verhard oppervlak tussen de tussen de 500 m2 en 10.000 m2). Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Dit heeft ertoe geleid dat voor kleine plannen kan worden volstaan met het toepassen van een eenvoudige rekenregel voor het bepalen van de compensatie-eis, namelijk 60 mm waterberging per m2 verhard oppervlak.

Voor plannen met een toename van het verharde oppervlak minder dan 500 m2 geldt geen compensatie-eis. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

53

status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Digitale Watertoets De watertoets moet ervoor zorgen dat bij ruimtelijke plannen en besluiten voldoende rekening wordt gehouden met water en watervoorzieningen. Slim gebruik van water en ruimte kan de leefomgeving van mens en dier verbeteren. En het verkleint de kans op problemen zoals onvoldoende veilige dijken, wateroverlast of een slechte waterkwaliteit. Het resultaat is een ruimtelijk plan dat waterbestendig is. Waterschap Aa en maas doet een eerste toets via www.dewatertoets.nl. Daar kan voor ieder plan een vragenlijst ingevuld worden en worden de waterbelangen automatisch getoetst. Beleid gemeente Bernheze In het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ staat omschreven dat de gemeente Bernheze een - niet-verplichtende - verwachting uitspreekt dat inwoners van de gemeente hemelwater zoveel mogelijk zelf opvangen en bergen. De hydrologische uitgangspunten van de Brabantse waterschappen zoals bovenstaand omschreven worden door de gemeente Bernheze in principe nageleefd maar zijn niet leidend; de gemeente Bernheze is het bevoegde gezag aangaande het verwerken van hemelwater.

De ondergrens van de toename van het verharde oppervlak met 500 m2, waarbij volgens de Keur van de Brabantse waterschappen geen compensatie noodzakelijk wordt geacht, wordt door de gemeente Bernheze bijvoorbeeld niet gehanteerd. In Bernheze geldt conform het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ dat bij (her)ontwikkeling in de vorm van ver- of nieuwbouw het gehele plan aan 60 mm berging dient te voldoen. Naast het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ heeft de gemeente op 1 november 2021 de ‘Verordening fysieke leefomgeving’ vastgesteld. Hierin is met betrekking tot het onderwerp hemelwater opgenomen dat per m2 toevoeging aan verharding 20 mm berging gerealiseerd moet worden. Consequenties Voor dit plan is de toename van het verhard oppervlak maximaal 500 m². Dit bestaat uit een hoofdgebouw, bijgebouwen en verharding zoals in-/ uitritten, paden, terras. Voor deze verhardingstoename gelden de gemeentelijke regels (<= 500m2). In onderhavige situatie gaat het dan om een vereiste van 60 mm per verharde m2. Het gaat hier namelijk om een nieuwe situatie waarvoor het bestemmingsplan moet worden aangepast en dus de eisen die in het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ zijn opgenomen gelden. De eisen zoals opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving zijn aan de orde voor niet vergunningsplichtige en vergunningsplichte gevallen op basis van vigerend beleid.

In onderhavige situatie dient met die reden een voorziening van 30 m3 (500 m2 verharding * 0,06 (m) * 1 = 30 m3) aangelegd te worden. Gekozen wordt voor twee wadi’s op eigen terrein die een bergend vermogen hebben van ieder dan 15 m3. Een dergelijke voorziening is passend voor wat betreft de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en de waterdoorlatenheid van de bodem. Met vorenstaande voorziening wordt aan de compensatie-eis i.v.m. de berging en afvoer van hemelwater voldaan.

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

54

Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is op www.dewatertoets.nl e.e.a. ingevuld. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van een waterbelang v.w.b. het waterschap. Ten behoeve van de borging (aanleg, beheer en instandhouding) van een dergelijke hemelwatervoorziening is een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen. Afvalwater Het plangebied is nog niet aangesloten op het gemeentelijke drukrioolstelsel. Dit moet t.z.t. (voor rekening van de initiatiefnemer) nog gebeuren. Het is de bedoeling dat hierop alleen het afvalwater wordt geloosd. T.b.v. het hemelwater is een andere voorziening voorzien. Conclusie Het waterschap adviseert positief over onderhavig plan. Voldaan wordt aan de door de gemeente gestelde aanvullende eisen. Uit deze waterparagraaf blijkt dat het initiatief geen nadelige gevolgen heeft voor de waterhuishouding ter plaatse.

4.11 Geur Beleidskader Belangrijkste voorwaarden voor de ontwikkeling van geurgevoelige bebouwing in de omgeving van veehouderijen is dat voor de (toekomstige) bewoners een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat andere belanghebbenden (veehouders en derden) niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Op grond van de vervallen brochure Veehouderij en Hinderwet en circulaire Veehouderij en Stankhinder was sprake van stankcirkels waarbinnen, volgens constante jurisprudentie, geen stankgevoelige bebouwing mocht worden gebouwd. Deze regeling is in 2007 opgevolgd door de Wet geurhinder en veehouderij. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) in werking getreden. Deze wet biedt de gemeente de mogelijkheid om een eigen geurhinderbeleid op te stellen. De gemeente heeft dergelijk beleid opgesteld, de bijbehorende regels zijn opgenomen in de ‘Verordening fysieke leefomgeving’. Verder geldt in Bernheze sinds 2013 ook de beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder Bernheze. Consequenties Voor wat betreft geurhinder wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgrondbelasting, vaste afstanden en de achtergrondbelasting. Deze worden hieronder ieder apart beschouwd.

Voorgrondbelasting De planlocatie is gelegen buiten de komgrens van de gemeente Bernheze, maar wel in een gebied dat op de kaart van de “Verordening fysieke leefomgeving” is aangewezen als woonwerk ontwikkelingsgebied. In dit gebied geldt ten aanzien van de voorgrondbelasting een geurnorm van 8 Ou/m³. In de omgeving zijn diverse veehouderijen gelegen. De cumulatie hiervan (achtergrondbelasting) geeft een goed beeld van de geurhinder ter plaatse.

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

55

Bovendien zijn tussen de veehouderijen en de geurgevoelige objecten in het plangebied andere geurgevoelige objecten gelegen. Hierdoor is het niet nodig om de voorgrondbelasting in beeld te brengen. De achtergrond belasting bedraagt gemiddeld 8 Ou/m3. Dit blijkt uit de Brabantse Omgevingsscan van de GGD waarop de afleesbare cumulatieve geurhinder ter plaatse van het plangebied 6-10 Ou/m3 is. Vaste afstanden Binnen 50 meter van het plangebied, dat gelegen is in het buitengebied, zijn geen veehouderijen gelegen waarvoor vaste afstanden gelden. Omdat binnen deze afstand geen sprake is van veehouderijen is geen sprake van geurhinder van bedrijven waar dieren zonder geuremissiefactor worden gehouden. Voor wat betreft dit onderdeel is spake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Achtergrondbelasting Op basis van de beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder Bernheze is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij een gecumuleerde geurbelasting tot 13 Ou/m3 bij bebouwde kom, woonkernen en nieuwe woongebieden en tot 20 Ou/m3 bij de overige gebieden. Op onderstaande afbeelding, afkomstig van de Brabantse Omgevingsscan van de GGD, is zichtbaar dat de achtergrondbelasting ter hoogte van het plangebied 6-10 Ou/m3 bedraagt.

Voldaan wordt aan de norm zoals opgenomen in de beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder Bernheze die voor onderhavige locatie geldt (20OU/m3). Ter plaatse is ingevolge de beleidsregel sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het initiatief.

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

56

4.12 Milieueffectrapportage (M.e.r.) Beleidskader Op grond van het Besluit milieueffectrapportage, mede in relatie tot bijlage III bij de EEGrichtlijn milieu-effectbeoordeling, moet voor bepaalde projecten een m.e.r. worden gemaakt of een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Met een m.e.r. worden vooraf de milieugevolgen van een besluit in beeld gebracht. Of en wat aan de orde is blijkt uit bijlage C en D van het belsuit m.e.r. Op 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r. gewijzigd in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Het maakt daarvoor niet uit of het een activiteit onder of boven de D-drempel betreft. Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU. Voor elke aanvraag moet, als de activiteit voorkomt in bijlage D van het besluit m.e.r.: - door de initiatiefnemer onderzocht worden in hoeverre er aanleiding is voor het doen van een m.e.r.-beoordeling; - het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen.

Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; - de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Consequenties Onderzocht is of een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Het realiseren van woningen valt in beginsel onder onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. (en komt daarmee voor in de bijlagen). Aangezien het gaat om het realiseren van slechts twee woningen, wordt dit op basis van jurisprudentie niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. en is de ontwikkeling niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. Conclusie Voor dit initiatief hoeft op grond van de Wet milieubeheer geen milieueffectrapport te worden gemaakt. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling.

Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat ong (tegenover 34) Heesch’ – 30 juli 2024

57

4.13 Volksgezondheid Gezondheid is in de ruimtelijke ordening steeds meer een thema. Er is echter geen specifieke wet- en regelgeving dan wel beleidskader voor het meenemen van het aspect gezondheid in bestemmingsplannen of andere ruimtelijke besluiten. Van belang is dat een ruimtelijk besluit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Hiervoor is het belangrijk dat ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling sprake is van een goed woon- en leefklimaat en bedrijven en dergelijke door een ruimtelijke ontwikkeling niet in hun belangen/ bedrijfsvoering geschaad worden. In dit bestemmingsplan zijn diverse thema’s die van invloed zijn hierop en daarmee mogelijk ook op de gezondheid aan de orde gekomen. Aspecten die nog niet aan bod zijn gekomen, maar mogelijk wel van invloed zijn op de gezondheid van mens, dier en natuur komen in deze paragraaf nog aan de orde. Geitenhouderijen Binnen een straal van 2 km rondom het plangebied zijn geen geitenhouderij(en) aanwezig. Pluimvee- en varkenshouderijen Binnen 1 km van het plangebied zijn geen pluimveehouderij(en) gelegen. Het plangebied is niet binnen 250 meter van overige veehouderijen gelegen. Spuitzones In de omgeving van het plangebied liggen geen gronden waarbij sprake is van een spuitzone.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=29a846c3-145e-4cad-b5d3-ea2998baa609