CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting, herstelbesluit BP Oude Torenweg ong. in Nistelrode

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 24 juni 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Herstelbesluit Oude Torenweg ongenummerd Nistelrode16.457 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

27

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE wordt de werkwijze en de randvoorwaarden van het onderzoek vastgelegd. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Dit selectieadvies betekent nog niet dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Bernheze), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het rapport is beoordeeld op 20-02-2023 door de adviseur archeologie […] van het Monumentenhuis Brabant, waarbij is ingestemd met het advies om een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven uit te voeren.” Het uitgevoerde bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (KSP projectnummer 23021, d.d. 3 maart 2023) is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

Archeologie,

Als uitwerking hierop is tevens een Programma van Eisen (PvE) opgesteld, op basis waarvan proefsleuvenonderzoek heeft plaatsgevonden. Tijdens dit proefsleuvenonderzoek bleek er geen sprake te zijn van een behoudenswaardige vindplaats. Naar aanleiding hiervan is geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling. Door Monumentenhuis Brabant is tevens geadviseerd op basis hiervan het plangebied vrij te geven voor de voorziene planontwikkeling. Het advies van Monumentenhuis Brabant is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Ter plaatse van het plangebied is de dubbelbestemming voor archeologische verwachtingswaarde dan ook komen te vervallen.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

28

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

5.

MILIEUASPECTEN

5.1 Bodemkwaliteit Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient te zijn aangetoond dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie. Het belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreinigingen geen onaanvaardbare risico’s opleveren voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Ter plaatse van het plangebied is door Archimil B.V. reeds verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Navolgende conclusies en aanbevelingen komen voort uit het uitgevoerde onderzoek: “Het onderzoek heeft betrekking op het terrein gelegen aan de Oude Torenweg ong. te Nistelrode. Het doel van een verkennend bodemonderzoek is door een relatief geringe inspanning een inzicht te verkrijgen van de bodemgesteldheid. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: 1. 2. 3. 4.

De sporen puinhoudende grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) is marginaal verontreinigd met nikkel (1,02x achtergrondwaarden) De humeuze grond uit de boven- en onderlaag (0-1 m-mv) is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. Het grondwater is sterk verontreinigd met minerale olie en licht verontreinigd met barium, zink en naftaleen. De herkomst van het sterk verhoogde gehalte minerale olie is onbekend. De hypothese niet-verdachte locatie kan voor de boven- en ondergrond worden aangenomen en dient voor het grondwater te worden verworpen op basis van de onderzoeksresultaten.

Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij het volgende op: 1.

2.

3.

4.

5.

Wij adviseren om het grondwater te laten herbemonsteren en het gehalte minerale olie te verifiëren. Op basis van deze aanvullende analyseresultaten kan worden bekeken of er eventuele vervolgstappen ondernomen dienen te worden. Wij achten het vooralsnog niet raadzaam om zonder aanvullend onderzoek of verdere afspraken omtrent de aangetroffen verontreiniging over te gaan tot aan- of verkoop van de onderzochte locatie. Ons inziens behoeven er voor het overige, op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld te worden aan toekomstige bouwactiviteiten op of aan- of verkoop van de onderzochte locatie. De marginale verhoging met zink in de bovengrond vormt geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek conform de Circulaire Bodemsanering [8]. De aanwezigheid van deze verhoging vormt, gezien de concentratie, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen bezwaar. Gelet op de aangetroffen concentratie aan minerale olie in het grondwater dient volgens de Circulaire Interventiewaarden Bodemsanering een nader onderzoek naar herkomst en

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

29

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

6.

7.

verspreiding te worden ingesteld. Aangezien direct contact met het grondwater niet te verwachten is blijft het risico uit oogpunt van volksgezondheid en milieuhygiëne beperkt. Aangezien direct contact met het grondwater niet te verwachten is blijft het risico uit oogpunt van volksgezondheid en milieuhygiëne beperkt. Het is echter raadzaam om geen freatisch grondwater te gebruiken voor consumptieve doeleinden, zoals het besproeien van gewassen en/of drenken van dieren. Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.”

De rapportage (Archimil BV, rapport C230014.004/PHE, d.d. 15 mei 2023) is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

5.2 Water 5.2.1

Inleiding

Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt mogelijke negatieve invloeden van het initiatief inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Aa en Maas. De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van afvalwater dat afkomstig is van huizen en bedrijven. Huiseigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor de aansluiting op het riool. Vanaf dit aansluitpunt neemt de gemeente de verantwoordelijkheid over. De gemeente is ook verantwoordelijk voor de zorg voor het overtollige regenwater en grondwater.

5.2.2 5.2.2.1

Beleidskader Principes Waterschap Aa en Maas

Het Waterschap Aa en Maas hanteert navolgende principes: - gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater; - doorlopen van de afwegingsstappen: ‘hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer’; - hydrologisch neutraal bouwen; - water als kans; - meervoudig ruimtegebruik; - voorkomen van vervuiling; - wateroverlastvrij bestemmen; - waterschapsbelangen.

5.2.2.2

Waterbeheerplan 2022-2027

Op 19 november 2021 is het waterbeheerplan van Waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

30

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd.

In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: - schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; - de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; - de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; - de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen.

5.2.2.3

Keur

De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Het plangebied is niet gelegen binnen een keurbeschermingsgebied of attentiegebied.

5.2.2.4

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen

De drie Brabantse waterschappen hanteren dezelfde uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

31

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², toename van een verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10.000 m² en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m². Op basis van de Keur en deze beleidsregel wordt geen compensatie vereist voor plannen met een toename van verhard oppervlak van minder dan 500 m². Het hemelwater afkomstig van het toegenomen verhard oppervlak mag naar bestaand oppervlaktewater worden afgevoerd. Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat.

5.2.2.5

Gemeentelijk waterbeleid

In verband met voorkomende wateroverlast binnen de gemeente Bernheze wordt door de gemeente Bernheze eveneens een compensatie verlangd voor het bergen van hemelwater bij een nieuw verhard oppervlak met een omvang van minder dan 500 m². De bergingsbehoefte wordt daarbij bepaald op basis van 60 mm per m² toevoeging verharding.

5.2.3

Waterparagraaf

Ter plaatse van het plangebied wordt een nieuw verhard oppervlak verwacht van circa 700 m², bestaande uit hoofdgebouw (vijf rijwoningen) en bijbehorende bergingen. Met een norm van 60 mm te bergen hemelwater per m² verharding geldt ter plaatse een bergingsopgave van 42 m³. Er wordt zorggedragen voor realisatie van deze waterberging direct aansluitend op het plangebied. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand. De GHG ter plaatse bedraagt tussen de 140 en 160 centimeter beneden maaiveld, waarmee voldoende ruimte bestaat voor hemelwaterinfiltratie. Vóór de beoogde woningen, ten westen van het plangebied, wordt een wadi beoogd. Op navolgende stedenbouwkundige schets is de ligging van de beoogde wadi weergegeven.

Figuur 13: Stedenbouwkundige schets met daarop de ligging van de beoogde wadi weergegeven

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

32

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

Deze wadi wordt gerealiseerd binnen de vigerende groenbestemming. Daartoe worden thans bestemmingsplanmatig de mogelijkheden geboden. Bij de aanleg van de parkeerplaatsen dient eveneens de bergingseis te worden toegepast. Daartoe kan worden gewerkt met een greppel, eveneens binnen de groenbestemming. Bij het uiteindelijke bouwplan dient tevens rekening te worden gehouden met het bouwpeil. Om wateroverlast te voorkomen dient dit ten minste 20 centimeter hoger te liggen dan het omliggende terrein.

5.2.4

Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater

Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt etcetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. In de nieuwe situatie wordt alleen het huishoudelijk afvalwater geloosd op de riolering. Het schoon hemelwater wordt afgekoppeld en wordt overwegend geïnfiltreerd in de bodem. Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

5.2.5

Huishoudelijk afvalwater

Slechts het huishoudelijk afvalwater mag worden geloosd op de riolering. Aangesloten kan worden op de bestaande riolering. Met de toevoeging van vijf sociale huurwoningen worden geen problemen verwacht met betrekking tot de rioolhuishouding.

5.3 Geluid 5.3.1

Wegverkeerslawaai

Bij de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke woonfuncties is het noodzakelijk inzicht te verkrijgen in de mogelijke geluidshinder in het kader van de Wet geluidhinder. Langs alle wegen, woonerven en wegen met een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur daargelaten, zijn geluidzones aanwezig waarbinnen de geluidhinder getoetst dient te worden. Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom, waar een snelheidsregime geldt van 30 kilometer per uur. Verondersteld kan worden dat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

5.3.2

Industrielawaai en spoorweglawaai

Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

33

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluidproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe. In de omgeving van het plangebied is geen sprake van spoorweglawaai. In de omgeving is ook geen sprake van grote lawaaimakers. Wel bevindt zich in de direct nabijheid van het plangebied een transformatorhuisje, welke mogelijk geluid produceert. Niet voldaan wordt aan de in de VNG-brochure aangegeven richtafstand van 30 meter tussen transformatorhuisje en plangebied. Het aspect geluid is hierbij de maatgevende factor. Derhalve is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidemissie afkomstig van deze nutsvoorziening. Hieruit blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ter plaatse van de gevels niet voldoet aan de geluidgrenswaarde van stap 2 uit de VNG-publicatie, zijnde 45 dB(A) etmaalwaarde. Door de noordelijke gevel als dove gevel uit te voeren kan wel worden voldaan aan de gestelde eisen. Bij toepassing van standaard bouwmaterialen zoals een spouwmuur en HR++ glas kan tevens een aanvaardbaar binnenniveau worden gegarandeerd.

Deze aanbeveling wordt overgenomen door de gemeente en is opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Daarmee kan worden geconcludeerd dat de toekomstige situatie inpasbaar wordt geacht. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De onderzoeksrapportage (Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu, rapportnummer ROM230014.002.002/JME, d.d. 26 januari 2024) is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

5.4 Geur 5.4.1

Inleiding

In het kader van een goede ruimtelijke ordening bestaat de toets in het kader van geur uit twee aspecten. Ten eerste dient te worden aangetoond dat binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ten tweede dient te worden aangetoond dat veehouderijbedrijven door de ontwikkeling niet onevenredig in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad. De Wet geurhinder en veehouderij vormt het toetsingskader voor vergunningverlening bij een agrarisch bedrijf als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft onder andere normen voor de voor- en achtergrondbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object, bijvoorbeeld een woning. Indirect heeft de Wet geurhinder en veehouderij hiermee consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten. Een geurnorm beoogt namelijk mensen te beschermen tegen overmatige geurhinder. Omgekeerd moet een bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat mensen zichtzelf blootstellen aan die overmatige hinder, bijvoorbeeld door zich in de directe nabijheid van een veehouderij te vestigen.

5.4.2

Gemeentelijke geurverordening

Ter uitwerking van de eerder vastgestelde gemeentelijke geurverordening heeft de gemeenteraad op 1 november 2021 de ‘Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Bernheze 2021’ vastgesteld. Het gemeentelijk beleid heeft betrekking op het beschermen van burgers tegen geurhinder, daarbij veehouderijen niet onnodig beperken en het mogelijk maken van gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

34

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

In de beleidsregel is opgenomen dat als de achtergrondbelasting geclassificeerd kan worden als ‘voldoende’ er dan vanuit het deelaspect ‘cumulatieve geurhinder uit stallen van veehouderijen’ geen belemmeringen zijn om mee te werken aan een ruimtelijk initiatief. Bij vergunningverlening bij agrarische bedrijven geldt voor de voorgrondbelasting een geurnorm van 3 ouE/m³ voor bestaande woongebieden. De gemeenteraad heeft een geurnorm van 8 ouE/m³ vastgesteld voor bestaande bedrijventerreinen in de bebouwde kom, extensiveringsgebieden rondom kernen, extensiveringsgebieden natuur en woonwerkontwikkelingsgebieden. Voor overige gebieden geldt een geurnorm van 10 ouE/m³. Voor bebouwingsconcentraties in verwevingsgebieden is opgenomen dat artikel 4 van toepassing is verklaard. In dit artikel is een vaste afstand opgenomen die in acht moet worden genomen van 50 meter binnen de bebouwde kom respectievelijk 25 meter buiten de bebouwde kom voor veehouderijen waar dieren worden gehouden waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld. Voor het plangebied geldt derhalve een norm van 3 ouE/m³ in het kader van vergunningverlening voor agrarische bedrijven.

5.4.3

Veehouderijen in de omgeving

In de omgeving van het plangebied zijn geen veehouderijbedrijven gevestigd. De meest dicht bij het plangebied gelegen veehouderij is gelegen op een afstand van ruim 650 meter ten oosten hiervan. Op zodanig grote afstand zijn veehouderijen afzonderlijk niet relevant en worden dan ook niet nader toegelicht.

5.4.4

Woon- en leefklimaat

Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dichtst bij het geurgevoelige object is gelegen. Daar de meest dicht bij het plangebied gelegen veehouderij is gelegen op circa 650 meter kan worden verondersteld dat de voorgrondbelasting verwaarloosbaar zal zijn. Gesteld kan dan ook worden dat ter plaatse van het plangebied de achtergrondbelasting bepalend zal zijn voor het woonen leefklimaat. De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. Door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) is een kaart met de indicatieve achtergrondbelasting (peildatum maart 2022) gepubliceerd. Een uitsnede van deze kaart is navolgend opgenomen, waarbij het plangebied met een zwarte cirkel is aangeduid.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

35

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

Figuur 14: Achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied en de omgeving

Ter plaatse van het plangebied is sprake van een indicatieve achtergrondbelasting van 0-3 oue/m³. Op grond hiervan kan worden gesteld dat sprake is van een zeer goed woon- en leefklimaat. Conform de gemeentelijke verordening voor de fysieke leefomgeving kan worden gesteld dat er geen belemmeringen zijn om mee te werken aan onderhavig initiatief.

5.4.5

Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven

Herontwikkeling van het plangebied mag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen niet belemmeren. Tussen omliggende veehouderijen en het plangebied is reeds een groot aantal geurgevoelige objecten gelegen. Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom van Nistelrode, waarmee de beoogde woningen ook niet dichter tot veehouderijen worden gesitueerd dan reeds bestaande woningen. Deze veehouderijen worden door de beoogde herontwikkeling dan ook niet meer in de ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd dan in de huidige situatie reeds het geval is.

5.5 Gezondheid 5.5.1

Endotoxinen

De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

36

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

advieswaarde kan ervan uitgegaan worden dat de gezondheid van omwonenden van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. De meest dicht bij het plangebied gelegen veehouderij bevindt zich op een afstand van circa 650 meter. Het plangebied is niet gelegen binnen een endotoxinecontour van veehouderijen. Het aspect endotoxinen vormt geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling.

5.5.2

Geitenhouderijen

Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans dan gemiddeld hebben op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot twee kilometer is er sprake van een vergroot risico. Binnen een straal van 2 kilometer vanuit het plangebied zijn geen geitenbedrijven gevestigd. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering.

5.5.3

Stappenplan bij realisatie van nieuwe woningen

In de Handreiking veehouderij en volksgezondheid is tevens een stappenplan opgenomen waaraan getoetst dient te worden bij de wijziging van een bestemmingsplan voor realisatie van (een) nieuwe woning(en) in de buurt van een of meerdere veehouderijen. Navolgend wordt getoetst aan het stappenplan. Hierin wordt nagegaan of er aandachtspunten worden gevonden in het kader van gezondheid en of advies ingewonnen dient te worden bij de GGD. Stap 1 In stap 1 wordt alle informatie verzameld over de mogelijke risico’s van omliggende veehouderijen voor de gezondheid van toekomstige bewoners van de geplande woningen. In de paragrafen 5.4 en 5.5.1 zijn alle veehouderijen in de omgeving getoetst aan het aspect endotoxine. Het plangebied is niet gelegen binnen een endotoxinecontour. Ook is op basis van geurhinder sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Geen risico’s worden verwacht van omliggende veehouderijen. Stap 2 In stap 2 wordt in kaart gebracht wat de planologische ruimte en de milieuruimte is in het plangebied. Onderzocht dient ook te worden welke percelen in en bij het plangebied de bestemming ‘bedrijf’ of ‘agrarisch’ hebben en of mogelijkheden bestaan voor uitbreiding. Binnen het plangebied is geen sprake van milieuruimte. In de omgeving van het plangebied is ook geen uitbreiding van bedrijven voorzien waarmee rekening gehouden dient te worden.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

37

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

Stap 3 In stap 3 wordt beoordeeld of gezondheidsrisico’s voor de toekomstige bewoners te verwachten zijn. Er zijn grofweg twee uitkomsten mogelijk (zie stap 4a en 4b): Stap 4a Zijn er wel gezondheidsrisico’s te verwachten voor de bewoners, dan moet een nadere afweging gemaakt worden van de risico's en mogelijke oplossingen (stap 5). Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van een geitenhouderij, is niet gelegen binnen een endotoxinecontour en ook op basis van het aspect ‘geur’ kan worden gesteld dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Derhalve kan worden gesteld dat geen gezondheidsrisico’s te verwachten zijn. Stap 5 is dan ook niet van toepassing. Stap 4b Als er geen gezondheidsrisico’s te verwachten zijn, is sprake van een goed woon- en leefklimaat bij de toekomstige woningen wat betreft risico’s voor de gezondheid. Stap 7 is dan ook van toepassing. Stap 5 Als er wel gezondheidsrisico’s te verwachten zijn voor de toekomstige bewoners, dan dient onderzocht te worden wat mogelijke oplossing zijn via het ruimtelijk spoor. Het plangebied is niet gelegen binnen een contour van 2 kilometer vanuit een geitenbedrijf (stap 5a). Het plangebied is ook niet gelegen binnen de contour van 500 meter vanuit een pluimveebedrijf (stap 5b) en ook niet binnen 250 meter vanuit overige veehouderijbedrijven (stap 5c). Dit aspect vormt geen probleem.

Stap 6 In stap 6 wordt beoordeeld of veehouders niet onevenredig in de belangen worden geschaad. Dat is in onderhavige situatie niet het geval. Dit aspect is nog nader toegelicht in paragraaf 5.4.5. Stap 7 In stap 7 wordt een positief dan wel negatief besluit genomen door het bevoegd gezag. Uit de doorlopen stappen kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Niemand wordt onevenredig in de belangen geschaad. Gesteld kan dan ook worden dat op grond van het aspect ‘gezondheid’ het plan mogelijk is. Advies van de GGD wordt niet noodzakelijk geacht.

5.5.4

Gewasbeschermingsmiddelen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor spuitzones in verband met het risico’s voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

38

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

In de nabijheid van het plangebied is geen sprake van teelt van gewassen waarop gewasbeschermingsmiddelen (kunnen) worden toegepast. Dit aspect is niet aan de orde bij dit bestemmingsplan.

5.6 Bedrijven en milieuzonering Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking Bedrijven en Milieuzonering. Deze lijst geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In deze lijst worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. Deze richtafstanden gelden tussen enerzijds de grens van een bedrijfsbestemming en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De omgeving van het plangebied kan worden gezien als zijnde ‘rustige woonwijk’. Agrarische bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied is reeds toegelicht in paragraaf 5.4. In de omgeving van het plangebied is ook een aantal niet-agrarische bedrijven gevestigd:

-

Direct grenzend aan het plangebied is een nutsvoorziening aanwezig. Dit betreft een transformatorhuisje met een vermogen van minder dan 10 MVA. Navolgend is een foto weergegeven van dit transformatorhuisje in de huidige situatie,.

Figuur 15: Transformatorhuisje naast het plangebied

Conform de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering betreft dit een bedrijf in de milieucategorie 2, waarvoor in een rustige woonwijk een richtafstand geldt van 30 meter. Aan deze richtafstand wordt niet voldaan. De factor geluid is maatgevend voor deze richtafstand. Derhalve is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar dit transformatorhuisje. Met gebruikmaking van een dove gevel, kan worden voldaan aan de geluidnormen. Dit aspect is nader toegelicht in paragraaf 5.3.2 van deze toelichting.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

39

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

-

-

Op een afstand van circa 11 meter tot het plangebied is tevens een speeltuintje gelegen. Dit komt niet voor in de lijst van bedrijven en milieuzonering. Gezien de leefbaarheid in de omgeving is een speeltuintje wel gewenst, maar kan sporadisch geluid produceren. Dit is niet meetbaar. Verondersteld wordt dat volstaan kan worden met een afstand van 11 meter waarmee geen hinder ontstaat ter plaatse van de beoogde woningen binnen het plangebied. Op een afstand van circa 165 meter is een recreatiebestemming gevestigd ten behoeve van het gilde met schietinrichting. Op 19 mei 2008 is hier een milieuvergunning verleend. Hieruit blijkt dat voor wat betreft ‘veiligheid’ een afstand geldt van 10 meter rondom een schutsboom en bij kruis- en handboogschieten 20 meter rondom de schutsboom. Ook het aspect ‘geluid’ is destijds beoordeeld met een akoestisch onderzoek, waaruit bleek dat geen sprake zou zijn van geluidoverlast op omliggende gevoelige functies. Ten tijde van verlening van de milieuvergunning was de meest dicht bij het gilde gelegen woning gelegen op een afstand van 75 meter. Daarmee is destijds derhalve rekening gehouden in het kader van Bedrijven en Milieuzonering. Gesteld kan dan ook worden dat de beoogde herontwikkeling van het plangebied, op een afstand van 165 meter tot het gilde, geen overlast wordt verwacht.

De beoogde woningen binnen het plangebied zijn verder weg gelegen van het gilde met schietinrichting dan reeds bestaande gevoelige functies.

Het aspect Bedrijven en Milieuzonering vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling van het plangebied.

5.7 Externe veiligheid 5.7.1

Inleiding

Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt.

5.7.2

Risiconormering

In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

40

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en kent geen vaste norm, maar een oriëntatiewaarde (= ‘1’). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer.

In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Bron

Wanneer groepsrisicoverantwoording?

Inrichtingen (Bevi) Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Buisleidingen

Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan

(Bevb)

met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.

Weg, spoorweg off Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan binnenwater (Bevt) met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 3) personen zich buiten de 200 meter-zone bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Tabel 1: Tabel met verantwoordingsplicht groepsrisico's

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

41

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

Overige wet- en regelgeving Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimteijke ordening’ (artikel 3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit, Barro, effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstation’, etc.

5.7.3

Gemeentelijke beleidskader

De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid. Deze visie is in 2008 vastgesteld voor de toenmalige gemeenten Lith, Maasdonk, Bernheze en Landerd. In deze visie wordt invulling gegeven aan de omgang met externe veiligheidsaspecten binnen de gemeente Bernheze. De beleidsvisie bevat geen gebiedstypering of uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden voor de verantwoording van het groepsrisico.

5.7.4 5.7.4.1

Beoordeling van het plangebied Inleiding

Navolgend is een uitsnede weergegeven van de risicokaart, waarop het plangebied is aangeduid in de zwarte cirkel.

Figuur 16: Uitsnede Risicokaart (Bron: Atlas leefomgeving)

5.7.4.2

Risicovolle inrichtingen

In de omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig die vallen onder het Bevi. Het aspect inrichtingen vormen geen belemmering voor herontwikkeling van het plangebied.

5.7.4.3

Wegtransport

De dichtst bij het plangebied gelegen weg waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt is de Rijksweg A50. De A50 knooppunt Paalgraven-Zeeland, wegvak B80, ligt op circa 230 meter afstand van het plangebied. Over deze transportweg worden onder andere gevaarlijke stoffen uit de categorie VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

42

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

GF3, LT1, LT2 en GT4 vervoerd. GF3 heeft een invloedsgebied van 355 meter. LT1 heeft een invloedsgebied van 730 meter. LT2 heeft een invloedsgebied van 880 meter. GT4 heeft een invloedsgebied van >4.000 meter. Omdat het plangebied niet binnen 200 meter van de transportroute afligt kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico voor de scenario’s van een toxische wolk en een BLEVE. Dit wordt verderop nader toegelicht.

5.7.4.4

Buisleidingen

Er zijn geen buisleidingen gelegen in de wijde omgeving van het plangebied. Dit aspect leidt niet tot belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

5.7.4.5

Luchtvaart, spoorwegen en waterwegen

Er zijn vanuit luchtvaart geen belemmeringen voor herbestemming van het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn geen waterwegen of spoorwegen gelegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Deze aspecten hebben geen invloed op dit plan.

5.7.4.6

Hoogspanningslijnen

Op een afstand van circa 500 meter ten oosten van het plangebied is een 150 kV hoogspanningslijn aanwezig. Deze lijn heeft aan weerszijden een indicatieve magneetveldzone van 60 meter. het plangebied valt ruim buiten deze zone.

5.7.5

Verantwoording van het groepsrisico (beperkt) toxisch

Vanwege de ligging van de planlocatie in het invloedsgebied van een risicobron waarvan een toxische wolk het maatgevende scenario is, dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij is de Veiligheidsregio om advies gevraagd. Het advies is verwerkt in de verantwoording. Scenario(‘s) Het relevante scenario voor het plangebied i.r.t. het transport van gevaarlijke stoffen is het overdrijven van een toxische wolk. Door bijvoorbeeld een incident tijdens de verlading of door een mechanische impact op de tank ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreidt. De kans op een dergelijk ongeval is bijzonder klein. De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof. Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

43

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied. Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren? Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaatsvinden. Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang, dat het plangebied: - goed te alarmeren is; - goed te schuilen is; - goed te ontvluchten is. Alarmering In geval van een calamiteit zal NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen.

Schuilmogelijkheden Schuilen in de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit met het scenario toxische wolk te overleven. Schuilen voor een toxische wolk is mogelijk binnen de bebouwing op de planlocatie. Om veilig schuilen binnen de bebouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen te voldoen. Als gevolg van energieprestatie-eisen zijn nieuwe woningen goed geïsoleerd en bieden daarom een goede bescherming. Eventuele aanwezige ventilatieopeningen moeten afgesloten kunnen worden. Vluchtmogelijkheden Mocht vluchten noodzakelijk zijn, dan is het plangebied naar meerdere zijden te ontvluchten. Ontvluchten kan in alle gevallen van de risicobron af. Conclusie De beschreven maatregelen resulteren in een aanvaardbaar restrisico voor het scenario van een toxische wolk. De Veiligheidsregio ziet geen reden tot het geven van een nader advies ten aanzien van de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid van een ramp op de wegen.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

44

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

5.7.6

Verantwoording van het groepsrisico (beperkte) BLEVE

Vanwege de ligging van de planlocatie in het invloedsgebied van een risicobron waarvan een BLEVE ("boiling liquid expanding vapour explosion" (kokendevloeistof-gasexpansie-explosie)) het maatgevende scenario is, dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij is de Veiligheidsregio om advies gevraagd. Het advies is verwerkt in de verantwoording. Scenario(‘s) Een BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de tank doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tank. Propaan komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Het plangebied ligt op circa 230 Meter. Het invloedsgebied strekt zich uit tot 355 meter voor GF3. De ernst van de effecten van een BLEVE nemen bij een afstand van >200 meter sterk af en blijven beperkt tot herstelbare schade en niet levensbedreigende verwondingen. Vanwege deze reden kan volstaan worden met deze standaard verantwoording van het groepsrisico. Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit De bestrijdbaarheid van een BLEVE is matig. Propaan wordt vervoerd in niet- geïsoleerde tankwagens. Als gevolg van externe hittestraling kan deze na ca.12 minuten ontploffen. De brandweer zal om deze reden defensief optreden en zich richten op het ontruimen van de omgeving. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als slecht beoordeeld.

De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied. Mogelijkheden zelfredzaamheid Voor de scenario BLEVE is vluchten het beste handelingsperspectief. Dit betekent dat aanwezigen op tijd gealarmeerd en geïnstrueerd moeten worden en er voldoende vluchtwegen van de risicobron aflopend aanwezig moeten zijn. Nabij het plangebied kan van de risicobron af gevlucht worden. De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Conclusie De Veiligheidsregio adviseert om de volgende maatregelen te nemen om de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid in het plangebied te verhogen. Informeer de initiatiefnemers c.q. de toekomstige bewoners actief over het aanwezige risico en handelingsperspectief. Deze informatie kan worden meegenomen in het besluit om zich op deze locatie te vestigen.

Hiermee wordt in optimale vorm invulling gegeven aan het risicobewustzijn vanen het nemen van een eigen verantwoordelijkheid door de burger. Deze informatie zorgt er ook voor dat

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

45

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

de bewoners op het moment dat een incident plaats vindt direct weten hoe te handelen, dit heeft een positieve invloed op de mate van zelfredzaamheid.

5.8 Luchtkwaliteit 5.8.1

Inleiding

Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: 1. beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en; 2. voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer.

5.8.2

Uitstoot van schadelijke stoffen

De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma. Binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. Aangezien dit bestemmingsplan enkel voorziet in de realisatie van 5 sociale huurwoningen, kan worden gesteld dat dit plan valt onder het begrip ‘niet in betekenende mate’ en de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht in het kader van de Wet luchtkwaliteit.

Niettemin dient ter plaatse van het plangebied wel sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van luchtkwaliteit.

5.8.3 5.8.3.1

Blootstelling aan verontreiniging Inleiding

In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging.

5.8.3.2

Fijnstof

De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof: de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde . de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

46

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 voor het plangebied en de directe omgeving weer. Het plangebied is weergegeven in de zwarte cirkel.

Figuur 17: Fijnstof PM10 2020 (Bron: Atlas Leefomgeving)

Figuur 18: Fijnstof PM2,5 2020 (Bron: Atlas Leefomgeving)

Voor het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 16-18 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 9-10 µg/m³. Hiermee is sprake van een goed woon- en leefklimaat in het kader van fijnstof.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

47

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

5.8.3.3

Stikstof

De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide: de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³. Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO2 ter plaatse van het plangebied en directe omgeving weer. Het plangebied is weergegeven in de zwarte cirkel.

Figuur 19: Stikstofdioxide NO2 2020 (Bron: Atlas Leefomgeving)

Binnen het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie NO2 van 12-14 µg/m³. Hiermee is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat in het kader van stikstofdioxide.

5.8.3.4

Besluit gevoelige bestemmingen

Het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) beperkt de vestiging van ‘gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en Rijkswegen. Het besluit richt zich op bescherming van mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Dit zijn vooral kinderen, ouderen en zieken. Het plan voorziet niet in de realisatie van een gevoelige bestemming en hoeft dan ook niet te worden getoetst aan het besluit.

5.9 Milieueffectrapportage 5.9.1

Inleiding

De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (“m.e.r.“) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een MER te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarde dient een MER te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

48

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

Europese Hof en het daarop aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een MER nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden (vergewisplicht). In het Besluit m.e.r. staan alle activiteiten opgenomen waarvoor een milieueffectrapportage (MER), m.e.r.- beoordelingsplicht of vormvrije-mer noodzakelijk is. In deze mer-beoordeling worden de milieugevolgen van het plan in beeld gebracht. Als gevolg van de herziening van de m.e.r. richtlijn is nu wettelijk verankerd dat verzachtende maatregelen mogen worden meegenomen in de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling. Er is namelijk vastgelegd dat het bevoegd gezag deze nadrukkelijk dient te beschouwen in de beslissing. Dit biedt dus de kans om reeds in een vroeg stadium maatregelen, die effecten kunnen wegnemen, te betrekken in de effectbeoordeling.

5.9.2

Toets aan drempelwaarden

Op grond van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage dient een MER te worden opgesteld bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen met een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen dan wel de realisatie van een bedrijfsvloeroppervlakte met een omvang van meer dan 200.000 m². De beoogde ontwikkeling binnen het plangebied overschrijdt deze drempelwaarden niet.

5.9.3

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Op basis van de criteria die genoemd zijn in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling wordt voor de beoogde ontwikkeling geen vormvrije m.e.r.- beoordeling uitgevoerd. Uit deze toelichting blijkt dat de beoogde ontwikkeling zeer kleinschalig van aard is en geen aantasting van milieu en omgeving met zich meebrengt, waardoor geen MER dient te worden opgesteld. De Raad van State heeft geoordeeld dat enkele woningen geen stedelijk ontwikkelingsproject betreft waarmee geen mer-aanmeldnotitie noodzakelijk is.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

49

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

6.

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

6.1 Inleiding Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Deze toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar biedt een overzicht van de onderzoeksresultaten en planmotivatie. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.

6.2 Verbeelding Op de verbeelding, die bestaat uit één kaartblad, zijn de bestemmingen en aanduidingen van de gronden in het plangebied aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen is terug te vinden in de regels. Een aantal gegevens heeft juridisch gezien geen betekenis en is alleen op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van die kaart (bijvoorbeeld kadastrale of topografische gegevens).

6.3 Regels In de regels staan regels voor het gebruik van gronden binnen de bestemming in het plangebied en voor het oprichten en gebruiken van bebouwing op die gronden. De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen); De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen); Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels); Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels). Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Specifieke gebruiksregels; Afwijking van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het aanleggen. De specifieke afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en de toegankelijkheid van het bestemmingsplan bevorderd.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

50

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

6.4 Toelichting op de bestemmingen 6.4.1

Tuin

De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij de woningen binnen de bestemming ‘Wonen’.

6.4.2

Verkeer

De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen en straten, wandel- en fietspaden, parkeer-, groen- en speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen. Ter plaatse mag niet worden gebouwd.

6.4.3

Wonen

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor maximaal 5 aaneengebouwde woningen. Gebouwd dient te worden binnen het ‘bouwvlak’.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

51

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

7.

UITVOERBAARHEID

7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.1.1

Kostenverhaal

De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in ruimtelijk plan. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van één of meer woningen en/of de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Er is geen exploitatieplan nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd en geen locatie-eisen (aan openbare weg of woningcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. De gemeente is zelf initiatiefnemer en eigenaar van de grond en kan de gemeente de door haar gemaakte kosten (deels) in de verkoopprijs van bouwrijpe kavels verdisconteren. Voor het meerdere heeft de gemeenteraad middels haar besluit van 6 oktober 2022 de benodigde middelen beschikbaar gesteld. Het kostenverhaal is derhalve ‘anderszins verzekerd’. Het opstellen van een exploitatieplan is voor deze ontwikkeling niet vereist.

7.1.2

Gemeentelijke grondexploitatie

Uit de gemeentelijke grondexploitatie volgt dat voldoende middelen aanwezig zijn om de voorgenomen ontwikkeling te kunnen realiseren. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is hiermee aangetoond.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Dit bestemmingsplan wordt conform de wettelijke vereisten kenbaar gemaakt, waarna het plan of onderdelen van dit plan kunnen worden heroverwogen.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

52

Bestemmingsplan ‘Oude Torenweg ong. Nistelrode’ - Toelichting

8.

PROCEDURE

8.1 Overleg Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van de bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Dit bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg besproken met de provincie en het waterschap. Beide partijen hebben te kennen gegeven akkoord te zijn met de beoogde herontwikkeling. Naar aanleiding van het gevoerde vooroverleg is onderhavig plan niet inhoudelijk gewijzigd.

8.2 Omgevingsdialoog Door de gemeente Bernheze is in 2022-2023 een uitgebreide omgevingsdialoog gevoerd. Omwonenden zijn betrokken bij dit bestemmingsplan. Betreffende documenten aangaande de gevoerde dialoog zijn als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

8.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 12 oktober 2023 voor een termijn van zes weken ter inzage gelegen voor de zienswijzentermijn. Gedurende de inzagetermijn is een aantal zienswijzen ingediend. Voor de inhoud van deze zienswijzen en of deze al dan niet hebben geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan, wordt verwezen naar de Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen, welke als bijlage bij deze toelichting is gevoegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=4972a286-ffef-42bb-a548-e6ed6154911e