Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
32
Door de aanwezigheid van de stofcategorie GT4 dient het groepsrisico berekend te worden. Deze berekening is uitgevoerd voor de ontwikkeling ‘Zwarte Molen 2 Nistelrode’, welke als bijlage 4 bij deze toelichting is gevoegd. Uit die berekening blijkt dat na realisatie van het planvoornemen het groepsrisico toeneemt. Het groepsrisico blijft echter wel onder de oriëntatiewaarde. Gezien deze uitkomst – voor 180 woningen op vergelijkbare afstand van de A50 – die nog steeds relevant is, is het niet zinvol om voor onderhavig planvoornemen een vergelijkbare berekening uit te voeren. Omdat het plangebied binnen het invloedsgebied is gelegen, is een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk waarbij ingegaan wordt op de mogelijke scenario’s. Deze verantwoording hieronder opgenomen. Verantwoording groepsrisico Mogelijke scenario’s •
•
BLEVE (Boiled Liquid Expanding Vapour Explosion) als gevolg van een incident waarbij een tankwagen met LPG is betrokken. Een BLEVE bestaat uit een vuurbal en een drukgolf. Slachtoffers vallen door de warmtestraling en de drukgolf, alsmede door rondvliegende brokstukken en glasscherven die zware schade kunnen aanbrengen aan gebouwen en personen. Een warme BLEVE treedt op bij een externe brand, een koude BLEVE treedt op wanneer de tank bezwijkt door mechanische oorzaak. Het optredende effect en het moment van exploderen is afhankelijk van de inhoud van de tank. Incident met toxische stoffen. Door een incident met een tankwagen met toxische vloeistof scheurt de tankwand. Een groot deel van de van de toxische vloeistof stroomt in korte tijd uit. De toxische vloeistof vormt een plas. De toxische damp wordt meegevoerd door de wind.
Bestrijdbaarheid BLEVE scenario Bestrijding van een dreigende BLEVE vereist een goede bereikbaarheid en veel bluswater bedoeld voor het koelen van de tank. Bij voldoende koeling zal een BLEVE worden voorkomen. Hiervoor wordt (vanwege de snelheid die is geboden) gebruikt gemaakt van primaire bluswatervoorzieningen (in het voertuig aanwezige water en brandkranen op het openbaar waterleidingnet).
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
33
Noodzakelijk voor het voorkomen van een BLEVE is: • • • •
tijdige aankomst brandweer; tijdige bereikbaarheid tankwagen; tijdige bereikbaarheid bluswater; inzet waterkanonnen voor tweezijdige koeling tankwagen.
Indien de BLEVE niet voorkomen kan worden, is het relevant dat er voldoende bluswatervoorzieningen zijn en dat het gebied tweezijdig toegankelijk is. Dit is in onderhavige situatie het geval. Toxisch scenario Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. Bij het ineens vrijkomen van de gehele inhoud van de tank, zal deze effectbestrijding lastig te realiseren zijn. De mogelijkheden voor slachtofferreductie worden bepaald op basis van de mogelijkheden om de vergiftiging te behandelen. Slachtofferreductie is ook mogelijk door snelle ontruiming/evacuatie. Het niet of korter blootstellen aan een toxische stof zal het aantal slachtoffers verminderen. De bron is tweezijdig bereikbaar. Het plangebied is vanaf meerdere zijden goed bereikbaar/ er kan van de bron af gevlucht worden.
Zelfredzaamheid BLEVE scenario Bij het scenario van een koude BLEVE zal er geen tijd beschikbaar zijn voor zelfredding. Bij een warme BLEVE is er mogelijk beperkte vluchttijd. Gezien deze korte tijd zijn er geen mogelijkheden tot evacuatie. Daarom zullen de personen op eigen kracht het gebied moeten ontvluchten in geval van een incident. De maatregelen ter bevordering van de zelfredzaamheid zullen daarom in de planologische, organisatorische en bouwkundige sfeer moeten worden gezocht. Maatregelen aan de bron liggen niet binnen het bereik van dit bestemmingsplan. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan uit schuilen en ontvluchten. Op een afstand groter dan 150 meter is bij een BLEVE het schuilen in een gebouw vaak de beste manier om de calamiteit te overleven. Met name de ruimten die buiten het bereik van rondvliegend glas liggen zijn als veilige plekken aan te merken. De woning in het plangebied ligt op meer dan 150 meter van een eventuele BLEVE. Er kan geschuild worden in de woning.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
34
Na afloop van een BLEVE kan het beste worden gevlucht, om secundaire branden te vermijden. Vluchtroutes moeten personen direct van de calamiteit wegleiden. Voor het plangebied geldt dat er voldoende vluchtwegen van de bron af aanwezig zijn om het plangebied in geval van calamiteit zo snel mogelijk te kunnen ontvluchten. Geadviseerd wordt om bij de realisatie van de nieuwbouwwijk rekening te houden met de aspecten om de zelfredzaamheid te vergroten waaronder het informeren van toekomstige bewoners over de ongevalscenario’s en hoe te handelen. Toxisch scenario Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof. Of mensen daadwerkelijk komen te overlijden is afhankelijk van de dosis, die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie waaraan de persoon is blootgesteld. Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van een incident op de A50 is te schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden (safe-haven-principe). Bij voorkeur wordt de woning uitgerust met voorzieningen waarmee toxische stoffen kunnen worden buitengesloten, zoals uitschakelbare mechanische ventilatie en luchtdicht afsluitbare gevelelementen. Dit is aan de orde. Voor hulpverleningsdiensten is het van belang dat aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden.
Dit kan met behulp van het zogenaamde waarschuwingsen alarmeringssysteem (WAS). Het WAS-netwerk is dekkend voor het plangebied. Het gebruik van WAS, eventueel aangevuld met het gebruik van SMS-alert kan eraan bijdragen dat het aantal slachtoffers wordt beperkt. Het plangebied is, vanuit de A50 bezien, gunstig gelegen ten opzichte van de meest voorkomende windrichting in Nederland (uit het zuidwesten). Advies veiligheidsregio In onderhavige situatie kan volstaan worden met het standaardadvies dat door de Veiligheidsregio is opgesteld. De conclusie van dat advies luidt als volgt: “Er bestaat vanuit extern veiligheidsoogpunt geen bezwaar tegen de gewenste ontwikkeling. De veiligheidsregio ziet geen reden tot het geven van een nader advies ten aanzien van de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid van een ramp op de wegen.” Aanvaardbaarheid toename groepsrisio De A50 heeft geen plaatsgebonden risicocontour. Het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan leidt tot een toename van het groepsrisico, maar het groepsrisico ter plaatse van het plangebied overschrijdt de oriëntatiewaarde niet en blijft nog steeds onder 0,1 keer de oriëntatiewaarde. De gemeente Bernheze dient verantwoording af te leggen bij verandering van het groepsrisico.
Gezien het advies van de veiligheidsregio en doordat de bestrijdbaarheid en de zelfredzaamheid voldoende is acht de gemeente Bernheze de verandering van het groepsrisico aanvaardbaar. Conclusie Het planvoornemen past binnen de kaders van de landelijke wet- en regelgeving alsook binnen de kaders van de gemeentelijke beleidsvisie ten aanzien van het aspect ‘Externe veiligheid’. De verandering van het groepsrisico is aanvaardbaar. Vanuit het oogpunt van
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
35
externe veiligheid bestaat er derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling binnen het plangebied. 4.7 Natuur Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd. De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. De wet regelt ook de jacht in ons land.
Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied. Voor dergelijke schadelijke activiteiten kan alleen een vergunning worden verleend als er geen alternatief is en als het gaat om een dwingende reden van groot openbaar belang. De kokkelvisserij in de Waddenzee is nu bijvoorbeeld verboden. Er kon namelijk niet worden aangetoond dat er géén schade zou ontstaan aan de natuur, en er was geen van de andere redenen aanwezig om toch een vergunning te verlenen. De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen voor het natuurnetwerk Nederland en verleent hen de bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen. De Minister van Economische Zaken kan daarnaast op grond van de wet nationale parken aanwijzen die vooral een educatieve en communicatieve functie hebben. De voormalige beschermde natuurmonumenten zijn met bijbehorende doelen opgeheven met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
36
Consequenties Soortbescherming Voor onderhavige ontwikkeling is door Buro Maerlant een quickscan flora- en fauna uitgevoerd. De rapportage is bijgevoegd als bijlage 5 bij deze toelichting. De conclusie van het onderzoek is als volgt. “Soorten In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden: » Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd). Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Advies Doordat er een kans bestaat dat broedende vogels aanwezig zijn nabij randen van het plangebied, wordt aanbevolen preventief rekening te houden met de broedperiode en werkzaamheden met zwaar materieel (grondwerk bijvoorbeeld) uit te voeren buiten het broedseizoen: na half juli en vóór half maart. Indien is vastgesteld, dat geen nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels, dat leidt tot het permanent verlaten van een nest, is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan.” Gebiedsbescherming Binnen 10 kilometer van het plangebied zijn geen Natura 2000 gebieden gelegen. Er is geen verwachte stikstofdepositie.
In het kader van de Wet natuurbescherming moet onderzocht worden of de bouw en het gebruik van deze woning leidt tot extra stikstofdepositie op overbelaste Natura 2000-gebieden. De gemeente heeft op 17 maart 2020 een nieuwe voorlopige werkwijze Aanpak Stikstof vastgesteld. Deze aanpak geeft aan dat voor woningbouw onder de 50 woningen, gasloos, op 7 km van een Natura2000 gebied en op zandgrond geen berekening hoeft worden aangeleverd. Zij baseert zich hierbij op de Handreiking woningbouw en AERIUS van de Rijksoverheid. Hieruit blijkt dat tot 50 woningen voor zowel de realisatie- als gebruiksfase geen stikstofdepositie verwacht wordt. Deze locatie voldoet aan deze criteria. Bomen Langs het Loo, direct voor het plangebied (binnen de invloedssfeer van de ontwikkeling) zijn laanbomen aanwezig. De afbeelding hieronder geeft deze met een witte pijl erbij weer.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
37
De initiatiefnemer mag deze bomen met het planvoornemen of tijdens de realisatie ervan niet schaden. Het planvoornemen zelf schaadt de bomen niet, de inrit wordt tussen de bomen in gepositioneerd. Voor wat betreft de realisatie van het planvoornemen moet de initiatiefnemer zich houden aan de regels die gelden voor ‘werken rondom bomen’. Conclusies De ontwikkeling van onderhavig plan zal geen nadelige invloed hebben op flora en fauna (soorten) op de locatie en de toestand van flora en fauna in de directe omgeving. De ontwikkeling leidt niet tot effecten op nabijgelegen Natura-2000 gebieden. Voor wat betreft het aspect gebiedsbescherming is geen sprake van strijdigheid met de Wet natuurbescherming. Bomen rondom het plangebied worden door het initiatief niet geschaad, tijdens de bouw moet rekening worden gehouden met de regels die gelden voor ‘werken rondom bomen’. 4.8 Kabels en leidingen Naar verwachting zijn in de directe omgeving van de projectlocatie geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de nieuwbouw. In het vigerende bestemmingsplan worden geen kabels- en leidingen beschermd. Mochten er grondwerkzaamheden plaats gaan vinden dan zal te zijner tijd voorafgaand aan de werkzaamheden een KLIC-melding opgevraagd moeten worden bij de betrokken netwerk-/leidingbeheerders.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
38
4.9 Luchtkwaliteit Beleidskader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In het besluit NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m³ NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, infrastructuur, kantoor- en woningbouwlocaties en activiteiten of handelingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook indien aannemelijk gemaakt kan worden dat een gepland project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Voor woningen wordt hierbij een ondergrens van 1500 woningen aangehouden voor locaties waarbij sprake is van één ontsluitingsweg. Consequenties Het planvoornemen bestaat uit het toevoegen van één nieuwe vrijstaande woning. Derhalve kan dit plan gezien worden als een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Op basis van de GCN-kaarten is getoetst of ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Dat is het geval. Zie onderstaande uitsneden van de GCN-kaarten.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
39
Hieronder is de PM10-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 16,44 (lichtblauw, gridcelwaarde onder 18).
Hieronder is de PM2,5-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 9,32 (lichtblauw, gridcelwaarde onder 10).
Hieronder is de NO2-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 13,54 (lichtblauw, gridcelwaarde tussen 10 en 15).
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
40
Conclusie Het onderhavige plan heeft geen nadelige invloed op de luchtkwaliteit omdat het niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, daarnaast is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmerende factor. 4.10 Water Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater. De gemeente dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Aa en Maas, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer van regionale wateren. Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. Waterbeheerplan 2016-2021 In het Waterbeheerplan (WBP) beschrijft het waterschap Aa en Maas haar doelstellingen voor de periode 2016 – 2021 en de wijze waarop deze doelstellingen bereikt moeten worden.
Hiermee geeft het waterschap invulling aan de verplichting vanuit de Waterwet en de Verordening water Noord- Brabant om een waterbeheerplan op te stellen.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
41
In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende programma’s: • • • • •
Veilig en bewoonbaar; Voldoende water en robuust watersysteem; Schoon water; Gezond en natuurlijk water; Het leveren van maatschappelijke meerwaarde
Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebodsen verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. De waterschap maakt bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote (toename verhard oppervlak groter dan 10.000 m2) en kleine plannen (toename verhard oppervlak tussen de tussen de 500 m2 en 10.000 m2). Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Dit heeft ertoe geleid dat voor kleine plannen kan worden volstaan met het toepassen van een eenvoudige rekenregel voor het bepalen van de compensatie-eis. Voor plannen met een toename van het verharde oppervlak minder dan 500 m2 geldt geen compensatie-eis. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied.
Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Beleid gemeente Bernheze In het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ staat omschreven dat de gemeente Bernheze een - niet-verplichtende - verwachting uitspreekt dat inwoners van de gemeente hemelwater zoveel mogelijk zelf opvangen en bergen. De gemeente Bernheze heeft geen meer specifieke beleidsregels omtrent de verwerking van hemelwater. De hydrologische uitgangspunten van de Brabantse waterschappen zoals bovenstaand omschreven worden door de gemeente Bernheze in principe nageleefd maar zijn niet leidend; de gemeente Bernheze is het bevoegde gezag aangaande het verwerken van hemelwater. De ondergrens van de toename van het verharde oppervlak met 500 m2, waarbij volgens de Keur van de Brabantse waterschappen geen compensatie noodzakelijk wordt geacht, wordt door de gemeente Bernheze bijvoorbeeld niet gehanteerd. In Bernheze geldt dat bij (her)ontwikkeling in de vorm van ver- of nieuwbouw het gehele plan aan 60 mm berging dient te voldoen. Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
42
Compensatie-eis In de Keur van de Brabantse Waterschappen is als compensatie-eis 60 mm vastgesteld (hoeveelheid in mm die ‘overblijft’ en die geborgen moet worden binnen 24 uur), waarbij is uitgegaan van de vastgestelde afgeronde gemiddelde maatgevende afvoer van 1,0 l/s/ha en met aftrekposten zoals berging op straat en berging in het riool. In de Algemene Regel is tevens een gevoeligheidsfactor voor de compensatie-eis opgenomen. Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Volgens tabel 2 in de Keur is sprake van een gevoeligheidsfactor van 1; dit houdt in dat de waarde van 60 mm van de compensatie-eis voor onderhavige onderzoekslocatie volgens de keur ongewijzigd blijft. Voor een toename van het verhard oppervlak bij kleine plannen kan volgens de Keur de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met de compensatie-eis (60 mm) en de gevoeligheidsfactor. Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m3). Wanneer de vereiste compensatie berekend is, kan een voorziening ontworpen en nader uitgewerkt worden.
De rekenregel is als volgt: Toename verhard oppervlak (m2) * 0,06 (m) * Gevoeligheidsfactor = 3 Benodigde compensatie (m ) Consequenties Door Nipa Milieutechniek is een rapport ‘Omgang met hemelwater, Loo 5 te Nistelrode’ gemaakt. Het rapport is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage ..). In dit rapport wordt ingegaan op het van toepassing zijnde beleid in relatie tot het bouwplan (hemelwateropgave) en de technische mogelijkheden die de locatie biedt om hiermee om te gaan (hemelwateroplossing). De samenvatting en conclusies van het rapport zijn als volgt. “In dit onderzoek is gekeken naar de wijze waarop met hemelwater kan worden omgegaan bij de ontwikkeling van één vrijstaande woning aan de locatie Loo 5 te Nistelrode. Het vermogen van de onderliggende bodem om water op te nemen is blijkens het infiltratieonderzoek van Nipa Milieutechniek BV matig. De k-waarde is bij alle twee de uitgevoerde proeven ca 0,3 m/dag. Door de lage waarde van de GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand) is er geen negatieve invloed op de grondwaterstroming. De locatie moet tenminste 25 cm worden opgehoogd om te voorkomen dat de woning onderloopt in een periode van extreme regen.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
43
In de bergingsopgave kan worden voorzien door: 1. Het aanleggen van een bovengrondse infiltratievoorziening met een oppervlakte van 30 m² en een diepte van 0,3 m; of 2. De aan te brengen ophooglaag te gebruiken als bergingsvoorziening. Het water moet hier dan met bovengrondse grindstroken of met een infiltratieriool worden ingevoerd; of 3. Door met steenwolblokken (omgeven door worteldoek) een ondergrondse infiltratievoorziening te maken. Deze voorziening moet boven de GHG worden aangelegd en ook tenminste 9 m³ water kunnen bevatten. Materialen die in contact kunnen komen met regenwater mogen niet uitlogen.” Alle maatregelen zullen voorafgaand aan de realisatie moeten worden voorgelegd aan en goedgekeurd door de gemeente. Dit zal worden gedaan bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Bouwen’. Conclusie Het waterschap adviseert positief over onderhavig plan. Zowel via www.dewatertoets.nl (bijlage 6 bij deze toelichting) als via de reactie die zij schriftelijk via het vooroverleg op het plan hebben gegeven. De reactie van het waterschap houdt in dat ze geen inhoudelijke opmerkingen op het plan hebben. Ook wordt voldaan aan de door de gemeente gestelde aanvullende eisen. Uit deze waterparagraaf blijkt dat het initiatief geen nadelige gevolgen heeft voor de waterhuishouding ter plaatse. 4.11
Geur Beleidskader Belangrijkste voorwaarden voor de ontwikkeling van geurgevoelige bebouwing in de omgeving van veehouderijen is dat voor de (toekomstige) bewoners een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat andere belanghebbenden (veehouders en derden) niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Op grond van de vervallen brochure Veehouderij en Hinderwet en circulaire Veehouderij en Stankhinder was sprake van stankcirkels waarbinnen, volgens constante jurisprudentie, geen stankgevoelige bebouwing mocht worden gebouwd. Deze regeling is in 2007 opgevolgd door de Wet geurhinder en veehouderij. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) in werking getreden. Deze wet biedt de gemeente de mogelijkheid om een eigen geurhinderbeleid op te stellen. Door de gemeente Bernheze is in 2013 de beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder Bernheze vastgesteld. Consequenties
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
44
Voor wat betreft geurhinder wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgrondbelasting, vaste afstanden en de achtergrondbelasting. Deze worden hieronder ieder apart beschouwd. Voorgrondbelasting De planlocatie is ingevolgde de kaart van de “Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze 2013” aangewezen als bebouwde kom. In dit gebied geldt ten aanzien van de voorgrondbelasting een geurnorm van 8 ou/m³. Omdat er geen veehouderijen met dieren waarvoor een emissiefactor geldt in de directe omgeving liggen, wordt voldaan aan deze norm. Vaste afstanden In artikel 4 van de Wet geurhinder en veehouderij is bepaald met welke vaste afstanden rekening moet worden gehouden. De gemeente kan bij verordening bepalen om de vaste afstand te halveren. De gemeente Bernheze heeft aanvullende regels gemaakt ten aanzien daarvan. Zie artikel 4 van de verordening Geurhinder en Veehouderij Bernheze, waarin zij refereert aan de door haar aangewezen gebieden waarvoor halvering geldt. Onderhavige locatie is gelegen in de bebouwde kom met een gehalveerde vaste afstand op basis van de Wet geurhinder en veehouderij. Dat betekent dat tussen veehouderijen waarvoor een vaste afstand geldt en woningen met een afstand van 50 meter rekening moet worden gehouden. Binnen 50 meter rondom het plangebied is geen veehouderij met dieren gelegen waarvoor een vaste afstand geldt.
Achtergrondbelasting Uit de gemeentelijke kaart waarop de achtergrondbelasting in beeld is gebracht blijkt dat de beoordeling van het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied goed is (5-10 OuE/M3, 2e graads groen). Het geurgevoelige object is in dit gebied als ‘afweegbaar’ geclassificeerd ovlgens de GGD richtlijn en de Verordening ruimte Noord-
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
45
Brabant en ‘Goed’ volgens de beleidsregel Bernheze. Hieronder is een uitsnede van de kaart opgenomen, het plangebied is met een rode cirkel aangeduid.
Er zijn geen veehouderijen die door het planvoornemen in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het initiatief.
4.12
Milieueffectrapportage (M.e.r.) Beleidskader De m.e.r.-regelgeving is bedoeld om de milieuaspecten in een vroeg stadium, integraal en compleet in de plan- en besluitvorming mee te nemen. Centraal in de m.e.r.procedure staat het milieueffectrapport waarin alle milieuaspecten voor minimaal één alternatief geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Een dergelijke procedure is van toepassing bij activiteiten waarvan vaststaat dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In deze paragraaf is getoetst of sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De te beoordelen activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Naast de directe plicht tot een dergelijke procedure zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten met bijbehorende drempelwaarden aangegeven waarvoor eerst moet worden beoordeeld of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten en drempelwaarden staan benoemd in onderdeel D
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
46
van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient - als ze boven de drempelwaarde uitkomen - een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Sinds 16 mei 2017 is ook een m.e.r.-aanmeldnotitie nodig voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar die onder de drempelwaarden blijven. Er is geen ondergrens wat betreft het plan zelf meer, wat betekent dat zelfs bij een klein plan zoals de ontwikkeling van één woning een m.e.r.-aanmeldnotitie nodig is geworden. Consequenties Onderzocht is of een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling nodig is. In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven in welke gevallen voor een project een mer (beoordeling) nodig is. In overweging kan worden genomen of het initiatief een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. betreft, echter kan afgaande op jurisprudentie (201901439/1/R1) worden beoordeeld dat dit gezien de aard en de omvang van de ontwikkeling (één nieuwe woning) niet het geval is. De omvang is te klein (minder dan 12 woningen), het ruimtebeslag beperkt. Het initiatief komt gezien voorgaande motivatie niet voor in bijlage C of D van het Besluit m.e.r. en is met die reden niet m.e.r. of m.e.r.beoordelingsplichtig.
Conclusie Voor dit initiatief hoeft op grond van de Wet milieubeheer geen milieueffectrapport te worden gemaakt. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling. 4.13 Volksgezondheid Gezondheid is in de ruimtelijke ordening steeds meer een thema. Er is echter geen specifieke wet- en regelgeving dan wel beleidskader voor het meenemen van het aspect gezondheid in bestemmingsplannen of andere ruimtelijke besluiten. Van belang is dat een ruimtelijk besluit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Hiervoor is het belangrijk dat ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling sprake is van een goed woonen leefklimaat en bedrijven en dergelijke door een ruimtelijke ontwikkeling niet in hun belangen/ bedrijfsvoering geschaad worden. In dit bestemmingsplan zijn diverse thema’s die van invloed zijn hierop en daarmee mogelijk ook op de gezondheid aan de orde gekomen. Aspecten die nog niet aan bod zijn gekomen, maar mogelijk wel van invloed zijn op de gezondheid van mens, dier en natuur komen in deze paragraaf nog aan de orde. Geitenhouderijen Binnen een straal van 2 km rondom het plangebied zijn geen geitenhouderijen aanwezig. Pluimvee- en varkenshouderijen Binnen 1 km van het plangebied is één pluimveehouderijen gelegen, aan Loo 37 in Nistelrode. Het plangebied is niet binnen 250 meter van overige veehouderijen gelegen.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
47
Spuitzones In de omgeving van het plangebied (binnen 50 meter) liggen geen gronden waarbij mogelijk sprake is van een spuitzone. Advisering GGD De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Door alle zeven stappen te doorlopen en beantwoorden kan worden nagegaan of er knelpunten aan de orde zijn en het zinvol is de GGD om advies te vragen. Hieronder is aan het stappenplan getoetst. Stap 1 De ontwikkeling voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 2. Stap 2 De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor geur en/ of fijnstof en/ of ammoniak. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3a. Stap 3a Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. het wettelijk kader voor geur. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3b. Stap 3b Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. de gezondheidskundige advieswaarde. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 4. Stap 4a+b Er zijn geen veehouderijen in de buurt waar meer dan één diersoort wordt gehouden. Er zijn geen varkens- en/ of pluimveebedrijven in de buurt waarvan de afstand tussen de inrichtingsgrenzen minder dan 100 meter bedraagt.
GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 5. Stap 5a Binnen een afstand van 2 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten zijn geen geitenhouderijen gelegen. Dit leidt niet tot GGD-advies. Binnen een afstand van 1 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten is een pluimveebedrijf gelegen, namelijk aan Loo 37 in Nistelrode. Dit leidt tot GGD-advies. Binnen een afstand van 250m van nieuwe woon- en verblijfsruimten is geen overige veehouderij gelegen. Dit leidt niet tot GGD-advies. Check of stap 6 nog tot een GGD-advies leidt. Stap 6 Er is geen sprake van mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. Dit leidt niet tot GGD-advies. Check of stap 7 nog tot een GGD-advies leidt.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
48
Stap 7 Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Dit leidt niet tot GGD-advies. De enige aanleiding voor een GGD-advies is het aspect pluimvee binnen een straal van 1 kilometer vanaf het planvoornemen. Gezien de afstand tot de pluimveehouderij bijna 1 kilometer is wordt voor onderhavig planvoornemen geen advies bij de GGD gevraagd. Conclusie Binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveebedrijf is er een verhoogd risico voor de volksgezondheid. Het plangebied ligt op circa 740 meter van het pluimveebedrijf. Daarmee verdient het een afweging of de mate van het op dit moment in algemene zin aangetoonde verhoogde risico, mede gelet op de aard, situering en het belang van het plan, toch de reële verwachting kan billijken dat een acceptabel woon- en leefklimaat in de toekomst binnen bereik is. Dit kan worden bevestigd. De gemaakte afweging steunt op volgende, in elkaar grijpende motieven. Er is sprake van een versnelde transitie in de veehouderij. De effecten zijn velerlei maar betekenen in Bernheze in ieder geval dat behalve minder veehouderijen de impact van de resterende bedrijven op de omgeving drastisch zal verbeteren. Er is sprake van allerlei innovatieve ontwikkelingen die de emissie en immissie van aan gezondheid te relateren stoffen zo niet geheel dan toch in beduidende mate zullen beperken.
Door dit toekomstperspectief is eventueel wachten met de voorliggende planontwikkeling niet opportuun en gewenst. Het sociaal-maatschappelijk belang van de met het plan beoogde woningbouw in Nistelrode is groot en is van doorslaggevende betekenis in de hierbij gemaakte afweging. Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.14
Straling Beleidskader Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is door het ministerie verder verduidelijkt in een brief van november 2008. Het advies is gebaseerd op onderzoek naar kinderleukemie in relatie tot blootstelling aan bepaalde hoeveelheden aan microtesla. Alhoewel geen sprake is van een bewezen oorzakelijk verband adviseert het ministerie gemeenten en netbeheerders om nieuwe situaties te voorkomen waarin kinderen (tot 15 jaar) langdurig (1 jaar, minimaal 14 uur per dag) worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla. Dit geldt in geval nieuwe hoogspanningslijnen worden aangelegd of nieuwe woningen/ scholen/ crèches of kinderdagverblijven worden ontwikkeld. In alle andere situaties kan de grenswaarde van 100 microTesla – internationaal gehanteerde (veilige) grenswaarde van ICNIRP (1999/519/EG) - aangehouden worden.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
49
Consequenties Onderhavig plangebied is gelegen op voldoende afstand van een hoogspanningslijn waardoor ter plaatse geen sprake is van een veldsterkte van meer dan 0,4 microTesla. Conclusie Straling vormt geen belemmering voor het initiatief.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
50
5
Toelichting, verbeelding en regels 5.1 Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding tezamen bieden het juridische kader. Voor de regels en de verbeelding is naast aansluiting bij het vigerende bestemmingsplan ‘De Kommen van Bernheze’ (vastgesteld op 1 juni 2011 door de gemeenteraad van Bernheze) ook aansluiting gezocht bij de SVBP2012. Dit betekent onder meer dat de opbouw van de regels standaard is. Bij het opstellen van de regels van dit bestemmingsplan is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de bestemmingen Tuin en Wonen van het bestemmingsplan ‘Kommen van Bernheze’. Verder zijn uit dit plan ook de relevante begrippen overgenomen, net als de wijze van meten en relevante afwijkingsbevoegdheden. 5.2 Toelichting op de regels Hoofdstuk 1: Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn de begrippen en de wijze van meten opgenomen.
Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de bestemmingen Tuin, Wonen en Waarde – Archeologie 3 opgenomen. Tuin en Wonen: Binnen deze bestemmingen is gebruik voor wonen en tuin in de vorm van een vrijstaande woningen met bijbehorend erf toegestaan. Het gaat om één woning. Het artikel bevat voorts regels ten aanzien van bouwen, kent enkele specifieke gebruiksregels en afwijkingsmogelijkheden. Waarde- archeologie 3: De dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 dient ter bescherming van archeologische waarden. Voor deze gronden geldt een onderzoeksplicht welke is gekoppeld aan een verstoringsdiepte van minimaal 40 cm en een oppervlakte van 2.500 m2. Tevens is er een vergunningstelsel gekoppeld aan deze dubbelbestemmingen. Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk staat de anti-dubbeltelregel. Daarnaast kent dit hoofdstuk een aantal algemene gebruiksbepalingen en afwijkingsmogelijkheden welke zowel van toepassing zijn op de bestemming Tuin als op de bestemming Wonen. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregel In dit hoofdstuk staat allereerst het overgangsrecht. Dit is overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening. In de slotregel is aangegeven hoe de regels moeten worden aangehaald.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
51
6
Uitvoeringsaspecten 6.1 Economische haalbaarheid Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Onderhavig bestemmingsplan is op initiatief van de gemeente Bernheze opgesteld. Het betreft hier een herstelplan in verband met een in het vigerende bestemmingsplan ontstane omissie. Deze omissie was in het ontwerpbestemmingsplan door de eigenaar van het perceel geconstateerd en gemeld, maar is – ondanks formele toezeggingen van de gemeente Bernheze – niet hersteld in het vast te stellen bestemmingsplan. Gezien de gemeente Bernheze de initiatiefnemer van dit bestemmingsplan is, is kostenverhaal op de grondeigenaar niet aan de orde. De gemeente is verantwoordelijk voor de te maken kosten als het gaat om het opstellen en in procedure brengen van onderhavig bestemmingsplan alsook eventuele planschade die hieruit voor derden voortvloeit. De kosten voor een (riool)huisaansluiting zijn wel voor de initiatiefnemer alsook de leges die aan de orde zijn voor het realiseren et cetera van de nieuwe woning. Deze kosten worden via de leges verhaald. Uit bovenstaande blijkt dat het plan economisch uitvoerbaar is en dat geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld.
6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid De ruimtelijke procedures tot en met de vergunningverlening van een omgevingsvergunning zijn door de wet geregeld. De wet regelt bijvoorbeeld dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Dit vooroverleg is ook in het kader van onderhavig plan gevoerd. De betrokken besturen en diensten hebben geen reactie gegeven die aanleiding gaf om dit bestemmingsplan aan te passen. De gemeente Bernheze kan ervoor kiezen om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Hiervoor is door de gemeente Bernheze aangaande dit plan niet gekozen, omdat het hier om een herstelplan gaat. Met die reden is direct een ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen. In deze periode is iedereen in de gelegenheid gesteld om (schriftelijk of mondeling) zijn of haar zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad kenbaar te maken. Er is door de gemeenteraad 1 zienswijze ontvangen. Deze is door de gemeenteraad via een
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
52
nota van zienswijzen beantwoord, welke is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 8). De zienswijze gaf aanleiding het bestemmingsplan aan te passen: 1. Er is een passage veranderd in paragraaf 2.3 van deze toelichting. Hier is nu opgenomen dat een nieuwe uitweg moet worden aangelegd om het plangebied te kunnen bereiken. In het ontwerpbestemmingsplan stond in deze paragraaf dat dit niet nodig was; 2. Het bouwvlak is aangepast. Aan de oostzijde is het bouwvlak verkleind en aan de westzijde is het bouwvlak vergroot. De gemeenteraad heeft dit bestemmingsplan met bovenstaande wijzigingen, gewijzigd vastgesteld.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
53
7
Bijlagen
Bijlage 1 – Geluidsonderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 2 – Onderzoek naar lichthinder veldsportcomplex Bijlage 3 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4 – Berekening groepsrisico Bijlage 5 – Quickscan flora en fauna Bijlage 6 - Resultaten www.dewatertoets.nl Bijlage 7 – Omgang met hemelwater, Loo 5 te Nistelrode Bijlage 8 – Nota van zienswijzen
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
54