Toelichting
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN ‘Loo 5, Nistelrode’
TOELICHTING 12 MAART 2022 STATUS: VASTGESTELD
Gemeente Bernheze Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’
Gegevens opdrachtgever Naam
: Gemeente Bernheze
Adres
: De Misse 6
Postcode
: 5384 BZ
Plaats
: Heesch
Gegevens adviesbureau Naam
: Pittiger in planologie
Adres
: Verwestraat 32
Postcode
: 5491 BZ
Plaats
: Sint Oedenrode
Telefoon
: 06-19743337
Internet
: www.pittiger.com
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding........................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging en begrenzing ................................................................................................................... 6 1.3 Vigerend bestemmingsplan.......................................................................................................... 8
2
Planbeschrijving ............................................................................................................................ 10 2.1 Toekomstige situatie ................................................................................................................... 10 2.2 Stedenbouw ................................................................................................................................ 10 2.3 Verkeer en parkeren ................................................................................................................... 10
3
Beleidskader .................................................................................................................................. 12 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................... 12 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 13 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 17
4.
Milieuhygiënische aspecten .......................................................................................................... 21 4.1 Algemeen .................................................................................................................................... 21 4.2 Akoestiek ..................................................................................................................................... 21 4.3 Archeologie en cultuurhistorie.................................................................................................... 23 4.4 Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................................... 27 4.5 Bodem ......................................................................................................................................... 29 4.6 Externe Veiligheid ....................................................................................................................... 30 4.7 Natuur ......................................................................................................................................... 36 4.8 Kabels en leidingen .....................................................................................................................
38 4.9 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................. 39 4.10 Water ........................................................................................................................................ 41 4.11 Geur .......................................................................................................................................... 44 4.12 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ................................................................................................ 46 4.13 Volksgezondheid ....................................................................................................................... 47 4.14 Straling ...................................................................................................................................... 49
5.
Toelichting, verbeelding en regels ................................................................................................ 51 5.1 Algemeen .................................................................................................................................... 51 5.2 Toelichting op de regels .............................................................................................................. 51
6.
Uitvoeringsaspecten ..................................................................................................................... 52 6.1 Economische haalbaarheid ......................................................................................................... 52 6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid ................................................................................ 52
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
3
7.
Bijlagen .......................................................................................................................................... 53
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
4
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Ter plaatse van de zijtuin van Loo 5 in Nistelrode was voordat het vigerende bestemmingsplan ‘De kommen van Bernheze’ in werking trad de realisatie van een vrijstaande woning mogelijk. Met de inwerkingtreding van het vigerende bestemmingsplan is deze mogelijkheid weggevallen. Bij het opstellen van het bestemmingsplan ‘De kommen van Bernheze is er voor deze locatie een inspraakreactie gekomen over het ontbreken van de mogelijkheid voor het bouwen van een woning. In de nota van inspraak is door de gemeente erkent dat dit foutief was en aangegeven dat bij het ontwerpbestemmingsplan dit recht gezet zou worden. Helaas is deze rechtzetting niet geheel juist overgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Er zijn wel bouwvlak en bouwhoogtes aangegeven conform het toen geldende regime, maar er is niet opgenomen dat er één nieuwe woning gebouwd mag worden. Dit bestemmingsplan is opgesteld deze omissie in het bestemmingsplan ‘De kommen van Bernheze’ alsnog recht te zetten. Met dit bestemmingsplan wordt ter plaatse van de zijtuin van Loo 5 in Nistelrode een vrijstaande woning toegelaten. Specifiek betreft het ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan de toevoeging van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’, waarbij één wooneenheid wordt toegevoegd. Op de locatie is al sprake van de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Ook is al een bouwvlak aanwezig.
Dit blijft – net als de toegestane goot- en bouwhoogten - onveranderd. De locatie is kadastraal bekend gemeente Bernheze, sectie F, nummer 1821 gedeeltelijk en kent een grootte van circa 435 m2. Zie hieronder een uitsnede van de kadastrale kaart.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
5
Hieronder zijn enkele foto’s waarop het plangebied zichtbaar is opgenomen.
1.2 Ligging en begrenzing Nistelrode Nistelrode ligt in het noordoosten van Noord-Brabant, grofweg gelegen tussen Oss en Uden in. Tot 1 januari 1994 was Nistelrode een zelfstandige gemeente. Deze gemeente besloeg een oppervlakte van 3.299 ha en telde twee kerkdorpen - Nistelrode en Vorstenbosch – en een gedeelte van Loosbroek. Nistelrode bestond uit de volgende wijken: Laar, Maxend, Menzel, Delst, Donzel, Kleinwijk, Weijen en Loo. Sinds 1 januari 1994 is Nistelrode één van de kernen in de landelijke gemeente Bernheze. Naast het dorp
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
6
Nistelrode, bestaat de gemeente uit de dorpen Heesch, Vorstenbosch, Loosbroek en Heeswijk-Dinther. Van de circa 30.000 inwoners die de gemeente Bernheze telt, wonen er ca. 6.000 mensen in Nistelrode. Nistelrode maakt deel uit van een reeks van oude ontginningen op de Peelhorst, die langs de Peelrandbreuk liggen. De ruimtelijke structuur van Nistelrode wordt bepaald door lintbebouwing in een noord-zuidrichting, evenwijdig aan de Peelrandbreuk. Nistelrode heeft een historisch centrum met karakteristieke driehoekige pleinen en historische bebouwing. De structuur van de uitbreidingen van Nistelrode loopt hoofdzakelijk evenwijdig aan de oude wegenstructuur. Kenmerkend voor de ruimtelijke structuur zijn de buurtschappen Menzel, Donzel, Kantje en Maxend, die met Nistelrode zijn verbonden door een aaneengesloten lint van voornamelijk agrarische bebouwing. Aan de noordzijde van de kern, tussen de woonbebouwing van de kern en de Noorderbaan (die aansluit op de A50), ligt het kleinschalige bedrijventerrein Kleinwijk. De oude wegen naar het centrum zijn voorzien van laanbeplanting, die veelal is onderbroken of versnipperd. Vanuit het buitengebied strekt het groen op een aantal locaties nog relatief ver door tot de kern. In één van deze groene lobben bevindt zich de molen. De randen van de kern hebben een verschillend karakter.
In het noorden en oosten wordt het bebouwd gebied begrensd door de Noorderbaan en de A50. Het gebied tussen de kern en de A50 is ingevuld met een sportpark en agrarische percelen. De west- en zuidrand zijn over het algemeen zacht te noemen. Ten noorden van de Noorderbaan liggen de bosgebieden van de Maashorst. In het westen en zuiden liggen agrarische gronden. De historische linten, die alle min of meer parallel aan de Peelrandbreuk lopen, hebben cultuurhistorische waarde. In de kern Nistelrode, is net als in Heesch en Heeswijk-Dinther, sprake van een centrumgebied waar voorzieningen zijn geclusterd. Nistelrode en de andere benoemde kernen zijn grotendeels zelfvoorzienend en hebben op gemeentelijk niveau een verzorgingsfunctie. Op korte afstand van de gemeentegrenzen zijn in de grotere kernen Oss, Uden en Veghel voorzieningen aanwezig die grootschaliger van aard zijn (breder en specialistisch winkelaanbod, bioscoop, theater etc.). In alle kernen van de gemeente is basisonderwijs aanwezig. Daarnaast zijn er twee scholen voor voortgezet onderwijs: het Hooghuis Lyceum in Heesch en gymnasium Bernrode in Heeswijk-Dinther. Het plangebied Het plangebied bevindt zich aan Loo 5 in Nistelrode. En wordt begrensd door de kavel behorende bij woning aan Loo 5 (ten oosten), het Loo (ten zuiden), de Oude Torenweg (ten westen) en kavel met woning aan Oude Torenweg 2 (ten noorden).
Het plangebied is bestemd voor de functies ‘Wonen’ en ‘Tuin’ en is momenteel in gebruik als zijtuin van de woning aan Loo 5. Hieronder is het plangebied op de luchtfoto met kadastrale kaart groen gearceerd en met een rood pijltje weergegeven.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
7
1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘De Kommen van Bernheze’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Bernheze d.d. 1 juni 2011. Het bestemmingsplan is onherroepelijk in werking getreden. Het plangebied heeft hierin de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’, waarbij sprake is van een bouwvlak voor bestaande vrijstaande woningen. Verder zijn aan- en bijgebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven toegestaan. Verder is op het gehele plangebied nog een dubbelbestemming in het kader van de bescherming van archeologische waarden van toepassing. Het gaat om de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 3’. Dit betekent dat zonder nader archeologisch onderzoek niet meer dan 2500m2 dieper dan 40 cm geroerd mag worden. Hieronder is een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan ter hoogte van het plangebied weergegeven. Zie het rode pijltje voor de locatie.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
8
Omdat in het vigerende bestemmingsplan geen sprake is van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ (aantal) zijn geen nieuwe hoofdgebouwen toegestaan. Om nieuwe hoofdgebouwen te kunnen realiseren is de betreffende aanduiding noodzakelijk. De aanduiding kan alleen toegevoegd worden door een herziening van het bestemmingsplan te doen. Onderhavig bestemmingsplan is daartoe opgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening. 1.4 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bevat 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de toekomstige situatie meer gedetailleerd uiteengezet. In de hoofdstukken 3 en 4 komen het beleid en de randvoorwaarden die in acht moeten worden genomen aan bod. Hoofdstuk 5 gaat in op de systematiek van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 bevat de uitvoeringsaspecten (haalbaarheid).
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
9
2 Planbeschrijving 2.1 Toekomstige situatie Het is de bedoeling dat ter plaatse van de zijtuin van Loo 5 in Nistelrode een nieuwe vrijstaande woning kan worden opgericht ter plaatse van het aanwezige bouwvlak. Met dit bestemmingsplan wordt een omissie in het vigerende bestemmingsplan hersteld. Dat betekent dat geen sprake is van een specifiek bouwplan dat mogelijk wordt gemaakt. Voor de nieuwe bebouwing gelden de uitgangspunten zoals reeds zijn opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Het gaat om een woning met een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter. De nieuw te realiseren woning moet binnen het reeds bestaande bouwvlak worden opgericht. 2.2 Stedenbouw Met dit bestemmingsplan wordt een omissie in het vigerende bestemmingsplan hersteld. Onbedoeld zijn bouwmogelijkheden wegbestemd wat hersteld moet worden. Dat betekent dat reeds eerder is beoordeeld in hoeverre een vrijstaande woning ter hoogte van de zijtuin van Loo 5 stedenbouwkundig inpasbaar is. Omdat via dit bestemmingsplan geen stedenbouwkundige wijzigingen ten opzichte van de bouwmogelijkheden die in het voorlaatste bestemmingsplan waren opgenomen worden mogelijk gemaakt, wordt het aspect stedenbouw in dit bestemmingsplan niet nader gemotiveerd. 2.3 Verkeer en parkeren Verkeer Het plangebied is direct gelegen aan het Loo, een bestaande weg.
Geen nieuwe openbare wegen hoeven aangelegd te worden om de nieuwe woning te kunnen ontsluiten. De ontsluiting van het plangebied is goed te noemen. Vanaf meerdere zijden is het plangebied bereikbaar, wat als voordelig wordt beschouwd in geval van calamiteiten. De nieuwe woning heeft een minimaal effect op de verkeersbewegingen. Er is sprake van een lichte toename. Het gaat in de nieuwe situatie om 8 extra verkeersbewegingen per dag (o.b.v. CROW: koop, huis, vrijstaand/ matig stedelijk/ rest bebouwde kom, norm voor verkeersgeneratie per woning tussen 7,8 en 8,6). De reeds aanwezige infrastructuur kan dit prima afwikkelen. Het wegprofiel is afdoende. Voor de nieuwe woning dient nog een uitweg te worden gerealiseerd, hiervoor wordt na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan een vergunning aangevraagd bij de gemeente conform de Verordening Fysieke Leefomgeving Bernheze 2021. Parkeren Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid (9 juli 2015) en de daarbij behorende parkeernormen geldt voor onderhavige ontwikkeling (meerpersoonswoning > 60m2) een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen voor auto’s. De parkeerplaatsen behoren een minimale afmeting van minimaal 2,5 x 5 meter (conform CROW) te krijgen. Hiervoor is voldoende ruimte op eigen terrein aanwezig.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
10
Voor fietsparkeren bij woningen geldt een specifieke norm van 1 fietsparkeerplaats per kamer. Het perceel is groot genoeg voor het parkeren van minimaal 4 fietsen. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat v.w.b. zowel auto- als fietsparkeren voldaan wordt aan het gemeentelijk parkeerbeleid.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
11
3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Onderhavige ontwikkeling past binnen de kaders van de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken moeten worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, de laddertoets. De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
12
Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Vervolgens moet de behoefte aan de ontwikkeling worden gemotiveerd. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt o.b.v. jurisprudentie dat vanaf 12 nieuwe woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In onderhavige situatie gaat het om het planologisch mogelijk maken (herstel van een omissie (wegbestemming) in het vigerende bestemmingsplan) van één nieuwe woning. Het planvoornemen betreft geen stedelijke ontwikkeling zoals is bedoeld in het Bro.
Om die reden hoeft de behoefte en invulling ervan – in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking - niet nader gemotiveerd te worden. Met dit bestemmingsplan wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
13
afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Onderhavig plan is niet in strijd met de Omgevingsvisie Noord-Brabant. De beleidsdoelstellingen vanuit de Omgevingsvisie Noord-Brabant worden nader uitgewerkt in een provinciale ruimtelijke verordening die instructieregels voor gemeenten bevat. Na 1 januari 2021 zal die verordening tegelijkertijd met de Omgevingsvisie in werking treden. Tot die tijd geldt de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 en de daaruit voortgevloeide Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant waaraan gemeenten zich moeten houden. Hieronder wordt op beide instrumenten nader ingegaan. 3.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben in hun vergadering van 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie RO 2010 vastgesteld. De provincie geeft in de structuurvisie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt.
Deze partiële herziening richt zich alleen op het verwerken van besluitvorming die op provinciaal niveau al heeft plaatsgehad. De grootste wijzigingen ten opzichte van de vigerende provinciale structuurvisie hebben te maken met ‘De transitie van stad en platteland, een nieuwe koers’ en met ‘Brabant als onderdeel van de top van de Europese kennis- en innovatieregio’. De provincie wil, meer dan voorheen, het denken en handelen van burgers en ondernemers vertrekpunt laten zijn voor ontwikkelingen. De overheid stuurt daarbij vanuit een heldere visie op randvoorwaarden, die burgers, ondernemers en hun organisaties invullen en realiseren. Maatschappelijke participatie wordt de focus, de overheid neemt het oplossen van maatschappelijke problemen niet over, maar ondersteunt deze. De provincie daagt burgers en ondernemers uit om bij te dragen aan een vitaal Brabant. Een onderdeel hiervan is de transitie naar een zorgvuldige veehouderij. Voor een top kennis- en innovatieregio op Europees niveau is onder andere een sterke agglomeratiekracht nodig. De provincie wil zich daarom meer gaan richten op het versterken van het stedelijk netwerk in Brabant (samen met alle overige betrokken partijen). Verder bevat de nieuwe structuurvisie zaken die de voormalige structuurvisie ook al bevatte.
Zo geeft de provincie Noord-Brabant in haar structuurvisie nog steeds de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid weer, is de visie bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie en biedt het een basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt. De visie geeft een ruimtelijke vertaling van de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Er wordt aandacht besteed aan zaken zoals concentratie van verstedelijking, zuinig ruimtegebruik, verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
14
aaneengeschakelde natuurgebieden en de concentratiegebieden voor glastuinbouw en intensieve veehouderijen. Het planvoornemen betreft een herstelopgave. In het vigerende bestemmingsplan is een eerder bestemde vrijstaande woning per ongeluk wegbestemd. Omdat het juridisch gezien om het mogelijk maken van een nieuwe woning in bestaand stedelijk gebied gaat wordt het v.w.b. het provinciale beleid als zodanig gemotiveerd. Het planvoornemen draagt bij aan het aspect ‘concentratie van verstedelijking’ en ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ doordat binnenstedelijk wordt ontwikkeld in plaats van buitenstedelijk. De beleidsdoelstellingen vanuit de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 zijn nader uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierin zijn regels gesteld waaraan gemeenten zich moeten houden bij het opstellen van bestemmingsplannen. In de paragraaf hierna wordt onderhavig initiatief aan de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant getoetst. 3.2.3 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Het beleid zoals opgenomen in de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant is door de provincie Noord-Brabant vertaald in een provinciale planologische verordening. Een instrument waarmee provincies regels stellen waaraan gemeenten zich moeten houden bij het ontwikkelen van onder andere bestemmingsplannen.
Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waaraan ze toe zijn. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant regelt diverse ruimtelijke onderwerpen, welke op perceelniveau per onderwerp zijn begrensd en visueel op een kaart met verschillende kaartlagen zijn weergegeven. Hierdoor is voor ieder gebied in Noord-Brabant duidelijk welke regels er wat betreft provinciaal ruimtelijk beleid gelden. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waaraan ze toe zijn. Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim omgevingsverordening NoordBrabant de instructieregels voor gemeenten voor de ‘Landelijke kern’. Zie de uitsnede van de kaart van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter hoogte van het plangebied (rode pijltje) hieronder.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
15
Waar het in onderhavige situatie om gaat is het herstellen van een omissie in het vigerende bestemmingsplan, waardoor een eerder bestemde nieuwe woning conform het vigerende bestemmingsplan niet meer mogelijk is te realiseren. Het gaat om een vrijstaande woning in de zijtuin van Loo 5 in Nistelrode. Hier is reeds sprake van een bouwvlak voor hoofdgebouwen, maar ontbreekt de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ (één). Omdat het juridisch gezien om een nieuwe woning gaat moet de ontwikkeling passen binnen de huidige provinciale regelgeving, zijnde de interim omgevingsverordening NoordBrabant. Hieronder wordt daarop – als zijnde een nieuwe woning (ontwikkeling) in bestaand stedelijk gebied - ingegaan. Op onderhavige situatie is artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van toepassing. In dit artikel is geregeld dat ontwikkelingen die voorzien in de functie ‘Wonen’ binnen het stedelijk gebied moeten zijn gelegen. Onderhavige ontwikkeling (stedelijk van aard) ligt in het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling moet passen in de regionale afspraken. Het college van B&W van de Bernheze heeft op 13 oktober 2015 besloten om op basis van een aantal voorwaarden ruimte te bieden aan particuliere woningbouwinitiatieven.
De ruimte inclusief de voorwaarden die de gemeente hiermee aan particulieren biedt is passend binnen de afspraken die de gemeente in het RRO heeft gemaakt. Verder is paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing. Het gaat in onderhavige situatie dan vooral om de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en voor zover het het landelijk gebied betreft ook kwaliteitsverbetering van het landschap. Met dit plan wordt met uitzondering van kwaliteitsverbetering van het landschap, omdat het een binnenstedelijke ontwikkeling betreft, hieraan invulling gegeven.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
16
Het plan is gelegen in de bebouwde kom van Nistelrode. Door hier een nieuwe vrijstaande woning toe te voegen is dergelijk ruimtebeslag niet op een uitbreidingslocatie benodigd. Het plangebied is aan alle zijden reeds ingekapseld door bestaande bebouwing. De nieuwe woning wordt energiezuinig uitgevoerd en is moet qua architectuur, vorm, massa en materiaalgebruik passend zijn in de omgeving. Onder paragraaf 3.1 ‘Rijksbeleid’ wordt nader ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Verder wordt rekening gehouden met alle van toepassing zijnde milieuaspecten, waarop in het volgende hoofdstuk nader ingegaan wordt. Op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is er in verband met het voorgenomen initiatief geen sprake van strijdigheden. Voldaan wordt aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Bernheze De Structuurvisie Bernheze die op 11 februari 2010 door de gemeenteraad van Bernheze is vastgesteld geeft een samenhangend beeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de hele gemeente tot het jaar 2015. De gemeente Bernheze bevat vijf dorpskernen: Heesch, Heeswijk-Dinther, Nistelrode, Vorstenbosch en Loosbroek. Bernheze wil een gemeente met een dorpse uitstraling blijven. Kleinschalige verstedelijking wil de gemeente niet uitsluiten, maar dient groen ingepast te zijn. Voor mensen die in de directe omgeving werken is de landelijke uitstraling van de gemeente een reden om naar een dorp te verhuizen. Bijna elk dorp heeft zijn eigen voorzieningenaanbod waardoor de afzonderlijke dorpen als zelfstandig benoemd kunnen worden. Uitbreidingen hebben vooral plaatsgevonden rondom de bestaande dorpen. Deze zijn aan de kernranden opgerekt. De komende jaren wenst de gemeente de verstedelijking te concentreren in de gebieden rondom de dorpen en op de vrijkomende percelen in de dorpen zelf (inbreiding). Hierbij is het streven gericht op kwaliteit en in mindere mate op kwantiteit. Wat betreft dorpsontwikkeling wordt ingezet op het behoud van de diversiteit van de kernen en linten. Het afwisselende karakter van kleinschalige bedrijvigheid, agrarisch gebruik en woningbouw zorgt dat het gebied dynamisch blijft.
Om te voorkomen dat zowel senioren als jongeren de gemeente verlaten, wordt ingezet op kleinschalige woningbouw met passende woningtypen. Deze kwalitatieve woningbehoefte is leidend bij de locatiekeuze. Waardevolle doorzichten naar het buitengebied dienen behouden te blijven. In eventuele nieuwe uitbreidingen komt het onderliggende landschap terug in het stedenbouwkundig ontwerp. Dit alles vraagt grote aandacht voor stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteit.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
17
Plaatselijk kan ingezet worden op de realisatie van exclusieve woonbuurten. Ook hierbij wordt het onderliggende landschap als inspiratiebron gebruikt. Het landelijk wonen nabij een verstedelijkte omgeving is een kwaliteit van de gemeente. Wat grotere uitbreidingen zijn alleen gewenst aan de westzijde van de kern Heesch. Onderhavig planvoornemen ligt in de bebouwde kom van Nistelrode. Het gaat om een kleinschalige ‘inbreiding’ met een vrijstaande woning die middels het vigerende bestemmingsplan per ongeluk is wegbestemd. Het betreft hier een herstelopgave, welke als het een nieuwe ontwikkeling zou zijn – passend is in de Structuurvisie Bernheze. 3.3.2 Volkshuisvesting Woonvisie 2016-2021 In samenwerking met onder andere woningcorporaties, huurdersorganisaties, dorpsraden, zorg- en welzijnsinstellingen heeft de gemeente Bernheze een woonvisie opgesteld. Deze is op 14 juli 2016 door de gemeenteraad van Bernheze vastgesteld. Het plan voor de komende vijf jaar is nog steeds woningen toe te voegen, maar daarbij vooral te kijken naar de woningbehoefte en de woonwensen die er zijn. In 2015 zijn de woonwensen en -behoeften van de inwoners gepeild. De uitkomsten van dit onderzoek zijn gebruikt voor het opstellen van de nieuwe woonvisie. Deze spitst zich toe op vier speerpunten: 1.
Inspelen op woonwensen, door onder andere: o maximaal 900 woningen toe te voegen aan de voorraad de komende 5 jaar; o minimaal 5% van de nieuwbouwplannen te reserveren voor CPO en vrije kavels.
2. Betaalbaar wonen, voor wie dat nodig heeft, door onder andere: o de toevoeging van 200 sociale huurwoningen; o het behouden van voldoende sociale huurwoningen voor de mensen met de laagste
inkomens. 3. Onbezorgd wonen, door onder andere: o mantelzorgmogelijkheden uit te breiden; o zorgen voor passende huisvesting voor de zorgdoelgroepen;
4. Een duurzame woningvoorraad, door onder andere: o in te zetten op een gemiddeld energielabel-B van de huurvoorraad; o bouwers te stimuleren om nu al de EPC norm 0 te hanteren.
In deze woonvisie zijn per dorp ook accenten gelegd. Voor Nistelrode zijn dit, per thema, de volgende accenten. 1. Inspelen op woonwensen o
Vergroten voorraad met 185 woningen (excl. statushouders) tussen 2016 en 2021
o
Locaties voor (C)PO-projecten aanwijzen en onder aandacht brengen
2. Betaalbaar wonen voor wie dat nodig heeft
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
18
o
Nieuwbouw van 40 sociale huurwoningen
3. Onbezorgd wonen o
Kleinschalige vormen wonen met zorg bij zorglocaties
o
Vergroten aantal levensloopgeschikte woningen (huur en koop)
Onderhavig planvoornemen is in principe onderdeel van de harde plancapaciteit. De woning was eerder namelijk formeel ‘bestemd’, maar is per ongeluk wegbestemd. De woning vormt met die reden geen onderdeel van van zowel de kwantitatieve als kwalitatieve opgave zoals benoemd in de woonvisie. Onderhavige ontwikkeling hoeft niet getoetst te worden aan de Woonvisie 2016-2021.
3.3.3 Welstandsbeleid In de gemeente Berheze zijn veel gebieden welstandsvrij. Voor enkele locaties blijft welstandstoezicht wel van toepassing. Dit geldt voor cultuurhistorische waardevolle gebieden die het bijzondere karakter van Bernheze bepalen. Er zijn in deze nota 15 gebieden aangewezen waar welstandseisen gelden. De welstandseisen zijn samengebracht in drie gebiedstypen: • • •
het agrarisch cluster; het historisch dorpscentrum; de woningbouw uit de wederopbouwperiode.
Op de afbeelding hieronder (locatie is niet gelegen in ‘rood’ of ‘groen’) is zichtbaar dat de ontwikkeling niet in één van deze welstandsgebieden ligt.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
19
Dit betekent dat de welstandscommissie de omgevingsvergunning niet toetst.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
20
4
Milieuhygiënische aspecten 4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan, zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan. 4.2 Akoestiek Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Woningen worden als geluidgevoelige objecten aangemerkt.
Consequenties Binnen het plangebied wordt een nieuwe vrijstaande woning mogelijk gemaakt. Dit is een geluidsgevoelig object. Wegverkeerslawaai Door Nipa Milieutechniek is een onderzoek uitgevoerd in verband met het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing (bijlage 1) en kent de navolgende conclusie. “De nieuwe woonbestemming is geprojecteerd in de wettelijke geluidzone (= akoestisch aandachtsgebied) van de Rijksweg A50, Loo en Hoogstraat. De woning ondervindt mogelijk ook een relevante geluidbelasting van het wegverkeer op 30 kilometer per uur weg de Oude Torenweg. Wet geluidhinder De geluidbelasting ter plaatse van de maatgevende gevels van de nieuwe woonbestemmingen vanwege het verkeer op de Rijskweg A50 inclusief de correctie ex art. 110g van de Wet geluidhinder, be- draagt ten hoogste 45 dB. Bij deze locatie wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van wegverkeerslawaai. Een hogere waarde is niet relevant.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
21
Bouwbesluit en woon- en leefklimaat Met de berekende gecumuleerde geluidbelastingen van ten hoogste 47 dB is het woonen leefklimaat in de woning zonder nader onderzoek naar de geluidwering van de gevel gewaarborgd. Evenmin is het nodig In het kader van de aanvraag bouwvergunning de vereiste karakteristieke geluidwering van de woning te toetsen.” Industrielawaai Rondom het plangebied zijn enkele functies gelegen waarvoor richtafstanden v.w.b. geluid afkomstig van deze functies ten opzichte van gevoelige functies zoals woningen gelden. Het gaat om een begraafplaats ten noorden van het plangebied en een sportpark ten zuiden van het plangebied. Voor een begraafplaats (sbi-code: 96031) geldt conform de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering voor het aspect geluid een richtafstand van 10 meter tot aan gevoelige bestemmingen zoals wonen. Deze richtafstand wordt gehaald. Sprake is van een feitelijke afstand tussen de bestemmingsvlakken ‘Wonen’ en ‘Maatschappelijk’ van 34 meter. Voor een veldsportcomplex (sbi-code: 931) geldt conform de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering voor het aspect geluid een richtafstand van 50 meter tot aan gevoelige bestemmingen zoals wonen. Deze richtafstand wordt niet gehaald. Sprake is van een feitelijke afstand tussen de bestemmingsvlakken ‘Wonen’ en ‘Sport’ van 35 meter. Toch vormt dit geen belemmering voor de ontwikkeling of het veldsportcomplex.
Het gebied waarin het plangebied is gelegen kan op basis van de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering als een ‘Gemengd gebied’ worden getypeerd. Er zijn meerdere functies naast elkaar aanwezig (wonen, sport, begraafplaats), er is sprake van een 50-km uur weg voor het plangebied langs en de A50 ligt nabij. Voor gemengde gebieden geldt dat de richtafstanden behorende bij een rustige woonwijk/ buitengebied met één afstandstrap mogen worden verlaagd. Daardoor moet rekening gehouden worden met een richtafstand van 30 meter. Deze afstand wordt gehaald. Voor het veldsportcomplex geldt dat andere woningen reeds dichterbij zijn gelegen, welke maatgevend zijn mocht het veldsportcomplex willen uitbreiden. Voor het veldsportcomplex levert de nieuwe woning geluidstechnisch gezien geen belemmering op. Industrielawaai vormt geen belemmering voor de ontwikkeling of andersom vormt de ontwikkeling geen belemmering voor nabijgelegen bedrijvigheid. Rail of luchtverkeerlawaai Er is geen onderzoek naar rail- en luchtverkeerslawaai uitgevoerd, omdat de ontwikkeling niet is gelegen in de geluidszone van een spoorweg of aanvliegroute van een vliegveld. Onderzoek hiernaar is derhalve niet nodig. Geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
22
4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie Beleidskader Sinds 1 september 2007 is de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht. In deze herziening van de Monumentenwet van 1988 zijn de uitgangspunten van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992) voor Nederland nader uitgewerkt. De belangrijkste veranderingen betreffen: • het streven naar behoud en bescherming van archeologische waarden in de bodem; • de kosten van archeologische werkzaamheden komen in principe voor rekening van de initiatiefnemer van bodemverstorende activiteiten (veroorzakerprincipe); • de archeologische monumentenzorg wordt een geïntegreerd onderdeel van het ruimtelijke ordeningsproces. De gemeente Bernheze heeft ervoor gekozen om in het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz, 2007) en de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008) een eigen gemeentelijk archeologiebeleid te formuleren. Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de "Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze" en de "Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze".
Op basis van deze documenten implementeert de gemeente Bernheze haar archeologiebeleid waarbij zij rekening houdt met de juiste balans tussen een goede omgang met het archeologisch erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen. Consequenties Volgens het archeologiebeleid van de gemeente Bernheze geldt op onderhavige locatie een middelhoge archeologische verwachting. Hierbij is archeologisch onderzoek vereist als dieper dan 0,40 meter en meer dan 2500 m2 aan verstoringsoppervlakte geldt. Zie de volgende twee uitsneden uit dit archeologiebeleid.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
23
Omdat ter plaatse van onderhavig plangebied niet verwacht wordt dat meer geroerd gaat worden dan 2500 m2 is het niet noodzakelijk een archeologisch onderzoek te overleggen. Dit betekent wel dat in dit bestemmingsplan – net zoals in het vigerende bestemmingsplan – een dubbelbestemming opgenomen wordt ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden ter plaatse. Het gaat dan om de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’. Daarbij geldt ook de zorgplicht. Mochten archeologische vondsten worden gedaan, dan moet het bevoegd gezag op de hoogte worden gebracht. 4.3.2 Cultuurhistorie Beleidskader Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De gemeente Bernheze heeft een eigen Cultuurhistoriekaart die in 2014 is vastgesteld. Consequenties Het gebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft is getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is volgens de cultuurhistorische waardenkaart gelegen in de regio Meijerij. Zie de uitsnede van de kaart hieronder.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
24
Regio Peelrand Regio Peelrand is een zwak golvend dekzandlandschap dat als een hoefijzer rond het voormalige veengebied van de Peel ligt. Door het westelijk gedeelte loopt de Peelrandbreuk, die de Centrale Slenk en de Peelhorst van elkaar scheidt. Langs de breuk vindt nog steeds beweging plaats. Aan het aardoppervlak is de breuklijn hier en daar te zien als een trede in het terrein met een hoogteverschil van enkele meters. Langs de breuklijn komt kwel aan de oppervlakte (wijst). Deze natte delen vormen het brongebied van de bovenlopen van de Aa. De oostzijde van de Peelhorst wordt eveneens door een breuk begrensd. Het noordelijke gedeelte van de Peelhorst is een vlak gebied met plaatselijk dekzandruggen en bevat een gradiëntrijke overgang naar de regio Maaskant waar kwel aan de oppervlakte komt. Het westelijke gedeelte van de Peelrand bestaat uit het open beeklandschap van de Aa. De Peelrand is een overwegend oud en gevarieerd zandlandschap met een kralensnoer van agrarische nederzettingen, akkercomplexen, weilanden en bossen. De oude dorpen liggen in een wijde boog rond het voormalige hoogveengebied. Het oude zandlandschap rond Stiphout met bolle akkers, beemden, hakhoutbosjes en -wallen is een voorbeeld van dergelijke oude ontginningen. Op verschillende plaatsen zijn in de beekdalen restanten van vloeisystemen aangetroffen.
De boeren gebruikten de randen van de Peel om hun vee te weiden, om strooisel te winnen voor de potstallen en om, op bescheiden schaal, turf te steken. In de loop van de afgelopen 1000 jaar werd er vanuit deze dorpen steeds verder geknabbeld aan de randen van het veen. Karakteristiek zijn de vele kloostercomplexen, kerken en processieparken. Tussen de oude dorpen en het Peelgebied liggen jonge ontginningen en boscomplexen uit de negentiende en twintigste eeuw. In deze randzone ontstonden nieuwe dorpen als Odiliapeel en Venhorst. Met het in cultuur nemen van deze 'woeste gronden' werd ook de waterhuishouding steeds verder gereguleerd. Bestaande beken werden rechtgetrokken en stroomopwaarts verlengd en er zijn tal van nieuwe waterlopen gegraven. Bij Mill ligt een deel van de Peel-Raamstelling, bestaande uit het Defensiekanaal, inundatieterreinen en diverse kazematten. Het westelijke gedeelte van de Peelrand is na de Tweede Wereldoorlog sterk verstedelijkt. Hier liggen grote plaatsen als Helmond, Deurne, Uden, Oss, Someren, Gemert en Heesch. Het oostelijk gedeelte van de Peelrand wordt gekenmerkt door kleine dorpen als Schaijk, Mill, Sint Anthonis en Overloon. De infrastructuur wordt hier bepaald door enkele regionale wegen. Cultuurhistorisch belang De Peelrand bestaat uit een ring van middeleeuwse dorpen op enige afstand van het voormalige veengebied van De Peel.
Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Enkele kastelen, diverse kloosters en de Peel-Raamstelling verlenen het gebied extra cultuurhistorische betekenis. Essentiële aspecten
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
25
In de regio ligt het volgende cultuurhistorische landschap van provinciaal belang: - oud zandlandschap bij Stiphout. Dragende structuren in de regio zijn: - de oude zandontginningen met akkercomplexen, beemden, broekgebieden; - de jonge heideontginningen; - de Zuid-Willemsvaart en het dal van de Aa; - de Peel-Raamstelling met Defensiekanaal; - de kloosters. Ontwikkelingsstrategie 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio. 2. De cultuurhistorische waarden van de Peelrand in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor het cultuurhistorisch landschap: ”Oud zandlandschap bij Stiphout” (ook deels in gebiedspaspoort Kempen). 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: “Peelhorst Oost”en “Dekzandeiland Asten-Deurne”. 4. Aandacht voor behoud en herstel van het voor Brabant unieke verschijnsel wijst. Dit kan door bij de inrichting en het beheer in het buitengebied rekening te houden met het aspect wijst en met de zichtbaarheid in het landschap. Onderhavige ontwikkeling brengt de geformuleerde essentiele aspecten en ontwikkelingsstrategie niet in gevaar.
In het plangebied zelf liggen verder geen rijksmonumenten en komen geen bouwkundige punten, lijnen of vlakken van enige waarde voor. Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart 2014 van de gemeente Bernheze is zichtbaar dat het plangebied is gelegen aan een oud wegtracé van redelijk hoge waarde. Zie de uistnede van de kaart hieronder, waarop de ligging van de planlocatie met een rode cirkel is aangegeven. Ten zuiden van het plangebied ligt het oude wegtracé (aangeduid met een gele lijn). De bebouwing in het plangebied wordt aan dit oude wegtracé gesitueerd. Aan het wegtracé zelf vinden met onderhavig planvoornemen geen wijzigingen plaats.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
26
4.4 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: • ter plaatse van de woning(en) een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Consequenties Rondom het plangebied is diverse bedrijvigheid gelegen. Het gaat om de navolgende functies: -
Begraafplaats (sbi-code 96031), richtafstanden voor geur 0 meter, voor stof 0 meter, voor geluid 10 meter, voor gevaar 0 meter. Veldsportcomplex (sbi-code 931), richtafstanden voor geur 0 meter, voor stof 0 meter, voor geluid 50 meter, voor gevaar 0 meter.
Op basis van de karakteristiek van de omgeving van het plangebied kan worden gesteld dat sprake is van 'gemengd gebied'. Er zijn meerdere functies naast elkaar aanwezig (wonen, sport, begraafplaats), er is sprake van een 50-km uur weg voor het plangebied langs en de A50 ligt nabij. Binnen gemengde gebieden geldt dat de richtafstanden met één afstandstrap mogen worden verlaagd. Een richtafstand van 10 meter wordt 0 meter,
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
27
30 meter wordt 10 meter en 50 meter wordt 30 meter. De afstand tussen het bestemmingsvlak ‘Wonen’ en ‘Maatschappelijk’ (begraafplaats) is 34 meter. De afstand tussen het bestemmingsvlak ‘Wonen’ en ‘Sport’ is 35 meter. Dat betekent dat voor de begraafplaats sowieso de afstanden behorende bij een rustige woonwijk/ buitengebied worden gehaald. Voor het veldsportcomplex is de afstand behorende bij een gemengd gebied aan de orde. De richtafstanden die tussen gevoelige functies en bedrijvigheid feitelijk van toepassing zijn worden gehaald. Aanvullend op bovenstaande is onderzoek uitgevoerd naar eventuele lichthinder die de nieuwe woning in het plangebied zou kunnen ervaren vanuit het veldsportcomplex dan wel of het veldsportcomplex voor wat betreft de aanwezige verlichting door de nieuwe woning wordt gehinderd. Het onderzoek is uitgevoerd door AV Consulting B.V. en is bijgevoegd als bijlage bij deze toelichting (bijlage 2). De conclusies van het onderzoek zijn als volgt. “De lichtmetingen zijn uitgevoerd conform de Richtlijn “Lichthinder” van de NSVV, januari 2017 2e herziene druk. De woonlocatie ligt in Ecologische zone 2 (E2) of 3. Voor het onder- zoek is uitgegaan van zone 2 als worst case scenario. De grenswaarde voor lichthinder is 5 lux en 7.500 Candela per armatuur voor het tijdvak dag en avond (07.00 uur – 23.00 uur). De mastarmaturen branden alleen in de avondperiode.
De lichtmetingen zijn verricht ter hoogte van geprojecteerde rooilijn van de woning op de begane grond verdieping en 1e verdieping. Bepalend zijn de sportvelden die schuin tegenover de woning liggen. Het voetbalveld en het korfbalveld aan de oost-zuidzijde zijn gemeten qua verticale verlichtingssterkte en licht- sterkte van de armaturen. Er is één armatuur waar geen reflector of verkeerde reflector op is gemonteerd (mast 05), maar dit levert geen problemen op. De lichtopbrengst van de armaturen op het sportveld tegenover de woning is gemeten in een representatieve stand ter plaatse van de geprojecteerde rooilijn zoals gegeven in figuur 2. Uit het onderzoek blijkt dat er geen overschrijdingen plaatsvinden van de grenswaarden voor lichthinder volgens de NSVV-richtlijn.” Verder geldt dat tussen de bedrijvigheid en de nieuwe woning sprake is van andere reeds gevestigde gevoelige objecten. Deze zijn maatgevend v.w.b. de uitbreidingsmogelijkheden van de bedrijvigheid. Conclusie Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omliggende bedrijvigheid wordt door het planvoornemen niet belemmerd.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
28
4.5 Bodem Beleidskader Vastgelegd is dat in ruimtelijke plannen moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Voor het betrekken van bodeminformatie bij het opstellen van bestemmingsplannen zijn enkele vragen relevant: • is er bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; • zijn er gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies; • wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers. Consequenties Ter plaatse van het perceel ten behoeve van de woningbouwontwikkeling is door Van Oort Bodemonderzoek een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 3 bij deze toelichting. Hieruit blijken de volgende conclusies. “Grond Zintuiglijk zijn tijdens de uitvoering van de boringen geen verontreinigingen, bijmengingen, afwijkingen of andere bijzonderheden waargenomen. Op basis van het laboratoriumonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: • In zowel het mengmonster van de bovengrond als het mengmonster van de ondergrond zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde geen verhoogde gehaltes waargenomen. De boven- en ondergrond zijn niet verontreinigd. De kwaliteit van de grond voldoet aan de achtergrondwaarde.
Grondwater Zintuiglijk zijn geen verontreinigingen of andere bijzonderheden waargenomen tijdens het plaatsen van de peilbuis en het bemonsteren van het grondwater. Op basis van het laboratoriumonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: • In het grondwatermonster (GRW) zijn ten opzichte van de streefwaarde geen verhoogde gehaltes gemeten. Het grondwater is niet verontreinigd. Hypothese Op basis van de onderzoeksresultaten dient de hypothese ‘niet verdacht’ te worden aangenomen. In zowel grond als grondwater zijn zintuiglijk en analytisch geen verontreinigingen aangetoond. Er is geen aanleiding tot een vervolgonderzoek.” Conclusie De gemeente Bernheze is bevoegd gezag, het onderzoeksbureau heeft slechts een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaalt dan ook of het onderzoek volstaat en/of
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
29
aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Het bevoegd gezag heeft uitgevoerde verkennende bodemonderzoek beoordeeld en heeft hiermee ingestemd. Sprake is van een voor de toekomstige functie geschikte bodemkwaliteit Bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR.
Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
30
Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb) Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)
Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.
Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. De beleidsvisie bevat geen gebiedstypering of uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden voor de verantwoording van het groepsrisico. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enz.. Consequenties Om de externe veiligheidsrisico’s voor het plangebied te inventariseren is de risicokaart geraadpleegd. Een uitsnede van de risicokaart van het plangebied en het gebied eromheen is hieronder opgenomen. Met een blauwe stip is de ligging van het plangebied aangeduid.
Bestemmingsplan ‘Loo 5, Nistelrode’ – 12 maart 2022
31
Uit de risicokaart en een beschouwing van de omgeving blijkt dat er in de directe omgeving geen inrichtingen met gevaarlijke stoffen zijn welke een invloedsgebied hebben die reikt over het plangebied. Tevens zijn er geen vaarwegen, spoorwegen of buisleidingen met een invloedsgebied over het plangebied. Het transport van gevaarlijke stoffen over de weg vormt wel een risicobron voor het plangebied. Het plangebied ligt op 280 meter van Rijksweg A50. Rijksweg A50 Op basis van het Basisnet weg kan worden geconcludeerd dat het plangebied niet is gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour van de Rijksweg A50. Een analyse van het groepsrisico horende bij rijkswegen kan worden uitgevoerd aan de hand van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART). Voor het transport van gevaarlijke stoffen over rijkswegen zijn in de handleiding vuistregels opgenomen. Voor de stof GF3 wordt een maximale effectafstand van 355 meter gehanteerd, de stof LT1 heeft een maximale effectafstand van 730 meter, de stof LT2 een maximale effectafstand van 880 meter en de stof GT4 een maximale effectafstand van > 4000 meter. Het plangebied ligt binnen de effectafstanden van deze stoffen die over de Rijksweg A50 worden vervoerd. Toetsing orientatiewaarde