CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting BP 'T Dorp 54, Heesch

Raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 't Dorp 54, Heesch" *19.953 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij De soort landbouwhuisdieren dat wordt gehouden en ook de combinatie van te houden dieren kan van invloed zijn op het eventuele risico voor de volksgezondheid. Dit heeft te maken met een mogelijk verhoogde infectiedruk en het risico van vermenging bacteriën of virussen. Indien er sprake is van het gecombineerd houden van varkens en pluimvee, of rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten) of kleine herkauwers onderling dan is advisering vanuit de GGD wenselijk in hoeverre dit voor wat betreft volksgezondheid verantwoord is. Er zijn geen veehouderijen in de buurt waar meer dan één diersoort wordt gehouden. Daarnaast zijn er geen varkensen/ of pluimveebedrijven in de buurt waarvan de afstand tussen het plangebied en de inrichtingsgrenzen minder dan 100 meter bedraagt. Veehouderijen 5a. Geitenbedrijven Uit recente bevindingen van het VGO-2 rapport (2017) blijkt dat er in een straal van 2 kilometer rondom geitenhouderijen een verhoogde incidentie op longontstekingen wordt gevonden. Hierom bedraagt de minimale afstand tussen geitenhouderijen en gevoelige bestemmingen 2 kilometer. Op de locatie Akkerveld 1 worden in totaal 20 geiten gehouden. Deze locatie is gelegen op circa 625 meter van het plangebied. Als op een locatie minder dan 50 geiten worden gehouden is sprake van het hobbymatig houden van

Vastgesteld

44

6.

7.

geiten. Aangezien op deze locatie slechts 20 geiten worden gehouden is sprake van het hobbymatig houden van geiten en niet van het bedrijfsmatig houden van geiten. Gesteld kan worden dat er geen geitenhouderijen met een omvang van meer dan 50 geiten binnen 2 kilometer van het plangebied gesitueerd. Derhalve is een advies van de GGD niet noodzakelijk. 5b. Pluimveebedrijven Uit het VGO-2 rapport (2017) blijkt dat er binnen een straal van 1 kilometer rondom één pluimveehouderij omwonenden een verhoogd risico op longontsteking hebben. Zoals uit stap 1 blijkt is de dichtstbijzijnde pluimveehouderij gelegen op 1,78 kilometer. Er zijn geen pluimveehouderijen gelegen binnen 1 kilometer van het plangebied. Ten aanzien van de beoordeling op basis van de ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden gesteld dat het plangebied is gelegen buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is dus geen sprake van een verhoogd risico. 5c. Overige veehouderijen Indien een overige veehouderij op kortere afstand ligt dan 250 meter van een bebouwde kom is het advies om een aanvullend risicobeoordeling uit te voeren. Binnen 250 meter van het plangebied zijn geen (overige) veehouderijen gelegen. Er is dus geen sprake van een verhoogd risico.

De aanwezigheid van mestbe- of verwerking Bij een veehouderij kan mestbewerking als nevenactiviteit bij het houden van de dieren aan de orde zijn. Maar het kan ook een op zichzelf staande activiteit betreffen, waar mest van meerdere veehouderijen wordt bewerkt. Er is in de nabijheid van het plangebied geen mestbewerkings- of mestverwerkingsbedrijf aanwezig. Ongerustheid bij omwonenden Indien er rond een veehouderij veel ongerustheid bestaat over het aspect volksgezondheid (gerelateerd aan de betreffende veehouderij of meerdere veehouderijen in de omgeving), dan is een advies vanuit de GGD wenselijk. Er is in de omgeving geen ongerustheid over de volksgezondheid bij omwonenden. Uit het stappenplan blijkt dat sprake is van een gezond woon- en leefklimaat en dat advies van de GGD niet nodig wordt geacht.

Spuitzones In de omgeving van het plangebied liggen geen gronden waar mogelijk sprake is van spuitzones. Het aspect spuitzones vormt geen belemmering voor het initiatief.

Vastgesteld

45

6 JURIDISCHE ASPECTEN Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: ▪ Toelichting ▪ Planregels ▪ Verbeelding Met het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aangesloten bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. De plansystematiek voldoet aan de volgende RO-standaarden 2012: ▪ Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; ▪ PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; ▪ Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012. Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Bernheze is qua systematiek aangesloten bij het meest recente bestemmingsplan voor het centrum van Heesch; “Centrum Heesch”.

6.2 Toelichting op de verbeelding De verbeelding geeft met kleuren en tekens aan welke bestemming voor de gronden geldt. De bestemming is aangegeven met een gekleurd vlak met de letters van de bestemming. Er zijn voor de gronden meerdere tekens opgenomen. Het gaat dan om aanduidingen (functie- of gebiedsaanduidingen) of dubbelbestemmingen. Voor een aanduiding of dubbelbestemming zijn in de regels specifieke bepalingen van toepassing. Uit de verbeelding kan afgeleid worden op welk gebied het bestemmingsplan betrekking heeft, omdat daarop de plangrens is aangegeven. De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1.000. De analoge verbeelding bestaat uit één plankaart met een legenda. Aan het gehele plangebied is een woonbestemming toegekend. Aan de zijde van ’t Dorp is een bouwvlak opgenomen met een diepte van 15 m, 2,5 m van de straat en 3 m van de oostelijke perceelsgrens. Tevens is aan dit bouwvlak de aanduiding ‘gestapeld’ opgenomen en daarbij de maatvoeringsaanduidingen voor het aantal woningen en de maximale goot- en bouwhoogte. Achter dit bouwvlak is een vlak opgenomen waarbinnen de beoogde bergingen met daarvoor een overkapping kunnen worden gerealiseerd. Aan de zijde van de Binnenpas is een bouwvlak opgenomen in dezelfde lijn als de naastgelegen woning, 3 m verwijderd van de zijdelingse perceelsgrenzen.

Tevens is een dit bouwvlak de aanduiding ‘twee-aaneen’ opgenomen en daarbij de maatvoeringsaanduidingen voor het aantal woningen en de maximale goot- en bouwhoogte. Tevens is binnen het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ nog steeds van toepassing.

Vastgesteld

46

6.3 Toelichting op de planregels Alle gronden binnen het plangebied hebben een bestemming. Een bestemming geeft de functie aan, die de gemeenteraad aan een gebied heeft toebedacht. Bij deze bestemmingen horen gebruiksregels. Het kan gaan om regels voor bouwen, werken en werkzaamheden, slopen en het gebruik van grond en de opstallen voor bepaalde activiteiten. De bestemming en de regels bepalen gezamenlijk welke activiteiten en handelingen zijn toegestaan. Het gevolg van het leggen van een bestemming is, dat de betreffende gronden alleen overeenkomstig deze bestemming mogen worden gebruikt. In die zin houdt een bestemming dus een inperking in van het eigendomsrecht. De bevoegdheid om bestemmingen te leggen is toegekend aan de gemeenteraad. Dit is geregeld in artikel 3.1 van de Wro. Een gemeenteraad mag niet zomaar een bestemming leggen, maar moet daarvoor vanuit het algemeen belang van een “goede ruimtelijke ordening‟ redenen hebben. Het leggen van een bestemming betekent overigens niet, dat er een verplichting bestaat voor een grondgebruiker om die bestemming te realiseren. 'Bestemming' heeft slechts een passieve betekenis: of een bestemming gerealiseerd wordt, is afhankelijk van het handelen van de rechthebbende(n) op de grond (eigenaar, huurder, pachter). Een bestemming geeft alleen aan welk handelen toegelaten is.

Daaruit kan worden afgeleid dat ander handelen niet is toegelaten. De artikelen 2.1 en 2.2 van de Wabo en enkele andere wetten verbieden het handelen in strijd met het bestemmingsplan. Om misverstanden te voorkomen wordt bij de bestemming aangegeven wat “in ieder geval‟ beschouwd moet worden als in strijd met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is een juridisch plan: de daarin opgenomen bepalingen zijn bindend voor burgers en bedrijven en voor de overheid. Bij het opstellen van de regels is zo veel mogelijk uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en het vigerende bestemmingsplan voor het centrum van Heesch; bestemmingsplan “Centrum Heesch”. De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: ▪ Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; ▪ Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hierin worden de regels voor de op de verbeelding opgenomen bestemmingen gegeven; ▪ Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelbepaling, algemene aanduidingsregels en algemene afwijkings- en wijzigingsregels; ▪ Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de verschillende bestemmingen aan te geven en maken in dit geval de bouw van de bouw van een woning mogelijk.

Hoofdstuk 1: INLEIDENDE REGELS In dit hoofdstuk worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Hoofdstuk 2: BESTEMMINGSREGELS In deze artikelen worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Tevens worden per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld. Hoofdstuk 3: ALGEMENE REGELS Deze artikelen bevatten bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in een afzonderlijke paragraaf onder te brengen. Hoofdstuk 4: SLOT- EN OVERGANGSREGELS Hier wordt omschreven welke gebouwen en gebruik vallen onder het overgangsrecht.

Vastgesteld

47

7 UITVOERBAARHEID

7.2 Economische uitvoerbaarheid Het realiseren van het appartementencomplex en de halfvrijstaande woningen geschiedt voor rekening van initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. De initiatiefnemer is zich ervan bewust dat alle kosten die gemaakt worden in of ten behoeve van de procedure en de uitvoering voor rekening van de initiatiefnemer komen. Dit betreft onder meer de kosten voor de benodigde onderzoeken, de kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan, de legeskosten die voldaan dienen te worden en eventuele planschade die door uitvoering van het bestemmingsplan optreedt. De gemeente Bernheze heeft in dat kader met initiatiefnemer een planschadeovereenkomst afgesloten, zoals bedoeld in art. 6.4a Wro. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Bernheze komt maar voor rekening van initiatiefnemer.

7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Vooroverleg In het kader van onderhavig bestemmingsplan is geen vooroverleg gevoerd. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 26 augustus t/m 6 oktober 2021 voor eenieder ter visie gelegen. Er zijn drie zienswijzen binnengekomen tegen het ontwerpbestemmingsplan. Deze zienswijzen zijn beoordeeld en de belangen van reclamanten zijn afgewogen tegen het belang dat met het bestemmingsplan wordt gediend. De zienswijzen hebben daarbij geleid tot inhoudelijke wijzigingen c.q. aanvullingen van het bestemmingsplan. Een uitgebreidere behandeling van de zienswijzen is opgenomen in het zienswijzenrapport, die als bijlage bij het bestemmingsplan is vastgesteld.

Vastgesteld

48

8 PROCEDURE De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan; ▪ Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken; ▪ Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; ▪ Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken indien zienswijzen zijn ingediend; ▪ Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling; ▪ Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; ▪ Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroeps/inwerkingtreding termijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Vastgesteld

49

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RkZKPMpZUM2N (31 juli 2020) pagina 1/6

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Bureau Leefomgeving

Schoolstraat 7, 5961EE Horst

Omschrijving

AERIUS kenmerk

't Dorp 54

RkZKPMpZUM2N

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

31 juli 2020, 10:16

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

11,71 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Oprichten appartementencomplex en twee patiowoningen

Situatie 1

RkZKPMpZUM2N (31 juli 2020) pagina 2/6

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Patio woningen Plan | Plan

-

4,33 kg/j

Appartementen Plan | Plan

-

6,66 kg/j

Verkeer appartementen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Verkeer patiowoningen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RkZKPMpZUM2N (31 juli 2020) pagina 3/6

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx

Sector

Categorie

Omschrijving

Woningen (nieuwbouw): Tweeonder-één-kap

Patiowoningen

Naam Locatie (X,Y) NOx

Sector

Categorie

Omschrijving

Woningen (nieuwbouw): Appartement

Appartementen

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Patio woningen 164796, 416395 4,33 kg/j

Eenheden Stof

Emissie

2,0 NOx

4,33 kg/j

Appartementen 164809, 416350 6,66 kg/j

Eenheden Stof

Emissie

6,0 NOx

6,66 kg/j

Verkeer appartementen 164911, 416345 < 1 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

16,5 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RkZKPMpZUM2N (31 juli 2020) pagina 4/6

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Situatie 1

Verkeer patiowoningen 164881, 416449 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

7,7 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RkZKPMpZUM2N (31 juli 2020) pagina 5/6

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200610_3aefc4c15b Database versie 2019A_20200610_3aefc4c15b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

RkZKPMpZUM2N (31 juli 2020) pagina 6/6

__________________________________________________________________________________ Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 e-mail: info@faunaconsult.nl www.faunaconsult.nl KvK Limburg 78110750 BTW nummer: NL826249255B01 __________________________________________________________________________________ Gebr. Jonkergouw Beheer BV Molenaarstraat 2 5374 GG SCHAIJK Belfeld, 12 oktober 2021

Vleermuizenonderzoek locatie ’t Dorp 54 te Heesch Door: ir. C. de Koning en ir. J.P.M. Hovens In opdracht van: Gebr. Jonkergouw Beheer BV Inleiding Gebr. Jonkergouw Beheer BV wenst de locatie ’t Dorp 54 te Heesch (zie figuur 1) te herinrichten. Hiervoor worden alle gebouwen gesloopt. Vooraf werd mogelijk geacht dat er verblijven van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger aanwezig konden zijn1. Dit rapport geeft de bevindingen van het aanvullende vleermuizenonderzoek weer. Werkwijze Het voorkomen van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied is onderzocht met behulp van een heterodyne vleermuisdetector (Pettersson D100). Hierbij werden de duur van het onderzoek, het startmoment en het aantal onderzoeksronden bepaald aan de hand van het vleermuisprotocol2, waarbij werd aangenomen dat er mogelijk verblijven van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger of ruige dwergvleermuis aanwezig waren. Van lastig te determineren soorten zijn met behulp van een time-expansion detector/recorder (Elekon Batlogger M) geluidsopnamen gemaakt, waarvan vervolgens het sonogram is geanalyseerd. Tabel 1 geeft de onderzoeksgegevens tijdens het vleermuizenonderzoek weer. Tabel 1. Onderzoeksgegevens vleermuizenonderzoek.

Datum 26-05-2021 van zonsondergang tot 2 uur daarna 18-06-2021 Van zonsondergang tot 2 uur daarna 16-08-2021 Van zonsondergang tot 3 uur daarna 05-09-2021 Van 2 uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst

Min. Weersomstandigheden Temp. 11 °C Vanaf 22.20 uur motregen, 2 Bft. 22 °C Droog, 1 Bft. 14 °C

Droog, 3 Bft.

12 °C

Droog, 2 Bft.

Naber, S.P.N., J.P.M. Hovens en C. de Koning. 2020. Quickscan Natuurwetgeving ’t Dorp 54 te Heesch. In opdracht van: Aeres Milieu. Faunaconsult, Belfeld. 2 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging. 2021. Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl. 1

1

Resultaten Zwermgedrag of in- of uitvliegende vleermuizen werden het plangebied niet waargenomen. Vleermuisverblijven zijn in het plangebied dus zeker afwezig. Iedere ronde vloog er een aantal (1 – 5) gewone dwergvleermuizen op enige afstand van het plangebied. Overige soorten werden niet waargenomen.

Figuur 1. Ligging van het plangebied (geel gearceerde bebouwing). Bron: OpenStreetMap.

Conclusies In het plangebied bevindt zich geen vleermuizenverblijf. Tijdens de sloop hoeft er daarom verder geen rekening met vleermuizen te worden gehouden.

Vleermuizenonderzoek ’t Dorp 54 te Heesch

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=4b64226b-bcc5-4c53-8d2b-d8aee44cc987