Toelichting BP Abdijstraat 31
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
30
reiken niet tot binnen het plangebied. Het invloedsgebied van stofcategorie GF3 echter wel. De toename van het groepsrisico ten gevolge van het transport van gevaarlijke stoffen over de Hoofdstraat is indicatief bepaald met behulp van de vuistregelmethodiek van de Handleiding risicoanalyse transport (HART). Hieruit blijkt dat de toename van het groepsrisico door de ontwikkeling beperkt is. Er kan dus volstaan worden met een (standaard) beperkte verantwoording van het groepsrisico. Advies veiligheidsregio In het kader van artikel 9 van het Bevt dient over deze bestemmingsplanwijziging advies bij de Veiligheidsregio aangevraagd te worden. Omgevingsdienst Brabant Noord heeft de Veiligheidsregio Brabant Noord om advies gevraagd. Op 1 december 2020 heeft de Veiligheidsregio Brabant Noord advies gegeven over deze bestemmingsplanwijziging. Het advies is bijgevoegd als bijlage 3 bij deze toelichting. Het advies van de veiligheidsregio is als volgt. “Het plangebied ligt in het invloedsgebied van de stofcategorie GF3. Het invloedsgebied bedraagt 355 meter. Het plangebied ligt op ongeveer 300 meter. Het relevante scenario bij een incident is een BLEVE. Bij een BLEVE zijn op deze afstand personen binnen de bebouwing goed beschermd en de bebouwing zal enkel lichte schade oplopen.
Een nader advies is om deze reden niet noodzakelijk.” Conclusie De beoogde plannen passen binnen de kaders van de landelijke wet- en regelgeving en past binnen de kaders van de gemeentelijke beleidsvisie ten aanzien van het aspect ‘Externe veiligheid’. Vanuit het oogpunt van externe veiligheid bestaat er derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling binnen het plangebied. 4.7 Natuur Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd. De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt.
Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren,
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
31
bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. De wet regelt ook de jacht in ons land. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied. Voor dergelijke schadelijke activiteiten kan alleen een vergunning worden verleend als er geen alternatief is en als het gaat om een dwingende reden van groot openbaar belang. De kokkelvisserij in de Waddenzee is nu bijvoorbeeld verboden. Er kon namelijk niet worden aangetoond dat er géén schade zou ontstaan aan de natuur, en er was geen van de andere redenen aanwezig om toch een vergunning te verlenen. De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen voor het natuurnetwerk Nederland en verleent hen de bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen.
De Minister van Economische Zaken kan daarnaast op grond van de wet nationale parken aanwijzen die vooral een educatieve en communicatieve functie hebben. De voormalige beschermde natuurmonumenten zijn met bijbehorende doelen opgeheven met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming. Consequenties Soortbescherming Voor onderhavige ontwikkeling is door Buro Maerlant een quickscan flora- en fauna uitgevoerd. De rapportage is bijgevoegd als bijlage 4 bij deze toelichting. De conclusie van het onderzoek is als volgt. “In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden: » Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd) nabij de randen. Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten.” Gebiedsbescherming Binnen 10 kilometer van het plangebied zijn geen Natura 2000 gebieden gelegen. Gezien de ruime afstand tot aan Natura 2000-gebieden en de kleinschalige aard van de ontwikkeling is de kans nihil dat de ontwikkeling effect heeft op enig Natura-2000 gebied.
Een Aerius-berekening voor onderhavige ontwikkeling om dit aan te tonen is niet aan de orde, omdat een appartementencomplex voor 12 appartementen ontwikkeld wordt op zandgronden op een afstand van meer dan 7 kilometer tot een Natura-2000
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
32
gebied. Uit ervaring blijkt dat in dergelijke situaties onder gemiddelde omstandigheden de stikstofdepositie onder 0,00 mol/ha/jaar is (Rijksoverheid, Handreiking woningbouw en AERIUS, januari 2020, publicatie 20400607). Bomen Langs de Abdijstraat direct voor het plangebied (binnen de invloedssfeer van de ontwikkeling) zijn twee monumentale bomen (leilindes) aanwezig. Aan de overzijde van de Abdijstraat zijn meerdere monumentale bomen aanwezig. De initiatiefnemer mag deze bomen met het initiatief of tijdens de realisatie ervan niet schaden. Het initiatief zelf schaadt de bomen niet. Voor wat betreft de realisatie van het initiatief moet de initiatiefnemer zich houden aan de regels die gelden voor ‘werken rondom bomen’. Conclusies De ontwikkeling van onderhavig plan zal geen nadelige invloed hebben op flora en fauna (soorten) op de locatie en de toestand van flora en fauna in de directe omgeving. De ontwikkeling leidt niet tot effecten op nabijgelegen Natura-2000 gebieden. Voor wat betreft het aspect gebiedsbescherming is geen sprake van strijdigheid met de Wet natuurbescherming. Bomen rondom het plangebied worden door het initiatief niet geschaad, tijdens de bouw moet rekening worden gehouden met de regels die gelden voor ‘werken rondom bomen’.
4.8 Kabels en leidingen Naar verwachting zijn in de directe omgeving van de projectlocatie geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de nieuwbouw. In het vigerende bestemmingsplan worden geen kabels- en leidingen beschermd. Mochten er grondwerkzaamheden plaats gaan vinden dan zal te zijner tijd voorafgaand aan de werkzaamheden een KLIC-melding opgevraagd moeten worden bij de betrokken netwerk-/leidingbeheerders. 4.9 Luchtkwaliteit Beleidskader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
33
In het besluit NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m³ NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, infrastructuur, kantoor- en woningbouwlocaties en activiteiten of handelingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook indien aannemelijk gemaakt kan worden dat een gepland project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Voor woningen wordt hierbij een ondergrens van 1500 woningen aangehouden voor locaties waarbij sprake is van één ontsluitingsweg. Consequenties Onderhavige planontwikkeling voorziet in de realisatie van zeven nieuwe woningen (vijf zijn reeds planologisch mogelijk, er worden er zeven toegevoegd tot een totaal van 12). Derhalve kan dit plan gezien worden als een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Op basis van de GCN-kaarten is getoetst of ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Dat is het geval. Zie onderstaande uitsnede van de GCN-kaarten.
Hieronder is de PM10-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 19,57 (lichtblauw, gridcelwaarde tussen 18 en 20).
Hieronder is de PM2,5-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 12,61 (lichtblauw, gridcelwaarde tussen 12 en 14).
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
34
Hieronder is de NO2-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 15,97 (lichtblauw, gridcelwaarde tussen 15 en 20).
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
35
Conclusie Het onderhavige plan heeft geen nadelige invloed op de luchtkwaliteit omdat het niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, daarnaast is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmerende factor. 4.10 Water Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater. De gemeente dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Aa en Maas, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer van regionale wateren. Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. Waterbeheerplan 2016-2021 In het Waterbeheerplan (WBP) beschrijft het waterschap Aa en Maas haar doelstellingen voor de periode 2016 – 2021 en de wijze waarop deze doelstellingen bereikt moeten worden.
Hiermee geeft het waterschap invulling aan de verplichting vanuit de Waterwet en de Verordening water Noord- Brabant om een waterbeheerplan op te stellen. In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende programma’s: • • • • •
Veilig en bewoonbaar; Voldoende water en robuust watersysteem; Schoon water; Gezond en natuurlijk water; Het leveren van maatschappelijke meerwaarde
Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebodsen verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
36
De waterschap maakt bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote (toename verhard oppervlak groter dan 10.000 m2) en kleine plannen (toename verhard oppervlak tussen de tussen de 500 m2 en 10.000 m2). Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Dit heeft ertoe geleid dat voor kleine plannen kan worden volstaan met het toepassen van een eenvoudige rekenregel voor het bepalen van de compensatie-eis. Voor plannen met een toename van het verharde oppervlak minder dan 500 m2 geldt geen compensatie-eis. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Beleid gemeente Bernheze In het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ staat omschreven dat de gemeente Bernheze een - niet-verplichtende - verwachting uitspreekt dat inwoners van de gemeente hemelwater zoveel mogelijk zelf opvangen en bergen. De gemeente Bernheze heeft geen meer specifieke beleidsregels omtrent de verwerking van hemelwater.
De hydrologische uitgangspunten van de Brabantse waterschappen zoals bovenstaand omschreven worden door de gemeente Bernheze in principe nageleefd maar zijn niet leidend; de gemeente Bernheze is het bevoegde gezag aangaande het verwerken van hemelwater. De ondergrens van de toename van het verharde oppervlak met 500 m2, waarbij volgens de Keur van de Brabantse waterschappen geen compensatie noodzakelijk wordt geacht, wordt door de gemeente Bernheze bijvoorbeeld niet gehanteerd. In Bernheze geldt dat bij (her)ontwikkeling in de vorm van ver- of nieuwbouw het gehele plan aan 60 mm berging dient te voldoen. Compensatie-eis In de Keur van de Brabantse Waterschappen is als compensatie-eis 60 mm vastgesteld (hoeveelheid in mm die ‘overblijft’ en die geborgen moet worden binnen 24 uur), waarbij is uitgegaan van de vastgestelde afgeronde gemiddelde maatgevende afvoer van 1,0 l/s/ha en met aftrekposten zoals berging op straat en berging in het riool. In de Algemene Regel is tevens een gevoeligheidsfactor voor de compensatie-eis opgenomen. Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig.
Volgens tabel 2 in de Keur is sprake van een gevoeligheidsfactor van 1; dit houdt in dat de waarde van 60 mm van de compensatie-eis voor onderhavige onderzoekslocatie volgens de keur ongewijzigd blijft. Voor een toename van het verhard oppervlak bij kleine plannen kan volgens de Keur de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met de compensatie-eis (60 mm) en de gevoeligheidsfactor.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
37
Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m3). Wanneer de vereiste compensatie berekend is, kan een voorziening ontworpen en nader uitgewerkt worden. De rekenregel is als volgt: Toename verhard oppervlak (m2) * 0,06 (m) * Gevoeligheidsfactor = 3 Benodigde compensatie (m ) Consequenties Digitale Watertoets De watertoets moet ervoor zorgen dat bij ruimtelijke plannen en besluiten voldoende rekening wordt gehouden met water en watervoorzieningen. Slim gebruik van water en ruimte kan de leefomgeving van mens en dier verbeteren. En het verkleint de kans op problemen zoals onvoldoende veilige dijken, wateroverlast of een slechte waterkwaliteit. Het resultaat is een ruimtelijk plan dat waterbestendig is. Waterschap Aa en maas doet een eerst toets via www.dewatertoets.nl. Daar kan voor ieder plan een vragenlijst ingevuld worden op basis waarvan direct het waterbelang wordt aangegeven. Er zijn drie mogelijke uitkomsten: 1. geen waterbelang: Er is een functiewijziging zonder relevante wateraspecten; 2. verkorte procedure: U heeft een klein plan met weinig relevante wateraspecten; 3. normale procedure: U heeft een groot plan met meerdere relevante wateraspecten. Als de uitkomst geen waterbelang of verkorte procedure is worden geen aanvullende zaken meer van de initiatiefnemer verwacht en kan het plan o.b.v. water doorgang vinden.
Als de uitkomst normale procedure is dient de waterparagraaf nader uitgewerkt te worden, overleg gevoerd te worden met het waterschap en zal het waterschap teneinde een advies uitbrengen. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is op www.dewatertoets.nl e.e.a. ingevuld. De uitkomst hiervan was als volgt: standaard waterparagraaf korte procedure. De samenvatting en watertoets zijn als bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd. Dit betekent dat het plan, met enige aanbevelingen v.w.b. het waterschap akkoord is. Gezien het waterbeleid van de gemeente Bernheze is de zaak v.w.b. de verwerking van hemel- en afvalwater na het invullen van de digitale watertoets op www.dewatertoets.nl nog niet afgedaan. Ongeacht het aantal m2’s aan verhardingstoename dient specifiek in beeld gebracht te worden wat de wateropgave is en hoe deze ingevuld wordt. Voor dit plan is de toename van het verhard oppervlak maximaal 947 m2 (appartementencomplex, bijgebouwen en erfverharding). Op basis van de in de keur gestelde compensatie-eis in samenhang met het gemeentelijke beleid dient een voorziening van 56,82 m3 (947 m2 verharding * 0,06 (m) * 1 = 56,82 m3) voor het plan aangelegd te worden. Op eigen perceel wordt een voorziening (infiltratiekratten) getroffen voor de tijdelijke berging van ten minste 56,82 m3 water dat vertraagd zal worden geinfiltreerd in de bodem, met een noodoverstort op het riool i.v.m.
hevige regenval.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
38
Deze voorziening is haalbaar. De maaiveldhoogte van het perceel is 7,40 tot 7,66 meter + NAP. De GHG ligt op circa 6,45 meter + NAP. Het perceel wordt met 0,5-0,6 meter opgehoogd, zodat de maaiveldhoogte gelijk komt te liggen met dat van de buurpercelen. Hiermee wordt het ‘badkuipeffect’ zoals op onderstaande afbeelding zichtbaar is opgelost en ontstaat ook meer ruimte tussen de ligging van de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. De voorgenomen hemelwatervoorziening (infiltratiekratten) kan o.a. hierdoor zonder problemen worden toegepast.
Met vorenstaande voorziening wordt aan de compensatie-eis i.v.m. de berging en afvoer van hemelwater voldaan. Afvalwater Het plangebied is nog niet aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel. Dit moet t.z.t. (voor rekening van de initiatiefnemer) nog gebeuren. Het is de bedoeling dat hierop alleen het afvalwater wordt geloosd alsook de overstort van de infiltratievoorziening voor het hemelwater wordt aangesloten. Voor het overige hemelwater is de infiltratievoorziening zelf bedoeld. Conclusie Het waterschap adviseert positief over onderhavig plan. Zowel via www.dewatertoets.nl als via de reactie die zij schriftelijk via het vooroverleg op het plan hebben gegeven. De reactie van het waterschap houdt in dat ze geen inhoudelijke opmerkingen op het plan hebben. Ook wordt voldaan aan de door de gemeente gestelde aanvullende eisen. Uit deze waterparagraaf blijkt dat het initiatief geen nadelige gevolgen heeft voor de waterhuishouding ter plaatse. 4.11
Geur Beleidskader Belangrijkste voorwaarden voor de ontwikkeling van geurgevoelige bebouwing in de omgeving van veehouderijen is dat voor de (toekomstige) bewoners een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat andere belanghebbenden (veehouders en
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
39
derden) niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Op grond van de vervallen brochure Veehouderij en Hinderwet en circulaire Veehouderij en Stankhinder was sprake van stankcirkels waarbinnen, volgens constante jurisprudentie, geen stankgevoelige bebouwing mocht worden gebouwd. Deze regeling is in 2007 opgevolgd door de Wet geurhinder en veehouderij. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) in werking getreden. Deze wet biedt de gemeente de mogelijkheid om een eigen geurhinderbeleid op te stellen. Door de gemeente Bernheze is in 2013 de beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder Bernheze vastgesteld. Consequenties Voor wat betreft geurhinder wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgrondbelasting, vaste afstanden en de achtergrondbelasting. Deze worden hieronder ieder apart beschouwd. Voorgrondbelasting De planlocatie is ingevolgde de kaart van de “Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze 2013” aangewezen als bebouwde kom. In dit gebied geldt ten aanzien van de voorgrondbelasting een geurnorm van 8 ou/m³. Omdat er geen veehouderijen met dieren waarvoor een emissiefactor geldt in de directe omgeving liggen, wordt voldaan aan deze norm. Vaste afstanden In artikel 4 van de Wet geurhinder en veehouderij is bepaald met welke vaste afstanden rekening moet worden gehouden.
De gemeente kan bij verordening bepalen om de vaste afstand te halveren. De gemeente Bernheze heeft aanvullende regels gemaakt ten aanzien daarvan. Zie artikel 4 van de verordening Geurhinder en Veehouderij Bernheze, waarin zij refereert aan de door haar aangewezen gebieden waarvoor halvering geldt. Onderhavige locatie is gelegen in de bebouwde kom met een gehalveerde vaste afstand op basis van de Wet geurhinder en veehouderij. Dat betekent dat tussen veehouderijen waarvoor een vaste afstand geldt en woningen met een afstand van 50 meter rekening moet worden gehouden. Binnen 50 meter rondom het plangebied is geen veehouderij met dieren gelegen waarvoor een vaste afstand geldt. Achtergrondbelasting Uit de evaluatie geurverordening van Arcadis blijkt dat de beoordeling van het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied goed tot zeer goed is en dat omliggende veehouderijen niet zullen worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het initiatief.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
40
4.12
Milieueffectrapportage (M.e.r.) Beleidskader De m.e.r.-regelgeving is bedoeld om de milieuaspecten in een vroeg stadium, integraal en compleet in de plan- en besluitvorming mee te nemen. Centraal in de m.e.r.procedure staat het milieueffectrapport waarin alle milieuaspecten voor minimaal één alternatief geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Een dergelijke procedure is van toepassing bij activiteiten waarvan vaststaat dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In deze paragraaf is getoetst of sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De te beoordelen activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Naast de directe plicht tot een dergelijke procedure zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten met bijbehorende drempelwaarden aangegeven waarvoor eerst moet worden beoordeeld of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten en drempelwaarden staan benoemd in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient - als ze boven de drempelwaarde uitkomen - een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Sinds 16 mei 2017 is ook een m.e.r.-aanmeldnotitie nodig voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar die onder de drempelwaarden blijven.
Er is geen ondergrens wat betreft het plan zelf meer, wat betekent dat zelfs bij een klein plan zoals de ontwikkeling van één woning een m.e.r.-aanmeldnotitie nodig is geworden. Consequenties Onderzocht is of een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling nodig is. In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven in welke gevallen voor een project een mer (beoordeling) nodig is. In overweging kan worden genomen of het initiatief een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. betreft, echter kan afgaande op jurisprudentie (201901439/1/R1) worden beoordeeld dat dit gezien de aard en de omvang van de ontwikkeling (7 nieuwe appartementen) niet het geval is. De omvang is te klein (minder dan 12 woningen), het ruimtebeslag beperkt. Het initiatief komt gezien voorgaande motivatie niet voor in bijlage C of D van het Besluit m.e.r. en is met die reden niet m.e.r. of m.e.r.beoordelingsplichtig. Conclusie Voor dit initiatief hoeft op grond van de Wet milieubeheer geen milieueffectrapport te worden gemaakt. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
41
4.13 Volksgezondheid Gezondheid is in de ruimtelijke ordening steeds meer een thema. Er is echter geen specifieke wet- en regelgeving dan wel beleidskader voor het meenemen van het aspect gezondheid in bestemmingsplannen of andere ruimtelijke besluiten. Van belang is dat een ruimtelijk besluit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Hiervoor is het belangrijk dat ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling sprake is van een goed woonen leefklimaat en bedrijven en dergelijke door een ruimtelijke ontwikkeling niet in hun belangen/ bedrijfsvoering geschaad worden. In dit bestemmingsplan zijn diverse thema’s die van invloed zijn hierop en daarmee mogelijk ook op de gezondheid aan de orde gekomen. Aspecten die nog niet aan bod zijn gekomen, maar mogelijk wel van invloed zijn op de gezondheid van mens, dier en natuur komen in deze paragraaf nog aan de orde. Geitenhouderijen Binnen een straal van 2 km rondom het plangebied zijn twee geitenhouderijen aanwezig: - Fokkershoek 1 (2480 geiten) op 550 meter; - Meerstraat 29 (1659 geiten) op 670 meter. Pluimvee- en varkenshouderijen Binnen 1 km van het plangebied zijn geen pluimveehouderijen gelegen. Het plangebied is niet binnen 250 meter van overige veehouderijen gelegen. Spuitzones In de omgeving van het plangebied liggen geen gronden waarbij mogelijk sprake is van een spuitzone.
Advisering GGD De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Door alle zeven stappen te doorlopen en beantwoorden kan worden nagegaan of er knelpunten aan de orde zijn en het zinvol is de GGD om advies te vragen. Hieronder is aan het stappenplan getoetst. Stap 1 De ontwikkeling voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 2. Stap 2 De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor geur en/ of fijnstof en/ of ammoniak. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3a. Stap 3a Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. het wettelijk kader voor geur. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3b.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
42
Stap 3b Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. de gezondheidskundige advieswaarde. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 4. Stap 4a+b Er zijn geen veehouderijen in de buurt waar meer dan één diersoort wordt gehouden. Er zijn geen varkens- en/ of pluimveebedrijven in de buurt waarvan de afstand tussen de inrichtingsgrenzen minder dan 100 meter bedraagt. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 5. Stap 5a Binnen een afstand van 2 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten zijn twee geitenhouderijen gelegen, namelijk aan Fokkershoek 1 en Meerstraat 29. Dit leidt tot GGD-advies. Binnen een afstand van 1 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten is geen pluimveebedrijf gelegen. Dit leidt niet tot GGD-advies. Binnen een afstand van 250m van nieuwe woon- en verblijfsruimten is geen overige veehouderij gelegen. Dit leidt niet tot GGD-advies. Check of stap 6 nog tot een GGD-advies leidt. Stap 6 Er is geen sprake van mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. Dit leidt niet tot GGD-advies. Check of stap 7 nog tot een GGD-advies leidt. Stap 7 Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Dit leidt niet tot GGD-advies. De enige aanleiding voor een GGD-advies is het aspect geiten binnen een straal van 2 kilometer vanaf het initiatief.
Hierover kan de GGD op dit moment niet anders adviseren dan hetgeen in het VGO-3 is opgenomen. Er wordt voor onderhavig initiatief met die reden geen advies bij de GGD gevraagd. Conclusie Binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij is er een verhoogd risico voor de volksgezondheid. Uit onderzoek is nog niet gebleken waar dit aan te wijten is. De provincie volgt de lijn uit het VGO-3 en geeft aan dat de dat de gemeentes een afweging moeten maken over het toevoegen van functies binnen deze straal van 2 kilometer. Deze motivatie is als volgt. Het plangebied ligt op circa 550 meter en 670 meter en dus binnen de zone van 1,5 tot 2 km van twee geitenhouderijen. Daarmee verdient het een afweging of de mate van het op dit moment in algemene zin aangetoonde verhoogde risico, mede gelet op de aard, situering en het belang van de plan, toch de reële verwachting kan billijken dat een acceptabel woon- en leefklimaat in de toekomst binnen bereik is. Dit kan worden bevestigd. De gemaakte afweging steunt op volgende, in elkaar grijpende motieven.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
43
Er is sprake van een versnelde transitie in de veehouderij. De effecten zijn velerlei maar betekenen in Bernheze in ieder geval dat behalve minder veehouderijen de impact van de resterende bedrijven op de omgeving drastisch zal verbeteren. Er is sprake van allerlei innovatieve ontwikkelingen die de emissie en immissie van aan gezondheid te relateren stoffen zo niet geheel dan toch in beduidende mate zullen beperken. Als tijdelijke voorzorgsmaatregel heeft de provincie Noord-Brabant in 2017 besloten tot een moratorium die bouw en ingebruikname van nieuwe geitenstallen verbiedt. Door deze voorzorgsmaatregel en het toekomstperspectief is eventueel wachten met de voorliggende planontwikkeling niet opportuun en gewenst. Het sociaal-maatschappelijk belang van de met het plan beoogde woningbouw in Heeswijk Dinther is groot en is van doorslaggevende betekenis in de hierbij gemaakte afweging. Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.14
Straling Beleidskader Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is door het ministerie verder verduidelijkt in een brief van november 2008. Het advies is gebaseerd op onderzoek naar kinderleukemie in relatie tot blootstelling aan bepaalde hoeveelheden aan microtesla. Alhoewel geen sprake is van een bewezen oorzakelijk verband adviseert het ministerie gemeenten en netbeheerders om nieuwe situaties te voorkomen waarin kinderen (tot 15 jaar) langdurig (1 jaar, minimaal 14 uur per dag) worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla. Dit geldt in geval nieuwe hoogspanningslijnen worden aangelegd of nieuwe woningen/ scholen/ crèches of kinderdagverblijven worden ontwikkeld. In alle andere situaties kan de grenswaarde van 100 microTesla – internationaal gehanteerde (veilige) grenswaarde van ICNIRP (1999/519/EG) - aangehouden worden. Consequenties Onderhavige plangebied is gelegen op voldoende afstand van een hoogspanningslijn waardoor ter plaatse geen sprake is van een veldsterkte van meer dan 0,4 microTesla.
Conclusie Straling vormt geen belemmering voor het initiatief.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
44
5. Toelichting, verbeelding en regels 5.1 Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding tezamen bieden het juridische kader. Voor de regels en de verbeelding is naast aansluiting bij het vigerende bestemmingsplan ‘De Kommen van Bernheze’ (vastgesteld op 1 juni 2011 door de gemeenteraad van Bernheze) ook aansluiting gezocht bij de SVBP2012. Dit betekent onder meer dat de opbouw van de regels standaard is. Bij het opstellen van de regels van dit bestemmingsplan is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de bestemmingen Tuin en Wonen van het bestemmingsplan ‘Kommen van Bernheze’. Verder zijn uit dit plan ook de relevante begrippen overgenomen, net als de wijze van meten en relevante afwijkingsbevoegdheden. 5.2 Toelichting op de regels Hoofdstuk 1: Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn de begrippen en de wijze van meten opgenomen. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de bestemmingen Tuin, Wonen en Waarde – Archeologie 3 opgenomen. Tuin en Wonen: Binnen deze bestemmingen is gebruik voor wonen en tuin in de vorm van gestapelde woningen met bijbehorend erf toegestaan. Het gaat om maximaal 12 woningen. Het artikel bevat voorts regels ten aanzien van bouwen, kent enkele specifieke gebruiksregels en afwijkingsmogelijkheden.
Waarde- archeologie 3: De dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 dient ter bescherming van archeologische waarden. Voor deze gronden geldt een onderzoeksplicht welke is gekoppeld aan een verstoringsdiepte van minimaal 40 cm en een oppervlakte van 2.500 m2. Tevens is er een vergunningstelsel gekoppeld aan deze dubbelbestemmingen. Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk staat de anti- dubbeltelregel. Daarnaast kent dit hoofdstuk een aantal algemene gebruiksbepalingen en afwijkingsmogelijkheden welke zowel van toepassing zijn op de bestemming Tuin als op de bestemming Wonen. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregel In dit hoofdstuk staat allereerst het overgangsrecht. Dit is overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening. In de slotregel is aangegeven hoe de regels moeten worden aangehaald.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
45
6. Uitvoeringsaspecten 6.1 Economische haalbaarheid Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Naast de kosten voor de aankoop van de grond en realisatie van onderhavig plan draagt de initiatiefnemer ook zorg voor de eventuele kosten die gepaard gaan met wijzigingen aan de openbare ruimte en het opstellen van dit bestemmingsplan inclusief onderzoeken et cetera. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer is een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten. Verder is de initiatiefnemer onder andere verantwoordelijk voor de kosten die de gemeente maakt voor het toetsen en in procedure brengen van dit bestemmingsplan. Deze kosten worden door de gemeente via de legesverordening bij de initiatiefnemer verhaald. Ook de kosten voor een (riool)huisaansluiting en eventueel inritten worden via de leges verhaald. Uit bovenstaande blijkt dat het plan economisch uitvoerbaar is en dat geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld. 6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid De ruimtelijke procedures tot en met de vergunningverlening van een omgevingsvergunning zijn door de wet geregeld.
De wet regelt bijvoorbeeld dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Dit vooroverleg is ook in het kader van onderhavig plan gevoerd. Het waterschap heeft aangegeven dat zij hebben geconstateerd dat geen ruimtelijke waterbelangen van toepassing zijn. Daarbij vraagt het waterschap of de gemeente in de waterparagraaf wil verwijzen naar de verschillende beleidsinstrumenten van het waterschap. Hiervoor heeft zij teksten toegestuurd. De teksten zijn verwerkt in de waterparagaaf. De gemeente Bernheze kan ervoor kiezen om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Hiervoor wordt door de gemeente Bernheze aangaande dit plan niet gekozen. Op 7 juli 2020 is door de initiatiefnemer namelijk een omgevingsdialoog gevoerd. Het verslag van de omgevingsdialoog is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 6). De gevoerde omgevingsdialoog geeft geen aanleiding om een voorontwerpprocedure te volgen. Met die reden is direct een ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht.
Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegen, van 15 april 2021 tot en met 27 mei 2021. In deze periode is iedereen in de gelegenheid
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
46
gesteld om (schriftelijk of mondeling) zijn of haar zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad kenbaar te maken. Omdat gekozen is voor een gecoördineerde procedure is tegelijkertijd ook de ontwerpomgevingsvergunning voor het bouwen ter inzage gelegd voor zienswijzen. Gedurende de terinzagetermijn zijn door de gemeente drie zienswijzen ontvangen. De zienswijzen voldoen aan de indieningsvereisten en zijn met die reden ontvankelijk. De zienswijzen zijn beantwoord via een nota van zienswijzen. De nota is bijgevoegd als bijlage bij deze toelichting (bijlage 7). De zienswijzen hebben niet geleid tot aanpassingen van het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
47
7. Bijlagen Bijlage 1 – Geluidsonderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 2 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3 – Advies veiligheidsregio Bijlage 4 – Quickscan flora en fauna Bijlage 5 - Resultaten www.dewatertoets.nl Bijlage 6 – Omgevingsdialoog Bijlage 7 – Nota van zienwijzen
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
48