Toelichting BP Abdijstraat 31
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN ‘Abdijstraat 31, Heeswijk-Dinther’
TOELICHTING 7 OKTOBER 2021 STATUS: VASTGESTELD
Gemeente Bernheze Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31, Heeswijk-Dinther’
Gegevens opdrachtgever Naam
: Met Elkaar B.V.
Adres
: Abdijstraat 41
Postcode
: 5473 AC
Plaats
: Heeswijk-Dinther
Gegevens adviesbureau Naam
: Pittiger in planologie
Adres
: Verwestraat 32
Postcode
: 5491 BZ
Plaats
: Sint Oedenrode
Telefoon
: 06-19743337
Internet
: www.pittiger.com
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding .......................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging en begrenzing ................................................................................................................... 6 1.3 Vigerend bestemmingsplan.......................................................................................................... 7
2
Planbeschrijving.............................................................................................................................. 9 2.1 Toekomstige situatie ..................................................................................................................... 9 2.2 Stedenbouw .................................................................................................................................. 9 2.3 Verkeer en parkeren ................................................................................................................... 10
3
Beleidskader ................................................................................................................................. 12 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................... 12 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 13 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 16
4.
Milieuhygiënische aspecten ......................................................................................................... 20 4.1 Algemeen .................................................................................................................................... 20 4.2 Akoestiek ..................................................................................................................................... 20 4.3 Archeologie en cultuurhistorie.................................................................................................... 21 4.4 Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................................... 26 4.5 Bodem ......................................................................................................................................... 27 4.6 Externe Veiligheid ....................................................................................................................... 29 4.7 Natuur ......................................................................................................................................... 31 4.8 Kabels en leidingen .....................................................................................................................
33 4.9 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................. 33 4.10 Water ........................................................................................................................................ 36 4.11 Geur .......................................................................................................................................... 39 4.12 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ................................................................................................ 41 4.13 Volksgezondheid ..................................................................................................................... 42 4.14 Straling ...................................................................................................................................... 44
5.
Toelichting, verbeelding en regels ................................................................................................ 45 5.1 Algemeen .................................................................................................................................... 45 5.2 Toelichting op de regels .............................................................................................................. 45
6.
Uitvoeringsaspecten ..................................................................................................................... 46 6.1 Economische haalbaarheid ......................................................................................................... 46 6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid ................................................................................ 46
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
3
7.
Bijlagen .......................................................................................................................................... 47
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
4
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Ter plaatse van Abdijstraat 31 in Heeswijk-Dinther is braakliggend perceel van ca. 1050 m2 gelegen. Het perceel kent de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’ voor gestapelde bouw met vijf wooneenheden en tuin. De eigenaar van het perceel tevens initiatiefnemer van dit bestemmingsplan is Met Elkaar. Met Elkaar is een zorginstelling gevestigd aan Abdijstraat 41 en heeft het perceel recentelijk in eigendom verkregen om hier haar bedrijfsactiviteiten uit te breiden. De uit te breiden bedrijfsactiviteiten zien grotendeels toe op het faciliteren van doorstroming van aan Abdijstraat 41 gevestigde cliënten die meer zelfstandig kunnen gaan wonen, maar wel dichtbij de voorzieningen van de huidige instelling willen blijven. Daarnaast is er ook ruimte voor externe zorgbehoevenden die woonruimte zoeken en voor mensen in de sociale huursector. Het initiatief bestaat uit de realisatie van een appartementencomplex bestaande uit 12 kleine appartementen. De initiatiefnemer heeft voor haar ontwikkelingsplannen aan Abdijstraat 31 een principeverzoek ingediend bij de gemeente Bernheze. Het college van B&W heeft in maart 2020 onder voorwaarden ingestemd met het principeverzoek. De huidige bestemming ‘Wonen’ en ‘Tuin’ laat de realisatie van een appartementencomplex voor 12 appartementen niet toe. Het toegelaten aantal appartementen is in het bestemmingsplan gemaximeerd tot 5.
Een bestemmingswijziging is daarom noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet in deze bestemmingswijziging. De locatie is kadastraal bekend gemeente Bernheze, sectie E, nummers 3026 en 3024. Zie hieronder een uitsnede van de kadastrale kaart.
Hieronder zijn enkele foto’s waarop het plangebied zichtbaar is opgenomen.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
5
1.2 Ligging en begrenzing Heeswijk-Dinther In 1994 ging de gemeente Heeswijk-Dinther, welke uit de dorpen Heeswijk en Dinther bestond, op in de huidige gemeente Bernheze. Op de brede dekzandrug van de oeverwal die tussen de beekdalen van de Aa en de Leijgraaf is gelegen, zijn twee kernen (Heeswijk en Dinther) ontstaan te midden van een complex van akkers en weilanden. Door uitbreiding van de bebouwing op aangrenzende akkers zijn de kernen Heeswijk en Dinther aan elkaar gegroeid. De ruimtelijke structuur wordt bepaald door de aaneengesloten lintbebouwing van de voormalige kernen, parallel aan het dal van de Aa. Na de samenvoeging van beide kernen is tussen Heeswijk en Dinther, rondom Plein 1969, een nieuw dorpscentrum met winkels en voorzieningen gerealiseerd. De centrale ruimtes van de vroegere dorpen (met karakteristieke open ruimtes en monumentale bomen) zijn, net als de historische lintstructuur, nog herkenbaar aanwezig. Uitbreidingen van de kern liggen met name aan de noordzijde van de oorspronkelijke lintbebouwing. Aan de oostzijde van de kern ligt een klein bedrijventerrein, dat qua maat en schaal goed bij de kern past. Heeswijk-Dinther heeft
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
6
aan de noordzijde van de kern, richting de Leijgraaf, een kleinschalige dorpsrand met waterlopen, bomenrijen en bosjes. Aan de zuidzijde, richting de Aa, is sprake van een meer transparante overgang tussen het dorp en het beekdal. De laanbeplanting langs de Hoofdstraat is op enkele plaatsen onderbroken. Enkele oude wegen verbinden, met veelal restanten van laanbeplanting, de historische centra met het buitengebied. In Heeswijk vormt de abdij met bijbehorende lanen een karakteristiek element in de groenstructuur. De monumentale beplanting rond de abdij staat niet in relatie met de groenstructuur van Dinther en langs de Hoofdstraat. De dorpsranden zijn over het algemeen zacht te noemen, met uitzondering van de harde rand langs de uitbreiding aan de noordzijde van de kern. In Heeswijk-Dinther hebben de oude linten een cultuurhistorische waarde. Daarnaast zijn de Abdij van Berne en diverse historische groenstructuren aan te merken als waardevol. Het plangebied Het plangebied bevindt zich aan Abdijstraat 31 in Heeswijk-Dinther. De locatie is gelegen in het voormalige ‘Heeswijk’. Het plangebied is bestempeld voor de functies ‘Wonen’ (voor gestapelde bouw van vijf wooneenheden met zij- en achtertuin) en ‘Tuin’ (voortuin). Hieronder is het plangebied op de luchtfoto met kadastrale kaart groen gearceerd en met een rood pijltje weergegeven.
1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘De Kommen van Bernheze’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Bernheze d.d. 1 juni 2011. Het bestemmingsplan is onherroepelijk in werking getreden. Het plangebied heeft hierin
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
7
de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’, waarbij sprake is van een bouwvlak voor gestapelde bouw van vijf wooneenheden (goothoogte 7m, bouwhoogte 11m). Verder zijn aan- en bijgebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven toegestaan. Verder is op het gehele plangebied nog een dubbelbestemming in het kader van de bescherming van archeologische waarden van toepassing. Het gaat om de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 3’. Dit betekent dat zonder nader archeologisch onderzoek niet meer dan 2500m2 dieper dan 40 cm geroerd mag worden. Hieronder is een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan ter hoogte van het plangebied weergegeven. Zie het rode pijltje voor de locatie.
Duidelijk is dat onderhavige ontwikkeling op basis van het vigerende bestemmingsplan niet gerealiseerd kan worden, maar dat eerst een bestemmingsplanprocedure doorlopen moet worden. Onderhavig bestemmingsplan is daartoe opgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat en hoe voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening. 1.4 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bevat 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de toekomstige situatie meer gedetailleerd uiteengezet. In de hoofdstukken 3 en 4 komen het beleid en de randvoorwaarden die in acht moeten worden genomen aan bod. Hoofdstuk 5 gaat in op de systematiek van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 bevat de uitvoeringsaspecten (haalbaarheid).
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
8
2 Planbeschrijving 2.1 Toekomstige situatie Ter plaatse van Abdijstraat 31 in Heeswijk-Dinther wil de initiatiefnemer – zorgondernemer Met Elkaar - een appartementencomplex realiseren voor mensen met een (licht) verstandelijke beperking. Het gaat om in totaal 12 kleine appartementen waar de doelgroep (semi)zelfstandig woont. Sommige bewoners wonen geheel zelfstandig, andere met begeleiding en/ of gebruikmakend van voorzieningen van Met Elkaar een paar deuren verderop (Abdijstraat 41). Hieronder is een afbeelding van de toekomstige situatie opgenomen.
2.2 Stedenbouw De Abdijstraat is één van de oude linten van Heeswijk-Dinther en wordt gekenmerkd door een wisselende bebouwingsmassa’s. Grotere bebouwingsclusters (abdij en gymnasium), langgevelboerderijen (evenwijdig aan de straat), appartementen (Met Elkaar, nummer 41), maar ook vrijstaande kleinere particuliere woningen bepalen het beeld. Door het toevoegen van een appartementencomplex, welke qua massa en goot- en bouwhoogte aansluiting vindt bij de wisselende bebouwing aan de Abdijstraat wordt een passende invulling gecreëerd. Deze inpassing sluit qua architectuur aan bij het pand ‘Abdijstaete’ gelegen aan de Abdijstraat 41 welke is voorzien van 17 maatschappelijke wooneenheden. Door eenzelfde vormgeving, goot- en nokhoogte, materialisatie en kleurvoering wordt de hier aanwezige functie herkenbaar. Het bouwplan voorziet in 12 wooneenheden gelegen in 3 bouwlagen, dus 4 eenheden per laag. De maximale goot, respectievelijk nokhoogte bedraagt 6,5m, resp. 10m. Aan de linkerzijde wordt aansluiting gevonden bij de bestaande woningen in 2 lagen met kap aan
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
9
de Abdijstraat 27 en 29. Aan de rechterzijde is voldoende afstand gecreëerd tot de woningen aan de Abdijstraat 33 en 35. De entree van het pand bevindt zich aan de linkerzijde van het gebouw en is voldoende ruim opgezet. Ook is hier de doorgang naar de achter het gebouw gelegen bergingen en parkeerruimte. De ontsluiting van het achtererf (met de parkeerplaatsen) geschied aan de rechterzijde van het gebouw. Hieronder zijn ter indicatie enkele artist impressions opgenomen van de beoogde situatie.
2.3 Verkeer en parkeren Verkeer Het plangebied is direct gelegen aan de Abdijstraat, een bestaande weg. Geen nieuwe openbare wegen hoeven aangelegd te worden om het appartementencomplex te kunnen ontsluiten. Het is de bedoeling het plangebied via een inrit voor auto’s (ene zijde Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
10
plangebied) en een voet-/fietsgangerspad (andere zijde plangebied) op de Abdijstraat wordt ontsloten. De ontsluiting van het plangebied is goed te noemen. Vanaf meerdere zijden is het plangebied bereikbaar, wat als voordelig wordt beschouwd in geval van calamiteiten. De beoogde planontwikkeling in onderhavig plangebied heeft een minimaal effect op de verkeersbewegingen. Er is sprake van een lichte toename. Het gaat in de nieuwe situatie om 48 extra verkeersbewegingen per dag (o.b.v. CROW appartementen sociale huur, matig stedelijk, rest bebouwde kom/ buitengebied, norm voor verkeersgeneratie per appartement tussen 3,2 en 4,5). De reeds aanwezige infrastructuur kan dit prima afwikkelen. Het wegprofiel is afdoende. Parkeren Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid (9 juli 2015) en de daarbij behorende parkeernormen geldt voor onderhavige ontwikkeling een parkeernorm van 1,3 parkeerplaatsen voor auto’s per appartement. In totaal betekent dit dat 15,6 parkeerplaatsen, afgerond 16 parkeerplaatsen voor de ontwikkeling op eigen terrein moeten worden gerealiseerd. Op eigen terrein worden 16 parkeerplaatsen gerealiseerd. De maatvoering van de parkeerplaatsen en rijbaan is conform NEN2443. De inrichting en maatvoering is zichtbaar op de tekening zoals opgenomen in paragraaf 2.1. Voldaan wordt aan het gemeentelijke parkeerbeleid.
Voor fietsparkeren bij woningen geldt een specifieke norm van 1 fietsparkeerplaats per kamer. Er worden 12 bergingen gerealiseerd. Hierin is voldoende ruimte om de fietsen van de bewoners van de appartementen te stallen. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat v.w.b. zowel auto- als fietsparkeren voldaan wordt aan het gemeentelijk parkeerbeleid.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
11
3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, volgt de Nota Ruimte op. Het Rijk heeft de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) op 14 maart 2012 vastgesteld, met het daarbij behorende Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Met de SVIR heeft het Rijk een andere sturingsfilosofie vastgesteld, waarbij zij zich scherper dan voorheen richt op de nationale belangen. In deze structuurvisie, die diverse rijksnota’s vervangt, staan de plannen van het Rijk voor ruimte en mobiliteit. Er wordt aangegeven in welke infrastructuurprojecten het Rijk de komende tijd wil investeren en op welke wijze de bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. Onder het motto ‘Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig’ streeft het kabinet tot 2028 (middellange termijn) naar de volgende drie hoofddoelstellingen: 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. Het verbeteren, in standhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3.
Het waarborgen van een leefbare en veilige leefomgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie Rijksdoelen worden door het Rijk 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Om de 13 nationale belangen door te laten werken in ruimtelijke plannen van lagere overheden zijn naast de SVIR het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2014) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro, 2014) in werking getreden. Ten aanzien van het plangebied geldt dat de ontwikkeling geen specifieke betrekking heeft op de nationale belangen die in de SVIR, het Barro en/ of Rarro worden genoemd. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken moeten worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, de laddertoets. De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd.
Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
12
worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Vervolgens moet de behoefte aan de ontwikkeling worden gemotiveerd. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt o.b.v. jurisprudentie dat vanaf 12 nieuwe woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In onderhavige situatie gaat het om de toevoeging van zeven nieuwe woningen. In de nieuwe situatie worden 12 woningen toegelaten, maar omdat er juridisch gezien al sprake is van vijf woningen worden per saldo niet meer dan zeven nieuwe woningen toegevoegd. Dit betekent dat het initiatief geen stedelijke ontwikkeling is zoals is bedoeld in het Bro.
Om die reden hoeft de behoefte en invulling ervan – in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking - niet nader gemotiveerd te worden. Met dit bestemmingsplan wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
13
afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Onderhavig plan is niet in strijd met de Omgevingsvisie Noord-Brabant. De beleidsdoelstellingen vanuit de Omgevingsvisie Noord-Brabant worden nader uitgewerkt in een provinciale ruimtelijke verordening die instructieregels voor gemeenten bevat. Na 1 januari 2021 zal die verordening tegelijkertijd met de Omgevingsvisie in werking treden. Tot die tijd geldt de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 en de daaruit voortgevloeide Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant waaraan gemeenten zich moeten houden. Hieronder wordt op beide instrumenten nader ingegaan. 3.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben in hun vergadering van 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie RO 2010 vastgesteld. De provincie geeft in de structuurvisie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt.
Deze partiële herziening richt zich alleen op het verwerken van besluitvorming die op provinciaal niveau al heeft plaatsgehad. De grootste wijzigingen ten opzichte van de vigerende provinciale structuurvisie hebben te maken met ‘De transitie van stad en platteland, een nieuwe koers’ en met ‘Brabant als onderdeel van de top van de Europese kennis- en innovatieregio’. De provincie wil, meer dan voorheen, het denken en handelen van burgers en ondernemers vertrekpunt laten zijn voor ontwikkelingen. De overheid stuurt daarbij vanuit een heldere visie op randvoorwaarden, die burgers, ondernemers en hun organisaties invullen en realiseren. Maatschappelijke participatie wordt de focus, de overheid neemt het oplossen van maatschappelijke problemen niet over, maar ondersteunt deze. De provincie daagt burgers en ondernemers uit om bij te dragen aan een vitaal Brabant. Een onderdeel hiervan is de transitie naar een zorgvuldige veehouderij. Voor een top kennis- en innovatieregio op Europees niveau is onder andere een sterke agglomeratiekracht nodig. De provincie wil zich daarom meer gaan richten op het versterken van het stedelijk netwerk in Brabant (samen met alle overige betrokken partijen). Verder bevat de nieuwe structuurvisie zaken die de voormalige structuurvisie ook al bevatte.
Zo geeft de provincie Noord-Brabant in haar structuurvisie nog steeds de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid weer, is de visie bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie en biedt het een basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt. De visie geeft een ruimtelijke vertaling van de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Er wordt aandacht besteed aan zaken zoals concentratie van verstedelijking, zuinig ruimtegebruik, verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
14
aaneengeschakelde natuurgebieden en de concentratiegebieden voor glastuinbouw en intensieve veehouderijen. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het aspect ‘concentratie van verstedelijking’ en ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ doordat binnenstedelijk wordt ontwikkeld in plaats van buitenstedelijk. De beleidsdoelstellingen vanuit de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 zijn nader uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierin zijn regels gesteld waaraan gemeenten zich moeten houden bij het opstellen van bestemmingsplannen. In de paragraaf hierna wordt onderhavig initiatief aan de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant getoetst. 3.2.3 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Het beleid zoals opgenomen in de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant is door de provincie Noord-Brabant vertaald in een provinciale planologische verordening. Een instrument waarmee provincies regels stellen waaraan gemeenten zich moeten houden bij het ontwikkelen van onder andere bestemmingsplannen. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waaraan ze toe zijn. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant regelt diverse ruimtelijke onderwerpen, welke op perceelniveau per onderwerp zijn begrensd en visueel op een kaart met verschillende kaartlagen zijn weergegeven.
Hierdoor is voor ieder gebied in Noord-Brabant duidelijk welke regels er wat betreft provinciaal ruimtelijk beleid gelden. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waaraan ze toe zijn. Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim omgevingsverordening NoordBrabant de instructieregels voor gemeenten voor de ‘Landelijke kern’. Zie de uitsnede van de kaart van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter hoogte van het plangebied (rode pijltje) hieronder.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
15
De ontwikkeling waar het hier om gaat betreft het invullen van een braakliggende inbreidingslocatie in het centrum van Heeswijk-Dinther met een appartementencomplex voor 12 appartementen. Op onderhavige ontwikkeling is artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van toepassing. In dit artikel is geregeld dat ontwikkelingen die voorzien in de functie ‘Wonen’ binnen het stedelijk gebied moeten zijn gelegen. Onderhavige ontwikkeling (stedelijk van aard) ligt in het bestaand stedelijk gebied. Ook moet de ontwikkeling passen in de regionale afspraken. Het college van B&W van de Bernheze heeft op 13 oktober 2015 besloten om op basis van een aantal voorwaarden ruimte te bieden aan particuliere woningbouwinitiatieven. De ruimte inclusief de voorwaarden die de gemeente hiermee aan particulieren biedt is passend binnen de afspraken die de gemeente in het RRO heeft gemaakt. Verder is paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing. Het gaat in onderhavige situatie dan vooral om de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en voor zover het het landelijk gebied betreft ook kwaliteitsverbetering van het landschap.
Met dit plan wordt met uitzondering van kwaliteitsverbetering van het landschap, omdat het een binnenstedelijke ontwikkeling betreft, hieraan invulling gegeven. Het plan is gelegen in de bebouwde kom van Heeswijk-Dinther. Door hier een appartementencomplex voor 12 appartementen toe te voegen is dergelijk ruimtebeslag niet op een uitbreidingslocatie benodigd. Het plangebied is aan alle zijden reeds ingekapseld door bestaande bebouwing. De nieuwe woningen worden in duurzame materialen en energiezuinig uitgevoerd en zijn qua architectuur, vorm, massa en materiaalgebruik passend in het landschap en de omgeving. Zie ook paragraaf 2.2 ‘Stedenbouw’. Onder paragraaf 3.1 ‘Rijksbeleid’ wordt nader ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Verder wordt rekening gehouden met alle van toepassing zijnde milieuaspecten, waarop in het volgende hoofdstuk nader ingegaan wordt. Op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is er in verband met het voorgenomen initiatief geen sprake van strijdigheden. Voldaan wordt aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Bernheze De Structuurvisie Bernheze die op 11 februari 2010 door de gemeenteraad van Bernheze is vastgesteld geeft een samenhangend beeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de hele gemeente tot het jaar 2015.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
16
De gemeente Bernheze bevat vijf dorpskernen: Heesch, Heeswijk-Dinther, Nistelrode, Vorstenbosch en Loosbroek. Bernheze wil een gemeente met een dorpse uitstraling blijven. Kleinschalige verstedelijking wil de gemeente niet uitsluiten, maar dient groen ingepast te zijn. Voor mensen die in de directe omgeving werken is de landelijke uitstraling van de gemeente een reden om naar een dorp te verhuizen. Bijna elk dorp heeft zijn eigen voorzieningenaanbod waardoor de afzonderlijke dorpen als zelfstandig benoemd kunnen worden. Uitbreidingen hebben vooral plaatsgevonden rondom de bestaande dorpen. Deze zijn aan de kernranden opgerekt. De komende jaren wenst de gemeente de verstedelijking te concentreren in de gebieden rondom de dorpen en op de vrijkomende percelen in de dorpen zelf (inbreiding). Hierbij is het streven gericht op kwaliteit en in mindere mate op kwantiteit. Wat betreft dorpsontwikkeling wordt ingezet op het behoud van de diversiteit van de kernen en linten. Het afwisselende karakter van kleinschalige bedrijvigheid, agrarisch gebruik en woningbouw zorgt dat het gebied dynamisch blijft. Om te voorkomen dat zowel senioren als jongeren de gemeente verlaten, wordt ingezet op kleinschalige woningbouw met passende woningtypen. Deze kwalitatieve woningbehoefte is leidend bij de locatiekeuze. Waardevolle doorzichten naar het buitengebied dienen behouden te blijven.
In eventuele nieuwe uitbreidingen komt het onderliggende landschap terug in het stedenbouwkundig ontwerp. Dit alles vraagt grote aandacht voor stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteit. Plaatselijk kan ingezet worden op de realisatie van exclusieve woonbuurten. Ook hierbij wordt het onderliggende landschap als inspiratiebron gebruikt. Het landelijk wonen nabij een verstedelijkte omgeving is een kwaliteit van de gemeente. Wat grotere uitbreidingen zijn alleen gewenst aan de westzijde van de kern Heesch. Het te ontwikkelen plangebied ligt in de bebouwde kom van Heeswijk-Dinther en heeft een kleinschalig karakter. Het betreft een inbreidingslocatie waar een appartementencomplex voor 12 woningen is voorzien. Aangesloten wordt bij het aanwezige bebouwingskarakteristiek. Gezien bovenstaande is onderhavig plan in lijn met de Structuurvisie Bernheze. 3.3.2 Volkshuisvesting Woonvisie 2016-2021 In samenwerking met onder andere woningcorporaties, huurdersorganisaties, dorpsraden, zorg- en welzijnsinstellingen heeft de gemeente Bernheze een woonvisie opgesteld. Deze is op 14 juli 2016 door de gemeenteraad van Bernheze vastgesteld. Het plan voor de komende vijf jaar is nog steeds woningen toe te voegen, maar daarbij vooral te kijken naar de woningbehoefte en de woonwensen die er zijn.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
17
In 2015 zijn de woonwensen en -behoeften van de inwoners gepeild. De uitkomsten van dit onderzoek zijn gebruikt voor het opstellen van de nieuwe woonvisie. Deze spitst zich toe op vier speerpunten: 1. Inspelen op woonwensen, door onder andere: o maximaal 900 woningen toe te voegen aan de voorraad de komende 5 jaar; o minimaal 5% van de nieuwbouwplannen te reserveren voor CPO en vrije kavels.
2. Betaalbaar wonen, voor wie dat nodig heeft, door onder andere: o de toevoeging van 200 sociale huurwoningen; o het behouden van voldoende sociale huurwoningen voor de mensen met de laagste
inkomens. 3. Onbezorgd wonen, door onder andere: o mantelzorgmogelijkheden uit te breiden; o zorgen voor passende huisvesting voor de zorgdoelgroepen;
4. Een duurzame woningvoorraad, door onder andere: o in te zetten op een gemiddeld energielabel-B van de huurvoorraad; o bouwers te stimuleren om nu al de EPC norm 0 te hanteren.
In deze woonvisie zijn per dorp ook accenten gelegd. Voor Heeswijk-Dinther zijn dit, per thema, de volgende accenten. 1. Inspelen op woonwensen o Vergroten voorraad met 240 woningen (excl. Statushouders) tussen 2016 en 2021 o Nieuwbouw middeldure koopwoningen voor jonge gezinnen (o.a. terugkeerders uit
andere gemeenten) 2. Betaalbaar wonen voor wie dat nodig heeft o Nieuwbouw van 50 sociale huurwoningen
3. Onbezorgd wonen o Kleinschalige vormen wonen met zorg met name in de nabijheid van De Laarhof
Deze ontwikkeling is passend is het gemeentelijke woningbouwprogramma. Dat betekent dat er in kwantitatieve zin ruimte is voor deze woningen. Het betreft hier een appartementencomplex voor 12 appartementen, waarvan zeven nieuwe. Vijf zijn er juridisch reeds ‘bestemd’. De woningen zijn bedoeld voor mensen met een (lichte) verstandelijke beperking die (semi)zelfstandig kunnen wonen (zorgdoelgroep). Het betreft hier dan ook huur in de sociale categorie. V.w.b. duurzaamheid wordt aangesloten bij het bouwbesluit. Onderhavige ontwikkeling vindt nauwe aansluiting bij de woonvisie 2016 – 2021.
3.3.3 Welstandsbeleid
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
18
In de gemeente Berheze zijn veel gebieden welstandsvrij. Voor enkele locaties blijft welstandstoezicht wel van toepassing. Dit geldt voor cultuurhistorische waardevolle gebieden die het bijzondere karakter van Bernheze bepalen. Er zijn in deze nota 15 gebieden aangewezen waar welstandseisen gelden. De welstandseisen zijn samengebracht in drie gebiedstypen: • • •
het agrarisch cluster; het historisch dorpscentrum; de woningbouw uit de wederopbouwperiode.
Op de afbeelding hieronder (locatie is niet gelegen in ‘rood’) is zichtbaar dat de ontwikkeling niet in één van deze welstandsgebieden ligt.
Dit betekent dat de welstandscommissie de omgevingsvergunning niet toetst.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
19
4. Milieuhygiënische aspecten 4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan, zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan. 4.2 Akoestiek Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Woningen worden als geluidgevoelige objecten aangemerkt.
Consequenties Wegverkeerslawaai Binnen het plangebied wordt een appartementencomplex voor 12 woningen opgericht. Het plangebied is gelegen in een 30-km/ uur zone. Voor wegen die gelegen zijn binnen een woonerf en voor 30 km-wegen gelden geen geluidszones. Deze vrijstelling wordt gemotiveerd door het feit dat deze wegen meestal geen geluidsbelastingen veroorzaken boven de voorkeurswaarde. In het kader van een goed woon- en leefklimaat is door De Roever de geluidsbelasting ten gevolge van de omliggende wegen op de gevels van het appartementencomplex berekend. De rapportage van het uitgevoerde onderzoek is bijgevoegd als bijlage 1 bij deze toelichting. De conclusie van het onderzoek is als volgt. ‘In dit onderzoek is de geluidbelasting vanwege het wegverkeerslawaai op de gewenste woningen aan de Abdijstraat 31 (tussen 29 en 33) te Heeswijk-Dinther berekend. Hogere waarde Omdat het plangebied niet is gelegen binnen de geluidzone van wegen zijn geen hogere waarden nodig. Bouwbesluit en woon- en leefklimaat Benodigde gevelwering (wegverkeerslawaai)
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
20
De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt ten hoogste 63 dB ter plaatse van de gevels die grenzen aan de Abdijstraat. De vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k bedraagt dan maximaal 63 - 33 = 30 dB. Bij de overige gevels is de vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k lager (op gelijke wijze te bepalen). Woon- en leefklimaat De milieukwaliteit wordt geclassificeerd als ‘zeer goed’ tot ‘slecht’. Op basis van de toelichting in paragraaf 3.6.1 en 3.6.2 van het onderzoek kan gesteld worden dat de cumulatieve geluidbelasting (wegverkeer) een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg staat. Om te borgen dat een binnengeluidsniveau van niet meer dan 33 dB aan de orde is, dus dat de gevelwering voldoende geluidswerend is (meer dan het bouwbesluit vereist) om een acceptabel binnengeluidsniveau te garanderen zijn in de regels van dit bestemmingsplan hierover eisen opgenomen (artikel 4.2.1 onder c. en d.). Industrielawaai Industrielawaai vormt geen belemmering voor de ontwikkeling of andersom vormt de ontwikkeling geen belemmering voor nabijgelegen bedrijvigheid. Dit blijkt uit hetgeen is beoordeeld onder paragraaf 4.4 Bedrijven en milieuzonering van deze toelichting. Hiernaar wordt verwezen.
Rail of luchtverkeerlawaai Er is geen onderzoek naar rail- en luchtverkeerslawaai uitgevoerd, omdat de ontwikkeling niet is gelegen in de geluidszone van een spoorweg of aanvliegroute van een vliegveld. Onderzoek hiernaar is derhalve niet nodig. Geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie Beleidskader Sinds 1 september 2007 is de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht. In deze herziening van de Monumentenwet van 1988 zijn de uitgangspunten van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992) voor Nederland nader uitgewerkt. De belangrijkste veranderingen betreffen: • het streven naar behoud en bescherming van archeologische waarden in de bodem; • de kosten van archeologische werkzaamheden komen in principe voor rekening van de initiatiefnemer van bodemverstorende activiteiten (veroorzakerprincipe); • de archeologische monumentenzorg wordt een geïntegreerd onderdeel van het ruimtelijke ordeningsproces. De gemeente Bernheze heeft ervoor gekozen om in het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz, 2007) en de nieuwe Wet ruimtelijke ordening
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
21
(Wro, 2008) een eigen gemeentelijk archeologiebeleid te formuleren. Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de "Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze" en de "Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze". Op basis van deze documenten implementeert de gemeente Bernheze haar archeologiebeleid waarbij zij rekening houdt met de juiste balans tussen een goede omgang met het archeologisch erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen. Consequenties Volgens het archeologiebeleid van de gemeente Bernheze gelden op onderhavige locatie een middelhoge archeologische verwachting. Hierbij is archeologisch onderzoek vereist als dieper dan 0,40 meter en meer dan 2500 m2 aan verstoringsoppervlakte geldt. Zie de volgende twee uitsneden uit dit archeologiebeleid.
Omdat ter plaatse van onderhavig plangebied niet verwacht wordt dat meer geroerd gaat worden dan 2500 m2 is het niet noodzakelijk een archeologisch onderzoek te overleggen. Dit betekent wel dat in dit bestemmingsplan – net zoals in het vigerende bestemmingsplan – een dubbelbestemmingen opgenomen wordt ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden ter plaatse. Het gaat dan om de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’. Daarbij geldt ook de zorgplicht. Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
22
Mochten archeologische vondsten worden gedaan, dan moet het bevoegd gezag op de hoogte worden gebracht. 4.3.2 Cultuurhistorie Beleidskader Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De gemeente Bernheze heeft een eigen Cultuurhistoriekaart die in 2014 is vastgesteld. Consequenties Het gebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft is getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is volgens de cultuurhistorische waardenkaart gelegen in de regio Meijerij. Zie de uitsnede van de kaart hieronder.
Regio Meijerij De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond. Aan de noordkant wordt het gebied begrensd door de grote en brede oost-west lopende dekzandrug tussen Oss en Waalwijk. Het water van de beken (Essche Stroom, Beerze, Dommel en Aa) stroomt in de richting van 's-Hertogenbosch, waar een doorgang in de dekzandrug aanwezig is. In het verleden leidde deze situatie hier en daar tot problemen met de waterafvoer, waardoor natte broekgebieden, vennen en kleine veengebieden ontstonden. De Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Vanouds waren de randen van de beekdalen en de dekzandruggen de meest geschikte plek voor bewoning. De beekdalen zelf en de uitgestrekte broekgebieden waren te nat om te wonen of om akkerbouw te bedrijven. Deze terreinen
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
23
werden gebruikt als weide, hooiland of hakhout. Op de hogere delen van het bevonden zich vroeger uitgestrekte heidevelden, bossen en stuifzanden. Door overbeweiding ontstonden op enkele plekken stuifzanden (bijvoorbeeld de Loonse en Drunense duinen). Een en ander had tot gevolg dat het agrarische landschap over het algemeen heel kleinschalig was. De beekdalen waren heel besloten. De percelen waren er klein en vrijwel allemaal omgeven door opgaande beplanting. De oude akkercomplexen waren wat grotere, open ruimten in deze besloten wereld. De heidevelden vormden hiermee een groot contrast: dit waren zeer grote, open gebieden. Een van de beeldbepalende aspecten van de Meierij is de populierenteelt, aanvankelijk vooral in de vorm van weg- of perceelrandbeplanting, later ook in de vorm van populierenbosjes. In de Meierij zijn verschillende kastelen, abdijen en kloosters gebouwd. Enkele middeleeuwse kastelen zijn bewaard gebleven. Nog veel rijker is het gebied aan landgoederen, buitenplaatsen en statige villa's, vooral in de omgeving van 's-Hertogenbosch. Een voorbeeld van een oud landgoed is 't Veldersbosch bij Boxtel. De landgoederen en buitenplaatsen uit de negentiende en twintigste eeuw liggen vaak op vroegere heidevelden die hun functie voor de boeren verloren hadden door de komst van kunstmest.
Tussen Boxtel en Vught liggen verschillende van deze jonge landgoederen en buitenplaatsen, zoals Dommeloord (ook wel Wilhelminapark genoemd), De Oude Hondsberg, Sparrenrijk, Beukenhorst, Halsche Barrier en De Eikenhorst. In de negentiende en twintigste eeuw zijn veel van de 'woeste gronden', de heidevelden en de broekgebieden, omgezet in landbouwgrond. Nieuwe boerderijen werden gebouwd op plaatsen die tot dan onbewoond waren geweest. In de jonge heideontginningen is een rationele verkaveling en ontwatering gerealiseerd. De Meierij wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met ieder hun eigen karakter en relatie met het landschap. Ook zijn een aantal plattelandsdorpen uitgegroeid tot middelgrote steden of industriekernen, zoals Veghel en Schijndel. De grote stedelijke gebieden van '''s-Hertogenbosch, Eindhoven en Tilburg zijn met elkaar verbonden door een netwerk van snelwegen, provinciale wegen, kanalen en spoorlijnen. Door de achteruitgang van de populierenteelt en de introductie van het prikkeldraad, waardoor de perceelrandbegroeiing zijn functie als veekering verloor, is de kleinschaligheid van de beekdalen op veel plaatsen verloren gegaan. Dit proces werd versterkt door de uitvoering van ruilverkavelingen in de tweede helft van de twintigste eeuw.
Hierdoor zijn de markante verschillen tussen de hoge zandgronden, de oude cultuurgebieden en de beekdalen voor een deel verloren gegaan. Cultuurhistorisch belang De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het gebied zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Twee andere aspecten die het landschap van de Meierij kenmerken zijn de landgoederen en buitenplaatsen en de populierenteelt. Essentiële aspecten In de regio liggen de volgende cultuurhistorische landschappen van provinciaal belang:
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
24
o o o o
Groene Woud; Beerse en Baardwijkse Overlaat (gedeeltelijk); Loonse en Drunense Duinen; Landgoederenzone ten zuiden van Tilburg (gedeeltelijk);
Dragende structuren in de regio zijn: o de oude agrarische cultuurlandschappen met akkercomplexen, beemden, o broekgebieden; o de dorpen en buurtschappen met langgevelboerderijen; o de woeste gronden met heidevelden, vennen en zandverstuivingen; o de kastelen, kloosters, landgoederen en buitenplaatsen; o de populieren; o de Zuid-Willemsvaart. Ontwikkelingsstrategie 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; 2. De cultuurhistorische waarden van de Meierij in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen:“Groene Woud” (ook deels in gebiedspaspoort Kempen) en “De Loonse en Drunense Duinen”; 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: “Loonse en Drunense Duinen”, “Dekzandrug Tilburg-Den Bosch” en “Dommeldal Nuenen-Gestel”. Onderhavige ontwikkeling brengt de geformuleerde essentiele aspecten en ontwikkelingsstrategie niet in gevaar. In het plangebied zelf liggen verder geen rijksmonumenten en komen geen bouwkundige punten, lijnen of vlakken van enige waarde voor.
Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart 2014 van de gemeente Bernheze is zichtbaar dat het plangebied deels is gelegen in/ nabij een oude bebouwingsconcentratie. Zie de uistnede van de kaart hieronder, waarop de ligging van de planlocatie met een rode cirkel is aangegeven. De bebouwing in het plangebied wordt buiten de oude bebouwingsconcentratie gesitueerd.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
25
4.4 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: • ter plaatse van de woning(en) een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Consequenties Rondom het plangebied is diverse bedrijvigheid gelegen. Het gaat om de navolgende bedrijven: -
woonzorginstelling Laverhof, Zijlstraat 1 (maatschappelijke bestemming, maximaal milieucategorie 2); Jong Nederland HDL, Veldstraat 4/4a (maatschappelijke bestemming, maximaal milieucategorie 2); Makombi BV, Veldstraat 3 (bedrijfsbestemming, maximaal categorie 2 en functieaanduiding groothandel (categorie 3.1)); Van Esch Tweewielers BV, Abdijstraat 28/ 28a (detailhandelsbestemming, maximaal categorie 2).
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
26
Op basis van de karakteristiek van de omgeving van het plangebied kan worden gesteld dat sprake is van 'gemengd gebied'. Binnen gemengd gebied geldt voor mogelijke categorie 1 invulling een afstand van 0 meter, voor categorie 2 is dat 10 meter en voor categorie 3.1 is dat 30 meter. De afstanden tussen de bestemmingsvlakken van de bedrijvigheid en de woonbestemming van het nieuwe plan wordt voor Zijlstraat 1, Veldstraat 3 en Abdijstraat 28/ 28a gehaald. Voor Veldstraat 4/4a wordt de richtafstand van bestemmingsvlak tot bestemmingsvlak niet gehaald. De afstand van het bestemmingsvlak van de maatschappelijke bestemming tot het bouwvlak in het plangebied wordt wel gehaald. Doordat dit het geval is wordt de toegelaten bedrijvigheid op Veldstraat 4/4a niet belemmerd en kan ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Conclusie Samenvattend blijkt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse en dat bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied niet in hun bedrijfsvoering wordt belemmerd. 4.5 Bodem Beleidskader Vastgelegd is dat in ruimtelijke plannen moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is.
Voor het betrekken van bodeminformatie bij het opstellen van bestemmingsplannen zijn enkele vragen relevant: • is er bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; • zijn er gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies; • wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers. Consequenties Ter plaatse van het perceel ten behoeve van de woningbouwontwikkeling is door Milon een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 2 van dit bestemmingsplan. Hieruit blijkt de volgende conclusie. “De onderzoekslocatie betreft het perceel Abdijstraat ong. te Heeswijk-Dinther, kadastraal bekend onder gemeente Heeswijk-Dinther, sectie E, nummer 3026 en 3024 gedeeltelijk. Vooronderzoek De onderzoekslocatie betreft een braakliggend terrein gelegen tussen de percelen aan de Abdijstraat 29 en 33 te Heeswijk-Dinther en staat kadastraal bekend onder gemeente Heeswijk-Dinther, sectie E, nummer 3026. De onderzoekslocatie beperkt zich tot de perceelsgrenzen van het perceel en een klein gedeelte van het naastgelegen perceel
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
27
(Heeswijk-Dinther, sectie E, nummer 3024). De onderzoekslocatie ligt binnen de bebouwde kom. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1.098 m2. De directe omgeving bestaat hoofdzakelijk uit percelen met woonbebouwing. Volgens historisch topografisch kaartmateriaal is de onderzoekslocatie nooit bebouwd geweest. Wel is er mogelijk sprake geweest van een (onverharde) weg op de locatie tot 1900. Na 1900 is het perceel veranderd in agrarisch terrein. De huidige bebouwing naast het perceel is gebouwd in 1939 en respectievelijk 1965. Rond 2005 was op het perceel een depot grond aanwezig. De herkomst hiervan is niet bekend. Het depot is bij de uitvoering van de terreininspectie niet meer aanwezig. Op basis van eerder bodemonderzoek kan geconcludeerd worden dat in de grond en het grondwater geen noemenswaardige verontreinigingen worden verwacht. Voor zover bekend zijn op of nabij de onderzoekslocatie geen verdachte locaties aanwezig of aanwezig geweest en zijn geen potentieel bodembelastende activiteiten uitgevoerd. Op basis van het vooronderzoek wordt ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bodemverontreiniging verwacht. Derhalve is conform NEN 5740 de locatie onderzocht met de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie niet lijnvormig (ONV-NL).
Verkennend bodemonderzoek Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bovengrond bijmengingen aangetroffen met puinspoortjes en baksteenresten. Voor het overige zijn geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Asbestverdacht materiaal is niet aangetroffen. Opgemerkt dient te worden dat PFAS eveneens niet boven de achtergrondwaarde is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ter plaatse zijn in de boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie barium gemeten. Deze verhoging is te verklaren aan de hand van natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden in de regio. Vervolgonderzoek wordt niet zinvol geacht. Op basis van de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit wordt geacht dat geen belemmeringen aanwezig zijn voor het huidige en toekomstige gebruik van de locatie.” Conclusie De gemeente Bernheze is bevoegd gezag, het onderzoeksbureau heeft slechts een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaalt dan ook of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Het bevoegd gezag heeft uitgevoerde verkennende bodemonderzoeken beoordeeld en heeft hiermee ingestemd.
Sprake is van een voor de toekomstige functie geschikte bodemkwaliteit Bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
28
4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR.
Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen.
Bestemmingsplan ‘Abdijstraat 31 Heeswijk-Dinther’ – 7 oktober 2021
29
Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb) Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)
Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.
Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. De beleidsvisie bevat geen gebiedstypering of uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden voor de verantwoording van het groepsrisico. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enz.. Consequenties Om de externe veiligheidsrisico’s voor het plangebied te inventariseren is de risicokaart geraadpleegd. Uit de risicokaart en een beschouwing van de omgeving blijkt dat er in de directe omgeving geen inrichtingen met gevaarlijke stoffen zijn welke een invloedsgebied hebben die reikt over het plangebied. Tevens zijn er geen vaarwegen (over de ten zuiden lopende Zuid-Willemsvaart vindt geen transport van gevaarlijke stoffen plaats), spoorwegen of buisleidingen met een invloedsgebied over het plangebied.
Het transport van gevaarlijke stoffen over de weg vormt wel een risicobron voor het plangebied. Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van de hoofdtransportroutes van gevaarlijke stoffen. Deze liggen op meer dan 880 meter van het plangebied, wat het invloedsgebied vormt van regulier transport van gevaarlijke stoffen. Het plangebied ligt echter wel binnen het invloedsgebied van lokaal transport van gevaarlijke stoffen over de Hoofdstraat. Het betreft tankauto’s gevuld met de stofcategorieen LF1, LF2 en GF3. De Hoofdstraat heeft geen plaatsgebonden risico, wel is er sprake van een groepsrisico. De invloedsgebieden van de stofcategorieen LF1 en LF2