CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

Raadsvergadering 7 oktober 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Nieuwe Erven 25, Heesch *13.515 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

33

Er dient gekeken te worden naar de afstand van bestaande bedrijven tot de nieuwe woningen van onderhavig initiatief. De richtafstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangegeven deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van de nieuwe of bestaande woningen. De directe omgeving van het initiatief kan getypeerd worden als ‘gemengd gebied’, dit gezien de aanwezigheid in de nabije omgeving van de diverse functies (bedrijven/wonen/agrarisch). Hierdoor kan de afstandsstap uit de VNG-publicatie met één stap worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. In de omgeving van het plangebied bevinden zich enkele bedrijven, zie onderstaande tabel. Type bedrijf Milieucat. RichtWerkelijke afstand afstand Bedrijf – Nieuwstraat 19 2 10 27 Bedrijventerrein ‘De Beemd’ 3.1 30 90 Bedrijventerrein ‘De Beemd’ 3.2 50 118 De bedrijvigheid is op een verantwoorde afstand aanwezig ten opzichte van de nieuwe woning, waardoor er geen belemmering is. Daarnaast is er ten opzichte van het dichtstbijzijnde bedrijf (Nieuwstraat 19) dichterbij al een bestaande woning gelegen, waardoor het bedrijf beperkt is in zijn mogelijkheden. Zodoende vormt het plangebied geen belemmering voor de bedrijfsvoering van bedrijven in de omgeving van het plangebied.

Conclusie Voor onderhavig plangebied is een toets gedaan aan de te hanteren afstanden tot bedrijfsbestemmingen in de omgeving. Er zijn geen belemmeringen voor het project aanwezig. 5.7. Wet geurhinder en veehouderij De milieubelasting van agrarische bedrijven die rondom een milieugevoelig object (zoals een woning) zijn gesitueerd, mag een goed leefklimaat niet onevenredig negatief belemmeren. Tegelijkertijd kan het realiseren van milieuhindergevoelige objecten (zoals een woning) binnen een hinderzone van een agrarisch bedrijf de bedrijfsvoering van het bedrijf belemmeren. Bij het beoordelen van ruimtelijke initiatieven en plannen wordt, als vertaling van het criterium ‘een aanvaardbaar woon- en leefklimaat’, onderstaande Geurkaart aangehouden uit 2019. In de nabijheid van onderhavig plangebied zijn geen agrarische bedrijven aanwezig. Zoals op onderstaande afbeelding is te zien kan de achtergrondbelasting geclassificeerd worden als ‘zeer goed’.

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

34

Uitsnede Geurkaart Gemeente Bernheze 2019 (planlocatie is rood omcirkeld)

Conclusie Onderhavig plangebied vormt geen belemmering voor agrarische bedrijven in de omgeving en er heerst een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er zijn dus geen belemmeringen voor het project aanwezig. 5.8. Verkeer Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd project op de verkeersstructuur. In onderhavig plangebied zal de ontsluiting niet veranderen doordat de de ruimte-voor-ruimte woning gebruik zal maken van een bestaande inrit. Wel zal door het toevoegen van de Ruimte-voor-Ruimte woning zal het aantal verkeersbewegingen licht toenemen. De verkeersgeneratie per vrijstaande woning in het buitengebied in de publicatie van het CROW is gemiddeld 8,2 beweging per etmaal. Deze lichte toename zal niet veel invloed hebben op de huidige belasting van de verkeersstructuur aan de Nieuwstraat. Conclusie Onderhavig project zal niet in betekende mate bijdrage aan de belasting voor de verkeersstructuur. Er zijn dus geen belemmeringen voor het project aanwezig. 5.9. Volksgezondheid i.r.t. veehouderijen Besmetting kan optreden door inademing van besmet stof van stallen, weilanden, ruwe wol en dierenhuiden, door direct contact met besmette dieren en door het nuttigen van besmette rauwe melk of onvoldoende verhit besmet vlees. Met name het verwaaien van ingedroogde en op weilanden uitgereden mest zou zorgen voor verspreiding van bacteriën naar de mens.

Het ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid heeft, vooruitlopend op een landelijk toetsingskader, de notitie ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ opgesteld. Aan de hand van het stappenplan 2.0 uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 is beoordeeld of nadere advisering van de GGD wenselijk is.

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

35

1. Endotoxine ‘richtafstand’ tussen veehouderij en plangebied Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen (200 meter) en pluimveehouderijen (500 meter). Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. 2. Toename emissie voor geur, fijnstof of ammoniak Gezien de vele woningen in de omgeving en de normen in de gemeentelijke geurverordening 2013 zullen er geen geur belastende objecten in de omgeving bij komen en zal de geurbelasting ter plaatse in de toekomst alleen maar kunnen afnemen. 3. Wijze waarop met overbelasting geur wordt omgegaan In onderstaande afbeelding is de meest recente regionale geurkaart ODBN-regio 2019.2 weergegeven van 09 december 2019. De geurbelasting binnen onderhavig plangebied voldoet aan de gemeentelijke norm en aan de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 ten aanzien van geurhinder. Het woon- en leefklimaat in onderhavig plangebied kan als ‘goed’ worden geschouwd.

Fragment regionale geurkaart ODBN-regio 2019.2 (planlocatie is paarse stip)

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

36

4. Aanwezige diersoorten binnen een veehouderij In de directe omgeving zijn geen veehouderijen gelegen waarbij sprake is van het gecombineerd houden van varkens en pluimvee, of rundvee en kleine herkauwers of kleine herkauwers onderling. Tevens is er in de directe omgeving geen pluimveebedrijf gelegen. 5. Geitenhouderijen/pluimveebedrijven Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven en een straal van circa 1 km rond pluimveebedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Binnen een straal van 2 km bevinden zich geen geitenhouderijen. Ten noordwesten van het plangebied bevindt zich op circa 700 meter een pluimveebedrijf. Hierdoor is sprake van een geringe overschrijding van de richtafstand. Voor een nadere beoordeling dient gekeken te worden naar de bronsterkte c.q. omvang van het bedrijf en emissies uit de dierverblijven. Op 20 februari 2017 is een verklaring van geen bedenkingen afgegeven in verband met uitbreidingsplannen/ veranderingsplannen van het pluimveebedrijf. De aanvraag resulteert in het wijzigen van het aantal te houden dieren van 55.800 naar 27.084 legkippen. Dit betekent een afname in het totaal aan fijnstofemissie, dit wordt namelijk 3.027 kg/jaar. Dit resulteert in een endotoxine afstand van 177 meter.

Onderhavig plangebied is gelegen op ruime afstand van deze endotoxine-zone van het pluimveebedrijf. 6. Mestbe- of verwerking Er is in de omgeving van het plangebied geen sprake van mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. 7. Ongerustheid bij omwonende Uit de gevoerde dialoog met omwonende of uit de klachtenregistratie van de gemeente is geen ongerustheid aanwezig/bekend. Conclusie Nabij het plangebied zijn geen veehouderijen gelegen waarvan sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico, zodoende is nadere advisering van de GGD niet noodzakelijk. Het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen vormt geen belemmering voor het plan. 5.10. Hoogspanningslijnen Het aspect hoogspanningslijnen dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening meegenomen worden. Er dient rekening gehouden te worden met de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. Het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen is gebaseerd op het voorzorgprincipe. Bij het opstellen van een bestemmingsplan kan het daarom noodzakelijk zijn een bepaalde afstand vrij te houden tussen gevoelige bestemmingen en bovengrondse hoogspanningslijnen. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden bloot gesteld aan magneetvelden van meer

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

37

dan 100 µTesla. Deze norm wordt in Nederland op maaiveldniveau nergens overschreden. Aanvullend hierop adviseert het rijk, vanuit het voorzorgprincipe, om zoveel als mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen (tot 15 jaar) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen van meer dan 0,4 µTesla. In de directe nabijheid van het plan zijn geen hoogspanningslijnen aanwezig of gepland. Kortom vormt de hoogspanningslijn geen belemmering voor onderhavig project. 5.11. Spuitzones gewasbescherming Het aspect spuitzones gewasbescherming dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening meegenomen te worden. Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt een afstand van 50 meter aangehouden tussen een gevoelige functie en agrarische bedrijvigheid, waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Binnen 50 meter afstand zijn geen fruitboomgaarden of andere bijzondere teelten die vragen om bijzondere besproeiing met gewasbeschermingsmiddelen, maar alleen akkerbouw. Bij akkerbouw gaat het om lage teeltgewassen en dus een lage bespuiting met een beperkte verspreiding. Hierdoor kan men spreken over een aanvaardbaar woon- en leefklimaat binnen onderhavig plangebied. 5.12.

M.er.-beoordeling Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.rplichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.-beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

38

overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden - aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.- beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd. Activiteit en drempelwaarden In artikel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (D11.2) opgenomen. In de nota van toelichting op het Besluit milieueffectrapportage wordt het begrip ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ ook geduid. Hier wordt het volgende aangegeven: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan”. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een m.e.r.beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: a.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, b. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of c. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het plan voorziet in het toevoegen van één ruimte-voor-ruimte woning. Het plangebied heeft een grootte van circa 0,3 hectare. De voorgenomen activiteit blijft dus ruimschoots onder de drempel van 2.000 woningen en/of 100 hectare zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.beoordelingsplichting. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de Dlijst, dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

39

openbare en particuliere projecten’. De criteria vallen uiteen in criteria betreffende de: • kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen; • plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; • kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect. Gezien de kenmerken van het project (waaronder de geringe omvang), de plaats van het project (waaronder het bestaande grondgebruik en de afstand tot Natura 2000-gebieden zoals in de toelichting omschreven) en de kenmerken van het potentiele effect (de omgevingsaspecten zoals hiervoor omschreven) is uitgesloten dat significant negatieve effecten op instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden ontstaan. Ook overigens is niet gebleken van feiten en omstandigheden die maken dat uitvoering van onderhavig plan kan leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen die het verrichten van nader milieuonderzoek noodzakelijk maken. Conclusie In het kader van het bestemmingsplan is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de ontwikkelingen.

Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure.

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

40

6.

WAARDEN

6.1. Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Op 30 september 2010 is de Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze opgesteld, naar een implementatie van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in het gemeentelijke beleid. In deze Nota wordt de ‘waarde archeologie’ voor op de beleidskaart weergegeven in categorieën. Hieronder zijn de belangrijkste bepalende weergegeven: 1. wettelijk beschermde archeologische monumenten; 2. gebieden van (hoge, vastgesteld) archeologische waarde, te weten: historische hoeven, kasteel- en kerk- en kloosterterreinen, schansen, (water)molenlocaties en AMKterreinen van zeer hoge waarde; 3. gebieden van archeologische waarde, waaronder AMKterreinen van (hoge) archeologische waarde en de historische kernen van dorpen en gehuchten; 4. gebieden met een hoge archeologische verwachting; 5. gebieden met een middelhoge archeologische verwachting; 6. gebieden met een lage archeologische verwachting; 7. gebieden zonder een archeologische verwachting (verstoord, opgegraven, dan wel op andere wijze vrij van archeologie). Het plangebied ligt volgens het vigerend bestemmingsplan in een zone met een middelhoge verwachting. Volgens tabel 1 van de Nota Archeologiebeleid geldt voor onderhavig plan een onderzoeksplicht, wanneer de verstoringsdiepte meer bedraagt dan 40 cm én het te verstoren oppervlak meer dan 2.500 m2 is.

De voorgenomen ontwikkeling heeft een bebouwd oppervlakte van kleiner dan 2.500 m2, waardoor er geen onderzoeksplicht geldt. Ten allen tijde geldt wel een meldingsplicht bij het aantreffen van archeologische toevalsvondsten op basis van art. 5.10 van de Erfgoedwet. Cultuurhistorie Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient nagegaan te worden of er binnen of rondom het plangebied archeologische en cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Het aanwezig zijn van deze waarden wil niet per definitie zeggen dat een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling niet realiseerbaar is, maar geeft aan dat zorgvuldig omgegaan met deze waarden vereist is.

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

41

Uitsnede van cultuurhistorische waardenkaart Gemeente Bernheze 20-01-2014 (rood kader = planlocatie)

Op de Cultuurhistorische Waardenkaart 20-01-2014 van de gemeente Bernheze zijn de volgende waarden aangegeven; oude wegtracé – redelijke hoge waarde (Nieuwe Erven, Kruishoekstraat en Nieuwstraat) en wal (Kruishoekstraat en Nieuwstraat). De wegen rondom het plangebied en de wal aan twee zijden van het plangebied blijven behouden of worden zelfs versterkt. Hierdoor zal het toevoegen van het aantal (zorg)woningen niet tot een noemenswaardige aantasting leidt van deze cultuurhistorische waarden. Conclusie Voor onderhavig plan is geen onderzoeksplicht aanwezig voor de archeologische waarden. De aanwezige cultuurhistorische waarden worden niet noemenswaardig aangetast en blijven behouden. De onderzoeksplicht blijft wel aanwezig middels de geldende dubbelbestemming, waardoor de archeologische en cultuurhistorische waarden voldoende geborgd blijven. Zodoende zijn er geen belemmeringen aanwezig.

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

42

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

43

6.2. Flora en Faunawet en ecologie Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde ‘externe werking’. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Teveel stikstof is slecht voor de natuur. Bij landbouw wordt stikstof uitgestoten in de vorm van ammoniak (een kleurloos gas). Dit gas komt vrij bij dierlijke mest en kunstmest. Stikstof komt ook voor als stikstofdioxide. Een stof die bijvoorbeeld auto’s, schepen en industrieën uitstoten. Volgens de Wet natuurbescherming is een vergunning nodig voor activiteiten die kunnen leiden tot schade aan Natura 2000-gebieden, bijvoorbeeld als gevolg van stikstofdepositie (uitstoot en neerslag van stikstof).

Tot 29 mei 2019 was toestemming hierop gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS), echter is deze ongeldig verklaard door de Raad van State. De overheid werkt momenteel aan een nieuwe aanpak stikstof. In dit nieuwe beoordelingskader wordt gewerkt met de volgende kaders; intern salderen, extern salderen, ecologische onderbouwing en ADC-toets. •

Intern salderen; betekent dat het voorgenomen project zo wordt aangepast, dat de stikstofuitstoot vermindert of gelijk blijft;

•

Extern salderen; betekent dat de stikstofdepositie in een bepaald gebied gelijk blijft of afneemt. Dit doordat de toename van een activiteit wordt weggenomen doordat een andere activiteit stopt;

•

Ecologische onderbouwing; middels een ecologische onderbouwing (voortoets) dat de extra stikstofdepositie die het project veroorzaakt de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet aantast;

•

ADC-toets; indien met de getroffen maatregelen niet kan worden uitgesloten dat het Natura 2000-gebied wordt aangetast dient een ADC-toets te worden gebruikt. Hierin moet aangetoond worden dat (A) er geen alternatieven met minder schadelijke effecten in Natura 2000-gebied zijn, (B) de activiteit een dwingende reden dient van groot openbaar belang en (C) de schade aan de natuur gecompenseerd wordt.

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

44

Tot dat dit nieuw beoordelingskader definitief kan worden gebruikt betekend dat er bij activiteiten die tot een toename van stikstofdepositie leiden een natuurvergunning moet worden aangevraagd. Bij nieuwe bestemmingsplannen dient middels een voortoets te worden beoordeeld dat er door de activiteit geen relevante stikstofdeposities kunnen optreden in een Natura 2000-gebied. Onder omstandigheden moet ook een passende beoordeling en milieueffectrapportage worden gemaakt. Voortoets / ecologisch onderzoek In een voortoets moet de vraag beantwoord worden of op grond van objectieve gegevens op voorhand kan worden uitgesloten dat een plan of project op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De voortoets bevat onder andere een beschrijving van het plan, de te verwachten effecten op alle relevante Natura 2000gebieden en een analyse of daarbij mogelijk sprake is van significant negatieve effecten. Blijkt uit de voortoets dat het optreden van significant negatieve effecten ter plaatse van stikstofgevoelige habitattype in een Natura 2000-gebied niet kan worden uitgesloten, dan volgt een vervolgonderzoek in de vorm van een ‘passende beoordeling’.

Afstand tot Natura 2000-gebieden De eerste stap is de afstand van het bouwproject tot in de omgeving gelegen Natura 2000-gebieden die stikstofgevoelige habitattypes bevatten te bepalen. Is de afstand groter dan 10 kilometer, dan zal voor verreweg de meeste projecten kunnen worden geconcludeerd dat op voorhand significante effecten op stikstofgevoelige habitattypes in Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten. Voor kleinere projecten zal reeds bij een geringere afstand kunnen worden uitgesloten dat significante effecten optreden bij voor stikstof gevoelige habitattypes.

Uitsnede kaart ‘Natura 2000-gebieden’ (bron: www.synbiosys.alterra.nl) (afstanden tot Natura 2000-gebieden zijn in het paars aangegeven)

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

45

Zoals op bovenstaande kaart valt af te lezen is de afstand tot alle Natura 2000-gebieden in de omgeving van Heesch groter dan 10 kilometer. Beleid gemeente Onderhavig plan bevat het toevoegen van één ruimte-voor-ruimte woning. De woning worden gasloos uitgevoerd. Het college van Burgemeester en Wethouders heeft in de vergadering van 17-03-2020 besloten dat bij wijzigings- en bestemmingsplannen voor woningbouwinitiatieven onder de 50 woningen geen stikstofdepositie berekening meer wordt verlangd. Dit gezien er geen significante gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling voor Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie worden verwacht. Naast de voorgenomen ontwikkeling voor het toevoegen van de bestemming ‘wonen’ wordt er geen andere bestemming (opnieuw) vastgelegd. Een verdere beoordeling voor de aanlegfase is niet nodig. Soortenbescherming Door Ecologisch Adviesbureau Eceau is een ecologisch onderzoek uitgevoerd: rapport “Ecologisch onderzoek aan Nieuwe Erven 25 te Heesch” (20-03-2020, TRA-1QS200205). De relevante delen van de samenvatting uit het rapport zijn hieronder weergegeven. “Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling aan de Nieuwe Erven 25 te Heesch is een ecologisch onderzoek uitgevoerd.

De bestemmingsplanwijziging en alle bijbehorende werkzaamheden voor de ontwikkeling van een zorglandschap leiden, behoudens algemene broedvogels en vrijgestelde soorten, niet tot aantasting van functionele leefomgevingen, vast rust- en/of verblijflocaties, natuurgebieden of andere krachtens de Wet natuurbescherming beschermde zaken. • Ten aanzien van grondgebonden zoogdieren is enkel de Algemene Zorgplicht van toepassing; • Vleermuizen maken aannemelijk gebruik van de locatie als foerageergebied. Mogelijk worden aanwezige individuen door (foutief toegepaste) bouwverlichting tijdelijk verstoord.; • Ten aanzien van vogels met jaarrond beschermde nestlocaties en/of leefgebieden zijn geen verdere maatregelen of vervolgstappen benodigd; • Ten aanzien van algemene vogels kunnen broedsels en nesten verstoord worden gedurende het broedseizoen; • Ten aanzien van amfibieën wordt alleen de aanwezigheid van vrijgestelde soorten verwacht, derhalve dient de Algemene Zorgplicht in acht genomen te worden; • Voor vlinders, libellen, ongewervelde, reptielen en vissen met een beschermde status krachtens de Wet natuurbescherming is geen geschikt leefgebied aanwezig; • Standplaatsen en geschikte omstandigheden ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn niet aanwezig;

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

46

• Houtopstanden op particuliere terreinen vallen niet onder bescherming van de Wet natuurbescherming, enkel dient in de aanvraag omgevingsvergunning gehandeld te worden naar de maatstaven van de APV van de gemeente; • Gelet op de afstand tot beschermde gebieden en de aard van de werkzaamheden worden geen (negatieve) effecten verwacht. Er zijn geen aanleidingen aangetroffen die het noodzakelijk maken dat vervolgstappen of aanvullend onderzoek uitgevoerd moet worden. Voor een aantal soorten is het voldoende als er tijdens de uitvoering rekening wordt gehouden met de eventuele aanwezigheid. Maatregelen bij uitvoering: • Voor vleermuizen dient rekening gehouden te worden met mogelijk foeragerende of passerende vleermuizen middels het juist toepassen van bouwverlichting of door te werken buiten de schemerende en donkere dagdelen. Voorbeelden van juiste verlichting: amber/roodkleurige verlichting, beperkte hoogte van lichtmasten en verlichting naar beneden gericht en convergeren. • In verband met de potentie voor algemene vogelsoorten zoals duiven en kleine zangvogels werken buiten het broedseizoen, medio maart t/m medio augustus. Indien de werkzaamheden opgestart en uitgevoerd worden binnen het broedseizoen dient de locatie ongeschikt gemaakt te worden alvorens de aanvang van het broedseizoen.

Indien nodig kan ook binnen het broedseizoen gewerkt worden door van tevoren de planlocatie te laten controleren op de aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. • Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (puin, takken, stronken) gefaseerd verwijderen. Dit om dieren die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, zich te laten verplaatsen naar een schuilplaats buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. • In het kader van de Algemene Zorgplicht dient voorzichtig gehandeld te worden met alle aanwezige flora en fauna. De werkzaamheden aan de zuidwestelijke vijver dienen buiten de voorplantingsperiode van algemene amfibieën (begin maart t/m eind april) uitgevoerd te worden” Naar aanleidingen van enkele opmerkingen van de ODBN is door Ecologisch Adviesbureau Eceau een aanvulling geschreven voor het Ecologisch onderzoek aan de Nieuwe Erven 25 te Heesch op 29 september 2020. Deze aanvulling is hieronder beschreven: Kleine marterachtigen, afwezigheid verblijfplaatsen: • De aanwezigheid van verblijven van kleine marterachtigen is minder aannemelijk door de afwezigheid van alle vormen van sporen van zowel de bunzing, hermelijn en wezel.

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

47

• De hermelijn heeft een sterke voorkeur voor waterrijke gebieden. In de omgeving van het plangebied zijn (behoudens één kleine poel op de locatie) geen watergangen, poelen of andere oppervlaktewateren aanwezig. Derhalve wordt de hermelijn niet of slechts sporadisch verwacht. De directe omgeving is voornamelijk verhard of in gebruik als intensief agrarisch terrein. • Er zijn geen holen van konijn, vos, das of andere grondgebonden zoogdieren aangetroffen. Mogelijk zijn er holen van muizen aanwezig, welke ongeschikt (te klein) zijn voor bunzing en hermelijn. • In de literatuur (handreiking kleine marterachtigen): "Ze maken gebruik van lijnvormige structuren en andere landschapselementen als verbinding tussen foerageergebieden en verblijfplaatsen. Dergelijke structuren zijn pas geschikt wanneer ze voldoende dekking bieden en in verbinding staan met ander geschikt leefgebied." Het plangebied staat niet in verbinding met ander geschikt leefgebied en kan derhalve niet als geschikt aangemerkt worden. • Kortom, het leefgebied is niet essentieel als onderdeel van het leefgebied van de drie kleine marterachtigen, sporen ontbreken en potentiële verblijven buiten bebouwing zijn voor bunzing en hermelijn uitgesloten en voor wezel onaannemelijk.

Bovendien blijft de locatie ruimtelijk gezien in een vergelijkbare staat en zal het leefgebied geschikter worden voor de kleine marterachtigen door een toename in wateroppervlakte, vitalisatie van het dennenbos, etc. Afwezigheid verblijven van vogels met jaarrond beschermde nesten (steenuil/kerkuil): • Binnen het plangebied zijn een woning en diverse bijgebouwen aanwezig. Behoudens een groter bijgebouw met pannendak in de noordoostelijke hoek zijn slechts kleine bijgebouwen aanwezig. Géén van deze schuurtjes bieden voldoende dekking of zijn ontoegankelijk voor uilen. • De woning en het grotere bijgebouw beschikken over een pannendak zonder openingen van voldoende grootte voor steenuilen en/of kerkuilen. Bovendien zijn er geen werkzaamheden voorzien aan de bestaande bebouwing. Afwezigheid leefgebied steenuil: • Er zijn geen sporen van steenuilen aangetroffen. Op het terrein, rond de schuurtjes en in/nabij de steenuilenkast zijn geen braakballen, veren of krijtsporen aangetroffen. • Door afwezigheid van nesten kan verstoring daarvan uitgesloten worden. • Binnen het plangebied is potentieel geschikt foerageergebied voor steenuilen aanwezig. De toekomstige situatie is vergelijkbaar ten opzichte van de huidige situatie in het kader van ruimtelijke inrichting. De weides blijven behouden, de bosschages blijven

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

48

behouden en oppervlaktewater neemt toe. Door de afwezigheid van steenuilnesten binnen het plangebied, alsmede het al jaren niet in gebruik zijn van de steenuilenkast, is het aannemelijk dat de locatie nauwelijks of niet in gebruik genomen wordt door steenuilen. Bovendien blijft de locatie geschikt als potentieel foerageergebied, al dan niet geschikter in de toekomstige situatie. • De ontwikkeling leidt derhalve niet tot significant negatieve effecten op het leefgebied van steenuilen en/of nesten van de soort. Conclusie Een uitgebreid onderzoek of ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Verder is de stikstofdepositie niet groter dan 0,00 mol/ha/ja. Kortom het aspect Flora en Fauna vormt geen planologische belemmering voor het realiseren van het project.

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

49

7.

BELEMMERINGEN

Voor aanvang van eventuele veldwerkzaamheden moet een onderzoek worden ingesteld naar de ligging van eventuele kabels en leidingen. Andere belemmeringen zijn niet aanwezig.

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

50

8.

TOELICHTING OP DE BESTEMMINGSREGELING

8.1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop het bouwplan ruimtelijk en functioneel in het bestemmingsplan is vertaald. Van belang is dat het bestemmingsplan zowel het ontwikkelingskader geeft voor het plangebied, als het kader voor beheer en handhaving van het plangebied. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en bestemmingsplanregels, die vergezeld gaan van een toelichting. De verbeelding en de bestemmingsplanregels zijn juridisch bindend. De toelichting maakt geen onderdeel uit van het juridisch plangedeelte. Wel fungeert de toelichting als interpretatiekader voor de uitleg van de bestemmingsplanregels. 8.2. Verbeelding Uit de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening blijkt dat een bestemmingsplan uit één verbeelding bestaat. Met ingang van 1 juli 2008 bestaat een verbeelding uit een digitale en een analoge versie. Het bestemmingsplan omvat naast een digitale verbeelding ook een analoge verbeelding, die op haar beurt uit één kaartblad bestaat. Als ondergrond voor de verbeelding is een kadastrale kaart gebruikt. De bestemmingen op de verbeelding zijn door kleuren en coderingen aangegeven. 8.3. Bestemmingsplanregels De bestemmingsplanregels en de verbeelding bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de bebouwing.

De bestemmingsplanregels zijn onderverdeeld in hoofdstukken, die hierna kort worden toegelicht. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Dit hoofdstuk omvat twee artikelen: 1. begrippen; 2. wijze van meten; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Dit hoofdstuk heeft betrekking op de bestemmingen, die in het plangebied voorkomen. Het stramien voor de bestemmingsregels is als volgt: • bestemmingsomschrijving: een beschrijving van de functie(s) van de bestemming en de bestemming zelf; • bouwregels: regels voor het oprichten van gebouwen en bouwwerken; • specifieke bouwregels: indien noodzakelijk worden hier aanvullende regels gegeven voor het gebruik van de gronden binnen de betreffende bestemming;

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

51

• •

ontheffing van de gebruiksregels: de gevallen waarin ontheffing van de gebruiksregels kan worden verleend; omgevingsvergunning: voor zover een bescherming van de bestemming door een omgevingsvergunning nodig is, zijn de vergunningplichtige werken en werkzaamheden hier aangegeven.

Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk omvat de artikelen inzake: • anti-dubbeltelregel; • algemene aanduidingsregels; • algemene afwijkingsregels; • algemene wijzigingsregels; • overige regels. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Dit laatste hoofdstuk omvat de artikelen inzake: • overgangsrecht; • slotregel.

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

52

9.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Naast de kosten voor de realisatie van onderhavige ontwikkeling draagt de initiatiefnemer ook zorg voor de kosten die gepaard gaan met het opstellen van dit bestemmingsplan inclusief onderzoeken et cetera. Verder is de initiatiefnemer onder andere verantwoordelijk voor de kosten die de gemeente maakt voor het toetsen en in procedure brengen van dit bestemmingsplan. Bij onderhavig plan vinden er geen aanpassingen plaats aan het openbaar gebied, aangezien gebruik wordt gemaakt van een bestaande inrit en er geen aansluiting wordt gemaakt op het gemeentelijk rioolstelsel. De kosten worden door de gemeente op de initiatiefnemer verhaald via de legesverordening. Bij realisatie van het initiatief bestaat de kans dat door wijziging van het bestemmingsplan planschade ontstaat. Er is een planschaderisicoanalyse benodigd en er dient een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten te worden waarin is geregeld dat een mogelijke schadevergoeding voor rekening van de initiatiefnemer komt. Derhalve zijn er geen financiële consequenties voor de gemeente en is het plan economisch uitvoerbaar.

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

53

10. BIJLAGEN Bij de toelichting van het bestemmingsplan is de volgende bijlage toegevoegd: -

Landschappelijke inpassing Nieuwe Erven 25 te Heesch door Langenhuizen Hoveniers, d.d. 06-08-2021, kenmerk BP.1141-07; Verkennend bodemonderzoek Nieuwe Erven 25 te Heesch door Van Oort Bodemonderzoek, d.d. 18 maart 2020, projectnummer NEN.309220; Akoestisch onderzoek geluidsbelasting Nieuwe Erven 25 te Heesch, d.d. 03 maart 2020, kenmerk 16211-01; Ecologisch onderzoek aan de Nieuwe Erven 25 te Heesch door Eceau Ecologisch adviesbureau, d.d. 20 maart 2020, kenmerk TRA-1QS200205.

Toelichting bestemmingsplan Nieuwe Erven 25 te Heesch

54

‘

‘traject heesch b.v. A ’t Dorp 13, 5384 MA Heesch T 0412 45 56 67 E info@trajectheesch.nl W www.trajectheesch.nl Bank: Rabobank Oss Bernheze IBAN: NL 02 RABO 0120 0704 99 Ingeschreven bij KvK te ’s-­‐Hertogenbosch nummer 55072321 BTW-­‐nummer: 851555068 B 01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=594a5761-3242-4ecb-959e-b7dc8e956a25