Toelichting Bestemmingsplan Eggerlaan ong. Vorstenbosch
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’
TOELICHTING 18 APRIL 2024 STATUS: VASTGESTELD
Gemeente Bernheze Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’
Gegevens opdrachtgever Naam
: P en R Projectontwikkeling B.V.
Adres
: Maaskade 18
Postcode
: 5347 KD
Plaats
: Oss
Gegevens adviesbureau Naam
: Pittiger in planologie
Adres
: Verwestraat 32
Postcode
: 5491 BZ
Plaats
: Sint Oedenrode
Telefoon
: 06-19743337
Internet
: www.pittiger.com
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
2
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1
Inleiding ...................................................................................................................... 5
1.1
Aanleiding ............................................................................................................................ 5
1.2
Huidige situatie plangebied ............................................................................................... 5
1.3
Ligging en begrenzing plangebied ................................................................................... 7
1.4
Vigerend bestemmingsplan ............................................................................................... 8
1.5
Leeswijzer ............................................................................................................................ 9
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving ...................................................................................................... 10
2.1
Toekomstige situatie ......................................................................................................... 10
2.2
Planologie, stedenbouw en beeldkwaliteit ..................................................................... 11
2.3
Verkeer en parkeren......................................................................................................... 12
Hoofdstuk 3
Beleidskader ............................................................................................................. 15
3.1
Rijksbeleid .......................................................................................................................... 15
3.2
Provinciaal beleid .............................................................................................................. 18
3.3
Gemeentelijk beleid .......................................................................................................... 21
Hoofdstuk 4
Milieuhygiënische aspecten .................................................................................... 26
4.1
Algemeen ........................................................................................................................... 26
4.2
Akoestiek ............................................................................................................................ 26
4.3
Archeologie en cultuurhistorie ........................................................................................ 27
4.4
Bedrijven en milieuzonering ............................................................................................ 31
4.5
Bodem ................................................................................................................................ 33
4.6
Externe Veiligheid ............................................................................................................. 34
4.7
Natuur ................................................................................................................................. 38
4.8
Bomen ................................................................................................................................ 41
4.9
Kabels en leidingen .......................................................................................................... 41
4.10
Luchtkwaliteit ..................................................................................................................... 41
4.11
Water .................................................................................................................................. 45
4.12
Geur .................................................................................................................................... 48
4.13
Milieueffectrapportage (M.e.r.) ........................................................................................ 49
4.14
Volksgezondheid ............................................................................................................... 50
4.15
Straling ............................................................................................................................... 53
Hoofdstuk 5
Toelichting op de regels ......................................................................................... 54
5.1
Algemeen ........................................................................................................................... 54
5.2
Toelichting op de regels................................................................................................... 54
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
3
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 55
6.1
Economische haalbaarheid ............................................................................................. 55
6.2
Overleg en maatschappelijke haalbaarheid .................................................................. 55
Bijlagen ............................................................................................................................................ 57
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
4
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Aan Kapelstraat 7 in Vorstenbosch is een bedrijfswoning met bedrijfsbebouwing gelegen. Omdat de eigenaar van deze locatie reeds haar (agrarische) bedrijfsactiviteiten heeft beëindigd, wordt de aanwezige bedrijfsbebouwing niet meer voor de bestemde functie gebruikt. Met deze reden heeft de eigenaar een deel van zijn eigendom, gelegen aan de Eggerlaan, voor herontwikkeling overgedragen aan P en R Projectontwikkeling B.V. (initiatiefnemer van dit bestemmingsplan). P en R Projectontwikkeling B.V. is voornemens om op de plek waar de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is gelegen woningen te realiseren. Het gaat hierbij om vier twee-onder-éénkapwoningen en twaalf beneden-bovenwoningen. Als gevolg van het beëindigen van de agrarische bedrijfsactiviteiten en de herontwikkeling op een deel van het perceel is ook het omzetten van de ‘achtergebleven’ agrarische bedrijfswoning (Kapelstraat 7) naar een burgerwoning onderdeel van dit bestemmingsplan. Onderstaand is dit aangegeven op de luchtfoto.
Het planvoornemen past niet in het vigerende bestemmingsplan ‘De Kommen van Bernheze’, waarin het plangebied de bestemming ‘Agrarisch’ heeft en wonen alleen is toegestaan in de enkele bedrijfswoning die het bestemmingsplan toelaat. Om het planvoornemen mogelijk te kunnen maken moet het bestemmingsplan ervoor worden herzien. Met die reden is dit bestemmingsplan opgesteld. 1.2 Huidige situatie plangebied De afbeelding hieronder laat de huidige situatie van het plangebied van bovenaf zien. De ligging van het plangebied is met een rode stip aangeduid.
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
5
De foto’s hieronder geven de huidige situatie in het plangebied vanaf straatniveau weer.
Bedrijfswoning, gelegen aan Kapelstraat 7
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
6
Bedrijfsbebouwing, gelegen aan Eggerlaan ong.
1.3 Ligging en begrenzing plangebied Vorstenbosch Vorstenbosch is een dorp in Noord-Brabant, gelegen in de Meierij van 's-Hertogenbosch. Tot de gemeentelijke herindeling in 1994 vormde het samen met Nistelrode de gemeente Nistelrode. Deze gemeente besloeg een oppervlakte van 3.299 ha en telde twee kerkdorpen - Nistelrode en Vorstenbosch – en een gedeelte van Loosbroek. Nistelrode bestond uit de volgende wijken: Laar, Maxend, Menzel, Delst, Donzel, Kleinwijk, Weijen en Loo. Sinds 1 januari 1994 is Vostenbosch één van de kernen in de landelijke gemeente Bernheze. Naast het dorp Vorstenbosch, bestaat de gemeente uit de dorpen Heesch, Nistelrode, Loosbroek en Heeswijk-Dinther. Van de circa 30.000 inwoners die de gemeente Bernheze telt, wonen er circa 1.500 mensen in Vorstenbosch. De kern Vorstenbosch bevindt zich in het zuiden van de gemeente Bernheze. Nabij Vorstenbosch bevindt zich aan de zuid- en oostzijde de A50. De hoofdstructuur is noord-zuid gericht, met de Kerkstraat – Heuvel als belangrijkste drager. De Kerkstraat aan de zuidzijde vormt de verbinding richting Veghel. Aan de noordzijde vormt de Heuvel de verbinding richting Nistelrode. Vorstenbosch is een typisch esdorp met slingerende wegen en oude bebouwing die het dorp verbindt met het buitengebied. Rondom de kern bevinden zich kleine akkercomplexen.
Dankzij de structuur van dekzandruggen en dalen komen in de omgeving van Vorstenbosch relatief veel bosjes en struikgewassen voor. De kern wordt in het noorden begrensd door de bosgebieden, die een uitloper vormen van de Bedafse Bergen. Op korte afstand ten zuiden van de kern bevindt zich het beekdal van de Leijgraaf. Kenmerkend voor de kern Vorstenbosch is de molen ‘Windlust’ in het hart van de kern. Het plangebied Het plangebied is gelegen in de kern van Vorstenbosch, waar het grenst aan de wegen Eggerlaan en Kapelstraat. Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Nistelrode, sectie E, nummers 2643 en 2644 met een totale oppervlakte van 4.740 m2. Onderstaand is een uitsnede van de kadastrale kaart te zien, waarin het plangebied met blauwe omlijning is aangegeven.
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
7
1.4 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘De Kommen van Bernheze’, dat op 1 juni 2011 door de gemeenteraad van Bernheze is vastgesteld. Hieronder is een uitsnede van de verbeelding van dat bestemmingsplan ter hoogte van het plangebied weergegeven.
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
8
In het plangebied zijn de gronden bestemd als ‘Agrarisch’. Ter hoogte van de voormalige bedrijfswoning is de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ van toepassing en ter hoogte van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing geldt de functieaanduiding ‘agrarisch bedrijf’. Onderstaand zijn de functieaanduidingen met rode omlijning en ‘oplichting’ weergegeven. Ter hoogte van beide functieaanduidingen gelden voor de bebouwing ook specifieke maatvoeringseisen.
Verder gelden in het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’. Hierbij geldt respectievelijk een ondergrens voor archeologisch onderzoek bij het roeren van de grond met meer dan 250 en 2.500 m2 dieper dan 0,4 ten opzichte van het maaiveld. Dan is op het gehele plangebied de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’ nog van toepassing. Deze gebiedsaanduiding is bedoeld ter bescherming van de functie van de molen als werktuig en zijn waarde als landschapsbepalend element. In de regels van het bestemmingsplan zijn via de gebiedsaanduiding beperkingen gesteld aan de hoogte van bouwwerken die in de molenbiotoop liggen. Toetsing planvoornemen aan vigerend bestemmingsplan Het toevoegen van woningen is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. De bestemming is ‘Agrarisch’. Binnen die bestemming zijn burgerwoningen niet toegelaten. 1.5 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bevat 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk zal in hoofdstuk 2 de toekomstige situatie meer gedetailleerd uiteengezet worden. In de hoofdstukken 3 en 4 komen het beleid en de randvoorwaarden die in acht moeten worden genomen aan bod. Hoofdstuk 5 bevat de toelichting op de regels en hoofdstuk 6 de uitvoeringsaspecten.
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
9
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
2.1 Toekomstige situatie Het planvoornemen bestaat uit de ontwikkeling van vier levensloopbestendige twee-onder-éénkapwoningen en twaalf beneden-bovenwoningen inclusief bergingen en parkeerplaatsen aan de Eggerlaan in Vorstenbosch (nieuwbouw). Hiervan is maximaal 25% duur (vier twee-onder-éénkapwoningen) en minimaal 70% betaalbaar (twaalf beneden/bovenwoningen). Een voorbeeld van de categorieën/prijsklassen behorende bij dit programma zijn: -
vier twee-onder-één-kapwoningen in de vrije sector koop/huur (koopprijs vanaf € 355.000,00 vrij op naam, aanvangshuurprijs niet gemaximeerd); vier sociale huurwoningen met een aanvangshuurprijs van ten hoogste € 808,06 per maand; drie goedkope koopwoningen met een maximale vrij op naam prijs van € 295.000,-; vier betaalbare koopwoningen met een vrij op naam prijs tussen € 295.000,- en € 355.000,-; één middeldure huurwoning met een aanvangshuurprijs tussen € 808,06 en € 1.026,71 per maand.
Onderdeel van het planvoornemen is ook het omschakelen van een voormalige agrarische bedrijfswoning aan Kapelstraat 7 in Vorstenbosch naar een burgerwoning. Aanleiding voor het planvoornemen is de bedrijfsbeëindiging van een agrarisch bedrijf dat is gelegen in de kern van Vorstenbosch. Om het planvoornemen te kunnen realiseren wordt de nog aanwezige bestaande (agrarische) bedrijfsbebouwing dan ook gesloopt. De voormalige agrarische bedrijfswoning verdwijnt niet, deze wordt omgeschakeld naar een burgerwoning (behoud bestaande bebouwing). De overige opstallen op het perceel waarop de burgerwoning staat, blijven behouden als bijgebouwen bij de woning (225 m2). De gebouwen zijn volledig door de bewoners van de woning in gebruik, waardoor het hier niet gaat om overtollige bebouwing. Gezien de verhouding van de bijgebouwen ten opzichte van de woning (langgevelboerderij) kan de omvang van de bijgebouwen als ondergeschikt worden getypeerd. Daarnaast is het woonerf met haar huidige hoofd- en bijgebouwen een ensemble dat een interessant inkijkje geeft in hoe een kleinschalig gemengd agrarische bedrijf was opgezet. En, hoe het dorp is door de jaren heen is geëvolueerd. Deze plek maakte ooit geen onderdeel uit van het dorp, maar was agrarisch in gebruik. Door de plek te laten wat hij is blijft deze geschiedenis/gevoel behouden voor de toekomst.
Met de ontwikkeling verdwijnt een agrarisch bouwperceel in de kern van Vorstenbosch, waarvoor een woonprogramma in de plaats komt. Hieronder is de situatieschets van de toekomstige situatie van de nieuwbouw opgenomen.
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
10
2.2 Planologie, stedenbouw en beeldkwaliteit 2.2.1 Nieuwbouw Nieuwbouw binnen de bebouwde kom geeft een positieve impuls aan plaatselijke ondernemingen, het verenigingsleven, scholen en daarmee aan de leefbaarheid op langere termijn van het dorp. Van belang is daarbij dat woningen op de juiste plek worden gebouwd én waaraan behoefte is. Het plangebied is gelegen in het hart van de bebouwde kom van Vorstenbosch, waar de functie ‘Wonen’ de boventoon voert. Het planvoornemen, dat bestaat uit de functie ‘Wonen’, is gelegen op een plek die hiervoor dan ook goed geschikt is. Het plangebied betreft een bebouwde locatie in de bebouwde kom. Door hier te ontwikkelen wordt geen open plek in het dorp weggenomen of wordt een plek in het landelijk gebied versteend. Het planvoornemen is een voorbeeld van zorgvuldig ruimtegebruik en zit een goed woon- en leefklimaat niet in de weg. Het bebouwd oppervlak op het totale terrein neem uiteraard wel toe, maar er blijft voldoende onbebouwd en onverhard terrein over voor een aangename woonomgeving. Het programma in het plangebied bestaat uit vier twee-onder-een-kapwoningen en 12 benedenbovenwoningen. De twee-onder-een-kapwoningen zijn op grote afstand van de Eggerlaan geplaatst (circa 11,5 meter) en zijn ontworpen in 2 bouwlagen met kap.
De beneden- en bovenwoningen zijn bijna één meter verder van de Eggerlaan geplaatst (circa 12,4 meter), deze woningen zijn ontworpen in hetzelfde profiel, 2 bouwlagen met kap. Qua profiel (goot- en nokhoogte) sluiten de nieuwe woningen goed aan bij de bestaande woningen aan de overzijde van de Eggerlaan. De architectuur is zorgvuldig, eenvoudig en terughoudend met een eigentijdse uitstraling. De kleurstelling in geeltinten past in de gehele sfeer van dit gedeelte van het dorp. Het benodigde parkeren is voorzien in het voorterrein aan de Eggerlaan, wat wordt verzacht door de geprojecteerde blokhagen en bomen. 2.2.2 Behoud bestaande bebouwing De voormalige agrarische bedrijfswoning in het plangebied schakelt om naar een burgerwoning, de overige opstallen op het perceel dat bij de burgerwoning hoort blijven behouden (225 m2). Aan de uiterlijke verschijningsvorm van de woning en de bijgebouwen zullen geen veranderingen plaatsvinden. De hoeveelheid bijgebouwen is meer dan in een nieuwe situatie bij een burgerwoning op een perceel van deze omvang worden toegelaten. Echter, omdat het hier niet gaat om een nieuwe
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
11
situatie, de extra m2’s (75 m2) beperkt zijn en de bijgebouwen in deze situatie stedenbouwkundig dermate ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw is de specifieke grotere hoeveelheid bijgebouwen voorstelbaar. Omdat de woning één op één omschakelt van een bedrijfs- naar een burgerwoning is verdere verantwoording voor wat betreft de woonvisie of stedenbouw en beeldkwaliteit niet aan de orde. 2.3 Verkeer en parkeren 2.3.1 Verkeer Het plangebied is direct gelegen aan de Eggerlaan, een bestaande weg. Er hoeven daarom geen nieuwe openbare wegen aangelegd te worden om de woningen te kunnen ontsluiten. De achtertuinen van de woningen zijn te bereiken via een looppad. De ontsluiting van het plangebied is goed te noemen. Het planvoornemen heeft een minimaal effect op de verkeersbewegingen. Onderstaand is de verkeersgeneratie van de beoogde situatie ten opzichte van de huidige situatie toegelicht. Deze cijfers zijn verkregen via de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ van CROW. Huidige situatie Het plangebied is gelegen in ‘het centrum’, het is er ‘niet stedelijk’. Functie
Gemiddelde verkeersgeneratie per etmaal per 100 m2 BVO/per stuk
Totaal BVO
Gemiddelde verkeersgeneratie per etmaal totaal
Bedrijfsbebouwing – Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)
7,15
ca. 540 m2
38,61 verkeersbewegingen
Bedrijfswoning – Koop, huis, vrijstaand
7,9
1
7,9 verkeersbewegingen
Totaal
47 verkeersbewegingen
Beoogde situatie Het plangebied is gelegen in ‘het centrum’, het is er ‘niet stedelijk’. Functie
Gemiddelde verkeersgeneratie per etmaal per stuk
Aantal
Gemiddelde verkeersgeneratie per etmaal totaal
Burgerwoning – Koop, huis, vrijstaand
7,9
1
7,9 verkeersbewegingen
Koop, huis, twee-onder-een-kap
7,6
4
30,4 verkeersbewegingen
Beneden-bovenwoning – Koop, appartement, midden
5,8
4
23,2 verkeersbewegingen
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
12
Beneden-bovenwoning – Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)
4,1
5
20,5
Beneden-bovenwoning – Koop, appartement, goedkoop
5,2
3
15,6 verkeersbewegingen
Totaal
98 verkeersbewegingen
Door het planvoornemen is sprake van een toename van 51 verkeersbewegingen per etmaal. De reeds aanwezige infrastructuur kan dit prima afwikkelen. Het wegprofiel is afdoende. De toename is verwaarloosbaar. 2.3.2 Parkeren Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid (9 juli 2015) en de daarbij behorende parkeernormen geldt voor onderhavig planvoornemen een parkeernorm zoals hieronder is genoteerd. -
-
-
-
Vrijstaande burgerwoning (Meerpersoonswoning > 60 m2) 2 parkeerplaatsen Vier twee-onder-één-kapwoningen (Meerpersoonswoning > 60 m2) 1,8 parkeerplaatsen per woning (4 x 2 = 8) Acht beneden-bovenwoningen (Meerpersoonswoning > 60 m2) 1,8 parkeerplaatsen per woning (8 x 2 = 16); Vier beneden-bovenwoningen (Meerpersoonswoning < 60 m2) 1,8 parkeerplaatsen per woning (4 x 1,3 = 5,2);
In totaal betekent dit dat er 31 parkeerplaatsen voor het planvoornemen beschikbaar moeten zijn. Twee op het erf van de bestaande om te schakelen agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning (Kapelweg 7) en 29 voor de nieuwe woningen aan de Eggerlaan. Op het erf van Kapelweg 7 is voldoende ruimte om ten minste 2 auto’s te parkeren. In het plangebied zijn 24 parkeerplaatsen voorzien, 4 opritten voor één auto en 20 openbaar toegankelijke haakse parkeerplaatsen. De maatvoering van de parkeerplaatsen is conform NEN2443. De afbeelding hieronder geeft dit weer.
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
13
Omdat in het plangebied niet voldoende parkeerplaatsen voor het planvoornemen kunnen worden gerealiseerd (5 tekort) en door de ontwikkeling van het planvoornemen een langsparkeerstrook waar 13 auto’s kunnen parkeren wegvalt is door Bureau Buiten-Ruimte een parkeeronderzoek uitgevoerd. Het doel van dit parkeeronderzoek is te beoordelen in hoeverre in de openbare ruimte sprake is van een overcapaciteit aan parkeerplaatsen die door de bewoners en bezoekers van het plangebied in de toekomstige situatie kunnen worden gebruikt. Namelijk, als de bezettingsgraad incl. de voor het planvoornemen benodigde parkeerplaatsen in de openbare ruimte binnen 100 meter van het plangebied lager is dan 85% kan op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid voor de nieuwbouw in de bestaande openbare ruimte worden gecompenseerd. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 8 bij deze toelichting. Hieruit blijkt dat de theoretische parkeerbehoefte in de openbare ruimte door het planvoornemen met maximaal 16 parkeerplaatsen toeneemt én dat na het compenseren van de theoretische parkeerbehoefte van het planvoornemen de theoretische bezettingsgraad op een werkdagnacht (23.00 uur) ten hoogste 68% bedraagt. Dit is onder de 85% die als bovengrens is opgenomen in de parkeernormennota van de gemeente Bernheze.
Hierdoor is er binnen een loopafstand van 100 meter van het planvoornemen voldoende restparkeercapaciteit in de openbare ruimte aanwezig om het tekort aan parkeerplaatsen op eigen terrein te compenseren. Voor het planvoornemen zijn conform de gemeentelijke parkeernormennota 31 parkeerplaatsen voor auto’s beschikbaar. Voor fietsparkeren bij woningen geldt een specifieke norm van 1 fietsparkeerplaats per kamer. De twee-onder-één-kapwoningen beschikken over een ruime garage en bij de boven-benedenwoningen worden bergingen gerealiseerd. Hierin is voldoende ruimte om de fietsen van de bewoners te stallen. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat voor zowel auto- als fietsparkeren voldaan wordt aan het gemeentelijk parkeerbeleid.
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
14
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: -
-
-
-
-
-
Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden.
We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.
Onderhavig planvoornemen is niet in strijd met de kaders van de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken moeten worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, de laddertoets. De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Vervolgens moet de behoefte aan de ontwikkeling worden gemotiveerd. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd.
Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
15
in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt o.b.v. jurisprudentie dat vanaf 12 nieuwe woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onderhavig planvoornemen betreft het omschakelen van één voormalige agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning en het toevoegen van 16 woningen. Dit leidt ertoe dat het planvoornemen voor wat betreft de 16 nieuwe woningen aan de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden getoetst. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Het bestemmingsplan maakt nieuwbouw van 16 woningen mogelijk. Gezien ingevolge jurisprudentie de ontwikkeling van meer dan 12 woningen als een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt gezien is in onderhavige situatie sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die getoetst moet worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Behoefte De behoefte van nieuwe stedelijke ontwikkelingen dient kwantitatief én kwalitatief te worden onderbouwd. Wanneer de regionale ruimtevraag in beeld is, kan worden beoordeeld of een voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Kwantitatieve behoefte Aan de hand van de provinciale 'Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant, Actualisering 2020' heeft de gemeente in afstemming met de regio (regionale afspraken) haar specifieke ontwikkelingsopgave bepaald.
In de Woonvisie Bernheze 2022 - 2026 (nader toegelicht in paragraaf 3.3.2) is een ontwikkelingsopgave per kern opgenomen voor de behoefte op de korte termijn (periode van 5 jaar). In de periode 2022 - 2026 worden in Bernheze maximaal 1.160 woningen toegevoegd aan de voorraad. Bij de verdeling van de bouwopgave is rekening gehouden met de identiteit van alle kernen in de gemeente. Vorstenbosch is een landelijke kern waar men goed en ruim kan wonen. Van de totale bouwopgave tot 2026 zijn derhalve 232 woningen toebedeeld aan Vorstenbosch, dit is 20% van het totaal in de gemeente. Het planvoornemen maakt de bouw van 16 woningen mogelijk. Deze woningen worden niet gefaseerd gerealiseerd, waardoor al deze woningen voorzien in de behoefte tot en met 2026. Op basis van de feitelijke woningvoorraad, de groeiprognose en de harde plancapaciteit blijkt dat er ruimte is om de 16 in het plangebied toe te voegen en dat er met het planvoornemen invulling wordt gegeven aan de kwantitatief aanwezige behoefte in de gemeente en specifiek in het dorp Vorstenbosch. Kwalitatieve behoefte Naast de kwantitatieve behoefte vraagt de ladder ook een beschouwing van de kwalitatieve behoefte waarin een planvoornemen voorziet. Aangaande woningbouw betreft dit voornamelijk type woningen voor een bepaalde doelgroep of het ontwikkelen van onderscheidende woonmilieus.
In de Woonvisie 2022 – 2026 is specifiek gekeken naar de kwalitatieve opgave per kern. Hiertoe is in de woonvisie een nieuwbouwprogramma opgenomen, dat onderstaand is weergegeven.
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
16
Niet ieder planvoornemen kan volledig voldoen aan de verdeling zoals in de woonvisie is weergegeven. Van belang is dat in zijn totaliteit (meerdere planvoornemens samen) aan de verdeling zoals opgenomen in de woonvisie invulling wordt gegeven. Het voorliggende planvoornemen gaat uit van een gemixt woningbouwprogramma in de categorieën ‘koop’ en ‘huur’. Met voorgaande als uitgangspunt voor de ontwikkeling in het plangebied is het woningbouwprogramma van het planvoornemen als volgt: Segment Sociale huurwoningen (een aanvangshuur van maximaal € 808,06) Middenhuur (een aanvangshuur tussen € 808,06 en € 1.026,71) Goedkope koop (v.o.n.-prijs tot maximaal € 295.000,00) Betaalbare koop (v.o.n.-prijs tussen € 295.000,00 en € 355.000,00) Vrije sector koop/huur (v.o.nprijs vanaf € 355.000,00/aanvangshuur niet gemaximeerd) Totaal
Aantal
Type
Percentage
4
Beneden-bovenwoning
25%
1
Beneden-bovenwoning
6%
3
Beneden-bovenwoning
19%
4
Beneden-bovenwoning
25%
4 16
Twee-onder-éénkapwoning
25% 100%
Van deze woningen zijn er 10 levensloopbestendig (benedenwoningen en twee-onder-éénkapwoningen). Uit bovenstaande blijkt dat het planvoornemen aansluit bij de kwalitatieve woningbouwbehoefte in Vorstenbosch. Aan de eis, om de behoefte aan te tonen wordt voldaan. Bestaand stedelijk gebied In lid twee van artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening dient te worden gemotiveerd of de beoogde ontwikkeling plaats kan vinden binnen het bestaand stedelijk gebied. In het kader van duurzaam ruimtegebruik wordt de ruimtelijke ontwikkeling bij voorkeur opgevangen in het bestaand stedelijk gebied. Dit kan door op lege plekken de ruimte ‘in te vullen’, een andere bestemming te geven aan een gebied, door herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden. De definitie van het ‘bestaand stedelijk gebied’ is vastgelegd in artikel 1.1.1, lid 1 van het Bro en luidt als volgt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". Het plangebied is gelegen in de kern van Vorstenbosch te midden van een gebied met woningen en dorpse voorzieningen.
In de huidige situatie is in het plangebied sprake van een voormalig agrarisch bedrijf en een bijbehorende bedrijfswoning. Het planvoornemen voorziet in de sanering van het agrarische bedrijf waarvoor in de plaats 16 nieuwe woningen worden gerealiseerd en de omschakeling van een voormalige agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. De ontwikkeling vindt dus plaats binnen het bestaand stedelijk gebied van Vorstenbosch zoals bedoeld in het Bro. Conclusie Met het planvoornemen wordt een agrarisch bedrijf – een functie die niet meer passend is in de
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
17
omgeving – wegbestemd. De in het plangebied nog aanwezige bedrijfswoning wordt daarbij omgeschakeld naar een burgerwoning. In de plaats van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing komt een gevarieerd woningbouwprogramma, dat goed aansluit bij de behoefte in Vorstenbosch en ontwerptechnisch en functioneel passend is in de omgeving. Het plangebied is gelegen in het bestaand stedelijk gebied. Door de ligging van het plangebied en de toelichting dat het initiatief voorziet in de woningbehoefte wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant.
Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaatproof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Onderhavig planvoornemen is niet in strijd met de Omgevingsvisie Noord-Brabant. De beleidsdoelstellingen vanuit de Omgevingsvisie Noord-Brabant zijn nader uitgewerkt in een provinciale ruimtelijke verordening die instructieregels voor gemeenten bevat. Op 1 juli 2023 zal die verordening tegelijkertijd met de Omgevingsvisie in werking treden. Tot die tijd geldt de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 en de daaruit voortgevloeide Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant waaraan gemeenten zich moeten houden. Hieronder wordt op beide instrumenten nader ingegaan.
3.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben in hun vergadering van 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie RO 2010 vastgesteld. De provincie geeft in de structuurvisie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Deze partiële herziening richt zich alleen op het verwerken van besluitvorming die op provinciaal niveau al heeft plaatsgehad. De grootste wijzigingen ten opzichte van de vigerende provinciale structuurvisie hebben te maken met ‘De transitie van stad en platteland, een nieuwe koers’ en met ‘Brabant als onderdeel van de top van de Europese kennis- en innovatieregio’.
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
18
De provincie wil, meer dan voorheen, het denken en handelen van burgers en ondernemers vertrekpunt laten zijn voor ontwikkelingen. De overheid stuurt daarbij vanuit een heldere visie op randvoorwaarden, die burgers, ondernemers en hun organisaties invullen en realiseren. Maatschappelijke participatie wordt de focus, de overheid neemt het oplossen van maatschappelijke problemen niet over, maar ondersteunt deze. De provincie daagt burgers en ondernemers uit om bij te dragen aan een vitaal Brabant. Een onderdeel hiervan is de transitie naar een zorgvuldige veehouderij. Voor een top kennis- en innovatieregio op Europees niveau is onder andere een sterke agglomeratiekracht nodig. De provincie wil zich daarom meer gaan richten op het versterken van het stedelijk netwerk in Brabant (samen met alle overige betrokken partijen). Verder bevat de nieuwe structuurvisie zaken die de voormalige structuurvisie ook al bevatte. Zo geeft de provincie NoordBrabant in haar structuurvisie nog steeds de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid weer, is de visie bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie en biedt het een basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt. De visie geeft een ruimtelijke vertaling van de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant.
Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Er wordt aandacht besteed aan zaken zoals concentratie van verstedelijking, zuinig ruimtegebruik, verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en aaneengeschakelde natuurgebieden en de concentratiegebieden voor glastuinbouw en intensieve veehouderijen. Het planvoornemen draagt bij aan het aspect ‘concentratie van verstedelijking’ en ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ doordat binnenstedelijk wordt ontwikkeld in plaats van buitenstedelijk. Daarnaast wordt een agrarisch bedrijf gesaneerd en vervangen voor woningen en een voormalige bedrijfswoning omgeschakeld naar een burgerwoning. Dit alles gebeurt op een locatie, de kern van Vorstenbosch, waar een agrarisch bedrijf niet meer wenselijk is en juist een meer binnenstedelijke functie past. De beleidsdoelstellingen vanuit de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 zijn nader uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierin zijn regels gesteld waaraan gemeenten zich moeten houden bij het opstellen van bestemmingsplannen. In de paragraaf hierna wordt het planvoornemen aan de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant getoetst.
3.2.3 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant regelt diverse ruimtelijke onderwerpen, welke op perceelniveau per onderwerp zijn begrensd en visueel op een kaart met verschillende kaartlagen zijn weergegeven. Hierdoor is voor ieder gebied in Noord-Brabant duidelijk welke regels er wat betreft provinciaal ruimtelijk beleid gelden. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waar ze aan toe zijn. Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de instructieregels voor gemeenten voor de ‘Landelijke kern’. Zie de uitsnede van de kaart van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter hoogte van het plangebied (rode pin) hieronder.
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
19
Het planvoornemen betreft het realiseren van woningen ter plaatse van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Het gaat hierbij om vier twee-onder-één-kapwoningen en twaalf benedenbovenwoningen. Als gevolg van het beëindigen van de agrarische bedrijfsactiviteiten behoort het omzetten van de voormalige agrarische bedrijfswoning (Kapelstraat 7) naar een burgerwoning ook tot het planvoornemen. Op het planvoornemen is artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van toepassing. In dit artikel is geregeld dat ontwikkelingen die voorzien in de functie ‘Wonen, werken of voorzieningen’ (stedelijke ontwikkelingen) binnen het stedelijk gebied moeten zijn gelegen. Onderhavig planvoornemen, dat stedelijk van aard is, ligt in het bestaand stedelijk gebied. Ook moet het planvoornemen passen in de regionale afspraken. Dat is het geval, omdat het planvoornemen past binnen de voor Bernheze geprognotiseerde woningbouwopgave, welke regionaal in het RRO is afgestemd. In paragraaf 3.1.2 Ladder voor Duurzame Verstedelijking is op deze prognoses en de motivering van het woningbouwprogramma (nieuwbouw) uitgebreid ingegaan. Aangaande de om te schakelen bedrijfs- naar burgerwoning geldt dat dit altijd kan. Er wordt hierdoor namelijk geen woning toegevoegd aan de voorraad, ook valt er geen af.
Verder geldt dat het initiatief een duurzame stedelijke ontwikkeling moet zijn. Hiervoor gelden diverse criteria, namelijk dat het planvoornemen: -
een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving bevordert; zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden bevordert; optimaal invulling geeft aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie;
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
20
-
rekening houdt met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; optimaal invulling geeft aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; bijdraagt aan een duurzame, concurrerende economie.
Het planvoornemen geeft hieraan invulling, omdat het de herontwikkeling en omschakeling van een bestaande binnenstedelijke locatie betreft met een programma waaraan behoefte is (zorgvuldig ruimtegebruik). Gezien het feit dat er nabij het plangebied – in de kern van Vorstenbosch – voornamelijk woningen gelegen zijn is de bestaande agrarische bestemming hier niet (meer) passend, dat geldt ook voor de agrarische bedrijfswoning. Door het planvoornemen wordt de agrarische bestemming gesaneerd, wordt een bedrijfs- naar een burgerwoning omgeschakeld en worden woningen toegevoegd. De omgeving is dus niet hinderend voor het planvoornemen of andersom (veilige en gezonde leefomgeving). De ligging van het plangebied maakt het gebruik van duurzame energie en mobiliteit goed mogelijk, omdat het in het bestaand stedelijk gebied is gelegen dat op het elektriciteits- en mobiliteitsnet is aangesloten en ook als eerste aangesloten zal blijven. Hemelwaterberging en -infiltratie is onderdeel van het planvoornemen (voldoende ruimte voor opvang water). Verder is paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing.
Het gaat in onderhavige situatie dan vooral om de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en voor zover het het landelijk gebied betreft ook kwaliteitsverbetering van het landschap. Met dit plan wordt - met uitzondering van kwaliteitsverbetering van het landschap, omdat het een binnenstedelijke ontwikkeling betreft - hieraan invulling gegeven. Het plan is gelegen in de kern van Vorstenbosch. Door bestaande agrarische bedrijfsbebouwing te slopen en hiervoor in de plaats 16 woningen te realiseren is dergelijk ruimtebeslag niet op een uitbreidingslocatie benodigd en wordt een functie waaraan op deze plek geen behoefte meer is gesaneerd. Het tegelijkertijd omschakelen van een voormalige agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning sluit hierbij aan. Het plangebied is gelegen in de kern en is daardoor aan alle zijden reeds ingekapseld door bestaande bebouwing. Voor de nieuwe woningen is qua architectuur, vorm, massa en materiaalgebruik aansluiting gezocht bij de omgeving, waardoor het planvoornemen passend is in het landschap en de omgeving. Zie ook paragraaf 2.2 ‘Stedenbouw’. In paragraaf 3.1.2 is ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Verder wordt rekening gehouden met alle van toepassing zijnde milieuaspecten, waarop in het volgende hoofdstuk nader ingegaan wordt.
Op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is er in verband met het planvoornemen geen sprake van strijdigheden. Voldaan wordt aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Bernheze De Structuurvisie Bernheze die op 11 februari 2010 door de gemeenteraad van Bernheze is vastgesteld geeft een samenhangend beeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de hele gemeente tot het jaar 2015 dan wel totdat de visie is ingetrokken. De gemeente Bernheze bevat vijf dorpskernen: Heesch, Heeswijk-Dinther, Nistelrode, Vorstenbosch en Loosbroek. Bernheze wil een gemeente met een dorpse uitstraling blijven. Kleinschalige verstedelijking wil de gemeente niet uitsluiten, maar dient groen ingepast te zijn. Voor mensen die in
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
21
de directe omgeving werken is de landelijke uitstraling van de gemeente een reden om naar een dorp te verhuizen. Bijna elk dorp heeft zijn eigen voorzieningenaanbod waardoor de afzonderlijke dorpen als zelfstandig benoemd kunnen worden. Uitbreidingen hebben vooral plaatsgevonden rondom de bestaande dorpen. Deze zijn aan de kernranden opgerekt. De komende jaren wenst de gemeente de verstedelijking te concentreren in de gebieden rondom de dorpen en op de vrijkomende percelen in de dorpen zelf (inbreiding). Hierbij is het streven gericht op kwaliteit en in mindere mate op kwantiteit. Wat betreft dorpsontwikkeling wordt ingezet op het behoud van de diversiteit van de kernen en linten. Het afwisselende karakter van kleinschalige bedrijvigheid, agrarisch gebruik en woningbouw zorgt dat het gebied dynamisch blijft. Om te voorkomen dat zowel senioren als jongeren de gemeente verlaten, wordt ingezet op kleinschalige woningbouw met passende woningtypen. Deze kwalitatieve woningbehoefte is leidend bij de locatiekeuze. Waardevolle doorzichten naar het buitengebied dienen behouden te blijven. In eventuele nieuwe uitbreidingen komt het onderliggende landschap terug in het stedenbouwkundig ontwerp. Dit alles vraagt grote aandacht voor stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteit. Plaatselijk kan ingezet worden op de realisatie van exclusieve woonbuurten.
Ook hierbij wordt het onderliggende landschap als inspiratiebron gebruikt. Het landelijk wonen nabij een verstedelijkte omgeving is een kwaliteit van de gemeente. Wat grotere uitbreidingen zijn alleen gewenst aan de westzijde van de kern Heesch. Het te ontwikkelen plangebied ligt in de kern van Vorstenbosch en heeft een kleinschalig karakter. Het betreft een herontwikkelingslocatie waar bestaande agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en hiervoor in de plaats 16 woningen worden gerealiseerd. Daarnaast wordt een bestaande agrarische bedrijfswoning omgeschakeld naar een burgerwoning. Gezien voorgaande is onderhavig plan in lijn met de Structuurvisie Bernheze. 3.3.2 Volkshuisvesting Woonvisie 2022 – 2026 In samenwerking met onder andere woningcorporaties, huurdersorganisaties, dorpsraden, zorg- en welzijnsinstellingen heeft de gemeente Bernheze een woonvisie opgesteld. Deze is op 2 november 2021 door de gemeenteraad van Bernheze vastgesteld. Met deze woonvisie wordt ingezet op betaalbaarheid, waarbij de aandacht hoofdzakelijk wordt gericht op de doelgroepen senioren, jongeren en jonge gezinnen. In 2021 zijn de woonwensen en -behoeften van de inwoners gepeild middels presentaties en bijeenkomsten.
De uitkomsten van dit specifieke onderzoek, alsmede het gebruik van diverse algemene onderzoeken (Woonwensenonderzoek 2019 Bernheze, Woonwensen onderzoek 2019 van de regio Noordoost Brabant en de regionale woningmarktmonitor 2020), zijn gebruikt voor het opstellen van de nieuwe woonvisie. Deze spitst zich toe op vijf thema’s: 1. -
Voldoende woningen bouwen, snel en voortvarend In de periode tot en met 2026 worden er 1.160 woningen toegevoegd. Er wordt in ieder kern gebouwd. Er wordt ingezet op woningbouw op inbreidings- en op uitbreidingslocaties. Meer regie op de woningbouwproductie. De keten van idee naar uitvoering waar mogelijk versnellen. Voorrang aan grotere woningbouwplannen.
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
22
2. -
3. -
De juiste woningen op de juiste plek Focus op betaalbaarheid. Meer woningen voor jongeren en senioren. Meer variatie in het woningaanbod. Maatwerk per kern. Openstaan voor experimenten in woonvormen en gronduitgiften. Meerdere, uiteenlopende doelgroepen in één woningbouwontwikkeling. Een bij de behoefte passend woningbouwprogramma. Steviger regie voeren op de programmering en realisatie (in aantal en kwalitatief). ‘’Out of the box” denken voor aanvullend instrumentarium. Committeren aan de taakstelling voor vergunninghouders. RvR-woningen anders insteken: clusteren in kernrandzone, een gevarieerder programma dat voldoet aan de woonvisie, dus: meer betaalbaar, woonzorg en alternatieve woonvormen. Toekomstbestendig en duurzaam Duurzame bestaande voorraad en nieuwbouw: Energieneutraal in 2050. Nieuwbouw BENG en gasloos. De hele woningvoorraad van het gas af in uiterlijk 2050. Op kortere termijn focus op no regret maatregelen. In 2030 heeft het woningbestand van iedere corporatie gemiddeld energielabel A en zijn alle sociale huurwoningen waar mogelijk voorzien van zonnepanelen. Wonen en zorg:
4.
Maatwerk voor onze kernen -
5.
Alle inwoners leven in een veilige thuissituatie. Voldoende woonaanbod om mensen met en zonder zorgvraag zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen laten wonen. Samenwerking met betrokken partijen intensiveren.
Voldoende en de juiste woningen bouwen in iedere kern. Werken aan een toekomstbestendige woonomgeving, fysiek en sociaal. Ontmoeten stimuleren. Samenwerken met Dorpsraden voortzetten. Samenwerken aan uitvoering
In deze woonvisie zijn per dorp ook accenten gelegd. Voor Vorstenbosch zijn dit, per thema, de volgende accenten. 1. Uitgangspunt op basis van notitie ‘Bouwen voor de Toekomst’: vergroten voorraad woningen met 58 woningen 2. 5-10 sociale huurwoningen toevoegen 3. Woningbouw als bijdrage aan de leefbaarheid. Daarom vooral woningen wenselijk voor starters en jonge gezinnen 4. Collectieve woonvormen en zelfbouw zijn populaire woonvormen in deze kern. Deze woonvormen brengen de doorstroming op gang. Kleinschalige woonvormen (b.v. woonboerderijen) met accent op koopsegment
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
23
Het planvoornemen is passend in het gemeentelijke woningbouwprogramma. Dat betekent dat er in kwantitatieve zin ruimte is voor het toevoegen van 16 woningen. In onderstaande tabel is de verdeling van het woningbouwprogramma dat met het planvoornemen wordt beoogd weergegeven. Segment Sociale huurwoningen (een aanvangshuur van maximaal € 808,06) Middenhuur (een aanvangshuur tussen € 808,06 en € 1.026,71) Goedkope koop (v.o.n.-prijs tot maximaal € 295.000,00) Betaalbare koop (v.o.n.-prijs tussen € 295.000,00 en € 355.000,00) Vrije sector koop/huur (v.o.nprijs vanaf € 355.000,00/aanvangshuur niet gemaximeerd) Totaal
Aantal
Type
Percentage
4
Beneden-bovenwoning
25%
1
Beneden-bovenwoning
6%
3
Beneden-bovenwoning
19%
4
Beneden-bovenwoning
25%
4 16
Twee-onder-éénkapwoning
25% 100%
Dit gemixte woningbouwprogramma sluit aan bij de doelstellingen van de woonvisie 2022 – 2026. Dit is eerder toegelicht in paragraaf 3.1.2 Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Het planvoornemen vindt aansluiting bij de woonvisie 2022 – 2026. 3.3.3 Welstandsbeleid In de gemeente Bernheze zijn veel gebieden welstandsvrij. Voor enkele locaties blijft welstandstoezicht wel van toepassing. Dit geldt voor cultuurhistorische waardevolle gebieden die het bijzondere karakter van Bernheze bepalen. Er zijn in deze nota 15 gebieden aangewezen waar welstandseisen gelden. De welstandseisen zijn samengebracht in drie gebiedstypen: • het agrarisch cluster; • het historisch dorpscentrum; • de woningbouw uit de wederopbouwperiode. Op de afbeelding hieronder (locatie is aangeduid met een rode pin) is zichtbaar dat het plangebied niet in één van deze welstandsgebieden ligt.
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
24
Dit betekent dat de welstandscommissie de omgevingsvergunning niet beoordeelt.
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
25
Hoofdstuk 4
Milieuhygiënische aspecten
4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Met die reden moet in een bestemmingsplan aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan, zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan. 4.2 Akoestiek Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Woningen worden als geluidgevoelige objecten aangemerkt.
Consequenties Wegverkeerslawaai Binnen het plangebied worden 16 nieuwe woningen opgericht en wordt een bestaande bedrijfswoning functioneel gewijzigd naar een burgerwoning. Het plan is gelegen binnen de akoestische invloedsfeer van de Kapelstraat, Hondsstraat, Kerkstraat, Heuvel en de Eggerlaan. Het betreffen allen lokale 30 kilometer per uur wegen. Voor wegen die gelegen zijn binnen een woonerf en voor 30 km-wegen gelden geen geluidszones. Deze vrijstelling wordt gemotiveerd door het feit dat deze wegen meestal geen geluidsbelastingen veroorzaken boven de voorkeursgrenswaarde. Echter, moet in het kader van een goed woon- en leefklimaat worden aangetoond dat dit ook daadwerkelijk het geval is. Door NIPA Milieutechniek is dan ook de geluidsbelasting ten gevolge van de omliggende wegen op de gevels van de woningen berekend. De rapportage van het uitgevoerde onderzoek is bijgevoegd als bijlage 1 bij deze toelichting. De conclusies van het onderzoek zijn hieronder opgenomen. “Uit de berekeningsresultaten blijkt dat op de gevels van de nieuwe woningen de geluidbelasting ten hoogste 43 dB bedraagt vanwege het wegverkeer op alle bij dit onderzoek betrokken 30 kilometer per uur wegen. Op grond van het Bouwbesluit is de geluidwering van een nieuwe geluidgevoelige functie in standaarduitvoering tenminste 20 dB.
Hieruit volgt dat de geluidbelasting niet hoger mag zijn dan 53 dB om aan de richtwaarde van het binnengeluidniveau van 33 dB te voldoen zodat het woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Bij de berekende geluidbelasting van het wegverkeer van ten hoogste 43 dB wordt voldaan aan de richtwaarde van binnengeluidniveau. Het woon- en leefklimaat van de woningen is gewaarborgd. Een onderzoek naar de (karakteristieke) geluidwering conform het Bouwbesluit kan achterwege blijven.” Industrielawaai Industrielawaai vormt geen belemmering voor de ontwikkeling of andersom vormt de ontwikkeling geen belemmering voor nabijgelegen bedrijvigheid. Dit blijkt uit hetgeen is beoordeeld in paragraaf 4.4 Bedrijven en milieuzonering van deze toelichting. Voor de motivering van deze conclusie wordt verwezen naar paragraaf 4.4.
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
26
Rail of luchtverkeerlawaai Er is geen onderzoek naar rail- en luchtverkeerslawaai uitgevoerd, omdat de ontwikkeling niet is gelegen in de geluidszone van een spoorweg of aanvliegroute van een vliegveld. Onderzoek hiernaar is derhalve niet nodig. Geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie Beleidskader Sinds 1 september 2007 is de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht. In deze herziening van de Monumentenwet van 1988 zijn de uitgangspunten van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992) voor Nederland nader uitgewerkt. De belangrijkste veranderingen betreffen: • het streven naar behoud en bescherming van archeologische waarden in de bodem; • de kosten van archeologische werkzaamheden komen in principe voor rekening van de initiatiefnemer van bodemverstorende activiteiten (veroorzakerprincipe); • de archeologische monumentenzorg wordt een geïntegreerd onderdeel van het ruimtelijke ordeningsproces. De gemeente Bernheze heeft ervoor gekozen om in het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz, 2007) en de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008) een eigen gemeentelijk archeologiebeleid te formuleren.
Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de “Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze” en de “Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze”. Op basis van deze documenten implementeert de gemeente Bernheze haar archeologiebeleid waarbij zij rekening houdt met de juiste balans tussen een goede omgang met het archeologisch erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen. Consequenties Volgens het archeologiebeleid van de gemeente Bernheze geldt op onderhavige locatie een middelhoge en hoge archeologische verwachting. Hierbij is archeologisch onderzoek vereist als dieper dan 0,40 meter en meer dan 2500 en 250 m2 aan verstoringsoppervlakte geldt. Zie de volgende twee uitsneden uit dit archeologiebeleid.
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
27
Door het planvoornemen worden de vrijstellingsgrenzen overschreden. Met die reden heeft KSP Archeologie een verkennend archeologisch onderzoek in de vorm van een bureau- en booronderzoek uitgevoerd (zie bijlage 2 bij deze toelichting): Conclusie “Op basis van de landschappelijke ligging op een lager deel van de dekzandrug en de relatief grote afstand tot een beekdal is aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum en een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Het uiterste noorden van het plangebied was begin 19e eeuw onderdeel van een weg, eind 19e eeuw was een woning aanwezig in het noorden van het plangebied (een voorganger van de huidige woning). Het noorden van het plangebied heeft vanwege de ligging in een historisch bebouwingslint een middelhoge verwachting op de aanwezigheid van een huisplaats in de Late Middeleeuwen tot Nieuwe tijd (vóór 1811-1832). Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende en karterende fase. Uit het booronderzoek is gebleken dat buiten de voormalige bebouwingszones een humeus dek van 60 à 120 cm voorkomt met daaronder veelal een (vermengd) restant van een humuspodzol.
Ter hoogte van de zones waar voorheen bebouwing stond is een gemengde bodemopbouw aanwezig. De top van het gele tot witte dekzand ligt in deze verstoorde boringen niet dieper dan bij de intacte boringen. Door de bouw en sloop van de bijgebouwen lijkt de bodem enkel afgetopt, maar veelal niet diep verstoord. Er zijn in de karterende fase echter geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een vindplaats, waardoor aan het plangebied een lage archeologische verwachting kan worden gegeven. Tijdens een booronderzoek kan geen archeologische vindplaats worden aangetroffen, ten hoogste archeologische indicatoren die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Een waardestelling conform protocol 4003, VS06 is dan ook niet van toepassing.” Selectieadvies “Op grond van het ontbreken van archeologische indicatoren in het plangebied en daarmee lage archeologische verwachting adviseert KSP Archeologie om de archeologische dubbelbestemming te laten vervallen en geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren.”
Bestemmingsplan ‘Eggerlaan ong. Vorstenbosch’ – 18 april 2024
28
Het archeologisch onderzoek is beoordeeld door het bevoegd gezag. Naar aanleiding hiervan is door het bevoegd gezag een selectiebesluit genomen. Het selectiebesluit is gelijkluidend aan het selectieadvies. Op basis van het uitgevoerde onderzoek en selectiebesluit is in dit bestemmingsplan geen dubbelbestemming ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden meer opgenomen. Uiteraard geldt dat bij eventuele toevalsvondsten hiervan melding wordt gedaan conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is. Dit kan telefonisch bij het Meldpunt Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant (tel. 06-18303225). Het aspect ‘archeologie’ vormt geen belemmering voor het planvoornemen.