CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting

Raadsvergadering 7 oktober 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Herontwikkeling De Hoge Wal 17 te Heesch' *12.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

37

Uitsnede van kaart geurgebiedsvisie Gemeente Bernheze 2013 plangebied = donkerste groene kleur = beoordeling leefklimaat ‘zeer goed’

Conclusie Onderhavig plangebied vormt geen belemmering voor agrarische bedrijven in de omgeving en er heerst een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er zijn dus geen belemmeringen voor het project aanwezig. 5.8. Verkeer Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd project op de verkeersstructuur. In de voorgenomen ontwikkeling zal de ontsluiting niet veranderen, er zal nog steeds één uitrit blijven bestaan. Daarnaast dient gekeken te worden naar het aantal verkeersbewegingen. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit het toevoegen van een vijftal woningen, waardoor er sprake is van een lichte toename. De reeds aanwezige infrastructuur kan dit prima afwikkelen, het wegprofiel is afdoende. Conclusie Onderhavig project zal niet in betekende mate bijdragen aan de belasting voor de verkeersstructuur. Er zijn dus geen belemmeringen voor het project aanwezig. 5.9. Volksgezondheid i.r.t. veehouderijen Besmetting kan optreden door inademing van besmet stof van stallen, weilanden, ruwe wol en dierenhuiden, door direct contact met besmette dieren en door het nuttigen van besmette rauwe melk of onvoldoende verhit besmet vlees. Met name het verwaaien van ingedroogde en op weilanden uitgereden mest zou zorgen voor verspreiding van bacteriën naar de mens.

Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

38

Het ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid heeft, vooruitlopend op een landelijk toetsingskader, de notitie ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ opgesteld. Aan de hand van het stappenplan 2.0 uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 is beoordeeld of nadere advisering van de GGD wenselijk is. 1. Endotoxine ‘richtafstand’ tussen veehouderij en plangebied Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen (200 meter) en pluimveehouderijen (500 meter). Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. 2. Toename emissie voor geur, fijnstof of ammoniak Gezien de vele woningen in de omgeving en de normen in de gemeentelijke geurverordening 2013 zullen er geen geur belastende objecten in de omgeving bij komen en zal de geurbelasting ter plaatse in de toekomst alleen maar kunnen afnemen. 3. Wijze waarop met overbelasting geur wordt omgegaan In onderstaande afbeelding is de meest recente regionale geurkaart ODBN-regio 2019.2 weergegeven van 09 december 2019.

De geurbelasting binnen onderhavig plangebied voldoet aan de gemeentelijke norm en aan de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 ten aanzien van geurhinder. Het woon- en leefklimaat in onderhavig plangebied kan als ‘goed’ worden geschouwd.

Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

39

Fragment regionale geurkaart ODBN-regio 2019.2 (planlocatie is paarse stip)

4. Aanwezige diersoorten binnen een veehouderij In de directe omgeving zijn geen veehouderijen gelegen waarbij sprake is van het gecombineerd houden van varkens en pluimvee, of rundvee en kleine herkauwers of kleine herkauwers onderling. Tevens is er in de directe omgeving geen pluimveebedrijf gelegen. 5. Geitenhouderijen/pluimveebedrijven Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven en een straal van circa 1 km rond pluimveebedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Binnen een straal van respectievelijk 2 en 1 km bevinden zich geen geitenhouderijen en/of pluimeebedrijven. 6. Mesbe- of verwerking Er is in de omgeving van het plangebied geen sprake van mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. 7. Ongerustheid bij omwonende Uit de gevoerde dialoog met omwonende of uit de klachtenregistratie van de gemeente is geen ongerustheid aanwezig/bekend. Conclusie Nabij het plangebied zijn geen veehouderijen gelegen waarvan sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico, zodoende is nadere advisering van de GGD niet noodzakelijk. Het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen vormt geen belemmering voor het plan. 5.10. Hoogspanningslijnen Het aspect hoogspanningslijnen dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening meegenomen worden. Er dient rekening gehouden

Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

40

te worden met de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. Het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen is gebaseerd op het voorzorgprincipe. Bij het opstellen van een bestemmingsplan kan het daarom noodzakelijk zijn een bepaalde afstand vrij te houden tussen gevoelige bestemmingen en bovengrondse hoogspanningslijnen. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden bloot gesteld aan magneetvelden van meer dan 100 µTesla. Deze norm wordt in Nederland op maaiveldniveau nergens overschreden. Aanvullend hierop adviseert het rijk, vanuit het voorzorgprincipe, om zoveel als mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen (tot 15 jaar) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen van meer dan 0,4 µTesla. In de directe nabijheid van het plan zijn geen hoogspanningslijnen aanwezig of gepland. Kortom vormt de hoogspanningslijn geen belemmering voor onderhavig project. 5.11.Spuitzones gewasbescherming Het aspect spuitzones gewasbescherming dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening meegenomen te worden. Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt een afstand van 50 meter aangehouden tussen een gevoelige functie en agrarische bedrijvigheid, waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.

Binnen 50 meter afstand zijn geen fruitboomgaarden of andere bijzondere teelten die vragen om bijzondere besproeiing met gewasbeschermingsmiddelen. Hierdoor kan men spreken over een aanvaardbaar woon- en leefklimaat binnen onderhavig plangebied. 5.12. M.er.-beoordeling Het slopen van gebouwen en het realiseren van enkele (6 stuks) woningen valt onder onderdeel D (stedelijke ontwikkeling, categorie D.11.2) van de bijlage bij het Besluit mer. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling minder dan 2000 woningen omvat, op een locatie waar momenteel al bebouwing aanwezig is, wordt deze ontwikkeling niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit mer. Hieruit kan geconcludeerd worden dat een aanmeldnotitie niet noodzakelijk is. Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

41

6.

WAARDEN

6.1. Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Op 30 september 2010 is de Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze opgesteld, naar een implementatie van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in het gemeentelijke beleid. In deze Nota wordt de ‘waarde archeologie’ voor op de beleidskaart weergegeven in categorieën. Hieronder zijn de belangrijkste bepalende weergegeven: 1. wettelijk beschermde archeologische monumenten; 2. gebieden van (hoge, vastgesteld) archeologische waarde, te weten: historische hoeven, kasteel- en kerk- en kloosterterreinen, schansen, (water)molenlocaties en AMKterreinen van zeer hoge waarde; 3. gebieden van archeologische waarde, waaronder AMKterreinen van (hoge) archeologische waarde en de historische kernen van dorpen en gehuchten; 4. gebieden met een hoge archeologische verwachting; 5. gebieden met een middelhoge archeologische verwachting; 6. gebieden met een lage archeologische verwachting; 7. gebieden zonder een archeologische verwachting (verstoord, opgegraven, dan wel op andere wijze vrij van archeologie). Het plangebied ligt volgens het vigerend bestemmingsplan in een zone met een middelhoge verwachting. Volgens tabel 1 van de Nota Archeologiebeleid geldt voor onderhavig plan een onderzoeksplicht, wanneer de verstoringsdiepte meer bedraagt dan 40 cm én het te verstoren oppervlak meer dan 250 m2 is.

De voorgenomen ontwikkeling heeft een bebouwd oppervlakte van groter dan 250 m2, waardoor er een onderzoeksplicht geldt. Door ArcheoPro uit Eijsden is een archeologisch onderzoek uitgevoerd: rapport “Inventariserend Veldonderzoek (IVO-), bureauonderzoek en karterend booronderzoek - De Hoge Wal 17 te Heesch” (13 januari 2020, 19133). De relevante onderdelen uit de samenvatting zijn hieronder weergegeven. “Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied hooguit een middelhoge verwachting voor resten ui het laat-paleolithicum en het meslithicum. Gezien de ligging van het Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

42

plangebied op agrarische percelen, op enige afstand van de historische bebouwing, geldt een lage verwachting voor resten van bewoning uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Gezien de resultaten van eerdere onderzoeken in de directe omgeving van het plangebied en de verwachte aanwezigheid van een enkeerdgrond met een tenminste vijftig centimeter dik akkerdek, geldt een hoge verwachting voor resten van nederzettingen en grafvelden uit het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied dertien verkennende boringen gezet in een dichtheid van veertig boringen per hectare. Uit de resultaten van het met een guts verrichte verkennende booronderzoek blijkt dat de bodem binnen het grootste deel van het plangebied tot diep in de C-horizont verstoord is. Dit is vrijwel zeker het gevolg van de inrichtings- en bouwwerkzaamheden die hier in de tweede helft van de twintigste eeuw hebben plaatsgevonden. Op het centrale deel van het plangebied is de bodem echter minder dan een halve meter verstoord en is onder de verstoorde toplaag bovendien een pakket matig humeus zand met daarin houtskoolspikkels aangetroffen. Het met een megaboor naboren van deze oorspronkelijke akkerlaag heeft naast houtskooldeeltjes geen archeologische indicatoren opgeleverd.

Binnen het meest oostelijke deel van dit terreindeel is de bouw van twee woningen gepland. Ook de noordrand van deze zone grenst aan een locatie waarop een woning zal worden gebouwd. Het naboren met een megaboor heeft geen archeologische indicatoren opgeleverd die op de aanwezigheid van archeologische sporen zouden kunnen wijzen. De resultaten van het booronderzoek geven dan ook geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Op basis van booronderzoek kan echter nooit volledig worden uitgesloten dat in de zone rond de boorpunten 5, 6, 7 en 9 nog behoudenswaardige archeologische sporen aanwezig zijn vanaf een diepte van ongeveer 60 centimeter beneden maaiveld. Om uit te sluiten dat dergelijke grondsporen ongedocumenteerd verloren gaan, zou hier bij ingrepen die dieper reiken dan een halve meter, proefsleuvenonderzoek moeten worden uitgevoerd. Gezien de beperkte omvang van de geplande ingrepen, verdient het aanbeveling om bij een dergelijk onderzoek het volledige grondplan van de te bouwen woningen als proefput/sleuf uit te graven. Het is echter aan het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente

Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

43

Bernheze, om te beoordelen of zij een dergelijk onderzoek werkelijk noodzakelijk acht. In alle gevallen blijft onverminderd van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11.” Ten allen tijde geldt wel een meldingsplicht bij het aantreffen van archeologische toevalsvondsten op basis van art. 5.10 van de Erfgoedwet. Cultuurhistorie Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient nagegaan te worden of er binnen of rondom het plangebied archeologische en cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Het aanwezig zijn van deze waarden wil niet per definitie zeggen dat een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling niet realiseerbaar is, maar geeft aan dat zorgvuldig omgegaan met deze waarden vereist is.

Uitsnede van cultuurhistorische waardenkaart Gemeente Bernheze 20-01-2014 (paarse cirkel = planlocatie)

Op de Cultuurhistorische Waardenkaart 20-01-2014 van de gemeente Bernheze zijn geen waarden aangegeven aansluitend aan het

Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

44

plangebied. Hierdoor leidt het toevoegen van woningen niet tot een noemenswaardige aantasting van deze cultuurhistorische waarden. Conclusie Voor onderhavig plan is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Alleen indien er ingrepen worden gedaan dieper dan vijftig centimeter dient een vervolgonderzoek te worden uitgevoerd. Hierdoor blijft de onderzoeksplicht wel aanwezig middels de geldende dubbelbestemming, waardoor de archeologische en cultuurhistorische waarden voldoende geborgd blijven. Verder zijn er geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Zodoende zijn er geen belemmeringen aanwezig. 6.2. Flora en Faunawet en ecologie Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. De Flora en faunawet betreft een soortenbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde ‘externe werking’.

Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Onderhavig plangebied ligt niet binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura2000. Verder is er door de toevoeging van het aantal woningen geen sprake van significante gevolgen voor Natura2000-gebieden, aangezien de stikstofdepositie niet groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. Het optreden van negatieve effecten op beschermde natuurgebieden kan daarom worden uitgesloten. Soortenbescherming Door Ecologisch Adviesbureau Eceau is een ecologisch onderzoek uitgevoerd: rapport “Ecologisch onderzoek aan De Hoge Wal 17 te

Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

45

Heesch” (30 januari 2020, TRA-1QS200121 (1/2)). De relevante delen van de samenvatting uit het rapport zijn hieronder weergegeven. “Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling aan De Hoge Wal 17 te Heesch is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Het saneren van het gehele perceel, alsmede de realisatie van 6 seniorenwoningen en alle bijbehorende werkzaamheden leiden, behoudens algemene broedvogels niet tot aantasting van functionele leefomgevingen, vast rust- en/of verblijflocaties, natuurgebieden of andere krachtens de Wet natuurbescherming beschermde zaken. • Ten aanzien van vrijgestelde soorten is enkele de Algemene Zorgplicht van toepassing; • Vleermuizen passeren aannemelijk de locatie en foerageren er opportunistisch.

Mogelijk worden aanwezige individuen door (foutief toegepaste) bouwverlichting verstoord; • Ten aanzien van vogels met jaarrond beschermde nestlocaties en/of leefgebieden zijn geen verdere maatregelen of vervolgstappen benodigd; • Ten aanzien van algemene vogels kunnen broedsels en nesten verstoord worden gedurende het broedseizoen; • Voor vlinders, libellen, ongewervelde, reptielen en vissen met een beschermde status krachtens de Wet natuurbescherming is geen geschikt leefgebied aanwezig; • Standplaatsen en geschikte omstandigheden ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn niet aanwezig; • Houtopstanden binnen de bebouwde kom en op particuliere terreinen vallen niet onder bescherming van de Wet natuurbescherming; • Gelet op de afstand tot beschermde gebieden en de aard van de ruimtelijke ontwikkeling worden geen (negatieve) effecten verwacht. Er zijn geen aanleidingen aangetroffen die het noodzakelijk maken dat vervolgstappen of aanvullend onderzoek uitgevoerd moet worden. Voor een aantal soorten is het voldoende als er tijdens de uitvoering rekening wordt gehouden met de eventuele aanwezigheid. Maatregelen bij uitvoering: • Voor vleermuizen dient rekening gehouden te worden met mogelijk foeragerende of passerende vleermuizen middels het juist toepassen van bouwverlichting of door te werken buiten de schemerende en

Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

46

donkere dagdelen. Voorbeelden van juiste verlichting: amber/roodkleurige verlichting, beperkte hoogte van lichtmasten en verlichting naar beneden gericht en convergeren. • In verband met de potentie voor algemene vogelsoorten zoals duiven en kleine zangvogels werken buiten het broedseizoen, 15 maart t/m 15 juli. Indien de werkzaamheden opgestart en uitgevoerd worden binnen het broedseizoen dient de locatie ongeschikt gemaakt te worden alvorens de aanvang van het broedseizoen. Indien nodig kan ook binnen het broedseizoen gewerkt worden door van tevoren de planlocatie te laten controleren op de aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. • In het kader van de Algemene Zorgplicht dient voorzichtig gehandeld te worden met alle aanwezige flora en fauna.” Conclusie Een uitgebreid onderzoek of ontheffing van de Flora- en faunawet is niet nodig. Verder is de stikstofdepositie niet groter dan 0,00 mol/ha/ja. Kortom het aspect Flora en Fauna vormt geen planologische belemmering voor het realiseren van het project. 6.3. Stikstof Teveel stikstof is slecht voor de natuur. Bij landbouw wordt stikstof uitgestoten in de vorm van ammoniak (een kleurloos gas). Dit gas komt vrij bij dierlijke mest en kunstmest. Stikstof komt ook voor als stikstofdioxide. Een stof die bijvoorbeeld auto’s, schepen en industrieën uitstoten.

Volgens de Wet natuurbescherming is een vergunning nodig voor activiteiten die kunnen leiden tot schade aan Natura 2000gebieden, bijvoorbeeld als gevolg van stikstofdepositie (uitstoot en neerslag van stikstof). Tot 29 mei 2019 was toestemming hierop gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS), echter is deze ongeldig verklaard door de Raad van State. De overheid werkt momenteel aan een nieuwe aanpak stikstof. In dit nieuwe beoordelingskader wordt gewerkt met de volgende kaders; intern salderen, extern salderen, ecologische onderbouwing en ADC-toets. •

Intern salderen; betekent dat het voorgenomen project zo wordt aangepast, dat de stikstofuitstoot vermindert of gelijk blijft;

•

Extern salderen; betekent dat de stikstofdepositie in een bepaald gebied gelijk blijft of afneemt. Dit doordat de toename van een activiteit wordt weggenomen doordat een andere activiteit wordt gestopt;

Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

47

•

Ecologische onderbouwing; middels een ecologische onderbouwing (voortoets) dat de extra stikstofdepositie die het project veroorzaakt de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet aantast;

•

ADC-toets; indien met de getroffen maatregelen niet kan worden uitgesloten dat het Natura 2000-gebied wordt aangetast dient een ADC-toets te worden gebruikt. Hierin moet aangetoond worden dat (A) er geen alternatieven met minder schadelijke effecten in Natura 2000-gebied zijn, (B) de activiteit een dwingende reden dient van groot openbaar belang en (C) de schade aan de natuur gecompenseerd wordt.

Tot dat dit nieuw beoordelingskader definitief kan worden gebruikt betekend dat er bij activiteiten die tot een toename van stikstofdepositie leiden een natuurvergunning moet worden aangevraagd. Bij nieuwe bestemmingsplannen dient middels een voortoets te worden beoordeeld dat er door de activiteit geen relevante stikstofdeposities kunnen optreden in een Natura 2000-gebied. Onder omstandigheden moet ook een passende beoordeling en milieueffectrapportage worden gemaakt. Voortoets / ecologisch onderzoek In een voortoets moet de vraag beantwoord worden of op grond van objectieve gegevens op voorhand kan worden uitgesloten dat een plan of project op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De voortoets bevat onder andere een beschrijving van het plan, de te verwachten effecten op alle relevante Natura 2000-gebieden en een analyse of daarbij mogelijk sprake is van significant negatieve effecten. Blijkt uit de voortoets dat het optreden van significant negatieve effecten ter plaatse van stikstofgevoelige habitattype in een Natura 2000-gebied niet kan worden uitgesloten, dan volgt een vervolgonderzoek in de vorm van een ‘passende beoordeling’.

Afstand tot Natura 2000-gebieden De eerste stap is de afstand van het bouwproject tot in de omgeving gelegen Natura 2000-gebieden die stikstofgevoelige habitattypes bevatten te bepalen. Is de afstand groter dan 10 kilometer, dan zal voor verreweg de meeste projecten kunnen worden geconcludeerd dat op voorhand significante effecten op stikstofgevoelige habitattypes in Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten. Voor kleinere projecten zal Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

48

reeds bij een geringere afstand kunnen worden uitgesloten dat significante effecten optreden bij voor stikstof gevoelige habitattypes. Bijvoorbeeld een modern distributiecentrum met een bebouwd oppervlak van 30.000 m2 kan op een afstand van 5 kilometer al uitkomen op een depositie van 0,00 mol per hectare per jaar of een 50tal woningen (gasloos) zelfs al binnen 1,5 kilometer.

Uitsnede kaart ‘Natura 2000-gebieden’ (bron: www.synbiosys.alterra.nl) (afstanden tot Natura 2000-gebieden zijn in het paars aangegeven)

Zoals op bovenstaande kaart valt af te lezen is de afstand tot alle Natura 2000-gebieden in de omgeving van Heesch groter dan 10 kilometer. Beleid gemeente Onderhavig plan bevat het toevoegen van 6 stuks woningen. Deze woningen worden gasloos uitgevoerd. Het college van Burgemeester en Wethouders heeft in de vergadering van 17-03-2020 besloten dat bij wijzigings- en bestemmingsplannen voor woningbouwinitiatieven onder de 50 woningen geen stikstofdepositie berekening meer wordt verlangd. Dit gezien er geen significante gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling voor Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie worden verwacht. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling blijft met het toevoegen van 6 woningen binnen het beleid van de gemeente Bernheze, waarbij ze geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie verwachten tot een aantal van 50 woningen. Een verdere beoordeling is niet nodig. Het aspect stikstof vormt geen planologische belemmering voor het realiseren van het project.

Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

49

7.

BELEMMERINGEN

Voor aanvang van eventuele veldwerkzaamheden moet een onderzoek worden ingesteld naar de ligging van eventuele kabels en leidingen. Andere belemmeringen zijn niet aanwezig.

Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

50

8.

TOELICHTING OP DE BESTEMMINGSREGELING

8.1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop het bouwplan ruimtelijk en functioneel in het bestemmingsplan is vertaald. Van belang is dat het bestemmingsplan zowel het ontwikkelingskader geeft voor het plangebied, als het kader voor beheer en handhaving van het plangebied. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en bestemmingsplanregels, die vergezeld gaan van een toelichting. De verbeelding en de bestemmingsplanregels zijn juridisch bindend. De toelichting maakt geen onderdeel uit van het juridisch plangedeelte. Wel fungeert de toelichting als interpretatiekader voor de uitleg van de bestemmingsplanregels. 8.2. Verbeelding Uit de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening blijkt dat een bestemmingsplan uit één verbeelding bestaat. Met ingang van 1 juli 2008 bestaat een verbeelding uit een digitale en een analoge versie. Het bestemmingsplan omvat naast een digitale verbeelding ook een analoge verbeelding, die op haar beurt uit één kaartblad bestaat. Als ondergrond voor de verbeelding is een kadastrale kaart gebruikt. De bestemmingen op de verbeelding zijn door kleuren en coderingen aangegeven. 8.3. Bestemmingsplanregels De bestemmingsplanregels en de verbeelding bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de bebouwing.

De bestemmingsplanregels zijn onderverdeeld in hoofdstukken, die hierna kort worden toegelicht. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Dit hoofdstuk omvat twee artikelen: 1. begrippen; 2. wijze van meten; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Dit hoofdstuk heeft betrekking op de bestemmingen, die in het plangebied voorkomen. Het stramien voor de bestemmingsregels is als volgt:

Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

51

•

bestemmingsomschrijving: een beschrijving van de functie(s) van de bestemming en de bestemming zelf;

•

bouwregels: regels voor het oprichten van gebouwen en bouwwerken;

•

specifieke bouwregels: indien noodzakelijk worden hier aanvullende regels gegeven voor het gebruik van de gronden binnen de betreffende bestemming;

•

ontheffing van de gebruiksregels: de gevallen waarin ontheffing van de gebruiksregels kan worden verleend;

•

omgevingsvergunning: voor zover een bescherming van de bestemming door een omgevingsvergunning nodig is, zijn de vergunningplichtige werken en werkzaamheden hier aangegeven.

Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk omvat de artikelen inzake: •

anti-dubbeltelregel;

• •

algemene aanduidingsregels; algemene afwijkingsregels;

• •

algemene wijzigingsregels; overige regels.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Dit laatste hoofdstuk omvat de artikelen inzake: •

overgangsrecht;

•

slotregel.

Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

52

9.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

De realisering en de kosten voor het bestemmingsplan, inclusief haalbaarheidsonderzoeken, zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Daarnaast zal bij onderhavig plan de benodigde aanpassingen aan het openbaar gebied gerealiseerd moeten worden. De woningen dienen aangesloten te worden op het bestaande riool door middel van een huisaansluiting. Eventueel zal de uitrit verplaatst moeten worden. De aanleg- en planbegeleidingskosten voor de aansluiting op het openbaar gebied zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Om deze kosten te verhalen op de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Bij realisatie van het initiatief bestaat de kans dat door wijziging van het bestemmingsplan planschade ontstaat. Er is een planschaderisicoanalyse benodigd en er dient een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten te worden waarin is geregeld dat een mogelijke schadevergoeding voor rekening van de initiatiefnemer komt. Derhalve zijn er geen financiële consequenties voor de gemeente en is het plan economisch uitvoerbaar.

Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

53

10. BIJLAGEN Bij de toelichting van het bestemmingsplan is de volgende bijlage toegevoegd: -

-

-

Verslagen bijeenkomsten omgevingsdialogen, d.d. 10-04-2019, d.d. 01-05-2019 en d.d. 09-07-2019; Landschappelijke inpassing door Langenhuizen Hoveniers, d.d. 12-03-2020, kenmerk SO.1220-03; Verkennend bodemonderzoek De Hoge Wal 17 te Heesch door Van Oort Bodemonderzoek, d.d. 30-01-2020, kenmerk DHW.307320; Akoestisch onderzoek – Geluidbelasting Bouwplan De Hoge Wal 17 Heesch door Ingenieursburo Ulehake, d.d. 10 januari 2020, kenmerk 15774-02 Rap-01; Archeologisch onderzoek aan De Hoge Wal 17 te Heesch door ArcheoPro, d.d. 13 januari 2020, kenmerk 19133; Ecologisch onderzoek aan De Hoge Wal 17 te Heesch door Eceau Ecologisch adviesbureau, d.d. 30 januari 2020, kenmerk TRA1QS200121 (1/2);

Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal te Heesch

54

‘

‘traject heesch b.v. A ’t Dorp 13, 5384 MA Heesch T 0412 45 56 67 E info@trajectheesch.nl W www.trajectheesch.nl Bank: Rabobank Oss Bernheze IBAN: NL 02 RABO 0120 0704 99 Ingeschreven bij KvK te ’s-­‐Hertogenbosch nummer 55072321 BTW-­‐nummer: 851555068 B 01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=0f100a89-6d8e-412d-b7d3-46a93707385d