Toelichting
Tekst van het document
Aangezien het hier om slechts één woning gaat wordt ruimschoots onder de grens van 1500 woningen bij 1
bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch
35
ontsluitingsweg gebleven, waardoor het planvoornemen aangemerkt kan worden als NIBM.
Buiten het feit dat het plan voornemen op basis van het aantal woning NIBM bijdraagt aan de luchtkwaliteit, is het daarnaast van belang dat er wordt aangetoond dat er ter plaatse van het plangebied geen sprake is van luchtverontreiniging welke de NSL doelstelling overschrijden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn om die reden, middels de NSL-monitoringstool, de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. In de NSL-monitoringstool zijn langs de Rietdijk en de Heuvel de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. In de volgende afbeelding zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 weergegeven voor het peiljaar 2020.
Overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5, peiljaar 2020 (NSL-monitoringtool) Uit de afbeelding blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied de jaargemiddelde grenswaarde van 40 µ g/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µ g/m3 (voor PM2,5) niet overschrijden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Uit voorgaande uiteenzetting en het gebruik van de NIBM en NSL-tool blijkt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het planvoornemen.
4.10
Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen
Geitenhouderijen Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Uit de eerste toetsing van de gemeente blijkt dat de woning wordt gerealiseerd binnen een straal van 2 km van een bedrijf dat geiten houdt. Uit landelijk RIVM onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden V (VGO 1+2) is gebleken dat in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven mensen een iets grotere kans hebben op longontsteking. De precieze oorzaak daarvoor is nog onbekend. De aard en mate van het huidige gezondheidsrisico én het ontbreken van een oorzakelijke verband zijn voor de gemeente vooralsnog geen aanleiding geweest om alle ruimtelijke ontwikkelingen binnen een straal van 2
36
bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch
km rond deze geitenbedrijven op slot te zetten.
Voor de beoordeling van de volksgezondheid in relatie tot veehouderijen is er een onderzoek (Pouderoyen B.V., porojectnummer J185718, 8 januari 2019) uitgevoerd. Zie Bijlage 6 'Deelonderzoek gezondheid Akkerweg Vorstenbosch' voor de gehele beoordeling van de gezondheidsrisico's door veehouderijen. Op basis van dit onderzoek kan het volgende geconcludeerd worden: Het plangebied ligt nabij de bebouwde kom en de omgeving kenmerkt zich als woonomgeving met een lage dichtheid aan veehouderijen. Veehouderijen liggen op relatief grote afstand van het plangebied. Binnen 2 km rondom het plangebied ligt slechts een geitenhouderij (op 1,4 km afstand aan de andere kant van de woonkern Vorstenbosch). De herbestemming van boerderij naar woning betekent een beperkte toename van blootstelling aan emissies van veehouderijen. Deze extra blootstelling is heel beperkt, aangezien de te realiseren woning wordt toegevoegd aan een bestaande woonomgeving in de lintbebouwing van Vorstenbosch. Een dergelijke lichte toename van het aantal blootgestelden wordt gecompenseerd door nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid en regelgeving gericht op een generieke afname van emissies uit veehouderijen. Het effect op de toename van de blootstelling is gering vanwege de lage veedichtheid in de omgeving en de relatief grote afstand tot de geitenhouderij en overige veehouderijen.
Aangezien tussen de aanwezige veehouderijen en het plangebied al bestaande gevoelige objecten liggen zal het plan vanuit de omgekeerde werking ook geen beperkende effecten hebben op de ontwikkelingsmogelijkheden van de veehouderijen in het gebied.
4.11
Natuur
Voor de planologische procedure dient te worden vastgelegd dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de geldende natuurwetgeving. De Wet natuurbescherming vormt het wettelijk kader voor de bescherming van een groot aantal inheemse bedreigde dier- en plantsoorten. Op het gebied van soortbescherming is het uitgangspunt van de Wet natuurbescherming dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan; het 'nee, tenzij-principe'. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.
De provincie Noord Brabant heeft beleidsregels opgesteld in het document Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels ter bescherming van de natuur (Verordening natuurbescherming Noord-Brabant). Deze provincie hanteert dit document als zijnde uitwerking van de Wet Natuurbescherming voor wat betreft soorten van bijlage onderdeel A bij de Wet Natuurbescherming. Ontwikkelingen worden ook beoordeeld met in achtneming van Natura2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, en Natuur Netwerk Brabant.
Op basis van Bijlage 7 de quickscan Wet Natuurbescherming Akkerweg ong. te Vorstenbosch (Ecoplanning, projectnummer P179, 6 december 2018), kan het volgende worden geconcludeerd aangaande de soortenbescherming: op basis van het literatuuronderzoek en het veldbezoek van 30 november 2018 is een aanvullend onderzoek en eventuele aanvraag ontheffing Wet Natuurbescherming niet nodig. Wel wordt
bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch
37
geadviseerd om de kap van de bomen en struiken uit te voeren buiten het broedseizoen, dus uitvoeren in de periode augustus tot en met maart. Als dat niet kan, dient een ecoloog na te gaan of ten tijde van de werkzaamheden bezette vogelnesten aanwezig zijn.
Betreffende gebiedsbescherming kan worden geconcludeerd dat het is uitgesloten dat het planvoornemen effect zal hebben op Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuur Netwerk Brabant en ook indirecte effecten worden niet verwacht. De te kappen bomen en struiken staan in de tuin. Dat betekent dat de hierbij horende wet- en regelgeving niet van toepassing is.
4.12
Stikstof
Voor het planvoornemen is een beoordeling van de stikstofeffecten voor Natura2000-gebiede noodzakelijk. Activiteiten kunnen namelijk leiden tot een toename in stikstofdepositie op beschermde Natura2000-gebieden, bijvoorbeeld door NOx-emissies afkomstig van verkeersbewegingen en mobiele werktuigen. Omdat deze natuurgebieden vaak gevoelig zijn voor stikstofdepositie en de stikstofbelasting nu al (te) hoog is, geldt een strikt beschermingsregime. Voor projecten moet daarom vooraf worden beoordeeld of sprake is van significant negatieve effecten en of een natuurvergunning is vereist.
In dat kader is een notitie stikstof met aeriusberekening opgesteld (Tonnaer, kenmerk J185718.003.001, 30 oktober 2019), welke is opgenomen als Bijlage 8. Hierin is met behulp van de aeruyscalculator (september 2019) de stikstofdepositie berekend voor de realisatiefase. Voor de gebruiksfase is er vanuit gegaan dat geen sprake is van stikstofdeposite omdat de woning gasloos wordt uitgevoerd en de verkeersaantrekkende werking dermate laag is omdat het slechts om één woning gaat.
De realisatie van het planvoornemen (realisatiefase en gebruiksfase) leidt niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten ten gevolge van stikstof op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden kunnen met zekerheid worden uitgesloten, waardoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming niet vereist i s
4.13
Overige zoneringen
4.13.1 Kabels en leidingen In of direct nabij het plangebied zijn geen kabels of leidingen gelegen die ten behoeve van het gebruik en/of de veiligheid planologische bescherming behoeven en daarmee een belemmering voor het planvoornemen betekenen. In het straatprofiel van de Akkerweg liggen wel de reguliere leidingen.
De meest nabijgelegen hoogspanningsverbinding bevindt zich op ongeveer 4 km van het plangebied, Gezien de afstand tussen het plangebied en de hoogspanningsverbinding zijn de effecten van de bijbehorende magneetveldzone van de verbinding niet van invloed op het plangebied. Het woon- en leefklimaat van de woning is derhalve gewaarborgd. 4.13.2 Spuitzones gewasbescherming In de directe omgeving (binnen een straal van 100 meter) zijn geen boomgaarden (hoogstam of laagstam) aanwezig. De nabij gelegen agrarische gronden zijn uitsluitend in gebruik als akker- of weiland. Er is dan ook geen sprake van spuitzones voor gewasbescherming. Het woon- en leefklimaat van de woning is in dit kader dan ook gewaarborgd.
38
bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch
4.14
MER-beoordeling
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is verplicht voor besluiten van de overheid over initiatieven van particulieren of marktpartijen, zoals bij de bouw van woonwijken, de aanleg van auto(snel)wegen, spoorwegen, vliegvelden, pijpleidingen voor gas of olie en (stuw)dammen.
Een m.e.r. kan ook verplicht zijn voor plannen van de overheid, zoals een bestemmingsplan. Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage (verder: Besluit m.e.r.) wordt getoetst of het bestemmingsplan voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r. lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (lijst C) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (lijst D). In de lijsten zijn (indicatieve) drempelwaarden opgenomen.
Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een woning in een voormalige boerderij (bestaande bebouwing) met cultuurhistorische waarde.. Woningbouwontwikkelingen zijn opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r., nummer 11.2. In geval van woningbouw is een (indicatieve) drempelwaarde opgenomen van >2000 woningen. Dit bestemmingsplan voorziet dus in de ontwikkeling van slechts één woning en ligt daarmee ver beneden de genoemde drempelwaarde vam 2000 woningen. Ook gezien de in deze toelichting beschreven aspecten in vorige paragrafen. wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van significante effecten, die een m.e.r.(beoordelings)plicht noodzakelijk maken.
bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch
39
40
bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch
Hoofdstuk 5 5.1
Waterparagraaf
Inleiding
Water vormt een steeds belangrijker aspect bij ontwikkelingen op onder meer het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen. Belangrijke thema's zijn: het vasthouden in plaats van direct afvoeren van hemelwater, het hergebruik van water, het zuinig omgaan met drinkwater en het beperken van de onttrekking van grondwater. Het is dan ook verplicht om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de toelichting van een bestemmingsplan aan te geven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Deze verantwoording wordt ook wel de waterparagraaf genoemd. Dit hoofdstuk kan als waterparagraaf worden beschouwd.
5.2
Beleid en regelgeving
5.2.1 Waterbeheerplan 2016-2021 Waterschap Aa en Maas Voor de planperiode 2016-2021 heeft het Waterschap Aa en Maas een waterbeheerplan (WBP) opgesteld. In dit plan geeft het waterschap aan wat haar doelen voor de komende planperiode zijn. In het waterbeheerplan kiest het waterschap ervoor om het waterbeheer van de afgelopen jaren voort te zetten. Het plan bevat geen grote koerswijzigingen. Maar ontwikkelingen zoals de klimaatverandering vragen wel om nieuwe accenten. Met name waterveiligheid en waterkwaliteit zijn de komende jaren een punt van aandacht. Kenmerkend voor het waterbeheerplan is de samenwerking met partners en inwoners van het beheergebied. Het waterschap gaat niet zomaar aan de slag in een gebied. Bij voorkeur gaat het waterschap aan de slag waar andere partijen ook opgaven hebben liggen. Dit kan een groep agrariërs zijn, maar ook een groter gebied waar opgaven van bijvoorbeeld gemeenten, provincie, natuurorganisaties en landbouw samen komen. Door gebiedsgericht samen te werken worden opgaven efficiënter uitgevoerd.
De Keur is een juridisch document (verordening) van de waterbeheerder. De Keur is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels. Dit zijn wettelijke regels voor watergangen, waterkeringen en andere waterstaatswerken (o.a. duikers, stuwen en gemalen). De toekomstige inrichting van het watersysteem in het plangebied dient te voldoen aan de eisen die gesteld worden in de Keur en beleids- en algemene regels van het waterschap Aa en Maas. 5.2.2 Waterplan Bernheze 2006 Het Waterplan vormt een beleidsdocument voor het waterbeheer voor het hele grondgebied van de gemeente. Al het water is in dit plan beschouwd, zowel in het watersysteem als in de waterketen, en van het water zowel kwalitatieve als kwantitatieve aspecten. In het waterplan is een integrale visie opgesteld voor het oppervlakte- en grondwatersysteem en de waterketen. Het waterplan heeft zowel betrekking op de waterkwantiteit als de –kwaliteit.
Als algemeen streefbeeld voor de gemeente voor 2030 is gesteld: ‘Het hebben en houden van een veilige, kwalitatief hoogwaardig leefbare gemeente, waarin een gezond en veerkrachtig watersysteem aanwezig is en duurzaam met water wordt omgegaan. Nieuwbouwlocaties dienen hydrologisch neutraal plaats te vinden. Dit betekent dat de nieuwe watersituatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie.
bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch
41
5.2.3 RioleringsplanBernheze 2016 - 2020 Voor het verwijderen van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater uit de woonomgeving zijn voorzieningen nodig. Aanleg en beheer van deze voorzieningen is een gemeentelijke taak die zijn basis vindt in de Wet milieubeheer en de Wet op de waterhuishouding. Ze dragen bij aan de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. De gemeente is verplicht een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) op te stellen. Het GRP geeft aan hoe Bernheze in de planperiode hiermee omgaat. In 2015 is het Gemeentelijk Rioleringsplan Bernheze 2016 – 2020 vastgesteld.
De toetsing van nieuwbouwplannen vindt plaats aan de hand van Bouwbesluit 2012. Enkele belangrijke elementen voor riolering uit het bouwbesluit zijn dat als aansluiting mogelijk is, een eigenaar of gebruiker zijn huishoudelijk afvalwater niet op een andere manier mag lozen. Daarnaast geldt als uitgangspunt het gescheiden aanleveren van hemelwater aan de perceelgrens. De gemeente kan extra maatregelen voorschrijven als dit nodig is voor het goed functioneren van de riolering.
Uitgangspunt is het principe ‘hydrologische neutraal bouwen’. Daarbij ligt ook een verantwoordelijkheid voor de toekomstige bewoners. Voor nieuwe woningen wordt, op basis van gemeentelijk beleid (GRP Bernheze), een berging van 20 mm op eigen terrein geëist. 5.2.4 Relevantie planvoornemen De ontwikkeling bestaat uit de restauratie van de cultuurhistorische boerderij en de sloop van de voormalige varkenstal. De ontwikkeling dient hydrologisch neutraal plaats te vinden, conform de uitgangspunten ‘hydrologisch neutraal ontwikkelen’ van het waterschap en de gemeente. Dit houdt in dat het hemelwater dat op daken en verharding valt, in principe niet versneld mag worden afgevoerd. Gezocht moet worden naar vormen van hergebruik, vasthouden of bergen van hemelwater. Vermenging van vuil en schoon (hemel-)water wordt niet wenselijk geacht. Het huishoudelijk afvalwater dient volgens het GRP aangesloten te worden op het bestaande rioleringssysteem zoals aanwezig in het wegprofiel van de Akkerweg.
5.3
Waterhuishoudkundige situatie
5.3.1 Regionale bodemopbouw Het plangebied heeft een gemiddelde maaiveldhoogte van circa 9.2 + NAP. Het hoogteverschil is in het plangebied zeer beperkt. Volgens REGIS II.I (Regionaal Geohydrologisch lnformatiesysteem) bestaat de ondergrond ter plaatse van het plangebied tot circa NAP -48 m uit zandlagen van de formaties van Boxtel, Beegden en Sterksel. Vervolgens is tot circa NAP -80 m de formatie van Stramproy aanwezig. Daarna begint de eerste kleiige eenheid, de formatie van Waalre. 5.3.2 Grondwater De gemiddeld hoogste grondwaterstand bevindt zich binnen het plangebied op 8,5 meter boven NAP en is bepaald op basis van isohypsen tussen diverse recente langjarig frequent gemeten peilbuizen. Gelet op het maaiveldniveau ligt de gemiddeld hoogste grondwaterstand op circa 0,7 meter onder maaiveld. In de volgende afbeelding is de grondwaterkaart van de gemeente Bernheze weergegeven.
42
bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch
Grondwaterkaart Bernheze 5.3.3
Oppervlaktewater
In het plangebied en de directe omgeving zijn geen watergangen of kunstwerken aanwezig in het beheer van Waterschap Aa en Maas. 5.3.4 Waterkwantiteit Het planvoornemen maakt de restauratie van de in verval geraakte cultuurhistorische bebouwing als woning mogelijk. Daarnaast wordt de voormalige varkenstal gesloopt. Dit houdt in dat het planvoornemen resulteert in een afname van verharding. In onderstaande tabel is dit weergegeven. Oppervlakte Dakoppervlak bebouwing (boerderij met bijgebouwenen sloop varkenstal) Verharding in tuin (50% van het dakoppervlak Totaal
Huidige situatie (m2)
Toekomstige situatie (m2)
575 360 (boerderij en varkenstal) (boerderij met bijgebouwen 100m2) 0 575
180 540
Dit betekent dat er niet gecompenseerd hoeft te worden aangezien het verhard oppervlak afneemt. Hierdoor is zelfs sprake van een verbetering van de waterhuishoudkundige situatie omdat ter plaatse van de te slopen stal het water kan infiltreren in de bodem.
5.4
Waterkwaliteit
Ten behoeve van de waterkwaliteit wordt geadviseerd om geen gebruik te maken van uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink. Hierdoor wordt de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen. Deze stoffen kunnen zich namelijk ophopen in het water (bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie.
bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch
43
5.5
Afvalwater
Om het aantal overstortingen van rioolwater en de belasting van rioolwaterzuiveringen te beperken streeft Waterschap Aa en Maas naar het afkoppelen van afstromend regenwater van schoon verhard oppervlak. Het huishoudelijk afvalwater wordt aangesloten op het bestaande rioleringstelsel ter plaatse van de Akkerweg.
5.6
Conclusie plangebied
Geconcludeerd kan worden dat het aspect water geen belemmering vormt voor de restuaratie van de cultuurhistorisceh boerderij.
44
bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische regeling
Inleiding
Voorliggend plan bestaat uit een toelichting, verbeelding en planregels. De verbeelding en de regels vormen de juridische basis van het plan. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening, bepaalt een viertal zaken de opzet en inrichting van de bestemmingsplanregels, te weten: de digitale raadpleegbaarheid; de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SBVP 2012); de Woningwet; de Verordening ruimte Noord-Brabant (de laatste partiële herziening is per 31 januari 2018 opgenomen in de geconsolideerde versie)
6.2
Verbeelding
De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsook de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met de daarbij horende aanduidingen.
Op de verbeelding zijn aangegeven: de grens van het plangebied; de enkelbestemming 'Agrarisch'; de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2 en 3'; de aanduiding 'bouwvlak'; de functieaanduidingen 'cultuurhistorische waarden' en 'wonen'; de gebiedsaanduiding 'wetgevingzoen - woonwerkontwikkelingsgebied.
bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch
45
De verbeelding
6.3
Regels
De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken.
De regels zijn conform de SVBP 2012 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) als volgt opgebouwd: inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels. De regels uit het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Bernheze' zijn als basis en uitgangspunt gehanteerd. De onderdelen die niet van toepassing zijn, zijn komen te vervallen. Hierdoor is spraken van rechtsgelijkheid met de omliggende percelen.
46
bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch
Hoofdstuk 7 7.1
Uitvoerbaarheid
Inleiding
Naast het toetsen van het planvoornemen aan diverse milieu- en veiligheidsaspecten, dient ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Hierbij wordt gekeken naar de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
7.2
Economische en financiële uitvoerbaarheid
Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet onderzocht worden of het plan economisch uitvoerbaar is. In een aantal gevallen moet een exploitatieplan worden vastgesteld. De kosten voor het opstellen van dit bestemmingsplan en de realisatie van de woning komen voor rekening van de initiatiefnemer. Verder zijn er voor de gemeente geen kosten verbonden aan het planvoornemen. Eventuele aanpassingskosten in het openbaar gebied voor zover dit noodzakelijk is zullen bij de initiatienemer in rekening gebracht worden op basis van het heffen van leges. Het afsluiten van een anterieure overeenkomst wordt derhalve niet noodzakelijke geacht. Wel zal er een planschadeverhaalovereenkomst door de gemeente met de initiatiefnemer afgesloten worden. Eventuele planschade zal op basis hiervan worden doorberekend aan de initiatiefnemer. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar. Het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet nodig. Het plan heeft verder geen consequenties voor de gemeentelijke kas.
7.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het planvoornemen betreft het planologisch-juridisch mogelijk maken van de realisatie van één woning op een plek in de bestaande ruimtelijke structuur. In de nabije omgeving van het perceel bevinden zich voornamelijk woningen. Dit leidt niet tot een wijziging van de ruimtelijke structuur, maar draagt vanwege de cultuurhistorische waarden van de boerderij en de sloop van de varkensstal juist bij aan de landschappelijke kwaliteit en ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.
Gezien de relatief beperkte impact op de omgeving kan – ook gezien de conclusies uit voorgaande hoofdstukken van deze toelichting – redelijkerwijs worden gesteld dat met onderhavig planvoornemen geen waarden of belangen (onevenredig) zullen worden geschaad. Het planvoornemen zal daarom naar alle waarschijnlijkheid niet op overwegende planologische bezwaren uit de omgeving stuiten.
Het bestemmingsplan wordt conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kan een ieder reageren op het planvoornemen en zijn of haar zienswijzen indienen. Betekenis voor het plangebied Het planvoornemen is gezien het bovenstaande een aanvaardbare ontwikkeling en zal niet leiden tot overwegende planologische bezwaren.
bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch
47
De initiatiefnemer heeft de omliggende buren geïnformeerd over de plannen en aangegeven bereid te zijn het voornemen, het (HER)bestemmingsplan en deze onderbouwing nader toe te lichten.
48
bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch
Hoofdstuk 8 8.1
Procedure
De te volgen procedure
Het bestemmingsplan doorloopt de volgende procedure: a. b.
c.
d.
e.
Voorbereiding Ontwerp: 1. publicatie en terinzagelegging 2. Een ieder kan gedurende deze terinzagelegging een zienswijze indienen bij de gemeenteraad Vaststelling: 1. Vaststelling door de Raad 2. Mogelijkheid reactieve aanwijzing 3. Publicatie en terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan gedurende de beroepstermijn Inwerkingtreding: 1. Na afloop van de beroepstermijn (tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan) Beroep: 1. Beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
In het kader van deze procedure is het voor eenieder mogelijk om zijn/haar zienswijze (bij de gemeenteraad) kenbaar te maken. In publicaties met betrekking tot de diverse stappen die het plan moet doorlopen wordt daarvan steeds melding gemaakt. Wanneer beroep wordt ingesteld, beslist uiteindelijk c.q. in hoogste instantie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan.
8.2
Kennisgeving
Overeenkomstig artikel 1.3.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is kennis gegeven van het voornemen tot het voorbereiden van het bestemmingsplan 'Akkerweg nabij nr 5 te Vorstenbosch'. Hierin is vermeld dat het planvoornemen voorziet in de realisatie van de restauratie van een voormalige boerderij ter realisatie van een woning aan de Akkerweg ongenummerd nabij nr 5 te Vorstenbosch.
8.3
Overlegreacties
Met dit bestemmingsplan wordt voorzien in de een herbestemming van een voormalige boerderij met cultuurhistorische waarden. Tevens wordt de overbodige bebouwing in de vorm van een varkenstal gesloopt waardoor sprake is van een kwaliteitsverbetering. Deze herbestemming is kleinschalig en van ondergeschikte aard omdat gebruik wordt gemaakt van de bestaande bebouwing. In het kader van het wettelijk vooroverleg is voor de zorgvuldigheid het concept bestemmingsplan voorgelegd aan het waterschap en de provincie.
Reactie Waterschap Door het waterschap is aangegeven dat: 'De waterparagraaf ontbreekt. Ons beleid is niet beschreven en de relatie met toename verhard oppervlak en onze hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater is niet inzichtelijk gemaakt.'
bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch
49
Standpunt gemeente Deze omissie is in de toelichting van het bestemmingsplan hersteld.
Reactie Provincie De provincie oordeelt dat in onderhavig bestemmingsplan, waarin de woonfunctie wordt beoogd, niet aan te merken is als cultuurhistorisceh waardevolle bebouwing. Op de cultuurhistorisceh waardenkaart en op de Monumenten Inventarisatie Kaart van de provincie Noord-Brabant is het pand niet opgenomen. Ook op de gemeentelijke erfgoedkaart stat het pand niet geduid. Het door Het Monumentenhuis opgestelde rapport heeft de provincie eveneens niet overtuigd dat er sprake is van een cultuurhistorisch waardevol pand. In hun waardenstelling wordt met name gesproke over 'enige waarde', 'beperkte architectonische waarde', 'niet van beeldbepalende waarde'. Gelet hierop is er onvoldoende aanleiding om vanuit het belang van het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in dit pand een woonfunctie te vestigen.
Standpunt gemeente De gemeente is van mening dat er wel degelijk sprake is van herstel van bebouwing waarbij de cultuurhistorische waarde van het pand in ere wrodt hersteld. De gemeente baseert zicht hierbij op het oordeel en advies van de monumentencommissie. In dit advies is door de monumentencommissie gesteld dat een woonbestemming voorstelbaar is en adviseert positief. Wel wilt de commissie er nauw bij betrokken blijven in verband met het kunnen stellen van voorwaarden aan de restauratie. Alleen dan kan het een versterking worden van de omgeving. Het advies is als Bijlage 4 bijgevoegd. Op basis van het advies van de monumentencommisse is door de gemeente het pand als cultuurhistorisch waardevol aangemerkt en aan de bebouwing de status van cultuurhistorisch waardevol pand toegekend. Aangezien de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Bernheze dateert uit 2014 is de bebouwing hierop als zodanig niet aangeduid. Dit laat onverlet dat de bebouwing inmiddels wel gedegelijk aangemerkt is als een cultuurhistorische waardevol pand. In dat kader is in onderhavig bestemmingsplan, conform de gemeentelijke systematiek, reeds de aanduiding 'cultuurhistorisch waarden' opgenomen met behorende regeling gericht op het behoud en herstel van cultuurhistorische waarden.
Daarnaast is ook al een voorwaardelijke verplichting voor het slopen van de varkensstal opgenomen om de cultuurhistorische waarden nog meer tot zijn recht te laten komen. Aanvullend hierop zal een voorwaardelijke verplichting voor het gebruik als woning opgenomen worden. Hierin wordt gewaarbord dat de (nog aanwezige) cultuurhistorische waarden wordt hersteld op basis van een door de monumentencommissie goedgekeurde omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, gebaseerd op een programma van eisen restauratieplan. Het gebruik en (doen)laten gebruiken van de gronden en de bebouwing voor wonen is alleen toegestaan als de woning ook daadwerkelijk is gerealiseerd overeenkomstig het door de monumentencommissie goedgekeurde omgevingsvergunning, waarbij de cultuurhistorisceh waarden in ere zijn hersteld en vervolgens in stand worden gehouden. Hiermee wordt en blijft het herstel en behoud van de cultuurhistorische waarden in voldoende mate gewaarborgd. Derhalve is er voor de gemeente voldoende aanleiding om vanuit het belang van het behoud en herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aan dit pand een woonbestemming toe te kennen ten behoeve van de realisatie van een woning . Er is dan ook geen sprake van heroverweging.
50
bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch
8.4
Vaststelling
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 17 december 2020 tot en met 27 januari 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze peiode is iedereen in de gelegenheid gesteld om zijn of haar zienswijze kenbaar te maken. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Er zijn geen zienswijzen gedurende de ter inzage legging indiend. Het bestemmingsplan is dan ook ongewijzigd vastgesteld in de raadsvergadering van 8 juli 2021.
bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch
51