CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Akkerweg (naast nr. 5) te Vorstenbosch13.002 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan - Toelichting -

Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch Gemeente Bernheze

BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -

Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch Gemeente Bernheze

IDN-nummer:

NL.IMRO.1721.BPAkkerwegNabij5-vg01

Status:

vastgesteld

Datum:

8 juli 2021

Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen

Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught

024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

5 6 6 7

Aanleiding en doelstelling Plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Plangebied en Planvoornemen

9

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

9 9 10 10 11 12 12

Inleiding Ontwikkeling en bewoningsgeschiedenis Ruimtelijke structuur Functionele structuur Planvoornemen Ontsluiting en parkeren Landschappelijke inpassing

Hoofdstuk 3 Beleidskaders

15

3.1 3.2 3.3 3.4

15 15 16 22

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

25

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

25 25 28 29 29 32 34 35 35 36 37 38 38 39

Inleiding Cultuurhistorie Archeologie Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Bodem Geur Geluid Luchtkwaliteit Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen Natuur Stikstof Overige zoneringen MER-beoordeling

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

41

5.1 5.2

41 41

Inleiding Beleid en regelgeving

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

3

5.3 5.4 5.5 5.6

Waterhuishoudkundige situatie Waterkwaliteit Afvalwater Conclusie plangebied

42 43 44 44

Hoofdstuk 6 Juridische regeling

45

6.1 6.2 6.3

45 45 46

Inleiding Verbeelding Regels

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid

47

7.1 7.2 7.3

47 47 47

Inleiding Economische en financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 8 Procedure

49

8.1 8.2 8.3 8.4

49 49 49 51

De te volgen procedure Kennisgeving Overlegreacties Vaststelling

Toelichting

4

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doelstelling

Aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is het voornemen van initiatiefnemer om de cultuurhistorische boerderij op het perceel gemeente Nistelorde, sectie G, nummer 1208 te restaureren, in gebruik te nemen als woning en het waardevolle gebouw daarmee te behouden. De boerderij is van cultuurhistorische waarde als relict van het eigendom behorende tot kasteel Heeswijk. Het is daarnaast van waarde als uitdrukking van de sociaaleconomische en agrarische ontwikkeling van het buitengebied Vorstenbosch in de negentiende en twintigste eeuw.

De boerderij is momenteel in vervallen staat. Bovendien is aangrenzend aan het gebouw in een latere periode een varkensstal gebouwd, die eveneens in een vervallen staat verkeert. Verder is op het perceel geen (voormalige agrarische) bebouwing aanwezig. De initiatiefnemer wil de voormalige boerderij zoveel mogelijk in originele staat herstellen en renoveren, zodat deze weer geschikt is voor bewoning. Daarbij zal de aangrenzende varkensstal worden gesloopt.

Omdat wonen in het pand momenteel in strijd is met het bestemmingsplan, is dit bestemmingsplan opgesteld. Dit plan geeft invulling aan de herbestemming van de locatie, waarbij een bouwvlak met de aanduiding 'wonen' wordt toegevoegd, zodat de instandhouding van de cultuurhistorische boerderij wordt gegarandeerd. Om de cultuurhistorische boerderij te beschermen is tevens de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' opgenomen.

Als gevolg van de gewijzigde kadastrale eigendomssituatie in verband met de verkoop van de woning aan de Akkerweg 5, worden voor dit plan de nieuwe kadastrale percelen met nummer 1208 als 1207 gerekend tot plangebied. De bouwvlakken voor beide percelen worden afgestemd op de nieuwe kadastrale situatie. Gezien het ondergeschikte karakter hiervan en dit verder geen beleidsmatige, ruimtelijke en landschappelijke consequenties voor het planvoornemen heeft, wordt in de verdere toelichting van dit bestemmingsplan hierop niet ingegaan.

Uitsnede gewijzigde kadastrale situatie

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

5

1.2

Plangebied

Het perceel van de boerderij is gelegen in het buitengebied van de gemeente Bernheze, tussen de wegen Heuvel, Rietdijk en Akkerweg te Vorstenbosch. De locatie ligt tegen de oostzijde van de kern Vorstenbosch aan en is kadastraal bekend als gemeente Nistelrode, sectie G, nummers 1208 en 1207.

Globale ligging van het plangebied (rood omcirkelt)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

De juridisch-planologische situatie van het plangebied is vastgelegd in het vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Bernheze' (onherroepelijk vastgesteld op 8 oktober 2014). Het plangebied is bestemd als 'Agrarisch' zonder bouwvlak. Op het perceel is wel bebouwing, zijnde de boerderij en varkensstal, aanwezig onder het overgangsrecht. Daarnaast zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' van kracht. Op het plangebied is tevens de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone – extensiveringsgebied' van toepassing. Binnen het extensiveringsgebied wordt gestreefd naar een vermindering van overlast afkomstig van veehouderijbedrijven. De extensiveringsgebieden zijn binnen de gemeente Bernheze aangewezen rondom natuurgebieden en bebouwingsconcentraties. Binnen de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone extensiveringsgebied' is een regeling opgenomen, zodat ontwikkelingen ten behoeve van intensieve veehouderijen niet zijn toegestaan. Inmiddels is deze gebiedsaanduiding door het Rijk per 1 juli 2014 komen te vervallen en daarmee niet meer van toepassing. Daarnaast is de gebiedsaanduiding 'wro-zone – woonwerkontwikkelingsgebied' van toepassing. Binnen de woon-werkontwikkelingsgebieden zijn woon- en werkfuncties de belangrijkste functies. Binnen deze gebieden zijn in het kader van kwaliteitswinst ontwikkelingen mogelijk als woningsplitsing, omschakeling naar

6

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

niet-agrarische bedrijvigheid of omschakeling naar recreatie.

Het bewonen van het bestaande gebouw is momenteel in strijd met het bestemmingsplan. Om restauratie van het pand en de realisatie van een woning mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan te worden herzien.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Bernheze' met ligging plangebied

1.4

Leeswijzer

In deze toelichting wordt na dit inleidende hoofdstuk in Hoofdstuk 2 het planvoornemen beschreven. In Hoofdstuk 3 is ingegaan op de planologische randvoorwaarden en het beleid van de gemeente en andere overheden dat van toepassing is. In Hoofdstuk 4 is het planvoornemen getoetst aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten. In Hoofdstuk 6 is de juridische regeling onderbouwd en Hoofdstuk 7 bestaat uit de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. In Hoofdstuk 8 wordt zijn de resultaten van de doorlopen bestemmingsplanprocedure inzichtelijk gemaakt.

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

7

8

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

Hoofdstuk 2 2.1

Plangebied en Planvoornemen

Inleiding

De gemeente Bernheze heeft op 8 oktober 2014 het bestemmingsplan 'Buitengebied Bernheze'onherroepelijk vastgesteld. Het perceel aan de Akkerweg ong. nabij nr 5, waar dit bestemmingsplan voor wordt opgesteld, is gelegen binnen de contouren van dit bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ontwikkeling en bewoningsgeschiedenis van het plangebied, de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied, het planvoornemen alsook de ontsluiting en parkeren.

2.2

Ontwikkeling en bewoningsgeschiedenis

In Bijlage 1 is door het Monumentenhuis Brabant B.V. de ontwikkeling en bewoningsgeschiedenis beschreven. Hieruit blijkt dat op het perceel in de periode 1811-1832 de bebouwing van de voormalige boerderij reeds aanwezig was. Het betroffen twee bouwvolumes van verschillende omvang. De bouwvolumes staan in de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel ingeschreven als 'huis & erf' en 'huis'. In 1916 wordt één van de bouwvolumes gesloopt. Tevens worden enkele percelen samengevoegd tot 1 perceel en er wordt een nieuwe boederij gebouwd. De nieuwe boerderij betreft dus een uitbreiding van de bestaande boerderij. Deze uitbreiding bestond enerzijds uit een 'stenen' kamer, vermoedelijk een bakoven of bakhuisje aan de langsgevel aan de straatzijde. Anderszijds werd een schuurdeel met dwarsdeel aangebouwd. Het nieuwe perceel wordt omschreven als 'huis. erf, tuin, en weiland'.

Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de voormalige boerderij een voor Vorstenbosch zeldzaam bewaard gebleven voorbeeld is van een voormalig pachthoefje van kasteel Heeswijk. Uit historishe bronnen is gebleken dat de huidige boerderij is ontstaan uit een verbouwing in 1915 van een ouder woonhuis, dat op het Kadastraal Minuutplan al is ingetekend en dus een oudere kern bevat. Mogelijk dateert de oorspronkelijke boerderij al uit de tweede helft van de achttiende eeuw. De baron kocht rond het midden van de negentiende eeuw binnen de gemeente veel landbouwpercelen en boerderijen op, om deze vervolgens te verhuren. De vm. boerderij aan de Akkerweg is in Vorstenbosch een zeldzaam voorbeeld van een dergelijke pachtboerderij. Vrijwel alle andere pachthoeven in Vorstenbosch zijn verdwenen of geheel vernieuwd. De architectuurhistorische waarde van de boerderij is niet zo hoog, als gevolg van de vele wijzigingen in de loop der tijd, met name door het onttrekken van de woonfunctie in het derde kwart van de twintigste eeuw. Desondanks vormen de algemene historische waarden (het 'verhaal van de plek') en de bouwhistorische waarden voor de gemeente voldoende aanleiding om mee te werken aan het doorontwikkelen van de voormalige pachtboerderij tot woonhuis. Daarnaast wordt de boerderij na restauratie en met een zorgvuldige landschappelijke inpassing weer van beeldbepalende betekenis.

Bij een toekomstige doorontwikkeling is het van belang dat de nog aanwezige cultuurhistorische en bouwhistorische waarden blijven behouden en waar mogelijk versterkt worden. Ook het behoud van de historische gelaagdheid is daarbij van belang. De aangebouwde kamer uit 1915 kan aan de hand van bouwsporen en de bouwtekening gereconstrueerd worden. Dat kan zowel in een historiserende, als in een eigentijdse vormgeving. Daarnaast is het van belang dat de relatie met het kasteel weer tot uitdrukking wordt gebracht. Dit is mogelijk door luiken en staldeuren van de kasteelkleuren te voorzien. Voordat een bouwplan ontwikkeld kan worden, moet de boerderij eerst bouwhistorisch worden onderzocht. Voor het ontwerp is het van belang een partij in te schakelen die ervaring heeft met het herstellen en doorontwikkelen van historische boerderijen. De erfgoedadviseur van gemeente Bernheze en de monumentencommissie zullen nauw betrokken blijven bij de planvorming en uitvoering.

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

9

2.3

Ruimtelijke structuur

Het dorp Vorstenbosch, gelegen in de Meierij van 's-Hertogenbosch, is een van de kleinere dorpen in de gemeente Bernheze en getypeerd als een woonkern waar ruimte en rust centraal staan. Rondom de kern van Vorstenbosch hebben veel veehouderijen hun bedrijfsactiviteiten beëindigd. Het buitengebied ondergaat hier een transformatie van overwegend agrarisch, naar een meer gemengd gebied met woon- en werkfuncties.

Het plangebied ligt direct ten oosten van de kern Vorstenbosch in een bebouwingscluster, dat is ontstaan langs de Rietdijk en de Akkerweg. Dit bebouwingscluster kan worden gezien als de oostelijke uitloper van de kern. Aan de Akkerweg liggen meerdere woningen, waarvoor gebruik is gemaakt van de Brabantse Ruimte-voor-Ruimte-regeling. Dit zijn veelal recent gerealiseerde woningen. Het zijn met name vrijstaande grondgebonden woningen in twee bouwlagen met kap. Door het verschil in goot-/bouwhoogte, kapvorm en architectuur is sprake van een gedifferentieerd beeld. Het plangebied maakt hier ruimtelijk gezien deel van uit.

2.4

Functionele structuur

Door de realisatie van de Brabantse Ruimte-voor-Ruimte-regeling heeft de omgeving van het plangebied het karakter van een woonbuurtje. Ten westen van het plangebied ligt een manege. Verder ligt op de hoek Rietdijk/Akkerweg, ten zuiden van het plangebied, een garagebedrijf waar verkoop en onderhoud van auto's plaatsvindt. Het plangebied zelf bestaat uit een in verval geraakte cultuurhistorisch waardevolle boerderij met een aangrenzende varkensstal van recentere leeftijd. De voormalige boerderij is door begroeiing aan de straatzijde nagenoeg geheel aan het oog onttrokken. De bijbehorende gronden zijn in gebruik als 'tuin'. In het uitgevoerde bouwkundig onderzoek door Design & Construct Bouwkundig Adviesbureau is geconcludeerd dat oorspronkelijke onderdelen van de boerderij goed te restaureren zijn, zodanig dat zij daadwerkelijk functioneel kunnen zijn.

Concreet bestaat de locatie uit een perceel met daarop een boerderij en een varkensstal: een boerderij van circa 230 m2 ; een varkensstal van circa 350 m2 .

Uitsnede bestaande situatie van het plangebied; v.l.n.r.: de achtergevel; gebintstijl met achterbalk; voorgevel; en de begroeiing.

10

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

Concrete ligging van het plangebied

2.5

Planvoornemen

Het voornemen bestaat uit het restaureren van de cultuurhistorische boerderij en het slopen van de aangebouwde stal, met als doel een woning te realiseren in het cultuurhistorisch waardevolle pand. Met het opknappen van de vervallen boerderij wordt leegstand in de omgeving voorkomen en wordt de cultuurhistorie van de voormalige boerderij hersteld. De beplanting die de locatie momenteel afschermt van de openbare weg wordt verwijderd, waardoor de historie van de Akkerweg zichtbaar wordt gemaakt.

De niet cultuurhistorische waarden in de vorm van de bebouwing van de varkensstal wordt gesloopt. De restauratie van de historische boerderij vindt binnen het bouwvolume van de bestaande bebouwing plaats. Deze bebouwing zal bestaan uit één bouwlaag met kap parallel aan de weg. Met de realisatie van de boerderij vindt binnen het plangebied een kwaliteitsverbetering plaats in relatie tot de omgeving. Daarnaast is de woonfunctie passend in de ruimtelijke en functionele structuur. Het behoud van cultuurhistorische waarden wordt met de mogelijkheid om in het bestaande pand een woning te realiseren (financieel) haalbaar gemaakt.

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

11

Overzichtskaart planvoornemen

2.6

Ontsluiting en parkeren

De ontsluiting van het perceel vindt plaats door middel van een inrit vanaf de Akkerweg. Aan de noordzijde van de bestaande boerderij is er voldoende ruimte aanwezig voor parkeren. Hierdoor kan ook in voldoende mate in parkeren op eigen terrein worden voorzien. Er is voldoende ruimte voor minimaal twee parkeerplaatsen. Er is sprake van de toevoeging van één woning. De ontwikkeling leidt niet tot een onevenredige toename van verkeersbewegingen op de Akkerweg. Bovendien zijn negatieve effecten op de verkeersveiligheid uit te sluiten.

2.7

Landschappelijke inpassing

Naast de restauratie van de boerderij in verband met de cultuurhistorische waarde is het beleid gericht op het bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse door o.a. het verbeteren van het landschap. Het perceel licht echter in Gemengd Landelijk Gebied in de Meijerij, waarbij sprake is van een categorie 1 ontwikkeling. Er is hiervoor geen inpassing of tegenprestatie noodzakelijk.

Om niet voorbij te gaan aan de betekenis van het ensemble zijnde de boerderij met erf met een passende landelijk uitstraling omvat de restauratie van de boederij met cultuurhistorische niet alleen het gebouw maar ook het bijbehorende terrein (erf). De tuin c.q. erf maakt onderdeel uit van het historische ensemble. Een tuinplan dan wel terreinplan zou onderdeel kunnen zijn van het restauratieplan. In overleg met de gemeente zal hieraan bij de verdere uitwerking van de bouwplannen in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning invulling worden gegeven.

Naar verwachting wordt een nieuwe regeling erfen-plus opengesteld. Op basis van deze nieuwe regeling kan subsidie verkregen worden voor de aanleg van erfbeplantingen en het aanbrengen van voorzieningen zoals

12

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

nestkasten. Dit in het kader van biodiversiteit verhogende maatregelen.

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

13

14

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskaders

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor het plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en in werking getreden. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving en vervangt enkele ruimtelijke doelen en uitspraken uit andere documenten. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden.

Anders dan in de Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol.

Deze ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het rijk een nationaal belang heeft aangewezen. Daarnaast heeft het planvoornemen een kleinschalig en ondergeschikt karakter. Daarom heeft de SVIR geen consequenties voor voorliggend plan. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen met het oog op een goede ruimtelijke ordening.

Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Dit betreft onder meer het Nationale Natuurnetwerk (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.

Deze ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het Rijk een ander nationaal belang heeft aangewezen. Gezien het kleinschalige en ondergeschikte karakter heeft het Barro geen consequenties voor het

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

15

voorliggend plangebied. 3.2.3 Bro; ladder voor duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is per 1 oktober 2012 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'ladder duurzame verstedelijking' opgenomen. Deze ladder stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken.

De ladder voor duurzame verstedelijking richt zich op substantiële veranderingen en bouwplannen, die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd zou kunnen worden. Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren.

Per 1 juli 2017 zijn een aantal wijzigingen op de eerdere ladder van kracht geworden. Op basis van deze gewijzigde tekst geldt in het geval dat het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dat de toelichting een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte tevens een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen.

In het voorliggend plan is sprake van de positieve bestemming van een bestaand (cultuurhistorisch) woongebouw. Er wordt met het plan één woning toegevoegd in een bestaand gebouw, waarmee leegstand wordt tegengegaan. Conform vaste jurisprudentie kan bovendien worden gesteld dat met de toevoeging van één woning geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De grens ligt op basis van jurisprudentie op 12 woningen. Een nadere motivering duurzame verstedelijking is daarom niet noodzakelijk.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Provinciale Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Per 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. Belangrijke beleidswijzigingen gaan over de realisatie van natuur en de transitie naar zorgvuldige veehouderij in Noord-Brabant.

De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) geeft de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijke beleid tot 2025 weer, met een doorkijk tot het jaar 2040. In de structuurvisie zijn ruimtelijke keuzes geformuleerd die van provinciaal belang zijn. Het bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit is daarbij benoemd als één van de principes voor ruimtelijke ontwikkeling. Aandachtspunten daarbij zijn: zorgvuldig ruimtegebruik: een verbod op nieuwvestiging, herstructureren, en inbreiding; concentreren van bebouwing en voorzieningen; rekening houden met omliggende functies en waarden; verbeteren van landschap (in brede zin van het woord). In de structuurvisie zijn de kwaliteiten met een provinciaal belang aangegeven en op basis hiervan zijn keuzes gemaakt voor het provinciale beleid. De belangrijkste keuzes zijn geordend in vier ruimtelijke structuren:

16

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

de groenblauwe structuur; de agrarische structuur; de stedelijke structuur; de infrastructuur. Deze zonering is bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de diverse functies in het buitengebied, zoals landbouw, natuur, recreatie en wonen voor zover deze het provinciaal belang aangaan. De zonering is het resultaat van een afweging op hoofdlijnen van de aanwezige kwaliteiten en belangen.

Uitsnede structurenkaart Structuurvisie Ruimtelijke Ordening met ligging planlocatie

Gemengd landelijk gebied Het plangebied bevindt zich in het gemengd landelijk gebied. De provincie beschouwt dit gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is. De mate van menging varieert daarbij van de gebieden waarbinnen meerdere functies in evenwicht naast elkaar bestaan tot gebieden waar de land- en tuinbouw de dominante functie is. Naast ruimte voor de land- en tuinbouw is hier ook ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies,

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

17

zoals toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties etc. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, met name op vrijkomende locaties. Rondom steden, dorpen en natuur is er in de meeste gevallen feitelijk sprake van een gemengde plattelandseconomie. In de gebieden rondom dorpen is daarbij meer ruimte voor de ontwikkeling van functies die zich richten op de inwoners van die kernen, in de gebieden rondom de groenblauwe structuur is de ontwikkeling van functies meer afgestemd op het ondernemen in een groene omgeving en de versterking van natuur- en landschapswaarden. Bestaande ontwikkelingsmogelijkheden Nieuwe ontwikkelingen dienen wel rekening te houden met hun omgeving en bij te dragen aan een verhoging van de gebiedskwaliteiten.

In het buurtschap aan de Akkerweg is reeds sprake van een landschap dat overwegend wordt gebruikt voor wonen door de realisatie van diverse Brabantse Ruimte-voor-Ruimte woningen. In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich hierdoor meerdere woonfuncties. Het positief bestemmen van de cultuurhistorische boerderij als woning aan de Akkerweg past binnen deze (woon)omgeving en vormt geen belemmering voor bestaande functies.

Onderhavig voornemen past binnen de ambities en doelstelling van het gemengd landelijk gebied, alsook binnen de Provinciale Structuurvisie Ruimtelijke Ordening.

Gebiedspaspoort 'Meierij' Een ander onderdeel van de Structuurvisie zijn de zogenaamde 'gebiedspaspoorten'. Deze gebiedspaspoorten bevatten de landschapskenmerken die bepalend zijn voor de kwaliteit van een gebied of een landschapstype en laten zien hoe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het behoud en versterking daarvan. De gemeente Bernheze is verdeeld onder twee gebiedspaspoorten; de Peelrand en de Meierij. Het plangebied valt onder de gebiedspaspoort 'Meierij'. De Meierij wordt als het Groene Hart van Brabant gezien. Dit groene karakter dient verder versterkt te worden met mogelijkheden voor nieuwe landschapskwaliteiten in de vorm van landgoederen. Het planvoornemen, waarbij een woning zal worden gerealiseerd in een cultuurhistorisch waardevol pand, zorgt voor versterking van de kwaliteit van het gebied. Ook draagt de ontwikkeling bij aan versterking van de cultuurhistorische waarde in het gebied vanwege de toekenning van een cultuurhistorische waardering aan de voormalige boerderij als relict van het eigendom behorende tot kasteel Heeswijk. Ook is het pand van enige waarde aangaande sociaaleconomische en agrarische ontwikkelingen van het buitengebied Vorstenbosch in de negentiende en twintigste eeuw. Verder zijn er geen of weinig van deze pachtboerderijen overgebleven in de directe omgeving.

Ook heeft het pand een relatieve zeldzaamheid vanwege de oorspronkelijke ouderdom en de geschiedenis die daarmee gepaard gaat. Bovengenoemde factoren wijzen uit dat onderhavig planvoornemen past binnen de ambities van de gebiedspaspoort 'Meierij'.

Stedelijke ontwikkeling Op de onderstaande themakaart is te zien dat het plangebied binnen een straal van circa 80 m verwijderd is van zowel het bestaand stedelijk gebied als het zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling. Echter in onderhavige situatie is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling omdat het slechts gaat om de realisatie van één woning in een cultuurhistorische boerderij. De cultuurhistorische waarde van deze voormalige boerderij blijft daarmee gewaarborgd passend binnen de (woon)omgeving als gevolg van de recent

18

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

gerealiseerde Brabantse Ruimte-voor-Ruimte woningen.

Uitsnede themakaart stedelijke ontwikkeling met legenda en locatie plangebied 3.3.2 Verordening ruimte Noord-Brabant In de Verordening ruimte Noord-Brabant staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. De laatste partiële herziening is per 31 januari 2018 opgenomen in de geconsolideerde versie. De Verordening ruimte bepaalt dat een bestemmingsplan welke voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied bijdraagt aan het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, en in het bijzonder aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. In de verordening is in diverse regels nader uitgewerkt op welke wijze die zorgplicht en verantwoording gestalte dient te krijgen. De Verordening ruimte is één van de uitvoeringsinstrumenten voor de provincie Noord-Brabant om de doelen te realiseren. Belangrijke onderwerpen in de Verordening ruimte zijn ruimtelijke kwaliteit, stedelijke ontwikkelingen, natuurgebieden en andere gebieden met waarden, agrarische ontwikkelingen, en overige ontwikkelingen in het buitengebied.

Behoud van cultuur erfgoed is opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant vanwege de cultuurhistorische waarde die de kwaliteit van het buitengebied heeft. Daardoor wordt onder meer de mogelijkheid geboden voor de actieve herbestemming van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen tot wonen zoals in onderhavige situatie. Met de instandhouding van een cultuurhistorische boerderij wordt het provinciaal belang gewaarborgd.

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

19

Het plangebied is gelegen binnen het gemengd landelijk gebied. Binnen het gemengd landelijk gebied biedt de Verordening ruimte mogelijkheden voor de ontwikkeling van een gemengde plattelandseconomie. Vanwege de cultuurhistorische waarde voor de kwaliteit van het buitengebied heeft de provincie Noord-Brabant het behoud van cultuur erfgoed opgenomen in de Verordening ruimte.

Uitsnede Verordening ruimte Noord-Brabant met ligging plangebied

In navolging met de Verordening ruimte Noord-Brabant wordt 'actieve herbestemming van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen tot wonen' gerekend tot het principe van zorgvuldig ruimtegebruik en landschappelijke kwaliteitsverbetering. In onderhavig plan wordt in navolging van dit principe de instandhouding van een cultuurhistorische boerderij gewaarborgd. Het planvoornemen, de restauratie van een in verval geraakte voormalige boerderij en de sloop van een varkensstal, draagt bij tot het behoud en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied, alsook het behoud van de cultuurhistorie in het gebied. De bestaande cultuurhistorische bebouwing wordt hiervoor benut als woning. Hierdoor is tevens sprake van herbestemming c.q. hergebruik

20

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

van 'vrijkomende' (voormalige) agrarische bebouwing.

Gelet op het bovenstaande past het voornemen binnen de Verordening ruimte van de provincie Noord-Brabant. 3.3.3 Ruimtelijk kwaliteitskader en landschappelijkeinrichting In artikel 3.1 en 3.2 van de Verordening ruimte Noord-Brabant zijn de principes van zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap verwoord. De uitgangspunten zijn verder uitgewerkt in de 'Handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap, de rood-met-groen koppeling' van de provincie Noord-Brabant. Dit bestemmingsplan dient te voldoen aan de zorgplicht en de eisen voor kwaliteitsverbetering. Hiertoe is hieronder getoetst aan het afsprakenkader van de provincie.

Beleidsuitgangspunten ruimtelijke kwaliteitsverbetering De notitie 'toepassingsbereik' vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost, waaronder ook de gemeente Bernheze. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die regionaal is afgesproken. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is. Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen. Binnen de regio is geen unaniem beeld over de toepassing van de landschappelijke tegenprestatie die geleverd moet worden. Er wordt ingezet op keuzevrijheid voor de afzonderlijke gemeenten. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. De regio vindt het belangrijk dat er ruimte is voor lokaal maatwerk. Uitgangspunt is een methodiek die uitgaat van een forfaitair bedrag op basis van grondwaardevermeerdering (bestemmingswinst).

Op basis van de regionale afsprakenkader dient de vestiging van of de splitsing in meerdere wooneenheden in monumentale, karakteristieke of cultuurhistorisch waardevolle bebouwing te worden gezien als een categorie 1 ontwikkeling. Voor categorie 1 ontwikkelingen is geen inpassing of tegenprestatie noodzakelijk, waardoor een kwaliteitsberekening in het kader van landschapsverbetering achterwege kan blijven.

Het toevoegen van een bouwvlak en functieaanduiding 'wonen' aan een voormalig agrarische bedrijfswoning voldoet aan bovenstaand vanwege het herstel van de cultuurhistorische waarde die daaraan gekoppeld is. Verder draagt de sloop van de varkensstal bij aan kwaliteitsverbetering van de omgeving. Ook komt door de verwijdering van de beplanting die de locatie momenteel afschermt van de openbare weg, de meerwaarde van de cultuurhistorisch waardevolle boerderij tot uiting. Een forfaitaire berekening is niet nodig omdat de cultuurhistorische waarde automatisch bijdraagt aan kwaliteitsverbetering van de omgeving en daarmee het beoogde voornemen van de gemeente aangaande landschapsverbetering bevordert.

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

21

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Bernheze Op 11 februari 2010 heeft de gemeente Bernheze de Structuurvisie Bernheze vastgesteld. In deze structuurvisie geeft de gemeente aan op welke wijze zij haar ruimtelijk beleid tot uitvoering wil brengen. Om dit beleid zo goed mogelijk uit te voeren wordt deze visie onderscheiden in twee delen die qua globaliteit, flexibiliteit en planperiode sterk van elkaar verschillen. De structuurvisie bestaat uit een richtinggevend Ruimtelijk Casco (deel A) en een Uitvoeringsprogramma met daarin de ruimtelijke opgaven voor de korte en middellange termijn (deel B).

Ruimtelijk casco De ruimtelijke beleidskaart bundelt het bestaande beleid en de visie op hoofdlijnen en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een afwegingskader, maar dient tegelijkertijd ook als inspiratie voor ruimtelijke ontwikkelingen.

22

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

Uitsnede ruimtelijk casco met ligging plangebied

Het plangebied is in het Ruimtelijk Casco aangeduid als 'Dorp'. Het plangebied ligt net binnen de 'Afronding dorpsrand' en is gelegen temidden van twee 'Bebouwingsclusters'. De toekomstige ontwikkeling past binnen het ruimtelijk beleid van de gemeente. Daar komt bij kijken dat het college van Bernheze in navolging van de Verordening Ruimte van de provincie heeft besloten om medewerking te verlenen om cultuurhistorisch waardevolle boerderijen waar de woonbestemming is afgehaald positief te bestemmen Bovendien levert de cultuurhistorische waarde van het pand een extra bijdrage aan de samenstelling van het ruimtelijk casco in relatie tot de recent gerealiseerde Brabantse Ruimte-voor-Ruimte woningen.

Uitvoeringsprogramma Voor het thema 'Wonen' is in de structuurvisie een aantal van gemiddeld 130 woningen per jaar vastgesteld. Deze visie was eerst tot 2015 vastgesteld, maar zal volgens de prognose van de gemeente doorgetrokken worden tot de termijn van 2020 à 2025. In de 'Woonvisie 2016-2021' wordt verder toegevoegd dat de woning voorraad wordt vergroot met 45 woningen tussen 2021 en 2021. Daarbij moet gevarieerd worden in woonmilieus, mede in verband met te bedienen doelgroepen (waaronder senioren en starters). Bernheze wil een gemeente met een dorpse uitstraling blijven. De gemeente wil kleinschalige verstedelijking niet uitsluiten, maar groene inpassing is daarbij vereist. Landelijk wonen nabij een verstedelijkte omgeving is een kwaliteit van de gemeente. Verdichting van een bebouwingscluster is in bepaald gevallen toegestaan, indien dit leidt tot een ruimtelijke verbetering. Met de restauratie van de vervallen boerderij wordt invulling gegeven aan een 'leegstaande' locatie, waarbij nieuwbouw op de locatie wordt voorkomen en juist de cultuurhistorische waarde wordt behouden. De bebouwing is qua maat en schaal passend in de omgeving van de dorpsrand van de 'dorpse, agrarische' kern

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

23

Vorstenbosch. Ook draagt het planvoornemen bij aan behoud van het karakter van de omgeving en past binnen de Woonvisie.

24

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Milieubeleid wordt steeds meer geïncorporeerd in andere beleidsvelden. Verbreding van milieubeleid naar andere beleidsterreinen is dan ook een belangrijk uitgangspunt. Ook in de ruimtelijke planvorming is structureel aandacht voor milieudoelstellingen nodig. De milieudoelstellingen worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces meegewogen. Een duurzame ontwikkeling van de gemeente is een belangrijk beleidsuitgangspunt dat zijn doorwerking heeft in meerdere beleidsterreinen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op verschillende onderzoeks- en milieuaspecten welke van belang zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

4.2

Cultuurhistorie

Per 1 september 2017 is de Erfgoedwet in werking getreden. In een bestemmingsplan dient op grond van het Bro artikel 3.1.6 een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, rekening is gehouden. Ook de facetten historische bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

Ten behoeve van de 'Gebiedsvisie Heuvel-Rietdijk-Akkerweg' is in 2007 de cultuurhistorische ontwikkeling van het gebied inzichtelijk gemaakt (zie tevens paragraaf 2.2 en Bijlage 1). Daarin is de cultuurhistorische boerderij te herkennen als aanwezige bebouwing in 1830. De aanpandige stal is te herkennen als recente bebouwing. Deze bebouwing wordt met het voornemen gesloopt.

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

25

Cultuurhistorische ontwikkeling omgeving Akkerweg

De gemeente Bernheze heeft ter bescherming van de cultuurhistorische waarden in de gemeente een 'cultuurhistoriekaart Bernheze' opgesteld, alsook een 'lijst van monumenten en cultuurhistorisch waardevolle panden Bernheze'. Op de kaart zijn de cultuurhistorische geografie en historische elementen aangeduid. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen.

26

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

Uitsnede 'cultuurhistoriekaart Bernheze' met ligging plangebied en legenda

De waardenkaart dateert van 20 januari 2014 en de lijst van monumenten en cultuurhistorisch waardevolle panden is als laatst bijgewerkt in augustus 2011. De voormalige boerderij is vooralsnog niet opgenomen in voorgenoemde kaart en lijst, maar krijgt een cultuurhistorische waardering als relict van het eigendom behorende tot kasteel Heeswijk, toegekend door het Monumentenhuis Brabant B.V. Mogelijk is de boerderij al in de achttiende eeuw gebouwd als kortgevelboerderij met aangebouwde kamerwoning. De boerderij werd in 1851 opgekocht door de kasteelheren van Kasteel Heeswijk en vervolgens als pachthoef(je) verhuurd. Het werd in 1963 verkocht , waarna de wijzigingen zijn aangebracht die het huidige uiterlijk grotendeels bepalen. In 1966 werd een nieuw woonhuis naast de boerderij gebouwd, waarna de boerderij volledig als stal/schuur in gebruik werd genomen. Verder krijgt de boerderij ook een waardering voor zeldzaamheid omdat er in de directe omgeving nauwelijks van deze pachtboerderijen bewaard gebleven; ze zijn of verdwenen of herbouw op de bestaande voetprint. Ook op basis van de oorspronkelijke ouderdom in combinatie met de geschiedenis is sprake van relatieve zeldzaamheid van betreffend object. Daarnaast is het van enige waarde aangaande sociaaleconomische en agrarische ontwikkelingen van het buitengebied Vorstenbosch in de negentiende en twintigste eeuw.

Qua architecturale - en kunsthistorische waarde scoort de boerderij beperkt op basis van de bewaarde gebleven gebintconstructie. Op dit moment heeft de boerderij geen beeldbepalende waarde vanwege de beperkte zichtbaarheid en slechte bouwkundige staat. Na restauratie zullen de situationele en ensemblewaarden volledig tot hun recht komen.

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

27

Op basis van het momumenten onderzoek heeft de monumentencommissie een positief advies afgeven met betrekking tot de cultuurhistorische waarden van de boerderij. Zie Bijlage 2 'Beoordeling Monumentenhuis Brabant B.V.' en Bijlage 3 'Bouwkundige beoordeling Disign en Construct' voor de gehele redengevende omschrijving van het monumentenonderzoek en de waarderingen. Het advies (Bijlage 4) van de monumentencommissie is door de gemeente in deze integraal en volledig opgevolgd. De gemeente heeft hiermee de boerderij als cultuurhistorisch waardevol pand aangemerkt. Wel wordt het van belang geacht dat de gemeente en de monumentencommissie vanaf het eerste moment betrokken worden bij de herontwikkeling van dit cultuurhistorische pand met betrekking tot de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen.

Derhalve is in de regels een voorwaardelijke verplichting voor het gebruik als boerderij als woning opgenomen. Deze voorwaardelijke verplichting houdt in dat de cultuurhistorische waarden dienen te worden hersteld overeenkomstig een door de monumentencommissie goedgekeurde omgevingsvergunning voor het bouwen, gebaseerd op een programma van eisen restauratieplan. Tevens mag er pas gewoond worden als de woning in de boerderij gerealiseerd is overeenkomstig de door de monumentencommissie goedgekeurde omgevingsvergunning, waarbij de cultuurhistorische waarden in ere zijn hersteld en als zodanig ook in stand worden gehouden.

4.3

Archeologie

In Europees verband is als wettelijk toetsingskader het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming.

In de Erfgoedwet is vastgelegd dat Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen rekening houden met het aspect 'archeologie'. De wet beoogt het archeologische erfgoed in hoofdzaak in situ te beschermen. Om de bescherming op gemeentelijk niveau te waarborgen heeft de gemeente een archeologische waardenkaart opgesteld. Op deze kaart wordt aangegeven dat op de planlocatie sprake is van een middelhoge archeologische verwachtingswaarde.

Volgens het planvoornemen wordt de woning gerealiseerd binnen het cultuurhistorische deel van de (vervallen) bestaande bebouwing. De bestaande fundering en muren worden (her)gebruikt. Hiervoor zijn geen bodemingrepen noodzakelijk. Eventueel aanwezige archeologische waarden worden met het voornemen niet verstoord en onderzoek naar het aspect archeologie wordt niet noodzakelijk geacht.

Hoewel voor het planvoornemen geen archeologisch onderzoek hoeft plaats te vinden geldt te allen tijde wel een meldingsplicht bij het aantreffen van archeologische toevalsvondsten op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Eventuele bodemvondsten dienen dan telefonisch gemeld te worden bij het Meldpunt Depot Bodemvondsten Noord-Brabant.

28

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

4.4

Bedrijven en milieuzonering

Vanuit het aspect 'goede ruimtelijke ordening' dient voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende (o.a. bedrijven) en hindergevoelige functies (waaronder woningen). Hiervoor worden de afstanden uit de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' als maatgevend beschouwd. Bovenstaande moet op twee manieren getoetst worden. Enerzijds wordt er gekeken of het perceel zelf veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of het perceel kwetsbaar is voor hinder.

Met het voornemen wordt één woning toegevoegd. Een woning is geen hinderveroorzakend object, maar is wel aan te merken als gevoelig object. Daarom dient ter plekke van de te realiseren woning een goed woon- en leefklimaat te worden gegarandeerd. Bovendien mogen bestaande bedrijven niet worden belemmerd in de bedrijfsvoering door de voorgenomen ontwikkeling.

In de directe omgeving van de planlocatie zijn binnen de bestemming 'Agrarisch' diverse bouwvlakken aanwezig. Deze bouwvlakken hebben echter allemaal de functieaanduiding 'wonen', waarmee het gebruik als bedrijf is uitgesloten. Dit betreft geen hinderveroorzakende objecten. Verder zijn in de omgeving de volgende objecten aanwezig:

Locatie Heuvel 20 Rietdijk 15A

Functie Manege Autohandel Bedrijf tot en met categorie 2

Richtafstand 50 meter 30 meter

Afstand tot plangebied 110 meter 35 meter

In de directe omgeving op de hoek met de Rietdijk ligt een bedrijfslocatie. Hierbinnen zijn bedrijven met maximaal milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter toegestaan. Het plangebied ligt niet binnen 30 meter van de inrichting. Daarnaast ligt ten westen van het plangebied een manege. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter. Het plangebied ligt niet binnen 50 meter van de inrichting. Aangezien voldaan wordt aan de richtafstand (uitgaande van een rustig buitengebied) van de betreffende bedrijven wordt het woon- en leefklimaat van de woning in voldoende mate gewaarborgd. Omgekeerd vormt de nieuwe woning geen belemmering voor deze bedrijven, enerzijds gezien de afstand en anderzijds vanwege de kleinere afstand van de ligging van reeds bestaande woningen die maatgevend zijn.

Hiermee kan worden geconcludeerd dat het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering vormt voor het planvoornemen.

4.5

Externe veiligheid

4.5.1 Inleiding Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

29

Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt.

Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: hetplaatsgebonden risico en het groepsrisico:

Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans,op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge vaneen ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR.Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GRis daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GRwordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzesmoet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.

Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag(veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht.

Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Inrichtingen (bevb) Spoor- rijks- en waterwegen (Bevt)

30

Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijke besluit wordt genomen Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijke besluit wordt genomen Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

Indien de verantwoordingsplicht niet juist is uitgewerkt terwijl dit wel verplicht is, kan dit tot vernietiging van het ruimtelijk besluit door de Raadvan State leiden. Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezagde verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn.

Beleidsvisieexterne veiligheid Degemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. De beleidsvisie bevat geen gebiedstypering of uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden voor de verantwoording van het groepsrisico.

Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enz.. 4.5.2 Toetsing Inventarisatie risicobronnen Met behulp van de nationale risicokaart?is gekeken, welke risicobronnen in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen. Eenuitsnede van de risicokaart met het plangebied vindt u hieronder. Het plangebied is met een rode stip aangeduid.

Uitsnede risicokaart en plangebied

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

31

Uit de risicokaart blijkt, dat in de omgeving van het plangebied zijn geen wegen, vaarwegen, spoorlijnen, buisleidingen of inrichtingen gelegen, waarvan een risicocontour over het plangebied is gelegen.

Beleidsvisie externe veiligheid Toetsing van het plan aan de voorwaarden uit de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente geeft geen belemmeringen voor het plan. 4.5.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid is geen belemmering voor het plan.

4.6

Bodem

Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Aangezien er sprake is van een bestemmingswijziging ten behoeve van wonen is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd conform de Nederlandse Normen NEN-5707 en NEN-5740 (Aelmans Eco B.V., rapportnummer E186315.006/HWO , 14 januari 2019). Op basis van dit rapport kan het volgende worden geconcludeerd:

Algemeen Het plangebied betreft van oudsher een agrarisch bedrijfje alwaar de afgelopen 40 jaar geen bedrijfsactiviteiten meer hebben plaatsgevonden. Door achterstallig onderhoud is de bebouwing grotendeels ingestort en niet meer toegankelijk. Het terrein rondom de onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als groenvoorziening c.q. grasveld. Ter plaatse van het te onderzoeken perceel zijn een 12-tal boringen in combinatie met asbestinspectiegaten systematisch verdeeld. Tijdens het plaatsen van deze boringen/inspectiegaten worden met name in de bovengrond rondom de bebouwing diverse bijmengingen met puin- en baksteenresten aangetroffen. Van de uitkomende grond zijn een drietal grondmengmonsters samengesteld en onderzocht op het standaard NEN-5740 pakket voor grond.

Bovengrond De visueel geroerde bovengrond (lees: zand vermengd met puin-/baksteenresten) is analytisch onderzocht in grondmengmonster 1. Uit de analyseresultaten van dit betreffende grondmengmonster blijkt, dat de concentratie lood, PCB en minerale olie de achtergrondwaarden overschrijden, doch niet de bodemindex of interventiewaarden. Daarvoor de parameter minerale olie geen specifieke waarde voor de klasse wonen is vastgesteld, dient voornoemde bodemlaag als klasse industrie grond bestempeld worden. Uit de analyseresultaten van grondmengmonster 2 blijkt, dat geen van de onderzochte parameters de achtergrondwaarden (AW2000) overschrijden. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit kan de bovengrond als klasse AW2000 grond bestempeld worden.

Ondergrond De ondergrond van onderhavig perceel is analytisch onderzocht in grondmengmonster 3. Uit de analyseresultaten van dit betreffende grondmengmonster blijkt, dat geen van de onderzochte parameters de achtergrondwaarden (AW2000) overschrijden.

32

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit kan de ondergrond als klasse AW2000 grond bestempeld worden.

Grondwater Uit de analyseresultaten van het grondwater blijkt, dat behoudens een marginaal verhoogde concentratie zink geen verdere overschrijdingen worden aangetroffen. Voornoemde overschrijdingen zijn van dien aard dat geen directe belemmeringen opleveren voor de beoogde herinrichting van het te onderzoek perceel. Voornoemde concentraties zijn van dien aard, dat dergelijke verontreinigingen veelvuldig worden aangetroffen in het ondiepe grondwater ter plaatse van Noord-Brabant en gedeelten van Limburg.

Asbest Naar aanleiding van de visuele bevindingen en het analytisch asbestonderzoek blijkt, dat de bovengrond van de boringen rondom de bebouwing sterk verontreinigd is met asbest. Naar aanleiding van voornoemde bevindingen moet men rekening houden dat alhier een aanvullend asbestonderzoek uitgevoerd moet worden. Daarnaast dient men rekening te houden met het feit dat de kans aannemelijk is dat er een BUS-melding opgesteld moet worden. Voor wat betreft de aangetroffen concentratie asbest in grondmengmonster 2 blijkt, dat voornoemde concentratie eveneens het criteria voor een nader asbestonderzoek overschrijdt. Daar voornoemde verontreiniging specifiek te wijten is aan de drup-zone is het uitvoeren van een nader asbestonderzoek niet doelmatig.

Toetsing hypothese De hypothese "heterogeen diffuus verontreinigde locatie" wordt op basis van de onderzoeksresultaten bevestigd.

Nader bodemonderzoek en Conclusie Voor wat betreft de onderzoekslocatie moet er rekening gehouden worden met aanvullend onderzoek vanwege de aangetroffen verhoogde concentraties asbest. Naar aanleiding van de resultaten van het nader asbestonderzoek is het aannemelijk dat tevens een BUS-melding opgesteld moet worden. Ook dient er rekening gehouden te worden met het feit dat ter plaatse van de aangetroffen ingevallen bebouwing dient er eveneens een asbestonderzoek conform de SCA-540 uitgevoerd moet worden. Resumerend kan gesteld worden dat de aangetroffen overschrijdingen (lees: asbestverontreiniging) vanuit milieuhygiënisch oogpunt beperkingen oplevert met betrekking tot de beoogde herinrichting en bestemming van het te onderzoeken perceel.

Zie Bijlage 5 Verkennend bodem- en abestonderzoek voor het complete analyserapport omtrent de aspecten bodem en asbest.

In het kader van de geconstateerde asbestverontreiniging ter plaatse van de voormalige varkensstal zal nader onderzoek plaatsvinden nadat deze voormalige stal is gesloopt en verwijdert. De locatie komt op dat moment pas beschikbaar om de ernst van de verontreiniging voldoende in beeld te brengen. Indien het onderzoek in de huidige situatie wordt uitgevoerd is het niet mogelijk om de verontreiniging goed in beeld te brengen.

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

33

Het nader onderzoek zal zich dan richten op diepte en oppervlakte met als basis MM2. Op basis van de nader asbestonderzoek zal de noodzakelijke BUS-melding opgesteld worden gevolgd door de daadwerkelijk sanering. Nadat de werkzaamheden afgerond zijn wordt een evaluatierapport overlegd.

Met betrekking tot het nader onderzoek naar de omvang rondom de zogenaamde 'drupzone' (MM1) zal nadere afstemming met de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant (ODZOB) plaatsvinden.

Bovenstaande is met de omgevingsdienst Brabant Noord nader afgestemd. Zij kunnen zich hierin vinden. Voor onderhavig bestemmingsplan betekent dit dat er een voorwaardelijke verplichting is opgenomen zodat gewaarborgd wordt dat het bodemonderzoek ook daadwerkelijk uitgevoerd wordt na sloop van de stal. Het aspect bodem heeft daarmee geen verdere belemmering voor het planvoornemen.

4.7

Geur

Met dit plan wordt een geurgevoelig object in de vorm van een woning gerealiseerd. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen agrarische bedrijven aanwezig; dit blijkt uit de omliggende agrarische bouwvlakken met functieaanduiding wonen. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf, de manege, valt met een richtafstand van 50 m buiten het plangebied en wordt dus niet gerekend tot geur belastend object.

Op basis van de kaart 'GES Geur veehouderij obv hinderpercentage (2013)', is te concluderen dat de GES (Gezondheids Effect Screening) hinderkans voor het plangebied 'redelijk tot vrij matig' is.

Uitsnede geurkaart 'GES Geur veehouderij obv hinderpercentage (2013)'

Hiermee wordt voldaan aan de gewenste achtergrondnorm uit de verordening ruimte, waarbij gesteld wordt dat de kans op cumulatieve geurhinder op geurgevoelige objecten in het buitengebied niet hoger is dan 20%. Het woon-en leefklimaat ter plaatse van de woning is in voldoende mate gewaarborgd. Omgekeerd worden

34

bestemmingsplan Akkerweg nabij 5 in Vorstenbosch

binnen het plangebied geen activiteiten toegestaan die geurhinder kunnen veroorzaken. Het aspect geurhinder vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.8

Geluid

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op basis van de Wet geluidhinder te worden onderzocht of sprake is van geluidsoverlast, in het bijzonder in verband met verkeer, spoor of bedrijven. In de Wet geluidhinder is bepaald dat ten aanzien van zogenaamde 'geluidgevoelige objecten' wettelijke eisen gelden ten aanzien van de maximale belasting.

Met het planvoornemen wordt een nieuw geluidgevoelig object in de vorm van een woning in de cultuurhistorische boerderij gerealiseerd. De Akkerweg en omliggende wegen (Heuvel/Kerkstraat en Rietdijk/Bedafseweg) zijn niet zoneplichtig vanwege de 30 km/h snelheidslimiet. De Akkerweg is geen doorgaande weg. Ten hoogte van het plangebied komt alleen bestemmingsverkeer van ongeveer 10 woningen. De verkeersintensiteit op de Akkerweg is daardoor dermate laag dat het woon- en leefklimaat voor de woning is gewaarborgd.

De Rietdijk/ Bedafseweg is de verbindingsweg tussen Vorstenbosch en Bedaf. Dit is weliswaar een doorgaande weg met alleen bestemmingsverkeer. Gezien de relatief lage verkeersintensiteit, het (smalle) straatprofiel, de afstand tot de woninge (75 meter) en de afscherming van de voorste bebouwing aan de Rietdijk, kan aangenomen worden dat het woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd.

De Heuvel/Kerkstraat is de doorgaandeweg door Vorstenbosch. Indien dit een zoneplichtige weg was geweest in het kader van de wet geluidhinder, dan zou de woning buiten de onderzoekszone zijn gelegen en zou nader onderzoek niet noodzakelijk zijn. Daarnaast zijn recent aan de Akkerweg Ruimte-voor-Ruimte woningen gerealiseerd, waarvoor gebleken is dat een goed woon-en leefklimaat is gewaarborgd.

4.9

Luchtkwaliteit

In hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm), zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen. Dit hoofdstuk staat ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mens te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen.

Wanneer een project aangeduid kan worden als 'Niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging (NIBM), vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex artikel 5.16 Wm. In het besluit NIBM wordt gesteld dat een project NIBM is wanneer een activiteit maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2 ). Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 µg/m3 voor zowel PM10 als NO2 . In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1500 woningen bij één onstsluitingsweg niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijnstof en stikstofdioxide in de lucht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=f9f8a7ee-b9b6-4ef0-81e5-7bbc6163a3df