Toelichting
Tekst van het document
Het doel van het aanvullend bodemonderzoek is het vastleggen van de bodemkwaliteit ter plaatse van de gehele woonkavel. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Heesch, sectie F, nummer 814. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1400 m2. Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
60
5725 en NEN 5740. De strategie van het onderzoek is afgestemd op het vooronderzoek (historie). Gebruik is gemaakt van de onderzoeksopzet voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL). Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000. De analyses (AS3000) zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics BV uit Rotterdam. Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen, bijmengingen of andere bijzonderheden waargenomen. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat de boven- en ondergrond niet verontreinigd zijn (<Aw). Het grondwater is niet opnieuw onderzocht. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. Op basis van het totaal aan onderzoeksgegevens behoeft de bodemkwaliteit naar ons inzien geen belemmering te vormen voor de inrichting van een woonkavel en de nieuwbouw van een woning.” Voor de Vinkelsestraat kent het onderzoek (zie bijlage 7 bij deze toelichting) de navolgende samenvatting en advies. “Op een locatie aan de Vinkelsestraat (ong) te Heesch is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in verband met het wijzigen van de bestemming en de nieuwbouw van een tweetal woningen. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Heesch, sectie F, nummer 814. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 4000 m2.
Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er bezwaren zijn tegen een woonbestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning. Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5740. De strategie van het onderzoek is afgestemd op het vooronderzoek (historie). Gebruik is gemaakt van de onderzoeksopzet voor een niet lijnvormige onverdachte locatie (ONV-NL). Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000. De analyses zijn uitgevoerd door Synlab BV (AS3000). Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen, bijmengingen of andere bijzonderheden waargenomen. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat zowel de boven- en ondergrond als het grondwater niet verontreinigd zijn (<Aw/<Sv). Op basis van het totaal aan onderzoeksgegevens behoeft de bodemkwaliteit naar ons inzien geen belemmering te vormen voor een bestemmingswijziging en nieuwbouw van een tweetal woningen. Er is geen aanleiding tot een vervolgonderzoek.” Conclusie De gemeente Bernheze is bevoegd gezag, het onderzoeksbureau heeft slechts een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaalt dan ook of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Het bevoegd gezag heeft het uitgevoerde bodemonderzoek beoordeeld en is ermee akkoord. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk.
Bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
61
4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR.
Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
62
mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moetenkomen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb)
Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)
Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.
Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. De beleidsvisie bevat geen gebiedstypering of uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden voor de verantwoording van het groepsrisico. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst worden aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enzovoorts. Consequenties Met behulp van de nationale risicokaart4 is gekeken, welke risicobronnen in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen. Zie de uitsnede van de risicokaart ter hoogte van het plangebied hieronder.
4
www.risicokaart.nl, professionele versie.
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
63
In het plangebied zijn twee hoge druk aandgasleidingen (A-527 en A-643) gelegen. Gelet op de afstand van de buisleidingen tot aan de beperkt kwetsbare objecten eveneens in het plangebied wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde van het plaatsgebonden risico. Voor de verantwoording van het groepsrisico zijn de volgende gegevens van belang: Buisleiding 100% letaliteitscontour 1% letaliteitscontour (grens invloedsgebied) A-527 210 540 A-643 220 580 Het plangebied valt deels binnen de 100% letaliteitscontour van beide buisleidingen. Dit betekent dat een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico moet worden doorlopen, tenzij de hoogte van het groepsrisico ter plaatse lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Uit het rapport “Kwantitatieve risicoberekening aardgastransportleidingen gemeente Bernheze” (RMB, 2012) blijkt dat het groepsrisico voor beide buisleidingen lager dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde is. Dit betekent dat kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Verantwoording groepsrisico Vanwege de ligging van het plan in het invloedsgebied van de twee hoge druk aardgasleidingen dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij is de Veiligheidsregio – conform artikel 12 van het BEVB - om advies gevraagd. De Veiligheidsregio heeft op 7 juni 2020 advies uitgebracht.
Het advies van de veiligheidsregio is als volgt:
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
64
-
-
“Informeer de initiatiefnemers c.q. de toekomstige bewoners actief over het aanwezige risico en handelingsperspectief. Deze informatie kan worden meegenomen in het besluit om zich op deze locatie te vestigen. Hiermee wordt in optimale vorm invulling gegeven aan het risicobewustzijn van- en het nemen van een eigen verantwoordelijkheid door de burger. Deze informatie zorgt er ook voor dat de bewoners op het moment dat er een incident plaatsvindt directh weten hoe te handelen, die heeft een positieve invloed op de mate van zelfredzaamheid. Overweeg een gebruiksbeperking van het bijgebouw waarin maatschappelijke functies zijn toegestaan ten tijde van het uitvoeren van graafwerkzaamheden boven de gasleidingen. Indien geen mensen aanwezig zijn is het risico op slachtoffers ook nul.”
De initiatiefnemers van dit bestemmingsplan zijn geinfomeerd over het aanwezige risico en handelingsperspectief. Zij zullen hun rechtsopvolgers eveneens informeren. De gebruiksbeperking wordt door de initiatiefnemers overgenomen en toegepast. De huidige en toekomstige personendichtheid Het plangebied is momenteel braakliggend terrein/ terrein met cultuurhistorisch waardevolle schuur. Met de realisatie van een nieuwe woning neemt het aantal personen met 2,4 x 3 = 7,2 toe. De huidige en toekomstige hoogte van het groepsrisico Het bestaande groepsrisico langs de betreffende hoge druk aardgasleiding (Z-542-19) is onderzocht in het hierboven aangehaalde rapport van het RMB (2012). Hieruit blijkt dat het groepsrisico minder dan 10% van de oriëntatiewaarde bedraagt. Het groepsrisico zal door de nieuwe woning minimaal stijgen (minder dan 10%). Bestrijdbaarheid Voor de bestrijdbaarheid is het maatgevend scenario van belang: de fakkelbrand. Een fakkelbrand ontstaat wanneer door een externe beschadiging van de hoge druk aardgasleiding (bijvoorbeeld door graafwerkzaamheden) gas vrijkomt, en vervolgens ontsteekt. Wat volgt is een fakkelbrand die extreme hittestraling kan veroorzaken. Het invloedsgebied van de gasleiding wordt bepaald door de druk en de diameter van de gasleiding. De bestrijdbaarheid wordt op twee aspecten beoordeeld: 1.
Is het rampscenario te bestrijden? Bij een fakkelbrand dient de leidingbeheerder eerst de gastoevoer af te sluiten. Nadat de fakkelbrand is gedoofd door het afsluiten van de gastoevoer kunnen secundaire branden geblust worden. De bestrijdbaarheid wordt tijdens de fakkelbrand als slecht beoordeeld. Na het doven van de fakkelbrand is de bestrijdbaarheid goed. 2. Is de omgeving voldoende ingericht om bestrijding te faciliteren? In het geval van een fakkelbrand is het plangebied goed bereikbaar en zijn er voldoende opstelplaatsen voor de brandweer.
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
65
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpdiensten. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote calamiteiten bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit vluchten en schuilen. 1. Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden t.a.v. zelfredzaamheid zijn goed. Er verblijven mogelijk wel verminderd zelfredzame personen in het plangebied (maatschappelijke functie in de dwarsdeelschuur aan de kasteellaan), maar altijd onder begeleiding. De aanwezigen zijn zelf of onder begeleiding van niet verminderd zelfredzame personen naar verwachting voldoende in staat om te kunnen vluchten of schuilen. 2. Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren? Behalve de vraag of zelfredzaamheid mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredzaamheid optimaal kan plaatsvinden. Alarmering In geval van een calamiteit kan NL-alert worden ingezet. NL-alert is een alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Hiermee kunnen mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht worden geïnformeerd. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen (vluchten of schuilen).
Vluchten Gelet op de afstand tot de buisleidingen is vluchten uit het zicht van de fakkel (onder dekking van constructies zoals muren) het beste handelingsperspectief. Een woning biedt gedurende korte tijd enige bescherming tegen de hoge hittestraling, waardoor de kans op ernstig letsel tijdens het vluchten wordt beperkt. Conclusie De beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico en aan de kaders die zijn vastgelegd in de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Bernheze. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van twee hoge druk aardgasleidingen (A-527 en A-643). Het groepsrisico is verantwoord en wordt aanvaardbaar geacht. De volgende overwegingen spelen daarbij een rol: - het geringe groepsrisico, en; - de goede mogelijkheden binnen het plangebied voor de zelfredzaamheid van personen. 4.7 Natuur Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
66
de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd. De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. De wet regelt ook de jacht in ons land. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied.
Voor dergelijke schadelijke activiteiten kan alleen een vergunning worden verleend als er geen alternatief is en als het gaat om een dwingende reden van groot openbaar belang. De kokkelvisserij in de Waddenzee is nu bijvoorbeeld verboden. Er kon namelijk niet worden aangetoond dat er géén schade zou ontstaan aan de natuur, en er was geen van de andere redenen aanwezig om toch een vergunning te verlenen. De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen voor het natuurnetwerk Nederland en verleent hen de bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen. De Minister van Economische Zaken kan daarnaast op grond van de wet nationale parken aanwijzen die vooral een educatieve en communicatieve functie hebben. De voormalige beschermde natuurmonumenten zijn met bijbehorende doelen opgeheven met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming. Consequenties Onderhavige locatie is niet gelegen in of in de nabijheid van Natura 2000-gebied. Wel ligt het plangebied in/ nabij het Natuur Netwerk Brabant. Het plan strekt ertoe de natuurwaarden te verhogen en het Natuur Netwerk Brabant verder uit te breiden. Daarnaast worden nieuwe woningen ontwikkeld en lichte nevenfuncties toegevoegd.
Deze niet natuurlijke activiteiten vinden plaats buiten de nieuwe begrenzing van het Natuur Netwerk Brabant.
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
67
Door Buro Maerlant is in verband met de beoogde ontwikkelingen in het plangebied een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd, daarbij is ook gekeken naar eventuele effecten op het Natuur Netwerk Brabant. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 8 bij deze toelichting. De conclusies en advies voor de uitvoering van de ontwikkeling van het onderzoek zijn als volgt. Quickscan Wet natuurbescherming “In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende actuele en potentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden: • Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd) op of nabij de werkgrenzen (beide deellocaties); • Aanwezigheid van vleermuizen op de locatie Kasteellaan algemeen; • Leefgebied van de das (locatie Vinkelsestraat) en aanleg nieuwe natuur in het leefgebied van de das. Effecten en ontheffingen De das Nieuwbouw Door de plannen verdwijnt voor tijdelijke duur een gedeelte foerageergebied van de das. Doordat in de omgeving ruimschoots geschikt leefgebied over blijft, is op voorhand géén sprake van een wezelijke afname. Men is voornemens het plangebied groen in te passen, mede door de realisatie van een natuurlijke afscherming middels een aarden wal. Negatieve effecten op de das worden niet verwacht.
Aanleg nieuwe natuur en verhoging waterpeil De voorgenomen maatrgelen ten bate van de natuur hebben geen negatief effect op de das. Door de omvorming van intensieve teelt naar soortenrijk grasland zal de soortenrijkdom algemeen toenemen. De beoogde vernatting heeft naar verwachting een positieve invloed op het wormenbestand. Er zijn ten bate van de das enkele maatregelen benodigd om de beoogde gunstige invloed te garanderen. Vleermuizen De laanbeplantingen ten noorden en ten westen van het plangebied hebben mogelijk functie als vliegroute. Het is dan ook noodzakelijk met de toekomstige buitenverlichting rekening te houden met vleermuizen om effecten te voorkomen. Indien men buitenverlichting wenst toe te passen in het noodzaklijk deze dusdanig toe te passen dat de aanwezige bomenrijen niet worden verlicht. Broedvogels Door conform het advies rekening te houden met eventueel broedende vogels, worden effecten eenvoudig voorkomen. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is voor de ingrepen niet aan de orde.
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
68
Advies Das (locatie Vinkelsestraat) Geadviseerd wordt voorafgaand aan de uitvoering van de ingrepen een ecologisch werkplan op te stellen om zo goed mogelijk rekening te kunnen houden met de das. De extra aanleg van houtwallen ten noorden en zuiden van de toekomstige bouwkavels dient hierin te worden opgenomen en deze dienen in een zo vroeg mogelijk stadium te worden aangelegd. Tijdens de uitvoer/ bouw zijn maatregelen nodig om effecten van deze werkzaamheden te voorkomen, ondermeer door te werken buiten de kwetsbare periode en tijdens de uitvoer rekening te houden met de nachtelijke activiteit van de das (verlichting bijvoorbeeld). Een deskundige kan adviseren over de wijze van uitvoer. Das (aanleg nieuwe natuur/ landschapselementen) Geadviseerd wordt bij de omvorming van de gronden naar meer soortenrijk grasland deze gronden niet te sterk te laten verschralen, zodat het wormenbestand goed blijft. Voor dit doel wordt geadviseerd extensief te bemesten (met bijvoorbeeld stalmest) of extensieve beweiding toe te passen. De te realiseren lanen5 dienen niet opengesteld te worden voor het publiek. Geadviseerd wordt het centrale deel van het landgoed op vergelijkbare wijze als in de huidige situatie niet open te stellen voor het publiek.
Vleermuizen (locatie Kasteellaan) Indien men buitenverlichting wenst toe te passen dient te worden voorkomen dat de omgeving van het hoofdgebouw en de aanwezige bomen worden verlicht. Indien buitenverlichting wordt toegepast, wordt geadviseerd het verlichtingsplan voor te leggen aan een ter zake deskunige (ecoloog). Vogels Doordat er een kans bestaat, dat broedende vogels binnen de invloedssfeer van de ingrepen aanwezig zijn, wordt aanbevolen rekening te houden met broedende vogels en de ingrepen bij voorkeur uit te voeren buiten de broedperiode: na 1 augustus en vóór 1 maart. Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld dat er geen broedende vogels binnen de invloedssfeer van de ingrepen aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het wegnemen van nesten van broedende vogels is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan. Verstoring van nesten is conform de wet in principe niet verboden, echter kan dit ertoe leiden dat deze vroegtijdig wordt verlaten en feitelijk sprake is van vernietiging van het nest en een verboden handeling.” Aeriusberekeningen Aanvullend op de quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming en het Natuur Netwerk Brabant zijn voor zowel de gebruiks- als aanlegfase van hetgeen met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt aeriusberekeningen uitgevoerd en is een notitie opgesteld waarin de invoergegevens zijn onderbouwd.
De aeriusberekeningen en notitie zijn bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 14). Hieruit volgt de navolgende conclusie: 5
Het gaat hier om de centrale noordzuidlaan (door het middelpunt van het sterrenbos).
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
69
“Binnen 10 kilometer van het plangebied zijn geen Natura 2000-gebied gelegen. Uit de berekeningen volgt dat zowel door de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. De AERIUS-berekeningen hebben aangetoond dat de stikstofdepositie gelijk is aan 0,00 mol N/ha/jaar. Dat betekent dat het project niet leidt tot stikstofdepositie op een Natura 2000 gebied. Op basis van deze uitkomst hoeft er geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd of verder onderzoek naar de stikstofdepositie te worden uitgevoerd.” Conclusies In verband met het aspect soorten van de Wet natuurbescherming geldt dat zolang het advies van de ecoloog wordt opgevolgd, geen sprake is van strijdigheden met de Wet natuurbescherming. Er is geen onheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig.
Het advies van de ecoloog houdt het volgende in: plandeel Vinkelsestraat: - behoud aarden wal (houtwal langs Vinkelsestraat) = opgenomen in het landschapsplan dat onderdeel uitmaakt van het juridisch bindende gedeelte van dit bestemmingsplan; - aanleg houtwallen/-singels ten noorden en zuiden van de kavels aan de Vinkelsestraat > is opgenomen in het landschapsplan dat onderdeel uitmaakt van het juridisch bindende gedeelte van dit bestemmingsplan; - toepassing van geen of vleermuisvriendelijke verlichting (naar beneden gericht, waardoor bomen niet worden verlicht) -> wordt opgenomen in de koopovereenkomst met de toekomstige kopers van de kavels incl. ketting- en boetebeding; - het opstellen van een ecologisch werkplan voorafgaand aan het uitvoeren van werkzaamheden i.v.m.
de kavels aan de Vinkelsestraat en hiernaar handelen -> is geregeld via de regels van dit bestemmingsplan; aanleg natuur en landschapselementen/ openstelling: - extensieve beweiding of bemesting (stalmest) toepassen zodat de graslanden niet teveel verschralen -> het ‘dassenvriendelijke beheer’ is opgenomen in het inrichting- en beheerplan dat onderdeel uitmaakt van het juridisch bindende gedeelte van dit bestemmingsplan; - de nieuwe laan nabij de dassenburcht (meest westelijke noordzuidlaan) niet openstellen voor publiek -> de landgoedeigenaar draagt hiervoor zorg; - het gedeelte waar de dassenburcht is gelegen en de ruimte eromheen die nu (i.v.m. de das) niet is opgesteld voor publiek op deze wijze voortzetten -> dit gebied wordt uitgerasterd, zodat het niet toegankelijk is voor publiek, dit is opgenomen in het inrichting- en beheerplan dat onderdeel uitmaakt van het juridisch bindende gedeelte van dit bestemmingsplan; plandeel Kasteellaan: - bij de wens om buitenverlichting toe te passen dient het verlichtingsplan te worden goedgekeurd door een ter zake kundig ecoloog -> wordt opgenomen in de koopovereenkomst met de toekomstige kopers van de kavel incl. ketting- en
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
70
boetebeding;; algemeen: - rekening houden met het broedseizoen van vogels door binnen die periode (na 1 augustus en vóór 1 maart) geen verstorende werkzaamheden (bijv. bomen kappen waardoor nesten verloren gaan) uit te voeren of te zorgen voor een advies van een ter zake kundig ecoloog die voorafgaand aan de werkzaamheden vaststelt dat door de beoogde ingrepen geen broedende vogels worden verstoord -> dit is opgenomen in het inrichting- en beheerplan dat onderdeel uitmaakt van het juridisch bindende gedeelte van dit bestemmingsplan; Voor het aspect gebieden geldt dat de ontwikkeling in zowel de gebruiks- als aanlegfase geen effect heeft op Natura 2000 gebieden (stikstof) en andere gebieden met een externe werking (NNB).
4.8 Kabels en leidingen Voor onderhavige locatie is een KLIC-melding uitgevoerd. In het plangebied en de directe omgeving ervan zijn leidingen aanwezig (gas en riool), die vormen echter geen belemmering voor de bestemmingswijziging en nieuwbouw. Er wordt rekening mee gehouden. In dit bestemmingsplan worden de leidingen beschermd middels dubbelbestemmingen. 4.9 Luchtkwaliteit Beleidskader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit.
In het besluit NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m³ NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, infrastructuur, kantoor- en woningbouwlocaties en activiteiten of handelingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook indien aannemelijk gemaakt kan worden dat een gepland project NIBM bijdraagt, kan
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
71
toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Voor woningen wordt hierbij een ondergrens van 1500 woningen aangehouden voor locaties waarbij sprake is van één ontsluitingsweg. Consequenties Onderhavige planontwikkeling voorziet in de realisatie van drie nieuwe woningen en nevenfuncties. Derhalve kan dit plan gezien worden als een project dat een niet in een betekenende mate bijdrage levert op het gebied van de luchtkwaliteit. Op basis van de GCN-kaarten is getoetst of ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Dat is het geval. Zie onderstaande uitsnede van de GCN-kaart (PM10) die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 19,57 (lichtblauw, gridcelwaarde tussen 18 en 20).
Hieronder is de PM2,5-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 12,61 (lichtblauw, gridcelwaarde tussen 12 en 14).
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
72
Hieronder is de NO2-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 15,97 (lichtblauw, gridcelwaarde tussen 15 en 20).
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
73
Conclusie Het onderhavige plan heeft geen nadelige invloed op de luchtkwaliteit omdat het niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, daarnaast is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmerende factor. 4.10 Water Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater. De gemeente dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Aa en Maas, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer van regionale wateren. Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's.
Hydrologisch kader Brabantse waterschappen De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben in hun Keur dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Dit houdt in: 'Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Het doel van dit uitgangspunt is om te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding van het verhard oppervlak versneld op het watersysteem wordt geloosd. Voor lozingen op een oppervlaktewater eist het Waterschap daarom een vervangende berging, die de extra afvoer van het nieuwe verharde oppervlak als het ware neutraliseert. Gemeenten stellen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid voorwaarden aan de afvoer via een rioleringsstelsel. Bij het invullen van de compensatieopgave wordt tevens gekeken naar de mogelijke realisering van andere waterdoelen. Het gaat hierbij dus om een optimale inpassing van een plan in zijn omgeving, waarbij ook gekeken moet worden naar het huidig en toekomstig functioneren van het totale (deel-)stroomgebied waar de ontwikkeling onderdeel van uitmaakt. Naast het behoud van voldoende systeemrobuustheid, kan hiermee beter invulling worden gegeven aan de gewenste doelmatigheid.
Bovendien biedt dit mogelijkheden voor waterschappen en gemeenten om ook andere dan hydrologische aspecten mee te nemen in de afweging. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het oplossen van waterkwaliteitsknelpunten of het tegengaan van verdroging.' De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote (toename verhard oppervlak groter
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
74
dan 10.000 m2), middelgrote (toename verhard oppervlak tussen de tussen de 500 m2 en 10.000 m2) en kleine plannen (toename verhard oppervlak minder dan 500 m2). Voor kleine plannen geldt in tegenstelling tot voor middelgrote en grote plannen geen compensatie-eis. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap bemoeit zich met die reden bij dergelijke plannen over het algemeen dan ook niet met de gekozen hemelwatervoorziening. Beleid gemeente Bernheze In het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan Bernheze 2016 t/m 2020’ staat omschreven dat de gemeente Bernheze een - niet-verplichtende - verwachting uitspreekt dat inwoners van de gemeente hemelwater zoveel mogelijk zelf opvangen en bergen. De gemeente Bernheze heeft meer specifieke beleidsregels omtrent de verwerking van hemelwater. De hydrologische uitgangspunten van de Brabantse waterschappen zoals bovenstaand omschreven worden door de gemeente Bernheze in principe nageleefd maar zijn niet leidend; de gemeente Bernheze is het bevoegde gezag aangaande het verwerken van hemelwater. De ondergrens van de toename van het verharde oppervlak met 500 m2, waarbij volgens de Keur van de Brabantse waterschappen geen compensatie noodzakelijk wordt geacht, wordt door de gemeente Bernheze bijvoorbeeld niet gehanteerd.
Compensatie-eis In de Keur van de Brabantse Waterschappen is als compensatie-eis 60 mm vastgesteld (hoeveelheid in mm die ‘overblijft’ en die geborgen moet worden binnen 24 uur), waarbij is uitgegaan van de vastgestelde afgeronde gemiddelde maatgevende afvoer van 1,0 l/s/ha en met aftrekposten zoals berging op straat en berging in het riool. In de Algemene Regel is tevens een gevoeligheidsfactor voor de compensatie-eis opgenomen. Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Volgens tabel 2 in de Keur is sprake van een gevoeligheidsfactor van 1; dit houdt in dat de waarde van 60 mm van de compensatie-eis voor onderhavige onderzoekslocatie volgens de keur ongewijzigd blijft. Voor een toename van het verhard oppervlak kan volgens de Keur de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met de compensatie-eis (60 mm) en de gevoeligheidsfactor. Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m3). Wanneer de vereiste compensatie berekend is, kan een voorziening ontworpen en nader uitgewerkt worden.
De rekenregel is als volgt: Toename verhard oppervlak (m2) * 0,06 (m) * Gevoeligheidsfactor = 3 Benodigde compensatie (m )
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
75
Gemeentelijke zorgplicht Indien de compensatie-eis zoals vastgesteld in de Keur gehandhaafd dient te worden, en indien de (toekomstige) perceelseigenaar het hemelwater niet redelijkerwijs kan afvoeren, kan eventueel worden teruggegrepen op de gemeentelijke zorgplicht, zoals opgesteld in het ‘Gebiedsgericht beleid voor lozingen van hemelwater en grondwater’ in opdracht van het VROM. Consequenties Digitale Watertoets De watertoets moet ervoor zorgen dat bij ruimtelijke plannen en besluiten voldoende rekening wordt gehouden met water en watervoorzieningen. Slim gebruik van water en ruimte kan de leefomgeving van mens en dier verbeteren. En het verkleint de kans op problemen zoals onvoldoende veilige dijken, wateroverlast of een slechte waterkwaliteit. Het resultaat is een ruimtelijk plan dat waterbestendig is. Waterschap Aa en maas doet een eerst toets via www.dewatertoets.nl. Daar kan voor ieder plan een vragenlijst ingevuld worden op basis waarvan direct het waterbelang wordt aangegeven. Er zijn drie mogelijke uitkomsten: • geen waterbelang: Er is een functiewijziging zonder relevante wateraspecten; • verkorte procedure: U heeft een klein plan met weinig relevante wateraspecten; • normale procedure: U heeft een groot plan met meerdere relevante wateraspecten.
Als de uitkomst geen waterbelang of verkorte procedure is worden geen aanvullende zaken meer van de initiatiefnemer verwacht en kan het plan o.b.v. water doorgang vinden. Als de uitkomst normale procedure is dient de waterparagraaf nader uitgewerkt te worden, overleg gevoerd te worden met het waterschap en zal het waterschap teneinde een advies uitbrengen. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is op www.dewatertoets.nl e.e.a. ingevuld. De uitkomst hiervan was als volgt: normale procedure. De samenvatting en watertoets zijn als bijlage 9 bij deze toelichting gevoegd. Dit betekent dat het plan, nog nader moet worden afgestemd met het waterschap. Het wettelijk vooroverleg dient hiertoe. Gezien de gewenste verhardingstoename, het beleid van het waterschap (meer dan 500 m2 verhardingstoename) en dat van de gemeente Bernheze (voor iedere m2 toename verharding compenseren) geldt dat de verhardingstoename moet worden gecompenseerd. Specifiek moet in beeld worden gebracht wat de wateropgave is en hoe deze ingevuld wordt. Plandeel Vinkelsestraat Voor dit plan is de toename van het verhard oppervlak maximaal 1700 m². Dit bestaat uit alle gebouwen (2 woningen + bijgebouwen) die worden toegevoegd en de bijbehorende verharding zoals in-/ uitrit, paden en terrassen.
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
76
Op basis van de gestelde compensatie-eis dient een voorziening van 102 m3 (1700 m2 verharding * 0,06 (m) * 1 = 102 m3) aangelegd te worden. Gekozen wordt om het afstromende hemelwater af te voeren naar het achter de kavels gelegen natuurterrein. Dit is lagergelegen en nog hoog genoeg genoeg dat het water snel weg zal zakken (infiltreren) in de bodem of anders vanaf daar zal afvloeien naar de achtergelegen sloten. Daarnaast worden aan meerdere randen van de kavels ondiepe sloten gerealiseerd, waar aanvullend afstromend hemelwater tijdelijk geborgen kan worden. Deze voorzieningen samen voldoen ruimschoots aan de benodigde 102 m3. Plandeel kasteellaan De afvoer en berging van het hemelwater van de herbouw van de veldschuur aan de Kasteellaan (fundering deels al aanwezig) wordt ter plaatse afgevoerd naar de gracht rondom de tuin en het erf van Kasteellaan 1. In de gracht is nog bergingsruimte boven de maximale waterstand die het waterschap kan leveren door aanvoer van water vanuit het hoge peil voor de stuw in de VInkelseloop via een aanvoerroute naar de gracht. De nog beschikbare bergingscapaciteit in de gracht is 6 m (breedte) x 330 m (lengte) x 0,5 m (diepte) = 990 m3. Voor situaties van hevige regenval wordt via de reeds aanwezige overstort afgevoerd naar de Vinkelseloop beneden de stuw.
Landgoed algemeen De nieuw aan te leggen parkeerplaatsen en verhardingen aan de Kasteellaan, alsook de paden over het landgoed bestaan uit waterdoorlatende halfverharding. Met vorenstaande voorzieningen wordt aan de compensatie-eis i.v.m. de berging en afvoer van hemelwater voldaan. Afvalwater De nieuwe woningen in het plangebied zijn nog niet aangesloten op het gemeentelijke vacuumriool. Dit moet t.z.t. (voor rekening van de initiatiefnemer) nog gebeuren. Hierop wordt alleen het afvalwater geloosd. Peilverhoging en wijstherstel Om de gewenste natuurontwikkeling van o.a. wijstvegetatie mogelijk te maken is herstel van het oorspronkelijke waterregime aan te bevelen. Voor de naburige akkerbouw is het waterpeil nu verlaagd, waardoor verdroging in de hete zomers ontstaat. Door de opwarming van het klimaat zullen deze extreme weersomstandigheden regelmatig gaan optreden. Op dit moment wordt het landgoed gevoed met agrarisch water vanuit de Vinkelsche loop. Om het wijstherstel goed tot zijn recht te laten komen worden de volgende maatregelen voorgesteld: • Het waterpeil van het akkerbouwland in de toekomst verhogen. Deze wens is niet te vervullen door familie de Laat doordat deze gronden niet hun eigendom zijn. Vanuit cultuurhistorisch perspectief en vanuit beleidsdoelstellingen van de gemeente is het een ambitie om deze gronden op den duur ruimtelijk te betrekken bij het landgoed.
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
77
•
•
• • •
Het beleid heeft de omgeving van de Berkt bovendien als waterbergingslocatie aangeduid. Het waterpeil te verhogen op het huidige landgoed zelf. Dit is via een regelbare stuw bij de doorbraak Berktlaan (oost-west laan tussen de Vinkelsestraat en Kasteellaan) te realiseren. Van oorsprong waren landgoederen ook verdeelpunten van water. Langs de inlaatsloot helofytenfilters aanleggen om het agrarische water te zuiveren, tot een redelijk natuurwater. Dit water voedt het rabattenbos, via bodempassage ontstaan kwelpunten tegen de lanen. Het vochtig hooiland, het rabattenbos en de kruidenrijke graslanden worden gevoed met grond- en kwelwater dat via helofytenfilter én bodempassage is gezuiverd. De poelen worden gevoed of met regenwater of met grond- en kwelwater. Een extra inlaat op het kruidenrijk grasland (het dassenland) in het hart van het landgoed. Dit om ook via bodempassage de bossen en vochtige hooilanden westelijk van de laan te voeden.
Het waterschap is bezig met de ontwikkeling van een alternatief systeem in het zuidelijk deel van de Berkt. Hierdoor wordt het in de toekomst mogelijk om de grachten van het kasteeltje te voeden vanuit het zuiden. Op den duur kan de scheiding tussen voedselrijk agrarisch water en kalkrijk en voedselarm kwel en wijstwater van elkaar gescheiden worden. Het systeem dient nader uitgewerkt te worden in samenwerking met het waterschap alvorens wijzigingen aangebracht kunnen worden. Onderhavig bestemmingsplan staat de voorgestelde maatregelen niet in de weg. Om de natuurwaarde van het gebied te herstellen wordt geadviseerd om van twee Bwatergangen in het beschermd gebied natuurvriendelijke oevers te realiseren. Daarnaast wordt er geadviseerd om het maaiveld van het natuurgebied te verlagen, zodat het gebied nat wordt door de kwel van de peelrandbreuk die door het gebied loopt. De aanleg van natuurvriendelijke oevers en de inrichting van het perceel met ondiepe poelen, waarin het regenwater en de kwel zich kan verzamelen, geeft meer variatie en biodiversiteit in flora en fauna binnen het beschermde gebied. Dit laatste kan de initiatiefnemer zelfstandig oppakken en vormt dan ook onderdeel van de planontwikkeling. Onderstaande afbeelding illustreert bovenstaande teksten.
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
78
Conclusie Het waterschap adviseert positief over onderhavig plan. Voldaan wordt aan de door de gemeente gestelde aanvullende eisen. Uit deze waterparagraaf blijkt dat het initiatief geen nadelige gevolgen heeft voor de waterhuishouding ter plaatse. 4.11
Milieueffectrapportage (M.e.r.) Beleidskader Op grond van het Besluit milieueffectrapportage, mede in relatie tot bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling, moet voor bepaalde projecten een m.e.r. worden gemaakt of een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Met een m.e.r. worden vooraf de milieugevolgen van een besluit in beeld gebracht. Op 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r. gewijzigd in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet: - door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; - het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden;
- de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Het maakt daarvoor
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
79
niet uit of het een activiteit onder of boven de D-drempel betreft. Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU. Consequenties Onderzocht is of een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling nodig is. In bijlage C en D van het Besluit m.e.r .is aangegeven in welke gevallen voor een project een m.e.r. of m.e.r.beoordeling nodig is. Het initiatief komt door haar omvang niet voor in bijlage C en D van het Besluit m.e.r. en ook bestaat er voor dit initiatief geen andere aanleiding tot het uitvoeren van een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling. Op grond van de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling (kenmerk van de activiteit; plaats van de activiteit en kenmerken van het potentiele effect) is niet gebleken dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn die leiden tot een m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsplicht. Hierbij wijzen wij op wat wij elders in deze toelichting over de afzonderlijke milieuaspecten hebben opgemerkt. 4.12 Volksgezondheid Gezondheid is in de ruimtelijke ordening steeds meer een thema. Er is echter geen specifieke wet- en regelgeving dan wel beleidskader voor het meenemen van het aspect gezondheid in bestemmingsplannen of andere ruimtelijke besluiten. Van belang is dat een ruimtelijk besluit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.
Hiervoor is het belangrijk dat ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling sprake is van een goed woonen leefklimaat en bedrijven en dergelijke door een ruimtelijke ontwikkeling niet in hun belangen/ bedrijfsvoering geschaad worden. In deze ruimtelijke onderbouwing zijn diverse thema’s die van invloed zijn hierop en daarmee mogelijk ook op de gezondheid aan de orde gekomen. Aspecten die nog niet aan bod zijn gekomen, maar mogelijk wel van invloed zijn op de gezondheid van mens, dier en natuur komen in deze paragraaf nog aan de orde. Geitenhouderijen Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen gevallen van longontsteking voordoet. Nog onduidelijk is hoe deze verhoogde kans precies wordt veroorzaakt. Komen de ziekteverwekkende stoffen uit stal, dier, mest, transport, voedsel et cetera? Dat onderzoekt het Rijk momenteel nader. Binnen een straal van 2 km rondom het plangebied zijn geen geitenhouderijen aanwezig, namelijk de meest nabij gelegen geitenhouderijen liggen aan Beekseweg 7 in Vinkel en Weerscheut 19 in Vinkel op meer den 2 kilometer vanaf het plangebied. Pluimvee- en varkenshouderijen Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 2.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van pluimvee- en varkenshouderijen.
In de directe omgeving van het plangebied zijn 2 varkenshouderijen
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
80
en 1 varkenshouderij annex pluimveebedrijf (legkippen) aanwezig die van invloed zouden kunnen zijn op het plangebied. Gezien de afstand tussen de woningen en de bedrijven is echter geen verhoogd volksgezondheidsrisico te verwachten. Dit aspect vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Spuitzones In de omgeving van het plangebied liggen geen gronden waarbij mogelijk sprake is van een spuitzone. Het aspect spuitzones vormt geen belemmering voor het plan. Conclusie Ter plaatse van de ontwikkeling is het niet aannemelijk dat de omgeving negatieve effecten op de volksgezondheid van de nieuwe bewoners veroorzaakt of de ontwikkeling negatieve effecten in het kader van de volksgezondheid op omwonenden veroorzaakt. 4.13 Straling Beleidskader Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is door het ministerie verder verduidelijkt in een brief van november 2008. Het advies is gebaseerd op onderzoek naar kinderleukemie in relatie tot blootstelling aan bepaalde hoeveelheden aan microtesla.
Alhoewel geen sprake is van een bewezen oorzakelijk verband adviseert het ministerie gemeenten en netbeheerders om nieuwe situaties te voorkomen waarin kinderen (tot 15 jaar) langdurig (1 jaar, minimaal 14 uur per dag) worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla. Dit geldt in geval nieuwe hoogspanningslijnen worden aangelegd of nieuwe woningen/ scholen/ crèches of kinderdagverblijven worden ontwikkeld. In alle andere situaties kan de grenswaarde van 100 microTesla – internationaal gehanteerde (veilige) grenswaarde van ICNIRP (1999/519/EG) - aangehouden worden. Consequenties Onderhavige plangebied is gelegen op voldoende afstand van een hoogspanningslijn (ca. 4 kilometer), waardoor ter plaatse geen sprake is van een veldsterkte van meer dan 0,4 microTesla. Conclusie Straling vormt geen belemmering voor het initiatief.
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
81
5
Toelichting, verbeelding en regels 5.1 Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding tezamen bieden het juridische kader. Voor de regels en de verbeelding is naast aansluiting bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ (vastgesteld op 26 juni 2012 door de gemeenteraad van Bernheze) ook aansluiting gezocht bij de SVBP2012. Dit betekent onder meer dat de opbouw van de regels standaard is. 5.2 Toelichting op de regels Wijze van bestemmen Onderstaand is een korte toelichting opgenomen van de in de regels opgenomen bestemmingen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in de regels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'wijze van meten' is een regeling opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingen De regels in verband met de bestemmingen kennen allen een min of meer gelijke opbouw en bestaan in ieder geval uit bestemmingsregels en bouwregels. Voor enkele bestemmingen zijn daarbij bijzondere gebruiksregels opgenomen en/of een afwijkingsbevoegdheid. De bestemmingsregels betreffen de centrale bepaling van elke bestemming.
Het betreft een omschrijving waarin de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan (= het gebruik). In een aantal gevallen is een specificering opgenomen van de toegestane functie, welke correspondeert met aanduidingen op de verbeelding. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsregels. Bouwregels zijn in ieder geval van toepassing bij de toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning en activiteiten die vallen onder artikel 3 van bijlage II Bor. Binnen het plan worden de volgende bestemmingen gebruikt: Artikel 3 Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels Binnen deze bestemming zijn de gronden in het plangebied gelegen waarvoor rode ontwikkelingsmogelijkheden gelden of waar reeds rode ontwikkelingsmogelijkheden zijn toegestaan. Gewerkt wordt met functieaanduidingen binnen de bestemming die aangeven welke functies er binnen deze bestemming zijn toegestaan.
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
82
Artikel 4 - Natuur De gronden die bedoeld zijn voor natuurontwikkeling t.b.v. het landgoed hebben deze bestemming. Er is binnen deze bestemming geen bebouwing toegestaan behoudens een schuilhut van 30 m2 voor dieren per 5 hectare aaneengesloten natuurgebied. Artikel 5 – Leiding – Gas Door het plangebied ligt een hoge druk gasleiding. Deze wordt beschermd middels een specifiek hiervoor opgenomen bestemming. Artikel 6 – Leiding – Riool Door het plangebied ligt een leiding ten behoeve van het riool. Deze wordt beschermd middels een specifiek hiervoor opgenomen bestemming. Artikel 7 - Waarde – Archeologie 1 De dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 dient ter bescherming van archeologische waarden. Voor deze gronden geldt een onderzoeksplicht, welke gekoppeld is aan een verstoringsdiepte van minimaal 40 cm en een oppervlakte van 100 m2. Tevens is er een vergunningstelsel gekoppeld aan deze dubbelbestemmingen. Artikel 8 - Waarde – Archeologie 2 De dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 dient ter bescherming van archeologische waarden. Voor deze gronden geldt een onderzoeksplicht, welke gekoppeld is aan een verstoringsdiepte van minimaal 40 cm en een oppervlakte van 250 m2. Tevens is er een vergunningstelsel gekoppeld aan deze dubbelbestemmingen. Artikel 9 - Waarde – Archeologie 3 De dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 dient ter bescherming van archeologische waarden.
Voor deze gronden geldt een onderzoeksplicht, welke gekoppeld is aan een verstoringsdiepte van minimaal 40 cm en een oppervlakte van 2.500 m2. Tevens is er een vergunningstelsel gekoppeld aan deze dubbelbestemmingen. Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk worden, in aanvulling op de bestemmingsregels, aanvullende regels gesteld. Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 11 Algemene bouwregels Het artikel ‘Algemene bouwregels’ bevat regels over parkeren, waaraan een bouwplan moet voldoen. Artikel 12 Algemene gebruiksregels Het artikel ‘Algemene gebruiksregels’ bevat algemene gebruiksregels.
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
83
Artikel 13 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn ‘Algemene aanduidingsregels’ opgenomen. Specifiek bevat het artikel regels ten aanzien van de ‘Overige zone – landgoed’ die strekt tot de ontwikkeling, instandhouding, het behoud en de samenhang van Landgoed de Berkt. Artikel 14 Algemene afwijkingsregels Het artikel ‘Algemene afwijkingsregels’ bevat algemene afwijkingsregels. Artikel 15 Algemene wijzigingsregels Het artikel ‘Algemene wijzigingsrgels’ bevat algemene wijzigingsregels. Artikel 16 Overige regels Het artikel ‘Overige regels’ stelt regels ten aanzien van de werking van wettelijke regels. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 17 Overgangsrecht In de overgangsrechtregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Artikel 18 Slotregel In de 'slotregel' is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan aangehaald worden.
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
84
6
Uitvoeringsaspecten 6.1 Economische haalbaarheid Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Naast de kosten voor de realisatie van onderhavig plan draagt de initiatiefnemer ook zorg voor de kosten die gepaard gaan met het opstellen van dit bestemmingsplan inclusief onderzoeken et cetera. Verder is de initiatiefnemer onder andere verantwoordelijk voor de kosten die de gemeente maakt voor het toetsen en in procedure brengen van dit bestemmingsplan, de aanleg van riolering en planschade. Deze kosten worden door de gemeente op de initiatiefnemer via een anterieure overeenkomst verhaald. Het is daardoor niet noodzakelijk een exploitatieplan op- en vast te stellen. De kosten zijn anderszins verzekerd. Uit bovenstaande blijkt dat het plan economisch uitvoerbaar is. 6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid De ruimtelijke procedures tot en met de vergunningverlening van een omgevingsvergunning zijn door de wet geregeld.
Zo regelt de wet dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Dit vooroverleg is ook in het kader van onderhavig plan gevoerd. Naar aanleiding van intensief overleg met de provincie zijn de plannen aangepast. Hierop is in paragraaf 1.2 uitgebreid ingegaan. Met die reden wordt die hier niet meer herhaald, maar wordt verwezen naar paragraaf 1.2 van deze toelichting. De gemeente Bernheze kan ervoor kiezen om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Hiervoor is door de gemeente Bernheze aangaande dit plan niet gekozen. Er is in plaats daarvan door de initiatiefnemer in twee groepssamenstellingen een omgevingsdialoog georganiseerd. De verslagen van de omgevingsdialoog zijn bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 12). Onder andere naar aanleiding van de omgevingsdialoog met de omwonenden van de Vinkelsestraat zijn de plannen aangepast. Ze komen nu meer tegemoet aan hetgeen door de omwonenden van de Vinkelsestraat is aangegeven.
De landgoedontwikkeling is door Kruitkok Landschapsarchitecten (die nadien bij de plannen zijn betrokken) verder uitgewerkt in een landschapsplan, waarin zoal met een meer ambitieus natuurbeheertype is gewerkt
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
85
dan eerder voor het landgoed tijdens de omgevingdialoog is gepresenteerd. Ook heeft op ecologisch vlak opnieuw – onafhankelijk - onderzoek plaatsgevonden. Verder is – vooral naar aanleiding van intensief overleg met de provincie – het plan zodanig aangepast dat er aan de Vinkelsestraat geen hoofdgebouwen van 1500 m3 meer worden ontwikkeld, maar van 750 m3. Gezien de gevoerde omgevingsdialogen en de wijzigingen die sindsdien zijn aangebracht was het niet zinvol eerst nog een voorontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Met die reden is direct een ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegen. In die periode is iedereen in de gelegenheid gesteld om (schriftelijk of mondeling) zijn of haar zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad kenbaar te maken. Er zijn acht zienswijzen ontvangen, welke zijn beantwoord via een Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen. De nota is bijgevoegd bij deze toelichting (bjilage 15). De zienswijzen hebben geleid tot wijzigingen aan het bestemmingsplan. Deze wijzigingen zijn uiteengezet in de nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen. Op 7 juli 2022 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.
Na publicatie van het vaststellingsbesluit samen met het vastgestelde bestemmingsplan staat het besluit gedurende zes weken open voor het instellen van beroep bij de Raad van State.
Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 7 juli 2022
86
7
Bijlagen
Bijlage 1 – Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai door Nibag Bijlage 2 – Akoestisch onderzoek industrielawaai dwarsdeelschuur door Geurts Bijlage 3 – Cultuurhistorische analyse Landgoed door Monumentenhuis Brabant Bijlage 4 – Onderzoek Bedrijven en Milieuzonering Kasteellaan door Geurts Bijlage 5 – Onderzoek Bedrijven en Milieuzonering Vinkelsestraat door Geurts Bijlage 6 - Verkennend bodemonderzoek VInkelsestraat door Van Oort Bijlage 7 – Verkennend bodemonderzoek Kasteellaan door Van Oort Bijlage 8 – Quickscan flora en fauna door Buro Maerlant Bijlage 9 – Watertoets en samenvatting www.dewatertoets.nl Bijlage 10 – Advies monumentenhuis Brabant Bijlage 11 – Landschapsplan door Kruitkok Bijlage 12 – Verslagen omgevingsdialoog Bijlage 13 – ‘Ruimte voor ruimte’-titel Bijlage 14 – Aeriusberekeningen + notitie Bijlage 15 – Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen