TOE Bijlage 14 Historisch vooronderzoek OO
Tekst van het document
Bijlage 14 Historisch vooronderzoek OO
1117
Your safety is our concern
Historisch vooronderzoek OO Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
Kennis- en adviescentrum
Detectie
Vliegtuigberging
Historisch vooronderzoek
Benaderen en veiligstellen
Archeologie
Risicoanalyse
Offshore
Sanering
Pagina 2 van 68
Voorwoord Achtergebleven Ontplofbare Oorlogsresten (OO) op uw projectlocatie, wat zijn de risico’s, waar liggen de verantwoordelijkheden? In de bodem waarop wij werken, wonen en recreëren is nog een aanzienlijke hoeveelheid OO uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog aanwezig. De aanwezigheid van deze oorlogsresten kan gevaar opleveren voor mens, dier en omgeving bij de ontwikkeling van infrastructurele werken en bouwprojecten. Ons team van gepassioneerde medewerkers kan voor u bepalen of een plangebied verdacht is op de aanwezigheid van oorlogstuig en zo ja, welke OO nog in de bodem aanwezig kunnen zijn. Om het uiteindelijke onderzoeksgebied te definiëren bepalen wij zorgvuldig zowel de horizontale als de verticale afbakening van het verdachte gebied. Onze toegevoegde waarde dient maar één doel: het beheersbaar maken van de risico’s die optreden, mocht een OO alsnog tot uitwerking komen. Wij nemen adequate maatregelen om deze risico’s aanvaardbaar te maken, zodat het restrisico zo laag is als redelijkerwijs mogelijk. Redelijkerwijs impliceert dat, dat het al dan niet nemen van de mogelijke beheersmaatregelen wordt bepaald door kosten van de maatregelen tegenover de voordelen van de te behalen risicovermindering.
Het vermogen te innoveren, technieken en equipment te ontwikkelen brengt ons dagelijks op een hoger niveau, waardoor u als klant verzekerd bent van de economisch meest voordelige uitvoeringswijze. Onze aanpak is succesvol gebleken, we passen deze dagelijks toe met een team van ruim 30 specialisten die zowel de land- als de waterbodem onderzoeken. Ons werkgebied is voornamelijk Nederland, België, Duitsland, de Noord- en de Oostzee. Met de nieuwste en meest geavanceerde technologieën en veel kennis van geofysica onderzoeken we nauwkeurig en doelmatig uw plangebied om uiteindelijk een certificaat af te geven zodat u veilig de geplande werkzaamheden kunt uitvoeren. Uw veiligheid is onze zorg, natuurlijk… BODAC B.V. The UXO Clearance Company
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
Pagina 3 van 68
Projectinformatie Datum:
08-12-2022
Versie:
1
Documentnummer:
221208_H22049_VOB_01
Opdrachtgever:
Kragten B.V.
Goedgekeurd door
Naam
Functie
Datum
Bodac B.V.
Historicus
08-12-2022
Bodac B.V.
Historicus
08-12-2022
Bodac B.V.
Projectleider
08-12-2022
Opdrachtgever
Projectleider
Handtekening
Distributielijst Kragten B.V. Bodac B.V.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaand schriftelijke toestemming van de auteur. (Artikel 16 Auteurswet 1912). Het is de opdrachtgever toegestaan voor intern gebruik kopieën te maken zonder voorafgaande toestemming van de auteur.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
Pagina 4 van 68
Inhoudsopgave 1
Samenvatting
5
2
Inleiding
6
2.1 2.2 2.3 2.4
3
Projectscope 3.1
4
Historisch vooronderzoek OO in het Certificatieschema Doelstelling Onderzoeksmethode Kwalificatie onderzoeksteam Onderzoeksgebied
Onderzoek conflictperiode 4.1 Eerder uitgevoerd onderzoek 4.2 Stafkaart Kadaster 4.3 Literatuur 4.4 Nationale archieven 4.4.1 Gemeentelijk en provinciaal archief 4.4.2 Nationaal Archief (NA) te Den Haag 4.4.3 Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) 4.4.4 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en Genocidestudies (NIOD) 4.4.5 Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) Ministerie van Defensie te Rijswijk 4.4.6 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 4.5 Internationale archieven 4.5.1 Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg im Breisgau 4.5.2 The National Archives (TNA) te Londen 4.5.3 The National Archives and Records Administration (NARA) te Washington D.C. 4.6 Analyse luchtfoto’s 4.6.1 Methodiek 4.6.2 Selectie beeldmateriaal 4.7 Conclusie onderzoek conflictperiode 4.7.1 Beeldmateriaal
5
Conclusie en advies 5.1
6
Advies en vervolgstappen
Leemten in kennis
6 7 7 8
9 9
11 11 11 13 13 13 13 14 14 14 14 17 17 17 19 19 21 21 22 22
27 27
28
Bijlage 1. Inventarisatiekaart en OO-Bodembelastingkaart
29
Bijlage 2. Indicatietabel en luchtfotoanalyse
32
Bijlage 3. Certificering
38
Bijlage 4. Uitgangspunten afbakening
39
Bijlage 5. Toelichting verplichte en aanvullende bronnen
47
Bijlage 6. Overzicht geraadpleegd bronnenmateriaal
50
Bijlage 7. Protocol Toevalstreffer OO
63
Bijlage 8. Hoofdgroepen van Ontplofbare Oorlogsresten
64
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
Pagina 5 van 68
1 Samenvatting In opdracht van Kragten B.V. heeft Bodac B.V. een vooronderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO) uitgevoerd ter plaatse van de Hommelsedijk bij Heeswijk-Dinther met als kenmerk ‘H22049’. Naar aanleiding van de geplande bodemroeringen is een aanvraag gedaan voor deze bureaustudie. Is het onderzoeksgebied of zijn delen hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen en is er daardoor een verhoogd risico op het aantreffen van OO? Op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn er geen feitelijke indicaties gevonden voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het onderzoeksgebied. Derhalve is het hele onderzoeksgebied aangeduid als ’onverdacht’. Zie hiervoor de OOBodembelastingkaart in Bijlage 1.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
Pagina 6 van 68
2 Inleiding In de Tweede Wereldoorlog alleen al is naar schatting twaalfduizend ton aan explosieve stof door vliegtuigen afgeworpen. Ervaringscijfers geven aan dat ongeveer tien tot vijftien procent van deze afgeworpen Ontplofbare Oorlogsresten om diverse redenen niet zijn gesprongen. Daarnaast zijn grote hoeveelheden munitie door grondgeschut en handvuurwapens verschoten, waarvan eveneens een deel niet of slechts gedeeltelijk is gedetoneerd. Vooral op locaties waar destijds zwaar gevochten is, komen nog veel van deze ‘blindgangers’ in de bodem voor. Bodac B.V. maakt gebruik van academisch geschoolde medewerkers en moderne opsporingsmethoden om de OO te vinden en te verwijderen. Zo zorgen wij ervoor dat een veilig te bewerken (bouw)terrein overgedragen kan worden aan onze opdrachtgever.
2.1
Historisch vooronderzoek OO in het Certificatieschema
Naar aanleiding van de oorlogshandelingen, ten tijde van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, bestaat er een mogelijkheid tot het spontaan aantreffen of toucheren van OO tijdens het uitvoeren van werkzaamheden in de (water)bodem. Hierdoor ontstaat een verhoogd veiligheidsrisico door het mogelijk ongewenst tot (uit)werking treden van dit militair wapentuig. Dergelijke ongecontroleerde uitwerkingsgevolgen kunnen dodelijk letsel en zware schade aan materiaal en omgeving tot gevolg hebben. Daarnaast kunnen spontane vondsten van OO resulteren in stagnatie en meerwerkkosten van de uitvoeringswerkzaamheden. Om bovenstaande situaties te voorkomen dient een werkgever de risico’s van de werkzaamheden vooraf te inventariseren en te evalueren. Deze zogenoemde risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) is zeker voor bouw gerelateerde activiteiten (werkzaamheden in of op de (water)bodem) noodzakelijk. 1 Tijdens het ontwerpen van het werk moeten de risico’s in beeld worden gebracht (V&G voorbereidingsfase), waaronder mogelijke OO in de bodem. Door de privatisering van het opsporen van OO, ontstond de behoefte aan normalisatie en regelgeving gericht op kwaliteit en veiligheid. Dit resulteerde in de certificatieplicht in het Arbobesluit.
Deze plicht resulteerde allereerst in het Beoordelingsrichtlijn van het Procescertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (BRL-OCE) en vervolgens in het Werkveld Specifiek Certificatie Schema voor het systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE). 2 De aspecten vooronderzoek en risicoanalyse maakten deel uit van deze laatstgenoemde wet- en regelgeving. Hierin werden al een aantal eisen gesteld aan het onderdeel Historisch vooronderzoek. Vanwege de aangekondigde wetswijziging trachtte de Stichting Certificering Vuurwerk en Explosieven, in samenwerking met de VEO en andere belanghebbende partijen, vanaf 2015 de kwaliteitsborging van certificering te benadrukken. In deze wetswijzigingen werden het vooronderzoek en de risicoanalyse niet langer als noodzakelijk geacht om onder een wettelijke certificering te vallen. Naast het wettelijk WSCS-OCE, werd het besluit gemaakt om een privaat schema te ontwikkelen waarin de werkzaamheden van Vooronderzoek CE en Risicoanalyse CE zijn opgenomen. Het behandelvoorstel en eindconcept werden in 2017 voorgelegd aan het CCvD-OCE. 3 Vanwege de wijzigingen in het Arbobesluit op 28 november 2019 (waarin de term ‘Conventionele Explosieven’ is vervangen door de term ‘Ontplofbare Oorlogsresten’) besloten de belanghebbende partijen om een vernieuwd certificatieschema aan het CCvD voor te leggen.
Dit resulteerde in het ‘Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten’. 4 Deze vrijwillige certificering valt dus niet binnen een wettelijk kader en derhalve zal de inhoud en methode van een Historisch vooronderzoek OO enigszins kunnen variëren. Per 1 januari 2021 is het nieuwe, wettelijk verplichte Certificatieschema Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (opsporing) in werking getreden. Daarbij is (gelijktijdig) het vrijwillige Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten in werking getreden. 5 Bodac B.V. zal dit Historisch vooronderzoek OO dan ook uitvoeren conform de meest recente versie van het certificatieschema.
Zie voor meer informatie: www.explosievenopsporing.nl Tot 31 december 2020 was het WSCS-OCE opgenomen in Bijlage XII van de Arbeidsomstandigheden met oude eisen van de certificering. 3 SCVE, ‘7SCVE-SEC.11124.V’ (29 mei 2017). 4 VOMES, ‘Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten’ (8 februari 2021). 5 ‘Certificatie Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten’, < https://www.vomes.nl/certificatie/certificatie-vooronderzoek-en-risicoanalyseoo/> [geraadpleegd op 30 januari 2021]. 1 2
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
Pagina 7 van 68
2.2
Doelstelling
Bodac B.V. werkt voorliggende rapportage uit conform het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (CS-VROO). Dit schema beschrijft de doelstelling van een Historisch vooronderzoek OO en een Risicoanalyse OO. Het voorliggende onderzoek heeft als doel om te beoordelen of er in het onderzoeksgebied sprake is van een verhoogde kans op het aantreffen van OO, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Dit volgens het certificatieschema genoemde ‘onderzoek conflictperiode’ bestaat uit het inventariseren, analyseren en beoordelen van bronmateriaal. De gevonden geografisch herleidbare indicaties en contra-indicaties worden vervolgens getoetst op relevantie. Op basis hiervan zal gemotiveerd worden vastgesteld of er mogelijk sprake is van een op OO verdacht gebied, en zo ja, dan zal de (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoedelijke munitieartikelen beschreven worden. 6 Wanneer duidelijk is welke OO te verwachten zijn wordt in een kort onderzoek ‘na-conflictperiode’ aandacht besteed aan de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied. Dit wordt uitgevoerd op basis van naoorlogs kaartmateriaal, afkomstig van het Kadaster, DINO-Loket en het Algemeen Hoogtebestand Nederland. Wanneer gewenst door de opdrachtgever, kan een verdiepingsslag worden gemaakt in naoorlogs archiefmateriaal.
Het verdachte gebied wordt vervolgens naast het naoorlogs ontwikkelde gebied gelegd om eventuele bodemingrepen op te helderen. Vervolgens wordt een horizontale en verticale afbakening van het (overgebleven) verdachte gebied opgesteld. Het eindresultaat is een rapportage voorzien van een bijbehorende OO-Bodembelastingkaart (zie Bijlage 1). Mochten geen duidelijke verticale contouren van naoorlogse ontwikkelingen in dit vooronderzoek naar voren zijn gekomen, dan kan de opdrachtgever kiezen voor een Risicoanalyse OO. In deze verdiepende bureaustudie wordt archiefmateriaal aangaande naoorlogse ontwikkelingen bekeken. Deze worden naast de geplande werkzaamheden gelegd om een concreet vervolgadvies te geven.
2.3
Onderzoeksmethode
Leidraad voor het vaststellen van de onderzoeksmethode is het CS-VROO. Verder is voorliggend document opgesteld conform het DO BMS, P01500 documentbeheer en ISO9001 kwaliteitssysteem. Voor het opstellen van een conclusie is het bronmateriaal essentieel. De organisatie verzamelt indicaties en contra-indicaties aan de hand van literatuur- en archiefonderzoek en een luchtfotoanalyse. De onderzoeksmethode met betrekking tot de luchtfotoanalyse wordt in Paragraaf 4.6 uiteengezet. Inzake het bronmateriaal zullen verscheidene uitgangspunten worden geëvalueerd. Een toelichting op verplichte en aanvullende bronnen, beschreven in het CS-VROO, staat in Bijlage 5 van deze rapportage. Naar aanleiding van het CS-VROO zal beoordeeld worden of bepaalde oorlogshandelingen een relevante indicatie vormen voor de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Hier mag echter gemotiveerd van worden afgeweken. De gevonden indicaties en contra-indicaties uit voornoemd bronmateriaal dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van oorlogstuig in het onderzoeksgebied. Bij gebruikmaking van indicaties of contra-indicaties uit geschreven bronnen, behoren de verwijzingen ongewijzigd in de rapportage over te worden genomen.
Deze locaties moeten vervolgens vertaald worden naar een plaatsbepaling in de huidige topografie. Indien er onduidelijkheid is over de locatie van indicaties of contra-indicaties zal dit eveneens gedocumenteerd worden. Vervolgens zullen alle relevante indicaties beoordeeld worden op betrouwbaarheid. Gecontroleerd wordt of de informatie van desbetreffende indicatie uit een primaire of secundaire bron komt, of de informatiebron op zichzelf betrouwbaar is met betrekking tot de beschreven feiten en of de gevonden informatie overeenkomt met dezelfde OO-gerelateerde indicaties uit andere bronnen. Op basis van het onderzoek zal een conclusie worden getrokken of er binnen een onderzoeksgebied wel of geen verhoogde kans is op de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Bij het vaststellen van de conclusie ‘verdacht’ of ‘onverdacht’ worden enkele uitgangspunten gehanteerd. Een verhoogde kans op OO wordt geconstateerd wanneer er specifieke meldingen zijn van de aanwezigheid van munitieartikelen of wanneer Bodac B.V. een beredeneerde inschatting maakt over de aanwezigheid van oorlogshandelingen. Aan voorgenoemde constateringen wordt de conclusie ‘verdacht’ gekoppeld. Benoeming van hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, verschijningsvorm, ontstekingsinrichtingen en aantal (afwerpmunitie) van de mogelijke OO is noodzakelijk.
Daarnaast hanteert de bureaustudie een horizontale en verticale afbakening bij een verdacht verklaarde locatie. Deze afbakeningen worden vastgesteld op basis van de ‘nadere bepalingen voor het beoordelen van De gevonden indicaties zullen beoordeeld worden op de aannemelijkheid van de aanwezigheid van OO. Enkel door detectie kan de daadwerkelijke aanwezigheid van munitieartikelen vastgesteld worden.
6
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
Pagina 8 van 68 bronnenmateriaal en afbakening van verdacht gebied’, behorende bij het CS-VROO. Deze nadere bepalingen, bekend onder kenmerk CS-VROO-02, stellen geen eisen aan de certificaathouder aangezien gemotiveerd van deze nadere bepalingen mag worden afgeweken. De horizontale afbakening wordt in het systeem ArcGIS Pro verwerkt, waarbij Bodac B.V. gebruik maakt van het Rijksdriehoeksstelsel (RD) als coördinatensysteem. In de rapportage dient bij het bepalen van de verticale afbakening rekening te worden gehouden met hoofdsoort, gewicht en kaliber. Daarnaast zal, voor het berekenen van de indringingsdiepte bij afgeworpen munitie, gebruik worden gemaakt van het Ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven. 7 Indien er sprake is van grondroering of grondverzet in de periode 1945 tot heden, dan zal dit meegenomen worden in het onderzoek na-conflictperiode. De uiteindelijke verdachte verticale afbakening zal uitgedrukt worden tot een diepte ten opzichte van NAP.
2.4
Kwalificatie onderzoeksteam
Het Historisch vooronderzoek OO en alle ArcGIS Pro werkzaamheden zijn uitgevoerd door historicus dhr. L. (Luc) van Rooi (MA) en historicus dhr. M. (Martijn) van Bommel (MA). Deze rapportage is in samenspraak en onder verantwoording van dhr. R. (Roy) Maas, projectleider van Bodac B.V., voltooid. Expertises conform deskundigheidseisen CS-VROO Dhr. L. (Luc) van Rooi (MA)
Dhr. D. (Daan) Dhr. R. (Rick) Dhr. M. (Martijn) Dhr. R. (Roy) van Alphen (MA) Klein Gunnewiek van Bommel Maas (MA) (MA)
Historicus
Historicus
Historicus
Historicus
-
Deskundigheid ontplofbare oorlogsresten
-
-
-
-
-
Civiele techniek
-
-
-
-
-
Risicoanalyse
-
-
-
-
Luchtfotointerpretatie
-
-
Geografische Informatiesystemen
-
-
Naam
Functie
Dhr. D. (Dennis) Naumann
Projectleider Senior opsporing Deskundige OOO
Expertises Historisch onderzoek
Tabel 1: Expertises Vooronderzoek en Risicoanalyse.
7
Deltares, ‘Ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven’, 1210497-000, 2015.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
-
Pagina 9 van 68
3 Projectscope Ter plaatse van de zijn grondroerende werkzaamheden gepland, namelijk het realiseren van een woningbouwplan. Om een inzicht te krijgen in de mogelijke risico’s heeft Kragten B.V. aan Bodac B.V. opdracht verleend tot het uitvoeren van een Historisch vooronderzoek OO naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO). Zoals gecommuniceerd met de opdrachtgever, middels de door Bodac B.V. opgestelde offerte, zal deze bureaustudie het kenmerk ‘H22049’ betiteld als ‘Heeswijk-Dinther Hommelsedijk’ krijgen. 8
3.1
Onderzoeksgebied
Teneinde een gefundeerde uitspraak te kunnen doen omtrent de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten in het onderzoeksgebied is door Bodac B.V. een buffer geformuleerd met een straal van 150.00 m1. Binnen deze straal worden alle voor het onderzoek relevante gebeurtenissen meegenomen in deze bureaustudie. Het onderzoeksgebied valt onder de gemeente Bernheze in de provincie Noord-Brabant. Het onderzoeksgebied betreft enkele lege kavels die vermoedelijk voor landbouwdoeleinden tot op heden worden gebruikt. Voor deze rapportage zal de voormalige gemeente Dinther relevant zijn. Middels kaartmateriaal is het onderzoeksgebied met buffer op de navolgende pagina in kaart gebracht (221110_H22049_OG_01).
Email correspondentie tussen dhr. S. Rademakers (Kragten B.V.) en dhr. L. van Rooi (Bodac B.V.) conform offerte met kenmerk 220802_C22261_OB_01 verzonden op 2 augustus 2022.
8
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
16 3000
16 2800
16 2600
16 2400
16 2200
16 2000
16 1800
16 1600
40 8400 40 8200
40 8400
40 8200
40 8000
40 8000
40 7800
40 7800
40 7600
40 7600
40 7400
40 7400
40 7200
40 7200
40 7000
40 7000
40 6800
40 6800
40 6600
Esri Nederland, Community Maps Contributors
40 6600
Verklaring 40 6400
Onderzoeksgebied Buffer
40 6400
Versiebeheer Nr.
Datum
Tekeningnaam
Status
1.
10-11-2022 221110_H22049_OG_01
Actueel
2. 3.
40 6200
Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven
0
70
140
Meters 210
Formaat: A3
Opdrachtgever: Kragten B.V.
Schaal: 1:6.000
Project: H22049
Coördinatenstelsel: RD
Tekening: Onderzoeksgebied
Tek.: M. van Bommel
Tekeningnaam: 221110_H22049_OG_01
Acc.: R. Maas
40 6200
16 3000
16 2800
16 2600
16 2400
16 2200
16 2000
16 1800
16 1600
40 6000
Esri Nederland, Community Map Contributors 40 6000
Pagina 11 van 68
4 Onderzoek conflictperiode Het onderzoek conflictperiode zal op basis van primaire en secundaire bronnen vaststellen of het onderzoeksgebied mogelijk betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Alvorens deze bronnen geraadpleegd kunnen worden, zal een inventarisatie plaats moeten vinden van de eerder uitgevoerde vooronderzoeken ter plaatse van het onderzoeksgebied.
4.1
Eerder uitgevoerd onderzoek
Conform het CS-VROO dient bij aanvang van het onderzoek te worden nagegaan of er in het verleden onderzoek is uitgevoerd naar de aanwezigheid van OO, en zo ja, te worden gerapporteerd op welke wijze(n) deze informatie wordt betrokken bij het onderzoek. Voor dit vooronderzoek is navraag gedaan bij de VEO Bommenkaart. Er zijn geen rapportages gevonden die betrekking hebben op het onderzoeksgebied. Verder heeft Bodac B.V. het eigen bedrijfsarchief geraadpleegd. Hierin zijn meerdere soorten onderzoek, zoals historische vooronderzoeken, risicoanalyses en opsporingsopdrachten ondergebracht. Bij opsporingsopdrachten zijn mogelijk OO aangetroffen. Deze vondsten zijn niet altijd terug te vinden in de raadpleegbare archieven van de EODD. Derhalve zullen mogelijke vondsten van OO uit eerdere opsporingsopdrachten meegenomen worden in het verdere verloop van het onderzoek. Net als de gegevens van ruimingen door de EODD, kunnen deze vondsten inzicht geven in de mogelijk nog te verwachten OO in het onderzoeksgebied. De mogelijk relevante vondsten met bijbehorende nummers zijn derhalve terug te vinden in het kaartmateriaal van de EODD in paragraaf 4.4.6 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie. Er zijn geen eerder uitgevoerde onderzoeken in het bedrijfsarchief gevonden die betrekking hebben op het onderzoeksgebied.
4.2
Stafkaart Kadaster
Ten behoeve van het bronnenonderzoek is kennis van de toenmalige topografie ten tijde van mogelijke oorlogshandelingen noodzakelijk. Met behulp van topografische kaarten van het Kadaster en ArcGIS Pro kan de oude situatie geprojecteerd worden op de huidige locatie. 9 Hiermee kunnen – uit het huidige kaartmateriaal - verdwenen toponiemen worden achterhaald en gebruikt in het brononderzoek. Op het historische kaartmateriaal staan diverse toponiemen beschreven, zoals:
Heuvel; Het Zand; Heilaren; Nieuwe Loop; Poel; Dintersche Broek.
Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog viel het onderzoeksgebied onder de gemeente Dinther. Derhalve dienen de archieven van deze gemeente geraadpleegd te worden, alsmede het provinciale archief van NoordBrabant. Onderstaande afbeelding geeft de topografische stafkaart weer die werd gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog (221111_H22049_HIS_01).
9 Kadaster, Stafkaart ‘s-Hertogenbosch, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS M831), First Edition, 11 S.W.; Kadaster, Stafkaart Uden, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS M831), First Edition, 11 S.E.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
16 3000
16 2800
16 2600
16 2400
16 2200
16 2000
16 1800
16 1600 40 8200
40 8200
40 8000
40 8000
40 7800
40 7800
40 7600
40 7600
40 7400
40 7400
40 7200
40 7200
40 7000
40 7000
40 6800
40 6800
40 6600
40 6600
40 6400
Esri Nederland, Community Maps Contributors
40 6400
Verklaring Onderzoeksgebied Buffer
40 6200
Versiebeheer Nr.
Datum
Tekeningnaam
Status
1.
11-11-2022 221111_H22049_HIS_01
Actueel
40 6200
2. 3. Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven
140
Meters 210
Formaat: A3
Opdrachtgever: Kragten B.V.
Schaal: 1:6.000
Project: H22049
Coördinatenstelsel: RD
Tekening: Historische situatie 1944
Tek.: M. van Bommel
Tekeningnaam: 221111_H22049_HIS_01
Acc.: R. Maas 16 3000
70
16 2800
16 2600
16 2400
16 2200
16 2000
16 1800
16 1600
40 6000
0
40 6000
Pagina 13 van 68
4.3
Literatuur
Voor het onderzoek is relevante literatuur geraadpleegd. Het betreft zowel standaardwerken als eventuele specifieke lokale en regionale schriftuur. In deze literatuur kunnen indicaties worden gevonden die herleidbaar zijn tot het onderzoeksgebied. In het chronologisch overzicht in Bijlage 2 zal de relevantie en herleidbaarheid verder onderzocht worden. De lijst met geraadpleegde literatuur, websites en alle andere geraadpleegde bronnen is te vinden in Bijlage 6.
4.4
Nationale archieven
Ten behoeve van het onderzoek zijn nationale en internationale archieven onderzocht. In de archieven is voornamelijk aandacht besteed aan documenten van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde OO, oorlogsschaderapporten, oorlogsdagboeken, gevechtsverslagen van verschillende legeronderdelen en eventuele naoorlogse werkzaamheden. Waar aanwezig zijn relevante indicaties in het onderzoek meegenomen. Een overzicht van de geraadpleegde archiefstukken bevindt zich in Bijlage 6. 4.4.1 Gemeentelijk en provinciaal archief In het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) te ‘s-Hertogenbosch zijn archiefstukken geraadpleegd uit de toegang 7602 Gemeentebestuur Dinther, 1924-1968. In hetzelfde archief zijn provinciale documenten ingezien. Er zijn diverse dossiers geanalyseerd uit het archief van het provinciaal Militair Gezag, zijnde 127 Militair Gezag in Brabant. Het Militair Gezag (MG) was het dagelijks bestuur van de in 1944 en 1945 bevrijde delen van Nederland namens de Nederlandse regering in Londen tot aan de overdracht van deze gebieden aan voorgenoemde regering. Het MG moest het door zuiveringen, collaboratie en oorlogshandelingen ontstane vacuüm in het burgerlijke gezagsapparaat opvullen. Het orgaan hield zich bezig met herstel van het land en handhaving van de veiligheid.
Onderwerpen als de luchtbeschermingsdienst, het herstellen van oorlogsschade en de explosievenopruiming vielen hier tevens onder. Deze onderwerpen kunnen relevant zijn voor het onderzoek. Tenslotte zijn relevante stukken geraadpleegd van het Provinciaal Bestuur, zijnde 1148 Provinciaal Bestuur Noord-Brabant, 1920-1949, alsmede van de Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Brabant, zijnde 1085 Commissaris van de Koningin CdK in Noord-Brabant. 4.4.2 Nationaal Archief (NA) te Den Haag In het Nationaal Archief zijn documenten van het archief 2.04.53.15 Ministerie van Buitenlandse Zaken: Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, 1937-1946 geraadpleegd. In 1936 trad de Wet tot Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen in werking. Dit leidde tot de oprichting van de Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, die tot taak had de gemeentelijke activiteiten op dit terrein te begeleiden en te controleren. In 1942 verving de Duitse bezetter de Wet tot Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen door de Luchtbeschermingsverordening. Dit bracht de luchtbescherming sterker onder controle van de bezetter. Tot de onderwerpen die aan de orde komen behoren rapportages over luchtactiviteiten en informatie over de organisatie van de luchtbeschermingsdienst.
Naast bovengenoemd archief zijn documenten van de Korps Hulpverleningsdienst bestudeerd, te weten 2.04.110 Korps Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, 1945-1974. Op 21 juli 1947 werd de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) enkel belast met ruimingen van militaire objecten, voorheen functioneerde dit orgaan tevens in de civiele sector. De Korps Hulpverleningsdienst was vanaf bovenstaande datum als aanspreekpunt en verantwoordelijke organisatie aangewezen voor het ruimen van explosieven in de civiele sector. Vanaf 1 januari 1948 werd deze organisatie eveneens verantwoordelijk voor militaire objecten. 10 Rond 1971 werden taken, zoals het ruimen van geïmproviseerde explosieven, overgedragen aan de Explosieve Opruimingsdienst (EODD). Met het raadplegen van dit archief tracht Bodac B.V. inzicht te krijgen in mogelijke ruimingen tussen 1946 en 1971. Specifieke informatie uit de periode waarin de Korps Hulpverleningsdienst actief was, is vermoedelijk wel gedocumenteerd, maar vervolgens vernietigd of niet zodanig gearchiveerd dat deze informatie nog vindbaar is. In het archief zijn derhalve alleen krantenberichten over de werkzaamheden van het Korps geraadpleegd. Tevens is het archief 2.13.25 Archief van het Militair Gezag, (1939) 1943-1946 (1956) ingezien.
Relevante indicaties over de luchtbeschermingsdienst van de vijftien secties van Nederland kunnen aanwezig zijn in deze documentatie.
10
J. van Woensel, Vrij van Explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004 (Meppel 2004), 90.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
Pagina 14 van 68 Ook documenten uit het archief 2.13.71 Archieven van het Ministerie van Defensie te Londen 1940-1941 – Ministerie van Oorlog te Londen [1941-1945]; Departement van Oorlog: Bureau Londen [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) zijn gecontroleerd op relevante indicaties. Op 14 mei 1940 werd de zetel van de Nederlandse regering formeel in Londen gevestigd. Hiermee werd ook het Ministerie van Defensie (later Ministerie van Oorlog) in Londen ondergebracht. Het ministerie hield zich bezig met luchtvaart, militaire operaties en inlichtingen uit Nederland. Informatie met betrekking tot deze taken kunnen relevant zijn voor deze bureaustudie. Aanvullend is ook het archief 2.13.137 Inventaris van de archieven van de Ordedienst en de Binnenlandse Strijdkrachten, en Afwikkelingsbureau, 1941-1956 geraadpleegd. In dit archief bevinden zich verzetsstukken m.b.t. Duitse troepensterkte op Nederlands grondgebied, mijnenvelden, luchtlandings- en afwerpterreinen en de verplaatsingen van wapens en munitie. Tot slot is het archief 2.13.210 Archief van de Commissie van Proefneming met hierin opgenomen afgedwaalde archiefbescheiden van onderdelen van de Artillerie- Inrichtingen en Artillerie onderdelen, (1814) 1867-1942 geraadpleegd.
De voornaamste taken van de Commissie van Proefneming waren het plannen, uitvoeren en verslag uitbrengen van de resultaten van fabricage, ontwikkelingsproeven van munitie en wapens. Daarnaast ontwikkelde en verbeterde de Commissie de beproevingmethoden en -procedures van wapens en munitie. In 1939 werd de Commissie in verband met het opheffen van de Normaal Schietschool uitgebreid. Deze werd vervolgens opgeheven met ingang van 15 juli 1940. 4.4.3 Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) In het Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag is allereerst het zogenoemde bunkerarchief geraadpleegd, te weten 575 Bureau Inlichtingen/Duitse verdedigingswerken. Dit archief vermeld Duitse verdedigingswerken op nationaal niveau. 4.4.4 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en Genocidestudies (NIOD) In het Nederlands Instituut voor Oorlog-, Holocaust- en Genocidestudies te Amsterdam zijn meerdere archieven bestudeerd, zoals 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West). Toen Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart zich in mei 1940 in Nederland vestigde liet hij zich bijstaan door vier Generalkommissare met bijbehorend apparaat voor belangrijke onderdelen van het bestuur. De Generalkommissar für das Sicherheitswesen was leider van de SS-organisatie in Nederland. Het archief betreft documentatie van deze organisatie.
Daarnaast is het archief 216k Departement van Justitie geraadpleegd. Behalve documenten, afkomstig van de afdeling Luchtbescherming, bevinden zich hier rapporten en correspondentie van de afdelingen Politie, Marechaussee e.d. 4.4.5 Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) Ministerie van Defensie te Rijswijk In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog was de Mijn- en Munitie Opruimings Dienst (MMOD) verantwoordelijk voor het opruimen van mijnen en achtergelaten munitie in Nederland. Het archief van het MMOD bevindt zich bij het Semi-Statisch Informatiebeheer van het Ministerie van Defensie in Rijswijk. Het archief bestaat uit meldingen, kaarten, plattegronden en ruimingsrapporten van Nederlandse gemeenten. In sommige gevallen is deze informatie omtrent munitieruimingen in de naoorlogse jaren 1945-1947 eveneens aanwezig in de betreffende gemeentearchieven. Voor het huidige onderzoek is gezocht op vermeldingen van de voormalige gemeenten en plaatsen Heeswijk en Dinther. 4.4.6 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) Ten behoeve van het onderzoek conflictperiode en na-conflictperiode is het archief van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) te Soesterberg bestudeerd. In 1971 heeft de EODD de taak voor het ruimen van aangetroffen OO van de Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken overgenomen.
Pas vanaf dit jaar zijn alle meldingen van aangetroffen en geruimde explosieven bijgehouden. Tot 1990 werden deze ruimingen ‘Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening (MORA’s) genoemd. Tegenwoordig worden de ruimingen omschreven als ‘Werkopdrachten’ (WO’s) of ‘Uitvoeringsopdrachten’ (UO’s). Een nadeel van deze bron is de onvolledigheid van meldingen of ruimingen tussen 1940-1944 en 1947/1948-1971 bij de EODD of het SIB. Over de periode 2010-2020 zijn de meldingen digitaal raadpleegbaar bij de EODD. Voor deze bureaustudie is gezocht op vermeldingen van de voormalige gemeenten en plaatsen Heeswijk, Dinther, Heeswijk-Dinther, Fokkershoek, en Vorstenbosch.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
Pagina 15 van 68 Bodac B.V. heeft een overzicht van de EODD ontvangen van de UO’s/MORA’s binnen en rondom het onderzoeksgebied. Hierbij maakt Bodac B.V. gebruik van een buffer van 150.00 m1. Deze meldingen ondersteunen het onderzoek door een nauwkeuriger beeld te creëren welke oorlogshandelingen (beschietingen, grondgevechten, bombardementen) in of nabij het te onderzoeken gebied hebben plaatsgevonden. Zowel in de database als in de ruimrapporten zijn de locatieomschrijvingen dikwijls summier beschreven. Dit betekent dat de betreffende locaties meestal slechts indicatief kunnen worden ingetekend op de Inventarisatiekaart in Bijlage 1. Om het verschil in nauwkeurigheid enigszins aan te geven maakt Bodac B.V. onderscheid tussen munitieruimingen op adresniveau en op straat(naam)niveau. Hierbij dient nog opgemerkt te worden dat ook een munitieruiming op adresniveau als indicatief moet worden beschouwd, omdat de exacte locatie meestal niet herleidbaar is uit de stukken. Om de gevonden plaatsaanduidingen te lokaliseren is gebruik gemaakt van Google Maps en ArcGIS Pro. In Bijlage 6 Overzicht geraadpleegd bronnenmateriaal is een tabel opgenomen met daarin de geraadpleegde MORA’s welke relevant zijn voor het onderzoeksgebied. Deze ruimingen zijn in het kaartmateriaal op de navolgende pagina inzichtelijk gemaakt (221111_H22049_EODD_01).
Er is geen naoorlogse melding in het EODD-archief gevonden binnen het onderzoeksgebied, daarnaast is er maar één melding gevonden binnen de buffer. Dit betreft een verschoten Duitse brisantgranaat van 8,8 cm met een mechanische tijdbuis (type S/30). Dit is een type granaat dat in luchtafweergeschut (FLAK) werd gebruikt en zodoende kan dit projectiel tot enkele kilometers verderop in de omgeving afgevuurd zijn. Verder zijn sinds 1971 de volgende OO geruimd in de nabije omgeving van de buffer: Eén Duitse brisantgranaat van 10,5 cm met schokbuis, één Britse lege 25 ponder verschoten rookgranaat met een tijdschokbuis (No. 221), één Britse 6 ponder verschoten pantsergranaat met lichtspoor en één Duitse brisantgranaat van 15 cm met schokbuis. Tenslotte is er in de nabije omgeving van de buffer nog een Verkennende Zoek Actie (VZA) verricht waarbij vier messing hulzen van Britse 25 ponder granaten zijn gevonden. Naast het overzicht van de UO’s heeft Bodac B.V. het mijnenveldregister onderzocht. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de strijdende partijen gebruik van mijnenvelden. Het type (antitankmijn of antipersoneelsmijn) en het aantal gelegde mijnen was afhankelijk van de functie van het mijnenveld. Mijnen werden onder andere gelegd voor de verdediging en vertraging van de opmars van troepen.
In de jaren direct na 1945 zijn de Duitse en geallieerde mijnenvelden geruimd, waarbij niet altijd alle geplaatste mijnen konden worden terug gevonden. Sindsdien zijn op of nabij de locaties van voormalige mijnenvelden nog sporadisch mijnen aangetroffen. In sommige gevallen werden zelfs grote aantallen mijnen gevonden, doordat de als ‘geruimd’ aangemerkte mijnen destijds niet zijn afgevoerd of vernietigd, maar ter plaatse begraven of gedumpt. De EODD beschikt over een collectie mijnenlegrapporten en mijnenruimrapporten uit de periode 1944-1947. Bodac B.V. heeft navraag gedaan of er ter plaatse van het onderzoeksgebied mijnenvelden waren gedocumenteerd. Uit de door de EODD aangeleverde gegevens blijkt dat er geen mijnenvelden in het onderzoeksgebied waren geregistreerd.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
16 3000
16 2800
16 2600
16 2400
16 2200
16 2000
16 1800
16 1600 40 8200
40 8200
40 7800
40 7800
40 7600
40 8000
Esri Nederland, Community Maps 40 8000 Contributors
40 7600
40 7400
40 7200
40 7400
20170782
40 7200
40 7000
19931281
40 7000
40 6800
19762670
19770296 40 6800
20030591
40 6600
20161055
40 6600
40 6400
Verklaring 40 6400
Onderzoeksgebied Buffer
Ruiming met locatie op adresniveau Ruiming met locatie op straatniveau 40 6200
VZA 40 6200
Versiebeheer Nr.
Datum
Tekeningnaam
Status
1.
11-11-2022 221111_H22049_EODD_01
Actueel
2. 3. Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven
40 6000
0
70
Meters 210
140
Formaat: A3
Opdrachtgever: Kragten B.V.
Schaal: 1:6.000
Project: H22049
Coördinatenstelsel: RD
Tekening: EODD-meldingen
Tek.: M. van Bommel
40 6000
Tekeningnaam: 221111_H22049_EODD_01 Acc.: R. Maas 16 3000
16 2800
16 2600
16 2400
16 2200
16 2000
16 1800
16 1600
Esri Nederland, Community Map Contributors
Pagina 17 van 68
4.5
Internationale archieven
Bodac B.V. beschikt over gegevens uit internationale archieven welke, conform CS-VROO, voor dit onderzoek zijn geraadpleegd. Het betreft documenten uit het Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg im Breisgau, The National Archives (TNA) te Londen en The National Archives and Records Administration (NARA) te College Park (Washington D.C.). 4.5.1 Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg im Breisgau Ten behoeve van het onderzoek heeft Bodac B.V. onderzoek gedaan in het Militärarchiv, dat ondergebracht is in het Bundesarchiv te Freiburg am Breisgau. Dit archief beschikt over documenten van het Duitse rijk ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Archiefstukken van organisaties als de Waffen-SS, Kriegsmarine en Wehrmacht zijn beperkt bewaard gebleven. Door verschillende oorlogshandelingen zijn de documenten ernstig beschadigd. 11 Derhalve blijven slechts enkele archieven over die van betekenis kunnen zijn voor het onderzoek. Een voorbeeld is de collectie van Lageberichte, te weten RL 2-II Generalstab der Luftwaffe/Luftwaffenführungsstab en RM-7 Seekriegsleitung der Kriegsmarine. Deze dagelijkse rapporten geven een korte beschrijving van oorlogshandelingen (voornamelijk bomafworpen) door heel Nederland voor de periode 10 mei 1940 tot 10 november 1941.
4.5.2 The National Archives (TNA) te Londen In The National Archives te Londen zijn verschillende collecties geraadpleegd voor deze bureaustudie. Allereerst beschikt Bodac B.V. over de zogenoemde ’Daily Logs’ van de 2nd Tactical Air Force (ook wel 2nd TAF genoemd). Zij was vanaf september 1944 tot en met mei 1945 actief boven het Nederlandse luchtruim. Naast de gegevens van de 2nd TAF zijn andere AIR-collecties geraadpleegd. Het betreft informatie van RAF Bomber Command, Coastal Command en Fighter Command. Daarnaast zijn Operation Record Books (ORB’s) bestudeerd van relevante Groups, Wings en Squadrons. Naast archieven over Geallieerde luchtstrijdkrachten beschikt TNA over zogenoemde ’War Diaries’ van Britse, Canadese en Schotse grondstrijdkrachten die ten tijde van de bevrijding in Nederland operationeel waren. Uit de archiefstukken van de AIR- en WO-collecties kunnen gegevens worden opgediept omtrent aanvalsdoelen, gevechtshandelingen en de gehanteerde of gebruikte OO. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de Geallieerden gebruik van een specifiek coördinatensysteem genaamd ‘Nord de Guerre’. Met dit systeem werd Nederland onderverdeeld in kaartvierkanten van 1000 bij 1000 meter met elk een specifieke codering en nummering van ten minste vier cijfers. Wanneer gebruik werd gemaakt van zes cijfers dan besloeg dit een gebied van 100 bij 100 meter.
Geallieerde stafkaarten, waarin dit coördinatensysteem is opgenomen, zijn geraadpleegd om de desbetreffende relevante kaartvierkanten voor het onderzoek te achterhalen. Voor het onderzoek zijn de navolgende geallieerde stafkaarten gebruikt:
Stafkaart ‘s-Hertogenbosch, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS M831), First Edition, 11 S.W.; Stafkaart Uden, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS M831), First Edition, 11 S.E.
De volgende kaartvierkanten dekken het onderzoeksgebied af en zijn derhalve gebruikt tijdens het evalueren van de bronnen uit The National Archives (zichtbaar op de navolgende pagina):
QE4442 t/m QE4542; QE4441 t/m QE4541.
Bundesarchiv, ‘Militärische Unterlagen’, <https://www.bundesarchiv.de/DE/Content/Artikel/Benutzen/Hinweise-zurBenutzung/benutzen-hinweise-militaerische-unterlagen.html> [geraadpleegd op 30 januari 2021]. Het archief geeft een uitleg over de beschadigingen: ’Die Überlieferungen aus der Zeit bis 1945 haben durch Kriegseinwirkungen erhebliche Verluste erlitten. Die Unterlagen der zentralen Dienststellen der Wehrmacht und der Heeresführung, der Dienststellen und der Truppen des Heeres unterhalb der Divisionsebene sowie der Luftwaffe und der Waffen-SS sind weitgehend verlorengegangen. Dagegen haben die Masse der Kriegstagebücher der Kommandobehörden des Heeres und der Divisionsstäbe bis 1943 sowie das Archivgut der Marine den Krieg überdauert. Ebenso blieb das Archivgut der wehrtechnischen Einrichtungen und Dienststellen der Wehrmacht nahezu vollständig erhalten. Der größte Teil der Akten der Preußischen Armee wurde 1945 mit dem Brand des Heeresarchivs Potsdam vernichtet.’ 11
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
16 3600
16 3400
16 3200
16 3000
16 2800
16 2600
16 2400
16 2200
16 2000
16 1800
16 1600
16 1400
40 8800 40 8600
40 8800
40 8600
40 8400
40 8400
40 8200
40 8200
40 8000
Esri Nederland, Community Maps Contributors
40 8000
QE4542
40 7800
40 7800
40 7600
40 7600
40 7400
40 7400
40 7200
40 7200
40 7000
QE4442
40 7000
QE4541
40 6800
40 6800
40 6600
40 6600
40 6400
QE4441
40 6400
Verklaring Onderzoeksgebied 40 6200
Buffer
40 6200
Nord de Guerre coördinaten selection
40 6000
Versiebeheer Nr.
Datum
Tekeningnaam
Status
1.
11-11-2022 221111_H22049_NG_01
Actueel
40 6000
2. 3.
Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven
40 5800
0
90
Meters 270
180
Formaat: A3
Opdrachtgever: Kragten B.V.
Schaal: 1:8.000
Project: H22049
Coördinatenstelsel: RD 40 5800
Tekening: Nord de Guerre coördinaten
Tek.: M. van Bommel
Tekeningnaam: 221111_H22049_NG_01
Acc.: R. Maas 16 3600
16 3400
16 3200
16 3000
16 2800
16 2600
16 2400
16 2200
16 2000
16 1800
16 1600
16 1400
40 5600
Esri Nederland, Community Map Contributors
Pagina 19 van 68 4.5.3 The National Archives and Records Administration (NARA) te Washington D.C. In de National Archives and Records Administration te Washington D.C. zijn manuscripten/interviews met de Duitse legerleiding geraadpleegd uit Record Group 549. Deze documenten geven een algemene indruk van de verdediging binnen en rondom het onderzoeksgebied. Verder zijn er zogenoemde ‘After Action Reports’ geraadpleegd van relevante Amerikaanse grondtroepen. Deze documenten zijn, qua inhoud, enigszins vergelijkbaar met de ‘War Diaries’ van de Britten en Canadezen.
4.6
Analyse luchtfoto’s
Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de geallieerden gebruik van uitgebreide luchtfotoanalyses om troepenbeweging te ontdekken, resultaten van bombardementen waar te nemen en nieuwe ‘targets’ e.d. te vinden. Het doel van de luchtfoto-interpretatie is – de in de geschreven bronnen gevonden – indicaties visueel inzichtelijk te maken, alsmede additionele informatie te vergaren. Met behulp van luchtopnamen is dikwijls vast te stellen of het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Sporen van kraters, beschadigde woningen, troepenverplaatsingen of stellingen (militaire vergraving) kunnen aanwijzingen zijn voor een mogelijk verdacht gebied. Op de volgende pagina is een kaart ingevoegd, 221205_H22049_LUFO_01, met daarop de ligging van geraadpleegde luchtfoto’s ten opzichte van het onderzoeksgebied. In bijlage 6 Overzicht geraadpleegd bronnenmateriaal is meer achtergrondinformatie over de luchtfoto’s te vinden.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
41 0000
16 7000
16 6000
16 5000
16 4000
16 3000
16 2000
16 1000
16 0000
15 9000
15 8000
41 0000
Esri Nederland, 40 9000 Community Maps Contributors
40 9000
40 8000
40 8000
40 7000
40 7000
40 6000
40 6000
40 5000
40 5000
Verklaring Onderzoeksgebied Buffer Versiebeheer Nr.
Datum
Tekeningnaam
Status
1.
05-12-2022 221205_H22049_LUFO_01
Actueel
2. 3.
40 4000
40 4000
Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven
0
300
600
Meters 900
Formaat: A3
Opdrachtgever: Kragten B.V.
Schaal: 1:25.000
Project: H22049
Coördinatenstelsel: RD
Tekening: Luchtfotodekking
Tek.: M. van Bommel
Esri Nederland, beeldmateriaal.nl 16 7000
16 6000
16 5000
16 4000
16 3000
16 2000
16 1000
16 0000
15 9000
40 3000
15 8000
Tekeningnaam: 221205_H22049_LUFO_01 Acc.: R. Maas
40 3000
Pagina 21 van 68 4.6.1 Methodiek Conform het CS-VROO worden de meest geschikte luchtfoto’s geselecteerd voor de interpretatie van het onderzoeksgebied. Tijdens de selectie houdt Bodac B.V. rekening met:
Beschikbaarheid van luchtfoto’s van het te onderzoeken gebied; Dekking; Opnamedatum in relatie tot oorlogshandelingen; Kwaliteit fotobeeld; Schaal.
Luchtfoto’s zullen, op basis van de data van de oorlogshandelingen, met data van vóór, ten tijde en ná de gevonden indicaties geraadpleegd worden. Ten behoeve van de luchtfoto-interpretatie zal Bodac B.V. letten op de verschillende typen luchtfoto’s, de meest bruikbare foto’s zijn de zogenoemde ‘verticals’. 12 Met behulp van beeldparen kunnen verstoringen in de foto’s geanalyseerd en gedefinieerd worden. Het programma Photoshop wordt gebruikt om de foto’s bij te snijden en grijswaarden toe te passen. Door middel van het georeferentiesysteem ArcGIS Pro kunnen mogelijke indicaties op de juiste locatie gepositioneerd worden. 13 Niet alleen de selectie van foto’s kan invloed hebben op de luchtfotoanalyse. Een luchtfoto blijft een momentopname van de situatie van het onderzoeksgebied ten tijde van fotograferen. Niet alleen kunnen wolken, bebouwing, schaduwwerking, groei van planten of water (bijvoorbeeld inundatie) hinderlijk zijn tijdens de luchtfoto-interpretatie. Ook herstelwerkzaamheden of camouflage kunnen een vertekend beeld geven van mogelijke oorlogshandelingen. Tijdens de luchtfotoanalyse maakt Bodac B.V. een classificatie van objecten welke relevant kunnen zijn voor het onderzoek. Drie termen zullen de validiteit van een object of verstoring bepalen.
Het begrip ‘bevestigd’ wordt ingezet wanneer de betrouwbaarheid grenst aan zekerheid, waarbij de waarneming met een tweede bron bevestigd kan worden. Het begrip ‘waarschijnlijk’ zal ingezet worden wanneer er een overwegende zekerheid bestaat over de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto. Als er een overwegende onzekerheid bestaat over de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto, dan zal de term ‘mogelijk’ gebruikt worden. Indien een object met de betrouwbaarheid ‘mogelijk’ invloed heeft op de afbakening van een verdacht gebied, streeft Bodac B.V. ernaar om aanvullende bronnen te raadplegen. 14 De luchtfotoanalyse wordt in tabelvorm opgenomen in Bijlage 2. Dit geschied op twee manieren. Ten eerste wordt een aparte kolom in de indicatietabel opgenomen, waarbij de luchtfotoanalyse wordt uitgevoerd met betrekking tot een specifieke indicatie. In dit geval wordt de luchtfoto gebruikt als ‘onderbouwende’ bron. Ten tweede worden indicaties die enkel herleidbaar zijn naar de luchtopname zelf in een aparte luchtfotoanalyse beoordeeld. Luchtfoto’s worden in dit geval als onafhankelijke bron beschouwd. Tot slot maakt Bodac B.V. gebruik van een bedrijfsspecifieke GIS-codering betreffende het onderzoek van bronnenmateriaal en de luchtfotoanalyse.
Met behulp van deze codering wordt getracht een koppeling te maken tussen de verschillende indicaties uit het vooronderzoek in relatie tot het kaartmateriaal. Indien relevante indicaties geografisch ingetekend kunnen worden, zal de GIS-code in Bijlage 2 beschreven worden. Er wordt bij het optekenen van de GIS-codering rekening gehouden met het verschil tussen indicaties afkomstig uit literatuur en archiefmateriaal, en indicaties afkomstig uit de luchtfotoanalyse. Wanneer indicaties afkomstig zijn vanuit literatuur of archiefmateriaal wordt de GIS-codering gekoppeld aan de letter ‘A’ (archief). Voor indicaties afkomstig uit de luchtfotoanalyse wordt de letter ‘L’ (luchtfoto) gebruikt. Wanneer indicaties in beide bronnen voorkomen worden beide letters genoteerd. In de paragraaf 4.7 Conclusie onderzoek conflictperiode is een tabel opgenomen met daarin alle indicaties die als relevant voor het onderzoeksgebied zijn beoordeeld. 4.6.2 Selectie beeldmateriaal Voor dit onderzoek heeft Bodac B.V. een inventarisatie uitgevoerd van beschikbare luchtfoto’s in nationale en internationale archieven. In Nederland bestaan momenteel twee archieven die samen een vrij complete De kwaliteit van de luchtfotoanalyse heeft onder andere te maken met de opnamehoek en opnamehoogte van de foto’s.
Vanwege verschillende aspecten (kwaliteit luchtfoto, opnamehoek, brandpunt, snelheid vliegtuig en de beschikbare georeferentie punten) treedt er tijdens de georeferentie van luchtfoto’s een afwijking van vijf tot tien meter op. In dit onderzoek wordt een tolerantie gehanteerd van tien meter. 14 Het object met betrouwbaarheid ‘mogelijk’ zal door Bodac B.V. geverifieerd worden met behulp van andere luchtfoto’s met verschillende data. Daarnaast zal getracht worden om aanvullende indicaties uit het literatuur- en archiefonderzoek te vinden. 12 13
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
Pagina 22 van 68 collectie beheren van relevantie luchtopnamen die gemaakt zijn door zowel de Britse als de Amerikaanse luchtmacht. Een deel van deze collecties bevindt zich in de afdeling Speciale Collecties, Bibliotheek Wageningen University (WUR) te Wageningen. Het andere deel beheert het Kadaster GEO-Informatie (KAD) te Zwolle. De luchtfoto’s uit beide archieven kunnen geleverd worden door de site www.dotkadata.nl. Naast de verplichte Nederlandse archieven beschikken ook internationale archieven over luchtfoto’s van Nederland. Bodac B.V. heeft derhalve de luchtfotocollecties van The National Collection of Aerial Photography (NCAP) te Edinburgh en het Laurier Military History Archives (LMHA) te Waterloo geraadpleegd. In Bijlage 6 wordt een overzicht gegeven van de geselecteerde en geanalyseerde luchtfoto’s. In Bijlage 2 worden de resultaten van de luchtfotoanalyse gepresenteerd in de indicatietabel en (indien van toepassing) separaat.
4.7
Conclusie onderzoek conflictperiode
Uit het onderzoek conflictperiode is gebleken dat herleidbare indicaties zijn gevonden in de literatuur, archiefstukken en/of de luchtfotoanalyse. In Bijlage 2 is een overzicht in chronologische tabelvorm gegeven van de bevindingen uit het onderzoek. Van sommige indicaties is het niet mogelijk gebleken een exacte locatie vast te stellen. Deze zijn omwille van de historische context en/of relevantie wel opgenomen in het overzicht. Wanneer een gebeurtenis buiten de buffer van het onderzoeksgebied heeft plaatsgevonden, of als de precieze locatie niet bekend is, dan wordt dit vermeld. In het overzicht wordt tevens vermeld of een gebeurtenis als relevant of niet relevant kan worden beschouwd voor het onderzoeksgebied. Wanneer een indicatie ‘relevant’ is, wordt dit aangegeven met een semi-rode kleur. Bij een indicatie die ‘niet relevant’ wordt bevonden, zal dit aangegeven worden met een semi-groene kleur. Zodoende is visueel direct duidelijk welke indicaties een verdachte afbakening tot gevolg kunnen hebben. In dit specifieke onderzoek zijn er geen indicaties gevonden die leiden tot een verdachte afbakening binnen het onderzoeksgebied. 4.7.1
Beeldmateriaal
Figuur 1: 17 september 1944: Amerikaanse 1st Battalion 501st Parachute Infantry Regiment van de 101st Airborne Division landen verkeerd nabij Heeswijk. Met behulp van de bevolking marcheren ze uiteindelijk zuidelijk naar het doel Veghel. Bron: www.tweedewereldoorlog.nl
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
Pagina 23 van 68
Figuur 2: 17 september 1944: Schematisch overzicht van de verkeerde landing van de 1st Battalion 501st Parachute Infantry Regiment in de context van operatie Market Garden. Bron: The National Archives and Records Administration (NARA), Record Group 407 Records of the Adjutant General's Office, Participation of the 101st Airborne Division in Operation Market Garden for the period D - D-10.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
Pagina 24 van 68
Figuur 3: 20 september 1944: Amerikaanse 1st Battalion 501st Parachute Infantry Regiment omsingelt honderden Duitsers met een tangbeweging. Bron: J. Didden en M. Swarts, Brabant bevrijd (Hulst, 1993), 68.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
Pagina 25 van 68
Figuur 4: 20 september 1944: Schematisch overzicht van de omsingeling van Duitse troepen door Amerikaanse parachutisten. Bron: The National Archives and Records Administration (NARA), Record Group 407 Records of the Adjutant General's Office, Participation of the 101st Airborne Division in Operation Market Garden for the period D - D-10.
Figuur 5: 21 september 1944: Amerikaanse 1st Battalion 501st Parachute Infantry Regiment omsingelt voor de tweede maal honderden Duitsers met een tangbeweging, vanuit Heeswijk-Dinther, in Schijndel. Bron: J. Didden en M. Swarts, Brabant bevrijd (Hulst, 1993), 68.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
Pagina 26 van 68
Figuur 6: 26 januari 1945: De Zandstraat wordt getroffen door een V-1, net op de rand van de buffer. Bron: www.vergeltungswaffen.nl
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
Pagina 27 van 68
5 Conclusie en advies Op basis van het onderzoek conflictperiode en na-conflictperiode zal in dit hoofdstuk een gemotiveerde conclusie getrokken worden of het onderzoeksgebied als ‘verdacht’ of ‘onverdacht’ aangemerkt wordt. Indien (een deel van) het onderzoeksgebied ‘verdacht’ is, dan zal gepoogd worden om hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, aantallen, type ontstekingsinrichtingen (van afwerpmunitie) en de verschijningsvorm van de mogelijk aanwezige OO te achterhalen. Naar aanleiding van de geraadpleegde bronnen is het onderzoeksgebied ‘onverdacht’ verklaard op een verhoogd risico tot aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten (zie Bijlage 1 voor de OO-Bodembelastingkaart van het onderzoeksgebied). Derhalve is het bepalen van een verticale en horizontale afbakening niet aan de orde. Ook het bepalen van de mogelijk aan te treffen OO is niet van toepassing.
5.1
Advies en vervolgstappen
Het onderzoeksgebied kwalificeert Bodac B.V. op basis van het geanalyseerde feitenmateriaal als onverdacht op de (mogelijke) aanwezigheid van OO. Bodac B.V. adviseert u om de geplande werkzaamheden regulier te laten uitvoeren.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
Pagina 28 van 68
6 Leemten in kennis Het is uiteraard altijd mogelijk dat bepaalde oorlogshandelingen niet zijn beschreven, gearchiveerd of in de tijd verloren zijn gegaan, waardoor deze in het heden niet als feitenmateriaal terug te vinden zijn.
Niet alle gebeurtenissen konden tot een exacte locatie worden herleid; Er zijn geen luchtfoto’s beschikbaar van net na de bevrijding van het onderzoeksgebied, enkel van een paar jaar later in 1947; Op de luchtfoto’s van 15 oktober 1944 wordt het zicht enigszins belemmerd door bewolking; Er is slechts zeer beperkt informatie beschikbaar m.b.t. munitieruimingen gedurende de periode 19471971; Niet alle boven Nederland uitgevoerde bombardementen zijn nauwkeurig geregistreerd; Luchtfoto’s geven een momentopname van een situatie die op een eerder of later tijdstip geheel anders zou kunnen zijn.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
Pagina 29 van 68
Bijlage 1.
Inventarisatiekaart en OO-Bodembelastingkaart
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Heeswijk-Dinther Hommelsedijk
16 2800
16 2700
16 2600
16 2500
16 2400
16 2300
16 2200
16 2100
16 2000
16 1900
16 1800 40 7800
40 7800
40 7600
40 7600
40 7500
40 7700
Esri Nederland, Community Maps 40 7700 Contributors
40 7500
40 7300
40 7300
40 7200
40 7200
40 7100
40 7100 19931281
40 7000
40 7400
40 7000
40 6900
40 7400
20170782
40 6900
40 6800
40 6700
40 6800
19762670
19770296
40 6700
20030591
40 6600
20161055
40 6600
Verklaring Onderzoeksgebied
Ruiming met locatie op straatniveau
Buffer
VZA
40 6500
Ruiming met locatie op adresniveau
40 6500
Versiebeheer Nr.
Datum
Tekeningnaam
Status
1.
06-12-2022 221206_H22049_IVK_01
Actueel
2. 3.
40
80
Meters 120
Formaat: A3
40 6400
Opdrachtgever: Kragten B.V.
Schaal: 1:4.000
Project: H22049
Coördinatenstelsel: RD
Tekening: Inventarisatiekaart
Tek.: M. van Bommel
Tekeningnaam: 221206_H22049_IVK_01
Acc.: R. Maas
40 6300 16 2800
16 2700
16 2500
16 2400
16 2300
16 2200
16 2100
16 2000
16 1900
16 1800
40 6300
0
16 2600
40 6400
Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven
16 2700
16 2600
16 2500
16 2400
16 2300
16 2200
16 2100
16 2000
16 1900
40 7700 40 7600
40 Esri Nederland, Community Maps Contributors
40 7500
40 7500
40 7400
40 7400
40 7300
40 7300
40 7200
40 7200
40 7100
40 7100
40 7000
40 7000
40 6900
40 6900
40 6800
7600
40 6800
Verklaring Onderzoeksgebied 40 6700
Onverdacht op het mogelijk aantreffen van OO
40 6700
Versiebeheer Nr.
Datum
Tekeningnaam
Status
1.
08-12-2022 221208_H22049_BBK_01
Actueel
2. 3.
40 6600
Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven
0
30
60
Meters 90
Formaat: A3
Opdrachtgever: Kragten B.V.
Schaal: 1:3.000
Project: H22049
Coördinatenstelsel: RD
Tekening: OO-Bodembelastingkaart
Tek.: M. van Bommel
Tekeningnaam: 221208_H22049_BBK_01
Acc.: R. Maas
40 6600
16 2700
16 2600
16 2500
16 2400
16 2300
16 2200
16 2100
16 2000
16 1900
40 6500
Esri Nederland, Community Map Contributors
Pagina 32 van 68
Bijlage 2. Datum:
Meidagen 1940
Indicatietabel en luchtfotoanalyse Literatuur:
Context – Duitse inval
Archiefinformatie:
-
Luchtfoto:
Luchtfotoanalyse & Relevantie:
Indicatie zichtbaar (Ja/Nee)
Luchtfotoinformatie (indien zichtbaar)
-
Geen luchtfoto beschikbaar
Amersfoort
Context – Duitse inval Het onderzoeksgebied bleef ongemoeid tijdens de Duitse inval. Er waren geen Nederlandse troepen aanwezig tussen Middelrode en Dinther en de brug bij Heeswijk bleef intact en werd niet opgeblazen, zoals wel de bedoeling was. Hierdoor konden Duitse troepen ongehinderd de Zuid-Willemsvaart oversteken.
“De Nederlandse bataljonscommandanten bij Mill (van I-3 en I-6 RI) waren in de nacht van 10 op 11 mei niet op de hoogte van de terugtocht en bleven op hun post. De westoever van de Zuid-Willemsvaart tussen Middelrode en Dinther, het gedeelte waarnaar hun bataljons hadden moeten trekken, bleef nu geheel onbezet. In dit vak lag, in de vuurt van Heeswijk, een brug, die niet vernield werd.” 15 “Vrij baan had de vooruit gezonden Aufklärungsabteilung van de 254. Infanteriedivision, die via de onverdedigde brug bij Heeswijk de ZuidWillemsvaart passeerde.” 16 14-2-1941
Indicatie - Bombardement
-
-
Geen luchtfoto beschikbaar
Eversteijn
Indicatie - Bombardement Volgens deze twee bronnen vielen er enkel bommen in Heeswijk, zodoende is er geen relevantie met het onderzoeksgebied. Hierdoor is deze indicatie niet relevant voor het vervolgonderzoek.