CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

TAMIMRO Mozartlaan-Verdilaan vastgesteld

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 13 mei 2026, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m, Mozartlaan-Verdilaan ongenummerd Heesch34.622 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 33 van 91

Gezien de locatie is gelegen in het ‘Stedelijk gebied’ en betrekking heeft op wonen is artikel 5.55 van de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant relevant. Artikel 5.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling Op onderhavig planvoornemen is artikel 5.55 duurzame stedelijke ontwikkeling van de Omgevingsverordening Noord-Brabant van toepassing. In dit artikel is geregeld dat ontwikkelingen die voorzien in de functie “Wonen, werken of voorzieningen” binnen het stedelijk gebied moeten zijn gelegen. Onderhavig initiatief, een (stedelijke) ontwikkeling die voorziet in de functies wonen, werken en voorzieningen, ligt in het bestaand stedelijk gebied. De omgeving is tevens aangeduid als een omgeving waar geen ruimte is voor grootschalige logistiek. Deze aanduiding is niet relevant voor de beoogde ontwikkeling en wordt verderop dan ook niet nader toegelicht. Het initiatief moet een duurzame stedelijke ontwikkeling zijn.

Hiervoor gelden diverse criteria, namelijk: - bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; - bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; - geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; - houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; - geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; - draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Het planvoornemen geeft hieraan invulling, omdat het een ontwikkeling in een binnenstedelijke locatie betreft met een programma waaraan behoefte is (zorgvuldig ruimtegebruik): 25 sociale huurappartementen. Daarbij geldt dat de omgeving niet hinderlijk is voor het planvoornemen of andersom (veilige en gezonde leefomgeving). De ligging van het planvoornemen maakt het gebruik van duurzame energie goed mogelijk, omdat het in het bestaand stedelijk gebied is gelegen dat op het net is aangesloten en ook als eerste aangesloten zal blijven. Hemelwaterberging en -infiltratie is onderdeel van het planvoornemen (voldoende ruimte voor opvang water).

Doordat het planvoornemen in een bestaande woonwijk op loop-/fietsafstand van voorzieningen en OV-haltes zoals een bus- en treinstation wordt ontwikkeld, kan gemakkelijk gebruik gemaakt worden van duurzame mobiliteitsoplossingen. Verder draagt het planvoornemen bij aan een duurzame, concurrerende economie. Zo maken neemt door de toevoeging van woningen ook de behoefte aan de voorzieningen in het dorp van Heesch hieraan op deze plek en de omgeving van het planvoornemen toe, wat een positief effect heeft op de levensvatbaarheid ervan. TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 34 van 91

Verder is paragraaf 5.1.2 “Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies” van toepassing. Het gaat in onderhavige situatie dan vooral om de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en - voor zover het het landelijk gebied betreft - ook kwaliteitsverbetering van het landschap. Met dit plan wordt - met uitzondering van kwaliteitsverbetering van het landschap, omdat het een binnenstedelijke ontwikkeling betreft - hieraan invulling gegeven. Zorgvuldig ruimtegebruik Het doel van de provincie is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende- of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is.

Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel, behalve indien nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in hoofdstuk 5 van de Omgevingsverordening. Met de beoogde herontwikkeling worden 25 sociale huurappartementen toegevoegd binnen het bestaand stedelijk gebied. Ter plaatse is geen woonbestemming vigerend, waarmee sprake zal zijn van nieuwvestiging. Nieuwbouw van woningen vindt bij voorkeur plaats binnen het Stedelijk gebied en wordt mogelijk gemaakt op grond van artikel 5.55 van de Omgevingsverordening. De beoogde woningbouw ter plaatse van het plangebied is een passende ontwikkeling binnen de bebouwde kom. Door gebruik te maken van een inbreidingslocatie binnen het Stedelijk gebied, is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Staldering Binnen het ‘Stalderingsgebied’ gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van veehouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde ‘stalderen’.

De beoogde herontwikkeling heeft geen toename van dierenverblijven tot gevolg en is dan ook niet in strijd met de regels die gelden binnen het ‘Stalderingsgebied’. Grootschalige logistiek Op de locatie is geen grootschalige logistiek voorzien. Voldaan wordt aan de instructieregels voor ‘Beperking grootschalige logistiek’. Uit bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen niet in strijd is met de Omgevingsverordening Noord-Brabant 5.2.5

Conclusie

Het planvoornemen is niet in strijd met provinciaal beleid- en regelgeving. 5.3 Waterschap Aa en Maas 5.3.1 Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid a. Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 35 van 91

2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem a. Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: • Klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte) en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water a. In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: • Schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; • De waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; • De kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; • De betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het Waterbeheerplan naar concrete doelstellingen.

Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap zoals de Waterschapsverordening, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. 5.3.2 Waterschapsverordening De Waterschapsverordening omvat samen met de Omgevingswet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Waterschapsverordening is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels. 5.3.3 Legger De Waterschapsverordening verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Waterschapsverordening vast in een overzichtskaart van het waterbeheergebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. 5.3.4

Conclusie

Het planvoornemen is niet in strijd met waterschapsbeleid en -regelgeving. Zie voor de motivering hiervan paragraaf 6.11 van dit document. 5.4 Gemeentelijk beleid 5.4.1 Omgevingsvisie Bernheze 2040 De “Omgevingsvisie Bernheze 2040” is een integraal document over de fysieke leefomgeving van de gemeente. De omgevingsvisie dient als leidraad voor nieuwe initiatieven en vervangt eerdere structuurvisies. Het is een dynamisch document dat zich aanpast aan nieuwe maatschappelijke uitdagingen en met die reden mogelijk in de toekomst wordt aangepast. In de visie worden drie deelgebieden met unieke kenmerken en ontwikkelpotentieel onderscheiden: de Peelhorst, de Dekzandgebieden en het Beekdallandschap van de Aa en de Leijgraaf. Daarnaast zijn in de visie vijf strategische thema’s benoemd: een gezonde leefomgeving, leefbare kernen, klimaatadaptatie en herstel van biodiversiteit, een vitale en duurzame landbouw en economie, en het behoud en verbetering van de kwaliteit van landschap en erfgoed. Via deze thema’s wordt naast de visie voor de verschillende deelgebieden richting gegeven aan de ontwikkeling van Bernheze naar de toekomst. De drie deelgebieden De locatie is gelegen in twee van de drie deelgebieden (overgangsgebied), namelijk de Peelhorst (rug) en het Dekzandgebied (de Flank). Op de afbeelding hieronder is de ligging van de locatie met een rode cirkel weergegeven.

TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 36 van 91

De specifieke kernmerken en ontwikkelingsdoelen van deze gebieden zijn als volgt. Peelhorst Dit gebied wordt gekenmerkt door de Maashorst, een natuurgebied, en de Peelrandbreuk met wijstgronden. Voor initiatieven in dit gebied moet rekening gehouden te worden met: • het behoud en versterken van de natuurlijke en landschappelijke waarden; • landbouw extensiveert rond het natuurgebied, wat betekent dat landbouwactiviteiten moeten overwegen om te verminderen in intensiteit en schaal; • er liggen mogelijkheden voor meer bos en andere natuurontwikkeling in de 'levendige schil' rond het natuurgebied. Dekzandgebied Dit gebied staat bekend om zijn intensieve veehouderijen en draagt bij aan grootschalige en innovatieve voedselproductie. Voor initiatieven in dit gebied is het belangrijk om: • bij te dragen aan de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen die gericht zijn op bijvoorbeeld biobased grondstoffen, natuur- en landschapsbeheer, toerisme en recreatie, klimaatadaptatie, en lokale voedselproductie; • de intensieve veehouderij te combineren met innovatieve en duurzame praktijken; • aandacht te besteden aan klimaatadaptatie, zoals tijdelijke waterberging. De locatie is niet gelegen aan de rand van de Maashorst of op/aan de Peelrandbreuk en bevat geen landbouwactiviteiten en/of de realisatie van bos of andere natuur.

Nadrukkelijk wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie in de vorm van de realisatie van compensatie voor waterberging in een ondergrondse voorziening. De vijf strategische thema’s 1. Een gezonde leefomgeving

TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 37 van 91

Een gezonde leefomgeving bevordert de fysieke, sociale en mentale gezondheid van inwoners en nodigt uit tot activiteit voor jong en oud. Daarbij onderscheidt de gemeente de volgende richtinggevende ambities: - Schoner We verminderen externe gezondheidsrisico’s door lucht, grond- en oppervlaktewater en bodem schoner te maken, minder geluids- en geuroverlast en de risico’s op zoönose klein te maken Dat doen we door de aanpak van de bron en door groene gezonde cirkels rondom onze dorpskernen aan te wijzen. Daar waar de bronnen buiten onze gemeente liggen, spreken we een gezamenlijke aanpak af met buurgemeenten, waterschap en provincie. De locatie ligt middenin het dorp Heesch, waar de externe gezondheidsrisico’s beperkt zijn. - Groene Gezonde Structuren (GGS) We willen omstandigheden creëren zodat inwoners zelf actief hun gezondheid bevorderen. Dat doen we door het realiseren van Groene Gezonde Structuren (GGS). In deze groene gezonde structuren nodigen we mensen in een aantrekkelijke groen-blauwe omgeving uit om hun gezondheid te bevorderen door te bewegen, te sporten, te spelen, te ontspannen en/of te ontmoeten. Door slim mee te koppelen met klimaatadaptieve maatregelen en het bundelen met initiatieven voor gezond biologisch voedsel maken we de GGS robuust. Door de GSS aan te sluiten op het natuurnetwerk Brabant verwachten we dat de biodiversiteit in de GGS gaat toenemen.

Het initiatief draagt via een kwaliteitsimpuls in de nabije omgeving bij aan de realisatie van aantrekkelijk groen en meer biodiversiteit. Op de locatie worden klimaatadaptieve maatregelen toegepast. Daarnaast bevat de nieuwe bebouwing natuurinclusieve maatregelen. - Actief worden, tot rust komen en elkaar ontmoeten Niet alleen in de Groene gezonde structuren, ook daarbuiten stimuleren we activiteit in het groen. Om de gezondheid verder te bevorderen creëren we plekken om tot rust te komen. De mentale gezondheid bevorderen we door het ontmoeten en contact hebben met anderen te stimuleren bijvoorbeeld in pluktuinen of natuureducatie. Het zorgen voor elkaar past goed bij ons dorpse karakter. De gemeenschapshuizen, coöperaties om samen te wonen, energie op te wekken en voedsel te verbouwen leveren voordelen op voor de gezondheid. Het planvoornemen betreft een inbreidingslocatie in bestaand stedelijk gebied. De toekomstige bewoners zullen gebruik maken van de voorzieningen die hiervoor al in de wijk en daarbuiten aanwezig zijn. Er worden – buiten de kwaliteitsimpuls – geen nieuwe voorzieningen gerealiseerd. - Inclusief Inclusiviteit versterken we door de toegankelijkheid te vergroten, omdat we vinden dat onze openbare ruimte van en voor iedereen is.

De ‘openbare ruimte’ die onderdeel uitmaakt van het planvoornemen dan wel hierdoor wordt verbetert wordt zodanig ingericht dat die voor iedereen toegankelijk is. 2. Leefbare kernen Om de dorpskernen leefbaar te houden wil de gemeente passende woningen, duurzame mobiliteit, veiligheid, voldoende voorzieningen en een levendige gemeenschap. Daarbij onderscheidt ze de volgende richtinggevende ambities: - Identiteit van de kernen versterken Elke kern onderscheidt zich. De karakters van onze diverse kernen versterken we. Hoe we dit precies doen en een precieze beschrijving (van de karakters) van de kernen werken we in de komende jaren uit in een programma per dorpskern. Dit wordt verder uitgewerkt, waardoor hier nog niet aan getoetst kan worden. Gezien het project de functie ‘wonen’ bevat, de woonvisie accenten per kern legt en het planvoornemen in deze motivering aan die visie getoetst is is voor zover mogelijk aan dit onderdeel getoetst. - Innovatief, compact, betaalbaar wonen We staan voor een enorme woningbouwopgave. Door innovatief in te breiden met een compact, betaalbaar en divers woningaanbod, zien we kansen om deze woningbouwopgave te combineren met de eerder genoemde opgaven. We willen een grote variatie aan woningen, die aansluit bij de behoefte. Bijzonder aandacht geven we aan de toename aan ouderenwoningen, gezien de vergrijzing de komende 20 jaar.

Omdat we tempo willen maken, zullen we ook in de kernranden gaan bouwen. Gezondheid, groen, klimaat, landschap en water zullen sturend zijn bij het bepalen van de locatie en de inrichting. TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 38 van 91

Het planvoornemen bevat een appartementencomplex voor 25 sociale huurwoningen. Betaalbare woningen die hard nodig zijn om te kunnen voorzien in de woonbehoefte. - Groen, klimaatadaptief en circulair Om de kernen goed op de toekomst voor te bereiden, werken we aan groene, klimaatadaptieve en natuurinclusieve kernen. Groen, omdat we inmiddels weten dat dat bijdraagt aan een positieve gezondheid. We gaan werken met een groennorm, om zeker te stellen dat ook onze kwetsbare medemens voldoende ruimte heeft om te spelen, te bewegen en te ontmoeten. De weersextremen van droogte en hitte tot wateroverlast komen steeds vaker voor en dat betekent dat we onze kernen klimaatadaptief maken. Vasthouden van water, afkoppelen van regenwater van rioolwater en minder tegels en andere verharding dragen bij aan infiltratie van regenwater in de bodem. Bij grote wateroverlast zullen we echter nabij de kernen op zoek gaan naar tijdelijke waterbergingsgebieden. Met natuurinclusieve kernen zorgen we dat de flora en fauna mee kan profiteren van onze gebouwde omgeving. Zowel in het groen als in en op de gebouwen. In de Peelhorst en het beekdallandschap zijn we terughoudend met bouwen en de aanleg van zonneparken. Het planvoornemen ligt op de Dekzandgronden en in de Peelhorst (overgangsgebied) middenin bestaand stedelijk gebied. Samen met de realisatie van een appartementencomplex (incl.

maatregelen aan de bebouwing) en parkeerterrein, gaat een bij het gebied passende kwaliteitsimpuls in de bestaande openbare ruimte gepaard. Het sluit daardoor aan bij de ambities van beide deelgebieden. - Vitale dorpscentra Met behoud van het dorpse karakter kiezen we voor compacte, aantrekkelijke en vitale dorpscentra. Doordat het planvoornemen middenin het bestaand stedelijk gebied is gelegen op korte afstand van voorzieningen, sluit het planvoornemen naadloos aan op de keus voor compacte, aantrekkelijke en vitale dorpscentra. - Meer prioriteit aan langzaam verkeer en ontmoedigen doorgaand verkeer Om de aantrekkelijkheid van onze hele gemeente te vergroten geven we meer prioriteit aan voetgangers en fietsers. We kiezen voor autoverkeersluwe en verkeersveilige kernen en een buitengebied met veilige en aantrekkelijke routes voor wandelen en fietsen. Hoe we dat precies doen, werken we later uit in een programma, in deze visie stellen we een aantal ambities op hoofdlijnen voor. Bovenlokaal verkeer leiden we snel af naar de snelwegen A50 en A59 en de provinciale weg N279 en zo voorkomen we onnodig verkeer over ons smalle wegennet. We willen op het huidige niveau het openbaar vervoer handhaven en slimmer maken. Zo willen we er voor zorgen dat er geen vervoersarmoede ontstaat. De ligging van het planvoornemen (midden in bestaand stedelijk gebied incl.

alle bestaande netwerken) is positief voor de gestelde prioriteit. - Aantrekkelijk wonen en leven Bernheze is een gemeente waar men naar elkaar omziet. Dat willen we zo houden. Dat stelt eisen aan wat we bouwen, hoe we wijken inrichten en voor wie we bouwen. Een gezonde leeftijdsmix en ruimte voor diverse combinaties van wonen en zorg en andere voorzieningen stellen we centraal. Sommige naoorlogse wijken willen we revitaliseren. Het planvoornemen bestaat uit 100% sociale huurwoningen, hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de 30% sociale huurwoningen gemeentebreed zoals in de woondeal is afgesproken. Daarnaast wordt door de kwaliteitsimpuls van de openbare ruimte bijgedragen aan een gezonde leefomgeving. - Duurzame kernen We maken onze kernen duurzaam. Dat betekent dat we in rap tempo meer circulair, CO2 neutraal, gasloos en natuurinclusief worden. De nieuwbouw is gasloos en natuurinclusief. - Veilige leefomgeving Onze kernen maken onderdeel uit van een veilige leefomgeving. Naast de meetbare veiligheid (rationeel) hebben we ook aandacht voor de beleefde veiligheid. We hanteren het principe dat bij florerende en innoverende ondernemingen ondermijning geen kans maakt. Voor het planvoornemen zijn de omgevingsrisico’s in beeld gebracht. Elders in deze motivering wordt daarop ingegaan. Hieruit blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Bewoners van de omgeving van de locatie worden betrokken bij de beoogde kwaliteitsimpuls van de openbare ruimte in de omgeving. - Ruimte aan inwonersinitiatieven Inwoners en ondernemers nodigen we uit om bij te dragen aan de ambities van de omgevingsvisie. We geven als gemeente daarom ruimte aan inwonersinitiatieven. TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 39 van 91

Dit is voor het planvoornemen niet aan de orde. 3. Klimaatadaptatie en herstel van biodiversiteit Het doel is schoner water, herstel biodiversiteit, minder wateroverlast, droogte en hittestress. De richtinggevende ambities hiervoor zijn als volgt: - Water en bodem sturend De eerste fundamentele keuze die we maken is dat water en bodem leidend zijn bij de keuzes die we maken. Dit betekent veel voor de inrichting en op welke locaties welke activiteiten plaats kunnen vinden, zoals woningbouw, landbouw, recreatie en natuur. De locatie is volgens de visie gelegen in één van de kernen van Bernheze. De bodemkwaliteit van de locatie is goed. - Vasthouden van elke druppel water Het watersysteem was tot nu toe ingericht om snel water af te voeren. De enorme gevolgen van hitte en droogte vraagt om een omslag in het huidige systeem: naar het vasthouden van water. Het waterschap neemt hierin het voortouw en laat beken meer meanderen, maakt watergangen ondieper en met stuwen voorkomen dat het water het gebied verlaat. Door klimaatverandering zullen deze vaker en langduriger voorkomen. Tegelijkertijd zullen we bij hevige piekbuien voorzieningen moeten treffen om water tijdelijk op te slaan. Het grondwaterniveau ligt voldoende laag om het op de locatie vallende regenwater ondergronds te bergen en droge voeten te houden. Hiervoor is op de locatie voldoende ruimte aanwezig.

- Aangename plekken Rekening houdend met extremere weersomstandigheden realiseren we aangename plekken waar iedereen toegang toe heeft in de openbare ruimte. Loofbomen met een groot kroonoppervlakte en op de lange termijn geschikt zwemwater kunnen voor verkoeling zorgen. Om het gevaar voor natuurbranden te verminderen gaan we naaldbossen omvormen naar loof- of gemengd bos. Een kwaliteitsimpuls van bestaande groene ‘openbare ruimte’ maakt onderdeel uit van het planvoornemen, hiermee wordt een aangename plek verbeterd/ behouden. - Herstel biodiversiteit De opgave voor het herstellen van de biodiversiteit is fors en daarom nemen we ook in Bernheze een flink aantal stappen. We beschermen vanzelfsprekend wat we al hebben en herstellen de biodiversiteit waar kansen zich voordoen. Naast de grotere natuurgebieden als de Peelhorst en het beekdallandschap, vragen bijvoorbeeld de Ecologische VerbindingsZones (EVZ), weidevogelgebieden, zandwegen, houtwallen, (natuurvriendelijke) oevers en lanen onze aandacht. De biodiversiteit op de locatie is op dit moment niet als bijzonder waardevol beschouwd, zie de quickscan flora en fauna die voor het planvoornemen is uitgevoerd. Wel blijft de op de locatie aanwezige beplanting zoveel mogelijk bestaan. Aanvullend daarop de openbare ruimte voorzien van een kwaliteitsimpuls.

Hierbij wordt rekening gehouden met het effect dat dit kan hebben op de biodiversiteit. Er zal in dit kader passende beplanting worden toegepast. - Energie inpassen in het landschap Energieneutraal worden, met oog voor het landschap vinden we passen bij het zorg dragen voor onze leefomgeving. Initiatiefnemers van zonneparken en windmolens houden rekening met de fauna en belangrijke landschappelijke waarden. Het planvoornemen bestaat niet uit een zonnepark of windmolens. Onderdeel van het planvoornemen is wel de opwekking van duurzame energie voor eigen gebruik (zonnepanelen op het dak). - Bewustwording en gedrag Om maximaal de 30.000 inwoners en ondernemers te vragen zich in te zetten voor klimaat en natuur zetten we ook in op bewustwording en gedrag. Het planvoornemen is geen bewustwordingsproject, maar draagt door de kwaliteitsimpuls van de openbare ruimte wel bij aan o.a. de biodiversiteit, klimaatadaptatie en ontmoeten. De ligging middenin het bestaand stedelijk gebied nabij de voorzieningen nodigt uit om niet met de auto, maar juist wandelend of op de fiets te verplaatsen. 4. Een vitale en duurzame landbouw en economie Om een vitale en duurzame landbouw en economie te realiseren zijn de randvoorwaarden: gezondheid, meer kringloop-landbouw, schone energie en circulaire economie.

De volgende ambities staan daarbij centraal: TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 40 van 91

- Innovaties in voedsel- en grondstof-productie Bernheze blijft een innovatieve toplocatie voor (grootschalige) voedsel- en grondstofproductie. We zetten onze kennis en mensen in om koploper te blijven en te laten zien hoe we met technische innovaties en slimme bedrijfsvoering ook in de nieuwe opgaven kunnen voorzien. We zorgen dat het vestigingsklimaat uitstekend blijft. Onderdeel van een aantrekkelijk vestigingsklimaat is goede huisvesting, het planvoornemen voorziet daarin. - Extensivering We geven graag ruimte aan innovatieve andere (meer extensieve) vormen van landbouw. Deze willen we graag concentreren in het Peelhorstgebied en het beekdallandschap van de Aa en Leijgraaf. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw. - Combineren van sterke landbouw met groen-blauwe functies Waar nog gezonde jonge bedrijven aanwezig zijn en ook groen-blauwe opgaven liggen, zoeken we naar maatwerk. De bedrijven blijven in hun huidige omvang ondernemen. Waar mogelijk ontwikkelen we nieuwe bossen of natuurlijke gebieden, bij voorkeur samen met de daar aanwezige boeren. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw. - We beperken overlast en zoneren zorgvuldig De landbouw gaat meer rekening houden met andere functies en wil de overlast en risico’s op gezondheidsschade beperken.

Nabij de kernen gaan we ondernemers die willen groeien vragen of ze op een andere plek in het dekzandgebied verder willen boeren. Groei nabij de kernen van overlast gevende bedrijven vinden we niet meer passend. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw. Verderop in motivering is gemotiveerd dat de huidige landbouwbedrijven in en om de gemeente geen belemmering vormen voor het planvoornemen. Andersom belemmert het planvoornemen huidige landbouwbedrijven niet. - Nieuwe verdienmodellen We zetten in op nieuwe verdienmodellen voor een vitale landbouwsector op het gebied van biobased grondstoffenteelt, natuur- en landschapsbeheer, energie, recreatie en toerisme etc. Daar moet dan wel een marktconforme vergoeding tegenover staan. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw en kan zolang er geen biobased grondstoffenteelt in de gemeente is afnemer zijn en een marktconforme vergoeding bieden. - Aandacht voor de menskant De transitie van de landbouw heeft ook een emotionele kant. We waarderen het initiatief van de landbouworganisaties om aandacht te geven aan de menskant van de ondernemer. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw. - Duurzame en toekomstbestendige economie De opgave om de stikstofuitstoot te verminderen, circulair, klimaatbestendig, natuurinclusief, energieneutraal te worden en social return uit te werken raakt ook het bedrijfsleven.

Onze ondernemers vragen we hierin het voortouw te nemen. Het planvoornemen draagt bij aan diverse van deze doelen, denk aan klimaatbestendig en natuurinclusief. Hiervoor is dit reeds gemotiveerd, het komt ook tot uiting op andere plekken in deze motivering. - Koesteren en stimuleren van lokale bedrijvigheid De lokale bedrijvigheid in Bernheze is sterk ontwikkeld en zorgt voor werkgelegenheid en levendige dorpskernen. Deze stimuleren we waar mogelijk. Regionale bedrijfsterreinen zijn na Heesch West niet meer wenselijk. Het planvoornemen bestaat niet uit de vestiging, uitbreiding of iets dergelijks van een onderneming. - Hernieuwbare energie en sterke elektriciteitsinfrastructuur Om aan de opgaven in de RES te voldoen zal Bernheze indien zonnedaken en -parken onvoldoende opleveren ook inzetten op windmolens aan de westgrens van de gemeente. Om de elektriciteitsvraag met hernieuwbare energie te kunnen bijbenen zijn forse investeringen nodig in de elektriciteitsinfrastructuur. Daarnaast juichen we experimenten toe om energie op te slaan. Voor energiecoöperaties of agrariërs liggen daar kansen. Het planvoornemen bevat zonnepanelen voor eigen gebruik. Zoveel mogelijk zal ervoor gezorgd worden om in de eigen energiebehoefte te voorzien. 5. Het behoud en verbetering van de kwaliteit van landschap en erfgoed

TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 41 van 91

Van belang is het versterken van de cultuurhistorie, beschermen en behouden van landschappelijke waarden, kwaliteit openbare ruimte. De volgende ambities zijn hiervoor richtinggevend: - Beschermen en herstellen van cultuurhistorische elementen en structuren Bernheze kent een rijke geschiedenis, waarbij in het landschap en in onze kernen cultuurhistorische elementen nog steeds zichtbaar zijn. Deze willen we behouden. Verderop in deze motivering is een paragraaf opgenomen over archeologie en cultuurhistorie. Hieruit blijkt dat op de locatie geen sprake is van cultuurhistorische elementen en structuren of archeologische waarden. Door het planvoornemen is geen sprake van de aantasting van deze aspecten. - Toekomstige ontwikkelingen benutten de kenmerken van het landschap en het erfgoed Ons erfgoed en landschap zijn een inspiratiebron voor toekomstige ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Op deze manier blijft de geschiedenis leesbaar. Doordat voorafgaand aan de planvorming een analyse is gedaan van de locatie, haar directe en wijdere omgeving is op basis van deze randvoorwaarde ontwikkeld. - Toegankelijk en beleefbaar erfgoed en landschap De kwaliteit van ons landschap en erfgoed zijn de herkomstwaarde van Bernheze. Deze willen we omarmen en onderdeel maken van ons onderscheidend vermogen.

Daarom kiezen we ervoor om de toegankelijkheid en beleefbaarheid van erfgoed en het landschap te vergroten. Door het planvoornemen wordt de beleefbaarheid van het landschap vergroot, omdat een kwaliteitsimpuls van de bestaande openbare ruimte onderdeel uitmaakt van het planvoornemen. - Concrete projecten ondersteunen We geven het erfgoed een nieuwe toekomst door de totstandkoming van nieuwe projecten te ondersteunen. Je kunt dan denken aan de Bronsschat, het Geopark en monumentale gebouwen. Erfgoed is geen aspect dat op de locatie extra aandacht behoeft. Uit voorgaande blijkt dat het planvoornemen bijdraagt aan de doelstellingen zoals in de Omgevingsvisie Bernheze 2040 voor de gemeente zijn geformuleerd. 5.4.2 Groenstructuurplan Over hoe omgegaan wordt met bomen in de gemeente heeft de gemeente het Bomenbeleidsplan Gemeente Bernheze 2017-2027 vastgesteld. Hierin is opgenomen dat bomen belangrijk zijn voor het groene imago van de gemeente. Het zijn belangrijke vormgevingselementen, vervullen een belangrijke ecologische functie en verbeteren de luchtkwaliteit. Daarnaast zorgen de aanwezigheid van groen en bomen voor waardestijging van onroerend goed en daling van het aantal gezondheidsklachten. Er is een diversiteit aan uitdagingen en kansen waarvoor de gemeente staat op het gebied van van groen en bomen.

Ondergronds is steeds minder ruimte beschikbaar en boomwortels drukken verhardingen op. De klimaatverandering noodzaakt tot het hebben van meer open grond om water te kunnen infiltreren. Dit biedt kansen om bomen betere, duurzamere groeiplaatsen te bieden. Het planten van bomen kan helpen om het urban heat island effect in de kernen te temperen en de terugloop van de bijenstand tegen te gaan. In de forse woningbouwopgave waarvoor de gemeente staat is het een uitdaging om een goede rood-groenverhouding te houden. De beleidsambities van de gemeente zijn geënt op: -

Toepassing van een vuistregel die zorgt voor een goede rood-groen-blauw balans bij nieuwe ontwikkelingen; Het werken met een groenparagraaf die laat zien hoe wij keuze maken ten aanzien van groen en natuur bij nieuwe ontwikkelingen; Toekomst- en omgevingsgericht ontwerpen; Een goede balans tussen het behouden van bomen en het tegemoetkomen aan wensen; Een goed onderhoud van de openbare ruimte met specifieke aandacht voor boomonderhoud en beheersing van verhardingsopdruk door boomwortels; Het gericht werken naar het ‘wensbeeld bomen’; Het werken aan respect en waardering voor bomen.

Toetsing Nabij/rondom de locatie is sprake van een ‘Structuur’. Het gaat hier om een groen raamwerk over de gemeente dat lijnvormige elementen en groene vlakken bevat die het aanzicht van de gemeente bepalen. TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 42 van 91

De structuren hebben een middelhoge beschermingsgraad, wat is vastgelegd in het groenstructuurplan. In geval van ruimtelijke ontwikkelingen is de ambitie voor de structuren dat de structuur als geheel zo veel mogelijk blijft behouden, dat de mogelijkheid voor inpassing wordt onderzocht, de doelleeftijd en het streefbeeld uitgangspunt is voor aanleg en dat het werkprotocol bomen en bouwen de handeling bepaalt (inpasbaarheidsonderzoek, groenparagraaf, afweging). Omdat nabij een structuur wordt ontwikkeld waarin bomen aanwezig zijn is door Duifhuizen boomadviesbureau een boomeffectanalyse uitgevoerd om het effect van het planvoornemen op de bomen te beoordelen. De boomeffectanalyse is bijgevoegd bij deze motivering (bijlage 2). De rapportage kent de navolgende conclusie en advies. “4.1 EINDOORDEEL EFFECTEN De onderzoeksvragen (paragraaf 1.3) kunnen als volgt beantwoord worden: Ad1) Is behoud van de boomtechnische kwaliteit van de bomen mogelijk? (Ofwel: kunnen de bomen op de huidige standplaats blijven voortbestaan met behoud van minimaal dezelfde restlevensduur, conditie en habitus?) • Dit is mogelijk voor drie bomen (1,6,7). • Dit is niet mogelijk voor de overige zeven bomen. De verwachte wortelschade bij de voorgenomen ontgraving kan leiden tot vermindering van stabiliteit en/of conditie.

Ad 2) Is behoud van de functie of waarde van de bomen mogelijk? (Ofwel: Kunnen de bomen op de huidige standplaats blijven voortbestaan met behoud van hun functie of waarde?) Hiervoor geldt hetzelfde als onder 1). Bovengronds verandert er niets zodat het boombeeld ongewijzigd blijft. 4.2 RANDVOORWAARDEN Om de aanleg van de parkeervoorziening mogelijk te maken met duurzaam behoud van de zeven bomen (zie 4.1) zal bij het (aangepaste) ontwerp rekening moeten worden gehouden met de volgende randvoorwaarden (eisen): • een minimale graafafstand van 2 meter (uit hart stamvoet) bij de twee toekomstbomen; • een minimale graafafstand van 1,5 meter (uit hart stamvoet) bij boom 8; • binnen de kwetsbare boomzone (kroonprojectie + 1,5 m) een maximale ontgravingsdiepte van 15 cmmv. 4.3 ALTERNATIEVEN Aan de in paragraaf 4.2 geformuleerde eis t.a.v. de ontgravingsdiepte kan worden voldaan door gebruik te maken van een speciale fundering met boomkratten (Permavoid of vergelijkbaar). Dit heeft de volgende voordelen: • kleinere ontgravingsdiepte (de kratten zijn 8,5 cm dik); • voorkomen van bodemverdichting door drukspreiding; • verbeteren van de zuurstofvoorziening door de luchtlaag in de kratten; • verbetering van de infiltratie van regenwater. De boomkrattenfundering zal minimaal moeten worden toegepast ter hoogte van de kwetsbare boomzone(s) van de zeven bomen.

Omdat de totale opbouw van verharding inclusief fundering ca. 20 cm bedraagt moet rekening worden gehouden met een kleine verhoging van de parkeervoorziening t.o.v het huidige maaiveld (5 cm). 4.4 ADVIES Geadviseerd wordt: • Het ontwerp aan te passen zodat aan de eisen (minimale graafafstanden en -diepte) kan worden voldaan. • De toepasbaarheid van de boomkratten (tenminste binnen de kwetsbare boomzone van de zeven genoemde bomen) te onderzoeken. • Bij boom 8 te laaghangende takken te verwijderen tot een doorrijhoogte van minimaal 420 cm. • De bomen en hun groeiplaats te beschermen door, voorafgaand aan alle werkzaamheden, het aanbrengen van aaneengeklonken, niet verplaatsbare bouwhekken (afb. 20).

TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 43 van 91

•

Bij alle bomen de werkzaamheden rondom bomen zorgvuldig uit te voeren overeenkomstig de algemene richtlijnen zoals deze zijn opgenomen in bijlage 2.

” Naar aanleiding van het advies met randvoorwaarden van Duifhuizen boomadviesbureau heeft de initiatiefnemer aanpassingen doorgevoerd in het ontwerp. Duifhuizen boomadviesbureau heeft deze aanpassingen (hieronder weergegeven) positief beoordeeld. Dit is in het onderzoek (bijlage 2 opgenomen). Aanpassingen aan ontwerp: • de parkeerplaatsen en parkeerweg zijn 0,5 meter in oostelijke richting verplaatst zodat aan de (minimale) graafafstanden van de toekomstbomen en boom 8 voldaan kan worden; • De verhardingen, voor zover ze zich bevinden binnen de kwetsbare boomzone van de bomen worden gefundeerd met Permavoid boomkratten. Hierdoor wordt binnen deze zone(s) slechts ontgraven tot max. 15 cm-mv waardoor de beworteling maximaal ontzien kan worden. • Onderstaande afbeelding geeft het aangepaste ontwerp weer.

Beoordeling gemeente Bernheze De gemeente Bernheze heeft het ontwerp inclusief de beoogde constructieopbouw beoordeeld en is ermee akkoord. Ook kunnen zij de bevindingen zoals opgenomen in de boomeffectanalyse onderschrijven. Een en ander onder de voorwaarde dat de conclusies en adviezen zoals in hoofdstuk 4 en 5 van de boomeffectanalyse zijn opgenomen opgevolgd worden. Om dit te borgen is hiervoor een regeling opgenomen in de regels van deze wijziging van het omgevingsplan. TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 44 van 91

Conclusies De bomen nabij de locatie kunnen – mits de aanbevelingen zoals geformuleerd in de boomeffectanalyse worden toegepast - behouden blijven. 5.4.3 Woonvisie 2022 – 2026 ‘Perspectief op goed wonen in onze kernen’ In samenwerking met onder andere woningcorporaties, huurdersorganisaties, dorpsraden, zorg- en welzijnsinstellingen heeft de gemeente Bernheze een woonvisie opgesteld. Deze is op 2 november 2021 door de gemeenteraad van Bernheze vastgesteld. Met deze woonvisie wordt ingezet op betaalbaarheid, waarbij de aandacht hoofdzakelijk wordt gericht op de doelgroepen senioren, jongeren en jonge gezinnen. In 2021 zijn de woonwensen en -behoeften van de inwoners gepeild middels presentaties en bijeenkomsten. De uitkomsten van dit specifieke onderzoek, alsmede het gebruik van diverse algemene onderzoeken (Woonwensenonderzoek 2019 Bernheze, Woonwensen onderzoek 2019 van de regio Noordoost Brabant en de regionale woningmarktmonitor 2020), zijn gebruikt voor het opstellen van de nieuwe woonvisie. Deze spitst zich toe op vijf thema’s: 1. -

Voldoende woningen bouwen, snel en voortvarend In de periode tot en met 2026 worden er 1.160 woningen toegevoegd. Er wordt in ieder kern gebouwd. Er wordt ingezet op woningbouw op inbreidings- en op uitbreidingslocaties. Meer regie op de woningbouwproductie. De keten van idee naar uitvoering waar mogelijk versnellen. Voorrang aan grotere woningbouwplannen.

2. -

De juiste woningen op de juiste plek Focus op betaalbaarheid. Meer woningen voor jongeren en senioren. Meer variatie in het woningaanbod. Maatwerk per kern. Openstaan voor experimenten in woonvormen en gronduitgiften. Meerdere, uiteenlopende doelgroepen in één woningbouwontwikkeling. Een bij de behoefte passend woningbouwprogramma. Steviger regie voeren op de programmering en realisatie (in aantal en kwalitatief). ‘’Out of the box” denken voor aanvullend instrumentarium. Committeren aan de taakstelling voor vergunninghouders. RvR-woningen anders insteken: clusteren in kernrandzone, een gevarieerder programma dat voldoet aan de woonvisie, dus: meer betaalbaar, woonzorg en alternatieve woonvormen.

3.

Toekomstbestendig en duurzaam Duurzame bestaande voorraad en nieuwbouw: Energieneutraal in 2050. Nieuwbouw BENG en gasloos. De hele woningvoorraad van het gas af in uiterlijk 2050. Op kortere termijn focus op no regret maatregelen. In 2030 heeft het woningbestand van iedere corporatie gemiddeld energielabel A en zijn alle sociale huurwoningen waar mogelijk voorzien van zonnepanelen.

4. -

Wonen en zorg: Alle inwoners leven in een veilige thuissituatie. Voldoende woonaanbod om mensen met en zonder zorgvraag zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen laten wonen. Samenwerking met betrokken partijen intensiveren.

5.

Maatwerk voor onze kernen

TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 45 van 91

-

Voldoende en de juiste woningen bouwen in iedere kern. Werken aan een toekomstbestendige woonomgeving, fysiek en sociaal. Ontmoeten stimuleren. Samenwerken met Dorpsraden voortzetten.

6. Samenwerken aan uitvoering In de woonvisie zijn per dorp ook accenten gelegd. Voor Heesch zijn dit, per thema, de volgende accenten. 1. Uitgangspunt op basis van notitie ‘Bouwen voor de Toekomst’: vergroten voorraad woningen met 580 woningen. 2. Gevarieerd programma conform differentiatie woningbouwprogramma. 3. Nieuwbouw van circa 175 sociale huurwoningen. 4. Project opzetten met mix voor jongeren en ouderen. 5. In totaal is 20 tot 25% van de nieuwe woningen levensloopbestendig en/of bestaat uit nieuwe woonzorgconcepten. 6. Kleinschalige collectieve woonzorgvormen en hofjeswoningen nabij bestaande zorglocaties en voorzieningen, en in woonboerderijen. 7. Langer thuis wonen mogelijk maken. 8. Huiskamers in de wijken (geclusterd wonen of ruimtes maken dan wel aanwijzen voor ontmoeten). Het planvoornemen is passend in het gemeentelijke woningbouwprogramma. Dat betekent dat er in kwantitatieve zin ruimte is voor de te realiseren appartementen. De appartementen die zijn beoogd betreffen 25 sociale huurappartementen met een oppervlakte van ca. 66 m2 BVO. Al deze appartementen zijn levensloopbestendig, waardoor de appartementen geschikt zijn voor zowel starters als ouderen, doelgroepen waarvoor een grote behoefte is. Onderhavig planvoornemen vindt aansluiting bij de woonvisie 2022 – 2026. 5.4.5

Woondeal

Op 9 maart 2023 is de regionale Woondeal ondertekend. De inzet van de woondeal is er vooral op gericht om bestaande plannen daadwerkelijk en sneller te realiseren. Naast het versneld realiseren van woningen wordt het aandeel betaalbare woningen in nieuwbouwprojecten vergroot (tot 67%) voor zover mogelijk en wenselijk. De nadruk ligt daarbij op de realisatie van sociale huurwoningen (30%). Daarmee is de Regionale Woondeal een inspanningsverplichting. In deze paragraaf wordt het voorliggende planvoornemen getoetst aan de Woondeal. Het planvoornemen bestaat voor 100% uit betaalbare woningen, daar het gaat om 100% sociale huurwoningen. Dit programma sluit niet aan bij de verdeling waarvan de woondeal uitgaat, maar wel bij de grote behoefte aan de sociale huurwoningen in de kern Heesch. Omdat voor plannen tot 4 woningen de woondeal niet wordt toegepast en die vaak bestaan uit woningen in het duurdere segment, is het om de sociale woningbouwopgave te realiseren over het totaal genomen passend om dit planvoornemen dat alleen uit sociale huurwoningen bestaat te ontwikkelen. 5.4.6

Welstandsnota Bernheze

Bij nieuwbouw of verbouw beoordeelt de gemeente met een welstandstoets of het bouwwerk past in de omgeving. Dit doet de gemeente op basis van de aanvraag voor een omgevingsvergunning op basis van de welstandsnota. De welstandsnota volgt uit artikel 12a, lid 1 van de Woningwet. Hierin staat dat bestaande en nieuwe bouwwerken niet in strijd mogen zijn met redelijke eisen van welstand. Nu de Omgevingswet in werking is getreden, zijn de artikelen over welstand in de Woningwet vervallen. Voor de welstandsnota geldt overgangsrecht. De regels voor een welstandstoets zijn opgenomen in artikel 22.7 en 22.29 van de bruidsschat. Daarmee maken deze regels deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Daarnaast geldt specifiek voor de welstandsnota overgangsrecht. Dit staat in artikel 4.114, lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet. Nadat de Omgevingswet in werking is getreden, is de TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 46 van 91

welstandsnota een beleidsregel, als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Dit artikel regelt dat als regels over het uiterlijk van bouwwerken uitleg behoeven, de gemeenteraad beleidsregels vaststelt. Dit betekent niet dat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet de beleidsregels over de plaatsing van het bouwwerk in de welstandsnota vervallen. Ook deze onderdelen van de welstandsnota worden meegenomen bij de behandeling van de bouwaanvraag (artikel 22.29 van de bruidsschat). De welstandsregels gelden uiteraard niet voor een (in het tijdelijk deel van het omgevingsplan aangewezen) gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn. Op basis van voorgaande is de welstandsnota Bernheze nog steeds van kracht, hieraan moet dan ook getoetst worden. In de gemeente Bernheze zijn veel gebieden welstandsvrij. Voor enkele locaties blijft welstandstoezicht wel van toepassing. Dit geldt voor cultuurhistorische waardevolle gebieden die het bijzondere karakter van Bernheze bepalen. Er zijn in deze nota 15 gebieden aangewezen waar welstandseisen gelden. De welstandseisen zijn samengebracht in drie gebiedstypen: • het agrarisch cluster; • het historisch dorpscentrum; • de woningbouw uit de wederopbouwperiode. Onderhavige ontwikkeling ligt niet in één van deze welstandsgebieden.

Dit betekent dat de welstandscommissie een eventuele (want bouwactiviteiten maken geen onderdeel van het planvoornemen uit) omgevingsvergunning niet toetst. 5.4.7

Doelgroepenverordening

Op 14 december 2023 heeft de gemeenteraad de ‘Doelgroepenverordening gemeente Bernheze 2023’ vastgesteld. De doelgroepenverordening regelt niet alleen voor welke doelgroepen de nieuwbouw van sociale en middeldure huurwoningen bedoeld zijn en de instandhoudingstermijnen maar regelt ook de aanvangshuren, de differentiatie, een eventuele afdracht aan het fonds sociale woningbouw en de prijs/kwaliteitverhoudingen van nieuwbouwwoningen. Deze biedt daarmee de mogelijkheid om de voornemens zoals vastgelegd in de Woonvisie 2022-2026 om te zetten in bindende regels. In overeenstemming met de Doelgroepenverordening is in de regels van dit omgevingsplan vastgelegd dat in het kostenverhaalsgebied alleen sociale huurwoningen kunnen worden gerealiseerd. Tevens is vastgelegd welke maximale/minimale prijzen voor deze woningen mogen worden gehanteerd en gedurende welke perioden deze woningen als zodanig in stand gehouden moeten worden. De doelgroepenverordening is in dit omgevingsplan doorvertaald. 5.4.8

Mobiliteitsvisie en parkeerbeleid gemeente Bernheze

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat verschillende rijkinstructieregels voor de instandhouding van de Rijksinfrastructuur. Mobiliteit is verder een aspect dat in de omgevingsvisies, de omgevingsverordening en het omgevingsplan meeweegt vanuit een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Bij nieuwe ontwikkelingen moet in acht genomen worden dat er geen belemmeringen zullen ontstaan voor de omliggende wegen. Daarnaast moeten er ook voldoende parkeerplaatsen voor (deel)auto’s en voor fietsen gerealiseerd worden. Wat voldoende is, is afhankelijk van de locatie en gemeentelijk beleid. Vanuit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zijn er twee nationale belangen gericht op mobiliteit: - Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; - In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te bezien welke veranderingen er optreden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en het parkeren. 5.4.8.1 Mobiliteitsvisie

TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 47 van 91

De mobiliteitsvisie (18 april 2024) schetst een wensbeeld waarmee de gemeente aan de slag wil gaan op het gebied van verkeer. Deze mobiliteitsvisie vormt de eerste stap om te komen tot een nieuw mobiliteitsplan Berheze. In de Mobiliteitsvisie wordt een aantal ambities en speerpunten geformuleerd. De ambities met de speerpunten zijn: Ambitie 1: Iedereen kan meedoen

Speerpunt 1a 1b

Ambitie 2: Leefbare kernen

Ambitie 3: Veilig en bereikbaar buitengebied

Behoud en versterking openbaar vervoer Ruimte voor deelvervoer en initiatieven maatwerkvervoer 1c Eenduidige en toegankelijke wegen en paden Speerpunt 2a Verlagen van verkeersdruk in kernen 2b Benutten potentie lopen en fietsen als volwaardige vervoerswijze 2c Goede ontsluiting ruimtelijke ontwikkelingen 2d Toekomstbestendig parkeren en duurzame mobiliteit Speerpunt 3a 3b 3c 3d

Veilige fiets- en loopverbindingen tussen de kernen Faciliteren transitie landbouw Verminderd sluipverkeer onderliggend wegennet Beheer en onderhoud

In verband met het planvoornemen zijn speerpunten 2c en 2d relevant. Hierop wordt hieronder en in paragraaf 5.4.8.2 Parkeerbeleid gemeente Bernheze ingegaan. Verkeersbewegingen In de huidige situatie is er op de locatie een parkeerterrein aanwezig ten behoeve van onder andere de naastgelegen basisschool. Het planvoornemen veroorzaakt (doordat er geen andere functie verdwijnt) een toename van het aantal verkeersbewegingen. Onderstaand is deze toename weergegeven. Deze cijfers zijn verkregen via de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ van CROW. De locatie is gelegen in ‘rest bebouwde kom, het is er ‘weinig stedelijk’. Functie

Gemiddelde verkeersgeneratie per etmaal per stuk

Aantal

Gemiddelde verkeersgeneratie per etmaal totaal

Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)

4,1 (norm: 3,7-4,5)

25

102,5 verkeersbewegingen (gemiddeld, 4,1 per woning) 112,5 verkeersbewegingen (worst-case, 4,5 per woning)

In de Verkeersveiligheidstoets (bijlage 11) die voor het planvoornemen door Kragen is uitgevoerd is beoordeeld wat het effect van de verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen is. Hieruit blijkt het volgende: “Volgens de documenten die onderdeel uitmaken van het nog vast te stellen omgevingsplan resulteert de ontwikkeling in een intensiteitstoename (verkeersgeneratie) van 113 motorvoertuigen per etmaal. Voor het maatgevende spitsuur wordt een percentage 10% van de TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 48 van 91

etmaalintensiteit aangehouden. Dit betekent een toename van circa 12 motorvoertuigen gedurende het maatgevende spitsuur. Dit verkeer verdeelt zich naar verwachting over de verschillende richtingen. Deze extra verkeersbewegingen hebben geen negatief effe ct op het onderliggend wegennet.” Ontsluiting De locatie is gelegen op de hoek Mozartlaan-Verdilaan in Heesch. Op deze bestaande wegen worden het complex en het nieuw aan te leggen parkeerterrein ten zuiden ervan direct ontsloten. Er hoeven daarom geen nieuwe openbare wegen aangelegd te worden om het complex of parkeerterrein te kunnen ontsluiten. In samenhang met de aanleg van het nieuwe parkeerterrein ten zuiden van het complex wordt de Verdilaan ter hoogte van huisnummers 94 t/m 112 aangepast naar een langzaam verkeersverbinding. Bij het opstellen van het inrichtingsvoorstel wordt ermee rekening gehouden dat de woningen die aan deze langzaamverkeersverbinding komen te liggen blijvend goed bereikbaar zijn voor calamiteiten. De ontsluiting van de locatie (en de woningen aan de langzaamverkeersverbinding) is goed te noemen. Vanaf meerdere zijden, via de Verdilaan en de Mozartlaan, is de locatie bereikbaar, wat als voordelig wordt beschouwd in geval van calamiteiten.

Voor de woningen aan de langzaamverkeersverbinding geldt dat bereikbaarheid voor calamiteitendiensten uitgangspunt is bij de uitwerking van het inrichtingsvoorstel van de langzaamverkeersverbinding, waardoor de bereikbaarheid in geval van calamiteiten is gewaarborgd. In de Verkeersveiligheidstoets (bijlage 11) die voor het planvoornemen door Kragen is uitgevoerd zijn de uitritten van het planvoornemen beoordeeld. Kragten adviseert de uitritten van de beide parkeerterreinen minimaal 4,80 meter breed te maken. Bij de realisatie wordt aan dit advies gevolg gegeven. Verkeersveiligheid Om de potentiële verkeersveiligheidsknelpunten te identificeren en mogelijke oplossingsrichtingen aan te geven is ten behoeve van het planvoornemen door Kragten een Verkeersveiligheidstoets (bijlage 11) uitgevoerd. Uit de Verkeersveiligheidstoets blijkt dat het planvoornemen niet leidt tot een verslechtering van de verkeersveiligheid in de directe omgeving ervan. Aangaande de zichtsituatie wordt specifiek geconcludeerd dat de analyse dat het beoogde appartementencomplex geen belemmering vormt voor het zicht op de openbare weg. De overzichtelijkheid van de verkeerssituatie blijft hiermee behouden. In de Verkeersveiligheidstoets worden aanvullend enkele adviezen ten aanzien van de verkeersinrichting gedaan, aan deze adviezen wordt bij de realisatie gevolg gegeven.

5.4.8.3 Parkeerbeleid gemeente Bernheze Parkeren Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid (18 april 2024) en de daarbij behorende parkeernormen geldt voor het planvoornemen een parkeerbehoefte van 27,5 parkeerplaatsen. Voor het type ‘huur, appartement, sociale huur) geldt de norm van 1,1 parkeerplaatsen voor auto’s per woning. Dit betekent een parkeerbehoefte van 25 x 1,1 = 27,5 parkeerplaatsen. De gemeente Bernheze biedt de mogelijkheid om (een deel van) de parkeervraag van een bouwplan dat niet op eigen terrein gerealiseerd kan worden, elders in de openbare ruimte op te vangen. Hiervoor moet aangetoond worden dat binnen een acceptabele loopafstand van circa 100 meter op het maatgevende drukste moment nog voldoende vrije parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Door Iv-infra B.V. is met die reden een parkeeronderzoek uitgevoerd. Het onderzoek en de aanvulling erop (n.a.v. omgevingsdialoog) is bijgevoegd bij deze motivering (bijlage 4). Uit het onderzoek blijkt dat op het drukste moment (woensdag 14.00 uur) nog 135 openbare parkeerplaatsen vrij beschikbaar waren. De bezettingsgraad bedroeg op dat moment 62%. Er kan in de openbare ruimte daardoor nog invulling gegeven worden aan een parkeerbehoefte van maximaal 81 parkeerplaatsen (ruimte tot een bezettingsgraad van 85%).

TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 49 van 91

Door de herinrichting van de locatie ontstaan er in plaats van 63 parkeerplaatsen, 75 parkeerplaatsen. Momenteel bevinden er zich 47 parkeerplaatsen achter de Emmausschool en 16 t.p.v. de Verdilaan nummers 90 t/m 118 (inclusief de 6 ter hoogte van nummers 114 t/m 118), een totaal van 63 parkeerplaatsen. Dit worden er resp. 28 en 47 (inclusief de 6 ter hoogte van nummers 114 t/m 118) zodat het totaal op 75 uitkomt. Per saldo worden er 12 parkeerplaatsen toegevoegd. Van de bestaande ‘beschikbare’ openbare parkeerplaatsen (81 stuks) zullen er voor het planvoornemen 15,5 gebruikt worden. Dit resulteert in een positief saldo van 65,5 parkeerplaatsen in de openbare ruimte. De nieuw aan te leggen parkeerplaatsen krijgen een afmeting van minimaal 2,5 x 5 meter (conform CROW) en voldoende in- en uitrijruimte. Voor fietsparkeren bij woningen tussen de 50 en 75 m2 gbo geldt een specifieke norm van 2,25 fietsparkeerplaatsen per woning. In het appartementencomplex worden bergingen gerealiseerd waarin toekomstige bewoners hun fiets kunnen parkeren. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Voldaan wordt aan het gemeentelijke parkeerbeleid.

Duurzaamheid Per 10 maart 2020 is het verplicht om bij woongebouwen waar meer dan 10 parkeervakken aanwezig zijn op hetzelfde terrein voor elk parkeervak leidinginfrastructuur (loze leidingen) aan te brengen voor de aanleg van laadpunten. Dit geldt voor nieuwe woongebouwen en voor bestaande woongebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd. In onderhavige situatie geldt deze eis ook en wordt dit als zodanig uitgevoerd. 5.4.9

Duurzame energieagenda 2021-2025: op weg naar energieneutraal Bernheze

De gemeente Bernheze heeft de ambitie om in 2050 over te stappen naar een duurzame energievoorziening, waarbij de gebruikte energie in Bernheze bestaat uit energie die in Bernheze wordt opgewekt. Om deze ambitie na te streven, heeft de gemeente Bernheze de ‘Duurzame energie-agenda 2021-2025: op weg naar energieneutraal Bernheze’ opgesteld. Deze energie-agenda heeft als horizon het jaar 2025. Dat is een tussendoel op weg naar 2050. Voor 2025 heeft de gemeente twee doelstellingen uit de Klimaatwet: - 15% van de energie is opgewekt uit duurzame bronnen (2018: 9,4%); - 20% reductie van de CO2-uitstoot ten opzichte van de uitstoot in 1990 (2018: 13,8%). Er wordt eerst ingezet op energiebesparing en het opwekken van meer duurzame energie. Voor het deel waarin de gemeente nog fossiele brandstof nodig heeft, wordt gekozen voor de minst milieubelastende vormen. In de energie-agenda staan de verschillende projecten waarmee de komende jaren invulling wordt gegeven aan de gemeentelijke doelstellingen en ambitie op het gebied van duurzaamheid. Deze projecten zijn onderverdeeld in de volgende vier overkoepelende strategische doelen voor de energietransitie: - Energieneutrale gemeente; - Energieneutrale woningen; - Energieneutrale sportverenigingen en bedrijven; - Schoon vervoer.

Door samen te werken met inwoners, ondernemers, corporaties en andere partners wordt bijgedragen aan een energieneutraal Bernheze. Het planvoornemen voldoet aan alle wettelijke vereisten rondom energieprestatie (BENG en aardgasvrij), hemelwaterberging en er hoeven geen bomen voor gekapt te worden. Dat deze ambities worden gehaald is gezien het programma een nette prestatie. Het planvoornemen draagt bij aan de energietransitie en is klimaatbestendig. Er wordt een duurzame en gezonde leefomgeving nageleefd. 5.4.10 Omgevingswaarden TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 50 van 91

De gemeente heeft vooralsnog geen gebruik gemaakt van de in het Bkl verankerde bevoegdheid tot het vastleggen van facultatieve omgevingswaarden. Toetsing hieraan is daarom op dit moment niet aan de orde. 5.4.11 Conclusie Het planvoornemen is niet in strijd met gemeentelijk beleid.

TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22m, Mozartlaan-Verdilaan ong., Heesch

Pagina 51 van 91

Hoofdstuk 6

Fysieke leefomgeving en milieu

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de ontwikkeling rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderzocht is wat de gevolgen van de nieuwe ontwikkelingen zijn op de leefomgeving ten aanzien van de onderzochte omgevingsaspecten. 6.1

Omgevingsveiligheid

6.1.1 Beleidskader Omgevingsveiligheid richt zich op het beschermen tegen incidenten met gevaarlijke stoffen, die voor de omgeving tot slachtoffers en maatschappelijke ontwrichting kunnen leiden. Het gaat bijvoorbeeld om incidenten bij opslag en bewerking van gevaarlijke stoffen. Maar het gaat ook over het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water en over het spoor of via buisleidingen en risico’s als gevolg van windturbines. De regels om ervoor te zorgen dat de risico’s rondom omgevingsveiligheid aanvaardbaar zijn staan in het Bkl, afdeling 5.1.2 (instructieregels). In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Het betreft de volgende activiteiten: • Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. • Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). • Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. • Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=4c86caed-b0a0-4d22-a2a1-416303e6c4f9