CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-Omgevingsplan De Bunders - TOE Bijlage 22 Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek

Raadsvergadering 31 oktober 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen TAM-Omgevingsplan 'De Bunders, Heesch'25.429 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORTAGE Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek Bunderstraat te Heesch in de gemeente Bernheze

Rapport archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Bunderstraat te Heesch, in de gemeente Bernheze Opdrachtgever

Accent Adviseurs Luchthavenweg 13E 5657 EA Eindhoven

Rapportnummers

19070.001 & 19070.004

Versienummer1

2

Datum

21 februari 2024

Opsteller2

De heer ir. E.M. ten Broeke

Kwaliteitscontrole

De heer drs. A.H. Schutte

1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid. 2 VRIJGAVE In onze rapportages en offertes wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Middels ons kwaliteitssysteem worden offertes en rapporten aantoonbaar vrijgegeven.

Econsultancy Archeologisch Rapport

KWALITEITSZORG Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Ook is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteitsen milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn.

Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie. Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet, NEN en KNA protocollen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. Hierbij wordt opgemerkt dat wetgeving, waaronder wettelijke eisen uit de Erfgoedwet, prevaleert boven de AVG. RECHTEN © Econsultancy bv, Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot)

Econsultancy Archeologisch Rapport

INHOUDSOPGAVE ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED SAMENVATTING 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK ................................................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK ..................................................................................................... 22 3.1 3.2 3.3

4

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................................. 1 Methoden ...................................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied ....................................................................... 2 Toekomstige situatie ...................................................................................................................... 5 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................................. 5 Archeologische waarden ................................................................................................................ 8 Beschrijving van het historische gebruik ...................................................................................... 16 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ...................................................................... 20 Afweging gekozen onderzoeksmethode inventariserend veldonderzoek ................................... 22

Doelstelling en onderzoeksvragen ............................................................................................... 22 Methoden .................................................................................................................................... 22 Resultaten .................................................................................................................................... 23

CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................................................ 25 4.1 4.2

Conclusie ...................................................................................................................................... 25 Advies ........................................................................................................................................... 27

LITERATUUR ........................................................................................................................................................ 28 BRONNEN ........................................................................................................................................................... 29 KAARTEN BIJLAGEN

TABELLEN Tabel 2-1 Tabel 2-2 Tabel 2-3 Tabel 2-4 Tabel 2-5 Tabel 2-6 Tabel 2-7 Tabel 3-1 Tabel 3-2

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Overzicht onderzoeksmeldingen Overzicht ARCHIS-vondsten Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Verleende bouwvergunningen Bosschebaan 27 Gespecificeerde archeologische verwachting Algemene bodemopbouw noordelijke en centrale deel van het plangebied Bodemopbouw zuidelijk gelegen terreindelen

KAARTEN Kaart 1. Kaart 2. Kaart 3. Kaart 4. Kaart 5. Kaart 6. Kaart 7. Kaart 8. Kaart 9. Kaart 10. Kaart 11. Kaart 12. Kaart 13. Kaart 14. Kaart 15. Kaart 16. Kaart 17a. Kaart 17b.

Het plangebied op de topografische kaart Detailkaart van het plangebied Het plangebied op een luchtfoto Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart van de gemeente Bernheze Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart van Nederland Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied met als achtergrond het AHN Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1811-1832 (Minuutplan) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1868 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1899 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1956 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1967 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1978 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1988 Boorpuntenkaart met als achtergrond de luchtfoto Resultaten van het booronderzoek noordelijke en centrale deel van het plangebied Resultaten van het booronderzoek zuidelijk gelegen terreindelen

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Overzichtsfoto’s plangebied en foto’s van de opgeboorde profielen Boorprofielen Nadere specificatie archeologische verwachting en selectieadvies door Kragten

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED Projectcode

19070.001 & 19070.004

Opdrachtgever

Accent Adviseurs

Toponiem

Bunderstraat

Plaats

Heesch

Gemeente

Bernheze

Provincie

Noord-Brabant

Kadastrale gegevens

Gemeente Heesch, sectie F, percelen F 965 (ged.), 1284, 1285, 1097, 1287, 1286, 1327, 1326, 672 (ged.), 673 (ged.), 946, 947, 486, 747, 748, 482, 519, 487 (ged.) en 1509 (ged.)

Omvang plangebied

Circa 100.850 m² (circa 19,085 hectare).

Kaartblad

45 E (1:25.000)

Centrumcoördinaten (X/Y)

X: 163.140 / Y: 415.525

Archeoregio NOaA

4: Brabants zandgebied

Bevoegde overheid

Gemeente Bernheze Postbus 19 5384 ZG Heesch Tel. 0412-458888

Deskundige namens de bevoegde overheid

Monumentenhuis Brabant Mevr. K. Kersten Markt 9 4931 BR Geertruidenberg Tel: 0162-511833 Email: k.kersten@monumentenhuisbrabant.nl

Uitvoeringsperiode

Mei 2022 & november 2023

Uitvoerder

Econsultancy, ir. E.M. ten Broeke

Onderzoeksmelding ARCHIS3

Bureauonderzoek 5259666100

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Doetinchem/Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant

Booronderzoek 5259682100

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Accent Adviseurs een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor verschillende percelen gelegen nabij de Bunderstraat te Heesch, in de gemeente Bernheze. De initiatiefnemer verricht een locatiestudie om de kansen voor woningbouw binnen het plangebied te verkennen. Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een lage archeologische verwachting voor de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum, Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd en een middelhoge verwachting voor de perioden Laat-Neolithicum t/m Vroege-Middeleeuwen. Het plangebied ligt namelijk binnen een grote dekzandvlakte met relatief weinig hoogteverschil. Tevens werd het gebied voorheen aangeduid als Nieuwe Erven, een term voor voorheen aanwezige gemeenschappelijke woeste gronden die verkocht zijn om ze te ontginnen. Hierna is een ontginningsdek/plaggendek aangebracht, waardoor zogenaamde laarpodzolgronden worden verwacht.

Voor zowel jager-verzamelaars als voor Landbouwers zal het plangebied niet zozeer ongeschikt zijn geweest voor (tijdelijke) bewoning, maar bewoning uit eerdere perioden, voordat het gebied werd ontgonnen, zal juist eerder hebben plaatsgevonden op de ten zuiden/zuidoosten dan wel de verder ten noorden en relatief hoger gelegen dekzandruggen en -glooiingen, waar landschappelijk gezien gunstigere condities golden voor (permanente) bewoning. Ten aanzien van steentijdvindplaatsen uit de perioden (Laat)Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum (jagers-verzamelaars) is de kans vrij groot dat deze zijn verstoord tijdens de ontginningen van het gebied. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat verder geen aanwijzingen zien dat binnen dan wel nabij het plangebied historische huisplaatsen/erven hebben gelegen. Het heeft gedurende de laatste 200 jaar binnen een rationeel verkaveld agrarisch gebied gelegen. Resultaten inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) De resultaten van het verkennend booronderzoek laten zien dat er binnen het plangebied over het algemeen geen diepgaande moderne bodemverstoringen hebben plaatsgevonden.

In het noordelijke en centrale deel van het plangebied is sprake van een matig dik tot dik plaggendek (gemiddeld circa 40 tot 50 cm dik), in de zuidelijk gelegen terreindelen is een vrij dun tot matig dik agrarisch bewerkt plaggendek (tot minimaal 30 en maximaal 45 en gemiddeld tot 40 cm -mv). Wel is bij het merendeel van de gezette boringen binnen het totale plangebied nog een intact restant van de van nature gevormde veldpodzolbodem aangetroffen, waarbij het plaatselijk en vooral in de meest zuidelijk gelegen terreindelen nog gaat om een dun restant van een Bhe-horizont met hieronder een BC-horizont. Anders is direct sprake van de BC-horizont. De overgang naar de C-horizont bevindt zich op een diepte van gemiddeld 55/70 cm -mv (noordelijke en centrale deel van het plangebied) en 60 cm -mv (zuidelijk gelegen terreindelen). De van nature gevormde veldpodzolbodem heeft zich gevormd in de top van de dekzandafzettingen. Bij ongeveer eenderde van en ook verspreid gelegen boringen zijn restanten van de van nature gevormde veldpodzolbodem niet waargenomen en is sprake van een AC-profiel. Bij deze boringen is geen sprake van diepgaande verstoringen.

De van nature gevormde veldpodzolbodem zal hier vermengd zijn geraakt tijdens het opbrengen van het plaggendek in combinatie met agrarische bewerking (ploegwerkzaamheden), maar de verwachting is dat de oorspronkelijke top van de C-horizont nog wel intact is.

19070.001 & 19070.004 versie 2

Afhankelijk van de dikte van het plaggendek, betreft het aanwezige bodemprofiel een laarpodzolgrond (matig dik plaggendek, tussen 30 en 50 cm dik) dan wel een hoge enkeerdgrond (plaggendek > 50 cm dik). Verder is duidelijk dat het archeologisch potentiële vondstniveau is aangetast, maar dat het potentiële sporenniveau nog merendeels intact aanwezig is. Archeologische sporen zullen goed zichtbaar zijn direct onder het plaggendek en merendeels bewaard zijn gebleven in het resterende deel van de van nature gevormde veldpodzolbodem. Dit betekent dat eventuele vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars (Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum) zullen zijn verstoord, maar dat sporen van permanente bewoning (landbouwers) nog wel merendeels intact kunnen worden aangetroffen. Dit geldt ook voor de terreindelen waar geen restant van de van nature gevormde veldpodzolbodem is aangetroffen, maar waar waarschijnlijk wel de oorspronkelijke top van de C-horizont nog intact is, waardoor zeker dieper doorlopende archeologische sporen (indien aanwezig) nog wel bewaard zullen zijn gebleven. Er zijn geen aanwijzingen dat er sprake van is van een aangesloten terreindeel van enige omvang met een (modern) verstoorde bodemopbouw.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat op basis van de resultaten van het booronderzoek, waarbij er sprake is van een deels intacte bodemopbouw/er géén te begrenzen deelgebieden van enige omvang aanwezig zijn waar reeds diepgaande recent verstoorde bodemopbouw hebben plaatsgevonden, de middelhoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten en sporen uit de perioden Laat-Neolithicum t/m Vroege-Middeleeuwen behouden blijft. Voor de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum, Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd blijft de verwachting laag. Archeologische sporen en in situ gelegen resten van Landbouwers kunnen direct onder het (matig) dikke plaggendek dan wel de agrarisch bewerkte bouwvoor worden aangetroffen (vanaf circa 35/60 cm -mv). Archeologische sporen zullen meest duidelijk zichtbaar zijn in de BC-horizont en op de overgang naar de C-horizont, op een diepte tussen circa 40 en 60 cm -mv. Mocht er worden overgegaan tot het realiseren van nieuwbouwwoningen, waarbij gebouwd gaat worden “op staal” (staalfundering op het gele zand (top van de C-horizont)), zullen eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord. Vervolgonderzoek zal binnen het plangebied bij deze ontwikkelingen dan ook noodzakelijk zijn.

Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO-O) wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om binnen het gehele plangebied een vervolgonderzoek te laten uitvoeren, mocht er daadwerkelijk worden overgegaan tot het realiseren van nieuwbouwwoningen. Er is sprake van een merendeels intacte laarpodzolgrond dan wel een hoge enkeerdgrond, waarbij het archeologisch potentiële sporenniveau waarschijnlijk nog merendeels intact aanwezig is en daarmee het plangebied zijn middelhoge verwachting behoudt op nog in situ aanwezige archeologische waarden uit de perioden Laat-Neolithicum t/m Vroege-Middeleeuwen. Geadviseerd wordt het vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een waardestellend proefsleuvenonderzoek. Het doel hiervan dient te zijn de intactheid, spreiding, diepte en mate van verstoring van archeologisch kansrijke niveaus in kaart te brengen en op basis daarvan inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn van de voorgenomen plannen op mogelijke archeologische resten. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen.

19070.001 & 19070.004 versie 2

Selectieadvies bevoegde overheid Dit advies is voorgelegd aan het bevoegd gezag in kwestie, Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bernheze, en door middel van een selectiebesluit als zodanig bekrachtigd (beoordeling archeologisch rapport door mevrouw K. Kersten, Adviseur archeologie Monumentenhuis Brabant b.v., d.d. 14 februari 2024). Met bovenstaand advies om vervolgonderzoek te doen uitvoeren binnen het gehele plangebied in de vorm van proefsleuven, wordt niet ingestemd. Monumentenhuis Brabant sluit zich aan bij het advies van Kragten (zie bijlage 6) en adviseert dat de gebieden met een volgens de archeologische beleidskaart lage verwachting worden vrijgegeven voor de voorziene planontwikkeling en (bouw)vergunning wordt verleend door de Gemeente Bernheze onder voorwaarde, dat bij eventuele toevalsvondsten hiervan melding wordt gedaan conform art. 5.10 van de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is. Dit kan telefonisch bij het Meldpunt Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant (tel. 06-18303225). Dit advies geldt tevens voor de gebieden met een volgens de archeologische beleidskaart middelhoge verwachting, maar waar een sprake is van een verstoord profiel. Slechts voor het zuidoostelijke deel van het plangebied wordt geadviseerd vervolgonderzoek te doen uitvoeren in de vorm van proefsleuven (zie bijlage 6).

Hiervoor dient een Programma van Eisen worden opgesteld.

19070.001 & 19070.004 versie 2

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van Accent Adviseurs een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor verschillende percelen gelegen nabij de Bunderstraat te Heesch, in de gemeente Bernheze (zie kaarten 1 en 2). De initiatiefnemer verricht een locatiestudie om de kansen voor woningbouw binnen het plangebied te verkennen. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst het vigerend bestemmingsplan worden herzien. Als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure moet een ruimtelijke onderbouwing worden opgesteld. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht en wat het effect is van eventuele ingrepen op deze archeologische waarden. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het bureauonderzoek is uitgevoerd op 2 en 3 mei 2022 en aangevuld op 13 en 14 november 2023 door ir. E.M. ten Broeke (Senior KNA Prospector).

Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd op 18 en 19 mei 2022 en op 29 en 30 november 2023 door ir. E.M. ten Broeke (Senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (Senior KNA Archeoloog).

2

BUREAUONDERZOEK

2.1 Doelstelling en onderzoeksvragen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld.

2.2 Methoden Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018) en volgens de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018, protocol 4002), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda.

19070.001 & 19070.004 versie 2

1 / 30

Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven volgens specificatie LS06.3 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: • • • • •

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • • • • • • • • • • • •

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bodematlas van de provincie Noord-Brabant bouwhistorische gegevens; een recente topografische kaart; recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3); de archeologische beleidskaart van de gemeente Bernheze; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.

2.3 Afbakening en huidige situatie van het plangebied Afbakening plan- en onderzoeksgebied Het plangebied is het gebied waarbinnen de ruimtelijke ontwikkeling plaats vindt. Het onderzoeksgebied is het gebied waarbinnen voor het bureauonderzoek relevante informatie wordt verzameld. Dit is het gebied in een straal van circa 800 meter rondom het plangebied. Het plangebied heeft een totaaloppervlakte van circa 100.850 m² (circa 19,085 hectare) en ligt nabij de Bunderstraat, gemiddeld 2,2 kilometer ten westzuidwesten van de kern van Heesch, in de gemeente Bernheze (zie figuren 1 en 2).

3 SIKB

19070.001 & 19070.004 versie 2

2 / 30

Het plangebied omvat de volgende kadastrale percelen: • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Heesch F 965 gedeeltelijk (ca. 11.400 m2) Heesch F 1284 (18.858 m²) Heesch F 1285 (1.417 m²) Heesch F 1097 (8.825 m²) Heesch F 1287 (1.331 m²) Heesch F 1286 (39 m²) Heesch F 1327 (19.960 m²) Heesch F 1326 (220 m²) Heesch F 672 gedeeltelijk (3.985 m²) Heesch F 673 gedeeltelijk (1.660 m²) Heesch F 946 (1.980 m²) Heesch F 947 (1.905 m²) Heesch F 486 (780 m²) Heesch F 747 (2.900 m²) Heesch F 748 (2.800 m²) Heesch F 482 (8.330 m²) Heesch F 519 (4.870 m²) Heesch F 487 gedeeltelijk (920 m²) Heesch F 1509 gedeeltelijk (ca. 6.000 m²)

Volgens het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte variërend tussen circa 6,6 en 6,9 m +NAP. Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 45 E (1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X: 163.140 / Y: 415.525. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied heeft grotendeels een agrarische bestemming en betreft merendeels percelen akkerland en grasland. Een centraal-zuidelijk gelegen perceel (perceel Heesch F 748) is gedeeltelijk aangeplant met voornamelijk naaldbomen. Het meest noordelijk gelegen perceel (perceel Heesch F 965) is bebouwd met pluimveestallen. De terreindelen rondom de pluimveestallen zijn voor een beperkt deel voorzien van een stelcon-/betonverharding en verder in gebruik als groenstrook/grasveld. Het meest zuidoostelijk gelegen terreindeel (perceel Heesch F 481 gedeeltelijk) is deels in gebruik als schapenweide en deels als siertuin, waar ook enkele zonnepanelen staan. In het zuidwestelijke deel van het plangebied staat nog een houten schuurtje/paardenstal (binnen perceel Heesch F 673). De Bunderstraat loopt langs de oostzijde van het plangebied.

Verder lopen langs dan wel nabij het plangebied de Bosschebaan, de Zoggelsestraat en de Verbindingsweg. De omgeving betreft verder voornamelijk agrarisch buitengebied met verschillende boerenerven en woonerven (zie kaart 3).

19070.001 & 19070.004 versie 2

3 / 30

Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. De noordelijk en centraal gelegen delen van het plangebied valt binnen het bestemmingsplan De Erven en de zuidelijk gelegen delen binnen het bestemmingsplan Buitengebied Bernheze. In het bestemmingsplan De Erven staat geen dubbelbestemming aangegeven voor archeologie. Het bestemmingsplan van Buitengebied Bernheze geeft voor de noordelijke rand en een zuidoostelijk gelegen deel een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3 aan. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 2.400 m² en dieper dan 40 cm -mv.4 De dubbelbestemming is afgeleid van de archeologische beleidskaart van de gemeente Bernheze5 en de bijbehorende beleidsnota (WAD, 2016).

Volgens deze kaart (zie kaart 4) ligt een groot deel van het plangebied in een zone met een lage archeologische verwachting. Een groot deel van het meest noordelijk gelegen deel van het plangebied, de zuidelijke strook van het centrale deel van het plangebied en de noordelijke strook en het zuidoostelijke deel van het zuidelijke deel van het plangebied, hebben een middelhoge archeologische verwachting. Bodemloket De overheid initieert middels het Bodemloket inzicht te geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Nederland in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat het Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Ook worden op het Bodemloket voormalige potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten weergegeven. Gegevens van het Bodemloket dienen als indicatief te worden beschouwd. Binnen het plangebied zijn voor zover bekend binnen het Bodemloket geen milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd.6

4 Portaal voor Ruimtelijke Plannen 5 Beusink, 2011 6 Bodemloket

19070.001 & 19070.004 versie 2

4 / 30

2.4 Toekomstige situatie Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. De initiatiefnemer verricht een locatiestudie om de kansen voor woningbouw binnen het plangebied te verkennen. Op het moment van het opstellen van de hier nu voorliggende rapportage waren de oppervlakte en diepte van potentiële/mogelijke bodemingrepen in het kader van de ontwikkelingsplannen nog niet bekend. Deze potentiële/mogelijke bodemingrepen kunnen wellicht tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord.

2.5 Aardwetenschappelijke gegevens Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel 2-1 Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie7

Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6).

Geomorfologie8

Merendeel plangebied binnen een dekzandvlakte (2M51). Noordelijke en uiterst zuidelijke delen van het plangebied binnen een gebied van dekzandwelvingen, al dan niet met een oud-bouwlanddek (3L51).

Bodemkunde en grondwatertrap9

Gehele plangebied laarpodzolgronden, bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (cHn21), met grondwatertrap V/VI.

Landschappelijke ontwikkeling Het plangebied bevindt zich in het noordelijke deel van de Roerdalslenk. De Roerdalslenk ligt als gevolg van tektonische bewegingen, die ook tegenwoordig nog doorgaan, lager dan de oostelijk gelegen Peelhorst. 10 De Peelrandbreuk, die de scheiding vormt tussen de Peelhorst en de Roerdalslenk, bevindt zich op ongeveer 1,5 kilometer ten oosten van het plangebied.

7 De Mulder et al., 2003 8 NGR/Wageningen Environmental Research (2019) 9 NGR/Wageningen Environmental Research (2018) / Stichting voor Bodemkartering, 1976 10 Berendsen, 2008

19070.001 & 19070.004 versie 2

5 / 30

In het Vroeg- en Midden-Pleistoceen raakte de Roerdalslenk gevuld met grindrijke, grove zanden, aangevoerd door de Rijn en Maas, welke respectievelijk behoren tot de Formatie van Sterksel en Beegden. Door de tektonische opheffing en kanteling van onder andere de Peelhorst werden eerst de Rijn en vervolgens de Maas gedwongen hun loop naar het oosten te verplaatsen en kwam er een einde aan de fluviatiele sedimentatie. Volgens de geologische kaart ligt het plangebied op de Peelhorst in een gebied waar de Formatie van Beegden veelal met een dek van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6) aan het maaiveld wordt aangetroffen. Gedurende de laatste ijstijd had de wind vrij spel in het verplaatsen van zand en silt. Over een groot deel van Nederland werd een pakket dekzand afgezet. 11 Er ontstonden duidelijke hoogteverschillen, waarbij reliëfverschillen kleiner dan 1,5 meter dekzandplateaus worden genoemd en grotere hoogteverschillen dekzandruggen of dekzandkopjes genoemd worden. Dekzandafzettingen die zijn afgezet tijdens het Laat-Glaciaal zorgden voor nivellering van het landschap door laagtes in het landschap op te vullen.

Het dekzand wordt ook wel het Laagpakket van Wierden genoemd, wat behoort tot de Formatie van Boxtel.12 Ook de laagte van de Roerdalslenk is op deze wijze bedekt geraakt met een laag dekzand die dikker is dan op de naastgelegen Peelhorst.13 DINO Het Dinoloket14 is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd gezet binnen dan wel in de directe omgeving van het plangebied.15 Hieruit blijkt dat de ondergrond tot circa 2 m -mv bestaat uit zeer fijne tot matig fijne zanden. Deze zanden betreffen vrij goed gesorteerde dekzandafzettingen. Hieronder komen tot bijna 10 m -mv siltige zanden met tussengelegen leemlagen voor. Dit zullen fluvioperiglaciale afzettingen betreffen. Tot deze diepte betreffen het afzettingen die behoren tot de Formatie van Boxtel. Vanaf 10 m -mv komen matig fijne tot matig grove, grindhoudende zanden voor. Dit zijn afzettingen die behoren tot de Formatie van Beegden.

Geomorfologie en Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) De Geomorfologische kaart geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de Geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) liggen de noordelijke en uiterst zuidelijke delen van het plangebied binnen een gebied van dekzandwelvingen, al dan niet met een oud-bouwlanddek (3L51, zie kaart 5). Het merendeel van het plangebied wordt verder gerekend tot een dekzandvlakte (2M51).

11

Berendsen, 2008

12 De Mulder et al., 2003 13 Berendsen, 2008 14 Dinoloket 15 DINO boornummers B45E0593, B45E0932 en B34E0162

19070.001 & 19070.004 versie 2

6 / 30

Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Het hoogtebeeld (zie kaart 6) vertoond redelijk goede overeenkomsten met de Geomorfologische kaart van Nederland en laat zien dat het plangebied binnen een grote vlakte met relatief weinig hoogteverschil ligt. Het meest noordelijk gelegen perceel ligt iets hoger, maar de verwachting is dat dit het gevolg is van enige antropogene ophoging tijdens de bouw van de bestaande pluimveestallen. Het centraalzuidelijke deel van het plangebied heeft ook een wat hogere ligging, waarmee het waarschijnlijk gerekend kan worden tot een dekzandwelving/gebied van dekzandwelvingen. Verder zijn dekzandwelvingen beter te herkennen ten zuiden en zuidoosten van het plangebied. Bodemkunde en grondwatertrap Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) komen binnen het gehele plangebied laarpodzolgrond voor, bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (cHn21, grondwatertrap V/VI, zie kaart 7). De humeuze bovenlaag (A-horizont) zal daarmee tussen 30 en 50 cm dik zijn. Laarpodzolen komen veel voor in de Pleistocene zandgebieden van Nederland.

Ze worden aangetroffen in oude ontginningen waar door eeuwenlange plaggenbemesting een matig dikke donkere A-horizont is ontstaan. De naam laarpodzolgronden is ontleend aan het toponiem laar, dat staat voor een vaak wat lager gelegen open plek in het bos. Het is een middeleeuwse ontginningsnaam die vermoedelijk jonger is dan loo en mogelijk daarom ook meer in lagere (nattere) gebieden voorkomt. Deze gronden hebben vaak een matig dikke, humushoudende bovengrond, gedeeltelijk ontstaan door ophoging met mest uit de potstal, met daaronder een podzolprofiel. Bij de ontginning zijn deze gronden slechts ondiep bewerkt, wat te zien is aan het podzolprofiel dat bijna overal volledig is. Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel 2-2 geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen.

De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen.

19070.001 & 19070.004 versie 2

7 / 30

Tabel 2-2 Grondwatertrappenindeling16 Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII"

VIII

GHG (cm -mv)

-

<40

<40

>40

<40

40-80

>80

> 140

GLG (cm -mv)

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

>120

-

') Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden ") Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (grondwatertrap VI en VII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Het plangebied heeft een grondwatertrap V/VI. Voordat het gebied grootschalig ontgonnen werd ten behoeve van agrarische doeleinden, zal het plangebied wellicht te maken hebben gehad met wat natte/drassige condities. Vandaag de dag worden de grondwaterstanden gereguleerd. Het plangebied maakt deel uit van een gebied dat in het verleden aangeduid werd als “De Nieuwe Erven”. Nieuwe Erven is ook een term voor gebieden in de Nederlandse provincie NoordBrabant die uit gemeenschappelijke woeste gronden (veelal droge dan wel natte heidegebieden) verkocht zijn om ze te ontginnen.

2.6 Archeologische waarden Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant17 In de CHW-kaart van de provincie Noord-Brabant heeft de provincie het ‘provinciaal belang’ aangeduid. Dit belang bestaat uit 21 cultuurhistorische en 16 archeologische landschappen. In de 21 cultuurhistorische landschappen heeft de provincie verschillende cultuurhistorische vlakken gedefinieerd. Van al deze landschappen en vlakken zijn beknopte beschrijvingen gemaakt. De 16 archeologische landschappen hebben tot doel om het bodemarchief in de bewuste gebieden duurzaam en in samenhang te behouden. Ze brengen focus aan in de inzet van de provinciale middelen hiervoor. Volgens de CHW ligt het plangebied niet binnen een archeologisch of cultuurhistorisch landschap. AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen en vondsmeldingen Om inzicht te krijgen in bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied, is Archis3, geraadpleegd, de online database van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).18 Deze database bevat onder meer informatie over archeologische onderzoeken, vondstmeldingen en archeologische monumentterreinen. In kaart 8 zijn de archeologische waarden in de omgeving van het plangebied weer gegeven. Voor het onderzoek wordt vooralsnog gekeken naar de waarden binnen een straal van 800 meter rondom het plangebied.

16 Locher & De Bakker, 1990 17 https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=1dab0b45b3234fffa8090a4bc8ae06f8 18 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort.

19070.001 & 19070.004 versie 2

8 / 30

AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen zowel het plangebied als het onderzoeksgebied liggen géén AMK-terreinen (zie kaart 8). In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied aangegeven in ARCHISIII Er worden verschillende typen archeologische onderzoeken onderscheiden. Als er tijdens archeologisch onderzoek vondsten worden gedaan, dan kunnen er één of meerdere vondstlocaties worden geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal twaalf archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om tien bureau- en/of booronderzoeken (prospectief onderzoek) en twee proefsleuvenonderzoeken (zie tabel 2-3 en kaart 8).

Aangrenzend tot vrijwel aangrenzend ten oosten van de centrale en zuidelijke delen van het plangebied zijn enkele prospectieve onderzoeken uitgevoerd, welke al voor grote terreindelen geresulteerd heeft in vrijgave vanwege een reeds verstoorde bodemopbouw. Een proefsleuvenonderzoek heeft alleen enkel sporen opgeleverd van de Nieuwe tijd ontginning en vondstmateriaal ontbreekt. Relevante archeologische vindplaatsen zijn niet aangetroffen. Verder zijn binnen het onderzoeksgebied nog verschillende andere prospectieve onderzoeken uitgevoerd, welke ook grotendeels hebben geresulteerd in vrijgave van de onderzochte terreinen. Een prospectief onderzoek en navolgend een proefsleuvenonderzoek, uitgevoerd circa 700 meter ten noorden van het plangebied, heeft alleen maar geresulteerd in het aantreffen van recente verstoringen, greppels, een kabelsleuf en een sloot. Daarnaast zijn er nog enkele kuilen aangetroffen. De greppels zijn vrijwel allemaal oost-west georiënteerd, erop duidend dat het perceleringsgreppels uit de Nieuwe tijd betreffen. Er zijn twee scherven aardewerk gevonden, daterend uit de Late-Middeleeuwen tot de Nieuwe tijd. De sporen betreffen mogelijk erfgrenzen of zijn tot stand gekomen als gevolg van landbouwwerkzaamheden op het terrein. Van een behoudenswaardige vindplaats is echter geen sprake.

Samenvattend laten de onderzoeken zien dat het gebied vrij kansarm is op de aanwezigheid van archeologische waarden.

19070.001 & 19070.004 versie 2

9 / 30

Tabel 2-3 Overzicht onderzoeksmeldingen Zaakindentificatie (OMnummer)

Situering t.o.v. plangebied

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

2308754100 (43980)

Aangrenzend ten oosten en noordoosten van het centrale deel van het plangebied De Erven te Heesch Gemeente Bernheze Coördinaat: 163349/415681

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Oranjewoud BV Datum: 3-1-2011 Resultaat: Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied gelegen is in het Oost‑Brabantse zandlandschap, een dekzandvlakte. Binnen het plangebied worden archeologische resten verwacht uit de perioden Late-Middeleeuwen ‑ Nieuwe tijd. Verwacht wordt dat deze resten samenhangen met de ontginning en bewoning van het gebied vanaf de 14e eeuw en een mogelijk aanwezig ophoogdek van na de ontginningen. Onder het mogelijk aanwezige ophoogdek kunnen in principe resten uit de periode Paleolithicum ‑ Neolithicum worden aangetroffen, maar deze zijn zeer waarschijnlijk verstoord tijdens de ontginningen. Om deze verwachting te kunnen toetsten is een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase uitgevoerd. Ten tijde van het veldonderzoek was voor ongeveer de helft van het terrein betredingtoestemming geregeld. De overige percelen konden niet worden onderzocht. Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek is naar voren gekomen dat de bodem binnen het onderzochte deel van het plangebied bestaat uit een AC‑horizont en/of tot in de top van de C‑horizont is verstoord. Er zijn geen archeologische indicatoren en/of archeologisch relevante lagen aangetroffen. Er zijn geen dekzandopduikingen aangetroffen in de boringen.

Op grond van de algehele verstoring en het ontbreken van kansrijke zones m.b.t. archeologische vindplaatsen (restanten van een ophoogdek, resten van bewoning en/of ontginning, dekzandopduikingen) binnen de onderzochte delen van het plangebied is hiervoor geen vervolgonderzoek aanbevolen. De delen van het plangebied die nog niet onderzocht zijn dienen in een later stadium, op het moment dat betredingtoestemming is geregeld, alsnog onderzocht te worden.

4032677100

Aangrenzend/vrijwel aangrenzend ten noordoosten van het zuidelijke deel van het plangebied De Erven fase 2, Zoggelsestraat te Heesch Gemeente Bernheze Coördinaat: 163373/415387

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Bureau voor Archeologie Datum: 1-2-2017 Resultaat: Het plangebied ligt in het Oost Brabantse zandlandschap, een dekzandvlakte, in het archeologisch landschap “Roerdalslenk”. Op basis van de bodemkaart heeft zich in het plangebied een laarpodzolgrond ontwikkeld. Het zijn relatief oude ontginningen die beschikken over een 30 tot 50 cm dikke humeuze bovengrond die gedeeltelijk is ontstaan door ophoging met mest uit de potstal. Omdat deze gronden vaak ondiep zijn bewerkt is onder het humeuze dek vaak nog een B-horizont aanwezig. Onder het ophoogdek kunnen in principe resten uit de periode Paleolithicum t/m Neolithicum worden aangetroffen. Op basis van een kaart uit ‑ 1780 wordt geconcludeerd dat het plangebied ligt binnen een relatief jonge ontginning. Resten uit de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd worden daarom niet verwacht. In het plangebied zijn negen boringen gezet tot maximaal 200 cm en is een profielput gegraven tot een diepte van 100 cm -mv. Hieruit blijkt dat het bodemprofiel bestaat uit een 25 tot 80 cm dikke A-horizont. Hieronder ligt een 10 tot 55 cm dikke B- of BC-horizont. In enkele boorprofielen is deze laag verploegd maar nog wel herkenbaar als B- of BC-horizont. Hieronder ligt de C-horizont. Het bodemprofiel komt globaal overeen met de op basis van de bodemkaart verwachte laarpodzolgrond.

De B-/BC- en de top van de C-horizont vormen een potentieel archeologisch niveau, waarin archeologische sporen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum aanwezig kunnen zijn. Geadviseerd is om daar waar het potentiële archeologische niveau wordt vergraven door de geplande woningbouw een proefsleuvenonderzoek uit te voeren.

19070.001 & 19070.004 versie 2

10 / 30

4582716100

Aangrenzend/vrijwel aangrenzend ten noordoosten van het zuidelijke deel van het plangebied De Erven fase 2, Zoggelsestraat te Heesch Gemeente Bernheze Coördinaat: 163372/415393

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek, naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde bureau- en booronderzoek (zie zaakindentificatie (OMnummer) 4032677100) Uitvoerder: Antea Group Archeologie Datum: 10-1-2018 Resultaat: Tijdens de veldfase zijn alleen indicaties aangetroffen van de Nieuwe tijd ontginning van het plangebied. Hierbij zijn heidegronden omgevormd tot landbouwgronden. Archeologisch zijn enkele kleine sporen aangetroffen die mogelijk als karrespoor of greppels kunnen worden geïnterpreteerd. Vanwege de dikte van de A-horizont is er bodemkundig sprake van een laarpodzol. Onder de A-horizont is op een aantal plaatsen sprake van een (restant van) een B of BC horizont, terwijl ook op een aantal plaatsen sprake is van een mixlaag als gevolg van ontginningsactiviteiten. Ook in de zones waar geen mixlaag aanwezig is, is het plangebied leeg. Vanwege de verhoudingsgewijs lage ligging van het gebied en daarmee gunstiger, hoger gelegen landschappelijke zones in de nabijheid is de leegte in het plangebied goed te verklaren: de landschappelijk lager gelegen zones (de nu onderzochte plangebieden) hebben niet de eerste voorkeur bij het kiezen van een vestigingsplaats. Dit verklaard de aangetroffen aanwezigheid van nederzettingssporen.

Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek luidt het advies om de archeologische verwachting voor het plangebied bij te stellen naar laag en geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren.

4544338100

400 meter ten oosten van het plangebied en zowel in noordelijke als zuidelijke richting doorlopend Waterleiding Oss-Loosbroek Gemeente Bernheze Coördinaat: 163428/414655

Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 16-5-2017 Resultaat: De hoge archeologische verwachting is toegekend aan de gordeldekzandrug in noorden van het plangebied en heeft betrekking op resten uit alle periodes. De overige dekzandruggen in het plangebied hebben een middelhoge archeologische verwachting op archeologische resten en/of sporen uit de periode Laat-Paleolithicum t/m Vroege-Middeleeuwen. Voor de dekzandvlakten geldt een lage archeologische verwachting. Verder heeft een klein deel van het plangebied kans op sporen van bewoning uit de Late-Middeleeuwen en bouwhistorische waarden uit de Nieuwe tijd in verband met de nabijheid van historische bebouwing. In hoeverre nog archeologische resten en/of sporen aanwezig zijn hangt sterk samen met in hoeverre de bodem nog intact is. Vooral de aanwezige waterleiding in het plangebied kan voor verstoring van de bodem hebben gezorgd. Vooralsnog is echter de aanlegbreedte van de waterleiding niet bekend, waardoor de exacte omvang van de bodemverstoring door de aanleg van de waterleiding nog niet bekend is. Op basis van het bovenstaande wordt het volgende geadviseerd: De gestuurde boringen worden op enkele meters diepte aangelegd, terwijl de archeologische resten en/of sporen vanaf 30 à 50 cm -mv aanwezig kunnen zijn.

De gestuurde boringen vormen dan ook geen bedreiging voor het archeologisch archief en kunnen zonder verder archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. De gestuurde boringen zijn onder andere gepland ter hoogte van de mogelijke sporen van bewoning uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd (op basis van historische bebouwing). Deze mogelijke resten worden dus niet bedreigd. De waterleiding komt grotendeels op dezelfde plek als de bestaande waterleiding. Op basis van de huidige gegevens kon echter niet worden aangetoond dat de aanwezige waterleiding de bodem reeds verstoord heeft over dezelfde breedte als de voorgenomen ingreep. De voorgenomen ingreep vormt dus mogelijk nog steeds een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische resten. Om te bepalen in hoeverre de bodem nog intact is, wordt een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd als een verkennend booronderzoek (om de 50 m een boring tot in de C-horizont), dat als doel heeft de bodemopbouw en de mate van intactheid van de bodem te bepalen. Dit vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd in alle zones met een middelhoge en hoge archeologische verwachting, waar ook de open ontgraving gepland is. De boringen kunnen hierbij het beste worden geplaatst aan de rand van het tracé om de bestaande waterleiding niet te raken.

Als de bodem hier verstoord is, is het aannemelijk dat de bodem in het centrum van het tracé (waar de waterleiding ligt) ook verstoord

19070.001 & 19070.004 versie 2

11 / 30

is. Op basis van de resultaten van het booronderzoek kan het verwachtingsmodel dus worden getoetst en waar mogelijk worden bijgesteld en een passende vervolgstrategie worden bepaald. In het geval van een intacte bodem zal waarschijnlijk een archeologische begeleiding van de aanleg van de waterleiding nodig zijn. In het geval van bodemverstoringen zullen die zones afvallen in een eventueel vervolgtraject. In de zones met een lage archeologische verwachting hoeft geen vervolgonderzoek te worden uitgevoerd, omdat de voorgenomen ingrepen hier waarschijnlijk geen bedreiging vormen voor eventuele archeologische resten. 2255034100 (36596)

600 meter ten noordwesten van het plangebied Achterste Groes te Heesch Gemeente Bernheze Coördinaat: 162619/415853

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 27-8-2009 Resultaat: Het plangebied ligt naar verwachting relatief laag in een golvende dekzandvlakte, waar gooreerdgronden zijn ontwikkeld. Op grond van de ouderdom van het dekzand kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Binnen het plangebied is dekzand aangetroffen behorende tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel. In alle boringen is een bruingrijze Ap-horizont gevonden met daaronder een al den niet intacte B-horizont waarna de natuurlijke C-horizont is aangetroffen. De bodemopbouw vertoont meer kenmerken van een laarpodzolgrond dan van een gooreerdgrond. In geen van de boringen zijn indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. De kans dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, wordt daarom klein geacht. De lage archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum als nederzettingssporen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd blijft op grond van de resultaten van het veldonderzoek gehandhaafd. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.

2153347100 (22170)

650 meter ten noordwesten van het plangebied Achterste Groes te Onbekend Gemeente Bernheze Coördinaat: 162508/415773

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 23-4-2007 Resultaat: Op basis van het bureauonderzoek gelden voor het plangebied de volgende verwachtingen: lage archeologische verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars; lage archeologische verwachting voor vindplaatsen van landbouwers; eventuele vindplaatsen bevinden zich voornamelijk aan of net onder de oppervlakte; informatie over de interne structuur van mogelijke vindplaatsen van jager-verzamelaars zal als gevolg van landbouwkundige grondbewerkingen grotendeels verdwenen zijn; er kan inzicht worden verkregen in het voorkomen van structuren op eventuele vindplaatsen van landbouwers. Tijdens het veldonderzoek zijn overal restanten van de verwachte gooreerdgrond aangetroffen. Op deze gooreerdgrond is een opgebracht pakket aangetroffen. Dit pakket is niet als een esdek of eerdlaag te interpreteren. Het opgebracht pakket is verstoord, variabel van dikte, niet homogeen van kleur en bevat puin. Het plangebied maakt deel uit van een jonge ontginning waarbij de natte bodem met een opgebrachte laag voor de landbouw werd verbeterd. Tijdens het veldwerk zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Hierdoor wordt niet verwacht dat als gevolg van de geplande bouwwerkzaamheden waardevolle archeologische resten verstoord worden.

Als gevolg hiervan is ten aanzien van het plangebied geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen.

2332908100 (47245)

700 meter ten noordoosten van het plangebied Broekhoek 44A - Cereslaan 6 te Heesch Gemeente Bernheze Coördinaat: 163535/416115

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: IDDS Archeologie B.V. Datum: 21-6-2011 Resultaat: Het bureauonderzoek wees uit dat het plangebied gelegen is op LaatPleistoceen dekzand en dat het mogelijk is om in de top van het dekzand resten aan te treffen vanaf het Paleolithicum tot en met de Middeleeuwen. Bij eerdere archeologische onderzoeken zijn met name resten uit de IJzertijd en Romeinse tijd in de omgeving van het plangebied aangetroffen. In de Late-Middeleeuwen of Nieuwe tijd is het plangebied opgehoogd met een humeuze laag. In en op deze laag is het mogelijk om resten uit deze perioden aan te treffen. Het veldonderzoek wees uit dat het oude oppervlak van het pakket dekzand vrijwel volledig is

19070.001 & 19070.004 versie 2

12 / 30

verstoord door het omwerken van de top van het dekzandpakket met de bovenliggende humeuze laag of door afgraving. Hierdoor worden er geen intacte resten meer verwacht van vóór de Late-Middeleeuwen. Eventuele diepe sporen zijn wel mogelijk nog intact, maar zullen niet worden verstoord door de geplande werkzaamheden aangezien deze zullen reiken tot de top van het dekzand. De humeuze lagen op het dekzandpakket zijn opgebracht, mogelijk in één fase, en bevatten geen indicatoren voor de aanwezigheid van archeologische resten vanaf de LateMiddeleeuwen. Op basis van de resultaten van het onderzoek is er geadviseerd om geen archeologische vervolgmaatregelen te nemen. Naar verwachting zullen er geen intacte archeologische resten worden verstoord. 2335208100 (47556)

700 meter ten oosten van het plangebied Beemdstraat te Heesch Gemeente Bernheze Coördinaat: 163804/415632

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 13-7-2011 Resultaat: Uit het bureauonderzoek bleek dat voor het plangebied een middelhoge archeologische verwachting geldt. Uit het veldonderzoek bleek dat in het plangebied laarpodzolen aanwezig waren. Over het algemeen zijn geen sporen aangetroffen van diepe bodemverstoringen zoals ontgrondingen. In één boring was het profiel “verstoord” tot op 70 cm beneden maaiveld, waaronder de bodem was afgetopt tot op de C-horizont. Mogelijk is hier een ontginningsgreppel of moesbed aangetroffen. In twee boringen werd onder een dik humeus dek nog een intact podzolprofiel aangetroffen. In de boringen zijn, behoudens wat niet nader dateerbaar puin en baksteengruis, geen archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van vindplaatsen binnen de grenzen van het plangebied. De middelhoge verwachting voor Steentijd t/m Romeinse periode komt dan ook te vervallen. Ook de aanwezigheid van De Witte Molen, die volgens sommige bronnen binnen de grenzen van het plangebied viel maar volgens historisch kaartmateriaal ten oosten ervan is gelegen, is niet door het veldonderzoek bevestigd. Dit strookt met de vaststelling dat hij verder naar het oosten heeft gestaan. De hoge archeologische verwachting op de gemeentelijke verwachtingskaart kan dan ook worden bijgesteld naar laag.

Op basis van het veldonderzoek komt de middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor het plangebied te vervallen. Vervolgonderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

4023475100 & 4023483100

700 meter ten noorden van het plangebied Vismeerstraat te Heesch Gemeente Bernheze Coördinaat: 162846/416215

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 25-11-2016 & 29-11-2016 Resultaat: Uit de landschappelijke ligging op een oost-west georiënteerde dekzandrug, iets ten noorden van een lager gelegen vlakte blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. De gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum is middelhoog. De gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd is hoog. Bij alle boringen zijn onverstoorde dekzandafzettingen waargenomen, afgedekt door een eerddek. Bij twee boringen is in de top van de dekzandafzettingen een onverstoorde podzol-B(C)-horizont waargenomen. In de overige boringen is het podzolprofiel vermoedelijk in het bovenliggende eerddek opgenomen. Op basis van de aangetroffen onverstoorde bodemprofielen blijft de gespecificeerde archeologische verwachting zoals opgesteld in het bureauonderzoek gehandhaafd voor het gehele plangebied. Op basis van het behoud van een middelhoge tot hoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn.

Op grond van de resultaten van het bureauen veldonderzoek is geadviseerd om het plangebied nader te onderzoeken door middel van een IVO karterende en waarderende fase, proefsleuven (IVO-P).

4040355100

700 meter ten noorden van het plangebied Vismeerstraat te Heesch Gemeente Bernheze Coördinaat: 162846/416215

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek, naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde bureau- en booronderzoek (zie zaakindentificatie (OMnummer) 4023475100 & 4023483100) Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 4-4-2017 Resultaat: In het onderzoeksgebied is vondstmateriaal uit de Nieuwe tijd

19070.001 & 19070.004 versie 2

13 / 30

aangetroffen. De aangetroffen sporen bestaan uit recente verstoringen, greppels, een kabelsleuf en een sloot. Daarnaast zijn er nog enkele kuilen aangetroffen. De greppels zijn vrijwel allemaal oost-west georiënteerd, evenwijdig aan de Vismeerstraat. Er zijn twee scherven aardewerk gevonden, daterend uit de Late-Middeleeuwen tot de Nieuwe tijd. De sporen betreffen mogelijk erfgrenzen of zijn tot stand gekomen als gevolg van landbouwwerkzaamheden op het terrein. Volgens de waardering op KNA voorgeschreven wijze krijgt de site een lage waardering en is niet behoudenswaardig. Het selectieadvies is als gevolg om het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling en is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. 4618842100

750 meter ten noorden van het plangebied Vismeerstraat te Heesch Gemeente Bernheze Coördinaat: 162954/416277

Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Antea Group Archeologie Datum: 4-7-2018 Resultaat: De resultaten van het onderzoek worden niet vermeld in ARCHIS.

2273810100 (39191) & 2275277100 (39406)

800 meter ten noordoosten van het plangebied Bosschebaan 15, 32 en 34 te Heesch Gemeente Bernheze Coördinaat: 163758/415970

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV & Archaeological Research en Consultancy Datum: 28-1-2010 & 1-2-2010 Resultaat: Het plangebied is te verdelen in twee deelgebieden. Volgens het bureauonderzoek ligt het noordelijk deelgebied op een dekzandrug met hoge zwarte enkeerdgronden en het zuidelijk deelgebied op een dekzandvlakte met laarpodzolgronden, met respectievelijk een hoge en lage archeologische verwachting. In de omgeving zijn, op de hogere terreindelen waar hoge enkeerdgronden en gooreerdgronden aanwezig zijn, archeologische resten uit de periode IJzertijd/Romeinse tijd en Late-Middeleeuwen aangetroffen. Het gebied is waarschijnlijk in de 12 e eeuw ontgonnen. Het verkavelings- en wegenpatroon is sinds 1840 niet ingrijpend veranderd. Uit het verkennend booronderzoek is gebleken dat beide deelgebieden liggen op eolische dekzanden. De bodem is geclassificeerd als gooreerdgrond en als veldpodzol, die al dan niet door plaggenbemesting zijn door geëvolueerd naar een hoge enkeerdgrond, dan wel een laarpodzolgrond. Op basis van de bodemtypes in relatie tot waarnemingen uit de omgeving kan niet echt uitsluitsel worden gegeven over de archeologische verwachting. De vondsten in de omgeving zijn gedaan op hoge enkeerdgronden (hoge trefkans) en gooreerdgronden (lage en middelhoge trefkans).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=ddfbaa80-98ff-4558-8b6c-479d32ba0774