CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Segment 00003 of Bijlage 4 Toelichting inclusief bijlagen bij Herstelbesluit bestemmingsplan Heesch West

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 15 april 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplannen Heesch West38.530 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Zie thema Windturbines.

109

110 111

112

113

Zie thema Windturbines.

Zie thema Windturbines. Zie thema Windturbines.

Zie thema's Proces en participatie, Windturbines en Duurzaamheid.

Zie thema's Behoefte en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.

96

Dat terwijl het uitgangspunt van het bestemmingsplan toch categorie 4 is, want voor categorie 5 is een aparte toestemming vereist. 114

115

116

117

118

119

120

Inspreker geeft aan dat ontwikkelaars de winst opstrijken en omwonenden de lasten moeten dragen (waaronder waardedaling van woningen) en verzoekt om het financiële verlies te nemen en omwonenden te behoeden voor horizonvervuiling, slagschaduw, extreme geluidsoverlast, waardedaling en overige overlast. Inspreker wijst erop dat realisatie van het bestemmingsplan tot gevolg zal hebben dat tal van emissies gaan optreden die schadelijk zijn voor mens en milieu. Inspreker stelt dat in het bestemmingsplan ten onrechte is geconstateerd dat de voorgenomen activiteit geen negatieve effecten heeft voor de Natura 2000-gebieden Vlijmens Ven, Moerput-ten & Bossche Broek en Rijntakken. Inspreker wijst erop dat de passende beoordeling die is gemaakt bij de PAS, ontoereikend is om te kunnen concluderen dat geen significante nadelige effecten op Natura 2000-gebieden zullen optreden. De stikstofruimte die is gereserveerd in de PAS, mag derhalve niet worden ingezet. Inspreker is van mening dat de toename van uitstoot van stikstof significante gevolgen heeft voor genoemde Natura 2000-gebieden (en voor verderop gelegen Natura 2000-gebieden). Inspreker verzoekt om het plan niet in procedure te brengen en geeft aan dat een gedeelte van de kosten kan worden terugverdiend door de aangekochte gronden weer als agrarische grond of als grond voor lichte bedrijven uit te geven.

Inspreker wijst erop dat omwonenden niet zijn geïnformeerd over de procedure en de actualiteit van het plan. Inspreker stelt dat er is gezwegen over het eventueel toelaten van milieucategorie 5.1 bedrijven, wat een poging lijkt op het misleiden van de omwonenden. Ook bestuurders hebben bij de terinzagelegging aangegeven dat het onwaarschijnlijk is dat 5.1 bedrijven worden toegelaten. Inspreker stelt dat op Heesch West uiterst hinderlijke bedrijven worden gevestigd die op andere plekken worden geweerd en op maatschappelijk verzet stuiten, daarom hebben de betrokken gemeenten besloten de

Zie thema Kosten en baten en planschade.

Zie thema's Gezondheid en Ecologie.

Zie thema Stikstof.

Zie thema Stikstof.

Zie thema Kosten en baten en planschade.

Zie thema's Milieucategorie en Proces en participatie.

Zie thema's Proces en participatie, Milieucategorie en Behoefte.

97

121

122

bedrijven weg te stoppen aan de uiterste van de gemeenten ten koste van inwoners in Geffen, Heesch en Vinkel. Inspreker spreekt van een bedenkelijke manier van politiek bedrijven. Inspreker stelt dat in de communicatie niet is ingegaan op de mogelijkheid om bedrijven met milieucategorie 5.1 toe te laten, er is beweerd dat het uitgangspunt milieucategorie 4 is, maar milieucategorie 5.1 bedrijven kunnen eenvoudig worden toegelaten via artikel 6.5.1 lid d. Inspreker meent dat op voorhand duidelijk is dat milieucategorie 5.1 bedrijven zich zullen vestigen in Heesch West, gezien het provinciaal overschot van bedrijventerrein met milieucategorie 4 en de slechte ontsluiting van Heesch West. Inspreker stelt dat voor toelating milieucategorie 5.1 een unaniem positief advies nodig hebben van de drie betrokken gemeenten, wat geen probleem oplevert aangezien de gemeente financiële belangen hebben bij het honoreren van de verzoeken. Inspreker stelt dat het gebied waarbinnen milieucategorie 5.1 bedrijven mogen worden toelaten het grootste gedeelte van het bedrijventerrein beslaat, hierdoor zullen de kavels eromheen leeg blijven omdat andere bedrijven geen milieucategorie 5.1 bedrijf als buurman willen.

Inspreker stelt dat onduidelijk is of het positief advies voor het toelaten van milieucategorie 5.1 bedrijven moet komen van het college van B&W of de gemeenteraad, wat weinig uitmaakt aangezien de coalitie een meerderheid heeft binnen de gemeenteraad. Inspreker stelt dat een unaniem advies door de drie gemeenten behaald kan worden via een krappe meerderheid in de raad en meent dat van echte unanimiteit sprake is als in artikel 6.5.1 lid d wordt opgenomen dat de betrokken gemeenteraad unaniem achter het besluit moet staan, in dat geval laat de raadsfractie zich niet volledig leiden door financiële belangen en kan het hinder voor omwonenden voorkomen. Inspreker verzoekt om het plan niet in procedure te brengen en geeft aan Zie thema Kosten en baten en planschade. dat een gedeelte van de kosten kan worden terugverdiend door de aangekochte gronden weer als agrarische grond of als grond voor lichte bedrijven uit te geven. Inspreker is van mening dat de gigantische bouwhoogte niet inpasbaar is in Zie thema Ruimtelijke kwaliteit. het relatief kleinschalige landschap. 98

123

124

125

Inspreker geeft aan dat met de keuze voor bouwhoogte 25 tot 30 meter er lijkt te worden voorgesorteerd op bedrijven in milieucategorie 5.1, want die hoogte is niet nodig voor cat. 4 bedrijven. Ook kunnen die bedrijven via een zeer eenvoudige procedure worden toegelaten. De term 'bedrijvenpark in groen' is misleidend en zorgt voor horizonvervuiling. Inspreker geeft aan dat geurhinder voor iedereen anders kan zijn maar dat zij vreest voor stankhinder door het plan. Stankhinder, bij langdurige blootstelling, nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid. Inspreker stelt voor om in de planregels te borgen dat bedrijven die stankhinder veroorzaken er zich niet kunnen vestigen. Inspreker vraagt om de stankoverlast te voorkomen dan wel maximaal te beperken, de stankoverlast meermaals per jaar te monitoren en bij overschrijding van de stankoverlast te handhaven. Inspreker wijst op verschillende voorbeelden van ongelukken bij industrieterreinen waaruit blijkt dat een industrieterrein bij Oss en Heesch niet gewenst is. Inspreker vraagt de drie windturbines van 210 meter hoogte te schrappen, vanwege negatieve effecten voor het landschap en het woonklimaat.

6. Kenmerk 9224548 ’s-Hertogenbosch en kenmerk 1374605 Bernheze 126 Inspreker woont op korte afstand van het plangebied en is bang voor nadelige gevolgen van het bedrijventerrein met 3 windturbines. 127

128

Inspreker stelt dat het plan leidt tot een ernstige aantasting van het woongenot. Inspreker woont in het buitengebied met ruim uitzicht over onbebouwd agrarisch gebied. In dit gebied komt het bedrijventerrein met milieucategorie 4.1 met hoge bebouwing, windturbines van 210 meter en een zonnepark. Het bedrijventerrein staat te dicht in de buurt van woonbebouwing, staat te hoge bebouwing en een veel te hoge milieucategorie toe en wordt onvoldoende ingepast in de omgeving. Inspreker stelt dat bij milieucategorie 4.1 volgens de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering een minimale afstand tot woonbouw geldt van 200 meter, er liggen in dit geval meerdere woonpercelen binnen deze afstand. De afstand is te klein. Middels een afwijkingsbevoegdheid is

Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Milieucategorie.

Zie thema’s Geur, Externe veiligheid en Gezondheid.

Zie thema Windturbines.

Zie thema's Windturbines en Woon -en leefklimaat. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Milieucategorie, Windturbines en Woon- en leefklimaat.

Zie thema Milieucategorie.

99

milieucategorie 5.1 toegestaan. Inspreker kan zich niet verenigen met dergelijke milieucategorieën. 129

130

131

De bouwhoogte is veel te hoog. Op het bedrijventerrein is een bouwhoogte Zie thema's Windturbines en Ruimtelijke Kwaliteit. van 20 tot 25 meter toegestaan. Windturbines mogen zelfs 210 meter hoog worden. Inspreker stelt dat een goede landschappelijke inpassing noodzakelijk is, maar niet mogelijk met deze hoogtes. Aan de oostzijde is geen groenstrook voorzien. Daarnaast stelt inspreker dat uit het Circulair Kwaliteitsplan niet valt op te maken hoe de bedrijfsgebouwen van de bestaande omgeving worden afgeschermd. Er is geen sprake van maatvoering, hoogte en breedte van het groen, boom- en heestersoorten. De landschappelijke inpassing hiermee is niet voldoende geborgd. Daarnaast is een realisatietermijn van 3 jaar onnodig lang, groen moet ook de tijd krijgen aan te slaan en een hoogte te bereiken, het is zaak dit binnen maximaal 1 jaar aan te leggen. Voor de lokale situatie vraagt inspreker om een betere inpassing te realiseren. Inspreker stelt dat de ontsluiting van het bedrijventerrein voor veel hinder Zie thema Mobiliteit. dreigt te gaan zorgen, logistieke bedrijven zorgen voor een veelvoud aan vervoersbewegingen. Inspreker stelt dat uit de toelichting blijkt dat voor mobiliteit de ongewenste effecten niet helemaal weggenomen zijn en onduidelijk is hoe verdere verkeershinder voorkomen wordt, wat niet aanvaardbaar is.

Inspreker geeft aan dat er sprake zal zijn van een grote toename van het Zie thema's Windturbines en Geluid. industrielawaai, omdat in de huidige situatie nauwelijks bedrijfsmatige activiteiten voorkomen in het gebied. Dat is in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Inspreker stelt dat voor windturbines een gemiddelde geluidsbelasting geldt van 47 dB(A) Lden, maar het geluid hangt af van de wisselende windsnelheid en is meer bij meer wind. Deze hinder komt bovenop de geluidhinder van de A59, aan de cumulatie van geluidhinder is geen aandacht besteed. Verder speelt de vraagt wat het effect is van de zonnevelden bij de windturbines, mogelijk is er sprake van reflectie van geluid op een harde ondergrond. Ook dient er aandacht te worden besteed aan de mogelijk schadelijke effecten van laagfrequent geluid en het type geluid (zwiepend, zoevend) dat als extra hinderlijk kan worden ervaren. 100

132

133

134

135

Inspreker stelt dat de effecten van windturbines onvoldoende onderzocht zijn. Er is nog geen onderzoek gedaan naar de precieze effecten van windturbines van 210 meter. In het kader van het voorzorgsbeginsel bestaat de verplichting mogelijk gevaren voor de volksgezondheid, veiligheid en het milieu te voorkomen. Inspreker stelt dat in de bekendmaking van het bestemmingsplan is gesproken over 3 windturbines, maar dat dit nergens is benoemd in de voorschriften. Inspreker vraagt om de GGD en omwonenden bij de planvorming te betrekken. Inspreker verwijst naar een RIVM rapport uit 2013, met daarin het advies: om de GGD te betrekken voor advies over de gezondheidseffecten van windturbines in relatie tot omwonenden en omwonenden zo vroeg mogelijk te betrekken bij de planvorming; op een moment dat nog betekenisvolle dialoog (en dus veranderingen in het ontwerp) mogelijk is. Inspreker geeft aan dat geurhinder voor iedereen anders kan zijn maar dat zij vreest voor stankhinder door het plan. Stankhinder, bij langdurige blootstelling, nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid. Er wordt daarom gevraagd om maatregelen te nemen om stankoverlast te voorkomen. Omdat niet duidelijk is welke bedrijven er komen en of die stankoverlast geven, is het verzoek van inspreker om in de planregels te borgen dat er zich geen bedrijven kunnen vestigen welke stankhinder veroorzaken.

Inspreker geeft aan dat in de toelichting van het bestemmingsplan staat dat zich In Betekende Mate (IBM) concentraties luchtverontreinigende stoffen voordoen, en grenswaarden worden overschreden. Voor de direct langs het plangebied gelegen wegen, zoals de Achterste Groes, is zelfs de grootste toename verwacht. Voor PM2,5 worden zelfs zonder Heesch West al grenswaarden overschreden. In een situatie die al niet aan de normen voldoet, is iedere verhoging teveel. Het plan is op dat punt ook in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Inspreker stelt dat de extra uitstoot van stikstof niet is toegestaan. De ontwikkeling was meegenomen in de PAS, gezien de uitspraken van de Raad van State van mei 2019 is deze toets onvoldoende gezien de PAS geen

Zie thema’s Windturbines en Gezondheid.

Zie thema's Geur en Gezondheid.

Zie thema Luchtkwaliteit.

Zie thema Stikstof.

101

136

137

138

139

goedkeuring kan wegdragen gelet op Hbl. Inspreker wijst erop dat een volledige passende beoordeling uitgevoerd dient te worden en rekening gehouden met worden met de uitspraak van de RvS. Aangezien de passende beoordeling niet is uitgevoerd kan het plan niet verder in procedure gebracht worden. Inspreker verzoekt het voor het plan in procedure te brengen een passende beoordeling te doen in de zin van Wnb en Hbl. Inspreker vreest dat de woning in waarde daalt na realisering van het bouwplan. Nu bij planschadeclaims een steeds groter deel van het nadeel voor eigen risico blijft, hoort dit nadeel zo klein mogelijk te blijven, een goede ruimtelijke ordening vraagt ook dat dit nadeel zoveel mogelijk wordt beperkt. Dit is een reden om te zoeken naar andere locaties waar minder planschade te verwachten valt. Inspreker stelt dat de bouwhoogte van 25 meter en drie geplande windturbines binnen een groen/agrarisch landschap een enorme horizonsvervuiling oplevert. Dit is een grote inbreuk op de bestaande situatie en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Inspreker verzoekt om de ruimtelijke inpasbaarheid aanzienlijk te verbeteren en de bouwhoogte te verlagen. Inspreker stelt dat de slagschaduw over het gebied waar inspreker woont, komt te liggen.

Cliënt verzoekt de gemeente vooraf in kaart te brengen in hoeverre de slagschaduw reikt bij diverse bouwhoogten van windturbines in relatie tot de afstand tot woning. Om slagschaduw te voorkomen hoort er een stilstand voorziening te worden aangebracht. In de avond- en nacht periode dreigt lichthinder door de knipperlichten die op de turbines worden aangebracht. Inspreker geeft aan dat er een sterke toename van licht in de omgeving van de woonomgeving van inspreker zal zijn. Negatieve effecten van lichthinder zijn onder andere ontregeling van de natuur, energieverspilling en de verstoring van het nachtelijk landschap. Ook kan lichthinder mogelijk zelfs leiden tot aantasting van de gezondheid.

Zie thema Kosten en baten en planschade.

Zie thema’s Windturbines en Ruimtelijke kwaliteit.

Zie thema Windturbines.

Zie thema Lichthinder.

102

7. Kenmerk 1375208 Bernheze 140 Inspreker is ervan overtuigd dat de realisatie van het bestemmingsplan ten Zie thema's Gezondheid en Woon- en leefklimaat. koste gaat van het woonklimaat en gezondheid tot en van in Geffen, Heesch en Vinkel. 141 Inspreker wijst erop dat omwonenden niet zijn geïnformeerd over de Zie thema's Proces en participatie en Milieucategorie. procedure en de actualiteit van het plan. Inspreker stelt dat er is gezwegen over het eventueel toelaten van milieucategorie 5.1 bedrijven, wat een poging lijkt op het misleiden van de omwonenden. Ook bestuurders hebben bij de terinzagelegging aangegeven dat het onwaarschijnlijk is dat 5.1 bedrijven worden toegelaten. Inspreker voelt zich onder druk gezet door het onaangekondigde plan en de procedure en verwacht dat er alsnog ruimte is voor overleg en maatwerk. 142 Inspreker stelt dat op Heesch West uiterst hinderlijke bedrijven worden Zie thema's Proces en participatie, Behoefte en Milieucategorie. gevestigd die op andere plekken worden geweerd en op maatschappelijk verzet stuiten, daarom hebben de betrokken gemeenten besloten de bedrijven weg te stoppen aan de uiterste van de gemeenten ten koste van inwoners in Geffen, Heesch en Vinkel. Inspreker spreekt van een bedenkelijke manier van politiek bedrijven.

Inspreker stelt dat in de communicatie niet is ingegaan op de mogelijkheid om bedrijven met milieucategorie 5.1 toe te laten, er is beweerd dat het uitgangspunt milieucategorie 4 is, maar milieucategorie 5.1 bedrijven kunnen eenvoudig worden toegelaten via artikel 6.5.1 lid d. Inspreker meent dat op voorhand duidelijk is dat milieucategorie 5.1 bedrijven zich zullen vestigen in Heesch West, gezien het provinciaal overschot van bedrijventerrein met milieucategorie 4 en de slechte ontsluiting van Heesch West. Inspreker stelt dat voor toelating milieucategorie 5.1 een unaniem positief advies nodig hebben van de drie betrokken gemeenten, wat geen probleem oplevert aangezien de gemeente financiële belangen hebben bij het honoreren van de verzoeken. Inspreker stelt dat het gebied waarbinnen milieucategorie 5.1 bedrijven mogen worden toelaten het grootste gedeelte van het bedrijventerrein beslaat, hierdoor zullen de kavels eromheen leeg blijven omdat andere 103

143

144 145

bedrijven geen milieucategorie 5.1 bedrijf als buurman willen. Inspreker stelt dat onduidelijk is of het positief advies voor het toelaten van milieucategorie 5.1 bedrijven moet komen van het college van B&W of de gemeenteraad, wat weinig uitmaakt aangezien de coalitie een meerderheid heeft binnen de gemeenteraad. Inspreker stelt dat een unaniem advies door de drie gemeenten behaald kan worden via een krappe meerderheid in de raad en meent dat van echte unanimiteit sprake is als in artikel 6.5.1 lid d wordt opgenomen dat de betrokken gemeenteraad unaniem achter het besluit moet staan, in dat geval laat de raadsfractie zich niet volledig leiden door financiële belangen en kan het hinder voor omwonenden voorkomen. Inspreker wijst op het MER rapport op bladzijde 123 "Aandachtspunt is wel Zie thema Mobiliteit. dat de A59 in westelijke richting al in de referentiesituatie aan de capaciteit zit en er al sprake is van filevorming" en dat het plan meer verkeer tot gevolg zal hebben. Inspreker wijst erop dat door het plan het sluipverkeer, het aantal files en opstoppingen op de A59 en toegangswegen zal toenemen. Inspreker wijst erop dat door het plan wegen onveiliger worden rondom Heesch West. Inspreker wijst erop dat als gevolg van het plan de woning in waarde daalt. Zie thema Kosten en baten en planschade.

Inspreker is van mening dat de gezondheid wordt aangetast door de Zie thema's Luchtkwaliteit, Geluid en Gezondheid. toename in fijnstof en geluidsoverlast.

146

Inspreker weet op basis van data van het RIVM dat de lucht die zijn gezin inademt momenteel al slecht is. Dit zal verder verslechteren door dit plan. vraagt B&W garantie dat de luchtkwaliteit in diens naaste omgeving niet vermindert.

Geen enkele toename van luchtverontreinigende stoffen is niet realiseerbaar, wel beperking van de uitstoot. Maar zowel in de referentiesituatie als de situatie na realisatie van Heesch West blijven de concentraties (ruim) onder de wettelijk vastgestelde normen. Zie ook thema Luchtkwaliteit.

147

Inspreker is van mening dat zijn vrije uitzicht wordt verstoord, doordat de Bosschebaan, waar nu nog af en toe een auto over rijdt, een etmaalintensiteit van 4.200 gaat krijgen. Het uitzicht zal worden verstoord door dit industrieterrein met zonnepanelen en deze nieuwe toegangsweg.

Zie het antwoord in rij 149, en zie verder de thema’s Ruimtelijke kwaliteit en Mobiliteit. Zoals bij dat laatste thema aangegeven, zijn de verkeersberekeningen herzien, waardoor de uitkomsten verschillen van 2019. Het is daarin wel onveranderd dat de Bosschebaan inderdaad opgewaardeerd wordt om te fungeren als belangrijkste ontsluitingsroute voor Heesch West. Daardoor is daar een aanzienlijke toename van verkeer berekend.

104

148

De gemeente Oss heeft in 2019 gepleit voor een snelheidsverlaging van 130 naar 100 op de A50, vanwege fijnstof, geluid en veiligheid. Het verzoek van Oss staat haaks op deze plannen. Inspreker stelt dat geluid, fijnstof en veiligheid alleen maar nog meer verslechteren. Inspreker stelt een onderzoek voor om te kijken naar een groene wal langs de Bosschebaan om zo het zicht van diens woning op de nieuwe Bosschebaan te onttrekken.

Zie thema's Geluid, Luchtkwaliteit en Externe veiligheid.

151

Inspreker is van mening dat de gigantische bouwhoogte niet inpasbaar is in het relatief kleinschalige landschap.

Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.

152

Inspreker geeft aan dat met de keuze voor bouwhoogte 25 tot 30 meter er lijkt te worden voorgesorteerd op bedrijven in milieucategorie 5.1, want die hoogte is niet nodig voor cat. 4 bedrijven. De term 'bedrijvenpark in groen' is misleidend en zorgt voor horizonvervuiling. Inspreker verzoekt daarom veel beperktere bouwhoogtes toe te staan. De komst van de windturbines is voor inspreker als een onaangename verrassing gekomen. Inspreker doet een klemmend beroep de windturbines te schrappen. Inspreker beredeneert dat het terrein aan verschillende zijden een groene buffer kent naar de omgeving, maar niet aan de zijde van de buurtgemeenschap Achterste Groes behalve een mini-strookje. Een groenstrookje van 10-15 meter is niet acceptabel, ook gezien het feit dat aan de andere zijden van het terrein wel grote buffers zijn ingetekend. Daarom vraagt inspreker om een veel bredere groene afscheiding / afscherming van het industrieterrein. Inspreker geeft aan dat geurhinder voor iedereen anders kan zijn maar dat zij vreest voor stankhinder door het plan. Stankhinder, bij langdurige blootstelling, nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid. Inspreker stelt

Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.

149

150

153

154

155

Momenteel is al veel groen aanwezig tussen het huis van inspreker en de Nieuwe Bosschebaan, en is er al geen zicht op de weg vanuit inspreker. De Nieuwe Bosschebaan komt verder weg te liggen van de woning van inspreker dan de huidige Bosschebaan. Daarmee treedt er een verbetering op wat betreft zicht. Bovendien zal een grondwal op 350 meter afstand niet veel toevoegen. Op 350 meter afstand is een grondwal van bijvoorbeeld 2,5 meter een smalle lijn aan de horizon. Dat is niet beeldbepalend of storend in het zicht. Inspreker verzoekt niet verder te gaan met het plan zolang er geen oplossing Zie thema's Mobiliteit, Externe veiligheid en Ruimtelijke kwaliteit. is voor verkeer, veiligheid en het vrije uitzicht.

Zie thema Windturbines.

Zie thema Ruimtelijke kwaliteit (paragraaf Groene Buffer).

Zie thema’s Geur, Externe veiligheid en Gezondheid.

105

156

157 158

159

160

voor om in de planregels te borgen dat bedrijven die stankhinder veroorzaken er zich niet kunnen vestigen. Inspreker vraagt om de stankoverlast te voorkomen dan wel maximaal te beperken, de stankoverlast meermaals per jaar te monitoren en bij overschrijding van de stankoverlast te handhaven. Door de zuidwestenwind zullen de kernen van Oss en Heesch het grootste deel van de tijd in de vieze lucht zitten. Inspreker wijst op verschillende voorbeelden van ongelukken bij industrieterreinen waaruit blijkt dat een industrieterrein bij Oss en Heesch niet gewenst is. Inspreker wijst erop dat het bedrijventerrein voor geluidsoverlast zal zorgen Zie thema Geluid. door de verkeersaantrekkende werking en de bedrijfsprocessen (24/7) van de industriële bedrijven. Inspreker wijst erop dat de 210 meter hoge windturbines voor geluidshinder Zie thema Windturbines. zullen zorgen. Inspreker wijst erop dat door slijtage de geluidshinder groter zal zijn en dat Zie thema’s Windturbines en Milieucategorie. de rapporten onvoldoende rekening hiermee houden. Daarnaast is onvoldoende rekening gehouden met de mogelijkheid om binnen het grootste deel van het terrein 5.1 op te richten. Inspreker is van mening dat de MER en de toelichting bij het Zie thema Geluid.

bestemmingsplan ten onrechte stellen dat het aantal woningen dat negatieve effecten van de toename van de geluidbelasting ondervindt, relatief beperkt is. Reclamant stelt dat het onterecht is de schadelijke gevolgen te Zie thema's Woon- en leefklimaat en Geluid. bagatelliseren door te wijzen op de al hoge geluidbelasting door de A59. Inspreker meent dat als een woonklimaat slecht is door geluidhinder alles in zijn werk gesteld moet worden om dit te verbeteren en afgezien moet worden van ontwikkelingen die de hinder nog verder doen toenemen, er is daarom sprake van een slechte ruimtelijke ordening. Inspreker wijst erop dat in de toelichting wordt opgemerkt dat bij de woningen waar een hogere waarde van maximaal 55 dB(A) voor industrielawaai wordt vastgesteld, verwacht wordt dat aan de vereiste binnenwaarde wordt voldaan, inspreker mist waarop deze verwachting is gebaseerd. Inspreker stelt verder dat een tuin juist in het woongebied een belangrijk onderdeel is van wonen, door het toenemen van de geluidbelasting is geen sprake meer van een goed 106

161

162

163

164 165

166

167

woonklimaat, hier is ten onrechte geen rekening mee gehouden. Inspreker betwist op basis van het bovenstaande dat er geen sprake is van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat voor het aspect geluid. De rapporten schetsen een te rooskleurig beeld, waardoor de geluidsbelasting in werkelijkheid groter zal zijn. De komst van de windturbines is voor inspreker als een onaangename verrassing gekomen. Inspreker doet een klemmend beroep de windturbines te schrappen. Inspreker stelt dat het vreemd is dat in de MER rapportage enkel de DBA gemeten is met de windmolens en er geen rekening gehouden is met DBC geluiden. Inspreker vreest vanwege de geplande windturbines voor landschapsvervuiling, geluidshinder en gezondheidsproblemen door het laagfrequent geluid. Inspreker wijst erop dat windturbines slachtoffers maken onder insecten, waardoor het ecosysteem verstoord kan worden. Inspreker is van mening dat er geen sprake is van goede ruimtelijke ordening, omdat de afstanden tussen woningen en windturbines in omringende EU-landen langer zijn. Inspreker wijst daarnaast op uitspraken van de Raad van State dat omwonenden belanghebbend zijn indien zij binnen een afstand die gelijk is aan 10x de tiphoogte van de windturbine wonen. Dit geldt dus voor de omwonenden van Vinkel, Heesch en Geffen binnen de 2100 meter van de windturbine.

Ook is het een feit dat het relatief weinig waait in dit gedeelte van Brabant. Inspreker stelt dat de gemeente ambities heeft die over de ruggen van de bewoners heen gaat, zonder burgerparticipatie. De weerstand is groot. De lokale bestuurders dienen zeker ook naar de belangen van omwonenden te kijken. Financiële belangen van de gemeente mogen niet doorslaggevend zijn. Inspreker vraagt zich of het prestigedrang is? Inspreker is van mening dat er een duurzame oplossing mogelijk is zónder windturbines en mét burgerparticipatie. Inspreker geeft aan dat ontwikkelaars de winst opstrijken en omwonenden de lasten moeten dragen (waaronder waardedaling van woningen) en verzoekt om het financiële verlies te nemen en omwonenden te behoeden

Zie thema Windturbines.

Zie thema Windturbines.

Zie thema Windturbines.

Zie thema Windturbines. Zie thema Windturbines.

Zie thema's Proces en participatie, Windturbines en Duurzaamheid.

Zie thema’s Proces en participatie en Kosten en baten en planschade.

107

voor horizonvervuiling, slagschaduw, extreme geluidsoverlast, waardedaling en overige overlast. 168

169

170

171

172

173

174

Inspreker wijst op de eis van zorgvuldig ruimtegebruik, of er vraag is naar deze hoeveelheid hectare bedrijventerrein en dat het nieuwe bedrijventerrein ten koste gaat van het bestaande agrarische, en grotendeels onbebouwde, gebied. Inspreker beweert dat er een overschot is van categorie-4 bedrijven, omdat er nu al een overschot is van 500 hectare. Dat terwijl het uitgangspunt van het bestemmingsplan toch categorie 4 is, want voor categorie 5 is een aparte toestemming vereist. Inspreker wijst erop dat realisatie van het bestemmingsplan tot gevolg zal hebben dat tal van emissies gaan optreden die schadelijk zijn voor mens en milieu. Inspreker stelt dat in het bestemmingsplan ten onrechte is geconstateerd dat de voorgenomen activiteit geen negatieve effecten heeft voor de Natura 2000-gebieden Vlijmens Ven, Moerput-ten & Bossche Broek en Rijntakken. Inspreker wijst erop dat de passende beoordeling die is gemaakt bij de PAS, ontoereikend is om te kunnen concluderen dat geen significante nadelige effecten op Natura 2000-gebieden zullen optreden. De stikstofruimte die is gereserveerd in de PAS, mag derhalve niet worden ingezet. Inspreker is van mening dat de toename van uitstoot van stikstof significante gevolgen heeft voor genoemde Natura 2000-gebieden (en voor verderop gelegen Natura 2000-gebieden).

Inspreker verzoekt om te stoppen met de plannen, de vruchtbare gronden aan agrariërs in naaste omgeving te verkopen en (kleiner) financieel verlies te nemen. Inspreker wijst erop dat omwonenden niet zijn geïnformeerd over de procedure en de actualiteit van het plan. Inspreker stelt dat er is gezwegen over het eventueel toelaten van milieucategorie 5.1 bedrijven, wat een poging lijkt op het misleiden van de omwonenden. Ook bestuurders hebben bij de terinzagelegging aangegeven dat het onwaarschijnlijk is dat 5.1 bedrijven worden toegelaten.

Zie thema's Behoefte en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.

Zie thema Behoefte.

Zie thema's Ecologie en Gezondheid.

Zie thema Stikstof.

Zie thema Stikstof.

Zie thema Kosten en baten en planschade.

Zie thema’s Proces en participatie en Milieucategorie.

108

175

Inspreker stelt dat er voorgesorteerd wordt op bedrijven in milieucategorie 5.1, maar dat geen andere bedrijven zich daarnaast willen vestigen.

Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.

176

Inspreker adviseert het plan niet verder in werking te laten treden, alle verloren voorbereidingskosten kunnen terugverdiend worden door verkoop van de gronden.

Zie thema Kosten en baten en planschade.

8. Kenmerk 1376227 Bernheze en kenmerk 9238851 ‘s-Hertogenbosch 177 Inspreker is het niet eens met het voorontwerpbestemmingsplan dat een bedrijventerrein met 3 windturbines, een drijvend zonnepark van 10 hectare en een tijdelijk zonnepark mogelijk maakt. Inspreker woont op korte afstand van het plangebied en dit plan heeft nadelige gevolgen. 178

179

Inspreker stelt dat het plan leidt tot een ernstige aantasting van het woongenot. Inspreker woont in het buitengebied met ruim uitzicht over onbebouwd agrarisch gebied. In dit gebied komt het bedrijventerrein met milieucategorie 4.2 met hoge bebouwing, windturbines van 210 meter en een zonnepark. Het bedrijventerrein staat te dicht in de buurt van woonbebouwing, staat te hoge bebouwing en een veel te hoge milieucategorie toe en wordt onvoldoende ingepast in de omgeving. Inspreker stelt dat de zonnepanelen niet geschikt zijn om in te zetten als groene buffer. Ook ontstaat zicht op de zonnepanelen met een spiegeleffect net als bij kassen. Inspreker merkt nog op dat zonneparken worden ingezet om het zicht op het bedrijvenpark te ontnemen. Inspreker geeft aan dat zonneparken hier niet geschikt voor zijn en dat voor een groene buffer gekozen moet worden. Inspreker verzoekt om milieucategorie te verlagen. Geplande milieucategorie 4.2 komt op een veel te korte afstand van woningen: minder dan 200 meter, terwijl minimaal 200 meter moet worden aangehouden voor deze categorie. Deze keuze is ook niet te verenigen met het beoogde landschapspark en de recreatieve waarden die daarbij beoogd zijn (volgens het bestemmingsplan), maar ook niet met de klimaatdoelstellingen waar men met dit plan aan wil voldoen.

Nadelige gevolgen voor omgeving zijn niet volledig uit te sluiten. Het plan is zodanig opgesteld dat zoveel mogelijk rekening gehouden worden met de omgeving. Uit onderzoek blijkt dat de gevolgen niet onevenredig zijn. Het voldoet aan de wettelijke kaders en beleid. Zie ook thema Woon -en leefklimaat. Zie thema's Woon- en leefklimaat, Milieucategorie, Windturbines, Lichthinder en Ruimtelijke kwaliteit.

Zie thema Milieucategorie. Daarop aanvullend het volgende. Juist om het gebied ook te versterken voor recreatie en passanten, wordt het landschapspark gerealiseerd. Er is geen verband tussen een landschapspark en de hoogte van een milieucategorie. Een hoge milieucategorie en een landschapspark kunnen samengaan.

109

180

181

182

183

De bouwhoogte is veel te hoog. Op het bedrijventerrein is een bouwhoogte van 20 tot 25 meter toegestaan. Windturbines mogen zelfs 210 meter hoog worden. Inspreker stelt dat een goede landschappelijke inpassing is noodzakelijk, maar niet mogelijk met deze hoogtes. Aan de oostzijde is geen groenstrook voorzien (maar een zonnepark). Daarnaast stelt inspreker dat uit het Circulair Kwaliteitsplan niet valt op te maken hoe de bedrijfsgebouwen van de bestaande omgeving worden afgeschermd. De landschappelijke inpassing hiermee is niet voldoende geborgd. Daarnaast is een realisatietermijn van 3 jaar onnodig lang. Inspreker geeft aan dat het daarom van belang is om de realisatietermijn van het groen terug te brengen naar 1 jaar. Inspreker verzoekt daarnaast om de ruimtelijke inpasbaarheid aanzienlijk te verbeteren en de bouwhoogte te verlagen. Tot slot geeft inspreker aan dat de windturbines niet thuishoren in dit gebied en verzoekt dan ook om deze te schrappen uit de plannen. Inspreker stelt dat de ontsluiting van het bedrijventerrein voor veel hinder dreigt te gaan zorgen, logistieke bedrijven zorgen voor een veelvoud aan vervoersbewegingen. Inspreker stelt dat uit de toelichting blijkt dat voor mobiliteit de ongewenste effecten niet helemaal weggenomen zijn en onduidelijk is hoe verdere verkeershinder voorkomen wordt, wat niet aanvaardbaar is.

Ook is de ontsluiting onvoldoende om te kunnen spreken van een goede verkeersafhandeling. Het belang van de verkeersafhandeling bij een bedrijventerrein met logistieke bedrijven wordt onvoldoende onderkend. Inspreker vreest voor geluidsoverlast door het plan door de geringe afstand van het plan tot de woning. Voor woningen rond het industrieterrein is er een grote toename van industrielawaai omdat in de huidige situatie geen bedrijfsmatige activiteiten voorkomen. Dit is onaanvaardbaar en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Ook het feit dat windturbines worden toegestaan levert geluidshinder op. Inspreker stelt dat in de bekendmaking van het bestemmingsplan is gesproken over 3 windturbines, maar dat dit nergens is benoemd in de voorschriften. Inspreker stelt dat voor windturbines een gemiddelde geluidsbelasting geldt van 47 dB(A) Lden, maar het geluid hangt af van de

Zie thema's Ruimtelijke Kwaliteit en Windturbines.

Zie thema Mobiliteit.

Zie thema's Geluid en Windturbines.

Zie thema Windturbines, Woon -en leefklimaat, Ruimtelijke kwaliteit, Geluid, en Milieucategorie.

110

184

185

186

wisselende windsnelheid en is meer bij meer wind. Deze hinder komt bovenop de geluidhinder van de A59, aan de cumulatie van geluidhinder is geen aandacht besteed. Inspreker vraagt om aandacht voor de mogelijke schadelijke effecten van laagfrequent geluid geproduceerd door windturbines. Ook blijkt uit onderzoekt dat het zoevende of zwiepende geluid van windturbines als extra hinderlijk wordt ervaren. Inspreker stelt dat geluidhinder negatieve effecten heeft op de gezondheid en dat deze locatie niet geschikt is voor windturbines gezien de nabijheid van woningen. Inspreker stelt dat geen onderzoek is gedaan naar de precieze effecten van windturbines van 210 meter. In het kader van het voorzorgsbeginsel bent u verplicht mogelijke gevaren voor de volksgezondheid, veiligheid en het milieu te voorkomen. Inspreker stelt dat windturbines in combinatie met milieucategorie 5.1 voor gevaarlijke situaties kan leiden en dat hier onvoldoende rekening mee is gehouden. Inspreker kijkt momenteel uit op groen en lucht zonder hoogbouw, door de bouw van de hoge winturbines wordt het bestaande uitzicht in ernstige mate aangetast, dit is een grote inbreuk op de bestaande situatie. Inspreker verzoekt, op basis van de genoemde argumenten, dan ook om de windturbines te schrappen.

Inspreker vraagt zich af waarom is gekozen voor deze locatie, gezien het zorgvuldig ruimtegebruik (voorgeschreven door provincie), de spaarzame natuur- en agrarische grond en of het ruimtegebruik op deze wijze opportuun is. Inspreker verwijst naar een RIVM rapport uit 2013, met daarin het advies: om de GGD te betrekken voor advies over de gezondheidseffecten van windturbines in relatie tot omwonenden en omwonenden zo vroeg mogelijk te betrekken bij de planvorming; op een moment dat nog betekenisvolle dialoog (en dus veranderingen in het ontwerp) mogelijk is. Inspreker verzoekt daarom om open te staan voor alle reacties die omwonenden op het voorontwerp geven. Inspreker stelt lichthinder te ondervinden door het plan, zowel dag als nacht. Het plan zorgt voor een sterke toename aan licht in de omgeving, dit zorgt voor de ontregeling van natuur, energieverspilling en een verstoring van het nachtelijk landschap, ook kan lichthinder de gezondheid aantasten.

Zie thema Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.

Zie thema’s Windturbines, Gezondheid en Proces en participatie.

Zie thema's Lichthinder, Geur, Luchtkwaliteit, Windturbines, Gezondheid, Ecologie en Ruimtelijke kwaliteit.

111

187

188

Inspreker geeft aan dat geurhinder voor iedereen anders kan zijn maar dat gevreesd wordt voor stankhinder door het plan. Stankhinder, bij langdurige blootstelling, nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid. Er wordt daarom gevraagd om maatregelen te nemen om stankoverlast te voorkomen. Omdat niet duidelijk is welke bedrijven er komen en of die stankoverlast geven, is het verzoek van inspreker om in de planregels te borgen dat er zich geen bedrijven kunnen vestigen welke stankhinder veroorzaken. Inspreker geeft aan dat in de toelichting van het bestemmingsplan staat dat zich In Betekende Mate (IBM) concentraties luchtverontreinigende stoffen voordoen, en grenswaarden worden overschreden. Voor PM2,5 worden zelfs zonder Heesch West al grenswaarden overschreden. In een situatie die al niet aan de normen voldoet, is iedere verhoging teveel. Het plan is op dat punt ook in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Inspreker stelt dat de extra uitstoot van stikstof niet is toegestaan. De Zie thema Stikstof. ontwikkeling was meegenomen in de PAS, gezien de uitspraken van de Raad van State van mei 2019 is deze toets onvoldoende gezien de PAS geen goedkeuring kan wegdragen gelet op Hbl. Inspreker wijst erop dat een volledige passende beoordeling uitgevoerd dient te worden en rekening gehouden met worden met de uitspraak van de RvS.

Aangezien de passende beoordeling niet is uitgevoerd kan het plan niet verder in procedure gebracht worden. Inspreker heeft als direct omwonende belang, en verzoekt het voor het plan in procedure te brengen een passende beoordeling te doen in de zin van Wnb en Hbl. Inspreker stelt dat de soortenbescherming onvoldoende is gewaarborgd. De Zie thema Ecologie. soortenbescherming is bedoeld om verdergaande populatieverdunning te voorkomen en populatieverdunning is eveneens verboden gelet op hoofdstuk 2 van de Wnb. Inspreker stelt dat onvoldoende aandacht is besteed aan deze soortenbescherming en dat nadelige gevolgen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijk aan de orde is. Inspreker verzoekt soortenbescherming nader te regelen en met meer waarborgen te omkleden, de habitat wordt vergaand verstoord zonder dat dit goed onderzocht is en ecologische waarborgen zijn ingebouwd.

112

9. Kenmerk 1373524 Bernheze 189 Inspreker stelt dat het te verwachten is dat binnen afzienbare tijd goedkope en schone energie beschikbaar komt (bijv. thorium), Binnen 20 tot 30 jaar is het energievraagstuk opgelost voor de hele mensheid, aldus inspreker. Echter, als de in het kader van de klimaatwet nu wordt besloten, staat ons land straks vol windmolens en zonnepanelen. Dat is een kortdurende en peperdure oplossing voor een niet bestaand probleem. Dit zal inspreker nader toelichten. 190 Inspreker is van mening dat energietransitie geen rol mag spelen bij Heesch West. Het trekt heel veel belastinggeld weg bij de burgers. Geld wat beter besteed wordt aan onderwijs, ziekenzorg, bejaardenzorg, politie, enz. Het begrip duurzaam mag ook geen rol spelen voor Heesch West. Het duurzaamste bedrijventerrein is alleen interessant voor journalisten en politici. Voor de burger enkel een kostenpost. 191 Inspreker is van mening dat er meer naar de burgers geluisterd dient te worden dan naar de modellen van adviesbureaus. Zie hierbij het voorbeeld van het verkeerde model van het IPCC. 192 Inspreker schetst het gangbare maatschappelijk beeld inzake klimaatverandering. Er zijn diverse publicaties en rapporten verschenen waarin de opwarming van de aarde wordt benadrukt en wordt gewaarschuwd voor klimaatverandering (o.a. Michael Mann, Al Gore, IPCC rapporten).

Het is daarom belangrijk om de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer te verminderen om een catastrofale opwarming van de aarde te voorkomen. Dat kan o.a. door een energietransitie van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen als biomassa, waterkracht, windenergie, zonne-energie en aardwarmte. Deze boodschap wordt overal uitgedragen en is gemeengoed. Ook is het Akkoord van Parijs getekend en is de Klimaatwet gekomen. Het ernstige bezwaar is echter: dit verhaal klopt niet. 193 Inspreker stelt dat met name de aanname dat CO2 een grote en bepalende invloed heeft op de temperatuur van de aarde is niet waar. Die invloed is marginaal, het aandeel van de mens verwaarloosbaar en die van Nederland zelfs nagenoeg onmeetbaar. Alle maatregelen die genomen worden om de uitstoot van CO2 te verminderen zijn volstrekt zinloos. Inspreker stelt dat belangengroepen dit ook wel weten, maar vanwege financiële belangen

Zie thema Duurzaamheid.

Duurzaamheid is voor Heesch West een belangrijk uitgangspunt. Dit is onder andere uitgebreid onderbouwd in het Circulair Kwaliteitsplan. Voor de overige punten verwijzen we naar het thema Duurzaamheid.

Zie thema’s Proces en participatie en Duurzaamheid.

Zie thema Duurzaamheid.

Zie thema Duurzaamheid.

113

194

195

196

toch doorzetten. Nederlanders zijn hiervan niet op de hoogte, omdat de media slechts een eenzijdig geluid laat horen. Tegengeluiden worden vaak afgedaan als nepnieuws en informatie is hierover alleen online beschikbaar. Toch is bijna alles in het verhaal over de opwarming van de aarde door CO2 aantoonbaar onjuist en gemakkelijk te weerleggen door de feiten. Inspreker stelt, dat de feiten als volgt zijn. Inderdaad is CO2 een broeikasgas. Alle levende wezens op aarde ademen CO2 uit, het is een volkomen natuurlijk gas. Maar de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer is minimaal, het is maar 0,04 %. CO2 is daarom een onbeduidend broeikasgas. Het belangrijkste broeikasgas is waterdamp, wat gigantisch veel voorkomt. Naast broeikasgas, zijn er veel meer factoren die van invloed zijn op de temperatuur (zonnevlekken, wind, draaiing aarde etc.). De relatie die nu gangbaar gelegd wordt, van meer CO2 betekent meer warmte, is niet juist. Er is zelfs sprake van dat het andersom is: meer warmte, betekent meer CO2. Ingrijpen op de CO2-uitstoot is dus zinloos en zelfs contraproductief, gezien de vergroening door CO2 en invloed van de oceanen. Inspreker vindt het dan ook niet verbazingwekkend dat alle vermeende negatieve effecten van de zogenaamde catastrofale opwarming in werkelijkheid helemaal niet optreden.

Het model van Mann is wetenschappelijke fraude, de voorspelling van het IPPC wijkt steeds meer af van gemeten temperaturen. Ook is er juist groei van gletsjers en stijgt het water langs de Nederlandse kust de laatste 50 jaar helemaal niet. De ijsbeer sterft niet uit en de poolkappen zijn er nog. Verder: er is geen aanwijzing dat koraalriffen afsterven, dat het aantal orkanen toeneemt of dat verdroging toeneemt. Ook wat betreft de hittegevolgen, is het model van het KNMI niet correct, door een aanpassing van de metingen. Tot slot, de jeugd wordt eenzijdige informatie getoond, o.a. met de film An Inconvenient Truth met daarin veel fouten. Deze eenzijdige informatiestroom is een schande. Met het overstappen naar andere energiebronnen is volgens inspreker op zich niks mee, maar fossiele brandstoffen zijn nog lang niet op. Dit duurt nog honderden jaren, dus er is voldoende tijd. De recente trends in de wetenschap van snelle ontwikkelingen (denk aan digitalisering) geven aan

Dit project draagt bij aan het beleid van de gemeenten om binnen afzienbare tijd energieneutraal te zijn. Dit is een uitgangspunt dat door de raden is vastgesteld ten aanzien van de duurzame ambities. Zie verder het thema Duurzaamheid.

Zie het thema Duurzaamheid.

Zie het thema Duurzaamheid.

114

dat binnen 50 jaar nieuwe ontwikkelingen als thorium en kernfusie beschikbaar zijn. 197

198

199

Inspreker vindt de keuze om over te schakelen op zonnepanelen en windmolens en te stoppen met het gebruik van aardgas onverstandig. Er is niet altijd wind en zonne-energie in Nederland. Er is een back-up nodig van fossiele brandstofenergie. Een ander groot nadeel van zonnepanelen en windmolens is dat er erg weinig energie zit in zonlicht en wind. Daarom zijn er ook zoveel zonnepanelen en windmolens nodig. Ook kost het produceren van deze methoden veel energie, is er een lange terugverdientijd en is de productie milieuvervuilend (bijv. bij winning van magneten in China). Verder hebben ze een beperkte levensduur met niet-herbruikbare materialen. Daarnaast zijn zonnepanelen en windturbines volgens inspreker kostbaar, denk daarbij ook aan de bekabeling. Op dit moment is een modaal inkomen al niet meer voldoende om rond te komen. Elke euro die de overheid van het inkomen van de burgers inneemt door (energie)belastingen, kan diezelfde burger niet meer uitgeven in de economie. Dat kan zo niet doorgaan. Ook de keuze om biomassa te stoken in energiecentrales is onverstandig. Hout is vergeleken met steenkool, aardolie of aardgas eenvoudig een inferieure brandstof, waar weinig energie in zit. De CO2-uitstoot uit hout is 20% hoger dan de CO2-uitstoot van kolen. En t.b.v biomassa worden nu op grote schaal bossen gekapt, met hoge transportkosten.

Het niet op gas aansluiten op Heesch West is volgens inspreker overigens ook zeer kostbaar. Het industrieterrein moet daarom worden aangesloten op het aardgasnet. Een schonere brandstof is er niet en de Nederlandse infrastructuur voor gas is ongeëvenaard.

10. Kenmerk 9247148 ’s-Hertogenbosch en kenmerk 1377510 Bernheze 200 Inspreker woont op korte afstand van het plangebied en is bang voor nadelige gevolgen van het bedrijventerrein met 3 windturbines. 201

Inspreker stelt dat het plan leidt tot een ernstige aantasting van het woongenot. Inspreker woont in een kleinschalig buitengebied. In dit

Zie het thema Duurzaamheid. Aanvullend daarop het volgende. Aardgas is een fossiele brandstof. De drie gemeenten hebben als doel om over te schakelen naar 100% duurzame energie. Daarom wordt het gebruik van aardgas geleidelijk afgeschaft. Tevens past het in de duurzaamheidsambities van Heesch West om het bedrijventerrein niet aan te sluiten op het aardgasnetwerk.

Zie het thema Duurzaamheid.

Zie het thema Duurzaamheid en het antwoord onder rij 197.

Zie thema’s Windturbines en Woon- en leefklimaat. Zie thema's Woon- en leefklimaat, Milieucategorie, Windturbines en Ruimtelijke kwaliteit. 115

202

203

204

205

gebied komt het bedrijventerrein met milieucategorie 4.2 met hoge bebouwing, windturbines van 210 meter en een zonnepark. Het bedrijventerrein staat te dicht in de buurt van woonbebouwing, staat te hoge bebouwing en een veel te hoge milieucategorie toe. Inspreker verzoekt om de milieucategorie te verlagen. De geplande milieucategorie 4.2 komt binnen 300 meter te liggen van bestaande woningen, terwijl de minimale afstand 300 meter is. Deze afstand is dus te klein, en moet aangepast worden. Ook is inspreker het niet eens met de afwijkingsbevoegdheid naar categorie 5.1. Inspreker stelt dat de ontsluiting van het bedrijventerrein voor veel hinder dreigt te gaan zorgen, logistieke bedrijven zorgen voor een veelvoud aan vervoersbewegingen. Inspreker stelt dat uit de toelichting blijkt dat voor mobiliteit de ongewenste effecten niet helemaal weggenomen zijn en onduidelijk is hoe verdere verkeershinder voorkomen wordt, wat niet aanvaardbaar is. Aanvullend vraagt inspreker zich af hoe enkel het aanleggen van een parallelweg naast de snelweg zal lelden tot een dusdanige vermindering van verkeersbewegingen op de binnenwegen. Inspreker vreest voor geluidsoverlast door het plan door de geringe afstand van het plan tot de woning. Voor woningen rond het industrieterrein is er een grote toename van industrielawaai omdat in de huidige situatie geen bedrijfsmatige activiteiten voorkomen.

Dit is onaanvaardbaar en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Inspreker stelt dat voor windturbines een gemiddelde geluidsbelasting geldt van 47 dB(A) Lden, maar het geluid hangt af van de wisselende windsnelheid en is meer bij meer wind. Deze hinder komt bovenop de geluidhinder van de A59, aan de cumulatie van geluidhinder is geen aandacht besteed. Verder speelt de vraagt wat het effect is van de zonnevelden bij de windturbines, mogelijk is er sprake van reflectie van geluid op een harde ondergrond. Inspreker stelt dat de slagschaduw over het gebied waar inspreker woont, komt te liggen. Cliënt verzoekt de gemeente vooraf in kaart te brengen in hoeverre de slagschaduw reikt bij diverse bouwhoogten van windturbines in relatie tot de afstand tot woning. Om slagschaduw te voorkomen hoort er een stilstand voorziening te worden aangebracht. In de avond- en nacht

Zie thema Milieucategorie.

Zie thema Mobiliteit.

Zie thema Geluid.

Zie thema's Windturbines en Geluid.

116

206

207

208

209

periode dreigt lichthinder door de knipperlichten die op de turbines worden aangebracht. Inspreker stelt dat de effecten van windturbines onvoldoende onderzocht zijn. Er is nog geen onderzoek gedaan naar de precieze effecten van windturbines van 210 meter. In het kader van het voorzorgsbeginsel bestaat de verplichting mogelijk gevaren voor de volksgezondheid, veiligheid en het milieu te voorkomen. Inspreker stelt dat in de bekendmaking van het bestemmingsplan is gesproken over 3 windturbines, maar dat dit nergens is benoemd in de voorschriften. Inspreker verwijst naar een RIVM rapport uit 2013, met daarin het advies: om de GGD te betrekken voor advies over de gezondheidseffecten van windturbines in relatie tot omwonenden en omwonenden zo vroeg mogelijk te betrekken bij de planvorming; op een moment dat nog betekenisvolle dialoog (en dus veranderingen in het ontwerp) mogelijk is. Inspreker verzoekt daarom om open te staan voor alle reacties die omwonenden op het voorontwerp geven. Insprekers geven aan dat geurhinder voor iedereen anders kan zijn maar dat zij vrezen voor stankhinder door het plan. Stankhinder, bij langdurige blootstelling, nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid. Er wordt daarom gevraagd om maatregelen te nemen om stankoverlast te voorkomen.

Omdat niet duidelijk is welke bedrijven er komen en of die stankoverlast geven, is het verzoek van insprekers om in de planregels te borgen dat er zich geen bedrijven kunnen vestigen welke stankhinder veroorzaken. Inspreker geeft aan dat in de toelichting van het bestemmingsplan staat dat zich In Betekende Mate (IBM) concentraties luchtverontreinigende stoffen voordoen, en grenswaarden worden overschreden. Voor PM2,5 worden zelfs zonder Heesch West al grenswaarden overschreden. In een situatie die al niet aan de normen voldoet, is iedere verhoging teveel. Het plan is op dat punt ook in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Inspreker stelt dat de extra uitstoot van stikstof niet is toegestaan. De ontwikkeling was meegenomen in de PAS, gezien de uitspraken van de Raad van State van mei 2019 is deze toets onvoldoende gezien de PAS

Zie thema’s Windturbines en Gezondheid.

Zie thema's Geur en Gezondheid.

Zie thema Luchtkwaliteit.

Zie thema Stikstof.

117

210

geen goedkeuring kan wegdragen gelet op Hbl. Inspreker wijst erop dat een volledige passende beoordeling uitgevoerd dient te worden en rekening gehouden met worden met de uitspraak van de RvS. Aangezien de passende beoordeling niet is uitgevoerd kan het plan niet verder in procedure gebracht worden. Inspreker verzoekt het voor het plan in procedure te brengen een passende beoordeling te doen in de zin van Wnb en Hbl. Inspreker vreest dat de woning in waarde daalt na realisering van het bouwplan. Nu bij planschadeclaims een steeds groter deel van het nadeel voor eigen risico blijft, hoort dit nadeel zo klein mogelijk te blijven, een goede ruimtelijke ordening vraagt ook dat dit nadeel zoveel mogelijk wordt beperkt. Dit is een reden om te zoeken naar andere locaties waar minder planschade te verwachten valt.

Zie thema Kosten en baten en planschade.

11. Kenmerk 1377233 Bernheze 211 Inspreker stelt dat in de MER effecten van de robuuste duurzame Zie thema Windturbines. energievoorziening op de natuur (flora en fauna) onvoldoende zijn onderzocht. Inspreker geeft aan dat het hierdoor lastig is om een zorgvuldige afweging te maken over (de locatie van) windmolens. Tevens wacht inspreker het MER advies af alvorens een definitief standpunt in te nemen. Inspreker wijst op het ontbreken van onderzoek naar vliegroutes van trekvogels in het plan gebied en het te verwachten aantal aanvaringsslachtoffers van trekvogels. Inzicht in de effecten op deze soorten ontbreekt in de milieueffectrapportage en is niet alleen noodzakelijk om een zorgvuldige afweging te kunnen maken, maar ook om eventueel mitigerende maatregelen te kunnen treffen en achteraf het effect van die maatregelen te kunnen toetsen. Inspreker stelt dat onduidelijk is of bij het vleermuizenonderzoek en de voorspelling van het aantal aanvaringsslachtoffers het juiste protocol met onderzoeksmethode volgens de "guidelines of consideration of bats in windfarm projects" is gevolgd. Inspreker geeft aan dat een onderzoek naar de invloed van windmolens op de insectenpopulatie in het gebied en de te verwachten effecten hierop mist. En dat er niet gekeken wordt naar de kansenkaart van het “bijenlandschap” van de gemeente Oss en Bernheze. 118

212

213

214

Inspreker wijst op de bekendheid dat laagfrequent geluid en trillingen invloed hebben op de flora en fauna, ook op het bodemleven. Inspreker wijst op de MER waarin voor de situering van de windmolens twee alternatieven vergeleken zijn (Noordelijk en Zuidelijk). Inspreker geeft aan dat in de MER voor beide eenzelfde score "zeer slecht" wordt opgenomen. Inspreker stelt dat een serieuze vergelijking op aspecten flora en fauna en landschappelijke inpassing ontbreekt. Inspreker vindt een vergelijking op deze aspecten essentieel om een goede afweging te maken. Met de opmerking dat situering aan de noordzijde met acceptabele landschappelijke inpassing de beste oplossing lijkt. Inspreker stelt dat het zonnepark Achterste Groes onderdeel vormt van de planontwikkeling en dat cumulatieve effecten van het zonnepark integraal meegenomen moet worden in het MER. Inspreker stelt dat zonneparken kansen kunnen bieden voor natuurontwikkeling door de richtlijn van WUR (Wageningen University & Research) in het rapport "Zonneparken kansen voor natuur en landbouw" te volgen. Inspreker stelt dat in de MER niet ingegaan wordt op de verdwijning van het bodemleven en begroeiing onder de gekozen oost-west georiënteerde sheddak-opstelling van het zonnepark.

Inspreker geeft aan dat in het Landschapsontwikkelingsplan 2012-2022 van gemeente Bernheze aan de oostzijde van het plangebied een groene buffer opgenomen wordt als overgang van het industrieterrein met het buitengebied. Inspreker ziet dat deze natuurbuffer niet meer is opgenomen in het voorontwerp bestemmingsplan. Inspreker gaat ervan uit dat het vastgestelde beleid van de gemeente Bernheze leidend zal zijn en dat deze groene buffer opgenomen wordt/blijft in het plan. Inspreker vindt het uitgangspunt dat potentiële bedrijven worden uitgedaagd om samen te zoeken naar duurzame oplossingen volgens een

Het zonnepark Achterste Groes maakt geen onderdeel uit van de besluitvorming over Heesch West. Hiervoor is een aparte procedure doorlopen. Zonnepark Achterste Groes is als autonome ontwikkeling meegenomen in de referentiesituatie in het MER voor Heesch West. Voor de zonnevelden op Heesch West zelf wordt nog nader onderzoek gedaan naar de inrichting / opstelling en de mogelijkheden voor natuurwaarden. In het MER zijn de mogelijke effecten van zonnevelden op Heesch West op natuurwaarden onderzocht. De natuurwaarden op de voorgestelde locaties bevatten momenteel door het huidige agrarische gebruik weinig bodem- en natuurwaarden. Zonnevelden op Heesch West hebben dan ook geen wezenlijk negatieve effecten op bodemleven en natuurwaarden. Bij een zonnepark op land kan een goede landschappelijke inpassing inderdaad juist kansen bieden voor bodemleven en natuur in het algemeen, die er nu niet zijn. Zie ook thema Ruimtelijke kwaliteit. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit (paragraaf Groene Buffer).

Als een geïnteresseerd bedrijf/kavelafnemer zich meldt, wordt deze door het circulair kwaliteitsteam in het proces begeleid. Er vinden dan gesprekken plaats waarin de doelen en duurzame ambities van het bedrijventerrein besproken 119

215

leidraad, te vrijblijvend en pleit voor concrete criteria waaraan getoetst kan worden, zoals: • Het voorkomen van ‘blokkendozen uitstraling’ door groene gevels en/of het gebruik van duurzame (natuurlijke) materialen; • Het reserveren van een vast deel van het oppervlak landschappelijk groen, zoals in de provinciale verordening ook is geregeld voor agrarische bedrijven; • Gebouwen dienen zodanig te worden ontworpen, dat zowel groendaken als zonnepanelen inpasbaar zijn. Tot slot merkt inspreker op dat de richtlijnen uit het Circulair Kwaliteitsplan eveneens te vrijblijvend zijn en geen garantie bieden voor het beperken van de negatieve effecten op de flora en fauna.

worden. Hierbij wordt een bedrijf uitgedaagd en geïnspireerd wordt om een zo duurzaam mogelijk ontwikkel –en bedrijfsplan op te stellen (duurzaamheidsvisie). Het bedrijf moet duidelijk kunnen maken dat het bedrijf voldoet aan de duurzame ambities in het Circulair Kwaliteitsplan. Dit proces en de thema’s binnen het onderwerp duurzaamheid zijn met name beschreven in H.5 van het Circulair Kwaliteitsplan. Het voldoen aan de duurzame ambities is bovendien geborgd in artikel 5.7 van het bestemmingsplan. Hiermee worden bedrijven verplicht aan te tonen dat zij in voldoende mate bijdragen aan duurzaamheid, zoals omschreven in het Circulair Kwaliteitsplan. Ook zijn enkele andere waarborgen ten aanzien van duurzaamheid in het bestemmingsplan opgenomen (zie het antwoord bij rij 1), en wordt via het proces van de gronduitgifte gestuurd op de genoemde duurzaamheidsambities. Zie verdere toelichting het antwoord in rij 1. Wat betreft een minimaal deel van het perceel inrichten voor groen/blauw en het toepassen van groene gevels, is eveneens een verplichting opgenomen in het bestemmingsplan (art. 5.4.3); in lijn met de vastgestelde Bossche Verordening Bomen, Water en Groen. Uit alle bovengenoemde zaken blijkt dat de duurzame ambities niet vrijblijvend zijn en op diverse manieren is geborgd en in het proces is verweven.

Inspreker geeft aan dat in het circulair kwaliteitsplan wordt gesteld dat van de aanwezigheid van een breukrand in het gebied "geen natuurverschijnselen zijn gesignaleerd". Inspreker is hier verbaasd over, omdat dit verschijnsel in het gebied wel degelijk waarneembaar is en voor de nodige overlast zorgt. Inspreker nodigt planmakers uit in een nattere periode dit verschijnsel op diverse plekken in de omgeving van het plangebied te zien en te ervaren. Inspreker vraagt zich af waarom wordt gekozen voor een waterberging "stroomafwaarts" van deze breuklijn in het zogenaamde zon- en waterpark. Inspreker geeft aan dat gebiedseigen grondwater beter kan worden vastgehouden in het gebied door maximaal gebruik te maken van deze van nature aanwezige breuklijn met waterkering, waarna het langzaam kan infiltreren of afgevoerd kan worden uit het gebied. Inspreker geeft aan dit een andere stedenbouwkundige indeling van het plangebied

In hoofdstuk 15 van de Aanvulling MER is onderzoek gedaan naar de Peelrandbreuk. Herin is aangegeven dat er aanwijzingen zijn voor de Peelrandbreuk, maar dat de breuk ter plaatse van Heesch West geen wezenlijke hydrologische effecten heeft. Er is daarmee geen aanleiding tot aanpassing van de voorgestelde waterstructuur op Heesch West. Voor de vragen over water zie het thema Ruimtelijke kwaliteit, paragraaf Water.

120

216

217

218

zou betekenen, waarbij het landschapspark met waterberging in oostelijke richting opschuift. Inspreker vraagt bij de keuze voor opvang en infiltreren/afvoeren van hemelwater naar wadi’s en oppervlaktewater ook aandacht voor mogelijke vervuiling van het hemelwater wat geloosd wordt (met name op het industrieterrein). Tot slot vraagt de inspreker aandacht voor het aan regels binden van grondwateronttrekking t.b.v. productieprocessen. Inspreker kan zich voorstellen dat in de planvorming het herstellen van de historische route en tevens de langeafstands-wandelroute (Marikenpad) wordt meegenomen, door naast de Zoggelsestraat een onverhard wandelpad aan te leggen. Inspreker ziet dit als mogelijkheid om de historische verbinding tussen Ruitersdam West in Bernheze en Ruitersdam in gemeente Den Bosch te herstellen als fiets-/ wandelroutes. Inspreker reageert op de natuurcompensatie van NNB die noodzakelijk is vanwege geluidverstoring. Inspreker geeft aan voorstander te zijn van het zoveel mogelijk lokaal compenseren in de directe omgeving van het plangebied. Inspreker stelt dat effecten op de stikstofdepositie in Natura 2000 gebieden binnen het plangebied gecompenseerd dienen te worden. Inspreker geeft aan dat onderzoek op dit aspect ontbreekt en nog zal moeten worden uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=8c432d5e-4ee6-419d-b49e-4658418f5356